2 Bijlage Rapport derde evaluatie Anton Pieckhofje
Tekst van het document
Uitbreiding bewoners in het Anton Pieckhofje Derde meting na de uitbreiding naar 34 bewoners in de doorstroomvoorziening Periode november 2024 – april 2025
Margot Leegwater Cas Barendregt April 2025
1
Colofon Auteurs: Margot Leegwater en Cas Barendregt (Onderzoeksinstituut IVO) Den Haag, april 2025 Dit project wordt mogelijk gemaakt door: Gemeente Haarlem
IVO Instituut voor Onderzoek naar Leefwijzen en Verslaving
Waldorpstraat 80 2521 CD Den Haag T +31 (0)70 302 84 56 E secretariaat@ivo.nl www.ivo.nl
2
Inhoudsopgave 1. Inleiding ................................................................................................................. 4 2. Opzet van het onderzoek...................................................................................... 6 3. Bevindingen .......................................................................................................... 9 3.1 Perspectief (tijdelijke) bewoners van de bovenring en huurdersvereniging De Waakvlam............................................................................................ 9 Overlast en maatregelen ........................................................................... 9 3.2 Perspectief omwonenden .......................................................................... 10 Leefklimaat ............................................................................................. 10 Overlast en maatregelen ......................................................................... 11 Toekomst ................................................................................................ 11 3.3 Perspectief Ymere ..................................................................................... 11 Leefklimaat .............................................................................................
12 Overlast en maatregelen ......................................................................... 12 Toekomst ................................................................................................ 12 3.4 Perspectief Leger des Heils ....................................................................... 12 Leefklimaat ............................................................................................. 13 Overlast en genomen maatregelen ......................................................... 13 Toekomst ................................................................................................ 14 3.5 Perspectief benedenbewoners................................................................... 14 Overlast en genomen maatregelen ......................................................... 15 Toekomst ................................................................................................ 15 3.6 Perspectief RIBW K/AM ............................................................................. 16 Leefklimaat ............................................................................................. 16 Overlast en genomen maatregelen ......................................................... 16 Toekomst ................................................................................................
16 3.7 Perspectief Gemeente Haarlem MO .......................................................... 16 Overlast en genomen maatregelen ......................................................... 17 Toekomst ................................................................................................ 17 4. Synthese .............................................................................................................. 18 Beantwoording onderzoeksvragen................................................................... 18 5. Advies .................................................................................................................. 21 Bijlage 1 Draagvlak aanbevolen maatregelen bij advies ..................................... 24 Bijlage 2. Stoplichtmodel ....................................................................................... 27 Bijlage 3 Beoordelingsformulier situatie rondom Anton Pieckhofje .................. 28
3
1. Inleiding In juli 2021 besloot de gemeente Haarlem om 181 voormalig dakloze mensen te plaatsen in een nieuwe doorstroomvoorziening van het Leger des Heils, het Anton Pieckhofje. Het idee was om na deze plaatsing een verbouwing uit te voeren om het pand geschikt te maken voor 34 bewoners. Inmiddels heeft de verbouwing plaatsgevonden en is het aantal bewoners van de doorstroomvoorziening stapsgewijs van 16 naar 24, en van 24 naar 34 uitgebreid. Met deze beslissing gaf de gemeente uitvoering aan het programma Brede aanpak van daken thuisloosheid 2020 en 2021, waarin de ambitie is opgenomen om meer doorstroomvoorzieningen in de regio te realiseren vanwege het tekort aan capaciteit in de bestaande doorstroomvoorzieningen. Vanwege dit tekort verblijven mensen die dakloos zijn geraakt onnodig lang in de nachtopvang, hetgeen hun maatschappelijke (re)integratie kan belemmeren. De gemeente zag het Anton Pieckhofje als een geschikte locatie om de capaciteit van doorstroomvoorzieningen te vergroten. Het Anton Pieckhofje was lange tijd een voorziening voor ouderen met dementie. Het bestaat uit zes geschakelde woningen rond een gezamenlijke binnentuin en biedt een beschutte woonomgeving. Vijf woningen (‘huisjes’ in het dagelijks spraakgebruik) tellen zes slaapkamers, en één vier, waardoor de locatie als doorstroomvoorziening na de verbouwing in totaal 34 plaatsen biedt.
In een collegebesluit ‘Aanscherping randvoorwaarden doorstroomvoorziening Anton Pieckhofje’ werd de uitbreiding van het aantal bewoners naar 34 afhankelijk gemaakt van de verbouwing en van de uitkomsten van een evaluatieonderzoek. Dit collegebesluit spreekt ook van een getrapte uitbreiding: eerst naar 24 en die situatie evalueren, als dat goed gaat uitbreiden naar 34 en ook die situatie evalueren. Deze rapportage is het derde deel en laatste van dit evaluatieonderzoek. Naar aanleiding van de eerste evaluatieronde in het najaar van 2023 adviseerde het IVO over een aantal maatregelen die getroffen zou moeten en/of kunnen worden alvorens op te hogen naar 24 bewoners. Het collegebesluit van 12 december 2023 gaf het volgende aan: Het college besluit acht van de negen voorgestelde voorwaarden te realiseren, namelijk: 1. Vier noodzakelijke voorwaarden: a.
i. Overlastprotocol met sanctiemogelijkheden opstellen;
b.
ii. Een sanctieprotocol opstellen (wordt meegenomen in het overlastprotocol);
c.
iii. Betrek het Leger des Heils bij het plaatsen van bewoners in de doorstroomvoorziening;
d.
iv. Een sterfhuisconstructie toepassen wanneer afschalen nodig is.
2. Twee aanbevolen voorwaarden: a.
i. Een werkopdracht geven aan de gemeentelijke handhavers;
b.
ii. Vier maanden na ophoging wordt de volgende evaluatieronde afgerond.
III. Twee optionele voorwaarden: a. 1
De directe buitenruimte van het APH wordt door Spaarnelanden
Dit werden er later 16 vanwege de verplaatsing van de ingang.
4
onderhouden. Het college neemt initiatief om de binnentuin van het APH op te knappen en te onderhouden; b.
Het college gaat met Ymere in gesprek over de inzet van een community builder in en rondom het Anton Pieckhofje.
In het tweede rapport, van juli 2024, zijn de gerealiseerde voorwaarden, de uitvoerbaarheid en de resultaten van deze voorwaarden met de geïnterviewden besproken. In dat tweede rapport zijn opnieuw aanbevolen maatregelen geformuleerd. Het ging om deze vijf: 1) de timing van ophoging naar 34 bewoners (op zijn vroegst eind augustus 2024); 2) aanscherping van de uitvoering van het overlast- en sanctieprotocol; 3) anticiperen op de situatie met ‘volledige bezetting’; 4) de timing van de derde meting (na drie maanden volledige bezetting) en 5) monitoring van de leefsituatie in en om het Anton Pieckhofje na de evaluatie. Dit derde en laatste rapport presenteert de bevindingen van de derde meting in de situatie waarbij 34 bewoners zijn gehuisvest in de doorstroomvoorziening. In de synthese (hoofdstuk 4) bespreken we het merendeel van de hierboven opgesomde maatregelen. Maatregelen komen, wanneer daar aanleiding toe is, ook aan de orde in de perspectieven van betrokkenen. Rond de periode dat de interviews voor de tweede evaluatieronde werden gehouden hield Ymere gesprekken met de bewoners van de bovenring over een passend verhuisaanbod. Ten tijde van de laatste interviewronde, tussen eind januari en eind februari dit jaar, waren alle bovenbewoners, op één persoon na, inmiddels verhuisd. De vrijgekomen woningen heeft Ymere ondergebracht bij het bedrijf voor o.a.
leegstandsbeheer verhuur VPS, die de woningen voor tijdelijke verhuur heeft aangeboden. Bijna alle woningen in de bovenring waren tijdens de gehouden interviews verhuurd.
