2 Bijlage 1 rapport RoyalHaskoningDHV, Waarderpolder en geluid
Tekst van het document
Notitie / Memo Aan: Van: Datum: Kopie: Ons kenmerk: Classificatie: Gecontroleerd door Onderwerp:
Gemeente Haarlem Royal HaskoningDHV 27 november 2024
HaskoningDHV Nederland B.V. Mobility & Infrastructure
BI4200-MI-ME-230905-1414 Projectgerelateerd Royal HaskoningDHV Advies over actualisatie zonebeheer industrieterrein Waarderpolder en de begrenzing van en geluidruimte voor het industrieterrein.
Inhoudsopgave 1
Samenvatting en advies ........................................................................................ 2
2
Inleiding en vraagstelling ....................................................................................... 7
3
Actuele situatie ...................................................................................................... 8
3.1
Beschikbare geluidruimte in relatie tot planologische mogelijkheden ................................9
3.2
Benutting beschikbare geluidruimte .................................................................................11
3.3
Woonfuncties op het industrieterrein ................................................................................13
3.4
Bedrijven op het industrieterrein .......................................................................................14
3.5
Het zonebeheermodel ......................................................................................................15
4
De drie dezoneringsvarianten.............................................................................. 15
4.1
Minimaal dezoneren .........................................................................................................16
4.2
Zuidrand dezoneren .........................................................................................................17
4.3
Dezoneren tot twee kerndelen .........................................................................................19
4.4
Geluid door bedrijven op gedezoneerde woningen en lig- of standplaatsen ....................20
5
Een alternatieve aanpak (voor alle dezoneringsvarianten). ................................. 21
6
Onderzoeksvragen met betrekking tot de dezoneringsvarianten......................... 24
6.1
Wat betekenen de varianten voor de bedrijven? ..............................................................24
6.2
Wat betekenen de varianten voor de bestemde woonfuncties? .......................................26
6.3
Wat betekenen de varianten voor de ontwikkelingen in de Zuidrand ...............................28
6.4
Wat betekenen de varianten voor de ontwikkeling Oostpoort? ........................................29
6.5
Gevolgen vaststellen van geluidproductieplafonds op de varianten. ...............................30
7
Conclusies en vervolg ......................................................................................... 32
27 november 2024
BI4200-MI-ME-230905-1414
1/34
1
Samenvatting en advies
De opgave De gemeente Haarlem heeft aan ons bureau opdracht gegeven een plan van aanpak op te stellen voor de actualisatie van het geluidzonebeheer van industrieterrein Waarderpolder, gekoppeld aan een advies over de begrenzing van het industrieterrein en de geluidruimte voor het industrieterrein. Dit mede met het oog op de woningbouwplannen aan de zuidzijde van het industrieterrein en het belang van het economisch goed functioneren van het industrieterrein. De woningbouwplannen liggen deels binnen de grenzen van het industrieterrein. Om die plannen mogelijk te maken is gedeeltelijke dezonering van het industrieterrein noodzakelijk. In het kader van het in werking treden van de Omgevingswet op 1 januari 2024 moeten op termijn (uiterlijk in 2031) zogenaamde geluidproductieplafonds (verder GPP’s) worden vastgesteld voor het industrieterrein. In afwachting hiervan blijft volgens het overgangsrecht voor het onderdeel industrielawaai de Wet geluidhinder van toepassing. Gevraagd is om voor de gedeeltelijke dezonering uit te gaan van een drietal varianten en van die varianten de voor- en nadelen te schetsen en de juridische en praktische gevolgen. Zie hoofdstuk 2 voor een verdere toelichting op de vraagstelling.
In deze notitie geven wij een advies over de drie dezoneringsvarianten en het plan van aanpak voor de verdere actualisatie van het zonebeheer, te beginnen met deze samenvatting met conclusies. In deze samenvatting wordt verwezen naar de verschillende hoofdstukken, waar de resultaten nader worden beschreven en onderbouwd. De figuren in deze notitie zijn relatief klein weergegeven. In deze pdf zijn de figuren te vergroten met de combinatie Ctrl op het toetsenbord en scroll met de muis. In de bijlage staan alle figuren op A4-formaat weergegeven. Actuele geluidsituatie Nog los van de woningbouwplannen aan de zuidzijde van Waarderpolder zijn er op basis van de actuele situatie meerdere redenen om de begrenzing van het industrieterrein te verkleinen: 1. De beschikbare geluidruimte is kleiner dan passend bij de planologische mogelijkheden (zie 3.1). 2. De beschikbare geluidruimte wordt voor een groot deel benut door een beperkt aantal bedrijven, waardoor er (te) weinig geluidruimte beschikbaar en gereserveerd is voor de andere bedrijven (zie 3.2). 3. Er liggen verschillende legale woonfuncties verspreid over het industrieterrein (naast een aantal illegale woonfuncties), die niet worden beschermd tegen geluidhinder (zie 3.3).
Bestaande woongebouwen Uit de BAG blijkt dat er verspreid over het industrieterrein meerdere gebouwen met woonfuncties aanwezig zijn (woningen, woonschepen en woonwagens). Zie figuur 3.5. Voor een deel daarvan is dat op grond van het tijdelijke omgevingsplan voor Waarderpolder niet toegestaan. De gemeente Haarlem heeft aangegeven hiertegen in de toekomst handhavend te gaan optreden en heeft niet de intentie deze illegale woonfuncties te gaan legaliseren. De op basis van informatie van de gemeente Haarlem wel legale woonfuncties liggen deels op locaties met een relatief hoge geluidbelasting. Deze woonfuncties zijn vanwege de ligging op het industrieterrein formeel geen geluidgevoelige gebouwen in de zin van de Wet geluidhinder en ook niet in de zin van het Besluit kwaliteit leefomgeving en deze functies worden daarom nu niet met geluidwaarden beschermd tegen geluidhinder. 27 november 2024
BI4200-MI-ME-230905-1414
2/34
Bedrijven op Waarderpolder Uit een inventarisatie van de gemeente Haarlem blijkt dat er rond de 2000 bedrijven op Waarderpolder zijn gevestigd. In het algemeen zullen dit niet geluidrelevante bedrijven zijn. Op Waarderpolder zijn circa 250 bedrijven gelegen met een melding of vergunning Wet milieubeheer (zie figuur 3.2). Gelet op het grote aantal bedrijven op het bedrijventerrein zonder geluidinformatie is het actualiseren van het zonebeheermodel een arbeidsintensieve opgave. Een concrete inschatting daarvan is lastig, maar dit kan oplopen tot orde grootte van 3 mensjaren werk. Wellicht dat met een slimme aanpak en een goede participatie met de bedrijven dit teruggebracht kan worden, maar dan nog is het een grote operatie. Bovendien is de verwachting dat de conclusie na zo’n grote operatie hetzelfde is: het geluid van het terrein is moeilijk beheersbaar, er is nagenoeg geen ruimte voor groei en er moeten stappen worden ondernomen om dit terrein toekomst bestendig te maken voor zowel de bedrijven als voor eventueel toekomstige woningen. Wat daarbij kan helpen is om eerst het industrieterrein gedeeltelijk te dezoneren. De drie dezoneringsvarianten Er zijn drie dezoneringvarianten onderzocht, zie hoofdstuk 4. 1. Alleen Oostpoort dezoneren. 2. Zuidrand dezoneren. 3. Dezoneren tot twee kerndelen.
