CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

2 Bijlage 1 Programmabegroting 2024-2028 (inclusief bijlagen)

commissie Bestuur 2 november 2023, gemeente HaarlemBij agendapunt: 17:20 uur Vaststellen Programmabegroting 2024-2028 (FR)39.753 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

De peildatum voor de gegevens is: 17 juli 2023. De gebruikte data zijn afkomstig uit de Regionale Klimaatmonitor. In de Regionale Klimaatmonitor wordt veel informatie gepubliceerd over het historische energiegebruik en CO₂-uitstoot voor provincies en gemeente, dus ook voor de gemeente Haarlem. De informatie in de Klimaatmonitor is nuttig omdat het als datafundament kan fungeren om beleid mee te ontwerpen en evalueren. Het voordeel van het gebruik van de informatie in de Klimaatmonitor is dat zo aansluiting kan worden gezocht bij (inter)nationale afspraken en statistische informatie. Niet alle gegevens zijn compleet voor de gepresenteerde jaren, hierdoor zijn er op onderdelen berekeningen gemaakt op basis van trends of is het gemiddelde genomen van omliggende jaren. De gegevens van gasverbruik zijn voor temperatuur gecorrigeerd, waardoor er geen schommelingen zijn door bijvoorbeeld een milde of juist koude winter. Onderstaande visualisatie toont de gerealiseerde CO₂ uitstoot en geeft inzicht in de doelstellingen voor de komende jaren.

Programmabegroting 2024-2028

43

De uitstoot van 2021 is aanzienlijk lager dan het tussendoel. Met name de uitstoot in het transitiepad Mobiliteit is lager dan verwacht. De paden Elektriciteit en Opwek en Werken liggen op koers van hun doelstelling en Wonen blijft wat achter. De onderstaande tabel laat zien dat de daling van CO₂-uitstoot door aardgas en elektriciteit voor 88% te verklaren is door een dalende CO₂-emissiefactor voor elektriciteit en maar voor 12% aan een lager energieverbruik, bestaande uit 17% lagere gasverbruik en 5% hogere elektriciteitsverbruik. Met andere woorden, in recente jaren is de daling van CO₂-uitstoot grotendeels toe te schrijven aan het feit dat elektriciteit steeds schoner wordt geproduceerd, en in minder mate toe te schrijven is aan lager aardgasgebruik. Verklaring verschil uitstoot aardgas en elektriciteit 2021 tov 2017 Aardgas Elektriciteit

Energieverbruik

CO₂-emissiefactor

-17% 5%

-1% -87%

In de voorgaande duurzaamheidsbegrotingen werd de CO₂ reductie gemonitord. Dit jaar wordt een volgende stap gezet in de duurzaamheidsrapportage en -verantwoording. In de programmabegroting worden de doelstellingen opgenomen (zie eerder getoonde visualisatie), in het jaarverslag zal er verantwoord worden over de realisatie CO₂ uitstoot ten opzichte van de in de duurzaamheidsbegroting opgenomen doelstellingen. Aangezien dit jaar de overgang wordt gemaakt naar deze nieuwe systematiek, wordt in de voorliggende duurzaamheidsbegroting de CO₂ uitstoot over 2021 gepresenteerd. In het Jaarverslag 2023 zal de CO₂ uitstoot over 2022 gepresenteerd worden, waarna hierover zal worden verantwoord.

Programmabegroting 2024-2028

44

Wonen Het transitiepad Wonen omvat het aardgas- en warmteverbruik van woningen.

Transitiepad Wonen

2017

2018

2019

2020

Huurwoningen aardgas (in kton CO₂) Gasverbruik per huurwoning (in m3) Koopwoningen aardgas (in kton CO₂) Gasverbruik per koopwoning (in m3) Woningen warmte (in kton CO₂) Totale CO₂-uitstoot Wonen

67 1086 95 1366 1 163

66 1067 97 1367 1 164

66 1058 97 1355 1 164

64 1005 95 1321 1 161

2021 Verschil tov 2017 66 -2% 1004 -8% 97 2% 1335 -2% 1 0% 163 0%

De totale CO₂-uitstoot van 2021 t.o.v. 2017 in het transitiepad Wonen is niet gedaald. In deze periode zijn er ongeveer 2.500 gasaansluitingen bij gekomen in Haarlem. Het aantal woningen met aansluitingen is dus gestegen. Het gasverbruik per huurwoning is met 8% gedaald en die van koopwoningen met 2%. Verwacht wordt dat de gestegen gasprijs van 2022, de collectieve isolatieacties, plaatsing van hybride warmtepompen en de lage label aanpak van de woningcorporaties een versnelling bieden voor het terugdringen van het gasverbruik. Werken Het transitiepad Werken omvat het aardgas- en warmteverbruik van utiliteitsbouw, industrie en landbouw. Utiliteitsbouw is de verzamelnaam voor gebouwen voor publieke dienstverlening (gemeentelijk vastgoed, scholen, zorginstellingen, sport en cultuur) en voor commerciële dienstverlening (zoals detailhandel, horeca en kantoren). Transitiepad Werken (CO₂-uitstoot in kton) Overheid Onderwijs Zorg Cultuur Overige publieke dienstverlening Commerciële dienstverlening Industrie Landbouw Totale CO₂-uitstoot Werken

