CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

2. Bijlage A: Ruimtelijke onderbouwing

commissie Ontwikkeling 2 februari 2023, gemeente HaarlemBij agendapunt: Harmenjansweg 95 (Drijfriemenfabriek): ontwerp-omgevingsvergunning voor het restaureren, aanpassen en gebruiken van het bestaande gebouw11.447 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING Drijfriemenfabriek-De Oerkap - Haarlem 22 december 2021

Colofon Objectgegevens: Object: Adres: Monumentstatus: Kadastraal:

voormalige Drijfriemenfabriek Harmenjansweg 95 2031 WJ Haarlem gemeentelijk monument nr. 59-0239 Gemeente Haarlem; sectie E, nr 3784, 6079 en 6612

Opdrachtgever en eigenaar: Naam: Contactpersoon: Adres: Telefoon: E-mail:

Stadsstrand De Oerkap / Drijfriemenfabriek Harmenjansweg 95 2031 WJ Haarlem 06@oerkap.nl

Adviseur / gemachtigde: Naam: Contactpersoon: Adres: Telefoon: E-mail:

Polderman, Bureau voor Monumenten- en Restauratieadvies R. Polderman / M. Temme Eendrachtsweg 67 3012 LG Rotterdam 010-4363250 rutger@bureaupolderman.nl / margreet@bureaupolderman.nl

Status: Datum:

definitief 22 december 2021

346 / Polderman, Bureau voor Monumenten- en Restauratieadvies

2

Inhoudsopgave 1. 2.

Aanleiding en doel Omschrijving project

2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 3.

Toepasselijk beleid

3.1 3.2 3.3 4.

Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid

Milieu en omgeving

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13 4.14 4.15 4.16 4.17 4.18 4.19 4.20 4.21 5.

Omschrijving van het project Huidige ruimtelijke en functionele structuur stedenbouwkundige onderbouwing verkeer/parkeren duurzaamheid en energie ladder duurzame verstedelijking

Bezonning Groentoets Bodemonderzoek Archeologisch onderzoek flora- en fauna-onderzoek milieu-effectrapportage akoestisch onderzoek Milieuzonering Lichthinder Luchtkwaliteit Externe veiligheid Luchthavenindelingsbesluit Waterhuishouding Kabels en leidingen Cultuurhistorische waarden aardgasvrij bouwen brandweervoorzieningen Asbest Afval Windhinder Molenbiotoop

Uitvoerbaarheid

5.1 5.2 5.3

maatschappelijke uitvoerbaarheid van het project economische uitvoerbaarheid van het project privaatrechtelijke belemmeringen

4 5 5 5 8 10 16 17 18 18 19 21 25 25 25 27 28 28 29 29 30 30 31 31 31 31 31 32 34 34 34 34 34 35 35 35 36 36

Bijlagen

346 / Polderman, Bureau voor Monumenten- en Restauratieadvies

3

1. Aanleiding en doel Het verkrijgen van een omgevingsvergunning voor de aanpassing en uitbreiding van de voormalige Drijfriemenfabriek tot gebouw voor cultuur, muziekopname, muziekuitvoering en horeca met terras. Het project wordt door de eigenaren Robin Ruben, Jules Zuidgeest en Inger Stam geïnitieerd. Te realiseren aan Harmenjansweg 95 te Haarlem op perceel 3784, 6079 en 6612, sectie E Deze ontwikkeling is niet mogelijk op basis van het vigerende bestemmingsplan; voor de locatie geldt een uitwerkingsverplichting, waardoor niet direct een omgevingsvergunning kan worden verleend. Bij de verkoopprocedure door de gemeente Haarlem-Vastgoed, is gesteld dat medewerking zal worden verleend aan een aanvraag omgevingsvergunning, mits wordt voldaan aan de voorwaarden gesteld in het koopcontract en het ruimtelijk kader.

Locatie Drijfriemenfabriek

Bron: kaart.haarlem.nl

Uitsnede verbeelding bestemmingsplan Papentorenvest met Drijfriemenfabriek Bron: kaart.haarlem.nl

346 / Polderman, Bureau voor Monumenten- en Restauratieadvies

4

2. Omschrijving project

2.1

Omschrijving van het project

Het gebouw van de voormalige drijfriemenfabriek aan de Harmenjansweg wordt sinds 2010 gebruikt als productieruimten en maatschappelijke invulling op voornamelijk het gebied van muziek. In 2015 is een bruikleenovereenkomst gesloten met de huidige gebruiker voor de uitoefening van horeca en atelierruimte annex muziekstudio(’s) / oefenruimten. De initiatiefnemers zijn er inmiddels in geslaagd het gebouw onder voorwaarden van de gemeente Haarlem over te nemen. Een van de voorwaarden is dat voor het einde van 2021 een omgevingsvergunning voor de restauratie en herbestemming van het gebouw moet zijn ingediend. De herbestemming van het gebouw bestaat uit de bestendiging van de tijdelijke functies die de afgelopen jaren al zijn uitgevoerd op de locatie. Het gebouw zal worden gerestaureerd, waarbij de tijdelijke aanbouw zal worden vervangen door een permanente aanbouw. Het stadsstrand en de opnamestudio’s krijgen een permanente plek. Het terrein rondom de Drijfriemenfabriek is niet ingedeeld, en wordt gebruikt als terras en voor buitenrecreatie door de gebruikers van het pand. Aan de straatzijde is op eigen terrein parkeergelegenheid voor een groot aantal fietsen en een beperkt aantal auto’s.

2.2

Huidige ruimtelijke en functionele structuur

2.2.1 Haarlem Volgens naamkundigen is de naam Haarlem afgeleid van de woorden haru, lo en haima (zandgrond, bos en nederzetting).Waarschijnlijk is Haarlem in de 8e eeuw ontstaan op een plek waar eerder al bewoning had plaats gevonden. De eerste vermelding in historische bronnen is van de eerste helft 10de eeuw. In de eeuw daarna kwam het gehucht onder gezag van de graven van Holland, die hier hun hof bouwden. De nederzetting ontwikkelde zich voorspoedig dankzij de gunstige ligging op de hooggelegen grond aan het Spaarne en de aanwezigheid van het eerder genoemde hof. In 1245 eeuw kreeg Haarlem stadsrechten van graaf Willem II. In de 14de en 15de eeuw kende de stad een grote bloeiperiode dankzij de lakenhandel, bierbrouwerijen en de scheepsbouw. In de tweede helft van de 15de eeuw ging het economisch bergafwaarts. De belegering door de Spanjaarden in 1573 en de stadsbrand van 1576 zorgden ervoor dat de stad voor een groot deel verwoest werd. Na de inname van Antwerpen door de Spanjaarden, vestigden zich veel Antwerpenaren in Amsterdam en omstreken, zodat ook Haarlem een groeiperiode doormaakte. Ondanks de economische moeilijkheden in de 18de eeuw, kreeg de stad in 1839 een spoorlijn die Haarlem met Amsterdam verbond. Die zorgde opnieuw voor grote economische bloei. De stad was inmiddels flink gegroeid en buiten de oude afgebroken omwalling werden nieuwe arbeiderswijken gebouwd.

2.2.2 het Spaarne De rivier het Spaarne is ongeveer 4000 jaar geleden ontstaan. Van oorsprong was deze rivier breder dan de huidige. Vanaf de 12de-13de eeuw werden door de bewoners van Haarlem de oevers van de rivier stelselmatig opgehoogd en bij de stad getrokken. Op de kaart van Van Tuyn en Baarsel uit 1837 is duidelijk een versmalling van het Spaarne in de stad te zien. De rivier is altijd al belangrijk geweest voor de handel en industrie in de stad. Transport van goederen zoals turf vond over het water plaats. Aan de rivier lagen al vroeg veel bierbrouwerijen, die zo makkelijk konden worden bevoorraad met graan, hop en turf. Ook waren er al vanaf de 15de eeuw verschillende kalkbranderijen gevestigd. In de 17de eeuw kwamen deze kalkovens geconcentreerd aan de oostoever van het Zuider Buiten

346 / Polderman, Bureau voor Monumenten- en Restauratieadvies

5

Spaarne te liggen. In principe lagen alle brandgevaarlijke en stankverspreidende industrieën buiten de stad. Ook de molens werden op die plaatsen gebouwd; daar konden ze het meeste wind vangen. 2.2.3 Industrie In het begin van de 19de eeuw wist Haarlem drie grote textielbedrijven naar de stad te krijgen. Deze bedrijven konden vanwege de hoge grondstofprijzen en het ongeschoolde personeel niet concurreren met de textielindustrie in het oosten van Nederland. Het was lange tijd moeilijk om nieuwe industrieën naar Haarlem te halen, maar de aanleg van de spoorlaan zorgde in het midden van de 19de eeuw voor de infrastructuur die de ontwikkeling van de industrie versnelde. Hierdoor kwam er vooral aan het noordelijke deel van het Spaarne meer industrie. Ook vestigden zich hier bedrijven uit de binnenstad, waar uitbreiding niet meer mogelijk was en stank en lawaaioverlast voor problemen zorgden. Rond de drijfriemenfabriek kwamen bedrijven zoals de nieuwe machinefabriek van de gebroeders Figee, de hoofdwerkplaats van de Nederlandse Spoorwegen, de margarinefabriek van Cohen en Van der Laan (iets verder noordelijk), de Haarlemse Sodafabriek, de Droste chocoladefabriek, de scheepswerf Conrad, de Haarlemse houthandel en de gemeentelijke gas- en lichtfabrieken te liggen.

