2 Bijlage 1 Ruimtelijke onderbouwing
Tekst van het document
Maatwerkafspraken in regionale woonakkoorden; We bieden kennis, meedenkkracht en hulp; Versnellen woningbouwproductie; Samenwerking stimuleren; Verduurzaming wonen; Meer flexibiliteit in de woningmarkt; Stimuleren circulair bouwen; Leveren van informatie en monitoring.
Mees Ruimte & Milieu | 20154.02.RO
Pagina | 28
3.2.3.1 Relatie tot ontwikkeling Uit de Woonagenda volgt dat de vraag leidend moet zijn bij nieuwbouwopgaven. Onderhavige ontwikkeling zorgt voor een toevoeging van 696 woningen en versnelt daarmee de woningbouwproductie. Uit de volgende paragrafen zal blijken of het toevoegen van meer woningen leidt tot meer flexibiliteit in de woningmarkt in de regio Zuid-Kennemerland/IJmond. 3.2.3.2 Conclusie De beoogde ontwikkeling is in lijn met de ambities uit de Woonagenda 2020-2025 provincie Noord-Holland.
Masterplan Wonen Om gemeenten te helpen sneller meer én betaalbare woningen te bouwen is het Masterplan Wonen Provincie Noord-Holland opgesteld. In de eerste versie wordt de uitbreiding en versterking van een aantal directe steun- en hulpmaatregelen aangekondigd. Daarnaast verkent de provincie enkele onorthodoxe voorstellen, zoals actief grondbeleid (grond verwerven om samen met gemeenten binnenstedelijke woningbouwprojecten te versnellen én daar betaalbare woningen te bouwen en te behouden), of een fonds betaalbare koop (opkopen van bestaande of nieuwbouwwoningen tegen marktwaarde om die vervolgens onder voorwaarden tegen lagere prijzen te verkopen, met de verplichting om bij verhuizing die woningen tegen gereduceerde prijs terug te verkopen aan het fonds). Om zo 165.000 woningen te bouwen tot 2030, grofweg 2/3 van de benodigde productie tot 2040 (230.000).
Strategisch beleidskader Economie In het Strategisch Beleidskader Economie (2016) zijn de hoofdkeuzes gemaakt voor wat betreft de inzet van het provinciaal bestuur voor de regionale economie in Noord-Holland. De volgende missie voor het economisch beleid is geformuleerd: ‘Wij maken ons sterk voor welvaart en welzijn in Noord-Holland door een duurzame, vernieuwende en ondernemende economie’. De begrippen ‘duurzaam’, ‘vernieuwen’ en ‘ondernemend’ zijn richtinggevende principes die worden toegepast op vijf economische thema’s die vallen onder vestigingsklimaat (werklocaties, bereikbaarheid, arbeidsmarkt, innovatieklimaat en digitale infrastructuur) en op de agrosector en de internationale marketing en acquisitie van bedrijven. Deze vijf thema’s zijn verder uitgewerkt in de Uitvoeringsagenda Economie. 3.2.5.1 Relatie tot ontwikkeling De beoogde ontwikkeling voorziet naast woonvoorzieningen tevens in werkvoorzieningen. Van de gehele ontwikkeling wordt circa 5.800 m² bvo aan commerciële voorzieningen gerealiseerd die bijdraagt aan de realisatie van werkgelegenheid. Zo biedt de provincie Noord-Holland ruimte voor groei, ondernemerschap en innovatie, met name in het MKB, maar ook op het inzetten op werkgelegenheid en arbeidsmarkt o.a. via innovatie.
Daarnaast zullen er verschillende werkruimtes en andere ruimtes voor commerciële voorzieningen worden aangeboden, welke een bijdrage leveren aan de Noord-Hollandse en Haarlemse economie. 3.2.5.2 Conclusie De voorgenomen ontwikkeling is in lijn met het Strategisch beleidskader Economie van de provincie NoordHolland.
Uitvoeringsagenda Economie 2016-2019 De Uitvoeringsagenda Economie (2016) is het uitvoeringsdeel van het Strategisch Beleidskader Economie. De Uitvoeringsagenda heeft de missie geformuleerd tot een doel, namelijk ‘werken aan een aantrekkelijk, duurzaam en concurrerend vestigingsklimaat’. De Uitvoeringsagenda wil dit doel en de missie voor het economisch beleid bereiken door te zorgen voor: aantrekkelijke en duurzame werklocaties; goede bereikbaarheid; een veerkrachtige arbeidsmarkt; een sterk innovatieklimaat; uitstekende digitale infrastructuur; Mees Ruimte & Milieu | 20154.02.RO
Pagina | 29
aantrekken van internationale bedrijven; een sterke en duurzame agrosector.
3.2.6.1 Relatie tot ontwikkeling De beoogde ontwikkeling maakt deel uit van de grotere gebiedsontwikkeling Knooppunt Haarlem Nieuw-Zuid. Onderhavige gebiedsontwikkeling ziet onder andere toe op de realisatie van een nieuw OV-knooppunt, waar in de toekomst eventueel ook een tramverbinding tot stand komt. Derhalve zal de locatie goed bereikbaar zijn voor zowel de bewoners als het werkgerelateerde deel van deze ontwikkeling. De werklocaties zullen aantrekkelijke werklocaties worden, mede door de goede bereikbaarheid. Ook wordt ruim ingezet op de aspecten duurzaamheid en groen, welke nader worden beschouwd in hoofdstuk 4. Het plangebied is direct tegen het centrum aangelegen, wat de locatie nog aantrekkelijker maakt als werklocatie. De huidige ambities worden overigens uitgewerkt in de uitvoeringsagenda economie 2021-2023. 3.2.6.2 Conclusie De voorgenomen ontwikkeling is in lijn met de Uitvoeringsagenda Economie 2016-2019 van de provincie Noord-Holland.
3.3
REGIONAAL BELEID Woonakkoord Zuid-Kennemerland / IJmond 2021-2025 Op basis van de Woonagenda provincie Noord-Holland 2020-2025 vraagt de provincie aan de regio’s Woonakkoorden op te stellen. De regio Zuid-Kennemerland/IJmond heeft samen met de provincie NoordHolland dit Woonakkoord 2021-2025 opgesteld, versie 20 januari 2021. In dit akkoord is aangegeven welke woonopgaven er liggen, welke richting de regio op wil en hoe hier gezamenlijk aan gewerkt wordt. De regio Zuid-Kennemerland/IJmond bestaat uit de gemeenten Beverwijk, Bloemendaal, Haarlem, Heemskerk, Heemstede, Velsen en Zandvoort en werkt in deze samenstelling al acht jaar samen. Sinds 2012 heeft deze regio afspraken gemaakt over wonen in een Regionaal Actieprogramma (RAP) Wonen. Het Woonakkoord bestaat uit een bestuursakkoord en een uitvoeringsagenda. De regio staat voor een aantal grote uitdagingen: Een actueel woningtekort en een nog sterk groeiende woningbehoefte, onder meer aan betaalbare woningen; Een vergrijzende bevolking die zo lang mogelijk zelfstandig zal blijven wonen; Verschillende (zorg)doelgroepen die een urgente behoefte hebben aan (betaalbare) zelfstandige huisvesting; Een duurzame ontwikkeling van nieuwe en bestaande wijken, waarbij draagvlak van de bewoners nodig is.
