CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

2 Bijlage 1a Ruimtelijke onderbouwing

commissie Ontwikkeling 26 juni 2025, gemeente HaarlemBij agendapunt: 22.15 uur Verklaring van geen bedenkingen Zonneweide Schoteroog (FR/RB)26.203 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Relatie tot ontwikkeling De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de aanleg van een zonnepark, wat geen kwetsbaar of beperkt kwetsbaar object in het kader van externe veiligheid betreft. Hierdoor zijn de veiligheidszones die in het huidige bestemmingsplan zijn opgenomen in verband met de windturbines voor het project niet relevant. De voorgenomen activiteit zelf betreft bovendien geen risicovolle activiteit.

Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling ter plaatse van de projectlocatie.

ELEKTROMAGNETISCHE STRALING Algemeen Rondom hoogspanningsleidingen en antennes is sprake van stralingen. Deze stralingen kunnen negatieve effecten met zich meebrengen op de gezondheid. Dergelijke zaken kunnen ook gelden voor zonnepanelen en overige technische toepassingen. Het is daarom van belang te beoordelen of woningen of andere gebouwen waarin personen gedurende een langere tijd verblijven in de nabijheid van de stralingveroorzakende objecten worden gerealiseerd.

Relatie tot ontwikkeling Het elektromagnetisch veld dat zonnepanelen opwekken is erg zwak (laagspanning). Om de laagspanning van zonnepanelen geschikt te maken voor wisselstroom is een omvormer nodig. De omvormer zorgt wel voor een magnetisch veld. Dat veld ligt echter ruim onder de blootstellinglimiet van 100 microtesla (bron: Kennisplatform ElektroMagnetische Velden), zoals vastgesteld door de internationale commissie International Commission on Non-Ionizing Radiation Protection. Dit betekent dat, zolang ruim onder deze limit gebleven wordt, omwonenden voldoende beschermd zijn tegen de bekende gezondheidsrisico’s. Daarbij wordt opgemerkt dat in de blootstellingslimieten middels een veiligheidsmarge rekening is gehouden met de onzekerheden die in het wetenschappelijk onderzoek zitten. Verder geldt dat de sterkte van het elektromagnetisch veld afneemt bij toenemende afstand. Een vuistregel is dat als de afstand twee keer zo groot wordt, de sterkte van het veld ongeveer vier keer zo laag wordt. Gelet op het voorgaande en op het gegeven dat de meest nabijgelegen geprojecteerde woonbestemming op ca. 700 meter ten oosten van Schoteroog ligt, wordt geconcludeerd dat elektromagnetische straling ter plaatse van het zonnepark geen gezondheidsrisico’s voor de omgeving met zich meebrengt.

Conclusie De elektromagnetische straling van het zonnepark vormt geen gezondheidsrisico’s voor de omgeving, omdat de straling ruim onder de blootstellingslimiet ligt. Van gezondheidsrisico’s is dan ook geen sprake.

Mees Ruimte & Milieu | 21084.01.RO

Pagina | 47

NIET GESPRONGEN EXPLOSIEVEN Algemeen De opslag van munitie en/of explosieven valt niet onder het toepassingsgebied van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Op de opslag van munitie en/of explosieven is de 'Circulaire Opslag ontplofbare stoffen voor civiel gebruik' van toepassing. In tegenstelling tot het Bevi is geen sprake van risicobenadering maar van een effectbenadering bij de opslag van munitie en/of explosieven. Per categorie explosieven zijn aan te houden afstanden onderscheiden. Kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten mogen binnen deze afstanden niet aanwezig zijn.

Relatie tot ontwikkeling Het noordelijke puntje van het projectgebied, kent op basis van het vigerend planologisch regime de gebiedsaanduiding ‘Veiligheidszone – Niet gesprongen explosieven’. Ter plaatse van die gebiedsaanduiding zijn de gronden, naast de aldaar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming van het woon, leef- en verblijfsklimaat in verband met de mogelijke aanwezigheid van niet-gesprongen explosieven in de bodem. Om die reden geldt een omgevingsvergunningplicht indien: 1. grondroerende werkzaamheden worden verricht waarbij dieper wordt gegraven dan 1 meter onder het maaiveld en; 2. uit een (beperkte) risicoanalyse naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders blijkt dat de bescherming van het woon-, leef- en verblijfsklimaat in onvoldoende mate gewaarborgd is. De gronden waarop de beperkingen van toepassing zijn, zijn beperkt en bestrijken slechts een zeer beperkt deel van het projectgebied. Het gaat om de noord westpunt van de locatie zoals weergegeven op figuur 12. Figuur 27. Duiding ‘veiligheidszone – niet gesprongen explosieven’ (bron: Reparatieplan C Haarlem 2020, ruimtelijkeplannen.nl)

Een omgevingsvergunning is onder meer niet vereist wanneer uit een (beperkte) risicoanalyse is gebleken dat het woon-, leef- en verblijfsklimaat afdoende is gewaarborgd. Ter plaatse geldt dat geen werkzaamheden plaatsvinden en geen panelen worden geplaatst. Voor zover binnen de gronden wordt voorzien in de aanleg van nieuwe natuur geldt is geen grondverzet benodigd. Datzelfde geldt voor de (overigens al toegestane) recreatieve functie.

Mees Ruimte & Milieu | 21084.01.RO

Pagina | 48

Conclusie De beperkingen ten aanzien van werkzaamheden binnen de zone waar mogelijk niet gesprongen explosieven in de bodem een gevaar kunnen vormen voor het woon-, leef- en verblijfsklimaat leidt niet tot belemmeringen voor de beoogde ontwikkeling. Een omgevingsvergunning en (beperkte) risicoanalyse is derhalve niet nodig.

GELUID Algemeen Wet geluidhinder In het kader van de Wet geluidhinder moeten geluidsgevoelige objecten voldoen aan de wettelijk bepaalde normering als het gaat om de maximale geluidsbelasting op de gevels. De limitatieve lijst geluidsgevoelige gebouwen bestaat uit:  woningen;  onderwijsgebouwen;  ziekenhuizen;  verpleeghuizen;  verzorgingstehuizen;  psychiatrische inrichtingen;  kinderdagverblijven. Relevante geluidbronnen in het kader van de Wet geluidhinder zijn wegverkeerslawaai, railverkeerslawaai en industrielawaai. Op het moment dat een van bovenstaande functies ontwikkeld wordt in de nabijheid van voornoemde geluidbronnen of binnen de zones daarvan, zal middels een geluidsonderzoek aangetoond moeten worden of er voldaan wordt aan de wettelijke voorkeursgrenswaarde. Daarnaast kan het als het gaat om bijvoorbeeld logiesruimtes (hotelkamers, recreatieve verblijven) wenselijk zijn om een goed en aangenaam binnenklimaat te kunnen waarborgen. Activiteitenbesluit milieubeheer Wanneer inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer worden gerealiseerd, dient er zorg voor te worden gedragen dat deze geen onacceptabele hinder richting de omgeving veroorzaken. In het Activiteitenbesluit milieubeheer zijn daarom normen opgenomen waaraan een inrichting dient te voldoen. Daarbij gelden verschillende normen voor de dag-, avond- en nachtperiode.

Relatie tot ontwikkeling Met de realisatie van een zonnepark wordt geen geluidgevoelige functie gerealiseerd. De zonnepanelen produceren bovendien geen geluid. De Wet geluidhinder is dan ook niet van toepassing op onderhavig project. De transformatoren kunnen wel enigszins geluid produceren. Deze worden echter geplaatst in een afsluitbaar bouwwerk waardoor sprake is van enige geluidsafschermende werking. Deze technische installaties kunnen bovendien vergeleken kunnen worden met elektriciteitsdistributiebedrijven van, in dit geval, <10 MVA. Voor deze activiteit betekent daarom dat voor het aspect geluid 30 meter afstand als richtafstand dient te worden gehouden van woningen in het kader van bedrijven en milieuzonering. Aan deze afstand wordt voldaan (zie ook paragraaf 4.2). Een zonnepark betreft in de regel ook geen inrichting in de zin van de Wet milieubeheer. Alleen in uitzonderlijke gevallen zouden ze tot een inrichting gerekend kunnen worden. Bijvoorbeeld wanneer de zonnepanelen worden opgericht binnen de grenzen van een bestaande inrichting (zoals een tankstation), of wanneer de omvormers meer dan 200 MVA distribueren. Aangezien daarvan geen sprake is, zijn de algemene regels uit het Activiteitenbesluit eveneens niet van toepassing. Onderzoek in het kader van het Activiteitenbesluit is dan ook niet nodig.