2017

2018

2019

2020

2021

5 6 13 4 3 38 17 1 86

3 6 13 4 3 38 18 1 85

3 5 13 4 2 35 17 0 79

3 4 11 3 2 29 16 0 69

3 5 12 3 2 27 18 0 72

Verschil tov 2017 -37% -4% -10% -19% -22% -28% 8% -39% -17%

Het transitiepad Werken kent een reductie van 14 kton CO₂ in de periode 2017-2021. De uitstoot van Commerciële dienstverlening is met 11 kton gedaald en levert hiermee de grootste bijdrage aan de daling. Mobiliteit Het transitiepad Mobiliteit gaat over alle mobiliteit in de stad. Denk hierbij aan auto’s, vrachtauto’s, bestelbusjes en het openbaar vervoer.

Programmabegroting 2024-2028

45

Transitiepad Mobiliteit (CO₂-uitstoot in kton)

2017

2018

2019

2020

2021

Verschil tov 2017

Autobus Bestelauto Personenauto Tweewielers Zware bedrijfsvoertuigen Mobiele werktuigen Binnen- en recreatievaart Railverkeer Totale CO₂-uitstoot Mobiliteit

4 10 64 2 10 19 1 0 110

4 10 64 2 10 19 0 0 109

4 10 62 2 9 19 0 0 107

3 10 48 2 9 10 0 0 82

3 10 49 2 9 10 0 0 83

-33% -2% -23% -19% -3% -49% -20% -100% -24%

De uitstoot van mobiliteit is in de periode 2017-2021 aanzienlijk gedaald. Met name in coronajaar 2020 is de daling aanzienlijk. In 2021 loopt de uitstoot weer iets op. Daling komt voor het grootste deel door minder en schonere personenauto’s. Daarna is de uitstoot door mobiele werktuigen aanzienlijk gedaald met meer dan 9 kton CO₂. De onderstaande tabel geeft inzicht in het aantal (semi) publieke laadpunten en het aantal geregistreerde elektrische voertuigen. Op basis van de huidige openbare informatie is het niet mogelijk het totale aantal elektrische auto’s in Haarlem inzichtelijk te maken, omdat een deel van de elektrische auto’s dat gebruikt wordt als leaseauto niet in Haarlem geregistreerd is. Ondanks dat het totale aantal elektrische auto’s incompleet is door het ontbreken van leaseauto’s, is onderstaand het aantal (semi) publieke laadpunten per geregistreerd elektrisch voertuig weergegeven. Het werkelijke aantal (semi) publieke laadpunten per elektrische auto ligt door het ontbreken van elektrische leaseauto’s eigenlijk lager. Electrische auto's (semi) publieke laadpunten geregistreerd elektrisch voortuig (semi) publieke laadpunten per geregistreerd elektrisch voortuig

2017 202 740 0,27

2018 258 655 0,39

2019 461 1022 0,45

2020 589 1530 0,38

2021 696 2234 0,31

2022 992 3172 0,31

Elektriciteit en opwek Het transitiepad Elektriciteit en opwek gaat over de emissies die gepaard gaan met Haarlems elektriciteitsverbruik en over lokale opwek van schone elektriciteit.

Transitiepad Elektriciteit en opwek 2017 2018 2019 2020 2021 (CO₂-uitstoot in kton) Wonen: Huur 31 29 25 20 21 Wonen: Koop 48 45 38 31 33 Werken: Publ. dienstv. en landbouw* 41 37 30 22 22 Werken: Commerciële dienstv. 57 52 44 33 34 Werken: Datacenters 41 43 41 34 36 Werken: Industrie 34 37 32 25 25 Totale CO₂-uitstoot Elektriciteit en opwek 250 242 209 165 172 * ‘Werken: Publ dienstv. en landbouw’ bestaat uit de categorieën: overheid, onderwijs, zorg, cultuur, overige publieke dienstverlening en landbouw.

De onderstaande tabel laat zien in hoeverre de CO₂ uitstoot van elektriciteit te wijten is aan het verbruik of aan de emissiefactor. Ter illustratie: bij ‘Wonen: Huur’ is er een stijging van het verbruik van elektriciteit, dit wordt gecompenseerd door een lagere CO₂ emissiefactor. De daling van CO₂ uitstoot door elektriciteit ‘Werken: Landbouw' is voor 88% door het minder verbruiken van elektriciteit, 19% is te verklaren door een lagere emissiefactor.

