2 Bijlage 1 Skaeve Huse - Vergierdeweg - Toelichting
Tekst van het document
Als ondanks de zorgplicht en de preventieve maatregelen het te lozen hemelwater naar verwachting een aanmerkelijk negatief effect heeft op de oppervlaktewaterkwaliteit, kan in overleg tussen gemeente en waterschap gekozen worden voor aanvullende voorzieningen, een verbeterd gescheiden stelsel of- als laatste keus - aansluiten op het gemengde stelsel. 4.12.3.3.4 Compensatieregeling Een algemene regel met betrekking tot de waterkwantiteit is het compenseren van een eventuele toename van verharding (wegen, gebouwen). Indien verharding in een gebied toeneemt, zullen waterhuishoudkundige maatregelen getroffen moeten worden om waterbezwaar als gevolg van de toegenomen verharding te voorkomen. Gemeente Haarlem en het Hoogheemraadschap van Rijnland stellen als richtlijn dat - indien gebouwd wordt en hierbij meer dan 500 m2 onverhard oppervlak omgezet wordt naar verhard oppervlak - minimaal 15 procent van de toename aan verharding gecompenseerd dient te worden in de vorm van oppervlaktewater.Voor toename aan verhard oppervlak, graven of dempen van oppervlaktewater, werken in of nabij de kern- en beschermingszones van waterkeringen of oppervlaktewater of in kwelgevoelig gebied moet een vergunning/melding op grond van de Waterwet te worden aangevraagd bij het hoogheemraadschap via het Omgevingsloket Online (OLO).
Voor deze water gerelateerde aspecten zijn de Keur van Rijnland 2020 en de bijbehorende uitvoeringsregels van toepassing. Het uiteindelijk te compenseren oppervlak hangt af van overige maatregelen die de waterhuishouding in een gebied ten goede kunnen komen, zoals het vertraagd afvoeren van hemelwater. Of maatregelen mogelijk zijn en welke maatregelen dat zijn vraagt om nadere afstemming tussen de ontwikkelaar en
61
bestemmingsplan "Skaeve Huse - Vergierdeweg" (ontwerp)
het waterschap. 4.12.3.4 Gemeentelijk beleid 4.12.3.4.1 Integraal waterplan Haarlem De gemeente Haarlem en het Hoogheemraadschap van Rijnland hebben eind 2004 het Integraal Waterplan Haarlem vastgesteld en in 2014 geactualiseerd. Centrale doelstelling van het Integraal Waterplan is het ontwikkelen en behouden van een veilig, veerkrachtig en ecologisch gezond watersysteem. Het plan functioneert als strategisch kader voor gerelateerde beleidsvelden zoals het grondwater-, afvalwater-, en baggerbeleid. Om ervoor te zorgen dat het Haarlemse waternetwerk bestand is tegen klimaatsverandering (hoger zeeniveau, toename van de hoeveelheid en intensiteit van de neerslag), inklinking van de bodem, en verstedelijking (toename verhard oppervlak) is ruimte voor oppervlaktewater nodig. Ruimte voor extra oppervlaktewater kan worden gevonden door het verbreden van bestaande watergangen, het graven van nieuwe watergangen en het weer open leggen van gedempte grachten. Doelstelling voor het oppervlaktewater is het creëren van een veilig watersysteem met voldoende afwaterend en bergend vermogen, een adequate doorstroming en maximale benutting van gebiedseigen water. Als streefbeeld heeft de gemeente voor ogen een verbeterd waternetwerk dat uitgebreid is met nieuw water. 4.12.3.4.2 Gemeentelijk rioleringsplan Het GRP is een beleidsmatig en strategisch plan waarin het verbreed rioleringsbeheer (incl.
financiën) en de visie op riolering voor de langere termijn worden beschreven. Met het GRP beschikt de gemeente over een instrument om systematisch inzicht te krijgen in de te beheren en onderhouden rioleringsobjecten en de wijze waarop de gemeente invulling geeft aan de wettelijke (milieu)eisen. Door het opstellen van het GRP wordt het verbreed rioleringsbeleid inzichtelijk en toetsbaar. Er zijn vier doelstellingen voor het GRP van toepassing, te weten: I. het doelmatig inzamelen van het afvalwater en het hemelwater; II. het transporteren van het rioolwater naar een geschikt lozingspunt; III. het zoveel mogelijk voorkomen van wateroverlast; IV. het beperken van vervuiling door overstorten middels aanleg van randvoorzieningen (o.a. BBB's) en afkoppelen.