In figuur 1.1 is met een kleur het resterende industrieterrein weergegeven na gedeeltelijke dezonering overeenkomstig de genoemde variant. Het niet gekleurde deel binnen de zwarte stippellijn is het gedezoneerde deel. Bij de variant Oostpoort bijvoorbeeld is dat een heel klein deel en blijft het grootste deel van het industrieterrein gezoneerd. Figuur 1.1 Dezoneringsvarianten
Uit de analyse in hoofdstuk 4 volgen 2 hoofdlijnen: 1. Een vergaande dezonering tot twee kerndelen leidt tot een groot aantal geluidgevoelig geworden gebouwen (woningen, woonschepen en woonwagens) op Waarderpolder. Deze gebouwen beperken de geluidruimte van het resterende industrieterrein en van een aantal bedrijven. Bovendien is hiervoor een arbeidsintensief en kostbaar onderzoekstraject nodig. Wel worden de beperkingen van ontwikkelmogelijkheden buiten Waarderpolder in deze variant grotendeels weggenomen. 2. Een beperktere dezonering (varianten Zuidrand of Oostpoort) houdt de situatie in stand dat de beschikbare geluidruimte niet past bij de benutting van de maximale planologische mogelijkheden, 27 november 2024
BI4200-MI-ME-230905-1414
3/34
waardoor de ontwikkelmogelijkheden buiten Waarderpolder worden belemmerd. Daarnaast is er risico op overschrijding grenswaarden Wet geluidhinder. Dit maakt op voorhand een keuze voor één van de drie varianten niet aantrekkelijk. Alternatieve aanpak Een oplossing kan gevonden worden door een regeling voor geluid onderdeel te laten worden van de planregels, zie hoofdstuk 5. Deze regeling ziet er als volgt uit. 1. De standaardgeluidruimte voor een bedrijf op het industrieterrein wordt in de planregels voor geluid teruggebracht tot een relatief lage waarde. 2. Bedrijven met een omgevingsvergunning of maatwerkvoorschrift met geluidwaarden behouden de daarin vastgelegde geluidruimte. 3. Ook andere bedrijven kunnen met een maatwerkvoorschrift van meer geluidruimte worden voorzien. Dit kan zowel ambtshalve als op verzoek van het bedrijf. Het betreft de bedrijven waarvoor in de periode tot vaststelling van de nieuwe planregels wordt vastgesteld dat de nieuwe standaardgeluidruimte niet toereikend is. Dit kunnen zowel bestaande als nieuwe bedrijven zijn. 4. Ook na vaststelling van de nieuwe planregels kunnen bedrijven met een maatwerkvoorschrift meer geluidruimte verkrijgen dan de relatief lage standaardgeluidruimte als bedoeld onder 1. 5.
Door toepassing van de punten 1 tot en met 4 zal de totale geluidruimte van het industrieterrein veel kleiner zijn dan op basis van de maximale planologische mogelijkheden die het tijdelijke omgevingsplan nu biedt. De nieuwe planregels voor geluid beperken die maximale planologische mogelijkheden op een directe manier. 6. De geluidruimte die hierdoor vrijkomt kan verdeeld worden over bedrijven die geluidruimte nodig hebben. Dit kunnen zowel bestaande als nieuwe bedrijven zijn. 7. Ten behoeve van een effectieve toepassing van de punten 1 tot en met 3 wordt al voor de vaststelling van de nieuwe planregels het zonebeheermodel aangepast. Hierdoor ontstaat een duidelijk overzicht van de nog uit te geven geluidruimte en kan op een effectieve wijze getoetst worden of voor een bedrijf de extra geluidruimte als bedoeld onder 3 met een maatwerkvoorschrift vrijgegeven kan worden. 8. Voor bedrijven die gedezoneerd gaan worden en dus buiten het industrieterrein komen te liggen blijft op grond van een planregel de huidige standaardgeluidruimte gelden. Een eventueel maatwerkvoorschrift of een omgevingsvergunning met afwijkende geluidwaarden blijft onverminderd van kracht. Bovenstaande aanpak wordt in een omgevingsvisie of omgevingsprogramma of anderszins vastgelegd en bekend gemaakt.
Op zijn vroegst één jaar na vaststelling van de visie of het programma wordt de thematische wijziging van het tijdelijke omgevingsplan vastgesteld, waarin de aanpak in planregels wordt verankerd en waarmee de gekozen dezoneringsvariant wordt vastgelegd. Deze periode van ten minste één jaar geeft bedrijven de gelegenheid te anticiperen op de nieuwe regels, bijvoorbeeld door gemotiveerd aan te geven niet genoeg te hebben aan de nieuwe standaard geluidruimte.
27 november 2024
BI4200-MI-ME-230905-1414
4/34
Bevindingen Voor de drie dezoneringsvarianten komen wij tot de volgende voor- en nadelen, juridische risico’s en praktische gevolgen. Aansluitend beschrijven we de gevolgen door de alternatieve aanpak. Tabel zónder alternatieve aanpak hoofdstuk 5.
Voordelen
Oostpoort
Zuidrand
Kleinste wijziging geluidzonering.
Vooral ten zuiden van Waarderpolder meer ruimte voor woningbouw.
Nadelen
van
de
Beperkende invloed door gezoneerd industrielawaai nog volop aanwezig. Grootste kans op overschrijding grenswaarden Wgh. Woongebouwen op IT blijven onbeschermd. Geluidruimte te beperkt voor de maximale planologische mogelijkheden.
-
-
Juridische risico’s
-
Praktische gevolgen
-
Dezonering onvoldoende voor ontwikkeling Oostpoort. Gegronde bezwaren door bedrijven tegen woningbouw elders binnen geluidzone.
De uitdagingen t.a.v. de krappe geluidzone en het niet actuele zonebeheer blijven bestaan. Veel werk om zonebeheer op orde te krijgen.
-
-
-
Beperkende invloed door gezoneerd industrielawaai vooral aan westzijde nog volop aanwezig. Grote kans op overschrijding grenswaarden Wgh. Woongebouwen op IT blijven onbeschermd. Geluidruimte te beperkt voor de maximale planologische mogelijkheden. Bezwaren bedrijven tegen geluidgevoelig worden van woning in hun directe omgeving. Gegronde bezwaren door bedrijven tegen woningbouw elders binnen geluidzone. De uitdagingen t.a.v. de krappe geluidzone en het niet actuele zonebeheer blijven deels bestaan. Veel werk om zonebeheer op orde te krijgen.
Twee kerndelen -
-
-
-
-
-
-
-
Veel minder beperkingen door gezoneerd industrielawaai buiten het huidige industrieterrein. Woongebouwen op IT krijgen bescherming tegen industrielawaai.
Geluidgevoelig worden van woongebouwen op IT beperkt geluidruimte van bedrijven. Grote kans op overschrijding van grenswaarden Wgh op die woongebouwen. Geluidruimte bij die woongebouwen te beperkt voor de maximale planologische mogelijkheden.
Bezwaren bedrijven tegen geluidgevoelig worden woningen, woonschepen en woonwagens in hun directe omgeving. Gegronde bezwaren door bedrijven dat de hogere waarden voor die woongebouwen te beperkt zijn voor de maximale planologische mogelijkheden. Het industrieterrein is veel kleiner en dat vereenvoudigt het zonebeheer. Het in beeld brengen van het geluid van circa 300 bedrijven op geluidgevoelig geworden gebouwen is arbeidsintensief.
De alternatieve aanpak heeft tot gevolg dat het geluid als gevolg van de maximale planologische mogelijkheden sterk wordt verminderd en daarmee ook de kans op een grenswaarde overschrijding bij invulling van die mogelijkheden. Een tweede voordeel is dat er meer geluidruimte overblijft voor de bedrijven die wél geluidrelevant zijn. Een derde voordeel is dat een bedrijf in de basis niet geluidrelevant is en de daarbij behorende beperkte geluidruimte verkrijgt, behalve als voor dat bedrijf is gebleken dat het bedrijf wél geluidrelevant is. Het initiatief daarvoor ligt in beginsel bij het bedrijf zelf, tenzij het bedrijf al beschikt over een maatwerkvoorschrift geluid of een omgevingsvergunning met geluidvoorschriften. Dit geeft bovendien een sterke vereenvoudiging van het actualiseren en actueel houden van het zonebeheermodel en beperkt de kosten daarvoor. De alternatieve aanpak voorkomt niet dat er nader onderzoek nodig is bij bedrijven die zijn gelegen nabij woningen, woonschepen en woonwagens die door de dezonering geluidgevoelig zouden worden.
27 november 2024
BI4200-MI-ME-230905-1414
5/34
Dit betekent dat de alternatieve aanpak niet voorkomt dat de gemeente veel onderzoek moet uitvoeren bij de vergaande dezoneringsvariant twee kerndelen (zie 4.4). Tenslotte merken wij op dat de alternatieve aanpak wel juridische risico’s kent. Bedrijven zullen bezwaar hebben tegen het beperken van de standaardgeluidruimte. Echter deze risico’s worden beheerst door de mogelijkheid voor de bedrijven om op een relatief eenvoudige wijze met een maatwerkvoorschrift meer geluidruimte te verkrijgen. In alle gevallen blijven de grenswaarden Wet geluidhinder maatgevend voor het vast kunnen stellen van dat maatwerk, maar dat is in de huidige situatie ook al het geval. Voordeel voor de bedrijven op het industrieterrein is dat de beschikbare geluidruimte binnen de zone met de alternatieve aanpak efficiënter verdeeld wordt, waardoor de kans op een grenswaardeoverschrijding wordt verkleind. Tussenstap tbv ontwikkeling Oostpoort De dezoneringsvariant Oostpoort kan ook als tussenstap ingezet worden, vooruitlopend op een verdere dezonering van het industrieterrein en actualisering van het zonebeheermodel. Voor geluid kan voor de woningen Oostpoort worstcase en zekerheidshalve uitgegaan worden van de toepassing van dove gevels in de zin van de Wet geluidhinder.
