CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

2 Bijlage A Het onderzoek Wonen in de Metropoolregio Amsterdam 2025 (WIMRA), Woningvoorraad en Bewoning

commissie Ontwikkeling 16 april 2026, gemeente HaarlemBij agendapunt: Eerste resultaten woononderzoek 'Wonen in de Metropoolregio Amsterdam (WiMRA) 2025, deel 1: Woningvoorraad en Bewoning'15.513 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

sociale huur, corporatie

Figuur 3.7

Woonsegmenten lage inkomens tot de sociale huurgrens, MRA, 2019-2025 (%) Dashboard Metropoolregio Figuur 3.6B

2019

19

2021

17

6 5

6 7

14

32

23

15

36

19

2 6

18

6

2023*

14

6

5

21

46

8

8

20

4

2025

16

5 4

21

45

9

2 7

24

1

9

24

2

2025 nieuwe indeling

14

5 4

47

10

2019

54

14

2021

53

12

2

2023*

54

11

2025

52

11

2

Woonsegmenten middeninkomens (sociale huurgrens tot middenhuurgrens), MRA, 2019-2025 (%) Dashboard Metropoolregio Figuur 3.7B

0%

20%

40%

60%

sociale huur, particulier

middenhuur en duurder, corporatie

middenhuur en duurder, particulier

bruto hypotheeklasten tot €1.086

80%

100% sociale huur, corporatie

bruto hypotheeklasten van €1.086 en meer

20

0%

20%

40%

sociale huur, particulier

middenhuur en duurder, corporatie

middenhuur en duurder, particulier

60% bruto hypotheeklasten tot €1.086

80%

100%

bruto hypotheeklasten van €1.086 en meer

* Vanaf 2023 is de sociale huurgrens voor mph hoger dan voor eph bron: WiMRA 2025

* Vanaf 2023 is de sociale huurgrens voor mph hoger dan voor eph bron: WiMRA 2025

27

Onder hoge inkomens neemt eigenwoningbezit niet verder af Als we naar de hoge inkomens kijken, nemen we de groep hogere en hoogste inkomens samen. Van de huishoudens in de MRA heeft 38 procent een hoog inkomen. Net als bij middeninkomens nam het eigenwoningbezit onder hoge inkomens de afgelopen jaren af, maar ook hier zet deze trend niet door. Het eigenwoningbezit neemt nu toe van 71 naar 73 procent. Net als bij middeninkomens is de definitie van hoge inkomens veranderd. De landelijke middenhuurgrens vormt nu de ondergrens van hoge inkomens. Eerst werd hiervoor 1,5 keer de sociale huurgrens genomen. Figuur 3.7 laat zien dat het eigenwoningbezit onder hoge inkomens ook toeneemt naar 73 procent als we de oude definitie van hoge inkomens hanteren.

Vooral jonge alleenwonenden en stellen aangewezen op dure huur Over het algemeen wonen alleenwonenden vaker in een huurwoning en stellen vaker in een koopwoning. Jonge alleenwonenden en stellen tot 35 jaar zijn vaak aangewezen op het dure huursegment (> €1.185). Zij hebben bijvoorbeeld nog niet voldoende inschrijftijd voor een sociale huurwoning of verdienen daarvoor te veel. Daarnaast zijn koopwoningen vaak te duur, als de wens om te kopen er al is. Van de jonge alleenwonenden huurt 21 procent een dure huurwoning, onder jonge stellen gaat om 45 procent. Oudere alleenwonenden (55-plus) huren meestal in het sociale segment óf ze hebben een koopwoning. Van de oudere stellen zonder kinderen heeft het merendeel een koopwoning. Figuur 3.9

Figuur 3.8

Woonsegmenten hoge inkomens (boven middenhuurgrens), MRA, 2019-2025 (%) Figuur 3.8B 2019

4 2 4

17

23

50

2021 4 2 4

18

25

47

2023 4 1 4

21

2025 4 1 3

20

37

alleenwonend, tot 35 jaar

50

alleenwonend, 35-54 jaar

47

0%

20 20%

middenhuur en duurder, particulier

25

8 10

43

32

2

alleenwonend, 75 jaar en ouder

57

43

36

1

stel zonder kinderen, tot 35 jaar

10

stel zonder kinderen, 35-54 jaar

15

9

44 7

21

stel zonder kinderen, 75 jaar en ouder

38

8

22

33

28

23

5 4

33 61

5 4

8 56

60%

80%

koop bruto hypotheeklasten tot €1.086

18

4

stel met tiener of volwassen kinderen

17

4 5

100%

0%

bruto hypotheeklasten van €1.086 en meer

53

stel met jonge kinderen (basisschool)

totaal huur sociale huur, sociale huur, middenhuur corporatie particulier en duurder, corporatie