4.12.4
Watertoets Voor het voorliggende bestemmingsplanis een digitale watertoets uitgevoerd via www.dewatertoets.nl. Naar aanleiding van deze watertoets is het overleg met waterschap Rijnland opgestart. Hierna worden de verschillende wateraspecten belicht. Oppervlaktewater Binnen het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig. Van demping en
62
bestemmingsplan "Skaeve Huse - Vergierdeweg" (ontwerp)
compensatie is daarom geen sprake. Oppervlakteverharding Er komt er een toegangspad vanaf de openbare weg tot aan de Skaeve Huse dat bestaat uit een strook verharding met daarnaast een strook halfverharding (ten behoeve van toegankelijkheid voor hulpdiensten) en aan weerszijden een onverharde groenstrook. Het pad is niet voorzien van hemelwaterafvoer/kolken. Regenwater dat op het pad valt infiltreert in de naastgelegen onverharde grond volledig in de bodem en wordt dus niet versneld afgevoerd op het oppervlaktewatersysteem. De skaeve huse zorgen voor een toename aan verharding van circa 910 m2. De boerderij inclusief ensemble is bestaand en wordt niet uitgebreid. De navolgende tabel toont de opbouw van de verhardingstoename.
Dakoppervlak en terrassen Overige (half)verhardingen bij woningen Parkeervakken half verhard Toegangspad: lijnvormige (half)verharding zonder hwa TOTAAL toename verharding, inclusief halfverharding
Perceel Skaeve Huse circa 4.000 m2 Bestaand (m2) Maximale toevoeging (m2) 0 315 0 170 0 0
25 400
0
910 (waarvan lijnvormig zonder hwa: 400)
Op het aanbrengen van meer dan 500 m2 (en minder dan 5.000 m2) verharding is een algemene regel van toepassing: Het aanbrengen van de verharding moet worden gecompenseerd door het graven van compenserend wateroppervlak ter grootte van 15% van het oppervlak van de toename aan verharding. En er is een mogelijkheid voor maatwerk vanwege de lijnvormige verharding. Water dat afstroomt van lijnvormige verhardingen die niet worden voorzien van een hemelwaterafvoer (zoals in dit geval het toegangspad), infiltreert in de bodem. De afstand tot de naastgelegen watergang is daarvoor breed genoeg en de strook grond aan weerszijden naast het toegangspad is en blijft onverhard. Omdat het hemelwater in de bodem infiltreert, ontstaat geen extra belasting op het (oppervlakte)watersysteem.
63
bestemmingsplan "Skaeve Huse - Vergierdeweg" (ontwerp)
Afbeelding: verhardingstoename Skaeve Huse
Voor de werkzaamheden kan een watervergunning nodig zijn. Het bestemmingsplan maakt zowel watercompensatie door het graven van open water als door alternatieven maatregelen (bijvoorbeeld infiltreren in de bodem) mogelijk. Het perceel is daarvoor ruim genoeg en de bestemmingen laten water toe. Riolering Er is een gemengd riool aanwezig waar voor het vuil water op wordt aangesloten. Hemelwater Voor de verharding geldt dat het overtollige hemelwater (dat niet in de bodem geïnfiltreerd wordt) vertraagd wordt afgevoerd naar open water: De neerslag van een hevige bui (1/100 jaar, 70 mm in een uur) wordt op eigen terrein opgevangen, waar mogelijk geïnfiltreerd in de bodem en overtollig hemelwater wordt vertraagd afgevoerd. De berging wordt de eerste 24 uur na een hevige bui niet geleegd en is in maximaal 60 uur weer beschikbaar. Het overtollige hemelwater wordt zo veel mogelijk natuurlijk (oppervlakkig) afgevoerd en wordt afgevoerd naar open water (afgekoppeld).
64
bestemmingsplan "Skaeve Huse - Vergierdeweg" (ontwerp)
4.12.5
Conclusie Met de voorgenomen plannen is er geen strijd met het beleid van de diverse bestuurslagen op het gebied van water. Uit de watertoets blijkt dat er watercompensatie nodig is, maar dat het bestemmingsplan uitvoerbaar is.
4.13 Niet gesprongen explosieven In opdracht van de gemeente Haarlem heeft het bureau REASeuro in 2016 historisch vooronderzoek gedaan naar niet gesprongen explosieven uit de Tweede Oorlog. Op Open Data Portaal van de gemeente Haarlem is een kaart beschikbaar gesteld met de locaties waar waarschijnlijk niet gesprongen explosieven aangetroffen kunnen worden bij werkzaamheden aan de bodem. Deze kaart is verwerkt in de verbeelding en de regels van voorliggend bestemmingsplan.
