2. Bijlage 1 - Trendrapportage Gewoon in de Wijk 2023
Tekst van het document
Trendrapportage
Gewoon in de Wijk 2023
26 september 2023 Maatschappelijke Ondersteuning; Jeugd, Onderwijs en Sport; Werk en Inkomen; Schulden, Minima en Sociale Recherche in samenwerking met Data, Informatie en Analyse
Inhoudsopgave 1. 2.
Inleiding Samenvatting
4.4
3 4
3.
Maatschappelijke trends en ontwikkelingen
5
3.1
Inleiding
5
3.1.1
Rijksontwikkelingen
Integraal Zorgakkoord/Gezond en Actief Leven Akkoord
14
4.4.1
IZA
14
4.4.2
GALA
14
4.5
Kleinschalige woonvoorzieningen Jeugdhulp
15
4.6
Vaststelling Hervormingsagenda jeugd
15
4.7
Wijzigingen Participatiewet 2025
16
4.8 Regionale ontwikkelingen: Strategische arbeidsmarktagenda 2023-2027 en oprichting regionaal werkcentrum in 2025
16
4.9
Halvering aflossingstermijn schuldhulpverlening
16
4.10
Wijkgerichte aanpak kinderarmoede
17
4.11
Huiselijk Geweld en Kindermishandeling
17
4.12
CAO-ontwikkelingen
17
Reflectie op het implementatieverslag
18
5
3.2
Ontwikkeling demografie gemeente Haarlem
6
3.3
Ontwikkeling Doelgroepen
7
5.
3.4
Ontwikkeling speerpunten Buurts-Gemeente
8
5.1. De opgave voor de Wijkteams
18
3.4.1
Ontwikkeling speerpunt Mentale gezondheid jongeren
9
5.2. De sociale basis
18
3.4.2
Ontwikkeling speerpunt Dementievriendelijke stad
10
5.3. Strategisch partnerschap
19
3.4.3
Ontwikkeling speerpunt Geldzorgen en rondkomen
11
5.4.
Samenwerking op de grensvlakken
19
4.
Beleidsmatige ontwikkelingen rijk en gemeente
12
6.
Prioriteiten 2024
20
4.1
Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen
12
6.1.
Aandacht voor de demografische ontwikkelingen
20
4.1.1.
Beleidsmatige ontwikkelingen Beschermd Wonen
12
6.2.
Samenwerken op de grensvlakken
20
4.1.2.
Doordecentralisatie Beschermd Wonen
12
6.3.
De basis op orde en een zorgvuldige transitie
20
4.1.3.
Beleidsmatige ontwikkelingen Maatschappelijk Opvang
12
6.4.
Werken aan de drie speerpunten
20
4.1.4.
Aanbesteding Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang
12
6.4.1.
Mentale gezondheid jongeren
20
4.2
Beleidsmatige ontwikkelingen Zorg en Veiligheid
13
6.4.2.
Dementievriendelijke stad
21
4.3
Opvang asielzoekers en statushouders
14
6.4.3.
Geldzorgen en rondkomen
21
Gemeente Haarlem – Maatschappelijke Ondersteuning; Jeugd, Onderwijs en Sport; Werk en Inkomen; Schulden, Minima en Sociale Recherche in samenwerking met Data, Informatie en Analyse
2
1.
Inleiding
Voor u ligt de eerste trendrapportage van de opdracht Gewoon in de Wijk. In juni 2022 heeft Buurts getekend voor de opdracht Gewoon in de Wijk en per 1 januari 2023 is Buurts ook verantwoordelijk voor de uitvoering ervan. Buurts is een coöperatie van de al jarenlang in Haarlem werkende organisaties: DOCK Haarlem, Haarlem Effect, PerMens, Stichting Ontmoeting, Zorgbalans en Leger des Heils. Buurts werkt binnen de opdracht samen met diverse partners en vrijwilligers om inwoners te ondersteunen. De opdracht Gewoon in de Wijk omvat alle ondersteuning en activiteiten aan inwoners van Haarlem bij het redzaam zijn in het dagelijks leven en meedoen in de samenleving. Met deze opdracht geeft de gemeente een andere invulling aan de samenwerkingsafspraken in de stad. Geen losse opdrachten, met losse budgetten bij verschillende partners, maar één integrale opdracht met één budget bij één samenwerkingsverband. Dit met als hoofddoel dat ondersteuning dichtbij, laagdrempelig, herkenbaar en aansluitend op de mogelijkheden en leefwereld van de inwoners en hun omgeving geboden wordt. Binnen de opdracht zijn drie onderdelen te onderscheiden: de Sociale Basis, de Wijkteams en Aanvullende Ondersteuning. Voor inwoners zal de ondersteuning meer in de eigen leefomgeving, in samenhang, minder versnipperd en zonder schotten beschikbaar zijn.
Door Gewoon in de Wijk verminderen de administratieve lasten en blijft de ondersteuning betaalbaar. Daarnaast is met deze opdracht een verandering in de relatie en samenwerkingsafspraken tussen de gemeente en de uitvoerende partij vormgegeven. Hierbij is onderscheid gemaakt tussen enerzijds het bespreken van verantwoordingsinformatie in het reguliere contractoverleg, en monitoringsinformatie over de voortgang van gerealiseerde maatschappelijke effecten. Anderzijds werken de gemeente en Buurts ieder vanuit de eigen rol in partnerschap samen aan vraagstukken die in onze stad spelen. Deze samenwerkingsafspraken bevatten een aantal documenten die ook met de commissie Samenleving gedeeld worden. Hierover is de commissie geïnformeerd met de ‘Informatienota Monitoring en verantwoording Gewoon in de Wijk’. 1 Buurts stelt jaarlijks een Jaarplan op en verantwoordt over de resultaten hiervan in een Jaarverslag. In het jaarplan vertelt Buurts hoe zij het aankomende jaar invulling geeft aan de opdracht Gewoon in de Wijk. In het Jaarverslag legt Buurts verantwoording af over kwaliteit, bereik, resultaten en ervaren effectiviteit en geeft zij een beschrijving van de voortgang van de uitvoering van speerpunten. Deze worden beide jaarlijks ter informatie gedeeld met de commissie Samenleving. Daarnaast stelt het college jaarlijks een trendrapportage vast.
De kaders van 1 Monitoring en verantwoording Gewoon in de Wijk, maart 2023
de opdracht Gewoon in de Wijk zijn vastgesteld in de Uitnodiging tot Inschrijving2. In de trendrapportage wordt binnen deze kaders aan de opdrachtnemer (Buurts) meegegeven welke maatschappelijke trends- en ontwikkelingen en beleidsmatige ontwikkelingen bij het rijk en de gemeente van belang zijn voor het goed uitvoeren van de opdracht en waar wij samen invulling aan geven. De trendrapportage is opgebouwd uit de volgende analyses: • Een beschrijving van de maatschappelijke trends en ontwikkelingen op rijks- en gemeentelijk niveau, inclusief de monitoring van de beleidsindicatoren van de gemeente Haarlem. • Een beschrijving van de beleidsmatige ontwikkelingen op het niveau van Rijk en gemeente die van invloed zijn of raken aan de opdracht Gewoon in de Wijk. • Een reflectie op het Jaarverslag van Buurts. Op basis van deze analyses formuleert het college prioriteiten voor de volgende jaren waar Buurts invulling aan geeft in hun volgende jaarplan. De trendrapportage wordt jaarlijks na vaststelling ter bespreking aangeboden aan de Commissie Samenleving. Vanwege de start van de opdracht is 2023 een bijzonder jaar. In deze trendrapportage is de reflectie op het Jaarverslag van Buurts nog niet mogelijk, omdat deze pas in 2024 kan worden aangeleverd. De informatie over 2023 in dit Jaarverslag kan op dit onderdeel beschouwd worden als nulmeting.
De reflectie op het Jaarverslag richt zich in deze trendrapportage 2023 daarom alleen op het implementatieverslag van Buurts over de eerste periode. Het is de ambitie van de gemeente om de trendrapportage komend jaar in samenwerking met Buurts verder te ontwikkelen. Zo zal verkend worden welke specifieke trends en ontwikkelingen voor de uitvoering van de opdracht Gewoon in de Wijk relevant zijn om te monitoren. Naar verwachting zullen niet alle onderwerpen (cijfermatig) even goed op stedelijk en/of op een lager schaalniveau (stadsdeel of wijk) gemonitord kunnen worden. De verdere ontwikkeling van de monitoring is onder andere afhankelijk van de beschikbaarheid van data, capaciteit en middelen. Geïnventariseerd zal worden welke andere data op een lager dan gemeentelijk schaalniveau beschikbaar zijn en of het zinvol is om (een deel van) deze data in een volgende trendrapportage op te nemen naar stadsdeelniveau eventueel gespecifieerd naar de speerpunten. Tot slot zal voor de volgende trendrapportage bekeken worden in hoeverre het mogelijk is om een relatie te leggen tussen de verantwoordingsinformatie van Buurts en de indicatoren die iets kunnen zeggen over de door de gemeente Haarlem beoogde maatschappelijke effecten. Naar verwachting is het echter vaak lastig om causale verbanden te leggen tussen de inzet van Buurts en de beoogde maatschappelijke effecten/ontwikkelingen.
