2. Bijlage A: Ruimtelijke onderbouwing
Tekst van het document
346 / Polderman, Bureau voor Monumenten- en Restauratieadvies
29
Het industrieterrein Waarderpolder is een gezoneerd industrieterrein. Het plangebied grenst direct aan het gezoneerde industrieterrein Waarderpolder en ligt binnen de geluidzone van het industrieterrein. Deze geluidzone betreft de 50 dB(A)-contour. In het verleden is het Drosteterrein omgezet van bedrijfsterrein naar woongebied. Kort daarna is de gehele Thorbeckebuurt gesloopt en nieuw gebouwd. De voorkeursgrenswaarde voor industrielawaai bedraagt 50 dB(A). Bij de voorbereiding van deze plannen zijn zogenaamde hogere waarden vastgesteld voor de te realiseren woningen. Voor alle woningen binnen het plangebied is toen een hogere waarde van 55 dB(A) vastgesteld. Daarmee is voldaan aan de bepalingen uit de Wet geluidhinder. Uit bovenstaande kan geconcludeerd worden dat de grenswaarden van de nieuwe functie in de Drijfriemenfabriek ter plaatse van de geluidsgevoelige functies aan weerszijden van het gebouw onder de 55 dB(A) dienen te blijven. Er is in het kader van het tijdelijke gebruik als horecagelegenheid en muziekpodium een akoestisch onderzoek uitgevoerd door BK Geluid & Trillingen. Dit onderzoek betrof metingen in de bedrijfssituatie waarbij in de buitenlucht muziek ten gehore wordt gebracht. Bij de herbestemming zal een inpandig podium worden gerealiseerd, waarbij geluidsisolerende maatregelen worden getroffen, waardoor aan het Bouwbesluit 2012 zal worden voldaan.
Zowel ter voorkoming van overlast ter plaatse van de woningen, als ten behoeve van de kwaliteit van de afzonderlijke binnenruimtes van het pand. De Oerkap heeft de buurt en haar verantwoordelijkheid voor geluidshinder hoog in het vaandel staan. Al 12 jaar heeft het stadsstrand de Oerkap een relatie opgebouwd met de buurt en dit heeft in die jaren nooit tot problemen geleid. Uiteraard hebben omwonenden incidenteel last ervaren van sommige activiteiten op de Oerkap maar hier werd direct op gehandeld waardoor het geen overlast werd. Het stadsstrand kent daarom geen meldingen van overlast. We verwachten dat in de toekomst de akoestische belasting alleen maar af zal nemen omdat de activiteiten vaker in een goed geïsoleerde Drijfriemenfabriek zullen plaatsvinden in plaats van buiten of in de (huidige) niet geïsoleerde paviljoen van het stadsstrand. Daarnaast zullen wij voor de muzikanten ook geluidisolatie moeten aanbrengen om het geluid van buiten naar binnen te beperken. Muzikanten kunnen niet goed werken met geluidsvervuiling van treinen, drukke verkeer van de oude weg, opengaande bruggen en passerende boten. We kunnen wel stellen dat de organisatie van de Oerkap een bijzondere set aan vaardigheden heeft ontwikkeld om op deze specifieke locatie verantwoord met akoestische activiteiten om te gaan. Daar kan geen akoestische meting op deze locatie beter uitkomst voor bieden.
4.8
Milieuzonering
Het project voorziet niet in het realiseren van een milieubelastende, dan wel een milieugevoelige functie.
4.9
Lichthinder
Het project veroorzaakt geen lichthinder voor de directe omgeving, het opstellen van een lichtplan is derhalve niet van toepassing.
346 / Polderman, Bureau voor Monumenten- en Restauratieadvies
30
4.10
Luchtkwaliteit
Het project heeft geen invloed op de luchtkwaliteit. Het uitvoeren van een luchtkwaliteitsonderzoek ten behoeve van de Wet milieubeheer is derhalve niet van toepassing.
4.11
Externe veiligheid
Het project voorziet niet in activiteiten die een negatieve invloed hebben op de externe veiligheid. Het uitvoeren van onderzoek ten behoeve van dit onderwerp is derhalve niet van toepassing.