Conclusie Het aspect geluid vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling ter plaatse van de projectlocatie. Mees Ruimte & Milieu | 21084.01.RO

Pagina | 49

LICHTREFLECTIE Algemeen Een van de ruimtelijke aspecten die bij de oprichting van zonneparken van belang kan zijn, is de reflectie van zonlicht. Het grootste deel van het zonlicht dat op de panelen terecht komt, wordt geabsorbeerd en omgezet in elektriciteit. De toplaag van zonnepanelen is echter gemaakt van glas. Hierdoor wordt ook een klein deel van het zonlicht gereflecteerd. Voor hinder ten gevolge van reflectie bestaat geen specifiek beleid of regelgeving. Voor hinder voor omwonenden geldt echter dat in het kader van een goede ruimtelijke ordening en het in standhouden van een goed woonklimaat alle relevante aspecten moeten worden meegenomen. Reflectiehinder kan in dit kader worden beschouwd. Ook met het oog op verkeersveiligheid (met name weg- en luchtvaartverkeer), is lichtreflectie een relevant aspect om in ogenschouw te nemen. Van belang daarbij is in ieder geval dat zonlicht dat op een zonnepaneel schijnt, in verband met het gladde oppervlak van de paneel in één specifieke richting wordt weerkaatst. Dit vermindert het aantal invalshoeken van waaruit mogelijk overlast ervaren kan worden als gevolg van de reflectie.

Relatie tot ontwikkeling In het verleden zijn in verband met de oprichting van zonneparken diverse onderzoeken uitgevoerd naar lichtreflectie, zowel in Nederland als in andere Europese landen. Een belangrijk onderzoek waar concrete conclusies uit kunnen worden getrokken betreft een onderzoek in het kader van de oprichting van een zonnepark in het Verenigd Koningrijk. Uit dit onderzoek (Visual Impact Assessment, Capital Solar Farm, december 2010) blijkt dat de panelen tussen de 82-90% zonlicht absorberen. Daaruit komt logischerwijs dat de weerkaatsing 10-18% bedraagt. Een dergelijke reflectie van zonlicht wordt voor de luchtvaart niet als hinderlijk ervaren. Daarnaast is reflectie van 10-18% minder dan typische landelijke gebieden met een reflectie van 15-30%. In onderstaande grafiek wordt de vergelijking getrokken tussen de relflectie afkomstig van panelen ten opzichte van andere materialen. Hieruit blijkt dat alleen asfalt minder lichtreflectie kent. Figuur 28. Lichtreflectie zonnepaneel vs landschapselementen (bron: Visual Impact Assessment, VK, Capital Solar Farm, dec. 2010)

Aangezien van de zonnepanelen minder lichtreflectie uitgaat dan van andere veel voorkomende materialen, landschappen of landschapselementen rondom of in de nabijheid van zonneparken in het stedelijk- en buitengebied, kan worden geconcludeerd dat reflectie geen belemmering vormt voor de beoogde ontwikkeling. Zowel omwonenden als het verkeer, ondervinden geen significant nadelige hinder als gevolg van lichtreflectie. Mees Ruimte & Milieu | 21084.01.RO

Pagina | 50

Uit het onderzoek blijkt voorts dat luchtvaartverkeer eveneens geen hinder ondervindt van de reflectie van zonnepanelen. Vergelijkbare studies, bijvoorbeeld ten behoeve van het zonnepark ‘Groene Hoek’ bij Schiphol, komen tot eenzelfde conclusie.

Conclusie Uit het onderzoek blijkt dat sprake is van minder reflectie dan wanneer de locatie zou (blijven) bestaan uit het huidige grasland. Het aspect lichtreflectie vormt dan ook geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

LUCHTHAVENINDELINGSBESLUIT SCHIPHOL (LIB) Algemeen Op 1 november 2002 heeft het kabinet de nieuwe milieu- en veiligheidsregels voor het vijfbanenstelsel op Schiphol vastgesteld. De regels zijn opgenomen in het Luchthavenindelingbesluit (LIB, geconsolideerd januari 2018) waarin beperkingen worden gesteld aan het ruimtegebruik rond de luchthaven. De nieuwe regels zijn op 20 februari 2003 in werking getreden, op het moment dat Schiphol de vijfde baan (Polderbaan) in gebruik nam. Deze regels moeten door gemeenten in acht worden genomen bij bestemmingsplannen en bij omgevingsvergunningen. In het LIB zijn twee gebieden vastgesteld: het luchthavengebied en het beperkingengebied. Het luchthavengebied betreft de gronden behorende tot de luchthaven. Het beperkingengebied omvat een zone daaromheen, waarbinnen verschillende regimes gelden voor de gebieden die hierbinnen liggen. Hoe groter de afstand tot de start- en landingsbanen en de vliegroutes, hoe minder beperkingen er gelden. Binnen het beperkingengebied dient te worden getoetst aan de maatgevende toetshoogtes. Naast de maatgevende toetshoogtes binnen het beperkingengebied zijn deelgebieden (zones) te onderscheiden met specifieke regels, te weten beperkingen voor bebouwing, beperkingen voor vogelaantrekkende werking en beperkingen voor windturbines en lasers.

De beperkingengebieden LIB 1 t/m 5 beogen het aantal personen dat geluidhinder van de luchtvaart ondervindt, of het aantal slachtoffers op de grond ten gevolge van een luchtvaartverkeersongeluk (externe veiligheid), gering te houden, door beperkingen te stellen aan de gebruiksfuncties van het gebied rond Schiphol. De beperkingen voor de gronden binnen de zones LIB 1 t/m 5 zijn daarom gericht op de gebruiksfunctie van het plan/object.

Relatie tot ontwikkeling Middels een door het Ministerie van Infrastructuur en Milieu ontwikkelde webapplicatie kan worden beoordeeld of een plan binnen een relevant gebied in het kader van het LIB gelegen is en of een gepland object de aldaar geldende maatgevende toetshoogten overschrijdt. In figuur 9 is zichtbaar dat het plangebied zich niet binnen LIB1 tot en met LIB5 bevindt. Daarnaast worden met de beoogde bouwhoogte ook geen toetshoogten worden overschreden. Het plangebied bevindt zich enkel in een toetszone voor windturbines en met beperkingen voor functies met een vogelaantrekkende werking.

Mees Ruimte & Milieu | 21084.01.RO

Pagina | 51

Figuur 29. Uitsnede kaartmateriaal LIB (bron: lib-schiphol.nl).

De (te vervangen) windturbines zijn in de huidige situatie al aanwezig en afgestemd met de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT). De windturbines vallen bovendien buiten de kaders van de ontwikkeling van het zonnepark. Er worden geen beperkingen gesteld aan de realisatie van zonnepanelen. Onderdeel van het project vormt ook de toevoeging dan wel versterking van natuur. Gelet op de ligging binnen het beperkingengebied voor functies met een vogelaantrekkende werking, dient voorkomen te worden dat de (nieuwe) natuur vogels aantrekt die op grote hoogte vliegen. Vogels kunnen namelijk van invloed zijn op de vliegveiligheid. In de daartoe aangewezen gebieden is een grondgebruik of een bestemming binnen de volgende categorieën niet toegestaan: a. b. c. d. e.

industrie in de voedingssector met extramurale opslag of overslag; viskwekerijen met extramurale bassins; opslag of verwerking van afvalstoffen met extramurale opslag of verwerking; natuurreservaten en vogelreservaten; moerasgebieden en oppervlaktewateren groter dan 3 hectare.

Conclusie Het luchthavenindelingsbesluit vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling ter plaatse van de projectlocatie. Wel dient rekening te worden gehouden met mogelijke vogelaantrekkende werking in verband met de toevoeging of versterking van natuurwaarden. Natuurreservaten en vogelreservaten zijn in beginsel niet toegestaan. Vooralsnog gaan wij er echter vanuit dat de natuurwaarden in het gebied niet getypeerd kunnen worden als natuur- of vogelreservaat.

LUCHTKWALITEIT Algemeen In bijlage 2 van de Wet milieubeheer zijn de luchtkwaliteitseisen opgenomen. Daarnaast zijn er luchtkwaliteitseisen opgenomen in het Besluit niet in betekende mate bijdragen (Besluit NIBM) en de bijbehorende ministeriele Regeling niet in betekende mate bijdragen (Regeling NIBM).

