CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

2 Bijlage - VTH Evaluatieprogramma 2024 Omgevingswet Haarlem en VTH Uitvoeringsprogramma 2025

commissie Bestuur 8 mei 2025, gemeente HaarlemBij agendapunt: 17:20 uur Evaluatie- en Uitvoeringsprogramma VTH 2024-2025 (JW/FR)14.720 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

In 2025 wordt deze lijn doorgezet en zal worden toegewerkt naar een nieuwe aanmeld- en prioriteringssystematiek, waarbij locaties die zich lenen voor een projectmatige aanpak (in samenwerking met andere afdelingen) worden geïnventariseerd en geprioriteerd op basis van nog nader vast te stellen criteria (e.g., kansrijkheid, tijdsbesteding en effect op de stad). Op deze nieuwe aanpak zal in het Evaluatie- en Uitvoeringsprogramma 2025-2026 gereflecteerd worden. 8.1.3 Nieuwe collega’s brandveiligheid Het aantrekken van nieuwe collega’s op het gebied van brandveiligheid blijft een belangrijke prioriteit voor de afdeling in 2025. Binnen de gemeente wordt momenteel gemerkt dat er nog onvoldoende capaciteit is op het gebied van brandveiligheid. De afdeling VTH moet en wil meer inzet plegen op dit onderwerp en trekt daarom in 2025 een nieuwe toezichthouder brandveiligheid aan die zich extra zal gaan richten op horecabedrijven en kritische objecten om die ook mee te nemen in de regels rondom brandveiligheid. Behalve het werven van nieuwe collega’s, wordt er ingezet op het verder versterken van het handhavingsarrangement, middels het samenwerken met andere afdelingen en externe partijen.

Deel II – Uitvoeringsprogramma

30

8.1.4 Bestuurlijke boete Voor 2024 had de afdeling de ambitie om de bestuurlijke boete vaker toe te passen indien de situatie dit toe liet omdat werd opgemerkt dat de huidige sanctieinstrumenten in de markt niet toereikend waren voor bewuste overtreders. Om dit probleem aan te pakken, heeft de afdeling in 2024 een aantal keer de bestuurlijke boete toegepast met wisselend succes. Het wisselende succes van de bestuurlijke boete hield verband met de juridische complexiteit van het toepassen van de boete. Vanwege de juridische complexiteit van de bestuurlijke boete, laat de afdeling een onderzoek doen. In dit onderzoek worden de werkwijze van de afdeling en de mogelijkheden tegen het licht gehouden. Over het algemeen kan gesteld worden dat het doel is om de bestuurlijke boete in 2025 vaker toe te passen als waardevolle aanvulling op het handhavingsarrangement. 8.1.5 Toezicht en handhaving De afdeling VTH gaat in 2025 de samenwerking met de afdeling V&H verder uitbreiden en meer opzoeken in een breder pakket van opgaves. Het gaat daarbij om opgaves als de Waarderpolder, garagebox acties, woonfraude en huisvesting, en de opslag van gevaarlijke stoffen zoals explosieven en vuurwerk. Daarnaast zal de afdeling ook aan de slag gaan met wijkaanpakken. Daarbij zal gefocust worden op een wijk en daarvoor is een capaciteit van 0.5 fte beschikbaar gesteld.

De wijkaanpak vraagt veel capaciteit van juristen en toezichthouders, maar kan in sommige situaties erg efficiënt zijn en voordelen opleveren in vergelijking met de reguliere aanpak. Verder gaat de afdeling VTH in 2025 meewerken aan één woonwagenlocatie en het voorbereiden op een tweede locatie mits daar capaciteit voor beschikbaar komt. Voor dit project is eveneens 0.5 fte capaciteit nodig. 8.1.6 Bouwtoezicht Door gebrek aan capaciteit, veroorzaakt door vacatureruimte en krapte op de arbeidsmarkt, evenals een toename in de complexiteit van het werk, is het voorgekomen dat locaties minder, of zelfs helemaal niet, bezocht zijn gedurende de uitvoering. Prioriteit is daarbij altijd gegeven aan constructieve veiligheid (in het reguliere proces) en separate controles op brandveiligheid. In de komende jaren gaat de afdeling VTH bij het toezicht in de bouwfase gebruik maken van een toezichtprotocol. Dit protocol zal in de komende periode ontwikkeld worden en wordt afgestemd op de specifieke situatie van de gemeente Haarlem. Op die manier werkt de gemeente toe naar een eenduidige en efficiënte werkwijze voor het houden van toezicht op de bouw. 8.1.7 Vergunningsprocedures In de vergunningverlening wordt met enige regelmaat geconstateerd dat gemeentelijke verordeningen en beleidsregels niet, of niet goed, aansluiten op elkaar en/of op landelijke wet- en regelgeving.

Dit leidt ertoe dat het uitermate complex is om een aanvraag in te dienen die voldoet aan alle beleidsregels, als gevolg waarvan er veel moet worden afgeweken. Hoewel in het VTH Beleidsplan 2024-2028 is beschreven dat de gemeente werkt en handelt conform de Big-8 beleidscyclus, blijkt het in de praktijk vaak nog ingewikkeld om de beleidscyclus te sluiten. Dit volgt ook uit het rapport ‘Kansen Benutten’ van BMC dat dieper ingaat op de implementatie van de Omgevingswet binnen de gemeente Haarlem. In 2025 start een project dat onderzoek doet naar de beleidscyclus, de verschillende fases daarin en wat er moet gebeuren om de beleidscyclus meer te sluiten. Deel II – Uitvoeringsprogramma