De missie van de regio Zuid-Kennemerland/IJmond betreft het blijven van een aantrekkelijke en gevarieerde woonregio, waar voor alle doelgroepen plek is en die toekomstbestendig is. Dit doel kan worden nagestreefd middels het realiseren van voldoende woningen binnen gevarieerde en aantrekkelijke woonmilieus. Daarnaast wil de regio een duurzame regio zijn die toegankelijk is voor alle inkomens- en doelgroepen. Woningbouw, bereikbaarheid en economie dienen, voor zover dit mogelijk is, in samenhang ontwikkeld te worden, zodanig dat ze elkaar versterken. Woningbouw Om aan de toekomstige groei te voldoen is het nodig dat we de woningvoorraad uitbreiden met 13.150 woningen in de periode 2019-2030. Dat betekent een uitbreiding van tenminste 1.200 woningen per jaar, een vergelijkbare opgave als in de afgelopen jaren nodig was. Binnenstedelijk bouwen en transformatie van gebouwen zijn het meest wenselijk. De mogelijkheden om buiten bestaand stedelijk gebied te bouwen zijn beperkt, maar soms is bouwen in het landelijk gebied toch wenselijk. In de Uitvoeringsagenda is een lijst
Mees Ruimte & Milieu | 20154.02.RO
Pagina | 30
opgenomen met woningbouwplannen in landelijk gebied, waarover afstemming is geweest tussen regiogemeenten en provincie. Betaalbaarheid De sociale huurvoorraad dient in de regio en in elke gemeente uitgebreid te worden, waarbij 30% van de woningbouwproductie sociale huur betreft. De benodigde toekomstige groei ligt in de periode 2019-2030 tussen 2.400 woningen (trendscenario) en 5.350 woningen (tegenspoedscenario). Daarnaast wordt er zorg gedragen voor een evenwichtige en transparante verdeling van de beschikbare sociale huurwoningen in de regio. Ten slotte voegt elke gemeente middensegment toe en wordt de doorstroming in de woningmarkt bevorderd. Doelgroepen Bijna 50% van de inwoners van de regio is 55 jaar of ouder. Het aantal senioren in de regio groeit en zij zullen zo lang mogelijk zelfstandig (willen en moeten) blijven wonen. Andere doelgroep zijn spoedzoekers, buitenlandse werknemers, woonwagenbewoners en vergunninghouders. Duurzaamheid De sociale energietransitie in de bestaande bouw wordt doorgezet en gekoppeld aan de transitievisie warmte. Daarnaast is het delen van kennis over verduurzaming van nieuwbouw en bestaande bouw één van de opgaven. Er dient klimaatadaptief, natuurinclusief en circulair gebouwd te worden. Tenslotte dienen duurzaamheid en betaalbaarheid dichter naar elkaar toe gebracht te worden.
3.3.1.1 Relatie tot ontwikkeling Haarlem is de hoofdstad van de provincie en is een prettige woonstad met bedrijvigheid en cultuur. Ook is Haarlem de relatief jongste gemeente in de regio, door de instroom van jonge huishoudens. De woningvoorraad groeit binnenstedelijk door nieuwbouw, herstructurering en transformaties. Er vinden dan tal van verhuizingen plaats binnen de regio, zowel binnen deelregio’s als tussen deelregio’s waarbij Haarlem een centrale functie vervult. Ook blijkt hieruit de sterke samenhang met de MRA: er verhuizen meer huishoudens vanuit Amsterdam naar de regio Zuid-Kennemerland/ IJmond dan andersom. Met name Haarlem is in trek. Haarlem beschikt met name over een aanzienlijk aandeel sociale huurwoningen. In Haarlem is in 2019-2040 een toename in de woningbehoefte van 13.000 woningen. De beoogde ontwikkeling voorziet in de realisatie van 823 woningen, waarbij er 280 sociale huurwoningen, 183 lage middeldure woningen, 191 hoge middeldure woningen en 169 vrije sectorwoningen worden gerealiseerd. Hiermee wordt een bijdrage geleverd aan het doel om tot 2030 minstens 2.400 nieuwe sociale huurwoningen te realiseren in de regio. Ook dient elke gemeente aanbod in het middensegment toe te voegen, wat middels de beoogde ontwikkeling wordt gewaarborgd.
Bovendien is de beoogde ontwikkeling in lijn met de ambitie om ten minste 1.200 woningen per jaar te realiseren binnen de regio. Het aspect duurzaamheid wordt uitgebreid toegelicht in paragraaf 4.7. 3.3.1.2 Conclusie De beoogde ontwikkeling is in lijn met de opgaven uit het Woonakkoord Zuid-Kennemerland / IJmond 20212025.
3.4
GEMEENTELIJK BELEID Omgevingsvisie Haarlem De gemeenteraad van Haarlem heeft op 27 januari 2022 de Omgevingsvisie Haarlem 2045 vastgesteld. Deze visie schetst de koers voor de ontwikkeling van Haarlem en laat zien wat de gevolgen zijn van de keuzes die men maakt in de openbare ruimte. Centraal staat de vraag hoe Haarlem ook in 2045 een aantrekkelijke stad blijft om in te wonen, te werken en te bezoeken?
Mees Ruimte & Milieu | 20154.02.RO
Pagina | 31
De Omgevingsvisie 2045 is opgesteld in samenspraak met veel Haarlemmers. In 2023 gaat de omgevingswet in. Deze wet verplicht elke gemeente om een omgevingsvisie op te stellen. Haarlem heeft met deze visie voldaan aan deze verplichting. Stad voor iedereen Haarlem moet een stad blijven voor iedereen. Voor mensen met verschillende achtergronden en opleiding, een stad voor jong en oud en een stad waar het goed leven is. Juist die veelzijdigheid is wat Haarlem voor velen zo aantrekkelijk maakt. Strategische keuzes voor de toekomst De omgevingsvisie is een integrale visie voor de gemeente. Opgaven zoals wonen, werken, mobiliteit, klimaatadaptatie, energietransitie en sociaal komen erin samen. In de visie worden zes strategische keuzes gemaakt: mengen en verdichten, buurtgericht ontwikkelen, vergroenen en vernatten, bevorderen gezonde leefomgeving, ruimte voor energietransitie en mobiliteitstransitie. Deze keuzes zijn belangrijk voor de ontwikkeling van Haarlem zodat de schaarse ruimte optimaal wordt benut en alle opgaven van de stad een plek krijgen. Een goede basis om verder te ontwikkelen De zes strategische keuzes worden niet in heel Haarlem op dezelfde manier uitgevoerd, maar houden rekening met de eigenschappen van de verschillende buurten. De volgende stap is om de omgevingsvisie verder uit te werken in programma's die gericht zijn op de uitvoering van de visie.
De visie wordt concreet in een aantal projecten. Bijvoorbeeld de ontwikkelzones, waar men woningen en werkgelegenheid realiseert en het tien-minuten-netwerk voor fietsers en wandelaars versterkt. Maar ook de zuidstrook Waarderpolder tot een intensief en toekomstbestendig werkgebied maken en het realiseren van de grote OV-knooppunten in de stad. 3.4.1.1 Relatie tot ontwikkeling Voorliggende ontwikkeling betreft een deelproject van de ontwikkelzone Haarlem Nieuw-Zuid waar woningbouw gemengd wordt met commerciële functies en waarbij de stad een stuk verdicht wordt om te voldoen aan de woningbouwopgave. Hierbij is tevens veel aandacht voor klimaat, een gezonde leefomgeving, energietransitie en nieuwe mobiliteit. Voor het gebied is de transformatie voorzien van een karakterloze randweg naar een entree van de stad. De Schipholweg wordt als stadsboulevard omgevormd tot bindende factor tussen Schalkwijk en Haarlem-Oost. In dit verandergebied is een mix van vele functies uitgangspunt. Het gebied wordt beschouwd als stedelijk knooppunt met gebruikmaking van dubbel grondgebruik en functiemenging. Langzaam verkeerroutes fungeren als ontmoetingsas met voorzieningen als bindende factor. De beoogde bebouwing wordt voorzien van een royale plint met publieksfuncties en boven woningen. 3.4.1.2 Conclusie Voorliggend project past binnen de kaders van de Omgevingsvisie.
Structuurvisie Openbare Ruimte Deze structuurvisie is een deelherziening van het Structuurplan Haarlem 2020 en biedt het kader voor de ruimtelijke ontwikkeling, herstructurering en het beheer en onderhoud van het publieke domein in de stad. De Structuurvisie Openbare Ruimte (SOR) noemt als ambitie het behouden en ontwikkelen van een stedelijk en hoogwaardig woonmilieu. Om in 2040 tot een groene en bereikbare stad te komen, maakt Haarlem twaalf hoofdkeuzes. Voor elke hoofdkeuze geldt dat deze consequenties heeft voor de openbare ruimte. Haarlem kiest voor: 1. verblijfskwaliteit; 2. recreatieve mogelijkheden en routes; 3. ruimte voor stadsnatuur; 4. gezonde straatbomen;
Mees Ruimte & Milieu | 20154.02.RO
Pagina | 32
5. klimaatadaptatie; 6. ruimte voor de voetganger en kwaliteit van de looproutes; 7. de fiets binnen de stad; 8. duurzame mobiliteit; 9. de auto te gast in het centraal stedelijk gebied; 10. het versterken van de HOV-corridor; 11. ketenmobiliteit; 12. bundelen op de grote ring. 3.4.2.1 Relatie tot ontwikkeling De belangrijkste punten uit de SOR voor en rondom het plangebied zijn: het voetgangersvriendelijk inrichten van OV-knooppunten een inrichting van stadsstraten gericht op voetgangers met brede trottoirs, fietsparkeren en bankjes de continuïteit van profielen van lange lijnen behouden van zicht op oriëntatiepunten en zichtassen het versterken van de hoofdbomenstructuur het vergroenen en aantrekkelijker maken van recreatieve routes laten aansluiten van groene structuren voor ecologie ongelijkvloers kruising regiofietsroute/RegioRing (reeds gerealiseerd) ontvlechten recreatieve fietsroute langs het Spaarne realisatie HOV-knooppunt Schipholweg profiel van 2x2 rijstroken Schipholweg aanleg van de Kennemertunnel als onderdeel van de RegioRing Voorliggende ontwikkeling betreft enkel de herinrichting van het bestaande perceel dat in eigendom is van initiatiefnemer.
