2 Bijlage 1 Toelichting bestemmingsplan Rootz
Tekst van het document
Daarnaast kan het vastgelegd worden in afspraken als: samenwerkingsovereenkomst of anterieure overeenkomst. Ontwerpfase: De randvoorwaarden worden verwerkt in het ontwerp door de ontwikkelende partij in een Stedenbouwkundig Plan (SP) en Inrichtingsplan (IP). De gemeente toetst het resultaat aan het eind van deze fase, vóór bestuurlijke vaststelling (college van BenW). Voorbereidingsfase: In het geval van een ruimtelijk plan kunnen de eisen vertaald worden in de regels van het ruimtelijk plan en worden de uitgangspunten juridisch geborgd. Energie en Warmte Het Randvoorwaarde: Aardgasvrij bouwen Aardgasvrij bouwen wordt reeds als voorwaarde bij het bouwen gesteld. Het Rijk heeft per 1 juli 2018 de gaswet gewijzigd waardoor nieuwe gebouwen in principe geen gasaansluiting meer krijgen. Gemeente heeft de 'routekaart naar aardgasvrij 2040' vastgesteld. Randvoorwaarde: Bijna energieneutraal bouwen (BENG) BENG vervangt per jan 2020 de (EPC). Voor alle nieuwbouw, zowel woningbouw als utiliteitsbouw, geldt dat alle aanvragen van omgevingsvergunningen per 1 jan 2020 moeten voldoen aan de eisen voor bijna energieneutrale gebouwen (BENG ). Deze vervangt de energieprestatiecoëfficiënt (EPC). De BENG is opgebouwd uit drie indicatoren: de maximale energiebehoefte, het maximale primair fossiel energiegebruik en het minimale aandeel hernieuwbare energie.
De BENG-eisen gelden alleen voor nieuwbouw. Doeleinde: Energieneutraal en -leverend bouwen De BENG-eisen gaan niet uit van volledige energieneutraliteit. De 'versnelling Duurzaamheidsprogramma' (2017) zet in op een klimaatneutraal Haarlem in 2030. Bij nieuwe bouwontwikkelingen waar de gemeente de randvoorwaarden bepaald, zal maximaal op deze ambitie ingezet moeten worden door energieneutraliteit of energieleverende gebouwen te realiseren. Doeleinde checklist Warmtebron Nieuwbouwprojecten kunnen bijdragen aan de energietransitie van omliggende bestaande bouw. De checklist geeft een indicatie of een ontwikkeling in theorie geschikt is voor een collectief warmtesysteem (Energiestrategie Haarlem, 2019). Doeleinde: Warmtevoorziening via bodemwarmte Om te voorzien in de benodigde warmtevraag wordt bij voorkeur gebruik gemaakt van een bodemwarmtevoorziening. Indien in de omgeving al een warmtenet aanwezig is waar op kan worden aangesloten heeft dit de eerste voorkeur. Wanneer dit niet mogelijk is, wordt dit gemotiveerd. Bodemwarmtevoorzieningen moeten passen binnen eventueel aanwezige (lokale) bodemenergieplannen. (Routekaart aardgasvrij 2040, en Routekaart Versnelling Duurzaamheidsprogramma) "Rootz" (vastgesteld)
26
Klimaatadaptatie Randvoorwaarde: Watertoets en watercompensatie Een ontwikkeling mag niet leiden tot verslechtering van de waterhuishouding of een versnelde toename van de af-en aanvoer van water. Er mag geen afwenteling plaatsvinden op naastgelegen percelen / gebieden en er wordt rekening gehouden met de gewenste stroombaan van het hemelwater. De watertoets is een wettelijke verplichting bij planvorming en moet uitwijzen of/hoeveel gecompenseerd dient te worden. Het watersysteem wordt robuust ingericht met waterbergings- en afvoermogelijkheden conform de watertoets. Doeleinde: Toekomstbestendig watersysteem Het extra hemelwater wordt zoveel bovengronds geborgen en afgevoerd naar open water. Bij nieuwbouw wordt een toekomstbestendig watersysteem aangelegd met voldoende waterbergingscapaciteit. Dat houdt concreet in dat de ontwikkeling minimaal 70 mm water per m² moet kunnen bergen op eigen terrein gedurende in een etmaal. Doeleinde: Aanpak droogte en hittestress Een gebiedsontwikkeling mag niet bijdragen aan een versnelde bodemdaling, verslechtering van waterkwaliteit en hittestress in bestaand stedelijk gebied. Groen en Ecologie Randvoorwaarde: Natuurtoets en compensatiemaatregelen ecologie Bij elke ruimtelijke ontwikkeling moet deze met een natuurtoets beoordeeld worden op ecologische effecten. Een quickscan ecologie maakt standaard deel uit van de uit te voeren onderzoeken.
Deze quickscan kan als basis dienen voor een mitigatie- of compensatieplan in het kader van een ontheffingsaanvraag. Het ontwerp houdt rekening met uitkomsten van de quickscan en wordt hierop aangepast en past, als behoud niet mogelijk is, compenserende maatregelen toe. De compenserende maatregelen worden genomen voor de aangetroffen (beschermde) soorten. (o.a. Wet natuurbescherming 2017 en Ecologisch Beleidsplan 2013-2030, gemeente Haarlem) Doeleinde: Natuurinclusief bouwen Om een gezonde, aantrekkelijke en toekomstbestendige leefomgeving voor mens en dier te maken, moet de natuur een volwaardige plaats krijgen bij het ontwerpen van nieuwbouw en (openbare) ruimte hier omheen. Behoud en aansluiten op de bestaande ecologische waarden is uitgangspunt. Indien behoud niet mogelijk is, dienen in het bouwproject compensatiemaatregelen te worden getroffen. Daarnaast liggen er grote kansen voor bevordering van natuur binnen bouwprojecten d.m.v natuurinclusief bouwen. Na afloop van deze projecten vindt een evaluatie plaats van de pilot. In deze evaluatie worden de ervaringen opgenomen van de twee toegepaste methoden zodat inzicht wordt verkregen in de effectiviteit ervan en de voordelen en nadelen. Vervolgens kan een besluit worden genomen over de manier waarop Natuurinclusief bouwen in het vervolg een plek krijgt in Haarlemse ontwikkelingen.
Circulair bouwen en ontwikkelen Randvoorwaarde: Milieu Prestatie Gebouwen (MPG) Voor nieuwbouw dienen de waardes gehanteerd te worden conform bouwbesluit 2018. De Milieu Prestatie Gebouwen (MPG) geeft aan wat de milieubelasting is van de materialen die in een gebouw worden toegepast. De MPG is bij elke aanvraag voor een omgevingsvergunning verplicht. Er geldt voor de MPG een maximum grenswaarde van 1,0. (Bouwbesluit 2018) Doeleinde: verbeterde Milieu Prestatie Gebouwen Het verhogen van de ambitie ten aanzien van de MPG is een concrete maatregel die bijdraagt aan deze doelstelling. Dat betekent dat waar mogelijk een lagere MPG-norm wordt voorgeschreven (hoe lager de norm, hoe beter de prestatie), te weten: 0,8. Doeleinde: Duurzame GWW "Rootz" (vastgesteld)
27
De Aanpak Duurzaam GWW helpt om op een uniforme en systematische manier de juiste processtappen te zetten. Door duurzaamheid te verankeren in de bedrijfsprocessen geven partijen binnen de GWW-sector op een zelfde manier invulling aan duurzaamheid in projecten en zijn verwachtingen vooraf duidelijk. De aanpak Duurzaam GWW wordt gevolgd voor planvorming, aanleg, aanbesteding, beheer en onderhoud. Van de private partijen die GWW aanleggen wordt gevraagd mee te werken aan deze aanpak. (Grondstoffenakkoord, Green Deal Duurzaam GWW 2.0) Doeleinde: Registratie materialen De bestaande stad is de grondstoffenmijn van de toekomst. Het opstellen van een materialenpaspoort en de registratie daarvan in het Madaster 7, of vergelijkbaar registratiesysteem, draagt bij aan het hergebruik van materialen. Het betreft een relatief eenvoudig uitvoerbare maatregel omdat het in de ontwerpfase wordt toegepast en geen uitvoeringskosten betreft. Doeleinde: Toekomstbestendig ontwerpen Flexibiliteit bieden voor functionele verandering op termijn kan hoge kosten en materiaalverspilling bij een herbestemming of woningaanpassing voorkomen. De woonvisie vraagt aandacht voor flexibiliteit en duurzaamheid. (Doorbouwen aan een (t)huis, Woonvisie Haarlem 2017 - 2020).
