2 Bijlage 1 rapport RoyalHaskoningDHV, Waarderpolder en geluid
Tekst van het document
De bestaande regel dat het geluid niet meer mag zijn dan 50 dB(A) op 50 meter van de terreingrens blijft gelden, tenzij er al een maatwerkvoorschrift of vergunning geldt voor het bedrijf. Er verandert voor de meeste bedrijven daarom niets aan de rechten of geluidruimte. Bedrijven nabij geluidgevoelig geworden gebouwen (door dezonering) Dat zijn de bedrijven rond de woning Jan van Krimpenweg 15. Er is een grote kans dat er meerdere bedrijven rond deze woning de geluidwaarden uit het tijdelijke omgevingsplan overschrijden, zowel langtijdgemiddeld als maximaal (piekgeluiden). Dit kan per bedrijf met een maatwerkvoorschrift worden toegelaten. Dit aspect zal nader moeten worden onderzocht en afgewogen, zie ook paragraaf 6.2. Variant hoge mate dezoneren tot Twee kerndelen Bedrijven op het industrieterrein (na dezonering) In deze variant blijft een deel van de bedrijven gelegen op het industrieterrein. Voor die bedrijven geldt hetzelfde als bij de variant Oostpoort en Zuidrand. Bedrijven buiten het industrieterrein (na dezonering) De bedrijven op het gedezoneerde deel komen buiten het industrieterrein te liggen. De bestaande regel dat het geluid niet meer mag zijn dan 50 dB(A) op 50 meter van de terreingrens blijft gelden, tenzij er al een maatwerkvoorschrift of vergunning geldt voor het bedrijf. Er verandert voor de meeste bedrijven daarom niets aan de rechten of geluidruimte.
Door de inkrimping van het industrieterrein wordt het risico op grenswaarde overschrijding binnen de huidige geluidzone weggenomen. Daar staat tegenover dat er een nieuw risico ontstaat op grenswaarde overschrijding door het geluidgevoelig worden van woongebouwen binnen de nieuwe geluidzone. De geluidruimte tussen de berekende waarde met het zonemodel en de grenswaarde Wet geluidhinder is bij veel woongebouwen 5 dB of meer. Bij een aantal woongebouwen is de marge echter kleiner. Dit geldt voor de volgende woongebouwen: - Woning Maus Gatsonidesweg 2 marge van 3 dB - Woning J.W. Lucasweg 6 marge van 1 dB
27 november 2024
BI4200-MI-ME-230905-1414
25/34
-
Woonwagen Waarderveldweg 80-92 Woonschip Waardehaven 1-60 Woonschip Windturbineweg 1
marge van 4 dB marge van 4 dB marge van 3 dB
Bedrijven nabij geluidgevoelig geworden gebouwen (door dezonering) Naast de bedrijven genoemd bij Zuidrand gaat dit ook voor een groot aantal andere bedrijven gelden, namelijk naar verwachting circa 300 bedrijven (zie paragraaf 4.4). Er is een grote kans dat er meerdere bedrijven rond deze woongebouwen de geluidwaarden uit het tijdelijke omgevingsplan overschrijden, zowel langtijdgemiddeld als maximaal (piekgeluiden). Dit kan per bedrijf met een maatwerkvoorschrift worden toegelaten. Dit aspect zal nader moeten worden onderzocht en afgewogen, zie ook paragraaf 6.2. Het betreft wel een groot aantal bedrijven waar dit voor uitgezocht moet worden en zo nodig met maatwerk gereguleerd. Niet alleen voor de langtijdgemiddelde waarden (zoals bij de aanscherping van de standaard geluidruimte het geval is als beschreven in hoofdstuk 5) maar ook voor de maximale geluidniveaus (de piekgeluiden). Dit vraagt een grote inspanning van zowel het bevoegd gezag als de bedrijven. Stel dat de kosten circa 3.000 euro per bedrijf zijn, dan gaat het om een bedrag in de orde grootte van 1 miljoen euro. En daarnaast nog de mogelijke kosten voor het treffen van gevel maatregelen bij geluidgevoelig geworden woningen. Deze kosten kunnen sterk variëren.