De omliggende openbare ruimte wordt afzonderlijk benaderd en wordt op basis van de uitgangspunten van de SOR én de kwaliteitseisen vanuit het vastgestelde SPVE Knooppunt Haarlem NieuwZuid (zie paragraaf 3.4.10) ingericht. Figuur 10. SOR-doelen binnen Knooppunt Haarlem Nieuw-Zuid.
Mees Ruimte & Milieu | 20154.02.RO
Pagina | 33
3.4.2.2 Conclusie Voor het ontwerp van de buitenruimtes (openbare ruimtes) wordt aangesloten bij de ambities uit de Structuurvisie Openbare Ruimte.
Nota Ruimtelijke Kwaliteit (NRK) De Nota Ruimtelijke Kwaliteit (NRK) geeft een integrale stadsbrede visie op ruimtelijke kwaliteit die voor ieder nieuw ruimtelijk plan de basis vormt. De gemeenteraad stelde de nota op 28 juni 2012 vast. Het bestaat uit twee delen. In het eerste deel draagt Haarlem uit waar haar kracht en ambitie liggen. De relatie tussen duurzaamheid, in de zin van toekomstbestendigheid en de kwaliteit van de leefomgeving, cultuurhistorie en ruimtelijke kwaliteit, is een belangrijk thema van de visie. Er zijn tien gouden regels geformuleerd die een prioriteit voor ruimtelijke ontwikkeling in Haarlem uitspreken. De 10 gouden regels van Haarlem zijn als volgt gedefinieerd: 1. Kiezen voor toekomstbestendigheid; 2. Synergie tussen toekomst-, gebruiks- en belevingswaarde staat centraal; 3. De bestaande kwaliteit is het vertrekpunt; 4. Gebouwen en buitenruimtes vormen samen de stad; 5. De lange lijnen maken de stad herkenbaar; 6. Beeldbepalende plekken* bepalen de identiteit van de stad; 7. Gedeelde weelde en gedeelde verantwoordelijkheid; 8. De gebiedstypologie moet meegenomen worden in afwegingen. 9. De gemeente volgt haar uitgezette koers; 10. Durf te kiezen en doe dat vooraf.
3.4.3.1 Relatie tot ontwikkeling Het plangebied valt binnen het type ‘gebieden 1920-1960’ met als kenmerk een ontworpen, hiërarchisch stratenpatroon waarin stedenbouw, architectuur en openbare ruimte nauw samenhangen. Symmetrische pleinen, gespiegelde straatwanden, wooncomplexen, pleinen en poorten hebben naar één ontwerp gebouwde gevelwanden waarin horizontaliteit overheerst. Overgang privé-openbaar is geleidelijk door erkers, voortuinen met (gemetselde) erfafscheidingen. Ambachtelijk materiaalgebruik, veel siermetselwerk. Binnen het gebiedstype is de consolidatieregie van toepassing. De consolidatieregie is gericht op behoud van het onderscheidende karakter van de buurten en daarbinnen vrijheid voor individuele invullingen. De Schipholweg valt zelf binnen een bijzondere regie. Voor lange lijnen geldt dat de overgang van bebouwing naar openbare ruimte van groot belang is, omdat de lange lijnen en bijzondere plekken en pleinen veel bezocht worden. Er zijn veel ogen op gericht. De beoordeling van bouwwerken is vanwege die zichtbaarheid gericht op de dakcontour van de gevelwand als geheel, het beeld van de gevelwand en de wijze waarop de overgangen tussen bebouwing en het openbaar gebied worden vormgegeven. Voor de openbare ruimte van de lange lijnen betekent bijzondere regie dat ontwikkelingen van een klein stukje van de lijn altijd in het grotere geheel wordt bekeken.
De beoogde bebouwing sluit niet aan op het karakter van de bestaande wijken en kan dan ook niet gezien worden als onderdeel van de woonwijk. Als onderdeel van de Schipholweg, een lange lijn, zorgt de beoogde bebouwing in lijn met de Nota Ruimtelijke kwaliteit voor een continuering van de gestapelde bouw met een accent aan de rand van het Spaarne. De beoogde ontwikkeling moet dan ook gezien worden als onderdeel van een groter geheel. 3.4.3.2 Conclusie Het plan past binnen de grotere ontwikkeling van Knooppunt Haarlem Nieuw-Zuid, waarvoor een apart Stedenbouwkundig Programma van Eisen is vastgesteld die de kerngedachtes van de NRK verwoord heeft voor deze integrale ontwikkeling.
Mees Ruimte & Milieu | 20154.02.RO
Pagina | 34
Notitie hoogbouwprincipes ‘kansen voor hoogbouw in Haarlem’ (2018) De gemeenteraad van Haarlem heeft op 12 februari 2019 de notitie hoogbouwprincipes ‘kansen voor hoogbouw in Haarlem’ vastgesteld. Aanleiding voor het opstellen van beleid inzake de wenselijkheid van hoogbouw in de stad is de verstedelijkingsdruk in Haarlem. Als gevolg van de aantrekkingskracht van middelgrote steden neemt de wens naar woonruimte ook in Haarlem toe. Volgens prognoses zijn er tot 2040 in Haarlem 15.000 extra woningen nodig. De grenzen van de stad zijn bereikt. Om de groene zoom rond om de stad te behouden wordt de oplossing gezocht in het bestaand stedelijke gebied door middel van verdichting en dus hoogbouw. De impact van hoogbouw op de omgeving is relatief groot. Inpassing in de bestaande stad vraagt om maatwerk, zowel ruimtelijk als functioneel. Dat betekent hoogwaardige en zorgvuldige stedenbouw en architectuur, een optimale functiemenging en programmering, met aandacht voor groen en buitenruimte. Hoogbouw moet daarmee een waardevolle toevoeging voor de stad vormen waarbij, door een zorgvuldige inpassing, negatieve effecten op de omgeving beperkt blijven. De hoogbouwprincipes zoals opgenomen in de notitie helpen bij een zorgvuldige afweging van initiatieven en het streven naar een optimaal resultaat. Dit gebeurt in drie stappen.
Figuur 11. Stappenschema in de notitie hoogbouwprincipes
Stap 1 zijn de Principes op stedelijk niveau. Deze principes zijn in principe bekend; de kavels zijn binnen Haarlem aangewezen als ontwikkelplekken voor hoogbouw. Stap 2 betreft de hoogbouwprincipes op omgevingsniveau. Dit betreft de Hoogbouw Effect Rapportage en zal nader beschouwd worden.
Mees Ruimte & Milieu | 20154.02.RO
Pagina | 35
Stap 3 betreft de uitwerking van het gebouw indien het plan voldoet aan de hoogbouwprincipes voor de omgeving. Dit is de architectonische invulling op ‘detailniveau’. In het algemeen geldt voor hoogbouw op het niveau van de stad dat het markante plekken in de stad dient te versterken zoals: in de as van een grote weg op een belangrijk kruispunt bij de entree van de stad of een wijk aan belangrijke openbare ruimte bij een HOV-knooppunt De effecten van de hoogbouw op de omgeving moeten blijken uit deze Hoogbouw Effect Rapportage. In de rapportage wordt nader ingegaan op cultuurhistorische aspecten en op aspecten van meer technische aard, zoals windhinder en bezonning. De NHP doet een aantal handreikingen op het niveau van het gebouw. een levendige plint met publieksfuncties geen losse vrijstaande torens opbouw in de vorm plint-onderbouw-boven 3.4.4.1 Relatie tot ontwikkeling De Hoogbouw Effect Rapportage (HER) is onderdeel van de principes op omgevingsniveau. Daarin is aangegeven waar rekening mee dient te worden gehouden bij de inpassing in de context. Analyse en onderzoek dat opgenomen is in de HER wordt aan deze principes getoetst. Het gaat hierbij om analyses en onderzoeken op een drietal thema’s:
Cultuurhistorie Stedenbouwkundige en landschappelijke inpassing Technische omgevingsaspecten
Voor deze ontwikkeling is een HER opgesteld. De resultaten hiervan worden besproken in paragraaf 4.2. 3.4.4.2 Conclusie De voorliggende ontwikkeling past in beginsel binnen de hoogbouwprincipes van de gemeente Haarlem. Hiervoor is een HER opgesteld (paragraaf 4.2) waarin het project getoetst wordt aan de diverse hoogbouwaspecten.