4.14 MER-beoordeling De centrale doelstelling van het instrument milieueffectrapportage is het milieubelang een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming over activiteiten met mogelijke belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. De basis van de milieueffectrapportage wordt gevormd door de EU-richtlijn m.e.r. Deze richtlijn is in Nederland geïmplementeerd in de Wet milieubeheer en het Besluit m.e.r. In het Besluit m.e.r. bestaat een belangrijk onderscheid tussen bijlage C en bijlage D. Voor activiteiten die voldoen aan de diverse criteria uit bijlage C geldt een m.e.r.-plicht. In bijlage D staan de activiteiten benoemd waarvoor een m.e.r.-beoordelingsplicht geldt: er moet beoordeeld worden of sprake is van (mogelijke) belangrijke nadelige milieugevolgen. Als deze niet uitgesloten kunnen worden, geldt een m.e.r.-plicht. Kunnen deze belangrijke nadelige milieugevolgen wel uitgesloten worden, dan is een m.e.r. niet noodzakelijk. Voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteit(en) die voorkomen op de D-lijst die beneden de drempelwaarden vallen, dient een toets uitgevoerd te worden of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd
65
bestemmingsplan "Skaeve Huse - Vergierdeweg" (ontwerp)
4.14.1
Onderzoek Onderhavig bestemmingsplan voorziet in de realisatie van een maatschappelijke bestemming ten behoeve van een bijzondere woonvorm en het realiseren van een gemengde bestemming bij een bestaand gebouw met een bestaande woonmogelijkheid. Dit zou kunnen worden gekwalificeerd als stedelijk ontwikkelingsproject, welke voorkomt in bijlage D categorie 11.2 van het Besluit m.e.r.. Een stedelijk ontwikkelingsproject is m.e.r.-beoordelingsplichtig wanneer het betrekking heeft op een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat, of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer. Onderhavige ontwikkeling valt daarmee ruim onder de drempelwaarden. Er geldt geen directe m.e.r.-beoordelingsplicht, een vormvrije m.e.r.-beoordeling is wel noodzakelijk. Indien hieruit blijkt dat belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu niet kunnen worden uitgesloten, geldt alsnog een m.e.r.-beoordelingsplicht. Ook worden gronden binnen het plangebied aangepast door de aanleg van een pad en groen. Dit kan worden gezien als een landinrichtingsproject, welke voorkomt in bijlage D categorie D9 van het Besluit m.e.r.
Een landinrichtingsproject is m.e.r.-beoordelingsplichtig wanneer het betrekking heeft op een functiewijziging van meer dan 125 hectare of meer, van water, natuur, recreatie of landbouw, of de vestiging betreft van een glastuinbouwgebied of bloembollenteeltgebied van 50 hectare of meer. Voorliggende ontwikkeling valt ruim onder de drempelwaarden en er is geen directe m.e.r.-beoordelingsplicht. Een vormvrije m.e.r. is wel noodzakelijk. Omdat sprake is van een vormvrije m.e.r.-beoordeling is een aanmeldingsnotitie opgesteld. Het bevoegd gezag heeft hierover een besluit genomen en geoordeeld dat geen significante negatieve effecten te verwachten zijn en dat een nadere m.e.r. beoordeling niet noodzakelijk is. Volledigheidshalve is de aanmeldingsnotitie als Bijlage 9 opgenomen bij deze toelichting.
66
bestemmingsplan "Skaeve Huse - Vergierdeweg" (ontwerp)
Hoofdstuk 5 5.1
JURIDISCHEASPECTEN
Inleiding De Wet ruimtelijke ordening (Wro) verplicht gemeenten bestemmingsplannen op te stellen. In de Wro en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is verder uitgewerkt uit welke onderdelen een bestemmingsplan in ieder geval moet bestaan. Het gaat om een verbeelding met planregels en een toelichting daarop. Daarnaast biedt zowel de Wro als het Bro opties voor een verdere juridische inrichting van een bestemmingsplan. Hierbij moet worden gedacht aan de toepassing van afwijkingsmogelijkheden en wijzigingsbevoegdheden en het toepassen van nadere eisen. De bruikbaarheid van deze instrumenten is geheel afhankelijk van het doel van het bestemmingsplan en de gewenste bestemmingsmethodiek van de gemeente Haarlem. Uitgangspunt is dat het bestemmingsplan moet voorzien in een passende regeling voor de komende tien jaar. Dat is in principe de geldigheidsduur van een bestemmingsplan. Er is één landelijke voorziening waar alle ruimtelijke plannen voor een ieder volledig toegankelijk en raadpleegbaar zijn. Hiertoe moeten alle bestemmingsplannen voldoen aan landelijk vastgestelde standaarden. In de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP2012) zijn de hoofdgroepen van bestemmingen bepaald, zoals Wonen, Bedrijven e.d. Ook geeft de SVBP2012 bindende standaarden voor de opbouw en de verbeelding van het bestemmingsplan, zo ook voor de regels.