5
2. Opzet van het onderzoek De gemeente Haarlem heeft aangegeven dat zij op een zorgvuldige manier wil kijken of en hoe zij, in samenspraak met betrokkenen, een prettige woonomgeving in en rond het Anton Piekhofje kan garanderen. De gemeente heeft onderzoeksinstituut IVO gevraagd om een evaluatieonderzoek in drie rondes uit te voeren naar de ervaringen van betrokkenen met de 16, 24 en 34 bewoners van de doorstroomvoorziening van het Leger des Heils. Een begeleidingscommissie, die bestaat uit vertegenwoordigers van de verschillende betrokken partijen (het Leger des Heils, omwonenden, de bewoners van de bovenring zijn vertegenwoordigd door huurdersvereniging De Waakvlam, Ymere, en de gemeente), begeleidt de IVO-onderzoekers bij de evaluatierondes. De begeleidingscommissie kwam voor deze derde ronde (na uitbreiding naar 34 bewoners) twee keer bij elkaar. In de eerste bijeenkomst van deze ronde blikten we terug op de situatie rond het Anton Pieckhofje en de huidige stand van zaken en bespraken we de voorbereidingen voor de 3e evaluatieronde. In de tweede bijeenkomst bespraken we de conceptrapportage: de bevindingen en het conceptadvies. De begeleidingscommissie heeft een adviserende rol, het IVO is verantwoordelijk voor de uiteindelijke tekst en de formulering van het advies.
De input van de begeleidingscommissie heeft vooral beslag gekregen in hoofdstuk 4 (Synthese) en hoofdstuk 5 (Advies) en bijlage 1 (Draagvlak voorwaarden) en bijlage 3 (Beoordelingsformulier situatie rondom Anton Pieckhofje).
Doelstelling Doel van dit evaluatieonderzoek is tweeledig. Ten eerste is het bedoeld om de beleving van de situatie rond het Anton Pieckhofje vanuit het perspectief van de verschillende betrokkenen (onder andere bewoners bovenring, bewoners van de voorziening, omwonenden, gemeente en Leger des Heils) inzichtelijk te maken. Ten tweede is het de bedoeling om te komen tot een gedragen advies aan de gemeente waarin ‘voorwaarden’, ‘aanbevelingen’ en ‘opties’ met betrekking tot de doorstroomvoorziening worden genoemd die een prettige leefomgeving voor de beneden- en bovenbewoners en omwonenden mogelijk maken. Deze adviezen zijn de basis voor afspraken die betrokkenen (kunnen) maken om een prettige leefomgeving mogelijk te maken in de situatie waarin het Anton Pieckhofje op maximale capaciteit functioneert. Onderzoeksvragen 3e evaluatieronde De onderzoeksvragen waarmee we in ronde 1 en 2 werken voldoen niet aan de situatie in ronde 3. In tabel 1 zetten we de oude en nieuwe vragen naast elkaar. Onder de tabel geven we een toelichting. Tabel 1. Verantwoording onderzoeksvragen 3e ronde Vragen in Vragen in ronde 1 (nulmeting) en ronde 2 ronde 3 1. Hoe ervaren betrokkenen de situatie rond 1.
Hoe ervaren betrokkenen de situatie in en rondom het Anton Pieckhofje? het Anton Pieckhofje, op het gebied van: a) Veiligheid a) Veiligheid b) Criminele (drugs) overlast b) Criminele (drugs) overlast (straathandel) (straathandel) c) Openbare orde (overtredingen APV) c) Openbare orde (overtredingen APV) d) Audiovisuele overlast (irritant, hinderlijk, d) Audiovisuele overlast (irritant, onaangepast gedrag) hinderlijk, onaangepast gedrag)
6
2. Welke maatregelen zijn volgens betrokkenen nodig om eventuele overlast en kans op incidenten duurzaam te beperken? a) Welke feitelijke beheersmaatregelen om overlast en incidenten te voorkomen, kunnen worden genomen? b) Welke beheerscyclus kunnen we inrichten voor het melden, afhandelen én voorkomen klachten? 3. Welke afspraken kunnen worden gemaakt met betrekking tot evaluatie van de situatie na uitbreiding? a) Op grond van welke criteria kunnen we de situatie in ronde 2 en 3 beoordelen? b) Over welke criteria bestaat wel en geen overeenstemming tussen betrokkenen? c) Welke (overlast)situatie leidt tot welk mogelijk scenario na meting (2e en 3e ronde)?
2. Hoe wordt er omgegaan met klachten of incidenten die volgens betrokkenen de ‘prettige leefomgeving’ aantasten?
3. Wat is er nodig om een duurzaam prettige leefomgeving rondom het Anton Pieckhofje te realiseren?
Vraag 1 past nog steeds goed, al hebben we deze uitgebreid door niet alleen ‘rond’ het Anton Pieckhofje naar de ervaren situatie te vragen, maar ook in de voorziening. Dit lag ook al in ronde 1 en 2 besloten, omdat we ook bewoners en staf van de voorziening interviewden. De antwoorden op vraag 2 hebben geresulteerd in een overlastprotocol dat is gecommuniceerd met de bovenbewoners en omwonenden. In deze laatste ronde is het logisch om de werking van de beheersmaatregelen te evalueren. Deels deden we dat ook al in ronde 2, maar in ronde 3 hebben we de vraag erop toegespitst. Vraag 3 gaat over het evaluatieproces zelf. Deels hebben we daarop eerder al een antwoord gegeven door het stoplichtmodel (vraag 3c in linker kolom en figuur 1) te introduceren met per ronde een in te vullen verantwoordingskader Meten, wegen en beoordelen (vraag 3a linker kolom). We hebben ook een feedbackronde ingelast waarbij de deelnemers van de begeleidingscommissie per geadviseerde maatregel (vraag 2 linker kolom) hun instemming of afkeuring kunnen aangeven. In de 3 e ronde bouwen we voort op deze werkwijze. Wat rest voor de 3e ronde is, gelet op de bevindingen uit de interviews, meer beschouwend te kijken naar de situatie in en om het Anton Pieckhofje, en wat nodig is voor een duurzame voortzetting. Figuur 1.
Stoplichtmodel Groen De situatie is acceptabel, bovenbewoners en omwonenden voelen zich comfortabel. Er is geen of nauwelijks sprake van overlast.
Oranje
Rood
Er is sprake van enige De overlastsituatie is overlast en extra onacceptabel. Er zijn maatregelen of voorwaarden aanhoudend klachten. Het zijn (op termijn) nodig, zoals protocol ‘Overlast en vastgelegd in het protocol Interventies Anton Pieckhofje Overlast en Interventies Haarlem’ van het Leger des Anton Pieckhofje Haarlem. Heils lijkt niet te werken.
7
Werkwijze De onderzoekers hebben voor deze derde en laatste evaluatieronde relevante documentatie over het Anton Pieckhofje bestudeerd, semigestructureerde interviews gehouden en hiervan verslagen gemaakt. Zij spraken met: -
Twee bewoners van de doorstroomvoorziening Vier (tijdelijke) bewoners van de bovenring. Dit waren in eerdere rondes steeds vijf bewoners Twee omwonenden, in een gezamenlijk gesprek Twee medewerkers van het Leger des Heils in een gezamenlijk gesprek. Dit waren in de eerdere rondes drie medewerkers Een vertegenwoordiger van RIBW KA/M Een vertegenwoordiger van woningcorporatie Ymere Twee medewerkers van de gemeente
Omdat er momenteel nog maar één bewoner van de bovenverdieping van Ymere huurt hebben we de voorzitter van De Waakvlam niet geïnterviewd, maar om schriftelijke input gevraagd over de visie van De Waakvlam op de toekomstige situatie met nieuwe Ymere huurders op de bovenring. Op basis van de gespreksverslagen zijn de perspectieven per groep betrokkenen geschreven. De interviews zijn ook de basis van de synthese (hoofdstuk 4), terwijl de verschillende bijeenkomsten met de begeleidingscommissie en schriftelijke en mondelinge gesprekken met individuele leden van de begeleidingscommissie ook input zijn geweest voor de adviezen in hoofdstuk 5 (en bijlage 1). De leden van de begeleidingscommissie hebben een conceptversie van dit rapport becommentarieerd. Over onafhankelijkheid en objectiviteit De onderzoekers hebben dit onderzoek onafhankelijk kunnen uitvoeren. We zijn ons niet bewust van eventuele beïnvloeding door de gemeente op de bevindingen en/of het verloop van het onderzoeksproces. Het gebruik van de term ‘objectief’ in dit type onderzoek is lastig. Immers, de data die we (opnieuw) hebben verzameld zijn geen vaststaande feiten, maar interpretaties van de werkelijkheid. In de gesprekken met de verschillende betrokkenen gingen we in op hun beleving van de (overlast)situatie.