Afbeelding: 1837 kaart van Haarlem en omstreken van Tuyn en Baarsel (NHA, NL-HlmNHA_51000368-1_G)

Afbeelding: 1878 uitsnede uit kaart van Haarlem van H.M. Buijen van Weelderen (NHA, NL-HlmNHA_51000731)

346 / Polderman, Bureau voor Monumenten- en Restauratieadvies

6

Afbeelding: foto van het gebied rond de drijfriemenfabriek, ca 1900 (NHA, )

Afbeelding: 1904 uitsnede uit kaart van Haarlem H.A.van Olphen (NHA, NL-HlmNHA_511102-1)

De Drijfriemenfabriek bestaat uit twee langwerpige geschakelde bouwdelen die achter elkaar gebouwd zijn. Het oudste bouwdeel ligt midden op het terrein, het 10 jaar jongere bouwdeel is in het verlengde hiervan aan de straatzijde gesitueerd. Beide bouwdelen bestaan uit een begane grond en een verdieping, waar het oudste bouwdeel daarboven een zadeldak met rode pannen heeft met een tuitgevel aan de achterzijde. Het jongere bouwdeel kent boven de eerste twee lagen nog een anders vormgegeven tweede verdieping en een mansardekap gedekt met Lucas IJsbrandpannen en zink. Aan de achterzijde staat een stalen portaalconstructie, waaromheen de plat afgedekte eenlaagse uitbreiding van de Oerkap is gebouwd met een vlonder tot bij de waterkant. De uitbreiding is pragmatisch samengesteld uit bestaande bouwelementen, hergebruikte bouwmaterialen en containers. Het terrein wordt langs de spoordijk en aan de straatzijde afgesloten door een stalen 346 / Polderman, Bureau voor Monumenten- en Restauratieadvies

7

(rol-)hek. Het terrein tussen spoordijk en gebouw is open en wordt gebruikt als zgn. stadsstrand. Het terrein tussen Drijfriemenfabriek en N200 wordt al langere tijd niet gebruikt en is daardoor zeer groen. Deze natuurlijke kwaliteit wil gemeente (eigenaar van deze grond) alsook de Oerkap graag behouden. Omschrijving van het gebruik Het huidige gebruik van het gebouw is ontstaan vanuit een insteek van “tijdelijk gebruik”. Dit bestaat uit het stadsstrand De Oerkap (horeca buiten en binnen) en de werkruimtes waar aan de productie van de muziek van gerenommeerde Haarlemse bands wordt gewerkt. Een cruciaal onderdeel van de muziek-infrastructuur van Haarlem. Het is een netwerk van professionele muzikanten met hoge kwaliteit die de brug zijn tussen oefenruimtes in Poppodium Slachthuisterrein en professionelere oefenruimtes en opnamestudio’s in Haarlem. In de Drijfriemenfabriek wordt geoefend, muziek geproduceerd en opgenomen. Daarnaast is er een boekingskantoor en worden er videoclips opgenomen. In het jongste gebouwdeel aan de straatzijde is een aantal werkruimtes gecreëerd binnen de bestaande structuur, die door diverse mensen en groepen worden gebruik. In het oudste bouwdeel daar achter wordt de begane grond gebruikt voor diverse opslag en een deel van de keuken van de Oerkap. De verdieping wordt eveneens gebruikt voor werk- en oefenruimtes, de zolder is niet in gebruik.

Achter het monument is een aanbouw ontstaan van waaruit de horeca (Oerkap) wordt geëxploiteerd, met een groot terras en het stadsstrand.

2.3

stedenbouwkundige onderbouwing

De Drijfriemenfabriek is aangewezen als gemeentelijk monument. De ambitie van de eigenaren is om het gebouw een duurzaam nieuw leven te geven, waarbij de cultuurhistorische waarden hersteld en versterkt worden. Dat betekent dat er aan de stedenbouwkundige situatie niets zal veranderen. De Ontwikkelingsvisie Spaarnesprong (vastgesteld in de gemeenteraad op 15 maart 2018) geeft een visie op de ontwikkeling van de omgeving Papentorenvest – Oudeweg – Oostvest – Harmenjansweg. In de visie wordt over de Drijfriemenfabriek het volgende gezegd (Ontwikkelingsvisie, 2018, p.7): “Voor het monumentale pand en de omliggende terreinen aan het Spaarne wordt ingezet op continuering van het huidige gebruik als horeca en muziekstudio. Een stedenbouwkundig kader wordt opgesteld waarin de ruimtelijke en planologische randvoorwaarden daarvoor staan. Het kent o.a. de volgende uitgangspunten: -

Het is een stepping-stone in de vergroting van het centrum en een schakel in de route langs het Spaarne. Het gebouw is één van de identiteitsdragers van de Spaarnesprong: een ijkpunt op de mental map van bewoners en bezoekers.

346 / Polderman, Bureau voor Monumenten- en Restauratieadvies

8

-

-

De ontwikkeling van het gebouw dient gekoppeld te worden aan een verbetering van de openbare ruimte. Er wordt een nieuwe plek voor de stad gemaakt aan het Spaarne met een route die het verbindt met het Scheepmakerskwartier. Er wordt geen nieuwbouw gerealiseerd. Wel is het mogelijk om de bestaande uitbouw te vernieuwen.”

Verder wordt aangegeven dat de openbare ruimte op de plek van de Drijfriemenfabriek een herontwerp verdient (p.22) en dat de ligging met een toekomstige ontsluiting langs het water verder geoptimaliseerd kan worden. Door de ligging langs de Oudeweg is er sprake van goede zichtbaarheid, die voor toekomstige functies aantrekkelijk kan zijn. Hier blijven daarom in de toekomst gemengde functies mogelijk, waaronder cultuur, horeca, bedrijven e.d. (p.31). Gebruik van de locatie is gericht op de functies van cultuur en horeca: muziekproductie en oefenruimtes, horeca, stadsstrand en op de uitbouw ruimte voor een dakterras/theaterpodium. Het gebouw inclusief toekomstige uitbouw bevat 1160 m2 vvo, waarvan maximaal 355 m2 vvo is beoogd als horeca (exclusief toiletten) en de overige meters als culturele functie. Ten aanzien van de transformatie en restauratie van het bestaande gebouw wordt verwezen naar de uitgangspunten uit het rapport van DOOK (bijlage). Een belangrijke algemene conclusie is dat in elk geval het volledige bouwvolume ‘afleesbaar’ dient te blijven. Het ontwerp betreft dan ook een nieuwe indeling van het gebouw en de vervanging van de tijdelijke uitbouw door een permanente, binnen bovengenoemde stedenbouwkundige kaders.

Naast de muziekstudio’s in het voorste bouwdeel zal een grand café/ DRF café met een podium plaats bieden aan een kleine 250 bezoekers in het achterste bouwdeel. De zolder hiervan is niet geschikt als gebruiksruimte vanwege de constructiehoogte van de spanten. De horeca richt zich vooral op exterieur gebruik als stadsstrand tijdens de zomermaanden, maar zal in de toekomst het gehele jaar geopend zijn. Met het gebouw willen de eigenaren een plek voor de buurt creëren, maar ook voor de stad. Door het tijdelijk gebruik te bestendigen hopen zij op een voortzetting van het draagvlak dat ze inmiddels hebben opgebouwd. Het is de wens van de eigenaren om te voldoen aan de normen van het bouwbesluit, daarom zal de lat qua installaties en afwerkingsniveau hoger gelegd worden. Dit brengt investeringen met zich mee, die vanuit de exploitatie moeten worden opgebracht. Om dit te bereiken moet het pand worden omgevormd van utilitair bedrijfsgebouw naar comfortabel multifunctioneel publieksgebouw. Het huidige strandpaviljoen zal worden vervangen door een nieuw op te trekken eenlaagse aanbouw binnen de daarvoor in het ruimtelijk kader aangegeven contour.