31

8.1.8 Kinderopvang Op het gebied van de kinderopvang zijn een aantal belangrijke trends en ontwikkelingen te zien voor 2025. Zo heeft het ministerie een wetsvoorstel en een ontwerpbesluit opgesteld om de verschillen in de kwaliteit van gastouderopvang te verkleinen. De verwachting is dat deze aangepaste wet- en regelgeving rondom gastouderopvang begin 2025 zal worden vastgesteld. De inwerkingtreding van de nieuwe wet- en regelgeving zal dan naar alle waarschijnlijkheid vanaf 2026 plaats gaan vinden, zodat toezichthouders, gemeenten, en de branche zich voldoende kunnen voorbereiden op de nieuwe eisen. Met dit in gedachten zal de afdeling gaan inventariseren wat zij moet doen om zich voor te bereiden op deze nieuwe wet- en regelgeving en zal zij met deze punten aan de slag gaan. 8.1.9 Huisvesting en leegstand Door in 2022 uitvoering te geven aan de Woonvisie en de huisvestingsverordening, wordt hard gewerkt aan het realiseren van een passende woning voor alle Haarlemmers. De aanpak onrechtmatige bewoning en het tegengaan van adresfraude is een van de prioriteiten uit het Integraal veiligheids- en handhavingsbeleid. In 2025 zal dit project (Waarderpolder) worden voortgezet als regulier werk en onderdeel van het handhavingsbeleid VTH.

In het coalitieakkoord 2022-2026 is er voor 2023 en 2024 voor de handhaving op de leegstandverordening 2 fte in de programmabegroting opgenomen, maar voor 2025 is er nog geen budget opgenomen. Van de leegstandsverordening is bovendien tot op heden nog geen evaluatie geweest. In afwachting van deze evaluatie en in verband met het wegvallen van de tijdelijke formele formatie op dit gebied, heeft de afdeling VTH deze taak (tijdelijk) ondergebracht bij het team Huisvesting. De afdeling stopt dus niet met het uitvoeren van de taken op het gebied van de leegstandsverordening, maar de capaciteit op deze taken wordt wel afgeschaald, omdat deze niet meer beschikbaar is zoals voorheen (er kan niet meer de 2fte worden ingezet die voorheen beschikbaar was). Omdat de leegstandsverordeningstaken nu bij het team Huisvesting zijn belegd, moeten zij hun aandacht verdelen. Dit heeft als gevolg dat dit ten koste gaat van de huisvestingstaken. Wetswijzigingen De Woonvisie Haarlem ‘Samen Doorbouwen aan een Duurzaam (t)huis’ loopt tot en met 31 december 2025. Op dit moment zijn gemeenten nog verplicht om elke vijf jaar een nieuwe woonvisie vast te stellen op basis van de Woningwet. Dit verandert met het wetsvoorstel ‘Versterking regie volkshuisvesting’ dat waarschijnlijk dit najaar door de Tweede Kamer wordt behandeld.

Wanneer de wet in werking treedt (op zijn vroegst 1 juli 2025, afhankelijk van de behandeldatum) wordt volkshuisvesting een doel onder de Omgevingswet en wordt het volkshuisvestingsprogramma een verplicht programma onder de Omgevingswet. Dit zal waarschijnlijk ook gevolgen hebben voor de afdeling VTH. 8.1.10 Parkeren De werkprocessen binnen het team Parkeren omvatten veel maatwerk en controles, wat het werk foutgevoelig maakt. Door het gebrek aan senioriteit en capaciteit op procesmanagement met betrekking tot het onderwerp parkeren, huren we in 2025 gedurende een periode van 3 tot 6 maanden een procesmanager in. Deze procesmanager gaat ervoor zorgen dat de werkprocessen goed en efficiënt gaan verlopen met als einddoel het verbeteren van de kwaliteit en het krijgen van een beheersbaar proces. Per 1 juni 2025 wordt de zero-emissie zone ingevoerd. In voorbereiding hierop wordt in het vergunningen- en ontheffingensysteem geregeld dat de ‘ontheffing marktondernemers’ beschikbaar Deel II – Uitvoeringsprogramma

32

komt. Voor 2025 is er 0.5 fte extra nodig om de ontheffingen voor de zero-emissiezone te kunnen verlenen. De verwachting is dat de periode van 1 januari 2026 tot februari 2028 de inzet van ca. 0.5 fte vraagt, terwijl de periode 1 februari 2028 tot 31 december 2029 0.1 fte vraagt. De facturatie gaat voor de vergunningen en ontheffingen mee met de gemeentelijke aanslag (combi kohier) in februari 2025. De facturatie voor bezoekersparkeren wordt in 2025 naar één keer per jaar terug gebracht. De huidige afspraak is dat er meerdere keren per jaar wordt afgerekend met de vergunninghouders. Per periode wordt het gebruikte bedrag, wanneer dat meer is dan 10 euro, in rekening gebracht door Cocensus. In het jaar erop volgt de eindafrekening. Het voordeel van éénmaal per jaar factureren is dat het minder arbeidsintensief is voor de interne organisatie, er minder capaciteit wordt gevraagd en de kans op fouten afneemt (kwaliteit neemt toe). 8.1.11 Vooroverleg Zoals in hoofdstuk 4.3.2 is benoemd, is er een projectgroep die zich bezighoudt met het inrichten van het vooroverleg binnen de afdeling VTH. Hierbij gaat het om het informatieverzoek en de conceptaanvraag/principeverzoek. In 2025 zal verder vorm gegeven worden aan deze processen en het streven is om het vooroverleg in de loop van 2025 te implementeren en uit te gaan voeren.