Deze beleving is onlosmakelijk verbonden met de gevoelens, belangen en achtergrond van de geïnterviewden en dit heeft effect op hun interpretatie van de situatie en de manier waarop zij hieraan betekenis geven. Het betekent niet dat feiten worden ontkend, maar dat de ernst en betekenis ervan niet voor iedereen hetzelfde is. De perceptie van mensen op een situatie is bepalend voor hoe mensen op die situatie reageren.2 Bij het verwerken van de interviews hebben we hiermee rekening gehouden, onder andere door de verschillende perspectieven (hoofdstuk 3) aan de leden van de begeleidingscommissie voor te leggen ter verificatie.
2
Zie Het theorema van Thomas, uitgave van het Sociaal en Cultureel Planbureau (2003): https://repository.scp.nl/bitstream/handle/publications/1088/Het_theorema_van_Thomas.pdf?sequence =1 (bezocht 3 november 2023).
8
3. Bevindingen 3.1 Perspectief (tijdelijke) bewoners van de bovenring en huurdersvereniging De Waakvlam Voor deze evaluatie spraken we één tijdelijke huurder van de bovenring uitgebreid en drie andere huurders korter (en ook telefonisch). Zij wonen sinds december 2024 of januari 2025 op de bovenring. Omdat deze bewoners huren via de tijdelijke verhuurorganisatie VPS en zij dus niet worden vertegenwoordigd door huurdersvereniging De Waakvlam (die Ymere huurders vertegenwoordigt) heeft de voorzitter van De Waakvlam schriftelijk zijn mening gegeven over de toekomst van de bovenring en de doorstroomvoorziening. Leefklimaat Alle vier de bewoners van de bovenring zijn positief over het wonen in het Anton Pieckhofje. Wat opvalt is dat zij over het algemeen uit drukkere steden komen of eerder anti-kraak huurden en dat zij, daarmee vergeleken, de nieuwe woonplek als rustiger en vriendelijker ervaren. De huurder die uitgebreider is gesproken geeft aan: “Ik vind het heel prettig en ik wist van tevoren wat er beneden zat. VPS heeft een globale introductie gegeven. Dus ik wist genoeg. Het gaat om veel verschillende mensen, dat ken ik wel uit de tijd dat ik in Amsterdam woonde. Boven is het heel fijn dat we elkaar kennen, we zijn hier tegelijk gaan wonen.” Overlast en maatregelen Drie bewoners geven aan geen overlast te ervaren.
Eén van hen geeft aan gevoelig te zijn voor wietlucht, maar er zeker van te zijn dat ze dit niet heeft geroken. Een vierde bewoner geeft aan dat ze af en toe muziek hoort en mensen beneden hoort praten en dat ze daar door de week wel eens last van heeft. Zij vertelt ook dat af en toe de deur van het kantoor van het Leger des Heils openstaat, dat uitkomt op de hoofdingang voor de bovenbewoners. Hier stond een keer een groepje mensen te roken, waardoor het halletje blauw stond van de rook. Deze huurder verwoordt haar beleving van overlast zo: “Ik ervaar niet veel overlast. Je ziet wel veel onbekende mensen, maar dat is niet erg. Ik heb geen last van wietlucht gehad, je ruikt soms wel iemands houtkachel uit de omgeving. Je merkt wel een verschil in begroeting. De mensen beneden voelen niet de noodzaak om te groeten.” Geen van de vier geïnterviewde huurders weet hoe men bij ervaren overlast een klacht kan indienen. Eén bewoner geeft aan zich niet te kunnen herinneren wat VPS heeft uitgelegd, een ander is globaal over de doorstroomvoorziening geïnformeerd. De derde huurder zegt wel mondeling door VPS geïnformeerd te zijn over mogelijke overlast en herinnert zich dat dit bij VPS gemeld kan worden, maar kan dit niet terugvinden op papier.
De vierde huurder meent zich te herinneren dat bij het tijdelijke huurcontract contactgegevens zouden worden verstrekt, maar heeft deze niet ontvangen. Deze bovenbewoners zien het gebrek aan informatie over de klachtenprocedure echter niet als een probleem. Zij zien ook niet de noodzaak van het hebben van contact met het Leger des Heils, al heeft één van hen een keer met een Leger des Heils medewerker gesproken. Huurdersvereniging De Waakvlam is momenteel niet betrokken als vertegenwoordiger van de huidige, tijdelijke bewoners, die via de tijdelijke verhuurorganisatie VPS huren. Zij hebben uiteraard wel een visie op de huidige en toekomstige situatie. Allereerst benadrukt de voorzitter dat De Waakvlam het Anton Pieckhofje als doorstroomvoorziening ongeschikt blijft vinden voor zo'n intensieve bewoning met risico op spanning en overlast.
9
Een eventuele heropening van de binnentuin bijvoorbeeld moet dan ook eerst goed met de nieuwe lichting Ymere-huurders worden besproken. Hierbij moet rekening worden gehouden met een eerder opgesteld geluidsrapport, dat aangaf dat er bij de aanwezigheid van meerdere mensen in de binnentuin geluidsoverlast ontstaat. De voorzitter geeft aan dat de nieuwe Ymere huurders een betrokken en verantwoordelijke groep mensen moet zijn die bijvoorbeeld in de zorg, het onderwijs of bij de politie werkzaam is. Verder vindt hij dat zij goed georganiseerd moeten zijn in de vorm van een bewonerscommissie die deelneemt aan een structureel overleg, zodat hun stem gehoord wordt. De Waakvlam kan hier een ondersteunende rol spelen. De intensiteit van het overleg hangt af van hoe de situatie zich ontwikkelt. Verder merkt hij op: “Het lijkt mij dat nieuwe huurders die kiezen om in een mogelijk moeilijke situatie te gaan wonen daar vooraf goed over geïnformeerd worden. De Waakvlam wil daar graag bij betrokken zijn. Het lijkt mij ook niet meer dan logisch dat het wonen in een moeilijke situatie ook voordeel zou moeten kennen. Er wordt nogal iets gevraagd van de nieuwe bewoners. In wat voor vorm dat zou kunnen weet ik niet, misschien het niet verliezen van zoekpunten bij woningnet of huurkorting.
Een andere mogelijkheid die weinig overlast voor bewoners zal geven is als het hele Anton Pieckhofje bewoond gaat worden door de doelgroep die het Leger des Heils bedient. Of dit overlast voor de buurt gaat geven kunnen wij niet beoordelen.”
3.2 Perspectief omwonenden We interviewden twee omwonenden en deden dat dit keer in een gezamenlijk gesprek. Zij wonen beide in de Anijsstraat. Eén bewoner (we noemen haar bewoner A) woont min of meer tegenover de oude hoofdingang van de doorstroomvoorziening aan de Anijsstraat en is in het begin nauw betrokken geweest bij de veranderingen rondom het Anton Pieckhofje. Zij is gepensioneerd en vaak overdag thuis. De tweede bewoner (bewoner B) is niet actief betrokken (geweest) bij het Anton Pieckhofje. Zij werkt overdag en heeft daardoor minder zicht op wat er dan gebeurt. Vervolgens heeft een vertegenwoordiger van de omwonenden uit de begeleidingscommissie met een tiental andere omwonenden het beschreven perspectief gedeeld, met het verzoek of zij per mail aan de onderzoekers wilden aangeven of zij zich in dit perspectief konden vinden en/ of ze aanvullingen of aanpassingen hadden. Hierop zijn geen reacties gekomen. Het perspectief is dan ook niet aangepast. Leefklimaat Beide geïnterviewde bewoners zijn stellig over het leefklimaat. Ze vinden dat de buurt door het veranderde gebruik van het Anton Pieckhofje veranderd is en daardoor minder open en vriendelijk. Volgens bewoner A is ‘het hart uit de wijk’. Doordat er geen samenhang en contact meer is, is er ‘niks meer aan’ en is het anoniem geworden, ook doordat je als omwonende niet meer weet wie er in en uit het pand gaat.