346 / Polderman, Bureau voor Monumenten- en Restauratieadvies

9

2.4

verkeer/parkeren

Het plan bestaat uit de definitieve voortzetting van het tijdelijke gebruik van de Drijfriemenfabriek bestaande uit horeca en cultuur. Het is vastgesteld dat parkeren op de locatie beperkt mogelijk is. Zoals in onderstaande afbeelding is weergeven, is het mogelijk om maximaal 3 auto’s op eigen terrein te parkeren in verband met de toegankelijkheid van het gebouw en de instandhouding van het terrein. Daarnaast wordt ruime gelegenheid gecreëerd voor fietsparkeren op het terrein en is de Oerkap bereikbaar voor voetgangers, ook vanaf de zijde van het water via een nieuw aan te leggen kade of steiger. Deze drie plaatsen voorzien in de parkeerbehoefte van de Drijfriemenfabriek. Dit wijkt af van de parkeereis voor deze locatie. Het mobiliteitsplan is echter hoofdzakelijk gericht op het gebruik van de fiets waar de huidige bezoekers ook uitsluitend gebruik van maken en dat willen we in de toekomst voortzetten.

Afbeelding: situatietekening ontwerp

In het openbaar gebied in de nabijheid van de Drijfriemenfabriek is het aantal parkeerplaatsen zeer beperkt. Momenteel wordt de Harmenjansweg opnieuw ingericht, waarbij het aantal parkeerplaatsen nog verder beperkt wordt. Het straatprofiel wordt afgeschaald naar een fietsstraat, waar de auto te gast is. De huidige snelheid wordt verlaagd van 50 naar 30 km/u. Dat betekent de gemeente de doelstelling heeft om het autoverkeer in deze straat tegen te gaan. Dit sluit aan bij de doelstellingen van de Oerkap om bezoekers op een alternatieve manier dan met de auto op de Oerkap te laten arriveren. De afgelopen 10 jaar was de Oerkap reeds gevestigd in het pand en functioneerde de horeca met de huidige capaciteit aan parkeerplaatsen op eigen terrein en in de openbare ruimte. De doelgroep van bezoekers en gebruikers maakt weinig tot geen gebruik van de auto om de Oerkap te bezoeken. De opzet en doelstelling van de eigenaren blijft onveranderd in het voorliggende plan. Zij denken dan ook voldoende aangetoond te hebben dat de aanwezigheid van de Oerkap geen aanzuigende werking heeft en niet leidt tot verkeersproblemen. Desalniettemin wordt voor het toekomstige gebruik het Stappenplan Parkeernormen bij bouwprojecten 2017 doorlopen, zoals geformuleerd in de Beleidsregels parkeernormen Haarlem,

346 / Polderman, Bureau voor Monumenten- en Restauratieadvies

10

zodat duidelijk wordt welke (on-)mogelijkheden er zijn in relatie tot het parkeren voor bezoekers van de Oerkap/Drijfriemenfabriek. Stap 1: verkleinen bouwvolume of toepassen vervoersmanagement In principe moet voldaan worden aan de parkeernorm die geldt voor het gebied “schil/overloop” uit de parkeernorm Haarlem 2015. Hier geldt een parkeernorm voor verschillende functies zoals hieronder genoemd. Functie

Aantal m2 bvo

Norm/100 m2 bvo

Grand-café, bar, disco, cafetaria

355 m2

0,8

Bedrijfsverzamelgebouw

428 m2

0,8

totaal

783 m2

Aantal pp

6,4

Bij een gebruik als café/bar/disco in combinatie met bedrijfsverzamelgebouw dienen minimaal 6,4 => 7 parkeerplaatsen worden gerealiseerd. De beschikbare ruimte op eigen terrein is hiervoor niet toereikend. Onderzocht is of het mogelijk is om de parkeervoorziening op eigen terrein uit te breiden met een ondergrondse voorziening. Dit is echter onmogelijk gebleken door het grote aantal belangrijke kabels en leidingen dat onder de projectlocatie doorloopt, zie onderstaande afbeelding.

Afbeelding: uitsnede kaart kabels en leidingen Drijfriemenfabriek. Bron: gemeente Haarlem verkoopbijlagen

346 / Polderman, Bureau voor Monumenten- en Restauratieadvies

11

Om het huidige gebruik te kunnen continueren, een rendabele exploitatie te bereiken en te voldoen aan andere doelstellingen uit de ruimtelijke randvoorwaarden verbonden aan de verkoop van de Drijfriemenfabriek is een verkleining van het bouwvolume geen optie. Als alternatief hiervoor is onderzocht of vervoersmanagement kan worden toegepast. Dit is opgenomen in het volgende mobiliteitsplan. Hierin staat in hoeverre van het openbaar vervoer, de fiets of andere manier van verplaatsing gebruik gemaakt kan worden, waardoor het bouwplan geen nadelig effect op de parkeersituatie in de omgeving heeft. Over het algemeen geldt dat het autobezit in de steden de komende jaren verder zal afnemen, in het voordeel van meer duurzame vervoersmiddelen als fietsen, openbaar vervoer en deelmobiliteit. Haarlem is een compacte stad, waar de afstanden tussen voorzieningen niet groot zijn. Door de huidige opzet van de infrastructuur in Haarlem is het over het algemeen efficiënter om binnen de gemeentegrenzen de auto niet te gebruiken. - Fietsen Het pand is gelegen aan de rand van het centrum, naast een woonwijk. De Oerkap heeft een zeer lokale klantenkring. Veel van de bezoeker zijn omwonenden, die lopend of met de fiets arriveren. Overige bezoekers maken veelal gebruik van de fiets, of van het openbaar vervoer.

Zoals op onderstaande afbeelding te zien is, ligt de Drijfriemenfabriek aan een aantal belangrijke (regionale) fietsroutes. Deze goede fietsinfrastructuur, gecombineerd met de herinrichting van de Harmenjansweg als langzaamverkeersstraat is een uitstekende voorwaarde om autogebruik terug te dringen. Op eigen terrein kan een aanzienlijke fietsenstalling worden gerealiseerd aan de spoorzijde, zodat het hoofdgebouw vrij blijft van verdere aanbouwen -

max. oppervlak: 100 m2 max. bouwhoogte: 5 meter

Afbeelding: Fietsnetwerken rondom de projectlocatie. Bron: kaart.haarlem.nl

346 / Polderman, Bureau voor Monumenten- en Restauratieadvies

12

- Deelmobiliteit In Haarlem bieden Felyx en Go-Sharing deelscooters aan. De scooters zijn verspreid over de stad neergezet. Gebruikers kunnen via de aanbieder een scooter huren en deze op de plek van bestemming parkeren. De deelscooters mogen geparkeerd worden op dezelfde plekken als waar reguliere scooters mogen staan. De scooters kunnen bij de fietsen op het eigen terrein worden geparkeerd. De populariteit van deze scooters is enorm, een groot deel van de doelgroep van de Oerkap maakt er gebruik van, wat betekent dat nog een kleiner deel van de bezoekers uit automobilisten zal bestaan. Daarnaast kan gebruik worden gemaakt van zowel de reguliere taxidiensten als nieuwe concepten als Über, waarbij opvalt dat vooral de laatste steeds populairder wordt. - Busvervoer De Drijfriemenfabriek ligt op 850 meter van station Haarlem, waarvandaan een groot aantal buslijnen vertrekt. Dichter in de buurt staat een aantal bushaltes van lijn 15 en 14.