Hierbij spelen vaak meerdere autonome actoren en factoren een rol. En verder zijn de genoemde ontwikkelingen en trends meerjarig en zullen niet ieder jaar tot nieuwe speerpunten en prioriteiten leiden. 2
Uitnodiging tot Inschrijving Gewoon in de Wijk, maart 2022
Gemeente Haarlem – Maatschappelijke Ondersteuning; Jeugd, Onderwijs en Sport; Werk en Inkomen; Schulden, Minima en Sociale Recherche in samenwerking met Data, Informatie en Analyse
3
2.
Samenvatting
De trendrapportage is onderdeel van de jaarlijkse monitoring- en verantwoordingscyclus op de opdracht Gewoon in de Wijk. Deze rapportage dient als input voor het opstellen van het Jaarplan van Buurts en als reflectie van het college op de uitvoering van de opdracht. De rapportage bestaat uit drie onderdelen en resulteert in een aantal prioriteiten voor de komende jaren om aan Buurts mee te geven voor het Jaarplan van het volgende jaar. Het eerste deel beschrijft de relevante maatschappelijke trends en ontwikkelingen voor de uitvoering van de opdracht en een verdere duiding van de drie speerpunten waar Buurts en de gemeente samen aan werken. Hierin valt op dat de sociaal domein brede ontwikkelingen zich richten op het vraagstuk hoe om te gaan met de landelijke trend van een stijgend aantal inwoners en complexer wordende problematiek (van jong tot oud). Zodat zij ook in de toekomst in de eigen leefomgeving duurzaam ondersteuning kunnen blijven ontvangen. Het Rijk ziet oplossingen in een ondersteuningsstelsel dat meer in samenhang, in de eigen leefomgeving en integrale ondersteuning kan bieden. De landelijke trends van een stijgend aantal inwoners en complexer wordende problematiek zijn ook in Haarlem zichtbaar. Specifiek valt op dat er grote verschillen zijn in bevolkingsgroei tussen onze stadsdelen.
In het tweede deel van de trendrapportage staan de voor de opdracht relevante beleidsmatige ontwikkelingen van rijk en gemeente centraal. Een rode draad over alle beleidsterreinen is de verdere beweging ‘naar voren’: meer in de eigen leefomgeving en wijk, meer preventief en collectief. In dit hoofdstuk is per onderdeel beschreven hoe het geschetste beleid de opdracht Gewoon in de Wijk raakt en wat dit voor Buurts betekent. De reflectie van het college op het Implementatieverslag over de eerste periode van Buurts staat in het derde deel. Buurts geeft een eerlijk en realistisch beeld van deze eerste intensieve periode. De gemeente herkent de aandachtspunten die beter kunnen en moeten, maar vindt dat er ook ruimte mag zijn voor de positieve verhalen en de grote beweging die gestart is met Gewoon in de Wijk. In de eerste periode van Buurts is er enorm veel werk verzet, wat niet altijd gelijk zichtbaar was voor medewerkers en inwoners, maar wel zorgt voor de fundamenten van de verdere transitie en uitvoering van de opdracht Gewoon in de Wijk. Zoals het afsluiten van de overeenkomsten in de sociale basis, het werken aan het strategisch partnerschap en de samenwerking op de grensvlakken. In de start van de opdracht is Buurts eerst aan de slag gegaan met ‘de kanteling’.
Met ‘de kanteling’ wordt de overgang van wat voorheen een maatwerkvoorziening ambulante begeleiding of dagopvang was naar een algemene voorziening en of aanvullende ondersteuning via Buurts bedoeld.
Niet alleen moeten de wijkteams een nog zichtbaardere en sterkere rol krijgen als eenduidige en laagdrempelige toegang in de Wijk. Ook wordt er met de kanteling meer individuele begeleiding naar de Wijkteams overgebracht om het vervolgens meer collectief te organiseren in de sociale basis. Dit is een forse opgave die veel vraagt van de wijkteams, omdat de reguliere werkzaamheden ook door bleven gaan en er blijvend aandacht moet zijn voor de Informatie & Advies functie en het outreachend werken. Hoewel Buurts voor de zomer al een derde van het totaal aantal inwoners heeft kunnen kantelen, hebben ze de goede keuze gemaakt om meer tijd te nemen voor de kanteling van de rest. Hiermee werd de druk op de wijkteams verlaagd. Op basis van de verschillende analyses heeft het college aan aantal prioriteiten geformuleerd om invulling aan te geven in het volgende Jaarplan: 1. Het college verwacht dat de demografische ontwikkelingen in Haarlem meegenomen worden in de wijkprogrammering. Zodat daar verder gespecifieerd kan worden wat dit betekent voor de ondersteuning en activiteiten in onze wijken. 2. De samenwerking op de grensvlakken met relevante partners (zoals het CJG, de consortia Jeugdhulp en de aanbieders van MO/BW) moet nog verder versterkt worden.
Het samen optrekken met elkaar en het gezamenlijk collectiviseren van aanbod is belangrijk en vraagt van Buurts een blijvende aanjagende rol. 3. Buurts zal in 2024 veel inzet moeten blijven plegen op het verder uitvoeren van de kanteling en het op sterkte krijgen van de organisatie. Hierbij vindt het college het van groot belang dat bij deze ontwikkelingen, net als afgelopen jaar, ook in het komende jaar de transitie zorgvuldig bewaakt blijft worden. 4. Het college wil samen met Buurts vol blijven inzetten op de drie speerpunten: mentale gezondheid jongeren, dementievriendelijke stad en geldzorgen en rondkomen. Hierbij wil de gemeente specifiek het volgende meegeven: • Op het gebied van mentale gezondheid jongeren vragen jongvolwassenen extra aandacht, omdat zij relatief vaker psychische klachten ervaren. Verhoudingsgewijs hebben meisjes hier vaker mee te maken dan jongens. Het college vraagt ook extra aandacht voor suïcidepreventie bij jongeren, omdat bijna één op de drie jongvolwassenen wel eens serieus aan suïcide denkt. • Bij dementievriendelijke stad wil het college extra aandacht voor mantelzorgondersteuning en collectieve voorzieningen voor ouderen met dementie. • Rond geldzorgen en rondkomen is er extra aandacht nodig voor het stijgende aandeel Haarlemmers dat aangeeft in het dagelijks leven beperkt te worden door de eigen financiële situatie.
Ook hebben jongvolwassenen in Haarlem vaker financiële problemen in vergelijking met de rest van Nederland. Ten slotte wil het college extra aandacht voor de koppelmogelijkheden op het gebied van toeleiding naar (waardevol) werk rond het thema geldzorgen en rondkomen.
Gemeente Haarlem – Maatschappelijke Ondersteuning; Jeugd, Onderwijs en Sport; Werk en Inkomen; Schulden, Minima en Sociale Recherche in samenwerking met Data, Informatie en Analyse
4
3. Maatschappelijke trends en ontwikkelingen 3.1
Inleiding
De paragrafen in dit hoofdstuk bieden een overzicht van maatschappelijke trends en ontwikkelingen in Nederland en in Haarlem gerelateerd aan de opdracht Gewoon in de Wijk. In samenwerking met de afdeling Data, Informatie en Analyse zijn bestaande bronnen verzameld die in samenhang worden gepresenteerd met enige analyse en duiding. Er wordt geenszins gepretendeerd volledig te zijn. Het gaat om een eerste editie en een voorlopige opzet die in de toekomst op meerdere aspecten zal worden uitgebreid.