8.1.12 Gebiedsgericht werken Naast het team Toezicht en Handhaving, maakt het team Vergunningverlening van de afdeling VTH sinds eind 2024 ook gebruik van een gebiedsgestuurde werkaanpak. Op het moment van schrijven wordt er binnen team Vergunningverlening gewerkt aan de hand van vijf gebieden (Centrum, Oost, Noord, Schalkwijk en Zuid-West), verdeeld over een drietal coördinatoren. Het doel is om, in de aankomende periode, de gebiedsgestuurde aanpak uit te breiden en te gaan werken met een vijftal coördinatoren (waarbij elke coördinator zijn of haar eigen gebied heeft). Daarnaast wordt er gestuurd op het ontwikkelen van specialismen waardoor er ook gebiedsoverstijgend kan en zal worden gewerkt. 8.1.13 Welstand In 2024 zijn een aantal kwetsbaarheden aan het licht gekomen op het gebied van welstand. Deze kwetsbaarheden zaten ingeweven in de ambtelijke ondersteuning van de Adviescommissie Omgevingskwaliteit (AOK). De kwetsbaarheden zijn in de laatste maanden van 2024 onderzocht en zullen in de loop van 2025 gemitigeerd worden. Een van de kwetsbaarheden die in het afgelopen jaar naar boven is gekomen, is de grote rol van de functie van Secretaris AOK. Deze functie was tot nu toe belegd bij één collega van de afdeling VTH, die de ambtelijke ondersteuning vormde van de commissie en daarmee de schakel tussen de afdeling en de AOK.

In 2024 is echter gebleken dat deze functie te veel is om te beleggen bij een persoon en dat het er daarnaast ook voor zorgt dat de functie kwetsbaar wordt (e.g., in het geval van uitval is er geen alternatief). Op basis van dit gegeven, is besloten om deze functie naar een meer coördinerend niveau te tillen en twee parttime assistenten toe te voegen. Op die manier worden de taken van de secretaris verdeeld over meer functies en wordt het proces minder kwetsbaar in het geval van onvoorziene uitval.

Deel II – Uitvoeringsprogramma

33

Een ander aandachtspunt in de ambtelijke ondersteuning van de AOK is de ambtelijke toetsing aan de Nota Ruimtelijke Kwaliteit (de welstandsnota). In 2013 is door de gemeenteraad het besluit genomen om bij eenvoudige aanvragen de toetsing ambtelijk af te doen om op deze wijze een versnellingsslag te kunnen maken. In 2024 is de stap gemaakt om daadwerkelijk de ambtelijke toetsing op te pakken en deze toe te vertrouwen aan een groep plantoetsers die dit naast hun wettelijke taken (‘reguliere werkzaamheden’) doen. Deze werkwijze bevalt goed en heeft geresulteerd in een flinke versnellingsslag. In 2025 is het doel te waarborgen dat de ambtelijke toetsing van voldoende kwaliteit is door de groep plantoetsers om te vormen in het Team Ambtelijke Toetsing Omgevingskwaliteit. Hoewel de toetsing nog steeds naast hun reguliere werkzaamheden zal plaatsvinden, zal de Secretaris AOK meer invloed krijgen doordat deze een coördinerende rol krijgt over dit team. Daarnaast zal worden geïnvesteerd in bijscholing op het gebied van de nieuwe werkzaamheden van de plantoetsers. 8.2

Doelen en ambities

Naast de wettelijke taken en ontwikkelingen op het gebied van toezicht en handhaving, gaat de afdeling VTH zich in 2025 ook bezig houden met het werken aan de doelen die zij voor zichzelf heeft gesteld in het VTH-Beleidsplan 2024-2028. In het beleidsplan zijn een aantal doelen vastgesteld waar de afdeling de komende vier jaar aan gaat werken, namelijk het verkrijgen van inzicht, het optimaliseren van de processen van de VTH-taken en het ontwikkelen van de organisatie rondom de VTH-taken. 8.2.1 Uitbreiding en ontwikkeling personeelbestand Een van de doelen van de afdeling voor de periode 2024-2028 is het ontwikkelen van de organisatie. Onderdeel hiervan is het uitbreiden en ontwikkelen van het personeelbestand door onder andere op een duurzame wijze nieuwe collega’s aan te trekken en hen op een gepaste manier in te werken en te verwelkomen op de afdeling en in hun respectievelijke teams. Daarbij zal rekening worden gehouden met de wet DBA en zal de samenwerking met externe partijen (bijvoorbeeld andere gemeenten) meer worden opgezocht om op die manier gebruik te kunnen maken van elkaars kennis en expertise. De raad heeft vanaf 2024 32 fte formatie beschikbaar gesteld om meer capaciteit te creëren op de VTH-taken.

Met deze extra capaciteit verwacht de afdeling de komende vier jaar onder andere te kunnen werken aan het vergaren en verspreiden van kennis op het gebied van cultureel erfgoed. Daarnaast verwacht de afdeling door de extra capaciteit de komende vier jaar te kunnen werken aan de in het VTH-Beleidsplan 2024-2028 gestelde doelen en zo toe te werken naar de visie op de VTHtaken zoals in het beleidsplan vastgesteld. Om het personeelbestand op orde te krijgen, gaat de afdeling zich in 2025 opnieuw richten op de werving van nieuwe medewerkers. Dit vereist aandacht omdat het gezien de krapte op de arbeidsmarkt een uitdaging kan zijn om geschikte nieuwe collega’s aan te trekken. 8.2.2 Kennis vergroten en delen Naast het werken aan de ontwikkeling van de organisatie door middel van het aantrekken van nieuwe collega’s en het op een gedegen wijze onboarden, werkt de afdeling ook aan het ontwikkelen van de organisatie door middel van het delen van kennis en ervaringen en het vergroten van de bestaande kennisvoorraad. De afdeling probeert dit te bereiken door het delen van kennis te stimuleren tussen de verschillende teams op de afdeling, maar ook met andere afdelingen door middel van masterclasses, werksessies en meeloopdagen.