Doeleinde: Afvalinzameling integreren in ontwerp De voorzieningen voor (gescheiden) inzameling van afval dienen bij de oplevering van nieuwbouwlocaties al op orde moeten zijn, zodat geen noodoplossingen worden ingezet. Daarom dienen voorzieningen zoals ondergrondse en inpandige containers in een vroege fase van het ontwerp geïntegreerd te worden. Mobiliteit Het college van B en W heeft op 24 augustus 2021 nieuw Mobiliteitsbeleid vastgesteld. Hiermee wil Haarlem een aantrekkelijke, gezonde en goed bereikbare stad blijven, terwijl de stad groeit. Dat betekent onder andere: De fiets en de voetganger krijgen voortaan prioriteit. Een snelheid van 30km uur wordt de norm in Haarlem en bij alle nieuwe wegontwerpen, wordt voortaan eerst gekeken naar de ruimte voor de fietser en de voetganger. Het Hoogwaardig Openbaar Vervoer (HOV) wordt evenwichtiger over de stad verdeeld en het autoverkeer wordt zoveel mogelijk gebundeld op de hoofdroutes. In heel Haarlem wordt tussen nu en 2030 gefaseerd gereguleerd parkeren ingevoerd. Het streven is dat in 2030 het merendeel van de korte afstanden binnen Haarlem per fiets of te voet afgelegd worden en dat meer dan de helft van de verplaatsingen vanuit of naar Haarlem met het openbaar vervoer (OV) of de fiets plaatsvinden.
Doeleinde: Stimuleren fiets en voetgangers door de bebouwing Voor iedere nieuwe woning schrijft het Bouwbesluit 2012 voor om een eigen berging voor het stallen van fietsen en scootmobielen met een minimale oppervlakte te realiseren. Op grond van de gelijkwaardigheidsbepaling mag er op een andere manier aan worden voldaan dan is aangegeven. De "Beleidsregel bergingen nieuwe woongebouwen Haarlem 2018" geeft voorwaarden daar aan. Tevens wordt er bij woongebouwen rekening gehouden met levensloopbestendigheid (d.m.v. stalling voor scootmobielen). Doeleinde: Stimuleren fiets en voetgangers door de openbare ruimte Het aantal autoritten moet gereduceerd worden en het is de bedoeling dat er minder parkeerplaatsen in de openbare ruimte komen. Ook bij (ver)bouwprojecten moet dit principe leidend zijn. Bijvoorbeeld met een aantrekkelijke looproute naar de dichtstbijzijnde HOV-halte of NS-station, autoparkeren op afstand en voldoende en comfortabele fietsenbergingen of -stallingen die gemakkelijker bereikbaar zijn dan de parkeerplaatsen voor auto's. Doeleinde Duurzaam mobiliteitsplan Binnen de 'beleidsregels parkeernormen' is het mogelijk om gebruik te maken van een mobiliteitsplan. Het uitwerken van een locatie specifiek mobiliteitsplan is een goede methode om bij te dragen aan de duurzame mobiliteitstransitie én te voorzien in voldoende ruimte voor parkeren.
Het mobiliteitsplan wordt "Rootz" (vastgesteld)
28 opgesteld door de initiatiefnemer en kan elementen bevatten over bijvoorbeeld deelauto's, goede fietsontsluiting i.c.m. nabijheid en OV etc. Doeleinde: Fietsparkeren in ontwerp In het ontwerp moet er aandacht zijn voor het fietsparkeren voor bewoners, maar ook voor bezoekers. Slimme locaties, goed bereikbaar en zeer comfortabel waardoor gebruikers verleid worden de fiets te verkiezen boven de auto. Een goede integratie van (voldoende) fietsparkeren in het ontwerp moet als doel hebben de ruimtelijke kwaliteit vergroten én om het gebruik van de fiets te stimuleren. Doeleinde: Laadpunten auto Als onderdeel van de energiestransitie wordt elektrisch rijden gestimuleerd door het vergroten van de laadinfrastructuur (laadvoorzieningen). Bouwontwikkelingen moeten voldoende laadvoorzieningen realiseren. Het CROW heeft hiervoor een richtlijn opgesteld, dit kan als basis gebruikt worden. (CROW, publicatie 381, 2018). Doeleinde: Smart Mobility in ontwikkelzones De ontwikkelzones worden duurzame toekomstwijken, waarbij op het gebied van mobiliteitsconcepten geëxperimenteerd wordt en met zo efficiënt mogelijke ruimtebehoefte wordt gebouwd. Initiatiefnemers worden uitgedaagd om te komen met een passend experiment voor een mobiliteitsconcept, waarbij ze ook oog hebben voor de bestaande omgeving.
In paragraaf 4.7 is nader uitgewerkt hoe de duurzaamheidsaspecten zijn geïntegreerd in de nadere planuitwerking.
"Rootz" (vastgesteld)
29
Hoofdstuk 4
Milieu- en omgevingsaspecten
4.1
Milieuzonering
4.1.1
Inleiding
In ruimtelijke plannen moet een goede ruimtelijke ordening gewaarborgd worden. Dit uit zich onder andere in functiescheiding tussen hindergevoelige en hinderveroorzakende functies. Daarbij kan worden getoetst aan de VNG-Publicatie” Bedrijven en Milieuzonering” (VNG, 2009). De VNG-Publicatie ”Bedrijven en Milieuzonering” geeft richtafstanden voor onder andere geluid per categorie en per type bedrijvigheid aan. Binnen deze richtafstanden is bij een gemiddelde bedrijfsvoering hinder van het bedrijf te verwachten. De te beoordelen situaties zijn te herleiden tot drie groepen, te weten: 1. Nieuwe milieugevoelige functies nabij bestaande bedrijven. In deze situatie dient primair te worden beoordeeld of hinder te verwachten is van de specifieke bestaande bedrijven. In deze situatie is de bedrijfscategorie leidend. Afhankelijk van deze categorie zal ten minste een afstand van bv. 10 meter (cat. 1), 30 meter (cat. 2), 50 meter (cat. 3.1) tussen de gevoelige functies en belastende activiteiten moeten worden gerespecteerd. 2. Nieuwe bedrijfsbestemmingen nabij bestaande milieugevoelige functies. In deze situatie is de bedrijfscategorie zoals deze wordt opgenomen in het bestemmingsplan leidend. Afhankelijk van deze categorie zal ten minste een afstand van bv. 10 meter (cat. 1), 30 meter (cat. 2), 50 meter (cat.
3.1) tussen de gevoelige functies en belastende activiteiten moeten worden gerespecteerd. In het geval de bestemmingswijziging wordt gerealiseerd ten bate van de vestiging van een specifiek bedrijf, kunnen de omstandigheden van dit bedrijf worden meegewogen. In elk geval dient ten minste aan de Wet milieubeheer te worden voldaan. 3. Nieuwe milieugevoelige functies nabij nieuwe bedrijfsbestemmingen. In dit geval is de bedrijfscategorie zoals deze wordt opgenomen in het bestemmingsplan leidend. Afhankelijk van deze categorie zal ten minste een afstand van bv. 10 meter (cat. 1), 30 meter (cat. 2), 50 meter (cat. 3.1) tussen de gevoelige en belastende bestemmingen moeten worden gerespecteerd. De richtafstanden in Bedrijven en Milieuzonering gelden ten opzichte van een gevoelige functie, zoals bedoeld met de omgevingstypen rustige woonwijk of rustig buitengebied. In het geval de geluidgevoelige functies zijn gelokaliseerd in omgevingstype gemengd gebied kan een afwijkende systematiek worden toegepast, die meer ruimte biedt aan bedrijven. Dit omgevingstype en bijbehorende systematiek zullen dan wel in het bestemmingsplan moeten worden vastgelegd. In deze situatie is alleen de eerst genoemde situatie aan de orde. 4.1.2
Betekenis voor het plan
Bestaande functies Aan de Amerikaweg is op een afstand van 40 meter van het plangebied een (onbemand) tankstation aanwezig. Tevens bevindt zich ten noorden van het plangebied het Spaarne Gasthuis ziekenhuis. Voor het overige wordt het plangebied omgeven door ongebouwde terreinen en- of woonfuncties die zich goed verhouden tot het beoogde programma van ROOTZ en waar ROOTZ zelf ook geen belemmerende gevolgen voor heeft. Het tankstation dat aanwezig was aan de Europaweg, ten behoeve waarvan op de verbeelding van het bestemmingsplan 'Schalkwijk-Midden' nog een bedrijfsbestemming was opgenomen (zie afbeelding 4.1), is inmiddels verplaatst. Het onbemande tankstation aan de Amerikaweg zet geen LPG door. Het tankstation is gelegen op een afstand van ten minste 40 meter van het plangebied. Er wordt voldaan aan de richtafstand van 30 meter (10 meter in gemengd gebied). Er is geen invloed.