3.1.1
Rijksontwikkelingen
De Raad van Volksgezondheid & Samenleving (de RVS), het onafhankelijk adviesorgaan voor de regering en het parlement, gaf onlangs aan dat er dringend groot onderhoud van het Nederlandse zorgstelsel nodig is om goede ondersteuning aan inwoners te kunnen blijven garanderen. Gebrek aan goede ondersteuning zal in de toekomst voor steeds meer groepen aan de orde zijn. Terwijl dit nu al geldt voor groepen die veel én verschillende typen ondersteuning gebruiken, zoals thuiswonende ouderen, mensen met een ernstige psychische aandoening en jongeren met een meervoudige hulpvraag. Het huidige stelsel draagt zelf in belangrijke mate bij aan dit probleem. Dit komt onder andere door de gefragmenteerde organisatie van het stelsel vanuit verschillende wet- en regelgeving, perverse productieprikkels, conflicterende mensbeelden en doordat het stelsel de toegang tot goede ondersteuning vanuit verschillende wetten steeds ongelijker maakt. In het advies ‘Met de stroom mee’3 geeft de Raad concrete aanbevelingen om het huidige stelsel aan te passen om de ondersteuning voor iedereen toegankelijk te houden, gewenste inwoners- en zelforganisatie initiatieven ‘de stroom’ mee te geven en de samenwerking beter te organiseren. Met de invulling van het Integraal Zorg Akkoord (IZA 4) gaat ook de gemeente Haarlem samen met Buurts met deze verandering aan de slag.
3 Met de stroom mee, Raad van Volksgezondheid & Samenleving, juni 2023
Daarnaast informeerde demissionair staatssecretaris Van Ooijen (VWS) onlangs de Tweede Kamer over de hoofdlijnen die hij ziet voor de toekomst van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) 20155. In de kamerbrief schetst hij een vergelijkbaar beeld als de RVS. Hij stelt dat passende ondersteuning begint bij mensen zelf, hun netwerk en (bestaande) voorzieningen en faciliteiten in de wijk. De demissionair staatssecretaris ziet hierbij een aantal belangrijke uitdagingen in de toekomst: 1. Ondersteuningsvragen van inwoners worden steeds complexer en strekken uit over verschillende levensgebieden. 2. Mensen willen over het algemeen zo lang mogelijk zelfstandig, in hun eigen omgeving blijven wonen en regie houden op de ondersteuning die zij krijgen. 3. Het op de lange termijn functioneel en financieel houdbaar houden van het ondersteuningsstelsel. Tenslotte ziet Van Ooijen een aantal vraagstukken om het stelsel als geheel houdbaar te houden en ziet als oplossing het verbeteren en vernieuwen van het stelsel binnen de huidige kaders. Hij geeft hierbij wel de winstwaarschuwing dat voor de langere termijn meer fundamentele keuzes gemaakt moeten worden over de inrichting van de Wmo. Specifiek voor Jeugd zijn er vanuit het rijk maatregelen beschreven voor verandering van het stelsel in de Hervormingsagenda Jeugd6.
Na de decentralisatie in 2015 is hard gewerkt aan verbetering van de jeugdzorg (tegengaan van versnippering, betere toegang, inzet op vakmanschap). Dat gebeurde lokaal, regionaal en landelijk met bijvoorbeeld het programma ‘Zorg voor de Jeugd’. Dit vond veelal plaats vanuit een benadering gericht op het individuele kind en minder op de context. Daarom zijn op dit moment verdergaande hervormingen in de jeugdzorg en in relatie met andere domeinen noodzakelijk om het stelsel van zorg en ondersteuning voor de jeugd meer in balans te brengen. De randvoorwaarden voor gezinnen rondom bestaanszekerheid, wonen, (passend) onderwijs, veiligheid, en geborgenheid zijn niet op orde en er worden jeugdigen – bewust of onbewust – allerlei normen opgelegd waaraan ze moeten voldoen. Zo zijn prestaties belangrijker dan relaties gemaakt door tegenslag, wat bij het leven hoort, primair aan het individu op te hangen. De druk die dit veroorzaakt en de manier waarop we hiermee omgaan, moet bespreekbaar gemaakt worden, zowel individueel als maatschappelijk. Zo wordt de veerkracht van jeugdigen en gezinnen in hun normale dagelijkse leven versterkt. Door de hoge energieprijzen, krappe woningmarkt en hoge inflatie staat de bestaanszekerheid van een groeiende groep mensen onder druk.
Het vergroot de noodzaak om ervoor te zorgen dat iedereen kan rekenen op een stabiel en voldoende besteedbaar 6 Hervormingsagenda Jeugd 2023-2028 (vng.nl)
4 Integraal Zorgakkoord: 'Samen werken aan gezonde zorg' | Rapport | Rijksoverheid.nl 5 Kamerbrief hoofdlijnen toekomst Wmo | Kamerstuk | Rijksoverheid.nl
Gemeente Haarlem – Maatschappelijke Ondersteuning; Jeugd, Onderwijs en Sport; Werk en Inkomen; Schulden, Minima en Sociale Recherche in samenwerking met Data, Informatie en Analyse
5
inkomen, uit werk of uit een vangnet wanneer dat nodig is. In de zomer van 2022 presenteerde demissionair minister Schouten al haar aanpak ‘Geldzorgen, Armoede en Schulden’ waarin ze aankondigt aan de slag te gaan met een meerjarige aanpak die in het bijzonder als doel heeft een halvering van het aantal kinderen dat opgroeit in armoede in 2025, en een halvering van armoede en problematische schulden in het algemeen in 2030. Dit moet bereikt worden door: • Een betere borging van bestaans- en inkomenszekerheid: een voldoende en stabiel inkomen is de basis; • Preventie van geldzorgen: goede voorlichting van jongs af aan, in alle levensfases en dichtbij om de juiste financiële keuzes te kunnen maken; • Een overheid die werkt voor mensen en voorziet in laagdrempelige, eenvoudige, mensgerichte financiële hulp en sociale incasso; • Maatregelen nemen om (generatie)armoede te doorbreken zodat iedereen meedoet en vooruitkomt; • Realiseren dat meer mensen eerder en betere schuldhulpverlening ontvangen en sneller perspectief hebben op een financieel zorgeloze toekomst.
3.2 Ontwikkeling demografie8 gemeente Haarlem Grote verschillen in stijging van aantal inwoners in de stadsdelen De Haarlemse bevolking is in de periode 2000-2023 gegroeid van 148.478 naar 165.412 inwoners (Afb. 1). Relatief gezien was de groei het grootst in stadsdeel Centrum (+22,7%) en het kleinst in stadsdeel Oost (+6,4%). Stadsdeel Noord kent van de vijf stadsdelen in 2023 in absolute zin het grootste aantal inwoners (56.913) en stadsdeel Centrum het kleinste aantal (14.744) (Afb. 1). De verwachting is dat het aantal inwoners de komende jaren nog verder zal stijgen tot 192.800 inwoners in het jaar 20409. Er zijn grote verschillen tussen de stadsdelen wat betreft de verwachte groei van het aantal inwoners in de periode van 2023-2030 en 2023-2040. In Schalkwijk en Oost wordt de grootste groei verwacht zowel procentueel als in absolute aantallen. Terwijl in Centrum geen groei wordt verwacht, maar juist een lichte afname van het aantal inwoners. Afb. 1. Ontwikkeling aantal inwoners Haarlem per stadsdeel vanaf 2000
Hoewel de regering voor 2023 extra geld heeft uitgetrokken om huishoudens met een lager inkomen te helpen, krijgen huishoudens met een inkomen rond het sociaal minimum bij ongewijzigd beleid de komende jaren te maken met oplopende tekorten. Dit blijkt uit het rapport Een zeker bestaan van de commissie Sociaal Minimum van juni 20237. Hoeveel huishoudens tekort gaan komen, is lastig te vatten in één getal, omdat het tekort onder meer afhangt van de huishoudsamenstelling en de gemeente waar iemand woont. Cijfers laten zien dat het hard nodig is om het besteedbaar inkomen van huishoudens op het sociaal minimum te verhogen, vooral als het gaat om gezinnen met kinderen. Daarom adviseert de Commissie een verhoging van de bijstand en het minimumloon. Daarnaast adviseert de commissie aan het kabinet een verhoging van de huurtoeslag te overwegen. In de tweede plaats adviseert de Commissie om de kinderbijslag of het kindgebonden budget te verhogen, in het bijzonder de bedragen voor oudere kinderen. Bovendien is het advies om in te blijven zetten op een verlaging van niet-gebruik van voorzieningen, zodat zo veel mogelijk mensen ontvangen waar ze recht op hebben.