In 2024 zijn er al een aantal masterclasses en werksessies georganiseerd en was het mogelijk voor collega’s (van andere afdelingen) om met collega’s uit de verschillende VTH-teams mee te lopen. Het doel is om deze lijn in 2025 voort te zetten Deel II – Uitvoeringsprogramma

34

en het aanbod van masterclasses, werksessies en meeloopdagen (in samenwerking met andere afdelingen) uit te breiden. 8.2.3 Ontwikkeling van systemen en processen De afdeling zal ook in 2025 verder werken aan het optimaliseren van de systemen en processen. Zo zal het zaaksysteem (PowerBrowser) verder doorontwikkeld worden. Ook is de afdeling aangehaakt bij het gemeentebrede project met betrekking tot de implementatie van Engage Process. In dit programma worden alle processen binnen de gemeente vastgelegd. Er wordt onderzocht of dit programma uitkomst biedt voor het centraliseren van informatie, zodat medewerkers op één centrale plek de procedure, de werkinstructies en andere relevante informatie kunnen vinden. Indien dit het geval lijkt, zal dit in de loop van 2025 ingericht worden. 8.2.4 Datagestuurd werken In 2025 gaat de afdeling daarnaast meer datagestuurd werken. In 2024 is al een start gemaakt met het koppelen van het zaaksysteem PowerBrowser aan Qlikview, waar data uit het systeem overzichtelijk in cijfers wordt weergegeven. Qlikview wordt, met ondersteuning van de afdeling DIA, in 2025 verder ingericht en het management en de procesmanagers gaan deze informatie gebruiken om de teams aan en bij te sturen waar nodig.

Deel II – Uitvoeringsprogramma

35

9

Samenwerking met verbonden partijen

Voor de verbonden partijen (ODIJ en VRK) die taken uitvoeren binnen het VTH-werkveld geldt dat hierover jaarlijks apart aan de gemeenteraad stukken worden voorgelegd en hierover wordt gerapporteerd (begroting, jaarrekening, etc.). In dit hoofdstuk wordt dan ook alleen de algemene voortgang benoemd. Voor het overige wordt verwezen naar de stukken van de Omgevingsdienst IJmond (ODIJ) en de Veiligheidsregio Kennemerland (VRK). 9.1

De Omgevingsdienst IJmond (ODIJ)

9.1.1 Taken De ODIJ voert voor de gemeente Haarlem het basispakket milieu uit (wettelijk verplicht ondergebracht bij een omgevingsdienst). Verder verzorgt de ODIJ het inrichting-gebonden milieutakenpakket voor Haarlem en voert dit uit, en ten slotte (als plustaak), heeft de ODIJ het signaaltoezicht op brandveiligheid en bouw- en woningtoezichttaken bij milieuinrichtingen. Daarnaast voert de ODIJ de algemene advisering voor Haarlem uit met betrekking tot Schipholtaken. 9.1.2 Uitvoeringsprogramma 2025 Het uitvoeringsprogramma voor 2025 van de ODIJ is in de vergadering van 10 december 2024 vastgesteld. In dat Uitvoeringsprogramma VTH 2025 staat hoe de ODIJ in 2025 concreet met uitvoerings- en handhavingsactiviteiten op grond van de Omgevingswet, de Wet kinderopvang en de Alcoholwet omgaat. De ODIJ gaat een groot deel van haar beschikbare capaciteit in 2025 besteden aan haar wettelijke taken, waaronder handhavingsverzoeken en aanvragen tot (omgevings)vergunningen. Voor de gemeente Haarlem zal de ODIJ op verschillende gebieden – waaronder toezicht en handhaving evenals vergunningverlening milieu, bodem en asbest – controles uitvoeren en advies geven.

9.1.3 Interbestuurlijk programma Het kabinet stelt naar aanleiding van de bevindingen door de commissie van Aertsen in haar memo van 22 augustus 2022 aan de Kamer dat de vraag om een sterker en onafhankelijker VTH-stelsel op het terrein van milieu zeer belangrijk is. Hiertoe is een Interbestuurlijk Programma (IBP) opgesteld, waarin verschillende acties zijn geformuleerd. De primaire focus van het IBP is het op orde brengen van de uitvoering van de basistaken. Om inhoudelijk bij te dragen aan het opstellen van het IBP, participeert de ODIJ in meerdere pijlers. Eén van de onderdelen uit dit IBP VTH is het versterken van de GR. Dit vraagt ook input en denkkracht van de afdeling VTH als opdrachtgever van de ODIJ. Een onderdeel hiervan is het meer cijfermatig onderbouwen van waar er risico’s zijn. 9.2

Veiligheidsregio Kennemerland, Brandweer

9.2.1 Taken VRK, Brandweer De VRK geeft voor de gemeente Haarlem advies over brandveiligheid bij bestemmingsplannen en voor een deel bij omgevingsvergunningsaanvragen activiteit bouwen, milieutechnische zaken en aanvragen voor evenementen. In het kader van toezicht op de brandveiligheid voert de VRK diverse soorten controles uit. Dit zijn voornamelijk de periodieke controles op de omgevingsvergunningen brandveilig gebruik en gebruiksmeldingen. Daarnaast voert de VRK-controles uit op grote evenementen en andere tijdelijke inrichtingen.