12

10

2

36

35 40%

7

21

59

eenoudergezin 2025 nieuwe indeling 3 12

11

alleenwonend, 55-74 jaar

stel zonder kinderen, 55-74 jaar 34

37

Woningvoorraad naar huishoudenstype en leeftijd, MRA, 2025 (%)

huur sociale huur < €900

middenhuur €900-€1.185

6 6

11

26

22

45

42

36

6

20%

40%

33

10

koop dure huur bruto hypotheeklasten > €1.185 tot €1.086

9

32 60%

16 80%

100%

bruto hypotheeklasten van €1.086 en meer

bron: WiMRA 2025

*bron: WiMRA 2025

28

4 Woonlasten en betaalbaarheid Kernpunten Huurders in de midden- en dure huur betalen gemiddeld meer dan een derde van hun inkomen aan huur

Totale woonlasten als aandeel van het inkomen iets gedaald in het sociale huursegment

Het deel van het netto-inkomen dat huishoudens uitgeven aan kale huur, de huurquote, is in 2025 gemiddeld 27 procent. Dit is ongeveer gelijk aan 2023.

Totale woonlasten gaan over de uitgaven die huishoudens hebben aan huur, hypotheek, energiekosten, servicekosten en VvE-kosten. Hier zijn mogelijke huurtoeslag of hypotheekrenteaftrek van afgetrokken.

De huurquote ligt het hoogst in de particuliere midden- en dure huur. Hier betalen huishoudens gemiddeld 35 procent van hun inkomen aan kale huur.

De woonquote, het deel van het netto-inkomen dat huishoudens aan totale woonlasten uitgeven, is in de sociale huur gedaald van 34 procent in 2023 naar 31 procent in 2025. 56 procent van de huishoudens in de sociale huur betaald minder dan 30 procent van hun inkomen aan woonlasten. In 2023 was dit nog 41 procent.

Bij 16 procent van de huishoudens in de sociale huur bedragen de totale woonlasten minstens 40 procent van het inkomen. Dit aandeel daalde van 23 procent in 2023 naar 16 procent in 2025.

In de middenhuur en de dure huur is er veel vaker sprake van een hoge woonquote van minstens 40 procent en lijken deze aandelen ook licht toe te nemen. In de middenhuur zijn drie van de tien huishoudens minstens 40 procent van het inkomen kwijt aan totale woonlasten en in de dure huur zijn dat vier van de tien huishoudens.

De gemiddelde woonquote van woningbezitters is 20 procent. De gemiddeld woonquote van recent verhuisden ligt veel hoger en is gestegen naar 29 procent.

Huishoudens die recent verhuisden naar een koopwoning hebben veel hogere hypotheeklasten dan gemiddeld 

De gemiddelde hypotheekquote bedraagt 16 procent. Het gaat om het deel van het netto-inkomen dat men na eventuele belastingaftrek aan hypotheek betaalt. De gemiddelde hypotheekquote van recent verhuisden ligt veel hoger (25%).

Recent verhuisden in het koopsegment hebben veel hogere bruto hypotheeklasten (€1.725) dan gemiddeld, en er is een grotere stijging ten opzichte van 2023.

Recent verhuisde huishoudens maken vaker dan gemiddeld gebruik van alternatieven of toevoegingen op de traditionele hypotheek om hun woning te financieren, zoals een schenking, overwaarde, spaargeld of een familiehypotheek.

29

4.1 Ontwikkeling woonlasten en betaalbaarheid Huurders in de particuliere dure huur betalen gemiddeld €1.549 per maand De gemiddelde kale huur in de MRA is gestegen van €823 in 2023 tot €885 in 2025. In alle segmenten steeg de gemiddelde huur in de afgelopen twee jaar. In de particuliere middenhuur en dure huur zijn de huren het hoogst. De gemiddelde huurprijs is hier toegenomen met bijna €130 tot €1.545 (9%). In de particuliere sociale huur is de gemiddelde huur het sterkst gestegen, met 11 procent. De gemiddelde huur ligt in dit segment hoger dan in de sociale huur van corporaties, wat in eerdere jaren andersom was. Dit kan mogelijk te maken hebben met een huurverlaging voor huishoudens met een inkomen tot 120 procent van het sociaal minimum en een te hoge maandelijkse huur in corporatiewoningen. In de midden- en dure huur van corporaties is de gemiddelde huur tussen 2023 en 2025 sterker gestegen (10%) dan tussen 2021 en 2023 (4%).

Recent verhuisden betalen vooral meer in dure huursegment Recent verhuisde huishoudens, ( Begrippenlijst) huishoudens die in de afgelopen 2 jaar zijn verhuisd, betalen gemiddeld een hogere kale huur dan de gemiddelde huur van alle huishoudens. Dit verschil is het grootst in de dure huur. Bij de sociale huur en middenhuur is het verschil tussen recent verhuisde huishoudens en het gemiddelde veel kleiner. De groep recent verhuisden in de sociale huur is het grootst, en ook de groep recent verhuisden in de dure huur is relatief groot. Er zijn relatief weinig huishoudens in de afgelopen twee jaar naar een middenhuurwoning verhuisd. Deel 2 van het rapport gaat dieper in op verhuisbewegingen en recent verhuisden. Deel 2 verschijnt in juni 2026. In elk segment ligt de gemiddelde huur voor huishoudens in een corporatiewoning lager dan voor huurders van een particuliere woning. Dit geldt zowel voor de gemiddelde huur als voor de huur van recent verhuisden. Het verschil is het grootst in de dure huur. De gemiddelde huur in de particuliere dure huur ligt €201 hoger dan in de dure huur van corporaties. Deel 2 van het rapport gaat verder in op het beschikbare aanbod.