7 Een zeker bestaan - Naar een toekomstbestendig stelsel van het sociaal minimum | Rapport |
Rijksoverheid.nl 8 Meer gegevens over bevolkingsontwikkelingen en huishoudens zijn te vinden in het tabellenoverzicht in de bijlage en via www.haarlem.incijfers.nl 9 Gemeentelijke bevolkingsprognose o.b.v. GBPRO, september 2022. De bevolkingsprognose kent veel afhankelijkheden en onzekerheden. Zo is immigratie moeilijk te voorspellen en de planning van de
Bron: Haarlem in Cijfers / Basisregistratie Personen (BRP)
woningbouw onderhevig aan meerdere externe factoren. Naar verwachting loopt de woningbouwplanning waarop de prognose is gebaseerd (veel) vertraging op. Daardoor zal het aantal inwoners zeer waarschijnlijk minder hard stijgen. Bovendien is de woningbouwplanning slechts t/m 2031 bekend. De onzekerheidsfactor wordt groter naarmate er verder in de toekomst gekeken wordt.
Gemeente Haarlem – Maatschappelijke Ondersteuning; Jeugd, Onderwijs en Sport; Werk en Inkomen; Schulden, Minima en Sociale Recherche in samenwerking met Data, Informatie en Analyse
6
Verdere vergrijzing zet mantelzorg potentieel verder onder druk Het aandeel ouderen neemt toe waardoor de gemiddelde leeftijd toeneemt. Zo is de gemiddelde leeftijd in de periode 2000-2023 gestegen van 39,2 naar 40,6 jaar en het aandeel inwoners van 65 jaar en ouder gestegen van 15,7% naar 17,4%. In overeenstemming met het landelijke beeld is de Haarlemse bevolking geleidelijk aan het vergrijzen. Dit wordt vooral zichtbaar in de periode 2030-2040. Tot 2030 neemt het aantal 65-plussers wel toe, maar blijft het relatieve aandeel in de samenleving nagenoeg gelijk (Afb. 2). Naar verwachting is het aandeel inwoners van 65 jaar en ouder in 2040 gestegen naar 19,7% wat neerkomt op 38.171 inwoners. Met de verdere vergrijzing komt ook het mantelzorgpotentieel (het aantal 50-64-jarigen ten opzichte van het aantal 85-plussers) verder onder druk te staan.
alleenstaanden in 2030 en 46.193 in 2040. Door de vergrijzing zal vooral het aantal alleenwonende ouderen in de toekomst toenemen. Afb. 3. Verwacht aantal huishoudens naar samenstelling in Haarlem 2023-2040
Afb. 2. Verwacht aantal ouderen (65 jaar en ouder) in Haarlem 2019-2040
Bron: Haarlem in Cijfers / Gemeentelijke bevolkingsprognose o.b.v. GBPRO - september 2022
Een uitgebreid overzicht van de prognose en het aantal inwoners (per leeftijdscategorie) en huishoudens (per soort) onderverdeeld naar gebieden en wijken is te vinden in de bijlage ‘Demografische ontwikkeling Haarlem – aantal inwoners en huishoudens per gebied en wijk’.
3.3 Ontwikkeling Doelgroepen Bron: Haarlem in Cijfers / Gemeentelijke bevolkingsprognose o.b.v. GBPRO - september 2022
Sterkste stijging van alleenwonende ouderen; meer kans op eenzaamheid Door bevolkingsgroei neemt ook het aantal huishoudens toe. Zo is het aantal huishoudens tussen 2000 en 2022 gestegen van 71.387 naar 78.486 en de komende jaren wordt een verdere toename verwacht (Afb. 3). De gemiddelde huishoudgrootte is in Haarlem 2,1 inwoners (bron: Haarlem in Cijfers/ CBS Kerncijfers Wijken en Buurten). De afgelopen jaren is zowel het aantal huishoudens met kinderen (van 23.753 in 2016 naar 24.939 in 2022) als het aantal eenpersoonshuishoudens (van 33.687 in 2016 naar 34.200 in 2022) toegenomen. Voor de komende jaren wordt hierin een verdere toename verwacht. Voor eenpersoonshuishoudens is deze toename zelfs sterk met naar verwachting 42.089 10 De WoonZorgwijzer is gebaseerd op een kansberekening en toont geen cijfers uit de realiteit. Het is
een verwachting op basis van landelijke patronen. Het instrument geeft data weer over inwoners ouder dan 19 jaar, die deel uitmaken van een zelfstandig huishouden (thuiswonenden). Zie voor een
Er is een prognose gemaakt van de ontwikkeling van de doelgroepen en het aantal inwoners dat gebruik maakt van Wmo-voorzieningen. In deze prognose wordt rekening gehouden met de omvang en ontwikkeling van verschillende groepen thuiswonende inwoners die wordt gehanteerd door de Woonzorgwijzer10. De verwachting is dat voor zeven van de acht onderscheiden groepen naar type aandoening/ problematiek in Haarlem, het aantal inwoners in de periode van 2020-2026 zal toenemen (Afb. 4). De grootste procentuele stijging wordt verwacht bij de groepen inwoners met een zintuiglijke beperking (+35%), aangeboren hersenletsel (+33%) en dementie (+20%). Wanneer gekeken wordt naar de grootste verwachte stijging in absolute aantallen inwoners die (gaan) kampen met een bepaalde problematiek dan ontstaat er een ander beeld. In absolute aantallen zit de grootste uitgebreide toelichting en informatie over de WoonZorgwijzer en definities van type aandoening/problematiek: https://infact.eu/woonzorgwijzer/instructies-enachtergronddocumentatie
Gemeente Haarlem – Maatschappelijke Ondersteuning; Jeugd, Onderwijs en Sport; Werk en Inkomen; Schulden, Minima en Sociale Recherche in samenwerking met Data, Informatie en Analyse
7
stijging qua aantallen bij de groep inwoners met een lichte verstandelijke beperking (+1.752) en de groep inwoners die kampt met somatische problematiek (+1.610). Overigens zijn de aantallen in de tabel geen unieke aantallen inwoners. Er kan sprake zijn van comorbiditeit, waardoor inwoners twee of meer aandoeningen hebben. In de volgende paragrafen 3.4.1 tot 3.4.3, wordt verder ingegaan op ontwikkelingen over mentale gezondheid jongeren, een dementievriendelijke stad en geldzorgen en rondkomen. Afb. 4. Overzicht ontwikkeling inwoners naar type aandoening/problematiek in Haarlem 2020-2026 2020
2021
2022
2023
2024
2025
2026
6.940
6.974
7.008
7.042
7.076
7.110
7.152
2.140 18.940
2.210 19.238
2.280 19.536
2.350 19.834
2.420 20.132
2.490 20.430
2.560 20.692
Niet-aangeboren hersenletsel
570
602
634
666
698
730
758
Psychiatrische problemen verminderde sociale redzaamheid en gedragsproblematiek
1.440
1.470
1.500
1.530
1.560
1.590
1.622
Psychiatrische problematiek verminderde sociale redzaamheid Dementie Licht verstandelijk beperkt
Somatische problematiek Matig of ernstig verstandelijk beperkt Zintuiglijk beperkt (doof en/of blind)
9.050
9.326
9.602
9.878
10.154
10.430
10.660
760
754
748
742
736
730
730
410
434
458
482
506
530
552
van de opdracht van Gewoon in de Wijk zijn Buurts en de gemeente ook begonnen om meer in samenhang, sociaaldomein-overstijgend samen te werken aan maatschappelijke vraagstukken in onze stad. Vanuit de beleidsdoelen zijn drie belangrijke strategische speerpunten voor de middellange termijn geformuleerd: mentale gezondheid jongeren, een dementievriendelijke stad en geldzorgen en rondkomen. Voor deze speerpunten zal vanuit een gezamenlijke probleemanalyse, die recht doet aan de veelzijdigheid en gelaagdheid van de problematiek, een ambitie en een veranderstrategie geformuleerd worden. Hierbij worden verschillende partijen en inwoners betrokken. In deze trendrapportage zullen op basis van beschikbare cijfers en gegevens deze speerpunten verder geduid worden. Bij elk speerpunt geven we eerst een beknopte definitie en beschrijven we enkele landelijke ontwikkelingen en cijfers. Daarna worden, voor zover beschikbaar, Haarlemse cijfers beschreven. Soms is er niet zozeer sprake van een beschrijving van trends/ontwikkelingen op de langere termijn, maar gaat het meer om het schetsen van de stand van zaken op een bepaald onderwerp of gebied.
Beleidsdoelen en thema s
Redzaam
ersie: itnodiging tot Inschrijving BIJ AG
Meedoen
Bron: Rapportage ‘’Ontwikkeling doelgroepen WMO en Jeugd Haarlem en Zandvoort Actualisatie 2021 (Bureau HHM, 2022) – WoonZorgwijzer.
