2. Bijlage A: Ontwerpbestemmingsplan Spaarndamseweg 13 (toelichting, bijlagen bij de toelichting en regels)
Tekst van het document
Woningbouw Spaarndamseweg 13 te Haarlem Toelichting
Rapportnummer O 16087-4-RA-006 d.d. 7 december 2022
Woningbouw Spaarndamseweg 13 te Haarlem Toelichting
opdrachtgever
1828-IC b.v.
rapportnummer
O 16087-4-RA-006
datum
7 december 2022
referentie
KvdN/IKa/YvdM/O 16087-4-RA-006
verantwoordelijke
ir. K.V. van der Nat
opsteller
MSc I.H. Kalverboer +31 85 8228758 i.kalverboer@peutz.nl
peutz bv, postbus 696, 2700 ar zoetermeer, +31 85 822 87 00, zoetermeer@peutz.nl, www.peutz.nl kvk 12028033, opdrachten volgens DNR 2011, lid NLingenieurs, btw NL.004933837B01, ISO-9001:2015 mook – zoetermeer – groningen – eindhoven – düsseldorf – dortmund – berlijn – nürnberg – leuven – parijs – lyon
O 16087-4-RA-006 2
Inhoudsopgave 1
Inleiding
5
1.1
Aanleiding
5
1.2
Ligging plangebied
5
1.3
Vigerend bestemmingsplan
6
1.4
Leeswijzer
8
2
Planbeschrijving
9
2.1
Huidige situatie plangebied
9
2.2
To e k o m s t i g e s i t u a t i e p l a n g e b i e d
9
3
Beleidskader
13
3.1
Algemeen
13
3.2
Rijksbeleid
13
3.3
Provinciaal beleid
14
3.4
Regionaal beleid
17
3.5
Gemeentelijk beleid
19
4
Omgevingsaspecten
24
4.1
Algemeen
24
4.2
Archeologie en cultuurhistorie
24
4.3
Geluid
26
4.4
Ve r k e e r e n p a r k e r e n
30
4.5
Externe veiligheid
33
4.6
Bedrijven en milieuzonering
37
4.7
Bodem
41
4.8
Ecologie
42
4.9
Stikstofdepositie
44
4.10
Luchtkwaliteit
46
4.11
Water
49
4.12
Bezonning
53
4.13
Windhinder
56
4.14
Ladder voor duurzame verstedelijking
60
4.15
Duurzaamheid
61
4.16
M i l i e u e ff e c t r a p p o r t a g e
62
O 16087-4-RA-006 3
5
Uitvoerbaarheid
64
5.1
Algemeen
64
5.2
Economische uitvoerbaarheid
64
5.3
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
64
5.4
Vo o r o v e r l e g
65
6
Juridische plantoelichting
66
6.1
Leeswijzer juridische regeling
66
6.2
Leeswijzer regels
66
O 16087-4-RA-006 4
1
Inleiding
1.1 A a n l e i d i n g
Het voornemen bestaat om aan de Spaarndamseweg 13 te Haarlem woningbouw te realiseren. Aan de orde is de ontwikkeling van een appartementencomplex dat ruimte zal bieden aan circa 150 huurappartementen en gemeenschappelijke voorzieningen. De doelgroep van deze woningen betreft starters en overige jongeren tussen de 18 en 28 jaar. Tevens voorziet de beoogde ontwikkeling in parkeergelegenheid, en wordt in de plint van de bebouwing voorzien in een horecagelegenheid. In Haarlem en diens directe omgeving is een sterke vraag naar woningen, en dan met name naar appartementen. De bouw van extra woningen is een belangrijke opgave voor de stad. In dat kader heeft Haarlem de Spaarndamseweg als één van de ontwikkelgebieden aangewezen. Dit gebied heeft volop potentie om een stedelijke en hoogwaardige uitstraling te krijgen, en ruimte te bieden aan woningbouw. De locatie aan de Spaardamseweg 13 leent zich hiermee erg goed voor woningbouw. Daarnaast biedt deze locatie de mogelijkheid om de ruimtelijke en verblijfskwaliteit van deze plek, met uitzicht over grote lengte van het Spaarne, te benutten. Het vigerende bestemmingsplan ‘Land in Zicht’, dat op 20 april 2011 onherroepelijk is geworden, voorziet niet in de beoogde ontwikkeling. Om de ontwikkeling planologisch juridisch mogelijk te maken zal een nieuw bestemmingsplan worden opgesteld.
Hiertoe is een toelichting nodig waarin wordt aangetoond dat de realisatie van het plan niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. In de voorliggende toelichting wordt aangetoond dat de realisatie van de beoogde ontwikkeling niet leidt tot belemmeringen voor de omgeving en dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. 1.2 L i g g i n g p l a n g e b i e d
Het plangebied is gesitueerd aan de Spaarndamseweg 13 te Haarlem. Dit betreft een locatie ter plaatse van een terrein gelegen tussen de Schoterbrug en de Spaarndamseweg. Aan de zuidzijde van het plangebied is de Spaarne gelegen. Het plangebied is ten noorden van het stadscentrum van Haarlem gelegen. Met de fiets of auto bedraagt de reistijd tot het stadscentrum circa 10 minuten. In figuur 1.1 is de ligging van het plangebied in de omgeving weergegeven.
O 16087-4-RA-006 5
f1.1 Ligging plangebied (bron luchtfoto: Google Earth)
In de omgeving van het plangebied bevinden zich met name woningen. Aan de zuidzijde van het plangebied bevindt zich in/aan het water bebouwing ten behoeve van de scoutingvereniging Kon-Tiki. 1.3 V i g e r e n d b e s t e m m i n g s p l a n
Ter plaatse van het plangebied vigeert het bestemmingsplan ’Land in Zicht’ 1, dat op 20 april 2011 onherroepelijk is geworden. In figuur 1.2 wordt een uitsnede van het vigerend bestemmingsplan opgenomen. Het plangebied wordt in deze figuur met blauw omcirkeld. De gronden ter plaatse van het plangebied kennen de bestemming 'Bedrijf' of 'Groen'. De gronden welke de bestemming 'Bedrijf' kennen, hebben alsmede de aanduiding 'nutsvoorziening'.
1 Recentelijk zijn bovendien een aantal reparatieplannen in werking getreden waarmee onvolkomenheden in de vigerende bestemmingsplannen zijn gerepareerd. Het onderliggende bestemmingsplan blijft echter grotendeels van kracht. O 16087-4-RA-006 6
f1.2 Uitsnede vigerend bestemmingsplan waarin het plangebied blauw is omlijnd (bron: ruimtelijkeplannen.nl)
De gronden bestemd als 'Bedrijf', met de aanduiding 'nutsvoorziening', zijn bestemd voor een nutsvoorziening, parkeervoorzieningen en bijbehorende voorzieningen. Gebouwen mogen alleen binnen de in figuur 1.2 opgenomen bouwvlakken worden gesitueerd. De maximale bouwhoogte die gelden voor gebouwen ter plaatse van het in het plangebied gesitueerde bouwvlak bedraagt 6 meter. Voor gebouwen geldt bovendien een maximum bebouwingspercentage van 80%. Een klein gedeelte van het plangebied is bovendien bestemd als 'Groen'. Deze gronden zijn bestemd voor groenvoorzieningen (zoals plantsoenen, bermen en beplantingen), voetpaden, fietspaden, .speelvoorzieningen, waterlopen, waterpartijen, kunstwerken, voorzieningen van algemeen nut en bijbehorende voorzieningen. Op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd met een hoogte van maximaal 3 meter. De diepte van een (ondergronds) bouwwerk mag niet meer dan 7 meter bedragen. Het gehele plangebied kent daarnaast de dubbelbestemming 'Waarde – Archeologie 4'. Deze gronden zijn mede bestemd voor de bescherming en de veiligstelling van archeologische waarden. In paragraaf 4.2 komt het aspect archeologie nader aan bod.
O 16087-4-RA-006 7
Het vigerende bestemmingsplan voorziet niet in de ontwikkeling van een appartementencomplex ter plaatse van het plangebied. Om de ontwikkeling planologisch juridisch mogelijk te maken zal daarom een nieuw (postzegel)bestemmingsplan opgesteld worden. Voorliggend document vormt de toelichting waarmee wordt aangetoond dat de beoogde ontwikkeling niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. 1.4 L e e s w i j z e r
Deze toelichting is opgebouwd uit zes hoofdstukken. In dit inleidende hoofdstuk komen de aanleiding, ligging van het plangebied en het vigerende bestemmingsplan aan bod. In hoofdstuk 2 'Planbeschrijving' wordt het plan verder toegelicht, waarin zowel de huidige als de toekomstige situatie wordt besproken. Vervolgens geeft hoofdstuk 3 'Beleidskader' een overzicht van het relevante beleid betreffende deze toelichting. Hoofdstuk 4 'Omgevingsaspecten' is gewijd aan de impact van de ontwikkeling op de omgeving. Onder andere de aspecten geluid, luchtkwaliteit, externe veiligheid, bodem, ecologie en archeologie zullen hier worden behandeld. De maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid komen in hoofdstuk 5 aan bod. Tot slot wordt in hoofdstuk 6 ingegaan op de juridische planopzet.