Als ten tijde van de concrete bouw van de woningen Oostpoort blijkt dat de geluidbelasting door dezonering wel voldoet aan de grenswaarde voor industrielawaai kan met een omgevingsvergunning (Bopa) afgeweken worden van de eis dat de gevel doof moet zijn in de zin van de Wet geluidhinder. Wij merken op dat het bij deze tussenoplossing niet nodig is om de buitengrens van de geluidzone te verkleinen (zie 6.4 voor een nadere beschrijving van de tussenstap). Conclusie De dezoneringsvariant zuidrand in combinatie met de aanscherping in de planregels van de standaardgeluidruimte voor bedrijven op het industrieterrein is te prefereren boven de andere twee varianten. Deze variant heeft beperkte gevolgen voor de bedrijven (zie 6.1). Met deze variant kan de woningbouwontwikkeling Oostpoort doorgang vinden (zie 6.4) en is er ruimte voor een slimme ontwikkeling/transformatie van de zuidrand (zie 6.3). Het gevolg daarvan is wel dat het gros van de woningen, woonschepen en woonwagens op het industrieterrein onbeschermd blijft tegen industriegeluid (zie 6.2). Dit is echter al een bestaande situatie. Vervolg Zodra de gemeente de keuze voor een dezoneringsvariant maakt en daarbij het voornemen bekend maakt om in de planregels een aanscherping van de basisgeluidruimte voor activiteiten op het industrieterrein vast te leggen, kan de termijn van één jaar in gaan.
In dat jaar kan de gemeente de thematische wijziging van het omgevingsplan voor geluid voorbereiden en parallel daaraan verder gaan met het actualiseren van het zonebeheermodel. Onderdeel van die actualisatie is om de aanscherping van de standaard geluidwaarde voor de bedrijven zonder maatwerkvoorschrift of vergunning te verwerken. Daarnaast moet de gemeente een participatietraject opstarten en volgen met bedrijven/vertegenwoordigers van de bedrijven en de bewoners van de woongebouwen op het industrieterrein.
27 november 2024
BI4200-MI-ME-230905-1414
6/34
2
Inleiding en vraagstelling
Het geluidzonebeheer van industrieterrein Waarderpolder is niet actueel. Dat belemmert de adequate beheersing van het geluid door het industrieterrein en verhoogt de kans op grenswaarde overschrijding Wet geluidhinder op de zonegrens en op geluidgevoelige gebouwen binnen de geluidzone. De gemeente gaat het geluidzonebeheer daarom actualiseren. De urgentie hiervoor neemt toe in verband met de woningbouwplannen aan de zuidzijde van het industrieterrein (Oostpoort). In het kader van het in werking treden van de Omgevingswet op 1 januari 2024 moeten op termijn (uiterlijk in 2031) zogenaamde geluidproductieplafonds (verder GPP’s) worden vastgesteld voor het industrieterrein. In afwachting hiervan blijft volgens het overgangsrecht voor het onderdeel industrielawaai, inclusief het zonebeheer, de Wet geluidhinder van toepassing. In 2013 werd beoogd de zone van het industrieterrein in de zuidoosthoek uit te breiden. Dit voornemen heeft echter niet geleid tot de benodigde wijziging van het bestemmingsplan daarvoor. In onderstaande figuur 2.1 1 is de ligging van het industrieterrein weergegeven met de geluidzone en de in 2013 voorgenomen maar niet vastgelegde uitbreiding van de geluidzone. Figuur 2.1: Overzichtskaart geluidzone, met in oranje de in 2013 voorgenomen uitbreiding
De gemeente Haarlem heeft de bedrijfsgerichte milieutaken uitbesteed aan de Omgevingsdienst IJmond maar heeft het zonebeheer voor het gezoneerde industrieterrein lange tijd in eigen beheer (tot begin 2022) uitgevoerd, op basis van het zonebeheerplan dat door het college op 11 juni 2013 is vastgesteld. De gemeente heeft hiertoe een zonebeheermodel ter beschikking. In het zonebeheerplan en het tot op heden gebruikte zonebeheermodel is gerekend inclusief een aftrek van 1 dB voor de zogenoemde redelijke sommatie als bedoeld in bijlage II van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012. Niet duidelijk vastgesteld kan worden hoe actueel het zonebeheer anno 2024 nog is.
De gemeente Haarlem heeft aan ons bureau opdracht gegeven een plan van aanpak op te stellen voor de actualisatie van het zonebeheer, gekoppeld aan een advies over de begrenzing van het industrieterrein en de geluidruimte voor het industrieterrein. Dit mede met het oog op de woningbouwplannen aan de zuidzijde van het industrieterrein en het belang van het economisch goed functioneren van het industrieterrein. De woningbouwplannen liggen deels binnen de grenzen van het industrieterrein. Om die plannen mogelijk te maken is gedeeltelijke dezonering van het industrieterrein noodzakelijk. Dat wil zeggen dat de betreffende gronden aan het
1
NB: De figuren in deze notitie zijn relatief klein weergegeven. In deze pdf zijn de figuren te vergroten met de combinatie Ctrl op het toetsenbord en scroll met de muis. In de bijlage staan alle figuren op A4-formaat weergegeven. 27 november 2024
BI4200-MI-ME-230905-1414
7/34
industrieterrein worden onttrokken. Dit geldt mogelijk ook voor een deel van de aangrenzende gronden, om te voorkomen dat het nieuwe woongebied direct grenst aan het (gewijzigde) industrieterrein. Gevraagd is om voor de gedeeltelijke dezonering uit te gaan van een drietal varianten en van die varianten de voor- en nadelen te schetsen en de juridische en praktische gevolgen. De keuze voor één van die varianten heeft gevolgen voor het plan van aanpak en voor de actualisatie van het zonebeheer. De gedeeltelijke dezonering van het industrieterrein loopt voor uit op de vaststelling van de GPP’s uiterlijk in 2031 en maakt gebruik van het instrumentarium van de Wet geluidhinder. Immers zolang er geen GPP's zijn vastgesteld geldt de systematiek van de Wet geluidhinder nog. De uitkomst van de dezonering en de actualisatie van het zonebeheer vormen vervolgens de basis voor: 1. De vaststelling van de geluidproductieplafonds op grond van het overgangsrecht in § 12.1.1 “Geluidproductieplafonds industrieterreinen” van het Besluit kwaliteit leefomgeving. 2. De wijziging van het omgevingsplan dan wel het verlenen van een buitenplanse omgevingsplanvergunning (een zogenaamde BOPA) om de woningbouwplannen mogelijk te maken. In deze notitie geven wij een advies over de drie dezoneringsvarianten en het plan van aanpak voor de verdere actualisatie van het zonebeheer.
Daartoe beantwoorden wij in deze notitie de volgende onderzoeksvragen: Wat betekenen de verschillende varianten voor de bedrijven? Welke rechten en/of geluidruimte gaat verloren bij welke bedrijven en/of percelen? Wat betekenen de verschillende varianten voor de bestemde woonfuncties op het nu nog gezoneerde industrieterrein? Kunnen deze blijven? Is de geluidsbelasting juridisch vergunbaar/acceptabel? Dienen er keuzes te worden gemaakt zoals mogelijk opkopen, amoveren of verplaatsen? Wat betekenen de varianten voor de beoogde ontwikkelingen in de Zuidrand? Kan de Zuidrand “slim” ontwikkeld worden? Wat betekenen de verschillende varianten voor de beoogde ontwikkelingen woningbouw Oostpoort? Wat zijn hier de geluidsbelastingen? Welke gevolgen zou het vaststellen van geluidproductieplafonds (GPP’s) hebben op de verschillende varianten. De notitie is verder als volgt opgebouwd. 1. Analyse van de actueel bekende en berekende situatie voor Waarderpolder. 2. Een schets van de drie dezoneringsvarianten. 3. Een alternatieve aanpak voor de aan te houden geluidruimte voor het industrieterrein. 4. Mede aan de hand van die alternatieve aanpak geven wij antwoord op de gestelde onderzoeksvragen. 5. Wij sluiten de notitie af met conclusies en het vervolg.
