2. Bijlage 1 - Trendrapportage Gewoon in de Wijk 2023
Tekst van het document
In juni 2023 is de Hervormingsagenda Jeugd25 vastgesteld. Deze bevat een groot pakket maatregelen om de jeugdzorg te verbeteren en financieel houdbaar te krijgen en te houden. Er zal structureel worden geïnvesteerd in de landelijke kwaliteit en effectiviteit van jeugdhulp. Daarnaast is er de opdracht om meer verbinding te leggen tussen jeugdhulp en het onderwijs en te kijken naar bredere aspecten in het leven van gezinnen ((jeugd)gezondheidszorg, schulden, ouders met GGZ- of andere problematiek, vechtscheidingen) en het maken van afspraken over de rollen en verantwoordelijkheden van de andere sectoren in het adresseren van de vraag naar jeugdhulp. Dit vraagt om een verdere versterking van de sociale basis specifiek voor jeugdige. 23 Kamerbrief passende zorg voor jeugdigen die bescherming en veiligheid nodig hebben, juli 2022
24
Samenwerking CJG en Wijkteam
25
Hervormingsagenda Jeugd 2023-2028, juni 2023
Kamerbrief Hervormingsagenda Jeugd, juni 2023
Gemeente Haarlem – Maatschappelijke Ondersteuning; Jeugd, Onderwijs en Sport; Werk en Inkomen; Schulden, Minima en Sociale Recherche in samenwerking met Data, Informatie en Analyse
15
4.7
Wijzigingen Participatiewet 2025
In juni 2022 heeft demissionair minister Schouten een beleidsplan gepresenteerd om de Participatiewet weer in balans te brengen.26 Hiermee wil het Rijk concrete stappen zetten om niet de regels, maar de mens achter de uitkering centraal te stellen en daarmee de ervaren hardheden weg te nemen. In het plan zijn twee sporen gepresenteerd, maatregelen voor de korte termijn (spoor 1) en maatregelen voor de lange termijn (spoor 2). Daar is in juni 2023 nog een spoor 3 aan toegevoegd: het vergroten van de vakkundigheid van de professionals om hen meer ruimte te bieden naast de bijstandsgerechtigde te staan. Per 1 januari 2025 worden ruim 20 maatregelen van kracht die de Participatiewet meer in balans moet brengen (spoor 1). Met de maatregelen worden onder andere de bijverdiengrenzen verruimd, mogen bijstandsgerechtigden giften ontvangen en komen er ruimere mogelijkheden voor het geven van mantelzorg. Het pakket aan maatregelen geven de uitvoeringsprofessional op korte termijn meer ruimte om te doen wat nodig is om mensen goed te ondersteunen bij de stap naar werk of andere vormen van participatie. Of, als dat (nog) niet kan, het zorgen voor een toereikend inkomen. In aanloop naar deze wetswijziging onderzoekt Haarlem wat al medio 2023 en in 2024 gedaan kan worden en waar mogelijk geïmplementeerd.
Spoor 2 vraagt een herziening van de Participatiewet en een nieuw wetstraject en zal naar verwachting pas in 2026 van start gaan. Wat betekent dit voor Buurts? Het is belangrijk dat Buurts en alle onderaannemers op de hoogte zijn van de wettelijke wijzigingen; dat er ruimte is voor menselijk maat; en heldere lijnen bij wie van de gemeente zij terecht kunnen.
