2 Bijlage 1 - Trendrapportage Gewoon in de Wijk 2024
Tekst van het document
Trendrapportage
Gewoon in de Wijk 2024
10 september 2024 Maatschappelijke Ondersteuning; Jeugd, Onderwijs en Sport; Werk en Inkomen; Schulden, Minima en Sociale Recherche in samenwerking met Data, Informatie en Analyse
Inhoudsopgave 1. 2.
Inleiding Samenvatting
3 4
3.
Maatschappelijke trends en ontwikkelingen
5
3.1
Inleiding
5
4.5.1
IZA
16
4.5.2
GALA
17
4.6
Actieprogramma Wonen en Zorg
17
4.7
Kleinschalige woonvoorzieningen Jeugdhulp
17
4.8
Hervormingsagenda Jeugd
18
4.9
Wijzigingen Participatiewet 2025
18
4.10 Regionale ontwikkelingen: Strategische arbeidsmarktagenda 2023-2027 en oprichting Werkcentrum Zuid-Kennemerland en IJmond in 2025
19
4.11
Wijkgerichte aanpak kinderarmoede
19
4.12
Versterken Participatie en Lokale Democratie
20
Reflectie op het Jaarverslag 2023
21
Maatschappelijke ontwikkelingen
5
5.
3.2
Bevolkings- en huishoudsamenstelling en ontwikkeling
6
5.1. Ondersteuning door de Wijkteams
21
3.3
Ontwikkeling speerpunten Buurts-Gemeente
8
5.2. Collectiviseringsopgave
21
3.3.1
Ontwikkeling speerpunt Mentale gezondheid jongeren
9
5.3. Sociale basis
21
3.3.2
Ontwikkeling speerpunt Dementievriendelijke stad
10
5.4.
Samenwerking op de grensvlakken
22
3.3.3
Ontwikkeling speerpunt Geldzorgen en rondkomen
11
5.5.
Strategisch partnerschap
22
5.6.
Monitoring- en verantwoordingsinformatie
23
3.1.1
4.
Beleidsmatige ontwikkelingen
13
4.1
Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen
13
6.
Prioriteiten 2025
23
4.1.1.
Beleidsmatige ontwikkelingen Beschermd Wonen
13
6.1.
Gebiedsgericht werken verder uitwerken
23
4.1.2.
Doordecentralisatie Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang
13
6.2.
Blijf investeren in samenwerking op de grensvlakken
24
4.1.3.
Beleidsmatige ontwikkelingen Maatschappelijk Opvang
13
6.3.
Werken aan de drie speerpunten
24
4.2
Zorg en Veiligheid
14
6.3.1.
Mentale gezondheid jongeren
24
4.3
Huiselijk Geweld en Kindermishandeling
15
6.3.2.
Dementievriendelijke stad
24
4.4
Opvang asielzoekers en statushouders
16
6.3.3.
Geldzorgen en rondkomen
24
4.5
Integraal Zorgakkoord/Gezond en Actief Leven Akkoord
16
Evalueren van drie jaar Gewoon in de Wijk
24
6.4.
Gemeente Haarlem – Maatschappelijke Ondersteuning; Jeugd, Onderwijs en Sport; Werk en Inkomen; Schulden, Minima en Sociale Recherche in samenwerking met Data, Informatie en Analyse
2
1.
Inleiding
•
• Voor u ligt de tweede trendrapportage van de opdracht Gewoon in de Wijk. De opdracht Gewoon in de Wijk omvat alle ondersteuning en activiteiten aan inwoners van Haarlem bij het redzaam zijn in het dagelijks leven en meedoen in de samenleving. Met deze opdracht heeft de gemeente een andere invulling aan de samenwerkingsafspraken in de stad gegeven. Geen losse opdrachten, met losse budgetten bij verschillende partners, maar één integrale opdracht met één budget bij één samenwerkingsverband. Dit met als hoofddoel dat ondersteuning dichtbij, laagdrempelig, herkenbaar en aansluitend op de mogelijkheden en leefwereld van de inwoners en hun omgeving geboden wordt. Voor inwoners zal de ondersteuning meer in de eigen leefomgeving, in samenhang, minder versnipperd en zonder schotten beschikbaar zijn. Door Gewoon in de Wijk verminderen de administratieve lasten en blijft de ondersteuning betaalbaar. Met deze opdracht is ook een verandering in de relatie en samenwerkingsafspraken tussen de gemeente en Buurts vormgegeven. Er is onderscheid gemaakt tussen enerzijds het bespreken van verantwoordingsinformatie in het reguliere contractoverleg, en monitoringsinformatie over de voortgang van gerealiseerde maatschappelijke effecten. Anderzijds werken de gemeente en Buurts ieder vanuit de eigen rol in partnerschap samen aan vraagstukken die in onze stad spelen.
Deze samenwerkingsafspraken bevatten een aantal documenten die ook met de commissie Samenleving gedeeld worden. Hierover is de commissie geïnformeerd met de ‘Informatienota Monitoring en verantwoording Gewoon in de Wijk’.1 Buurts stelt jaarlijks een Jaarplan op en verantwoordt over de resultaten hiervan in een Jaarverslag. In het jaarplan vertelt Buurts hoe zij het aankomende jaar invulling geeft aan de opdracht Gewoon in de Wijk. In het Jaarverslag legt Buurts verantwoording af over kwaliteit, bereik, resultaten en ervaren effectiviteit en geeft zij een beschrijving van de voortgang van de uitvoering van speerpunten. Deze worden beide jaarlijks ter informatie gedeeld met de commissie Samenleving. Daarnaast stelt het college jaarlijks een trendrapportage vast. De kaders van de opdracht Gewoon in de Wijk zijn vastgesteld in de Uitnodiging tot Inschrijving2. In de trendrapportage wordt binnen deze kaders aan Buurts meegegeven welke maatschappelijke trends- en ontwikkelingen en beleidsmatige ontwikkelingen bij het rijk en de gemeente van belang zijn voor het goed uitvoeren van de opdracht en waar wij samen invulling aan geven. De trendrapportage is opgebouwd uit de volgende analyses:
1 Monitoring en verantwoording Gewoon in de Wijk, maart 2023
•
Een beschrijving van de maatschappelijke trends en ontwikkelingen op rijks- en gemeentelijk niveau, de bevolkingsontwikkelingen (bevolkingsen huishoudsamenstelling), en de ontwikkelingen op de drie speerpunten. Een beschrijving van de beleidsmatige ontwikkelingen op het niveau van Rijk en gemeente die van invloed zijn of raken aan de opdracht Gewoon in de Wijk. Een reflectie op het Jaarverslag van Buurts.
Op basis van deze analyses formuleert het college prioriteiten voor de volgende jaren waar Buurts invulling aan geeft in hun volgende Jaarplan. De trendrapportage wordt jaarlijks na vaststelling ter bespreking aangeboden aan de Commissie Samenleving. Zo kan de commissie Samenleving binnen de kaders van de opdracht Gewoon in de Wijk ook accenten meegeven aan Buurts. Het is de ambitie van de gemeente om de trendrapportage in samenwerking met Buurts continu verder te ontwikkelen. Zo zal verkend blijven worden welke specifieke trends en ontwikkelingen voor de uitvoering van de opdracht Gewoon in de Wijk relevant zijn om te monitoren. Naar verwachting zullen niet alle onderwerpen (cijfermatig) even goed op stedelijk en/of op een lager schaalniveau (stadsdeel of wijk) gemonitord kunnen worden. Ten slotte zijn de genoemde ontwikkelingen en trends meerjarig en zullen niet ieder jaar tot nieuwe speerpunten en prioriteiten leiden.
2
Uitnodiging tot Inschrijving Gewoon in de Wijk, maart 2022
Gemeente Haarlem – Maatschappelijke Ondersteuning; Jeugd, Onderwijs en Sport; Werk en Inkomen; Schulden, Minima en Sociale Recherche in samenwerking met Data, Informatie en Analyse
3
2.