3
Actuele situatie
Nog los van de woningbouwplannen aan de zuidzijde van Waarderpolder zijn er op basis van de actuele situatie meerdere redenen om de begrenzing van het industrieterrein te verkleinen: 1. De beschikbare geluidruimte is kleiner dan passend bij de planologische mogelijkheden (zie 3.1). 2. De beschikbare geluidruimte wordt voor een groot deel benut door een beperkt aantal bedrijven, waardoor er (te) weinig geluidruimte beschikbaar en gereserveerd is voor de andere bedrijven (zie 3.2). 3. Er liggen verschillende legale woonfuncties verspreid over het industrieterrein (naast een aantal illegale woonfuncties), die niet worden beschermd tegen geluidhinder (zie 3.3).
27 november 2024
BI4200-MI-ME-230905-1414
8/34
3.1
Beschikbare geluidruimte in relatie tot planologische mogelijkheden
In 1986 is de geluidzone voor het industrieterrein vastgesteld, op basis van onder meer de destijds uitgegeven geluidruimte. Bij de actualisering van het bestemmingsplan in 2010 is voor de toelating van bedrijven aangesloten bij de VNG-uitgave Bedrijven en milieuzonering. De op basis daarvan toegelaten milieucategorieën zijn gekoppeld aan afstanden tot de woonomgeving. Er is bij die toelating niet getoetst of er voldoende geluidruimte beschikbaar was binnen de in 1986 vastgestelde geluidzone. Hieronder is onderbouwd dat die geluidruimte niet voldoende is, zie ook figuur 3.1 en de toelichting daarbij. In een strook aan de westzijde en zuidzijde is maximaal bedrijvigheid tot milieucategorie 3.2 toegestaan. Voor het grootste deel van het terrein is milieucategorie 4.2 toegelaten. Op basis van kengetallen voor de geluidproductie door bedrijven tot en met milieucategorie 4.2 (en deels tot en met categorie 3.2) zijn de geluidcontouren berekend op 5 meter hoogte. Er zijn geen landelijk vastgestelde en toegepaste kengetallen. Ons bureau hanteert regelmatig onderstaande kengetallen 2.
Figuur 3.1: Links inschatting planologische geluidcontour op 5 meter hoogte en rechts op 30 meter hoogte 3.
2 Voor industrieterrein Westpoort bijvoorbeeld hanteert de provincie bij het PIP uit 2015 voor bedrijven in categorie 4.2 een etmaalwaarde van 70 dB(A)/m2. Dit komt overeen met de voor Waarderpolder toegepaste etmaalwaarde voor categorie 4.2. 3 Op de zonegrens geldt een wettelijke rekenhoogte van 5 meter. Binnen de geluidzone geldt de maatgevende hoogte. Bij flatgebouwen is dat hoger dan 5 meter. De rekenhoogte van 30 meter is als worstcase aangehouden.
27 november 2024
BI4200-MI-ME-230905-1414
9/34
Met name aan de oostzijde wordt de zonegrens (50 dB(A) contour) overschreden (geel). Aan de westzijde wordt de 55 dB(A) contour (maximale grenswaarde) bij woningen overschreden (oranje). Op een rekenhoogte van 30 meter is dat nog veel meer het geval. Dit is een potentiële belemmering voor de ontwikkeling van hoogbouw binnen de geluidzone. Het voorgaande betekent dat de geluidruimte die de geluidzone biedt niet goed past bij de planologische mogelijkheden die het tijdelijke omgevingsplan voor Waarderpolder biedt voor de vestiging van bedrijven. Ter toelichting daarop nog het volgende. Het is vaste jurisprudentie dat bij het wijzigen van ruimtelijke plannen rekening gehouden moet worden met de maximale planologische mogelijkheden, dan wel met een onderbouwde representatieve invulling daarvan. Het gaat in dit geval om de planologische mogelijkheid om bedrijven tot maximaal milieucategorie 4.2 toe te laten. De geluideffecten van die invulling zijn niet exact te bepalen, maar hiervoor is op basis van kentallen een onderbouwde inschatting gepresenteerd, zie figuur 3.1. Deze effecten staan in feite los van het zonebeheer. Het zonebeheer is een informatie-instrument en is niet bedoeld om te sturen op de toelating van bedrijven. Ook dat is vaste jurisprudentie. De ruimtelijke sturing vindt plaats op basis van de planregels.
Wel geldt, in het milieuspoor, dat de grenswaarden Wet geluidhinder bij het verlenen van omgevingsvergunningen milieu en het vaststellen van maatwerkvoorschriften in acht genomen moeten worden. Dit kan het volgende betekenen voor het zich kunnen vestigen van een planologisch toegelaten bedrijf in milieucategorie 4.2: 1. Het bedrijf kan zich vestigen als het bedrijf niet vergunningplichtig is en voldoet aan de standaardgeluidruimte van 50 dB(A) op 50 meter. 2. Het bedrijf kan zich vestigen als het bedrijf niet vergunningplichtig is, niet voldoet aan de standaardgeluidruimte van 50 dB(A) op 50 meter, maar er is wel genoeg geluidruimte in de geluidzone voor het vaststellen van een maatwerkvoorschrift. 3. Het bedrijf kan zich vestigen als het bedrijf vergunningplichtig is en er genoeg geluidruimte in de geluidzone is om de vergunning te kunnen verlenen. Opties 2 en 3 lopen vast als er onvoldoende geluidruimte in de geluidzone is. Dat geldt niet voor optie 1. Het bedrijf in optie 1 kan zich vestigen ook als er al sprake is van onvoldoende geluidruimte in de geluidzone. Adequaat zonebeheer geeft de informatie om te bepalen of er al dan niet voldoende geluidruimte in de geluidzone is maar biedt niet het instrument om grenswaarde overschrijding of een verdere toename daarvan te voorkomen 4. De borging is als het ware lek vanwege deze optie 1.
Idealiter zijn de maximale planologische mogelijkheden in balans met de op grond van de Wet geluidhinder beschikbare geluidruimte. Deze balans kan voor wat betreft Waarderpolder gevonden in het beperken van de maximale planologische mogelijkheden of het vergroten van de beschikbare geluidruimte. Adequaat zonebeheer is daarbij een nuttig instrument maar zorgt op zichzelf niet voor deze balans. Het vergroten van de beschikbare geluidruimte is slechts beperkt mogelijk binnen de nu geldende grenswaarden Wet geluidhinder en is bovendien met het oog op de woningbouwmogelijkheden rond het industrieterrein ongewenst. Resteert het beperken van de maximale planologische mogelijkheden. Dit kan via het terugbrengen van de maximaal toegelaten milieucategorie maar dat heeft met het oog op de 4 Een overschrijding van grenswaarden leidt tot het ‘op slot’ gaan van het industrieterrein en tot een geluidreductieplanplicht voor de gemeente. In dat plan moet worden aangegeven hoe de overschrijding binnen uiterlijk 5 jaar ongedaan wordt gemaakt. Na vaststelling van het geluidreductieplan gaat het industrieterrein weer van het slot af.
27 november 2024
BI4200-MI-ME-230905-1414
10/34
een bedrijfseconomische mogelijkheden op het industrieterrein niet de voorkeur. Die mogelijkheden zouden daardoor belemmerd worden. In hoofdstuk 5 is een alternatief beschreven.
3.2
Benutting beschikbare geluidruimte
Het huidige zonebeheerplan maakt onderscheid in type A, B en C bedrijven in de zin van het Activiteitenbesluit. Een type A bedrijf kan zich zonder melding vestigen. Voor een type B bedrijf is een melding nodig. Een Type C bedrijf is vergunningplichtig. Op Waarderpolder liggen circa 227 bedrijven met een melding (type B) en 20 bedrijven met een vergunning (type C). Het totaal aantal bedrijven op Waarderpolder is veel groter, zie paragraaf 3.4. In de werkwijze voor de aanpak van het zonebeheer was het idee om type A bedrijven niet mee te nemen. Doordat een type A bedrijf in principe met slechts een melding vervangen kan worden door een type B bedrijf dat wel geluidrelevant is, ontbreekt de grip op een toename van de geluidbelasting door bedrijven op deze percelen. Voor type B bedrijven stuurt het zonebeheerplan aan op het vastleggen van maatwerk om zo de geluidruimte waar mogelijk kleiner vast te leggen dan de standaardwaarde Activiteitenbesluit van 50 dB(A) op 50 meter. Dit is op basis van informatie van de ODIJ voor slechts circa 22 bedrijven uitgevoerd, zie figuur 3.2 en paragraaf 3.4. Figuur 3.2: Verdeling geluidbronnen over de percelen
Waarderpolder bestaat uit circa 1100 (kadastrale) percelen). Op 368 percelen zijn in het zonebeheermodel geluidbronnen gemodelleerd. Daarvan zijn er 94 percelen met 2 of meer geluidbronnen en 274 percelen met één geluidbron. De geluidbronnen (+teken) zijn als volgt over het industrieterrein verdeeld (zie figuur 3.2): - 203 percelen met een geluidbron, zonder melding of vergunning (grijs). - 154 adressen met melding maar geen maatwerk (groen). - 22 adressen met melding én maatwerk (geel). - 20 adressen met vergunning (blauw). Er zijn ook percelen/adressen zónder geluidbron: - Circa 650 percelen zonder melding (grijs, zonder kruisje). - 49 adressen met melding (groen, zonder kruisje en met stippellijn rondom).