Afbeelding: uitsnede overzichtskaart dienstregeling Haarlem-IJmond. Bron: Connexxion

346 / Polderman, Bureau voor Monumenten- en Restauratieadvies

13

Afbeelding: bushaltes rondom de projectlocatie. Bron: Google maps

Stap 2: huren of kopen van parkeerplaatsen binnen een straal van 500 meter van de bouwlocatie

Afbeelding: uitsnede uit parkeerkaart Haarlem, afstand projectlocatie tot openbare parkeergarage. Bron: kaart.haarlem.nl

Binnen een straal van 500 meter is geen openbare parkeergarage waar eventueel parkeerplaatsen kunnen worden verkregen. In het naastgelegen Scheepmakerskwartier zijn woningen met inpandige parkeerplaatsen gerealiseerd, waarvan in deelplan 2A 47 plaatsen voor bewoners en bezoekers zijn. Indien onvermijdelijk, kan met deze eigenaren overlegd worden of er sprake is van overmaat in de garage

346 / Polderman, Bureau voor Monumenten- en Restauratieadvies

14

en of er mogelijkheden zijn om in de extra parkeerbehoefte te voorzien, bijvoorbeeld voor de gebruikers van de studio’s. Dit vergt echter een complexe aanpassing om deze private parkeervoorziening gedeeltelijk openbaar te maken ten behoeve van de Oerkap en heeft daarom niet de voorkeur. Stap 3: parkeerplaatsen realiseren in aangrenzende openbare ruimte Aan de Harmenjansweg wordt het aantal openbare parkeerplaatsen teruggebracht van 83 naar 75. Naar het zich laat aanzien zijn de capaciteitsberekeningen hiervoor gemaakt zonder de nieuwe (permanente) functie van de Drijfriemenfabriek mee te rekenen. Het plan ligt aan de rand van de zone betaald parkeren, aan de overkant van de N200 in de Waarderpolder is geen betaald parkeren waardoor daar op piekmomenten geparkeerd zou kunnen worden. Het is echter de doelstelling van de eigenaren om bezoekers ervan bewust te maken dat zij niet met de auto naar de Oerkap komen. De resultaten van de afgelopen jaren geven aan dat het niet aannemelijk is dat de parkeerdruk op de omliggende wijken zal oplopen met de realisatie van dit plan. Stap 4: gedeeltelijke of algehele vrijstelling Uit voorgaande stappen en de analyse van de mobiliteit valt op te maken de mogelijkheden om op eigen terrein te parkeren worden benut, maar dat op deze manier niet kan worden voldaan aan de gestelde parkeereis.

De doelstelling van de Oerkap is die van het voeren van een duurzame onderneming, waarbij zij de afgelopen jaren hebben aangetoond dat zij bezoekers trekken die niet met de auto komen. Het beleid van de gemeente is hier eveneens op gericht, wat onder anderen blijkt uit beleidsdocumenten, communicatie naar burgers en het feitelijk aanpassen van de Harmenjansweg in het voordeel van ongemotoriseerd verkeer. Er wordt daarom een verzoek tot vrijstelling van de resterende parkeereis van 4 plaatsen gedaan. Samenvattend stellen de eigenaren het volgende. 1. De bezoeker weet na 12 jaar dat de Oerkap zich richt op de fiets en niet met de auto. Het is inmiddels algemeen bekend dat je te voet of met de fiets naar het stadsstrand moet komen. Alle bezoekers komen met de fiets omdat er simpelweg geen parkeerplekken voor auto’s zijn. Als we nu extra parkeerplekken gaan genereren dan heeft dat een averechts effect op onze bezoekers. Wellicht gaan ze dan toch proberen met de auto te komen terwijl nu iedereen weet dat dat niet mogelijk is en op de fiets komt. We willen natuurlijk het gebruik van de fiets alleen maar bevorderen en niet het gebruik van de auto. 2. Het inzetten op fietsen past perfect bij het mobiliteitsplan van de gemeente Haarlem. De Harmenjansweg wordt namelijk een fietsstraat waar de auto te gast is.

Dit komt helemaal overeen met het plan van de Drijfriemenfabriek om de komst van de bezoekers op de fiets te bevorderen. De Drijfriemenfabriek heeft daarom op haar eigen terrein een ontwerp voor een ruime fietsenstalling. 3. De drie parkeerplekken worden kiss and ride parkeerplekken voor mindervaliden, personeel, bandleden/ creatieven die moeten laden en lossen en andere automobilisten die iets komen leveren. De parkeerplekken zijn expliciet niet bedoeld voor reguliere bezoekers van het stadsstrand en de Drijfriemenfabriek. 4. De Drijfriemenfabriek is tevens steppingstone van de gewenste voetgangersboulevard verbinding langs ‘t Spaarne. De Drijfriemenfabriek moet een reden zijn voor mensen

346 / Polderman, Bureau voor Monumenten- en Restauratieadvies

15

richting het Noorden om gebruik te maken van de (nog aan te leggen) boulevard verbinding. Het gebruik van de auto staat hier haaks op.

2.5

duurzaamheid en energie

Ten aanzien van duurzame stedelijke ontwikkeling stelt de gemeente het volgende. De gemeente Haarlem heeft in de beleidsnota “Praktijkrichtlijn Duurzame Stedenbouw” bepaald dat alle ruimtelijk relevante plannen vanaf 2006 moeten voldoen aan de basiskwaliteit duurzame stedenbouw en waar mogelijk aan een streefkwaliteit. De praktijkrichtlijn duurzame stedenbouw bestaat uit uitgangspunten en een checklist duurzame stedenbouw op basis van de ervaringen in Haarlem. De belangrijkste uitgangspunten voor duurzame stedenbouw zijn de volgende: -

Koppel natuur /recreatieve functies aan het waternetwerk Koppel stedelijke functies aan het stedelijke verkeersinfrastructuur (OV, fiets, auto) Betrek milieurandvoorwaarden in het stedenbouwkundig ontwerp Zorg voor een intensieve inrichting van het stedelijk gebied Zorg dat je wijken en gebouwen flexibel ontwerpt en herstructureert Tracht zongerichte verkaveling zo veel mogelijk in het ontwerp mee te nemen Bevorder door het stedelijk ontwerp het gebruik van fiets en openbaar vervoer Tracht sloop van kwalitatief goede wijken en gebouwen te vermijden.

De vrijwillig te nemen maatregelen zorgen ervoor dat een ruimtelijk plan aan de streefkwaliteit kan voldoen. Dat is dus een kwaliteit die verder gaat dan wettelijke regelingen ofwel de basiskwaliteit. Het voorliggende plan voldoet deels aan de streefkwaliteit aangezien het monumentale gebouw volledig wordt gerenoveerd, waardoor het verval gestopt wordt en het van een zeer laag energielabel een groot aantal labelsprongen zal kunnen maken door het aanbrengen van een hoogwaardig isolatiepakket en efficiënte installaties. Door de restauratie en revitalisering van het gebouw, wordt het voor de toekomst zeker gesteld als duurzaam onderdeel van het stedelijk weefsel. De Oerkap richt zich op het maken van de verbinding van met het waternetwerk van Haarlem, het Spaarne. Het voordeel van de Oerkap op deze locatie is dat dit terrein op deze manier een goed gebruik kan krijgen en dat de functie zeer goed inpasbaar is in het monument. Andere functies als wonen, of bepaalde bedrijvigheid zijn niet haalbaar vanwege omgevingsfactoren en de beperkte mogelijkheden van het terrein en het monument. Daarnaast wordt autogebruik door bezoekers actief tegengegaan en is het bedrijfsvoering erop gericht om de fietser te faciliteren. Daarbij is de locatie gelegen aan een aantal doorgaande fietsroutes.

Voor de verduurzaming van het monument wordt verwezen naar de bijlage, waarin deze aanpak wordt uiteengezet.

346 / Polderman, Bureau voor Monumenten- en Restauratieadvies

16

2.6

ladder duurzame verstedelijking

Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) geeft regels waar concrete ruimtelijke projecten aan moeten voldoen. Zo is in het Bro de ladder voor duurzame verstedelijking verankerd. Deze ladder is gericht op vraaggericht programmeren en het zorgvuldig benutten van ruimte. Op 1 juli 2017 is het Bro gewijzigd, waarbij een nieuwe Laddersystematiek geldt. In artikel 3.1.6, lid 2 Bro is voorgeschreven dat indien bij een bestemmingsplan 'een nieuwe stedelijke ontwikkeling' mogelijk wordt gemaakt, de toelichting van het bestemmingsplan een beschrijving van de behoefte bevat en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling buiten het bestaand stedelijk gebied mogelijk maakt, een motivering is opgenomen waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. De motivatie in het collegebesluit bij de verkoop van de Drijfriemenfabriek voor het bestendigen van de huidige exploitatie was als volgt. “Dit plan betreft een voor het plangebied en voor Haarlem nieuwe stedelijke ontwikkeling in de vorm van oefenruimtes en opnamestudio’s voor muzikanten die nog niet in Haarlem beschikbaar was. De functie bestond informeel al in tijdelijke vorm op deze plek, maar wordt nu permanent ingevuld. In 2015 is een bruikleenovereenkomst gesloten met de huidige gebruikers voor de uitoefening van horeca (stadsstrand De Oerkap) en atelierruimte annex muziekstudio/oefenruimten.