"Rootz" (vastgesteld)
30
Afbeelding 4.1 Uitsnede uit het bestemmingsplan Het Spaarne Gasthuis is een ziekenhuis en valt volgens de brochure in milieucategorie 2. Hiervoor geldt een richtafstand van 10 meter in gemengd gebied. De daadwerkelijke afstand tussen het ziekenhuis en het plangebied is circa 40 meter. De spoedpost van het ziekenhuis bevindt zich hemelsbreed op 300 meter van ROOTZ en zorgt dus ook niet voor onevenredig nadelige effecten op de ontwikkeling. Nieuwe functies De ontwikkeling zelf heeft betrekking op woningbouw en een commerciële plint. De voorzieningen in de plint staan allemaal in het teken van een prettige woonomgeving. Het zijn functies die het wonen ondersteunen zoals horeca, fietsenmaker, werkplekken en zorggerateerde voorzieningen. Deze functies verhouden zich goed tot de woningen in het plangebied zelf maar ook tot de functies in de nabijheid. 4.1.3
Conclusie
De vestiging van woningen en de andere functies op de projectlocatie voldoet aan de richtafstanden uit de VNG-Publicatie Bedrijven en Milieuzonering (2009). Het voorgenomen project zal geen belemmeringen opleveren voor het omliggende bedrijven.
4.2
Bodem
4.2.1
Inleiding
In het kader van goede ruimtelijke ordening dient in een ruimtelijk plan aandacht te worden besteed aan de bodemkwaliteit en de betekenis voor de haalbaarheid van het plan. Daarbij kan onderzoek van de bodem nodig zijn om te weten welke kosten mogelijk met een sanering zijn gemoeid. Een verplichting daartoe is er niet voor een ruimtelijk plan. De verplichting is er wel bij de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen. Dan dient een onderzoeksrapport betreffende de bodemgesteldheid te worden overgelegd (conform artikel 2.4 onder d. van de Regeling omgevingsrecht). De ontwikkelzone Europaweg, waar binnen dit terrein valt, is in 2021 aangewezen als interferentiegebied voor bodemenenergiesystemen. Het rechtsgevolg van het aanwijzen van een interferentiegebied is dat kleine gesloten bodemenergiesystemen vergunningplichtig zijn. Hierdoor zijn er voor alle bodemenergiesystemen die worden aangelegd in het interferentiegebied beleidsregels opgesteld waaraan bij de vergunningverlening moet worden getoetst. Deze regels heeft de gemeente vastgelegd in "Rootz" (vastgesteld)
31 de Beleidsregel gronden weigering vergunning bodemenergiesystemen interferentiegebieden Zuidwest en Europaweg (vastgesteld door het college van B&W op 12-10-2021). 4.2.2
Onderzoek
Door BK ingenieurs is verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Met dit bodemonderzoek is de huidige bodemkwaliteit vastgelegd. Het onderzoeksgebied heeft betrekking op het Belcantogebouw aan de westkant en de panden in het oostelijk deel van het terrein waar in het verleden een autogarage (reparatie, opslag en gebruik van brandstof, olie en kolen) aanwezig was. De hypothese voor de bodem ter plaatse van de voormalige autogarage 'verdacht op het voorkomen van verontreinigingen met minerale olie en PAK' is onjuist gebleken. De hypothese voor het overige terrein 'onverdacht op het voorkomen van verontreinigingen anders dan die op basis van de BKK kunnen worden verwacht' is juist gebleken. In bodem zijn maximaal licht verhoogde gehalten koper, kwik, lood, PAK en PCB aangetoond. Het uitvoeren van een nader bodemonderzoek is niet noodzakelijk. Op grond van de milieu-hygiënische kwaliteit van de bodem bestaat geen bezwaar voor de voorgenomen herontwikkeling van de locatie. De rapportage kan gebruikt worden voor het bestemmingsplan en volstaat ook voor een omgevingsvergunningaanvraag. Het funderingsmateriaal (menggranulaat) onder het asfalt voldoet op basis van de indicatieve toetsing aan het Besluit bodemkwaliteit aan de samenstellingswaarden voor een niet-vormgegeven bouwstof. Tevens is indicatief visueel en analytisch geen asbest aangetroffen in het menggranulaat. 4.2.3
Conclusie
Op grond van de milieu-hygiënische kwaliteit van de bodem bestaat geen bezwaar voor de voorgenomen herontwikkeling van de locatie. De rapportage kan gebruikt worden voor een omgevingsvergunningaanvraag. Verder bodemonderzoek is niet nodig.
4.3
Asbest
Ten behoeve van de totaalsloop van de bebouwing is een asbestinventarisatie uitgevoerd. In de bebouwing is asbest aangetroffen. Het aangetroffen asbesthoudende materiaal geeft momenteel geen gebruiksbeperking, behoudens dat het asbesthoudende materiaal niet bewerkt mag worden. Er bestaat op basis van het aangetroffen asbesthoudende materiaal geen wettelijke plicht actie te ondernemen. Voordat sloopwerkzaamheden ter plaatse van beperkingen in het onderzoek uitgevoerd worden, dient een aanvullend onderzoek verricht te worden ten behoeve van het doel van het onderzoek. De asbest zal door een gecertificeerd asbestverwijderingsbedrijf moeten worden verwijderd. Buiten de financiële uitvoerbaarheid van het project heeft het aspect asbest geen relevantie in het kader van het bestemmingsplan. Het betreft een uitvoeringsaspect. In de exploitatie is rekening gehouden met de kosten voor het verwijderen van de asbest.
4.4
Geluid
4.4.1
Inleiding
De Wet geluidhinder (Wgh) vormt het juridische kader voor het Nederlandse geluidbeleid. De Wgh bevat een uitgebreid stelsel van bepalingen ter voorkoming en bestrijding van geluidhinder door wegverkeer, railverkeer en industriële activiteit. Het stelsel is gericht op het voorkomen van nieuwe geluidgehinderden. Bij besluit van 8 september 2009 heeft BenW beleidsregels Hogere Waarden Geluidhinder vastgesteld (STZ/MIL Reg.nr. 2009/163223).
"Rootz" (vastgesteld)
32
4.4.2
Onderzoek
4.4.2.1 Wet geluidhinder In het kader van de Wet geluidhinder is Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd. Omdat het plangebied niet is gelegen binnen de zone van geluidgezoneerde industrieterreinen en of een spoorweg heeft het onderzoek zich gericht op het geluid van het wegverkeer. De planlocatie bevindt zich volgens de Wet geluidhinder binnen de zone langs meerdere wegen, met name de Europaweg, Kennedylaan en Amerikaweg. Ten behoeve van dit geluidonderzoek is gebruik gemaakt van de Wet geluidhinder, zoals deze geldt per 1 mei 2017. De geluidbelastingen vanwege wegverkeer zijn berekend conform de Standaardrekenmethode 2 uit bijlage III van het ‘Reken- en meetvoorschrift geluid 2012’. De berekende geluidbelastingen zijn getoetst aan de grenswaarden uit de Wet geluidhinder: Stedelijke wegen: voorkeursgrenswaarde 48 dB, maximale grenswaarde 63 dB. Conclusies: De voorkeursgrenswaarde ten gevolge van het wegverkeer op de Europaweg wordt overschreden bij blok A en B. De hoogst berekende geluidbelasting bedraagt 59 dB. De maximaal te ontheffen waarde van 63 dB wordt nergens overschreden. De voorkeursgrenswaarde ten gevolge van het wegverkeer op de Kennedylaan wordt overschreden bij blok B t/m E. De hoogst berekende geluidbelasting bedraagt 58 dB. De maximaal te ontheffen waarde van 63 dB wordt nergens overschreden.
De voorkeursgrenswaarde ten gevolge van het wegverkeer op de Amerikaweg wordt overschreden bij blok D t/m F. De hoogst berekende geluidbelasting bedraagt 60 dB. De maximaal te ontheffen waarde van 63 dB wordt nergens overschreden. De gecumuleerde geluidbelasting ten gevolge van wegverkeerslawaai (Lvl,cum) bedraagt ten hoogste 66 dB zonder aftrek. Bron- of overdrachtsmaatregelen om de geluidbelasting te reduceren tot onder de voorkeursgrenswaarden zijn niet doelmatig. Er dienen hogere waarden te worden aangevraagd. De akoestische situatie is getoetst aan de aanvullende voorwaarden uit het gemeentelijk geluidbeleid: De blokken G en H zijn geheel geluidluw. Het binnengebied is ook geluidluw. Woningen aan het binnengebied hebben daarmee direct een geluidluwe gevel en buitenruimte. Voor de appartementen aan de buitenzijde zullen aanvullende geluidwerende maatregelen nodig zijn om een geluidluwe zijde te realiseren. In het akoestisch onderzoek zijn diverse oplossingsrichtingen voorgesteld waarmee een geluidluwe zijde gecreëerd kan worden, afhankelijk van de optredende geluidbelasting. De aanwezigheid van een geluidluwe zijde is ook als voorwaardelijke verplichting opgenomen in de regels van het bestemmingsplan.