Dat leidt ertoe dat de systematiek zoals gehanteerd in dit bestemmingsplan, op ondergeschikte onderdelen af kan wijken van de voorheen geldende planologische regelingen. Het juridische bindende onderdeel van het bestemmingsplan bestaat uit de verbeelding en de regels. De planregels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden en gebouwen en bepalingen over de toegelaten bebouwing. De verbeelding heeft een ondersteunende rol voor de toepassing van de regels en ook de functie van visualisering van de bestemmingen.
5.2
Juridische planopzet Bij bestemmingsplannen gaat het om de belangen van burgers en bedrijven. Zij dienen zich snel en op eenvoudige wijze een juist beeld te kunnen vormen van de planologische mogelijkheden en beperkingen op één of meer locatie(s). Daarnaast is de vergelijkbaarheid van ruimtelijke plannen van groot belang voor degenen die deze plannen in grotere samenhang wensen te bezien. Denk hierbij aan degenen die betrokken zijn bij de planvoorbereiding, de planbeoordeling, het monitoren van beleid en de handhaving. Er is één landelijke voorziening waar alle ruimtelijke plannen voor iedereen volledig toegankelijk en raadpleegbaar zijn: www.ruimtelijkeplannen.nl. Hiertoe moeten alle bestemmingsplannen voldoen aan landelijk vastgestelde standaarden. In de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP2012) zijn de hoofdgroepen van bestemmingen bepaald, zoals Wonen, Bedrijven e.d.
67
bestemmingsplan "Skaeve Huse - Vergierdeweg" (ontwerp)
Ook geeft de SVBP2012 bindende standaarden voor de opbouw en de verbeelding van het bestemmingsplan, zo ook voor de regels. De regels van het bestemmingsplan vallen op grond van de SVBP2012 in 4 hoofdstukken uiteen. Hoofdstuk 1 Inleidende regels Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Hoofdstuk 3 Algemene regels Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels 5.2.1 Hoofdstuk 1: Inleidende regels Artikel 1 Begrippen Dit artikel definieert de begrippen die in de regels worden gehanteerd. Daardoor wordt vermeden dat verschillende interpretaties van de begrippen tot verschillen van mening over de regelgeving zouden kunnen leiden. Bij toetsing aan het bestemmingsplan wordt uitgegaan van de in dit artikel aan de begrippen toegekende betekenis. Voor zover er geen begrippen zijn gedefinieerd wordt aangesloten bij het normaal spraakgebruik. Artikel 2 Wijze van meten Dit artikel geeft aan hoe hoogte- en andere maten gemeten moeten worden. Een aantal bepalingen schrijft de regeling SVBP2012 dwingend voor. 5.2.2 Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels 5.2.2.1
Bestemmingen
Artikel 3 Agrarisch met waarden - Natuurwaarde Dit artikel regelt het gebruik vand e agrarische gronden die grenzen aan de bestemming Tuin-1. De gronden met deze bestemming zijn de zogenaamde 'Verdorven Landen' en een groot deel van het Hekslootgebied. In de doeleinden is naast de agrarische gebruiksmogelijkheden het gebruik als ecologische verbindingszone toegevoegd. Op de gronden mogen geen gebouwen mogen gebouwd, maar uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Te denken valt aan bijvoorbeeld hekwerken. Artikel 4 Gemengd De bestemming 'Gemengd' wordt toegepast voor de bestaande boerderij met bijbehorende bouwwerken. Hier is een gecombineerd gebruik mogelijk voor maximaal één woning en een gebruik voor gebouwen waarin een menging van wonen en een buurtcentrum, verenigingsleven, een welzijnsinstelling of creativiteitscentrum mogelijk is. Daaraan ondergeschikt is ondersteunende horeca en detailhandel toegestaan, onder voorwaarden. Er is gekozen voor
68
bestemmingsplan "Skaeve Huse - Vergierdeweg" (ontwerp)
