CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

2 Bijlage 1 Projectbeschrijving Taalles zonder drempels - AMIF bijlage D

commissie Samenleving 26 juni 2025, gemeente HaarlemBij agendapunt: Asiel- en Migratiefonds (AMIF) subsidieaanvragen 'online lessen in de inburgering' en 'arbeidsmarkttoeleiding van COA-bewoner14.252 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

3d. Overige externe kosten Artikel 18 van de subsidieregeling AMIF, ISF en BMVI 2021-2027 schrijft voor wanneer overige externe kosten subsidiabel zijn. Kunt u toelichten waarom u gekozen heeft voor deze kostensoort?

27

Op een aantal punten in het projectplan is er een behoefte aan externe expertise. Dit gaat om de volgende activiteiten: • Begeleiding bij ‘vertaalslag’ bestaande modules naar online modules – nnb • Externe expertise voor ontwikkelen online toetsen voor deelnemers aan de taallessen – nnb • Externe eindevaluatie – ITTA

Kunt u toelichten hoe u de marktconformiteit wil gaan onderbouwen? Geen van de bovenstaande opdrachten komt in waarde uit boven de aanbestedingsgrens. Bij het inkopen van de diensten wordt de inkoopafdeling van de gemeente Haarlem als penvoerder betrokken, en zal ook het gemeentelijk inkoopbeleid worden gehanteerd. Er wordt zo geborgen dat de, op dat moment, vigerende wet- en regelgeving wordt gerespecteerd.

28

Onderdeel 4: Organisatie a. Hoe zorgt u ervoor dat er voldoende capaciteit, ervaring en financiële armslag beschikbaar is voor de uitvoering van het project? (art. 7, lid 4 onder f) Toelichting: Indien cofinanciering van toepassing, voeg dan ook de cofinancieringsverklaring bij het E-formulier en licht de rol van de derden toe. (art. 7, lid 4 onder f). Dit kan bijvoorbeeld een schriftelijke overeenkomst of een schriftelijke toezegging van die derde zijn. Zonder cofinancieringsverklaring kan geen subsidie worden toegekend Capaciteit en ervaring Met de centrumgemeente Haarlem, namens de regio Zuid-Kennemerland, als penvoerder en de taalschool Danner & Danner is er voldoende capaciteit, ervaring en financiële armslag om het project succesvol te kunnen uitvoeren. De gemeente Haarlem heeft de benodigde capaciteit geborgd door inzet van deskundige en ervaren medewerkers. Een beleidsadviseur werk en inkomen levert capaciteit als projectleider, en is verantwoordelijk voor de beleidsmatige aansturing, inhoudelijke toetsing en subsidiebeheer van het project. Daarnaast is er ook een projectmedewerker aangesteld binnen de gemeente Haarlem, die de operationele projectadministratie, monitoring en voortgangsbewaking verzorgt waaronder ook de financiële huishouding van het project.

Ook wordt er gebruik gemaakt van ervaringen en kennis die is opgedaan bij het beheren van andere gesubsidieerde projecten. De gemeente Haarlem heeft als penvoerder de verantwoordelijkheid voor de administratieve functie in de regio voor de ESF+ gelden in de huidige programmaperiode, en heeft ervaring met de aanvraag en verantwoording van een grote ELENA subsidie. Deze ervaringen laten zien dat de gemeente Haarlem over meer dan voldoende ervaring beschikt om de administratieve organisatie en interne controleprocessen (AO/IC) inclusief het opstellen van de juiste formaten in projecten te implementeren. Op het moment zijn er al collega’s binnen de gemeente Haarlem die deze taken op zich nemen, en zij hebben ook ruimte om de taken voor deze AMIF dit najaar op te gaan pakken. Ook uitvoerder Danner & Danner hebben geruime ervaringen met vergelijkbare projecten het gebied van taalonderwijs, projectmanagement, subsidieadministratie, integratieprocessen, de uitvoering van educatieve trajecten voor inburgeraars en het leveren van de capaciteit van de docenten binnen het project. Daarnaast is de gemeente Haarlem geen nieuwe partner voor Danner & Danner. Door deze eerdere projecten zijn de gemeente en de taalschool helemaal op elkaar werkprocessen ingespeeld. De financiële dekking van het project is volledig geborgd door de penvoerder, gemeente Haarlem.