O 16087-4-RA-006 8
2
Planbeschrijving
2.1 H u i d i g e s i t u a t i e p l a n g e b i e d
In de huidige situatie is ter plaatse van het plangebied een transformatorstation gesitueerd. Dit station voldoet echter niet meer aan de eisen van het energiebedrijf. Voorheen diende dit station voor de omzetting van stroom komend van het landelijk net naar een lager voltage. Dit transformatorstation is echter al enige tijd buiten gebruik, omdat het energiebedrijf is overgestapt op een ander voltage. In figuur 2.1 wordt de huidige situatie ter plaatse van het plangebied weergeven. f2.1 Huidige situatie plangebied
2.2 T o e k o m s t i g e s i t u a t i e p l a n g e b i e d
De beoogde ontwikkeling betreft de realisatie van een appartementencomplex. In totaal wordt voorzien in circa 150 appartementen. Dit betreft zelfstandige appartementen met elk een eigen badkamer en keuken. Een deel van de begane grond zal echter worden ingericht met gemeenschappelijke voorzieningen, welke gericht zijn op de bewoners van het complex. Tevens zal worden voorzien in een collectieve buitenruimte. De beoogde ontwikkeling valt binnen het concept '1828'. Hierbij richt de beoogde ontwikkeling zich voornamelijk op eenpersoonshuishoudens, en dan specifiek op jongeren tussen de 18 en 28 jaar. Dit betreft vooral starters en jongeren in het laatste jaar van hun studie. Voor deze groep is het thans moeizaam een passende betaalbare woning te vinden. O 16087-4-RA-006 9
Er is namelijk sprake van een groot tekort aan betaalbare huurwoningen voor jongeren in deze leeftijdscategorie. De goede bereikbaarheid, in combinatie met de nabijheid tot een divers aanbod aan stedelijke voorzieningen, maakt dit een goede locatie voor woningbouw voor deze doelgroep. Voor deze groep worden om het wooncomfort te vergroten, naast huurappartementen, ook gemeenschappelijke voorzieningen gerealiseerd. Deze voorzieningen omvatten bijvoorbeeld een gemeenschappelijke woonkamer, wasbar, multimedialounge of een sportvoorziening. In afstemming met de doelgroep van de beoogde ontwikkeling zal onderzocht worden welke gemeenschappelijke voorzieningen gewenst zijn. Deze gemeenschappelijke voorzieningen zijn in hoofdzaak gericht op de bewoners, waarmee ook de impact op de omgeving gering zal zijn. Wel zullen deze voorzieningen overigens opengesteld worden voor omwonenden en overige gebruikers. Op deze manier wordt zorg gedragen dat er sprake is van integratie tussen bewoners en omwonenden. Het gebouw is opgebouwd uit maximaal zeven bouwlagen, zie figuur 2.2. De maximale bouwhoogte van het appartementencomplex zal circa 24 meter bedragen. Gekozen is voor een stevig volume dat bemiddelt tussen de hogere gebouwen in het oosten en de lagere gebouwen in het westen. Het volume heeft het karakter van een gesloten bouwblok.
De woningen zijn rondom voor licht en zicht georiënteerd op de buitengevel. f2.2 Impressie beoogde ontwikkeling
O 16087-4-RA-006 10
Het hof omsluit een geluidluwe binnenzijde met collectieve binnentuin, van waaruit de woningen ontsloten en geventileerd worden. De footprint van het gebouw is in samenspraak met de afdeling stedenbouw ontwikkeld en maakt dat de kade een schegvorm heeft gekregen. Samen met het bruggenhoofd van de Schoterbrug ontstaat een gedefinieerde plek aan het Spaarne waar voldoende ruimte is om te spelen en verblijven, ook voor de leden van Kon Tiki. Op de begane grond omsluit de buitengevel de volledige locatie. Het parkeren en fietsparkeren dat zich hier bevindt wordt daardoor aan het zicht onttrokken. Op een aantal plekken en verdiepingen bevinden zich sprongen in de gevel die reageren op de omgeving. De sprongen benadrukken dat het gebouw ‘stevig op z’n voeten staat’ en geeft het volume een specifiek en sculpturaal karakter, dat de autonomie van het vrij liggende gebouw benadrukt. Door z’n specifieke vorm heeft het gebouw een profiel dat verschilt per benaderingsrichting. Maar ook heeft het gebouw een dynamisch silhouet dat voortdurend verandert in het voorbijgaan. In de plint van de bebouwing zal een horecavoorziening worden gesitueerd. Dit betreft naar verwachting daghoreca op de zuidwesthoek van het gebouw. De openstelling gedurende de dag zorgt er overigens voor dat geen sprake is van extra parkeerdruk, daar een groot deel van de bewoners juist op dit moment met de auto op pad is.
Daarnaast zullen bezoekers naar verwachting niet allen gebruik maken van een eigen auto. Bovenop deze horecavoorziening zullen de gemeenschappelijke voorzieningen worden gesitueerd wat zorgt voor een levendige hoek. Op het terrein is thans naast het grote transformatorstation een tweede voorziening aanwezig, die functioneert als wijkverdeelstation. Onderdeel van de inrichtingsopgave voor het plangebied is het herplaatsen van dit gebouwtje en het situeren van een tweede transformatorruimte. Deze voorzieningen zullen worden opgenomen in het gebouw. Er zal zorg gedragen worden dat de beoogde ontwikkeling past binnen de visueel ruimtelijke structuur van de omgeving. De beoogde bouwhoogte is passend in de omgeving, en leidt niet tot een onaanvaardbare verstoring van zichtlijnen. Ter plaatse van het plangebied is in de huidige situatie ook reeds bebouwing gesitueerd. Ten opzichte van deze situatie ontstaat een aantrekkelijker woon- en leefklimaat. Het plangebied is aan alle zijden omgeven door openbare ruimte, welke overigens geen onderdeel uitmaakt van het plangebied. Voor de inpassing van de beoogde ontwikkeling zullen wel enige aanpassingen worden doorgevoerd. De parkeervoorziening van de beoogde ontwikkeling zal bijvoorbeeld aangesloten moeten worden op de Spaarndamseweg. Hiertoe zal de bushalte aan de Spaarndamseweg worden verplaatst.
De bushalte wordt hierdoor tegenover de halte voor de andere rijrichting gesitueerd, wat de herkenbaarheid ten goede zal komen. In figuur 2.3 wordt een impressie gegeven van de inrichting van de openbare ruimte. De openbare ruimte rondom het gebouw zal aantrekkelijk ingericht worden. Hiertoe zal een inrichtingsplan worden opgesteld. De oever zal meer ruimte gaan bieden voor recreatie, en als parkfunctie en ontmoetingsruimte O 16087-4-RA-006 11
functioneren. Hiermee ontstaat een prettige 'verblijfskade'. Rondom het plan zullen daarnaast bomen aangeplant worden. f2.3 Impressie inrichting openbare ruimte
O 16087-4-RA-006 12
3
Beleidskader
3.1 A l g e m e e n
In de volgende paragrafen wordt het relevante rijksbeleid, alsmede provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid ten aanzien van de ruimtelijke en de functionele structuur omschreven. Gezien het kleinschalige karakter van de beoogde ontwikkeling wordt volstaan met een bescheiden weergave van het beleidskader. Daarnaast wordt het van toepassing zijnde sectoraal beleid voor de in hoofdstuk 4 beschouwde omgevingsaspecten (o.a. ten aanzien van water, archeologie, verkeer en parkeren), indien aan de orde, tevens in hoofdstuk 4 beschouwd. 3.2 R i j k s b e l e i d
3.2.1 N a t i o n a l e O m g e v i n g s v i s i e ( 2 0 2 0 )
Op 11 september 2020 is de definitieve Nationale Omgevingsvisie (NOVI) aan de Tweede Kamer aangeboden. De NOVI is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. In Nederland staan we voor een aantal grote opgaven. De bouw van 1 miljoen nieuwe woningen, duurzaam energie opwekken, klimaatverandering en de overgang naar een circulaire economie vragen veel ruimte. Meer ruimte dan beschikbaar is in Nederland. Er moeten daarom keuzes gemaakt worden zodat Nederland ook voor toekomstige generaties een veilig, gezond en welvarend land kan blijven. De NOVI geeft weer voor welke uitdagingen we staan, wat daarbij de nationale belangen zijn, welke keuzes we maken en welke richting we meegeven aan decentrale keuzes. Die keuzes hangen samen met de toekomstbeelden van de fysieke leefomgeving, de maatschappelijke opgaven en economische kansen die daarbij horen. In de NOVI wordt daarbij een viertal prioriteiten aangegeven: − Ruimte voor klimaatadaptie en energietransitie; − Een duurzaam en (circulair) economisch groeipotentieel; − Sterke en gezonde steden en regio's; − Een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De NOVI is erop gericht om voor deze vier prioriteiten de nationale beleidskeuzes (op strategisch niveau) zo scherp mogelijk te formuleren.