3.4 Ontwikkeling speerpunten Buurts-Gemeente In de Uitnodiging tot Inschrijving zijn de beleidsdoelen opgenomen waar via Gewoon in de Wijk aan bijgedragen wordt. Deze zijn aan de hand van 16 thema’s in één overzicht geplaatst. De beleidsdoelen hebben betrekking op een groot deel van het sociaal domein van de gemeente Haarlem. Het raakt alle inwoners van jong tot oud, van inwoners met een ondersteuningsvraag tot inwoners die iets voor elkaar willen betekenen. Bij deze beleidsdoelen zijn (waar mogelijk) indicatoren vastgesteld waarmee de stedelijke ontwikkeling van de maatschappelijke effecten gevolgd kan worden (zie bijlage ‘Concept ontwikkeling beleidsdoelen’). Hoewel Buurts een (belangrijke) rol speelt bij deze maatschappelijke effecten, zijn deze niet altijd en of direct causaal te koppelen aan de inzet van Buurts. Effecten worden gerealiseerd door samenwerking tussen inwoners, (keten)partners, Buurts en de gemeente. Met de start
Gemeente Haarlem – Maatschappelijke Ondersteuning; Jeugd, Onderwijs en Sport; Werk en Inkomen; Schulden, Minima en Sociale Recherche in samenwerking met Data, Informatie en Analyse
8
3.4.1 Ontwikkeling speerpunt Mentale gezondheid jongeren Mentale gezondheid is de manier waarop je je verhoudt tot jezelf, anderen en hoe je omgaat met de uitdagingen in het dagelijks leven. Tegelijkertijd gaat het ook over hoe jij en anderen in de samenleving dit ervaren.
jongvolwassenen in Haarlem heeft lichte tot ernstige psychische klachten. Dat is vrijwel hetzelfde als in regio Kennemerland en Nederland. Daarnaast is er ook veel eenzaamheid onder jongvolwassenen. Bijna twee derde (65%) van de jongvolwassenen in Haarlem is eenzaam, waarvan iets meer dan een kwart (26%) sterk eenzaam. Bijna één op de drie jongvolwassenen denkt wel eens serieus aan suïcide.15
Landelijke ontwikkelingen
Afb. 5. Percentage jongvolwassenen met psychische klachten en percentage jongvolwassenen met psychische klachten naar geslacht en leeftijd
Het Nederlands Jeugdinstituut (NJI) heeft onderzocht dat kinderen en jongeren in Nederland hun leven al jaren een hoog rapportcijfer geven, maar dat de ervaren levenstevredenheid de afgelopen jaren significant afneemt11. In 2021 had 18% van de 12- tot 25-jarigen een slechte mentale gezondheid. Terwijl dit in 2019 en 2020 nog 11% was. Vooral vrouwen en jongvolwassenen hadden in 2021 vaker te maken met psychische klachten dan daarvoor. Of er een directe relatie is tussen Corona en mentale gezondheid kan op basis van de gegevens niet worden vastgesteld. Wel is uit ander onderzoek van het CBS gebleken dat 47 procent van de jongeren vindt dat de coronacrisis hun leven in het algemeen (heel) negatief beïnvloed heeft.12
Haarlemse ontwikkelingen/stand van zaken Uit de Corona Gezondheidsmonitor Jeugd 2021 van de GGD Kennemerland blijkt dat de mentale gezondheid van leerlingen onder druk staat. Zo is er een toenemende trend in het aantal leerlingen dat psychische klachten ervaart. Eén op de drie jongeren voelde zich in de 4 weken voorafgaand aan het onderzoek eenzaam, veel leerlingen ervaren stress 13 door één of meer factoren en leerlingen geven aan zich minder gelukkig te voelen dan voor corona. Het aantal leerlingen dat de afgelopen 12 maanden wel eens suïcidale gedachten heeft gehad is zorgwekkend hoog (25%). Over het algemeen is te zien dat meisjes een slechtere mentale gezondheid hebben dan jongens. Bijna een derde (31%) van de leerlingen in Haarlem heeft psychische klachten, meisjes (43%) veel meer dan jongens (17%). 14
Bron: Corona Gezondheidsmonitor Jongvolwassenen 2022
Veel jongeren en jongvolwassenen met deze problematiek komen terecht bij hun huisarts. De huisartsen in Haarlem worden ondersteund door praktijkondersteuners (POH) vanuit het CJG. De thema’s waarop jeugdigen en ouders in Haarlem hulp vragen aan de POH’s bevestigen dit beeld (Afb. 6.). Afb. 6. ’ Praktijk Ondersteuners Huisartsen in Haarlem
In 2022 komt uit de Corona Gezondheidsmonitor Jongvolwassenen 2022 van GGD Kennemerland naar voren dat 52% van de jongvolwassenen in Haarlem zich (zeer) vaak gestrest voelt door één of meerdere factoren (Afb. 5). Ook jongvolwassenen in Haarlem ervaren de meeste stress van studie of school, de combinatie van alles wat zij moeten doen en de eisen die zij en hun omgeving aan hen stellen. Dat is meer dan in de regio Kennemerland en Nederland. 18-20-jarigen ervaren het vaakst psychische klachten. Daarnaast ervaren jongvolwassen vrouwen vaker stress dan mannen. 55% van de 11 Cijfers over welbevinden en mentale gezondheid | Nederlands Jeugdinstituut, juni 2023
14 Corona Gezondheidsmonitor Jeugd 2021, mei 2022
12 Mentale gezondheid jongeren afgenomen, juni 2022
15 Corona Gezondheidsmonitor Jongvolwassenen 2022, maart 2023
13 In dit onderzoek is stress specifiek uitgevraagd. Te veel stress kan leiden tot psychische problemen.
Maar psychische problemen kunnen ook ontstaan zonder stress.
Gemeente Haarlem – Maatschappelijke Ondersteuning; Jeugd, Onderwijs en Sport; Werk en Inkomen; Schulden, Minima en Sociale Recherche in samenwerking met Data, Informatie en Analyse
9
3.4.2
Ontwikkeling speerpunt Dementievriendelijke stad
Een stad waar oog en oor is voor inwoners met dementie en hun mantelzorgers zodat zij gewoon kunnen blijven meedoen in de wijk.
mantelzorgers die zorgen voor mensen met dementie oog te houden voor aspecten van overbelasting. Zeker in combinatie met de verdere vergrijzing en de groeiende druk op het mantelzorgpotentieel. Afb. 7. Verwacht aantal inwoners met dementie in Haarlem 2020-2050
Landelijke ontwikkelingen Dementie is een ziektebeeld waarbij iemands geestelijke vermogens ernstig afnemen, Hierdoor kunnen de dagelijkse handelingen, die voorheen moeiteloos werden gedaan, minder goed of niet meer worden uitgevoerd. In Nederland hebben ongeveer 290.000 mensen dementie, daarvan zijn er naar schatting 15.000 jonger dan 65 jaar en wonen er ruim 80.000 in verpleeg- of verzorgingshuizen. Het aantal mensen met dementie zal als gevolg van de vergrijzing in de toekomst stijgen naar meer dan een half miljoen in 2040. Dementie is volgens het CBS de snelst groeiende doodsoorzaak in Nederland. Een op de drie vrouwen krijgt dementie, bij mannen is dat een op de zeven. De meest voorkomende vorm van dementie is de ziekte van Alzheimer (70%). Mensen met Alzheimer leven gemiddeld 6,5 jaar met de ziekte. Van de mensen met dementie woont 79% thuis en wordt verzorgd door hun naaste familie en/of omgeving; de zogenaamde mantelzorgers. Er zijn in Nederland ruim 800.000 mantelzorgers van mensen met dementie. De ervaren belasting van mantelzorgers van mensen met dementie is relatief hoog. Ruim de helft (53%) is zwaar belast; 3% van hen is overbelast.