Woonvisie en uitvoeringsagenda 2021-2025 Op 4 april 2021 is de ‘Woonvisie 2017-2020: Doorbouwen aan een (t)huis’ geactualiseerd en samen met een uitvoeringsagenda voor de jaren 2021-2025 vastgesteld. Op basis van het coalitieprogramma van 2018 zijn de ambities aangescherpt, zoals het extra toevoegen van woningen, met nadruk op sociale huurwoningen en ambities op het gebied van duurzaamheid. In 2030 is het woningaanbod van Haarlem gegroeid en sluit het aanbod beter aan op de vraag, met behoud van de ruimtelijke kwaliteit van de stad. De Haarlemse woningmarkt is meer in balans door: woningen toe te voegen, voornamelijk door nieuwbouw, maar ook door functieverandering, woningsplitsing en optoppen; meer passende en betaalbare woningen te hebben voor lage en middeninkomens; de bestaande voorraad beter te benutten. Om aan een groot deel van de huidige en toekomstige vraag te kunnen voldoen, worden in de periode 2020 tot 2030 8.000 tot 10.000 woningen toegevoegd, waarvan 3.200 tot 4.000 sociale huurwoningen. Voor 2040 gaat het om 13.000 woningen. Een gedifferentieerd nieuwbouwprogramma zorgt los van elkaar voor
Mees Ruimte & Milieu | 20154.02.RO
Pagina | 36
toevoeging van aanbod en via doorstroming dat zowel starters als alleenstaanden, ouderen en gezinnen naar wens wonen in Haarlem. De bestaande voorraad wordt optimaal benut en toewijzings- en voorrangsregels zorgen voor een evenwichtige verdeling van de sociale huurwoningen. Uit de rapportage Woningbouw Haarlem 2022 (peildatum 1 mei 2022) blijkt dat de woningvoorraad tussen 2016 en 2020 met bijna 3.850 woningen is gestegen. Op basis van de huidige kennis van de woningbouwplannen is voor de periode 2022 tot en met 2025 een groei mogelijk van nog eens ca 6.750 woningen. In de Rapportage Woningbouw Haarlem 2022 is opgenomen dat om aan een groot deel van de huidige en toekomstige vraag te kunnen voldoen, het de ambitie is om in de periode 2022 tot 2030 circa 10.000 woningen toe te voegen. Figuur 12. Verdeling woningbouwopgave over de verschillende prijssegmenten, prijspeil 2021.
Bij bouwprojecten van 30 of meer nieuwe woningen hanteert de gemeente Haarlem de verdeelsleutel 40-4020: 40% sociale huurwoningen (waarvan 70% onder de aftoppingsgrens), 40% middensegment huur en koop (waarvan 60% laag middelduur) en 20% overige woningen, zie figuur 11. Haarlem is voornemens meer aanbod te creëren door voorrang te verlenen aan doorstromers. Daarnaast heeft Haarlem acht ontwikkelzones aangewezen waarbinnen de woningbouwplannen de komende jaren voor een groot deel moeten worden gerealiseerd. Tot en met 2025 moeten er in de ontwikkelzones 4.400 woningen opgeleverd worden. Buiten de ontwikkelzones zijn nog eens 4.300 woningen gepland. Voor Haarlem is het van belang zich niet enkel op de ontwikkelzones te richten, maar ook op andere bouwprojecten. Haarlem voegt niet alleen nieuwe woningen toe door nieuwbouw, maar ook via bestaande bouw. Een fors aandeel van de extra woningen - 42 tot 72 % in de afgelopen jaren – zijn gerealiseerd door bestaande bouw te transformeren. Tevens legt de woonvisie de focus op: Betaalbaar wonen; Bijzonder doelgroepen; Duurzaam en toekomstbestendig; Vitale en veerkrachtige wijken; Samenwerking. 3.4.5.1 Relatie tot ontwikkeling De beoogde ontwikkeling voorziet in de realisatie van 823 woningen, bestaande uit 280 sociale huurwoningen, 374 middeldure huurwoningen (waarvan 183 in het lage segment) en 169 vrijesector woningen.
Conform het maatwerkkader en de anterieure overeenkomst (inclusief allonge) is het aantal
Mees Ruimte & Milieu | 20154.02.RO
Pagina | 37
middeldure woningen opgeplust met voorliggende aanvraag. Het aantal sociaal en lage middeldure woningen is gelijk gebleven aan de oorspronkelijke woningdifferentiatie van 40%, 40% en 20%. Daarnaast draagt de gehele ontwikkeling bij aan de versnelling van de woningbouwproductie die plaats dient te vinden in Haarlem. Tot aan 2030 dienen er 8.000-10.000 woningen gerealiseerd te worden en tot 2040 nog eens 3.000-5.000 extra woningen. De gemeente Haarlem stelt zichzelf tot doel dat er eind 2025 circa 2.350 woningen extra zijn in de ontwikkelzones Europaweg en Schipholweg. Voor de periode 2025-2030 is dit aantal circa 3.100 (bron: plancapaciteit gemeente Haarlem). De ontwikkeling van 823 woningen draagt bij aan het behalen van voornoemde doelstellingen. 3.4.5.2 Conclusie De voorgenomen ontwikkeling is in lijn met de ambities uit de Woonvisie 2021-2025.
Economische visie Haarlem De Economische visie Haarlem geeft richting aan het economisch beleid op de lange termijn en is leidend voor de versterking van het ondernemings- en vestigingsklimaat. Het doel is het behouden, stimuleren en aantrekken van werkgelegenheid. De visie draagt bij aan een duurzame, inclusieve en vitale stad. Als hoofdvisie geldt: Haarlem is dé creatieve stad van toegepaste innovatie. De proeftuin om innovatie te testen, op te schalen en te vermarkten. Bedrijven, kennis- en onderwijsinstellingen en overheden werken samen aan innovatieve oplossingen voor maatschappelijke opgaven. Samen vormen deze partijen een krachtig ecosysteem, versterken de economie en werkgelegenheid en dragen bij aan een duurzame, inclusieveen vitale stad. De inhoud van de Economische visie Haarlem is gericht op de lange termijn en geeft uitgangspunten op vijf uitvoeringslijnen: ruimte, talent, innovatie, ondernemerschap en profilering. In nieuwe multifunctionele woon-werkgebieden is voldoende ruimte voor werken meegenomen. Deze hoogwaardige stedelijke gebieden met kennisintensieve bedrijvigheid concentreren we vooral rondom OV-knooppunten. De gemeente versterkt de economische structuur door gerichte acquisitie.
Bij het aantrekken van nieuwe werkgelegenheid zet de gemeente in op kennisintensieve (stuwende) bedrijven in de kansrijke sectoren.’ 3.4.6.1 Relatie tot ontwikkeling Een van de ambities van de gemeente Haarlem is om voldoende aantrekkelijke werkgebieden te realiseren. Binnen het plangebied worden verschillende soorten werkruimtes, co-working en nieuwe werkvormen en andere ruimtes ten behoeve van commerciële voorzieningen gerealiseerd. De locatie is aantrekkelijk doordat er binnen het gebied Haarlem Nieuw-Zuid een groot OV-knooppunt is beoogd, met in de toekomst ook een tramverbinding. Daarnaast is de locatie op de grens met het centrum van Haarlem gelegen en wordt het plangebied voorzien van veel groen. 3.4.6.2 Conclusie De voorgenomen ontwikkeling is in lijn met de Economische visie Haarlem.