functies voor de buurt met een lage verkeersaantrekkende werking en een lage parkeervraag, omdat dit gewenst is. Ter ondersteuning van de skave huse is het tevens mogelijk om de boerderij te gebruiken ten behoeve van de beheerders van de skaeve huse. Tevens is de bestaande bebouwing aangeduid als 'orde-1'. Dit in verband met de gemeentelijk monumentale status. De bestaande afmetingen en hoogtes worden hiermee beschermd in het bestemmingsplan. Daarnaast geldt de monumentale status vanuit de Erfgoedverordening. Atikel 5 Maatschappelijk De bestemming 'Maatschappelijk' wordt gehanteerd voor de skaeve huse. Wat verstaan wordt onder 'skaeve huse' is gedefinieerd in artikel 1.50. De skaeve huse zijn een 'bijzondere woonvorm', zie artikel 1.23. Naast wooneenheden is één beheerderskantoor toegestaan, tot een hoogte van 4 meter. De hoofdgebouwen zijn toegestaan binnen het gehele bouwvlak met een maximum vloeroppervlak geldend voor alle hoofdgebouwen. Daarnaast zijn fietsenstallingen toegestaan en mogen er erfafscheidingen tot een hoogte van 2 meter worden gerealiseerd. Artikel 6 Tuin - 1 De op de verbeelding voor 'Tuin - 1' aangewezen gronden zijn bestemd voor tuinen en erven behorende bij de boerderij. Binnen deze bestemming is het ook toegestaan om te (fiets)parkeren en om volkstuinen of stadslandbouw te hebben.
Er zijn als bebouwing uitsluitend fietsenstallingen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, beide tot een hoogte van 2 meter toegestaan. Te veel bebouwing in dit gebied geeft een rommelig beeld wat afbreuk doet aan de cultuurhistorische waarden van het gebied. Artikel 7 Water De in het plangebied voorkomende waterlopen, waterwegen en waterpartijen, en bijbehorende voorzieningen zijn ondergebracht in de bestemming 'Water'.
5.2.2.2
Dubbelbestemmingen
Artikel 8 Waarde - Archeologie De aanwezige archeologische verwachtingswaarden krijgen bescherming door het toekennen van de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie'. De voor 'Waarde - Archeologie' aangewezen gronden zijn, naast de andere voor die gronden aangewezen bestemmingen, ook bestemd voor de bescherming en de veiligstelling van archeologische waarden. Het bestemmingsplan houdt rekening met de (voorlopige) Archeologische Beleidskaart Haarlem. In het plangebied komen de categorieën 2a en 4 voor.
69
bestemmingsplan "Skaeve Huse - Vergierdeweg" (ontwerp)
Categorie 2a In de gebieden die tot deze categorie behoren geldt een hoge archeologische verwachting. Voor deze categorie geldt dat bij plannen waarbij bodemverstorende activiteiten plaatsvinden van 50 m² en groter en die dieper gaan dan 30 cm beneden maaiveld, een waardestellend archeologisch rapport moet worden overlegd bij de aanvraag van een omgevingsvergunning. Aan deze gebieden is de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2' toegekend. Categorie 4 In de gebieden die tot deze categorie behoren geldt een lage archeologische verwachting. Voor deze categorie geldt dat bij plannen waarbij bodemverstorende activiteiten plaatsvinden van 2.500 m² en groter en die dieper gaan dan 30 cm beneden maaiveld, een waardestellend archeologisch rapport moet worden overlegd bij de aanvraag van een omgevingsvergunning. Aan deze gebieden is de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 4' toegekend. Artikel 9 Waarde - Cultuurhistorie De binnen de bestemming 'Waarde - Cultuurhistorie' aangewezen gronden zijn ook bestemd voor het behoud en de versterking van de cultuurhistorische waarden vanuit de Stelling van Amsterdam. Voor deze bestemming geldt voor bepaalde activiteiten en werkzaamheden een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken (voorheen: aanlegvergunningenstelsel).