Samenvatting
De trendrapportage is onderdeel van de jaarlijkse monitoring- en verantwoordingscyclus op de opdracht Gewoon in de Wijk. Deze rapportage dient als input voor het opstellen van het Jaarplan van Buurts en als reflectie van het college op de uitvoering van de opdracht. De rapportage bestaat uit drie onderdelen en resulteert in een aantal prioriteiten voor de komende jaren om aan Buurts mee te geven voor het Jaarplan van 2025. Het valt landelijk op dat de noodzakelijke grote fundamentele veranderingen om te komen tot een houdbaar zorgstelsel vooralsnog achterwege blijven. Het is afwachten hoe de (financiële) uitwerking van het Hoofdlijnenakkoord eruit komt te zien, maar gemeenten moeten hun verantwoordelijkheid blijven nemen om gezamenlijk te werken aan oplossingen om bestaanszekerheid te bieden, de kansengelijkheid te vergroten en het gezond samenleven te versterken. De bevolking blijft immers groeien, waarbij het aandeel ouderen steeds groter wordt, en de problematiek wordt steeds complexer. Zo ervaren jongeren (en met name meiden) veel mentale klachten, neemt het aantal inwoners met dementie toe en blijft een aanzienlijk deel van de inwoners moeite hebben met rondkomen. Dit zien we ook in Haarlem terug, waarbij er grote verschillen zijn in bevolkingsgroei en problematiek tussen de stadsdelen.
In het tweede deel van de trendrapportage staan de voor de opdracht relevante beleidsmatige ontwikkelingen van rijk en gemeente centraal. Een rode draad door alle beleidsterreinen heen is de verdere beweging ‘naar voren’: meer in de eigen leefomgeving en wijk, meer preventief en collectief. In dit hoofdstuk is per onderdeel beschreven hoe het geschetste beleid de opdracht Gewoon in de Wijk raakt en wat dit voor Buurts betekent. De reflectie van het college op het Jaarverslag van Buurts staat in het derde deel. In dit verslag schrijft Buurts dat er veel is gedaan, maar er ook nog veel te doen is; en dat de opdracht groot is, maar dat daar ook de tijd voor is gegeven. Dit is een eerlijke en treffende omschrijving van het eerste jaar Gewoon in de Wijk. Buurts heeft een grote prestatie geleverd door na één jaar Gewoon in de Wijk aan te tonen dat door begeleiding anders te organiseren veel inwoners met minder individuele begeleidingsuren goed en effectief geholpen worden. Ook is Buurts gestart met de collectiviseringsopgave voor bepaalde doelgroepen, die we in de komende jaren graag voortgezet zien worden. Vanuit de sociale basis hebben inwoners momenteel een divers aanbod. Er ligt nog wel een opgave om een aanbod te ontwikkelen dat ervoor zorgt dat er, daar waar nodig en passend bij de vraag, voldoende jeugd- en jongerenwerk is. Op de grensvlakken zijn goede stappen gezet in de
samenwerking. Met name rondom 18-/18+, MO/BW en het medisch domein, waaruit tevens blijkt dat er niet alleen is verbonden, maar dat sommige processen ook eenvoudiger zijn ingericht. Het strategisch partnerschap tussen gemeente en Buurts was prettig, nauw en intensief, waarin we blijven werken aan de juiste vorm om dit partnerschap invulling te geven en samen te werken vanuit de eigen rol. Zo blijft het voor beiden een grote uitdaging om aansluitend op de integrale opdracht zoveel mogelijk met één mond te spreken en uniform te handelen. En hoewel Buurts in 2023 niet volledig heeft kunnen voldoen aan de gemaakte monitoring en verantwoordingsafspraken, is op basis van de aangeleverde informatie en de aanvullende informatie uit gesprekken gebleken dat de prestaties voldoende zijn geleverd en naar tevredenheid en (ervaren) effectief zijn uitgevoerd. De gemaakte afspraken kunnen over 2024 naar verwachting wel gewoon worden nagekomen. Op basis van de verschillende analyses heeft het college aan aantal prioriteiten geformuleerd om invulling aan te geven in het Jaarplan 2025: 1. Het college verwacht dat Buurts het gebiedsgericht werken verder uitrolt in de samenwerking met de gemeente en andere partners. Zodat de kansen op domeinoverstijgende samenwerking in de verschillende gebieden en gebiedsontwikkelingen worden vergroot. 2.
Buurts moet blijven investeren in de samenwerking op de grensvlakken met relevante partners (onder andere rondom jeugd en jongeren, Beschermd Thuis, en Armoede en schulden). Het samen optrekken en het gezamenlijk collectiviseren van aanbod is belangrijk en vraagt van Buurts een blijvende aanjagende rol. 3. Het college wil samen met Buurts vol blijven inzetten op de drie speerpunten: mentale gezondheid jongeren, dementievriendelijke stad en geldzorgen en rondkomen. Hierbij wil de gemeente specifiek het volgende meegeven: • Op het gebied van mentale gezondheid vragen meiden extra aandacht, omdat zij relatief vaker psychische klachten ervaren dan jongens. Het college vraagt ook extra aandacht voor suïcidepreventie bij jongeren, omdat bijna één op de drie jongvolwassenen wel eens serieus aan suïcide denkt. • Het college vraagt extra aandacht voor het verschil in groei van inwoners met dementie tussen de wijken en de bekendheid van mantelzorgondersteuning. • Rond geldzorgen en rondkomen is er extra aandacht nodig voor jongvolwassenen die bovengemiddeld vaak problemen ervaren met rondkomen. Ook hoopt het college dat Buurts met de opgehaalde informatie uit het 213a onderzoek Haarlemmers gerichter kan helpen op het gebied van geldzorgen en rondkomen. 4.
Het college vraagt Buurts om in de tweede helft van 2025 samen met de gemeente de evaluatie van de eerste drie jaar Gewoon in de Wijk voor te bereiden op zowel vorm, invulling en de te evalueren onderwerpen.
Gemeente Haarlem – Maatschappelijke Ondersteuning; Jeugd, Onderwijs en Sport; Werk en Inkomen; Schulden, Minima en Sociale Recherche in samenwerking met Data, Informatie en Analyse
4
3. Maatschappelijke trends en ontwikkelingen 3.1
Inleiding
De paragrafen in dit hoofdstuk bieden een overzicht van inhoudelijke en cijfermatige maatschappelijke trends en ontwikkelingen in Nederland en in Haarlem gerelateerd aan de opdracht Gewoon in de Wijk. Waar mogelijk is verdieping aangebracht door resultaten te beschrijven per gebied in Haarlem. Bestaande bronnen zijn verzameld en worden in samenhang gepresenteerd met enige analyse en duiding. Er wordt niet gepretendeerd volledig te zijn. Het is een selectie op basis van beschikbare informatie en cijfers. In toekomstige uitgaven zal deze monitor steeds worden verbeterd en uitgebreid met aanvullende data. Waar mogelijk geüpdatet en aangevuld met meerdere indicatoren. Aangezien sommige data maar één keer per jaar wordt geproduceerd, tonen niet alle indicatoren nieuwe gegevens vergeleken met vorig jaar.
3.1.1
Ook de VNG, Divosa en de gemeentelijke netwerken geven aan dat er fundamentele keuzes nodig zijn. In de propositie ‘de waarde van het sociaal domein’ 4 wordt geconstateerd dat in een wereld waar crises zich opstapelen, er grote druk is om op korte termijn fundamentele stappen te zetten. Zo raken de prijsstijgingen een steeds grotere groep inwoners; zorgt de vergrijzing voor zowel meer inwoners met een zorgbehoefte als minder personeel dat de zorg kan bieden; en is er een nijpend woningtekort. Met de propositie werd het nieuwe kabinet opgeroepen om samen met de gemeenten te investeren in het sociaal domein op basis van drie ambities die nauw met elkaar verbonden zijn: 1. De bestaanszekerheid verstevigen door onzekerheid te verminderen. Onder andere door het sociaal minimum te verhogen en het (belasting- en toeslagen) stelsel en de Participatiewet te vereenvoudigen. 2. De kansengelijkheid vergroten door ongelijk te investeren. Bijvoorbeeld door te investeren in een kansrijke start voor kinderen en financiële zekerheid te geven aan jeugdhulp. 3. Gezond samenleven versterken door gemeenschappen te verbinden. Door structureel 2% van de zorgbegroting te reserveren voor versterking van preventie, publieke gezondheid en (financieel) te investeren in een sterke sociale basis.
Gemeenten hebben aangegeven hun verantwoordelijkheid te willen en zullen nemen en ze vragen het Rijk dit ook te doen en in te zetten op passende structurele financiën, een uitvoerbaar wettelijk kader en ruimte voor maatwerk voor wie tussen wal en schip valt.