Figuur 4.1

Figuur 4.2

€ 1.800 € 1.600 € 1.400 € 1.200 € 1.000 € 800 € 600 € 400 € 200 €0

Gemiddelde kale huur naar huursegment, MRA, 2017-2025 (€)

€ 1.800 € 1.600 € 1.400 € 1.200 € 1.000 € 800 € 600 € 400 € 200 €0

1.545 1.139

1.111

870

885

632 516

653 627

484 2017

2019

2021

huur totaal midden- en dure huur, corporatie sociale huur, corporatie

2023

2025

Gemiddelde kale huur naar huursegment, totaal en recent verhuisden, MRA, 2025 (€) 1.721

1.038 1.049 632

647

sociale huur

■ totaal sociale huur ■ totaal middenhuur ■ totaal dure huur

midden- en dure huur, particulier sociale huur, particulier

1.807

middenhuur

dure huur

■ recent verhuisden sociale huur ■ recent verhuisden middenhuur ■ recent verhuisden dure huur

bron: WiMRA 2025

bron: WiMRA 2025

30

Huurders in particuliere midden- en dure huur betalen meer dan een derde van inkomen aan huur In 2025 zijn huurders na aftrek van eventuele huurtoeslag gemiddeld 27 procent van hun netto maandinkomen kwijt aan huurlasten, in 2023 was dat 28 procent. Recent verhuisden hebben een hogere gemiddelde huurquote (31%). De laagste huurquotes heeft men in de sociale huur van corporaties. Daar daalde de gemiddelde huurquote van 25 procent naar 23 procent. In de afgelopen twee jaar zijn de inkomens relatief sterk gestegen. Daarbij is de gemiddelde huur in dit segment in 2023 beperkt gestegen, onder andere door een huurverlaging voor huishoudens met een inkomen tot 120 procent van het sociaal minimum en een te hoge maandelijkse huur. Huishoudens die huren in de particuliere midden- en dure huur hebben de hoogste gemiddelde huurquote (35%). Wat opvalt is dat recent verhuisden hier nauwelijks een hogere huurquote hebben dan gemiddeld in dit segment. Dit is waarschijnlijk het gevolg van de relatief hoge doorloop (mede als gevolg van tijdelijke contracten) in dit segment waardoor de huren van recent verhuisden het gemiddelde sterk bepalen. Ook valt op dat de gemiddelde huurquotes van recent verhuisden in de midden- en dure huur van corporaties zijn gestegen van 31 procent naar 34 procent.

Recent verhuisde eigenaar-bewoners hebben een steeds hogere hypotheeklast De bruto hypotheeklasten per maand zijn in de MRA gemiddeld €920. Dat is ongeveer €90 meer dan in 2023. Met name bij recent verhuisde huishoudens is een grote stijging te zien. In 2023 betaalden recent verhuisde huishoudens gemiddeld bijna €1.400 aan bruto hypotheeklasten, in 2025 is dit gestegen tot €1.725. Het verschil in bruto hypotheeklasten tussen recent verhuisde huishoudens en het gemiddelde neemt ook steeds verder toe. Recent verhuisde huishoudens betalen gemiddeld ongeveer 1,9 keer meer aan hypotheeklasten dan gemiddeld. In 2023 was dit nog ongeveer 1,7 keer zo veel. Dit is ook te zien in de netto hypotheekquote van recent verhuisde huishoudens. In 2025 betalen recent verhuisde huishoudens gemiddeld 25 procent van hun inkomen aan hypotheeklasten. Het gemiddelde in de MRA is 16 procent.

Figuur 4.4

Gemiddelde bruto hypotheeklasten (€), MRA, 2021-2025 Gemiddelde netto hypotheekquote (%), MRA, 2021-2025 Dashboard Metropoolregio Gemiddelde hypotheeklasten

recent verhuisd

1.000

bron: WiMRA 2025

22

2.000  2023

 2025

25

16 17 16

totaal 0%

 2021

21

recent verhuisd

recent totaal recent totaal recent totaal recent totaal recent totaal verhuisd verhuisd verhuisd verhuisd verhuisd

 2025

1.725

1.500

Gemiddelde hypotheekquote

30 28 27

33 32 31

500

10% 0%

1.394

 2023

771 829 920

totaal 0

36 34 35

37 35 36

 2021  2023  2025 midden- en dure midden- en dure huur, corporatie huur, particulier totaal

31 29 30

27 25 23

20%

29 26 25

30%

sociale huur, particulier

32 31 34

sociale huur, corporatie

27 27 26

40%

Gemiddelde netto huurquote naar huursegment, MRA, 2021-2025 (%) Dashboard Metropoolregio