Voor alle woningen (met hogere waarden) is het noodzakelijk om een aanvullend onderzoek naar de gevel geluidwering uit te voeren en te toetsen aan de eisen conform artikel 3.1 t/m 3.3 uit het Bouwbesluit. 4.4.2.2 Stemgeluid Om vast te stellen of ter plaatse van de omliggende geluidgevoelige bestemmingen geen ontoelaatbare geluidhinder ontstaat door de activiteiten op de (dak)terrassen van de verschillende blokken is een Akoestisch onderzoek stemgeluid uitgevoerd, om kaders te bepalen waarmee een aanvaardbaar woonen leefklimaat kan worden gewaarborgd. Met behulp van de beoogde opzet voor de (collectieve) (dak)terrassen en het eerder opgestelde rekenmodel van de omgeving behorende bij het Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai is het onderzoek uitgevoerd. Met de resultaten uit het Akoestisch onderzoek stemgeluid kan worden geconcludeerd dat vanwege stemgeluid op de (collectieve) dakterrassen geen overlast ter hoogte van woningen in de omliggende "Rootz" (vastgesteld)
33 woonblokken zal optreden. Daarnaast worden in het regelement van de VvE regels opgenomen die gericht zijn op redelijk gebruik, met betrekking tot het voorkomen van geluidhinder, van de gemeenschappelijke dakterrassen (zoals bijvoorbeeld: geen luidruchtige activiteiten en beperkt gebruik na 23.00 uur s 'avonds). Hiermee is sprake van een goed woon- en leefklimaat en dus een goede ruimtelijke ordening voor wat betreft het aspect stemgeluid. 4.4.3
Conclusie
Het aspect geluid vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
4.5
Luchtkwaliteit
4.5.1
Inleiding
Omdat de beoogde plannen door de realisatie van nieuwe woningen voor extra verkeer langs de wegen in de omgeving zorgen, zijn deze van invloed op de luchtkwaliteit langs die wegen. Om deze reden is onderzoek gedaan naar de gevolgen ten aanzien van luchtkwaliteit. De luchtkwaliteit is van belang voor de gezondheid van mens en dier en voor de kwaliteit van het milieu. In de Europese Unie zijn daarom grenswaarden afgesproken waaraan de concentraties van een aantal stoffen vanaf bepaalde ingangsdata moeten voldoen. Die grenswaarden en regelgeving om ze tijdig te bereiken en te handhaven zijn in Nederland opgenomen in de Wet milieubeheer, titel 5.2 Luchtkwaliteitseisen. Indien een bestemmingsplan vastgesteld of gewijzigd wordt, dient vast te staan dat de gevolgen voor de luchtkwaliteit voldoen aan die eisen (als gevolg van art. 5.16 lid 1 en 2). Die gevolgen worden bepaald door de verandering in gebruik en functies die door het bestemmingsplan worden mogelijk gemaakt ten opzichte van de bestaande (toegestane) functies. Maatgevend is de met de veranderingen samenhangende groei van het autoverkeer en de daardoor veroorzaakte uitstoot van de stoffen stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10). De Wet milieubeheer onderscheidt in artikel 5.16. lid 1 een aantal situaties waarin een bestemmingsplan voldoet aan de regels voor de luchtkwaliteit.
Dit is onder meer het geval indien aannemelijk is dat de ontwikkelingen 'niet in betekenende mate' (NIBM) gevolgen hebben voor de luchtkwaliteit (artikel 5.16 lid 1 onder c). Nadere criteria om te bepalen of er sprake is van NIBM zijn gegeven in een AmvB Niet In betekenende Mate en een gelijknamige Regeling NIBM. Daarin is bijvoorbeeld aangegeven dat van NIBM onder meer sprake is indien het bestemmingsplan een netto-uitbreiding met minder dan 1.500 woningen of 100.000 m2 BVO kantoren mogelijk maakt. 4.5.2
Onderzoek
Ten behoeve van het bestemmingsplan is Onderzoek Luchtkwaliteit uitgevoerd. In het onderzoek zijn de gevolgen voor de luchtkwaliteit, die samenhangen met de ontwikkeling van het plangebied in kaart gebracht. Hiertoe zijn de concentraties luchtverontreinigende stoffen berekend op die locaties waar de gevolgen voor de luchtkwaliteit maximaal zijn en de hoogste concentraties luchtverontreinigende stoffen te verwachten zijn. De berekeningen zijn uitgevoerd voor het maatgevende jaar 2023, met de toekomstige verkeersintensiteiten op de verkeerswegen. In het onderzoek is uitgegaan van de ingebruikname van het Rootz-terrein in 2023. Omdat de ingebruikname van de ontwikkeling in de praktijk gefaseerd zal plaatsvinden, vormen de berekende concentraties luchtverontreinigende stoffen in voorliggend onderzoek een overschatting van de werkelijk te verwachten concentraties (worst case). Indien in het jaar 2023 wordt voldaan aan grenswaarden, wordt – vanwege de afnemende achtergrondconcentraties – ook voldaan in het jaar, 10 jaar na vaststelling van het bestemmingsplan. Uit de berekeningen volgt dat zelfs bij de gehanteerde worst case benadering, de grenswaarden voor (zeer) fijnstof en NO2 niet worden overschreden op die locaties waar de gevolgen voor de luchtkwaliteit vanwege de beoogde ontwikkeling het grootst zijn. "Rootz" (vastgesteld)
34
4.5.3
Conclusie
Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
4.6
Externe veiligheid
4.6.1
Inleiding
Externe veiligheid betreft het risico dat aan bepaalde activiteiten verbonden is voor ‘niet bij de activiteit betrokken personen’. Het externe veiligheidsbeleid richt zich op het voorkomen en beheersen van risicovolle bedrijfsactiviteiten en van risicovol transport. Het gaat in basis daarbij om de bescherming van individuele burgers en groepen tegen ongevallen met gevaarlijke stoffen of omstandigheden. Daarbij gaat het om de risico’s verbonden aan ‘risicovolle inrichtingen’, waar gevaarlijke stoffen worden geproduceerd, opgeslagen of gebruikt en anderzijds om het ‘vervoer van gevaarlijke stoffen’ via wegen, spoorwegen, waterwegen en buisleidingen. 4.6.2
Onderzoek
In het kader van voorliggend bestemmingsplan is een Kwantitatieve Risicoanalyse buisleiding uitgevoerd en is een Aanzet tot de verantwoording van het groepsrisico opgesteld. Het plangebied is gelegen deels binnen het invloedsgebied van een hogedruk gasleiding. Deze gasleiding ligt ook voor een klein deel binnen het plangebied. Het plaatsgebonden risico vormt geen belemmering voor de ontwikkeling van het plangebied. De ontwikkeling ligt binnen de maatgevende kilometer. Een toename van het aantal aanwezige personen ter plaatse van de herontwikkeling leidt niet tot een verschuiving van de maatgevende kilometerleiding en de hoogte van het groepsrisico niet tot een verandering ten opzichte van de huidige situatie. De risico’s ten gevolge van transport over de weg zijn zeer klein. Effecten ten gevolge van een incident zijn aanwezig maar gezien de zeer lage frequentie van het transport is de kans verwaarloosbaar. Het is aannemelijk dat het plan geen effect heeft op de bereikbaarheid, capaciteit hulpverleningsdiensten of zelfredzaamheid. Het transport van gevaarlijke stoffen over de beide wegen leidt niet tot belemmeringen voor het plan. 4.6.3
Conclusie
Het spect Externe Veiligheid vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
4.7
Duurzaamheid en energie
Klimaatadaptief en natuur inclusief De gemeente Haarlem heeft haar ambities met betrekking tot duurzaamheid vastgelegd in de richtlijn "Duurzaam bouwen". Deze richtlijn is onderverdeeld in doelstellingen op een aantal thema's. Met ROOTZ wordt voldaan aan alle eisen en wordt daarnaast een grote bijdrage geleverd aan de ambities in alle thema's zoals onderstaand is weergegeven. Natuurinclusief bouwen Het stimuleren van de biodiversiteit neemt een centrale plek in bij ROOTZ. De locatie biedt kansen om aan te sluiten op bestaande ecologische structuren van Schalkwijk. Haarlem Schalkwijk is ook nu al de groenste stadsdeel van Haarlem met 39% openbaar groen. In het project wordt de biodiversiteit en ecologie vanuit de omgeving doorgetrokken. De ondersteuning van de lokale biodiversiteit kan diverse vormen aannemen, zowel op bouwkundig niveau als met maatregelen in het openbaar gebied. Er kunnen verschillende maatregelen worden toegepast. Voor vogels en vleermuizen worden inbouwstenen met nestgelegenheid in de bouwvolumes opgenomen, of nestkasten aan de bouwvolumes worden geplaatst. Door deze op verschillende hoogtes en oriëntaties te realiseren, wordt er een rijke diversiteit aan soorten aangetrokken. "Rootz" (vastgesteld)
35
Het functioneren van de nestkasten, en het vergroten van de biodiversiteit, is onlosmakelijk verbonden met een goed doordachte groene inrichting van het gebied. Daarom wordt het landschap ingericht met een groenvoorziening die voorziet in voedsel en bescherming voor de aanwezige lokale fauna. Door samenwerkingen met bijvoorbeeld de Vogelbescherming en de Zoogdiervereniging wordt onderzicht welke biodiversiteit er in de omgeving aanwezig is, en kunnen alle ingrepen erop worden afgestemd dat ze deze biodiversiteit zo volledig mogelijk ondersteunen. Klimaatadaptiviteit Ook klimaatadaptatie vormt een integraal onderdeel van de ontwikkelopgave. Bestendig zijn tegen piekbuien en extreem weer is van levensbelang om duurzame gebieden te ontwikkelen. Dit wordt gedaan door praktische ingrepen zoals: 1. Een gescheiden hemelwater afvoersysteem; afkoppelen van het riool, en wat aansluit op bestaande waterlichamen in het gebied; 2. Het aanbieden van een (waar mogelijk slimme) regenton voor de woningen die zijn gelegen aan de groene ruimte; 3. Het opstellen van een calamiteitenplan voor tijdens buitengewone piekbuien; 4. Waterbergingsgebieden in de openbare ruimte die bij wateroverlast kunnen onderlopen, en die zijn aangesloten op reeds bestaande watersysteem in de omgeving. Naast dat groen goed werkt tegen regenwateroverlast, helpt het ook in het bestrijden van hittestress.
