CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

2. Bijlage a: Bestemmingsplan Deliterrein - Schoterkwartier

commissie Ontwikkeling 6 april 2023, gemeente HaarlemBij agendapunt: 21.40 uur Vaststellen bestemmingsplan Deliterrein - Schoterkwartier fase (FR)26.404 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN

Dit hoofdstuk bevat een inventarisatie van de verschillende milieu- en omgevingsaspecten en de resultaten van de verschillende milieuonderzoeken. Daarbij komen aspecten aan de orde zoals geluid, lucht- en bodemkwaliteit, natuurwaarden en externe veiligheid. Het gaat hier om zaken die kunnen leiden tot ruimtelijke beperkingen in het plangebied. In bijlagen 2 t/m 12 zijn de uitgevoerde onderzoeken voor bodem, externe veiligheid, geluid, ecologie, verkeer en parkeren opgenomen.

4.1

Bedrijven en milieuzonering Milieuzonering is het aanbrengen van een noodzakelijke ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende en milieugevoelige functies ter bescherming of vergroting van de leefkwaliteit. In de milieuzonering staat de typering van (woon)gebieden centraal. Bij het wel of niet toelaten van bepaalde bedrijvigheid in (woon)gebieden is gelet op onder andere de ligging van (potentiële) bedrijven ten opzichte van de omgeving, de mate van eventueel te verwachte hinder en het na te streven karakter van de buurt/wijk. Ten behoeve van milieuzonering is door de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) een bedrijvenlijst opgesteld, waarin bedrijven op hun milieueffecten zijn gecategoriseerd. Afhankelijk van de mate waarin de in deze lijst opgenomen bedrijven milieuhinder kunnen veroorzaken (uitgaande van de gemiddelde bedrijfssituatie), kent de lijst aan de bedrijven een categorie toe. Naarmate de milieuhinder toeneemt, loopt de categorie op van 1 tot en met 5, met bijbehorende minimale afstanden tot woongebieden. In de uitgave "Bedrijven en milieuzonering" is per bedrijfstype een globale indicatie gegeven van het invloedsgebied voor de aspecten geur, stof, geluid en gevaar.

Op basis van het aspect met de grootste afstand zijn de bedrijven in de volgende categorieën ingedeeld: categorie 1 grootste afstanden 0 en 10 meter; categorie 2 grootste afstand 30 meter; categorie 3 grootste afstanden 50 en 100 meter; categorie 4 grootste afstanden 200 en 300 meter; categorie 5 grootste afstanden 500, 700 en 1000 meter. De afstanden gelden in principe tussen de perceelsgrens van het bedrijf (bij een gangbare perceelsgrootte en -indeling) en anderzijds de gevel van een woning. De afstanden in bovengenoemde uitgaven moeten als indicatief gezien worden. Doordat de omvang van bedrijven kan verschillen en omdat bedrijven maatregelen kunnen nemen om de invloed te beperken kan de invloedssfeer in werkelijkheid afwijken van bovengenoemde afstanden. De uiteindelijke afstemming tussen de hinder van het bedrijf en de omgeving wordt geregeld binnen het wettelijke kader van de Wet milieubeheer. Voor gemengde gebieden waar wonen en werken samengaan, zoals dat hier het geval is, is gekozen voor een andere categorie aanduiding. 37

bestemmingsplan "Deliterrein - Schoterkwartier fase 2" (vastgesteld)

In de bedrijvenlijst voor functiemening worden geen afstanden genoemd maar zijn de bedrijven in de categorieën A, B en C ingedeeld. In bepaalde situaties kunnen bedrijven in een lagere categorie worden ingedeeld. Dit zijn situaties waarbij de milieubelasting zodanig is dat deze vergelijkbaar is met een bedrijf in een lagere categorie. Een categorie B bedrijf kan dan beargumenteerd als categorie A worden beschouwd. Bij de argumentatie worden de gewenste afstanden tot gevoelige objecten uit de richtafstandenlijst voor milieubelastende bedrijvenlijst betrokken. Per relevante milieucategorie word beschreven welke maatregelen het bedrijf getroffen heeft om de overlast voor woningen van derden te beperken. Categorie A: activiteiten kunnen aanpandig aan woningen worden uitgevoerd; Categorie B: activiteiten mogen in principe alleen bouwkundig gescheiden van woningen en kwetsbare bestemmingen worden uitgevoerd; Categorie C, activiteiten zoals genoemd onder B, maar met een ontsluiting op de hoofdinfrastructuur. In de omgeving van het plangebied bevinden zich over het algemeen uitsluitend woningen. Alleen ten noorden bevinden zich op circa 40 meter afstand het bedrijfsgebouwen van een autogarage en -dealer (Categorie B).

Dit bedrijf vormt geen belemmering voor de in dit bestemmingsplan mogelijk gemaakte woningen en andersom vormen de woningen geen belemmering voor de bedrijfsvoering van dat bedrijf. Er bevinden zich namelijk reeds woningen op kortere afstand van het bedrijf. 4.1.1 Conclusie Uit de toetsing komt naar voren dat in en nabij het plangebied geen bedrijven aanwezig zijn die een belemmering vormen voor de beoogde transformatie naar wonen.

4.2

Verkeer en parkeren Door onderzoeksbureau Goudappel is een mobiliteitsonderzoek uitgevoerd (zie Bijlage 6). Hierbij is in kaart gebracht, wat het effect van het project is op de verkeersproductie en is onderzocht of hierdoor knelpunten ontstaan in de verkeersafwikkeling. Vervolgens is ook onderzocht of er voldoende parkeerplaatsen aanwezig zijn om de nieuwe parkeerbehoefte te kunnen bedienen.

4.2.1 Verkeer Verkeersgeneratie nieuwe woningen De totale verkeersgeneratie van de nieuwe woningen bedraagt 587 motorvoertuigbewegingen per gemiddelde weekdag. Dat komt neer 652 motorvoertuigbewegingen op een gemiddelde werkdag, bestaande uit 326 vertrekkende en 326 aankomende motorvoertuigbewegingen. De verkeersgeneratie van de woningen van fase 1 bedraagt 272 (34 x 7,2 x 1,11) motorvoertuigbewegingen per werkdagetmaal. De totale verkeersgeneratie van fase 1 + 2 bedraagt 924 (652 + 272) 38

bestemmingsplan "Deliterrein - Schoterkwartier fase 2" (vastgesteld)

motorvoertuigbewegingen per werkdagetmaal. Dit bestaat uit 462 vertrekkende en 462 aankomende motorvoertuigen per etmaal. Zowel de Transvaalstraat en Delistraat/Gedempte Schalkburgergracht alsmede de overige wegvakken in de omgeving van het plangebied hebben in het huidige profiel voldoende capaciteit om het extra verkeer als gevolg van de woningen veilig af te wikkelen. Verkeerscirculatie Er zijn acht verschillende ontsluitingsmogelijkheden van fase 1 en 2 van het plan onderzocht. Bij de beoordeling is het advies betrokken van de verkeersadviseur van de politie (bijlage 7). Er zijn twee varianten (1 en 4) beoordeeld als verkeersveilig. Dit betreft ontsluitingen via de Transvaalstraat al dan niet gecombineerd met de Siantarstraat. De overige varianten zijn om verschillende redenen niet gewenst: omdat ze niet verkeersveilig zijn en/of vanwege aanzienlijke aanpassingen aan de verkeerscirculatie in de wijk, de infrastructuur en de verkeersregelinstallatie (varianten 2, 3, 5 t/m 8 ). Bovenstaande in overweging nemende, gaat de voorkeur uit naar variant 1.

4.2.2 Parkeren De gemeente Haarlem heeft haar parkeernormen vastgelegd in de nota 'Beleidsregels Parkeernormen Haarlem' (2015) en de 1e en 2e wijziging beleidsregels parkeernormen. De projectlocatie ligt in het gebied 'schil – overloopgebied'. Aan de hand van de vastgestelde parkeernormen is de totale parkeervraag voor de voorgenomen ontwikkeling berekend. Daarnaast is het parkeeraanbod bepaald. Voor de sociale huurwoningen is de gehanteerde parkeernorm gebaseerd op het onderzoek 'Analyse naar autobezit in Haarlem 2018, gemeente Haarlem, 27 november 2018. Uit dit onderzoek blijkt dat voor goedkope (sociale) huurwoningen er sprake is van een gemiddeld autobezit van 0,5 parkeerplaats per woning voor bewoners en 0,2 parkeerplaats voor bezoekers. Om die reden is gerekend met 0,7 parkeerplaats per woning. Op basis van de maximale gemeentelijke parkeernormen en de analyse naar autobezit in Haarlem 2018 is de volgende parkeerbehoefte voor de nieuwe woningen berekend:

39

bestemmingsplan "Deliterrein - Schoterkwartier fase 2" (vastgesteld)

Tabel 4.1: Parkeerbehoefte

Uit tabel 4.1 blijkt dat de totale parkeerbehoefte 122 parkeerplaatsen is. Het parkeeraanbod voor fase 2 is als volgt (zie ook afbeelding 4.3): 9 parkeerplaatsen op eigen terrein bij de grondgebonden eengezinswoningen; 19 parkeerplaatsen in de openbare ruimte (maaiveld); 107 parkeerplaatsen in de parkeerkelder (waarvan 6 voor bezoekers); minus 3 parkeerplaatsen op de Transvaalstraat die verdwijnen als gevolg van de aanleg van de toegangen tot de parkeerkelder (circa 12 tot 15 meter nodig voor twee toegangen); totaal: 132 parkeerplaatsen.