Programmabegroting 2024-2028

46

Verschil Elektriciteit uitgesplitst in verbruik en impact van de emissiefactor 2021 tov 2017 Wonen: Huur Wonen: Koop Werken: Overheid Werken: Onderwijs Werken: Zorg Werken: Cultuur Werken: Overige publieke dienstv. Werken: Commerciële dienstv. Werken: Datacenters Werken: Industrie Werken: Landbouw Totaal

Verbruik

CO₂-emissiefactor

15% 10% -58% -35% -13% -47% -60% -21% 284% 60% -83% -57%

-115% -110% -42% -65% -87% -53% -40% -79% -384% -160% -17% -43%

De daling van de emissiefactor van elektriciteit zorgt voor de grootste daling van CO₂-uitstoot in dit transitiepad. Ook de verbruiken van verschillende sectoren in utiliteit daalt. Uitzondering daarop zijn de datacenters, de industrie en de woningen. De Gemeente Haarlem heeft op 10 december 2020 aan de commissie Beheer het actieplan schone energie gepresenteerd (2020/0891686). Het actieplan gaat uit van een totale opwek door zon en wind van 750 Tj in 2030. De onderstaande grafiek maakt de historische ontwikkeling van hernieuwbare zonnestroom en windenergie (in TJ) inzichtelijk, en de opgave richting 2030 zoals die gepresenteerd is in het actieplan schone energie.

Circulaire stad 2040: transitiepad Ketenverantwoordelijkheid De doelstelling circulaire stad gaat over de CO₂-uitstoot in de keten door de aanschaf van o.a. producten en diensten door de gemeentelijke organisatie, bewoners, bedrijven en instellingen. Bij de productie van goederen wordt er CO₂ uitgestoten en vastgelegd in een product die meestal weer vrijkomen bij afdanking van de goederen. Het gaat om het zoveel mogelijk behouden van de waarde van grondstoffen gedurende de gehele levensloop van een product: van ontwerp tot afdanking en hergebruik. De circulaire economie is opgenomen in de Routekaart Duurzaamheid (transitiepad 5 ‘Ketenverantwoordelijkheid’), echter was dit voornamelijk beschrijvend omdat er nog geen universeel geaccepteerde methodiek voor het meten van de circulaire economie was. Door middel van het Actieplan Circulaire Economie wordt concreter hoe Haarlem aan de slag zal gaan in de Programmabegroting 2024-2028

47

komende jaren. In het actieplan wordt verder aangegeven dat circulariteit op dit moment nog lastig te meten is. Circulariteit meten in een lineair systeem betekent dat het ergens moet worden afgebakend en daardoor altijd een deel van de keten wordt gemist. Het Planbureau van de Leefomgeving ontwikkelt sturings- en monitoringsinstrumentarium voor circulaire Economie. In 2023 wordt door het Rijk een landelijk monitoringskader ontwikkeld waar Haarlem op zal aansluiten. Haarlem streeft ernaar om in Q3/Q4 2023 een eerste stap te zetten om de circulaire economie te gaan monitoren. Het doel is het inzichtelijk maken van de in- en output van materiaalstromen en grondstoffenstromen van en naar de stad vanuit de regio, Europa en de wereld, en ook hoe deze circuleren in de stad. Het inzichtelijk maken is één, maar beoogd wordt om uit deze informatie handelingsperspectieven te halen met als uiteindelijk doel het sluiten van kringlopen en het verminderen of in evenwicht brengen van deze stromen. Circulair inkopen en opdrachtgeverschap Elk jaar besteed de Gemeente Haarlem circa 350 miljoen euro aan inkoop en aanbesteding - van bruggen tot pennen.

Het gaat bij inkoop niet enkel om op de juiste wijze de (Europese) regelgeving te volgen, maar ook om het inzetten van inkoop als een strategisch instrument om de gemeentebrede beleidsdoelstellingen te behalen, zoals het versterken van de lokale economie, sociaal inkopen of duurzaamheid. De Gemeente Haarlem heeft, samen met andere gemeenten in de Metropoolregio Amsterdam, de ambitie om in 2025 50% circulair in te kopen, oplopend richting 100% in 2030. In 2019 was er voor 37,2% circulair ingekocht, in 2020 was dit 40,3% en in 2021 58,2%. De cijfers over 2022 zullen in het najaar bekend zijn. Deze uitkomsten zijn gebaseerd op de meetmethode Circulair Inkopen en Opdrachtgeverschap welke binnen de MRA is ontwikkeld. In de meetmethode wordt gekeken naar de circulaire aandacht in het inkoopproces bij uitgaven. Dat betekent hier vooral elementen van het proces meewegen (marktconsultatie, uitvraag, contract en borging). Er wordt niet gekeken naar effectieve impact en er wordt ook geen focus gelegd op die inkoopcategorieën die het grootste verschil zouden kunnen maken. De conclusie is dat de Gemeente Haarlem voortvarend een ontwikkeling richting circulair inkopen ingezet heeft en nu klaar is voor de volgende stap; van input naar impact. De ontwikkelingen rond de duurzaamheidsbegroting sluiten hier goed op aan.