Groen houdt warmte weg en direct zonlicht wordt tegengehouden waardoor omliggende gebieden koeler blijven. Circulair ontwikkelen De bestaande bebouwing zal grotendeels verdwijnen. Het daarbij vrijkomende materiaal wordt hergebruikt, maar dat kan ook in andere projecten zijn. Bestaande waardevolle elementen (enkele bomen, het Belcanto-paviljoen) worden ingepast. Bestaande verhardingsmaterialen kunnen hergebruikt worden. Voor nieuwe gebouwen en materialen in de openbare ruimte worden materiaalpaspoorten en circulaire principes overwogen. Energie Energie is onderdeel van de aanpak, ook met het oog op de gezondheid van bewoners. De keuzes zijn niet alleen gebaseerd op het realiseren van een lage energieprestatie, comfort en lage onderhoudskosten, maar streven een hoger doel na: een gezonde leefomgeving. Het energieconcept van ROOTZ is gebaseerd op de nieuwe BENG eisen, waarmee de appartementen worden voorzien van hoogwaardige isolatie en een afgewogen systeem voor verwarming en warmtapwater. In de uitwerking van het ontwerp wordt gestreefd naar EPC 0. De beperking komt voornamelijk voort uit het dakoppervlakte op de woongebouwen in relatie tot de dichtheid en hoogte. De benodigde zonnepanelen zijn zo gesitueerd dat ze zoveel mogelijk onzichtbaar zijn vanuit het openbaar gebied.
Dit wordt gedaan door de daken van de bouwvolumes hier optimaal voor te benutten, zonder de omliggende woningen te verblinden. Mobiliteit De goede verbindingen en de aantrekkelijke alternatieven voor het gebruik van de eigen auto maken dat er kan worden volstaan met minder parkeergelegenheid. De modulaire parkeergarage maakt het mogelijk op afnemende parkeerbehoefte in te spelen en duurzaam te ontmantelen.
4.8
Mobiliteit
Ruimtelijke ontwikkelingen kunnen ervoor zorgen dat de bestaande behoefte aan parkeerplaatsen verandert, of dat de ruimte die nodig is om goederen te laden of lossen wijzigt. Aan een gewijzigde parkeerbehoefte als gevolg van nieuwe ontwikkelingen dient in beginsel op eigen terrein te worden voldaan. Dit draagt bij aan een goede ruimtelijke ordening en voorkomt verkeers- en parkeeroverlast als gevolg van een tekort aan parkeerplaatsen in een bepaald gebied. Naast het beoordelen van de parkeersituatie moet ook gekeken worden of het verkeer gegenereerd door een ruimtelijke ontwikkeling op een goede manier ontsloten kan worden. "Rootz" (vastgesteld)
36
4.8.1
Verkeer
In de directe omgeving van het plangebied is sprake van een aantal bestaande wegen. De functies die zich in de toekomstige situatie gaan vestigen binnen het plangebied genereren een bepaalde hoeveelheid verkeer. Dit verkeer heeft invloed op de intensiteiten in- en in de directe omgeving van hetplangebied. Het CROW (een non-profit kennispartner voor overheden, aannemers en adviesbureaus) heeft landelijke richtlijnen opgesteld voor de verkeergeneratie van bepaalde type functies. Op basis van deze richtlijnen (rekentool “Verkeersgeneratie en parkeren”) moet voor het plangebied worden bepaald hoeveel verkeer er door het plangebied in de toekomstige situatie wordt gegenereerd. De vraag is hoe de verkeersgeneratie zich verhoudt met die waar in het statische verkeersmodel van de gemeente Haarlem voor het plangebied rekening mee is gehouden. Uit de prognosesituatie 2030 van het verkeersmodel is af te leiden dat voor het gehele plangebied van Schalkwijk-Midden rekening is gehouden met een verkeersgeneratie van 7.800 motorvoertuigbewegingen per etmaal. Dit betreft echter het gehele Schalkwijk-Midden gebied. Het plangebied van ROOTZ is kleiner (circa 36% van de totale oppervlakte).
Indien het gehele Schalwijk-Midden terrein met vergelijkbare functies en aantallen eenheden ontwikkeld zal worden, dan bedraagt de verkeersgeneratie van het gehele plangebied circa 5.500 motorvoertuigen per etmaal. In het verkeersmodel wordt zoals beschreven rekening gehouden met 7.800 motorvoertuigen. Kortom, er is geen reden om aan te nemen dat de verkeersgeneratie van het plangebied hoger uitvalt dan waar in het verkeersmodel rekening mee is gehouden. De verkeersgeneratie als gevolg de circa 697 woningen en 5.800 m2 aan voorzieningen kan ruimschoots worden verwerkt door het omliggend wegennet. 4.8.2
Parkeren
4.8.2.1 Beleid Op 6 juni 2013 stelde de gemeenteraad van Haarlem de Parkeervisie vast waarmee de gemeente inzet op een goede bereikbaarheid van Haarlem en voldoende parkeervoorzieningen. Hierbij wordt ingezet op het leveren van maatwerk en het realiseren van de gewenste kwaliteit van de openbare ruimte. Om te kunnen bepalen welke extra parkeerbehoefte een nieuwe ontwikkeling veroorzaakt, wordt gebruik gemaakt van parkeernormen. De functie en de locatie bepalen de parkeernormen en liggen vast in de "Beleidsregels parkeernormen''. Uitgangspunt daarbij is dat er voldoende parkeerplaatsen en ruimte voor het laden en/of lossen van goederen op het eigen terrein worden gerealiseerd. Onder bepaalde voorwaarden is het mogelijk om af te wijken van de parkeernormen. Deze voorwaarden zijn opgenomen in de Beleidsregels parkeernormen. Een gewijzigde parkeerbehoefte kan zowel gaan over het toevoegen van bouwactiviteiten als op het wijzigen van een functie. Het parkeerbeleid is alleen van toepassing op nieuwe ontwikkelingen. Al bestaande situaties zijn hiervan uitgezonderd. 4.8.2.2 Onderzoek Bij de voorbereiding van het bestemmingsplan is door Goudappel Coffeng een Notitie parkeren opgesteld. Visie op mobiliteit binnen ROOTZ ROOTZ wordt ontwikkeld als een duurzaam, nieuw stuk stad met een diversiteit aan gebouwen waarin je kunt wonen, werken en verblijven.