Ook is het verboden te bouwen met uitzondering van verbouw-, of vervanging van bestaande bouwwerken en het bouwen conform de basisbestemming (enkelbestemming) die geldt op basis van voorliggend bestemmingsplan. Artikel 10 Waarde - Cultuurhistorisch ensemble Deze dubbelbestemming is bedoeld ter bescherming van het ensemble van de boerderij Noord Akendam. De boerderij en omliggende bebouwing zijn beschermd via de monumentale aanwijzing en de orde-1 aanduiding die is opgenomen in de bestemming Gemengd. De buitenruimte rond de boerderij inclusief het toegangspad vanaf de Vergierdeweg krijgen een bescherming middels deze dubbelbestemming. Bouwen is alleen mogelijk conform wat de overige regels binnen dit bestemmingsplan bij recht toelaten. Ook is voor diverse werkzaamheden op of in de grond een aanlegvergunning nodig. Voorwaarde voor verlening van de aanlegvergunning is dat er geen onevenredige afbreuk aan de cultuurhistorische waarden van het ensemble wordt gedaan. Hierbij wordt verwezen naar de waardestelling die is opgenomen in de bijlage bij de regels.
5.2.3 Hoofdstuk 3: Algemene regels Artikel 11 Anti-dubbeltelregel
70
bestemmingsplan "Skaeve Huse - Vergierdeweg" (ontwerp)
Met deze regel wordt voorkomen dat er in feite meer wordt gebouwd dan het bestemmingsplan beoogt. Bijvoorbeeld in het geval (onderdelen van) bouwpercelen - al dan niet tijdelijk - van eigenaren wisselen. De regeling is vooral van belang met het oog op nieuwbouw. Door verwerving van een extra (bouw)perceel of een gedeelte daarvan, kunnen de gronden niet meegenomen worden met de berekening van de bouwmogelijkheden van het nieuwe perceel als de nieuw verworven gronden al meegenomen zijn bij de berekening van een eerdere omgevingsvergunning. Het is dus niet toegestaan gronden twee keer in te zetten om een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit te verkrijgen. Artikel 12 Algemene gebruiksregels Dit artikel geeft algemene regels met betrekking tot ongewenst gebruik van gronden die in alle gevallen opgeld doen, tenzij dit in de specifieke gebruiksregels expliciet alsnog wordt toegestaan. Artikel 13 Algemene aanduidingsregels Lid 13.1 Veiligheidszone - niet gesprongen explosieven Deze aanduiding is opgenomen om regels te stellen ter bescherming van iedereen bij en rondom grondroerende werkzaamheden nabij locaties waar niet gesprongen explosieven aanwezig kunnen zijn. Lid 13.2 Milieuzone - geur Deze aanduiding is opgenomen in verband met het nabijgelegen crematorium. Er is een bouwverbod opgenomen voor geurgevoelige functies.
Van het bouwverbod kan worden afgeweken als het crematorium weg is of als wordt aangetoond dat het crematorium niet wordt belemmerd in de bedrijfsvoering en er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat binnen en rond het geurgevoelige object. Hiermee wordt tevens het omliggende erf bedoeld. Artikel 14 Algemene afwijkingsregels Het bestemmingsplan als bindende verordening is opgebouwd uit objectief vastgelegde ruimtelijke begrenzingen. De mogelijkheden en onmogelijkheden voor het bouwen en het gebruik zijn nauwkeurig vastgelegd. Die ruimtelijke en functionele begrenzing is een afgeleide van de basisgegevens van de Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT), stedenbouwkundige afwegingen en het bestaande gebruik. In de praktijk kunnen afwijkingen voorkomen. Ook kan, bij nieuwe ontwikkelingen, veranderde wetgeving of voorschreidend inzicht, toch behoefte zijn aan een andere maatvoering oif een andere functie van bouwwerken. Starheid van bestemmingsregels mag niet de oorzaak zijn van gekunstelde oplossingen, waarmee de kwalitatieve doelstelling van het bestemmingsplan niet gediend is. Door middel van dit artikel is enige mate van flexibiliteit mogelijk. Zo kan er een afwijking plaatsvinden voor de in het plan aangegeven 71
bestemmingsplan "Skaeve Huse - Vergierdeweg" (ontwerp)
maten tot ten hoogste 10%. Het toepassen van een afwijkingsbevoegdheid gebeurt altijd met inachtneming van het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht, zodat belanghebbenden de mogelijkheid tot bezwaar/beroep hebben wanneer op grond van dit artikel van het plan wordt afgeweken. Artikel 15 Overige regels Parkeren, laden en lossen Dit artikel legt een koppeling tussen de regels van het bestemmingsplan en de gemeentelijke beleidsregels voor het parkeren. De normen voor parkeren, stallen, laden en lossen zelf liggen namelijk niet vast in dit bestemmingsplan, maar in gemeentelijke beleidsregels. Die beleidsregels geven aan wanneer er sprake is van voldoende ruimte voor parkeren, stallen, laden en lossen. Uitgegaan wordt altijd van de gemeentelijke beleidsregels voor het parkeren zoals die gelden op het moment van de ontvangst van de aanvraag om een omgevingsvergunning. 5.2.4 Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels Artikel 16 Overgangsrecht Het overgangsrecht is van toepassing op bestaande situaties (gebruik en/of bebouwing) die op het moment van het van kracht worden van dit bestemmingsplan niet passen binnen het nieuwe plan. Het overgangsrecht houdt in dat gebruik en bebouwing dat in strijd is met het nieuwe bestemmingsplan, maar al aanwezig was ten tijde van de voorgaande plannen, onder voorwaarden, mag worden voortgezet.