Vanuit de gemeente Haarlem zijn middelen beschikbaar gesteld via inzet van in-kind uren: dit betreft onder meer de inzet van de projectleider en de projectmedewerker en ondersteunende functies, bekostigd uit het budget van de gemeente. Ook wordt er voor de cofinancieringseis van 10% een bijdrage gedaan vanuit de liquide middelen vanuit de gemeente Haarlem. De continuïteit van het project is verder gegarandeerd bij toekenning van de subsidie, ook bij eventuele fluctuaties in de subsidiebedragen zijn er extra middelen beschikbaar binnen de gemeente om het project in uitvoering te behouden. Er zijn binnen dit project geen andere partijen uit het samenwerkingsverband of externe private en publieke partijen die cofinanciering leveren.

b. Op welke wijze is uw projectadministratie, die van uw samenwerkingspartners en die van externe uitvoerders ingericht, zodat het ook inzichtelijk en controleerbaar is voor derden? Neem daarbij de onderstaande onderdelen, kosten en deelnemers, in acht:

29

Hoe worden de gemaakte projectkosten verantwoord en bijgehouden? (art. 7, lid 4 onder d, artikel 24 t/m 26) Voor het project ‘Online taallessen voor iedereen tijdens de inburgering’ wordt een integrale projectadministratie gevoerd door de gemeente Haarlem volgens een administratieve organisatie en interne controleprocessen beschrijving. Voor deze AMIF-subsidie wordt gebruik gemaakt van de al bestaande gedeelde omgevingen tussen het samenwerkingsverband van gemeenten en de taalschool. Deze werken al meerdere jaren samen op het gebied van NT-2 voor inburgeraars, waarvoor ook een administratie moet worden gevoerd om de ureninzet en de voortgang van de deelnemers bij te houden. Deze bestaande omgeving wordt uitgebreid met de juiste streefwaarden en indicatoren die aan het project verbonden zijn, en voldoet al aan privacy- en veiligheidseisen m.b.t. het delen van en bewaren van persoonlijke gegevens van deelnemers in de inburgeringstrajecten (o.a. de AVG-wet). Het monitoren van projectgegevens in de centrale administratie wordt gedaan door de ambtelijk projectleider met ondersteuning van de financieel adviseur binnen de gemeente. Door gebruik te maken van de faciliteiten en processen die er al zijn wordt er gewaarborgd dat er een inzichtelijke- en controleerbare administratie is die voldoet aan de subsidievoorschriften.

De gemeentes en de taalschool zijn altijd goed door de controles gekomen en zijn dus gewend aan het opzetten, bijhouden en controleren van de projectadministratie. Werkwijze en controle De projectmedewerker voert onder andere de volgende werkzaamheden uit. Iedere drie maanden verzamelen van administratieve gegevens van de verantwoordelijke functionarissen. Bewaken van de financiële voortgang via een financieel dashboard. Rapporteren aan de projectleider. Fungeren als helpdesk voor vragen rondom projectadministratie. Bewaken van de juistheid en volledigheid van de administratie en terugkoppelen waar nodig. Bij de start van het project vindt een informatiesessie plaats voor de betrokkenen waarin de administratieve werkwijze en verplichtingen worden toegelicht. Hiermee wordt geborgd dat alle partijen weten wat van hen verwacht wordt en dat eventuele risico’s snel worden gesignaleerd en aangepakt.

Hoe wordt de deelnemersadministratie verantwoord en bijgehouden? (art. 7, lid 4 onder h, artikel 24 t/m 26) De volgende elementen komen naar voren in de deelnemersadministratie van het project:

-

-

Naam Geboortedatum Woonplaats Geslacht Nationaliteit Instroom- en uitstroomdatum Doelgroep (inclusief kopie verblijfsdocument zonder tijdelijk doel) Deelname aan activiteiten Instroomdatum (begindatum van de eerste AMIF-activiteit) Uitstroomdatum (einddatum van de laatste AMIF-activiteit) Geleverde prestaties ▪ Afwegingskader deelname aan online taallespilot ▪ Presentie bij online lessen ▪ Resultaten bij eindtoets ▪ Resultaten uit evaluatiegesprekken met docent ▪ Resultaten besproken in de voortgangsgesprekken met de klantmanagers

▪ Ingevulde interviewvragenlijsten door de deelnemer Getekende contracten van de deelnemers die deelnemen aan lessen DUO-brief óf de beschikking PIP van de gemeente en een BRP uitdraai 30

De administratie wordt op deelnemersniveau verzameld en centraal beheerd binnen de gemeentelijke systemen door de klantmanager, zoals het gebeurt bij reguliere inburgeraars die fysieke taallessen volgen. De klantmanager speelt een belangrijke rol: hij beschikt over algemene gegevens van de inburgeraar en houdt een dossier bij over de voortgang binnen de inburgering, waaronder de taallessen, van de deelnemer. Voor het bijhouden van de vorderingen binnen de taallessen wordt samengewerkt met de docenten van de taalschool Danner & Danner, die periodiek informatie aanleveren over de voortgang van de deelnemer over bijvoorbeeld de presentie (zoals ook gebruikelijk is bij de deelnemers aan de fysieke taallessen). Voor alle gegevens geldt dat er rekening wordt gehouden met de geldende AVG-regels en andere wetgeving, die ook al worden geborgd voor deelnemers aan de fysieke taallessen.