Het roept ook vragen op over in hoeverre de bewoners van de doorstroomvoorziening ‘slechts’ economisch dakloos zijn of meerdere problemen hebben. Dit voedt allerlei aannames en speculaties over de doelgroep, aldus bewoner B. Ook zijn deze omwonenden kritisch over de het uiterlijk van de doorstroomvoorziening. Bewoner B: “Ik vind die blauwe rolgordijnen aan de buitenkant zo jammer, het maakt een sleetse en gesloten indruk. Eerder was het veel meer open, met plantjes voor de ramen en de bewoners die zwaaiden. Dat had een veel fijnere uitstraling. De rolluiken zijn ook verbleekt en half stuk. Dat doet iets met de sfeer en uitstraling.”
10
Overlast en maatregelen Beide bewoners geven aan zelf geen overlast te hebben ervaren in de onderzochte periode. Maar volgens bewoner B wordt er geblowd in het Anton Pieckhofje, al stoort zij zich hier niet aan. Bewoner A zegt: ‘Ik heb nergens last van, maar ik heb ook nergens plezier van'. Twee andere omwonenden die door één van hen voor het gesprek hierover werden bevraagd geven ook aan geen overlast te ervaren. Beide bewoners krijgen wel geluiden uit de Dillestraat dat er regelmatig ruzie is. Bewoner A, die deze ruzies een keer aankaartte toen ze te gast was in de klankbordgroep, vindt de houding van het Leger des Heils hierbij te defensief. Zij had een andere houding verwacht. Hoewel beide bewoners zeggen geen aanwijsbare overlast te ervaren, geven ze aan dat het om iets subtielers gaat. Door de geslotenheid en sleetsheid van het pand is de ziel uit het buurtje. Er is geen samenhang. Er is geen overlast, maar er is toch iets verloren gegaan, en dat betreuren ze. Beide omwonenden vinden ook dat het Leger des Heils en Ymere geen verantwoordelijkheid of eigenaarschap tonen voor de twee of drie meter rondom het pand. Dit uitte zich enige tijd geleden toen er wat rommel, waarschijnlijk van verhuisde bovenbewoners, naast een vuilcontainer bij het Anton Pieckhofje bleef liggen.
Zowel de gemeente als Ymere gaven toen niet thuis en vanuit het Leger des Heils werd er ook geen actie ondernomen. Zij vinden dat de gemeente, Ymere en het Leger des Heils hier duidelijke afspraken over zouden moeten maken. Bewoner A is bekend met de klachtenprocedure, maar maakt daar geen gebruik van. Bewoner B zegt dat ze ooit wel een telefoonnummer kreeg, maar geen idee heeft of dat nog werkt. Toekomst Hoewel beide bewoners van mening zijn dat het aantal bewoners van de doorstroomvoorziening niet hoeft worden afgeschaald en zij geen daadwerkelijke overlast ervaren, zijn zij negatief over de huidige uitstraling van de doorstroomvoorziening. Met de volledige bezetting naar 34 bewoners merken zij dat rooklucht (ook van wiet) en ruzies zijn toegenomen en blijft wat hen betreft monitoring via de klankbordgroep nodig. Ook moet er (opnieuw) gecommuniceerd worden over het overlastprotocol. Zij zijn ook bezorgd over de kwetsbaarheid van de buurt en menen dat betrokkenheid van met name het Leger des Heils nodig is om afglijden te voorkomen. Bewoner B verwoordde dat zo: “Ik vind het een gemiste kans dat het Leger des Heils niet een open houding heeft, niet uitreikt naar de buurt. Zo kweek je geen goodwill en draagvlak. Niet dat ik behoefte heb om een koffie-ochtend te bezoeken of zo, maar onbekend maakt onbemind.
Hoe moeilijk is het om één of twee keer per jaar een nieuwsbrief te maken en te verspreiden? Vertel dan iets over de achtergrond van de bewoners, hoe het ze vergaat, de uitstroom. Dan gaat het leven.”
3.3 Perspectief Ymere Ten tijde van het gesprek met de gebiedsregisseur van Ymere, woont er nog één huurder op de bovenring. Ymere is al enige tijd met de gemeente in gesprek over welke doelgroep zij op termijn op de bovenring zullen plaatsen. Ymere en de gemeente zitten ten tijde van het interview nog niet op één lijn. Een collega van de gebiedsregisseur stelde bijvoorbeeld zorg- en onderwijspersoneel voor. Voor Ymere is dit ook nog onderwerp van discussie, maar de gedachte is dat deze groep huurders goed om kan gaan met de benedenburen. De gebiedsregisseur geeft aan dat er nog niets zeker is en dat er in mei 2025, als de evaluatie
11
voltooid is, met de gemeente verder over wordt gesproken. Ymere denkt dat het hierbij goed is om de tijdelijke huurders te spreken over hun ervaringen. Leefklimaat De gebiedsregisseur van Ymere heeft zich de afgelopen periode weinig met het Anton Pieckhofje beziggehouden. De reden daarvan is dat Ymere aan VPS Nederland (specialist in leegstandbeheer, onderhoud en beveiliging) de opdracht heeft gegeven om de leeggekomen woningen op de bovenring tijdelijk te verhuren. Op één woning na zijn alle oorspronkelijke huurders vertrokken en nagenoeg alle woningen zijn nu tijdelijk verhuurd. Afgesproken is dat er niet aan studenten wordt verhuurd, maar aan een volwassener groep. Overlast en maatregelen Volgens Ymere is er momenteel weinig aan de hand. Er zijn sinds de uitbreiding van de doorstroomvoorziening naar 34 bewoners geen klachten bij Ymere binnengekomen. Deze zouden bij VPS binnen moeten komen, die dit dan doorgeven aan Ymere. Wat de gebiedsregisseur verbaasde was dat ze in een verslag las [waarschijnlijk van de klankbordgroep] dat een omwonende melding had gemaakt van wietoverlast, ondanks dat er binnen niet mag worden geblowd. De gebiedsregisseur is daarom benieuwd of er wellicht toch wietoverlast is, maar dat dit misschien niet door de huidige huurders op de bovenring zo wordt ervaren.
Ze denkt overigens ook dat er bij de vorige bovenbewoners veel emotie achter de ervaren wietoverlast zat, terwijl er verder weinig problemen waren, en dat er nu met nieuwe bewoners een nieuwe start kan worden gemaakt. Volgens Ymere is het huidige overlast en sanctieprotocol van het Leger des Heils voldoende duidelijk en zou dit goed moeten werken. Toekomst Zodra duidelijk is welke nieuwe huurders er op de bovenverdieping gaan wonen zal Ymere gesprekken met ze voeren zodat deze huurders weten waar ze aan toe zijn en wanneer en op welke manier ze een klacht bij het Leger des Heils kunnen melden. Ook gaat Ymere mogelijk een community builder inzetten wanneer er weer Ymere huurders op de bovenring wonen.3 Die kan ervoor zorgen dat beide groepen bewoners elkaar beter begrijpen. Ze merkt daarbij op dat ze ervan uitgaat dat de nieuwe groep huurders er sowieso anders in zal stappen dan de vorige huurders. Een ander idee is om misschien de tuin in gezamenlijkheid met bewoners van de doorstroomvoorziening te onderhouden, waarbij wel rekening moet worden gehouden met mogelijke geluidsoverlast. De bedoeling is om zo meer verbinding te creëren. Daarnaast wil Ymere, vooral in de beginperiode met nieuwe huurders, goed in contact blijven met het Leger des Heils, de gemeente en De Waakvlam om goed toe te zien op handhaving van de huisregels.
Ze zegt hierover: “In het begin is er denk ik veel samenwerking nodig om alles in goede banen te leiden, daarna zou je moeten kunnen afschalen. Je moet zorgen dat er momenten van overleg zijn, daarna kun je dat afbouwen.” Ymere ziet geen aanleiding om het huidige aantal bewoners terug te schroeven, aangezien het momenteel rustig is. 3.4 Perspectief Leger des Heils Voor deze evaluatieronde zijn twee woonbegeleiders van het Leger des Heils gezamenlijk geïnterviewd. Nieuw is dat ook het Leger des Heils, naast RIBW K/AM, twee trajectbegeleiders heeft die zo'n 12 bewoners begeleiden naar zelfstandig wonen. De
3
Deze community builder werd als optionele voorwaarde in het eerste evaluatierapport opgenomen, maar is toentertijd niet ingezet.
