2 Bijlage 1 - Trendrapportage Gewoon in de Wijk 2024
Tekst van het document
4.3.2.
Opvang slachtoffers ernstig huiselijk geweld
De Blijf Groep biedt opvang van slachtoffers van ernstig huiselijk geweld als ambulante ondersteuning niet meer passend is om hulp en bescherming te bieden. Het is belangrijk dat vrouwen (en mannen) met of zonder kinderen die uitstromen uit de opvang naar zelfstandige huisvesting worden begeleid en ondersteund om een goede start te maken in een veilige situatie en vaak een nieuwe omgeving. Eerder zijn er door de Blijf Groep, de wijkteams en het CJG samenwerkingsafspraken gemaakt; Blijf Veilig Na Opvang. Deze 29 Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming, maart 2021
30
Leidraad werken aan Veiligheid, april 2024
Gemeente Haarlem – Maatschappelijke Ondersteuning; Jeugd, Onderwijs en Sport; Werk en Inkomen; Schulden, Minima en Sociale Recherche in samenwerking met Data, Informatie en Analyse
15
afspraken moeten worden geactualiseerd. De Blijf Groep biedt ambulante ondersteuning met als doel om een opname in de opvang te voorkomen door tijdig gespecialiseerde hulp en ondersteuning te bieden. Het is belangrijk dat Buurts de expertise van de Blijf Groep ambulant betrekt bij hun ondersteuning en met hen samenwerkt om huiselijk geweld te stoppen. Wat betekent dit voor Buurts? We vragen van Buurts om: • In 2025 samen met de gemeente en het CJG de beoogde rol en positie van lokale teams binnen het TKS (in samenhang met de ‘Leidraad werken aan Veiligheid’) voor te bereiden; • De jaarlijkse zelfscan op basis van de Leidraad werken aan veiligheid te doen; • De casusregierol van lokale teams bij Huiselijk geweld en kindermishandeling in samenwerking met het CJG en de gemeente te ontwikkelen en te implementeren; • Het werken volgens de visie Gefaseerd Samenwerken aan Veiligheid met de TOP3 methodiek te implementeren en de deskundigheid te borgen; • Deel te nemen aan de ontwikkeling en uitvoering van het regionale Koersplan Regionale aanpak Huiselijk Geweld en Kindermishandeling 2024-2027; • Samen met de Blijf Groep en het CJG de BVNO-afspraken te evalueren.
4.4
Opvang asielzoekers en statushouders
Het aantal asielzoekers dat in Haarlem opgevangen moet worden zal mede door de komst van de Spreidingswet, naar verwachting in 2025 flink oplopen. Mogelijk wordt in lijn met het hoofdlijnenakkoord de Spreidingswet vervangen door de Asielwet, maar dat is nu nog niet aan de orde. Om de asielzoekers in een zo vroeg mogelijk stadium te ondersteunen bij activering en/of werk wordt de samenwerking tussen COA, gemeente en partners geïntensiveerd. Ook hebben gemeenten te maken met een oplopende taakstelling huisvesting statushouders. De eerste 12 maanden na huisvesting binnen de gemeente worden statushouders begeleid door Stichting Vluchtelingenwerk. Indien nodig en gewenst worden zij na deze periode warm overgedragen naar het wijkteam van Buurts. Daarbij is de verwachting dat we ook dit jaar meer alleengaande statushouders zullen moeten huisvesten (inclusief nareizigers). Daardoor zullen er relatief meer huishoudens gehuisvest moeten worden en kan de vraag om ondersteuning toenemen. 31
Wat betekent dit voor Buurts? Het ‘in een zo vroeg mogelijk stadium ondersteunen met activering en/of werk van asielzoekers’ zal in samenspraak met het COA de aankomende periode gecontinueerd en waar nodig geïntensiveerd moeten worden. De verhoogde instroom van statushouders kan zorgen voor een toename van het aantal warme overdrachten naar Buurts en een verhoogde ondersteuningsbehoefte. Daarnaast kan de vraag om passend aanbod voor mensen met een andere culturele achtergrond toenemen in alle onderdelen van de opdracht Gewoon in de Wijk, zoals Waardevol Werk.
4.5
Integraal Zorgakkoord/Gezond en Actief Leven Akkoord
Het Integraal Zorgakkoord (IZA) heeft als doel de zorg voor de toekomst goed, toegankelijk en betaalbaar te houden. Met het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) wordt een gerichte lokale en regionale aanpak op het gebied van preventie, gezondheid en sociale basis ingericht. Hiervoor zijn afspraken gemaakt vanuit een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de rijksoverheid, gemeenten en zorgverzekeraars.
4.5.1
IZA
Voor het IZA is een regiobeeld vastgesteld om de belangrijkste vraagstukken in de regio op het gebied van gezondheid te formuleren. Dit is door Zilveren Kruis in samenwerking met de gemeenten uit de regio (Zuid- en Midden-Kennemerland), SIGRA (brancheorganisatie van zorg en welzijn inclusief Buurts) en GGD gedaan. Naar aanleiding van dit regiobeeld is toegewerkt naar een regioplan dat eind 2023 is vastgesteld31. Hierin staan opgaven en doelstellingen genoemd op de thema’s: ouderen en multimorbide patiënten; acute zorg; gezondheidsverschillen; mentale gezondheid; digitalisering; en onderwijs en arbeidsmarkt. Per thema wordt een werkagenda opgesteld om de doelen uit het Regioplan te realiseren. Bij de verschillende thema’s wordt de beweging ingezet van ziekte en zorg naar gezondheid en gedrag. Het sociaal domein is hierin een belangrijke speler. Op de verschillende thema’s wordt gewerkt aan transformatieplannen die deze beweging moeten faciliteren. Juist omdat het sociaal domein een belangrijke speler is vraagt dit een behoorlijke inspanning vanuit dit domein. In eerste instantie om deel te nemen aan de verschillende tafels en mee te schrijven aan transformatieplannen, maar uiteindelijk ook om hier uitvoering aan te geven.
Vanuit de SPUK IZA (regionale middelen voor gemeenten) wordt specifiek ingezet op het versterken van de preventieve infrastructuur om de samenwerking tussen het medische (1e
Regioplan Kennemerland, december 2023
Gemeente Haarlem – Maatschappelijke Ondersteuning; Jeugd, Onderwijs en Sport; Werk en Inkomen; Schulden, Minima en Sociale Recherche in samenwerking met Data, Informatie en Analyse
16
lijn) en sociaal domein versterken. Zo moeten professionals tijd hebben om af te kunnen stemmen en moeten er procesafspraken gemaakt worden, over bijvoorbeeld patiënt/cliëntstromen.
gemeenschappelijke (ontmoetings-)ruimtes in wooncomplexen, exclusief voor de bewoners óf ook voor de buurtbewoners.