4.8
Regionale ontwikkelingen: Strategische arbeidsmarktagenda 2023-2027 en oprichting regionaal werkcentrum in 2025
In de arbeidsmarktregio Zuid-Kennemerland en IJmond werken de 7 regiogemeenten, UWV, onderwijs en werkgevers- en werknemersorganisaties aan een goed functionerende en toekomstbestendige regionale arbeidsmarkt. Vanuit deze samenwerking is de ‘Regionale strategische arbeidsmarktagenda Zuid-Kennemerland & IJmond 2023-2027’ opgesteld. De ambities hiervan zijn: een inclusieve arbeidsmarkt, een duurzame plek op de arbeidsmarkt
en de realisatie van de maatschappelijke opgaven. Om deze ambities te realiseren is de keuze gemaakt om focus aan te brengen op ondersteuning van de sectoren Zorg &Welzijn, Onderwijs en Techniek en om jaarlijks eventuele focus op specifieke groepen werkzoekenden vast te stellen. Op deze manier kunnen middelen en capaciteit gerichter worden ingezet. Verder wordt in de regio toegewerkt naar één digitaal én fysiek loket waar alle werkzoekenden, werknemers en werkgevers in de regio met hun hulpvraag terecht kunnen: het regionaal werkcentrum (RWC). Het ‘no-wrong-door’- principe is hierin leidend. Het RWC is een netwerksamenwerking tussen gemeenten, UWV, onderwijs, vakbonden en werkgeversorganisaties. Het huidige Leerwerkloket, Werkgeversservicepunt ZKIJ en het Regionaal Mobiliteitsteam ZKIJ Werkt Door gaan op in het RWC. Op landelijk niveau wordt hier nog nadere invulling aan gegeven, maar het streven is om begin 2024 een minimumvariant in de regio te hebben staan en begin 2025 te starten met een RWC. Wat betekent dit voor Buurts? Het is belangrijk dat Buurts wordt meegenomen in deze ontwikkelingen en weet dat inwoners terecht kunnen bij het regionaal werkcentrum op het gebied van leren, werken en loopbaan. In de rol van werkgever kan Buurts de komende vijf jaar profiteren van de aangebrachte focus op de sector Zorg & Welzijn.
4.9
Halvering aflossingstermijn schuldhulpverlening
Per 1 juli 2023 geldt een wetswijziging, waardoor gemeenten en rechtbanken in voorstellen naar schuldeisers niet langer een schuldbemiddeling/schuldafkoopbedrag voorstellen dat op basis van 36 maanden moet worden afgelost. Vanaf deze datum geldt een aflossingstermijn van 18 maanden. Dit betekent dat inwoners met problematische schulden eerder schuldenvrij zijn. Dit verlaagt de drempel voor inwoners om zich met problematische schulden te melden voor schuldhulp. Haarlem voert dit ook per 1 juli 2023 door. Essentieel hierbij is het samen optrekken van de gemeente en Buurts bij het invullen van de activiteiten rondom schuldpreventie, vroegsignalering door outreachend te werken, ondersteuning bij geldzorgen en advisering om toch een aanmelding voor schuldhulp bij de gemeente te doen. Wat betekent dit voor Buurts? Buurts moet goed geïnformeerd zijn over deze ontwikkeling en in afstemming met de gemeente deze informatie ook makkelijk zelf kunnen verspreiden.
26 Participatiewet in Balans, juni 2022
Gemeente Haarlem – Maatschappelijke Ondersteuning; Jeugd, Onderwijs en Sport; Werk en Inkomen; Schulden, Minima en Sociale Recherche in samenwerking met Data, Informatie en Analyse
16
4.10 Wijkgerichte aanpak kinderarmoede Binnen de gemeente Haarlem ligt de grens van het minimabeleid op 130%. In de tweede helft van 2023 wordt in opdracht van het college een artikel 213A 27 onderzoek uitgevoerd naar de effecten en de doelmatigheid hiervan. Het onderzoek zal veel wijkinformatie opleveren, waaronder op het gebied van Kinderarmoede. Op basis van dit onderzoek wordt samen met de Haarlemse Alliantie tegen Kinderarmoede (HATKA), waar Buurts onderdeel van is, een actieplan opgezet om dit speerpunt van het Rijk en het college een boost te geven. Wat betekent dit voor Buurts? Buurts wordt gevraagd om input te leveren aan het 213A onderzoek. Ook is Buurts onderdeel van de HATKA en zal in die vorm bijdragen aan het actieplan.
4.11 Huiselijk Geweld en Kindermishandeling Buurts is een kernpartner in de aanpak van Huiselijk Geweld en Kindermishandeling (HGKM) vanwege de rol van de lokale teams. In deze lokale teams (de wijkteams en het CJG) zijn vanuit de meldcode HGKM het signaleren en bespreekbaar maken van onveiligheid en het tijdig bieden en inzetten van integrale ondersteuning en hulp gericht op herstel van veiligheid, het laten afnemen van risicofactoren van onveiligheid en herstel van de gevolgen van huiselijk geweld belangrijke taken. In de Uitvoeringsafspraken Gewoon in de Wijk28 zijn een aantal kaders gesteld die nadere invulling vragen. Dit is mede van belang in verband met de voorbereiding op het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming29. Dit is een rijksopgave waar het ministerie van VWS, J&V en de VNG-opdrachtgevers van zijn. De voorbereiding is inmiddels gestart en vindt plaats in nauwe samenwerking met Veilig Thuis, CJG en de gemeente.