12
woonbegeleiders zijn bezig om met hen afspraken te maken om zo beter samen te werken. Ook is er soms psychologische ondersteuning voor de bewoners. Leefklimaat Er is sinds de uitbreiding het nodige veranderd. Eind oktober zijn er binnen tien dagen twaalf nieuwe bewoners bijgekomen. Allereerst benadrukken de medewerkers dat het met een volledige bezetting drukker is geworden. Daardoor wordt er meer een beroep op ze gedaan en zijn de contacten met de bewoners ook vluchtiger. Met hetzelfde aantal medewerkers moeten ze meer doen en dat ervaren ze als pittig.4 Ze merken ook dat het voor sommige bewoners moeilijk is. Mensen hebben een kleine kamer, waar men soms niet prettig in slaapt als dit een kamer aan de binnenring is, waarvan de ramen niet open kunnen. Er is vaak nog geen vooruitzicht op doorstroom en men moet alles delen. Dit geeft een andere dynamiek. Er kan ook niet meer van kamer geswitcht worden omdat alle huisjes vol zijn. De medewerkers zien dat er veel verschil is qua woonvaardigheden en dat er vaker gedoe is over het samen schoonhouden van een huisje. Doordat alle huisjes nu bezet zijn en mensen meer op elkaar zitten vraagt dit meer aanpassingsvermogen van bewoners. Dat dit niet altijd makkelijk is blijkt uit toename van het aantal interne akkefietjes.
De afgelopen kerstperiode, die veel mensen moeilijk vinden en maakt dat iedereen dan wat down is, waren er bijvoorbeeld meer irritaties en ruzies. De medewerkers merken ook op dat de doelgroep anders is ten opzichte van de eerste bezetting met 16 bewoners. Het gaat vaker om mensen met meer complexe problemen, trauma's, een verslaving of een verslavingsverleden. Er zijn ook nieuwe bewoners met meer psychiatrische problemen, maar daar gaat het op het moment van het interview goed mee. Procentueel is het aantal vrouwen gelijk gebleven met ongeveer een derde, maar absoluut zijn er dus ook meer vrouwen bijgekomen. Eén medewerker zegt over de huidige bewoners: “Het zijn minder de ‘economisch’ daklozen, ze hebben meer problemen. Er zijn er een paar binnengekomen, die kampen met een verslaving. Het gaat dan om gamen, alcohol of wiet. Maar na een terugval komen ze meestal wel weer goed terug. En zo niet, dan gaan ze eruit. Dan past zo iemand niet bij hoe hier gewoond wordt. Want je moet laten zien dat het beter gaat en zo niet, dan moet je hier weg.” Al vanaf de planvorming rondom het Anton Pieckhofje is er het misverstand dat er ‘economisch daklozen’ zouden worden gehuisvest. Misschien is het ooit zo genoemd, maar formeel was dit nooit de doelgroep. Het citaat laat zien hoe hardnekkig zo’n term zich nestelt in het spraakgebruik.
Overlast en genomen maatregelen Het Leger des Heils heeft tussen november 2024 en begin maart 2025 twee meldingen van direct omwonenden ontvangen en in oktober 2024 een fysiek bezoek van een omwonende. De meldingen waren niet te classificeren als overlast (geen lawaai- of overlast door gebruik van middelen) en zijn onderzocht en afgehandeld. Er zijn in de onderzochte periode verder geen meldingen van overlast geweest. Het protocol Overlast en Interventies is één keer gebruikt om een bewoner met problematisch gedrag een time-out te geven. Deze persoon is vervolgens, nadat hij niet inging op een uitnodiging voor een gesprek, niet meer naar het Anton Pieckhofje teruggekeerd. Verder is in een aantal gevallen een officiële waarschuwing gegeven voor gedrag, het overtreden van huisregels (zoals door de week bezoek meenemen) en geweld. Veel bewoners roken tabak, dit doen zij buiten of op hun kamer, nieuwe bewoners die dit eerder vanuit een openstaand raam in de woonkamer deden zijn hierop aangesproken. Er zijn ook twee à drie bewoners die blowen, zij doen dit buiten en hier wordt streng op gehandhaafd.
4
Na dit interview werd duidelijk dat het Leger des Heils heeft besloten tot het invoeren van een extra tussendienst tussen 12 en 20 uur.
13
Ondanks dat het voller is en er meer ‘gedoe’ lijkt te zijn, vinden de medewerkers het niet lastiger om bewoners aan te spreken. Ze benadrukken dat veel zelf wordt opgelost. Wanneer het uit de hand loopt dan komen ze ertussen en als het echt nodig is bellen ze 112. Slechts een paar keer gebeurde het in de onderzochte periode dat de politie erbij werd gehaald (maar in geen van de gevallen door het Leger des Heils zelf). Het ging in één geval om een bezoeker van een bewoner die niet weg wilde gaan. De bezoeker kreeg ruzie met de bewoner die hem had uitgenodigd, waarna de bezoeker de politie belde. Hoewel de meeste bewoners geen bezoek meenemen, komt het wel voor dat er een gast op de bank blijft slapen, en dat is niet toegestaan. De medewerkers geven aan dat ze bezoekers moeilijk kunnen controleren en dat ze een geconstateerde overtreding altijd met de bewoner bespreken, waarna het is opgelost. Volgens de medewerkers is er dan ook niet sprake van meer overlast dan voor de ophoging. Er staan natuurlijk meer mensen buiten te roken en er is wel meer lawaai, maar dat komt ook doordat de nieuwe bewoners moeten wennen, gesprekken van sommige bewoners in een andere taal soms als geruzie klinkt en omdat er meer dynamiek is door de hogere uitstroom.
Volgens hen gaat het op zich goed sinds de uitbreiding naar 34 personen, waarbij zij denken dat ook meespeelt dat de omwonenden meer gewend zijn aan het feit dat de doorstroomvoorziening er is. De medewerkers benadrukken dat er natuurlijk wel eens wat in de buurt gebeurt, maar dat er, door het stigma dat de APH-bewoners hebben, er ten onrechte altijd vanuit wordt gegaan dat het dan in de doorstroomvoorziening mis is. De contacten met de omwonenden zijn minimaal, terwijl de nieuwe bovenbewoners al een aantal keer iets hebben langsgebracht of soms met een aangenomen pakketje komen. Ze ervaren dan ook geen spanningen met de nieuwe, tijdelijke bovenbewoners.
Toekomst De medewerkers pleiten er (opnieuw) voor dat de tuin weer open zou mogen. De tuin wordt momenteel niet structureel onderhouden. Zij zouden graag zien dat er, misschien met een aantal geïnteresseerde bovenbewoners, door bewoners van de voorziening kan worden getuinierd. Er is ook behoefte aan een fietsenhok bij de eigen ingang; mensen zetten nu voor de veiligheid hun fietsen vaak binnen en dat ziet er niet gezellig uit en is bovendien in het geval van e-bikes niet wenselijk vanwege een verhoogd risico op kortsluiting en brandschade. Deze verzoeken worden steeds afgekeurd en dat stoort de medewerkers. Over het idee van een community builder, dat Ymere in het interview opperde, zegt een medewerker: “Laat maar komen. Bij de bewoners rondom het pleintje zie ik het niet gebeuren, maar wel bij de bovenbewoners. We staan open voor contact en bezoek en we blijven altijd netjes, hoe we ook worden aangesproken.” Volgens beide woonbegeleiders zijn de maatregelen die er zijn afdoende voor het voorkomen van overlast want “we maken met de bewoner vanaf de start afspraken en we handhaven. Dan kan het altijd.” 3.5 Perspectief benedenbewoners We spraken met twee bewoners van de doorstroomvoorziening. Beide mannen wonen in hetzelfde huisje en zijn ongeveer een jaar in het Anton Pieckhofje. Eén van hen werkt, de ander is met pensioen. Deze laatste is ook in ronde twee geïnterviewd.