Met de komst van de Oerkap is het pand onderdeel van de buurt geworden en heeft het vooral dankzij de inspanning van de Oerkap zich ontwikkeld van rafelrand tot een culturele hotspot voor de buurt en de stad. De huidige gebruiker van het pand en het gebruiksdoel passen zeer goed in het gebied. Het stadsstrand en de broedplaatsen voor de muziekindustrie zijn een prachtig voorbeeld hoe de gemeente (bewoners)initiatieven ondersteunt en faciliteert. Ook de Haarlemse bevolking wil het stadsstrand behouden. Dat blijkt onder meer uit de opstelling van de wijkraad, die een sterke voorkeur heeft om de huidige gebruikers op de locatie te laten zitten en de diverse initiatieven die door Haarlemmers in de media zijn gestart om de huidige gebruiker op deze locatie te laten blijven. Het huidige gebruik en de exploitanten voegen unieke waarde toe aan de stad. Het stadsstrand is in 2017 uitgeroepen tot een van de 7 leukste stadsstranden van Nederland door Nu.nl. De werkruimtes in de Drijfriemenfabriek werken versterkend voor diverse bands die fungeren als ambassadeur voor Haarlem. Werkruimtes waar gerenommeerde Haarlemse bands met computers en allerhande opnameapparatuur werken aan de productie van de muziek, een cruciaal onderdeel van de muziek-infrastructuur van Haarlem.

De Drijfriemenfabriek fungeert als belangrijke verbindende schakel tussen het Slachthuisterrein en een professionele studio. Er zijn geen andere plekken in de stad waar dit mogelijk is. De combinatie met de Oerkap maakt het ook sterk. Door een deels publieke functie blijft dit bijzondere monument toegankelijk voor de stad.”

346 / Polderman, Bureau voor Monumenten- en Restauratieadvies

17

3. Toepasselijk beleid

3.1

Rijksbeleid

3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk zijn samen verantwoordelijk voor de fysieke leefomgeving. Sommige belangen en opgaven overstijgen het lokale, regionale en provinciale niveau en vragen om nationale aandacht. Dit noemen we 'nationale belangen'. Het Rijk heeft voor alle nationale belangen een zogenaamde systeem-verantwoordelijkheid. Voor een aantal belangen is het Rijk zelf eindverantwoordelijk. Maar voor een groot aantal nationale belangen zijn dat de medeoverheden. De NOVI richt zich op die ontwikkelingen waarin meerdere nationale belangen bij elkaar komen, en keuzes in samenhang moeten worden gemaakt tussen die nationale belangen. Voorbeelden van nationale belangen zijn: • • • • • • • •

Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving. Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving. Zorgdragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoefte. Waarborgen en realiseren van een veilig, robuust en duurzaam mobiliteitssysteem. Zorgdragen voor nationale veiligheid en ruimte bieden voor militaire activiteiten. Waarborgen van een goede waterkwaliteit, duurzame drinkwatervoorziening en voldoende beschikbaarheid van zoetwater. Verbeteren en beschermen van biodiversiteit. Behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter-)nationaal belang.

De belangrijkste keuzes die worden gemaakt richten zich op het volgende. De opwekking van duurzame energie moet worden ingepast met oog op omgevingskwaliteit. Iedereen krijgt de komende jaren te maken met de overstap naar duurzame energie. Daarvoor zijn bijvoorbeeld meer windmolens en zonnepanelen nodig. Clustering is daarbij van belang en zonnepanelen worden in eerste instantie op en aan gebouwen gerealiseerd. Ook moet er ruimte zijn voor een overgang naar een circulaire economie. Hergebruiken van grondstoffen en materialen en benutten van duurzame energiebronnen wordt steeds belangrijker. De inrichting van de leefomgeving moet een aantrekkelijk vestigingsklimaat zoveel mogelijk bevorderen. Een aantrekkelijke omgevingskwaliteit vraagt goede inpassing van bedrijven, logistieke functies en datacentra. Tot 2030 moeten er ongeveer 1 miljoen woningen gebouwd worden. Er wordt zoveel mogelijk gebouwd binnen bestaand stedelijk gebied, zodat open ruimtes en groen tussen steden behouden blijft. De nieuwe woningen moeten betaalbaar en goed bereikbaar zijn. Bewoners moeten tevens een prettige, gezonde en veilige leefomgeving ervaren. Dat vergt grote investeringen in openbaar vervoer, veilige fiets en wandelpaden, meer groen, ontmoetingsruimte en wateropvang in de stad, en goede verbindingen met recreatiegebieden in de nabijheid van de stad.

Het landgebruik moet in balans zijn met natuurlijke systemen. Bijvoorbeeld door kringlooplandbouw. Zo wordt een goede bodem- en waterkwaliteit en biodiversiteit bevorderd. Om 346 / Polderman, Bureau voor Monumenten- en Restauratieadvies

18

te kunnen blijven genieten van het landschap moet behoud van de kwaliteit van het landschap sterker meewegen in de keuzes die worden gemaakt. Planspecifiek Het voorliggende plan zorgt voor de realisering van horeca en cultuur voor verschillende doelgroepen. De inrichting van het plangebied is duurzaam door de natuurlijke terreininrichting met voldoende accumulerend vermogen voor water en warmte, een verbinding van de openbare weg naar het Spaarne. Daarnaast wordt cultureel erfgoed behouden en versterkt door nieuwe functies, waarmee het een aantrekkelijk gebied met ontmoetingsruimte wordt. Het plan is hiermee in lijn met de Nationale Omgevingsvisie.

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1 Omgevingsvisie NH2050 Op 19 november 2018 heeft de provincie Noord-Holland de “Omgevingsvisie NH2050 – Balans tussen economische groei en leefbaarheid” vastgesteld. Deze Omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Noord-Holland 2014. De provincie wil balans tussen economische groei en leefbaarheid. Dit betekent dat in heel Noord-Holland een basiskwaliteit van de leefomgeving wordt gegarandeerd. De provincie ontwikkelt zoveel mogelijk natuurinclusief en met behoud van (karakteristieke) landschappen, clustert ruimtelijke economische ontwikkelingen rond infrastructuur en houdt rekening met de ondergrond. Ambities Noord-Holland heeft een relatief hoog welvaarts- en welzijnsniveau. Om deze ook voor de toekomst vast te kunnen houden, richt de provincie zich op een goede balans tussen economische groei en leefbaarheid. Zodanig dat bij veranderingen in het gebruik van de fysieke leefomgeving de doelen voor een gezonde en veilige leefomgeving overeind blijven. Dit is de hoofdambitie. Als subambities zijn er een aantal opgenomen: I. Leefomgeving a. Klimaatverandering Noord Holland moet voorbereid zijn op klimaatverandering en waterrobuust worden ingericht. b. Gezondheid en veiligheid De ambitie is het behouden en waar mogelijk verbeteren van de kwaliteit van bodem-, water- en lucht, externe veiligheid, geluidbelasting en (ontwikkelingen in) de ondergrond.

Gestreefd wordt naar een gezonde leefomgeving, wat inhoudt: een woon-werkomgeving waar je zo min mogelijk wordt blootgesteld aan ongezonde stoffen en veiligheidsrisico's en die een gezonde levensstijl ondersteunt. c. Biodiversiteit en natuur De ambitie is om de biodiversiteit in Noord-Holland te vergroten, ook omdat daarmee andere ambities/doelen kunnen worden bereikt. Dit betekent dat ontwikkelingen zoveel mogelijk natuurinclusief zullen zijn. II. Gebruik van de leefomgeving

346 / Polderman, Bureau voor Monumenten- en Restauratieadvies

19

a. Economische transitie De ambitie is een duurzame economie, met innovatie als belangrijke motor. Economische ontwikkelingen dienen qua aard, omvang en vorm aan te sluiten bij de regio of plek. b. Wonen en werken De ambitie is dat vraag en aanbod van woon- en werklocaties (kwantitatief en kwalitatief) beter met elkaar in overeenstemming zijn. c. Mobiliteit De ambitie is dat de inwoners en bedrijven van Noord-Holland zichzelf of producten effectief, veilig en efficiënt kunnen verplaatsen, waarbij de negatieve gevolgen van de mobiliteit op klimaat, gezondheid, natuur en landschap steeds nadrukkelijk meegewogen worden. Clustering van functies is een belangrijk duurzaamheidsprincipe. d. Landschap De ambitie is het benoemen, behouden en versterken van de unieke kwaliteiten van de diverse landschappen en de cultuurhistorie. III. Energietransitie De ambitie is dat Noord-Holland als samenleving in 2050 volledig klimaatneutraal en gebaseerd is op (een maximale inzet op opwekking van) hernieuwbare energie. Sturingsfilosofie In de aanpak om de ambities waar te maken geldt het principe 'lokaal wat kan, regionaal wat moet' als sturingsfilosofie. Daarbij staat de opgave altijd centraal. Deze bepaalt het schaalniveau, de samenstelling van samenwerkende partijen en de tijdspanne. Vanuit een gedeelde visie op de (bestaande en toekomstige) kwaliteiten van een gebied.