c. Heeft u eerder projectadministratie(s) voor EU- of nationaal gesubsidieerd project(en) gevoerd en zo ja kunt u dit nader onderbouwd met voorbeelden toelichten. Ja, de deelnemers hebben ervaring met verschillende gesubsidieerde projecten en het nauwkeurig bijhouden van de projectadministratie van subsidieprojecten. Gemeente Haarlem vervult de administratieve functie in de regio voor de ESF+ gelden in de huidige programmaperiode, en heeft ervaring met verschillende andere EU- en nationale projecten. Een voorbeeld is de ELENA subsidie. ELENA biedt financiële ondersteuning voor het uitwerken van een projectplan voor een grootschalige investering op het gebied van energieefficiëntie, hernieuwbare energie of stedelijke mobiliteit en transport. Met de ontvangen subsidie van € 2,5 mln. worden in de periode van 2024 t/m 2027 woningen gerenoveerd en aardgasvrij gemaakt. De gemeente vervult hier eigenlijk alle rollen in die relevant kunnen zijn binnen het subsidietraject. Ook de andere gemeenten hebben ervaring met subsidieverwerving, bijvoorbeeld met het bijhouden van de benodigde administratie voor de ESF-subsidie richting centrumgemeente Haarlem en eigen subsidietrajecten. Taalschool Danner & Danner heeft ook ervaring met subsidies.

Een voorbeeld is de subsidie Nederland Leert Door, waaronder de taalschool een project heeft gedaan voor de taalontwikkeling van Oekraïners die zich in Nederland hebben gevestigd. Binnen dit project was de taalschool, naast de uitvoering, verantwoordelijk voor een correcte projectadministratie. Het project is succesvol afgerond.

d. Heeft u ervaring en kennis op het gebied van asiel, opvang of integratie in huis en kunt u dit nader onderbouwd met voorbeelden toelichten? De gemeenten in het samenwerkingsverband hebben veel ervaring met asiel, opvang en integratie en het samenwerken met verschillende gemeenten op deze gebieden. Zo vangt de gemeente Haarlem op dit moment al op diverse plekken in de stad asielzoekers op en wordt actief gezocht naar nieuwe plekken om de opvang uit te breiden. Tevens wordt actief samengewerkt door de partners in Kennemerland om de opvang en integratie gezamenlijk te organiseren. Hiertoe is eind 2024 ook een regioplan aan de minister gepresenteerd om niet alleen nu maar ook in de toekomst de opvang en integratie te regelen. Taalschool Danner & Danner heeft meer dan 30 jaar ervaring in het geven van taalles in Nederlands als tweede taal, ook op het gebied van analfabeten en anders geletterden. De taalschool richt zich binnen het taalonderwijs op het ondersteunen van deelnemers bij de

31

inburgering, activering, participatie en werkgelegenheid. Ze hebben een hoog slagingspercentage (89%) en bieden persoonlijke begeleiding. Sinds de nieuwe wetgeving van kracht is geven ze taallessen voor de inburgeraars in de verschillende formele leerroutes. Naast de routes die worden beschreven in dit projectplan bieden ze ook begeleiding in de Onderwijsroute. Danner & Danner doet dit niet alleen in de regio Zuid-Kennemerland maar ook in de Leidse regio, de Duin- en Bollenstreek, Haarlemmermeer, Baarn, Bunschoten en Soest. De taalschool heeft voor haar diensten het keurmerk Blik op Werk. Danner & Danner heeft een CRKBO-certificering, die laat zien dat de onderwijsinstelling voldoet aan strikte kwaliteitsnormen. Ook heeft de taalschool het NRTO-keurmerk behaald wat de verdere kwaliteit van de dienstverlening aangeeft. De taalschool mag diploma's uitgeven in het kader van de Wet educatie Beroepsonderwijs (WEB), en beschikt over een Onderwijs- en Examenreglement.

32

Onderdeel 5: Monitoring en evaluatie a. Kunt u aangeven hoe de geplande activiteiten bijdragen aan het behalen van de in het aanvraagformulier onder stap ‘Streefwaarden’ ingevulde beoogde te behalen streefwaarden? Betrek in uw antwoord de AMIF – output and result indicators (Annex VIII) Fiche V2.3 | Publicatie |