Met het zonebeheermodel in Geomilieu is de geluidbelasting op basis van de ingevoerde geluidbronnen berekend op een rekenhoogte van 5 meter en 30 meter, zie figuur 3.3.
27 november 2024
BI4200-MI-ME-230905-1414
11/34
De in het zonebeheermodel uitgegeven en gereserveerde geluidruimte is kleiner dan het geval is bij benutting van de maximale planologische mogelijkheden zoals in paragraaf 3.1 is beschreven. De totale benutting van de geluidruimte op een rekenhoogte van 5 meter past binnen de geluidzone, maar er is op een aantal kritische plekken (nabij bestaande woningen aan de westkant en de zonegrens aan de oostkant) nauwelijks nog geluidruimte over. Figuur 3.3: Links totaal gemodelleerde geluidruimte op 5 meter hoogte, rechts op 30 meter hoogte.
De akoestische zwaartepunten zijn goed terug te zien in de rode en paarse vlekken in figuur 3.3. In het rechter figuur van figuur 3.3 is met de blauw gestippelde lijn te zien dat de 94 percelen met twee of meer geluidbronnen nagenoeg geheel de 50 dB(A) contour (overgang tussen geel en groen) van het totale industrieterrein opvullen. Dat houdt in dat de 274 percelen met slechts één geluidbron zeer beperkt bijdragen aan de totale geluidbelasting. In figuur 3.4 zijn de contouren weergegeven van de 10 bedrijven in het zonebeheermodel met de grootste individuele contouren.
27 november 2024
BI4200-MI-ME-230905-1414
12/34
Figuur 3.4: Contouren van de 10 bedrijven met de grootste bijdrage.
Resumerend: 1. De 94 percelen met twee of meer geluidbronnen zijn maatgevend voor de berekende 50 dB(A) contour van het totale industrieterrein. 2. Daarvan zijn 10 bedrijven het meest bepalend. Deze bedrijven liggen verspreid over het industrieterrein. 3. De 274 percelen met één geluidbron dragen beperkt bij aan de totale geluidbelasting. 4. Er is weinig geluidruimte beschikbaar voor de andere bedrijven, zowel voor bestaande bedrijven als voor nieuw te vestigen bedrijven.
3.3
Woonfuncties op het industrieterrein
Figuur 3.5: Woonfuncties op het industrieterrein.
Uit de BAG blijkt dat er verspreid over het industrieterrein meerdere gebouwen met woonfuncties aanwezig zijn (woningen, woonschepen en woonwagens). Voor een deel daarvan is dat op grond van het tijdelijke omgevingsplan voor Waarderpolder niet toegestaan, zie de rode bolletjes in het figuur 3.6. Gemeente Haarlem heeft aangegeven hiertegen in de toekomst handhavend te gaan optreden en heeft niet de intentie deze illegale woonfuncties te gaan legaliseren. De op basis van informatie van de gemeente Haarlem wel legale woonfuncties (blauw en groen) liggen deels op locaties met een relatief hoge geluidbelasting. Deze woonfuncties zijn formeel geen geluidgevoelige gebouwen in de zin van de Wet geluidhinder en ook niet in de zin van het Besluit kwaliteit leefomgeving en deze functies worden daarom niet met geluidwaarden beschermd tegen geluidhinder.
27 november 2024
BI4200-MI-ME-230905-1414
13/34
3.4
Bedrijven op het industrieterrein
Uit een inventarisatie van de gemeente Haarlem op basis van onder meer de Kamer van Koophandel blijkt dat er rond de 2000 bedrijven op Waarderpolder zijn gevestigd. Een deel daarvan zal een type Ainrichting zijn in de zin van het Activiteitenbesluit, waarvoor geen meldingsplicht geldt. Een ander deel zal zelfs geen inrichting zijn (als aangewezen in onderdeel C van bijlage 1 bij het Besluit omgevingsrecht Wet milieubeheer). In het algemeen zullen het niet geluidrelevante bedrijven zijn. Op Waarderpolder zijn circa 227 bedrijven gelegen met een melding (type B) Wet milieubeheer en 20 bedrijven met een vergunning (type C) Wet milieubeheer. Vanaf 1 januari geldt de Omgevingswet. De regels van het Activiteitenbesluit zijn met de zogenaamde Bruidsschat van rechtswege omgezet naar de regels in het tijdelijke omgevingsplan Haarlem. De geluidregels zijn op veel meer activiteiten van toepassing dan de regels in het Activiteitenbesluit, omdat de ondergrens in onderdeel C van bijlage 1 bij het Besluit omgevingsrecht grotendeels is losgelaten. Dit betreft bijvoorbeeld de drempel van tenminste 1,5 kW motorisch vermogen of 130 kW thermisch vermogen. Dat houdt in dat de geluidregels in het tijdelijke Omgevingsplan Haarlem naar verwachting op een groot deel van de circa 2000 bedrijven op Waarderpolder van toepassing zullen zijn.
Echter onder de Wet geluidhinder geldt de geluidzone voor inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer, als aangewezen in onderdeel C van bijlage 1 bij het Besluit omgevingsrecht. Dat wil zeggen type A, B of C inrichtingen in de zin van het Activiteitenbesluit. Niet alle 2000 bedrijven zijn een inrichting in de zin van onderdeel C bijlage 1 Bor. De niet aangewezen inrichtingen tellen niet mee voor de geluidzone. Uit een analyse van ruim 300 van deze bedrijven door de gemeente Haarlem (zie paragraaf 4.4) is (indicatief bepaald) het volgende gebleken. 1. Circa 50% van de bedrijven is geen inrichting in de zin van de Wet milieubeheer. 2. Circa 17% van de bedrijven is een type A inrichting in de zin van het (voormalige) Activiteitenbesluit 3. Circa 33% van de bedrijven is een type B inrichting. Van circa 40 % van deze bedrijven is een melding ontvangen, dat is circa 13% van het totaal van ruim 300 bedrijven. 4. Circa 2% van de bedrijven is een type C bedrijf met een omgevingsvergunning milieu met geluidvoorschriften. Van 15% van de ruim 300 bedrijven (13 + 2%) is een melding ontvangen of is een milieuvergunning aan verleend. Dat zou neerkomen op circa 300 bedrijven van het totaal van 2000 bedrijven op Waarderpolder. Dat komt in behoorlijke mate overeen met de circa 250 meldingen en vergunningen in het bestand van de Omgevingsdienst.
Op basis hiervan is de aanname dat er circa 1000 bedrijven op Waarderpolder (50% van 2000) een inrichting zijn in de zin van de Wet milieubeheer. Deze bedrijven hebben een standaard geluidruimte van 50 dB(A) op 50 meter van de terreingrens. Van het gros van deze bedrijven is onbekend in welke mate zij van deze geluidruimte gebruik maken, maar op basis van de analyse van 300 bedrijven (zie paragraaf 4.4) is de verwachting gerechtvaardigd dat de meeste van deze bedrijven akoestisch niet relevant zijn en dus geen gebruik maken van de beschikbare geluidruimte.