Waar keuzes op nationaal niveau in de NOVI zelf niet of nog niet scherp gemaakt kunnen worden of waar dit niet verstandig is, wordt richting gegeven aan decentrale keuzes.
O 16087-4-RA-006 13
In de NOVI worden in totaal 21 nationale belangen benoemd. De beoogde ontwikkeling betreft een binnen gemeente Haarlem gelegen (kleinschalige) woningbouwontwikkeling. Aangezien hierbij geen sprake is van grote nationale belangen valt deze ontwikkeling niet onder de primaire verantwoordelijkheid van het Rijk. De beoogde ontwikkeling sluit daarbij wel aan op meerdere in de NOVI aangekaarte prioriteiten, opgaven en nationale belangen. Zo sluit de beoogde ontwikkeling bijvoorbeeld aan op de nationale belangen gericht op het realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit, en het zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften. Hiermee wordt bijgedragen aan de prioriteit om te voorzien in een sterke en gezonde steden en regio's. Door middel van de beoogde ontwikkeling ontstaat een aantrekkelijke omgeving om in te wonen en verblijven. De beoogde ontwikkeling is hiermee niet in strijd met de toekomstvisie uit de NOVI. 3.3 P r o v i n c i a a l b e l e i d
3.3.1 O m g e v i n g s v i s i e e n O m g e v i n g s v e r o r d e n i n g N o o r d - H o l l a n d
Het Omgevingsbeleid van Noord-Holland omvat al het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. Het bestaat uit twee kaderstellende instrumenten: de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening. Aanvullend aan het beleid verzorgt de provincie ook verschillende uitvoeringsprogramma's om operationele doelstellingen te bewerkstelligen. Omgevingsvisie
In de 'Omgevingsvisie NH2050: Balans tussen economische groei en leefbaarheid' (vastgesteld door de provinciale staten, 19 november 2018) worden de opgaves, ambities en sturingsprincipes van het ruimtelijk beleid uitgezet. De leidende hoofdambitie in de Omgevingsvisie NH2050 is een evenwichtige balans tussen economische groei en leefbaarheid. Dit betekent dat in heel Noord-Holland een basiskwaliteit van de leefomgeving wordt gegarandeerd. Er zijn randvoorwaarden geformuleerd hoe om te gaan met klimaatverandering. De provincie ontwikkelt zoveel mogelijk natuur, inclusief en met behoud van (karakteristieke) landschappen, clustert ruimtelijke economische ontwikkelingen rond infrastructuur en houdt rekening met de ondergrond. De sturingsfilosofie luidt ‘lokaal wat kan, regionaal wat moet’, om ruimte te bieden aan maatwerk waarin de opgave centraal staat. In de visie zijn 5 bewegingen met ontwikkelprincipes beschreven voor de ontwikkeling van de leefomgeving: 1. Dynamisch schiereiland. Hierin is het benutten van de unieke ligging van Noord-Holland, te midden van water, leidend. 2. Metropool in ontwikkeling. Hierin wordt beschreven hoe de Metropoolregio Amsterdam steeds meer als één stad functioneert. 3. Sterke kernen, sterke regio’s. Dit gaat over de ontwikkeling van centrumgemeenten die de gehele regio waarin deze liggen vitaal houden. O 16087-4-RA-006 14
4. Nieuwe energie. Hierbij gaat het over het benutten van de economische kansen van de energietransitie. 5. Natuurlijk en vitaal landelijke omgeving. Het ontwikkelen van natuurwaarden en een economisch duurzame agrarische sector centraal. Binnen deze ontwikkelprincipes worden diverse kernopgaven benoemd. Een van deze opgaven is dat werken en wonen zoveel mogelijk binnen binnenstedelijk gerealiseerd en geconcentreerd moet worden. Tevens dient woningbouw zich zoveel mogelijk te concentreren in kernen, en zoveel mogelijk gesitueerd te worden op goed bereikbare locaties. Ook wordt in de Omgevingsvisie aangegeven dat de woningbehoefte in de toekomst nog verder toe zal nemen. De beoogde ontwikkeling betreft de realisatie van woningen, waar een sterke vraag naar is, op een binnenstedelijke locatie. Door een stedelijke locatie te herontwikkelen is daarbij sprake van duurzaam ruimtegebruik. Het vervangen van een niet meer in gebruik zijnde transformatorstation door nieuwbouw zorgt bovendien voor een kwaliteitsimpuls voor het plangebied en diens omgeving. Hiermee draagt de beoogde ontwikkeling bij aan de verbetering van de leefbaarheid. Omgevingsverordening
In het kader van de Omgevingswet is tevens een Omgevingsverordening opgesteld. In de Omgevingsverordening van de provincie worden de regels over het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving opgesteld. De Omgevingsverordening NH2020 is op 22 oktober 2020 vastgesteld. De Omgevingsverordening vervangt alle provinciale verordeningen die betrekking hebben op de leefomgeving zoals de Provinciale Ruimtelijke Verordening, de Provinciale Milieuverordening, de Waterverordeningen en de Wegenverordening. In de Omgevingsverordening zijn de regels voor het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving, waaraan ruimtelijke plannen in Noord-Holland moeten voldoen, vastgelegd. Hierin wordt aangegeven dat een nieuw bestemmingsplan uitsluitend kan voorzien in een nieuwe stedelijke ontwikkeling als deze ontwikkeling in overeenstemming is met de binnen de regio gemaakte schriftelijke afspraken. In voorliggende situatie is er een sterke vraag naar de beoogde woningen, en zullen deze binnen bestaand stedelijk gebied worden gerealiseerd. De beoogde ontwikkeling is daarbij reeds opgenomen in de ontwikkelvisie van gemeente Haarlem voor de Spaarndamseweg. Deze visie is opgesteld met oog op de regionale woningvraag. Hiermee is de beoogde ontwikkeling in lijn met binnen de regio gemaakte schriftelijke afspraken, en is derhalve niet in strijd met de provinciale verordening.
In de Omgevingsverordening wordt verder opgenomen dat in de toelichting van een ruimtelijk plan ingegaan dient te worden op de wijze waarop rekening is gehouden met de risico's van klimaatverandering. Bij de beoogde ontwikkeling zal hiertoe rekening worden gehouden met de risico's met betrekking tot wateroverlast, overstroming, hitte en droogte. Zo zullen de daken van het gebouw zoveel als mogelijk als groendak uitgevoerd worden. Dit heeft niet alleen een ecologische waarde, maar zorgt ook dat regenwater langer vastgehouden O 16087-4-RA-006 15
kan worden. Ook heeft dit een isolerende werking. Ter plaatse van de beoogde ontwikkeling zal uiteindelijk een prettig woon- en leefklimaat ontstaan waarbij rekening gehouden wordt met de gevolgen van klimaatverandering en duurzaamheid van groot belang is, zie ook paragraaf 4.15. In de Omgevingsverordening worden verder geen verdere relevante regels voor de beoogde ontwikkeling opgenomen. Resumerend kan gesteld worden dat de beoogde ontwikkeling niet in strijd is met het provinciale omgevingsbeleid. Wel wordt opgemerkt dat provincie Noord-Holland thans bezig is met het opstellen van de opvolger dan de Omgevingsverordening NH2020, de Omgevingsverordening NH2022. Deze zal naar verwachting gelijktijdig met de Omgevingswet in werking treden. De regels en wetten die terugkomen in de Omgevingsverordening NH2022 komen grotendeels overeen met de Omgevingsverordening NH2020, maar zijn dan omgezet naar de nieuwe eisen die de Omgevingswet stelt. 3.3.2 Wo o n a g e n d a 2 0 2 0 - 2 0 2 5
In de woonagenda 2020-2025 wordt het woonbeleid van de provincie Noord-Holland voor de komende vijf jaar vastgelegd. Hierin worden de ambities, uitgangspunten en acties aangaande het woonbeleid omschreven. Dit geeft richting aan het woonbeleid van regio's en gemeenten. Thans bestaat er een grote vraag naar woningen, waarbij de provincie wil dat er veel betaalbare en duurzame woningen beschikbaar komen. De ambitie van provincie Noord-Holland wordt als volgt (overeenkomstig aan de ambitie zoals opgenomen in de Omgevingsvisie NH2050) verwoord: Onze ambitie is dat vraag en aanbod van woon- en werklocaties (kwantitatief en kwalitatief) beter met elkaar in overeenstemming zijn of komen. De woningbouw wordt vooral in of aansluitend op de bestaande verstedelijkte gebieden gepland, overeenkomend met de kwalitatieve behoefte en demografische trends. Duurzaamheid van de totale voorraad is uitgangspunt. Het centrale doel van provincie Noord-Holland is daarbij om te voorzien in voldoende betaalbare, duurzame en toekomstbestendige woningen voor alle doelgroepen. Om dit doel te bereiken heeft de provincie een aantal speerpunten opgesteld. Deze speerpunten worden aangemerkt als richtinggevende principes en luiden als volgt: 1. Een woning voor iedereen: A. Adaptief en vraaggestuurd programmeren. B. Productie op peil: aanjagen woningbouwproductie. C.