Deel II – Uitvoeringsprogramma

36

9.2.2 Jaarplan 2025 Op het moment van schrijven heeft de VRK het Jaarplan voor 2025 nog niet met de gemeente gedeeld. De VRK deelt de ontwerpbegroting van het volgende jaar en het jaarverslag van het volgende jaar, jaarlijks in april met de gemeenten. De gemeenten worden dan in de gelegenheid gesteld om hierop te reageren, waarna de stukken worden besproken in het Dagelijks Bestuur en in juli definitief worden vastgesteld door het Algemeen Bestuur. Hoewel de het Jaarplan voor 2025 nog niet met de gemeente Haarlem is gedeeld, is al wel bekend dat de uurlonen op zullen lopen (naar €136 per uur) voor 2025. Deze nieuwe voorgestelde uurlonen zijn nog niet opgenomen in de begroting. Deze nieuwe uurlonen zullen worden besproken en vastgesteld voor de zomer en daar moet dan in het Algemeen Bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling VRK een besluit over worden genomen. In principe neemt de gemeente het wettelijke aantal uren af op het gebied van de VRK brandveiligheid en volgt zij verder de landelijke lijn. 9.2.3 Verantwoording 2024-2025 Met een tussenrapportage en een jaaroverzicht informeert de Sector Risicobeheersing van de VRK de gemeente Haarlem twee keer per jaar (resp. kort na de eerste helft van het jaar (september) en vervolgens zo spoedig mogelijk na de jaarwisseling (eind januari)) over de bereikte resultaten in het betreffende jaar.

Op het moment van schrijven is de afdeling nog in afwachting van de tweede tussenrapportage. 9.3

Veiligheidsregio Kennemerland, GGD

De gemeente is verantwoordelijk voor het toezicht en de handhaving op kinderopvang. Eventuele handhavingsacties, voortvloeiend uit de inspecties, worden door de gemeente uitgevoerd. 9.3.1 Taken VRK, GGD De inspecties kinderopvang worden uitgevoerd door de Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst (GGD). Jaarlijks wordt hierover in samenspraak met de GGD een werkplan opgesteld. 9.3.2 Verantwoording 2024 Met het jaarverslag legt het college verantwoording af over het uitgevoerde toezicht en de handhaving op de kwaliteit van de kinderopvang in het kader van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen aan de Inspectie van het Onderwijs. De Inspectie van het Onderwijs voert jaarlijks een risicoanalyse uit waarbij wordt nagegaan of er risico’s zijn in de uitvoering van de taken die gemeenten krachtens de Wet kinderopvang heeft op het gebied van toezicht en handhaving. De risicoanalyse is uitgevoerd op basis van de aangeleverde verantwoording over de taken in het jaar 2023 en gegevens uit de landelijke systemen die worden gebruikt voor het toezicht en de handhaving op de Wet kinderopvang. Op basis van deze gegevens heeft de inspectie geen aanleiding voor het uitvoeren van een onderzoek. Het resultaat over 2024 wordt in de loop van 2025 bekend en de verantwoording voor 2024 wordt voor 1 juli 2025 vastgesteld door het college B&W.

9.3.3 Jaarplan 2025 Eind 2024 heeft de GGD een korte terugblik gegeven op 2024 en tegelijkertijd een voorstel voor de inspecties 2025 opgesteld. Aan de hand van dit voorstel is de opdracht verstrekt voor de inspectie kinderopvang die de GGD in 2025 voor de gemeente Haarlem uitvoert. Deel II – Uitvoeringsprogramma

37

Net als bij de VRK Brandweer, valt ook bij de GGD op dat de uurlonen in 2025 op zullen lopen. Deze nieuwe uurlonen zijn nog niet opgenomen in de begroting en zullen worden besproken en vastgesteld voor de zomer. In het Algemeen Bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling VRK zal hier dan een besluit over moeten worden genomen. De gemeente neemt in principe het wettelijke aantal uren af op het gebied van de GGD en volgt daarnaast de landelijke lijn bij de adviezen. Echter blijkt wel dat de kosten toe zullen gaan nemen en dit kan mogelijk gevolgen hebben voor het aantal uren dat de gemeente af neemt op het gebied van adviezen.

Deel II – Uitvoeringsprogramma

38

10

Borging financiële middelen

In de begroting 2024-2028 van de gemeente Haarlem worden in programma 6 – Burger, bestuur en veiligheid – de financiële middelen beschikbaar gesteld die nodig zijn om de taken uit te voeren. Specifiek vallen de werkzaamheden onder paragraaf 6.3 – Openbare orde en veiligheid. De uitvoering van de VTH-taken wordt deels gedekt uit de algemene middelen en deels uit de inkomsten op de leges. De inkomsten van de bouwleges staan genoemd in de tabel ‘Opbrengst belastingen en heffingen’ welke te vinden is op pagina 191 en 192 van de begroting. Voor 2025 is een bedrag van €12.496.000 geraamd voor de baten leges fysieke leefomgeving. Eventuele afwijkingen worden volgens de bestaande afspraken aan de raad verantwoord en deze kunnen zo nodig bijgesteld worden De bijdragen aan de verbonden partijen staan vermeld in de tabel ‘Gemeenschappelijke regelingen’ op pagina 129 van de begroting. De salariskosten voor het personeel van de afdeling VTH staat in de tabel ‘5.4 Overzicht personeel’ op pagina 264 van de begroting.

Deel II – Uitvoeringsprogramma

39

Deel III – Bijlagen Bijlage 1 – Vergunningverlening, Toezicht & Handhaving 11.1

Wettelijke basis

Het is een wettelijke verplichting (vastgesteld in het Besluit Omgevingsrecht, artikel 13.8) om de uitvoerings- en handhavingsstrategie uit te werken in een uitvoeringsprogramma, waarin wordt aangegeven welke van de werkzaamheden het komende jaar zullen worden verricht. 11.2

Reikwijdte werkzaamheden

Dit document gaat over de activiteiten op het gebied van de fysieke leefomgeving. Dat zijn de VTHtaken die voortvloeien uit wet- en regelgeving op het gebied van milieu, bouwen, ruimtelijke ordening, brandveiligheid, de Alcoholwet, delen van de APV, de Huisvestigingsverordening, parkeren en kinderopvang. Niet al deze taken worden door de gemeente zelf uitgevoerd. Het regionale informatie en expertisecentrum (RIEC) is een belangrijke partner bij de inspanningen om fraude en ondermijning te bestrijden die raken aan het werkterrein van VTH. De ODIJ verricht de uitvoerende milieutaken en de VRK verricht een deel van de taken op het gebied van brandveiligheid en kinderopvang. De resultaten van hun werkzaamheden zijn van invloed op de gewenste resultaten in de leefomgeving van de gemeente waar dit uitvoeringsprogramma over gaat, maar ze worden apart aan de raad ter vaststelling of kennisgeving toegezonden. De taken op het gebied van ‘veiligheid en handhaving in de openbare ruimte’ vallen buiten de scope van dit uitvoeringsprogramma. Deze werkzaamheden worden jaarlijks gevat in een apart actieprogramma Integrale Veiligheid en Handhaving van de afdeling Veiligheid en Handhaving (V&H). Dit plan wordt jaarlijks opgesteld en vastgesteld door het college van B&W.