In november 2022 heeft de Gemeente Haarlem het nieuwe (landelijke) manifest Maatschappelijk Verantwoord Opdrachtgeven en Inkopen (MVOI) ondertekend. Door mee te doen met dit manifest sluit Haarlem aan bij de laatste ontwikkelingen op het gebied van strategische inkoop. Met behulp van het door het Rijk beschikbaar gestelde instrumentarium voor monitoring en borging wordt Haarlem in staat gesteld om haar prestaties op het vlak van MVOI systematisch te rapporteren en kan landelijke ondersteuning ontvangen worden. Daarmee geeft Haarlem invulling aan bestuurlijke afspraken, zoals het Klimaatakkoord en het Grondstoffenakkoord. Klimaatbestendige stad 2050 Met de doelstelling van de gemeente Haarlem om in 2050 een klimaatbestendige stad te zijn, beoogd Haarlem zich voor te bereiden en de stad zodanig in te richten dat effecten van klimaatveranderingen opgevangen kunnen worden. Er komt extremer weer: de kans op een hittegolf neemt toe, buien nemen toe in intensiteit, maar het kan ook langdurig droog zijn. Het direct meten van klimaatbestendigheid is (nog) niet mogelijk, daarom wordt er gekozen om geleidelijk indicatoren die inzicht geven in de klimaatbestendigheid van de stad toe te voegen aan de duurzaamheidsbegroting. In deze duurzaamheidsbegroting wordt gestart met inzicht te geven in het thema ‘Hitte’.

De gekozen indicatoren zijn gebaseerd op het basisveiligheidsniveau Klimaatbestendige nieuwbouw zoals opgenomen in de Omgevingsvisie en het Strategisch plan klimaatadaptatie van Haarlem. Aanpassingen om Haarlem klimaatbestendiger te maken volgen grotendeels de beheeropgaven van de openbare ruimte. Daarom zullen de verschillen van jaar op jaar erg klein zijn.

Programmabegroting 2024-2028

48

Hitte: Door verharding en dichte bebouwing is de kans op hittestress in Haarlem groot. Voor deze duurzaamheidsbegroting wordt gekozen om de volgende indicatoren inzichtelijk te maken: o Percentage koele plekken (minimaal 200 m2) zijn op loopafstand (maximaal 300 meter) aanwezig; o Percentage van wegvakken waar er tenminste 40% schaduw voor langzaamverkeersroutes en verblijfsplekken is in het plangebied tijdens de hoogste zonnestand in de zomer. Naast hitte zijn waterrobuustheid en droogte belangrijke indicatoren om de klimaatbestendigheid van de stad inzichtelijk te maken. Hevige neerslag kan voor schade zorgen aan gebouwen, infrastructuur en voorzieningen. Waterrobuustheid zal in de doorontwikkeling van de duurzaamheidsbegroting toegevoegd worden, hierbij wordt aangesloten op het nieuwe Omgevingsprogramma Vergroenen en Vernatten. Droogte kan op verschillende manieren invloed hebben op de leefomgeving. Delen van Haarlem lopen het risico dat er bodemdaling optreedt, dit kan oplopen tot bijna een centimeter per jaar. De gevolgen hiervan kunnen groot zijn. Voor droogte is vooralsnog geen indicator, omdat er nog onvoldoende informatie is om een nulmeting te doen en een meetbaar doel te benoemen. In de komende periode zal hier nader onderzoek naar gedaan worden. Dit krijgt vorm door een forse uitbreiding en toename van de kwaliteit van het Haarlemse grondwatermeetnet.

Door middel van dit netwerk kan de wateronderlast en wateroverlast van het grondwater gemonitord gaan worden en indien nodig maatregelen getroffen worden. Beoogd wordt om op termijn ook droogte op te nemen in de duurzaamheidsbegroting. Voor het inzichtelijk maken van klimaatbestendigheid zijn de indicatoren nog in ontwikkeling, dit kan betekenen dat de nu inzichtelijk gemaakte indicatoren wijzigen. In de (duurzaamheids)begroting zal jaarlijks gerapporteerd worden over de klimaatbestendigheid van Haarlem. Toelichting en kanttekening bij het model achter de gepresenteerde kaarten en resultaten De gepresenteerde kaarten zijn gebaseerd op de meeste recente beschikbare Haarlemse data en gegenereerd door een computermodel. Hierdoor is het een benadering van de werkelijkheid, gebaseerd op landelijke kaarten zoals de Algemene Hoogtekaart Nederland en lokaal beschikbare gegevens over onder andere de afvoercapaciteit van de riolering van Haarlem. Zowel de data als de computermodellen verbeteren continu, hierdoor zullen de inzichten mettertijd een steeds betere benadering van de werkelijkheid geven. Kortom, de kaarten zijn een benadering van de werkelijkheid.