Wat betekent dit voor Buurts? • Het implementeren en evalueren van de nieuwe samenwerkingsafspraken tussen Veilig Thuis, de wijkteams en het CJG • Het realiseren van voldoende deskundigheid ten aanzien van de visie Gefaseerd Samenwerken aan Veiligheid en de bijbehorende TOP3 methodiek (Regiovisie Verbinden en Versterken in de aanpak van huiselijk geweld/ Geweld Hoort Nergens Thuis) • Het verbeteren van casusregie als basis voor ondersteuning in de aanpak van HGKM: domeinoverstijgend dezelfde taal ontwikkelen en uitwerken van de werkwijze en de rol van de wijkteams en het CJG (inclusief randvoorwaarden).
4.12 CAO-ontwikkelingen De CAO Sociaal Werk is op 1 juli 2023 verlopen. De loonstijgingen in 2022 en 2023 waren relatief laag in vergelijking met andere cao's en de inflatie. Op basis van de laatste inzichten van de CAO-onderhandelingen is het reëel dat Buurts rekening moet houden met een loonsverhoging van 7% per 1 juli 2023, 4% per 1 januari 2024 en nog eens 4% per 1 april 2024. Met deze loonstijging wordt de beloning in Sociaal Werk meer marktconform. Wat betekent dit voor Buurts? Alhoewel deze loonstijging enerzijds een positieve ontwikkeling is, betekent dit een sterke toename van de personele kosten voor Buurts. In het contract met Buurts is afgesproken om het budget voor de opdracht Gewoon in de Wijk te indexeren aan de hand van de indexatie van de gemeentebegroting.
In 2023 en 2024 gaat het vooral om het toewerken naar heldere en reële verwachtingen over de rol van de wijkteams en CJG in de aanpak van HGKM en wat daarvoor nodig is.
27
Op basis van artikel 213a uit de Gemeentewet (GW) is het college verplicht periodiek onderzoek te doen naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van het door haar gevoerde bestuur.
28 Uitvoeringsafspraken Gewoon in de Wijk, maart 2022 29 Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming, maart 2021
Gemeente Haarlem – Maatschappelijke Ondersteuning; Jeugd, Onderwijs en Sport; Werk en Inkomen; Schulden, Minima en Sociale Recherche in samenwerking met Data, Informatie en Analyse
17
5. Reflectie op het implementatieverslag Het derde element van de trendrapportage is een reflectie op het jaarverslag van Buurts. In dit jaarverslag legt Buurts normaliter verantwoording af over de kwaliteit, het bereik, de resultaten en de ervaren effectiviteit van de opdracht en geeft het een beschrijving van de voortgang op de uitvoering van de speerpunten. Buurts levert eind 2023 hun eerste jaarverslag aan. De reflectie in deze trendrapportage richt zich daarom op het ‘ erslag voorbereidende fase 2022 en eerste kwartaal 202 ’ van Buurts (zie bijlage ‘ erslag voorbereidende fase 2022 en eerste kwartaal 202 ’). Buurts geeft een helder en realistisch beeld van de transitie en de grote opgave waar ze middenin zitten. Deze eerste periode heeft in het teken gestaan van het voorbereiden van de wijkteams op de transitie en de kanteling, het afsluiten van afbouwcontracten met latende partijen als die nog een periode ondersteuning blijven bieden, het contracteren van onderaannemers in de aanvullende ondersteuning en de sociale basis, de overname Werkdag B.V., en het neerzetten van de organisatie Buurts als geheel en verder invulling geven aan de Coöperatie Buurts. Kortom er is veel werk verzet, wat niet altijd gelijk zichtbaar was voor medewerkers en inwoners, maar wel de fundamenten leggen voor de verdere transitie en uitvoering van de opdracht Gewoon in de Wijk.