Vijf bewegingen Vanuit de ambities zijn een vijftal bewegingen opgesteld die laten zien hoe Noord-Holland wil omgaan met de opgaven die op onze samenleving afkomen en die de provincie wil faciliteren. a. Dynamisch schiereiland: Benutten van de unieke ligging, waarbij de kustverdediging voorop staat, waar toeristische- en recreatieve kansen worden benut en waar natuurwaarden worden toegevoegd. b. Metropool in ontwikkeling: De Metropoolregio Amsterdam gaat steeds meer als één stad functioneren en de reikwijdte wordt groter. c. Sterke kernen, sterke regio's: deze beweging gaat over de ontwikkeling van centrumgemeenten die daarmee het voorzieningenniveau in de gehele regio waarin ze liggen vitaal houden en de kernen hun herkenbare identiteit behouden. d. Nieuwe energie: het benutten van de economische kansen van de energietransitie en circulaire economie. e. Natuurlijk- en vitaal landelijke omgeving: het ontwikkelen van natuurwaarden in combinatie met het versterken van de (duurzame) agrifoodsector.

346 / Polderman, Bureau voor Monumenten- en Restauratieadvies

20

Planspecifiek De voorliggende ontwikkeling waarbij een locatie binnen het bestaand stedelijke gebied van Haarlem wordt herontwikkeld is niet in strijd met de omgevingsvisie. Het versterkt het centrum van Haarlem door de toevoeging van een combinatie van horeca en cultuur waaraan voorafgaand een zorgvuldig besluitvormingsproces heeft plaatsgevonden.

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1 Bestemmingsplan Papentorenvest 2008 Artikel 20 uitwerkingsgebied 1 (U1) 1. Doeleindenomschrijving De op de plankaart voor “uitwerkingsgebied 1” aangewezen gronden zijn bestemd voor: c. maatschappelijke doeleinden d. kantoren e. bedrijfsdoeleinden g. recreatieve doeleinden h. horeca, tot max cat 3 2. Uitwerkingsbepalingen B&W werken de in lid 1 omschreven bestemming uit met inachtneming van de volgende regels. A. Algemeen Bij de uitwerking van het gebied wordt rekening gehouden met de volgende factoren: a. Multifunctioneel karakter b. Beperken van automobiliteit door het autovrij maken van het gebied en bevordering van langzaam verkeer (red: actie gemeente, heeft invloed op de parkeereis voor het

nieuwe gebruik, de Harmenjansweg wordt momenteel opnieuw ingericht en autoluw gemaakt.) c. Parkeren oplossen op eigen terrein, bij voorkeur onder maaiveld (red: op eigen terrein is beperkt haalbaar, laatste niet haalbaar). d. Het stimuleren van het recreatief gebruik van de Spaarne-oever door een aantrekkelijke inrichting en het aanleggen van een voet/fietsverbinding langs het Spaarne Ruimtelijk kader Voor het gebied is een cultuurhistorische effectrapportage opgesteld waarin een aantal zaken is weergegeven die van belang zijn bij de verdere uitwerking van het gebied. De rapportage stelt dat de Drijfriemenfabriek een monumentale waarde heeft en dan ook behouden dient te blijven. Het integreren van het gebouw in de nieuwe ontwikkeling is een belangrijk aandachtspunt. Verder zullen de woningen op de kop van de Harmenjansweg en de Papentorenvest behouden blijven. Bij uitwerking van het gebied dient deze rapportage betrokken te worden.

346 / Polderman, Bureau voor Monumenten- en Restauratieadvies

21

Verder dient bij de uitwerking van het gebied het “stedenbouwkundig programma van eisen” voor het Scheepmakerskwartier betrokken te worden zoals vastgesteld in de B&W vergadering van 18 oktober 2005 onder nummer SO/BD/2005/906 B. Uitwerkingsregels • In het gebied mag niet meer dan 1000 m2 horeca 3 worden gerealiseerd • In het gebied mogen aanlegsteigers worden aangelegd tbv de nautische functie • In het gebied mogen maximaal 100 ligplaatsen voor pleziervaartuigen worden aangelegd • Het parkeren moet binnen het uitwerkingsgebied worden opgelost • De route langs het Spaarne dient een minimale breedte te hebben van 5 meter en •

een maximale breedte van 15 meter. De gemiddelde breedte over de gehele lengte van de route dient 8 meter te zijn. Binnen het uitwerkingsgebied dienen een tweetal langzaamverkeersverbindingen te worden gerealiseerd.

* in de Ruimtelijke Randvoorwaarden zijn aangepaste voorwaarden voor de bovenstaande twee punten opgenomen: “openbare voetgangersroute tussen Scheepmakerskwartier en Oudeweg van maximaal 4 meter breed langs oever”

3. Procedure a. B&W werken het plan uit overeenkomstig het bepaalde in artikel 11 van de WRO b. Bebouwing mag slechts plaatsvinden overeenkomstig een goedgekeurde uitwerking c. B&W zijn bevoegd vrijstelling te verlenen van het onder b bepaalde indien het bouwwerk past in een, overeenkomstig het bepaalde in artikel 11 van de wet ter visie gelegde ontwerp-uitwerkingsplan, mits ter zake van deze vrijstelling tevoren van GS een verklaring van geen bezwaar is ontvangen. d. Alvorens B&W overgaan tot uitwerking van plangedeelten, wordt de procedure gevolgd, zoals bedoeld in artikel 23 van de voorschriften. Uitsnede plankaart:

346 / Polderman, Bureau voor Monumenten- en Restauratieadvies

22

3.3.2 Ontwikkelingsvisie Spaarnesprong Op 15 maart 2018 heeft Haarlem deze ontwikkelingsvisie vastgesteld. Deze visie schetst de verschillende ontwikkelingen, geeft een ruimtelijke analyse en bundelt de diverse beleidsstukken die de afgelopen jaren zijn gemaakt voor het gebied. De visie gaat over het gebied rondom de voormalige Koepelgevangenis aan de Papentorenvest. De grenzen van het gebied zijn globaal gedefinieerd tussen Spaarne, Oudeweg en het Nedtrainterrein. Het gebied is grotendeels onderdeel van het centrum en van het beschermde stadsgezicht, maar wordt nog niet zo beleefd. De naamgeving Spaarnesprong refereert dan ook aan de ambitie om dit gebied meer te laten functioneren als binnenstad, zodat deze als het ware het Spaarne oversteekt. Drijfriemenfabriek Voor het monumentale pand en de omliggende terreinen aan het Spaarne wordt ingezet op continuering van het huidige gebruik als horeca en muziekstudio. Een stedenbouwkundig kader wordt opgesteld waarin de ruimtelijke en planologische randvoorwaarden daarvoor staan. Het kent o.a. de volgende uitgangspunten: • • •

•

Het is een stepping-stone in de vergroting van het centrum en een schakel in de route langs het Spaarne. Het gebouw is één van de identiteitsdragers van de Spaarnesprong: een ijkpunt op de mental map van bewoners en bezoekers. De ontwikkeling van het gebouw dient gekoppeld te worden aan een verbetering van de openbare ruimte. Er wordt een nieuwe plek voor de stad gemaakt aan het Spaarne met een route die het verbindt met het Scheepmakerskwartier. Er wordt geen nieuwbouw gerealiseerd. Wel is het mogelijk om de bestaande uitbouw te vernieuwen.