4.12
Luchthavenindelingsbesluit
De projectlocatie ligt binnen het gebied waarin het Luchthavenindelingbesluit Schiphol van kracht is. In dit besluit, onderdeel van de gewijzigde Wet Luchtvaart (ofwel de 'Schipholwet'), is rond de luchthaven Schiphol een beperkingengebied aangewezen. Hierbinnen gelden regels omtrent beperkingen van de maximale hoogte van objecten en van vogelaantrekkende bestemmingen en vogelaantrekkend gebruik. De bebouwing op de projectlocatie wordt niet verhoogd, waardoor de belangen van het vliegverkeer niet zullen worden geschaad bij uitvoering van dit plan.
4.13
Waterhuishouding
Het is wettelijk verplicht om bij ruimtelijke plannen en besluiten een beschrijving op te nemen van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. Het Waterschap eist compenserende waterberging als er meer dan 500 m2 extra verharding gerealiseerd wordt. Er vindt geen toename van verharding plaats. Het regenwater zal ter hoogte van het plangebied goed geïnfiltreerd kunnen worden in de bodem, door de natuurlijke landschapsinrichting van het terrein als stadsstrand. Er vinden geen bouwkundige werkzaamheden plaats aan watergangen in de directe nabijheid van de planlocatie. Een watertoets is daarom niet noodzakelijk.
4.14
Kabels en leidingen
Rondom en onder het terrein loopt een groot aantal leidingen. Op onderstaande afbeelding is hiervan de positie weergegeven. Door deze vele tracés is het niet mogelijk ondergrondse bouwactiviteiten te ontwikkelen. Bij de bouw van de uitbreiding is het van belang rekening te houden met de aanwezige leidingen en hiervan een KLIC-melding te doen bij aanvang bouw. Met de netwerkbeheerders is overeengekomen dat ter plaatse van de te realiseren uitbreiding een aantal ondergrondse mantelbuizen zal worden aangebracht, waardoor de ondergrondse infrastructuur ook in de toekomst niet belemmerd wordt door deze ontwikkeling. Een heiplan zal ter goedkeuring worden voorgelegd aan het bevoegd gezag.
346 / Polderman, Bureau voor Monumenten- en Restauratieadvies
31
4.15
Cultuurhistorische waarden
Het plan betreft de herbestemming van een gemeentelijk monument. Een bouwhistorisch onderzoek en de redengevende omschrijving monument met daarin een beschrijving van de cultuurhistorische waarden zijn als bijlage bij dit plan gevoegd. De Drijfriemenfabriek is een functioneel gebouw, dat voornamelijk bestaat uit ruimten die dienst deden als opslag voor goederen en als grote productieruimten. De cultuurhistorische waarden bestaan uit de contextuele waarden die betrekking hebben op de betekenis van de Drijfriemenfabriek in de ontstaansgeschiedenis van Haarlem, het industriële verleden van de stad en de vergelijking met soortgelijke fabrieksgebouwen uit die periode binnen de gemeente. Daarnaast bestaan de interne waarden uit cultuurhistorische, architectuurhistorische en bouwhistorische waarden. Samengevat betreffen deze volgens onderzoeksbureau DOOK het volgende. -
Cultuurhistorische waarden
De Drijfriemenfabriek is een exponent van de kleinschalige industrie die zich vanaf het begin van de 19de eeuw ontwikkelde uit de nijverheid langs het Buiten Spaarne. Daaronder waren looierijen, meekrapfabrieken en kleine leveranciers van de scheepvaart. De Drijfriemenfabriek ontwikkelde zich tot een kleinschalige industrie met innovatieve producten en werd later in de 346 / Polderman, Bureau voor Monumenten- en Restauratieadvies
32
19de eeuw toeleverancier van grote industrieën en fabrieken als de werven aan het Spaarne, de lichtfabriek en de Drostefabriek. De Drijfriemenfabriek is nu nog het enige kleine bedrijfsgebouw in het gebied, dat in relatief gave staat is overgebleven. Derhalve is de fabriek een belangwekkend monument van de kleinschalige industrie in Haarlem. -