Mees Ruimte & Milieu | 21084.01.RO

Pagina | 52

In het Besluit NIBM en de Regeling NIBM zijn de uitvoeringsregels vastgelegd die betrekking hebben op het begrip NIBM. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze gevallen kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Ook als het bevoegd gezag op een andere wijze, bijvoorbeeld door berekeningen, aannemelijk kan maken dat het geplande project niet in betekenende mate bijdraagt, kan toetsing van de luchtkwaliteit achterwege blijven. De definitie van ‘niet in betekenende mate’ is 3% van de grenswaarde voor NO2 en PM10. De 3% komt overeen met 1,2 microgram/m3 (µg/m3). Als een project voor één stof de 3%-grens overschrijdt, dan verslechtert het project 'in betekenende mate' de luchtkwaliteit. De 3%-norm is in de Regeling NIBM uitgewerkt in concrete voorbeelden, waaronder:  woningbouw: 1.500 woningen netto bij één ontsluitende weg en 3.000 woningen bij twee ontsluitende wegen;  kantoorlocaties: 100.000 m2 brutovloeroppervlak bij één ontsluitende weg en 200.000 m2 brutovloeroppervlak bij twee ontsluitende wegen.

Relatie tot ontwikkeling Er vindt geen uitstoot plaats van (schadelijke) stoffen door het park zelf door of het aan het park gerelateerde vervoersbewegingen, omdat het park geen verkeersaantrekkende werking kent (met uitzondering van enkele incidentele vervoersbewegingen voor beheer en onderhoud). Alleen de vervoersbewegingen tijdens de aanleg- en ontmantelingsfase is relevant. Daarbij dient te worden opgemerkt dat het hier gaat om een piekbelasting die uitsluitend tijdens de aanlegfase plaatsvindt, waar vervolgens gedurende 25 jaar de opwekking van duurzame energie tegenover staat.

Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling ter plaatse van de projectlocatie.

NATUUR Algemeen Sinds 1 januari 2017 is één wet van toepassing die de natuurwetgeving in Nederland regelt: de Wet natuurbescherming. De wet ligt in de lijn van Europese wetgeving, zoals de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. De Wet natuurbescherming vervangt de Boswet, de Flora- en Faunawet en de Natuurbeschermingswet 1998. Wet natuurbescherming Via de Wet natuurbescherming wordt de soortenbescherming en gebiedsbescherming geregeld. De soortenbescherming heeft betrekking op alle, in Nederland in het wild voorkomende zoogdieren, (trek)vogels, reptielen en amfibieën, op een aantal vissen, libellen en vlinders, op enkele bijzondere en min of meer zeldzame ongewervelde diersoorten en op een honderdtal vaatplanten. Welke soorten planten en dieren wettelijke bescherming genieten, is vastgelegd in de bijlage van de Wet natuurbescherming. Dat houdt in dat, bij planvorming, uitdrukkelijk rekening gehouden moet worden met gevolgen, die ruimtelijke ingrepen hebben, voor instandhouding van de beschermde soort. Gebiedsbescherming wordt geregeld middels de Natura 2000-gebieden. In het kader van de Wet natuurbescherming moet uitgesloten worden dat significante negatieve effecten optreden in Natura 2000-gebieden.

Hier kan sprake van zijn wanneer een ontwikkeling binnen een Natura 2000-gebied plaatsvindt, maar ook stikstofdepositie kan verslechterende gevolgen hebben voor stikstofgevoelige habitattypen of leefgebieden die als Natura 2000-gebied zijn aangewezen. Deze gevolgen kunnen significant zijn wanneer een plan, project of handeling leidt tot een toename van stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen of leefgebieden die overbelast zijn. Voorheen gold hier de regeling Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) voor, maar naar aanleiding een tweetal belangrijke uitspraken van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (mei 2019) is deze regeling komen te vervallen. Als gevolg hiervan dient in Nederland voor elk project een

Mees Ruimte & Milieu | 21084.01.RO

Pagina | 53

stikstofdepositieberekening uitgevoerd te worden. Wanneer uit de rekenresultaten een hogere depositie dan 0,00 mol/ha/jaar, kan al sprake zijn van een significant negatief effect. Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is een netwerk van gebieden in Nederland waar de natuur voorrang heeft. Het netwerk helpt voorkomen dat planten en dieren in geïsoleerde gebieden uitsterven en dat natuurgebieden hun waarde verliezen. Het NNN kan worden gezien als de ruggengraat van de Nederlandse natuur. NNN is tevens opgenomen in het streekplan van de provincie. Indien het projectgebied in het NNN gelegen is, verlangt de provincie een ‘nee-tenzij-toets’. Afhankelijk van de provincie kan dit ook gelden voor projectgebieden in de nabijheid van het NNN.

Relatie tot ontwikkeling Ten behoeve van het project is in november 2020 een quickscan Wet natuurbescherming uitgevoerd. Daarbij heeft tevens een beoordeling plaatsgevonden in het kader van de situering van het projectgebied binnen het Natuurnetwerk Nederland. De resultaten uit de toets worden hieronder samenvattend weergegeven. Natuurnetwerk Nederland Het projectgebied is gelegen binnen de begrenzing van het Natuurnetwerk Nederland, maar buiten de omliggende Natura 2000-gebieden. Figuur 30 maakt de ligging van het projectgebied (rood) ten opzichte van het NNN (groen) en Natura 2000-gebieden (groen gearceerd) inzichtelijk. Figuur 30. Uitsnede kaart Natura 2000-gebieden, projectlocatie rood omlijnd (bron: onderzoek Van der Goes & Groot).

Het plangebied zonnepark Schoteroog valt geheel binnen het NNN en betreft het beheertype N12.02 (Kruiden- en faunarijk grasland). Voor ingrepen binnen of in de nabijheid van het NNN, geldt dat de wezenlijke kenmerken en waarden niet mogen worden aangetast. Het begrip ‘wezenlijke kenmerken en waarden’ is direct gekoppeld aan de planologische bescherming van het NNN-gebied. Bij een ingreep in het NNN wordt derhalve getoetst in hoeverre een ingreep de wezenlijke kenmerken en waarden van een gebied aantast. De WKW (wezenlijke kenmerken en waarden) van het NNN in Noord-Holland worden wat betreft Schoteroog

Mees Ruimte & Milieu | 21084.01.RO

Pagina | 54

beschreven als kernkwaliteit en als potentiële natuurwaarde. Kernkwaliteit van Schoteroog is het parkachtig landschap met recreatief gebruik. Actueel is geen sprake van specifieke natuurwaarden of soortgroepen, maar bestaat de kwaliteit vooral uit het samenhangende groene karakter en de kleinschalige afwisseling (Multifunctionele natuur). Deze kwaliteit vormt de basis voor zowel natuurbehoud als recreatie in het gehele gebied. Als potentiële natuurwaarde van Schoteroog wordt gesteld dat het gebied meer divers en aantrekkelijker kan worden gemaakt voor algemene natuur en recreatie door variatie in inrichting en beheer. Wezenlijke kenmerken en waarden kunnen worden aangetast door de volgende factoren:  effect op bodem- en watercondities;  oppervlakteverlies;  beleving landschap. Zonder volledig in te gaan op alle aspecten (verwezen wordt naar de Quickscan Wnb en toets NNN van Van der Goes & Groot), wordt geconcludeerd dat het zonnepark worst-case scenario een oppervlakteverlies van 2,5 ha teweeg brengt.2 Een dergelijke ingreep is op grond van art. 6.43 van de Omgevingsverordening NH2020 alleen toegestaan indien:  sprake is van een groot openbaar belang;  er geen reële alternatieven zijn, en;  de negatieve effecten op de wezenlijke kenmerken en waarden, oppervlakte en samenhang worden beperkt en de overblijvende effecten gelijkwaardig worden gecompenseerd.

Nadere onderbouwing en compensatieplan Vanuit de RES is een selectie gemaakt in gebieden die geschikt zijn voor onder andere de productie van zonne-energie, waarbij andere alternatieve opties voor duurzame energie in de regio niet mogelijk bleken. Gezien de klimaatopgave is realisatie van zonne-energie een zwaarwegend belang om de landelijke doelstellingen op het gebied van CO2-reductie en groene energie te halen. De noodzaak dergelijke voorzieningen te creëren, is uitvoerig beschreven in hoofdstuk 3 van voorliggende ruimtelijke onderbouwing met betrekking tot het relevante Rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid hieromtrent. Voor Schoteroog wordt in lijn met de provinciale regelgeving ingezet op uitwisseling van het NNN-gebied naar een andere locatie, in combinatie met het verhogen van de resterende waarden op Schoteroog. Daarbij vindt op uitwisseling van het NNN plaats naar de in de omgeving gelegen Poelpolder. De Poelpolder is nog niet aangewezen als NNN-gebied, maar ter plaatse bevinden zich ecologische hotspots en gebieden met ecologische potentie. Het betreft een veenweidegebied met nat hakhoutbos. Schoteroog daarentegen betreft een gebied bestaande uit kruiden- en faunarijk grasland.