4.5.2
Voor alle genoemde aandachtsgroepen is het nodig dat met het actieprogramma wordt ingezet op inclusieve, zorgzame wijken. Dat wil zeggen: sterke gemeenschappen waarin bewoners naar elkaar omkijken, nabijheid van laagdrempelige ondersteuning (Buurts), nabijheid van andere voorzieningen (zoals huisarts en supermarkten) en een openbare ruimte die toegankelijk is en uitnodigt tot ontmoeten en bewegen.
GALA
Het GALA is in uitvoering en in Haarlem wordt ervoor gekozen om een deel van de GALA middelen gericht in te zetten, gekoppeld aan de wijkaanpak Meerwijk. Hiermee willen we vooral werken aan het verkleinen van gezondheidsachterstanden in deze wijk. Naast wijkgericht investeren we ook extra op het thema mentale gezondheid (jeugd). De ketenaanpakken (valpreventie, gezond gewicht, kansrijke start en welzijn op recept) worden regionaal vormgegeven. Hierna volgt een vertaling naar de lokale uitvoering.
Wat betekent dit voor Buurts? Buurts is betrokken bij alle ontwikkelingen op het gebied van wonen en zorg door deelname aan bestuurlijke overleggen en werkgroepen. Buurts is een cruciale partij bij het verder invullen van het concept inclusieve, zorgzame wijk, in het verlengde van de eigen wijkprogrammering. Daarnaast is Buurts een partij bij het bevorderen van gemengd wonen. In het bijzonder bij het invulling geven aan gemeenschappelijke ruimten. Daarbij is het steeds de vraag hoe community building in deze ruimte zich verhoudt tot community building in de wijk. In dat laatste geval heeft Buurts in elk geval een rol, terwijl het in het eerste geval een afweging is die Buurts elke keer moet maken.
Wat betekent dit voor Buurts? Vanuit IZA (SPUK) ontvangt Buurts middelen om de preventieve infrastructuur te versterken. In 2024 wordt dit verder uitgewerkt en geïmplementeerd. Hierin wordt ook gekeken naar de versterking van beleidscapaciteit zodat Buurts een bijdrage kunnen leveren op de inhoudelijke thema’s en eventueel te maken transformatieplannen. Verder is Buurts nauw betrokken bij de wijkaanpak Meerwijk. In de tweede helft van 2024 moet duidelijk zijn wat er vanuit GALA extra ingezet gaat worden in Meerwijk, waarbij Buurts één van de uitvoerende partijen is.
4.7 4.6
Actieprogramma Wonen en Zorg
In lijn met de landelijke programma’s ‘ en thuis voor iedereen’ 32 en ‘Wonen en Zorg voor ouderen’33 werkt de gemeente aan een Actieprogramma Wonen en Zorg. Dit programma richt zich met name op mensen met een psychische kwetsbaarheid, dak- en thuislozen, jeugd en ouderen. De opgave voor de eerste twee aandachtsgroepen staat in hoofdlijnen in paragraaf 4.1 beschreven. De regionale huisvestingsopgave voor deze aandachtsgroepen wordt in het actieprogramma vertaald naar een lokale opgave. Hierbij wordt onder andere ingezet op meer differentiatie in woonvormen tussen volledig zelfstandig wonen en intramuraal verblijf. Gemengd wonen en gemeenschappelijke ruimten in wooncomplexen worden daarbij gezien als kansrijke interventies. De opgave voor jeugd staat beschreven in paragraaf 4.7. De opgave op het gebied van wonen en zorg voor ouderen is reeds uitgewerkt in de Stadsdeal Ouderenhuisvesting34. De huisvestingsopgave is recent geactualiseerd als gevolg van veranderend landelijk beleid. Hierbij is ook aandacht voor 32 33
Kleinschalige woonvoorzieningen Jeugdhulp
Een thuis voor iedereen, mei 2022 Wonen en Zorg voor ouderen, november 2022
Vanuit het Rijk moeten alle gesloten jeugdhulpinstellingen voor jongeren die zonder behandeling een risico voor zichzelf of hun omgeving vormen in 2030 zijn verdwenen35. Kleinschalige woonvoorzieningen in de wijken zijn het alternatief. Dit raakt de opdracht Gewoon in de Wijk. Het gaat hier om kleinschalige woonvormen (KWV's) van ongeveer 4-10 jongeren. Dit is een bovenregionale opdracht en de KW ’s worden verspreid over de regio. Er wordt gewerkt aan de ontwikkeling van twee locaties in Haarlem. Wat betekent dit voor Buurts? De aanwezigheid van kwetsbare jongeren in wijken beïnvloedt de vraag naar en het aanbod van meer passend en divers jeugd- en jongerenwerk. Ook neemt de vraag naar andere vormen van ondersteuning specifiek voor jongeren, zoals Waardevol werk, toe.
34
Stadsdeal Ouderenhuisvesting, februari 2022
35 Kamerbrief passende zorg voor jeugdigen die bescherming en veiligheid nodig hebben, juli 2022
Gemeente Haarlem – Maatschappelijke Ondersteuning; Jeugd, Onderwijs en Sport; Werk en Inkomen; Schulden, Minima en Sociale Recherche in samenwerking met Data, Informatie en Analyse
17
4.8
Hervormingsagenda Jeugd
Wat betekent dit voor Buurts? Vanuit de Hervormingsagenda Jeugd zal ook de reikwijdte van wat onder jeugdhulp valt nader worden bepaald. Naar verwachting gaat dit om een beperking van de reikwijdte en zal hierdoor minder hulp onder de jeugdwet vallen. Dit maakt dat er meer aanbod gericht op ondersteuning vanuit het voorveld verwacht wordt. Dit kan gevolgen hebben voor het voorveld van preventieve jeugdhulp, waar ook Buurts in actief is. Zo zal er gekeken worden hoe dit voorveld beter aan kan sluiten bij en goed kan schakelen met de gespecialiseerde jeugdhulp en samenwerking heeft met onderwijs. Ook wordt verwacht dat Buurts samen met de consortia in de jeugdhulp collectief aanbod voor jeugd ontwikkelt.