Programma Groei van Haarlem 2040 Een evenwichtige groei is belangrijk voor het goed functioneren van de stad nu en in de toekomst. Voorzieningen, zoals winkels, scholen en sportvelden moeten meegroeien met het aantal inwoners en de verhouding wonen-werken moet op gelijk niveau blijven. De groei is een kans om de stad te verbeteren en duurzamer te maken. De woningbouwopgave en de gewenste duurzame mobiliteitstransitie kunnen elkaar versterken. Kort samengevat: de groei van Haarlem moet bijdragen aan de totstandkoming van de gewenste duurzame mobiliteitstransitie de groei van Haarlem moet hand in hand gaan met een meegroeiend voorzieningenniveau en werkgelegenheid de groei van Haarlem betekent het realiseren van 10.000 woningen, waarvan een substantieel aantal in sociale huur
Mees Ruimte & Milieu | 20154.02.RO
Pagina | 38
de groei van Haarlem moet samengaan met behoud en versterking van stedelijke kwaliteit. De groei is een kans om de stad te verbeteren en duurzamer te maken
3.4.7.1 Relatie tot ontwikkeling De ontwikkeling behoort tot de grotere gebiedsontwikkeling van Knooppunt Haarlem Nieuw-Zuid, waar tevens een groot OV-knooppunt wordt gerealiseerd. Toekomstige bewoners zullen daarom goed gebruik kunnen maken van openbaar vervoer, waardoor verkeersstromen middels auto’s zullen afnemen. Ook wordt in dit project car-sharing aangeboden. In dit kader draagt de beoogde ontwikkeling bij aan de gewenste duurzame mobiliteitstransitie. Daarnaast maakt de beoogde ontwikkeling 696 woningen mogelijk, maar ook een aanzienlijk deel ten behoeve van voorzieningen en werkgelegenheid. Zo wordt er een royale plint met commerciële voorzieningen gerealiseerd. Van de te realiseren woningen wordt 40% ten behoeve van de sociale huur ontwikkeld. Derhalve wordt middels voorliggend plan ingezet op het voorzieningenniveau, de werkgelegenheid en de woningbouw. Daarnaast staat duurzaamheid hoog in het vaandel bij voorliggend plan. Het aspect duurzaamheid wordt toegelicht in paragraaf 4.7. 3.4.7.2 Conclusie De voorgenomen ontwikkeling is in lijn met het Programma Groei van Haarlem 2040.
Ontwikkelvisie Europaweg In 2020 is de Ontwikkelvisie Europaweg door de gemeenteraad van Haarlem vastgesteld. Belangrijkste ontwikkeling in deze zone is herprofilering van dit deel van de Europaweg. De Europaweg is de verbindende factor tussen de herontwikkelingsprojecten aan de oostkant van de weg en deze gebiedstransformatie. De herprofilering van de Europaweg draagt bij een de gewenste en noodzakelijke duurzame mobiliteitstransitie, en is één van de sleutelprojecten vanuit de Structuurvisie Openbare Ruimte. Bij de kruising van de Europaweg en de Schipholweg komt Knooppunt Haarlem Nieuw-Zuid, voorheen ‘Knooppunt Buitenrust’ genoemd. Op deze plek nabij de Buitenrustbruggen komen verschillende belangrijke openbaar vervoerslijnen bij elkaar. Daarnaast moet het op deze plek aan de Schipholweg duidelijk zijn dat hier de stadsstraat Europaweg begint en op die manier de toegangspoort tot Schalkwijk vormt. Op het knooppunt komen veel buslijnen samen. Dit is aanleiding om van dit compacte busstation een bijzondere plek te maken. Om de toegankelijkheid voor fietsers en gecombineerd gebruik van langzaam verkeer en openbaar vervoer te stimuleren wordt er gestreefd naar het uitbreiden van fietsenstallingen rond de bushaltes voor de regionale bussen. Bebouwing kop Europaweg De bebouwing rond de kop van de Europaweg is verdeeld over twee locaties.
Op de locatie aan de Toekanweg sluit de bebouwing aan op de oostkant van de Europaweg en de zuidkant van de Schipholweg (De Entree West en Oost). De bebouwing aan de Schipholweg daarentegen leent zich meer voor een afwijkende gebouwsamenstelling. Deze locatie wordt voor knooppunt Haarlem Nieuw-Zuid de toegangspoort tot Schalkwijk. De locatie moet passen bij de Europaweg en de Schipholweg maar ook bij de groene zoom en de achterliggende wijk. Om de route naar Schalkwijk te begeleiden wordt de bebouwing voor wat betreft de onderste lagen naar achter gelegd, daarboven is wel een overbouwing mogelijk. Daardoor is de blik gericht op de Europaweg. De specifieke ligging van de locatie en de nabijheid van vele openbaar vervoershaltes voor stadbussen en regionale bussen is aanleiding om voor de locatie Schipholpoort uit te gaan van een sterke concentratie en hogere bebouwing. 3.4.8.1 Relatie tot ontwikkeling De Ontwikkelvisie Europaweg is de start geweest voor de nadere uitwerking van voorliggend project. De voorliggende ontwikkeling maakt onderdeel uit van de bebouwing aan de kop van de Europaweg. De
Mees Ruimte & Milieu | 20154.02.RO
Pagina | 39
uitgangspunten van de Ontwikkelvisie zijn nader uitgewerkt in het vastgestelde SPvE Haarlem Nieuw Zuid, waar deze ontwikkeling weer een onderdeel van vormt. 3.4.8.2 Conclusie Voorliggende ontwikkeling is een nadere uitwerking van de uitgangspunten van de Ontwikkelvisie Europaweg.
Ambitiedocument Knooppunt Haarlem Nieuw Zuid Op 28 juni 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Haarlem het ambitiedocument Knooppunt Haarlem Nieuw Zuid vastgesteld. Het ambitiedocument Knooppunt Haarlem Nieuw-Zuid (KHNZ) is een door publieke en private partijen gezamenlijk gedragen document. Hierin wordt beschreven wat de toekomstige betekenis en identiteit van dit gebied rondom de kruising Schipholweg en Europaweg wordt. Het laat zie welke ambities en leidende principes ten grondslag zullen liggen aan de verdere programmatische invulling van het niet-wonen programma. De afspraken die partijen hebben gemaakt zijn vastgelegd in een gebiedsconvenant. De doelen van het ambitiedocument zijn als volgt: Het is een gedragen ambitiedocument dat de toekomstige betekenis en identiteit van het Knooppunt beschrijft, en vastlegt wat de ambities en leidende principes zijn bij de uitwerking van het nietwoonprogramma in het gebied. Het brengt samenhang in de ‘losse’ projecten rondom het toekomstig OV-knooppunt, zoals de vastgoedontwikkelingen Schipholweg 1, Spaarnepoort en Schonenvaert en de gebiedsvisie voor het sportpark aan de Noord Schalkwijkerweg (Spaarnepark). Het biedt houvast bij het sturen op de kwaliteit van de niet-woonfuncties i.p.v. enkel sturen op kwantiteit, met name als het gaat om type voorzieningen en werkgelegenheid.
Het ambitiedocument kan dienen als basis voor de verdere identiteitsontwikkeling van het Knooppunt Haarlem Nieuw Zuid, de inrichting van de openbare ruimte, de mobiliteitshub, het openen van het Spaarnepark en het benutten van het recreatief potentieel van het Spaarne en het groen en in het gebied. Het ambitiedocument geeft kleur aan het gebied en geeft het een eigen betekenis, sfeer en gevoel. Het gebiedsconcept (onderdeel van het ambitiedocument) is opgebouwd uit vijf bouwstenen. Dat zijn Business Ecology, Urban Sports, De Oversteek, Welkom in Nieuw-Zuid en Unieke plek aan het Spaarne. Deze bouwstenen bouwen voort op de intrinsieke kwaliteiten van het gebied en geven invulling aan de drie kernwaarden: verbindend, gezond en flow. De bouwstenen krijgen hun uitwerking op verschillende schaalniveaus: Bouwstenen 1 t/m 3 zijn gericht zijn op de programmatische verbinding van de drie vastgoedontwikkelingen (Schipholweg 1, Schipholpoort, Schonenvaert) met hun ‘achterland’. Bouwsteen 4 richt zich op het verbinden van de bouwstenen 1 t/m 3 onderling middels een netwerk van verblijfsplekken, die ervoor zorgt dat de gebouwen in het gebied met elkaar verbonden zijn en aantakken op de reeds aanwezige functies. Onderdeel hiervan is het creëren van een gezonde en aantrekkelijke openbare ruimte.
