2 Bijlage 1 PveL Korte Verspronckweg
Tekst van het document
5.5.6 Bodemenergie
Een bodemenergiesysteem maakt voor de verwarming en koeling van gebouwen gebruik van de warmte en koude in de bodem en is daarmee een duurzame en efficiënte manier van verwarmen/ koelen. Er bestaan zowel open als gesloten bodemenergiesystemen. Bij open systemen is sprake van verplaatsing van grondwater, bij gesloten systemen is dit niet het geval. Er is onderzoek verricht naar de mogelijkheden voor bodemenergie binnen de ontwikkeling Korte Verspronckweg ( Duurzaam energiesysteem Korte Verspronckweg d.d. 5 september 2025 door Cees Groot). Randvoorwaarden 1. De aanleg en het gebruik van zowel open als gesloten bodemenergiesystemen is onder de Omgevingswet een aangewezen milieubelastende
77
activiteit. 2. Onder de Omgevingswet gelden algemene rijksregels voor open en gesloten systemen. 3. Ook de lozingen die horen bij de aanleg en het gebruik van bodemenergiesystemen, zijn onderdeel van deze milieubelastende activiteit (artikel 2.3 Bal). Eisen 1. De aanleg van een warmtesysteem moet voldoen aan het Warmteprogramma 2026 – 2030 2. In het plangebied wordt één collectief warmtenet op basis van Warmte Koude Opslag – WKO) gerealiseerd voor alle ontwikkelingen binnen de Korte Verspronckweg. Aansluiting op het collectie lage temperatuur bodemenergiesysteem gebaseerd op één monobron. Wensen 1. De voorkeur van de gemeente is dat het collectief warmtenet aangelegd en geëxploiteerd wordt door het publiek Warmtebedrijf Haarlem (WBHa).
5.6 Milieu- en omgevingsaspecten Deze paragraaf benoemt milieu- en omgevingsaspecten waarmee vanaf het begin van de ontwerpfase rekening gehouden moet worden voor een gezonde en veilige leefomgeving met een goede omgevingskwaliteit. Het betreft de volgende onderwerpen: 1. Stikstof 2. Windklimaat 3. Bezonning 4. Geluid 5. Trillingen
6. 7. 8.
Luchtkwaliteit Bodemkwaliteit Archeologie
5.6.1 Stikstof
Toevoer van teveel stikstof naar beschermde natuurgebieden kan leiden tot aantasting van de beschermde soorten en hun habitat. De extra stikstof leidt tot verzuring en tot overbemesting. Beschermde soorten worden hierdoor verdrongen door algemene soorten die juist veel stikstof nodig hebben. In Europese regelgeving en de implementatie daarvan in de Nederlandse wetgeving is daarom stikstof uit projecten en activiteiten een belangrijk aandachtsgebied. Randvoorwaarden Op grond van de Omgevingswet is een Omgevingsvrgunning Natura 2000 gebied vereist indien een project of activiteit kan leiden tot een toename van de stikstofdepositie op daarvoor gevoelige Natura 2000 gebieden. Voor een vergunning dient door middel van een uitvoerig en gedetailleerd onderzoek te worden vastgesteld of en onder welke voorwaarden de extra depositie inpasbaar is in het betreffende natura 2000 gebied (Passende beoordeling), en dus niet leidt tot negatieve effecten op het natura 2000 gebied. Om aan te tonen dat een vergunningaanvraag niet nodig is kan een voortoets met het verplichte Aeriusmodel worden uitgevoerd. Alleen indien daaruit blijkt dat geen extra stikstofdepositie (minder dan 0,005 Mol/ha,jr) optreedt is een Natura 2000 vergunning niet nodig.
Dit dient te worden vastgesteld zowel voor de bouwfase van het project als voor de gebruiksfase, dat is wannneer de woningen (of andere gebouwen) in gebuik zijn genomen.
Korte Verspronckweg | PvEL |
Op grond van recente jurisprudentie moet daarvoor het project als geheel beschouwd worden, en is aftrek van de depositie uit reeds betaande activiteit in het projectgebied niet meer toegestaan (intern salderen). Dit laatste is alleen nog mogelijk indien een vergunning wordt aangevraagd. Middels een stikstofdepositieberekening (AERIUSberekening) is onderzocht of dit PvEL voldoet aan de Omgevingswet, voor wat betreft de gebruiksfase (AERIUS-stikstofdepositie rapport Korte Verspronckweg 21-11-2025 door RPG Consult). Uit het onderzoek blijkt dat zonder toepassing van intern salderen sprake is van een geringe, maar significante toename van de stikstofdepositie (0,02 mol/ha/jr) op Natura 2000 gebied ZuidKennemerland. Met intern salderen is er geen toename van de stikstofdepositie. Eis Op grond van het bouwprogramma en de huidige regelgeving en jurisprudentie is daarom een Natura2000 vergunning noodzakelijk voor deze ontwikkeling. Eisen Op grond van het voorgaande is een vergunningaanvraag Natura 2000 noodzakelijk. Bij aanpassing van het programma dient opnieuw te worden onderzocht of realisatie zonder vergunning mogelijk is. Tevens dient nog een onderzoek te worden uitgevoerd naar de stikstofdepositie uit de bouwfase.
5.6.2 Windklimaat
In het masterplan Zijlweg-West zijn randvoorwaarden eisen en wensen opgenomen tav wind . In de fase van het opstellen van dit PvEL is door Peutz een oriënterend onderzoek conform NEN 8100 gedaan
78
voor de Korte Verspronckweg Haarlem.
• Buitenruimte tuincentrum altijd zon • Geen effect op bestaande woningen
De conclusie van dit onderzoek is: • Binnen het plangebied zal het windklimaat nergens slecht zijn voor doorlopen, lokaal mogelijk matig. • Bij een aantal hoeken is er mogelijk sprake van een matig windklimaat voor slenteren en daarmee slecht voor langdurig zitten. • Bij een goede keus in de locatie van entrees en andere windgevoelige functies is het mogelijk de slentergebieden als goed te beoordelen. • Een CFD berekening kan inzicht geven in waar welke funties haaalbaar zijn, en of er inderdaad sprake is van een matig windklimaat voor doorlopen. Eisen 1. Bij het opstellen van een DO stedenbouwkundig plan wordt verder onderzoek gedaan conform de randvoorwaarden, eisen en wensen opgenomen in het Masterplan Zijlweg west. 2. Het door Peutz uitgevoerde onderzoek wordt bij verder uitwerking van de plannen gehanteerd om het windklimaat te optimaliseren
5.6.3 Bezonning
Het stedenbouwkundig schetsontwerp is geanalyseerd op schaduwwerking door middel van een bezonningsstudie op twee maatgevende dagen, 21 maart en 21 juni, zie hoofdstuk 3.14. De conclusie is: 21 juni: • Centrale ontmoetingsruimte heeft altijd zon • Leefstraat alleen schaduw in de avond, permacultuurtuin altijd zon
21 maart: • Voor 21 maart geldt: belangrijkste publieke ruimten krijgen altijd zon. • Geen effect op omliggende bebouwing Eisen Bij verder uitwerking naar DO Stedenbouwkundig plan wordt verder bezonningsonderzoek gedaan zoals geëist in paragraaf 5.6.3 Bezonning in het Masterplan ontwikkelzone Zijlweg-West.
5.6.4 Geluid
Haarlem kiest voor het zo veel mogelijk voorkomen en beperken van geluidshinder. Binnen de stedenbouwkundige opzet is dan ook rekening gehouden met geluid. Zo is er bewust voor gekozen om het schoolplein (met spelende, schreeuwende kinderen) uiterst zuidoostelijk te situeren, op tenminste 30 meter afstand van woningen. Er dient een goed woon- en leefklimaat te worden gerealiseerd bij alle woningen. Het geluidbeleid van de gemeente Haarlem geeft aan hoe dit wordt beoordeeld. In het akoestisch onderzoek is de invloed van de geluidsbronnen inzichtelijk gemaakt en is op hoofdlijnen aangeven wat er nodig is om een goed woon- en leefklimaat te realiseren. Eisen 1. Bij het DO stedenbouwkundig plan moet getoetst worden of het akoestisch onderzoek (Geluidsonderzoek Korte Verspronckweg d.d. 20-112025 door M en P) geüpdate moet worden. 2. Langs het doorgaand spoor ten zuiden van het
Korte Verspronckweg | PvEL |
plangebied en ter hoogte van de spoorkruising dient een geluidsscherm te worden gerealiseerd. Het uitgangspunt daarbij is schermvariant F van het akoestisch onderzoek. De realisatie van het scherm is onder voorbehoud van nader onderzoek naar de technische haalbaarheid in overleg met Prorail. 3. Bij overschrijding van de standaardwaarde dient te worden voldaan aan het geluidbeleid van de gemeente Haarlem, met inbegrip van wijziging van deze beleidsregels in verband met de toepassing onder de omgevingswet. Daartoe dient elke woning te beschikken over een geluidsluwe gevel en buitenruimte. 4. Voor woningen nabij het spoor aan de zuidzijde kan voor wat betreft de buitenruimten een uitzondering worden gemaakt: die mogen aan de spoorzijde worden gerealiseerd, onder de voorwaarde dat geluidsscherm langs het spoor daadwerkelijk wordt geplaatst. Tevens kan als eis gelden om afschermende maatregelen aan buitenruimten te realiseren, voor zover die geluidsbelast zijn. 5. Bij een geluid meer dan 58 dB vanwege wegverkeer, 58 dB vanwege railverkeer of 65 dB(A) piekgeluid van de spoorkruising gelden de volgende woningindelingseisen: • Verblijfsruimten moeten zoveel mogelijk aan de geluidsluwe zijde liggen. • Ten minste één slaapkamer moet aan de geluidsluwe zijde liggen. 6.