Maatschappelijke ontwikkelingen
Er wordt al langere tijd gesignaleerd dat er fundamentele veranderingen nodig zijn om passende en betaalbare ondersteuning aan inwoners te kunnen blijven garanderen. De Raad van Volksgezondheid & Samenleving (de RVS), het onafhankelijk adviesorgaan voor de regering en het parlement, gaf vorig jaar al aan dat groepen die veel én verschillende typen ondersteuning gebruiken, zoals thuiswonende ouderen, mensen met een ernstige psychische aandoening en jongeren met een meervoudige hulpvraag nu al gebrek aan goede ondersteuning hebben. Dit zal in de toekomst voor nog meer groepen aan de orde zijn als er niks verandert. Dit komt onder andere door de gefragmenteerde organisatie van het stelsel vanuit verschillende wet- en regelgeving, conflicterende mensbeelden en doordat het stelsel de toegang tot goede ondersteuning vanuit verschillende wetten steeds ongelijker maakt. In ‘Met de stroom mee’3 geeft de Raad concrete aanbevelingen om het huidige stelsel aan te passen om de ondersteuning voor iedereen toegankelijk te houden, gewenste inwoners- en zelforganisatie initiatieven ‘de stroom’ mee te geven en de samenwerking beter te organiseren.
Op 2 juli 2024 is het nieuwe kabinet beëdigd, nadat hun plannen al eerder kenbaar werden gemaakt in het Coalitieakkoord ‘Hoop, Lef en Trots’5. De nieuwe coalitie heeft het voorgenomen beleid, dat veelal nog moet worden uitgewerkt, opgedeeld in tien hoofdstukken. Hierin staan ook verschillende voorgenomen maatregelen die effect zullen hebben op het sociaal domein. Zo wordt preventie, inclusief sport en bewegen en meer aandacht voor de gezondheidszorg, centraal gezet. Hiermee wil het nieuwe kabinet de gezondheid verbeteren, gezondheidsverschillen verkleinen en de zorgvraag beheersen. Al is nog onduidelijk hoe zich dit vertaalt in financiële middelen en is het bijvoorbeeld onduidelijk of de GALA-middelen gecontinueerd zullen worden. Movisie reageert dan ook dat dit weliswaar een belangrijk punt is, maar dat het nodig is om meer middelen te verschuiven van zorg naar welzijn. Door te investeren in sociaal werkers die ouderen helpen zichzelf te ondersteunen, ontstaat een mogelijk antwoord op de vergrijzing en de minder leefbare buurten en wijken, waarbij deze professionals ook nog aantoonbaar bijdragen aan dat ouderen langer actief zijn, meer op elkaar letten, en waar nodig elkaar ondersteunen6. Verder geeft de VNG in haar reactie aan dat de aangekondigde maatregelen voor de
3 Met de stroom mee, Raad van Volksgezondheid & Samenleving, juni 2023
5
4
6
De waarde van het sociaal domein, VNG, Divosa en de gemeentelijke netwerken, januari 2024
Hoop, Lef en Trots, mei 2024 Wat betekent het Hoofdlijnenakkoord voor het sociaal domein, Movisie, mei 2024
Gemeente Haarlem – Maatschappelijke Ondersteuning; Jeugd, Onderwijs en Sport; Werk en Inkomen; Schulden, Minima en Sociale Recherche in samenwerking met Data, Informatie en Analyse
5
Participatiewet, het kindgebonden budget en schuldhulpverlening, naast de reintegratiemiddelen voor werk, stappen in de goede richting zijn die mensen gaan helpen op het gebied van bestaanszekerheid. Wel zijn er zorgen of de gemeenten voldoende middelen houden om goede zorg te kunnen blijven geven en te investeren in voorzieningen. De miljardenkorting op gemeenten vanaf 2026 wordt in stand gehouden, waardoor er te weinig geld is om de bestaande taken goed uit te voeren. Om taken en middelen in balans te krijgen moet er geld bij of moeten er taken af7. Ook het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) analyseerde de effecten van de maatregelen uit het Hoofdlijnenakkoord. Dit deden zij aan de hand van vijf aspecten die van invloed zijn op de kwaliteit van de samenleving: het welbevinden van mensen, hun participatie in de samenleving, de sociale cohesie, structurele ongelijkheid en de relatie tussen burgers en overheid8. Het SCP signaleerde verschillende sociaal-maatschappelijke aandachtspunten die van belang zijn bij de uitwerking van dit akkoord. Er is bijvoorbeeld geen aandacht voor het psychisch welzijn van mensen en er worden nog geen scherpe keuzes gemaakt over de houdbaarheid van de zorg. Ook is er weinig aandacht voor het versterken van de onderlinge solidariteit en sociale cohesie.
Terwijl juist dit belangrijk is om ervoor te zorgen dat iedereen mee kan doen en kansen heeft, én omdat vrijwilligerswerk en mantelzorg belangrijk zijn nu er in de zorg steeds meer gevraagd wordt van onderlinge solidariteit. Verder concludeert het SCP dat er niet ingezet wordt op het verder nivelleren van ongelijkheden door ongelijk te investeren, doordat het accent gelegd wordt op algemene maatregelen, waar iedereen van profiteert, in plaats van vooral inwoners in kwetsbare situaties.
3.2 Bevolkings- en huishoudsamenstelling en ontwikkeling9 Bevolkingsgroei in Haarlem zet door; Sterkste groei in Schalkwijk. Bij aanvang van 2024 is het aantal Haarlemmers gestegen tot 167.620 inwoners. Het inwonerstal nam vergelijkbaar met vorig jaar toe met ongeveer 2.200 (+1,3%). Naar verwachting zal het inwonerstal de komende jaren verder stijgen en in 2032 het aantal van 180.000 passeren10. Met deze groei zal ook de bevolkingsdichtheid sterk toenemen. Van 5.871 per km² nu naar ruim 6.750 per km² in 2044. De bevolkingsgroei is niet evenredig verdeeld over de stad. Haarlem-Noord kent van de vijf gebieden in 2024 in absolute zin het grootste aantal inwoners (57.059) en Haarlem-Centrum het kleinste aantal (14.731) (Afb. 1). Centrum is wel het meest dichtbevolkte gebied van Haarlem, met 9.887 inwoners per km². De toename van de bevolking is de afgelopen jaren het sterkst in Schalkwijk. Tussen 2016 en 2024 zijn er circa 3.800 inwoners bijgekomen (+11,8%). Ook het afgelopen jaar was de groei hier het sterkst (+1.346; +3,8%) gevolgd door Haarlem-Oost (+612; +2,7%). Van alle stadsdelen zal het inwonertal tot 2044 groeien, maar deze groei is het sterkst in Schalkwijk (+9.100; +25%) en Haarlem-Oost (+5.100; +20%). Afb. 1. Ontwikkeling aantal inwoners Haarlem per gebied vanaf 2000
De benodigde grote fundamentele veranderingen om te komen tot een houdbaar zorgstelsel lijken vooralsnog achterwege te blijven. Voorlopig is het afwachten hoe de (financiële) uitwerking van het Hoofdlijnenakkoord eruit komt te zien. Momenteel wordt het akkoord uitgewerkt in een concreter regeringsprogramma, waarin de doelstellingen, aanpak, planning en middelen inzichtelijk worden gemaakt. Als gemeente blijven we onze verantwoordelijkheid nemen om samen met inwoners, maatschappelijke organisaties, bedrijven en andere partners te werken aan oplossingen om bestaanszekerheid te bieden, de kansengelijkheid te vergroten en het gezond samenleven te versterken.
Bron: Bevolkingsgegevens BRP-Haarlem
7 8
Eerste analyse van het Hoofdlijnenakkoord, VNG, mei 2024
Reflectie op het Hoofdlijnenakkoord ‘Hoop, lef en trots’, SCP, mei 2024 Een uitgebreid overzicht van de prognose en het aantal inwoners (per leeftijdscategorie) en huishoudens (per soort) onderverdeeld naar gebieden en wijken is te vinden in de bijlage ‘Demografische ontwikkeling Haarlem – aantal inwoners en huishoudens per gebied en wijk’. 9
10 Gemeentelijke bevolkingsprognose, 2024. De bevolkingsprognose geeft de meest waarschijnlijke groei van de
bevolking in Haarlem tot 2044. De prognose wordt ieder jaar bijgesteld op basis van de meest actuele informatie. Sinds dit jaar wordt er gebruik gemaakt van de prognose woningbouw in plaats van de planningscapaciteit. Hierdoor is er een substantieel verschil in de eerste jaren van de prognose ten opzichte van de eerdere versie.