Kwalitatief, betaalbaar en divers woningaanbod. 2. Gezond, duurzaam en toekomstbestendig wonen in een aantrekkelijke provincie Vanwege het opgelopen woningtekort wil de provincie de woningproductie versnellen. In overeenstemming met de Omgevingsverordening is de focus daarbij op binnenstedelijk bouwen, en dan bij voorkeur op goed bereikbare locaties. De beoogde ontwikkeling betreft de realisatie van kwalitatieve betaalbare woningen op een binnenstedelijke locatie. De O 16087-4-RA-006 16
beoogde ontwikkeling sluit aldus goed aan op de ambities en speerpunten uit het provinciaal woonbeleid. Het woningbouwprogramma dient echter voornamelijk regionaal afgestemd te worden. Een betaalbaar en divers woningaanbod voor alle doelgroepen vraagt immers om een regionale afstemming en samenwerking. In dat kader is door regio Zuid-Kennemerland/IJmond het 'Woonakkoord 2021-2025' opgesteld. Tevens vraagt de woningbouwopgave om een verdere afstemming op gemeentelijk niveau. In paragrafen 3.4 en 3.5 worden het regionale en gemeentelijk woonbeleid nader toegelicht. 3.4 R e g i o n a a l b e l e i d
3.4.1 Wo o n a k k o o r d Z u i d - K e n n e m e r l a n d / I J m o n d 2 0 2 1 - 2 0 2 5 ( 2 0 2 1 )
In het Woonakkoord wordt het woonbeleid voor de gemeenten uit de regio ZuidKennemerland/IJmond (Beverwijk, Bloemendaal, Haarlem, Heemskerk, Heemstede, Velsen en Zandvoort) opgenomen. Voorheen werden de regionale afspraken ten aanzien van het woonbeleid vastgesteld in het Regionale Actieprogramma (RAP) Wonen. Sinds 2012 heeft deze regio afspraken gemaakt over wonen in een Regionaal Actieprogramma (RAP) Wonen. Hierin staan de ambities en afspraken op het gebied van wonen vastgelegd. Het RAP is in samenwerking met provincie Noord-Holland tot stand gekomen. Er zijn een tweetal RAP's opgesteld, één van de periode 2012-2015 en één voor de periode 2016-2020. De periode voor de laatstgenoemde RAP is thans ten einde gelopen. Het Woonakkoord kan gezien worden als diens opvolger. De opgaven uit de laatste RAP gelden grotendeels nog steeds. Het Woonakkoord is een voortzetting van de lijnen uit het RAP. Het Woonakkoord legt echter wel een aantal nieuwe accenten. Zo is duurzaamheid een belangrijker onderwerp geworden en vraagt ook de huisvestingssituatie van diverse doelgroepen meer aandacht. De missie van de regio is om een aantrekkelijke en gevarieerde woonregio blijven, waar voor alle doelgroepen plek is en die toekomstbestendig is.
De regio staat daarbij voor een aantal grote uitdagingen: − Een actueel woningtekort en een nog sterk groeiende woningbehoefte, onder meer aan betaalbare woningen; − Een vergrijzende bevolking die zo lang mogelijk zelfstandig zal blijven wonen; − Verschillende (zorg)doelgroepen die een urgente behoefte hebben aan (betaalbare) zelfstandige huisvesting; − Een duurzame ontwikkeling van nieuwe en bestaande wijken, waarbij draagvlak van de bewoners nodig is. Het Woonakkoord geeft daarop een antwoord. Het toevoegen van voldoende woningen is en blijft een grote opgave voor de regio. Het actuele tekort is groot en leidt tot verder stijgende koopprijzen en verder oplopende wachttijden voor een sociale huurwoning. Het aantal huishoudens blijft in de hele regio groeien, zeker tot 2040. Het aantal huishoudens in Haarlem bedraagt in de periode 2019-2025: 4.100, en is naar verwachting tot 2040 opgelopen tot 13.250. De woningbehoefte neemt tegelijkertijd toe van 4.200 naar 13.000 woningen. O 16087-4-RA-006 17
Voor een vijftal thema's (woningbouw, betaalbaarheid, doelgroepen, duurzaamheid en samenwerking) zijn doelen opgesteld in het Woonakkoord. Een belangrijk doel is daarbij dat er meer woningen nodig zijn om zoveel mogelijk mensen die in de regio willen wonen een plek te kunnen bieden. Hierbij wordt rekening gehouden met de woningvraag. Het realiseren van woningbouw binnen bestaande stedelijke locaties heeft daarbij de voorkeur. Daarnaast wordt aangegeven dat het aanbod aan betaalbare woningen vergroot zal moeten worden om zodoende de woningmarkt voor alle inkomensgroepen bereikbaar te maken. De beoogde ontwikkeling sluit aan op het regionaal woonbeleid, aangezien sprake is van woningbouw op een binnenstedelijke locatie. Er wordt voorzien in kwalitatieve betaalbare woningen (waaronder een deel sociale huurwoningen), waar in de regio zeker vraag naar is. Daarnaast zal bij de beoogde ontwikkeling aandacht besteed worden aan het aspect duurzaamheid (zie ook paragraaf 4.15). 3.4.2 R e g i o n a l e n o t a g e z o n d h e i d s b e l e i d 2 0 2 1 - 2 0 2 8 ' S a m e n g e z o n d i n K e n n e m e r l a n d '
In de regionale nota gezondheidsbeleid 2021-2028 staan de gezondheidsvraagstukken beschreven waarmee op een gecoördineerde en gestructureerde manier wordt gewerkt aan het bevorderen van de gezondheid van de inwoners in Kennemerland. In mei 2020 publiceerde het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) haar nieuwe nota gezondheidsbeleid 2020-2024 ‘Gezondheid breed op de Agenda’. Deze landelijke nota vormt het beleidskader voor alle gemeenten. Door middel van de regionale nota wordt aangesloten op dit beleid. De gezondheidsvraagstukken die in 2021-2028 centraal staan zijn: − Gezondheid in de fysieke en sociale leefomgeving; − Gezondheidsachterstanden verkleinen; − Druk op het dagelijks leven bij jongeren en jongvolwassenen; − Vitaal ouder worden; − Leefstijlthema’s uit het landelijke preventieakkoord. Zoals gesteld in de regionale nota is een gezonde fysieke leefomgeving van groot belang. Daarnaast wordt aangegeven dat er meer verbinding tussen het fysieke en sociale beleidsdomein wordt nagestreefd. In de huidige situatie is sprake van een rommelig gebied langs de Spaarndamseweg. Door de beoogde ontwikkeling van hoogwaardige nieuwbouw, welke op zorgvuldige wijze in de omgeving is ingepast, verkrijgt de omgeving een kwaliteitsimpuls. Bij de beoogde ontwikkeling wordt hiermee een bijdrage geleverd aan het creëren van een prettig woon- en leefklimaat.