Voor woningen, waarbij aantoonbaar niet kan worden voldaan aan het geluidbeleid kan een compenserende maatregel worden getroffen. Dit zal slechts worden toegestaan indien bij een relatief beperkt aantal woningen en voor zover dit noodzakelijk is.. Een maatregel, waarmee
79
de geluidsluwe zijde en buitenruimte wordt gecompenseerd zal veelal bestaan uit een afsluitbare loggia, waarbij ook minimaal één slaapkamer kan spuien via de loggia. 7. In aanvulling op de eisen uit het Besluit bouwwerken leefomgeving dient er bij het bepalen van de karakteristieke geluidwering van de gevel van woningen rekening te worden gehouden met piekgeluiden van de spoorkruising. Het binnen niveau ten gevolge van deze piekgeluiden in geluidgevoelige ruimten mag niet meer te bedragen dan 55 dB(A) / 50 dB(A) / 45 dB(A) in respectievelijk de dag- / avond-/ en nacht periode.
5.6.5 Trillingen
Haarlem kiest voor het zo veel mogelijk voorkomen en beperken van trillingshinder. Uit het rapport ‘Ontwikkelzone Zijlweg West te Haarlem, onderzoek trillingen vanwege railverkeer’ d.d. 4 oktober 2023 door M+P Raadgevende Ingenieurs B.V. (zie bijlage yy) blijkt dat er rekening moet worden gehouden met trillingen vanwege de ten oosten en zuiden van het plangebied gelegen treinsporen. Het onderzoek heeft geleid tot een contourenkaart, waarbij het aanhouden van minimale afstanden tot het spoor van ‘zware’ bouw, respectievelijk ‘lichte’ bouw voldoende kan worden geacht. Wanneer er binnen deze contouren wordt gebouwd, dan is aanvullend onderzoek nodig.
Eisen 1. Op dit moment gelden er geen wettelijke eisen
voor trillingen ten gevolge van het spoor bij nieuwbouwwoningen. Wanneer alsnog wettelijke eisen van kracht worden, dan dient onderzoek te worden uitgevoerd. 2. Er dient te worden aangetoond op welke wijze zal worden voldaan aan SBR deel B, Hinder voor personen in gebouwen, meet- en beoordelingsrichtlijn, augustus 2002. Dit kan door het respecteren van de minimale afstanden voor ‘zware’ bouw, respectievelijk ‘lichte’ bouw.
de Nota Bodembeheer 2023-2028 (Vergadering Raad 21-12-2023 Gemeente Haarlem (notubiz.nl)) regelt de gemeente Haarlem het bodembeheer en het omgaan met vrijkomende grond.
5.6.6 Luchtkwaliteit
In de bijlage met onderzoeken is een lijst opgenomen met de bij de gemeente bekende uitgevoerde bodemonderzoeken. Randvoorwaarden 1. Als er verkennend of nader bodemonderzoek nodig is ter plaatse van de te slopen gebouwen moet bepaald worden of het mogelijk is om het bodemonderzoek voorafgaand aan de sloop uit te voeren. Indien dit niet mogelijk is kan in overleg met de beleidsadviseur bodem gekeken worden naar het opnemen van specifieke (maatwerk) voorwaarden in de omgevingsvergunning.
De luchtkwaliteit is van belang voor de gezondheid van mens en dier en voor de kwaliteit van het milieu. Aan de huidige Rijksomgevingswaarden wordt overal in het plangebied voldaan (o.a. voor fijnstof en stikstofdioxide). Naar verwachting is dit ook het geval voor de aangescherpte Rijksomgevingswaarden die per 2030 ingaan. Ook beneden deze waarden zijn gezondheidseffecten voor kwetsbare of gevoelige groepen niet uitgesloten. Daarom werkt Haarlem samen met andere overheden en het Rijk aan een verdere, permanente verbetering van de luchtkwaliteit in het Schone Lucht Akkoord waarin een groot aantal maatregelen staan vermeld. Daartoe behoren maatregelen om de (blootstelling aan) uitstoot uit onder meer mobiliteit, bouwapparatuur en houtstook tegen te gaan.
5.6.7 Bodemkwaliteit
Het doel van bodembeleid is enerzijds de bescherming van de gezondheid van mens, dier en plant die op en in de bodem leven en anderzijds het behoud van de functionele eigenschappen van de bodem zodat deze geschikt blijft om te gebruiken. Een belangrijk uitgangspunt is dat nieuwe verontreinigingen voorkomen moeten worden. Met
Korte Verspronckweg | PvEL |
Binnen de ontwikkeling Korte Verspronckweg is de bodem over het algemeen licht verontreinigd en plaatselijk verdacht op het voorkomen van matig - tot sterke verontreiniging. Aan de oostzijde (rondom de spoorsloot) zijn restverontreinigingen aanwezig.
Eisen 1. Om zicht te krijgen op de bodemkwaliteit in het hele gebied moet Verkennend bodemonderzoek volgens de NEN 5740 uitgevoerd worden. Hierna kan een plan voor actualiserend verkennend bodemonderzoek opgesteld worden. Het moment dat je het onderzoek wil laten uitvoeren is ter afweging. Het beste beeld krijg je voorafgaand aan de uitvoeringsfase als alle opstallen gesloopt zijn. 2. Voor de Omgevingsvergunning is een gebiedsdekkende en actuele (niet ouder dan 5 jaar) bodemonderzoek nodig.
80
3. Voor het toepassen van grond gelden de ‘lokale maximale waarden’ van zone 3 van de Nota Bodembeheer. 4. Er wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van vrijkomende grond uit het gebied zelf. Zo hoeft zo min mogelijk gebruik gemaakt te worden van primaire grondstoffen, zonder dat de bestaande bodemkwaliteit achteruitgaat.
• Het behoud van archeologische waarden ter plaatse in de bodem. • De initiatiefnemer van het project dat tot bodemverstoring leidt, betaalt de kosten van archeologisch onderzoek. • Het vroegtijdig integreren van de zorg voor het archeologisch erfgoed in de procedures van de ruimtelijke ordening.
Wensen 1. Iedere bovengrondse ontwikkeling is onlosmakelijk verbonden met de ondergrond. Aan het begin van de planvorming moet rekening gehouden worden met de huidige bezetting van ondergrondse ruimte voor kabels en leidingen, ruimtebehoefte bodemenergiesystemen, boomwortelpakketten, hemelwaterberging en grondwatervoorzieningen. 2. De basis voor klimaatadaptatie is een vitale bodem. Een vitale bodem staat voor een vruchtbare bodem, een bodem met een open structuur, een rijk bodemleven en vermogen tot vasthouden en gedoseerd afgeven van water en voedingsstoffen. De aanleg van inheemse bomen, struiken en planten bovengronds ontwikkelen het gehele ecosysteem. De herinrichting van de openbare ruimte geeft de mogelijkheid om met een vitale bodem als basis een succesvolle klimaat-adaptieve leefomgeving te creëren. Een vitale bodem biedt biodiversiteit, waterbergend vermogen, groeipotentieel voor bomen en beperking van hittestress.
Eisen Het projectgebied aan de Korte Verspronckweg ligt op de beleidskaart in categorie 5a, wat betekent dat er een waardestellend archeologisch rapport moet worden opgesteld bij geplande ingrepen die groter zijn dan 2.500 m2 en dieper dan 30 cm.