Stel dat bij 10 woningen gevel maatregelen nodig zijn en per woning een bedrag nodig is van 25.000 euro, dan lopen deze kosten op tot orde grootte een kwart miljoen euro.
6.2
Wat betekenen de varianten voor de bestemde woonfuncties?
Deze onderzoeksvraag gaat over wat de verschillende varianten voor de bestemde woonfuncties op het nu nog gezoneerde industrieterrein betekenen. Kunnen deze woonfuncties blijven? Is de geluidsbelasting juridisch vergunbaar/acceptabel? Dienen er keuzes te worden gemaakt zoals mogelijk opkopen, amoveren of verplaatsen? Variant alleen dezoneren woningbouw Oostpoort In deze variant betreft het alleen tijdelijke units voor de opvang van vluchtelingen. Deze units zijn niet geluidgevoelig. Overigens kan worden opgemerkt dat tijdelijke woonfuncties nabij of op een industrieterrein vanuit de eisen aan een goed woon- en leefklimaat niet de voorkeur geniet. Het beëindigen van deze situatie door het amoveren van de units is daarom aan te bevelen, ook al is dat juridisch niet noodzakelijk. Zuidrand Wet geluidhinder Met deze dezoneringsvariant wordt de woning aan de Jan van Krimpenweg 15 geluidgevoelig. Met deze dezoneringsvariant doen zich geen overschrijdingen voor van de grenswaarden Wet geluidhinder voor industrielawaai. Wel moet voor de woning een hogere waarde (dan 50 dB(A)) worden vastgesteld. Bij het vaststellen van de hogere waarde voor de woning tot maximaal 60 dB(A) (de grenswaarden Wet geluidhinder) zijn mogelijk maatregelen aan de geluidwering van de gevels noodzakelijk, zie ook hierna bij geluidwaarden omgevingsplan.
Geluidwaarden omgevingsplan Voor de woning aan de Jan van Krimpenstraat geldt dat deze woning nu nog niet geluidgevoelig is en daardoor niet beschermd is tegen het geluid door de activiteiten op het industrieterrein. De woning gaat er dus altijd op vooruit. Een eventuele bestaande overschrijding van de geluidwaarden door één of meer
27 november 2024
BI4200-MI-ME-230905-1414
26/34
bedrijven op het industrieterrein kan met een maatwerkvoorschrift (per bedrijf) worden gelegaliseerd en gereguleerd. Daarbij geldt wel dat moet worden voldaan aan de grenswaarden in tabel 5.66 van artikel 5.66 Bkl voor geluidgevoelige ruimten in de woning. Dit kan betekenen dat er maatregelen aan de gevels van de woning getroffen moeten worden, tenzij: a. Zwaarwegende bezwaren van bouwkundige aard bestaan tegen het treffen van maatregelen aan de gevel die nodig zijn om voor dat gebouw te voldoen aan de grenswaarden, bedoeld in tabel 5.66, mits, als andere maatregelen mogelijk zijn om de geluidwering zoveel mogelijk te verbeteren, die andere maatregelen wel worden getroffen. b. De eigenaar geen medewerking verleent aan het onderzoek naar het geluid in geluidgevoelige ruimten binnen zijn gebouw en naar de noodzakelijke geluidwerende maatregelen. Of c. De eigenaar geen medewerking verleent aan het treffen van geluidwerende maatregelen. Overigens lijkt het gebouw op dit moment niet als woning in gebruik te zijn. Het wegnemen van de woonfunctie aan dit gebouw is daarom aan te bevelen. Twee kerndelen In deze dezoneringsvariant worden circa 25 woningen en 65 woonschepen en woonwagens een geluidgevoelig gebouw, zie figuur 6.1 Figuur 6.1, geluidgevoelige gebouwen na dezonering
Wet geluidhinder Op basis van het zonemodel wordt alleen bij de woning J. Meuwissenweg 1 de grenswaarde Wet geluidhinder, van 60 dB(A), overschreden. De overschrijding is 3 dB. Op basis van het kentallenmodel doen zich op veel meer gebouwen overschrijdingen van de grenswaarden voor, tot maximaal 7 dB bij de genoemde woning en 5 dB bij een woonschip of woonwagen. Als gekozen wordt voor het advies in hoofdstuk 5 gaat de basisgeluidruimte van de meeste bedrijven omlaag, zodat voor het bepalen van de effecten door de maximale planologische mogelijkheden afgezien kan worden van het kentallenmodel. Een variant waarmee voor de meeste gebouwen aan de grenswaarden Wet geluidhinder wordt voldaan is dan naar verwachting wel mogelijk. Dit geldt echter niet voor de woning J. Meuwissenweg. De vraag is of de overschrijding van 3dB bij deze woning door het treffen van maatregelen mogelijk is.