Hitte Percentage koele plekken (minimaal 200 m2) zijn op loopafstand (maximaal 300 meter) aanwezig Haarlem heeft voor het bepalen van de indicator ‘koele plekken (minimaal 200 m2) zijn op loopafstand (maximaal 300 meter) aanwezig’ gebruik gemaakt van openbare data uit de klimaateffectatlas. Op basis van de data is er een berekening gemaakt van de percentages op basis van de loopafstand die woon- en werkpanden binnen de gemeentegrens van Haarlem afliggen van koelteplekken (ook binnen de gemeentegrens van Haarlem) van minimaal 200 vierkante meter groot. 64% van de Haarlemse panden ligt binnen 300 meter van een koelteplek met schaduw. Wijken waar verder moet worden gelopen voor een koele plek liggen in het centrum, de Leidse en Indische buurt en de Vogelenwijk. Hierbij de kanttekening dat de uitkomsten geen inzicht geven over de groenbeleving en/of de ‘koele plek’ geschikt is om te recreëren tijdens een warme periode.

Programmabegroting 2024-2028

49

Percentage van wegvakken waar er tenminste 40% schaduw voor langzaamverkeersroutes en verblijfsplekken is in het plangebied tijdens de hoogste zonnestand in de zomer Haarlem heeft voor het bepalen van de indicator 'er is tenminste 40% schaduw voor langzaamverkeersroutes en verblijfsplekken in het plangebied tijdens de hoogste zonnestand in de zomer' gebruik gemaakt van de volgende uitgangspunten: de schaduwval op 21 juni 14.00u veroorzaakt door bomen en gebouwen. Deze schaduwval is geprojecteerd over de wegvakken van de Programmabegroting 2024-2028

50

langzaamverkeersroutes (voet- en fietspaden) in het Haarlemse beheersysteem. De selecties die zijn gebruikt zijn: aanliggend voetpad, vrijliggend voetpad, voetgangersgebied, fietspad, fietsstrook en fietsstraat. Dit geeft als resultaat dat voor heel Haarlem 66% van de totale oppervlakte van de wegvakken en daarmee de langzaamverkeersroutes in de schaduw liggen. Op meer dan de helft van de langzaamverkeersroutes heeft de voetganger of de fietser in Haarlem een kans om zich in de schaduw te bewegen. Onderstaand een detailuitsnede van de omgeving van de Grote Markt. De rode arceringen zijn de wegvakken van het langzaamverkeer. De donkere vlakken zijn de schaduwval veroorzaakt door gebouwen en of bomen.

Brede welvaart Brede welvaart omvat alles wat mensen van waarde vinden, waarbij het o.a. gaat om zaken zoals gezondheid, onderwijs, milieu en leefomgeving, sociale cohesie, persoonlijke ontplooiing en (on)veiligheid. In brede welvaart staat centraal dat er naast een financieel-economische dimensie, ook een sociaal-maatschappelijke en ecologische dimensie is. Sturen op brede welvaart neemt bij het maken van een beslissing ook sociale en ecologische waarde mee in de afweging. Een besluit heeft een positief resultaat als het effect op financieel kapitaal, sociaal kapitaal en ecologisch kapitaal gezamenlijk positief is. Dit kan alleen als er ook naar de lange termijn effecten van een beslissing wordt gekeken. We leven in een tijd waarin grote transities noodzakelijk zijn, en waarin tegelijkertijd getracht wordt de huidige leefstijl en samenleving zo goed mogelijk te behouden. De directeur van het Centraal Planbureau geeft aan dat er een spectaculaire toename van de welvaart is geweest in de afgelopen 150 jaar. Deze welvaart zit echter niet alleen in materiële zaken, maar ook in de levensverwachting, de kwaliteit van huisvesting, mobiliteit en de toename in opleidingsniveau. Daar staat echter wel een toename van CO₂ uitstoot en de afname van biodiversiteit tegenover.

De directeur van het Centraal Planbureau stelt dat we hard zullen moeten werk om te behouden wat we willen behouden (CPB Column ‘Voor zicht op de toekomst helpt terugblikken’). In het coalitieakkoord ‘Actie!’ is de ontwikkelopdracht meegegeven dat het doel is om aan het einde van de periode brede welvaart volledig te integreren in de reguliere begroting. Dit streven was reeds opgenomen in de Programmabegroting 2023-2027. Ondanks dat de oorsprong van het begrip brede welvaart afkomstig is uit het landelijke debat over het BBP, is het begrip ook binnen de gemeente bruikbaar. Voor de Gemeente Haarlem kan het oppakken van brede welvaart betekenen dat het handvatten biedt om te sturen op het welzijn van de Haarlemmer en sociale en ecologische impact naast financiële kosten en baten te zetten bij het maken van beslissingen. Beoogd wordt om regionaal de samenwerking op te zoeken op dit thema. Programmabegroting 2024-2028