Gemeente Haarlem – Maatschappelijke Ondersteuning; Jeugd, Onderwijs en Sport; Werk en Inkomen; Schulden, Minima en Sociale Recherche in samenwerking met Data, Informatie en Analyse
6
Tot 2044 groeit het aantal 65+ het sterkst; bijna een verdubbeling van 85-plussers
Stijging eenpersoonshuishoudens; met name onder 65-plussers
Conform het landelijke beeld is de Haarlemse bevolking geleidelijk aan het vergrijzen. Tussen 2000-2024 is het aandeel inwoners van 65 jaar en ouder gestegen van 15,7% naar 17,5% en nam de gemiddelde leeftijd toe van 39,2 naar 40,6 jaar. De vergrijzing is vanaf 2011 versneld doordat de eerste babyboomers vanaf dat moment de leeftijd van 65 jaar bereikten. Door de toename in gemiddelde leeftijd is er sprake van een dubbele vergrijzing. Dit leidt tot een groeiende groep kwetsbare inwoners die niet alleen langer leeft maar ook in aantal toeneemt. In Haarlem gaat de vergrijzing de afgelopen twee jaar wel minder snel doordat het aandeel 25- tot 45-jarigen tussen 2022-2024 toeneemt (van 29,1% in 2022 naar 29,7% in 2024). Door de groei van de bevolking neemt het aantal inwoners van 65 jaar en ouder wel toe: van 28.363 in 2022 naar 29.315 in 2024.
Tussen 2000 en 2023 is het aantal huishoudens in Haarlem gestegen van 71.387 naar 79.630 en de komende jaren wordt een verdere toename verwacht. Deze toename is voor eenpersoonshuishoudens zelfs sterk. De meeste huishoudens in Haarlem zijn eenpersoonshuishoudens (44%) en de gemiddelde huishoudgrootte is 2,0 inwoners12. De afgelopen jaren is zowel het aantal huishoudens met kinderen (van 23.753 in 2016 naar 25.276 in 2023) als het aantal eenpersoonshuishoudens (van 33.687 naar 35.025) gestegen. Het aandeel eenpersoonshuishoudens steeg de afgelopen acht jaar met name in de leeftijdscategorie 65 jaar en ouder (van 9.910 in 2016 naar 11.222 in 2023). Het aandeel alleenwonenden tussen de 20 en 40 jaar is de afgelopen jaren juist gedaald. Het grootste deel van de 65-plussers woont zelfstandig thuis. Bijna veertig procent in de leeftijdscategorie 65 jaar en ouder woont alleen en dit aandeel is iets gestegen vergeleken met acht jaar geleden (van 37,5% procent in 2016 naar 39,0% procent in 2023). Het grootste deel van 65-plussers in Haarlem woont samen (55,7%). Een deel van de ouderen woont niet zelfstandig maar op een zorgadres (4,1%), zoals een verpleeg- of verzorgingstehuis 13.
Volgens de bevolkingsprognose 2024 zal van elke leeftijdsgroep het inwonertal stijgen, maar met name de groep 65-groeit sterk naar ruim 37.900 in 2044 (+29%) (Afb. 2). Dit komt vooral door het ouder worden van de mensen die al in de stad wonen. Mensen die naar Haarlem verhuizen zijn vaak jonger dan 65 jaar. Van de ruim 13.000 mensen die in 2023 naar Haarlem verhuisden was slechts 5% een 65-plusser. Tot 2044 verdubbelt het aantal Haarlemmers van 85 jaar en ouder naar verwachting, van 3.404 inwoners in 2024 tot 6.176 inwoners in 2044. Ook als aandeel van de bevolking neemt het aantal 85-plussers toe van 2 procent in 2024 naar 3 procent in 2044. Met de verdere vergrijzing komt ook het mantelzorgpotentieel (het aantal 50-75-jarigen ten opzichte van het aantal 85-plussers) verder onder druk te staan. Zo staan er in Haarlem nu nog 14 potentiële mantelzorgers klaar voor elke 85-plusser, maar dit loopt in 2044 terug tot circa 9 potentiële mantelzorgers11. Afb. 2. Bevolking naar leeftijd, 2024 (realisatie) en (prognose) 2032 en 2044 (per 1 jan.)
Grootste stijging verwacht in dementie en angst- en stemmingsproblematiek Er is een prognose gemaakt van de ontwikkeling van de doelgroepen en het aantal inwoners dat gebruik maakt van Wmo-voorzieningen. Hierin wordt rekening gehouden met de omvang en ontwikkeling van verschillende groepen thuiswonende inwoners die wordt gehanteerd door de Woonzorgwijzer 14. Voor zeven onderscheiden groepen naar type aandoening/problematiek in Haarlem zal het aantal inwoners in de periode tot 2028 naar verwachting toenemen (Afb. 3). De grootste procentuele stijging wordt verwacht bij de groepen inwoners met een angst en stemmingsproblematiek en dementie (beiden +15%). De ontwikkeling van inwoners met dementie wordt in paragraaf 3.3.2 verder toegelicht. Afb. 3. Groeipercentage Haarlemmers naar type aandoening/ problematiek, 2023-2028 Angst en stemmingsproblematiek Dementie Licht verstandelijk beperkt Psychiatrische problematiek Somatische problematiek Matig of ernstig verstandelijk beperkt Zintuiglijk
2023 8.819 100% 1.863 100% 8.026 100% 3.030 100% 7.621 100% 352 100% 9.676 100%
2024 3% 3% 2% 1% 0% 1% 1%
2025 6% 6% 3% 2% 1% 3% 3%
2026 9% 9% 5% 4% 1% 4% 4%
2027 12% 12% 7% 5% 2% 5% 6%
2028 15% 15% 8% 6% 2% 7% 7%
Bron: Rapportage ‘’Ontwikkeling doelgroepen WMO en Jeugd Haarlem en Zandvoort Actualisatie 2023 (Bureau HHM, 2024) – WoonZorgwijzer. Bron: Bevolkingsgegevens: BRP-Haarlem; gemeentelijke bevolkingsprognose: Data Informatie en Analyse, Gemeente Haarlem 11
14 De WoonZorgwijzer is gebaseerd op kansberekening en toont geen cijfers uit de realiteit. Het is een
12
verwachting o.b.v. landelijke patronen. Het instrument geeft data weer over inwoners ouder dan 19 jaar, die deel uitmaken van een zelfstandig huishouden (thuiswonenden). Zie voor een uitgebreide toelichting en informatie over de WoonZorgwijzer en definities van type aandoening/problematiek.
Regionale bevolkings- en huishoudensprognose 2022-2050, CBS, juli 2022 CBS Kerncijfers Wijken en Buurten, 2023 13 CBS Personen in huishoudens, 2023
Gemeente Haarlem – Maatschappelijke Ondersteuning; Jeugd, Onderwijs en Sport; Werk en Inkomen; Schulden, Minima en Sociale Recherche in samenwerking met Data, Informatie en Analyse
7
3.3 Ontwikkeling speerpunten Buurts-Gemeente In de Uitnodiging tot Inschrijving zijn de beleidsdoelen opgenomen waar via Gewoon in de Wijk aan bijgedragen wordt. Deze zijn aan de hand van 16 thema’s in één overzicht geplaatst. De beleidsdoelen hebben betrekking op een groot deel van het sociaal domein van de gemeente Haarlem. Het raakt alle inwoners van jong tot oud, van inwoners met een ondersteuningsvraag tot inwoners die iets voor elkaar willen betekenen. Bij deze beleidsdoelen zijn (waar mogelijk) indicatoren vastgesteld waarmee de stedelijke ontwikkeling van de maatschappelijke effecten gevolgd kan worden (zie bijlage ‘Ontwikkeling beleidsdoelen’).
Beleidsdoelen en thema s
Redzaam
ersie: itnodiging tot Inschrijving BIJL G
Meedoen
Hoewel Buurts een (belangrijke) rol speelt bij deze maatschappelijke effecten, zijn deze niet altijd en/of direct causaal te koppelen aan de inzet van Buurts. Effecten worden gerealiseerd door samenwerking tussen inwoners, (keten)partners, Buurts en de gemeente. Met de opdracht Gewoon in de Wijk zijn Buurts en de gemeente ook begonnen om meer in samenhang, sociaal domein-overstijgend samen te werken aan maatschappelijke vraagstukken in onze stad. Vanuit de beleidsdoelen zijn drie belangrijke strategische speerpunten voor de middellange termijn geformuleerd: mentale gezondheid jongeren, een dementievriendelijke stad en geldzorgen en rondkomen. Het doel is om in samenwerking met interne en externe partners een aanpak te ontwikkelen voor deze vraagstukken, waarbij iedereen zijn eigen rol en expertise meeneemt. Met een gezamenlijke probleemanalyse en daarop afgestemde aanpak willen we gezamenlijk impact maken. Dit partnerschap vereist een gemeenschappelijke visie, die regelmatig en transparant afgestemd wordt. We beginnen klein, maar denken groot. In deze trendrapportage zullen op basis van beschikbare cijfers en gegevens deze speerpunten verder geduid worden. Bij elk speerpunt geven we eerst een beknopte definitie en beschrijven we beschikbare en relevante Haarlemse ontwikkelingen en cijfers.