Het is een woning met één bouwlaag, waardoor mogelijk met een schermmaatregel aan de zijde van het industrieterrein voldaan kan worden aan de grenswaarde.
27 november 2024
BI4200-MI-ME-230905-1414
27/34
Daarnaast moeten voor de woningen, lig- en standplaatsen hogere waarden (dan 50 dB(A)) worden vastgesteld. Bij het vaststellen van de hogere waarden voor woningen tot maximaal 60 dB(A) zijn mogelijk maatregelen aan de geluidwering van de gevels noodzakelijk. Geluidwaarden omgevingsplan Voor alle gebouwen die door deze variant geluidgevoelig worden geldt dat deze gebouwen nu nog niet geluidgevoelig zijn en daardoor niet beschermd zijn tegen het geluid door de activiteiten op het industrieterrein. De woongebouwen gaan er dus altijd op vooruit. Een eventuele bestaande overschrijding van de geluidwaarden door één of meer bedrijven op het industrieterrein kan met een maatwerkvoorschrift (per bedrijf) worden gelegaliseerd en gereguleerd. Daarbij geldt wel dat moet worden voldaan aan de grenswaarden in tabel 5.66 van artikel 5.66 Bkl voor geluidgevoelige ruimten in een woning. Dit kan betekenen dat er maatregelen aan de gevels van woningen getroffen moeten worden. De gevolgen voor de woonfuncties zijn dus altijd positief. Maar zoals in 6.2 is aangegeven kunnen de kosten hoog oplopen en wordt een grote inspanning gevraagd van de gemeente en de bedrijven.
6.3
Wat betekenen de varianten voor de ontwikkelingen in de Zuidrand
Deze onderzoeksvraag gaat over wat de verschillende varianten betekenen voor de beoogde ontwikkelingen in de zuidrand. Kan de Zuidrand “slim” ontwikkeld worden? Oostpoort In de dezoneringsvariant Oostpoort blijft het grootste deel van het industrieterrein geluidgezoneerd. Dat houdt in dat er geen geluidgevoelige gebouwen geprojecteerd kunnen worden in de zuidrand. Niet geluidgevoelige gebouwen en functies kunnen wel worden geprojecteerd, ook als dat andere functies zijn dan de functie ‘bedrijf’ (dat is een activiteit gericht op het produceren, bewerken, herstellen, installeren of inzamelen van goederen en ook verhuur, opslag en distributie van goederen en eventueel ondergeschikte detailhandel). Zuidrand en twee kerndelen In de dezoneringsvarianten Zuidrand en twee kerndelen is de invloed van het industrieterrein op het gedezoneerde gebied nog groot. De voor nieuwe geluidgevoelige gebouwen maatgevende 55 dB(A) contour loopt nog diep de zuidrand binnen. Daarnaast liggen er op het gedezoneerde deel bedrijfsactiviteiten en laat het omgevingsplan ook nieuwe bedrijfsactiviteiten toe. Een transformatie van het gebied waarbij ook geluidgevoelige gebouwen worden beoogd is niet eenvoudig te realiseren, anders gezegd: de zuidrand zal in dat geval zeker slim ontwikkeld moeten worden. Daarbij kan geacht worden aan bijvoorbeeld de volgende stappen: 1.