We lichten er een aantal elementen uit.
5.1. De opgave voor de Wijkteams Buurts heeft ervoor gekozen in de start van de opdracht eerst ‘de kanteling’ uit te voeren. Met ‘de kanteling’ wordt de overgang van wat voorheen een maatwerkvoorziening ambulante begeleiding of dagopvang was naar een algemene voorziening en of aanvullende ondersteuning via Buurts bedoeld. De opgave voor de wijkteams in Gewoon in de Wijk is dan ook fors. Niet alleen krijgen de wijkteams een nog zichtbaardere en sterkere rol in de toegang. Ook wordt er met de kanteling meer individuele begeleiding naar de wijkteams overgebracht om het vervolgens meer collectief te organiseren in de sociale basis. Dit alles terwijl ‘de winkel’ open is en de reguliere werkprocessen doorlopen en er blijvend aandacht moet zijn voor reguliere uitvoering zoals de Informatie & Advies functie en het outreachend werken. Door verschillende factoren is de druk op de wijkteams hoog. Denk hierbij aan de
impact van de transitie op de werkprocessen, de verandering die de andere manier van werken van professionals vraagt, de mate waarin de bezetting en expertise van de wijkteams aansluit bij de opgave en het beschikbare collectieve aanbod. Van de ongeveer 1.700 inwoners van Haarlem, is voor de zomer een derde gekanteld. Het kan daarbij zijn dat voor een inwoner de ondersteuning er anders uit komt te zien, maar dit hoeft niet altijd het geval te zijn. Buurts heeft in de eerste periode met alle latende (ongeveer 50) partijen contractafspraken gemaakt over op welke manier en wanneer een overdracht plaatsvindt en hoe er gecommuniceerd wordt richting de inwoner. Ook hierbij staan zorgvuldigheid en het gezamenlijk warm overdragen van inwoners voorop. Vanwege de krapte op de arbeidsmarkt, de diversiteit in werkwijzen van latende partijen en de mate waarin de wijkteams op kracht zijn (qua bezetting en expertise) heeft Buurts voor de zomer de goede keuze gemaakt om de kanteling te vertragen en daarmee de druk op de wijkteams te verlagen. Voor inwoners betekent dit dat zij soms langer bij hun huidige aanbieder ondersteuning blijven ontvangen, Buurts heeft hiervoor afspraken gemaakt met de betreffende latende partijen en biedt zelf meer aanvullende ondersteuning naast de wijkteams.
De vertraging van de kanteling en het op sterkte krijgen van de organisatie zijn, gezien de huidige ontwikkelingen op de arbeidsmarkt, geen onverwachte ontwikkelingen. Ondanks dat er soms signalen, zorgen en ontwikkelpunten zijn en zullen blijven komen, is de gemeente van mening dat de mate waarin Buurts zich vasthoudt aan de beweging van ‘Het nieuwe Haarlemse model’ in combinatie met de keuzes die Buurts maakt de juiste weg is om met elkaar verder te werken aan een duurzaam sociaal domein. Hierbij wil de gemeente benadrukken om de vier gehanteerde uitgangspunten om een zorgvuldige transitie te borgen ook te blijven bewaken: oog en hart voor betrokkenen; stapsgewijs en zorgvuldig; samen; en proactieve communicatie. Zowel extern naar inwoners en organisaties als intern naar medewerkers.