31 32 30

Figuur 4.3

 2021

1.147

10%

20%

30%

40%

bron: WiMRA 2025

31

Recent verhuisden gebruiken vaker aanvullingen op traditionele hypotheek In de MRA geeft 89 procent van de eigenaar-bewoners aan hun woning (onder andere) gefinancierd te hebben met een traditionele hypotheek. Daarnaast heeft meer dan een derde spaargeld gebruikt en een kwart de overwaarde van een eerdere woning. Recent verhuisde huishoudens gebruiken vaker deze aanvullingen op een traditionele hypotheek. Zo geeft de helft van deze groep aan spaargeld te hebben gebruikt, en bijna een derde de overwaarde van een eerdere woning. Ook worden schenkingen (13%) en een familiehypotheek (6%) vaker gebruikt. Huishoudens tot 35 jaar maken vaker gebruik van andere vormen van financiering dan de traditionele hypotheek. Een groter deel maakt gebruik van spaargeld (54%), schenkingen (22%) of een familiehypotheek (10%).

Totale woonlasten het hoogst in midden- en dure huur De gemiddelde woonlasten in de MRA zijn €1.005 per maand. Dit is een stijging van €57 euro ten opzichte van 2023. De woonlasten zijn opgebouwd uit huur/hypotheek, energiekosten en service- en VvE-kosten, min mogelijke huurtoeslag/hypotheekrenteaftrek. De woonlasten zijn het hoogst voor huurders in de midden- en dure huur, met name in het particuliere segment. Hier betaalt men gemiddeld €1.717 per maand aan woonlasten. Voor recent verhuisde huishoudens in dit segment liggen de woonlasten nog hoger (€1.841). In de sociale huur van corporaties liggen de woonlasten het laagst (€660). In het koopsegment valt met name het verschil op tussen de gemiddelde woonlasten (€1.031) en de woonlasten van recent verhuisde huishoudens (€1.672).

Figuur 4.5

Figuur 4.6

erfenis 0%

2 3 20%

40%

60%

80%

€0

100%

829 962 1.031

€ 400

totaal recent verhuisde huishoudens

595 690 733

€ 800

13

583 700 730

familiehypotheek

4 6

€ 1.200

32

588 652 660

7

€ 1.600

575 641 627

schenking

50

1.106 1.197 1.293

25

overwaarde

€ 2.000

 2021  2023  2025 midden- en dure midden- en dure huur, corporatie huur, particulier koop

1.199 1.251 1.360

spaargeld

sociale huur, particulier

1.159 1.444 1.672

83 36

sociale huur, corporatie

1.425 1.603 1.717

hypotheek

89

Gemiddelde woonlasten naar segment, MRA, 2021-2025 (€)

1.521 1.726 1.841

Op welke manier heeft u uw huidige woning gefinancierd? (meerdere antwoorden mogelijk), MRA, 2025 (%)

recent totaal recent totaal recent totaal recent totaal recent totaal verhuisd verhuisd verhuisd verhuisd verhuisd

bron: WiMRA 2025

bron: WiMRA 2025

32

Gemiddeld gaat 27 procent van het netto maandinkomen op aan woonlasten Huishoudens besteden gemiddeld 27 procent van het netto maandinkomen aan de totale woonlasten. Het gaat hier om de huur/hypotheeklasten, energiekosten en service- en VvE-kosten, minus mogelijke huurtoeslag/hypotheekrenteaftrek. Eigenaar-bewoners hebben de laagste woonquote, gemiddeld 20 procent. De woonquote van recent verhuisde eigenaar-bewoners ligt echter fors hoger (29%). Ondanks dat de gemiddelde woonlasten voor sociale huurders relatief laag liggen, wordt iets minder dan een derde van het inkomen besteed aan woonlasten. In de midden- en dure huur is dit nog hoger (34% in corporatiewoningen, 39% in particulier segment). In de sociale huur van corporaties is de woonquote gedaald ten opzichte van eerdere jaren.

Hoogste gemiddelde woonquotes voor huurders De gemiddelde woonquote van huurders, ongeacht huursegment, ligt een stuk hoger dan die van eigenaar-bewoners (20%). Gemiddeld betalen huurders een derde (33%) van hun inkomen aan woonlasten. Dit verschilt wel per gebied in de MRA. In delen van Amsterdam en in Diemen Noord betalen huurders gemiddeld meer dan 40 procent van hun inkomen aan woonlasten. In gebieden in Uithoorn (Zijdelwaard), Wijdemeren (Nederhorst den Berg), en Purmerend (Overwhere) liggen de woonquotes gemiddeld het laagst. Hier betalen huurders gemiddeld een kwart of iets meer dan een kwart van hun netto maandinkomen aan woonlasten.