Bouwsteen 5 vormt een drager voor het gehele gebied door de aanwezigheid van het Spaarne als een unieke kwaliteit in te zetten. De vijf bouwstenen van het gebiedsconcept schetsen samen de ruimtelijk-programmatische uitgangspunten (vanuit planologische en economische optiek) waarbinnen lopende en nieuwe ontwikkelingen binnen de KHNZ verder tot uitvoering kunnen worden gebracht. En, in het bijzonder waar het niet-woonprogramma van de drie vastgoedontwikkelingen op moeten aansluiten. Het gebiedsconcept vraagt om concrete uitwerking om de ambitie en integraliteit die hierachter schuilen ook daadwerkelijk waar te kunnen maken. Hiertoe is een zevental sleutelprojecten benoemd die door de publieke en private partijen uit het gebied al dan niet in gezamenlijkheid opgepakt moeten worden: 1. Activering rand Sportpark 2. Iconische oversteek1 Schipholweg 3. Herinrichting Europaweg
Mees Ruimte & Milieu | 20154.02.RO
Pagina | 40
4. Integraal ontwerp openbare ruimte 5. ‘Schipholpoort’ als verlengstuk van het open Sportpark 6. ‘Schonenvaert’ onderdeel maken van werkconcept Haarlem Nieuw Zuid 7. ‘Schipholweg 1’ onderdeel maken van de ‘Oversteek’. 3.4.9.1 Relatie tot ontwikkeling De volgende programmatische uitgangspunten gelden voor de ontwikkeling van Schonenvaert: Schonenvaert maakt ruimtelijk en programmatisch onderdeel uit van de bouwsteen ‘Business Ecology’ en stelt haar niet-woonprogramma ondermeer ten dienste van een flex-werkconcept en aanverwante publiek toegankelijke voorzieningen. Het programma in de plintlagen wordt zoveel als mogelijk publiek toegankelijk en krijgt een publieke uitstraling behoudens noodzakelijke voorzieningen (niet zijnde privé fietsenstallingen en woningbergingen). Niet-woonprogramma dat zich enkel richt op bewoners en geen toegevoegde waarde heeft voor andere gebruikers van het gebouw en/of het werkconcept worden op de begane grond zoveel mogelijk vermeden. Diensten die zich specifiek richten op bewoners hebben bij voorkeur een dubbelfunctie voor de buurt en/of andere bezoekers van het gebouw. De programmering van het werkconcept in Schonenvaert functioneert aanvullend op de reeds aanwezige type werkvoorzieningen die door het vd Valk Hotel worden aangeboden.
Schonenvaert kan daarmee als tegenhanger van het meer zakelijke, formele en grootschalige karakter van het vd Valk Hotel complementair zijn door als kleinschaligere werk- en ontmoetingsplek te richten op meer informele, kennisintensieve en creatievere bedrijven en zelfstandige ondernemers. Omdat de business ecology zich onderscheidt door in het bijzonder ruimte te bieden aan starten scale ups (betaalbare, kleine werkruimtes) dienen de commercieel verhuurbare werkruimtes in omvang (ca. 20 m2 t/m 200 m2) aan te sluiten op dit profiel. Horeca in Schonevaert staat niet op zichzelf maar in dienst van het werkconcept. Het functioneert complementair aan de reeds aanwezige horeca in de omgeving van Schonevaert, heeft een open karakter, presenteert zich aan de openbare ruimte en is belangrijk voor het samenbrengen van de verschillende type werkers, bewoners en bezoekers. Het plintprogramma van Schonenvaert, onderverdeeld in verschillende gebouwdelen, functioneert zoveel mogelijk als één geheel. Functies als werkplekken, ondersteunende voorzieningen (horeca/sport/hospitality/ ontspannen) en ontmoetingsruimtes maken onderdeel uit van hetzelfde concept waarbij het opdelen van entrees voor verschillende programma-onderdelen zoveel mogelijk wordt vermeden. Mogelijke invulling en samenstelling niet-woonprogramma Schonenvaert (= 100%) Flex office concept: ca.
80%, bestaande uit: o Gemeenschappelijke lobby voor bezoekers werkconcept en bewoners o Co-working en flex meeting rooms als onderdeel van lobby o Non-flex werkruimtes (verhuurbaar) o Koffiebar voor bezoekers werkconcept (dag) en bewoners (dag en avond) o Multifunctionele ontmoetingsplek met gemaksvoorzieningen gericht op de zakelijke gebruikers en bewoners (zoals wasserette/stomerij/pakketpunt) Daktuin/binnentuin als ontspanningsplek en stilteplek voor de bewoners en gebruikers werkconcept: ca. 5% Voorzieningen gerelateerd aan werken/onderwijs/IT zoals een verkoop en reperatiepunt voor IT producten: ca. 15% Eventueel een openbare fietsenstalling ten behoeve van de mobiliteitshub (afhankelijk van keuze variant) Het niet wonen gedeelte van voorliggende ontwikkeling wordt passend gemaakt binnen de bovenstaande invulling van het Business Ecology concept. 3.4.9.2
Conclusie
Mees Ruimte & Milieu | 20154.02.RO
Pagina | 41
Met de voorliggende aanvraag wordt invulling gegeven aan de (programmatische) uitgangspunten van het ambitiedocument.
Gebiedsverkenning Haarlem Nieuw-Zuid In het kader van de voorbereidingen van de realisatie van een mobiliteitshub aan de Schipholweg, is een gebiedsverkenning gemaakt waarin op basis van ontwerpend onderzoek gekeken is naar ruimtelijke kansen en consequenties binnen het plangebied. Hierbij ligt de focus op de relatie tussen mobiliteit, programma, bebouwing, openbare ruimte en betekenis van de plek. Voor deze ontwikkeling wordt een globaal eindbeeld geschetst, als stip op de horizon. Kijkend naar de locatie en stedelijke structuur, lopende plannen en ruimtelijke potentie bevat dit eindbeeld in ieder geval de volgende elementen: 1. het karakter van een aantrekkelijk stedelijk (park-)plein met behoud van de stroomfunctie voor de auto 2. aan het plein bevindt zich alzijdige, royale hoogbouw met een aantrekkelijke plintinvulling 3. de mobiliteitshub vormt een direct onderdeel van het plein en onderscheidt zich door een stijlvolle vormgeving 4. voetgangers en fietsers bewegen zich makkelijk en veilig tussen Schalkwijk, Haarlem-Oost, HaarlemWest en de binnenstad 5. het sportpark wordt een groen recreatiepark, wordt geïntensiveerd en speelt een rol in het toevoegen van stedelijke functies en klimaatadaptatie 3.4.10.1 Relatie tot ontwikkeling De realisatie van voorliggend project is mede als uitgangspunt genomen bij het opstellen van de gebiedsverkenning.
Samen met de ontwikkelingen aan de Schipholweg en Schipholpoort vormt deze ontwikkeling een integraal kader voor de gebiedsverkenning. 3.4.10.2 Conclusie Voorliggende ontwikkeling heeft als uitgangspunt gediend voor de gebiedsverkenning en sluit daarmee goed aan bij de inhoudelijke aspecten van de gebiedsverkenning.
Mees Ruimte & Milieu | 20154.02.RO
Pagina | 42
4
OMGEVINGSASPECTEN
4.1
MOTIVERING BEHOEFTE / LADDER VOOR DUURZAME VERSTEDELIJKING Algemeen De Ladder voor duurzame verstedelijking is voor het eerst geïntroduceerd in de SVIR en is als motiveringseis verankerd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het doel van de Ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening in de vorm van een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Met de Ladder wordt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten nagestreefd. Wettelijk kader De Ladder voor duurzame verstedelijking is verankerd in het Bro. Artikel 1.1.1. definieert relevante begrippen:
Bestaand stedelijk gebied: bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur; Stedelijke ontwikkeling: ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.
Artikel 3.1.6 van het Bro:
Lid 2: de toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.
Toelichting op gebruik De Ladder is in de Nota van Toelichting (Stb. 2017, 182) gemotiveerd: “Zowel voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen binnen als buiten bestaand stedelijk gebied moet de behoefte worden beschreven. Uitgangspunt is dat met het oog op een zorgvuldig ruimtegebruik, een nieuwe stedelijke ontwikkeling in beginsel in bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd. Indien de nieuwe stedelijke ontwikkeling voorzien wordt buiten het bestaand stedelijk gebied, dient dat nadrukkelijk te worden gemotiveerd in de toelichting.