Uitvoering van Beleid (uitvoeringvanbeleidszw.nl) De geplande activiteiten dragen bij aan het behalen van verschillende streefwaarden, die hieronder zijn toegelicht. Alleen de streefwaarden die relevant zijn voor dit project zijn opgenomen in deze beschrijving. SO2-2. Het verwachte aantal lokale en regionale instanties dat steun ontvangt voor het uitvoeren van integratiemaatregelen. Binnen het project zijn 4 lokale instanties aangesloten in het samenwerkingsverband, de gemeenten Haarlem, Zandvoort, Heemstede en Bloemendaal. Deze zullen dan ook steun ontvangen voor het uitvoeren van de integratiemaatregelen door het aanbieden van de online taallessen met het project. SO2-3. Het verwachte aantal gesteunde deelnemers. Deze indicator is gericht op het monitoren van het aantal deelnemers dat meedoet aan het project. Door de taallessen aan te bieden worden de deelnemers gesteund bij hun integratie in de Nederlandse samenleving door het verwerven van taalvaardigheden. Ook worden de deelnemers die meedoen aan de taallessen gesteund in hun integratie binnen de Nederlandse samenleving door de digitale vaardigheden die ze opdoen tijdens de module gericht op deelname aan het online platform en, indien nodig, de module gericht op digibeten.

Het aantal deelnemers dat meedoet is afhankelijk van de aanwas van inburgeraars in de regio die geschikt zijn om deel te nemen aan de online taallessen, afhankelijk van het opgestelde afwegingskader en het gebruik daarvan door de klantmanagers. Dit wordt gefaciliteerd door het geven van voorlichting binnen het project. We verwachten 100 deelnemers te kunnen steunen binnen het project (activiteit 8), waarvan we initieel een 50/50 verdeling verwachten tussen man en vrouw. SO2-3.1. Het verwachte aantal deelnemers aan een taalcursus. Het aantal deelnemers aan een taalcursus is gelijk aan het aantal deelnemers dat meedoet aan het project, omdat het project draait om het geven van online taallessen (activiteit 8). Het gaat dus om 100 deelnemers, waarvan er naar verwachting 50 man zijn en 50 vrouw. SO2-7. Het verwachte aantal integratieprojecten waarbij lokale en regionale overheden de begunstigde zijn. Het project heeft het overkoepelende doel om bij te dragen aan de inburgering. Hiermee komt dit aantal op 1, namelijk dit project.

b. Kunt u aangeven wat de criteria zijn om aan te tonen dat er sprake is van succes of falen van de activiteiten die ondernomen worden om het projectdoel te bereiken en de streefwaarden te behalen? Betrek in uw antwoord de AMIF – output and result indicators (Annex VIII) Fiche V2.3 |

Publicatie | Uitvoering van Beleid (uitvoeringvanbeleidszw.nl) Om aan te tonen dat de ondernomen activiteiten succesvol zijn geweest voor het bereiken van het doel van het project wordt een mix gebruikt van de resultaatindicatoren vanuit de regeling, andere resultaten uit de deelnemersadministratie en de verschillende evaluatiemomenten die zijn opgenomen als activiteit. -

Resultaatindicatoren vanuit de regeling:

33

SO 2 - R.2.8 Het verwachte aantal deelnemers aan taalcursussen dat na afloop van de taalcursus zijn vaardigheidsniveau in de taal van het gastland heeft verbeterd met ten minste één niveau in het gemeenschappelijk Europees referentiekader voor talen of een nationaal equivalent. De verbeteringen in taalvaardigheid wordt formeel getoetst in de examinering van de deelnemers aan het eind. Daarnaast wordt de voortgang van de deelnemer bijgehouden op verschillende manieren, waaronder de reguliere gesprekken met de klantmanager en de voortgangsgesprekken met de docent. Bij succesvolle resultaten verwachten we dat 90% van de deelnemers een verbetering zal doormaken in het vaardigheidsniveau, door rekening te houden met eventuele uitval of het toch terugkeren naar fysieke lessen. SO 2 - R.2.9 Het verwachte aantal deelnemers dat te kennen heeft gegeven dat de activiteit nuttig was voor zijn integratie. De deelnemers ontvangen regelmatig online vragenlijsten om navraag te doen naar de ervaringen die ze hebben met de online lessen en hun voortgang. Deze vragenlijsten bieden zo ook inzicht in bovenstaande resultaatindicator, die aangeeft wat de meerwaarde is voor de deelnemers aan de cursus.

Bij succesvolle resultaten verwachten we dat elke deelnemer aan het project (streefwaarde 100) inziet dat de activiteit (activiteit 8) bijdraagt aan de integratie in Nederland, mede door ook de digitale vaardigheden te ontwikkelen binnen het project. • Indicatoren die worden bijgehouden vanuit de deelnemers- en activiteitenadministratie: Er is sprake van een succes binnen het project als de volgende streefwaarden worden behaald binnen het project: Aantal deelnemers aan B1-route: streefwaarde 80 Aantal deelnemers aan Z-route: streefwaarde 20 Aantal deelnemers aan module ‘Digibeet’: streefwaarde 30 Aantal deelnemers aan module ‘Digitale vaardigheden’: streefwaarde 100 Aantal getrainde docenten voor de B1-route: streefwaarde 14 Aantal getrainde docenten voor de Z-route: streefwaarde 4 Aantal getrainde docenten in digitale toolkit met werkvormen: streefwaarde 18

Evaluatiemomenten: Naast de cijfermatige indicatoren die worden bijgehouden gedurende het project zijn er ook meerdere kwalitatieve evaluatiemomenten die worden gerapporteerd. Zo worden er notities gemaakt van de verschillende evaluatiemomenten die beschreven zijn onder activiteit 9, die kwalitatieve beschrijvingen bieden aan de bovengenoemde ontwikkelingen en de resultaatindicatoren vanuit de regeling. Uiteindelijk worden alle bovenstaande indicatoren, de kwantitatieve en kwalitatieve, samengevoegd in de eindrapportage (zie activiteit 10).