Figuur 4.8

Figuur 4.7

Gemiddelde woonquote van huurders, MRA, 2025, (%) Dashboard Metropoolregio

Gemiddelde woonquote naar segment, MRA, 2021-2025 (%)

bron: WiMRA 2025

bron: WiMRA 2025

33

In midden- en dure huur toename aandeel huishoudens met hoge woonquote In de sociale huur daalde het aandeel huishoudens met een hoge woonquote. In 2023 was 23 procent van de sociale huurders minstens 40 procent van het inkomen kwijt aan woonlasten, in 2025 is dat 16 procent. Er is er een sterke groei van sociale huurders die maximaal 30 procent van het inkomen kwijt zijn aan woonlasten. De groep groeide van 41 procent in 2023 naar 56 procent in 2025. In de middenhuur zijn er minder grote verschuivingen te zien. Het aandeel huishoudens met een hoge woonquote nam juist toe. 30 procent van deze huishoudens besteedt meer dan 40 procent aan woonlasten (2023: 28%). In de dure huur nam het aandeel huishoudens dat een woonquote van 40 procent of hoger heeft ook toe, van 38 procent naar 40 procent. Bijna één op de vijf huishoudens in de dure huur betaalt meer dan de helft van het inkomen aan woonlasten. In de middenhuur en dure huur neemt het aandeel lage inkomens toe (zie 3.2 Bewoning woningvoorraad) wat kan hebben geleid de toename van hoge woonquotes in deze segmenten. Onder woningbezitters komt het weinig voor dat huishoudens een hoge woonquote hebben: 6 procent is minstens 40 procent van het inkomen kwijt aan de totale woonlasten.

Figuur 4.9

Oordeel betaalbaarheid woonlasten De betaalbaarheid van de totale woonlasten wordt in de MRA gemiddeld met een 6,8 beoordeeld, net als in 2023. Hierbij geldt dat een hoger cijfer een betere betaalbaarheid betekent. Binnen de verschillende segmenten zijn tussen 2023 en 2025 nauwelijks verschuivingen te zien. Huishoudens met een koopwoning beoordelen de betaalbaarheid van de woonlasten het positiefst, met een 7,7. In de huursegmenten ligt deze beoordeling een stuk lager (5,9 tot 6,4). Recent verhuisde huishoudens beoordelen de betaalbaarheid van hun woning wat lager dan gemiddeld, met een 6,3. De laagste beoordelingen onder recent verhuisden worden gegeven in de sociale huur van corporaties (5,8) en de particuliere middenhuur en dure huur (5,9).

Verdeling van de woonquotes naar hoogte, per segment, MRA, 20232025 (%)  20% of lager  20 t/m 30%  30 t/m 40%  40 t/m 50%  meer dan 50%

sociale huur 2023 2025 middenhuur 2023 2025 dure huur 2023 3 2025 4

8

33 14

8 9

33 33

Figuur 4.10 Oordeel betaalbaarheid woonlasten, naar segment, MRA, 2019-2025 (rapportcijfer) Dashboard Metropoolregio

9 7

14 29

31 29

9

27 27

32 30

 2023

8

18 19

20 21

 2021

10 rapportcijfer

12 9

16 21

6 4

8,5 6,3 5,9 6,0

6,7 6,3 6,4

6,3 6,0 6,0

6,5

sociale huur, corporatie

sociale huur, particulier

middenhuur en hoger, corporatie

middenhuur en hoger, particulier

5,9 5,9

 2025

7,7 7,7

6,4 6,0 6,0

2

koop 2023 2025 0%

36 42

52 55 20%

30 28 40%

60%

13 11 80%

0

3 2 4 2 100%

huur totaal

koop

bron: WiMRA 2025

bron: WiMRA 2025

34

Bijlage uitsplitsing naar deelregio

Figuur 1.2A Ontwikkeling huishoudens naar leeftijd, MRA, 2015-2025 (aantallen) Dashboard Metropoolregio Terug naar  1.1 Huishoudensontwikkelingen Figuur 1.2

Figuur 1.2B Ontwikkeling huishoudens naar type, MRA, 2015-2025 (aantallen) Dashboard Metropoolregio Terug naar  1.1 Huishoudensontwikkelingen Figuur 1.2

600.000

600.000

550.000

550.000

500.000

500.000

430.692

450.000

450.000 400.000

400.000 392.202

350.000

350.000

314.873

300.000

300.000 296.717

250.000 200.000

250.000

153.294

150.000

100.000

100.000

50.000

50.000

2015 2016 2017 tot 35 jaar

2018 2019 35-54 jaar

2020

2021 2022 55-74 jaar

272.420

200.000

150.000

0

567.662

0

2023 2024 2025 75 jaar en ouder

bron: CBS

108.568

9.382 2015 2016 2017 alleenwonend eenoudergezin

2018

2019 2020 2021 2022 stel zonder kinderen overig

2023 2024 2025 stel met kinderen

bron: CBS

35

Figuur 1.3B Inkomensgroepen, MRA, 2019-2025 (%) (bruto jaarinkomen per huishouden, incl. studenten) Figuur 1.3 Metropoolregio Amsterdam 2019 2021 2023 2025