5.2. De sociale basis De sociale basis bestond voorheen uit meer dan 70 partijen die veelal stedelijk gericht en (gedeeltelijk) overlappend aanbod hadden. Hierbij werd samenhang en samenwerking gemist op de steeds grotere en veranderde vraag van inwoners. Evenals het gezamenlijk komen tot oplossingen voor grotere maatschappelijke vraagstukken en beleidskeuzes die veelal in de sociale basis landen. De opdracht aan Buurts kent in de sociale basis een aantal belangrijke bewegingen om meer tegemoet te komen aan eigen initiatieven van inwoners, meer collectief aanbod te realiseren en het versterken van het samen- en meedoen in de
Gemeente Haarlem – Maatschappelijke Ondersteuning; Jeugd, Onderwijs en Sport; Werk en Inkomen; Schulden, Minima en Sociale Recherche in samenwerking met Data, Informatie en Analyse
18
wijk. Buurts heeft voor 2023 gekozen de sociale basis beleidsarm voort te zetten door met bijna alle partijen in de sociale basis contractafspraken te maken voor 2023. Dit om de transitie meer geleidelijk plaats te laten vinden en eerst de kanteling goed uit te voeren. Dit wil niet zeggen dat er in de sociale basis niks is gebeurd. Binnen de sociale basis heeft Buurts ingezet op: • Door ontwikkelen van het beleid en de versterken van de samenwerking met de vrijwilligersorganisaties zonder personeel. Zoals door het verder uitwerken van beleid en hun inzet op basis van de bij hen opgehaalde input. • Het jeugd- en jongerenwerk, waarbij met externe begeleiding wordt gewerkt aan een gezamenlijke ontwikkelagenda om tot een breed en samenhangend aanbod in de hele stad te komen en de samenwerking te verbeteren. • Waardevol werk, wat in het teken stond van de overname van Werkdag BV inclusief Buurtbedrijf en het ontwikkelen van een brede afstemming in de samenwerking en samenhang in het aanbod de stad en het toevoegen van jobcoaches aan de wijkteams om het meedoen van inwoners te versterken. • Het steviger situeren van de sociaal makelaars in de wijkteams om de individuele vragen van inwoners te vertalen naar collectief aanbod in de eigen wijk, inclusief inwonersinitiatieven.
Verder is Buurts gestart met de wijkprogrammering; deze wordt sturend op het bepalen van de behoefte aan ondersteuning en activiteiten in onze wijken. Hiermee bepaalt Buurts een deel van de inzet en middelen, ook in de contractering van de onderaannemers waar Buurts vanaf 2024 (meerjarig) een samenwerking mee wil aangaan. De gemeente waardeert hierbij de aandacht voor de kleinere partijen die veelal uniek en eigen aanbod bieden.
5.3. Strategisch partnerschap Het strategisch partnerschap tussen Buurts en de gemeente Haarlem vraagt een andere manier van (samen)werken en contractmanagement. Een van de onderliggers van het partnerschap is het gezamenlijk invulling geven aan de overlegstructuur, aan het invulling geven van rijks- en gemeentelijk beleid ieder vanuit de eigen rol en deskundigheid en het samenwerken aan de geformuleerde speerpunten. In deze reflectie wordt ingegaan op de inhoudelijke samenwerking.
werken vanuit de eigen rol. Aan de ene kant omdat de formatie van Buurts nog niet op sterkte is zodat de beoogde overlegstructuur consequent gevolgd kan worden (inclusief de juiste voorbereiding). Aan de andere kant omdat de nieuwe manier van werken ook een grote verandering vraagt voor de gemeentelijke organisatie. Eén integrale opdracht vereist dat er door de gemeente meer met één mond wordt gesproken en er geen ‘zijsturing’ ontstaat via de verschillende afdelingen die met de opdracht Gewoon in de Wijk gemoeid zijn. De opdracht Gewoon in de Wijk maakt dit mogelijk, maar het is ook nodig dat de gemeentelijke collega’s nog verder bekend en vertrouwd raken met deze manier van werken en een overlegstructuur waarbij de verschillende behoeftes en verplichtingen vervuld en behaald kunnen worden. Voor deze doorontwikkeling reflecteren Buurts en de gemeente samen over hoe de samenwerking verloopt en wat we hierin kunnen verbeteren. Aanvullend hierop wil de gemeente meer ervaringen opdoen bij en verder leren van andere gemeenten en organisaties.