In juni 2023 is de Hervormingsagenda Jeugd36 vastgesteld. Deze bevat een groot pakket maatregelen om de jeugdzorg te verbeteren en financieel houdbaar te krijgen en te houden. Er zal structureel worden geïnvesteerd in de landelijke kwaliteit en effectiviteit van jeugdhulp. Daarnaast is er de opdracht om meer verbinding te leggen tussen jeugdhulp en het onderwijs en te kijken naar bredere aspecten in het leven van gezinnen (zoals (jeugd)gezondheidszorg, schulden, ouders met GGZ- of andere problematiek, vechtscheidingen) en het maken van afspraken over de rollen en verantwoordelijkheden van de andere sectoren in het adresseren van de vraag naar jeugdhulp. Dit vraagt om een verdere versterking van de sociale basis specifiek voor jeugdige. Ondertussen komt de sociale basis voor jeugd verder onder druk te staan. De budgetten voor preventie zijn de afgelopen jaren niet meegegroeid en de problematiek in de jeugdhulp neemt toe. Door oplopende wachttijden wordt er een oplossing gezocht in het voorveld die niet altijd realistisch is. Daarbij heeft Haarlem ook te maken met een bevolkingsgroei en wordt de groep jongeren steeds groter.
4.8.1
Samenwerking CJG en Wijkteam
Het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) behoudt zijn autonome rol als spin in het web bij vragen van ouders en verzorgers over opvoeden en opgroeien. Er is een nauwe samenwerking met de wijkteams van Buurts. Vanuit de Hervormingsagenda Jeugd is het essentieel dat verder wordt ingezet op een nog stevigere samenwerking tussen de lokale teams (wijkteams en CJG). Sommige jeugdigen of hun ouders of opvoeders krijgen te maken met problemen die verder reiken dan vanuit het dagelijks netwerk opgelost kan worden. Voor hen is passende ondersteuning nodig. Daarvoor zijn in de wijk laagdrempelige, kwalitatief goede, lokale teams nodig (met stevige relaties naar specialistische jeugdhulp indien passend). Zo kan samen met jeugdigen en hun ouders goed bezien worden wat nodig is, verbindingen worden gelegd met het bestaande informele en formele netwerk rondom de jeugdigen, en waar men ook zelf hulp kan bieden. Om zo beter te bepalen wat nodig is. Deze hulp kan gevonden worden bij het CJG als de oorzaak van het probleem bij de opvoeding of ontwikkeling ligt. Wanneer er sprake is van problematiek bij ouders of volwassenen is het wijkteam het meest passend. Wanneer er sprake is van beide, is de samenwerking tussen het CJG en de wijkteams essentieel.
36 37
Niet elke jeugdhulpvraag behoeft een antwoord in de vorm van de inzet van Jeugdhulp. Soms zijn een paar gesprekken met een medewerker van een lokaal team of een cursus het antwoord. Ook kan een interventie in achterliggende gezinsproblematiek meer passend zijn of is iemand gebaat bij laagdrempelig aanbod voor jongeren die bijvoorbeeld kampen met sombere gevoelens of lotgenotencontact voor jongeren die zich eenzaam voelen. Van Buurts wordt verwacht dat zij deze inzet in nauwe samenwerking met de Jeugdhulpconsortia afstemmen. Het Rijk schrijft met haar landelijke beleid uit de Hervormingsagenda Jeugd voor om zeer specifiek te kijken naar de inzet van jeugdpreventieve activiteiten en deze beter af te stemmen op de ondersteuningsbehoefte van kwetsbare kinderen en jongeren. Het vraagt dus meer inzet op het vergroten van de veerkracht van kinderen en hun ouders en hen – vroegtijdig of na inzet van jeugdhulp – te ondersteunen bij hun vragen.
Hervormingsagenda Jeugd 2023-2028, juni 2023 Participatiewet in Balans, juni 2022
4.9
Wijzigingen Participatiewet 2025
In juni 2022 is een beleidsplan gepresenteerd om de Participatiewet weer in balans te brengen37. In 2023 is het beleidsplan verder geactualiseerd en het programmaplan Participatiewet in balans gepresenteerd 38. Met het programma wil het Rijk concrete stappen zetten om niet de regels, maar de mens achter de uitkering centraal te stellen en daarmee de ervaren hardheden weg te nemen. In het plan zijn drie sporen gepresenteerd: maatregelen voor de korte termijn (spoor 1), maatregelen voor de lange termijn (spoor 2) en het vergroten van de vakkundigheid van de professionals om hen meer ruimte te bieden naast de bijstandsgerechtigde te staan (spoor 3). Per 1 januari 2025 worden ruim 20 maatregelen van kracht die de Participatiewet meer in balans moet brengen (spoor 1). Met 38
Programmaplan Participatiewet in Balans, december 2023
Gemeente Haarlem – Maatschappelijke Ondersteuning; Jeugd, Onderwijs en Sport; Werk en Inkomen; Schulden, Minima en Sociale Recherche in samenwerking met Data, Informatie en Analyse
18
de maatregelen worden onder andere de bijverdiengrenzen verruimd en komen er ruimere mogelijkheden voor het geven van mantelzorg. In aanloop naar deze wetswijziging heeft Haarlem eind 2023 al gekozen om een aantal maatregelen eerder toe te passen, zoals het werken met een voorschot na melding uitkering en het invoeren van een bijverdienpremie bij parttime werk in de uitkering. Op onderdelen doet Haarlem ook al meer, zoals het verhogen van de giftendrempel naar €1.800 euro in plaats van de €1.200 in de aangekondigde wet. De wettelijke wijzigingen zullen in 2025 verder worden geïmplementeerd. Het pakket aan maatregelen geeft de professional meer ruimte om te doen wat nodig is om mensen goed te ondersteunen bij de stap naar werk of andere vormen van participatie en te zorgen voor een toereikend inkomen. In 2024 is een start gemaakt met het project versterken van vakmanschap (spoor 3) om professionals in staat te stellen de inwoner met een uitkering zo goed mogelijk te ondersteunen. Dit project zal ook in 2025 doorlopen. Spoor 2 vraagt een herziening van de Participatiewet en een nieuw wetstraject en zal naar verwachting pas in 2026 van start gaan.