40

bestemmingsplan "Deliterrein - Schoterkwartier fase 2" (vastgesteld)

Afbeelding 4.3: Parkeeraanbod

Een deel van de parkeerplaatsen voor fase 2 is al aangelegd tijdens fase 1, omdat de rijbaan en nutsvoorzieningen ook al werden aangelegd. Met de 132 parkeerplaatsen zijn voldoende parkeerplaatsen aanwezig om de parkeerbehoefte van de nieuwe woningen te kunnen voldoen. 4.2.3 Conclusie Het aspect verkeer en parkeren vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van de in dit bestemmingsplan mogelijk gemaakte ontwikkelingen.

4.3

Bodemparagraaf In de Wet bodembescherming zijn bepalingen opgenomen ter behoud en verbetering van de milieuhygiënische bodemkwaliteit. Bij bestemmingswijzigingen, verbouwingen of graafwerkzaamheden is een bodemonderzoek noodzakelijk om te bepalen of de bodemkwaliteit ter plaatse geschikt is voor de beoogde functie.

4.3.1 Onderzoek naar bodemkwaliteit Binnen het Schoterkwartier zijn twee saneringsgebieden aanwezig, het Deliterrein (gedeeltelijk fase 1 en gedeeltelijk fase 2) en het Shellterrein, (volledig fase 2). Beide gebieden worden gesaneerd en geschikt gemaakt voor de in dit bestemmingsplan mogelijk gemaakte woningbouw (zie Bijlage 8). Verontreinigingssituatie

41

bestemmingsplan "Deliterrein - Schoterkwartier fase 2" (vastgesteld)

De locatie is in het verleden geschikt gemaakt voor het gebruik openbaar groen. Op dit voormalig gasfabrieksterrein en brandstofdepot waren verontreinigingen ontstaan met zware metalen, PAK, cyanide, minerale olie en aromaten. De kernen met mobiele verontreinigingen zijn ontgraven waarna een afdekkende leeflaag is aangebracht op de overige verontreinigingen. Hiervoor is een leeflaag aangebracht met een dikte van 0,7 tot 1 meter. In de beschikking op deze evaluatie (25 juni 2014, STZ/MIL/2014/195474) is aangegeven dat de locatie nog niet geschikt is voor wonen met tuin omdat nog niet overal een leeflaag aanwezig is met een dikte van minimaal 1 meter. Op 23 april 2020 is ingediend het plan van aanpak betreffende werkzaamheden voor het Schoterkwartier op het voormalige Deli-terrein/Shell-depot ter in Haarlem. Het plan van aanpak is in opdracht AM B.V. (via HGCA B.V.) opgesteld door BMA Milieu B.V. met als kenmerk PVA.2020.0067. De definitieve versie is gedateerd op 28 april 2020. Aanleiding voor het opstellen van het plan van aanpak zijn de werkzaamheden in de bodem om het terrein geschikt te maken voor het beoogd gebruik: wonen met tuin, openbaar groen en verharde openbare ruimte. Om de locatie geschikt te maken voor het beoogd gebruik wonen met tuin, moeten de niet duurzaam verharde delen een leeflaag hebben van minimaal 1 meter dikte.

Wanneer de werkzaamheden uitgevoerd zijn volgens dit plan en zodra het bevoegd gezag Wet bodembescherming hiermee heeft ingestemd, is de locatie geschikt voor het voorgenomen gebruik van de bodem. 4.3.2 Conclusie Na afronding van de saneringen vormt de milieuhygiënische kwaliteit van de grond geen belemmering meer voor de woningbouw.

42

bestemmingsplan "Deliterrein - Schoterkwartier fase 2" (vastgesteld)

4.4

Externe veiligheid

4.4.1 Inleiding Voor het beschouwen van de externe veiligheid zijn het Bevi (Besluit externe veiligheid inrichtingen), het Bevb (Besluit externe veiligheid buisleidingen) en het Bevt (Besluit transportroutes externe veiligheid) relevant. In deze AMvB's staat beleid waarmee de risico's rondom risicobronnen tot maatschappelijk aanvaardbare proporties kunnen worden beperkt. Risicobronnen kunnen inrichtingen zijn (bedrijven waar gewerkt wordt met gevaarlijke stoffen zoals ammoniak, chloor of LPG) of transportassen, zoals buisleidingen of wegen waarlangs gevaarlijke stoffen worden vervoerd. De meest effectieve manier om de risico's te beperken is het ruimtelijk scheiden van risicobron en risico-ontvanger. Concreet betekent dit hoe groter de afstand, hoe minder risico. De grens van het invloedsgebied wordt vaak bepaald door de 1% letaliteit-afstand (maar soms ook door een kleinere afstand). Dit is de afstand tussen risicobron en ontvanger, waarbij nog 1% van de ontvangers als direct gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen, komt te overlijden. Het invloedsgebied is een belangrijk begrip om te beoordelen of externe veiligheid voor een plangebied een te beschouwen aspect is. 4.4.2 Onderzoek Het plangebied is getoetst op het aspect externe veiligheid. Hierbij is gebruik gemaakt van de gegevens op de risicokaart van Noord-Holland.

In volgende afbeelding is de ligging van het plangebied aangegeven met de dichtstbijzijnde risicovolle activiteiten zoals aangegeven op de risicokaart.

Afbeelding 4.2: uitsnede Risicokaart.nl, plangebied rood omcirkeld

Bevi-inrichtingen Het plangebied bevindt zich niet binnen het invloedsgebied van inrichtingen waar met gevaarlijke stoffen wordt gewerkt (Bevi-inrichtingen). 43

bestemmingsplan "Deliterrein - Schoterkwartier fase 2" (vastgesteld)

Transport van gevaarlijke stoffen De gemeente Haarlem heeft geen route voor het vervoer van gevaarlijke stoffen (meer). Dit betekent dat, met in acht name van art. 19 1ste lid Wvgs, transport van bijv. benzine of propaan/LPG op alle wegen is toegestaan. In de directe nabijheid van het te ontwikkelen terrein aan de Spaarndamseweg is een BP tankstation aanwezig. Bevoorrading van dit tankstation gebeurt via de Spaarndamseweg. Het Deliterrein ligt op ongeveer 8 meter van de Spaarndamseweg waarover vervoer van diesel (LF1) en benzine (LF2) plaatsvindt ter bevoorrading van het tankstation. De locatie ligt daarmee binnen het invloedsgebied van 45 meter van het vervoer van deze stoffen en is daarom een quickscan externe veiligheid uitgevoerd (zie Bijlage 9). Uit toepassing van de vuistregels uit de Hart [3] blijkt: Het plaatsgebonden risico vormt geen belemmering voor de ontwikkeling van de woningen. Over de Spaarndamseweg wordt alleen LF1 en LF2 vervoerd. Er is derhalve geen sprake van een groepsrisico. Een uitgebreide verantwoording van het groepsrisico kan achterwege blijven. Wel dient het bestuur van de veiligheidsregio in de gelegenheid te worden gesteld om advies uit te brengen.