Soms is er niet zozeer sprake van een beschrijving van trends/ontwikkelingen op de langere termijn, maar gaat het meer om het schetsen van de stand van zaken op een bepaald onderwerp of gebied.
Gemeente Haarlem – Maatschappelijke Ondersteuning; Jeugd, Onderwijs en Sport; Werk en Inkomen; Schulden, Minima en Sociale Recherche in samenwerking met Data, Informatie en Analyse
8
3.3.1 Ontwikkeling speerpunt Mentale gezondheid jongeren Mentale gezondheid is de manier waarop je je verhoudt tot jezelf, anderen en hoe je omgaat met de uitdagingen in het dagelijks leven. Tegelijkertijd gaat het ook over hoe jij en anderen in de samenleving dit ervaren.
Afb. 5. Aandeel leerlingen dat psychische klachten en eenzaamheidsgevoelens ervaart
Mentale gezondheid jeugd in Haarlem blijft een probleem, vooral bij meiden Uit de Gezondheidsmonitor Jeugd 2023 blijkt dat de mentale gezondheid onder scholieren (klas 2 en 4; 12 jaar en ouder) ongeveer hetzelfde of iets beter is dan in 2021 (coronatijd), maar nog niet zo goed als daarvoor. Behalve stress: dat komt meer voor dan in 2021. Een meerderheid van de scholieren voelt zich meestal gelukkig (79%), is voldoende weerbaar (89%) en kan bij iemand terecht met problemen (96%). Tegelijkertijd ervaart een grote groep vaak stress (55%) en prestatiedruk (40%). Beiden komen vaker voor dan landelijk (respectievelijk 50% en 34%). De belangrijkste oorzaken van stress zijn school, huiswerk en de combinatie van alles wat scholieren moeten doen. Daarnaast hebben veel scholieren psychische klachten en eenzaamheidsgevoelens (beiden 29%). Langdurige eenzaamheid kan zorgen voor mentale problemen, maar ook samengaan met middelengebruik, stress of vroegtijdig schoolverlaten. Het aantal scholieren dat het afgelopen jaar weleens suïcidale gedachten heeft gehad is hoog (20%) en vier procent ondernam zelfs een poging om een einde te maken aan het eigen leven. De mentale gezondheid van meiden is slechter dan van jongens (Afb. 4). Bijna één op de drie van de leerlingen in Haarlem heeft psychische klachten, meiden (41%) veel meer dan jongens (17%).
Ook het verschil in de mate waarin vaak stress, prestatiedruk en eenzaamheidsgevoelens worden ervaren is groot. Daarnaast laat het onderzoek zien dat meiden vaker suïcide-gedachten hebben dan jongens. Afb. 4. Percentage jongvolwassenen met mentale klachten naar geslacht
Bron: Gezondheidsmonitor Jeugd 2023, GGD-Kennemerland
Uitgesplitst naar de Haarlemse gebieden is er ook een in verschil in de ervaren psychische problematiek. In Centrum/Zuid-West ervaren minder jongeren psychische klachten dan in de andere gebieden in Haarlem. In Oost voelt een kwart van de leerlingen zich eenzaam in de vier weken voorafgaand aan het onderzoek. In de gebieden Schalkwijk (31%), Centrum/Zuid-West (29%) en Noord (28%) ligt het aandeel iets hoger (Afb. 5).
Bron: Gezondheidsmonitor Jeugd 2023, GGD-Kennemerland
Psychische klachten en suïcide gedachten van jongvolwassenen Haarlemmers vergelijkbaar met Nederland; wel meer ervaren eenzaamheid en stress in Haarlem Uit de Corona Gezondheidsmonitor Jongvolwassenen 2022 blijkt dat 52% van de jongvolwassenen in Haarlem zich (zeer) vaak gestrest voelt door één of meerdere factoren. Dat is meer dan in de regio Kennemerland en Nederland. Daarnaast ervaren jongvolwassen vrouwen vaker stress dan mannen (respectievelijk 68% en 41%) en ervaren 18-20-jarigen (60%) vaker stress dan 16-17-jarigen (48%) en 21-25-jarigen (55%). Oorzaken van de stress zijn studie of school, de combinatie van alles wat zij moeten doen en de eisen die zij en hun omgeving aan hen stellen. Conform het beeld in Nederland en Kennemerland heeft 55% van de jongvolwassenen in Haarlem lichte tot ernstige psychische klachten. Ook hier geldt dat vrouwen vaker psychische klachten hebben. Daarnaast is er ook veel eenzaamheid onder jongvolwassenen. Bijna twee derde (65%) van de jongvolwassenen in Haarlem is eenzaam, waarvan iets meer dan een kwart (26%) sterk eenzaam. Met name vrouwen voelen zich vaker eenzaam. Bijna één op de drie jongvolwassenen denkt wel eens serieus aan suïcide. Veel jongeren en jongvolwassenen met deze problematiek komen terecht bij hun huisarts. De huisartsen in Haarlem worden ondersteund door praktijkondersteuners (POH) vanuit het CJG.
De thema’s waarop jeugdigen en ouders in Haarlem hulp vragen aan de POH’ers bevestigen dit beeld. De vier meest voorkomende thema’s waarop jeugdigen en hun ouders hulp vragen bij de POH’ers zijn: emotieregulatie, leerproblemen, gedragsproblemen en angst.
Gemeente Haarlem – Maatschappelijke Ondersteuning; Jeugd, Onderwijs en Sport; Werk en Inkomen; Schulden, Minima en Sociale Recherche in samenwerking met Data, Informatie en Analyse
9
3.3.2 Ontwikkeling speerpunt Dementievriendelijke stad Een stad waar oog en oor is voor inwoners met dementie15 en hun mantelzorgers zodat zij gewoon kunnen blijven meedoen in de wijk. Het aantal mensen met dementie blijft groeien; sterkste groei verwacht in Centrum Volgens de prognose van ABF Research zal het aantal mensen met dementie in Nederland als gevolg van de vergrijzing in de toekomst stijgen naar meer dan een half miljoen in 2040. Een op de drie vrouwen krijgt dementie, bij mannen is dat een op de zeven. De meest voorkomende vorm van dementie is de ziekte van Alzheimer (70%). Mensen met Alzheimer leven gemiddeld 6,5 jaar met de ziekte. In de prognose van WoonZorgwijzer (bij ontwikkeling doelgroepen) zagen we eerder dat het aantal inwoners met dementie in Haarlem in de periode 2023-2028 naar verwachting zal groeien met 15%. De prognose van ABF-research van het aantal mensen met dementie toont aan dat de voorspelde groei nog groter zal zijn. Alleen al in 2025 worden 2.700 inwoners met dementie verwacht en dit aantal zal in de periode tot en met 2050 nog veel verder groeien naar 5.100. Haarlem wijkt hierin niet af van de landelijke trends.
Uit een aanvullende analyse op schattingscijfers van Alzheimer Nederland uit 2022 en de bevolkingsprognose 2024 van de gemeente Haarlem naar de wijken blijkt de groei tussen 2024 en 2044 het sterkst te zijn in de Centrum (+160), Meerwijk (+131), Haarlemmerhoutkwartier (+114) en Boerhaavewijk (+109) (Afb. 6).
Grote druk op mantelzorgers; bekendheid van ondersteuning blijft achter. Uit de Dementiemonitor 2022 Regio Zuid-Kennemerland van Alzheimer Nederland blijkt dat van de inwoners met dementie 27% alleen woont, 37% samenwonend is en eveneens 37% in een zorginstelling woont. Dit impliceert dat er veel inzet van mantelzorgers is. De gemiddelde leeftijd van mantelzorgers van mensen met dementie is in de Regio ZuidKennemerland 68 jaar en de overgrote meerderheid van hen is vrouw (85%). Uit de Haarlemse Inwonerspeiling komt naar voren dat in 2022 en 2023 circa een vijfde van de mantelzorgers (zeer) vaak overbelast is tegenover 12%-14% in de vier jaren ervoor. Kijkend naar de stadsdelen geven meer mantelzorgers in het Centrum (29%) en Haarlem-Oost (23%) aan overbelast te zijn dan in de andere stadsdelen (Afb. 7). Hoewel deze vraag breed is gesteld en dus niet alleen specifiek gericht was aan mantelzorgers van mensen met dementie, geeft het resultaat aanleiding om specifiek ook bij de groep mantelzorgers die zorgen voor mensen met dementie oog te houden voor aspecten van overbelasting. Zeker in combinatie met de verdere vergrijzing en de groeiende druk op het mantelzorgpotentieel. Afb. 7. Ontwikkeling aandeel mantelzorgers dat aangeeft (zeer) vaak overbelast te zijn per gebied
Afb. 6. Ontwikkeling aantal Haarlemmers met dementie (65+) per wijk (2024, 2032, 2044)
Bron: Inwonerspeiling Haarlem
Bron: Alzheimer Nederland - Prognose door ABF Research; gemeentelijke bevolkingsprognose: Data Informatie en Analyse, Gemeente Haarlem
Een belangrijk aandachtspunt is de bekendheid van mantelzorgers met organisaties die hen kunnen informeren en ondersteunen. Uit de Inwonerspeiling Haarlem van 2023 blijkt dat van de 414 bevraagde mantelzorgers inwoners die aangeven mantelzorger te verlenen weliswaar 75% bekend is met het Wijkteam, maar slechts 48% bekend is met Tandem Mantelzorgondersteuning.