Architectuurhistorische waarden
Net als in de woningbouw was er in de industriële bouw sprake van gebouwen die waren ontworpen door architecten en gebouwen die men in de categorie aannemersarchitectuur zou kunnen indelen. Uiteraard zijn er veel functionele elementen in het gebouw terug te vinden: De dubbele deuren in de voor- en achtergevel, de droogluiken in de linker- en de rechtergevel en het gebruik van onderslagbalken om een zo groot mogelijk ‘open’ vloeroppervlak te verkrijgen. Het gebruik van houten onderslagbalken en houten standvinken in het oudere, achterste gedeelte van het gebouw en het gebruik van gietijzeren kolommen en ijzeren I-balken in het voorste deel illustreren de ontwikkeling in de industriële bouw in de tweede helft van de 19de eeuw. Ook de kappen, in de vorm van het houten hangwerk en de mansardekap, illustreren de mogelijkheden in de 19de eeuwse functionele bouw goed. De toepassing van gele verblendstenen in de segmentbogen, de zinken leien als bekleding van de bakgoten, de gietijzeren ramen en rozetramen en de Lucas IJsbrandpannen laten de stijlkenmerken van rond 1900 duidelijk zien. Deze kenmerken en het feit dat vrijwel alle vensteropeningen nog voorzien zijn van ijzeren ramen maken dat het gebouw in zijn huidige staat ‘gaaf’ te noemen is. -
Bouwhistorische waarden
In bouwhistorische zin zijn er enkele elementen die volgens DOOK erfgoedwerk interessant zijn om te behouden. Het behoud van de IJsbrandpannen is van belang omdat deze pansoort langzamerhand verdwijnt uit het Nederlandse straatbeeld. Ook de afwerking van de goten met de zinken leien is zeldzaam te noemen. De toepassing van gietijzeren kolommen in de binnenruimte is in de kleinschalige bouw redelijk uitzonderlijk. Om de historie van het gebouw zichtbaar te houden, is het van belang om sommige bouwkundige elementen, zoals de tussenmuur in het oudere bouwdeel, te bewaren. Het gebruik van verblendstenen is voor de bouwperiode in dit type bouw niet heel gebruikelijk. Omdat de hele opzet van het gebouw nog goeddeels ongeschonden is, zijn deze afzonderlijke onderdelen des te waardevoller. De muuropschriften zijn de moeite van het behouden waard, hoewel ze door de ‘tand des tijds’ al redelijk zijn aangetast. De visie op de restauratie en herbestemming van de Drijfriemenfabriek is onder anderen vastgelegd in het eveneens bijgevoegde restauratieplan. Uitgangspunten zijn dat voor wat betreft het bestaande gebouw uitgegaan wordt van een restauratieve benadering volgens de principes van de restauratieladder (stichtingerm.nl).
Dat betekent dat waar mogelijk historisch materiaal wordt behouden en hersteld met de geëigende materialen en technieken om het oorspronkelijke voorkomen van het gebouw weer te herstellen. Waar dit niet mogelijk is omdat bepaalde elementen inmiddels niet meer aanwezig zijn door in het verleden uitgevoerde wijzigingen, daar wordt een passend alternatief voorgesteld dat zich op een niet-historiserende manier ondergeschikt voegt in het gebouw. De nieuwe functie is goed inpasbaar in het 346 / Polderman, Bureau voor Monumenten- en Restauratieadvies
33
bestaande gebouw, zonder de cultuurhistorische waarden onevenredig aan te hoeven tasten. Wijzigingen noodzakelijk in het kader van de nieuwe bestemming zijn afleesbaar. De uitbreiding wordt een eigentijds, maar ondergeschikte toevoeging aan het hoofdgebouw. Doel is om te komen tot een constructief en bouwkundig volledig hersteld gebouw, dat de oorspronkelijke kwaliteit en uitstraling heeft, met toevoeging van een nieuwe tijdslaag en daarmee ook voor de volgende generatie het verhaal vertelt en een hernieuwde belevingswaarde heeft.