Bron: Haarlem in Cijfers / Alzheimer Nederland - Prognose door ABF Research
Afb. 8. Ontwikkeling aandeel mantelzorgers in Haarlem die (zeer) vaak overbelast zijn
Haarlemse ontwikkelingen/stand van zaken In de prognose van WoonZorgwijzer (bij ontwikkeling doelgroepen) zagen we eerder dat het aantal inwoners met dementie in Haarlem in de periode 2020-2026 naar verwachting zal groeien van 2.140 naar 2.560. Recentere cijfers over de prognose van het aantal mensen met dementie tonen aan dat de voorspelde groei nog groter zal zijn. Alleen al in 2025 worden 2.700 inwoners met dementie verwacht en dit aantal zal in de periode tot en met 2050 nog veel verder groeien naar 5.100 (Afb. 7). Haarlem wijkt hierin niet af van de landelijke trends. Bron: Haarlem in Cijfers / Inwonerspeiling Haarlem
Uit de Dementiemonitor 2022 Regio Zuid-Kennemerland van Alzheimer Nederland blijkt dat van de inwoners met dementie 27% alleen woont, 37% samenwonend is en eveneens 37% in een zorginstelling woont. Dit impliceert dat er veel inzet van mantelzorgers is. De gemiddelde leeftijd van mantelzorgers van mensen met dementie is in de Regio ZuidKennemerland 68 jaar en de overgrote meerderheid van hen is vrouw (85%). Uit de Haarlemse Inwonerspeiling komt naar voren dat in 2022 meer mantelzorgers (16 jaar en ouder) zich overbelast voelen dan in de jaren ervoor. In 2022 zegt ruim een vijfde (21%) (zeer) vaak overbelast te zijn tegenover 12%-16% in de vier jaren ervoor (Afb. 8.). Hoewel deze vraag breed is gesteld en dus niet alleen specifiek gericht was aan mantelzorgers van mensen met dementie, geeft het resultaat aanleiding om specifiek ook bij de groep
Gemeente Haarlem – Maatschappelijke Ondersteuning; Jeugd, Onderwijs en Sport; Werk en Inkomen; Schulden, Minima en Sociale Recherche in samenwerking met Data, Informatie en Analyse
10
3.4.3 Ontwikkeling speerpunt Geldzorgen en rondkomen Aandacht voor geldzorgen en rondkomen in de wijk door in te zetten op preventie en vroegsignalering; een duidelijke rolverdeling en toegankelijke informatie; en verbinding met (waardevol) werk.
Afb. 9. Ontwikkeling aandeel inwoners (16 jaar en ouder) in Haarlem dat aangeeft dagelijks (enigszins/ ernstig) beperkt te worden door financiële situatie
Landelijke ontwikkelingen Uit jaarlijks terugkerend onderzoek van Deloitte, in samenwerking met Nibud en Universiteit Leiden, naar de financiële gezondheid van Nederlandse huishoudens zien we in 2022 een verslechtering ten opzichte van 202116. Volgens dit rapport is 60% van de Nederlanders financieel ongezond of kwetsbaar, tegenover 50% in 2021. Bijna één op de vijf Nederlandse huishoudens had het afgelopen jaar moeite met het betalen van de noodzakelijke kosten voor levensonderhoud. Uit een publicatie van de Commissie Sociaal Minimum17 blijkt dat veel Nederlandse huishoudens met een inkomen rond het sociaal minimum in financiële bestaansonzekerheid leven. Zij missen de noodzakelijke goederen en voorzieningen om rond te komen en mee te doen in de samenleving. Hoewel de regering voor 2023 extra geld heeft uitgetrokken om deze huishoudens te helpen, krijgen deze huishoudens bij ongewijzigd beleid te maken met oplopende tekorten. De Commissie adviseert om het besteedbaar inkomen van huishoudens op het sociaal minimum te verhogen, vooral als het gaat om gezinnen met kinderen. Daarnaast moeten de aangekondigde wijzigingen in de Participatiewet18 toewerken naar een eenvoudiger en toereikend bestaansminimum waarin menselijke maat, vertrouwen en eenvoud het uitgangspunt is. Het economisch zware jaar dat net achter ons ligt, heeft specifiek jongeren hard geraakt.
Met name de jongste groep Nederlanders (18-24 jaar) springt er in negatieve zin uit. Maar liefst 45% van deze groep is financieel ongezond. In 2021 ging het nog om 26%. Ook van de 25- tot 34-jarigen is een groot deel financieel ongezond (38%).
Haarlemse ontwikkelingen/stand van zaken Uit de Inwonerspeiling blijkt dat het aandeel inwoners (16 jaar en ouder) dat aangeeft in het dagelijks leven beperkt te worden door de eigen financiële situatie de laatste twee jaar hoger ligt dan in het jaar 2020. In de jaren 2021 en 2022 geeft (ruim) een vijfde (respectievelijk 21% en 20%) aan beperkt te worden door de eigen financiële situatie, waar dit in 2020 nog 15% was (Afb. 9). Dit sluit aan bij de landelijke trends. Uit de gemeentelijke registratie blijkt dat in Haarlem, in tegenstelling tot de landelijke cijfers, geen toename van het aantal aanmeldingen schulddienstverlening te zien. Het aantal signalen van betalingsachterstanden in de vaste lasten dat via Vroegsignalering van schulden wordt gemeld, is sinds 2022 stabiel.
16 Herstel van Balans De financiële gezondheid van Nederland in onzekere tijden, maart 2023
17
Bron: Haarlem in Cijfers / Inwonerspeiling Haarlem
In Haarlem is in lijn met de landelijke trend sprake van een daling van het aantal inwoners met een bijstandsuitkering (bron: Gemeentelijke registratie). Eind 2021 waren er nog 3.415 inwoners met een Participatiewet-uitkering en eind 2022 zijn dat er 3.299. Deze daling is ook in de eerste maanden van 2023 zichtbaar (3.247 in mei 2023). De grootste groep in de bijstand is boven de 50 jaar (48%), gevolgd door de groep tussen de 27 en 50 jaar (43%). Het aantal tot 27 jaar is het kleinst (9%). De groep HaarlemPashouders bestaat voor meer dan helft uit niet-bijstandsgerechtigden, terwijl het aantal bijstandsgerechtigden ook daalt (bron: Gemeentelijke registratie). De HaarlemPas is beschikbaar voor mensen met een laag inkomen en de houders hebben meer kans op geldzorgen en problemen met rondkomen. Uit de Gezondheidsmonitor Jongvolwassenen 2022 blijkt dat ruim een derde (35%) van de jongvolwassenen (16-25 jaar) moeite heeft met rondkomen. 27% heeft het idee weinig controle over geldzaken te hebben en 19% heeft een schuld (studieschuld en hypotheek niet meegerekend). Jongvolwassenen in Haarlem hebben vaker financiële problemen dan in de regio Kennemerland en Nederland als geheel. Financiële problemen komen vaker voor bij oudere jongvolwassenen (18-25-jarigen).
Uit de Kindermonitor 2022 blijkt dat 18% van alle kinderen t/m 11 jaar gevolgen ondervindt van het feit dat hun ouders moeite hebben met rondkomen of op hun uitgaven moeten letten. De door ouders meest genoemde gevolgen van geldgebrek zijn: geen vakantie of dagjes uit (12%); niet naar buitenschoolse opvang gaan (7%); en spanningen in het gezin (6%). Zeven procent van de ouders geeft aan enige moeite te hebben met rondkomen en 1% grote moeite. Daarnaast geeft 27% van de ouders aan geen moeite te hebben om rond te komen, maar wel op hun uitgaven moet letten.
18
Kamerbrief Visiebrief Participatiewet in balans, juni 2023
Een zeker bestaan. Naar een toekomstbestendig stelsel van het sociaal minimum, juni 2023
Gemeente Haarlem – Maatschappelijke Ondersteuning; Jeugd, Onderwijs en Sport; Werk en Inkomen; Schulden, Minima en Sociale Recherche in samenwerking met Data, Informatie en Analyse
11
4. Beleidsmatige ontwikkelingen rijk en gemeente De opdracht Gewoon in de Wijk geeft in onze stad uitvoering aan het deel van het Haarlemse sociaal domein waarin inwoners van jong tot oud zelfstandig redzaam kunnen zijn en meedoen in de eigen woon- en leefomgeving. Verschillende ontwikkelingen op andere beleidsterreinen van het rijk en de gemeente raken de uitvoeringspraktijk van Buurts. Een rode draad over deze beleidsterreinen is de al ingezette beweging ‘naar voren’: meer in de eigen leefomgeving en de wijk, meer preventief en collectief en meer ruimte voor eigen oplossingen en initiatieven van inwoners en professionals. Dit als antwoord op de steeds ingewikkelder wordende vraagstukken in onze veranderende samenleving. We signaleren verschillende specifieke beleidsmatige ontwikkelingen die voor Buurts belangrijk zijn om (deels) mee te nemen in de uitvoeringspraktijk en/of in het versterken van de samenwerking op de grensvlakken. Deze ontwikkelingen spelen niet alleen volgend jaar, maar blijven ook de komende jaren relevant.
4.1
Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen
Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen zijn voorzieningen in onze regio die begeleiding en opvang bieden aan inwoners die vanwege (complexe) psychische en sociale problematiek dakloos zijn geraakt en of tijdelijk niet meer in de eigen leefomgeving kunnen verblijven.
4.1.1.
Beleidsmatige ontwikkelingen Beschermd Wonen
verblijf in intramurale voorzieningen naar een aanpak gericht op ondersteuning in de eigen woning, leefomgeving en buurt.
4.1.2.