Wijziging van het planologisch kader waardoor er in ieder geval in een deel van de zuidrand geen nieuwe hinderlijke bedrijvigheid meer wordt toegelaten (nu is dat nog tenminste milieucategorie 3.2). 2. Het realiseren van een bufferzone in het noorden van de zuidrand. In die bufferzone worden geen geluidgevoelige gebouwen geprojecteerd. Zo mogelijk worden de in de bufferzone te realiseren gebouwen zo georiënteerd dat deze het geluid vanaf het industrieterreindeel afschermen. 3. Op deze wijze kunnen er delen op de zuidrand komen voor een gemengd woon-werkgebied. Aandachtpunt daarbij is uiteraard de nu al aanwezige milieuhinderlijke bedrijvigheid. Deze bedrijven mogen niet onevenredig in hun milieuruimte worden beperkt. Dit geldt overigens ook voor de bedrijven op het deel van Waarderpolder dat industrieterrein blijft.
27 november 2024
BI4200-MI-ME-230905-1414
28/34
6.4
Wat betekenen de varianten voor de ontwikkeling Oostpoort?
Zuidrand en twee kerndelen Met het zonemodel blijven de contouren ruim buiten het ontwikkelgebied Oostpoort. Met het kentallenmodel (maximale planologische mogelijkheden, uitgaande van milieucategorie 4.2), komt de contour zuidrand net over het ontwikkelgebied, die van twee kerndelen niet. Echter de benadering met kentallen geeft te hoge geluidwaarden aan de westzijde, waar al woningen staan met een hogere waarden van niet meer dan 55 dB(A). En zal op 5 m hoogte gaan leiden tot zonegrensoverschrijding. De kleine overschrijding over het plangebied Oostpoort zal zich bij een representatieve invulling van de maximale planologische mogelijkheden (met beperkt lagere kentallen voor een deel van de geluidbronnen) dan ook niet voor kunnen doen. Dit is zeker het geval als gekozen wordt voor de aanscherping van de basisgeluidruimte als beschreven in hoofdstuk 5. Afgezien daarvan dient ook rekening gehouden te worden met de geluidwaarden in het omgevingsplan (Bruidsschat) die gelden voor een bedrijf op het gedezoneerde deel van het industrieterrein, voor onder meer de piekgeluiden. Dezoneringsvariant Oostpoort Bij deze variant grenst de beoogde woningontwikkeling direct aan een industrieterrein. Dit leidt tot een grote kans op geluidwaarden boven de grenswaarde Wet geluidhinder van 55 dB(A).
Op basis van het zonemodel is dit nog beperkt tot de noordwesthoek van het ontwikkelgebied (zie figuur 4.2), maar dan wordt aantoonbaar met te weinig geluidbronnen gerekend. Immers juist aan de zuidoostzijde liggen heel weinig geluidbronnen in het zonemodel. De berekening op basis met kentallen laat zien dat de 55 dB(A) contour over een groot deel van het ontwikkelgebied ligt (zie eveneens figuur 4.2). Indien wordt uitgegaan van de aanscherping van de basisgeluidruimte als beschreven in hoofdstuk 5 dan zal wellicht een groter deel van het ontwikkelgebied kunnen voldoen aan de grenswaarde van 55 dB(A). Ook bij deze variant dient rekening gehouden te worden met de geluidwaarden in het omgevingsplan (Bruidsschat) die gelden voor een bedrijf op het industrieterrein, voor onder meer de piekgeluiden. Tussenstap Deze dezoneringsvariant kan ook als tussenstap ingezet worden, vooruitlopend op een verdere dezonering van het industrieterrein en actualisering van het zonebeheermodel. In dat geval moet een aanname gedaan worden voor de representatieve invulling van de maximale planologische mogelijkheden op het industrieterrein. Niet alleen voor geluid overigens, maar ook voor geur. Voor geluid kan worstcase en zekerheidshalve uitgegaan worden van een situatie waarin niet wordt voldaan aan de grenswaarde van 55 dB(A).