5.6.6 Archeologie
De gemeente is op basis van de Omgevingswet verplicht om rekening te houden met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten monumenten. De drie belangrijkste uitgangspunten zijn:
In 2009 is door ADC Archeoprojecten een bureauen verkennend booronderzoek uitgevoerd op de percelen Korte Verspronckweg 7-9. Het perceel waar voorheen het tuincentrum zat is hierin niet meegenomen. Uit het onderzoek blijkt dat er kans is op het aantreffen van archeologische vindplaatsen. Hieruit volgt dat er een karterend booronderzoek uitgevoerd dient te worden, zodat de aan- of afwezigheid van vindplaatsen daadwerkelijk aangetoond kan worden. Voor het uitvoeren van een booronderzoek dient een archeologisch onderzoeksbureau benadert te worden dat gecertificeerd is conform BRL SIKB 4000. Voorafgaand aan het booronderzoek moet het uitvoerende bedrijf een PvA opstellen dat voldoet aan de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie en de Haarlemse Richtlijnen voor archeologisch Onderzoek. Dit PvA dient ter beoordeling aan de afdeling Archeologie van de Gemeente Haarlem te worden voorgelegd.
Korte Verspronckweg | PvEL |
5.7 Mobiliteit In deze paragraaf worden kaders toegevoegd voor de volgende mobiliteitsaspecten behandeld die gelden voor ontwikkelingen het projectgebied: 1. Bijdrage Haarlemse mobiteitstransitie 2. Inclusief en toegankelijke openbare ruimte 3. Voetgangersinfrastructuur 4. Fietsinfrastructuur 5. Fietsparkeren bewoners, werknemers en bezoekers 6. Autoparkeren bewoners, werknemers en bezoekers 7. Toegankelijkheid calamiteitendiensten 8. Afvalinzameling, laden & lossen, pakketbezorging, personenvervoer et cetera 9. Vaarwater en bruggen
5.7.1 Bijdrage Haarlemse mobiliteitstransitie Eis Bij het opstellen van het stedenbouwkundig plan moet de ruimtelijke maatregelen voor een autoluwe inrichting van de wijk uitgewerkt worden. Deze inrichting tot autoluwe wijk en de daarbij behorende fysieke elementen zoals paaltes en bollards en hun exacte positionering wordt nadrukkelijk afgestemd met de nood- en hulpdiensten. Zie 5.7.1 Bijdrage Haarlemse mobiliteitstransitie masterplan Ontwikkelzone Zijlweg-West
5.7.2 Inclusief en toegankelijke openbare ruimte
In het plangebied houden we rekening met een inclusieve en toegankelijke openbare ruimte, zodat iedereen zich veilig en zelfstandig van A naar B kan verplaatsen, kan spelen en gelijkwaardig gebruik kan
81
maken van de openbare ruimte. Daarom is een zo inclusieve en toegankelijk mogelijke openbare ruimte het uitgangspunt. Randvoorwaarden 1. We ontwerpen vanuit het Design for all principe. Dit betekent dat we ontwerpen voor iedereen. Hierbij houden we rekening met mensen met een beperking (visueel, fysiek, auditief, cognitief, verstandelijk), ouderen en kinderen. Eisen 1. Het plangebied en alle bestemmingen zijn toegankelijk voor mensen met een beperking en wordt conform Besluit Bouwwerken Leefomgeving, richtlijnen CROW (ASVV en Leidraad Toegankelijheid) en het HIOR gerealiseerd. Ook zijn er voldoende rustmogelijkheden (bankjes) voor ouderen en mindervaliden. 2. Alle voetpaden hebben een minimaal effectieve breedte van 1,8 meter. Effectief betekent: zonder obstakels van o.a. (wild) geparkeerde fietsen, straatmeubilair (paaltjes, lichtmasten), en dergelijke.
5.7.3 Fiets en Voetgangersinfrastructuur
In het gebied staat langzaam verkeer centraal. Het is het voor fietsers en voetgangers gemakkelijk, veilig en comfortabel verblijven. Dit draagt bij aan de levendigheid van het plangebied en bevordert ontmoetingen op straat. Eisen 1. De looproutes van en naar de ingangen van de gebouwen sluiten op een logische manier aan op de doorgaande looproutes in en door het gebied. 2. Elke bestemming is goed bereikbaar en
toegankelijk vanaf het voetgangersnetwerk in het gebied en vanuit de omliggende wijken. Ook wordt er bij de aanleg van struinpaden rekening gehouden met toegankelijkheid. 3. Op de Korte Verspronckweg is een verkeersregelinstallatie (VRI) nodig om een veilige oversteek voor voetgangers en fietsers bij de Korte Verspronckweg te faciliteren. De VRI is hierbij niet maatgevend voor de doorstroming van het verkeer. Maatgevend voor de doorstroming van het verkeer zijn de twee rotondes.
5.7.4 Fietsparkeren bewoners, werknemers en bezoekers
Hoofdstuk 3, bereikbaarheid fiets laat zie hoe dit thema is verwerkt in dit Programma van eisen van de leefomgeving. Eisen 1. Er moet voldaan worden aan de de meest recente nota bouwen en parkeren
5.7.5 Autoparkeren bewoners, werknemers en bezoekers , zie ook 5.10.5
Eisen 1. Er moet worden voldaan aan de maatregelen uit de vigerende nota bouwen en parkeren 2. De Korte Verspronckweg wordt een autoluwe wijk. Het parkeren voor bewoners, werknemers en bezoekers is in de parkeerhub bij de entree van het plangebied 3. Bewoners hebben recht op parkeren in de parkeerhub, maar hebben geen vaste parkeerplaats. Op deze manier kunnen de parkeerplaatsen efficiënt worden ingezet 4. In de parkeerhub zijn er plekken beschikbaar voor autodelen
Korte Verspronckweg | PvEL |
5. De Kiss and Ride voor de basisschool de Lindeboom wordt in de parkeerhub ondergebracht 6. Gehandicaptenparkeerplekken worden op basis van een specifieke functie of WMO voorziening toegekend.
5.7.6 Toegankelijkheid calamiteitendiensten
Hoofdstuk 3, Bereikbaarheid nood- en hulpdiensten en afvalinzameling laat zie hoe dit thema is verwerkt in dit Programma van eisen van de leefomgeving. Randvoorwaarden 1. Voor de bereikbaarheid van de brandweer wordt voldaan aan Handreiking Bluswatervoorziening En Bereikbaarheid VRNHN 2021 Eis 1. Voor de nood- en hulpdiensten is een tweede toegang tot het gebied vereist.
5.7.7 Afvalinzameling, laden & lossen, verhuisdiensten, pakketbezorging, personenvervoer, Boodschappen bezorging etc.
Hoofdstuk 3, Bereikbaarheid nood- en hulpdiensten en afvalinzameling laat zie hoe het thema afvalinzameling is verwerkt in dit Programma van eisen van de leefomgeving. Eisen 1. Bij uitwerking naar een DO stedenbouwkundig plan wordt inzichtelijk gemaakt hoe het gebied gaat functioneren als autoluw gebied maar toch bereikbaar is voor verhuisdiensten, pakketbezorging, personenvervoer, Boodschappen bezorging
82
5.8 Openbare ruimte Deze paragraaf geeft de kaders waar de inrichting en het ontwerp van de openbare ruimte aan moeten voldoen. De kaders zijn onderverdeeld in de volgende thema’s: 1. Sociaal veilig 2. Groenkwaliteit 3. Maaiveldinrichting 4. Speel- en sportvoorzieningen 5. Afvalinzameling 6. Ondergrondse ruimte 7. Waterpartijen 8. Permacultuurtuin
5.8.1 Sociaal veilig
Een stad dient te allen tijde zo veilig mogelijk te zijn voor verschillende gebruikers en bewoners. Op straat moet iedereen zich vrij durven te bewegen en verblijven. De openbare ruimte dient dus zo veilig mogelijk te zijn en te voelen. In het gebied zetten we langzaam verkeer centraal en maken het zo autoluw mogelijk. Het is voor voetgangers gemakkelijk, veilig en comfortabel verblijven. Uitgangspunt bij de (her) inrichting van de openbare ruimte is dat die door iedereen te bereiken en te gebruiken is. Eisen 1. De openbare ruimte wordt sociaal veilig ontworpen en voldoet aan het Politiekeurmerk Veilig Wonen Nieuwbouw. 2. ’s Avonds en ‘s nachts worden de openbare ruimte en collectieve ruimten voldoende verlicht. Dit wordt aangetoond met een verlichtingsplan en lichtberekening. Zie voor specifieke richtlijnen Beleidsplan Openbare Verlichting.