23 24 23 22

18 18 22 21

6 3 9 11 43 9 13 8 6 12 7 10 9

30 28 30 29

laagste inkomens

lage inkomens

Zaanstreek-Waterland 2019 2021 2023 2025

21 20 21 21

18 20 23 22

7 3 10 14 4 4 11 17 7 6 15 7 14 8

26 25 28 28

t/m grens passend toewijzen

t/m sociale huurgrens

Almere/Lelystad 2019 2021 2023 2025

23 21 19 20

17 16 24 23

6 4 10 13 4 4 12 17 8 6 15 7 13 10

27 26 28 27

Gooi en Vechtstreek 2019 2021 2023 2025

18 21 18 18

19 18 22 23

6 4 9 11 33 9 14 8 6 13 8 11 8

34 31 34 32

Amstelland-Meerlanden 2019 2021 2023 2025

16 18 17 16

18 17 20 19

5 3 9 13 4 3 10 15 7 6 14 7 13 11

35 34 36 34

Zuid-Kennemerland/ Ijmond 2019 2021 2023 2025

19 20 19 19

Amsterdam 2019 2021 2023 2025 0%

19 20 23 23

29 30 28 27 20%

6 3 10 11 43 9 13 8 7 13 8 11 9

31 30 31 29

18 19 21 20

6 3 7 8 4 3 8 10 8 5 10 8 7 9

40%

60%

28 27 28 28 80%

100%

bron: WiMRA 2025

36

extra lage doelgroep middensociale huur inkomens t/m 1,25x sociale gold t/m huurgrens 2022 eph

middeninkomens

hogere inkomens

hoogste inkomens

t/m grens middenhuur t/m €99.338 >€99.338

Figuur 2.2B Woningvoorraad naar huur- en koopklassen per deelregio, MRA, 2019-2025 (%) Figuur 2.2

Figuur 2.3B Woningvoorraad naar segmenten per deelregio, MRA, 2019-2025 (%) Figuur 2.3

Metropoolregio Amsterdam 2019 2021 2023 2025

38 37 36 36

9 13

26 30 38 35

Metropoolregio Amsterdam 2019 2021 2023 2025

30 30 30 30

8 3 51 6 7 3 41 8 6 2 41 9 6 2 4 10

Zaanstreek-Waterland 2019 2021 2023 2025

32 32 32 33

39 35

22 25

Zaanstreek-Waterland 2019 2021 2023 2025

30 30 29 30

23 41 22 3 2 322 3 312 4

60 61 60 60

Almere/Lelystad 2019 2021 2023 2025

27 26 27 28

8 2 7 3 8 3 6 4

Almere/Lelystad 2019 2021 2023 2025

24 24 24 26

43 52 33 3 3 3 3 5 12 21 5 4

63 64 62 62

Gooi en Vechtstreek 2019 2021 2023 2025

30 28 28 29

8 4 20 7 6 17 6 6 8 5 5 12

Gooi en Vechtstreek 2019 2021 2023 2025

24 24 24 24

6 2 5 3 424 5 5 24 6 5 23 5

59 60 60 61

Amstelland-Meerlanden 2019 2021 2023 2025

27 25 26 25

34

Amstelland-Meerlanden 2019 2021 2023 2025

21 21 22 22

5 4 516 4 4 41 8 33 4 9 3 3 41 10

58 58 57 58

30 37 46 43

Zuid-Kennemerland/IJmond 2019 2021 2023 2025

Zuid-Kennemerland/IJmond 2019 2021 2023 2025 Amsterdam 2019 2021 2023 2025 0%

7 7 7 9 7 10 6 10 7 1 52 43 34

9 7 7 9 7 10 7 11

33 32 32 33

23 18

14 22

46 38 54 50

30 32

20%

52 49

23 11 6 9

47 51 49

7 11 8 15 8 16 7 17 40%

32 30 38 43

7 3 26 6 5 20 5 6 10 4 6 14 51 48 47 46

9 14

60%

8 6 3 5

Amsterdam 2019 2021 2023 2025

24 23 26 25 80%

27 27 28 28

100%

0%

huur sociale huur

koop middenhuur dure huur WOZ-waarde tot WOZ-waarde vanaf grens betaalbare grens betaalbare < €900 €900-€1.185 > €1.185 koop* koop* * Betaalbare koopgrens: 2025 €405.000; 2023 €355.000; 2021 €325.000; 2019 €290.000

bron: WiMRA 2025

48 48 47 48

6 3 4 13 5 3 41 4 4 23 6 5 23 6

56 57 56 57

38 37 36 36

13 2 5 1 10 11 3 6 1 14 11 3 5 1 16 10 2 4 1 16

20%

40%

60%

31 29 29 30 80%

100%

sociale huur,

sociale huur,

middenhuur,

middenhuur,

dure huur, dure huur, koop

corporatie

particulier

corporatie

particulier

corporatie particulier

bron: WiMRA 2025

37

Figuur 2.4B Huurvoorraad naar huurklassen per deelregio, MRA, 2019-2025(%) Figuur 2.4 Metropoolregio Amsterdam 2019 2021 2023 2025