Conform artikel 6.43 lid 6 van de provinciale Omgevingsverordening, kan herbegrenzing ten behoeve van een verbetering van de samenhang of een betere ruimtelijke inpassing van het Natuurnetwerk Nederland worden uitgevoerd. Hierbij moet aan twee eisen worden voldaan, namelijk:  de wezenlijke kenmerken en waarden van het Natuurnetwerk Nederland of de natuurverbinding worden behouden.  de oppervlakte van het Natuurnetwerk Nederland blijft ten minste gelijk. Ten behoeve van de uitruil is door bureau Natuurlijke Zaken een compensatieplan opgesteld. De rapportage van 7 februari 2023 geeft inzage in de ecologische waarden van de locatie en op welke wijze het NNN herbegrenst kan worden zodat de samenhang ervan verbetert. Uit de rapportage blijkt dat het salderen met de Poelpolder een passende oplossing betreft en dat aan bovenstaande vereisten wordt voldaan. Voor een volledige uiteenzetting wordt verwezen naar het bijgevoegde compensatieplan. Uiteindelijk dient de herbegrenzing van het NNN planologisch te worden verankerd in een van de herzieningsrondes van de provinciale Omgevingsverordening NH2020.

2

De quickscan Wet natuurbescherming en NNN-toets van het ecologisch adviesbureau gaat op basis van de eerdere plannen uit van een oppervlakteverlies van ca. 5 ha. Mede naar aanleiding van overleg met de betrokken stakeholders alsook de te behartigen ecologische en cultuurhistorische belangen, is het ontwerp aangepast en heeft het zonnepark minder oppervlakteverlies van het NNN tot gevolg. Volgens de huidige plannen, is sprake van een oppervlakte van ca. 2 ha panelenveld en 2,5 hectare wanneer ook de wandelpaden en groene omheining worden meegerekend.

Mees Ruimte & Milieu | 21084.01.RO

Pagina | 55

Ten aanzien van de waarden van het gebied op Schoteroog worden mogelijkheden gezien tot het verbeteren van de kwaliteit daarvan. Het huidige beheertype in kruidenrijk faunarijk grasland komt nu slechts in beperkte mate tot uiting, zodat daar de eerste kansen worden gezien. Daarnaast wordt ingezet op meer diversiteit in beplanting, waarbij bestaande bosschages worden afgewisseld met nieuw aan te planten groen op basis van een groenplan waarbij oog is voor meer diversiteit en een toename van biodiversiteit (zie ook paragraaf 2.3.2). Het beheer wordt extensief, waarbij verruigen en verschralen tot doel heeft de biodiversiteit een verdere impuls te geven. Recreatie krijgt daarnaast een duidelijkere plek op Schoteroog. Waar thans heel Schoteroog recreatief wordt gebruikt, ontstaan straks ook gebieden waarin minder verstoring door recreatief gebruik aanwezig is. Zo kan Schoteroog ter plaatse in alle rust verder ontwikkelen tot gebied met verhoogde ecologische waarde. Natura 2000-gebieden De locatie maakt geen deel uit van een Natura 2000-gebied. Wel ligt het projectgebied in de nabijheid van Natura 2000-gebied ‘Kennemerland Zuid’. Het plan mag geen negatieve effecten op dit gebied teweeg brengen. Van negatieve effecten zoals optische verstoring, trillingen, geluidhinder etc. is naar verwachting geen sprake, een en ander gelet op de aard en omvang van de ontwikkeling.

In aanvulling daarop dient middels een stikstofdepositieberekening te worden aangetoond dat het initiatief geen stikstofdepositie van meer dan 0,00 mol/ha/jr. op de daartoe gevoelige gebieden tot gevolg heeft. Deze berekening wordt uitgevoerd, zodra de resultaten beschikbaar zijn zullen ze als aanvulling op de aanvraag worden meegenomen. Soortenbescherming In het kader van de Quickscan Wnb van Van der Goes & Groot, is een eerste onderzoek naar de geschiktheid van de locatie voor beschermde soorten uitgevoerd. Op basis van de quickscan, is een nader onderzoek uitgevoerd naar de mogelijke aanwezigheid in het gebied van de rugstreeppad, kleine marterachtigen en diverse vleermuissoorten. Het nader onderzoek van 20 oktober 2022 is opgenomen in de bijlagen bij voorliggende ruimtelijke onderbouwing. De resultaten worden hieronder samenvattend besproken. 

het plangebied is in potentie geschikt voor amfibieën (Rugstreeppad), maar deze zijn bij het nader onderzoek niet vastgesteld.

Het plangebied is in potentie geschikt voor grondgebonden zoogdieren en kleine marterachtigen (Konijn, Mol of Vos respectievelijk Hermelijn, Wezel, Bunzing). Tijdens het nader onderzoek zijn de kleine marters echter niet vastgesteld.

Het plangebied is in potentie geschikt voor diverse soorten vogels, zowel de vogels met jaarrond beschermde nesten, vogels met niet-jaarrond beschermde nesten en categorie-5 soorten kunnen worden verwacht. Voor de vogels geldt dat rekening moet worden gehouden met het broedseizoen (nietjaarrond/categorie-5 soorten). Voor volgens met jaarrond beschermde nesten geldt dat geen negatieve effecten worden verwacht omdat het plangebied slechts een klein deel uitmaakt van een veel groter foerageergebied en in de naaste omgeving veel vergelijkbaar of beter biotoop aanwezig is. De vogels kunnen derhalve gemakkelijk uitwijken. Een nader onderzoek is niet noodzakelijk indien werkzaamheden waarbij nesten kunnen worden vernield, plaatsvinden buiten het broedseizoen en indien rekening wordt gehouden met de algemene zorgplicht. Daarbij geldt dat een Torenvalk gebruik maakt van één van de windmolens langs het plangebied. Voor zover rekening wordt gehouden met het broedseizoen en de zorgplicht worden geen negatieve effecten.

Het plangebied is in potentie geschikt voor vleermuizen, maar tijdens het onderzoek zijn geen verblijfplaatsen vastgesteld. Foeragerende vleermuizen zijn wel vastgesteld en voor de Gewone dwergvleermuis geldt dat de oeverzone en de Mooie Nel mogelijk als essentieel leefgebied wordt gebruikt. Aangezien de werkzaamheden ten behoeve van het zonnepark niet plaatsvinden in of in de nabijheid van dit essentieel leefgebied, worden geen negatieve effecten verwacht. Foeragerende vleermuizen aan de zijde van het zonnepark kunnen voorts gemakkelijk uitwijken

Het nader onderzoek vormt gelet op het bovenstaande geen aanleiding tot het aanvragen van een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming.

Mees Ruimte & Milieu | 21084.01.RO

Pagina | 56

Conclusie Voor gebiedsbescherming is de situering van het projectgebied binnen het bestaande Natuurnetwerk Nederland relevant. In overleg met de provincie en gemeente is gewerkt aan een compensatieplan, met focus op uitruil met gronden binnen de Poelpolder. Het compensatieplan toont aan dat deze uitruil past binnen de daartoe geldende regels. Van belemmeringen is derhalve geen sprake. Van negatieve effecten als gevolg van bijvoorbeeld trilling, geluid of optische verstoring ter plaatse van de Natura 2000-gebieden in de omgeving, is geen sprake. Wel is een stikstofberekening benodigd. Deze wordt momenteel uitgevoerd en zodra beschikbaar als aanvulling op de aanvraag ingediend. Ten aanzien van soortenbescherming is een nader onderzoek uitgevoerd naar rugstreeppadden, kleine marterachtigen, vleermuizen en vogels. Het nader onderzoek vormt geen aanleiding tot het aanvragen van een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming.