3. Neem verlichtingsontwerp integraal op en niét pas als standaardtoets in het Beleidsplan Openbare Verlichting. 4. De fiets- en wandelroutes worden ingericht als veilige dag- als avondroute. Geen blinde hoeken, voldoende breed en goed verlicht. 5. Alle plekken in de openbare ruimte, waaronder de plekken tussen de gebouwen zijn goed zichtbaar vanaf de openbare ruimte en vanuit de omliggende bebouwing (voldoende zichtrelaties, ‘ogen op straat’, geen afschermende beplantingen). 6. Bij verdere uitwerking worden oplossingen getoetst aan het Handboek Veilig Ontwerp en Beheer. 7. Stel BLVC-plan op (bereikbaarheid, leefbaarheid, veiligheid en communicatie), met bij de V ook aandacht voor sociale veiligheid en toegankelijkheid. Wens 1. Maak bij de verdere uitwerking een beheerplan per fase, afgestemd op eigenaarschap.
5.8.2 Groenkwaliteit
In paragraaf 4.5.1 staan de relevante eisen voor de ecologische waarde van toe te voegen beplanting. Dit hoofdstuk richt zich op de beeld- en belevingswaarde van het groen. Beleefbaar en zichtbaar groen in de stad is onmisbaar en van groot belang voor een leefbare toekomst Eisen 1. Er ontstaat een groene openbare ruimte. Inrichting openbare ruimte volgens het ‘groen, tenzij’principe: groen, tenzij dit in afweging met andere belangen zoals verkeersfunctie, ondergrond, toegankelijkheid of sociale veiligheid niet de beste
Korte Verspronckweg | PvEL |
oplossing is. 2. Er dient voldaan te worden aan de beplantingseisen in H7 van het HIOR. 3. Het ontwerp van het groen moet afgestemd zijn op het beheerniveau. 4. In beeld en beleving van het groen zijn de hoofdbomenstructuur en de hieraan gekoppelde ecologische verbinding conform het Natuur Netwerk Haarlem herkenbaar en integraal opgenomen in het parkontwerp. 5. Ecologisch beleidsplan/NNH
5.8.3 Maaiveldinrichting
Een kwalitatief hoogwaardige maaiveldinrichting staat aan de basis van een goed functionerende buurt. De nieuwe Korte Verspronck buurt zal haar kwaliteit vooral ontlenen aan de grote hoeveelheid groene buitenruimte Hier komt volop gelegenheid nom te spelen, sporten, ontmoeten en ontspannen Tegelijkertijd zijn klimaatadaptatie en biodiversiteitkernwaarden van de nieuwe buurt. Het landschapsontwerp zoals uiteengezet in hoofdstuk 4 laat op hoofdlijnen zien hoe het plangebied wordt heringericht en waar het beoogde programma wordt gepositioneerd. Ontwikkelingen binnen dit plan moeten voldoen aan dit ruimtelijk ontwerp. Dit betekent dat een initiatief minimaal van dezelfde ruimtelijke, klimaatbestendige en ecologische kwaliteit moet zijn als het betreffende ontwerp. Eisen 1. Een ontwikkelende partij dient ruimtelijk en programmatisch het landschapsontwerp, zoals uiteengezet in hoofdstuk 4, te volgen. 2. Het schetsontwerp landschap zoals uiteengezet
83
in hoofdstuk 4 wordt na vaststelling van dit PvEL verder uitgewerkt in een VO IP. 3. Afwijken van de opzet van het landschapsplan is alleen mogelijk als dit volgens het ambtelijk projectteam en de adviescommisie omgevingskwalitieit (AOK) tot een verbetering van de ruimtelijk-programmatische kwaliteit leidt. Hierbij wordt onder andere, maar niet uitsluitend, gelet op bezonning, klimaatadaptatie, biodiversiteit, gebruikskwaliteit etc. en toekomstbestendig ingericht en dient te voldoen aan de kaders uit het Handboek Inrichting Openbare Ruimte (HIOR). 4. Trafo’s, WKO-ruimten en andere nutsvoorzieningen worden niet in de openbare ruimte geplaatst. Zie ook paragraaf 5.10.6. 5. De openbare ruimte dient voor iedereen toegankelijk te zijn, ook voor mensen met kinderwagens, rolstoelen en rollators. Daarom moet het ontwerp voldoen aan de toegankelijkheidsmaatregelen uit het ASVV van het kennisplatform CROW. De belangrijke onderdelen hierin en specifieke richtlijnen voor toegankelijkheid zijn opgenomen in paragraaf 2.7. van het HIOR. 6. WKO-bronnen zijn niet in de openbare ruimte toegestaan.
5.8.4 Speel- en sportvoorzieningen
Buiten spelen is goed voor de motorische, cognitieve en sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen. De gemeente zet zich in voor meer speelruimte en een betere spreiding over de stad. Dit geldt zowel voor formele speelruimten waar de hoofdfunctie spelen is en de ruimte ingericht is met speel- en sporttoetstellen, als voor de informele speelruimte bestaande uit vrije openbare
speelruimte en eventuele speelaanleidingen speelrouten. Schoolpleinen en sportvelden moeten waar mogelijk openbaar toegankelijk worden. Ook stimuleert Haarlem het inclusief en natuurlijk spelen: speelplekken zonder vaste inrichting waar kinderen kunnen ontdekken. Ook de routes tussen de speelvoorzieningen in een wijk wil de gemeente verbeteren. Randvoorwaarden 1. Veiligheid en inrichting dienen te voldoen aan Warenwetbesluit Attractie- en Speeltoestellen: Speelplekken moeten veilig en aantrekkelijk zijn. Ze moeten sociaal veilig worden ingericht, waarbij rekening moet worden gehouden met o.a. zichtlijnen, verlichting en beplanting. 2. Speeltoestellen en speelconstructies dienen te voldoen aan NEN 1176 en valondergronden aan de NEN1177. Eisen 1. Het speelruimtebeleid zoals beschreven in de nota Speelruimtebeleid, het Deelprogramma Speelvriendelijke openbare ruimte 2025 en in het HIOR, is de basis voor het maken van uitwerkingsplannen samen met de betrokkenen uit de verschillende wijken. 2. Drie procent van de beschikbare openbare ruimte is bestemd voor speelruimte. Er dient 10 m2 formele speelruimte te zijn per jonge Haarlemmer, aangevuld met 20 m2 informele speelruimte. 3. Spelaanleidingen opnemen in het ontwerp openbare ruimte. 4. Na schooltijd is de openbare ruimte bij de school toegankelijk voor buurtkinderen. 5. We zetten in op inclusief spelen.
Hiervoor wordt de samenspeelrichtlijn van het Samenspeelnetwerk
Korte Verspronckweg | PvEL |
gehanteerd. Dit houdt in dat 100% van de kinderen zich welkom moeten voelen, 70% van de speelaanleidingen bereikbaar is en 50% bespeelbaar is. 6. Er dient een een goede verdeling van speelruimte in de eigen wijk te zijn. Voor kinderen in de leeftijdscategorie 0 - 12 jaar geldt een maximale loopafstand 400 meter inclusief fysieke barrieres zoals spoorlijn, watergang en gebiedsontsluiting/ erftoegangsweg. Voor de leeftijdscategorie 0 - 19 jaar geldt maximaal 1000 meter loop/fietsafstand. 7. Speelwaarde sluit aan bij speelbehoefte van de doelgroep en is gevarieerd (bewegen, sporten, ontdekken, ontspannen en ontmoeten) en uitdagend ( 0 - 6 jaar, 6 - 12 jaar, 12 - 19 jaar). Wens 1. Afspraken maken over het gebruik van het schoolplein om na schooltijd het plein toegankelijk te maken voor de kinderen uit de buurt.
5.8.5 Afvalinzameling
Voor alle bewoners en gebruikers dienen op loopafstand (max 250 meter) voldoende containers aanwezig te zijn om op een duurzame manier afval te deponeren. Afvalinzameling is toegankelijk en leidt niet tot gevaarlijke verkeerssituaties. Eisen 1. Voor de Korte Verspronckweg zijn 5 ondergrondse inzamelcontainers nodig: • 3 containers voor restafval • 1 container voor PBD • 1 container voor glas? 2. Daarnaast komen er GFT minicontainers I in de buurt van de entree van de woningen 3. Vrachtwagen moet veilig kunnen manoeuvreren
84
Wens 1. Inzameling bij voorkeur centraal in het gebied plaatsen.