In de toelichting bij het besluit dient in elk geval in te worden gegaan op de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp en de mogelijkheden voor personen om zich in veiligheid te brengen indien een ramp zich voordoet. Buisleidingen Op de vorige afbeelding is te zien dat zich het plangebied niet in de nabijheid van een buisleiding bevindt. De afstand is minimaal rond 1,3 km. 4.4.3 Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.5

Geluid De mate waarin wegverkeerslawaai, spoorwegverkeerslawaai en/of industrielawaai het (woon)milieu mogen belasten is geregeld in de Wet geluidhinder. Deze wet stelt dat in principe de geluidbelasting op de gevel van gevoelige bestemmingen (bijvoorbeeld woningen, scholen of ziekenhuizen) niet hoger mag zijn dan de zogenaamde voorkeursgrenswaarde. Dit moet getoetst worden bij bouwaanvragen en/of bij bestemmingswijzigingen. Het plangebied is gelegen binnen de geluidszone van een gezoneerd industrieterrein en binnen de geluidszones van de Spaarndamseweg. De voorkeursgrenswaarde voor wegverkeerslawaai bedraagt 48 dB. Er kunnen in bepaalde gevallen hogere grenswaarden worden vastgesteld van 63 dB voor wegverkeerslawaai en 68 dB. Vanwege de beoogde transformatie naar wonen is akoestisch onderzoek nodig om te bezien of de geluidsbelasting op de gevels voldoet aan de voorkeurgrenswaarde dan wel dat er een hogere 44

bestemmingsplan "Deliterrein - Schoterkwartier fase 2" (vastgesteld)

grenswaarde kan worden verleend. 4.5.1 Onderzoek In mei 2020 is door onderzoeksbureau Cauberg Huygen B.V. een akoestisch onderzoek uitgevoerd (zie Bijlage 10), omdat het bij de in het bestemmingsplan mogelijk gemaakte woningen conform de Wet geluidhinder gaat om geluidgevoelige gebouwen. De woningen bevinden zich binnen de zones langs de Spaarndamseweg en de Industrieweg en rond het industrieterrein Waarderpolder. Tevens liggen in de nabijheid van het plan 30 km/uur wegen. Om die reden is een akoestisch onderzoek uitgevoerd. Onderzocht is of wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarden, vervolgens of hogere grenswaarden krachtens de Wet geluidhinder kunnen worden vastgesteld en waar zo nodig maatregelen moeten worden toegepast. De berekende geluidbelastingen zijn getoetst aan de grenswaarden uit de Wet geluidhinder: Wegverkeerslawaai stedelijk: voorkeursgrenswaarde 48 dB, maximale ontheffingswaarde 63 dB. Industrielawaai: voorkeursgrenswaarde 50 dB(A), maximale ontheffingswaarde 55 dB(A). Uit de berekeningen blijkt het volgende: Vanwege geluid dat afkomstig is van de Spaarndamseweg wordt de voorkeursgrenswaarde van 48 dB overschreden. Nergens wordt de maximale ontheffingswaarde overschreden. Vanwege verkeer over de Industrieweg/Transvaalstraat wordt de voorkeursgrenswaarde van 48 dB aan de straatzijden overschreden en deels aan de zijde van de Spaarndamseweg.

De maximale ontheffingswaarde van 63 dB wordt nergens overschreden. Nergens zijn dove gevels nodig. Vanwege verkeer over de Delistraat en de Pieter Maritzstraat (30 km/uur-wegen) treden geluidbelastingen Lden op van maximaal 36 dB respectievelijk 40 dB. De geluidbelastingen vanwege de 30 km/uur-wegen komen niet boven de voorkeursgrenswaarde van 48 dB en worden als aanvaardbaar geacht. De gecumuleerde geluidbelasting LVL,cum bedraagt ten hoogste 67 dB. De binnenhofzijden van het hoofdgebouw beschikken direct over een geluidluwe gevel. Ook de grondgebonden woningen aan de westzijde van het plangebied hebben geluidsluwe gevels. Het merendeel van de woningen in het plangebied beschikt over een geluidluwe gevel. De woningen in de toren aan de zijde van de Spaarndamseweg moeten worden voorzien van gebouwmaatregelen om tenminste aan één geluidluwe gevel te voldoen. Gelet op de hoogte van de geluidbelastingen omvatten deze gebouwmaatregelen volledig (verdiepingshoog) verglaasde balkons of loggia's, waarbinnen de woninggevels voldoen aan de voorkeursgrenswaarde. Aan deze volledig verglaasde balkons moeten slaapkamers grenzen (indelingseis), het gebouwontwerp voldoet aan deze indelingseis. 45

bestemmingsplan "Deliterrein - Schoterkwartier fase 2" (vastgesteld)

Beleidsregels Hogere Waarden Wet Geluidhinder Het college heeft in 2009 het Hogere waardebeleid vastgesteld. Een ambtshalve HW procedure voor een woning kan alleen worden gestart indien deze woning ten minste één geluidsluwe zijde heeft. Een geluidsluwe zijde betreft de zijde van een gebouw waar voldaan wordt aan de voorkeursgrenswaarden. Bij een geluidsbelasting groter dan 48 dB vanwege wegverkeer, moet een woning ten minste één geluidsluwe zijde hebben. De buitenruimten die als buitengebruiksruimten worden gebruikt moeten aan de geluidsluwe zijde zijn gesitueerd. Bij een geluidsbelasting groter dan 53 dB vanwege wegverkeer gelden de volgende woningindelingseisen: 1. Verblijfsruimten moeten zoveel mogelijk aan de geluidsluwe zijde liggen. 2. Ten minste één slaapkamer moet aan de geluidsluwe zijde liggen. Toets beleidsregels Zowel de binnenhofzijde van het hoofdgebouw als de westzijde beschikken direct over een geluidluwe gevel. Het merendeel van de woningen in het plangebied beschikt over een geluidluwe gevel. De woningen in de toren aan de zijde van de Spaarndamseweg moeten worden voorzien van gebouwmaatregelen om tenminste aan één geluidluwe gevel te voldoen. Gelet op de hoogte van de geluidbelastingen omvatten deze gebouwmaatregelen volledig (verdiepingshoog) verglaasde balkons of loggia's, waarbinnen de woninggevels voldoen aan de voorkeursgrenswaarde.

Aan deze volledig verglaasde balkons moeten slaapkamers grenzen (indelingseis), het gebouwontwerp voldoet aan deze indelingseis. Hogere waarden Geadviseerd wordt om voor de woningen de volgende hogere waarden voor de geluidsbelasting ten gevolge van wegverkeer aan te vragen: Spaarndamseweg: 63 dB Industrieweg: 58 dB. 4.5.2 Conclusie Het aspect geluid vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. Wél dient een hogere waarden besluit genomen te worden. Het ontwerpbesluit zal samen met het ontwerpbestemmingsplan ter inzage worden gelegd.

46

bestemmingsplan "Deliterrein - Schoterkwartier fase 2" (vastgesteld)

4.6

Luchtkwaliteit De luchtkwaliteit is van belang voor de gezondheid van mens en dier en voor de kwaliteit van het milieu. In de Europese Unie zijn daarom grenswaarden afgesproken waaraan de concentraties van een aantal stoffen vanaf bepaalde ingangsdata moeten voldoen. Die grenswaarden en regelgeving om ze tijdig te bereiken en te handhaven zijn in Nederland opgenomen in de Wet milieubeheer, titel 5.2 Luchtkwaliteitseisen. Wanneer een bestemmingsplan vastgesteld of gewijzigd wordt dient vast te staan dat de gevolgen voor de luchtkwaliteit voldoen aan die eisen (als gevolg van art. 5.16 lid 1 en 2). Die gevolgen worden bepaald door de verandering in gebruik en functies die door het bestemmingsplan worden mogelijk gemaakt ten opzichte van de bestaande (toegestane) functies. Maatgevend is de met de veranderingen samenhangende groei van het autoverkeer en de daardoor veroorzaakte uitstoot van de stoffen stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10). Wanneer met inbegrip van de door het plan mogelijk gemaakte functies wordt voldaan aan de grenswaarden vormt de luchtkwaliteit geen belemmering voor het bestemmingsplan. In 2010 is door bureau Tauw een luchtkwaliteitonderzoek uitgevoerd voor de Waarderpolder, waarbij ook de Spaarndamseweg is beschouwd. In dat onderzoek is uitgegaan van de herontwikkeling van het Deliterrein tot woningbouwlocatie.

In het onderzoek (rapportage “Luchtkwaliteitsonderzoek Waarderpolder te Haarlem”, Tauw BV, 26 januari 2010) is geconcludeerd dat zowel in 2015 als in 2020 ruimschoots wordt voldaan aan de grenswaarden uit de Wet milieubeheer (stikstofdioxide, fijn stof, etc). Op basis van dit (enigszins verouderde) onderzoek kan worden vastgesteld dat er geen belemmeringen voor wat betreft luchtkwaliteit worden verwacht. In de 'Regeling niet in betekenende mate bijdragen' is voor een aantal specifieke projecten een berekening gemaakt bij welk bouwprogramma er nog sprake is van 'niet in betekenende mate'. Dit is als het project betrekking heeft op maximaal 1.500 woningen of 100.000 m² kantoren (bij één ontsluitingsweg) of een combinatie van beide. Op het Deliterrein worden circa 142 woningen gebouwd, waarvan er circa 34 al zijn toegestaan op basis van het geldende bestemmingsplan / verleende vergunning. In elk geval blijft het aantal woningen ruim onder de grens van 1.500 woningen.