Wat betekent dit voor Buurts? Het is belangrijk dat Buurts en alle onderaannemers op de hoogte zijn van de wettelijke wijzigingen, dat er ruimte is voor menselijk maat en er heldere is bij wie van de gemeente zij terecht kunnen, zodat de inwoner die de stap naar werk kan maken of een uitkering nodig heeft warm wordt overgedragen door Buurts. Daarbij is het belangrijk dat Buurts een actieve rol neemt in het signaleren en adresseren van belemmeringen voor inwoners in het switchen tussen uitkering en werk en andersom (simpel switchen).
&Welzijn, Onderwijs en Techniek en om jaarlijks eventuele focus op specifieke groepen werkzoekenden vast te stellen. Voor 2024 is gekozen om te focussen op mensen die vallen onder de banenafspraak, mensen met een psychische kwetsbaarheid en de groep statushouders. Eind 2024 zal onderzocht worden welke doelgroepen eind 2025 gebaat zijn met extra focus. Op deze manier kunnen middelen en capaciteit gerichter worden ingezet. In 2024 zijn ook de sectorplannen verder vormgegeven. Deze plannen zullen de komende jaren richtinggevend zijn voor projecten binnen deze sectoren. Verder is in de regio toegewerkt naar één digitaal én fysiek loket waar alle werkzoekenden, werknemers en werkgevers in de regio met hun hulpvraag over werk en scholing terecht kunnen: het Werkcentrum. Het ‘no-wrong-door’- principe is hierin leidend. Het Werkcentrum is een netwerksamenwerking tussen gemeenten, UWV, onderwijs, vakbonden en werkgeversorganisaties. Het ‘Leerwerkloket’, ‘Werkgeversservicepunt ZKIJ’ en het ‘Regionaal Mobiliteitsteam ZKIJ Werkt Door’ gaan op in het Werkcentrum. In 2024 is een minimumvariant van het Werkcentrum neergezet. Dit betekent een digitaal loket, een fysiek loket in Haarlem en fysieke inloopspreekuren in de IJmond.
Op landelijk niveau wordt er nog nader invulling aangegeven aan de Werkcentra en op basis daarvan wordt de minimumvariant van het Werkcentrum in 2025 verder doorontwikkeld. Wat betekent dit voor Buurts? Het is belangrijk dat Buurts wordt meegenomen in deze ontwikkelingen en weet dat inwoners terecht kunnen bij het Werkcentrum op het gebied van leren, werken en loopbaan. Bij de uitwerking van het Focusplan Zorg wordt geen directe rol van Buurts verwacht. Hiervoor zit de regio met Sigra om tafel. In de rol van werkgever kan Buurts de komende vijf jaar profiteren van de aangebrachte focus op de sector Zorg & Welzijn.
4.10 Regionale ontwikkelingen: Strategische arbeidsmarktagenda 2023-2027 en oprichting Werkcentrum Zuid-Kennemerland en IJmond in 2025
4.11 Wijkgerichte aanpak kinderarmoede
In de arbeidsmarktregio Zuid-Kennemerland en IJmond werken de zeven regiogemeenten, UWV, onderwijs en werkgevers- en werknemersorganisaties aan een goed functionerende en toekomstbestendige regionale arbeidsmarkt. anuit deze samenwerking is de ‘Regionale strategische arbeidsmarktagenda Zuid-Kennemerland & IJmond 2023-2027’ opgesteld 39. De ambities hiervan zijn: een inclusieve arbeidsmarkt, een duurzame plek op de arbeidsmarkt, en de realisatie van de maatschappelijke opgaven. Om deze ambities te realiseren is de keuze gemaakt om focus aan te brengen op het ondersteunen van de sectoren Zorg
Om bepaalde grote thema’s in de samenleving samen met het college en met de juiste focus aan te pakken, heeft de Haarlemse gemeenteraad vorig jaar het A-dossier geïntroduceerd. Dit is een onderwerp waarbij de raad actief betrokken is in het gesprek met de stad. Om hiervoor in aanmerking te komen, moet het thema voldoen aan de criteria voor participatie en besluitvorming. De aanpak van kinderarmoede voldoet aan deze voorwaarden. Het doel van dit A-dossier is om gezamenlijk tot stappen te komen om kinderarmoede te bestrijden en kinderen meer kansen te geven. Het streven is om in 2024 de nieuwe aanpak klaar te
39
Regionale strategische arbeidsmarktagenda Zuid-Kennemerland & IJmond 2023-2027, september 2023 Gemeente Haarlem – Maatschappelijke Ondersteuning; Jeugd, Onderwijs en Sport; Werk en Inkomen; Schulden, Minima en Sociale Recherche in samenwerking met Data, Informatie en Analyse
19
hebben met keuzes om kinderarmoede te bestrijden en vast te stellen in de raad als onderdeel van de actualisatie van de beleidsvisie Armoede en Schulden. In opdracht van het college is er een 213a onderzoek uitgevoerd naar de doelmatig- en doeltreffendheid van het Haarlemse minimabeleid. De conclusie van dit onderzoek is dat dit beleid doelmatig en doeltreffend is. Het minimabeleid in Haarlem is compleet en wordt goed onder de aandacht gebracht. Zo groeit één op de acht kinderen in Haarlem op in een gezin met een inkomen tot 130% van de bijstandsnorm, maar zijn vrijwel alle kinderen in beeld bij de gemeente of bij de samenwerkende partners. Met name voor gezinnen met kinderen zijn de gemeentelijke regelingen daadwerkelijk nodig om alle noodzakelijke uitgaven te doen. De bevindingen uit het 213a-onderzoeksrapport worden ook gebruikt om het minimabeleid aan te scherpen en te actualiseren.
specifieke vorm van participatie definitief verankerd. Met het uitdaagrecht kunnen inwoners verzoeken om de uitvoering van een taak van de overheid over te nemen, al dan niet met bijhorend budget, omdat zij denken deze taak beter of efficiënter te kunnen uitvoeren. De gemeente Haarlem zet met het Programma Versterken Lokale Democratie al meerdere jaren in op het verbeteren van de betrokkenheid van haar inwoners. Door experimenten en nieuwe vormen wordt onderzocht hoe de Haarlemmer beter betrokken kan worden bij beleidsvorming en de eigen leefomgeving. Zo is de afgelopen jaren geëxperimenteerd met het uitdaagrecht, het burgerberaad en het democratisch wijkbudget (Wijk aan Zet). Wijk aan Zet is een instrument om enerzijds actieve en nieuwe groepen bewoners betrekken bij het vormgeven van de leefomgeving en anderzijds geeft het een goed beeld van de behoeften, wensen en eigen kracht binnen een wijk. De afgelopen jaren is Wijk aan Zet in Schalkwijk en Oost uitgevoerd. De volgende edities zullen plaatsvinden in Haarlem-Noord en Oost.