In dat geval kan van de grenswaarde worden afgeweken door toepassing van dove gevels in de zin van de Wet geluidhinder. Die gevels worden dan formeel niet geluidgevoelig. De gevels zijn dan ook ongevoelig voor piekgeluiden. De geluidwering van de gevels moet wel toereikend zijn om te kunnen voldoen aan een binnenwaarde van 33 dB door het gezamenlijke geluid vermeerderd met 3 dB (eis Bbl voor niet geluidgevoelige gevels). Het gezamenlijk geluid zal voor de noordzijde van de gevels die ten noorden van de spoorlijn zijn gelegen grotendeels bepaald worden door industrielawaai. Een aanname dat de geluidbelasting op die gevels maximaal 60 dB(A) bedraagt lijkt goed verdedigbaar, zodat een geluidwering nodig zal zijn van 33 dB. Als ten tijde van de concrete bouw van de woningen Oostpoort blijkt dat de geluidbelasting door dezonering wel voldoet aan de grenswaarde voor industrielawaai kan met een omgevingsvergunning (Bopa) afgeweken worden van de eis dat de gevel niet geluidgevoelig is en doof moet zijn in de zin van de Wet geluidhinder.
27 november 2024
BI4200-MI-ME-230905-1414
29/34
Het beperken van de maximale planologische mogelijkheden gaat voor het gezoneerde deel van het industrieterrein via de alternatieve planregeling voor geluid (zie hoofdstuk 5). Dit is voldoende, ondanks de toelating tot maximaal milieucategorie 4.2. Voor het gedezoneerde zuiddeel gelden de VNG-richtafstanden. De toelating van categorie 4.2 ligt ver genoeg weg van Oostpoort. De toelating dichterbij is maximaal milieucategorie 3.2 met (voor de meeste bedrijven) een geluidwaarde van max 50 dB(A) etmaalwaarde op 50 meter. Voor de fase met dove gevels is die toelating van categorie 3.2 geen probleem. Als na dezonering van de zuidrand de eis van de dove gevels vervalt moet nagegaan worden wat het geluid is van de dichtstbijzijnde bedrijven. Het gaat dan ook om de piekgeluiden. Een onderzoeksafstand van 100 meter is naar verwachting voldoende. Wel dient vanwege de grote geluidcontour in ieder geval ook Teva Nederland te worden beschouwd. Voor bedrijven die niet kunnen voldoen aan de standaardgeluidwaarden kan met een maatwerkvoorschrift worden voorzien in extra geluidruimte. Dit is maatwerk per geval. Tenslotte merken wij op dat het bij deze tussenoplossing niet nodig is om de buitengrens van de geluidzone te verkleinen. Bij een verkleining van het industrieterrein is dat doorgaans wel nodig, om te voorkomen dat er te veel geluidruimte ontstaat voor het industrieterrein.
Maar de geluidruimte voor Waarderpolder is al gering en een in 2013 voorgenomen verruiming is nooit doorgevoerd. Bovendien gaat het om een klein deel van het industrieterrein met een op grond van het zonebeheermodel verwaarloosbare geluidproductie.
6.5
Gevolgen vaststellen van geluidproductieplafonds op de varianten.