4.6.1 Conclusie Geconcludeerd kan worden dat het project is te beschouwen als “niet in betekenende mate” en dat nader luchtkwaliteitonderzoek niet nodig is.

47

bestemmingsplan "Deliterrein - Schoterkwartier fase 2" (vastgesteld)

4.7

Archeologie

4.7.1 Inleiding In 1992 ondertekende onder andere Nederland het Verdrag van Valletta. Het doel van dit verdrag is het beschermen van het archeologische erfgoed als bron van het Europese gemeenschappelijke geheugen en als middel voor geschiedkundige en wetenschappelijke studie. Het verdrag is verwerkt in de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz) en de Erfgoedwet. De gemeente is op basis van artikel 38a van die wet verplicht om rekening te houden met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten monumenten. De drie belangrijkste uitgangspunten van de Wamz zijn: het behoud van archeologische waarden in de bodem; de initiatiefnemer van het project dat tot bodemverstoring leidt, betaalt de kosten van archeologisch onderzoek; het vroegtijdig integreren van de zorg voor het archeologisch erfgoed in de procedures van de ruimtelijke ordening. In het voorheen geldende bestemmingsplan Spaarndamseweg e.o. (2013) is het plangebied voorzien van de dubbelbestemming "Waarde-archeologie 4". Conform de bouwregels moet ter plaatse van de aanduiding 'Waarde Archeologie 4' de aanvrager van een omgevingsvergunning waarvan bodemverstorende bouwwerkzaamheden deel uitmaken, in geval de oppervlakte van het project meer dan 2.500 m² betreft en de bouwwerkzaamheden dieper dan 0,30 meter onder het maaiveld plaatsvinden, een waardestellend archeologisch te overleggen.

Dit is conform de Archeologische Beleidskaart Haarlem (ABH). Voor verschillende werkzaamheden zoals afgravingen, planten van bomen, verrichten van graaf- en heiwerkzaamheden is een omgevingsvergunning nodig. De omgevingsvergunning kan worden verleend als naar oordeel van het bevoegde gezag, aan de hand van archeologisch onderzoek, in voldoende mate is vastgesteld dat er geen archeologische waarden meer aanwezig of te verwachten zijn. Ook kan de omgevingsvergunning worden verleend indien andere informatie heeft aangetoond dat door bodemverstoringen op de betrokken locatie geen archeologische waarden verstoord zullen worden.

48

bestemmingsplan "Deliterrein - Schoterkwartier fase 2" (vastgesteld)

4.7.2 Onderzoek In mei 2020 is door onderzoeksbureau Argo een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd (zie Bijlage 11). Het onderzoek is uitgevoerd conform de richtlijnen van de vigerende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA 4.1). De aanleiding tot het bureauonderzoek werd gevormd door geplande bodemverstorende werkzaamheden die een bedreiging kunnen vormen voor eventueel aanwezige archeologische waarden. De werkzaamheden zullen een oppervlakte van maximaal 4.500 m2 beslaan en reiken over het hele oppervlakte tot 1 m -mv. Het heipalenplan is nog niet bekend. De oppervlaktes en dieptes komen boven de in het bestemmingsplan en archeologische nota vastgelegde vrijstellingsgrens, waardoor archeologisch onderzoek verplicht wordt gesteld. Uit het onderzoek is gebleken dat er een lage kans is op archeologische waarden binnen de grenzen van het plangebied vanaf de Bronstijd tot en met de Nieuwe Tijd. Daarnaast zijn er al saneringswerkzaamheden uitgevoerd met een maximale diepte van 3 m -mv. Er wordt dan ook geadviseerd om af te zien van vervolgonderzoek. De beslissing om bovenstaand advies al dan niet over te nemen (een selectiebesluit) dient door de bevoegde overheid, de gemeente Haarlem (Noord-Holland), te worden genomen.

Tot slot dient te worden vermeld dat, ongeacht dit advies en het selectiebesluit, er een wettelijke meldingsplicht bestaat (Erfgoedwet 2016) mochten er onverhoopt toch archeologische overblijfselen worden aangetroffen. 4.7.3 Conclusie Er worden geen archeologische waarden verwacht. Dit aspect vormt dan ook geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

4.8

Cultuurhistorie Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) bepaalt dat gemeenten bij het opstellen van bestemmingsplannen rekening moeten houden met cultuurhistorische waarden. Bij cultuurhistorische waarden gaat het over de positieve waardering van sporen, objecten, patronen en structuren die zichtbaar of niet zichtbaar deel uitmaken van onze leefomgeving en een beeld geven van een historische situatie of ontwikkeling. In veel gevallen bepalen deze cultuurhistorische waarden de identiteit van een plek of gebied en bieden ze aanknopingspunten voor toekomstige ontwikkelingen.

4.8.1 Onderzoek Het plangebied ligt braak. Er bevinden zich geen cultuurhistorische waarden in en rond het gebied, waarmee in dit plan rekening moet worden gehouden. 4.8.2 Conclusie Dit onderwerp vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van de in dit bestemmingsplan voorziene ontwikkelingen.

49

bestemmingsplan "Deliterrein - Schoterkwartier fase 2" (vastgesteld)

4.9

Duurzaamheid en energie

4.9.1 Algemeen Het Haarlems beleid ten aanzien van Duurzaamheid kent eisen en wensen. De Richtlijn Duurzaam Bouwen Haarlem vat dit beleid samen in concrete 'randvoorwaarden' en 'doeleinden' voor het bouwen. Randvoorwaarden zijn gebaseerd op het rijksbeleid of bestaande wetten zoals bijvoorbeeld aardgasvrij bouwen en compensatiemaatregelen voor water en ecologie. Doeleinden zijn ambities van de gemeente zoals natuurinclusief en circulair bouwen. Wanneer nieuw beleid wordt gemaakt of wordt aangescherpt wordt dat in de richtlijn toegevoegd. Bij elk project kan bepaald worden of er doeleinden zijn die als aanvullende randvoorwaarden gesteld worden. Bij elke stap van het ontwikkelproces wordt het pakket aan duurzaamheidsmaatregelen scherper geformuleerd: Initiatieffase: In de eerste fase worden de duurzaamheidskansen en -risico's van de locatie gesignaleerd en verwoord in de startnotitie. Het ambitieniveau ten aanzien van duurzaamheid wordt (zo specifiek mogelijk) vastgesteld. Er wordt beoordeeld of/welke doeleinden toegevoegd kunnen worden aan de randvoorwaarden. Definitiefase: Het pakket aan randvoorwaarden wordt op haalbaarheid onderzocht en opgenomen in het Stedenbouwkundig Programma van Eisen (SPvE). Door vaststelling in de raad van dit stuk worden de randvoorwaarden bestendigd.

Daarnaast kan het vastgelegd worden in afspraken als: samenwerkingsovereenkomst of anterieure overeenkomst. Ontwerpfase: De randvoorwaarden worden verwerkt in het ontwerp door de ontwikkelende partij in een Stedenbouwkundig Plan (SP) en Inrichtingsplan IP). De gemeente toetst het resultaat aan het eind van deze fase, vóór bestuurlijke vaststelling (College BenW). Voorbereidingsfase: In het geval van een omgevingsplan kunnen de eisen vertaald worden in beleidsregels van het omgevingsplan en worden de uitgangspunten juridisch geborgd. Als meetinstrument wordt de Gemeentelijke Praktijk Richtlijn Duurzaam Bouwen (GPR) gehanteerd. Met het rekeninstrument kunnen projecteigenaren zelf een alternatief maatregelenpakket samenstellen. GPR Gebouw zet ontwerpgegevens van een gebouw om naar prestaties op het gebied van kwaliteit en duurzaamheid. Energie en Warmte Randvoorwaarde: Aardgasvrij bouwen Aardgasvrij bouwen wordt reeds als voorwaarde bij het bouwen gesteld. Het Rijk heeft per 1 juli 2018 de gaswet gewijzigd waardoor nieuwe gebouwen in principe geen gasaansluiting meer krijgen. Gemeente heeft de 'routekaart naar aardgasvrij 2040' vastgesteld. Randvoorwaarde: Bijna energieneutraal bouwen (BENG) 50

bestemmingsplan "Deliterrein - Schoterkwartier fase 2" (vastgesteld)

BENG heeft per jan 2020 de EPC. Voor alle nieuwbouw, zowel woningbouw als utiliteitsbouw, geldt dat alle aanvragen van omgevings- vergunningen per 1 jan 2020 moeten voldoen aan de eisen voor bijna energieneutrale gebouwen (BENG). Deze vervangt de energieprestatie- coëfficiënt (EPC). De BENG is opgebouwd uit drie indicatoren: de maximale energiebehoefte, het maximale primair fossiel energiegebruik en het minimale aandeel hernieuwbare energie. De BENG-eisen gelden alleen voor nieuwbouw. Doeleinde: Energieneutraal en -leverend bouwen De BENG-eisen gaan niet uit van volledige energieneutraliteit. De 'versnelling Duurzaamheidsprogramma' (2017) zet in op een klimaatneutraal Haarlem in 2030. Bij nieuwe bouwontwikkelingen waar de gemeente de randvoorwaarden bepaald, zal maximaal op deze ambitie ingezet moeten worden door energieneutraliteit of energieleverende gebouwen te realiseren. Doeleinde: Checklist warmtebron Nieuwbouwprojecten kunnen bijdragen aan de energietransitie van omliggende bestaande bouw. De checklist geeft een indicatie of een ontwikkeling in theorie geschikt is voor een collectief warmtesysteem (Energiestrategie Haarlem, 2019). Doeleinde: Warmtevoorziening via bodemwarmte Om te voorzien in de benodigde warmtevraag wordt bij voorkeur gebruik gemaakt van een bodemwarmtevoorziening.