5.8.7 Waterpartijen
Eisen 1. Bij aanpassing van de watergangen die parallel aan de spoordijk gelegen zijn, is borging van de stabiliteit van het dijklichaam belangrijk. Hierover moet afstemming plaatsvinden met Prorail. 2. De waterpartijen in het gebied hebben een functionele en visuele samenhang en worden voorzien van natuurlijk kindvriendelijke oevers met hoge ecologische waarde.
5.8.8. Permacultuurtuin
Eisen 1. In het SO landschappelijk plan zoals uitgewerkt in hoofdstuk 4 is een plek voor de permacultuurtuin gereserveerd. Afspraken over exacte inpassing volgen bij het opstellen van een DO landschapsontwerp 2. Afspraken over beheer worden vastgelegd in een beheerplan 3. De permacultuurtuin is openbaar toegankelijk 4. De Stichting Permacultuurtuin Haarlem beheert en onderhoud de permacultuin op de Korte Verspronckweg zelf 5. De gemeente is eigenaar van de grond Wensen 1. Er wordt gestreefd naar structurele samenwerking m,et de Vrije School 2. Het is de aanbeveling om bewoners en bezoekers van het gebied mee te laten doen met activiteiten in de Permacultuurtuin
5.9 Privaat Maaiveld In het SO landschap hoofdstuk 4 is uitgebreid aandacht besteed aan: 1. Overgangszone tussen openbare ruimte en gebouw 2. Voortuinen bij woningen 3. Overige privaat maaiveld 4. Collectief maaiveld 5. Hagen als erfafscheiding Eisen 1. Bij verdere uitwerking van het schetsontwerp Stedenbouw en landschap wordt verwacht dat de voorstellen uit dit SO op bovenstaande onderwerpen worden overgenomen. Kwalitatieve verbeteringen kunnen ter beoordeling voorgelegd worden , aan het Q-team Zijlweg-West. Wens 1. Uitgaande van de visie op dit gebied en de beoogde type bewoner leent het gebied zich om de collectieve ruimte (gedeeltelijk) door de bewoners te laten beheren. In hoofdstuk 4.x is een afbeelding opgenomen met een voorstel voor de verdeling van de ruimte in een privaat deel, een collectief deel en een openbaar deel. Het DO stedenbouwkundig plan en het landschapsplan wordt voorzien van een passend beheerplan.
5.10 Gebouwen
2. Gebouwplinten 3. Entreepartijen 4. Bergingen en (collectieve) stallingsruimten 5. Parkeergarages 6. Technische ruimten en installaties 7. Vergroenen daken en gevels 8. Bouwvolumes 9. Gezondheid 10. Te behouden gebouwen en bouwdelen Hoofdstuk 6 geeft de beeldkwaliteitscriteria voor de vormgeving van de gebouwen. Samen met onderstaande randvoorwaarden, eisen en wensen worden gebouwontwerpen hieraan getoetst
5.10.1 Sociaal veilig en toegankelijk
Gebouwen dienen zo ontworpen te worden, dat ze bijdragen aan een sociaal veilige leefomgeving. Gebouwen dienen voor iedereen goed toegankelijk te zijn en te kunnen worden gebruikt. Gebouwen worden zo ontworpen dat bewoners en gebruikers elkaar kunnen ontmoeten. Dit draagt bij aan het tegengaan van anonimiteit en vereenzaming. Eisen 1. De hoofdentree ligt aan de doorgaande route voor fietsers en voetgangers. Alle woningen binnen het woongebouw zijn via deze entree te bereiken. 2. Mengen van wooncategorieën niet op gebouwniveau; bewoners van verschillende typologieën ontmoeten elkaar in de openbare ruimte en de collectieve buitenruimten.
Deze paragraaf geeft de algemene kaders waar de gebouwontwerpen aan moeten voldoen. De kaders zijn onderverdeeld in de volgende thema’s: 1. Sociaal veilig en toegankelijk
Korte Verspronckweg | PvEL |
85
Wensen 1. Bij nieuwbouw van publiek toegankelijke gebouwen hanteren we de norm NEN-9120 (toegankelijk bouwen). 5.10.2 Gebouwplinten De juiste programmering en vormgeving van de begane grond gericht op de openbare ruimte – de zogenoemde gebouwplint – draagt bij aan sociale interactie en een prettige leefomgeving waar het zowel overdag als ’s avonds en ‘s nachts sociaal veilig is. Dit geldt ook voor plinten die grenzen aan collectieve buitenruimten. Voor de beeldkwaliteitscriteria zie paragraaf x Eisen 1. Voorzieningenplint parkeergebouw minimaal 4,5m (gemeten van vloer tot plafond). 2. Eventuele overstekken of arcades zijn overzichtelijk en worden in de avonduren goed verlicht, zodat overlast en sociale onveiligheid voorkomen wordt. 3. Aansluiting van woningen aan de straat – dan ook een semiprivate groenzone tussen woning en straat, directe toegang van de straat naar de woning.
5.10.3 Entreepartijen
De juiste afmeting, vormgeving, inrichting en verlichting van een entreepartij is een belangrijk aandachtspunt. Niet alleen voor de sociale veiligheid, maar ook voor het bevorderen van (informele) contacten tussen bewoners en gebruikers, waardoor anonimiteit wordt verminderd. Voor de beeldkwaliteitscriteria zie paragraaf 5.3.5.
Eisen 1. Bij de entreepartij extra ruimte creëren voor ontmoeting met een inrichting die daartoe uitnodigt. Afmeting is afhankelijk van de grootte van het gebouw. Het kan bijvoorbeeld een huiselijk ingerichte ruimte naast de entree zijn met een leestafel en stoelen. 2. Extra aandacht voor het functioneren van entreepartijen bij dubbelgebruik voor woningen, voorzieningen en/of bedrijven. 3. Elke woning beschikt over een eigen buitenruimte van minimaal 5m².
5.10.4 Bergingen en (collectieve) stallingsruimten Goed toegankelijk stallingen voor bewoners en werknemers zijn cruciaal voor de Haarlemse mobiliteitstransitie. Fietsen- en scootmobielstallingen voor bewoners en gebruikers worden inpandig bij de (hoofd)entrees geplaatst, zie de eisen in paragraaf 4.7.4. Deze stallingsruimten domineren de plint van het gebouw niet. Als er bergingen worden toegepast, dan zijn deze niet zichtbaar vanaf de openbare ruimte.
van de bewoners en omwonenden niet domineren of negatief beïnvloeden ten gevolge van geluid-, stank en lichtoverlast. Voor de beeldkwaliteitscriteria zie paragraaf x. Eisen 1. De benodigde parkeerplaatsen worden opgelost in een los parkeergebouw bij de entree van het gebied (aan de Korte Verspronckweg). De parkeergarage is direct vanaf de Korte Verspronckweg te bereiken. 2. Het parkeergebouw heeft ruimte voor een voorziening op de begane grond (minimale hoogte 4,5m). Zichtbaar vanaf de straat en vanaf de openbare ruimte van het gebied. De helllingbaan bevindt zich aan de zijde van het spoor, niet in het zicht vanaf de entree of openbare ruimte. 3. Ontsluiting voor voetgangers richting de woningen aan de openbare ruimte 4. Logistiek verkeer parkeert aan de voorzijde van het parkeergebouw. Er is een logistieke doorgang intern in het gebouw en een pakketpunt in de plint aan de zijde van de woningen.
Eisen 1. Voldaan wordt aan de kwaliteitseisen voor fietsenstallingen volgens de Nota parkeernormen. 2. Een toegankelijke fietsenstalling zonder obstakels. Bijvoorbeeld dmv elektrische deuren. 3. Goede verlichting en overzichtelijkheid moet bijdragen aan de (sociale) veiligheid in de fietsenstallingen.
5.10.6 Technische ruimten en installaties
5.10.5 Parkeergarage
Het bouwvolume bepaalt de vorm en grootte van een gebouw, wat zowel esthetische als functionele impact met zich meebrengt, zie ook hoofdstuk 3. Eisen
In het deelgebied Korte Verspronckweg vindt het autoparkeren geconcentreerd plaats in een wijkhub. Deze parkeerfaciliteiten mogen de leefomgeving
Korte Verspronckweg | PvEL |
Zie 5.10.6 Technische ruimten en installaties masterplan Ontwikkelzone Zijlweg-West.
5.10.7 Vergroenen daken en gevels
Zie 5.10.8 Vergroenen daken en gevels masterplan Ontwikkelzone Zijlweg-West.