15 Een dementievriendelijke stad richt zich niet alleen op mensen met dementie, maar ook op mensen
met een haperend brein, niet-aangeboren hersenletsel en hun mantelzorgers. Gemeente Haarlem – Maatschappelijke Ondersteuning; Jeugd, Onderwijs en Sport; Werk en Inkomen; Schulden, Minima en Sociale Recherche in samenwerking met Data, Informatie en Analyse
10
3.3.3 Ontwikkeling speerpunt Geldzorgen en rondkomen Aandacht voor geldzorgen en rondkomen in de wijk door in te zetten op preventie en vroegsignalering; een duidelijke rolverdeling en toegankelijke informatie; en verbinding met (waardevol) werk.
Lichte toename van aantal huishoudens met problematische schulden; met name veroorzaakt door toename van betalingsachterstanden bij Belastingdienst.
De Inwonerspeiling Haarlem laat zien dat in 2023 een vijfde van de inwoners (16 jaar en ouder) aangeeft in het dagelijks leven beperkt te worden door de eigen financiële situatie, waar dit in 2018 nog 17% was. Na een stijging in 2021 naar 21% is het aandeel de laatste drie jaar stabiel gebleven. Uit een aanvullende analyse blijkt dat Haarlemmers in Schalkwijk en Haarlem-Oost bovengemiddeld meer problemen ervaren met rondkomen (Afb. 9) 18. Afb. 8. Huishoudens met geregistreerde problematische schuilden per wijk, 2022-2023
Afgelopen jaren waren er met bijvoorbeeld de coronacrisis en de hoge inflatie verschillende sterke maatschappelijke ontwikkelingen die invloed hadden op de schuldenproblematiek. Het landelijke dashboard ‘Schuldenproblematiek in beeld’ van het CBS laat zien dat in 2023 bijna een op de tien huishoudens in Nederland geregistreerde problematische schulden heeft. Hiervoor is gekeken naar de 13 landelijke schuldenregistraties. Bij de meeste schuldregistraties is een daling te zien in de periode 2021-2023; bij de Belastingdienst nemen de betalingsachterstanden juist toe, waardoor er toch een lichte toename is van het aantal huishoudens met problematische schulden 16. Haarlem wijkt niet af van de landelijke trend.
Het aandeel huishoudens met geregistreerde problematische schulden is in Haarlem met 8,8% vergelijkbaar met het landelijk gemiddelde. Ook hier is er sprake van een lichte toename van het aantal huishoudens met problematische schulden (van 6.290 in 2022 naar 7.050 huishoudens in 2023) en is de toename waarschijnlijk toe te wijzen de toename van de betalingsachterstanden bij de Belastingdienst. Het hoogste aandeel huishoudens met geregistreerde problematische schulden is te vinden in Meerwijk (14,9%) en Boerhaavewijk (14,8%). Terwijl in absolute zin het aantal huishoudens met geregistreerde problematische schulden het hoogst is in Oude Stad (710), Meerwijk (600), Europawijk (610) en Boerhaavewijk (520) (Afb. 8). Uit de gemeentelijke registratie blijkt echter dat er geen toename is van het aantal aanmeldingen schulddienstverlening. Ook het aantal signalen van betalingsachterstanden in de vaste lasten dat via Vroegsignalering van schulden wordt gemeld, is sinds 2022 stabiel. In 2023 zag de gemeente wel een forse toename van het aantal ondernemers dat zich meldde met betalingsproblemen. Waar dat in 2022 ging om 130 Haarlemse ondernemers, waren dat er 177 in 2023
Bron: CBS-Schuldenproblematiek
Afb. 9. Percentage Haarlemmers dat moeite met rondkomen ervaart per wijk, 2023
Een vijfde van de inwoners heeft moeite met rondkomen; jongeren bovengemiddeld. Uit onderzoek van Nibud naar inkomens, uitgaven en de mate waarin Nederlandse huishoudens kunnen rondkomen, blijkt dat het de goede kant op gaat met de financiële situatie van de Nederlandse huishoudens17. Meer mensen geven aan dat ze makkelijker kunnen rondkomen dan in 2022 en in 2018. Dit komt niet overeen met de Haarlemse cijfers. Bron: Inwonerspeiling Haarlem 2023; bewerking afdeling Data Informatie en Analyse, Gemeente Haarlem 16 17
Schuldenproblematiek in beeld, CBS, mei 2024 Geldzaken in de praktijk, Nibud, april 2024
18
De 21 wijken zijn deels samengevoegd om betrouwbare resultaten te presenteren. Met name in Noord is dit een aandachtspunt. Hier zijn Delftwijk, Vogelenwijk en Vondelkwartier samengevoegd. Op onderliggende indicatoren verschillen deze wijken soms sterk van elkaar.
Gemeente Haarlem – Maatschappelijke Ondersteuning; Jeugd, Onderwijs en Sport; Werk en Inkomen; Schulden, Minima en Sociale Recherche in samenwerking met Data, Informatie en Analyse
11
Hetzelfde geldt voor inwoners in Haarlem-Centrum en Transvaalwijk. In deze laatste twee wijken wonen relatief veel jongeren (16-34 jaar). Uit verschillende onderzoeken blijkt dat deze groep bovengemiddeld meer problemen ervaart met rondkomen, wat ook een mogelijke verklaring kan zijn voor het hoge aandeel dat moeite met rondkomen heeft in deze wijken. Zo bleek uit de Gezondheidsmonitor Jongvolwassenen 2022 dat ruim een derde (35%) van de jongvolwassenen (16-25 jaar) moeite heeft met rondkomen. 27% heeft het idee weinig controle over geldzaken te hebben en 19% heeft een schuld (studieschuld en hypotheek niet meegerekend). Jongvolwassenen in Haarlem hebben vaker financiële problemen dan in de regio Kennemerland en Nederland als geheel. Financiële problemen komen vaker voor bij oudere jongvolwassenen (18-25-jarigen).
respectievelijk 3.415 en 3.299 waren. De grootste groep in de bijstand is boven de 50 jaar (49%), gevolgd door de groep tussen de 27 en 50 jaar (44%). Het aantal tot 27 jaar is het kleinst met 173 jongeren (7%). Qua verdeling van het aantal inwoners met een uitkering over de gebieden blijkt de grootste groep afkomstig uit Schalkwijk (Afb. 11). Afb. 10. Aandeel huishoudens met een inkomen tot 130% van het Wettelijk Sociaal Minimum dat in beeld is bij de gemeente t.o.v. alle huishoudens naar wijk.
Het aantal minimahuishoudens neemt af; grote verschillen tussen wijken. Uit het 213a onderzoek naar het Minimabeleid19 blijkt dat eind 2023 naar schatting 11,4% van alle huishoudens in Haarlems moest leven met een inkomen tot 130% van het Wettelijk Sociaal Minimum. Het gaat naar verwachting om 9.400 huishoudens. De meest recente inkomenscijfers van het CBS (voorlopige cijfers over 2022 - bron: CBS Laag en Langdurig inkomen) laten zien dat het aandeel huishoudens in de stad met een inkomen tot 130% van het Wettelijk Sociaal Minimum is gedaald ten opzichte van 2021 (14,3%) en 2022 (13,9%). Absoluut gezien is het aantal huishoudens met een minimuminkomen ook gedaald van 10.400 huishoudens in 2022 naar circa 9.400 huishoudens in 2023. Van de naar schatting 9.394 minimahuishoudens heeft de gemeente 8.443 huishoudens in beeld. Ook het aandeel kinderen in Haarlem dat opgroeit in armoede neemt langzaam af. Waar in 2021 nog 10,5% van de kinderen opgroeide in een minimahuishouden, was dit in 2022 10,2% (bron: CBS Laag en Langdurig inkomen). Het aandeel minimahuishoudens dat in beeld is, verschilt sterk per wijk. In Meerwijk en Europawijk is het aandeel het grootst (respectievelijk 29% en 20%) (Afb. 10). Sommige huishoudens hebben daarbij meer kans op armoede dan andere.