4.16
aardgasvrij bouwen
Hoewel dit project geen nieuwbouw betreft en bovendien een monument waardoor vrijstelling van bepaalde bouwbesluit-eisen mogelijk is, is wel de ambitie van de eigenaren om installaties aardgasvrij te kunnen maken. De installaties die voor dir project zullen worden toegepast, kunnen aardgasvrij worden gevoed door bijvoorbeeld een warmtepomp. Dit zal in de nabije toekomst verder vorm gaan krijgen.
4.17
brandweervoorzieningen
Dit project heeft niet een zodanige omvang dat aanvullende brandweervoorzieningen noodzakelijk zijn bovenop de vereiste voorzieningen vanuit het Bouwbesluit 2012.
4.18
Asbest
Als bijlage bij de verkoopovereenkomst heeft de gemeente een asbestinventarisatie rapport type A bijgevoegd (zie bijlage). De conclusie hiervan is dat er op dat moment een aantal asbesthoudende materialen aanwezig waren. Vervolgens heeft er een asbestsanering plaatsgevonden. Een tweede rapport betreft een verslag van de Eindcontrole na sanering, uit 2014. Hieruit blijkt dat alle eerder aangetroffen materialen zijn verwijderd. Aangezien er sindsdien geen bouwactiviteiten meer hebben plaatsgevonden, is dit nog altijd de actuele situatie. De vergunningverlener verplicht in de omgevingsvergunning tot een aanvullende inventarisatie type B. een aanvullend type B-onderzoek heeft alleen betrekking op de in de rapportage genoemde beperkingen en vermoedens. Dit onderzoek zal voorafgaand aan de start van de bouw worden uitgevoerd door een gecertificeerd inventarisatiebedrijf.
4.19
Afval
De inzameling van afval zal na voltooiing van het plan een voortzetting zijn van de huidige afspraken.
4.20
Windhinder
Het plan gaat uit van bestaande bouw met een eenlaagse uitbreiding, lager dan 15 meter. Een windonderzoek is derhalve niet noodzakelijk.
346 / Polderman, Bureau voor Monumenten- en Restauratieadvies
34
4.21
Molenbiotoop
De projectlocatie bevindt zich niet binnen de contour van een molenbiotoop.
5. Uitvoerbaarheid
5.1
maatschappelijke uitvoerbaarheid van het project
Draagvlak van de buurt is verkregen door de geleidelijk opstart van de Oerkap de afgelopen jaren. De Haarlemse bevolking wil het stadsstrand behouden. Dat blijkt onder meer uit de opstelling van de wijkraad, die een sterke voorkeur heeft om de huidige gebruikers op de locatie te laten zitten en de diverse initiatieven die door Haarlemmers in de media zijn gestart om de huidige gebruiker op deze locatie te laten blijven. Een voorbeeld hiervan is ‘Red de Oerkap’. Dit was een buurtinitiatief waar veel steunbetuigingen op binnenkwamen. www.reddeoerkap.nl Het huidige gebruik en de exploitanten voegen unieke waarde toe aan de stad. Het stadsstrand is in 2017 uitgeroepen tot een van de 7 leukste stadsstranden van Nederland door Nu.nl. De werkruimtes in de Drijfriemenfabriek werken versterkend voor diverse bands die fungeren als ambassadeur voor Haarlem. Werkruimtes waar gerenommeerde Haarlemse bands met computers en allerhande opnameapparatuur werken aan de productie van de muziek, een cruciaal onderdeel van de muziek-infrastructuur van Haarlem. De Drijfriemenfabriek fungeert als belangrijke verbindende schakel tussen het Slachthuisterrein en een professionele studio. Er zijn geen andere plekken in de stad waar dit mogelijk is. De combinatie met de Oerkap maakt het ook sterk. Door een deels publieke functie blijft dit bijzondere monument toegankelijk voor de stad.