Bij de uitvoering van de EMVF-fondsen 2021-2027 is er een rapportageverplichting richting de Europese Commissie. Zo moet bekend zijn wat voor interventietype de projectactiviteiten betreffen. (Bijlage VI van de Verordening AMIF – 2021/1147.) In aanvulling op het E-formulier kunt u toelichten waarom uw projectactiviteiten onder een bepaald interventietype vallen. Uw toelichting hoeft niet uitgebreid te zijn. Denk aan max. 250-300 woorden in totaal voor deze bijlage.

Deze subsidieaanvraag heeft betrekking op interventietype 4: taallessen. De activiteiten binnen het project hebben tot doel om bij te dragen aan de taalverwerving van inburgeraars, door deze online plaats te laten vinden. Door het verbeteren van de toegankelijkheid voor de brede doelgroep kan het project bijdragen aan het verzuim waar sprake van is bij de fysieke taallessen. 34

Naast deze activiteiten voor de deelnemers draagt het project ook bij aan de training van de docenten in het geven van de online taallessen. Met de combinatie van activiteiten wordt er concreet bijgedragen aan de doelstellingen van AMIF, zijnde het snel en volwaardig meedoen in de Nederlandse samenleving door immigranten, door het beter faciliteren van taalles voor inburgeraars.

35

Onderdeel 6: Duurzaamheid a. Hoe gaat u de projectresultaten en/of samenwerking na de projectperiode structureel inbedden? Het project ‘Online taallessen voor iedereen tijdens de inburgering’ levert diverse projectresultaten en een bestendige samenwerking op, die gedurende het project verder ingebed worden in bestaande samenwerkingsstructuren en integratieketens. Deze inbedding zorgt voor structureel betere taallessen in de integratieprocessen. Hierbij zijn de resultaten uit de evaluaties leidend voor de voortzetting van het gebruik van de online taallessen binnen de twee inburgeringsroutes en het opschalen van de aanpak richting andere routes. Omdat we met de juiste partners om tafel zitten en deze tussentijdse evaluaties tijdig bijsturen, is dit een toekomstbestendig project. De samenwerking tussen de verschillende gemeentes en de taalschool Danner & Danner stakeholders bestond al voor het project. De samenwerking was in het verleden ook altijd een succes en daarom is dit project nu ook gezamenlijk opgepakt. Deze samenwerking zal ook na dit project in dezelfde lijn worden voortgezet. Na de beoordeling van de pilot worden de projectresultaten gebundeld met de andere regio’s die samen met de ITTA, die een nationale gezagspositie heeft op het gebied van kennis rondom NT2 voor inburgeraars. Dit zorgt ervoor dat het project niet alleen lokaal, maar ook landelijk gedragen wordt.

Door de gedeelde kennis en ervaringen kunnen andere gemeenten en organisaties de succesvolle elementen van dit project opnemen in hun eigen integratieprogramma's, waardoor er een breed gedragen en duurzaam netwerk ontstaat. Verder wordt er tijdens de looptijd van het project continu gekeken naar mogelijke verbeteringen en aanpassingen die nodig zijn om het project optimaal te laten functioneren. Dit proces van voortdurende evaluatie en bijsturing garandeert dat het project flexibel en aanpasbaar blijft aan veranderende omstandigheden en behoeften van inburgeraars. De innovatie in online taallessen blijft actueel en relevant door regelmatige updates en het implementeren van nieuwe technologieën en methodologieën. Conclusie: Het project wordt duurzaam en toekomstbestendig door de bestaande samenwerking tussen stakeholders, de nationale gebundelde kennis en ervaring, en een voortdurend proces van evaluatie en aanpassing. Dit zorgt voor een solide basis waarop toekomstige projecten voort kunnen bouwen en die kan dienen als blauwdruk voor vergelijkbare initiatieven in andere regio’s.