27 november 2024
BI4200-MI-ME-230905-1414
14/34
3.5
Het zonebeheermodel
Uit de vorige paragrafen blijkt dat het zonebeheermodel maar voor een beperkt aantal bedrijven concreet gemodelleerd is en over een groot aantal bedrijven informatie mist. Ook blijkt dat voor slechts circa 22 bedrijven de geluidruimte met een maatwerkvoorschrift is beperkt. Dat is 2% van de circa 1000 inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer. Gelet op het grote aantal bedrijven op het bedrijventerrein is het actualiseren van het zonebeheermodel een arbeidsintensieve opgave. 1. Ten eerste moet bepaald worden welke bedrijven een inrichting zijn in de zin van de Wet milieubeheer. 2. Ten tweede moet voor elke inrichting bepaald worden of de inrichting geluidrelevant is of niet. Daarvoor kan aangesloten worden bij de methodiek in paragraaf 6.1 ‘Geluidruimte per bedrijf’ van het zonebeheersplan Waarderpolder van februari 2012. In hoofdstuk 5 wordt hier nader op ingegaan. 3. Ten derde moet het resultaat van stap 2 per inrichting in een maatwerkvoorschrift worden vastgelegd. 4. Ten vierde moet op basis van de uitkomsten van de stappen 1 tot en met 3 worden bepaald wat de totale geluidruimtebenutting is na het doorvoeren van de stappen 1 tot en met 3. Daarbij rekening houdend met de al concreet uitgegeven geluidruimte aan bedrijven met een maatwerkvoorschrift of vergunning.
Het eindresultaat is concreet inzicht in de dan uitgegeven geluidruimte en inzicht en de dan nog resterende geluidruimte die uitgegeven kan worden aan nieuwe inrichtingen of uitbreiding van bestaande inrichtingen. Uitgangspunt bij dit alles is dat de circa 1000 bedrijven die géén inrichting zijn in de zin van de Wet milieubeheer akoestisch niet relevant zijn en buiten beschouwing kunnen blijven. Vooral de stappen 2 en 3 vragen een grote inspanning. Een concrete inschatting daarvan is lastig, maar dit kan oplopen tot orde grootte van 3 mensjaren werk. Wellicht dat met een slimme aanpak en een goede participatie met de bedrijven dit teruggebracht kan worden, maar dan nog is het een grote operatie. Bovendien is de verwachting dat de conclusie na zo’n grote operatie hetzelfde is: het geluid van het terrein is moeilijk beheersbaar, er is nagenoeg geen ruimte voor groei en er moeten stappen worden ondernomen om dit terrein toekomst bestendig te maken voor zowel de bedrijven als voor eventueel toekomstige woningen. Wat daarbij kan helpen is om eerst het industrieterrein gedeeltelijk te dezoneren, zie hoofdstuk 4.
4
De drie dezoneringsvarianten
Voor de drie dezoneringsvarianten is onderzocht wat de geluidbelasting is per dezoneringsvariant. Ook hier hanteren wij twee benaderingen: 1. Op basis van het zonemodel. 2. Op basis van kentallen die zijn gerelateerd aan de in het tijdelijke omgevingsplan toegelaten milieucategorieën (in hoofdzaak categorie 4.2). Het gaat om de 55 dB(A) etmaalwaarde contouren. Dat betreft de maximale hogere waarde voor nieuwbouwwoningen binnen de geluidzone. De kaarten geven daardoor (indicatief) inzicht in de woningbouw mogelijkheden buiten het industrieterrein. De rekenhoogte is 30 meter, om ook rekening te houden met het projecteren van hogere woongebouwen.
27 november 2024
BI4200-MI-ME-230905-1414
15/34
4.1
Minimaal dezoneren
In deze variant worden alleen de gronden voor het woningbouwplan Oostpoort aan de zuidoostzijde van Waarderpolder gedezoneerd, zie onderstaand figuur 4.1. Figuur 4.1: Plandeel Oostpoort
De overige gronden van het industrieterrein blijven onderdeel uitmaken van het geluidgezoneerde industrieterrein, zie figuur 4.2 met daarin ook de berekende 55 dB(A) contouren op basis van het zonebeheermodel en op basis van kentallen. Figuur 4.2: Industrieterrein na dezonering Oostpoort
De 55 dB(A) contour op basis van het zonebeheermodel is niet heel erg groot, echter deze houdt onvoldoende rekening met een representatieve invulling van de maximale planologische mogelijkheden. Dit geldt vooral aan de zuidoostzijde, want daar liggen in het zonebeheermodel weinig geluidbronnen. Uitgaande van de kentallen ligt de 55 dB(A) contour over nagenoeg de gehele Oostpoort ontwikkeling. Deze 55 dB(A) contour (rekenhoogte 30 meter) vult voor een groot deel de geluidzone op. Op de zonegrens geldt op 5 meter hoogte een grenswaarde van 50 dB(A). Op woningen binnen de geluidzone (met name aan de westkant) gelden hogere waarden van 55 dB(A). Deze waarden zullen op basis van kentallen zeker worden overschreden. Dat betekent dat deze dezoneringsvariant niet leidt tot voldoende geluidruimte voor een representatieve invulling van de maximale planologische mogelijkheden die het tijdelijke omgevingsplan biedt.
Door deze dezoneringsvariant komen alleen tijdelijke units voor de opvang van vluchtelingen uit vooral Oekraïne binnen de geluidzone te liggen. Deze units zijn niet geluidgevoelig.
27 november 2024
BI4200-MI-ME-230905-1414
16/34
4.2
Zuidrand dezoneren
Met het oog op verdere ontwikkeling van de zuidrand van Waarderpolder wordt in deze variant de zuidrand van Waarderpolder gedezoneerd. Dit betreft het hele gebied binnen de oranje stippellijn in figuur 4.3. Het zwart omkaderde terreindeel blijft echter onderdeel van het industrieterrein, vanwege de ligging van de kavels aan het water, wat in potentie en groot bedrijfseconomisch belang vertegenwoordigd. Figuur 4.3: Zuidrand Waarderpolder
Er resteert in deze variant een smalle strook industrieterrein aan de oostzijde van dit deelgebied Zuidrand, met een toelating tot maximaal milieucategorie 4.2. Zie figuur 4.4. Figuur 4.4: Deel industrieterrein ten oosten van ontwikkelgebied zuidrand.
Aangenomen wordt dat ook deze strook in deze variant wordt gedezoneerd. Zie figuur 4.5.
27 november 2024
BI4200-MI-ME-230905-1414
17/34
Figuur 4.5: Industrieterrein na dezonering Zuidrand
Met het zonemodel blijft de contour ruim buiten het ontwikkelgebied Oostpoort. Met de kentallen (maximale planologische mogelijkheden, uitgaande van milieucategorie 4.2), komt de contour net over het ontwikkelgebied. Dit biedt voldoende perspectief voor het kunnen ontwikkelen van Oostpoort. Voor het overige vult de 55 dB(A) contour op basis van kentallen (rekenhoogte 30 meter) nog steeds voor een groot deel de geluidzone op. Alleen aan de zuidzijde zal er voldoende geluidruimte gaan zijn. Dat betekent dat ook deze dezoneringsvariant niet leidt tot voldoende geluidruimte voor een representatieve invulling van de maximale planologische mogelijkheden die het tijdelijke omgevingsplan dan nog steeds biedt.
Door deze dezoneringsvariant komt één woning (Jan van Krimpenweg 15) binnen de geluidzone te liggen. Deze woning is nu niet geluidgevoelig vanwege de ligging op het industrieterrein. De geluidbelasting blijft ruim onder de maximale ontheffingswaarde van 60 dB(A). Zie verder paragraaf 6.2.
27 november 2024
BI4200-MI-ME-230905-1414
18/34
4.3
Dezoneren tot twee kerndelen
In de derde variant wordt het industrieterrein voor een groot deel gedezoneerd. Er blijven twee kerndelen over. Deze kerndelen sluiten de zwaardere bedrijven in en bieden daarnaast ruimte om nieuwe activiteiten die in aanzienlijke mate geluid kunnen veroorzaken toe te laten, zie onderstaand figuur 4.6. Figuur 4.6: Industrieterrein na dezonering tot twee kerndelen
Met het zonemodel resteert er een relatief beperkte 55 dB(A) contour. Op basis van kentallen komt de 55 dB(A) contour veel verder te liggen, echter deze blijft wel voor een groot deel binnen de huidige grenzen van het industrieterrein. Alleen aan de zuidwestzijde bereikt de 55 dB(A) contour de randen van de bestaande woonomgeving. Het ontwikkelgebied Oostpoort ligt buiten de 55 dB(A) contour. Dat houdt in dat deze dezoneringsvariant op het eerste oog leidt tot voldoende geluidruimte voor een representatieve invulling van de maximale planologische mogelijkheden die het tijdelijke omgevingsplan na gedeeltelijke dezonering aan het industrieterrein biedt. Wel is er een extra aandachtpunt: bij deze dezoneringsvariant komen circa 25 woningen en 65 woonschepen/woonwagens buiten het gezoneerde terrein en binnen de geluidzone te liggen.