Indien in de omgeving al een warmtenet aanwezig is waar op kan worden aangesloten heeft dit de eerste voorkeur. Wanneer dit niet mogelijk is, wordt dit gemotiveerd. Bodemwarmtevoorzieningen moeten passen binnen eventueel aanwezige (lokale) bodemenergieplannen (Routekaart aardgasvrij 2040, en Routekaart Versnelling Duurzaamheidsprogramma). Klimaatadaptatie Randvoorwaarde: Watertoets en watercompensatie Een ontwikkeling mag niet leiden tot verslechtering van de waterhuishouding of een versnelde toename van de af-en aanvoer van water. Er mag geen afwenteling plaatsvinden op naastgelegen percelen / gebieden en er wordt rekening gehouden met de gewenste stroombaan van het hemelwater. Het terrein was volledig verhard. Er was een fabriek en een opslag terrein van de gemeente aanwezig. De opstallen zijn verwijderd en het terrein ligt nu braak. Tussen gemeente en ontwikkelaar is overeengekomen dat ontwikkelaar geen rekening hoeft te houden met watercompensatie. Het project wordt gerealiseerd op grond waar de gemeente een leeflaagconstructie heeft aangebracht. Voorzieningen in de grond dienen zoveel mogelijk voorkomen te worden. Het ontwerp is zodanig opgezet dat er geen dakvlakken geschikt zijn voor waterberging. Het regenwater wordt gescheiden van het vuilwater. Er wordt ernaar gestreefd om het regenwater direct te lozen op het Spaarne. Doeleinde: Toekomstbestendig watersysteem

51

bestemmingsplan "Deliterrein - Schoterkwartier fase 2" (vastgesteld)

Het extra hemelwater wordt zoveel bovengronds geborgen en afgevoerd naar open water. Bij nieuwbouw wordt een toekomstbestendig watersysteem aangelegd met voldoende waterbergingscapaciteit. Doeleinde: Aanpak droogte en hittestress Een gebiedsontwikkeling mag niet bijdragen aan een versnelde bodemdaling, verslechtering van waterkwaliteit en hittestress in bestaand stedelijk gebied. Groen en Ecologie Randvoorwaarde: Natuurtoets en compensatiemaatregelen ecologie Bij elke ruimtelijke ontwikkeling moet deze met een natuurtoets beoordeeld worden op ecologische effecten. Een quickscan ecologie maakt standaard deel uit van de uit te voeren onderzoeken. Deze quickscan kan als basis dienen voor een mitigatie- of compensatieplan in het kader van een ontheffingsaanvraag. Een ecologische quickscan heeft uitgewezen dat zich binnen het plangebied geen ecologische waarden bevinden. Compenserende maatregelen zijn dan ook niet aan de orde (zie ook paragraaf 4.15). Doeleinde: Natuurinclusief bouwen Om een gezonde, aantrekkelijke en toekomstbestendige leefomgeving voor mens en dier te maken, moet de natuur een volwaardige plaats krijgen bij het ontwerpen van nieuwbouw en (openbare) ruimte hier omheen. Behoud en aansluiten op de bestaande ecologische waarden is uitgangspunt. Indien behoud niet mogelijk is, dienen in het bouwproject compensatiemaatregelen te worden getroffen.

Daarnaast liggen er grote kansen voor bevordering van natuur binnen bouwprojecten d.m.v natuurinclusief bouwen. Circulair bouwen en ontwikkelen Randvoorwaarde: Milieu Prestatie Gebouwen (MPG) Voor nieuwbouw dienen de waardes gehanteerd te worden conform bouwbesluit 2018. De Milieu Prestatie Gebouwen (MPG) geeft aan wat de milieubelasting is van de materialen die in een gebouw worden toegepast. De MPG is bij elke aanvraag voor een omgevingsvergunning verplicht. Er geldt voor de MPG een maximum grenswaarde van 1,0 (Bouwbesluit 2018). Doeleinde: Duurzame GWW De Aanpak Duurzaam GWW helpt om op een uniforme en systematische manier de juiste processtappen te zetten. Door duurzaamheid te verankeren in de bedrijfsprocessen geven partijen binnen de GWW-sector op een zelfde manier invulling aan duurzaamheid in projecten en zijn verwachtingen vooraf duidelijk. De aanpak Duurzaam GWW wordt gevolgd voor planvorming, aanleg, aanbesteding, beheer en onderhoud. Van de private partijen die GWW aanleggen wordt gevraagd mee te werken aan deze aanpak (Grondstoffenakkoord, Green Deal Duurzaam GWW 2.0). Doeleinde: Registratie materialen Bestaande stad is de grondstoffenmijn van de toekomst. Het opstellen van een 52

bestemmingsplan "Deliterrein - Schoterkwartier fase 2" (vastgesteld)

materialenpaspoort en de registratie daarvan in het Madaster 7, of vergelijkbaar registratiesysteem, draagt bij aan het hergebruik van materialen. Het betreft een relatief eenvoudig uitvoerbare maatregel omdat het in de ontwerpfase wordt toegepast en geen uitvoeringskosten betreft. Doeleinde: Toekomstbestendig ontwerpen Flexibiliteit bieden voor functionele verandering op termijn kan hoge kosten en materiaalverspilling bij een herbestemming of woningaanpassing voorkomen. De woonvisie vraagt aandacht voor flexibiliteit en duurzaamheid (Doorbouwen aan een (t)huis, Woonvisie Haarlem 2017 - 2020). Doeleinde: Afvalinzameling integreren in ontwerp De voorzieningen voor (gescheiden) inzameling van afval dienen bij de oplevering van nieuwbouwlocaties al op orde moeten zijn, zodat geen noodoplossingen worden ingezet. Daarom dienen voorzieningen zoals ondergrondse en inpandige containers in een vroege fase van het ontwerp geïntegreerd te worden. Nieuwbouw Bij de nieuwbouw binnen het plangebied moeten minimaal de vaste maatregelen uit de nationale pakketten duurzaam bouwen worden uitgevoerd. Dit betreft dus zowel utiliteitsbouw, grond- weg- en waterbouw als woningbouw. Daarbij moet gedacht worden aan gunstige oriëntatie op het zuiden voor het toepassen van zonneboilers en (in de toekomst) zonnecellen, compact bouwen en afkoppelen van regenwaterafvoer.