Leefklimaat Twee interviews, met twee bewoners en twee verschillende verhalen. De verhalen zijn niet strijdig met elkaar, maar verschillen in de beoordeling van de ernst van de situatie. Eén van
14
hen heeft zich schriftelijk tot de leiding van het Anton Pieckhofje gewend om zijn zorgen kenbaar te maken (we weten niet hoe hiermee is omgegaan). Beide bewoners merken duidelijk dat het pand nu vol is. Het is drukker, soms is de hygiëne wat minder. Er zijn meer onderlinge irritaties, en soms is er ruzie. Het personeel doet zijn best, deelt soms een waarschuwing uit, maar gaat tamelijk soepel met de huisregels om. Er wordt niet streng gehandhaafd op het verbod op middelengebruik. De bewoner die werkt is min of meer positief over het interne reilen en zeilen van het Anton Pieckhofje. Hij vond het vroeger gezelliger dan tegenwoordig. Hij noemt met name één persoon uit een ander huisje die “niet in de maatschappij thuishoort, maar in een gesloten inrichting. Hij heeft ruzie met iedereen.” Dit zorgt voor een negatieve sfeer in de voorziening. Nu er wat gewisseld is tussen de huisjes, is er minder ruzie. Volgens hem wonen er nu relatief veel mensen die (nog) niet zelfstandig zijn. Hij denkt dat de BCT (Brede Centrale Toegang) minder streng selecteert dan vroeger. Hij vertelt dat er een groepje is gekomen die samen in dezelfde opvanglocatie zaten voordat ze naar het Anton Pieckhofje kwamen. Ze zitten nu samen in een huisje en dat is volgens hem niet verstandig. Sowieso merkt hij wel dat het voller is, het is “soms wat viezer”, soms wordt er uit de koelkast iets weggenomen.
Hij weet dat iemand een keer een gele kaart van de staf heeft gekregen. Dat vindt hij goed, dat geeft een grens aan. Over het blowen zegt hij dat dat meestal buiten gebeurt, en dat hij dat niet goed vindt voor de overlastsituatie. ”Er staan nu soms zo’n 8 à 10 mensen voor de deur, dat lijkt een zooitje en ze praten hard.” Deze persoon ziet liever dat mensen binnen blowen, of beter nog: in de tuin. De andere bewoner is een stuk negatiever over de situatie. In vergelijking met vroeger is de situatie verslechterd. Hij ziet dat er uiteenlopende soorten drugs worden gebruikt en ook alcohol. Er is meer verbaal en soms fysiek geweld, er wordt gestolen en geheeld. Het lijkt erop dat de toegangsdeur (zijde Venkelstraat) niet goed wordt gecontroleerd, er lopen mensen in en uit en soms blijven er personen onrechtmatig slapen (al zegt hij ook dat het Leger des Heils hierop heeft gereageerd door sommigen geen bezoek meer toe te staan). Volgens hem zijn bewoners niet onder de indruk van een officiële waarschuwing. Overlast en genomen maatregelen De verhalen van de twee geïnterviewden spelen zich voornamelijk af in het pand. Uitzondering zijn de observaties over (fietsen)diefstal, die vindt buiten de directe omgeving van het Anton Pieckhofje plaats (geen nadere aanduiding). Ook het blowen gebeurt volgens hen vooral buiten, voor de toegangsdeur.
Het is opmerkelijk dat één van hen zegt dat juist buiten blowen overlastgevend is, in tegenstelling tot binnen blowen. De overlastkijk op buiten blowen hangt ook samen met groepsvorming die daar soms mee gepaard gaat. Hoewel beide geïnterviewden de situatie anders waarderen, mogelijk samenhangend met de tijden dat ze ‘binnen’ zijn, spreken ze beide over de BCT, die volgens hen minder streng selecteert dan voorheen. Hierdoor zijn er mensen komen wonen die minder zelfstandig zijn, waardoor het goed samenleven in de voorziening meer onder druk komt te staan. Personeel doet zijn best, maar is niet heel streng en knijpt vooral qua middelengebruik soms een oogje toe. Volgens één van de geïnterviewden leidt dit tot een verslechterd leefklimaat. Toekomst In principe ligt voor de geïnterviewde bewoners de toekomst buiten het Anton Pieckhofje, het is immers een doorstroomvoorziening. Eén van de geïnterviewden heeft inmiddels uitzicht op een woning en zal waarschijnlijk snel de voorziening verlaten. De volgende verbeterpunten zijn geopperd door de geïnterviewde bewoners, en beogen een verbetering van het leefklimaat in de voorziening:
15
-
-
Stel de binnentuin weer open om te roken. Zorg ervoor dat de woningen op de bovenring onderdeel worden van de doorstroomvoorziening (of van het geheel aan MO voorzieningen, of stel ze beschikbaar voor ‘doorstromers’ van het Anton Pieckhofje). Zorg ervoor dat de BCT strenger selecteert op kandidaten voor het Anton Pieckhofje, niet per se op wel of niet blowen, maar op betere woonvaardigheden. Zorg ervoor dat de medewerkers strenger de huisregels handhaven.
3.6 Perspectief RIBW K/AM We spraken dezelfde trajectbegeleider als tijdens de tweede ronde. Inmiddels heeft het Leger des Heils ook zelf twee trajectbegeleiders rondlopen die zo'n twaalf bewoners in het Anton Pieckhofje begeleiden. RIBW KA/M is verantwoordelijk voor 22 bewoners. Doordat de RIBW KA/M medewerker niet meer iedereen begeleidt kent zij niet alle bewoners en is zij ook niet meer van alles binnen de huisjes op de hoogte. Leefklimaat De medewerker van RIBW KA/M ervaart de doorstroomvoorziening als levendig. Ze zegt hierover: “Hoe meer mensen, des te meer gezeur. Dat merk ik. Je kunt niet sorteren wie bij wie woont. En mensen hebben niet altijd dezelfde hygiëne, dezelfde cultuur of hetzelfde ritme. Elk huisje heeft zijn kruisje. Het geeft meer spanningen met meer bewoners. Maar het blijft binnen het huisje en heeft geen effect op andere huisjes. Wij moeten meer aanhoren en proberen te sussen of wat dan ook nodig is.” Ze vindt de doorstroomvoorziening wel grootschaliger met de volle bezetting en vindt het niet prettig dat het RIBW KA/M niet meer in de huiskamer mag werken en is aangewezen op een kantoortje aan de binnenring waarvan de ramen niet open kunnen. Overlast en genomen maatregelen De medewerker geeft aan dat er geen klachten meer zijn geweest.
De intakes zijn strenger, het Leger des Heils vraagt dan ook altijd een trajectbegeleider van RIBW KA/M bij het gesprek. De screenings zijn nog strenger geworden, er worden volgens haar echt mensen afgewezen als ze blowen. Een blower wordt dus niet toegelaten, tenzij hij aangeeft hieraan te werken. Dit geeft volgens haar aan dat het strengere selectie- en sanctiebeleid werkt. Er is dus minder overlast, al zul je dit altijd houden omdat iemand soms toch blowt, of daar buiten overlast door geeft. Helemaal geen meldingen van klachten meer krijgen lijkt haar onrealistisch. Wanneer er iets gebeurt “kun je elkaar vinden en het samen, ook met de bewoner, oplossen.” Ze tekent daarbij wel aan dat als het overlast van bewoners betreft die niet door haar of haar collega's worden begeleid, ze hier niet altijd van op de hoogte is. Toekomst De medewerker denkt niet dat er niet meer overlast zal ontstaan met de huidige bezetting. Er hoeven geen aanvullende maatregelen te worden genomen. Ze vindt wel dat er in de samenwerking tussen RIBW KA/M en het Leger des Heils nog een hoop te halen is. 3.7 Perspectief Gemeente Haarlem MO Evenals in de eerste en tweede ronde spraken wij de beleidsadviseur Maatschappelijke opvang en een procesmanager woon- en opvanglocaties kwetsbare doelgroepen. De gemeente heeft een dubbelrol bij het Anton Pieckhofje.