51

Om actief aan de slag te gaan met brede welvaart in Haarlem is het van belang inzicht te krijgen in de verschillende kapitalen. Het monitoren van brede welvaart biedt inzicht in de huidige staat van sociaal, ecologisch en financieel welzijn in de samenleving. Na doorontwikkeling van de monitoringsmethodiek kan het ondersteuning bieden bij het meenemen van de sociale en natuurlijke impact in besluiten, het bevorderen van de sturing op lange termijn doelen en ondersteuning bij de verantwoording van het sturen op eerder genoemde doelen. Om dit inzicht te verkrijgen is de samenwerking opgezocht met het CBS. Het aansluiten bij de Regionale Monitor Brede Welvaart van het CBS past bij het uitgangspunt om aan te sluiten bij landelijke ontwikkelingen en metingen. Het is waardevol om met andere (buur)gemeentes het gesprek te voeren over Brede Welvaart, hiervoor is een gezamenlijk definitie en een gedeeld meetsysteem benodigd. Haarlem verwacht dat de methodiek van het CBS hiervoor een passend handvat zal zijn. Stapsgewijs zal brede welvaart in de organisatie worden gebracht, waarbij er telkens kleine vervolgstappen gezet zullen worden die impact maken, maar ook binnen de cirkel van invloed van de organisatie en de gemeente Haarlem liggen.

Staat van brede welvaart Haarlem De informatie in de CBS regionale Monitor Brede Welvaart schetst een ontwikkeling van de brede welvaart in Haarlem op basis van indicatoren voor het ‘hier en nu’ en indicatoren voor ‘later’. De indicatoren bieden in gezamenlijkheid een blik op de verschillende aspecten van brede welvaart. Op pagina’s 54 t/m 57 is de staat van Brede Welvaart van Haarlem gepresenteerd. Dit laat het resultaat van Haarlem zien, hoe Haarlem scoort ten opzichte van andere gemeenten en of er sprake is van een significante ontwikkeling ten opzichte van het voorgaande jaar. Technische toelichting Het CBS gebruikt in de Regionale Monitor Brede Welvaart kleuren om de resultaten van verschillende indicatoren vergelijkbaar te maken. Alle kleuren zijn bepaald op basis van statistische criteria. De kleuraanduidingen hebben slechts een signaalfunctie. Het is aan de politiek en beleid om op basis van de door het CBS gepresenteerde informatie te komen tot afwegingen en beleidsconclusies. Brede welvaart ‘hier en nu’ betreft de persoonlijke kenmerken van mensen, de kwaliteit van de omgeving waarin zij leven en meer in het algemeen hun materiële welvaart en welzijn. Brede welvaart ‘later’ betreft de hulpbronnen die volgende generaties nodig hebben om een zelfde niveau van welvaart te kunnen bereiken als de huidige generatie.

Enkele indicatoren zijn zowel opgenomen onder de noemer Brede Welvaart ‘Hier & Nu, als in ‘Later’. Dit geldt onder andere voor de indicator ‘Hoogopgeleide bevolking’, omdat dit niet alleen de brede welvaart in het ‘hier & nu’ stimuleert, maar ook zorgt voor een positief menselijk kapitaal voor de brede welvaart ‘later’. De pijlen geven ontwikkelingen aan over de afgelopen 8 jaar. De pijl wijst naar boven als de trend omhoog gaat en naar beneden als de trend omlaag gaat. De kleur van de pijl toont de betekenis van de richting van de trend voor de brede welvaart. De kleur van de pijl is groen voor een stijging van de brede welvaart of rood voor een daling. Wanneer er geen pijl staat, betekent dit dat de verandering ten opzichte van vorig jaar niet significant is.

Voor de positie van Haarlem ten opzichte van andere regio’s betekenen de kleuren het volgende: CBS heeft de beschikbare waarden verdeeld in kwartielen (groepen van 25 procent). De kleur van de positie is groen wanneer de indicatorwaarde van de regio hoort bij de bovenste 25 procent van de Programmabegroting 2024-2028

52

verdeling. De kleur van de positie is rood wanneer de indicatorwaarde van de regio hoort bij de onderste 25 procent van de verdeling. In alle overige gevallen is de kleur van de positie grijs.