Ook bouwwerken die op basis van een geldige omgevingsvergunning nog gebouwd mogen worden, worden onder het overgangsrecht geschaard. Het overgangsrecht is nadrukkelijk niet bedoeld voor bouwwerken die een gebruik kennen dat onrechtmatig is op het moment van het van kracht worden van dit bestemmingsplan. Er is geen sprake van legalisatie van al strijdig gebruik door dit bestemmingsplan en er kan ook nog steeds gehandhaafd worden. Ook bouwwerken die op de peildatum illegaal zijn, blijven illegaal. Artikel 17 Slotregel Het laatste artikel van de regels betreft de citeertitel van het onderliggende bestemmingsplan.
72
bestemmingsplan "Skaeve Huse - Vergierdeweg" (ontwerp)
Hoofdstuk 6 6.1
UITVOERBAARHEID
Economische uitvoerbaarheid Bij ontwikkelingen die middels het bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt, is het noodzakelijk aan te tonen in hoeverre de beoogde plannen financieel haalbaar zijn en wie de risicodragende partij is. In dit kader is in afdeling 6.4 Wro bepaald dat de gemeenteraad een exploitatieplan moet vaststellen, indien een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplan is voorgenomen. Hiervan kan worden afgeweken indien het verhaal van de kosten van een grondexploitatie over de in het plan begrepen gronden anderszins verzekerd is. Met dit bestemmingsplan wordt beoogd het vigerende juridisch-planologisch kader te herzien naar aanleiding van de gewenste realisatie van de skaeve huse en de uitbreiding van gebruiksmogelijkheden voor de boederij Noord Akendam en omliggende gronden. Er is hierdoor sprake van een bouwplan zoals bedoeld in artikel 6.2.1 Bro. Daarom is het opstellen van een exploitatieplan noodzakelijk, tenzij de kosten van de ontwikkeling anderszins verzekerd zijn. De gemeente Haarlem is eigenaar van de gronden waarop de skaeve huse worden gerealiseerd. Er is binnen de begroting voldoende budget om het plan te realiseren. Hiermee zijn de kosten van de ontwikkeling anderszins verzekerd en is een exploitatieplan niet nodig.
6.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
6.2.1 Wettelijk vooroverleg Overeenkomstig artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening is het ontwerp-bestemmingsplan toegezonden aan de volgende instanties: Provincie Noord-Holland; Hoogheemraadschap Rijnland; Veiligheidsregio Kennemerland. De volgende instanties hebben niet gereageerd: De provincie Noord-Holland; Veiligheidsregio Kennemerland. De volgende instanties hebben schriftelijk hun opmerkingen kenbaar gemaakt: Hoogheemraadschap Kennemerland. Het Hoogheemraadschap wenste een tabel met een overzicht van (toename aan) verhard oppervlak. Ook heeft het Hoogheemraadschap aangegeven dat halfverharding ook wordt meegerekend als verhard oppervlak en dat er meer inzicht nodig is in de verhardingstoename als gevolg van halfverharding. In de watertoets (zie 4.12.4) is een tabel opgenomen met daarin de 73
bestemmingsplan "Skaeve Huse - Vergierdeweg" (ontwerp)
verhardingstoename weergegeven. Ook is er een inrichtingsschets opgenomen waaruit blijkt waar (half)verharding wordt toegevoegd. Daarnaast wenste het Hoogheemraadschap in de bestemmingsomschrijving van de bestemming Tuin-1 te hebben toegevoegd dat 'water en waterhuishoudkundige voorzieningen' mogelijk zijn. Dit is toegevoegd aan de regels. Participatie en welstand Zoals in paragraaf 2.8 is aangegeven is voorafgaand aan het opstellen van het bestemmingsplan een werkgroep opgericht die heeft meegedacht over de invulling van de boerderij en de inrichting van de gronden. Ook is de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit (ARK) van de gemeente Haarlem geconsulteerd over het uiterlijk van de te realiseren bebouwing. 6.2.2 Zienswijzen Gedurende een periode van 6 weken, van XXX tot en met XXX , is een ieder in de gelegenheid gesteld om te reageren op het plan. In bijlage Y is een samenvatting van de ingekomen zienswijzen, samen met de beantwoording van het gemeentebestuur opgenomen.