Figuur 3.2B Bewoning sociale huur (corporaties + particulier) per deelregio, MRA, 2019-2025 (%) Figuur 3.2

63 59 56 55

Zaanstreek-Waterland 2019 2021 2023 2025

66 71 66 67

13 10 15 15

Almere/Lelystad 2019 2021 2023 2025

62 58 54 60

12 15 17 16

Gooi en Vechtstreek 2019 2021 2023 2025

57 56 55 57

15 14 16 16

Amstelland-Meerlanden 2019 2021 2023 2025

50 47 48 44

Zuid-Kennemerland/IJmond 2019 2021 2023 2025

63 61 59 57

Amsterdam 2019 2021 2023 2025

65 59 55 53

0%

sociale huur tot €732

€732-€900

20%

Metropoolregio 2019 2021 2023 2025

53 57 53 54

32 29 32 31

25 44 25 34 5 343 5 5 23

Zaanstreek-Waterland 2019 2021 2023 2025

50 53 51 51

35 32 35 31

24 3 5 25 43 23 5 4 5 7 23

10 14 6 6 11 14 8 9 12 13 9 9 14 11 11 9

51 7 1 70 8 2

Almere/Lelystad 2019 2021 2023 2025

19 6 3 16 9 5 15 10 5 13 10 4

Gooi en Vechtstreek 2019 2021 2023 2025

20 19 22 15

65 62

25 23 37 32

53 54 41

55 48 48

31 36 36

4 5 33 34 52 44 5 3 6 6 23 3 5 42 15 4 3 22 3 4 5 42 4

12 11 16

4 9 12 10

Amstelland-Meerlanden 2019 2021 2023 2025

50 53 51 51

36 35 37 34

12 13 15 18

17 53 14 8 4 11 10 4 10 10 5

Zuid-Kennemerland/IJmond 2019 2021 2023 2025

49 51 47 49

35 33 38 34

8 10 7 10 9 12 8 12 10 11 10 13 13 10 12 12

Amsterdam 2019 2021 2023 2025

60%

middenhuur

dure huur

€900-€1.185

€1.185-€1.674

12

80%

0%

100% laagste inkomens t/m grens passend toewijzen

€1.674 en meer

bron: WiMRA 2025

1 6 22 4 5 24 2 3 31 3 6 14

44

21 18 16 16

13 14 13 15

40%

20 18 14 41 11 7 1 9 8 1

55 59 56 58

2 7 43 2 6 4 4 34 5 3 6 7 23

31 27 33 28 60%

25 4 4 25 34 23 3 3 5 4 23

20%

40%

80%

100%

lage inkomens lage middeninkomens t/m 1,25x t/m sociale sociale huurgrens huurgrens eph

middeninkomens

hogere inkomens

hoogste inkomens

t/m grens middenhuur

t/m €99.338

>€99.338

bron: WiMRA 2025

38

Figuur 3.5B Bewoning koop per deelregio, MRA, 2019-2025 (%) Figuur 3.5

Figuur 3.6B Woonsegmenten lage inkomens tot de sociale huurgrens, MRA,2019-2025 (%) Figuur 3.6 Metropoolregio Amsterdam 2019 2021 2023* 2025

54 53 54 52

14 2 6 12 2 8 11 2 7 11 2 9

37 35 39 39

Zaanstreek-Waterland 2019 2021 2023* 2025

58 55 53 51

424 414 424 6 14

38 34 40 37

Almere/Lelystad 2019 2021 2023* 2025

50 47 45 49

Gooi en Vechtstreek 2019 2021 2023* 2025

Metropoolregio Amsterdam 2019 2021 2023 2025

7 7 7 7

20 18 17 16

4 11 3 11 8 7 8 13

Zaanstreek-Waterland 2019 2021 2023 2025

8 7 8 8

21 20 19 18

4 12 4 12 7 7 8 16

19 22 19 11

Almere/Lelystad 2019 2021 2023 2025

8 8 7 8

22 20 19 19

4 12 16 4 14 21 8 7 19 9 15 13

Gooi en Vechtstreek 2019 2021 2023 2025

7 8 6 8

18 17 17 17

3 10 13 3 10 17 7 6 15 7 13 10

Amstelland-Meerlanden 2019 5 2021 7 2023 6 2025 6

19 16 15 14

Zuid-Kennermerland/IJmond 2019 6 2021 7 2023 7 2025 8

20 19 18 18

3 11 14 3 11 16 16 8 8 8 13 12

45 44 44 43

19 17 15 14

4 10 3 10 9 7 9 8

49 48 50 50

Amsterdam 2019 2021 2023 2025

7 7 6 6

0% laagste inkomens t/m grens passend toewijzen

3 9 3 10 8 7 6 15

20%

lage inkomens lage middeninkomens t/m 1,25x t/m sociale sociale huurgrens huurgrens eph