Uiteraard worden de beide programma’s op elkaar afgestemd voor zover er overlap is op onderwerpen (zoals bijvoorbeeld bij het project Lelie, de inspecties woonwagenlocaties, de RIEC knooppunten en de Waarderpolder). 11.3

Geldende regelgeving als basis voor de uit te voeren taken

De vergunningverlening, het toezicht en de beginselplicht tot handhaving is voor de gemeenten vastgelegd in een aantal wetten en regels. Daarbij moet worden voldaan aan door het Rijk vastgestelde minimale kwaliteitscriteria. De gemeenten hebben de vrijheid om bij de uitvoering van hun taken zelf een prioritering aan te brengen. De wetten en regels waarop het VTH-beleid is gebaseerd zijn onder andere de Omgevingswet (waarin een groot aantal wetten is opgegaan), de Huisvestingswet, de Alcoholwet en de Wet op Kansspelen. 11.4

Algemene uitgangspunten in de werkwijze

Er is sprake van algemene uitgangspunten in de werkwijze van de gemeente bij de uitvoering van VTHtaken. In Haarlem worden bij de uitvoering van de VTH-werkzaamheden de volgende uitgangspunten gehanteerd: ▪ ▪

Gelijke gevallen worden gelijk behandeld; De eigen verantwoordelijkheid van burgers, bedrijven en instellingen staat voorop;

Deel III – Bijlagen

40

▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

11.5

Het toezicht en de handhaving vinden in redelijkheid, dat wil zeggen proportioneel, plaats; Er is een goede informatie-uitwisseling en samenwerking met in- en externe partners; Er wordt in begrijpelijke taal en eenduidig naar de burgers gecommuniceerd; Bij de prioritering van inzet van middelen wordt rekening gehouden met de grootste risico’s – bescherming van de volksgezondheid en de veiligheid staan daarbij voorop; Overtredingen die niet op initiatief van de overtreder zelf worden beëindigd, worden met bestuurlijke middelen aangepakt; Als een bestuursrechtelijke procedure wordt gestart, moet deze ook worden afgemaakt (dit draagt bij aan de bestuurlijke geloofwaardigheid); Vergunningen worden tijdig verleend; Ketenaanpak en integrale aanpak zijn vereist; Het algemeen belang versus privaat belang wordt zorgvuldig afgewogen in ieder proces; De kennis en kunde van de medewerkers zijn op adequaat niveau conform de geldende kwaliteitseisen VTH. Beleidscyclus

Doormiddel van de zogenoemde ‘Big-8’ feedbackcyclus (figuur 1) wordt permanent gemonitord of de juiste dingen worden gedaan en of die dingen goed worden gedaan. Dit gebeurt op zowel de korte als op de lange termijn. Er wordt jaarlijks zicht gehouden op het proces, de voortgang wordt geëvalueerd en de processen worden indien nodig bijgesteld (afgeronde, aangepaste of nieuwe processen). Op die manier kan er ook een beeld gevormd worden of de inspanningen van de afdeling daadwerkelijk bijdragen aan het behalen van de gestelde doelen voor toezicht en handhaving. Binnen het continu leren en verbeteren, het toepassen van de ISO-systematiek en de ‘Big-8’-systematiek zal ook in 2025 worden gewerkt aan: ▪ ▪ ▪ ▪ 11.6

De informatievoorziening, met als doel de monitoring, evaluatie en verslaggeving verder te verbeteren; Het oppakken van de analyseresultaten en uit te voeren acties uit het BMC onderzoek. Dit onderzoek is in 2024 gestart en zal in 2025 worden voortgezet en tot resultaten leiden; Het oppakken van de analyseresultaten en uit te voeren acties uit het 213a onderzoek naar deregulering. Dit onderzoek is in 2024 gestart en zal in 2025 tot resultaten leiden; Het verwerken van het onderzoek naar versterken van de VTH-taken in 2023 e.v.. Omgevingswet en Wkb

De Omgevingswet en de Wet Kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) zijn per 1 januari 2024 in werking getreden. De daarbij benodigde uitgewerkte werkprocessen zijn in 2023 afgerond. Ten opzichte van de aanvraag om de omgevingsvergunning waarbij de bouwtechnische en de bestemmingsplanaspecten in één en dezelfde vergunningen worden afgehandeld, vindt er in het nieuwe stelsel een knip plaats tussen enerzijds de bouwactiviteit en anderzijds de omgevingsplanactiviteit (zie figuur 2). Op grond van de Wkb verandert het vergunningentraject voor de bouwactiviteiten in de komende jaren stapsgewijs (gefaseerde invoering gevolgklassen 1, 2 en 3).