De gemeente Haarlem zet in op een mobiliteitstransitie om de groeiende stad bereikbaar en leefbaar te houden. Vanuit het principe 'aanbod schept vraag' betekent dit de uitdaging om te komen tot een passend parkeeraanbod: niet te veel, maar zeker ook niet te weinig. Op het moment dat in de omgeving van ROOTZ parkeerregulering wordt ingevoerd, biedt het realiseren van 'weinig' parkeerplaatsen om een mobiliteitstransitie op gang te brengen meer zekerheid. Met parkeerregulering in de omgeving vervalt immers het risico op uitstralingseffecten. Aangezien op dit moment nog niet zeker is of en wanneer dit aan de orde is, is binnen ROOTZ de ontwikkeling van een modulaire mobiliteitshub voorzien. Dit biedt de mogelijkheid om in aanvang een parkeeraanbod te realiseren passend bij de huidige inzichten en om in de toekomst het parkeeraanbod af te schalen "Rootz" (vastgesteld)
37 afhankelijk passend bij de actuele behoefte. Haarlem kent een fijnmazig en divers openbaar vervoersnetwerk. Vlak bij de ontwikkeling zijn diverse bushaltes gelegen, waardoor ROOTZ een goede ov-verbinding heeft met onder andere het centrum van Haarlem en het busstation van Haarlem. Ook stopt de snelbus naar Schiphol en Amsterdam Bijlmer ArenA (R-net lijn 300/356) en naar Amsterdam-Zuid en de Zuidas (R-net lijn 346) nabij ROOTZ. Op fietsafstand van ROOTZ (15 minuten fietsen) zijn twee treinstations gelegen, Haarlem (intercitystation) en Haarlem Spaarnwoude (sprinterstation). Het winkelcentrum Schalkwijk ligt vlak bij de ontwikkellocatie. Bewoners kunnen dus lopend of fietsend hun dagelijkse boodschappen doen. Voor hun niet-dagelijkse boodschappen kunnen zij eenvoudig en snel met de fiets (10 minuten) of het openbaar vervoer (15 minuten) naar het centrum van Haarlem. Schalkwijk ligt aan de rand van de stad en het buitengebied; ook recreatieve functies (natuur, parken, sportvelden, plassen en landbouw) liggen op fietsafstand. Auto's Voor de ontwikkeling ROOTZ betekent dit dat zonder toepassing van dubbelgebruik de maximale parkeerbehoefte binnen de mogelijkheden van het bestemmingsplaan 468 bedraagt. De parkeerplaatsen van de ontwikkeling laten uitwisseling toe. Hierdoor is het toepassen van dubbelgebruik mogelijk.
Met toepassing hiervan is het maatgevende moment de werkdagavond. De parkeerbehoefte bedraagt dan maximaal 399 parkeerplaatsen. Fietsen Naast het bepalen van de maximale parkeerbehoefte voor auto's, is ook de maximale fietsparkeerbehoefte bepaald. De gemeente Haarlem heeft in haar nieuwe Nota Parkeernormen ook fietsparkeernormen opgenomen. Conform het parkeerbeleid is het ook voor fietsparkeren mogelijk om dubbelgebruik voor fietsparkeerplaatsen toe te passen. Hiervoor hanteert de gemeente dezelfde aanwezigheidspercentages voor fietsparkeren als voor autoparkeren. Echter, is in de Notitie parkeren ervoor gekozen om geen dubbelgebruik van fietsparkeerplaatsen toe te passen, omdat de inpassing van de fietsenstallingen nog onzeker en daardoor ook de toegankelijkheid voor meerdere doelgroepen ook onzeker is. Om de maximale fietsparkeerbehoefte te bepalen, is daarom geen dubbelgebruik toegepast. De maximale fietsparkeerbehoefte binnen de mogelijkheden van het bestemmingsplan bedraagt 2.684. 4.8.3
Conclusie
In het plan wordt ruimte opgenomen voor het parkeren van auto's en fietsen conform de berekende behoefte. Het aspect parkeren vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
4.9
Waterparagraaf
4.9.1
Inleiding
Een belangrijk ordenend principe bij ruimtelijke plannen is het waterbeheer: de zorg voor veiligheid tegen overstromingen en voor voldoende en gezond oppervlaktewater. Waterbeheerders worden in en zo vroeg mogelijk stadium betrokken bij het proces van ruimtelijke planvorming. De Watertoets is hiervoor het wettelijk geregelde procesinstrument, zie www.dewatertoets.nl. De resultaten van het doorlopen van dit proces van afstemming zijn weergegeven in deze waterparagraaf. Deze paragraaf benoemt de waterbeheerder, beschrijft het relevante beleid en het huidige watersysteem en gaat in op de effecten daarop van ruimtelijke ontwikkelingen die dit bestemmingsplan mogelijk maakt. 4.9.2
De waterbeheerder in het plangebied
Het hoogheemraadschap van Rijnland is in het plangebied het bevoegd gezag voor het beheer van waterkeringen, oppervlaktewater en het onttrekken van (ondiep) grondwater. In het proces van ruimtelijke planvorming heeft Rijnland een adviserende rol. In de uitvoerings- en beheerfase van ruimtelijke plannen heeft Rijnland een regelgevende rol. "Rootz" (vastgesteld)
38
4.9.3
Beschrijving watersysteem
4.9.3.1 Afvalwater Het afvalwater wordt apart van het hemelwater ingezameld en met een vuilwaterriool afgevoerd naar het gemeentelijk rioolstelsel. Afvalwater wordt dus apart aangeboden op het gemeentelijk stelsel. De locaties van de aansluitingen op het gemengde stelsel worden in nadere uitwerking en in overleg met de gemeente Haarlem vastgesteld. 4.9.3.2 Waterberging In de bestaande situatie heeft het projectgebied een oppervlakte van 19.500 m2. Hiervan is ca. 8.000 m2 dak, 10.000 m2 verhard en 1.500 m2 groen. In de nieuwe situatie heeft het projectgebied een oppervlakte van 19.500 m2 waarvan 9.000 m2 dak, 2.000 m2 verhard en 8.500 m2 groen. In het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig. Bij de herontwikkeling van het gebied zal het verhard oppervlak afnemen. Hierdoor wordt voldaan aan de eisen van het hoogheemraadschap. In het gebied zijn er twee verschillende waterbergings-eisen. Op het deel van de gemeente is de eis 70mm/m2 en op het deel wat in eigen beheer blijft 29,4 mm/m2. Een groot deel van de berging op het eigen terrein zal gebeuren op de daken. Hier wordt gerekend dat op de intensieve daktuinen op 70% van het dakoppervlak 50 mm water kan bufferen. Op de daken met zonnepanelen zal 30 mm water worden gebufferd. Naast de buffercapaciteit op de daken zijn er greppels en wadi's die het overtollig water van de daken en de verharding zullen opvangen.
In de corridor zijn diverse greppels en komt op de pleinruimte een verlaagd deel wat bij nood als berging kan dienen. Via een duiker in de Antillenweg die onder de Amerikaweg loopt kan het water dat niet gebufferd kan worden weglopen naar de Amerikavaart.
West totaal verhard oppervlak: 5.910 m2 bergingseis: 29,4 mm/m2 verhard oppervlak totale benodigde berging: 174 m3 berging op daken: 163 m3 Minimaal te realiseren berging op maaiveld (in grindkoffers en greppels): 10 m3* Midden totaal verhard oppervlak: 867 m2 bergingseis: 70 mm/m2 verhard oppervlak totale benodigde berging: 174 m3 berging op daken: 0 m3 Minimaal te realiseren berging op maaiveld (in grindkoffers en greppels): 61 m3* Oost totaal verhard oppervlak: 5.070 m2 bergingseis: 29,4 mm/m2 verhard oppervlak totale benodigde berging: 149 m3 berging op daken: 87 m3 Minimaal te realiseren berging op maaiveld (in grindkoffers en greppels): 62 m3* * Uitgangspunt voor het te realiseren inrichtingsplan voor de buitenruimte.