De ruimtelijke en verblijfskwaliteit van deze plek, met uitzicht over grote lengte van het Spaarne, wordt optimaal benut. Aan de Spaarne ontstaat een aantrekkelijk verblijfsgebied, welke als parkfunctie en ontmoetingsruimte kan functioneren. Hiermee wordt de binding tussen het fysieke en sociale domein versterkt. Daarnaast wordt in de regionale nota ook specifiek benoemd dat jeugd en jongvolwassenen sterk onder druk staan, wat een negatieve uitwerking heeft op de mentale gezondheid. Door de beoogde ontwikkeling wordt specifiek voor jongvolwassenen een fijne leefomgeving gecreëerd. O 16087-4-RA-006 18
3.5 G e m e e n t e l i j k b e l e i d
3.5.1 O m g e v i n g s v i s i e 2 0 4 5
De gemeenteraad heeft de Omgevingsvisie Haarlem 2045 op 27 januari 2022 vastgesteld. De Omgevingsvisie 2045 Haarlem schetst de koers voor de ontwikkeling van Haarlem. Ook laat de visie laat zien wat de ruimtelijke consequenties zijn van de huidige opgaven én van geschetst toekomstig beleid. Er worden aan de hand van de opgaven voor Haarlem zes strategische keuzes gemaakt in de omgevingsvisie, namelijk: 1. mengen en verdichten; 2. buurtgericht ontwikkelen; 3. vergroenen en vernatten; 4. bevorderen gezonde leefomgeving; 5. ruimte voor energietransitie ; 6. mobiliteitstransitie. Deze keuzes geven richting aan de ontwikkeling van de stad zodat de schaarse ruimte optimaal wordt benut, dat de opgaven een plek krijgen en de Haarlemse identiteit overeind blijft. De zes strategische keuzes, met bijbehorende speerpunten, vormen de essentie van de visie. De visie voor Haarlem is in de Omgevingsvisie ook conceptmatig gevisualiseerd. Op een integrale visiekaart is op hoofdlijnen aangegeven hoe alles samenkomt in de fysieke leefomgeving. Het plangebied is op deze kaart aangewezen als integraal te ontwikkelen woongebied. De beoogde ontwikkeling past goed binnen deze visie. Met name de keuzes samenhangend met het mengen en verdichten sluiten goed aan op de beoogde ontwikkeling.
Hierbij wordt namelijk als speerpunt aangegeven dat woningbouw geconcentreerd moet worden in grootschalige gebiedsontwikkelingen. In de visie wordt daarbij de zone rondom de Spaarndamseweg specifiek aangegeven als dergelijke zone. Aan de westkant van de Spaarne worden de buurten meer gericht op het Spaarne en worden op de knooppunten van de Spaarndamseweg met de belangrijkste dwarsstraten levendige en aantrekkelijke verblijfsplekken gemaakt met concentraties van voorzieningen en woningen. De beoogde ontwikkeling maakt deel uit van deze gebiedsontwikkeling. Bij de beoogde ontwikkeling wordt een bijdrage geleverd aan het creëren van een prettig woon- en leefklimaat. Aan de Spaarne ontstaat een aantrekkelijk verblijfsgebied. Daarnaast zal ook rekening gehouden worden met klimaatadaptie, natuurinclusiviteit en duurzaamheid. In de visie wordt aangegeven om bij nieuwbouw parkeren in principe ondergronds te realiseren. Dit om de auto minder dominant aanwezig te maken in de leefomgeving. Bij de beoogde ontwikkeling wordt parkeren en fietsparkeren echter wel op de begane grond gesitueerd. Hierbij zal echter gezorgd worden dat deze vanuit de openbare ruimte uit het zicht worden onttrokken.
O 16087-4-RA-006 19
Resumerend gesteld past de beoogde ontwikkeling binnen de visie van gemeente Haarlem, en draagt de beoogde ontwikkeling bij aan de ontwikkeling van een goede fysieke leefomgeving. 3.5.2 To e k o m s t v i s i e H a a r l e m 2 0 4 0
De toekomstvisie is een in samenspraak met de stad ontwikkelde visie op Haarlem in 2040. De visie is een overzicht van beelden, ambities, bezorgdheden, wensen en mogelijke oplossingsrichtingen. In de visie wordt het beeld geschetst voor 2040. Het hoofddoel is dat Haarlem in 2040 een mooie, veerkrachtige en sterke stad is. In de visie wordt invulling gegeven aan deze drie speerpunten. In het kader van een mooie stad wordt aangegeven dat kwaliteit en duurzaamheid belangrijker zijn dan kwantiteit en snelheid. Ook wordt aangegeven dat de bevolking groeit, en de vraag naar woningen alsmede toeneemt. Haarlem wenst daarbij dat alle nieuwe woningen kwaliteit toevoegen, en dat er genoeg woningen zijn voor iedereen die in Haarlem wil wonen. De nieuwe woningen moeten echter niet ten koste gaan van het groen. Er moet een goede balans ontstaan tussen de woningvoorraad en het groen. Daarnaast wordt ook aangegeven dat eraan gewerkt wordt om woningen te isoleren en daken te gebruiken voor energieopwekking. De beoogde ontwikkeling voorziet in een kwaliteitsimpuls voor de omgeving. De bebouwingssituatie langs de Spaarndamseweg verkeert thans in een rommelige overgangssituatie die met aantrekkelijke nieuwbouw gaandeweg verbetert. De oever aan het Spaarne zal uiteindelijk meer ruimte gaan bieden voor recreatie, en als parkfunctie en ontmoetingsruimte functioneren.
Hiermee wordt een hoogwaardige leefomgeving gerealiseerd zonder dat dit ten koste gaat van het groen in de stad. In de huidige situatie is immers reeds sprake van bebouwd gebied, en wordt juist kwaliteit toegevoegd aan het gebied. Daarnaast zal ruimte worden geboden aan zonnepanelen, en een groendak. Hiermee past de beoogde ontwikkeling binnen de toekomstvisie van Haarlem voor 2040. 3.5.3 S t r u c t u u r v i s i e o p e n b a r e r u i m t e
In 2005 heeft de gemeenteraad het Structuurplan Haarlem 2020 vastgesteld. In aanvulling hierop is de Structuurvisie openbare ruimte 'Haarlem 2040: Groen en Bereikbaar' vastgesteld op 21 december 2017. De Structuurvisie openbare ruimte is een deelherziening van het Structuurplan uit 2005, en gaat alleen over de openbare ruimte en het buitengebied.
Met de Structuurvisie openbare ruimte wil Haarlem de kwaliteit en beleving van de openbare ruimte verbeteren. De Structuurvisie beschrijft daarbij de keuzes die Haarlem in de toekomst groen en bereikbaar houden. Haarlem wil een stad zijn waar ontmoeten en stedelijk leven centraal staan. In de structuurvisie zijn een viertal doelen opgenomen: 1. Aantrekkelijke stad; 2. Gezonde stad; 3. Metropolitane economie; O 16087-4-RA-006 20
4. Bereikbare stad. De verschillende ruimtelijke, economische, sociale, klimaat- en verkeerskundige aandachtspunten vragen om maatwerk. Afhankelijk van de positie in de stad krijgen de aandachtspunten een andere uitwerking. Daarbij worden in de structuurvisie drie zones onderscheiden: de binnenstad, het centraal stedelijk gebied/ ondernemerszone en het stedelijk gebied. Het plangebied behoort tot het stedelijk gebied. Deze gebieden kennen over het algemeen minder problemen in de openbare ruimte dan de binnenstad en het centraal stedelijk gebied. Er is doorgaans voldoende ruimte voor verblijven op straat, spelen, de voetganger en bomen. De inrichting van de openbare ruimte nodigt uit om voor verplaatsingen in de wijk steeds meer de fiets te pakken. Aantrekkelijke routes door de wijken brengen ook het buitengebied binnen handbereik van fietsers en voetgangers. De ruimere opzet van de openbare ruimte biedt kansen voor uitbreiding van het waternetwerk en voor de berging van hemelwater. De beoogde ontwikkeling betreft een woningbouwontwikkeling aan het Spaarne. De openbare ruimte valt echter niet binnen het plangebied. Aangegeven is dat de openbare ruimte rondom het woongebouw aantrekkelijk ingericht zal worden. De oever zal daarbij meer ruimte gaan bieden voor recreatie, en als parkfunctie en ontmoetingsruimte functioneren.