Figuur 1. Big-8 Beleidscyclus

Deel III – Bijlagen

41

Figuur 2. Knip tussen bouwactiviteiten en omgevingsplanactiviteiten

11.7

Kwaliteitscriteria

Alle hierboven genoemde VTH-werkzaamheden dragen bij aan een duurzame, gezonde, veilige, toegankelijke en historisch waardevolle stad. Om dit te realiseren hanteert de gemeente Haarlem de landelijke VTH-kwaliteitscriteria. Het doel van deze landelijke kwaliteitscriteria is om bij de uitvoering van de VTH-taken een meer gelijkmatige aanpak over het hele land te bereiken, waardoor de uitvoering van die taken in de breedte overal van een kwalitatief verantwoord niveau is. In 2022 zijn de kwaliteitscriteria 2.2 vervangen voor de nieuwere versie 2.3. Het voldoen aan deze kwaliteitscriteria is in de afgelopen jaren onder druk komen te staan door de groei van de werkvoorraad, de hogere ambities rond het bouwen van woningen en de inbedding van de doelen uit de vastgestelde Omgevingsvisie. Binnen het doel om de VTH-taken te versterken binnen het fysieke domein, is blijven voldoen aan de kwaliteitscriteria het uitgangspunt.

Deel III – Bijlagen

42

11.8

Het kwaliteitszorgsysteem VTH

Het kwaliteitszorgsysteem VTH is voor iedereen zichtbaar, door dat alle relevante informatie op Insite vindbaar is. Het bevat onder andere informatie over de proceseigenaar, de procesverantwoordelijke, wie er intern en extern betrokken zijn bij de verschillende processen en welke landelijke en gemeentelijke wetgeving van toepassing is. Daarnaast zijn de relevante beleidsdocumenten beschikbaar en bevat het de beschrijvingen van werkprocessen en de werkinstructies. Dit is opgezet om uniformiteit aan te brengen in de werkwijze en geleverde kwaliteit door de medewerkers die met één en dezelfde soort taak bezig zijn. Daarnaast wordt regelmatig getoetst of de werkprocessen nog ‘lean’ zijn ingericht. 11.9

Inspelen op actuele vraagstukken

De werkzaamheden in de fysieke leefomgeving zijn nooit voor 100% vooraf te plannen. Het is noodzakelijk om flexibel te kunnen schuiven binnen het programma. Dat betekent dat wanneer zich specifieke zaken voordoen die acuut aandacht behoeven, daarop direct moet kunnen worden geacteerd. Een gevolg hiervan kan zijn dat op dat moment niet alle in dit Uitvoeringsprogramma 2025 opgenomen activiteiten volledig kunnen worden gerealiseerd. In het evaluatieverslag VTH voer 2025, dat begin 2026 verschijnt, wordt hierover uiteraard ook gerapporteerd. 11.10 Handhavingsstrategie 11.10.1

Beginselplicht tot handhaven

Een belangrijk uitgangspunt bij handhaving is dat de gemeente in beginsel over moet gaan tot handhaving bij overtreding van wet- en regelgeving waarvoor de gemeente het bevoegd gezag is. Dit wordt de beginselplicht tot handhaving genoemd. In de jurisprudentie is over deze beginselplicht de volgende standaardoverweging tot stand gekomen: ‘Gelet op het algemeen belang dat is gediend met de handhaving, zal in geval van overtreding van een wettelijk voorschrift het bestuursorgaan dat bevoegd is met bestuursdwang of een last onder dwangsom op te treden, in de regel van deze bevoegdheid gebruik moet maken. Slechts in bijzondere omstandigheden mag van het bestuursorgaan worden gevergd dit niet te doen. Dit kan zich voordoen indien concreet uitzicht op legalisatie bestaat. Voorts kan handhavend optreden zodanig onevenredig zijn in verhouding tot de daarmee te dienen belangen dat van optreden in die concrete situatie behoort te worden afgezien.’. Ondanks de beginselplicht tot handhaving kan in bepaalde gevallen worden besloten om niet tot handhaving over te gaan of dat op een later moment te doen. Dit heeft te maken met het spanningsveld tussen de omvang van de taken op het terrein van toezicht en handhaving enerzijds en de daarvoor beschikbare capaciteit anderzijds. Daarom is het noodzakelijk om keuzes te maken op basis van vastgestelde prioriteiten.

Handhaven op de langere termijn (‘uitgesteld handhaven’) kan juist een bewuste strategische keuze zijn in het kader van integraal programmatisch handhaven. Uitgesteld handhaven moet dan ook niet verward worden met gedogen. In situaties waarbij sprake is van gedogen wordt een gedoogbeschikking afgegeven. Prioriteiten stellen in handhavingsbeleid mag, maar geheel afzien van handhaving niet. De afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat prioritering in handhavingsbeleid is toegestaan, maar dat beleid dat inhoudt dat tegen overtredingen die in het handhavingsbeleid een lage prioriteit hebben in het geheel niet handhavend zal worden opgetreden, rechtens niet aanvaardbaar is, omdat daarmee het te handhaven wettelijk voorschrift wordt ondergraven. 11.10.2

Handhaving in Haarlem (VTH)

Deel III – Bijlagen

43

Bij de uitvoering van de toezicht- en handhavingstaken wordt de eigen verantwoordelijkheid en de betrokkenheid van burgers en bedrijven gestimuleerd bij het oplossen van vraagstukken. Als dat niet leidt tot een voldoende resultaat kan in voorkomende gevallen handhaving volgen. In geval van vergunningplichtige activiteiten is dit aan de orde wanneer tijdens controles wordt geconstateerd dat niet conform de verleende vergunningen wordt gewerkt. De toezichthouders proberen zoveel mogelijk afwijkingen ten opzichte van de vergunningen direct met de vergunninghouder op te lossen. Lukt dit niet, dan volgt op grond van de Algemene wet bestuursrecht eerst een waarschuwing. Als dat ook niet tot een oplossing leidt, wordt veelal besloten tot bestuursrechtelijke handhaving. Daarnaast vindt handhaving plaats naar aanleiding van geplande toezichtacties of de afhandeling van klachten en meldingen. Afhankelijk van de aard en de ernst van de overtreding wordt de overtreder gewaarschuwd of wordt er direct bestuursrechtelijk en/of strafrechtelijk opgetreden. In het geval van een klacht of incidentmelding neemt een toezichthouder contact op met de melder en beoordeelt hij of zij de situatie ter plaatse. Indien sprake is van een overtreding, wordt hiertegen opgetreden. In sommige gevallen kan de melding middels een overleg worden afgedaan.