Bij voorkeur wordt nu al rekening gehouden met een mogelijke verandering van bestemming in de toekomst. Dit staat ook bekend als flexibel bouwen. Mobiliteit Doeleinde: Stimuleren fiets en voetgangers door de bebouwing Voor iedere nieuwe woning schrijft het Bouwbesluit 2012 voor om een eigen berging voor het stallen van fietsen en scootmobielen met een minimale oppervlakte te realiseren. Op grond van de gelijkwaardigheidsbepaling mag er op een andere manier aan worden voldaan dan is aangegeven. De "Beleidsregel bergingen nieuwe woongebouwen Haarlem 2018" geeft voorwaarden daar aan. Tevens wordt er bij woongebouwen rekening gehouden met levensloopbestendigheid (d.m.v. stalling voor scootmobielen). Doeleinde: Duurzaam mobiliteitsplan Binnen de 'beleidsregels parkeernormen' is het mogelijk om gebruik te maken van een mobiliteitsplan. Het uitwerken van een locatie specifiek mobiliteitsplan is een goede methode om bij te dragen aan de duurzame mobiliteitstransitie én te voorzien in voldoende ruimte voor parkeren. Het mobiliteitsplan wordt opgesteld door de initiatiefnemer en kan elementen bevatten over bijvoorbeeld deelauto's, goede fietsontsluiting i.c.m. nabijheid en OV etc. Doeleinde: Fietsparkeren in ontwerp In het ontwerp moet er aandacht zijn voor het fietsparkeren voor bewoners, maar

53

bestemmingsplan "Deliterrein - Schoterkwartier fase 2" (vastgesteld)

ook voor bezoekers. Slimme locaties, goed bereikbaar en zeer comfortabel waardoor gebruikers verleid worden de fiets te verkiezen boven de auto. Een goede integratie van (voldoende) fietsparkeren in het ontwerp moet als doel hebben de ruimtelijke kwaliteit vergroten én om het gebruik van de fiets te stimuleren. 4.9.2 Bouwplan Randvoorwaarden en doeleinden: De gemeente en ontwikkelaar zijn een koopovereenkomst overeengekomen. Hier zijn geen aanvullende duurzaamheidseisen overeengekomen. Uitgangspunt voor het plan is een ontwerp wat voldoet aan het bouwbesluit. Ontwikkelaar streeft er weliswaar alsnog naar om zoveel mogelijk duurzaamheidsmaatregelen toe te passen. Het bouwplan dat de basis vormt voor dit bestemmingsplan wordt als volgt invulling gegeven aan de in paragraaf 4.9.1 beschreven punten: Aardgas vrij bouwen In principe moeten gebouwen sinds 1 januari 2018 aardgasvrij worden opgeleverd. Uitgangspunt bij de nieuwbouw is dan ook dat aardgasvrij gebouwd wordt. Duurzame energie Op de woningen worden zonnepanelen toegepast. De aantallen worden nog nader bepaalt op basis van de studieberekeningen voor de BENG-score. Verwarming, koeling en ventilatie Voor de verwarming (en koeling) van zowel de woningen als de appartementen wordt er uitgegaan van individuele warmtepompen met bodemlussen (water/water-warmtepomp).

Met een water/water-warmtepomp is een COP van 4,5 tot 6 te realiseren. Voor de grondgebonden woningen wordt uitgegaan van een bodemlus per woning, direct aangesloten op de warmtepomp. Voor de appartementen wordt eveneens uitgegaan van individuele warmtepompen. Deze worden echter aangesloten op een collectief leidingnet van bodemlussen. Deze bodemlussen bevinden zich in de parkeergarage. Voor de ventilatie wordt uitgegaan van balansventilatie met warmteterugwinning en CO2-regeling. De CO2-regeling regelt het ventilatiedebiet op basis van de hoeveelheid gemeten CO2. Hiervoor worden individuele WTW-units per woning en appartement voorzien. Het ventilatiedebiet kan handmatig verhoogd worden middels een drie-standenschakeling (badkamer/keuken). De grondgebonden woningen krijgen een WTW-unit met aanvoer en afvoer direct naar buiten (dakkappen of gevelrooster). Voor de grondgebonden woningen wordt uitgegaan van een CO2-regeling met zonering (verschillend ventilatiedebiet per zone, bijvoorbeeld woon- en slaapvertrekken). De appartementen krijgen een WTW-unit met aanvoer en afvoer op gezamenlijke geïsoleerde schachtkanalen voor de aanvoer en afvoer van ventilatielucht naar buiten. Voor de tweekamer appartementen wordt uitgegaan van een CO2-regeling

54

bestemmingsplan "Deliterrein - Schoterkwartier fase 2" (vastgesteld)

zonder zonering (gehele appartement heeft hetzelfde ventilatiedebiet). Voor de appartementen met drie kamers of meer wordt uitgegaan van een CO2-regeling met zonering. Afvalinzameling De positie van ondergrondse containers is inmiddels afgestemd met Spaarnelanden en de gemeente. Er worden voldoende ondergrondse containers toegepast waarbij gescheiden afvalstromen uitgangspunt zijn. Klimaatadaptieve openbare ruimte De openbare ruimte rondom de projectlocatie zal klimaatadaptief worden ingericht. Hierbij wordt gedacht aan het inzetten van een bufferzone om hemelwater tijdelijk te bufferen. Riolering Ten behoeven van de beoogde ontwikkeling wordt de riolering vervangen. Hiervoor zal gebruik worden gemaakt van een gescheiden stelsel, waarbij hemel- en afvalwater van elkaar gescheiden worden. Bomen Voor de realisatie van de beoogde ontwikkeling hoeven geen bomen gekapt te worden. In tegendeel worden er meer bomen gepland en is er dus sprake van een toename aan bomen. Voor een uitgebreide beschrijving van het nieuwe groen, verwijzen wij naar paragraaf 4.14.4. Groen Op de overkapte delen van de parkeervoorziening komen groen daken. De beoogde ontwikkeling zal voorzien in de realisatie van een groen scheg. Hierdoor wordt groen aan de locatie toegevoegd in de vorm van groenvoorzieningen en bomen.

Voor een uitgebreide beschrijving van het nieuwe groen, verwijzen wij naar paragraaf 4.14.4. Circulair bouwen Er wordt aangesloten bij de eisen vanuit het Bouwbesluit ten aanzien van circulair bouwen. Mobiliteit Er wordt gebruik gemaakt op de Haarlemse Bouwbrief. Fietsgebruik wordt gestimuleerd en de fietsen kunnen geparkeerd worden in ofwel de eigen berging, of een mogelijke gezamelijke fietsenberging. Tevens worden er oplaadpunten gecreëerd waar zowel elektrische fietsen als scootmobiels opgeladen kunnen worden. De scootmobiels kunnen inpandig geparkeerd worden.

55

bestemmingsplan "Deliterrein - Schoterkwartier fase 2" (vastgesteld)

4.9.3 Conclusie Conform de overeenkomst tussen de gemeente en ontwikkelaar is het uitgangspunt van dit plan om aan het bouwbesluit te voldoen. Er zijn geen aanvullende duurzaamheidseisen overeengekomen. Ontwikkelaar streeft er weliswaar alsnog naar om zoveel mogelijk duurzaamheidsmaatregelen toe te passen.

4.10 Kabels, leidingen, straalpaden en andere belemmeringen Er bevinden zich geen kabels en leidingen in het plangebied waarvoor een specifieke regeling nodig is. In dit licht zijn er geen belemmeringen voor het bestemmingsplan.

4.11 Hoogbouw 4.11.1

Inleiding Binnen de ontwikkeling van het Deliterrein (Schoterkwartier) is een woontoren van circa 58 meter opgenomen. Deze woontoren is op basis van het raadsbesluit 'Notitie Hoogbouwprincipes, kansen voor hoogbouw in Haarlem 20 dec 2018' Hoogbouweffectrapportage (HER)-plichtig. Bij het opstellen van de benodigde 1e herziening Stedenbouwkundig Programma van Eisen (SPvE) om stedenbouwkundige planontwikkeling mogelijk te kunnen maken zijn de gebiedsvisie Spaarndamseweg (2008) en het Structuurplan 2020 (2005) als leidraad gehanteerd. In de 1e herziening SPvE is een ruimtelijke onderbouwing voor de woontoren opgenomen. Voor het nu op te stellen bestemmingsplan Deliterrein dient op basis van het huidige vigerende beleid eveneens een onderbouwing voor de toren te worden opgenomen. Dit betekent concreet dat deze toren dient te passen binnen de Ontwikkelvisie Spaarndamseweg (Raadsbesluit vastgesteld in januari 2020) en de door de raad vastgestelde Hoogbouwprincipes (20 december 2018). De in de 1e herziening SPvE opgenomen onderbouwing is hiervoor de basis. Er is in die zin sprake van een actualisatie.

4.11.2

Hoogbouwprincipes Voor nieuwe bebouwing aan de Spaarndamseweg zijn de hoogbouwprincipes van de stad relevant. Er is besloten dat de grenzen van de stad zijn bereikt en de groene zoom rond Haarlem behouden moet worden. Met de toenemende woonvraag dient een oplossing dus ook in de hoogte gezocht te worden. Met hoogbouw moet er ook kwaliteit worden toegevoegd aan de stad. Hiermee is het mogelijk een stedelijk gebied te realiseren en veel woningen op relatief weinig grond te bouwen. Omdat hoge gebouwen meer impact op de omgeving hebben dan lage bebouwing moet met het realiseren hiervan zorgvuldig worden omgegaan. De hoogbouwprincipes bieden een richtlijn voor gebouwen van meer dan tien verdiepingen (vanaf 30 meter) en in het beschermd stadsgezicht vanaf zeven verdiepingen (20 meter).