5.10.8 Bouwvolumes
86
1. Er worden setbacks in het hoofdvolume toegepast om de menselijke maat, het contact met de straat en openbare ruimte, en mogelijkheden voor vergroening van het volume te vergroten. In Hoofdstuk 3 wordt dit verder toegelicht. 2. Gebouwen lijnen niet uit en verspringen minimaal 3 meter ten opzichte van elkaar. Een uitzondering hierop betreffen de te behouden gebouwdelen.
5.10.9 Te behouden gebouwen en bouwdelen
Zoals in hoofdstuk 2 en 3 wordt uitgelegd zijn er een aantal bestaande gebouwen of funderingen in het projectgebied die deels gebruikt kunnen worden voor nieuw bebouwing. Onderzocht moet worden of het mogelijk is om te behouden Het gaat in het specifiek om twee gebouwdelen van het voormalige schoolgebouw die transformeren naar woningen met daarbij een optopping mogelijk ook worden opgetopt met woningen. Een deel van de draagconstructie kan ook in de openbare ruimte hergebruikt worden, bijvoorbeeld als pergola.
Wens 1. Hergebruik van andere gebouwen/constructies, indien mogelijk wordt gewaardeerd.
5.11 Slotbepalingen Dynamische verwijzing 1. Waar in de randvoorwaarden, eisen en wensen wordt verwezen naar wetgeving, regelgeving, beleid(sregels) of gelijk te stellen documenten waaraan moet worden voldaan, geldt dat met inbegrip van latere wijzigingen. Hardheidsclausule 1. Er kan door de gemeente gemotiveerd worden afgeweken van eisen vastgelegd in het programma van eisen voor de leefomgeving indien een eis leidt tot gevolgen die onevenredig zijn in verhouding tot de met deze eis of ander eisen te dienen doelen
Eisen 1. Nader onderzoeken of de twee gebouwdelen in het plangebied kunnen worden getransformeerd naar woningen en mogelijk ook kunnen worden opgetopt. 2. Nader onderzoeken of de draagconstructie van het gebouwdeel ter hoogte van de centrale ontmoetingsruimte kan worden hergebruikt als pergolaconstructie in de buitenruimte.
Korte Verspronckweg | PvEL |
87
6. Beeldkwaliteit 6.1 Inleiding Het hoofdstuk Beeldkwaliteit bevat criteria als aanvulling en specificatie op het Masterplan Zijlweg-west voor het gebied Korte Verspronckweg. De visie van de ontwikkeling is opgebouwd aan de hand van de drie pijlers: vrijplaats, voortbouwen op bestaande kwaliteiten, en gemengde stadsbuurt met gevoel van community. Het moet een herkenbaar en karaktervol gebied worden waar ruimte is voor experiment en informaliteit. Dit weerspiegelt in de gebouwen en de buitenruimte. De kern van de beeldkwaliteit voor gebouwen in dit gebied volgt een aantal principes: • Vergroening: materiaal en uitstraling van het gebouw is ondergeschikt aan het groen en het landschap. • Karaktervol: elk gebouw vertelt een eigen verhaal en heeft een eigen karakter. Elk gebouw is uniek maar ook onderdeel van een familie van gebouwen door architectonische overeenkomsten, toepassing van gelijkaardige gevelmaterialen of gevelkleuren. • Volumeopbouw: gebouwen hebben een interessante vorm door setbacks, terrassen, buitenruimtes en dakvorm. • Collectieve ruimte is afleesbaar in het gebouwontwerp. De Beeldkwaliteitscriteria worden opgedeeld in de volgende onderdelen: • Ruimtelijke structuur van de bebouwing • Massa en vorm van de bebouwing • Materiaal, kleur en detaillering van de bebouwing • Openbare ruimte • Privaat en collectief maaiveld Korte Verspronckweg | PvEL |
88
6.2 Beeldkwaliteit gebouwen 6.2.1 Ruimtelijke structuur van de bebouwing
• De bebouwing staat in een losse setting in het landschap met voldoende ruimte voor groen tussen de gebouwen. • De gebouwen kunnen licht worden geroteerd mits de doorzichten op de landschappelijke gordel behouden blijven en het de bezonning van de woningen niet nadelig beïnvloed. • De gebouwen verspringen ten opzichte van elkaar en de rooilijnen liggen nooit in één lijn. Dit zorgt voor interessante doorzichten op ooghoogte en versterkt de losse setting van de gebouwen. • De gebouwen zijn alzijdig en richten zich zowel op de centrale route als het landschap.
6.2.2 Massa en vorm van de bebouwing
• De volumes hebben een eenvoudige geometrie en worden als geheel ervaren. Door setbacks en een getraptheid toe te passen krijgen de volumes meer menselijke maat en verfijning. Deze setbacks zorgen voor meer contact met de straat, mogelijkheden voor vergroening en ruimte voor privaat gebruik. De setbacks bevinden zich aan wisselende zijden en verdiepingshoogtes voor een gevarieerd beeld. • Getrapte volumes kunnen op verschillende manieren worden uitgevoerd: buitenruimtes en terrassen, uitgeschoven volume of setback. • De gebouwen hebben een wisselende korrel en hoogte waardoor een divers beeld ontstaat. • Elk gebouw krijgt een eigen karakter mee; de architectuur, vorm, materialisering en kleurstelling vertellen één verhaal, passend binnen één familie. • Een subtiele dakvorm of beëindiging van het volume kan worden toegepast om de gelaagdheid van het volume te versterken, mits deze bijdraagt aan de hemelwaterverordening.
Gelaagdheid in de volumes
Buitenruimtes doen mee in beleving van het volume
Alzijdige gebouwen in het landschap
Gebouwen met eenvoudige geometrie en gelaagdheid
Korte Verspronckweg | PvEL |
89
6.2.3 Materiaal, kleur en detaillering van de bebouwing
• Gevels kunnen in een of verschillende materialen uitgevoerd worden ter ondersteuning van het gekozen architectonisch concept, maar er is altijd sprake van één duidelijk hoofdmateriaal: steen of hout (zie Masterplan Zijlweg-west). Andere, ook nieuwe materialen zijn toegestaan mits in een vergelijkbare natuurlijke kleurstelling uitgevoerd. • De toe te passen kleuren zijn altijd in harmonie met het groene karakter van de spoorzone. • Alle gekozen materialen moeten mooi verouderen. Als gekozen wordt voor ‘nieuwe’ materialen moet aangetoond worden dat ook deze materialen mooi verouderen. • Het gebruik van duurzame en bio-based materialen, bijvoorbeeld Kalkhennep wordt gestimuleerd. • De kwaliteit van de architectuur van de gebouwen is gelijk voor de verschillende woningtypen en categorieën.
Materialen in een natuurlijke kleurstelling
Natuurlijke materialen
Kalkhennep als voorbeeld van een 'nieuw' gevelmateriaal
Duidelijk zichtbare hoofdentree
6.2.4 Plint en entrees
• De hoofdentree is duidelijk zichtbaar in het volume, aan de centrale route. De entree is transparant. • Transparantie entreehal en fietsenstalling in de plint.
6.2.5 Galerijen
• Galerijen zijn een integraal en mee-ontworpen onderdeel van het gebouw. • Wanneer de galerij aan de zonzijde van de woning ligt, wordt een leefgalerij toegepast met private buitenruimte in de zon. Een galerij is meer dan alleen de ontsluiting en creëert ook ruimte voor ontmoeting en vergroening.
Korte Verspronckweg | PvEL |
90
6.2.6 Balkons en loggia's
• Balkons en loggia's zijn integraal onderdeel van de architectuur en het toegepaste type is afhankelijk van de stedenbouwkundige context. • Aangehangen balkons mogen aan de zijde van de centrale route niet uitsteken buiten de rooilijn. Aan de overige zijden is dit wel toegestaan. • Groen op balkons, wordt waar mogelijk en wenselijk gestimuleerd, bijvoorbeeld door middel van het integreren van bloembakken in de balustraden.
6.2.7 Daken
• Alle daken hebben natuurwaarde. Collectieve daken zijn robuust en weelderig groen ingericht. • Alle daken dragen bij aan hemelwaterbuffering in het gebied als geheel. • Ruimte voor energieopwekking. • Daken zijn als onderdeel van het volume mee-ontworpen en doen mee in de vormentaal. Verschillende dakbeëindigingen en teruggelegen daken zorgen voor een gevarieerd beeld. • Technische installaties op daken zijn niet zichtbaar en zijn onderdeel van de ontwerpopgave
Galerijen en balkons binnen het gevelvlak
Aangehangen balkons integraal onderdeel van het gebouw
Gevarieerd daklandschap
Bijzonder dakvorm ontworpen voor opvang regenwater
Korte Verspronckweg | PvEL |
91
6.2.8 Groen bij en op gebouwen
• Er zijn altijd verschillende type groen ervaarbaar vanaf maaiveld. Gevelgroen en groene daken verrijken het groenbeeld op ooghoogte, vervriendelijken de plint en ‘verzachten’ de architectuur.