Het realiseren van een kwalitatief hoogwaardig woongebouw, tezamen met een aantrekkelijke openbare ruimte, zorgt voor een goed woon- en leefklimaat. 3.5.4 D u u r z a a m o n t w i k k e l i n g s m o d e l m o b i l i t e i t e n r u i m t e ( 2 0 1 6 )
De druk op de openbare ruimte in Haarlem is groot en wordt in de toekomst alleen maar groter. Met name de auto neemt veel ruimte in beslag. Met het 'Duurzaam ontwikkelingsmodel Mobiliteit en Ruimte 2040' - wil de gemeente Haarlem haar visie geven op de ontwikkeling van het mobiliteitssysteem vanuit een brede opgave voor de stad op het gebied van ruimtelijke kwaliteit, economische vitaliteit, verduurzaming en maatschappelijk welzijn. Uitgewerkt wordt hoe de bereikbaarheid van stad en regio kan worden gegarandeerd door het slim organiseren van het verkeerssysteem. Het levert op dat in de stad extra ruimte ontstaat. Die extra ruimte wil Haarlem benutten voor verdere versterking van de andere doelen; aantrekkelijke stad, gezonde stad en metropolitane economie.
O 16087-4-RA-006 21
In dat kader zijn door gemeente Haarlem zeven hoofdkeuzen gemaakt. Dit betreft de volgende keuzes: 1. Haarlem kiest voor duurzame mobiliteit; 2. Haarlem kiest voor auto te gast in een verruimd centraal stedelijk gebied; 3. Haarlem kiest voor bundelen op de grote ring; 4. Haarlem kiest voor een kwaliteitssprong van de looproutes; 5. Haarlem kiest voor de fiets binnen de stad; 6. Haarlem kiest voor het versterken van de OV-corridor; 7. Haarlem kiest voor multimodale bereikbaarheid in de metropool. Bij de beoogde ontwikkeling zal zorg worden gedragen dat geen sprake is van verkeerskundige knelpunten. De doelgroep van de beoogde ontwikkeling kent bovendien een laag autobezit, en zullen er deelauto's worden ingezet. Naar verwachting zal met name gebruik worden gemaakt van de fiets als vervoersmiddel. Hiermee is sprake van een duurzame situatie wat betreft mobiliteit. In paragraaf 4.4 wordt het aspect 'verkeer en parkeren' nader toegelicht. 3.5.5 Wo o n v i s i e ' S a m e n D o o r b o u w e n a a n e e n D u u r z a a m ( t ) h u i s ' ( 2 0 2 1 )
De woonvisie met de titel ‘Samen Doorbouwen aan een Duurzaam (t)huis’ geeft richting aan het woonbeleid op de lange termijn tot 2030 en handvatten voor de uitvoering ervan in de periode 2021-2025. Belangrijkste doel is een toegankelijke, diverse en inclusieve stad te zijn die een duurzaam (t)huis biedt aan een breed scala van doelgroepen. De komst van voldoende (betaalbare) woningen is hierbij een randvoorwaarde. Ten opzichte van de woonvisie voor de periode 2017-2020 zijn de ambities aangescherpt. Het toevoegen van extra woningen, met nadruk op sociale huurwoningen, en de ambities op het gebied van duurzaamheid komen in de nieuwe visie sterker naar voren. In 2030 zal het woningaanbod van Haarlem gegroeid zijn en sluit dit beter aan op de vraag, met behoud van de ruimtelijke kwaliteit van de stad. Naar verwachting zijn er in 2030 in Haarlem 8.000 woningen meer nodig ten opzichte van het aantal woningen in 2019. Voor 2040 gaat het om 13.000 woningen. Deze raming staat los van het huidige tekort, maar is gebaseerd op demografische ontwikkelingen. Bij een ambitie om het huidige woningtekort te laten afnemen, zijn er daarom meer dan 8.000 extra woningen nodig tot 2030. Om aan een groot deel van de huidige en toekomstige vraag te kunnen voldoen, worden in de periode 2020 tot 2030 8.000 tot 10.000 woningen toegevoegd, waarvan 3.200 tot 4.000 sociale huurwoningen.
Een gedifferentieerd nieuwbouwprogramma zorgt door de toevoeging van aanbod en via doorstroming ervoor dat zowel starters als alleenstaanden, ouderen en gezinnen naar wens wonen in Haarlem. De Haarlemse woningmarkt zal meer in balans gebracht worden door: woningen toe te voegen, voornamelijk door nieuwbouw, maar ook door functieverandering, woningsplitsing en optoppen. Daarnaast zal zorg gedragen worden voor meer passende en betaalbare woningen voor lage en middeninkomens. Alsmede zal de bestaande voorraad beter benut moeten worden. O 16087-4-RA-006 22
Aangegeven wordt dat voor starters de kans op woonruimte daalt. D aarnaast zijn starters in de huursector de afgelopen jaren geconfronteerd met afname van aanbod in de particuliere sociale (gereguleerde) huur en forse prijsstijgingen in de vrije-sectorhuur. Deze doelgroep wil echter juist in de stad wonen. De stad biedt immers stedelijke voorzieningen, zoals winkels, horeca, cultuur, werkgelegenheid en een goede infrastructuur. Tegelijk wil Haarlem deze groep aan zich binden. Zij vormen vaak een belangrijk arbeidspotentieel voor (vitale) beroepen, zorgen voor levendigheid en dragen er in belangrijke mate toe bij dat de stad zich blijft ontwikkelen. Resumerend gesteld zijn starters van belang voor de stad, maar is de stad ook van belang voor starters. Gezien voorgaande is het van belang dat er voldoende mogelijkheden zijn voor starters, alsook jongeren, om in de stad te wonen. Door de realisatie van betaalbare nieuwbouwwoningen, zowel in de huur- als koopsector, krijgen starters en jongeren kansen op de woningmarkt. In de woonvisie worden bovendien aandachtspunten opgenomen met stadsdeel. Daarnaast word aangegeven welke doelgroepen kansrijk zijn bij nieuwbouw of transitie. Het plangebied behoort tot het stadsdeel 'Noord'.
Voor dit gebied wordt onder andere aangegeven als doel genoemd om eind 2025 circa 420 woningen extra te realiseren in de ontwikkelzones Orionweg/Planetenlaan en Spaarndamseweg. Voor de periode van 20252030 betreft dit aantal circa 1.000 woningen. In dit stadsdeel liggen in de ontwikkelzones kansen voor jonge stellen (24%), (beneden)modale 60+'ers (18,3%), jonge alleenstaanden (16,9%), jonge gezinnen (14,8%), (beneden)modale 50- tot 65-jarigen (medioren) (13,4%), welvarende empty nesters (12,6%). De beoogde ontwikkeling voorziet in woningen voor jongeren/starters, en sluit hiermee goed aan op de woonvisie van gemeente Haarlem. 3.5.6 E c o n o m i s c h e A g e n d a : S a m e n D o e n ( 2 0 1 5 )
De hoofddoelstelling van de Economische Agenda is de economie van Haarlem te versterken met ruimte voor economische vernieuwing, nieuwe banen, bedrijven en bezoekers met hogere bestedingen. Hierbij worden een drietal speerpunten opgenomen: 1. het ondernemingsklimaat optimaliseren 2. het versterken van sectoren die Haarlem aantrekkelijk maken 3. de kansen van de nieuwe economie benutten. De sectoren die Haarlem aantrekkelijk maken zijn detailhandel en horeca, toerisme en de creatieve industrie, kunst en cultuur. In voorliggende situatie wordt in de plint van de bebouwing horeca toegevoegd. Dit draagt bij aan een aantrekkelijk Haarlem. Daarnaast zorgt het toevoegen van woningen voor jongeren/starters voor mogelijkheden van (mogelijke) werknemers om zich in Haarlem te kunnen vestigen.
O 16087-4-RA-006 23
4
Omgevingsaspecten
4.1 A l g e m e e n
In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het effect van de beoogde ontwikkeling op de van toepassing zijnde omgevingsaspecten. De effecten worden getoetst aan de van toepassing zijnde wet- en regelgeving. 4.2 A r c h e o l o g i e e n c u l t u u r h i s t o r i e
4.2.1 A l g e m e e n
In deze paragraaf worden de archeologische en cultuurhistorische waarden ter plaatse van het plangebied nader toegelicht. 4.2.2 We t t e l i j k k a d e r
Binnen de ruimtelijke ordening wordt cultuurhistorie over het algemeen geassocieerd met de gebouwde omgeving, zoals monumenten en beschermde stads- en dorpsgezichten, maar ook met archeologische waarden. De bescherming van cultuurhistorische elementen werd voorheen bepaald in de Monumentenwet 1988, welke in juli 2016 is komen te vervallen. Een belangrijk deel van de onderwerpen is overgegaan naar de Erfgoedwet. Deze wet is vooral gericht op het behouden en beschermen van historische elementen voor latere generaties. Door de ondertekening van het Verdrag van Malta (Valletta, 1992) heeft Nederland zich verplicht tot het beschermen van het archeologisch erfgoed. Uitgangspunt van het verdrag is het archeologische erfgoed waar mogelijk te behouden. Het Verdrag is in 1998 geratificeerd en op 1 september 2007 via de Wet op de Archeologische Monumentenzorg (Wamz) geïmplementeerd. De Wamz is een wijzigingswet en omvat een wijziging van de Monumentenwet 1988, de Wet Milieubeheer en de Ontgrondingenwet. Vanuit de Wet ruimtelijke ordening (Wro) bestond al een verplichting om bij de voorbereiding van bestemmingsplannen alle ter zake doende belangen mee te wegen. 4.2.3 B e o o r d e l i n g Archeologie
Conform het vigerende bestemmingsplan 'Land in Zicht' kennen de gronden ter plaatse van het plangebied de dubbelbestemming 'Waarde – Archeologie 4'. Op de archeologische beleidskaart van de gemeente Haarlem is het plangebied daarnaast eveneens ingedeeld in categorie 4 (zie figuur 4.1).