5.4. Samenwerking op de grensvlakken Gewoon in de Wijk kent op de grensvlakken van de opdracht veel samenwerkingsstructuren met andere partners in de stad. Zie hiervoor ook de vele ontwikkelingen in hoofdstuk 3. De gemeente verwacht van Buurts dat zij hierop relaties onderhoudt en deze intensiveert. Deze samenwerking komt op gang, maar ook hier liggen nog kansen. Zo hebben veel organisaties en netwerken gedurende de aanbestedingsprocedure ‘in de wachtstand’ gezeten. In het begin, omdat nog onbekend was wie de opdracht Gewoon in de Wijk ging uitvoeren en later omdat Buurts nog niet officieel gestart was. Hierdoor zijn in deze periode niet veel ‘nieuwe’ initiatieven om de samenwerking te verbeteren opgepakt. Vanaf januari 2023 schoten deze organisaties en netwerken uit de wachtstand. Hierdoor werd Buurts overvraagd. Zij zitten immers nog volop in de transitie en probeerden allereerst vooral de continuïteit van ondersteuning voor inwoners te borgen en de organisatie op sterkte te krijgen. Zo liggen er op verschillende grensvlakken nog kansen om de samenwerking te versterken, waar op andere grensvlakken al grote stappen zijn gezet. Zoals bij Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen in het kader van het Pact voor Uitstroom en op het terrein van 18-/18+ bij de verbinding met het CJG.
Het contact wordt door de gemeente als intensief en functioneel ervaren, er is een start gemaakt in het werken aan de speerpunten. Er is onderling vertrouwen, openheid en een lerende houding. Toch liggen er nog kansen op doorontwikkeling. Het is voor de gemeente soms nog zoeken naar de juiste vorm om het partnerschap invulling te geven en samen te
Gemeente Haarlem – Maatschappelijke Ondersteuning; Jeugd, Onderwijs en Sport; Werk en Inkomen; Schulden, Minima en Sociale Recherche in samenwerking met Data, Informatie en Analyse
19
6. Prioriteiten 2024 Hoewel de kaders van de opdracht Gewoon in de Wijk zijn vastgesteld in de Uitnodiging tot Inschrijving, kunnen er wel accenten worden meegegeven aan Buurts. Dit zijn geen grote veranderingen, maar op basis van de analyses uit voorgaande hoofdstukken ziet het college een aantal prioriteiten voor 2024 en verder.
6.1. Aandacht voor de demografische ontwikkelingen De demografische ontwikkelingen laten een stijging van het aantal inwoners zien waarbij de vergrijzing blijft doorzetten en Haarlem meer (oudere) eenpersoonshuishoudens zal kennen. Gevolg van deze ontwikkelingen is dat er meer mensen met complexe problematiek in de wijk blijven en komen wonen, vooral met somatische problematiek, psychische kwetsbaarheid en klachten vanwege een laag verstandelijk vermogen. Daarnaast zijn er een aantal stadsdelen in Haarlem die veel ‘nieuwe’ inwoners zullen kennen. Buurts zal deze ontwikkelingen mee moeten nemen in de wijkprogrammering en hier verder specificeren wat dit betekent voor de ondersteuning en activiteiten in onze wijken.
6.2. Samenwerken op de grensvlakken De meer gespecialiseerde vormen van ondersteuning (zoals jeugdhulp en maatschappelijke opvang en beschermd wonen) zetten ook verder in op de beweging: meer preventief, ‘naar voren’, naar de eigen wijk en in de eigen leefomgeving. Hierbij zijn het preventief en outreachend werken en het versterken van de leefbaarheid, cohesie in buurten en inwonersinitiatieven essentieel. Voor Buurts betekent dit dat de samenwerking op de grensvlakken met relevante partners (zoals het CJG, de consortia Jeugdhulp en de aanbieders van MO/BW) nog verder versterkt moeten worden. Hierbij zal vanuit de verschillende organisaties en samenwerkingsverbanden geïnvesteerd moeten worden in deze samenwerking. Het samen optrekken met elkaar en het gezamenlijk collectiviseren van aanbod heeft prioriteit en vraagt van Buurts een blijvende aanjagende rol.
6.3. De basis op orde en een zorgvuldige transitie Het verder uitvoeren van de kanteling en het op sterkte krijgen van de organisatie zullen, mede gezien de huidige ontwikkelingen op de arbeidsmarkt, ook het aankomende jaar flinke inzet van Buurts blijven vragen. Ondanks dat er incidenteel ook signalen en zorgen van inwoners zijn, is de gemeente positief over de mate waarin Buurts vasthoudt aan de beweging van ‘Het nieuwe Haarlemse model’, terwijl ‘de winkel openblijft’ en de basis op orde moet worden gebracht. Aandachtspunt bij deze ontwikkelingen blijft dat net als afgelopen jaar, ook in het komende jaar op basis van de gestelde uitgangspunten de transitie zorgvuldig (oog en hart voor betrokkenen; stapsgewijs; samen; en proactieve communicatie) bewaakt blijft worden. Zowel extern naar inwoners en organisaties als intern naar medewerkers.