Het streeft naar een leefbare stad voor alle bewoners en heeft ook een verplichting vanuit de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) om kwetsbare inwoners te ondersteunen.
16
Overlast en genomen maatregelen De vertegenwoordigers van de gemeente benadrukken dat er geen overlastmeldingen zijn binnengekomen sinds de ophoging naar 34 bewoners. Zij baseren zich daarbij op de klankbordgroep bijeenkomsten, waarbij zij merken dat steeds minder vaak de acute situatie in de doorstroomvoorziening wordt besproken. Dit is, volgens hen, een indicatie dat de situatie rustig is. Als tweede indicatie dat de situatie zich rondom het Anton Pieckhofje “normaliseert”, is dat de klankbordgroep, weliswaar op verzoek van de gemeente zelf, instemde om de frequentie van bijeenkomsten terug te brengen van tien à elf keer per jaar tot vier keer per jaar. Zij noemen wel dat er signalen zijn geweest van omwonenden dat er meer geluidsoverlast door ruzie zou zijn, maar geven aan dat het Leger des Heils dit niet herkende. Ze denken niet dat de overlast in het voorjaar en zomer zal toenemen; in de zomer van 2024 ontstonden, met meer openstaande ramen, ook geen onacceptabele situaties. Dat er geen klachten bij het Leger des Heils binnenkomen, heeft deels te maken met de verhuizing van de bovenbewoners. De nieuwe bovenbewoners, gehuisvest met een tijdelijk huurcontract, hebben bewust gekozen om boven de doorstroomvoorziening te wonen. Zij hebben geen signalen afgegeven van overlast. Daarnaast zijn, volgens de gemeente, de genomen maatregelen effectief gebleken.
Zij noemen met name de instelling van een overlast- en sanctieprotocol en de vergrote betrokkenheid van het Leger des Heils bij de selectie van nieuwe bewoners door de Brede Centrale Toegang (BCT). Het is bij deze selectie belangrijk dat aannemelijk is dat de nieuwe bewoners binnen de voorziening geen (soft)drugs gebruiken. Buiten de voorziening mag dat in principe wel. Volgens de gemeente loopt dat goed, er zijn geen klachten over buitengebruik van drugs of alcohol. Via de gemeentelijke vertegenwoordiger in het veiligheidsoverleg MO-locaties, dat bijna wekelijks bij elkaar komt, krijgen we een overzicht van de meldingen over het Anton Pieckhofje. In de periode eind oktober 2024 tot en met begin maart 2025 zijn er twee meldingen over het Anton Pieckhofje geweest. Beide meldingen ging over interne incidenten. De melding in december 2024 leidde tot schorsing en daarna overplaatsing van een cliënt (zie ook perspectief Leger des Heils). De andere melding van februari 2025 betrof een ruzie tussen cliënten onder invloed van alcohol. In beide gevallen was het niet het personeel van het Leger des Heils dat de politie belde, bleek uit navraag bij het Leger des Heils. De ophoging naar 34 bewoners heeft volgens de gesproken ambtenaren maar beperkt invloed op de dynamiek in de buurt.
Door de kleinschaligheid van de voorziening met slechts 6 woningen is er volgens hen geen sprake van meer overlast. Toekomst Aandachtspunt is de binnentuin, die een opknapbeurt verdient. Dit is niet structureel ingeregeld en dat zou eigenlijk wel moeten. De gemeente zou het een goede ontwikkeling vinden als de binnentuin wordt onderhouden met behulp van de bewoners van het Anton Pieckhofje.
17
4. Synthese In het vorige hoofdstuk met bevindingen beschreven we de situatie in en om het Anton Pieckhofje vanuit de verschillende perspectieven. In dit hoofdstuk vatten we deze bevindingen samen aan de hand van de onderzoeksvragen van het onderzoeksvoorstel.
Beantwoording onderzoeksvragen 1. Hoe ervaren betrokkenen de situatie in en rondom het Anton Pieckhofje? a) Veiligheid b) Criminele (drugs) overlast (straathandel) c) Openbare orde (overtredingen APV) d) Audiovisuele overlast (irritant, hinderlijk, onaangepast gedrag) 2. Hoe wordt er omgegaan met klachten of incidenten die volgens betrokkenen de ‘prettige leefomgeving’ aantasten? 3. Wat is er nodig om een duurzaam prettige leefomgeving rondom het Anton Pieckhofje te realiseren? 1. Hoe ervaren betrokkenen de situatie in en rondom het Anton Pieckhofje, op het gebied van: a) Veiligheid b) Criminele (drugs) overlast (straathandel) c) Openbare orde (overtredingen APV) d) Audiovisuele overlast (irritant, hinderlijk, onaangepast gedrag)? ad a. Veiligheid De veiligheidssituatie is in de laatste onderzoeksronde niet gewijzigd en wordt als veilig ervaren. Ad b. Criminele overlast Er hebben zich gedurende de onderzoeksperiode (oktober 2024 tot en met februari 2025) in en om het Anton Pieckhofje geen incidenten voorgedaan die als criminele overlast zijn te labelen. Ad c. Openbare orde Rondom het Anton Pieckhofje gelden geen bijzondere beperkingen (zoals een verbod op drinken of blowen) die zijn opgenomen in de Algemene Plaatselijke Verordening. Het veiligheidsoverleg MO meldde in de onderzoeksperiode geen incidenten rondom het Anton Pieckhofje.
Wel is er naar aanleiding van problemen met de interne orde tweemaal politieassistentie geweest, waarbij een incident heeft geleid tot een schorsing en uiteindelijk overplaatsing (al had deze bewoner wellicht na een gesprek kunnen terugkeren, maar hij of zij is niet op de uitnodiging ingegaan). Ad d. Audiovisuele overlast De stankoverlast die we in ronde 1 onder de noemer van audiovisuele overlast schaarden, is al ruim voor deze laatste onderzoeksperiode sterk verminderd. Het ging om stankoverlast door het blowen op de kamer. Tussen de tweede en derde onderzoeksronde zijn bijna alle bovenbewoners verhuisd met hulp van Ymere (financieel en praktisch) en de gemeente (financieel). Het merendeel van de bovenwoningen is via een constructie van tijdelijke verhuur opnieuw verhuurd. Tijdens de onderzoeksperiode hebben de nieuwe bewoners geen (stank)klachten gemeld bij het Leger des Heils. Het Leger des Heils heeft drie
18
meldingen van direct omwonenden ontvangen (niet te classificeren als overlast) en heeft naar aanleiding van die meldingen maatregelen genomen. De omwonenden ervaren geen ‘harde’ overlast van het Anton Pieckhofje. Wel merken zij dat de voorziening op maximale capaciteit draait. Ze horen af en toe ruzies, ruiken wietlucht als ze langslopen (kennelijk wordt er wel op de kamers geblowd). Wat hen opvalt is dat het pand een sleetse indruk maakt, en dat exploitatie naar binnen gekeerd is. Zij verbazen zich erover dat er niet meer openheid is en dat, kennelijk, niemand zich verantwoordelijk voelt voor wat er buiten de strikte muren van het pand gebeurt. 2. Hoe wordt er omgegaan met klachten of incidenten die volgens betrokkenen de ‘prettige leefomgeving’ aantasten? Met deze vraag beogen we het functioneren van het inwerking gestelde klachtenprotocol te evalueren. We constateren hierbij dat het klachtenprotocol bij de geïnterviewde tijdelijke huurders van de bovenring niet bekend is en zij dus niet weten hoe en bij wie zij overlast kunnen melden. Vanuit omwonenden zijn volgens het Leger des Heils drie meldingen geweest. Deze zijn alle drie onderzocht en afgehandeld. Ook intern zijn er tegen de leiding van het Anton Pieckhofje (schriftelijk) klachten geuit over de onrust door de volle bezetting, en het (niet) handhaven van de huisregels.