De grenswaarden Wet geluidhinder gelden voor inrichtingen Wet milieubeheer, daarvan zijn er naar schatting circa 1000 op het industrieterrein. De geluidproductieplafonds gelden voor alle aan locaties toegedeelde activiteiten op het industrieterrein, anders dan wonen. Daarvan zijn er circa 2000 op het industrieterrein. Die 1000 extra activiteiten zijn akoestisch niet relevant. De akoestisch niet relevante activiteiten kunnen worden begrensd op een geluidruimte van 45 dB(A) etmaalwaarde op 30 meter van de grens van de locatie waar de activiteit wordt verricht. Door deze begrenzing kunnen deze activiteiten buiten beschouwing blijven bij het vaststellen van en toetsen aan de geluidproductieplafonds. Dit geldt overigens niet alleen voor de hier genoemde 1000 extra activiteiten, maar ook voor een deel van de circa 1000 inrichtingen op het industrieterrein. Het buiten beschouwing laten van akoestisch niet relevante activiteiten kan ook onder de Wet geluidhinder vorm krijgen. Eveneens door het in de planregels opnemen van een begrenzing van de geluidruimte tot 45 dB(A) op 30 meter van de terreingrens. Deze begrenzing gaat gelden voor de akoestisch niet relevante inrichtingen op het industrieterrein. Alleen kunnen deze inrichtingen bij de toetsing aan de grenswaarden Wet geluidhinder niet buiten beschouwing blijven. Dat is dus anders dan bij de geluidproductieplafonds.
Echter uit figuur 5.1 blijkt dat deze inrichtingen verwaarloosbaar bijdragen aan het totale geluid van het industrieterrein. Dus het resultaat is akoestisch vergelijkbaar met het wel buiten beschouwing laten. Voor zover wordt uitgegaan van het voorgaande heeft het vaststellen van geluidproductieplafonds geen gevolgen voor de geluidruimte van het industrieterrein en daarmee ook niet voor de dezoneringsvarianten.
27 november 2024
BI4200-MI-ME-230905-1414
30/34
Het vaststellen van geluidproductieplafonds kan wel een aantal voordelen bieden, vooral voor de ontwikkelingen rondom het industrieterrein. 1. Bij het projecteren van geluidgevoelige gebouwen binnen het geluidaandachtsgebied van het industrieterrein kunnen de flexibiliteitsbepalingen in het Bkl worden toegepast. a. Er kan gebruik gemaakt worden van niet geluidgevoelige gevels met bouwkundige maatregelen om van grenswaarden af te wijken. De bepalingen hieromtrent zijn flexibeler dan de toepassing van de zogenaamde dove gevel onder de Wet geluidhinder. b. Er kan om zwaarwegende belangen van grenswaarden worden afgeweken zónder toepassing van de Interimwet Stad- en milieubenadering. c. Er zijn geen separate hogere waarde besluiten meer nodig. 2. De grenswaarden zijn jaargemiddelde waarden. Dit biedt veel meer ruimte voor maatwerk dan de aftrek van 1 dB vanwege redelijke sommatie zoals die nu voor het industrieterrein wordt toegepast onder de Wet geluidhinder. Dit kan vooral van belang zijn voor het geluid van de activiteiten die nu de meeste geluidruimte benutten, zie figuur 3.5. Het kan zijn dat de jaargemiddelde waarden lager zijn dan de etmaalwaarden waar de geluidruimte per bedrijf nu op is gebaseerd.
Dit kan resulteren in naar lagere geluidproductieplafonds voor het industrieterrein en daarmee naar meer ruimte voor het projecteren van geluidgevoelige gebouwen in de omgeving van het industrieterrein. Het gestelde onder punt 2 is vooral van belang voor de dezoneringsvarianten Oostpoort en Zuidrand, omdat er in die varianten nog een groot geluidgezoneerd industrieterrein over blijft met een grote geluidzone over huidige en toekomstige woongebieden. Het vaststellen van geluidproductieplafonds is echter een proces op zich en dat geldt al helemaal voor het omzetten van de geluidruimte van de zwaardere bedrijven naar jaargemiddelde waarden. Het is daarom wellicht beter om eerst de thematische wijziging van de geluidzone door te voeren, zoals in deze notitie beschouwd.