O 16087-4-RA-006 24
Wat de archeologische verwachtingswaarde aangaat is gemeente Haarlem opgedeeld in diverse gebieden. Voor elk van deze gebieden is bepaald vanaf welke planomvang rekening gehouden moet worden met het uitvoeren van nader archeologisch onderzoek. f4.1 Uitsnede archeologische beleidskaart gemeente Haarlem
De beoogde ontwikkeling aan de Spaarndamseweg is in een gebied met een (middel)lage archeologische verwachting gelegen. Ter plaatse van het plangebied is pas nader archeologisch onderzoek benodigd bij bodemverstorende bouwwerkzaamheden ingeval de oppervlakte meer dan 2.500 m 2 betreft en de bouwwerkzaamheden dieper dan 0,30 m onder het maaiveld plaatsvinden. Vooralsnog wordt het bebouwen en verharden van een oppervlak van circa 635 m2 voorzien. De voornoemde grenzen worden niet overschreden middels de beoogde ontwikkeling. Hierbij wordt wel opgemerkt dat het nooit volledig uit te sluiten is dat binnen het plangebied archeologische resten voorkomen. Dergelijke (toevals)vondsten zullen, indien aan de orde, op grond van artikel 5.10 en 5.11 van de Erfgoedwet bij de bevoegde overheid worden gemeld. Cultuurhistorie
Conform het vigerende bestemmingsplan 'Land in Zicht' kent het plangebied geen cultuurhistorische waarden. Bovendien is geen sprake van bebouwing met een monumentale status ter plaatse van het plangebied. Het aspect cultuurhistorie zal dan ook geen belemmering opleveren voor de beoogde ontwikkeling. O 16087-4-RA-006 25
4.2.4 Co n c l u s i e
De gronden ter plaatse van het plangebied kennen een (middel)lage archeologische verwachtingswaarde. Sprake is van het verharden en bebouwen van een oppervlak van circa 635 m2. De omvang van de beoogde ontwikkeling vraagt hiermee niet om nader archeologisch onderzoek. Aangezien aan het plangebied geen cultuurhistorische waarden zijn toegekend vormt het aspect cultuurhistorie bovendien geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. 4.3 G e l u i d
4.3.1 A l g e m e e n
De beoogde ontwikkeling betreft de realisatie van woningen, aldus geluidgevoelige bestemmingen, in een stedelijk gebied met enkele drukke wegen in de omgeving. Daarnaast is de beoogde ontwikkeling binnen de geluidzone van het gezoneerde industrieterrein 'Waarderpolder' gelegen. Het betreft een geluidbelaste locatie, waarbij in deze paragraaf nader aandacht wordt geschonken aan de geluidbelasting ter plaatse van de beoogde woningen. 4.3.2 We t t e l i j k k a d e r We t g e l u i d h i n d e r We g v e r k e e r s l a w a a i
In artikel 74 van de Wet geluidhinder (Wgh) is aangegeven hoe breed de geluidzone (het onderzoeksgebied) langs wegen is. Deze breedte hangt af van het aantal rijstroken en of de weg in stedelijk dan wel buitenstedelijk gebied ligt. De Wgh stelt geen eisen ten aanzien van 30 km/uur-wegen. In tabel 4.1 is een overzicht gegeven van de zonebreedtes. t4.1 Zonebreedtes van wegen
Aantal rijstroken
Zonebreedte in meter
Stedelijk gebied 1 of 2
200
3 of meer
350
Buitenstedelijk gebied 1 of 2
250
3 of 4
400
5 of meer
600
Voor de “juridische” geluidbelasting, ten gevolge van wegverkeer op gevels van woongebouwen binnen een geluidzone geldt volgens de Wgh een voorkeursgrenswaarde van 48 dB (Lden). Deze geluidbelasting is inclusief aftrek conform artikel 3.4 van het Reken- en Meetvoorschrift geluid 2012. De gemeentelijke overheid is in een aantal situaties bevoegd om van deze waarde van 48 dB af te wijken en een hogere grenswaarde vast te stellen tot O 16087-4-RA-006 26
een maximum van 53 dB respectievelijk 63 dB. De maximum grenswaarde van 53 dB is van toepassing indien sprake is van een buitenstedelijk gebied of van een auto(snel)weg; de maximum grenswaarde van 63 dB geldt indien sprake is van een binnenstedelijk gebied. In de onderhavige situatie is sprake van een binnenstedelijk gebied en is hiermee de maximum grenswaarde van 63 dB in voorliggende situatie van toepassing. Industrielawaai
De beoogde ontwikkeling is gelegen op een geluidgezoneerd industrieterrein. Buiten de om het industrieterrein vastgestelde geluidzone mag krachtens artikel 40 van de Wgh de geluidbelasting vanwege dit terrein de waarde van 50 dB(A) niet te boven gaan. De ten hoogste toelaatbare geluidbelasting op de gevels van binnen de geluidzone gelegen geluidgevoelige bestemmingen bedraagt conform artikel 44 Wgh eveneens 50 dB(A). Indien niet aan deze grenswaarde kan worden voldaan kunnen burgemeester en wethouders conform artikel 45 hogere grenswaarden vaststellen van maximaal 55 dB(A) voor geprojecteerde woningen. Hogere waarden
Conform artikel 110a lid 5 Wgh kan een hogere waarde verleend worden indien de toepassing van maatregelen gericht op het terugbrengen van de geluidbelasting ten gevolge van een weg van de gevel van de betrokken woningen tot de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting onvoldoende doeltreffend zal zijn dan wel overwegende bezwaren ontmoet van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard. Dove gevels
De geluidnormen uit de Wgh zijn niet van toepassing op dove gevels. Onder een dove gevel wordt volgens artikel 1b van de Wgh verstaan: “Een bouwkundige constructie waarin geen te openen delen aanwezig zijn en met een in NEN 5077 bedoelde karakteristieke geluidwering, die ten minste gelijk is aan het verschil tussen de geluidsbelasting van die constructie en 33 dB onderscheidenlijk 35 dB(A)” of “Een bouwkundige constructie waarin alleen bij uitzondering te openen delen aanwezig zijn, mits die delen niet direct grenzen aan een geluidsgevoelige ruimte”. In situaties waarbij de maximaal toegestane wettelijke grenswaarde(n) worden overschreden, bestaat daarmee toch een mogelijkheid om de bouw van nieuwe geluidgevoelige bestemmingen te realiseren als deze wordt voorzien van een zogenaamde “dove gevel”. Cumulatie
Ingevolge artikel 110a, lid 6 van de Wgh moet bij de vaststelling van hogere waarden rekening worden gehouden met cumulatie van geluid ten gevolge van andere relevante geluidbronnen. De Wgh bepaalt dat een hogere waarde alleen wordt vastgesteld, voor zover de gecumuleerde geluidbelasting in een bepaalde situatie niet leidt tot een naar het oordeel van burgemeester en wethouders onaanvaardbare geluidbelasting. In de Wgh is echter niet geregeld in welke situatie sprake is van een onaanvaardbare geluidbelasting.