b. Hoe gaat u uw kennis/projectresultaten bekendmaken en delen gedurende de looptijd? (art. 7, lid 4 onder g) Verworven kennis, best practices, evaluaties, mijlpalen en gerelateerde projectresultaten worden bekendgemaakt en gedeeld gedurende het gehele project. Er zullen verschillende concrete momenten zijn dat dat er gecommuniceerd wordt en de publiciteit opgezocht gaat worden. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de communicatie medewerker van de gemeente Haarlem, die ondersteund zal worden door de communicatie medewerkers van de andere partners. Het verspreiden van informatie en de communicatie verloopt enerzijds via publieke kanalen en anderzijds via het netwerk van de partners. De communicatie en publicatie acties worden aangestuurd door de ambtelijk projectleider van de gemeente Haarlem. De communicatie kan grofweg ingedeeld worden in 3 fases: De eerste fase is de startfase. Direct na de toekenning van de AMIF subsidie zullen er verschillende acties worden ondernomen. Zo zal er een landingspagina komen voor het project op de website van een van de partners. Daarnaast worden alle stakeholder op de hoogte gebracht door middel van een interne mail. In deze mail zullen we nogmaals de doelstellingen, taken en verantwoordelijkheden uiteen zetten. Ook zal hier kenbaarheid gegeven worden aan de

36

manieren van communiceren (mail, nieuwsbrief, sociale media etc.). Tot slot zal er externe communicatie plaatsvinden door middel van een persbericht. Dit zal via lokale media gaan plaatsvinden. De volgende fase is tijdens de uitvoering van het project. In de basis wordt er gedurende het project regelmatig gecommuniceerd over de voortgang, evaluaties, de mijlpalen en de succes en zijn er verschillende publicaties over de bevindingen en de lessons learned. Zo zal er voor ieder activiteit minimaal 1 publicatie en 2 maal een communicatiemoment zijn via de reguliere kanalen. Daarnaast zullen er grotere momenten gecreëerd worden voor belangrijke mijlpalen van dit project. Denk hierbij aan de eerste deelnemer van de taalopleiding en de eerst behaalde toets. Uiteraard zal de landingspagina up-to-date gehouden worden en is er met regelmaat een informatieve mail en/of nieuwsbrief voor alle betrokken stakeholders. Naast deze communicatie is er ook verplichte communicatie. Zo zal er 2 maal per jaar een voortgangsrapportage geschreven en gepubliceerd worden. Ook worden er kennis deling sessie gehouden voor ander partijen die benieuwd zijn naar wat het project te bieden heeft. De laatste fase is de projectafsluiting. Ter afsluiting van het project zullen alle stakeholders een bijeenkomst houden waarin de resultaten van het project gedeeld worden.

De exacte details en de inhoud van deze inhoudt zal gedurende het project verder bepaald en ingevuld gaan worden. Wel zullen de eindresultaten en de evaluatie resultaten openbaar beschikbaar worden gesteld zodat deze voor iedereen te raadplegen zijn. Gedreunde al onze communicatie activiteiten zal de AMIF-financiering aandacht krijgen. Dit zal volgen de geldende voorschriften gebeuren. De projectleiders zullen, in samenspraak met de stuurgroep, oom instructies geven/maken voor alle partners hoe zij hier mee om moeten gaan. Daarnaast zullen de project partners meewerken aan de publicitaire acties die het ministerie van sociale zaken en werkgelegenheid of de Europese commissie in het kader van de AMIF organiseren.

c. Indien uw project succesvol blijkt te zijn, hoe zorgt u ervoor dat de aanpak overdraagbaar kan zijn/worden en als blauwdruk kan dienen voor andere organisaties?

Het project ‘Taalles zonder drempels’ produceert diverse resultaten gedurende de opgevoerde activiteiten. De succesfactoren, de resultaten en geleerde lessen van al deze activiteiten zullen gedeeld worden met belanghebbenden en indien gewenst door de resultaten te publiceren. Het project is bovendien dusdanig opgezet dat de verschillende deliverables zowel gezamenlijk als individueel gebruikt worden als blauwdruk, zodat het ook voor andere taalscholen mogelijk is om fysieke taallessen eenvoudig om te zetten naar online taallessen, inclusief een handboek voor de docenten. De tussentijdse evaluaties zorgen ervoor dat de overdraagbaarheid van de verschillen activiteiten na afronding al overgenomen kunnen worden en dat er niet gewacht hoeft te worden tot het einde van het project. In principe kan iedere gemeente en/of taalschool gebruik maken van onze resultaten. Om te borgen dat daadwerkelijk kennis en kunde overgedragen kan worden is hier bij het ontwerp van het project al rekening gehouden. De beschreven ontwikkelingen en het evaluatieproces worden in heldere kaders gezet zodat de resultaten reproduceerbaar zijn. De stuurgroep zal actief toezien op deze werkwijze, zoals in de activiteiten ook is toegelicht. De aanpak wordt zodoende systematisch gedocumenteerd en werkprocedures worden vastgelegd.