Deze objecten zijn nu niet geluidgevoelig vanwege de ligging op het industrieterrein. De maximale ontheffingswaarde Wet geluidhinder is 60 dB(A) voor bestaande woningen en 55 dB(A) voor lig- of standplaatsen. Op figuren 4.7 en 4.8 is op basis van het zonebeheermodel respectievelijk het kentalmodel in de kleur rood aangegeven dat de maximale ontheffingswaarde wordt overschreden. In de kleur groen is aangegeven dat wel kan worden voldaan aan de ontheffingswaarden.
27 november 2024
BI4200-MI-ME-230905-1414
19/34
Figuur 4.7 objecten zonemodel - twee kerndelen
Figuur 4.8 objecten kentalmodel - twee kerndelen
Het zonemodel laat bij één woning direct ten noorden van het noordelijke kerndeel een overschrijding zien. Het kentallenmodel geeft veel meer overschrijdingen. Dit betekent dat in deze variant niet zonder meer uitgegaan kan worden van de geluidruimte die past bij de maximale planologische mogelijkheden. In paragraaf 4.4 en hoofdstuk 6 zijn de gevolgen daarvan beschouwd.
4.4
Geluid door bedrijven op gedezoneerde woningen en lig- of standplaatsen
Het gevolg dat woningen en stand/ligplaatsen op het industrieterrein door de dezonering geluidgevoelig worden (wat overigens niet geldt voor de tijdelijke opvangunits voor vluchtelingen), is niet alleen van belang voor het totale geluid vanwege het industrieterrein maar ook voor het geluid door individuele bedrijven. Dit geldt zowel voor bedrijven die op het verkleinde industrieterrein liggen als voor bedrijven die daarbuiten liggen. De bedrijven moeten namelijk voldoen aan de geluidwaarden uit het tijdelijke omgevingsplan. Dit zijn geluidwaarden die vergelijkbaar zijn met die uit het Activiteitenbesluit. Deze waarden zijn via de zogenaamde Bruidsschat onderdeel geworden van de regels in het tijdelijke omgevingsplan 5. Vooral bedrijven die op korte afstand liggen van gedezoneerde woningen of lig/standplaatsen kunnen beperkt worden door het van toepassing worden van die geluidwaarden. Dit geldt in het bijzonder bij afstanden tot 50 meter. Die afstand is ook al van belang voor bedrijven op het industrieterrein in de actuele situatie. Immers op grond van artikel 22.71 Omgevingsplan Haarlem (Bruidsschat) mag de geluidbelasting van een bedrijf niet hoger zijn dan 50 dB(A) op 50 meter van de terreingrens. 5
Op enig moment voor 1 januari 2032 moeten die regels worden omgezet naar het definitieve omgevingsplan.
27 november 2024
BI4200-MI-ME-230905-1414
20/34
Uit een GIS-analyse is gebleken dat van de circa 2000 bedrijven op Waarderpolder er ruim 300 bedrijven binnen een afstand van circa 50 meter van een legale woning of lig/standplaats liggen die bij de dezoneringsvariant twee kerndelen geluidgevoelig worden. Bij het doorvoeren van deze dezoneringsvariant zal voor de circa 300 bedrijven een nadere akoestische beschouwing nodig zijn om na te gaan of het geluidgevoelig worden van de woningen en lig/standplaatsen kan leiden tot overschrijding van de geldende geluidwaarden in het tijdelijke omgevingsplan Haarlem (de Bruidsschatregels). Dit is een arbeidsintensief en daardoor kostbaar onderzoekstraject.
5
Een alternatieve aanpak (voor alle dezoneringsvarianten).
Uit de analyse in hoofdstuk 4 volgen 2 hoofdlijnen: 1. Een dezonering tot twee kerndelen leidt tot een groot aantal geluidgevoelig geworden gebouwen (woningen, woonschepen en woonwagens). Deze gebouwen: a. Beperken de geluidruimte van het gedezoneerde industrieterrein als geheel; en b. Kunnen de geluidruimte van circa 300 bedrijven op Waarderpolder gaan beperken. Bovendien is hiervoor een arbeidsintensief en kostbaar onderzoekstraject nodig. Wel worden de beperkingen van ontwikkelmogelijkheden buiten Waarderpolder (voor wat betreft het aspect gezoneerd industriegeluid) in deze variant grotendeels weggenomen. 2. Een beperktere dezonering (Zuidrand of Oostpoort) houdt de situatie in stand dat de beschikbare geluidruimte niet past bij de benutting van de maximale planologische mogelijkheden (tot maximaal categorie 4.2), waardoor de ontwikkelmogelijkheden buiten Waarderpolder worden belemmerd. Daarnaast is er risico op overschrijding grenswaarden Wet geluidhinder (zowel op de zonegrens als voor wat betreft de grenswaarden voor geluidgevoelige gebouwen). Dit maakt op voorhand een keuze voor één van de drie varianten niet aantrekkelijk. Een oplossing kan gevonden worden door een regeling voor geluid onderdeel te laten worden van de planregels. Dit hoofdstuk bevat een voorstel daarvoor.
Mogelijk dat dat voorstel wél tot een aantrekkelijke keuze voor één van de dezoneringsvarianten leidt. Deze aanpak ziet er als volgt uit. 1. De standaardgeluidruimte voor een bedrijf op het industrieterrein wordt in de planregels voor geluid (op basis van een thematische wijziging van het tijdelijke omgevingsplan met toepassing van de Wet geluidhinder) teruggebracht tot 45 dB(A) etmaalwaarde op een afstand van 30 meter van de terreingrens van het bedrijf. 2. Bedrijven met een omgevingsvergunning of maatwerkvoorschrift met geluidwaarden behouden de daarin vastgelegde geluidruimte. 3. Ook andere bedrijven kunnen met een maatwerkvoorschrift van meer geluidruimte worden voorzien. Dit kan zowel ambtshalve als op verzoek van het bedrijf. Het betreft de bedrijven waarvoor in de periode tot vaststelling van de nieuwe planregels wordt vastgesteld dat de standaardgeluidruimte van 45 dB(A) op 30 meter niet toereikend is. Dit kunnen zowel bestaande als nieuwe bedrijven zijn. Daarvoor gelden de volgende voorwaarden en uitgangspunten: a. Voor waarden tot maximaal 50 dB(A) etmaalwaarde op 50 meter van de terreingrens wordt aangesloten bij de methodiek in paragraaf 6.1 ‘Geluidruimte per bedrijf’ van het zonebeheersplan Waarderpolder van februari 2012, zie tabel 5.1.
27 november 2024
BI4200-MI-ME-230905-1414
21/34
4.
5.
6. 7.
8.
Randvoorwaarde voor het verlenen van maatwerk is dat de geluidbelasting past binnen de toekomstig beschikbare geluidruimte voor het industrieterrein (na dezonering overeenkomstig de gekozen variant). b. Voor waarden hoger dan 50 dB(A) etmaalwaarde op 50 meter van de terreingrens is een geluidonderzoek nodig (net als in de huidige situatie). Daarbij gelden de volgende randvoorwaarden: • In het geluidonderzoek wordt onderscheid gemaakt tussen de actueel benodigde geluidruimte en de geluidruimte in verband met concrete toekomstplannen. • Onderbouwd wordt dat er onevenredig ingrijpende maatregelen nodig zijn om te voldoen aan een geluidwaarde van 50 dB(A) op 50 meter van de terreingrens. • Andere maatregelen die de geluidbelasting verminderen worden zo veel mogelijk getroffen (bijvoorbeeld het zo veel mogelijk gesloten houden van deuren). • De geluidbelasting past binnen de toekomstig beschikbare geluidruimte voor het industrieterrein (na dezonering overeenkomstig de gekozen variant). Ook na vaststelling van de thematische wijziging van het tijdelijke omgevingsplan met toepassing van het Wet geluidhinder waarmee de nieuwe planregels voor geluid worden vastgelegd, kunnen bedrijven met een maatwerkvoorschrift meer geluidruimte verkrijgen dan de standaardgeluidruimte als bedoeld onder 1. Daarvoor gelden dezelfde voorwaarden als genoemd onder 3.