27 november 2024
BI4200-MI-ME-230905-1414
31/34
7
Conclusies en vervolg
Voor de drie dezoneringsvarianten komen wij tot de volgende voor- en nadelen, juridische risico’s en praktische gevolgen. Aansluitend beschrijven we de gevolgen door de alternatieve aanpak als beschreven in hoofdstuk 5. Tabel zónder alternatieve aanpak hoofdstuk 5.
Voordelen
Oostpoort
Zuidrand
Kleinste wijziging geluidzonering.
Vooral ten zuiden van Waarderpolder meer ruimte voor woningbouw.
Nadelen
van
de
Beperkende invloed door gezoneerd industrielawaai nog volop aanwezig. Grootste kans op overschrijding grenswaarden Wgh. Woongebouwen op IT blijven onbeschermd. Geluidruimte te beperkt voor de maximale planologische mogelijkheden.
-
-
Juridische risico’s
-
Praktische gevolgen
-
Dezonering onvoldoende voor ontwikkeling Oostpoort. Gegronde bezwaren door bedrijven tegen woningbouw elders binnen geluidzone.
De uitdagingen t.a.v. de krappe geluidzone en het niet actuele zonebeheer blijven bestaan. Veel werk om zonebeheer op orde te krijgen.
-
-
-
Beperkende invloed door gezoneerd industrielawaai vooral aan westzijde nog volop aanwezig. Grote kans op overschrijding grenswaarden Wgh. Woongebouwen op IT blijven onbeschermd. Geluidruimte te beperkt voor de maximale planologische mogelijkheden. Bezwaren bedrijven tegen geluidgevoelig worden van woning in hun directe omgeving. Gegronde bezwaren door bedrijven tegen woningbouw elders binnen geluidzone. De uitdagingen t.a.v. de krappe geluidzone en het niet actuele zonebeheer blijven deels bestaan. Veel werk om zonebeheer op orde te krijgen.
Twee kerndelen -
-
-
-
-
-
-
-
Veel minder beperkingen door gezoneerd industrielawaai buiten het huidige industrieterrein. Woongebouwen op IT krijgen bescherming tegen industrielawaai.
Geluidgevoelig worden van woongebouwen op IT beperkt geluidruimte van bedrijven. Grote kans op overschrijding van grenswaarden Wgh op die woongebouwen. Geluidruimte bij die woongebouwen te beperkt voor de maximale planologische mogelijkheden.
Bezwaren bedrijven tegen geluidgevoelig worden woningen, woonschepen en woonwagens in hun directe omgeving. Gegronde bezwaren door bedrijven dat de hogere waarden voor die woongebouwen te beperkt zijn voor de maximale planologische mogelijkheden. Het industrieterrein is veel kleiner en dat vereenvoudigt het zonebeheer. Het in beeld brengen van het geluid van circa 300 bedrijven op geluidgevoelig geworden gebouwen is arbeidsintensief.
De alternatieve aanpak uit hoofdstuk 5 heeft tot gevolg dat een groot deel van de bedrijven zal kwalificeren als niet geluidrelevant, waardoor het geluid als gevolg van de maximale planologische mogelijkheden sterk wordt verminderd en daarmee ook de kans op een grenswaarde overschrijding bij invulling van die mogelijkheden. Een tweede voordeel is dat er meer geluidruimte overblijft voor de bedrijven die wél geluidrelevant zijn. Een derde voordeel is dat een bedrijf in de basis niet geluidrelevant is en de daarbij behorende beperkte geluidruimte verkrijgt, behalve als voor dat bedrijf is gebleken dat het bedrijf wél geluidrelevant is. Het initiatief daarvoor ligt in beginsel bij het bedrijf zelf, tenzij het bedrijf al beschikt over een maatwerkvoorschrift geluid of een omgevingsvergunning met geluidvoorschriften. Dit geeft bovendien een sterke vereenvoudiging van het actualiseren en actueel houden van het zonebeheermodel en beperkt de kosten daarvoor.