15 18 16 12

45 43 45 44

48 44 49 45

16 17 17 12

48 47 48 47

12 15 13 14

40%

60%

6 4 1 2

25 31 36 35

7 5 1 2

6 2 6 5 24 7 4 6 51 6

28 33 37 38

7 7

48 49 47 45

11 2 8 8 2 7 8 2 7 8 1 7

27 30 33 36

4 4 2 2

Amstelland-Meerlanden 2019 2021 2023* 2025

48 47 49 47

10 3 6 10 3 8 6 2 9 6 3 10

22 25 30 31

11 7 2 2

Zuid-Kennemerland/IJmond 2019 2021 2023* 2025

51 50 52 48

11 2 6 10 2 7 8 24 9 1 7

25 27 32 32

5 4 2 2

Amsterdam 2019 2021 2023* 2025 0%

80%

18 20 24 24

58 57 54 57 20%

1 2

21 2 6 9 4 19 2 10 10 3 11 2 7 24 1 17 2 11 12 2 40%

60%

80%

100%

100%

middeninkomens

hogere inkomens

hoogste inkomens

t/m grens middenhuur

t/m €99.338

>€99.338

sociale huur, corporatie

sociale huur, particulier

middenhuur en duurder, corporatie

middenhuur en duurder, particulier

bruto hypotheeklasten tot €1.086

bruto hypotheeklasten van €1.086 en meer

* Vanaf 2023 is de sociale huurgrens voor mph hoger dan voor eph bron: WiMRA 2025

bron: WiMRA 2025

39

Figuur 3.7B Woonsegmenten middeninkomens (sociale huurgrens tot middenhuurgrens*), MRA, 2019-2025 (%) Figuur 3.7 Metropoolregio Amsterdam 2019 2021 2023 2025*

19 6 6 14 17 5 7 15 14 6 5 21 14 5 4 20

Zaanstreek-Waterland 2019 2021 2023 2025*

16 2 5 9 18 0 7 6 14 13 10 16 22 8

Almere/Lelystad 2019 2021 2023 2025*

11 2 6 9 11 2 6 8 12 3 7 8 11 12 14

Figuur 3.8B Woonsegmenten hoge inkomens (boven middenhuurgrens*), MRA, 2019-2025 (%) Figuur 3.8

32 36 46 47

8 10

43 47

45 49

9 10

8 11

Almere/Lelystad 2019 212 8 2021 21 4 8 2023 211 9 2025* 401 8

28 24 62 61

Gooi en Vechtstreek 2019 2021 2023 2025*

13 17 6 6 14 4 6 13 18 2 6 13 11 5 2 15

38 43

Amstelland-Meerlanden 2019 2021 2023 2025*

17 4 7 15 13 2 9 16 18 9 35 8 2 6 20

30 41 54 52

26 18 11 11

38 44

22 20

20 18 17 18

4 6 10 3 5 10 23 16 2 4 12

Amsterdam 2019 2021 2023 2025*

23 20 14 15

12 5 10 7 12 6 10 6

0% sociale huur, corporatie

sociale huur, particulier

20%

middenhuur en duurder, corporatie

7 9

56 55

40%

middenhuur en duurder, particulier

60% bruto hypotheeklasten tot €1.086

Amstelland-Meerlanden 2019 12 6 2021 31 5 2023 21 4 2025* 213

29 27

7 9

80%

100%

0%

sociale huur, corporatie

bruto hypotheeklasten van €1.086 en meer

sociale huur, particulier

34 38

32 36

52 51 53 55

32 33

27

61 34

51 56 52

31 35

27 26

57 57 39

43 49

39

13 14 17 17

Amsterdam 2019 6 5 4 2021 5 4 5 2023 5 2 5 2025* 3 2 3

20 17

50 47

37 35

Zuid-Kennemerland/IJmond 2019 5 14 9 2021 4 1 4 9 2023 5 13 12 2025* 311 12

6 9

20 21

23 25

Gooi en Vechtstreek 2019 322 10 2021 413 10 2023 4 12 10 2025* 211 8

20 19

53 58

19 25 32 32

17 18 21 20

Zaanstreek-Waterland 2019 5 1 4 5 2021 4 13 6 2023 6 13 6 2025* 4 11 6

25 22

62 62

Zuid-Kennemerland/IJmond 2019 2021 2023 2025*

Metropoolregio Amsterdam 2019 4 2 4 2021 4 2 4 2023 4 1 4 2025* 312

23 19

24 26

55 51 39 39

28 29

54 53 43 43

30 34 37 35 20%

middenhuur en duurder, corporatie

37 39

37 40 15 15 21 20

40%

middenhuur en duurder, particulier

60%

bruto hypotheeklasten tot €1.086

40 38 30 36 80%

100%

bruto hypotheeklasten van €1.086 en meer

* Vanaf 2025 is de landelijke inkomensgrens voor middenhuur genomen als ondergrens van hoge inkomens, t/m 2023 is dit 1,5 keer de sociale huurgrens. bron: WiMRA 2025

* Vanaf 2025 is de landelijke inkomensgrens voor middenhuur genomen als bovengrens van middeninkomens, t/m 2023 is dit 1,5 keer de sociale huurgrens. bron: WiMRA 2025

40

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16788244/1