Afstemming en samenwerking Het opstellen van een overkoepelende visie biedt kansen in de samenwerking tussen de ontwikkelingen. Bepaalde ruimtelijke claims beter centraal opgelost worden dan per perceel: Parkeercapaciteit: De parkeerdruk in het gebied is al hoog. Het toekomstige gebruik van Koepel, Drijfriemenfabriek e.d. verhogen die druk. Het oplossen van het parkeervraagstuk per kavel kan leiden tot een suboptimale invulling daarvan. Het parkeervraagstuk kan op gebiedsniveau worden opgelost door afstemming tussen de projecten en de openbare ruimte of eventueel door het maken van een collectieve parkeervoorziening. 3.3.3 Structuurplan Haarlem 2020 Het Structuurplan geeft op hoofdlijnen de ruimtelijke ambities en wensen voor de stad voor de periode 2005-2020. In de toekomst wil Haarlem de bestaande aantrekkelijkheid behouden en verder uitbreiden. Haarlem wil voor zijn inwoners een levendige en veilige stad zijn met veel aandacht voor een leefbare woonomgeving en voldoende voorzieningen voor alle leeftijdsgroepen. Voor bedrijven moet Haarlem nog interessanter worden als vestigingsplaats. De strategische ligging vlakbij Schiphol, Amsterdam en IJmond, de goede bereikbaarheid over

346 / Polderman, Bureau voor Monumenten- en Restauratieadvies

23

de weg en per openbaar vervoer, en de aanwezigheid van een hoogopgeleide beroepsbevolking spelen daarbij een cruciale rol. De speerpunten van beleid zijn profilering op een duurzaam goed woonklimaat, versterking van de zakelijke dienstverlening en versterking van de culturele en toeristische wervingskracht. Uitgangspunt voor de ruimtelijke ontwikkeling van Haarlem is dat bewust met schaarse ruimte wordt omgegaan en dat er contrasten in de stad zijn. Naast plekken waar dynamiek wordt voorgestaan (in herstructureringsgebieden, op knooppunten van openbaar vervoer en in veranderzones) zijn er ook rustige woonwijken waar plaats is voor ondersteunende wijkvoorzieningen. De doelstelling voor wonen is de mogelijkheden voor passende huisvesting van Haarlemse (en regionale) burgers te vergroten. De beschikbare ruimte mag intensiever worden gebruikt door meer realisatie van functiemenging van wonen en werken. Planspecifiek In het structuurplan maakt de planlocatie deel uit van het centrumstedelijk gebied. De ontwikkeling aan de oostzijde van het Spaarne (Spaarnesprong) wordt gezien als een feitelijke vergroting van de binnenstad. In de binnenstad zijn er intensieve en extensieve bebouwde delen. Aan zowel de oostkant als de westkant van het Spaarne zijn er goede mogelijkheden voor functiemenging op gebouw- en bouwblokniveau.

Combinaties van wonen, werken en recreëren versterken hier het stedelijk klimaat. Het vergroten van het domein van de binnenstad betekent behoud van bestaande recreatieve voorzieningen in wijken en buurten en uitbreiden van de meer stedelijk recreatieve functies aan de oostzijde van het Spaarne. De gemeente wil het Spaarne en zijn oevers beter benutten om recreatieve routes in de stad versterken. Dat is niet alleen voor de inwoners van Haarlem maar ook om meer bezoekers aan te trekken en zo de economie te versterken. 3.3.4 Nota ruimtelijke kwaliteit Regie Het gebied Papentorenvest heeft in de nota het niveau beschermende regie gekregen. De beschermende regie is gericht op gebieden die het historische ‘gezicht’ van Haarlem vormen. Het gaat om gebieden waarvan de structuur, de architectuur en de openbare ruimte van bijzondere kwaliteit en van (cultuur)historische waarde zijn. Die kwaliteiten zijn onderkend doordat de gebieden door het rijk zijn aangewezen tot of genomineerd als beschermd stads- of dorpsgezicht. De beschermende regie is gericht op het behouden en versterken van de zichtbare relatie tussen geschiedenis, (inrichting van de) openbare ruimte, architectuur en functie. Die herkenbaarheid maakt de stedelijke ruimte tot een prettige plek om te bezoeken en om in te wonen. De regie is behoudend en gedetailleerd.

De bij het beschermd gezicht behorende toelichting vormt de basis van de criteria. Toetsingscriteria zijn opgenomen in de Nota Ruimtelijke Kwaliteit (Deel 2: beoordelingskaders ruimtelijke kwaliteit, pagina 28. Gebiedstype De Drijfriemenfabriek ligt in de Historische kern van Haarlem. Dit gebied kenmerkt zich door de ligging van de kern en loop van de hoofdstraten die samenhangt met de ondergrond en

346 / Polderman, Bureau voor Monumenten- en Restauratieadvies

24

waterlopen. Aaneengesloten straatwanden, bestaande uit onderling sterk verschillende individuele gebouw, direct aan straat of dijk. Stenige openbare ruimte met harde overgang openbaar-privé. Veel historische en monumentale gebouwen met bijzondere detaillering. Beleid De Binnenstad is in 1990 aangewezen als beschermd stadsgezicht. De aanwijzing wil de binnenstad niet bevriezen, maar wel zodanig beschermen dat de gewaardeerde historisch ruimtelijke karakteristieken behouden blijven en waar mogelijk worden versterkt. De cultuurhistorische waarden zijn niet alleen een inspiratiebron, maar ook kaderstellend. Planspecifiek Met de restauratie en herbestemming van de Drijfriemenfabriek wordt een cultuurhistorisch waardevol gebouw hersteld en gerevitaliseerd. Het gebouw wordt weer onderdeel van het stedelijk weefsel, waar het jarenlang een blinde vlek is geweest op de kaart. Met de restauratie wordt aangesloten op de ambities van de nota ruimtelijke kwaliteit en het erfgoedbeleid van de gemeente Haarlem. 3.3.5 Monumentenverordening Haarlem 2013 Aangezien de Drijfriemenfabriek in 2019 is aangewezen als gemeentelijk monument, is op dit pand het gemeentelijke erfgoedbeleid in de vorm van de monumentenverordening van toepassing. Het gemeentelijk erfgoedbeleid is gelijk aan het beleid voor Rijksmonumenten, dat wil zeggen dat zowel interieur als exterieur beschermd zijn.

In vooroverleg is het plan reeds aan de erfgoedadviseur gepresenteerd. Na goedkeuring van de erfgoedadviseur wordt het plan voorgelegd aan de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit.

4. Milieu en omgeving

4.1

Bezonning

De Drijfriemenfabriek staat op een perceel waar geen omringende bebouwing aanwezig is op de aangrenzende percelen. Het perceel wordt ingesloten door infrastructuur en een onbebouwd groen perceel dat in eigendom is van de gemeente. Het bestaande gebouw wordt niet aangepast in hoogte of volume, de geplande eenlaagse uitbreiding aan de achterzijde zal niet hoger worden dan de huidige tijdelijke uitbreiding die sinds 10 jaar op deze plek staat. Het plan heeft geen invloed op de huidige bezonningssituatie, een bezonningsstudie is derhalve niet noodzakelijk.

4.2

Groentoets

Het plan gaat uit van behoud van de huidige groenstructuur met aanwezige bomen en conformeert zich naar de plannen van de gemeente voor wat betreft de inrichting van de

346 / Polderman, Bureau voor Monumenten- en Restauratieadvies

25

waterkant. Hierbij wordt uitgegaan van hetgeen gesteld wordt in het Ruimtelijk Kader dat als bijlage 1 B1a door gemeente Haarlem-Vastgoed bij het koopcontract is gevoegd. Deze conformering houdt niet in dat initiatiefnemers verantwoordelijk of aansprakelijk zijn voor de uitvoering van onderstaande punten.

Uit: Ruimtelijk kader gemeente Haarlem Gemeentelijke ambities omgeving kavel De gemeente heeft ambities voor de omgeving van de Drijfriemenfabriek en houdt daarom een aantal gronden in eigendom. De ambities zijn verbeeld op de bijgevoegde tekening, waarvan een uitsnede hier onder is opgenomen.

Afbeelding: ambitie openbare ruimte rondom Drijfriemenfabriek

Openbaar groen (groen ten noord-oosten van de Drijfriemenfabriek): -

behouden monumentale bomen voor zover deze in technische goede staat zijn verwijderen onderbeplanting zichtbaarheid van gebouw onder de kruin van bomen maximaliseren hoogwaardige inrichting conform HIOR ruimte voor openbare voetgangers- en fietsverbinding naar oever mogelijkheid behouden verbinding de verlengen naar Drosteterrein

Oeververbinding (oranje) -

openbare voetgangersroute tussen Scheepmakerskwartier en Oudeweg van maximaal 4 meter breed langs oever De doorgaande gemetselde kade wordt compleet aangelegd inclusief brede band en deksloof conform materialisatie Kelderwindkade. Kade ligt ter plaatse van de Oerkap lager dan het kavel van de Drijfriemenfabriek Over de breedte van het eigendom kan de sfeer van de Oerkap worden uitgerold door een houten dek over de stenen kade heen te leggen, aansluitend op een terras/ dek op het water. Zie bijgevoegd referentiebeeld voor de materialisering. NB Deze afbeelding

346 / Polderman, Bureau voor Monumenten- en Restauratieadvies

26

dient niet om de uitvoering van het terras vast te leggen maar is bedoeld om de sfeer van de materialisering vast te leggen.