"Rootz" (vastgesteld)
39
Afbeelding 4.2 Tekening watertoets 4.9.4
Resultaat overleg met waterbeheerder
Bij de herontwikkeling van het gebied zal het verhard oppervlak afnemen. Het Hoogheemraadschap verzoekt om in de waterparagraaf het oppervlak van het bestaande verhard oppervlak te vermelden, zodat duidelijk is wat de afname van de verharding is. Naast de buffercapaciteit op de daken zijn er greppels en wadi's die het overtollig water van de daken en de verharding zullen opvangen. In de corridor zijn diverse greppels en komt op de pleinruimte een verlaagd deel wat bij nood als berging kan dienen. Via een duiker in de Antillenweg, die onder de Amerikaweg loopt, kan het water dat niet gebufferd kan worden weglopen naar de Amerikavaart. Het Hoogheemraadschap wijst er op dat er nog geen zicht is op de haalbaarheid en het functioneren van buffercapaciteit op de daken en het plein. Verzocht wordt om in de waterparagraaf inzicht te geven hoe dit wordt gerealiseerd. Bovendien kan een alternatieve waterberging zorgen voor een extra belasting op het watersysteem wanneer deze alternatieve waterberging wordt geleegd. Het voldoet in ieder geval aan de zorgplicht, wanneer deze niet wordt geleegd in het oppervlaktewatersysteem vlak voor of tijdens een neerslaggebeurtenis. In de verdere uitwerking zal er 7.500 m2 ondergrondse parkeergarage gerealiseerd worden, waardoor er meer ruimte ontstaat voor wadi's en greppels.
Indien er voor de realisatie van de parkeergarages, woningen, kelders en overige werkzaamheden een grondwateronttrekking en/of lozing van grondwater noodzakelijk is, wijst het Hoogheemraadschap er op dat dit onderdeel van het plan mogelijk vergunningplichtig is in het kader van de Keur. Verzocht wordt om in de toelichting inzicht te geven over de locatie van parkeergarages en de grondwatersituatie. Voor de water gerelateerde aspecten zijn met name de Keur (Waterwet) van Rijnland 2020 en bijbehorende uitvoeringsregels van toepassing. Reactie gemeente De waterparagraaf zoals opgenomen in paragraaf 4.9.3 is overeenkomstig de opmerkingen aangepast. Een deel van de opmerkingen zijn meer relevant voor de uitwerking van de plannen dan voor het bestemmingsplan. Bij de uitvoering wordt rekening gehouden met het advies van het Hoogheemraadschap.
"Rootz" (vastgesteld)
40
4.10
Cultuurhistorie
4.10.1 Korte historische schets Het plangebied ligt in Haarlem Zuid in stadsdeel Schalkwijk, tussen het Spaarne en de Ringvaart van de Haarlemmermeerpolder, en maakt onderdeel uit van de Boerhaavewijk. Schalkwijk heeft een lange historie, de naam wordt voor het eerst vermeld in 1310 in het cartularium van Sint Jan. Het stadsdeel Schalkwijk is één van de naoorlogse wijken in Haarlem die volgens het ideaal van de jaren 60 van de vorige eeuw is gebouwd: het CIAM principe 'licht, lucht en ruimte' in huis, op straat en in de wijk. Dat leidde tot een hoog percentage gestapelde bouw om daardoor veel gemeenschappelijke openbare ruimte te realiseren. De weidse en open opzet van het stadsdeel gold als een hoge kwaliteit. Nog altijd uit zich deze opzet in grote openbare structuren voor verkeer, water en groen. Schalkwijk is opgezet als een satelliet van Haarlem. Rond het stadsdeel is voorzien in een groene zone en brede wegen vormen de kern van de verkeersafwikkeling: de Europaweg, Amerikaweg, Aziëweg en de Boerhaavelaan. Rond de hoofdwegen liggen de vier Schalkwijkse woonwijken en tussen de wijken en de hoofdwegen bevinden zich “tussenzones” waar zich uiteenlopende voorzieningen bevinden. Ten tijde van de aanleg van Schalkwijk heerste de opvatting dat dergelijke voorzieningen zich niet leenden voor menging met de woonfunctie.
Zo ontstonden het winkelcentrum Schalkwijk, de scholenzone aan de Aziëweg, het gebied van het ziekenhuis (KG) en de kantorenstrook rondom de Surinameweg. Het plangebied van bestemmingsplan ROOTZ heeft betrekking op het noordelijke gedeelte van deze kantorenzone. 4.10.2 Effect ontwikkeling op cultuurhistorie Gezien de beoogde ontwikkeling van het plangebied wordt de bestaande bebouwing volledig gesloopt, met uitzondering van het Belcanto-paviljoen. Binnen het plangebied is geen monumentale of anderszins beschermde bebouwing aanwezig. Ook is in het vigerende bestemmingsplan geen bescherming opgenomen. Vanuit het aspect cultuurhistorische waarden zijn dan ook geen belemmeringen voor het vaststellen van het bestemmingsplan.
4.11
Archeologie
4.11.1 Inleiding Haarlem heeft een rijk verleden. Vele archeologische vondsten tonen dat aan. Na de laatste IJstijd, zo'n 10.000 jaar geleden, maakte het overgrote deel van Noord- en Zuid-Holland deel uit van de Noordzee. Zo´n 5600 jaar geleden ontstonden, evenwijdig aan de huidige kustlijn, lange smalle zandbanken, ook wel strandwallen genaamd. Op deze strandwallen vond duinvorming plaats. Oostelijk van deze strandwallen, waar de Noordzee geen vat meer kreeg op het uitgestrekte water, vormden zich onafzienbare moerassen. Het huidige Haarlem ligt zowel op de oudste strandwal, 56 eeuwen geleden ontstaan, als op de op een en twee na oudste strandwal van Nederland. Op deze strandwallen werden aanvankelijk alleen eenvoudige onderkomens gebouwd door jagers en vissers. Later, vanaf circa 4000 jaar geleden, werden er akkers aangelegd en verrezen er grote boerderijen. Op deze plek onstond vele eeuwen later, in de Karolingische tijd, de nederzetting Harulahem. Harulahem, huis(en) op een open plek in een op zandgrond gelegen bos, is later verbasterd tot Haarlem. De in de 11e, maar vooral in de 12e eeuw, snel groeiende pre-stedelijke nederzetting Haarlem, was gelegen aan de belangrijke noord-zuid verbindingen: de waterweg het Spaarne en de midden op de strandwal gelegen landweg. Het ontwikkelde zich tot een voor die tijd belangrijke stad en kreeg in 1245 stadsrechten.
De resten van woningen, huisraad en andere sporen van vroegere bewoning zijn in de loop der eeuwen door stuifafzettingen en kunstmatige ophogingen verborgen geraakt in de Haarlemse bodem. De Haarlemse bodem is dus letterlijk een opeenstapeling van 56 eeuwen bewoningsgeschiedenis in de "Rootz" (vastgesteld)
41 vorm archeologische landschappen, opgebouwd uit diverse bodemlagen. Van tijd tot tijd komen deze lagen bij graafwerkzaamheden weer aan het daglicht. 4.11.2 Onderzoek Voor het plangebied is Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek uitgevoerd. Sinds dat onderzoek is er voor de gemeente een nieuwe archeologische verwachtingskaart opgesteld. Daarin wordt aangegeven dat het oostelijke deel van het plangebied een hoge archeologische verwachting heeft. Er is nader Archeologisch Bureauonderzoek & Inventariserend Veldonderzoek uitgevoerd om de archeologische verwachting voor het plangebied te kunnen bepalen. Aangezien het plangebied tijdens de prehistorie geen geschikte vestigingsplek lijkt te zijn geweest voor de mens en aangezien het onderzoek geen eenduidige aanwijzingen heeft opgeleverd voor archeologische resten uit de middeleeuwen of eerdere periodes, wordt geadviseerd om geen nader onderzoek te laten uitvoeren en het terrein vrij te geven voor de geplande ingrepen. Wel geldt dat als bij graafwerk toch archeologische waarden worden aangetroffen en/of vondsten worden gedaan, dat daarvan direct melding dient te worden gemaakt conform de Erfgoedwet 2015, artikel 5.10. 4.11.3 Conclusie Het aspect archeologie vormt geen belemmering voor het project.
4.12
Groenparagraaf
4.12.1 Beschrijving van het groen in het plangebied De aanwezigheid van groen in het plangebied is beperkt. Hoofdzakelijk langs de randen van het plangebied is sprake van groen, in de vorm van bomen. Ten behoeve van de plannen binnen het plangebied heeft wel een uitgebreide Bomeninventarisatie plaatsgevonden (Bomenwacht Nederland). Alle 34 bomen binnen het plangebied hebben een boomnummer gekregen, waarmee de boom te identificeren is. Dit boomnummer is vermeld op een kaart en is opgenomen in een bomenlijst. Daarbij zijn een aantal gegevens van de bomen verzameld: de leeftijdsverwachting, diameter borsthoogte, kroondiameter, kwaliteit/vitaliteit en levensverwachting. Het aantal naar verwachting te kappen bomen is nader geanalyseerd. Het aantal naar verwachting te kappen bomen is bepaald door per boom vast te stellen of deze in het bouwvlak gesitueerd is of (ruim) erbuiten. Op basis van deze analyse worden 16 bomen geclassificeerd als onhoudbaar en deze dienen derhalve te worden gekapt waarvan bij 7 bomen de noodzaak van kap nog niet geheel vaststaat. Dit is afhankelijk van de mogelijkheden tijdens de realisatie van de bouwplannen deze bomen te handhaven. Opgemerkt wordt dat bij de verdere planontwikkeling exact zal worden bepaald welke bomen wel en welke niet moeten worden gekapt.