27 november 2024
BI4200-MI-ME-230905-1414
32/34
De alternatieve aanpak voorkomt niet dat er nader onderzoek nodig is bij bedrijven die zijn gelegen nabij woningen, woonschepen en woonwagens die door de dezonering geluidgevoelig worden. Die bedrijven moeten namelijk voldoen aan de geluidwaarden die op grond van het tijdelijke omgevingsplan gelden bij die geluidgevoelige gebouwen vanaf het moment dat ze geluidgevoelig worden, tenzij hogere geluidwaarden zijn toegelaten met een maatwerkvoorschrift. En die woningen kunnen op kortere afstand liggen dan 30 meter. Bovendien gaan de geluidwaarden ook over de piekgeluiden terwijl met de alternatieve aanpak alleen het langtijdgemiddelde geluid wordt beperkt. Dit betekent dat de alternatieve aanpak niet voorkomt dat de gemeente veel onderzoek moet uitvoeren bij de dezoneringsvariant twee kerndelen. Tenslotte merken wij op dat de alternatieve aanpak wel juridische risico’s kent. Bedrijven zullen bezwaar hebben tegen het terugbrengen van de standaardgeluidruimte naar 45 dB(A) op 30 meter van de terreingrens. Echter deze risico’s worden beheerst door de mogelijkheid voor de bedrijven om op een relatief eenvoudige wijze met een maatwerkvoorschrift meer geluidruimte te verkrijgen. In alle gevallen blijven de grenswaarden Wet geluidhinder maatgevend voor het vast kunnen stellen van dat maatwerk, maar dat is in de huidige situatie ook al het geval.
Voordeel voor de bedrijven op het industrieterrein is dat de beschikbare geluidruimte binnen de zone met de alternatieve aanpak efficiënter verdeeld wordt, waardoor de kans op een grenswaardeoverschrijding wordt verkleind. Conclusie De dezoneringsvariant zuidrand in combinatie met de aanscherping in de planregels van de standaardgeluidruimte voor bedrijven op het industrieterrein is te prefereren boven de andere twee varianten. Het gevolg daarvan is wel dat het gros van de woningen, woonschepen en woonwagens op het industrieterrein onbeschermd blijft tegen industriegeluid. Dit is echter al een bestaande situatie. Overigens is er nog wel enige mate van bescherming via de specifieke zorgplicht in het tijdelijke omgevingsplan. De zorgplicht geldt onder meer voor een bedrijf dat veel geluid maakt op een woongebouw, waarbij de plicht geldt om het geluid zo veel als redelijkerwijs mogelijk is te beperken. De gemeente kan daarop toezien en zo nodig maatregelen voorschrijven, echter niet op basis van een toetsing aan geluidwaarden. Die geluidwaarden gelden immers niet. Vervolg Zodra de gemeente de keuze voor een dezoneringsvariant maakt en daarbij het voornemen bekend maakt om in de planregels een aanscherping van de basisgeluidruimte voor activiteiten op het industrieterrein vast te leggen, kan de termijn van één jaar in gaan.
In dat jaar kan de gemeente de thematische wijziging van het omgevingsplan voor geluid voorbereiden en parallel daaraan verder gaan met het actualiseren van het zonebeheermodel. Onderdeel van die actualisatie is om de aanscherping van de standaard geluidwaarde voor de bedrijven zonder maatwerkvoorschrift of vergunning te verwerken. Dit kan door de toevoeging van kentalbronnen in dB(A)/m2 ter vervanging van de geluidbronnen die nu zijn opgenomen in het zonebeheermodel. Deze toevoeging/vervanging kan uiteraard beperkt blijven tot het deel dat geluidgezoneerd industrieterrein blijft. Daarnaast moet de gemeente een participatietraject opstarten en volgen met bedrijven/vertegenwoordigers van de bedrijven en de bewoners van de woongebouwen op het industrieterrein.
27 november 2024
BI4200-MI-ME-230905-1414
33/34
KAARTEN
27 november 2024
BI4200-MI-ME-230905-1414
34/34