6.3
Handhaving Met dit bestemmingsplan beoogt de gemeenteraad een voor de burgers duidelijk en herkenbaar ruimtelijk beleid te formuleren. Op grond daarvan mag dan ook verwacht worden dat het college van burgemeester en wethouders handhavend optreedt als iemand de regels van het bestemmingsplan niet naleeft. De ruimtelijke kwaliteit van het gebied loopt namelijk gevaar als men in strijd met het bestemmingsplan een bouwwerk bouwt of als men in strijd met het bestemmingsplan gronden of bouwwerken gebruikt. Het achterwege laten van handhaving kan ertoe leiden dat zich ongewenste ruimtelijke ontwikkelingen voordoen, die negatieve gevolgen hebben voor de ruimtelijke kwaliteit en de veiligheid. Daarom wordt hier het beleid over de handhaving uiteengezet en aangegeven hoe de handhaving van de bestemmingsplanregels wordt opgepakt. Volgens vaste jurisprudentie bestaat er een beginselplicht om handhavend op te treden. Dit houdt in dat, gelet op het algemeen belang dat gediend is met de handhaving, in geval van overtreding van een wettelijk voorschrift of regel het bestuursorgaan dat bevoegd is om met bestuursdwang of een last onder dwangsom op te treden, in de regel van deze bevoegdheid gebruik moet maken. Alleen onder bijzondere omstandigheden mag van het bestuursorgaan worden gevergd dit niet te doen. Dit kan zich voordoen als er concreet zicht op legalisatie bestaat.
Verder kan handhavend optreden zodanig onevenredig zijn in verhouding tot de daarmee te dienen belangen dat van optreden in die concrete situatie behoort te worden afgezien. De gemeente Haarlem voldoet aan deze beginselplicht door daadkrachtig en consequent op te treden. Eens in de vier jaar stelt de gemeente Haarlem een integraal handhavingsbeleid vast waarin de projecten staan aangegeven die worden opgepakt. De opzet is dat de afdeling Vergunningen, Toezicht en Handhaving niet alle illegale situaties tegelijk aanpakt, maar wel een werkbaar aantal zaken, 74
bestemmingsplan "Skaeve Huse - Vergierdeweg" (ontwerp)
wat een uitstralend effect zal hebben. Nieuw vastgestelde bestemmingsplannen lenen zich bij uitstek voor deze projectmatige aanpak. Uiteraard wordt bij calamiteiten altijd opgetreden. Handhaving van de regels van bestemmingsplannen vindt in de gemeente Haarlem plaats langs bestuursrechtelijke weg. Rechtszekerheid en gelijke behandeling van burgers staan hierbij voorop. Daarbij is ook communicatie belangrijk. Hier kan bovendien een preventieve werking van uitgaan. De gemeente brengt vooral de relatie met de na te streven beleidsdoelstellingen onder de aandacht, zodat voor iedere inwoner, eigenaar en ondernemer duidelijk mag zijn hoe en wanneer het college handhaaft. Ook voor dit plangebied zal de handhaving van de kaders van het bestemmingsplan ook plaatsvinden na het verstrekken van omgevingsvergunningen voor de activiteiten 'bouwen', 'het uitvoeren van een werk' en 'het gebruiken van gronden en bouwwerken'. Want niet alleen handelingen zonder vergunning zijn onderwerp van handhaving, maar ook handelingen in afwijking van een omgevingsvergunning vormen een overtreding. Het gemeentelijk toezicht tijdens de vergunningplichtige activiteiten is gewaarborgd doordat inspecteurs in Haarlem volgens het Landelijk Toezichtprotocol werken.
Deze inspecteurs classificeren projecten volgens het protocol, waarmee zij de noodzakelijke frequentie en het niveau van de controles tijdens de bouw bepalen. De rapportage van deze controles slaan zij digitaal op. Zo draagt het college zorg voor de handhaving van de bestemmingsplanregels.
75