56

bestemmingsplan "Deliterrein - Schoterkwartier fase 2" (vastgesteld)

4.11.3

Algemene principes 1. Bij hoogbouw wordt zorgvuldig omgegaan met de bestaande stad. De geconsolideerde stad De locatie is gelegen binnen de regie van de geconsolideerde stad zoals omschreven in de Nota Ruimtelijke Kwaliteit (2012). De over het algemeen lage woonbebouwing geeft geen aanleiding voor de introductie van grote schaalsprongen in de hoogte. Zorgvuldig ingepaste hoogbouw in de aan deze wijken grenzende ruimtelijke hoofdstructuur kan de leesbaarheid en de ruimtelijk/historische samenhang binnen de wijk en daarbuiten versterken. In de directe omgeving is goede inpassing in de veel lagere bebouwing hierbij belangrijk. Binnen de in de ontwikkelvisie uitgevoerde analyse is de NRK als vigerend beleid meegenomen. De conclusie is dat een hoogbouwaccent op deze plek voldoet aan de voorwaarden die gesteld zijn mbt de geconsolideerde stad. Ontwikkelvisie Spaarndamseweg In de door de Gemeenteraad vastgestelde Ontwikkelvisie Spaarndamseweg is door middel van een ruimtelijk-functionele en cultuur-historische analyse onderbouwd waarom in het kader van de verdichtingsopgave waar en op welke wijze hoogbouw is toegestaan binnen de ontwikkelzone. Uit deze analyse blijkt dat een woontoren op het Deliterrein niet alleen kansrijk is maar ook wenselijk binnen de bestaande structuur.

De toren staat op een belangrijk knooppunt aan de Spaarndamseweg bij één van de enkele overgangen over het Spaarne; de Waarderbrug. 'Knooppunten' De knooppunten zijn de plekken waar belangrijke dwarsstraten uit de wijk en bruggen uit de Waarderpolder aankomen op de Spaarndamseweg. Hier heeft de buitenruimte extra verblijfskwaliteit (bijv. een plein, een plantsoen of een zitplek aan het water) en bevindt zich hogere bebouwing met een concentratie van voorzieningen. Hierdoor worden deze plekken een bestemming en ontstaat er een 'natuurlijke' beweging vanuit de omgeving naar het Spaarne en langs het Spaarne. In de lange lijn van het Spaarne bieden deze knooppunten de nodige afwisseling.

57

bestemmingsplan "Deliterrein - Schoterkwartier fase 2" (vastgesteld)

Afbeelding 4.3: Impressie ontwikkelzone Spaarndamseweg met Deliterrein

Deel Silhouet toekomstig beeld Spaarndamseweg gezien vanaf de Waarderpolder

Spaarneboog

Deliterrein

Afbeelding 4.4: Silhouet toekomstige Spaarndamseweg

Uitkomst Analyse met betrekking tot verdichtingsaccenten Aan het Spaarne is een stedelijke uitstraling gewenst. De bebouwing bestaat uit een basisrand van 4 tot 6 lagen. Deze wens wordt reeds genoemd in de gebiedsvisie uit 2008 en het Structuurplan 2005. Bovenop deze basisrand zijn hogere accenten in de bebouwing gewenst, om zo belangrijke plekken aan het Spaarne te markeren. Hoge accenten (tot 60 meter hoog conform Hoogbouwprincipes) zijn op hun plaats bij de bruggen over het Spaarne, omdat deze bruggen belangrijk zijn op het schaalniveau van de stad. Ze verbinden immers het stadsdeel Haarlem Noord met de Waarderpolder en andersom. Middelhoge accenten (tot 30 m) zijn mogelijk als markering van belangrijke dwarsstraten van de Spaarndamseweg, zoals de Paul Krugerkade en de Zaanenstraat. Een aantal van deze dwarsstraten stamt nog uit de tijd dat het gebied een agrarisch gebied was. Deze straten zijn daarom van historisch belang, maar spelen ook op stadsdeelniveau (het niveau van Haarlem Noord) een belangrijke rol. De hoogteaccenten mogen daarom ook een rol spelen op stadsdeelniveau en vallen daarom in de klasse 'middelhoog'. Dit is tussen de 7 en 10 lagen, tot 30 meter. 58

bestemmingsplan "Deliterrein - Schoterkwartier fase 2" (vastgesteld)

Conclusie De conclusie is dat gezien de ligging van het Deliterrein een accent tot maximaal 58 meter kan worden toegestaan.

Afbeelding 4.5: Het Schoterkwartier met het hoogbouwaccent aan het Spaarne, als markering van de Waarderbrug.

4.11.4

Bouwregels In de ontwikkelvisie Spaarndamseweg is een aantal algemene bouwregels geformuleerd. Hieraan dient ook dit project te voldoen. Toetsing hierop vindt plaats tijdens uitwerking (stap 3 hoogbouwprincipes gebouw). Algemene bouwregels ontwikkelvisie Bouwprojecten dienen zich in de eerste plaats te voegen naar vigerend beleid, zoals de Structuurvisie Openbare Ruimte (SOR), de Nota Ruimtelijke Kwaliteit (NRK) en de Hoogbouwprincipes. Een aantal van deze beleidsstukken is al samengevat in hoofdstuk 3. De volgende tien algemene bouwregels zijn hierop een aanvulling: 1. Bebouwing is in principe alzijdig georiënteerd. Dat wil zeggen dat er geen achterkanten van woningen of blinde gevels grenzen aan de openbare ruimte. 2. Plinten zijn van hoge kwaliteit. Plinten vormen de randen van de openbare ruimte en een goede plint is daarom een cruciaal onderdeel van een goede openbare ruimte. Een goede plint bevat voordeuren, leefvertrekken en commerciële en maatschappelijke voorzieningen, van waaruit ogen op de straat/openbare ruimte zijn gericht. 3. Nieuwe ontwikkelingen voegen kwalitatief hoogstaande buitenruimte toe in de vorm van openbaar toegankelijke, groene verblijfsplekken. 4. Er wordt gebouwd in de rooilijn, tenzij nadrukkelijk anders vermeld. 5. De overgangen van openbaar naar privé worden helder en kwalitatief hoogwaardig vormgegeven.

Daarbij is het doel dat deze overgangszone (bijvoorbeeld geveltuin of Delftse stoep) uitnodigt tot actief gebruik. 6. Gebouwen hebben een duidelijke beëindiging in de hoogte. Met een duidelijke beëindiging in hoogte wordt bedoeld dat het bovenste deel van het gebouw duidelijk herkenbaar is vormgegeven en daarmee afwijkend is van de rest van de gevel. Dit draagt bij aan de leesbaarheid van en 59

bestemmingsplan "Deliterrein - Schoterkwartier fase 2" (vastgesteld)

oriëntatie op een gebouw. 7. De oude industriële kavels dienen architectonisch als eenheid herkenbaar te blijven, zodat recht gedaan wordt aan het industriële verleden. 8. Daken worden benut voor duurzaamheidsdoelstellingen door middel van beplanting of installaties voor duurzame energieopwekking. 9. Woningen worden zoveel mogelijk gedifferentieerd in grootte en doelgroep. De gewenste differentiatie hangt af van de context en grootte van het specifieke project. 10. Parkeren van auto's en fietsen dient op eigen terrein uit het zicht en bij voorkeur ondergronds te worden opgelost. De Haarlemse parkeernormen zijn leidend. Met hoogbouw wordt de ruimtelijke / functionele structuur van de stad versterkt. In het Structuurplan is de wens uitgesproken om "contrasten in de stad aan te brengen door stedelijke knooppunten vorm te geven als ruimtelijk herkenbare eenheden die zich onderscheiden van hun omgeving." Het gaat hierbij om het versterken van markante plekken in de stad zoals: 1. In de as van een grote weg 2. Op een belangrijk kruispunt 3. Bij de entree van een wijk of stad 4. Aan belangrijke openbare ruimtes 5. Rondom ov-knooppunten 6. Rondom centra van voorzieningen 7. Herontwikkeling eigenstandige terreinen De eerste vier principes zijn vastgesteld in het structuurplan 2020 de laatste drie zijn toegevoegd binnen de hoogbouwprincipes.