Samen met de tussentijdse evaluaties en de uiteindelijke eindevaluatie vormt dit de basis voor de overdraagbare blauwdruk. De projectresultaten kunnen landelijk bij gemeenten, taalscholen en bij alle COA's worden toegepast, aangezien onze integrale aanpak voor iedereen relevant kan zijn. De stuurgroep en het projectteam zullen daarom afwegingskaders, beoordelingen en bevindingen die voortkomen uit de 37

verschillende activiteiten uitwerken als een soort "blauwdruk". Daarnaast zijn er verschillende elementen die als blauwdruk kunnen dienen voor andere gemeenten die een vergelijkbare opzet willen volgen voor het aanbieden van online taallessen in hun regio: • Blauwdruk afwegingskader selecteren platform • Blauwdruk afwegingskader toetsen • Blauwdruk vertaalslag in lesaanbod

38

Onderdeel 8: Integratie a. Kunt u aangeven of en hoe u het verplichte externe evaluatieonderzoek vorm gaat geven en hoe u daarbij de richtlijnen die zijn beschreven in de toelichting op artikel D7, lid 1b meeneemt? Voor het externe evaluatieonderzoek wordt het ITTA betrokken. Het ITTA is hét kennisinstituut in Nederland op het gebied van inburgering en Nederlandse taalverwerving. Met het betrekken van deze partij voor het doen van de eindevaluatie wordt er zo ook geborgen dat de kennis die wordt opgedaan binnen het project beschikbaar blijft voor de toekomst (zie hiervoor ook onderdeel 6). In de evaluatie wordt onderzocht hoe het project is verlopen, wat de uitkomsten zijn, maar wordt ook een vooruitblik richting de toekomst gegeven. De volgende vragen zullen centraal staan: • • • • • • • • •

Hoe is het project verlopen qua proces, organisatie en samenwerking? Is er sprake van onderwijzing op de juiste manier? Wat werkte goed aan de online lessen in ervaring van de verschillende stakeholders binnen het project? Wat werkte minder goed aan de online lessen in ervaring van de verschillende stakeholders binnen het project? Welke doelgroepen hebben deelgenomen aan de taallessen, en was er sprake van een verschuiving t.o.v. de deelnemers aan de fysieke taallessen? Welke doelgroepen hebben het meeste baat bij de online lessen? Wat was de impact op het taalniveau van de deelnemers? En hoe verhoudt deze impact zich dit tot deelnemers aan de fysieke taallessen? (Hoe) Kan deze aanpak verder worden uitgerold, bij een positieve evaluatie?

Dit wordt gedaan door te spreken met de betrokkenen, waaronder de NT2-docenten en de deelnemers aan de pilot. Ook worden de betrokken stakeholders van de gemeenten geïnterviewd. Daarnaast worden de verschillende evaluatieverslagen gebruikt voor het doen van deskresearch door het ITTA. Hierin wordt specifiek gekeken naar het al dan niet behalen van de streefwaarden voor deelname aan de taallessen, en andere eerder besproken uitkomsten. Door het samenvoegen van de gesprekken met betrokkenen, de kwantitatieve data en kwalitatieve rapportages komt ITTA tot een eindrapportage, waaruit de geleerde lessen centraal staan om het aanbod blijvend te verbeteren. Tevens zal het eindrapport ook gebruikt worden voor het vaststellen van de subsidie samen met de financiële rapportage en wordt het online gepubliceerd ter kennisgeving aan andere gemeenten die een soortgelijk traject willen starten.

b. Geef hier aan of uw project zich specifiek richt op jongeren (18-27 jaar): Maak een keuze tussen deze drie: o

volledig,

o

grotendeels

X niet specifiek Indien het project zich volledig of grotendeels op jongeren richt, kunt u een beschrijving geven hoe de begeleiding, het toeleidingstraject en het aanbod aan activiteiten en type werk wordt afgestemd op de specifieke kenmerken en wensen van jongeren?

Toelichting:

39

N.v.t.

c. Geef hier aan of uw project zich specifiek richt op vrouwen: Maak een keuze tussen deze drie: o

volledig

o

grotendeels

X niet specifiek Indien het project zich volledig of grotendeels op vrouwen richt, kunt u een beschrijving geven hoe de begeleiding, het toeleidingstraject en het aanbod aan activiteiten en type werk wordt afgestemd op de specifieke kenmerken en wensen van vrouwen. Toelichting: Hoewel vrouwen een deel uitmaken van de doelgroep is dit geen specifieke invalshoek binnen het project.