WATER Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening is het doorlopen van de watertoets verplicht voor alle ruimtelijke plannen en besluiten. Het doel van de watertoets is, om in overleg tussen de initiatiefnemer en de waterbeheerder aandacht te besteden aan de waterhuishoudkundige aspecten, zodat de waterhuishoudkundige doelstellingen worden gewaarborgd. De uitgangspunten voor het watersysteem dienen op een juiste wijze in het plan te worden verwerkt. Op 22 december 2009 trad de Waterwet in werking. De Waterwet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater, maar verbetert ook de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. In het Water-besluit is een vergunningplicht en zijn algemene regels opgenomen die gelden voor rijkswaterstaatswerken en voor het lozen of onttrekken van water aan oppervlaktewater in beheer bij het Rijk. Het Waterbesluit geeft ook aan onder welke voorwaarden zonder vergunning kan worden gebouwd in een oppervlaktewaterlichaam dat in beheer is bij Rijkswaterstaat. De projectlocatie is gelegen in het beheergebied van het Hoogheemraadschap van Rijnland.

Relatie tot ontwikkeling Waterkwantiteit Voor de effect van het initiatief op waterkwantiteit in het gebied, dient de toename van het verhard oppervlak in beeld te worden gebracht. Bij de toename van het verhard oppervlak kan een watervergunning en watercompensatie nodig zijn om de gevolgen van de versnelde afvoer van het hemelwater als gevolg van de verharding op te vangen. Dit geldt in beginsel voor initiatieven waarmee een oppervlakteverharding wordt aangebracht van meer dan 500 m2. De toename van het verhard oppervlak wordt bepaald op basis van de ingrepen die in het project worden voorzien. De volgende elementen zijn daarop van invloed: het panelenveld, het trafostation en het beheer- en onderhoudspad. Panelen De panelen worden in een schuine hoek geplaatst, waardoor hemelwater via de panelen de grond in kan stromen. De onderliggende bodem blijft zich daarmee als onverhardde grond gedragen. Trafostation Het trafostation wordt geplaatst bij de bestaande nutsvoorziening ten zuidwesten van het zonnepark. De grond ter plaatse is reeds verhard. Het trafostation brengt daarmee geen extra oppervlakteverharding met zich mee. Beheer- en onderhoudspaden Tot slot wordt een padenstelsel aangelegd, deels ten behoeve van beheer- en onderhoud (deels wordt dit ook voorzien via het bestaande Windturbinepad) alsook een recreatiepad voor wandelaars.

Voor het beheer, onderhoud en de recreatieve functie is het niet noodzakelijk de paden verhard uit te voeren en zal

Mees Ruimte & Milieu | 21084.01.RO

Pagina | 57

halfverharding volstaan. Door de paden halfverhard uit te voeren zijn ze nagenoeg volledig waterdoorlatend. Het padenstelsel is daarmee niet invloed of slechts in beperkte mate van invloed op de waterkwantiteit en de versnelde afvoer van regenwater. Waterkwaliteit Het gebruik van uitloogbare materialen, zoals lood, koper en zink, wordt vermeden op plaatsen waar zij in aanraking kunnen komen met afstromend hemelwater. Zo ontstaat geen negatief effect op de (grond)waterkwaliteit. Waterveiligheid Het Hoogheemraadschap van Rijnland kent vier leggers:  Legger oppervlaktewateren  Legger primaire waterkeringen  Legger regionale keringen  Legger ondersteunende kunstwerken Op basis van de vigerende Legger regionale waterkeringen, grenst de locatie aan een waterkering en ligt het met een beperkt deel binnen de buitenbeschermingszone daarvan. In overleg met het Hoogheemraadschap van Rijnland wordt bepaald in hoeverre de plaatsing van een beperkt aantal panelen binnen deze beschermingszone aan een vergunning- dan wel meldingsplicht onderhevig is. Voor zover een watervergunning noodzakelijk is, wordt deze aangevraagd bij het waterschapsbestuur. Voor het overige raakt het initiatief niet aan de genoemde Leggers en de waterbelangen die daarmee zijn beschermd. Figuur 31. Uitsnede Legger regionale waterkeringen

Conclusie De waterhuishoudkundige situatie na ontwikkeling vormt geen belemmering voor het beoogde zonnepark. In overleg met het waterschap wordt bepaald of, en zo ja onder welke voorwaarden, een watervergunning dient te worden afgegeven voor het plaatsen van panelen binnen de buitenbeschermingszone van de regionale waterkering. Dit zorgt mogelijk voor een extra vergunningenlast, maar vormt geen belemmering voor het initiatief.

Mees Ruimte & Milieu | 21084.01.RO

Pagina | 58

(VORMVRIJE) M.E.R-BEOORDELING Algemeen De centrale doelstelling van het instrument milieueffectrapportage is het milieubelang een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming over activiteiten met mogelijke belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. De basis van de milieueffectrapportage wordt gevormd door de EU-richtlijn m.e.r. Deze richtlijn is in Nederland geïmplementeerd in de Wet milieubeheer en het Besluit m.e.r. In het Besluit m.e.r. bestaat een belangrijk onderscheid tussen bijlage C en bijlage D. Voor activiteiten die voldoen aan de diverse criteria uit bijlage C geldt een m.e.r.-plicht. In bijlage D staan de activiteiten benoemd waarvoor een m.e.r.-beoordelingsplicht geldt: er moet beoordeeld worden of sprake is van (mogelijke) belangrijke nadelige milieugevolgen. Als deze niet uitgesloten kunnen worden, geldt alsnog een m.e.r.-plicht. In bijlage D worden in kolom 2 drempelwaarden gegeven. Indien een ontwikkeling boven de drempelwaarden uitkomt, geldt een m.e.r.-beoordelingsplicht. Op het moment dat een ontwikkeling genoemd staat in bijlage D, maar onder de drempelwaarden valt, dient te worden beoordeeld of sprake kan zijn van mogelijke belangrijke nadelige milieugevolgen. Deze beoordeling vindt plaats middels de zogeheten ‘vormvrije m.e.r.-beoordeling’.

Sinds 16 mei 2017 dient het bevoegd gezag een m.e.r.-beoordelingsbesluit te nemen teneinde vast te stellen of voor een ruimtelijke ontwikkeling kan worden volstaan met een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Hiertoe dient een aanmeldnotitie te worden opgesteld door de initiatiefnemer. Dit volgt uit de implementatie van artikel 1, vierde lid, onder a en b, van Richtlijn 2014/52/EU.

Relatie tot ontwikkeling De ontwikkeling betreft de realisatie van een zonnepark op Schoteroog. De realisatie van zonneparken wordt niet in het Besluit milieueffectrapportage genoemd. Wel wordt in de D-lijst een stedelijke ontwikkelingsproject genoemd (D11.2), een categorie die bij veel ruimtelijke ontwikkelingen van toepassing is. In de Nota van Toelichting op het Besluit m.e.r. wordt het begrip ‘stedelijk ontwikkelingsproject’ ook geduid. Hier wordt over gezegd: “Bij een stedelijk ontwikkelingsproject kan het gaan om bouwprojecten als woningen, parkeerterreinen, bioscopen, theaters, sportcentra, kantoorgebouwen en dergelijke of een combinatie daarvan. Er kan overigens geen misverstand over bestaan dat ook “dorpen” hieronder vallen. Wat “stedelijke ontwikkeling” inhoudt kan van regio tot regio verschillen. Van belang hierbij is of er per saldo aanzienlijke negatieve gevolgen voor het milieu kunnen zijn. Indien bijvoorbeeld een woonwijk wordt afgebroken en er komt een nieuwe voor in de plaats, zal dit in de regel per saldo geen of weinig milieugevolgen hebben. Bij een uitbreiding zal er eerder sprake kunnen zijn van aanzienlijke gevolgen.” Het zonnepark betreft gelet op het voorgaande en de aard en omvang van de ontwikkeling geen stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van het Besluit m.e.r.. Ook van andere, minder vaak voorkomende categorieën is geen sprake.

Het gaat daarbij om:  

Landinrichtingsprojecten (D9). Industriële installatie bestemd voor de productie van elektriciteit, stroom en warm water (D22.1).

Verwezen wordt naar een uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 14 augustus 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:2770), waarin voor elk van de categorieën helder uiteen is gezet waarom de oprichting van een zonnepark daar niet onder valt. De ontwikkeling is dan ook niet m.e.r.(beoordelings)plichtig. Gelet op de kenmerken van het project zullen logischerwijs ook geen belangrijke negatieve milieugevolgen optreden. Onder andere de tijdelijkheid van het zonnepark (maximaal 25 jaar na ingebruikname), is daarbij een belangrijke factor.