Klimgroen in volle grond
Korte Verspronckweg | PvEL |
Verschillende toepassingen van groen op het gebouw
92
6.2.9 Wijkhub De Wijkhub is het entreegebouw van het gebied aan de Korte Verspronckweg. De wijkhub voegt zich in het geheel van representatieve publieke voorzieningen aan de Korte Verspronckweg. • De wijkhub is het visitekaartje van de Korte Verspronckweg, de architectuur sluit qua beeldkwaliteit aan op de overige bebouwing van de Korte Verspronckweg. • De wijkhub is wordt alzijdig ontworpen met een verbijzondering van het volume aan de zijde van de Korte Verspronckweg in de vorm van een kunstwerk, klok of een verbijzondering van het trappenhuis. • Plint: extra hoge en transparante plint aan de noorden westzijde, de plint dient voorzien te zijn van levendige voorzieningen. Parkeren op de begane grond is niet toegestaan. • Plint: de entree voor autoverkeer ligt aan de Korte Verspronckweg. Voor voetgangers is er zowel een entree aan de Korte Verspronckweg als aan de kant van de buurt. • Gevelbekleding in een natuurlijk materiaal, geschikt voor natuurlijke ventilatie van de parkeergarage en geschikt voor vergroening. • Voor de uitstaling van een parkeergebouw is een verlichtingsontwerp van belang
Impressie: voorziening op de begane grond van de wijkhub aan de entreezijde (impressie OpZoom architecten)
Referentie: groene gevel aan de spoorzijde van de wijkhub
Impressie: verlichting belangrijk voor uitstraling parkeergebouw (impressie OpZoom architecten)
Impressie: verbijzondering volume door hoekaccent
Korte Verspronckweg | PvEL |
93
6.2.10 School • De vormgeving van de school sluit aan op de overige bebouwing. • Representatieve zijde gericht naar de centrale route (westgevel). • Visueel onderscheid tussen het schoolgebouw en de gymzaal. Massaliteit van het volume wordt gebroken door getraptheid toe te passen. 6.2.11 Overig • Buurtvoorziening ten zuiden van de permacultuurtuin vormgegeven als kas.
Buurtvoorziening vormgegeven als kas
Referentie: schoolgebouw sluit aan bij vormgeving overige bebouwing
impressie getrapt volume schoolgebouw de Lindeboom met gymzaal, RAU architecten
Korte Verspronckweg | PvEL |
94
6.3 Beeldkwaliteit landschap 6.3.1 Natuurlijk en informeel Het gebied van de Korte Verspronckweg heeft in de huidige situatie een sterk informeel, maar ook verwilderd groenbeeld. Dit komt door de bestaande bomen en beplanting, het informele schoolplein en de verwilderde zuidkant van het gebied inclusief permacultuurtuin. De Korte Verspronckweg behoudt in de nieuwe situatie nadrukkelijk één landschappelijk groenbeeld: natuurlijk en informeel. Dat betekent dat het gebied niet aangeharkt hoeft te zijn, maar dat het wel: • één natuurlijke groenuitstraling met een samenhangend beplantingsconcept met de juiste mix van inheemse beplanting en bomen (meerstammig en enkelstammig). • Toepassen van groene erfafscheidingen zonder enkel strak geschoren hagen toe te passen. • Gebruik van natuurlijke materialen voor (speel) objecten, inrichtingselementen of meubilair. Denk hierbij aan hout, touw, halfverharding of staal. • Zachte overgangen tussen verharding en groen met gebruik van verlaagde kantopsluiting voor een goed beheer. • Lichte verhogingen in het maaiveld voor voldoende variatie in open, besloten en doorzichten. • Behoud van dode of verwijderde bomen voor ecologische doeleinden of natuurlijk spelen. • Toepassen van struweel, vaste planten of takkenrillen voor voldoende beschutting voor mens en dier.
• Geen gazon dat veelvuldig gemaaid moet worden maar bloem- en kruidenrijk gras dat bijdraagt aan de biodiversiteit.
6.3.2 Beeldkwaliteitprincipes Het gebied van de Korte Verspronckweg kenmerkt zich als een verborgen groene parel omgeven door water. Daarnaast heeft het gebied een gevoel van autarkie, iets spannends en informeels. En deze plek heeft een aantal bijzondere bestaande groene kwaliteiten die een eigen karakter en beleving geven op het moment dat je het terrein betreedt. Op basis van bovenstaande kwaliteiten zijn een aantal algemenen principes opgesteld die richting geven aan de uitwerking van de beeldkwaliteit van het landschapsontwerp: • Ontwerp op basis van de bestaande bomen/ beplanting en gebruik ze als inspiratie voor zichtlijnen, open en besloten plekken en routing. • Bestaande bomen geven schaduw en beschutting wat invloed heeft op de onderbeplanting. Gebruik deze zones voor schaduwminnende vaste planten, heesters of onderbeplanting. • Versterk de relatie met het water rondom het plangebied. Maak het water beleefbaar, toegankelijk en gebruik het als inspiratie voor zichtlijnen en routing. • Inrichtingselementen krijgen een natuurlijk uiterlijk met basismateriaal van hout of staal met lichtgroene gekleurde elementen die wegvallen in de omgeving. • Plantvakken en groenvakken liggen lager dan de verharding zodat het water direct kan afwateren richting het groen.
• Het landschap en de openbare ruimte is sociaal veilig met voldoende overzicht, zichtassen, open of lage beplanting en een veilig verlichtingsniveau.
Korte Verspronckweg | PvEL |
95
Het landschap van de Korte Verspronckweg heeft nadrukkelijk één samenhangend groenbeeld. Echter, in het landschapsontwerp is ook overduidelijk een tweedeling zichtbaar die het gevolg is van het stedenbouwkundige en landschappelijke concept. Deze tweedeling bestaat uit een groene gordel aan de buitenrand en een route van interactie en ontmoeting aan de binnenkant. De gebieden hebben verschillen in zonering, verharding en beleving die hier worden beschreven. De groene gordel De groene gordel heeft een informeel karakter, gebogen paden en organische heestergroepen of plantvakken. Er is een belevingsconcept van open en besloten plekken dat door middel van zonering en beplanting is geënsceneerd. Bestaande bomen/beplanting en een sterke (zicht)relatie met het omringende water zijn hierbij het startpunt. Het groen is structurerend in volume (de vorm van afzonderlijke boomkronen of heesters is niet noodzakelijk afleesbaar). Bomenlaag en onderbeplanting lopen in elkaar over met voldoende doorzichten en open plekken. Gebruik struweel, gemengde hagen en takkenrillen als landschappelijke elementen voor structuur en begeleiding van ecologische doelsoorten. De paden in de groene gordel worden uitgevoerd in halfverharding. Waar nodig wordt gebruik gemaakt van gemaaide paden of grasbetonsstenen. Dit kan bijvoorbeeld gewenst zijn om een terras of entree toegankelijk te maken.
De kleur van de halfverharding sluit aan bij de verharding van de rest van het terrein om een eenduidige uitstraling en samenhang te realiseren. De voorgestelde kleurstelling is een mix van warme lichtgrijze, gele en beige tinten.
Legenda Doorzichten Bestaande bomen Nieuwe bomen Beplantingszone openbaar Beplantingszone prive
Korte Verspronckweg | PvEL |
96
Route van interactie en ontmoeting De route van interactie en ontmoeting heeft een formeel karakter, rechte pleinen en geometrische plantvakken. Het beeld van de bomen, beplanting en het groen van de route van interactie en ontmoeting is georganiseerd vormgegeven. Er is een duidelijk onderscheid tussen de bomenlaag en onderbeplanting met vrije zichten. De inheemse bomen en vorm van boomkronen zijn herkenbaar afleesbaar en de beplanting is zorgvuldig samengesteld op basis van een duidelijk kleur-, vorm-, en beplantingsconcept. De route van interactie en ontmoeting wordt een herkenbare hoofdstructuur daarom is het belangrijk dat deze een eenduidige uitstraling krijgt. Hiervoor wordt ‘ton sur ton’ toegepast, wat letterlijk kleur op kleur betekent. Het is een stijl waarbij verschillende tinten van dezelfde kleur worden gecombineerd voor een rustig, harmonieus en verfijnd effect. De route van interactie en ontmoeting wordt uitgevoerd in een combinatie van elementenverharding met een herkenbaar legverband, uitstraling en detaillering. Specifieke zonering of gebruik van de buitenruimte, zoals bijvoorbeeld een overgangszone, molgoot of delftse stoep wordt gemarkeerd met een afwijkend legverband. De pleinen hebben een verbijzondering in afmeting, kleur of legverband. De voorgestelde kleurstelling is een mix van warme lichtgrijze, gele en beige tinten.