Eenoudergezinnen en huishoudens met een niet-westerse migratieachtergrond komen vaker dan gemiddeld voor in deze groep minimahuishoudens. Wel ligt het aandeel inwoners dat moeite heeft om rond te komen, iets hoger dan het aandeel huishoudens met een inkomen tot 130% van het sociale minimum.
Bron: KWIZ 213a onderzoek Evaluatie Minimalbeleid
Afb. 11. Verdeling percentage inwoners met bijstandsuitkering over de gebieden.
Lichte daling inwoners met bijstandsuitkering; grootste groep bijstandsgerechtigden komt uit Schalkwijk Er is sprake van een lichte daling van het totaal aantal inwoners met een bijstandsuitkering (bron: Gemeentelijke registratie). Eind 2023 waren er nog 3.230 inwoners met een Participatiewet-uitkering, in juli 2024 zijn dat er 3.204. Terwijl dit er in 2021 en 2022 nog 19
Bron: Gemeente Haarlem, Gemeentelijke registratie
213a onderzoek minimabeleid, juli 2024
Gemeente Haarlem – Maatschappelijke Ondersteuning; Jeugd, Onderwijs en Sport; Werk en Inkomen; Schulden, Minima en Sociale Recherche in samenwerking met Data, Informatie en Analyse
12
4. Beleidsmatige ontwikkelingen De opdracht Gewoon in de Wijk geeft in onze stad uitvoering aan het deel van het Haarlemse sociaal domein waarin inwoners van jong tot oud zelfstandig redzaam kunnen zijn en meedoen in de eigen woon- en leefomgeving. Verschillende ontwikkelingen op andere beleidsterreinen van het rijk en de gemeente raken de uitvoeringspraktijk van Buurts. Een rode draad over deze beleidsterreinen is de al ingezette beweging ‘naar voren’: meer in de eigen leefomgeving en de wijk, meer preventief en collectief en meer ruimte voor eigen oplossingen en initiatieven van inwoners en professionals. Dit als antwoord op de steeds ingewikkelder wordende vraagstukken in onze veranderende samenleving. We signaleren verschillende specifieke beleidsmatige ontwikkelingen die voor Buurts belangrijk zijn om (deels) mee te nemen in de uitvoeringspraktijk en/of in het versterken van de samenwerking op de grensvlakken. Deze ontwikkelingen spelen niet alleen volgend jaar, maar blijven ook de komende jaren relevant.
4.1
Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen
Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen zijn voorzieningen in onze regio die begeleiding en opvang bieden aan inwoners die vanwege uiteenlopende problematiek dakloos zijn geraakt en of tijdelijk niet meer in de eigen leefomgeving kunnen verblijven.
4.1.1.
Beleidsmatige ontwikkelingen Beschermd Wonen
De Rijkscommissie ‘Toekomst Beschermd Wonen’20 is nog steeds actueel en zet in op sociale inclusie van inwoners die gebruikmaken van Beschermd Wonen: van beschermd wonen naar beschermd thuis. Door mensen in de eigen omgeving te begeleiden kan een beroep op verblijf in intramurale woonvoorzieningen waar mogelijk beperkt worden. Deze herstelgerichte benadering vraagt een transformatie van verblijf in intramurale voorzieningen naar een aanpak gericht op ondersteuning in de eigen woning, leefomgeving en buurt. Nu de nieuwe contracten voor Beschermd Wonen sinds 1 juli 2024 van kracht zijn, kan er ook in Haarlem verder invulling worden gegeven aan deze transformatie. Onderdeel
20
Commissie Toekomst Beschermd Wonen, Van Beschermd Wonen naar Beschermd Thuis, Vereniging van Nederlandse Gemeenten, november 2015 21 Oprichten gemeenschappelijk orgaan Beschermd Wonen, januari 2022
van de nieuwe contracten zijn afspraken over het product Beschermd Thuis, waarmee verder uitvoering gegeven wordt aan het scheiden van wonen en zorg, het meer bieden van ondersteuning in de eigen leefomgeving en het voorkomen van opvang of intramuraal beschermd wonen. Zo kan onafhankelijk waar iemand woont of verblijft, ondersteuning voor mensen met een beschermd wonen indicatie in een zo vroeg mogelijk stadium opgestart worden.
4.1.2.
Doordecentralisatie Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang
Met de toekomstige invoering van het woonplaatsbeginsel Beschermd Wonen en een ‘Objectief verdeelmodel Beschermd Wonen’ wordt verder invulling geven aan de inzet op meer sociale inclusie. Via de Norm voor Opdrachtgeverschap wil de VNG sturen op de regionale samenwerking. Haarlem en de regio hebben dit vertaald in de oprichting van het Gemeenschappelijke Orgaan (GO)21. Hierin zijn alle gemeenten verantwoordelijk voor en betrokken bij de taak Beschermd Wonen. Hoewel de behandeling van de nieuwe Wet Woonplaatsbeginsel Beschermd Wonen opnieuw is uitgesteld, houden we er rekening mee dat het budget Beschermd Wonen doorgedecentraliseerd gaat worden. Daarom geeft de gemeente Haarlem al samen met de regiogemeenten uitvoering aan het Beschermd Wonen. Het GO streeft ernaar om de toegang voor Beschermd Wonen per 2025 te decentraliseren naar de acht lokale gemeenten in de regio dicht op de inwoner georganiseerd, in plaats van één centrale toegang. Ook zal de beweging naar Beschermd Thuis verder worden vormgegeven. De samenwerking, afstemming en het gezamenlijk optrekken in de ondersteuning vanuit de verschillende voorzieningen van Beschermd Woenen en Buurts blijft belangrijk. Ook voor Maatschappelijke Opvang zet de regio gezamenlijk in op de beweging naar wonen eerst volgens het ‘Landelijk ctieplan Dakloosheid: erst een Thuis’22.
Samen met Buurts werken we aan deze beweging met het Actieprogramma Housing First23. Het voornemen is om via een ontwikkelagenda in nauwe samenwerking met lokale en regionale partners toe te groeien naar het verbeteren van de ondersteuning in de wijk voor deze doelgroep in plaats van meer intramurale opvang. Dit is ook vastgelegd in een regionale paragraaf bij de lokale uitvoeringsprogramma’s Opvang, Wonen en Herstel24 waarmee iedere gemeente zich aan de opgaven committeert.
4.1.3.
Beleidsmatige ontwikkelingen Maatschappelijk Opvang
Het Rijk heeft in december 2022 haar ambities voor de Maatschappelijke Opvang kenbaar gemaakt met het ‘Landelijk ctieplan Dakloosheid: erst een Thuis’. Daarin wordt de ambitie om dakloosheid in 2030 opgelost te hebben onderschreven vanuit de ‘Verklaring van 22
Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een Thuis, december 2022. Actieplan Housing First, juli 2023 24 Uitvoeringsprogramma Opvang, Wonen en Herstel 2023-2027, april 2023 23
Gemeente Haarlem – Maatschappelijke Ondersteuning; Jeugd, Onderwijs en Sport; Werk en Inkomen; Schulden, Minima en Sociale Recherche in samenwerking met Data, Informatie en Analyse
13
Lissabon’25. Opvangvoorzieningen worden afgebouwd en een versterkte inzet op ondersteuning in de eigen leefomgeving is noodzakelijk. Om dit te bereiken worden de aankomende jaren diverse programma’s uit het Uitvoeringsprogramma Opvang, Wonen en Herstel 2023-2027 uitgevoerd. Daarnaast zijn het scheiden van wonen en zorg, het inzetten van ondersteuning nabij en de inzet van ervaringsdeskundigheid belangrijke leidende principes. Maatschappelijke Opvang zou alleen nog in uiterste gevallen en altijd kortdurend nodig zijn. Er wordt in 2024 en 2025 ingezet op het verbinden van de instroom in de opvang aan een uitstroomperspectief om langdurig verblijf en uitzichtloze situaties in de opvang te voorkomen. Ook stelt de gemeente een veranderstrategie op om de beweging van opvang naar wonen eerst te vertalen naar concrete acties. Wat betekent dit voor Buurts? De geschetste ontwikkelingen vragen een sterke samenwerking van Buurts en de partners die Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen bieden. Evenals verdere programmering van aanbod voor deze doelgroepen om een zachte landing, steunnetwerken, en een integrale aanpak in de eigen leefomgeving mogelijk te maken. Het regionaal beleidskader Opvang, Wonen en Herstel-2022-2027 geeft hier ook invulling aan.