De analyse gaat uit van de maximaal toegestane bebouwingsmogelijkheden in het bestemmingsplan en geeft daarmee een goed beeld van de mogelijke omvang van het aantal te kappen bomen. 4.12.2 Nieuwe situatie Onder het motto "Geen bomen in de stad, maar stedelijkheid in een bomenlandschap" is de missie voor ROOTZ om zoveel mogelijk beeldbepalende bestaande bomen in het plangebied te behouden - het behoud daarvan geeft al direct een beeld van volwassen groen - en circa 80 nieuwe bomen te planten binnen het beplantingsconcept dat is opgesteld door ZUS / Gemeente Haarlem. ROOTZ wordt een levendige stadswijk met alom aanwezig groen waardoor stedelijke functies nauw verbonden worden met het te creëren groene landschap. De gebouwen worden ingebed in en maken onderdeel uit van een nieuw aan te leggen stadsbos met een mix tussen openbare, private en "Rootz" (vastgesteld)
42 collectieve buitenruimte. De (nieuwe) vegetatie bepaalt de stedenbouwkundige en architectonische opzet. Verblijven in en aan het park, wonen tussen de bomen, leven boven de boomkruinen; het verwoordt de karakteristieke eigenschappen van ROOTZ. Die worden zichtbaar in de oriëntatie van woningen, de ligging van buitenruimtes en het gebruik van de (lagere) daken als onderdeel van het landschap. Het landschap biedt rust als contramal van de drukke omgeving waarin (verkeers)geluid dominant is. De gebouwen zijn integraal onderdeel en zij zijn te gast in het groen. De gebouwen staan in het groen en er is ruimte tussen de gebouwen voor de groei van bomen waardoor de groene uitstraling ook wordt ervaren is vanaf de Europaweg, Kennedylaan en de Amerikaweg. De centrale coorridor Schalkwijk Midden die van Schalkwijk Centrum naar het Spaarne Gasthuis loopt vormt de meanderende groene as voor langzaam verkeer. Langs deze meanderende as worden pleinen aangelegd voor diverse activiteiten. Schalkwijk Midden wordt gekenmerkt door groen, hoogeverschillen in het landschap en wadi's om hemelwater op te vangen. Bij de planontwikkeling en realisatie zullen alle te kappen bomen in het plangebied, naar verwachting in totaal maximaal 16 bomen, worden gecompenseerd met nieuwe bomen. Bij de verdere planontwikkeling wordt gekeken hoeveel bomen er exact moeten worden gekapt.
Mogelijk hoeft een deel van deze bomen niet te worden gekapt maar kunnen deze worden verplaatst naar een andere locatie in het plangebied of naar elders in de gemeente Haarlem. De bomen langs de Europaweg worden bij de herinrichting van de Europaweg in het profiel van de Europaweg gecompenseerd met nieuwe bomen. De herplant zal plaatsvinden op diverse plaatsen zodat het plangebied Rootz in lijn met de ambitie 'stad tussen de bomen ' een bomenrijk en groen karakter krijgt.
4.13
Natuurwaarden
4.13.1 Inleiding Gebieden met bijzondere natuurwaarden zijn in Nederland wettelijk en/of planologisch beschermd. Hierbij gaat het om gebieden die bescherming genieten op basis van de Wet natuurbescherming, internationale bescherming via Natura 2000-gebieden, Natuurnetwerk Nederland (NNN) en andere in bestemmingsplannen aangeduide gebieden. Bescherming van flora en fauna is geregeld in de Wet natuurbescherming (Wnb). Voor de soorten die beschermd zijn onder de Wnb gelden verbodsbepalingen. Deze verbodsbepalingen stellen dat deze beschermde dieren niet verontrust, gevangen, of gedood mogen worden. Bovendien mag de directe leefomgeving van beschermde soorten niet vernietigd, beschadigd of verstoord worden. Wanneer overtreding van een verbodsbepaling onvermijdelijk is, moet een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming worden aangevraagd. Naast de beschermde soorten geldt er een algemene zorgplicht voor alle in het wild levende planten dieren (algemene zorgplicht, artikel 1.11). 4.13.2 Onderzoek Door BK Ingenieurs is een Quickscan Flora en Fauna uitgevoerd waarbij de relatie van de voorgenomen ontwikkeling is onderzocht met beschermde gebieden en beschermde soorten. In okober 2022 is door Van der Goes en Groot een Inventarisatie beschermde soorten uitgevoerd. 4.13.2.1
Gebiedsbescherming
Natura 2000 Natura 2000-gebieden zijn aangewezen in het kader van de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn wegens deaanwezigheid van bepaalde zeldzame en kwetsbare soorten en habitat-typen (de zogenoemde kwalificerendewaarden). De bescherming ervan is geregeld in de Wet natuurbescherming. Overheden dienen de kwaliteit vandeze gebieden te waarborgen, waarbij deze aangewezen waarden centraal staan. Deze kwaliteit is mede afhankelijk van de omgeving. Invloeden buiten het gebied kunnen een negatief "Rootz" (vastgesteld)
43 effect hebben op de natuurwaarden binnen het gebied. Zo kunnen ontwikkelingen op korte afstand kwalificerende soorten in het Natura 2000-gebieden verstoren of verontrusten (externe werking van de bescherming). Het projectgebied ligt op 3.400 meter afstand van het Natura 2000-gebied Zuidkennemerland. Door de kenmerken van het projectgebied, de afstand tot het Natura 2000-gebied en de aard van het tussenliggende stedelijke gebied zijn geen negatieve effecten aan de orde als gevolg van de toekomstige inrichting van het projectgebied op het Natura 2000-gebied en de instandhoudingsdoelen. Een eventuele toename van stikstofemissie en stikstofdepositie op Natura 2000-gebied als gevolg van het planvoornemen is hierbij buiten beschouwing gelaten. Hiervoor is een Aerius-berekening uitgevoerd. Het onderdeel stikstof komt aan de orde in 4.14. Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het NNN is een aaneengesloten of met elkaar in verbinding staand stelsel van belangrijke Nederlandse natuurgebieden. Het NNN is veel groter dan de voorgestelde Habitatrichtlijn- en Vogelrichtlijngebieden. In de Structuurvisie is het NNN op provinciaal niveau uitgewerkt. Het NNN omvat kerngebieden (natuurreservaten), natuurontwikkelingsgebieden en ecologische verbindingszones. Het projectgebied ligt op 1.800 meter van het dichtstbijzijnde NNN gebied.
Gezien de aard van de werkzaamheden en het tussenliggende stedelijke gebied worden geen negatieve effecten verwacht als gevolg van de toekomstige inrichting van het projectgebied op het NNN. 4.13.2.2
Soortenbescherming
Uit het inventarisatie is het volgende gebleken: In het plangebied kunnen broedvogels met niet-jaarrond beschermde nesten voorkomen. Voor de verwachte aanwezige broedvogels dienen werkzaamheden waarbij nesten vernield of verstoord kunnen worden, buiten het broedseizoen plaats te vinden. Een ontheffing is voor broedvogels dan niet nodig. Het broedseizoen loopt ruwweg van half maart tot half juli. Omdat marterachtigen ontbreken in het plangebied en de omgeving daarvan, is geen negatief effect op deze soorten te verwachten. In het plangebied zijn verblijvende vleermuizen aangetroffen. Het gaat om Gewone dwergvleermuis. Indien werkzaamheden worden verricht aan gebouwen of bomen waarin verblijfplaatsen van vleermuizen zijn aangetroffen, dan dient een plan van aanpak gemaakt te worden waarin mitigerende en compenserende maatregelen worden beschreven om negatieve effecten die kunnen optreden teniet te doen. Dit plan dient te worden ingediend in het kader van een Wabo-procedure of in het kader van een ontheffingsaanvraag Wnb. Wanneer voldoende compenserende en/of mitigerende maatregelen worden getroffen en een geldig belang uit de Habitatrichtlijn of Vogelrichtlijn aanwezig is, wordt door de provincie een verklaring van geen bedenkingen afgegeven (Wabo-procedure) of een ontheffing ontheffingsaanvraag Wnb).