Doordecentralisatie Beschermd Wonen
Met de toekomstige invoering van het woonplaatsbeginsel Beschermd Wonen en een ‘Objectief verdeelmodel Beschermd Wonen’ wordt verder invulling geven aan de inzet op meer sociale inclusie. Via de Norm voor Opdrachtgeverschap wil de VNG sturen op de regionale samenwerking. Haarlem en de regio heeft dit vertaald in de oprichting van het Gemeenschappelijke Orgaan (GO)20. Hierin zijn alle gemeenten verantwoordelijk voor en betrokken bij de taak Beschermd Wonen. Hoewel de behandeling van de nieuwe Wet Woonplaatsbeginsel Beschermd Wonen opnieuw is uitgesteld, houden we er rekening mee dat het budget Beschermd Wonen doorgedecentraliseerd gaat worden. Daarom gaat de gemeente Haarlem in 2024 al samen met de regiogemeenten uitvoering geven aan het Beschermd Wonen. Ook voor Maatschappelijke opvang wil de regio deze beweging maken en hier gezamenlijk uitvoering aan geven. Ook dit vraagt om goede afstemming met het lokale ondersteuningsaanbod en dus ook van Buurts. Het voornemen is om via een ontwikkelagenda in nauwe samenwerking met lokale en regionale partners toe te groeien naar ondersteuning in de wijk voor deze complexe doelgroep in plaats van meer intramurale opvang.
4.1.3.
Beleidsmatige ontwikkelingen Maatschappelijk Opvang
Ook over de voorziening Maatschappelijke Opvang heeft het Rijk in december 2022 haar ambities kenbaar gemaakt met het andelijk Actieplan Dakloosheid: “ erst een Thuis”. Daarin staat de wens om dakloosheid in 2030 opgelost te hebben. Opvangvoorzieningen worden afgebouwd en ook hier is een versterkte inzet op ondersteuning in de eigen leefomgeving noodzakelijk. Om dit te bereiken worden de aankomende jaren diverse programma’s uitgevoerd; deze zijn beschreven in het Uitvoeringsprogramma Opvang, Wonen en Herstel 2023-202721 (OW&H). Daarnaast zijn het scheiden van wonen en zorg, het inzetten van ondersteuning nabij en de inzet van ervaringsdeskundigheid belangrijke leidende principes. Maatschappelijke Opvang zou alleen nog in uiterste gevallen en altijd kortdurend nodig zijn.
De Rijkscommissie ‘Toekomst Beschermd Wonen’19 is nog steeds actueel en zet in op sociale inclusie van inwoners die gebruikmaken van Beschermd Wonen. Door mensen in de eigen omgeving te begeleiden kan een beroep op verblijf in intramurale woonvoorzieningen waar mogelijk beperkt worden. Deze herstelgerichte benadering vraagt een transformatie van
4.1.4.
19
20 Oprichten gemeenschappelijk orgaan Beschermd Wonen, januari 2022
Commissie Toekomst Beschermd Wonen, Van Beschermd Wonen naar Beschermd Thuis, Vereniging van Nederlandse Gemeenten, november 2015
Aanbesteding Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang
In de aanbesteding van de voorzieningen Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen wordt verder uitvoering gegeven aan het scheiden van wonen en zorg, het meer bieden van
21 Uitvoeringsprogramma Opvang, Wonen en Herstel 2023-2027, april 2023
Gemeente Haarlem – Maatschappelijke Ondersteuning; Jeugd, Onderwijs en Sport; Werk en Inkomen; Schulden, Minima en Sociale Recherche in samenwerking met Data, Informatie en Analyse
12
ondersteuning in de eigen leefomgeving en het voorkomen van opvang. Dit wordt onder andere gedaan door het opnemen van een perceel Trajectbegeleiding voor inwoners met een Beschermd wonen en Maatschappelijke opvang indicatie. Deze begeleiding wordt in ambulante vorm geleverd aan cliënten die zelfstandig wonen en aan cliënten die tijdelijk in een accommodatie van een aanbieder verblijven. Daarnaast is het thema ‘samenwerking’ in de gunningscritera opgenomen. Wat betekent dit voor Buurts? De geschetste ontwikkelingen vragen een sterke samenwerking van Buurts en de partners die Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen bieden. Evenals verdere programmering van aanbod voor deze doelgroepen om een zachte landing, steunnetwerken, en een integrale aanpak in de eigen leefomgeving mogelijk te maken. Het regionaal beleidskader Opvang, Wonen en Herstel-2022-2027 geeft hier ook invulling aan. Hierin zijn een aantal acties en doelen beschreven waar Buurts al een bijdrage aan levert en of binnen de opdracht Gewoon in de Wijk uitvoering aan geeft: 1. Versterken van preventie: a. Versterken van de sociale basis in buurten en wijken. b. Voorkomen van schulden met vroegsignalering en voorkomen van huisuitzettingen c. Vergroten van ervaringskennis en ervaringsdeskundigheid d. Voortzetten aanpak gericht op voorkomen en tegengaan huiselijk geweld en kindermishandeling. 2.
Verbeteren van ondersteuning op maat: a. Doorlopende lijnen in de ondersteuning b. Passend aanbod in sociale basis (meedoen, peer-to-peer contact en zachte landing in de wijk). 3. Vergroten van tijdelijk- en structurele woonoplossingen: a. Opstellen en uitvoeren van Actieplan Housing First. 4. Realiseren van stabiele uitstroom: a. Doorlopende lijnen in ondersteuning zoals een zachte landing in de wijk
4.2
Beleidsmatige ontwikkelingen Zorg en Veiligheid
Voor het Zorg- en veiligheidsbeleid werken het justitieel domein, veiligheidsdomein, zorgdomein en sociaal domein aan een gezamenlijke aanpak van complexe problematiek, zoals mensenhandel, overlast door mensen met GGZ problematiek of re-integratie van exgedetineerden. Belangrijke ketenpartners in onze regio zijn onder andere de Politie, GGZ InGeest, de GGD, Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen partijen, het Openbaar Ministerie, het Zorg- en Veiligheidshuis en de partijen uit het voorveld (zoals Buurts). De ontwikkeling dat er steeds meer ondersteuning in de wijk en in de eigen leefomgeving plaatsvindt (ambulantisering), ook voor mensen met ingewikkeldere problematiek, vraagt om korte lijnen en heldere samenwerkingsafspraken tussen de ketenpartners. Die afstemming en samenwerking zijn nog niet altijd vanzelfsprekend. De komende periode worden voor verschillende thema’s aanvullende afspraken en kaders opgesteld. De volgende onderwerpen zijn daarin ook voor Buurts relevant:
-
-
-
Ketenveldnorm levensloopfunctie22 Het doel van de landelijk ingevoerde Ketenveldnorm is om een geïntegreerd en domeinoverstijgend zorgaanbod te organiseren voor mensen die gevaarlijk gedrag kunnen vertonen door problemen op verschillende leefgebieden in combinatie met een psychiatrische stoornis of een verstandelijke beperking. Versterking bemoeizorg In 2023 wordt in onze regio een analyse van de OGGZ bemoeizorg uitgevoerd. Dit heeft als doel om meer inzicht te krijgen in de doelgroep, de huidige inzet, de ketensamenwerking en de financiering van de bemoeizorg. Dit inzicht moet leiden tot verbeteringen voor een duurzame inrichting van de bemoeizorg en verbeteren van de samenwerking. Versterking samenwerking GGZ - sociaal domein Bij een goede samenwerking tussen de GGZ-partijen in het sociaal domein worden mensen eerder en beter geholpen en kan verergering van de problematiek en/of crisis mogelijk worden voorkomen.
22
Duiding coördinatie-activiteiten ketenveldnorm levensloopfunctie en beveiligde intensieve zorg | Standpunt | Zorginstituut Nederland
Gemeente Haarlem – Maatschappelijke Ondersteuning; Jeugd, Onderwijs en Sport; Werk en Inkomen; Schulden, Minima en Sociale Recherche in samenwerking met Data, Informatie en Analyse
13
Wat betekent dit voor Buurts? Zoals in de eerdere hoofdstukken geschetst zal ook Buurts meer vraag krijgen van mensen met complexe problematiek op het snijvlak van zorg en veiligheid die in de wijk (komen) wonen. Om hen goed te kunnen helpen is van Buurts outreachende inzet, flexibiliteit en ruimte voor maatwerk nodig, in nauwe samenwerking met de ketenpartners uit het zorg- en veiligheidsdomein. Een goede samenwerking met de ketenpartners vraagt om kennis van elkaars werk en goede samenwerkingsafspraken. Komende periode zal onder andere aandacht zijn voor samenwerkingsafspraken van Buurts met OGGZ-ketenpartners als de GGD, het Zorg en Veiligheidshuis, politie en Fivoor. Ook de samenwerking met huisartsen en GGZ inGeest voor mensen met psychische problematiek is een belangrijk aandachtspunt. Verder wordt in de uitvoeringsafspraken met Buurts ‘Bemoeizorg’ genoemd. Hiervoor moet gezamenlijk bepaald worden wat daarin van Buurts wordt verwacht en hoe dit goed aansluit op de inzet van de Bemoeizorg-partijen: GGD, Brijder en het ACT van GGZ inGeest.