Bij de uitwerking van het landschapsontwerp wordt hergebruik van bestaande materialen, vanuit een duurzaamheidsaspect, geadviseerd.
Legenda Elementenverharding Pleinverharding A afwijkend legverband Pleinverharding B afwijkend legverband Zonering met afwijkend legverband Leefstraat, afwijkend legverband
Korte Verspronckweg | PvEL |
97
7. Uitvoering 7.1 Inleiding In de vorige hoofdstukken ging het over de ruimtelijk-programmatische kaders voor de ontwikkeling van de Korte Verspronckweg. Voordat de uitvoering kan beginnen, is nog een aantal vervolgstappen nodig. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de eigendomssituatie, de contracteringsstrategie , de financiering, het planproces, de communicatie en de kwaliteitsborging.
7.2 De eigendomssituatie en contracteringsstrategie In de ontwikkelstrategie Zijlweg-West (d.d. 22 februari 2023 vastgesteld door de gemeenteraad) zijn de richtlijnen bepaald op welke wijze de zone wordt ontwikkeld. Daarnaast heeft de gemeente Haarlem op 30 mei 2024 besloten het voorkeursrecht op gronden in de Zone Zijlweg-West te vestigen om zo regie te hebben op de beoogde herontwikkeling. Deze ontwikkelstrategie wordt voor de Korte Verspronckweg uitgewerkt in een contracteringsstrategie. Voor de Korte Verspronckweg wil de gemeente actief grondbeleid voeren, omdat zij grotendeels de grond in eigendom heeft. Twee percelen zijn in bezit van NS Vastgoed. Eén van de percelen kent een erfpachtrecht dat afloopt in 2029. De gemeente Haarlem is voornemens deze gronden te verwerven. Hierover zijn tussen de gemeente en NS Vastgoed verregaande overleggen.
De opstallen zijn gemeentelijk eigendom en zijn bijna geheel afgeschreven. De opstallen worden nu tijdelijk verhuurd voor verschillende voorzieningen zoals voor scholen, sport, kunst en cultuur. De voorzieningen kunnen blijven tot het moment dat de uitvoering gestart wordt. De contracteringsstrategie vormt uiteindelijk de basis waarop de ontwikkelaar voor het gebied wordt geselecteerd middels een tender. De belangrijkste aandachtspunten voor de contracteringsstrategie van de Korte Verspronckweg zijn: 1. Fasering van de ontwikkeling: de nieuwbouw voor De Lindeboom start vooruitlopend op de ontwikkeling van de Korte Verspronckweg. Hiervoor wordt apart een BOPA procedure gevolgd. Bouwheer is het Stichting Vrije Scholen Ithaka. Het schoolbestuur is juridisch eigenaar en de gemeente is economisch eigenaar. Bij de uitvoering van de herontwikkeling moet rekening worden gehouden met de realisatie van de spoortunnel tussen het plangebied en de Spoorwegstraat. De realisatie van de spoortunnel is afhankelijk van de planning van werkzaamheden van Prorail aan het spoor. Overleg met Prorail is hiervoor een vereiste. Tenslotte is het streven om tuincentrum Primavera zo lang mogelijk in het gebied te laten blijven. Indien het tuincentrum ook terugkeert naar de Korte Verspronckweg is het ook belangrijk dat er gekeken wordt naar een goede
Korte Verspronckweg | PvEL |
invulling van de overbruggingperiode. 2. Tender: het ontwikkelprogramma Korte Verspronckweg van zowel vastgoed als de openbare ruimte wordt via een tender in de markt gezet. De contracteringsstrategie wordt op dit moment uitgewerkt en zal de uitwerking van de tender toelichten. Medio 2026 wordt de contracteringsstrategie samen met dit programma van eisen voor de leefomgeving en de grondexploitatie ter vaststelling aangeboden aan de gemeenteraad. 3. Sociale huurwoningen: bij de tender wordt rekening gehouden met de ontwikkelpositie van woningcorporatie Ymere voor de sociale huurwoningen in het gebied volgens de afspraken die de gemeente en woningcorporatie Ymere vastgelegd hebben in de afsprakenbrief Korte Verspronckweg (getekend 3 juli 2024). 4. Maatschappelijke voorzieningen: voor de selectie van de maatschappelijke voorzieningen die op de Korte Verspronckweg gehuisvest worden, wordt een prijsvraag uitgeschreven onder de Haarlemse culturele en maatschappelijke voorzieningen en alle voorzieningen die nu al in het plangebied aanwezig zijn. Hierbij kan gedacht worden aan impact ondernemerschap, waarbij maatschappelijke meerwaarde boven winstmaximalisatie gaat en die zorgt voor positieve verandering terwijl ze ook hun bedrijf laten groeien.
In de contracteringsstrategie moet er aandacht zijn voor de borging van de financiële haalbaarheid van langdurige vestiging van deze voorzieningen.
98
5. Wooncoöperatie: de ontwikkelaar zal zorgdragen voor de selectie van de wooncoöperatie en de bouw van de woningen. Het vastgoed zal vervolgens overgedragen worden aan de wooncoöperatie zelf. Gedacht wordt om de grond voor de wooncoöperatie in erfpacht uit te geven. 6. Ontwerp: de ontwikkelaar zal eerst een stedenbouwkundig plan opstellen. Dit plan wordt ter besluitvorming aangeboden aan het college van B&W. Het voorlopig ontwerp zal als basis dienen voor het opstellen van een omgevingsplan Korte Verspronckweg. Voor het inrichtingsplan voor de openbare ruimte wordt een technisch programma van eisen opgesteld waaraan het ontwerp vervolgens wordt getoetst. De openbare ruimte wordt na realisatie turn key overgedragen aan de gemeente 7. Parkeerhub: om de Korte Verspronckweg een autoluwe wijk te maken komt er aan de entree van de Korte Verspronckweg de parkeerhub voor het bewoners en bezoekersparkeren, parkeren van deelauto’s en een Kiss en Ride voor de school De Lindeboom. Het is de bedoeling dat na realisatie de parkeerhub door de ontwikkelaar aan de gemeente wordt overgedragen. Op dit moment is de gemeente bezig met het formuleren van gemeentelijk beleid voor de exploitatie van gebouwde parkeervoorzieningen.
7.3. Financiering Voor de ontwikkeling van de Korte Verspronckweg is een grondexploitatie opgesteld voor het plangebied opgesteld. Deze zal in mei samen met de stukken voor de aanbesteding voor de verkoop van de locatie ter besluitvorming worden voorgelegd aan de Raad. Op basis van een eerste haalbaarheidsberekening
wordt vooralsnog van een neutrale ontwikkeling uitgegaan.
1. Het stedenbouwkundig plan 2. Het inrichtingsplan openbare ruimte
7.4. Planproces en Planning
Deze participatie is onder regie van de ontwikkelende partij. Daarnaast zijn er nog momenten waarop bewoners hun zienswijze kunnen indienen: 1. Wanneer het omgevingsplan voor de Korte Verpsonckweg ter inzage wordt gelegd kunnen bewoners hun zienswijze geven 2. Bij de indiening van de omgevingsvergunning is er een mogelijkheid voor bezwaar en beroep
De gemeente kiest voor een actieve rol in deze gebiedsontwikkeling. Hierbij wordt het Haarlems Ruimtelijk Planproces (HRPP) en het Haarlems Civiel Planproces (HCPP) gehanteerd. Tender Na het vaststellen van het Programma van Eisen voor de Leefomgeving, de grondexploitatie en de contracteringsstrategie voor de Korte Verspronckweg wordt de tenderprocedure opgestart voor de selectie van de ontwikkelaar van het plangebied. Ontwerpfase Na de aanbesteding van het ontwikkelplan Korte Verspronckweg start de ontwerpfase. In de ontwerpfase werkt de ontwikkelaar het PvEL uit in een stedenbouwkundig plan en een beeldkwaliteitsplan voor zowel de gebouwen en de openbare ruimte. In deze fase stelt de gemeente het omgevingsplan Korte Verspronckweg op om de ontwikkeling juridisch planologisch mogelijk te maken. Voorbereidings- en uitvoeringsfase In deze fase wordt de omgevingsvergunning aangevraagd en worden voorbereidingen getroffen om het ontwerp uit te voeren.