Door toepassing van de punten 1 tot en met 4 zal de totale geluidruimte van het industrieterrein veel kleiner zijn dan bij toepassing van de kentalbronnen die corresponderen met de maximale planologische mogelijkheden die het tijdelijke omgevingsplan nu biedt. De nieuwe planregels voor geluid beperken die maximale planologische mogelijkheden op een directe manier. De geluidruimte die hierdoor vrijkomt kan verdeeld worden over bedrijven die geluidruimte nodig hebben. Dit kunnen zowel bestaande als nieuwe bedrijven zijn. Ten behoeve van een effectieve toepassing van de punten 1 tot en met 3 wordt al voor de thematische wijziging van het tijdelijke omgevingsplan het zonebeheermodel aangepast. De basis wordt een invulling met kentalbronnen overeenkomstig de standaard situatie in tabel 5.1 uit paragraaf 6.1 van het zonebeheersplan. Voor bedrijven met een maatwerkvoorschrift of een vergunning als bedoeld onder 2 tot en met 4 worden de corresponderende geluidbronnen in het zonebeheermodel opgenomen. Hierdoor ontstaat een duidelijk overzicht van de nog uit te geven geluidruimte en kan op een effectieve wijze getoetst worden of voor een bedrijf de extra geluidruimte als bedoeld onder 3 met een maatwerkvoorschrift vrijgegeven kan worden.
Voor bedrijven die gedezoneerd gaan worden en dus buiten het industrieterrein komen te liggen blijft standaard op grond van een planregel voor geluid (als onderdeel van de thematische wijziging van het tijdelijke omgevingsplan voor het thema geluid, inclusief de gekozen dezoneringsvariant) een geluidruimte van 50 dB(A) etmaalwaarde op 50 meter van de terreingrens gelden, zoals nu ook al het geval is op industrieterrein Waarderpolder. Een eventueel maatwerkvoorschrift of een omgevingsvergunning met afwijkende geluidwaarden blijft onverminderd van kracht.
Bovenstaande aanpak wordt in een omgevingsvisie of omgevingsprogramma of anderszins vastgelegd en bekend gemaakt. Op zijn vroegst één jaar na vaststelling van de visie of het programma wordt de thematische wijziging van het tijdelijke omgevingsplan vastgesteld, waarin de aanpak in planregels wordt verankerd en waarmee de gekozen dezoneringsvariant wordt vastgelegd. Deze periode van ten minste één jaar geeft bedrijven de gelegenheid te anticiperen op de nieuwe regels, bijvoorbeeld door met toepassing van het gestelde onder 3 gemotiveerd aan te geven niet genoeg te hebben aan de nieuwe standaard geluidruimte van 45 dB(A) op 30 meter van de terreingrens.
27 november 2024
BI4200-MI-ME-230905-1414
22/34
Deze aanpak anticipeert op de situatie na vaststelling van de GPP’s (geluidproductieplafonds) als omgevingswaarden in het omgevingsplan, uiterlijk in 2031. Het geluid door activiteiten waarvoor in het omgevingsplan een geluidwaarde geldt van 45 dB(A) etmaalwaarde op 30 meter van de terreingrens (de standaardgeluidruimte als onder punt 1 genoemd) kan namelijk buiten beschouwing blijven bij de toetsing aan de GPP’s. Dit volgt uit artikel 3.25 lid 3 onder b van het Bkl. Tabel 5.1 geluidruimte per bedrijf op basis van zonebeheerplan 2012
In figuur 5.1 is voor een rekenhoogte van 30 meter weergegeven wat het effect is als op alle percelen in het zonebeheermodel kentalbronnen worden toegevoegd overeenkomstig de standaard situatie in tabel 5.1 uit paragraaf 6.1 van het zonebeheersplan. Dit betreft kentalbronnen met de volgende waarden: • 50 dB(A)/m2 in de dagperiode; • 40 dB(A)/m2 in de avondperiode; • 30 dB(A)/m2 in de nachtperiode.
27 november 2024
BI4200-MI-ME-230905-1414
23/34
Figuur 5.1 55 dB(A) contour inclusief basisgeluidruimte
Het effect door de toevoeging van deze basisgeluidruimte is marginaal te noemen. De bijdrage aan de cumulatieve geluidbelasting is daarmee ook niet relevant. Dit is van belang bij de toepassing van artikel 3.25 lid 3 onder b van het Bkl (het buiten beschouwing laten van het geluid door activiteiten met een geluidwaarde van 45 dB(A) etmaalwaarde op 30 meter van de terreingrens). Als het bevoegd gezag deze mogelijkheid toepast, moet namelijk wel worden gemotiveerd dat de uitgezonderde activiteiten ook bij elkaar (gezamenlijk) geen relevante geluidbelasting in de omgeving geven. Daarvoor zal eenmalig akoestisch onderzoek nodig zijn. Daar staat tegenover dat het geluid door die activiteiten dan buiten beschouwing blijft bij alle geluidberekeningen voor het vaststellen van het geluidproductieplafonds, monitoring en naleving. Zie verder paragraaf 6.5.
6
Onderzoeksvragen met betrekking tot de dezoneringsvarianten
In dit hoofdstuk geven wij antwoord op de onderzoeksvragen in hoofdstuk 2, op basis van de informatie in deze notitie en de voorgestelde alternatieve aanpak uit hoofdstuk 5.
6.1
Wat betekenen de varianten voor de bedrijven?
Deze onderzoeksvraag gaat over wat de verschillende varianten voor de bedrijven betekenen. Welke rechten en/of geluidruimte gaat verloren bij welke bedrijven en/of percelen? NB: los van de dezoneringsvariant kan de woningbouw Oostpoort gevolgen hebben voor de bedrijven op Waarderpolder. Zie daarvoor 6.4. Variant alleen dezoneren woningbouw Oostpoort Bedrijven op het industrieterrein (na dezonering) In deze variant blijft het overgrote deel van de bedrijven gelegen op een industrieterrein. Voor die bedrijven verandert weinig, de toegelaten milieucategorie blijft ongewijzigd 6 . Wel blijft het risico dat het industrieterrein ‘op slot’ gaat als er zich een grenswaardeoverschrijding voordoet. Als gekozen wordt voor het advies in hoofdstuk 5 gaat de basisgeluidruimte van de meeste bedrijven omlaag. Alleen met een maatwerkvoorschrift of een vergunning (bestaand of nieuw) kan worden afgeweken van de nieuwe basisgeluidruimte. Met toepassing van tabel 5.1 is dat relatief eenvoudig voor het bedrijf om te bepalen, zonder akoestisch onderzoek. Op basis van het verzoek om maatwerk kan met 6 Het uitgangspunt is wel dat de mogelijkheden voor maximaal milieucategorie 4.2 op de uiterste zuidoostrand (zie figuur 4.4), op gronden in bezit van de gemeente Haarlem, bevroren worden. Dat hoeft ik niet persé planologisch. Als maar zeker gesteld is dat er geen 4.2 bedrijven gaan komen.
De gemeente moet dat dan heel duidelijk bij de vaststelling van plan Oostpoort duidelijk maken.
27 november 2024
BI4200-MI-ME-230905-1414
24/34
het zonebeheermodel gecontroleerd worden of wordt voldaan aan de (huidige) toetswaarde van 50 dB(A) op 50 meter van de terreingrens. Als niet wordt voldaan is er een nader onderzoek nodig (door het bedrijf) om de mate van overschrijding vast te stellen en in een vergunning/maatwerkvoorschrift vast te kunnen leggen. Dat is hetzelfde als in de huidige situatie. Bedrijven buiten het industrieterrein (na dezonering) Op het te dezoneren deel liggen momenteel geen bedrijven. Bedrijven nabij geluidgevoelig geworden gebouwen (door dezonering) Dit aspect is bij deze variant niet aan de orde. De huidige tijdelijke units voor vluchtelingen zijn niet geluidgevoelig. Variant dezoneren Zuidrand Bedrijven op het industrieterrein (na dezonering) In deze variant blijft een groot deel van de bedrijven gelegen op het industrieterrein. Voor die bedrijven geldt hetzelfde als bij de variant Oostpoort. Wel wordt door de gedeeltelijke dezonering de kans dat het industrieterrein op slot gaat vanwege grenswaardeoverschrijding kleiner. In de huidige situatie is dat risico aan de zuidoostzijde groot en juist daar heeft de gedeeltelijke dezonering veel effect. Bedrijven buiten het industrieterrein (na dezonering) De bedrijven op het gedezoneerde deel komen buiten het industrieterrein te liggen.