Mees Ruimte & Milieu | 21084.01.RO

Pagina | 59

5

BESCHRIJVING UITVOERBAARHEID ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID Het project wordt door initiatiefnemer uitgevoerd. De kosten in verband met de realisatie zijn voor rekening van initiatiefnemer. Er is geen aanleiding om aan de economische haalbaarheid van het plan te twijfelen. Initiatiefnemer is daarnaast bereid een planschadeovereenkomst te tekenen, waarin overeen kan worden gekomen dat op het moment er sprake is van planschade, voortvloeiend uit voorliggende planologische mutatie, deze schade in zijn geheel ten laste komt aan initiatiefnemer.

MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID Participatie In aanloop naar voorliggende aanvraag toe is met de diverse stakeholders in het gebied onderzocht hoe de beoogde ontwikkeling het beste kan landen op deze locatie. Daartoe hebben verschillende brainstormsessies plaatsgevonden, waarbij informatie is opgehaald voor de verdere uitwerking van het ontwerp. Ook bewoners uit de omgeving zijn daarbij betrokken. Tijdens de brainstormsessies zijn twee ontwikkelscenario’s gepresenteerd, waarbij is gesproken over ambitie, kansen en uitdagingen. Ook zijn er tips opgehaald. De stakeholders waren de provincie Noord-Holland, Staatsbosbeheer, Recreatieschap Spaarnwoude, de gemeente Haarlem, NV Afvalzorg en het Hoogheemraadschap van Rijnland. Onderstaand overzicht toont de data en insteek van de diverse bijeenkomsten die hebben plaatsgevonden. Tabel 2. Overzicht participatiebijeenkomsten

Bijeenkomst 1 2 3 4 5

Datum

Doelgroep

Soort

donderdag 11 maart 2021 donderdag 18 maart 2021 donderdag 25 maart 2021 woensdag 23 juni 2021 donderdag 26 augustus 2021

Informatief Informatief Informatief Informatief Workshop

6

dinsdag 20 september 2022

7 8 9

zondag 7 november 2021 woensdag 6 april 2022 maandag 23 mei 2022

Alle stakeholders - plenair Alle stakeholders - plenair Alle stakeholders - plenair Alle stakeholders - plenair Vertegenwoordigers van stakeholder groepen - Denktank Vertegenwoordigers van stakeholder groepen - Denktank Alle stakeholders - plenair Alle stakeholders - plenair Alleen omwonenden van Planetenbuurt, gemeente Haarlem en Afvalzorg

Workshop Informatief Informatief Informatief

Planologische procedure Voor deze ontwikkeling wordt daarnaast de uitgebreide planologische procedure doorlopen. Het is daarom in eerste instantie voor een ieder mogelijk door middel van een inspraakreactie of zienswijze te reageren op het ontwerpbesluit, dat gedurende zes weken ter inzage ligt. Vervolgens staat nog de gang naar de rechtbank en daarna de Raad van State open. Met bovenstaande procedures wordt de maatschappelijke betrokkenheid afdoende gewaarborgd.

Mees Ruimte & Milieu | 21084.01.RO

Pagina | 60

6

CONCLUSIE RUIMTELIJKE EN FUNCTIONELE INPASBAARHEID Ter plaatse van de voormalige stortlocatie Schoteroog te Haarlem is Afvalzorg N.V. (hierna: initiatiefnemer) voornemens een zonnepark te realiseren van in totaal 2,5 hectaren. Daarbij wordt een combinatie gemaakt van duurzame energieopwekking, recreatie en natuur en wordt een belangrijke stap gezet richting de verdere verduurzaming van de gemeente in het bijzonder en Nederland als geheel. Dit initiatief houdt daar boven de plaatselijke maatschappelijke thema’s in het oog versterkt deze waar mogelijk. Tevens is de uitvoerbaarheid van het initiatief getoetst aan de diverse omgevingsaspecten en de bijbehorende regelgeving. Hieruit blijkt dat er geen belemmeringen zijn voor voorgenomen ontwikkeling. De ruimtelijke en functionele inpasbaarheid is daarmee gewaarborgd. Voor deze ontwikkeling dient een planologische procedure te worden doorlopen. De planologische procedure wordt aan de hand van een omgevingsvergunning doorlopen. Middels voorliggende rapportage is het project gemotiveerd aan de hand van de relevante beleidskaders en van toepassing zijnde omgevingsaspecten. Daarbij is van belang dat de locatie Schoteroog rijk is aan cultuurhistorische, recreatieve en natuurwaarden.

Het doel is dan ook om de diverse belangen samen te brengen en de mogelijkheden op de locatie uit te breiden met het opwekken van duurzame energie, waarmee het initiatief beantwoordt aan de maatschappelijke opgave van de noodzakelijke energietransitie waar Nederland voor staat. Om dit mogelijk te maken is gedurende het voortraject met de belangrijke stakeholders in het gebied gezocht naar een passende oplossing en inrichting. Met name de situering binnen het NNN-gebied en aangrenzend aan de Stelling van Amsterdam, heeft tot gevolg gehad dat het plan zodanig is aangepast dat de wezenlijke kenmerken van de gebieden overeind blijven en de waarden waar mogelijk worden versterkt. Een verlies aan oppervlakte van het NNN is niet geheel te voorkomen, zodat op basis van een compensatieplan plaats zal vinden met de ecologisch rijke gronden behorende tot de Poelpolder. Met het oog op voorgenoemd proces hebben diverse participatiebijeenkomsten plaatsgevonden, waarbij informatie is opgehaald voor de verdere uitwerking van het ontwerp. Ook bewoners uit de omgeving zijn daarbij betrokken. De stakeholders waren de provincie Noord-Holland, Staatsbosbeheer, Recreatieschap Spaarnwoude, de gemeente Haarlem, NV Afvalzorg en het Hoogheemraadschap van Rijnland.

Er is dankbaar gebruik gemaakt van de kennis en feedback van diverse partijen en daarmee is een plan tot stand gekomen waar de betrokken partijen ondanks de vele uitdagingen van deze locatie achter kunnen staan. Het initiatief is daarnaast getoetst aan de overige omgevingsaspecten en geconcludeerd kan worden, dat de ruimtelijke en functionele inpasbaarheid van het plan is gewaarborgd.

Mees Ruimte & Milieu | 21084.01.RO

Pagina | 61

Mees Ruimte & Milieu | 21084.01.RO

Pagina | 62

Bijlage

Mees Ruimte & Milieu | 21084.01.RO

Inpassingsplan, id verde Advies, maart 2022

Pagina | 63

Z O N N E PA R K SCHOTEROOG

Colofon Maart 2022 opgesteld door:

idverde Advies BV Tuin- en landschapsarchitecten | omgevingsadviseurs Willemsplein 2-4 5211 AK Den Bosch T: 073 205 11 00 advies@idverde.nl www.idverdeadvies.nl

Z O N N E PA R K S C H OT E R O O G Inpassingsplan

4

Inhoud Pagina

Hoofdstuk

7

1. Inleiding

9 10 12 14 16

2. Landschapsanalyse 2.1 Locatie 2.2 Historie 2.3 Ondergrond 2.4 UNESCO en NNN-gebied

18 20 22 24 26 28 32

3. Voorstudie 3.1 Variant 1, opwaarderen bestaande kwaliteiten 3.2 Variant 2, herinrichten terrein 3.3 Profiel, zonnepark Schoteroog 3.4 Impressie, zonnepark Schoteroog 3.5 Wrap-up Atelier Schoteroog 3.6 Schetsontwerp

34 36

4. Inpassingsplan 4.1 Inpassingsplan 4.2 Beplantingsindicatie

5

6

Inleiding Op de locatie Schoteroog bevindt zich een afvalberg. Afvalzorg heeft de wens deze heuvel in te richten als zonnepark.

7

8

Landschapsanalyse Een landschapsanalyse biedt inzicht in het grotere geheel en de omgeving waarin zonneveld Schoteroog zich bevindt. De ruimtelijke kwaliteit die is ontstaan vanuit het oorspronkelijke landschap komt in beeld met kaarten uit opeenvolgende tijdperken. Kansen en gebiedseigen kwaliteiten worden ontdekt door middel van een analyse van de plaatselijke historie, geomorfologie, het beleid, en de natuur met bijzondere potentie. In de paragrafen van hoofdstuk 2 zijn deze onderwerpen voor zonnepark Schoteroog één voor één uitgewerkt.