De grijze vorm aan de onderkant van de afbeelding is een staafdiagram waarin alle regio’s waarvan gegevens beschikbaar zijn naast elkaar zijn gezet. De vorm geeft inzicht in de onderlinge verschillen. Voorbeelden: De indicator Hoogopgeleide bevolking laat zien dat 43,5% van de Haarlemse bevolking van 15 t/m 74 jaar hoger onderwijs heeft afgerond (HBO of WO). De groene pijl geeft aan dat de trendmatige ontwikkeling richting brede welvaart gaat. De positie laat zien dat Haarlem gerankt is als 24e en tot het bovenste kwartiel behoort (groene kleur). De grijze staafdiagram laat door middel van de groene lijn zien waar Haarlem zich bevindt ten opzichte van alle andere regio’s waarvan data beschikbaar is. Zichtbaar is dat de onderlinge verschillen groot zijn: de staafdiagram is aan de linkerkant laag en loopt geleidelijk op. De indicator tevredenheid met het leven laat zien dat 82% van de mensen van 18 jaar of ouder een score van 7 t/m 10 geeft op de vraag naar de mate van tevredenheid met het leven dat geleid wordt. 10 staat voor volledig tevreden. De positie laat zien dat Haarlem gerankt is als 184e en tot het onderste kwartiel behoort (rode kleur). De grijze staafdiagram geeft echter aan dat de onderlinge verschillen klein zijn; de staafdiagram loopt nagenoeg horizontaal. De indicatoren in de 2022-editie van de regionale monitor zijn geüpdatet tot 25 november 2022.

Niet alle indicatoren van Brede Welvaart zijn reeds op gemeenteniveau beschikbaar. Voor Haarlem zijn nu 40 van de 46 indicatoren beschikbaar. Het CBS geeft aan te werken aan de verbetering van de regionale data. Op de website van het CBS is per indicator aanvullende informatie te vinden, zoals de historische ontwikkeling of de specifieke databron. Bron: CBS Regionale Monitor Brede Welvaart 2022

Programmabegroting 2024-2028

53

Brede Welvaart Hier en nu Welzijn

Materiële welvaart

Gezondheid

Arbeid en vrije tijd

Wonen

Samenleving

Veiligheid

2

Milieu

3

Brede Welvaart Later Economisch kapitaal Menselijk kapitaal

Sociaal kapitaal

Natuurlijk kapitaal

4

Verdieping: de gemeentelijke organisatie CO₂ prestatieladder Deze paragraaf beschrijft de CO₂ -uitstoot als gevolg van activiteiten van de gemeentelijke organisatie Haarlem, waarvan het energiegebruik ook deels plaatsvindt buiten Haarlem. Deze informatie volgt uit de CO₂-prestatieladder en ziet toe op duurzame bedrijfsvoering en inkoop van de organisatie. De CO₂-Prestatieladder is een instrument dat bedrijven en overheden helpt om hun CO₂uitstoot en de kosten te verlagen. De CO₂-prestatieladder kent vier invalshoeken: 1) inzicht in de CO₂ uitstoot van de organisatie, 2) de ambitie CO₂-reductie, 3) wijze waarop in- en extern gecommuniceerd wordt over CO₂ uitstoot en CO₂-reductie en 4) deelname aan initiatieven om CO₂ te reduceren in de sector en/of keten. De CO₂prestatieladder bestaat uit 5 niveaus. De gemeentelijke organisatie is gecertificeerd op niveau 3. Tot en met het derde niveau gaat de organisatie zelf aan de slag via allerlei projecten om de CO₂-uitstoot van de organisatie inzichtelijk te krijgen en vervolgens omlaag te krijgen. Bij niveau 4 en 5 wordt er verder gekeken dan de eigen organisatie, dan wordt er ook gekeken naar de invloed en actie die ondernomen wordt in de keten en met ketenpartners. Voortgang jaarlijkse CO₂ emissies gemeentelijke organisatie (Ton CO₂) Totale emissies

2018

2019

2020

2021

2022

1.694

1.603

1.344

1.624

1.622

Halfjaarlijks wordt de CO₂-uitstoot in kaart gebracht zodat hierop gestuurd kan worden. Jaarlijks vindt er een verplichte directiebeoordeling plaats. Vanaf 2018 was een jaarlijkse daling te zien tot het jaar 2020. Vervolgens is er na het jaar 2020 een stijging zichtbaar. In 2021 was de totale emissie van de gemeentelijke organisatie 1.624 ton CO₂. In 2022 zijn de totale emissies nagenoeg gelijk gebleven, nl. 1.622 ton CO₂. In 2022 was de planning op 20% reductie te zitten t.o.v. 2018. Echter is er 4,2% reductie behaald. De uitstoot komt met name vanuit vastgoed (gasverbruik). De eigen huisvesting heeft fors meer gas verbruikt in 2022 t.o.v. 2018, dit komt met name door de Zijlpoort en het Stadhuis. Van de overige panden is de uitstoot door gas afgenomen, dit komt echter grotendeels door het afstoten/verkopen van panden. Niveau 4 CO₂ prestatieladder In het komende jaar 2024 wordt beoogd de stap te maken naar niveau 4 van de CO₂ prestatieladder. Dit houdt in dat er twee ketens waarin de gemeente opereert inzichtelijk gemaakt moeten worden door middel van een ketenanalyse. Een ketenanalyse houdt in dat over de gehele levenscyclus van een bepaalde activiteit of product de CO₂-uitstoot wordt berekend. Dit zal samenwerkingen met andere partijen op het gebied van CO₂-reductie en het uitdragen van de doelstellingen en maatregelen van Haarlem vragen.