Relatie tot ontwikkeling De projectlocatie maakt onderdeel uit van het bestaand stedelijk gebied. De ontwikkeling omvat de realisatie van circa 823 woningen en circa 5.014 m2 commerciële functies en kan daarmee, gelet op de aard en omvang van de planologische wijziging, worden getypeerd als nieuwe stedelijke ontwikkeling in de zin van het Bro. In het kader van de Ladder van duurzame verstedelijking, dient de behoefte aan de ontwikkeling te worden aangetoond. De ambitie vanuit de gemeente Haarlem is om binnen Haarlem nog 10.000 woningen toe te voegen in de periode tot en met 2025. Voor de toevoeging van deze woningen zijn acht ontwikkelgebieden binnen Haarlem aangewezen, waaronder de ontwikkelingszone Europaweg. In de ontwikkelingszone Europaweg is de ambitie om minimaal 2750 woningen toe te voegen. De provincie Noord-Holland monitort de woningbouwontwikkeling en de woningbehoefte per regio, om inzicht te krijgen in de Noord-Hollandse woningbouwproductie. Zoals ieder jaar is onderzoek gedaan naar de plancapaciteit (aantal woningen in bestaande plannen) bij Noord-Hollandse gemeenten. De te realiseren woningbouwaantallen binnen
Mees Ruimte & Milieu | 20154.02.RO
Pagina | 43
voorliggend project zijn regionaal afgestemd en terug te vinden als ‘harde’ plancapaciteit op de provinciale woningbouwmonitor (plancapaciteit.nl). Met de beoogde ontwikkeling wordt voldaan aan het kwantitatieve aspect van de Ladder voor duurzame verstedelijking. Daarnaast dient ook gekeken te worden naar de kwalitatieve aspecten van de ontwikkeling. In het coalitie akkoord van Haarlem 2022-2026 is opgenomen dat in principe het woningbouwprogramma van alle nieuwe ontwikkelingen de verhouding moet hebben van 40% sociale huurwoningen - 40% middeldure woningen 20% vrije sector woningen. Op stadsniveau wordt gestuurd en is maatwerk mogelijk. Van de circa 823 woningen worden 280 sociale huurwoningen opgeleverd, 183 lage middeldure woningen, 191 hoge middeldure woningen en 169 vrije sectorwoningen. De woningtypes van Schonenvaert zijn gericht op middeninkomens, starters op de woningmarkt, maar ook op bewoners die een tweede stap in hun wooncarrière willen maken. De kwantitatieve en ook kwalitatieve behoefte is ook terug te vinden in de paragraven 2.2.2, 3.3.1, 3.4.1, 3.4.5 en 3.4.8. De beoogde ontwikkeling voldoet aan de kwalitatieve behoefte van de Ladder voor duurzame verstedelijking ten aanzien van het provinciaal, regionaal en Haarlems beleid.
Daarnaast blijkt uit het provinciaal en gemeentelijk beleid het belang van werklocaties ten behoeve van de werkgelegenheid in de regio en in Haarlem. In dit kader wordt een levendige plint gerealiseerd met diverse commerciële functies, in lijn met de Gebiedsverkenning Haarlem Nieuw-Zuid, die voor een groot deel gebruikt zullen worden door de toekomstige bewoners. De commerciële functies worden ingevuld op basis van de uitgangspunten van het Ambitiedocument Knooppunt Haarlem Nieuw Zuid en de randvoorwaarden van het Stedenbouw Programma van Eisen Haarlem Nieuw Zuid. Met het toevoegen van veel woningen in dit gebied, ontstaat er een behoefte aan diverse voorzieningen, niet enkel om te voorzien in de behoefte van de toekomstige bewoners, maar ook om een substantieel aantal arbeidsplaatsen toe te voegen in de directe omgeving.
Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de onderhavige ruimtelijke ontwikkeling is aan te merken als een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling'. De 'nieuwe stedelijke ontwikkeling' voorziet in een behoefte en wordt binnen het 'bestaand stedelijk gebied' gerealiseerd. Daarmee past het initiatief binnen de kaders van de ladder voor duurzame verstedelijking.
4.2
HOOGBOUW EFFECT RAPPORTAGE (HER) Algemeen Een belangrijke stap naar realisatie van de beoogde ontwikkeling is een gedegen motivering van de hoogbouw in het initiatief en zal zoals opgenomen in de notitie ‘Hoogbouwprincipes, kansen voor hoogbouw in Haarlem’ getoetst moeten worden aan de hoogbouwprincipes op omgevingsniveau. Binnen deze principes zijn drie thema’s opgenomen:
Cultuurhistorie Stedenbouwkundige en landschappelijke inpassing Technische omgevingsaspecten
Deze thema’s vormen de leidraad voor de Hoogbouw Effect Rapportage. Daarin is onderzocht wat de effecten zijn van deze hoogbouw op de omgeving. De HER is als bijlage opgenomen bij deze ruimtelijke onderbouwing. De thema’s zijn hieronder kort uitgewerkt. De HER is tevens opgenomen als bijlage bij deze ruimtelijke onderbouwing.
Mees Ruimte & Milieu | 20154.02.RO
Pagina | 44
4.2.1.1 Cultuurhistorie Vanuit de rand van het historische centrum kan de ontwikkeling vanuit cultuurhistorisch oogpunt als storend worden ervaren. De toename in hoogte kan de aandacht afleiden van de historische van beschermde stadsgezichten. De hoogbouw is doorgaans zichtbaar op stadsdeel- en wellicht stadsniveau. Vanuit cultuurhistorische locaties binnen Haarlem kan dit als negatief worden ervaren. Echter, de hoogbouw markeert ook de opgaande lijn van de hoog stedelijke omgeving langs de Schipholweg waarmee het stedenbouwkundig contrast tussen de verschillende wijken duidelijk is en de ontwikkeling als onderdeel van een groter geheel logisch is. Daarmee is Schonenvaert onderdeel van een schaalsprong in de bebouwing en versterkt het contrast tussen het ‘moderne’ Haarlem langs de Schipholweg en het Haarlemmerhout kwartier en Haarlem Zuid. In de HER is dit nader uitgewerkt in zichtlijnen vanaf diverse locaties in Haarlem met een cultuurhistorische waarde. Zichtlijnen De historische binnenstad van Haarlem ligt op een dermate grote afstand dat de nieuwbouw Schonenvaert vanuit daar niet zichtbaar is. Vanuit noordelijke richting (melkbrug en Schalkwijkerstraat) bezien, blend Schonenvaert in de bestaande bebouwing.
Voor de zichtlijnen langs de Schipholweg en Europaweg geldt dat de hoogbouw door de vorm zorgt voor een geleidelijke overgang tussen gebieden met verschillende bouwhoogten en tegelijkertijd een versterking is van de lijnen van dit gedeelte van Haarlem. Vanaf de Rustenburgerlaan schuilt Schonenvaert achter de andere beoogde ontwikkeling aan de Schipholweg 1. Gezamenlijk vormt het een blok dat het moderne gedeelte van Haarlem gestalte geeft. Omdat van de oude stad afgekeken wordt is het in dat kader niet storend. Vanuit Haarlem-Zuid is de Hoge Hout Toren al een beeldbepalend hoogbouwwerk. De ontwikkeling van de Schonenvaert ligt vanuit diverse locaties in Haarlem-Zuid bezien, achter de Hoge Hout Toren of andere bestaande bebouwing en is door de relatief beperkte hoogte niet beeldbepalend. Vanuit locaties richting het Spaarne en aan de Spaarneoever is de beoogde ontwikkeling goed zichtbaar. Door de aanwezigheid van het Spaarne is er een zichtbare fysieke scheiding tussen het beschermde stadsgezicht van Haarlem-Zuid. Daarmee is het duidelijk dat de Schonenvaert onderdeel uitmaakt van een anders stadsdeel. Daarnaast wordt er vanaf deze punten van het beschermde stadsgezicht weggekeken, waarmee de ontwikkeling minder als storend ervaren wordt. Vanaf de slachthuisbuurt is de ontwikkeling duidelijk zichtbaar.