9

2.1 Locatie Om een goed beeld van de plek te krijgen heeft er een gebiedsbezoek plaats gevonden. Hierbij is gekeken naar de locatie en de omgeving. Schoteroog is een prachtige plek aan het water. Door het hoogteverschil van de afvalheuvel kan je prachtig wegkijekn. Aan de oostzijde is een bedrijventerrein gesitueerd. Deze zijde is industrieel van aard met vier windmolens. Aan de noordzijde bevindt een jachthaventje. Verder wordt de heuvel recreatief gebruikt.

10

Zicht op het bedrijventerrein bovenop Schoteroog

Zicht over Schoteroog richting het zuiden

Centrale recreatieplek met zicht op het noorden

Zicht op Schoteroog vanaf de mooie Nelweg

11

2.2 Historie De locatie van Schoteroog is in de tijd flink op de schop gegaan. Voor 1950 vormde Schoteroog een onderdeel van het veenweide gebied ten noorden van Haarlem. Echter heeft de verstedelijking gezorgd voor flinke wijzigingen in het landschap. Zo heeft ook de afvalstortplaats een plek gekregen in het landschap. Het vormt een kunstmatige heuvel in het kleinschalige en stedelijke landschap gelegen op het industriegebied van Haarlem.

TIJDSLIJN 1993

Beheerovereenkomst Recreatieschap Spaarnwoude en Afvalzorg heropening stortplaats Schoteroog Afvalzorg zorgt voor herinrichting van stortplaats door:

1994 1997

12

• • • • •

sanering en profilering afval in uiteindelijk stortprofiel; aanleg damwandconstructie en treffen IBC-maatregelen; aanbrengen van bovenafdichtingsconstructie Geologger (slimme lekdetectie); aanleg stortgasonttrekkingssysteem; recreatieve en landschappelijke herinrichting (i.s.m. Recreatieschap Spaarnwoude).

1998

Sluiting stortplaats Schoteroog: Bodemzorg voert nazorgactiviteiten uit

2012 2020

Stortgasopwerking tot Groen Gas

Landschapsgeschiedenis 1960

Landschapsgeschiedenis 1980

Landschapsgeschiedenis 2020

13

2.3 Ondergrond Doordat het terrein is omgevormd naar afvalheuvel zijn er geen huidige bodem en geomorfologische gegevens van Schoteroog. De omliggene gebieden bestaan uit ontgonnen veengronden. Op de hoogtekaart is het verschil tussen de afvalheuvel en de omgeving duidelijk zichtbaar. Dit scheelt tussen de 18 en de 20 meter. Hierdoor kun je vanaf Schoteroog mooi wegkijken.

Geomorfologie

Vlakte van getij-afzettingen

Ontgonnen veenvlakte

14

Strandwal

Hoogtekaart

-0,5

+17,3 -1,7

+3,5

Bodem

Weideveengronde Liedeerdgronden; klei

15

2.4 UNESCO en NNN gebied Het gebied bevindt zich in UNESCO en NNN gebied, De UNESCO grens loopt dwars over Schoteroog. Het gehele gebied ligt in NNN-gebied

UNESCO stelling van Amsterdam

16

NNN-gebied

Beheertype: Kruiden- en faunarijk grasland Huidige situatie is gras en bosjes met ontwikkeltijd = 0 NNN gebied verdwijnt ter hoogte van het Zonnepark

Beschermd gebied, cultural heritage

17

18

Voorstudie Alle input vanuit de inventarisatie en analyse zijn bekeken en alle belangrijke aankopingspunten worden ingezet bij het maken van de twee varianten. Ook vind en er gesprekken plaats met bewoners en stakeholder. Alle ideeen en input wordt verwerkt in een eerste schetsontwerp.

19

3.1 Variant 1 - Energielandschap in balans Natuur, recreatie en energie vinden in variant 1 een mooie balans. Er is ruimte voor natuur, om te wandelen, recreeren en verblijven. Vanaf het water is er geen zicht op de zonnepanelen, waardoor de zonnepanelen alleen vanaf het industriegebied zichtbaar zullen zijn. Hier vinden ze aansluiting bij de bestaande windmolens.

20

Recreatie

Natuur

Zonnepark van 5 hectare

21

3.2 Variant 2 - Industrieel energielandschap In de industriele variant ligt de nadruk op het energielandschap. Er is nu minder ruimte voor natuur en recreatie. Wel is het Schoteroog nog goed bereikbaar vanaf de Mooie Nel en kan er langs het water gerecreerd worden. Vanaf de Spaarne en de haven nabij de Schoterbrug zullen de zonnepanelen zichtbaar zijn.

22

Recreatie

Natuur

Zonnepark van 10 hectare

23

3.3 Profiel, zonnepark Schoteroog In het profiel is zichtbaar dat de zonnepanelen vanaf het water niet zichtbaar zijn. Er zijn eigenlijk twee verschillende werelden gecreerd, nameijk het zonnepark aan de kant van het bedrijventerrein en de recreatie / natuur zijde aan de waterkant.

Door een dichte beplantingsstrook zullen de zonnepanelen deels uit het zicht verdwijnen vanaf de Mooie Nelweg.

24

Op het hoogste punt van Schoteroog wandel je tussen het groen, met af en toe een zichtlijn richting Haarlem en op het water van de Mooie Nel.

Langs het water wordt een bijzondere recreatie- en natuur wereld gecreëerd waar wandelen, sporten en evenementen kunnen plaatsvinden.

25

3.4 Impressie, zonnepark Schoteroog Om een goed idee te krijgen van de impact zijn er verschillende impressies gemaakt:

26

27

3.5 Wrap-up Atelier Schoteroog Tijdens verschillende brainstormsessies is informatie opgehaald voor zonnepark Schoteroog. Daarnaast is er met bewoners uit de omgeving gesproken. Er zijn twee varianten gepresenteerd. In de brainstormsessie is er gesproken over ambitie, kansen en uitdagingen. Ook zijn er tips opgehaald. De volgende stakeholders waren betrokken bij de brainstormsessie:

28

Ambities

Kansen

Uitdagingen

Tips

29

Wrap-up Atelier Schoteroog De belangrijkste uitkomsten uit het atelier zijn hieronder beschreven.

NNN Vanuit de NNN gezien is het belangrijk om de groen- en ecologische structuur in Haarlem te beschermen. Schoteroog is een beschermd gebied binnen UNESCO en de stelling van Amsterdam. Daarnaast is het ook een bijzonder provinciaal landschap. Met het huidige project zijn er kansen om de biodiversiteit te vergroten en kan met behulp van compensatie de ecologische waarden worden behouden en omgezet worden naar hoogwaardige kwaliteiten. Deze compensatie dient wel goed geformuleerd worden en voldoende draagvlak te hebben. Rekening houden met voldoende draagvlak dient ook bij het openbare belang van energie opwekking te worden meegenomen als aandachtspunt, niet alleen nu maar ook voor de toekomst.

Functioneel

Landschap

- Balans tussen natuur en recrea - Goede landschappelijke inpass - Kan meerwaarde aan het gebie - Draagt bij aan de nergietransiti - Er komt zo meer aandacht voor - De toekomst wordt geïntroduce - Het gebied krijgt een multifunc recreatie en energie)

Voor het ontwikkelen van Schoteroog is het belangrijk om een goede landschappelijke inpassing te hebben. Er dient een balans te worden gecreëerd waarbij zorgvuldig wordt omgaan met natuur, landschap, cultuurhistorie en recreatie. Schoteroog is een locatie die uitermate geschikt is voor multifunctioneel ruimtegebruik en veel ontwerp vrijheid biedt. Het zou bijvoorbeeld een proeftuin kunnen zijn of bijdragen aan educatie en met een eyecatcher zou het een echt icoonproject kunnen worden. Wel moet goed gekeken worden naar de kernkwaliteiten van het landschap in combinatie met de Stelling van Amsterdam, UNESCO en de NNN waarden.

30

RES Voor de RES worden er veel kansen gezien voor Schoteroog. De gemeente Haarlem heeft namelijk de ambitie om 750 TJ aan schone stroom op te wekken in 2030 en Schoteroog kan hierbij een belangrijke rol spelen. Schoteroog kan daarbij een kwaliteitsimpuls voor zonneparken zijn en bijdragen aan een beter klimaat en bijvoorbeeld ook een duurzaam bedrijventerrein in samenhang met bedrijventerrein Waardepolder. Belangrijk om rekening mee te houden bij de realisatie zijn de hoogte van de windmolens, maar ook het betrekken van omwonenden en een maatschappelijk draagvlak creëren.