Wat betekent dit voor Buurts? Het 213a onderzoek heeft veel wijkinformatie opgeleverd die ook voor Buurts interessant is ten behoeve van hun gebiedsplannen en wijkprogrammering. De gemeente zal de opgehaalde informatie onder andere gebruiken om samen met de Haarlemse Alliantie tegen Kinderarmoede (HATKA), waar Buurts onderdeel van is, een actieplan op te stellen om het bestrijden van Kinderarmoede een boost te geven.
Wat betekent dit voor Buurts? Het is belangrijk dat Buurts op de hoogte is en wordt meegenomen in de ontwikkelingen rond de versterking van de participatie op decentraal niveau. Verder zijn de lokale netwerken en kennis van Buurts essentieel voor het functioneren en laten slagen van Wijk aan Zet. Daarmee is Buurts een belangrijke actor als kenner van de buurt en in een meer faciliterende rol. Bijvoorbeeld in het verspreiden van informatie en het ondersteunen van plannenmakers.
Verder blijkt uit het onderzoek dat het beleid en de wijze van uitvoering in Haarlem helder en duidelijk is vormgegeven en dat de samenwerking tussen gemeente en partners in de stad goed is. Buurts heeft een grote rol in deze samenwerking. Nu de eerste opbouwfase van Buurts achter de rug is, verwachten we dat de samenwerking tussen Buurts, de gemeente en andere partners in de stad verder versterkt zal worden.
4.12 Versterken Participatie en Lokale Democratie Met de ‘Wet versterking participatie op decentraal niveau40’ wordt beoogd de betrokkenheid van inwoners bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid wettelijk te verankeren. Deze wet gaat per 2025 in en verplicht gemeenten en andere medeoverheden een ‘participatieverordening’ op te stellen met heldere kaders voor participatie. In Haarlem is deze ‘verordening participatie en uitdaagrecht’ afgelopen jaar vastgesteld41. Daarin staat vastgelegd hoe inwoners betrokken worden bij de voorbereiding, uitvoering én evaluatie van beleid. Dit zorgt bij zowel inwoners als volksvertegenwoordigers voor duidelijkheid over hoe participatie mogelijk is. Ook is met deze wet het uitdaagrecht als 40
Wet versterking participatie op decentraal niveau, juni 2024
41
Verordening participatie en uitdaagrecht gemeente Haarlem 2024
Gemeente Haarlem – Maatschappelijke Ondersteuning; Jeugd, Onderwijs en Sport; Werk en Inkomen; Schulden, Minima en Sociale Recherche in samenwerking met Data, Informatie en Analyse
20
5. Reflectie op het Jaarverslag 2023
begeleidingsindicaties hadden, maar binnen de oude contractafspraken lukte het nooit om dit te veranderen. Buurts toont na één jaar Gewoon in de Wijk al aan dat door deze begeleiding anders te organiseren veel inwoners met minder individuele begeleidingsuren, naar tevredenheid en ervaren effectief geholpen worden.
5.2. Collectiviseringsopgave Het derde element van de trendrapportage is een reflectie op het jaarverslag van Buurts. In dit jaarverslag legt Buurts verantwoording af over de kwaliteit, het bereik, de resultaten en de ervaren effectiviteit van de opdracht en geeft het een beschrijving van de voortgang op de uitvoering van de speerpunten. Buurts geeft in het begin van het jaarverslag een eerlijke en treffende omschrijving van het eerste jaar Gewoon in de Wijk. Er is veel gedaan, maar ook nog veel te doen. De opdracht is groot, maar daar is ook de tijd voor gegeven. De opdracht Gewoon in de Wijk is een wijziging naar een stelsel waarin ondersteuning en hulp dichtbij, in de wijk en voor en door inwoners wordt vormgegeven. Dit gaat niet zomaar. Dit is een proces dat enkele jaren zal duren, maar er zijn in 2023 flinke stappen gezet om hier naartoe te werken. In de volgende paragrafen worden een aantal onderdelen uit het jaarverslag van Buurts uitgelicht. In Bijlage 4 is het hele jaarverslag terug te lezen.
5.1. Ondersteuning door de Wijkteams Buurts heeft ervoor gekozen om te starten met de forse opgave van ‘de kanteling’. Dit is de overgang van wat voorheen een maatwerkvoorziening ambulante begeleiding of dagopvang was naar begeleiding vanuit het wijkteam en/of een passende (collectieve) voorziening in de wijk. Hoewel deze opgave groot was, heeft Buurts inmiddels alle 1.400 inwoners met een bestaande Zorg in Natura-maatwerkvoorziening evenals alle inwoners met een nieuwe ondersteuningsvraag, kunnen spreken en kunnen begeleiden vanuit de nieuwe beweging met als uitgangspunt dat de ondersteuning ‘licht waar het kan, zwaar waar nodig is’. Hierbij is veel aandacht geweest voor en ingezet op stevige wijkteams met voldoende capaciteit en kennis en kunde om inwoners met specifieke hulpvragen goed te begeleiden. Wanneer nodig werd het tempo van de kanteling heel bewust aangepast, naar dat wat haalbaar was. Hierdoor liep de kanteling weliswaar wat vertraging op en zorgde dit voor een financiële overschrijding, maar deze aanpak zorgde wel voor meer rust en vertrouwen bij inwoners, personeel en latende partijen. Met als belangrijkste resultaat dat de ingezette beweging ook lijkt te werken. Vanuit de gemeente werd al jaren geleden gesignaleerd dat de gemeente Haarlem in verhouding tot de rest van Nederland veel hogere en langdurige
Afgelopen jaar is er ook een start gemaakt met het collectiviseren van aanbod door onder andere wijkcontactvrouwen aan te stellen en de sociaal makelaars in de wijkteams te plaatsen. In de driehoek van de generalisten (die zicht hebben op individuele ondersteuningsvragen die in de wijkteams komen), de sociaal makelaars (met wijkkennis en ‘community gerichte focus’) en wijkondersteuners (praktische ondersteuning) zijn veel inwoners die zich bij Buurts meldden met een individuele vraag gekoppeld aan (collectieve) ontmoetingsactiviteiten en begeleid om hun eigen mogelijkheden te (leren) benutten. De nulmeting van de ervaren effectiviteit en kwaliteit laat ook zien dat er een goed fundament ligt om de samenredzaamheid verder te versterken. De gemeente ziet ook dat de aanvullende ondersteuning veel meer samenhang heeft gekregen. Voor deze specialistische ondersteuning, waarvoor de wijkteams onvoldoende zijn toegerust, zijn afspraken gemaakt met acht partijen. De keuze om met deze partners de ondersteuning in co-begeleiding (deels wijkteam en deels aanvullende ondersteuning) te bieden herkent de gemeente als een sterke methode. Zo kan precies daar waar nodig en integraal ondersteuning geboden worden.