Voor de toren op het Deliterrein zijn vier van de zeven relevant, namelijk punten 2, 3, 4 en 7. Er is op deze plek sprake van het elkaar kruisen van stedelijke hoofdstructuren met veel verkeersbewegingen aangezien de Waarderbrug één van de overgangen over het Spaarne is van en naar de Waarderpolder en daarmee ook een schakel tussen oost en west op stedelijk niveau. Dit geldt voor zowel snel als langzaam verkeer. Tegelijkertijd markeert de toren een stads(deel)entree bij de Waarderbrug. In de noord-zuidrichting Het Spaarne met Spaarndamseweg en in de oost-west richting de Waarderbrug als verbinding tussen Waarderpolder en de woonbuurten in noord. De genoemde verbindingen maken deel uit van belangrijke openbare ruimtes met brede profielen waarbij sprake is van veel open ruimte en vrij uitzicht op landschappelijke/stedelijke kwaliteiten. De Spaarndamseweg biedt hiervoor de uitgelezen mogelijkheid woonmilieus te realiseren die aansluiten bij deze kwaliteiten. Samen met de oude industriële achtergrond met haar specifieke 60

bestemmingsplan "Deliterrein - Schoterkwartier fase 2" (vastgesteld)

kenmerken aan de rand van de Spaarndamseweg wordt hiermee de mogelijkheid geboden gevarieerd en compacter en hoger te bouwen. De genoemde industriële achtergrond maakt van deze en andere locaties aan de Spaarndamseweg een zogenoemd eigenstandig terrein, afwijkend van de omliggende buurt. Dit biedt de mogelijkheid een eigen karakter te realiseren waarbij een goede aansluiting op de omgeving kan worden gerealiseerd. 4.11.5

Hoogbouw Effect Rapportage (HER) 1. Cultuurhistorie De beschrijving van de geplande ontwikkeling (1), de inventarisatie van de cultuurhistorische waarden (2) en de beschrijving van de ruimtelijke ontwikkelingsgeschiedenis in samenhang met de cultureel en sociaal-maatschappelijke context (3) zijn opgenomen in de ontwikkelvisie Spaarndamseweg en de 1e partiele herziening SPvE. Met betrekking tot de effecten van de geplande ontwikkeling op:(4) het volgende: Met betrekking tot de cultuurhistorische waarden is er een inventarisatie gedaan. Naast monumentale en archeologische waarden is hier een aantal zichtlijnen bepaald (zie kaart met locatie in paarse cirkel). Deze zitten op de knooppunten tussen de oost-west routes en de Spaarndamseweg, en op de grens met de Patrimoniumbuurt. De afstand tussen het Deliterrein en het beschermd stadsgezicht is 600 - 700 meter.

61

bestemmingsplan "Deliterrein - Schoterkwartier fase 2" (vastgesteld)

Afbeelding 4.6: cultuurhistorische waarden

In onderstaande impressies is de positie van de nieuwe toren weergegeven in het silhouet van de Spaarndamseweg richting binnenstad en de toren op de plek. Spaarndamseweg

62

bestemmingsplan "Deliterrein - Schoterkwartier fase 2" (vastgesteld)

Afbeelding: 4.7: toekomstige situatie met nieuwbouw

Plek

Afbeelding: 4.8: toekomstige situatie met nieuwbouw

In juni 2020 heeft een door onderzoeksbureau Prevent Adviesgroep uitgevoerde zichtlijnenstudie inzichtelijk gemaakt, hoe het nieuwbouwplan zich verhoudt in de bestaande situatie (zie Bijlage 13). De onderzochte zichtlijnen zijn in onderstaande overzichtstekening weergegeven. De rode aanduidingen zijn vanaf ooghoogte onderzocht.

63

bestemmingsplan "Deliterrein - Schoterkwartier fase 2" (vastgesteld)

Afbeelding 4.9: overzicht onderzochte zichtlijnen

Het nieuwe ontwerp is grotendeels 2 á 3 lagen hoog met een uitzondering van de hoogbouw aan de Spaarndamseweg. Deze steekt boven de plint uit. De voorgevel is zigzaggend getekend, waardoor deze niet als één massa overkomt. Het bestaande terrein is een braakliggend terrein, waarbij voorbereidingen worden getroffen om te bouwen. Het verschil tussen de nieuwbouw en de bestaande situatie is daardoor niet relevant. Views 1, 2, 3 en 5 De zichtlijnen vanaf view 1 t/m 3 veranderen door het nieuwbouwplan. Op dit moment is het een braakliggend terrein, waarbij voorbereidingen worden getroffen om te gaan bouwen. Het verschil tussen bestaande situatie en nieuwe situatie is hierdoor niet relevant. De nieuwbouw staat in lijn met de voorgevels van de overige woningen aan de Spaarndamseweg en vormt een connectie met de hoogbouw aan de noordzijde. View 4 Vanaf de noordkant van de Delistraat is view 4 gemaakt, richting het zuiden. De nieuwbouw aan de Spaarndamseweg is vanaf deze zijde niet te zien. Echter de reeds geplande maar niet voltooide bouw van de grondgebonden woningen zullen hier in de toekomst wel te zien zijn. De massa is in de nieuwe situatie wel getekend, omdat deze het zicht op de nieuwbouw wegneemt. Als deze niet gebouwd zouden worden dan zou eventueel de nieuwbouw wel zichtbaar kunnen zijn. Views 6 en 7 Views 6 en 7 zijn gemaakt in de Transvaalstraat.

De nieuwbouw staat in lijn met het gebouw aan de linkerzijde vanaf view 7 gekeken. Hierdoor oogt de entree 64

bestemmingsplan "Deliterrein - Schoterkwartier fase 2" (vastgesteld)

bij de Transvaalstraat vanaf de Spaarndamseweg breder. De hoogbouw zal alleen vanaf het kruispunt van de Transvaalstraat en de Delistraat te zien zijn. Views 8 en 9 Views 8 en 9 zijn gemaakt haaks op de Delistraat. Waarbij view 8 nu nog uitzicht biedt op het braakliggende terrein, zal dit in de toekomst veranderen op de reeds geplande nieuwbouw aan de Delistraat zijn. De hoogbouw zal wel zichtbaar zijn en boven de reeds geplande nieuwbouw uitsteken. Bij view 9 zullen allereerst de reeds geplande nieuwbouw zichtbaar worden. De hoogbouw zal wel zichtbaar worden vanaf Billitonstraat, echter door de bomen die op de hoek staan zal dit vrij beperkt zijn, zoals ook te zien op view 9. 2. Stedenbouwkundige en landschappelijke inpassing De inpassing is zowel opgenomen in de 1e partiele herziening SPvE alsook in de ontwikkelvisie Spaarndamseweg. In deze aanvullende toelichting zijn de meest relevante aspecten aan bod gekomen. 3. Technische omgevingsaspecten Deze zijn reeds opgenomen in de 1e herziening SPvE als bijlagen (zie Bijlage 12). Andere hoogbouw aspecten, zoals windhinder (paragraaf 4.12), bezonning (paragraaf 4.13) zijn ook onderzocht. Deze aspecten vormen geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van de hoogbouw. In paragraaf 4.16 is aangegeven dat de hoogtebeperkingen vanwege het luchtverkeer geen belemmering vormen voor de in dit bestemmingsplan mogelijk gemaakte bouwhoogte.

Afbeelding 4.10: zicht op de Spaarne

4.11.6

Conclusie Het voorgestelde hoogbouwaccent op het Deliterrein is passend in het silhouet langs aan de Spaarneoever. De afwisseling tussen kleinschalige aaneengesloten woningenbouw en grootschaligere (bedrijfs-)locaties karakteriseert van oudsher de rivieroever. Deze afwisseling wordt gebruikt als leidraad bij de nieuwe ontwikkelingen langs 65

bestemmingsplan "Deliterrein - Schoterkwartier fase 2" (vastgesteld)

de Spaarndamseweg. De Spaarne-oever zal gaan werken als boulevard met stedelijke wanden, met daarin een aantal architectonische accenten (hoger dan 10 bouwlagen) met middelhoogbouw en hoogbouw. De hoogteaccenten hoger dan 10 lagen zijn volgens een bepaalde orde langs de oever geplaatst. De bestaande toren "de Pionier" meet circa 53 meter hoogte. Vervolgens is een hoogbouwaccent toegestaan bij de nieuwe wenselijk langzaam verkeersbrug in het verlengde van de Paul Krugerkade. Dan is er de voorgenomen ontwikkeling op de Delilocatie (Schoterkwartier) en tenslotte bij de Schoterbrug het project Land in Zicht waarbij een hoogteaccent is gerealiseerd van om en nabij de 45 meter hoogte. Naast de accentwerking van de toren op de schaal van stad en stadsdeel is ook rekening gehouden met de wijze waarop de toren aan de buurt en op zijn plek wordt vormgegeven. Dit zal in de uitwerking zowel qua bouwmassa, functie als materialisering tot uiting komen. Uitgangspunten zijn onder anderen een levendige plint, de alzijdigheid en 'slankheid' van de toren (zie ook 'algemene bouwregels ontwikkelvisie'). Ook uit de analyse van de technische omgevingsaspecten is gebleken dat het hoogteaccent goed inpassbaar is in de omgeving.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12602468/2