Indien overleg niet toereikend blijkt te zijn, wordt (indien sprake van een overtreding) een handhavingstraject gestart. Dit kan leiden tot intensieve trajecten waarbij ook juridische capaciteit moet worden ingezet. Indien een formeel verzoek om handhaving wordt ingediend, wordt hier standaard juridische capaciteit op ingezet. In veel gevallen blijkt dat er achter indienen van een klacht of het doen van een melding, sprake is van (ook) andere conflicten tussen omwonenden. Een duurzame oplossing wordt dan niet gevonden in het volgen van (handhavings-)procedures, maar in het opstarten van het goede gesprek tussen alle betrokken partijen. 11.10.3

Handhaving onder de Wkb

Onder de Wkb komt een groot deel van de verantwoordelijkheid bij de kwaliteitsborger te liggen. Echter, heeft de kwaliteitsborger zelf geen handhavingsbevoegdheid, waardoor het college van B&W het bevoegd gezag blijft voor de handhaving. Dit is bepaald in artikel 18.2 van de Omgevingswet, gelezen in samenhang met artikel 4.3, lid 1, bus a van de Omgevingswet en artikel 4.9 van de Omgevingswet. Indien bij een overtreding wordt geconstateerd dat er geen verklaring van de kwaliteitsborger is, moet er handhavend worden opgetreden. Of er wel of niet handhavend wordt opgetreden is een afweging die de afdeling VTH elke keer moet maken. Het is echter belangrijk om de evenredigheid van handhaving te bewaren. 11.11 Vormen van toezicht en handhaving In de fysieke leefomgeving in Haarlem zijn de volgende vormen van toezicht en controle te onderscheiden: 1. Vergunningsgericht toezicht: uitvoeren van controles naar aanleiding van verleende vergunningen/meldingen; 2. Objectgericht toezicht: toezicht op categorieën objecten zoals eigen gemeentelijk bezit en monumenten; 3. Gebiedsgericht toezicht: toezicht op wijkniveau naar aanleiding van klachten, meldingen of voor enig jaar geformuleerde speerpunten; 4. Doelgroepsgericht toezicht: toezicht op bepaalde groepen met dezelfde soort overtreding; 5. Signaaltoezicht: toezicht naar aanleiding van klachten en meldingen; 6.

Piepsysteem: vergunde bouwwerken, waarbij bouwkosten niet hoger zijn dan €50.000,-. Deel III – Bijlagen

44

Bijlage 2 – Procescriteria beleidscyclus VTH-taken De procescriteria zijn de eisen die worden gesteld aan de beleidscyclus bij de taken van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH). De procescriteria zijn te vinden in het Omgevingsbesluit, artikelen 13.5 tot en met 13.11. 12.1

Twee cycli: beleidsvormend en uitvoerend

De beleidsvormende cyclus is voornamelijk het domein van de bevoegde gezagen. Hier worden de kaders geformuleerd voor het uitvoeringsprogramma. De uitvoerende cyclus ligt deels bij omgevingsdiensten en deel bij bevoegde gezagen zelf. 12.2

Big-8 model is een samenhangend geheel

Het samenhangende geheel van beide cycli wordt ook wel Big-8 genoemd. Dit model maakt vanuit een strategisch kader de vertaling naar operationeel beleid ten behoeve van kwaliteitsborging samen met een sluitende planning- en control cyclus. Door deze cycli te volgen, wordt de cyclus, die begint bij het opstellen van het beleid en via de uitvoering uiteindelijk leidt tot het bijstellen van het beleid, gesloten. 12.3

De procescriteria volgens de Omgevingswet

De procescriteria geven de elementen aan die minimaal aanwezig moeten zijn. Daarnaast moeten de criteria worden gebruikt bij het inrichten van de organisatie. De volgende procescriteria worden onderscheiden: ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ 12.4

De uitvoeringsstrategie (artikel 13.5 en 13.6); De handhavingsstrategie (artikel 13.5 en 13.6); Het uitvoeringsprogramma (artikel 13.8); De uitvoeringsagenda (artikel 13.6); De uitvoeringsorganisatie (artikel 13.9); De borging van middelen (artikel 13.10); De evaluatierapportage (artikel 13.11). Huidige regelgeving opgenomen via Invoeringswet

Via de Invoeringswet Omgevingswet is de huidige regelgeving over VTH uit de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) opgenomen in paragraaf 18.3.2 (strategische en programmatische uitvoering en handhaving) van de Omgevingswet. Bij algemene maatregelen van bestuur (zoals het Omgevingsbesluit) stellen de betrokken bestuursorganen regels over de strategische en programmatische uitoefening van deze taken op. Dat doen zij in het belang van een doelmatige uitoefening van de uitvoeringstaak en de handhavingstaak. 12.5

Randvoorwaarden hogere kwaliteit handhaving

In hoofdstuk 13 van het Omgevingsbesluit staan de randvoorwaarden voor gemeenten en provincies om tot een hogere kwaliteit van handhaving te komen. Met name de artikelen 13.5 tot en met 13.11 gaan dieper in op de procescriteria, de afzonderlijke onderdelen van de strategische en programmatische uitvoering en handhaving. Deel III – Bijlagen

45

12.6

Beleidscyclus VTH onder de Omgevingswet

Figuur 3. Beleidscyclus VTH onder de Omgevingswet

Deel III – Bijlagen

46

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15457454/1