Hierin zijn een aantal acties en doelen beschreven waar Buurts al een bijdrage aan levert en/of binnen de opdracht Gewoon in de Wijk uitvoering aan geeft: 1. Versterken van preventie: a. Versterken van de sociale basis in buurten en wijken. b. Voorkomen van schulden met vroegsignalering en voorkomen van huisuitzettingen c. Vergroten van ervaringskennis en ervaringsdeskundigheid d. Voortzetten aanpak gericht op voorkomen en tegengaan huiselijk geweld en kindermishandeling. 2. Verbeteren van ondersteuning op maat: a. Doorlopende lijnen in de ondersteuning b. Passend aanbod in sociale basis (meedoen, peer-to-peer contact en zachte landing in de wijk). 3. Vergroten van tijdelijk- en structurele woonoplossingen: a. Opstellen en uitvoeren van Actieplan Housing First. 4. Realiseren van stabiele uitstroom: a. Doorlopende lijnen in ondersteuning (zachte landing in de wijk)
25
Verdrag van Lissabon, 21 juni 2021
4.2
Zorg en Veiligheid
Voor het Zorg- en veiligheidsbeleid werken het justitieel domein, veiligheidsdomein, zorgdomein en sociaal domein aan een gezamenlijke aanpak van complexe problematiek, zoals mensenhandel, overlast door mensen met GGZ- en/of verslavingsproblematiek of reintegratie van ex-gedetineerden. Belangrijke partners in onze regio zijn de Politie, GGZ InGeest, de GGD, Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen partijen, het Openbaar Ministerie, het Zorg- en Veiligheidshuis en de partijen uit het voorveld (zoals Buurts). De ontwikkeling dat er steeds meer ondersteuning in de wijk en in de eigen leefomgeving plaatsvindt (ambulantisering), ook voor mensen met ingewikkeldere problematiek, vraagt om korte lijnen en heldere samenwerkingsafspraken tussen de ketenpartners. Die afstemming en samenwerking is nog niet altijd vanzelfsprekend. Daarom worden er voor verschillende thema’s aanvullende afspraken en kaders opgesteld. De volgende onderwerpen zijn daarin ook voor Buurts relevant: -
-
-
26
Ketenveldnorm levensloopfunctie26 Het doel van de landelijk ingevoerde Ketenveldnorm is om een geïntegreerd en domeinoverstijgend zorgaanbod te organiseren voor mensen die gevaarlijk gedrag kunnen vertonen door problemen op verschillende leefgebieden in combinatie met een psychiatrische stoornis of een verstandelijke beperking. Versterken samenwerking bij casuïstiek van mensen met onbegrepen gedrag In Haarlem wordt de komende jaren geïnvesteerd in de versterking van de ketenbrede samenwerking bij de aanpak rond mensen met onbegrepen gedrag. Er zullen een aantal projecten worden gestart die zijn gericht op het elkaar leren kennen, van elkaar leren en goed samen werken. Buurts is hierbij een belangrijke samenwerkingspartner. Samenwerkingsafspraken bij woonoverlast Bij casuïstiek waar sprake is van woonoverlast weten partijen als woningbouwcorporaties, zorgaanbieders en politie elkaar nog niet altijd goed te vinden. Hierdoor loopt het soms uit op een huisuitzetting met problematiek als dakloosheid en hoge maatschappelijke kosten als gevolg. Om dit te voorkomen gaat er gewerkt worden aan het vastleggen van goede samenwerkingsafspraken, waarbij voor de betrokken partijen duidelijk is welke stappen genomen kunnen worden en wie welke taken en verantwoordelijkheden daarbij heeft. Als een van de betrokken samenwerkingspartijen wordt Buurts uitgenodigd hierover mee te denken.
Duiding Ketenveldnorm levensloopfunctie, Zorginstituut Nederland, juli 2022
Gemeente Haarlem – Maatschappelijke Ondersteuning; Jeugd, Onderwijs en Sport; Werk en Inkomen; Schulden, Minima en Sociale Recherche in samenwerking met Data, Informatie en Analyse
14
Wat betekent dit voor Buurts? Buurts zal meer vraag krijgen van mensen met complexe problematiek op het snijvlak van zorg en veiligheid die in de wijk (komen) wonen. Om hen goed te kunnen helpen is van Buurts outreachende inzet, flexibiliteit en ruimte voor maatwerk nodig, in nauwe samenwerking met de ketenpartners uit het zorg- en veiligheidsdomein. Een goede samenwerking met de ketenpartners vraagt om kennis van elkaars werk en goede samenwerkingsafspraken. Zo moet er onder andere aandacht zijn voor de samenwerkingsafspraken van Buurts met OGGZ-ketenpartners als de GGD, het Zorg en Veiligheidshuis, politie en Fivoor. Ook de samenwerking met huisartsen en GGZ inGeest voor mensen met psychische problematiek is een belangrijk aandachtspunt. Verder wordt in de uitvoeringsafspraken met Buurts ‘Bemoeizorg’ genoemd. Hiervoor moet gezamenlijk bepaald worden wat daarin van Buurts wordt verwacht en hoe dit goed aansluit op de inzet van de Bemoeizorg-partijen: GGD, Brijder, Veilig Thuis en het ACT+ team van GGZ inGeest.
4.3
Huiselijk Geweld en Kindermishandeling
Niet op school of op straat, maar thuis heb je de grootste kans om met geweld in aanraking te komen. Uit onderzoek27 blijkt dat 8 à 9% van de personen van 16 jaar of ouder in de afgelopen 12 maanden slachtoffer is geweest van één of meerdere vormen van huiselijk geweld. Dit zijn omgerekend 1,3 miljoen mensen. Jaarlijks zijn circa 120.000 kinderen slachtoffer van verschillende vormen van kindermishandeling, inclusief het getuige zijn van geweld tussen ouders28. Huiselijk geweld komt in alle lagen van de bevolking voor en heeft ernstige gevolgen op korte en lange termijn. Stressfactoren als armoede of werkloosheid, verslaving, psychische problematiek, oorlogstrauma en licht verstandelijke beperking verhogen de kans op problemen en (herhaaldelijk) geweld in de relatie. Het duurzaam stoppen van huiselijk geweld vraagt een integrale en systeemgerichte aanpak en een lange adem. Hierbij zijn de wijkteams van Buurts en het CJG kernpartners, naast partners als Veilig Thuis, de Blijf Groep en de politie.
27
Prevalentiemonitor huiselijk geweld en seksueel grensoverschrijdend gedrag 2020 en 2022, CBS. Zelfrapportagestudie 28 Nationale prevalentiestudie mishandeling 2017. Informantenonderzoek
4.3.1.
Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming (TKS) en Koersplan regionale aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling 2024 t/m 202729
Het landelijke programma TKS is gericht op de doelgroep 0-100 jaar in huishoudens met en zonder kinderen die te maken hebben met huiselijk geweld en kindermishandeling. De lokale teams (het wijkteam en het CJG) spelen een centrale rol als laagdrempelige organisaties waar inwoners advies hulp en ondersteuning kunnen krijgen. Lokale teams bieden hulp, halen er expertise bij en coördineren de inzet. Voor inwoners is én blijft het lokale team het vaste aanspreekpunt, ook als er sprake is van onveilige situaties. Zowel van professionals in de lokale teams als van de veiligheidspartners binnen het nog te ontwikkelen Regionale eiligheidsteam wordt “vernieuwd vakmanschap” verwacht. Hiervoor wordt een landelijk instrumentarium ontwikkeld. De VNG heeft samen met partijen in het veld de Leidraad werken aan veiligheid ontwikkeld30. Deze leidraad kan gezien worden als tussenproduct op weg naar het TKS en geeft gemeenten handvatten om hun opdrachtgevende rol binnen het huidige stelsel vorm te geven gericht op hulp aan, ondersteuning en bescherming van inwoners die te maken hebben met onveiligheid in afhankelijkheidsrelaties of ontwikkelingsbedreiging van minderjarigen. De Leidraad werken aan veiligheid heeft tevens een sterke relatie met de Hervormingsagenda jeugd als kader voor de rol van de lokale teams.
Op regionaal niveau ontwikkelen de gemeenten, samen met partners, het Koersplan regionale aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling 2024 t/m 2027, waarbinnen het TKS een centrale plek heeft. Elke gemeente vertaalt het regionale Koersplan naar lokale actiepunten. Het Koersplan sluit aan op de opbrengsten van de speerpunten van de regionale actieagenda Geweld Hoort Nergens Thuis; Gefaseerd Samenwerken voor veiligheid met de TOP3 methodiek, versterking van de rol van lokale teams bij de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling en versterking van casusregie.