O 16087-4-RA-006 27
Beleid hogere grenswaarden gemeente Haarlem
Het beleid van de gemeente Haarlem inzake het verlenen van hogere grenswaarden is opgenomen in het document 'Beleidsregels Hogere Waarden Wet Geluidhinder' van augustus 2009. De beleidsregels geven het kader waarbinnen nieuwbouw op de meer geluidbelaste locaties mogelijk wordt, waarbij tevens de toekomstige bewoners worden beschermd tegen een hoge geluidbelasting. Een hogere waarde procedure wordt gestart indien op basis van akoestisch onderzoek is aangetoond dat de geluidbelasting niet verlaagd kan worden door: 1. het treffen van bronmaatregelen; 2. het treffen van overdrachtsmaatregelen; 3. het vergroten van de afstand tussen bron en ontvanger. Bovendien kan een hogere waarden procedure alleen gestart worden indien ten minste aan één van de volgende criteria wordt voldaan: 1. De woningen worden gesitueerd als vervanging van bestaande bebouwing. 2. De gekozen bouwvorm of situering vervult een doelmatige functie als akoestische afscherming voor bestaande of nieuw te bouwen geluidgevoelige bestemmingen. 3. De woningen vullen een op een plaats op tussen bestaande bebouwing. 4. Het betreft een grond- of bedrijfsgebonden woning.
De Gemeente Haarlem stelt bij een hogere waarde procedure de volgende voorwaarden bij maatregelen in/bij de woning: − Bij een geluidbelasting groter dan 48 dB vanwege wegverkeer, 55 dB vanwege railverkeer of 50 dB(A) etmaalwaarde vanwege industrielawaai, moet de woning ten minste één geluidluwe zijde hebben. De buitenruimte(n) die als buitengebruiksruimte(n) word(en)t gebruikt moet(en) aan de geluidluwe zijde gesitueerd zijn. − Bij een geluidbelasting groter dan 53 dB vanwege wegverkeer, 58 dB vanwege railverkeer of 55 dB(A) etmaalwaarde vanwege industrielawaai, gelden de volgende woningindelingseisen: − Verblijfsruimten moeten zoveel mogelijk aan de geluidluwe zijde liggen. − Ten minste één slaapkamer moet aan de geluidluwe zijde liggen. Een geluidluwe zijde wordt aangemerkt als een gevel waar aan de voorkeursgrenswaarde wordt voldaan. Conform het geluidbeleid van gemeente Haarlem is het bovendien mogelijk om gemotiveerd af te wijken van de beleidsregels indien de uitvoering hiervan stuit op bezwaren van milieuhygiënische, stedenbouwkundige of volkshuisvestelijke aard.
O 16087-4-RA-006 28
4.3.3 B e o o r d e l i n g
Ten behoeve van de beoogde ontwikkeling is door Peutz akoestisch onderzoek uitgevoerd (bijlage 1). Uit akoestisch onderzoek volgt dat de geluidbelasting ten gevolge van wegverkeer over de Schoterbrug en de Spaarndamseweg de voorkeursgrenswaarde van 48 dB op verschillende posities op de gevels van het beoogde appartementencomplex overschrijdt. De maximale ontheffingswaarde van 63 dB wordt niet overschreden. Tevens wordt als gevolg van industrielawaai op het industrieterrein Waarderpolder een waarde van 55 dB(A) berekend ter plaatse van de gevels van de beoogde woningen. Hiermee wordt de voorkeursgrenswaarde van 50 dB (A) voor industrielawaai tevens overschreden. De maximale ontheffingswaarde van 55 dB (A) wordt niet overschreden. Er treden ten gevolge van wegverkeer over de Schoterbrug en Spaarndamseweg ter plaatse van de gevels van de beoogde ontwikkeling geluidbelastingen op tot ten hoogste respectievelijk 63 en 62 dB (inclusief aftrek conform artikel 110 g Wgh). Ten gevolge van industrielawaai treden ter plaatse van de gevels van de beoogde ontwikkeling geluidbelastingen op tot ten hoogste 55 dB (A). In de voorliggende situatie zullen er hogere waarden vastgesteld moeten worden ten gevolge van wegverkeers- en industrielawaai.
Alvorens het college van burgemeester en wethouders hogere waarden kunnen verlenen, dient eerst onderzocht te worden of door het treffen van stedenbouwkundige maatregelen (indeling bouwplan, situering geluidgevoelige bestemmingen), bron- of overdrachtsmaatregelen, dan wel (bouwkundige) maatregelen bij de ontvanger aan de voorkeursgrenswaarde kan worden voldaan. In de voorliggende situatie zijn de mogelijkheden voor stedenbouwkundige, bron- en overdrachtsmaatregelen beperkt. Maatregelen aan de woningen kunnen daarmee als meest kansrijk worden aangemerkt. Hierbij zal in eerste aanleg aangesloten moeten worden op de eisen die gelden vanuit het gemeentelijk geluidbeleid inzake het verlenen van hogere waarden. De appartementen dienen conform het hogere waarden beleid van gemeente Haarlem te worden voorzien van een geluidluwe zijde (≤48 dB voor wegverkeerslawaai, en ≤50 dB voor industrielawaai). Daarnaast is voor alle woningen tevens sprake van geluidbelastingen boven de 53 dB ten gevolge van wegverkeer. Bij de woningindeling zal daarom rekening gehouden moeten worden dat ten minste één slaapkamer aan de geluidluwe zijde moet liggen. Een groot deel van de beoogde appartementen voorziet al in een geluidluwe zijde (grenzend aan het binnengebied) waar mogelijk een slaapkamer aan gesitueerd kan worden.
De voorwaarde dat iedere woning vanaf een geluidbelasting van 53 dB beschikt over een slaapvertrek dat is gelegen aan de geluidluwe gevel is - zoals vastgelegd in de startnotitie – voor de beoogde ontwikkeling echter komen te vervallen, omdat dit bij dit concept niet redelijkerwijs haalbaar is. Ongeacht de toepassing van maatregelen, zal wat betreft het binnenniveau worden voldaan aan de nieuwbouweisen conform het Bouwbesluit 2012. Hiermee zal een aanvaardbaar binnenniveau worden gewaarborgd. Bovendien zal de beoogde ontwikkeling voorzien in een gemeenschappelijk geluidluwe buitenruimte. Hiermee zal sprake zijn van een goed woon- en leefklimaat ter plaatse van de beoogde woningen. O 16087-4-RA-006 29
4.3.4 Co n c l u s i e
Uit akoestisch onderzoek volgt dat de voorkeursgrenswaarden van 48 dB en 50 dB voor respectievelijk wegverkeers- en industrielawaai worden overschreden. Hiertoe zullen voor de beoogde ontwikkeling hogere waarden aangevraagd worden. In de voorliggende situatie zijn stedenbouwkundige, bron- en overdrachtsmaatregelen niet redelijkerwijs mogelijk en/of wenselijk. De appartementen dienen conform het hogere waarden beleid van gemeente Haarlem te worden voorzien van een geluidluwe zijde. Bij de woningindeling zal daarnaast in eerste aanleg rekening gehouden moeten worden dat ten minste één slaapkamer aan de geluidluwe zijde moet liggen. Een groot deel van de beoogde appartementen voorziet al in een geluidluwe zijde (grenzend aan het binnengebied) waar mogelijk een slaapkamer aan gesitueerd kan worden. De voorwaarde dat iedere woning vanaf een geluidbelasting van 53 dB beschikt over een slaapvertrek dat is gelegen aan de geluidluwe gevel is - zoals vastgelegd in de startnotitie – voor de beoogde ontwikkeling echter komen te vervallen, omdat dit bij dit concept niet redelijkerwijs haalbaar is. Desondanks zal zorg worden gedragen dat sprake is van een prettig woon- en leefklimaat. Sprake zal zijn van een aanvaardbaar akoestisch binnenniveau, en de beoogde ontwikkeling zal voorzien in een gemeenschappelijk geluidluwe buitenruimte. 4.4 V e r k e e r e n p a r k e r e n
4.4.1 A l g e m e e n
De beoogde ontwikkeling dient niet te leiden tot verkeerskundige knelpunten en er dient in voldoende parkeergelegenheid te worden voorzien. De beoogde ontwikkeling heeft een eigen parkeervraag die opgevangen dient te worden. In deze paragraaf wordt de impact van de ontwikkeling op het aspect verkeer en parkeren nader inzichtelijk gemaakt. 4.4.2 To e t s i n g s k a d e r
In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient de beoogde ontwikkeling niet te leiden tot verkeerskundige knelpunten en dient in voldoende parkeergelegenheid te worden voorzien. In de 'Beleidsregels parkeernormen Haarlem 2015' worden de parkeernormen voor nieuwe ontwikkelingen in gemeente Haarlem opgenomen. De gemeente Haarlem heeft de parkeernormen per 31 januari 2019 gewijzigd zoals vastgelegd in de ‘2e Wijziging Beleidsregels Parkeernormen Haarlem’. Deze parkeernormen zijn gebaseerd op CROWkengetallen. De verkeersaantrekkende werking wordt beoordeeld aan de hand van CROWkengetallen. 4.4.3 B e o o r d e l i n g