Wat betekent dit voor Buurts? Het ‘in een zo vroeg mogelijk stadium ondersteunen met activering en/of werk van asielzoekers’ zal de aankomende periode verder ingevuld worden in samenspraak met het COA. Daarna zal duidelijker worden wat dit betekent voor de ondersteuningsvragen en het aanbod van Buurts. Daarnaast kan de vraag om passend aanbod voor mensen met een andere culturele achtergrond toenemen in alle onderdelen van de opdracht Gewoon in de Wijk.
4.4
Het Integraal Zorgakkoord (IZA) heeft als doel de zorg voor de toekomst goed, toegankelijk en betaalbaar te houden. Met het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) wordt een gerichte lokale en regionale aanpak op het gebied van preventie, gezondheid en sociale basis ingericht. Hiervoor zijn afspraken gemaakt vanuit een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de rijksoverheid, gemeenten en zorgverzekeraars.
4.4.1
4.3
Opvang asielzoekers en statushouders
Het aantal asielzoekers dat in Haarlem opvang moet worden geboden gaat naar verwachting eind 2023 en begin 2024 flink stijgen. Ook is er een motie aangenomen om asielzoekers in een zo vroeg mogelijk stadium te ondersteunen met activering en/of werk. Zelfs als zij nog niet onder de Wet inburgering vallen. Dit wordt uitgevoerd door de partners die de maatschappelijke begeleiding in het eerste jaar bieden. Daarnaast hebben gemeenten te maken met een oplopende taakstelling huisvesting statushouders. Statushouders ontvangen de eerste 12 maanden na vestiging maatschappelijke begeleiding vanuit Vluchtelingenwerk. Indien nodig worden ze daarna warm overgedragen naar Buurts. Het ministerie van Binnenlandse zaken geeft Haarlem een taakstelling van 500 statushouders in 2024 en 600 in 2025. Daarbij verwachten we vanaf dit jaar in eerste instantie meer statushouders te huisvesten met nareizigers. Daardoor zullen er relatief meer huishoudens gehuisvest moeten worden en kan de vraag om ondersteuning toenemen.
Integraal Zorgakkoord/Gezond en Actief Leven Akkoord
IZA
Voor het IZA is een regiobeeld vastgesteld om de belangrijkste vraagstukken in de regio op het gebied van gezondheid te formuleren. Dit gebeurt door Zilveren Kruis in samenwerking met de gemeenten uit de regio (Zuid- en Midden-Kennemerland), SIGRA (brancheorganisatie van zorg en welzijn inclusief Buurts) en GGD. Naar aanleiding van dit regiobeeld wordt toegewerkt naar een regio (transformatie) plan. Deze moet eind 2023 klaar zijn. Vanuit het IZA zijn transformatiegelden beschikbaar.
4.4.2
GALA
Voor het GALA wordt gewerkt aan een plan van aanpak voor de periode 2024 en verder. Dit plan moet eind september 2023 klaar zijn. Het plan van aanpak wordt door de gemeente opgesteld met input van beleidscollega’s en uitvoerende partijen (waaronder Buurts). Met name op de onderdelen gezondheid en sociale basis is Buurts de partij die betrokken is bij de uitvoering. Er zijn al middelen voor 2023 en voor de structurele invulling is een plan van aanpak vormgegeven. Dit moet worden vertaald naar uitvoeringsafspraken in de 2e helft van 2023.
Gemeente Haarlem – Maatschappelijke Ondersteuning; Jeugd, Onderwijs en Sport; Werk en Inkomen; Schulden, Minima en Sociale Recherche in samenwerking met Data, Informatie en Analyse
14
Wat betekent dit voor Buurts? Met Buurts zijn er al afspraken gemaakt over de inzet en de invulling van de extra middelen vanuit GALA voor 2023. Voor 2024 en verder moet dit nog gebeuren. Voor het GALA betreft dit met name het versterken van de sociale basis en gezondheid. Hiervoor zal Buurts samen met partners concreet bijdragen aan de vertaling van het plan van aanpak naar uitvoeringsafspraken. Tevens doet Buurts mee bij het komen tot en uitvoeren van het IZA-regioplan.
4.5
Kleinschalige woonvoorzieningen Jeugdhulp
Vanuit het Rijk moeten alle gesloten jeugdhulpinstellingen voor jongeren die zonder behandeling een risico voor zichzelf of hun omgeving vormen in 2030 zijn verdwenen23. Kleinschalige woonvoorzieningen in de wijken zijn het alternatief. Dit raakt de opdracht Gewoon in de Wijk. Het gaat hier om kleinschalige woonvormen (KWV's) van ongeveer 4-10 jongeren. Dit is een bovenregionale opdracht en de KW ’s worden verspreid over de regio. Er wordt gewerkt aan de ontwikkeling van twee locaties in Haarlem.
4.6.1
Het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) behoudt zijn autonome rol als spin in het web bij vragen van ouders over opvoeden en opgroeien. Er is een nauwe samenwerking met de wijkteams waar Buurts verantwoordelijk voor is. Vanuit de Hervormingsagenda Jeugd is het essentieel dat verder wordt ingezet op een stevige samenwerking tussen de lokale teams (wijkteams en CJG). Sommige jeugdigen of hun ouders of opvoeders krijgen te maken met problemen die verder reiken dan vanuit het dagelijks netwerk opgelost kan worden. Voor hen is passende ondersteuning nodig. Daarvoor zijn in de wijk laagdrempelige, kwalitatief goede, lokale teams nodig (met stevige relaties naar specialistische jeugdhulp indien passend). Zo kan samen met jeugdigen en hun ouders goed bezien worden wat nodig is, verbindingen worden gelegd met het bestaande informele en formele netwerk rondom de jeugdigen, en waar men ook zelf hulp kan bieden. Om zo beter te bepalen wat nodig is. Deze hulp kan gevonden worden bij het CJG als de oorzaak van het probleem bij de opvoeding of ontwikkeling ligt. Wanneer er sprake is van problematiek bij ouders of volwassenen komt men terecht bij het wijkteam. Wat betekent dit voor Buurts? Vanuit de Hervormingsagenda Jeugd zal ook de reikwijdte van wat onder jeugdhulp valt nader worden bepaald.
Naar verwachting gaat dit om een beperking van de reikwijdte en zal hierdoor minder hulp onder de jeugdwet vallen. Dit maakt dat er meer aanbod gericht op ondersteuning vanuit het voorveld verwacht wordt. Dit kan gevolgen hebben voor het voorveld van preventieve jeugdhulp, waar ook Buurts in actief is. Zo zal er gekeken worden hoe dit voorveld beter aan kan sluiten bij en goed kan schakelen met de gespecialiseerde jeugdhulp en samenwerking heeft met onderwijs.
Wat betekent dit voor Buurts? De aanwezigheid van kwetsbare jongeren in wijken beïnvloedt de vraag naar en het aanbod van meer passend en divers jeugd- en jongerenwerk. Ook neemt de vraag naar andere vormen van ondersteuning specifiek voor jongeren, zoals Waardevol werk, toe.
4.6
Vaststelling Hervormingsagenda jeugd24
Niet elke jeugdhulpvraag behoeft een antwoord in de vorm van de inzet van Jeugdhulp. Soms zijn een paar gesprekken met een medewerker van een lokaal team of een cursus het antwoord. Ook kan een interventie in achterliggende gezinsproblematiek meer passend zijn. Van Buurts wordt verwacht dat zij deze inzet in nauwe samenwerking met de ingekochte jeugdhulp partners (Consortia Jeugdhulp) afstemmen. Het Rijk schrijft met haar landelijke beleid uit de Hervormingsagenda Jeugd voor om zeer specifiek te kijken naar de inzet van jeugdpreventieve activiteiten en deze beter af te stemmen op de ondersteuningsbehoefte van kwetsbare kinderen en jongeren. Het vraagt dus meer inzet op het vergroten van de veerkracht van kinderen en hun ouders en hen – vroegtijdig of na inzet van jeugdhulp – te ondersteunen bij hun vragen.