Vanaf de gemeentelijke monumenten is de beoogde ontwikkeling langs bepaalde doorzichten goed te zien. De ontwikkeling aan de Schonenvaert wordt daarmee een nieuw beeldbepalend element. 4.2.1.2 Stedenbouwkundige en landschappelijke inpassing De locatie Schonenvaert ligt in de oksel van een nationale weg (Schipholweg) en een stadsstraat (Europaweg). Een iconische plek die de entree naar enerzijds het stadscentrum en anderzijds Schalkwijk markeert. Schonenvaert heeft een sleutelpositie in de ontwikkeling van Haarlem. Een icoon is hier op zijn plek. Drie stadswijken en verkeersroutes worden hier met elkaar verbonden. Schonenvaert reageert hierop door een alzijdig woongebouw te maken dat aantakt en reageert op deze buurten en straten. Een nieuwe silhouette markeert de nieuwe entree van Haarlem. Schonenvaert vormt de start van een graduele opbouw richting het Spaarne. De hoge laagbouw zorgt voor een menselijke schaal en aansluiting op de bestaande bebouwing. 4.2.1.3 Technische omgevingsaspecten Bezonning Peutz heeft voor de projecten uit Knooppunt Haarlem Nieuw Zuid een bezonningsonderzoek uitgevoerd. Doel van het onderzoek is het vaststellen van de mogelijke invloed van de geplande hogere bouwvolumes op de bezonning van de omliggende bestaande woonbebouwing. De slim gekozen vorm zorgt voor een optimale
Mees Ruimte & Milieu | 20154.02.RO
Pagina | 45
zonlichttoetreding van het binnenhof en de woningen. Op het gebied van bezonning kan voldaan worden aan de lichte TNO-norm. Luchthavenindelingsbesluit In het kader van het Luchthavenindelingsbesluit (LIB) wordt de maatgevende toetshoogte niet overschreden. Wel ligt het binnen de beperkingengebieden ‘beperking aantrekken vogels’ en ‘beperking voor windturbines en lasers’. Voor de eerste groep geldt dat hier geen vogelaantrekkende functie mag komen (bijvoorbeeld viskwekerijen). Daar is in voorliggend plan geen sprake van. Ook is er geen sprake van het realiseren van een windturbine of laser. Daarmee vormen de twee beperkingenzones geen belemmering voor de realisatie van het bouwplan. Windhinder Het windklimaat is door rekening te houden met enkele bouwkundige aspecten in combinatie met het toevoegen van het groenplan overwegend goed voor zowel de buitenruimtes, balkons, dakterrassen en entrees. Het windklimaat voldoet, met uitzondering van de kruising van de Schipholweg en de Europaweg, aan de door de gemeente Haarlem gestelde uitgangspunten, namelijk een beoordeling goed voor de betreffende activiteit. Hier kan gezien het ontbreken van windhinderbeperkte maatregelen plaatselijk een beoordeling matig worden toegestaan door middel van een bestuurlijke afweging.
In voorliggend geval wordt meegewogen dat in de huidige situatie ook al een matig tot slecht windklimaat op deze plek aanwezig is en dat met de getroffen maatregelen in het ontwerp het windklimaat een stuk verbeterd. Bovendien zijn hier geen entrees of relevante verblijfruimtes (zoals een terras) aanwezig, maar vormt dit de kruising van de bestaande wegenstructuur. Dit in ogenschouw genomen, is het matige windklimaat op de kruising van de Schipholweg en Europaweg alles overwegende acceptabel. Uitzicht en privacy Hoogbouw met een woonfunctie heeft in beginsel effect op uitzicht en privacy. Gezien de reeds aanwezige bebouwing in de omgeving en de hoogstedelijke omgeving is er echter geen sprake van een significant negatieve beperking van uitzicht en privacy en is het plan vanuit het oogpunt van deze aspecten stedenbouwkundig acceptabel. De technische aspecten windklimaat, bezonning en toets aan het Luchthavenindelingsbesluit worden overigens nader beschouwd in paragrafen 4.6, 4.13 en 4.18.
Conclusie De technische aspecten zijn aandachtspunten, maar vormen geen belemmeringen te zijn voor de beoogde ontwikkeling. Stedenbouwkundig is het plan in te passen in de directe omgeving. In de HER zijn ook de effecten op het aspect cultuurhistorie beschouwd. De ontwikkeling op de Toekanweg 7 heeft geen groot effect op locaties met een cultuurhistorische waarde in Haarlem.
4.3
ARCHEOLOGIE Algemeen Erfgoedwet De Erfgoedwet bevat de geldende wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland. De wet regelt tevens de bescherming van archeologisch erfgoed in de bodem. De uitvoering van de Erfgoedwet en de integratie van archeologie en ruimtelijke ordening is primair een gemeentelijke opgave. De gemeente is verplicht om in nieuwe bestemmingsplannen rekening te houden met de mogelijke aanwezigheid van archeologische waarden. Dit volgt uit een wijziging van het Besluit ruimtelijke ordening en maakt onderdeel uit van de modernisering van de monumentenzorg. De Erfgoedwet is een voorloper op de Omgevingswet, welke naar verwachting in 2022 in werking treedt.
Mees Ruimte & Milieu | 20154.02.RO
Pagina | 46
Nota Belvedère (1999) Vanuit een ontwikkelingsgerichte visie op de omgang met cultuurhistorie worden in de Nota Belvedère beleidsmaatregelen voorgesteld die tot een kwaliteitsimpuls bij de toekomstige inrichting van Nederland zouden moeten leiden. Doelstelling van de nota is om de alom aanwezige cultuurhistorische waarden sterker richtinggevend te laten zijn bij de inrichting van Nederland. Dit met als doel het aanzien van Nederland aan kwaliteit te laten winnen en tegelijkertijd de onderlinge samenhang van cultuurhistorische waarden op het terrein van de archeologie, gebouwde monumenten en historische cultuurlandschap te versterken.
Relatie tot ontwikkeling Archeologie Op basis van het vigerende bestemmingsplan kent het plangebied een archeologische verwachting. De projectlocatie valt onder de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 4’. Voor deze categorie geldt dat bij bodemverstorende activiteiten van meer dan 2.500 m² en dieper dan 30 centimeter beneden maaiveld archeologisch onderzoek dient te worden uitgevoerd. De twee percelen van de projectlocatie hebben bij elkaar een omvang van meer dan 5.000 m² en meer dan de helft van de percelen zal bebouwd worden. Daarnaast zal de fundering van de gebouwen ook dieper gaan dan 30 centimeter. Derhalve is door Transect een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd. De rapportage d.d. 31 mei 2022 is bijgevoegd als bijlage bij onderhavige ruimtelijke onderbouwing. Resultaten archeologisch bureauonderzoek In het plangebied is mogelijk sprake van meerdere archeologische niveaus: Het plangebied ligt in een strandvlakte tussen twee strandwallen in. Lokaal kunnen in de strandvlakte duintjes aanwezig zijn geweest. Op basis van de boring van het Dinoloket in het plangebied is in het plangebied mogelijk een zandige opduiking aanwezig. Dergelijke strandwallen en/of duintjes bevinden zich hoger dan de daaromheen gelegen strandwalvlakte en hebben voor een periode een droge en daarmee gunstige locatie voor bewoning gevormd in het anders natte veengebied.
Het moment van vernatten van een strandwal of duin is afhankelijk van de hoogte ervan. In de top van de zandige opduiking kunnen archeologische resten uit de periode Neolithicum-Bronstijd aanwezig zijn. Hiervoor geldt een middelhoge archeologische verwachting. De top wordt vanaf -3,5 m NAP/circa 2,5 m -Mv verwacht. Boven het strandvlaktezand/ eventuele opduikingen wordt veen verwacht. Veen biedt over het algemeen vrij weinig mogelijkheden voor bewoning of landgebruik, maar kan lokaal en tijdelijk ontwaterd zijn geweest, waardoor het wel een potentiële locatie voor menselijke activiteit vormde. De verwachting op de aanwezigheid van archeologische resten uit de periode IJzertijdVroege-Middeleeuwen is eveneens middelhoog. De top van het veen wordt onder een recent ophogingspakket verwacht, vanaf -1,7 m NAP/circa 0,7 m -Mv. De verwachting op archeologische resten uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe Tijd is eveneens middelhoog. Bewoning vond voornamelijk plaats langs de Spaarne, zoals te zien is op historisch kaartmateriaal. Het plangebied was in gebruik als weiland. Vermoedelijk is het plangebied dus niet bewoond geweest. Er zijn echter wel vondsten uit de Late-Middeleeuwen en Nieuwe Tijd in het plangebied aangetroffen aan het voormalige maaiveld.