Het verder ontwikkelen van collectief aanbod, juist vanuit deze aanvullende partners, draagt wat de gemeente betreft bij aan een sterke sociale basis voor inwoners die echt wat extra’s nodig hebben. Deze eerste veelbelovende stappen van collectiviseren zien we graag voortgezet worden in de komende jaren.
5.3. Sociale basis Buurts heeft ervoor gekozen om de sociale basis in 2023 zoveel mogelijk beleidsarm door te zetten. Veel partijen zijn opnieuw gecontracteerd. Buurts is vrij om te kiezen met welke partijen zij de opdracht het beste kunnen uitvoeren. De gemeente kan zich voorstellen dat om de opdracht Gewoon in de Wijk goed uit te kunnen voeren een verdere beweging naar de behoefte van de wijken nodig kan zijn. Hierbij vraagt het maken van keuzes met schaarse budgetten om een stevige regievoering van Buurts.
Gemeente Haarlem – Maatschappelijke Ondersteuning; Jeugd, Onderwijs en Sport; Werk en Inkomen; Schulden, Minima en Sociale Recherche in samenwerking met Data, Informatie en Analyse
21
Een sterke sociale basis is ook gebaat bij voldoende passende, laagdrempelige, en (vrij)toegankelijke locaties. Daarom is Buurts gestart met het beter huisvesten van wijkteams, het aanpassen van de inrichting van verschillende Huizen van de Wijk om ze een huiselijkere sfeer te geven, maar ook door meer ruimte te maken voor inwonersinitiatieven, vrijwilligersorganisaties zonder personeel en samenwerkingspartners. Hierbij is ook aandacht geweest voor gastvrijheid. Daarnaast is het Strategisch Huisvestingsplan Gewoon in de Wijk42 dat gezamenlijk is opgesteld om inzicht te krijgen in de huidige staat van het maatschappelijk vastgoed van Gewoon in de Wijk en de opgaven voor de komende jaren inzichtelijk te maken, een mooi resultaat. Dit plan geeft inzicht in de consequenties van maatschappelijke trends en beleidsambities voor de huisvesting van maatschappelijk vastgoed, inclusief de kosten die hieraan zijn verbonden. In het jeugd- en jongerenwerk is Buurts in 2023 begonnen aan een traject met Radar advies om samen met alle jeugd- en jongerenwerkpartijen te komen tot een gezamenlijke visie die door iedereen wordt onderschreven. Onze stad kent een veelheid aan partijen waar Buurts de samenwerking mee heeft voortgezet die stuk voor stuk een belangrijke bijdrage leveren aan het jeugd- en jongerenwerk.
Toch merken de gemeente en Buurts dat er nog een flinke opgave ligt om meer gebiedsgericht en binnen de gestelde budgetten een aanbod te ontwikkelen dat ervoor zorgt dat er daar waar nodig en passend bij de vraag voldoende jeugd- en jongerenwerk is.
5.4. Samenwerking op de grensvlakken De gemeente verwacht dat Buurts relaties onderhoudt en intensiveert op de grensvlakken van de opdracht. De meer gespecialiseerde vormen van ondersteuning (zoals jeugdhulp en maatschappelijke opvang en beschermd wonen) zetten bijvoorbeeld ook verder in op de beweging: meer preventief, ‘naar voren’, naar de eigen wijk en in de eigen leefomgeving. Hierbij zijn het preventief en out-reachend werken en het versterken van de leefbaarheid, cohesie in buurten en inwonersinitiatieven essentieel. Voor Buurts betekent dit dat de samenwerking op de grensvlakken met relevante partners versterkt moet worden. Hier zijn goede stappen in gezet, waaruit tevens blijkt dat er niet alleen verbinding is gemaakt, maar dat sommige zaken met een samenwerkingspartner als Buurts ook eenvoudiger ingericht kunnen worden. Zo heeft Buurts op het gebied van 18-/18+ samenwerkingsafspraken en gezamenlijke werkinstructies gemaakt met het CJG om een korte lijn tussen de CJG-teams en de wijkteams tot stand te brengen. Ook de samenwerking met het medisch domein is geïntensiveerd. 42
Zowel op wijkniveau, met de Krachtige Basiszorg in Europa- en Molenwijk, als op stedelijk en regionaal niveau met het bijdragen aan de totstandkoming van het regiobeeld en de regioplannen IZA/GALA; en het deelnemen aan de SIGRA-bestuurstafel. Rondom MO/BW heeft Buurts in 2023 het Pact voor Uitstroom getekend. Hierdoor kunnen inwoners bij uitstroom uit een beschermd wonen- of maatschappelijke opvangvoorziening begeleid worden door het wijkteam volgens de bestaande afspraken met de woningcorporaties om een goede landing in de wijk te borgen. Ook is Buurts, samen met de woningcorporaties en de gemeente gestart met het actieprogramma Housing First. In deze pilot krijgt een beperkte groep dakloze mensen direct een woning om te voorkomen dat ze de maatschappelijke opvang instromen of om de verblijfsduur in de maatschappelijke opvang sterk te beperken. De begeleiding die zij nodig hebben kan door het wijkteam in samenwerking met een gespecialiseerde partner geboden worden. Het blijft belangrijk om de relaties op deze grensvlakken te onderhouden en te versterken. Zo moet Buurts nauw samenwerken met de toegang tot en de aanbieders van het nieuwe product Beschermd Thuis om gezamenlijk te voorkomen dat er inwoners tussen wal en schip vallen.