De klachten komen overeen met wat we tussen de regels door van de medewerkers van het Leger des Heils hoorden. Maar wat voor de bewoners een ernstige aantasting van het leefklimaat is, is het dat voor de medewerkers niet. Zij ervaren door de toegenomen bezetting hun werk wel als ‘pittig’, maar vinden de situatie niet alarmerend. Het gesprek met Ymere leverde enige onduidelijkheid op over de vraag of de nieuwe bovenbewoners hun klachten/ meldingen via de tijdelijke verhuurder moeten melden of dat zij zich direct tot het Leger des Heils kunnen wenden. Vooralsnog lijkt er geen aanleiding voor de bovenbewoners te zijn voor één van deze routes te kiezen. Bij sommige omwonenden leeft de vraag of de ooit gecommuniceerde klachtenprocedure nog geldig is. Zij hebben de communicatie van destijds ook niet meer paraat. Dit benadrukt het belang van proactieve communicatie door het Leger des Heils. Hierop gaan we nader in bij de beantwoording van vraag 3. 3. Wat is er nodig om een duurzaam prettige leefomgeving rondom het Anton Pieckhofje te realiseren? In tabel 2 nemen we de vier overlastdomeinen als uitgangspunt en geven we per domein aan wat de huidige situatie is (volgens het oordeel van het IVO op basis van interviews). Er is op grond van de situatie in de periode oktober 2024 tot en met februari 2025 geen reden om zware maatregelen voor te stellen.
De situatie in en om het Anton Pieckhofje is niet 100% vrij van incidenten of klachten, maar niet zo erg dat er maatregelen noodzakelijk zijn. Geredeneerd vanuit onze criteria staat het stoplicht op groen.
19
Tabel 2. Meten, wegen en beoordelen Domein
Situatie ronde 1
Situatie ronde 2
Situatie rond 3
Criterium
Meten
Wegen en oordelen
Mogelijk advies
a) Veiligheid
Acceptabel
Geen incidenten
Geen incidenten om het Anton Pieckhofje
Wel verandering van de situatie (meer mensen) maar geen structurele toename onveiligheid
Interviews Meldingen bij Handhaving
Vooral incidenten bepalen onveiligheidsgevoelens. Intersubjectieve afweging van gemelde incidenten en de impact op veiligheidsgevoelens. Onder andere de frequentie en aard van de incidenten bepalen impact op veiligheidsgevoel
Indien onveiligheidsgevoelens toenemen als gevolg van toenemend aantal incidenten kan advies luiden:
Geen toename
Interviews, registratie ‘Handhaving’
Indien incidenten plaatsvinden, bekijken of het structureel is en/of er is ingegrepen met welk effect
Bij toename, afhankelijk van de beoordeling:
Een APV-overtreding is een toename, maar niet structureel. Toename wordt in context beoordeeld
Bij toename, afhankelijk van de beoordeling:
b) Criminele (drugs) overlast (straathandel)
Niet geconstateerd
Niet geconstateerd
c) Openbare orde (overtredingen APV)
Niet geconstateerd
d) Audiovisuele overlast (irritant, hinderlijk, onaangepast gedrag)
Buitenruimte: acceptabel maar kan beter
Geen incidenten
Binnen: stankoverlast door blowen: problematisch
Binnen: stankoverlast door blowen: verminderd maar nog niet duurzaam verminderd.
Niet geconstateerd
Niet geconstateerd
Niet geconstateerd
Geen structurele toename
Interviews, registratie ‘Handhaving’
• • •
• • •
• •
Niet ophogen (rood) Afschalen Alleen ophogen onder voorwaarden (oranje)
Niet ophogen (rood) Afschalen Alleen ophogen onder voorwaarden (oranje)
Niet ophogen (rood) Alleen ophogen onder voorwaarden (oranje)
Formeel geen overlast, maar sleetse uitstraling en naar binnen gekeerde attitude LdH risico voor draagvlak. APH drukt op de stemming in de buurt.
Geen ontstaan van irritant, hinderlijk of onaangepast gedrag
Interviews, registratie ‘Handhaving’ en registratie overlastprotocol
Buiten: de aanwezigheid van het Anton Pieckhofje mag worden opgemerkt, maar geen overlast veroorzaken. Incidenten worden beoordeeld in hun context
Bij toegenomen audiovisuele overlast:
Geen meldingen stankoverlast
De stankmeldingen nemen structureel af
Via de registratie van het overlastprotocol
In ronde 2: aantal incidenten is afgenomen. Of het structureel is moet nog blijken.
Ronde 3: stankoverlast hooguit incidenteel, afhandeling adequaat
• • •
Niet ophogen (rood) Afschalen Alleen ophogen onder voorwaarden (oranje)
20
Toch wringt er iets. Omwonenden vinden dat de uitstraling van het Anton Pieckhofje een negatief stempel op de buurt drukt. Zij voeren daarvoor twee argumenten aan die naar onze mening serieus moeten worden genomen. 1) het gebouw oogt onverzorgd, sleets en gesloten. De vensterbanken met plantjes en gordijnen ten tijde van de ouderenvoorziening zijn verdwenen en in plaats daarvan is de versleten zonwering voor veel ramen permanent dicht. 2) het team van het Leger des Heils communiceert reactief. Alleen als er meldingen of klachten zijn wordt er gereageerd, verder zijn ze naar binnen gekeerd. Formeel is er niet veel in te brengen tegen deze bezwaren. En deels is de naar binnen gekeerde houding ook wel te begrijpen. Immers, de omwonenden en bovenbewoners stonden in eerste instantie kritisch tegenover de keuze voor het vestigen van een doorstroomvoorziening in het Anton Pieckhofje en hebben in de beginfase overlast ervaren. Toch is er iets voor te zeggen dat de situatie is veranderd. Met het afronden van deze evaluatie en het stoplicht op groen, is de kans op afschaling of verhuizing van de voorziening erg klein geworden. Langzaam maar zeker wordt het tijd dat het Anton Pieckhofje van buitenstaander een gevestigde wijkbewoner wordt. Dat gaat niet vanzelf, en het hoeft ook niet dat er intensief koffiegedronken wordt tussen de buren.
Niettemin zou het de acceptatie van het Anton Pieckhofje vergroten als het Leger des Heils werkt aan een meer open houding. Daartoe kan zij samen optrekken met Ymere, die in het interview aangaf een community builder voor de bovenbewoners te overwegen. Ondanks dat er dus geen sprake is van harde overlast doen we in hoofdstuk 5 toch een aantal aanbevelingen.
5. Advies De huidige situatie in en rondom het Anton Pieckhofje, ruim drie maanden na ophoging van het aantal bewoners van 24 naar 34, is acceptabel. De zwaarwegende stankoverlast die in evaluatieronde 1 en 2 nog sterk drukte op de leefbaarheid voor de bewoners van de bovenring is niet meer aan de orde. Twee opmerkingen hierover: 1. Vrijwel alle bewoners van de bovenring zijn met hulp van Ymere en de gemeente verhuisd naar een woning elders. De nieuwe bewoners hebben een tijdelijk huurcontract en zijn vooraf geïnformeerd over de bijzondere plek waar ze kwamen te wonen. De geïnterviewde nieuwe bewoners rapporteren geen stankoverlast. Volgens omwonenden wordt er nog wel geblowd op (sommige) kamers, maar kennelijk levert dit in het pand zelf geen overlast of klachten op. 2. De afwezigheid van (klachten over) wietlucht, betekent niet dat er niet wordt geblowd door (een aantal) benedenbewoners. Bij de selectie door de BCT is cannabisgebruik geen reden om iemand te weigeren, belangrijk is de vraag of iemand zich wenst te houden aan de huisregels (waaronder niet binnen blowen). In het advies naar aanleiding van de eerste evaluatieronde maakten we onderscheid tussen noodzakelijke, aanbevolen en optionele maatregelen. 1.
Noodzakelijk Maatregelen die we noodzakelijk vinden dienen te worden gerealiseerd voordat wordt gestart met de ophoging of handhaving van het bereikte maximum van 34 bewoners. 2. Aanbevolen Maatregelen die hieronder vallen hebben een lagere urgentie dan de noodzakelijke maatregelen, maar zijn naar onze mening belangrijk om te realiseren omdat ze bijdragen aan een situatie die de kans op (structurele) overlast minimaliseert. 3. Optioneel De optionele maatregelen zijn suggesties die bijdragen aan het verbeteren van het leef- en samenwerkingsklimaat in en rondom het Anton Pieckhofje.