d. Uw project moet zich richten op één van de vier thema’s, opgenomen in artikel D5, eerste lid. Beantwoord hieronder alleen de vragen die betrekking heeft op het door u gekozen thema. Formuleer uw antwoorden SMART (Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch en Tijdgebonden). Online lessen in de inburgering In het geval van subsidiabele activiteiten als bedoeld artikel D5, eerste lid, onderdeel a, online lessen in de inburgering: Kunt u een beschrijving geven hoe met de voorgestelde acties rekening wordt gehouden met de diversiteit van inburgeraars qua leerbaarheid en digitale vaardigheden en welke aandacht er in het project is voor de didactiek van online lesgeven en voor de digitale vaardigheden van de betrokken NT2-docenten? Het verbeteren van de toegankelijkheid voor alle inburgeraars en de laagdrempeligheid van deelname is een centrale doelstelling in het project. Dit komt op verschillende manieren naar voren: • Doelgroep inburgeraars: deelname fysiek & online Fysieke inburgeringslessen zijn minder toegankelijk voor alle doelgroepen binnen de groep inburgeraars. Zo zijn deze minder toegankelijk voor fysiek beperkte inburgeraars, die het niet redden om fysiek aanwezig te zijn door bijvoorbeeld een zwangerschap of een ziekte. Ook zijn er inburgeraars die geen kinderopvang kunnen regelen, waardoor hun deelname beperkt wordt.

Veel inburgeraars verzuimen bij de fysieke lessen omdat ze de reistijd na hun reguliere werk te veel vinden. Met de online taallessen worden de verschillende barrières weggenomen, en zijn ze toegankelijk voor deze doelgroepen die een belangrijk deel van de totale groep aan potentiële deelnemers vormen. Naast de inburgeraars die beperkter in staat zijn om naar de fysieke lessen te komen zijn de online lessen ook geschikt voor de deelnemers die wel geneigd zijn om naar de fysieke lessen te komen, en kan het deelnemen aan de online lessen voor deze groep juist ook een versnelling betekenen van hun leerproces. Binnen dit project is ervoor gekozen om het aanbod niet specifiek te richten op jongeren, omdat deze meestal niet te maken hebben met de eerdergenoemde barrières. • Digitale vaardigheden & deelname Doel van dit project is dat deelname aan de online taallessen niet wordt beperkt door het niveau van digitale vaardigheden van de deelnemers. Aangezien in dit project de digitale vaardigheden die nodig zijn voor het deelnemen aan het programma worden aangeboden. Naast specifieke ondersteuning voor de deelnemers die te beperkt digitale vaardigheden hebben wordt er ook een algemene les gegeven over het gekozen platform en hoe dit te gebruiken gedurende de online

40

lessen. Tijdens activiteit 4 worden zowel modules voor digibeten als een module voor digitale vaardigheden ontwikkeld en tijdens elke cursus zal ieder van deze modules gegeven worden. Ook worden alle deelnemers voorzien in een laptop, zie ook activiteit 6, als ze er geen hebben, waardoor het al dan niet bezitten van een laptop geen rol speelt in het deelnemen aan de online taallessen. • Vormgeven modules aan de hand van behoeften Binnen het online lesprogramma zijn de verschillende leerstijlen en methoden leidend voor het ontwikkelen van het aanbod wat wordt gebaseerd op bestaand, geaccrediteerd, aanbod voor NT2-lessen in de inburgering op de verschillende niveaus. Dit wordt gedurende het project gedigitaliseerd en gepilot, tijdens deze modules wordt het aanbod regelmatig geëvalueerd door de deelnemers en de docenten. Activiteit 9 wordt helemaal benut om zowel tijdens als na afloop van de modules alles te evalueren, zodat tijdig bijgestuurd kan worden. Dit leidt uiteindelijk tot 8 kwartaalrapportages, 600 ingevulde vragenlijsten door deelnemers en 100 ingevulde vragenlijsten door docenten. Dit is allemaal gericht op het continu verbeteren van de modules. Tijdens activiteit 5 is bovendien tijd gereserveerd om met de nieuwste inzichten de trainers verder van informatie te voorzien, zodat uiteindelijk 18 docenten getraind zijn in 5 workshops.

• Didactiek van online lesgeven: docenten De NT2-docenten die deelnemen aan het project worden enerzijds getraind in het geven van online lessen, anderzijds worden ze ook getraind in digitale vaardigheden. Zo krijgen ze een training met een toolkit voor verschillende werkvormen die ze kunnen gebruiken tijdens de lessen en zich eigen kunnen gaan maken gedurende het project. Zoals hierboven aangegeven resulteert dit in 18 getrainde docenten en worden daarvoor 5 workshops georganiseerd tijdens activiteit 5. • Voorlichting voor klantmanagers Ook de klantmanagers spelen een belangrijke rol in het project: ze hebben een rol in het kijken naar of de digitale lessen geschikt zijn voor deelnemers en nemen een rol in de evaluatie. Hiervoor worden een viertal voorlichtingsbijeenkomsten gegeven (1 per gemeente), om zorg te dragen in het faciliteren van de deelname aan de online taallessen door de verschillende soorten deelnemers.

41

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15663977/1