5.5. Strategisch partnerschap Het eerste jaar Gewoon in de Wijk betekende een andere manier van samenwerken tussen de gemeente en Buurts. De gemeente heeft deze samenwerking als prettig, nauw en intensief ervaren. Toch blijven we gezamenlijk werken aan de juiste vorm om het partnerschap invulling te geven en samen te werken vanuit de eigen rol. Het blijft voor zowel Buurts als de gemeente een grote uitdaging om aansluitend op de integrale opdracht met één mond naar elkaar te spreken. Helpend hierbij was dat er tegen het einde van 2023 meer ‘vaste’ medewerkers in dienst waren bij Buurts, waardoor er echt gebouwd kan worden aan duurzame relaties. Ook is het gezamenlijk herijken van de overlegstructuur een grote stap geweest. Het partnerschap met Buurts kenmerkt zich door zowel ‘loslaten’ als ‘vasthouden’. Loslaten vanuit de gemeente, door Buurts de ruimte en de regie te geven over het invullen van de opdracht. En ‘vasthouden’, door vanuit de eigen rol, verantwoordelijkheden en deskundigheid samen te werken aan (beleids-)opgaven. Verder wordt steeds inzichtelijker dat de vraag van de gemeente om vanuit de leefwereld die Buurts vertegenwoordigt mee te denken over de ontwikkeling en invulling van rijks- en gemeentebeleid veel van Buurts vraagt.
De veelheid aan afdelingen van de gemeente die met Buurts samenwerken aan maatschappelijke opgaven, naast de opgaven die Buurts zelf al heeft om de organisatie op te bouwen, invulling te geven aan het eigen
Strategisch Huisvestingsplan Gewoon in de Wijk, juni 2024
Gemeente Haarlem – Maatschappelijke Ondersteuning; Jeugd, Onderwijs en Sport; Werk en Inkomen; Schulden, Minima en Sociale Recherche in samenwerking met Data, Informatie en Analyse
22
contractmanagement, de samenwerking met relevante andere partners in de stad en regio vorm te geven, en het ontwikkelen van innovatiekracht om de beweging naar Gewoon in de wijk te maken, is groot. Het is belangrijk hier gezamenlijk verder aandacht aan te besteden.
6. Prioriteiten 2025
5.6. Monitoring- en verantwoordingsinformatie
Hoewel de kaders van de opdracht Gewoon in de Wijk zijn vastgesteld in de Uitnodiging tot Inschrijving, kunnen er wel accenten worden meegegeven aan Buurts. Dit zijn geen grote veranderingen, maar op basis van de analyses uit voorgaande hoofdstukken ziet het college een aantal prioriteiten voor 2025 en verder.
Bij de start van de opdracht Gewoon in de Wijk hebben Buurts en de gemeente monitoringsen verantwoordingsafspraken gemaakt. Deze bestaan onder andere uit een set van indicatoren over geleverde prestaties en de kwaliteit en het ervaren effect hiervan, waar periodiek over gerapporteerd wordt. In het eerste jaar van de opdracht heeft Buurts niet volledig kunnen voldoen aan de gemaakte afspraken. Zo was er bijvoorbeeld tijd nodig om de inrichting van de bestaande registratiesystemen van de verschillende onderaannemers aan te laten sluiten bij het nieuwe dashboard en moesten de medewerkers van Buurts wennen aan het registreren van de benodigde informatie. Op basis van de aangeleverde informatie en de aanvullende informatie die gedeeld is in de beleid- en contractgesprekken op strategisch, tactisch en uitvoeringsniveau over de kwaliteit, het resultaat en de inwonerservaringen is de gemeente van mening dat Buurts heeft laten zien dat de prestaties in 2023 voldoende zijn geleverd en naar tevredenheid en (ervaren) effectief zijn uitgevoerd. Ook heeft Buurts zich naar vermogen ingespannen om de registratie van de gegevens op orde te krijgen. Zo zijn er grote stappen gezet met het inrichten van één dashboard dat de verschillende oude systemen verenigd en is er stevig ingezet op instructies voor medewerkers.
Met deze inspanningen moet Buurts in staat zijn om over 2024 conform de gemaakte afspraken volledig te rapporteren. De gemeente heeft met de stappen die Buurts hierin zet, er vertrouwen in dat dit lukt. Zo ligt er een duidelijke nulmeting van de ervaren effectiviteit en de ervaren kwaliteit met veelbelovende resultaten. Ook laten de recente voortgangsrapportages een positieve ontwikkeling zien in de cijfers rondom bereik en resultaat. Hierbij gaan we graag nog verder met Buurts in gesprek om deze cijfers te duiden en naast de gewenste beweging en de doelen te leggen. De huidige set van indicatoren zijn voor de start van de opdracht Gewoon in de Wijk vastgesteld en lijken niet meer overal één-op-één aan te sluiten bij de uitvoeringspraktijk. Zo willen we bijvoorbeeld de ingezette beweging naar collectieve ondersteuning graag duidelijker inzichtelijk krijgen. Terwijl ook de huidige monitoring- en verantwoordingsgegevens rondom jeugd- en jongerenwerk niet meer lijken te passen bij de opgestelde gezamenlijke visie op jeugd- en jongerenwerk. Er is ruimte om deze monitoringsen verantwoordingsafspraken in overleg aan te passen, zolang Buurts aan kan blijven tonen dat de opdracht is uitgevoerd volgens de vastgestelde kwaliteitseisen (kwaliteit); welke inwoners bereikt zijn met de geboden ondersteuning (resultaat); en hoe de inwoners dit hebben ervaren (cliëntervaring).
6.1. Gebiedsgericht werken verder uitwerken Sinds dit jaar is de organisatie en uitvoering van Buurts verder gebiedsgericht ingericht. Binnen de gebieden richt Buurts de werksoorten (sociale basis, wijkteams en waardevol werk) steeds integraler in en wordt er gewerkt aan opgaven per gebied. Dit is een positieve ontwikkeling die past bij de uitgangspunten van Gewoon in de Wijk. De verschillende (demografische) ontwikkelingen uit Hoofdstuk 3 tonen aan dat de ontwikkelingen en opgaven per gebied verschillen. Door zich hiertoe te verhouden kunnen Buurts, de gemeente en partners nog beter werken vanuit het perspectief van de inwoner en de kracht van de verschillende wijken benutten. Er liggen in de gebieden verschillende kansen en opgaves om samen met relevante partners tot oplossingen te komen en aan te sluiten bij de maatschappelijke ambities. Om te beginnen door verder aan te sluiten op de gebiedsopgaven en gebiedsontwikkelingen van de gemeenten om zo de mogelijkheden tot domeinoverstijgende samenwerkingen te vergroten.