Zonnepark

atie sing ed toevoegen ie en zo een beter klimaat r Schoteroog eerd (proeftuin) ctionele functie (matuur,

Samenwerken

Binnen dit project is het belangrijk om samen te werken. Er dient een gezamenlijk belang te worden geformuleerd waarin een goede transparante afstemming en relatie tussen alle partijen naar voren komt. Het dient een evenwichtige ontwikkeling te zijn waarin bijvoorbeeld initiatiefnemers worden geholpen maar ook participatie met omwonenden en belanghebbenden wordt gestimuleerd. Heldere en realistisch doelen helpen hierbij. Kansen zijn er vooral door de bijzondere samenwerking tussen de verschillende stakeholders. Hierdoor is er veel kennis aanwezig. De belangen liggen nog wel iets uit elkaar. Zo is er het spanningsveld tussen geld verdienen en geld uitgeven, maar ook het aandeel van groen tegenover opwekkingscapaciteit. Het is daarom van belang een goede prioritering aan te brengen om deze uitdagingen om te zetten naar oplossingen.

31

3.6 Schetsontwerp Naar aanleiding van de uitkomsten in de gesprekken met stakeholders en analyse is er een schetsontwerp gemaakt die aansluit bij belangrijke voorwaarden en wensen van geinteresseeerde en stakeholders. Het ontwerp houdt rekening met de UNESCO grens en er is ervoor gekozen om de vorm van de bestaande beplanting te volgen.

32

Natuur en recreatie

Zonnepark Zonnepark

Zonnepark

33

r

r

r

eg senw euwis

k

r

r

r

eweg turbin Wind

k

k

k

r

2

34

r

r

k r

r

k

k

k

k

r

k

Inpassingsplan

r

Mooie

Het Nelpa

d

i npa ssi ngspl a n

is

een

i nspi rerende

pl attegrond wa a r dui del i j k wordt wat de i deeen en wensen zi j n. In het i npa ssi ngspl a n wordt dui del i j k wa a r het zonnepa rk een pl ek k ri j gt en hoe deze l a ndsc ha ppel i j k wordt i ngepa st. Ook het watersysteem wordt verder ui tgewerkt. Een bepl a nti ngsi ndi cati e zorgt voor het i nz i c htel i j k ma ken va n de a a n te pl a nten bepl a nti ng. r

r

d

Mooie Nelpa

r

r

35

4.1 Inpassingsplan Het hele zonnepark wordt omringd door groene beplanting van 3 meter breed. Aan de randen wordt het zonnepark omgrensd met bestaande beplanting.

r

r

r

r

M

r

r

r

r

r

ues

Jacq Meu eg

enw

wiss

k

r r r k

rbin

Windtu g

ewe

k

k

20-24

k r r

2

k

r

k

k

26

k

k

k k

r r

r

r

r

4 r

r

36

k

r r

Legenda 1:500

VERHARDINGEN Bestaand recreantiepad

Bestaand zandpad

Legenda 1:500 Legenda 1:500

Zand met grasstrook van 1,5m breed, indicatief ingetekend wegens onbreken belijning BGT

Nieuw beheerpad

Grasstrook van 1m breed

VERHARDINGEN VERHARDINGEN GROEN

Bestaand recreantiepad Bestaand recreantiepad

Bestaand zandpad Zand met grasstrook van 1,5m breed, indicatief ingetekend Bestaand zandpad wegens onbreken belijning BGT

Groene kraag

Groene kraag

Zand met grasstrook van 1,5m breed, indicatief ingetekend wegens onbreken belijning BGT

Groenvoorziening van 3m breed, huidig sortiment behouden Nieuw beheerpad en versterken Grasstrook van 1m breed

Groenvoorziening van 3m breed, aanbrengen nieuw sortiment voor hogere biodiversiteit

Nieuw beheerpad

Grasstrook van 1m breed

INRICHTINGSELEMENTEN GROEN Zonneweide Nader in te richten zonneweide met pv panelen GROEN

Groene kraag Groenvoorziening van 3m breed, huidig sortiment behouden Groene kraag en versterken

Groene kraag Groenvoorziening van 3m breed, aanbrengen nieuw Groene kraag sortiment voor hogere biodiversiteit

Groenvoorziening van 3m breed, huidig sortiment behouden en versterken

Groenvoorziening van 3m breed, aanbrengen nieuw sortiment voor hogere biodiversiteit

ONDERGROND INRICHTINGSELEMENTEN BGT ondergrond INRICHTINGSELEMENTEN

Zonneweide Nader in te richten zonneweide met pv panelen Zonneweide Nader in te richten zonneweide met pv panelen

KADASTRALE INFORMATIE EN GRENZEN ONDERGROND Kadastrale ondergrond ONDERGROND BGT ondergrond BGT ondergrond

ALGEMEEN KADASTRALE INFORMATIE EN GRENZEN Projectgrens KADASTRALE INFORMATIE EN GRENZEN Kadastrale ondergrond Kadastrale ondergrond UNESCO grens

Aan de noordoostzijd van de UNESCO grens geen zonneweide mogelijk

ALGEMEEN ALGEMEEN

Projectgrens Projectgrens

UNESCO grens Aan de noordoostzijd van de UNESCO grens geen UNESCO grens zonneweide mogelijk

ooie

Aan de noordoostzijd van de UNESCO grens geen zonneweide mogelijk

Nel

pad

Moo

ie Nel

ooie

pad

Nel

pad

r

Principeprofiel Schaal 1:50

Indicatie schaduwwerking

2.50

r

r

Principeprofiel Schaal 1:50 Principeprofiel Schaal 1:50

1.50

1.00

3.00

Indicatie

schaduwwerking Indicatie schaduwwerking Beheerpad Zonneweide

2.50 2.50 Recreatiepad

Omgeving Gras

Groene kraag

Halfverhard

Bosschage gemengd

Gras

1.50

5.50 3.00

1.00

1.50

3.00

1.00

PV panelen oost-west

Principeprofiel: Landschappelijke inpassing zonneweide

r

Omgeving

Recreatiepad

Groene kraag

Omgeving

Recreatiepad Halfverhard

Groene kraag Bosschage gemengd

Gras

Halfverhard

Bosschage 5.50 gemengd

OverzichtGras Schaal 1:10.000

Beheerpad

Zonneweide

Beheerpad Zonneweide PV panelen oost-west Gras PV panelen oost-west Gras

5.50

Principeprofiel: Landschappelijke inpassing zonneweide Principeprofiel: Landschappelijke inpassing zonneweide r

r

Mooie Nelpad

Overzicht Schaal 1:10.000 Overzicht Schaal 1:10.000

r

Maten in meters, tenzij anders vermeld Materiaalmaten in mm, tenzij anders vermeld Peilmaten in meters t.o.v. N.A.P., tenzij anders vermeld Diameters in mm, tenzij anders vermeld

3 2 1 Code Mooie Nelpad

r

Mooie Nelpad

r

LF LF LF Get.

MR MR MR Gec.

0

Kleur toevoegen Begrenzing Unesco toevoegen en aanpassen inpassing Opstellen tekening en opzetten ondergrond met inpassing Wijziging

100

200

300

400m

21-03-2022 21-03-2022 02-03-2022 Datum

Project

Maten in meters, tenzij anders vermeld Materiaalmaten in mm, tenzij anders vermeld Maten in meters, tenzij anders Peilmaten in meters t.o.v. N.A.P.,vermeld tenzij anders vermeld Materiaalmaten mm, tenzij anders vermeld Diameters in mm,in tenzij anders vermeld

Inrichtingsplan Schoteroog

Peilmaten in meters t.o.v. N.A.P., tenzij anders vermeld Diameters in mm, tenzij anders vermeld

Onderdeel

Landschappelijke inpassing zonneweide 3 LF MR Kleur toevoegen 2 LF 3 LF Opdrachtgever 1 LF 2 LF Afvalzorg Code Get. 1 LF

MR MR MR MR Gec. MR Gec.

Status

Begrenzing Unesco toevoegen en aanpassen inpassing Kleur toevoegen Opstellen tekening en opzetten ondergrond met inpassing Begrenzing Unesco toevoegen en aanpassen inpassing Wijziging Opstellen tekening en opzetten ondergrond met inpassing Wijziging

Concept

Code Get. Projectnummer Project 722220067 Project Inrichtingsplan Schoteroog Teknr. 1/1 A0 Afm. Datum 21-03-2022 Inrichtingsplan Schoteroog Onderdeel Besteknr. n.v.t. Schaal variabel Landschappelijke inpassing zonneweide Onderdeel

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15666275/1