De organisatoren hebben aparte gesprekken gevoerd met de erfgoedverenigingen Heemschut en Historische Vereniging Haarlem. Op 29 september 2021, bij de seizoenssluiting is een bijeenkomst georganiseerd waarbij de stakeholders geïnformeerd werden omtrent de stand van het project. Op 20 december 2021 is er, voorafgaand aan de het indienen van de omgevingsvergunning aanvraag, een digitale informatieavond georganiseerd waar de plannen zijn gepresenteerd en omwonenden en belanghebbenden de mogelijkheid kregen om vragen en opmerkingen te plaatsen. Hiervoor was de wijkraad en alle omwonenden uitgenodigd, 80 mensen hadden zich aangemeld als aanwezigen. De vertegenwoordigers van gemeente, monumentenvereniging en wijkraden waren aanwezig. Deelnemers waren met name benieuwd naar de stand van de plannen en kijken uit naar het resultaat. De wijkraad heeft de presentatiefilm verspreid onder haar leden en deze is inmiddels ruim 400 keer bekeken. De reacties waren unaniem positief.
346 / Polderman, Bureau voor Monumenten- en Restauratieadvies
35
Het draagvlak van de Provincie Noord-Holland reikt verder dan alleen het provinciale beleid. De Provincie Noord-Holland heeft via hun Loodsherbstemmingen en financieringsmogelijkheden voor restauratie, herbestemmen en verduurzamen een actieve rol gespeeld tijdens het verkoopproces en financieringstraject van de Drijfriemenfabriek. Deze relatie is tevens verwerkt in het verkoopovereenkomst met de gemeente Haarlem
5.2
economische uitvoerbaarheid van het project
De ontwikkeling en invulling van dit uitwerkingsplan vindt - uiteraard binnen de randvoorwaarden die (onder anderen gesteld in de verkoopovereenkomst) de gemeente in dit plan stelt - plaats voor risico van de eigenaren. Een planschade overeenkomst kan onderdeel uitmaken van het Wabo-projectbesluit. Op die manier is de economische uitvoerbaarheid van dit plan gewaarborgd.
5.3
privaatrechtelijke belemmeringen
Verwijzend naar de bepalingen in de koopovereenkomst (zie bijlage), is er geen sprake van privaatrechtelijke belemmeringen als wordt voldaan aan de bepalingen overeengekomen in voornoemde koopovereenkomst. Het betreffende plan voldoet aan de kaders gesteld in de koopovereenkomst.
346 / Polderman, Bureau voor Monumenten- en Restauratieadvies
36
Bijlagen 1. Koopovereenkomst Drijfriemenfabriek 2020 2. Een op een verkoop Drijfriemenfabriek met publicatie en kaders 3. Kaders en voorwaarden onderhandse verkoop Drijfriemenfabriek 4. Ambitie OR Drijfriemenfabriek 20190521 5. Ruimtelijk kader Drijfriemenfabriek 6. Definitieve uitgifte verkooptekening 105 87 20190501 7. Verkennend en nader onderzoek Harmenjansweg 95 - milieukundig bodemonderzoek 8. bodeminfo en milieuparagraaf iv.m. verkoop inhoud document 9. Funderingsonderzoek 2019 10. 302SB002_Drijfriemenfabriek_Kabels en leidingen 11. asbest inventarisatierapport 12. aanvulling_Asbestvrijgave dd. 30-5-2014 13. Drijfriemenfabriek-bouwenvelop 14. Verkoop Drijfriemenfabriek, Harmenjansweg 95 - getekend collegebesluit 28 januari 2021 15. Bouwhistorisch onderzoek DOOK 16. Restauratieplan Polderman 17. Tekeningen bestaande situatie 18. Gebrekentekeningen 19. Plan Oerkap -plattegronden, doorsnedes, gevels, details nieuw 20. Ventilatieberekeningen 21. Constructieberekeningen 22. DuMo notitie 23. Harmenjansweg inrichting 413188.151-S-2-0001 24. GT100034 akoestisch onderzoek Harmenjansweg
346 / Polderman, Bureau voor Monumenten- en Restauratieadvies
37