Bijvoorbeeld door het verder uitvoering geven aan en het blijven doorontwikkelen van het Strategisch Huisvestingsplan Gewoon in de Wijk, zodat het maatschappelijk vastgoed in Haarlem toekomstbestendig is, aansluit bij de maatschappelijke ambities, én de mogelijkheden om integraal (samen met bijvoorbeeld jeugd, sport, cultuur en sociaal ondernemers) invulling te geven aan maatschappelijk vastgoed worden benut. Ook de regionale en stedelijke opgaven van wonen en zorg krijgen hun uitwerking in de gebieden. Daarbij gaat het om de bijdrage die Buurts vanuit haar wijkprogrammering kan leveren aan inclusieve, zorgzame wijken en de exploitatie van gemeenschappelijke (ontmoetings-)ruimten in woon(zorg)complexen. Ten slotte liggen er in verschillende wijken en gebiedsontwikkelingen kansen om gezamenlijk de openbare ruimte te verbeteren zodat mensen worden uitgenodigd om meer te bewegen, elkaar te ontmoeten of samen activiteiten te ondernemen. Het college vraagt Buurts dan ook om dit gebiedsgericht werken ook in de samenwerking met de gemeente en andere partners verder uit te rollen.
Gemeente Haarlem – Maatschappelijke Ondersteuning; Jeugd, Onderwijs en Sport; Werk en Inkomen; Schulden, Minima en Sociale Recherche in samenwerking met Data, Informatie en Analyse
23
6.2. Blijf investeren in samenwerking op de grensvlakken Zoals uiteengezet staat in Hoofdstuk 4 zijn ook de vele grensvlakken van Gewoon in de Wijk volop in ontwikkeling met als rode draad de verdere beweging ‘naar voren’: meer in de eigen leefomgeving en wijk, meer preventief en meer collectief. Net als vorig jaar wil het college benadrukken dat het samen optrekken met elkaar en het gezamenlijk collectiviseren van aanbod prioriteit heeft en van Buurts een blijvende aanjagende rol vraagt. Voor komend jaar vraagt het college dan ook om te blijven investeren in de samenwerking op deze grensvlakken. Door er bijvoorbeeld samen met partners en stakeholders, en passend bij ieders rol en verantwoordelijkheid, voor te zorgen dat er daar waar nodig en passend bij de vraag voldoende preventief ondersteunings- en activiteitenaanbod is voor jeugd, jongeren en gezinnen. Door samen met de toegang tot en de aanbieders van het product Beschermd Thuis te voorkomen dat er inwoners tussen wal en schip vallen. En met de nieuw opgedane inzichten uit het 213a onderzoek de samenwerking met de gemeente en andere partners rondom de aanpak Armoede en schulden verder te versterken.
6.3. Werken aan de drie speerpunten Bij de start van de opdracht hebben Buurts en de gemeente drie speerpunten bepaald waarop binnen de opdracht Gewoon in de Wijk extra inzet wordt gepleegd: mentale gezondheid jongeren, dementievriendelijke stad en geldzorgen en rondkomen. De door de gemeente en Buurts opgedane ervaringen uit het verleden in combinatie met de gesignaleerde trends en ontwikkelingen uit Hoofdstuk 3 rechtvaardigen de keuze om hier ook de komende jaren extra op te blijven inzetten. Hierbij wil de gemeente specifiek het volgende meegeven:
6.3.1.
Mentale gezondheid jongeren
Buurts heeft een regierol als het gaat om (preventieve) ondersteuning van jongeren in de wijken. Zij staan het dichtst bij de doelgroep en weten ook waar ze de inzet moeten verhogen om het grootste effect te bereiken. De mentale gezondheid van jeugd en jongeren in Haarlem blijft een probleem, waarbij de mentale gezondheid van meiden een stuk slechter is dan die van jongens. Het college wil dat er extra aandacht is voor deze groep. Mentale gezondheid behelst verschillende aspecten, waaronder suïcidegedachten. Aangezien bijna één op de drie jongvolwassenen wel eens serieus aan suïcide denkt, vraagt het college ook extra aandacht voor suïcidepreventie bij jongeren.
6.3.2.
Dementievriendelijke stad
Het aantal inwoners met dementie in Haarlem zal de komende jaren flink stijgen, waarbij de groei met name sterk lijkt te zijn in Centrum, Meerwijk, Haarlemmerhoutkwartier en Boerhaavewijk. Het college vraagt Buurts om dit verschil in groei tussen de gebieden mee te nemen bij het ontwikkelen van voldoende collectieve voorzieningen, zodat inwoners met dementie en hun mantelzorgers gewoon kunnen blijven meedoen in de wijk. Daarbij vraagt het college ook extra aandacht voor mantelzorgondersteuning en de bekendheid hiervan onder mantelzorgers.
6.3.3.
Geldzorgen en rondkomen
Het aandeel inwoners in Haarlem dat aangeeft in het dagelijks leven beperkt te worden door de eigen financiële situatie ligt de laatste drie jaar hoger dan in 2020. Hierbij valt op dat jongvolwassenen bovengemiddeld meer problemen ervaren met rondkomen. Het college vraagt hier extra aandacht voor. Daarbij wordt Buurts gevraagd om samen te werken met bestaande aanbod op het gebied van toeleiding naar werk; en om- en bijscholing, aangezien dit ook de (financiële) bestaanszekerheid van inwoners kan versterken. Ten slotte hoopt het college dat Buurts met de opgehaalde informatie uit het 213a onderzoek Haarlemmers gerichter kan ondersteunen op het gebied van geldzorgen en rondkomen.
6.4. Evalueren van drie jaar Gewoon in de Wijk Hoewel de opdracht Gewoon in de Wijk pas net begonnen lijkt, start Buurts in 2025 alweer aan het derde jaar. Afgesproken is dat er na het derde en na het zesde jaar een evaluatie plaatsvindt op zowel het stelsel (integrale opdracht, strategisch partnerschap en taakgerichte bekostiging) als op de prestaties van Buurts. In het kader van strategisch partnerschap en het leren en verbeteren in dialoog vraagt het college aan Buurts om in de tweede helft van 2025 samen met de gemeente deze evaluatie voor te bereiden door de vorm, invulling en de te evalueren onderwerpen samen te bepalen.
Gemeente Haarlem – Maatschappelijke Ondersteuning; Jeugd, Onderwijs en Sport; Werk en Inkomen; Schulden, Minima en Sociale Recherche in samenwerking met Data, Informatie en Analyse
24