Water: terrassen en recreatievaart (blauw) -

4.3

terrassen op het water (vlonders of steigers) Afmeting: de helft van de beschikbare ruimte met een maximum van 300 m2 gedeeltelijk gebruikt en beheerd door Drijfriemenfabriek gedeeltelijk locatie voor tijdelijk afmeren, behorend bij recreatieve waterroute reservering voor oeververbinding met Drosteterrein

Bodemonderzoek

De bodem dient geschikt te zijn voor het beoogde gebruik. Er is onderzoek uitgevoerd naar de aanwezigheid van bodemverontreiniging in de bodem van de planlocatie. De resultaten hiervan zijn vastgelegd in twee rapporten en een Milieuparagraaf: -Verkennend en nader onderzoek Harmenjansweg 95, afdeling Milieu, bureau Bodem, kenmerk 800901, d.d. 17 maart 2010 (Bijlage 5 van het verkoopcontract); -Verkennend onderzoek Harmenjansweg ten noorden van 95, gemeente Haarlem, afdeling Milieu, bureau Bodem, kenmerk 812814, d.d. 12 december 2011 (Bijlage 6 van het verkoopcontract). -Harmejansweg 95 Bodeminfo en Milieuparagraaf d.d. 2 augustus 2018 met kenmerk PCM/2018/452555 (bijlage 6 van het verkoopcontract): “Uit de uitgevoerde bodemonderzoeken blijkt dat er plaatselijk sterke verontreinigingen zijn aangetoond. Bij gelijkblijvend gebruik (stadsstrand met bar en terras, openbaar groen) zijn er geen risico’s voor de volksgezondheid en het milieu. In dat geval zijn er geen sanerende maatregelen nodig.” “Ten behoeve van de verkoop van de grond en het gebouw zijn voldoende gegevens bekend. Er is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging, maar er zijn bij het huidige gebruik geen actuele risico’s. Een bodemonderzoek is in dit geval niet nodig. Werkzaamheden in de 346 / Polderman, Bureau voor Monumenten- en Restauratieadvies

27

bodem of een verandering van bestemming van het terrein moeten worden gemeld bij het bevoegd gezag Wbb (meldpuntbodem@haarlem.nl).” Alvorens gestart wordt met de bouw van de uitbreiding en de verbouwing, zal contact opgenomen worden met het bevoegd gezag Wbb om te bezien of vervolgonderzoek noodzakelijk is bij voortzetting van het huidige gebruik.

4.4

Archeologisch onderzoek

In geval dat de oppervlakte van het project meer dan 2500 m2 betreft en de bouwwerkzaamheden dieper dan 0,30 m onder het maaiveld plaatsvinden, dient een waardestellend archeologisch rapport te worden overlegd. Aangezien er werkzaamheden gepland zijn voor funderingsverbetering van het monument en de tijdelijke uitbreiding zal worden vervangen door een definitieve aanbouw met fundering, zal de grond dieper dan 0,30 m geroerd worden en zal een archeologisch rapport worden overlegd als onderdeel van de aanvraag omgevingsvergunning.

4.5

flora- en fauna-onderzoek

De Drijfriemenfabriek is een bedrijfsgebouw dat na het vertrek van de eerste gebruikers dienst heeft gedaan als opslag en meest recent als multifunctioneel gebouw voor cultuur en horeca. Dit gebruik bestaat inmiddels meer dan 10 jaar. Het pand is dus altijd in meer of mindere mate in gebruik geweest, alleen werd het niet goed onderhouden. In het bestemmingsplan van 2008 is besloten om de bestemming van het pand en omliggende gronden te verwijderen, waardoor nu een uitwerkingsplan noodzakelijk is om een vergunning te kunnen verkrijgen, waarbij onder anderen een flora- en faunaonderzoek onderdeel kan zijn van de ruimtelijke onderbouwing. Het gaat hier om een bestaand monument dat in ieder geval de afgelopen 11 jaar intensief in gebruik is geweest. Het voorliggende plan houdt niet meer in dan een voortzetting van de huidige functies en het opheffen van achterstallig onderhoud in de afgelopen jaren is ontstaan. Een flora- en fauna-onderzoek is niet relevant omdat er aan de hoofdvorm van het pand niets zal wijzigen. Er wordt niet grootschalig gesloopt en het omringende terrein met begroeiing wordt volledig gehandhaafd, waardoor het onwaarschijnlijk is dat met de plannen vaste rust- en verblijfplaatsen of belangrijk leefgebied wordt aangetast van de in de Wet natuurbescherming beschermde soorten.

In het recente verleden is gepoogd een onderzoek uit te voeren naar de aanwezigheid van vleermuizen in het gebied, in het kader van de ontwikkeling van nieuwbouwwoningen direct aan de overzijde van het spoor. Bij dat onderzoek zijn bij de Drijfriemenfabriek geen vleermuizen waargenomen. Wel ter plaatse van de spoorbrug, maar dit plan heeft geen betrekking op die zone.

346 / Polderman, Bureau voor Monumenten- en Restauratieadvies

28

4.6

milieu-effectrapportage

In het Besluit milieueffectrapportage wordt in Bijlage C en D gesteld ten aanzien van welke activiteiten, plannen en besluiten een milieueffectrapportage verplicht is, respectievelijk door het bevoegd gezag moet worden beoordeeld of zij belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben. Het voorliggende plan komt niet overeen met een van de activiteiten genoemd in Bijlage C en D, derhalve is een milieueffectrapportage niet van toepassing.

4.7

akoestisch onderzoek

Het betreft hier een bestaand pand; de ontwikkeling bestaat uit het transformeren van dit pand waarbij een eenlaagse uitbreiding wordt toegevoegd. De locatie is gelegen in de directe nabijheid van de spoorlijn Amsterdam-Haarlem en de doorgaande weg N200. Omgevingslawaai is afkomstig van treinverkeer en wegverkeer. De nieuwe functie van horeca met muziekpodium is tevens een geluidsbron en is daarmee een ontwikkeling met een mogelijk risico op het overschrijden van grenswaarden ter plaatse van de gevels omliggende bebouwing. Aan de andere zijde van het spoorviaduct, op ongeveer 50 meter, staat aan de Kelderwindkade een appartementencomplex. Ten behoeve van het uitwerkingsplan Scheepvaartkwartier fase 2B voor dit complex uit 2017 is een akoestisch onderzoek gedaan, aangezien dit plan nieuwe geluidgevoelige bestemmingen (woningen) mogelijk maakte. De resultaten van dit onderzoek zijn opgenomen in de toelichting van dat uitwerkingsplan. Het GeluidBuro heeft een akoestisch onderzoek opgesteld waarin de berekende resultaten worden getoetst aan de wettelijke grenswaarden en aan het gemeentelijke Hogere waardebeleid. -

Railverkeerslawaai

De geluidbelasting vanwege het railverkeer overschrijdt niet alleen de voorkeursgrenswaarde van 55 dB, maar ook de maximaal te ontheffen waarde van 68 dB. Het treffen van maatregelen aan de bron, bijvoorbeeld door het aanbrengen van raildempers is niet mogelijk door de stalen spoorbrug. Ook het plaatsen van geluidschermen leidt tot een te geringe geluidreductie. Door de hoogte van het pand zullen de meeste woningen geen effect hebben van het geluidscherm op het talud. Op de spoorbrug kan geen scherm worden geplaatst. Vanuit de Wet geluidhinder leidt dit tot het treffen van maatregelen bij de ontvanger. Daar waar de maximale ontheffingswaarde voor railverkeerslawaai wordt overschreden zal een zogenaamde dove gevel worden ontworpen. Deze dove gevel bevat geen te openen ramen en deuren. Aan de overzijde van de N200, Oudeweg, staat een aantal rijwoningen van de Sportheldenbuurt. Ten tijde van de ontwikkeling van dit gebied (2013) is in het bestemmingsplan Sportheldenbuurt alleen gekeken naar industrielawaai uit de Waarderpolder.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12385815/2