6.4. Werken aan de drie speerpunten Bij de start van de opdracht hebben Buurts en de gemeente drie speerpunten bepaald waarop binnen de opdracht Gewoon in de Wijk extra inzet wordt gepleegd: mentale gezondheid jongeren, dementievriendelijke stad en geldzorgen en rondkomen. De door de gemeente en Buurts opgedane ervaringen uit het verleden in combinatie met de gesignaleerde trends en ontwikkelingen uit hoofdstuk 2 rechtvaardigen de keuze dat hier ook de komende jaren extra op te blijven inzetten. Momenteel wordt hier via twee sporen aan gewerkt. Het eerste spoor zijn de quick-wins in 2023. Hier wordt op ingezet door middel van het uitbreiden van de Buurtplaatsen en de sociale benadering dementie teams; het versterken van de samenwerking en spreiding in het aanbod van jongerenwerk; en de uitvoering van het actieplan Housing First. Het tweede spoor is een meerjarige aanpak waar door Buurts samen met de gemeente en relevante partners wordt gewerkt. Deze aanpak kent vijf stappen en resulteert in een opgaveplan, waarin uiteengezet wordt wie wat doet, wat de randvoorwaarden zijn, hoe we de voortgang volgen en hoe we (bij)sturen op de opgave. Hieraan ten grondslag ligt een probleemanalyse van cijfers en verhalen over wat werkt, wat goed gaat en wat echt beter moet. Hierbij wil de gemeente specifiek het volgende meegeven:
6.4.1.
Mentale gezondheid jongeren
Buurts heeft een regierol als het gaat om (preventieve) ondersteuning van jongeren in de wijken. Zij staan het dichtst bij de doelgroep en weten ook waar ze de inzet moeten verhogen om het grootste effect te bereiken. Jongvolwassenen van 18-20 jaar vragen hierbij extra aandacht, omdat zij nog meer dan in Nederland en de rest van Kennemerland,
Gemeente Haarlem – Maatschappelijke Ondersteuning; Jeugd, Onderwijs en Sport; Werk en Inkomen; Schulden, Minima en Sociale Recherche in samenwerking met Data, Informatie en Analyse
20
psychische klachten ervaren. Verhoudingsgewijs hebben meisjes hier vaker mee te maken dan jongens. Het college vraagt ook extra aandacht voor suïcidepreventie bij jongeren, aangezien bijna één op de drie jongvolwassenen wel eens serieus aan suïcide denkt.
6.4.2.
Dementievriendelijke stad
Het aantal inwoners met dementie in Haarlem zal de komende jaren flink stijgen. Het is dan ook van belang dat Haarlem een stad wordt, waar oog en oor is voor inwoners met dementie en hun mantelzorgers zodat zij gewoon kunnen blijven meedoen in de wijk. Daarom vraagt het college extra aandacht voor mantelzorgondersteuning en collectieve voorzieningen voor ouderen met dementie.
6.4.3.
Geldzorgen en rondkomen
Het aandeel inwoners in Haarlem dat aangeeft in het dagelijks leven beperkt te worden door de eigen financiële situatie ligt de laatste twee jaar hoger dan in 2020. Dat is in vergelijking met de landelijke trend en vraagt extra aandacht. Daarnaast blijkt uit onderzoek dat jongvolwassenen in Haarlem vaker financiële problemen hebben in vergelijking met de rest van de regio en Nederland als geheel. Ten slotte verwacht het college extra aandacht voor de koppeling van inwoners met geldzorgen en rondkomen aan de mogelijkheden op het gebied van toeleiding naar (waardevol) werk.
Gemeente Haarlem – Maatschappelijke Ondersteuning; Jeugd, Onderwijs en Sport; Werk en Inkomen; Schulden, Minima en Sociale Recherche in samenwerking met Data, Informatie en Analyse
21