Verbonden partijen Ten behoeve van het jaarverslag 2022 is er in lijn met voorgaande jaren een uitvraag geweest naar alle verbonden partijen aangaande Duurzaamheid. In het jaarverslag 2022 zijn de resultaten per verbonden partij opgenomen. De uitvraag naar duurzaamheid van de Haarlemse Verbonden Partijen is als vast onderdeel opgenomen in de paragraaf Verbonden Partijen. In een jaarverslag wordt verantwoording afgelegd aan de raad over de realisatie van beleidsvoornemens. Hierdoor is naast de bestaande uitvraag die zich richt op de realisatie, ten behoeve van aansluiting, een uitvraag van de beleidsvoornemens nodig. Er is in 2021, bij de jaarrekening 2020, gestart met een inventarisatie over duurzaamheid. Hierbij is aan deze partijen gevraagd om informatie aan te leveren met betrekking tot CO₂ prestatieladdercertificering, het voornemen tot certificering en CO₂ uitstoot (indien Programmabegroting 2024-2028

58

gecertificeerd), doelstellingen op het gebied van duurzaamheid en al behaalde resultaten op dit vlak. In de paragraaf Verbonden Partijen en subsidies wordt de inhoudelijke informatie per verbonden partij gepresenteerd. Daarnaast is op basis van o.a. de jaarverslagen 2022 en de begrotingen 2023 van de verbonden partijen een beeld gevormd over hetgeen de Vennootschappen en coöperaties en Gemeenschappelijke regelingen (met een eigenstandige bedrijfsvoering) (voornemens zijn te) ondernemen op het gebied van duurzaamheid en maatschappelijk verantwoord en circulair ondernemen. Op basis van deze documenten is zichtbaar dat het merendeel van deze Vennootschappen en coöperaties en Gemeenschappelijke regelingen (met een eigenstandige bedrijfsvoering) bewust is van het belang van maatschappelijk verantwoord ondernemen en een duurzame bedrijfsvoering, de wijze waarop en de focus varieert. SRO geeft aan dat de ecologische en maatschappelijke noodzaak van verduurzaming al hoog was, maar dat wegens sterk toegenomen energieprijzen ook de economische noodzaak tot verduurzaming sterk gegroeid is. Dit momentum wordt aangegrepen, daar waar het kan beoogd SRO steeds meer zelfvoorzienend te worden door middel van eigen opwek van duurzame energie (bijv. zonnepanelen). Streven van SRO is om impact per 2030 netto positief te laten zijn.

Er wordt samengewerkt met de opdracht-gevende gemeenten en aandeelhouders om de panden die SRO beheert en de accommodaties die SRO exploiteert te verduurzamen. Enkele verduurzamingsactiviteiten waar SRO mee bezig is zijn elektrificatie van materiaal, waterberging en circulariteit van de sportvelden. Verder loopt het traject tot certificering op de CO₂ prestatieladder niveau 3 en heeft de afdeling inkoop van SRO een duurzaam inkoop/aanbestedingsbeleid dat is ontwikkeld in overleg met de onder andere de Gemeente Haarlem. Verder wordt er een duurzaam inkoopbeleid opgesteld en worden diverse duurzame mobiliteitsopties verkend. Ook is er aandacht voor de cultuur en het stimuleren van een duurzame ‘mindset’ binnen alle afdelingen en niveaus van de organisatie. SRO heeft in 2021 een start gemaakt met het voorbereiden op de diversiteitswet. SRO wil een inclusieve organisatie zijn en daarin ook een afspiegeling van de maatschappij. Met gelijke kansen voor iedereen. In 2022 heeft SRO dit meegenomen in de werving, doorstroom en bewustwording. Er is een basis gelegd om beleid op te stellen en diversiteit en inclusie een permanente plek binnen de organisatie te geven. Spaarnelanden geeft aan dat de kern van het werk is om publieke taken in opdracht van de aandeelhoudende gemeenten zo schoon, heel en veilig mogelijk uit te voeren.

Hierbij stellen zij zich op als een strategische partner en dragen zij bij aan gemeentelijke doelen op het gebied van circulariteit, klimaatadaptie, biodiversiteit en duurzame mobiliteit. Spaarnelanden is ISO 14001 gecertificeerd en streeft er naar om in 2030 een emissieloze organisatie te zijn. Er is aandacht voor de verduurzaming van de eigen bedrijfsvoering, zoals de verduurzaming van panden en terreinen en de elektrificering van het wagenpark. Inmiddels rijdt 30% van de voertuigen volledig elektrisch, in 2023 zal een plan gereed zijn voor de elektrificering van grotere voertuigen tot 2030 en in het begrotingsjaar wordt beoogd enkele grotere brandstofvoertuigen al te vervangen voor elektrische. Op de locaties wordt gewerkt aan verdere ontstening en vergroening. Op het gebied van innovatie wordt beoogd dat minimaal 80% van alle innovaties concreet betrekking heeft op duurzame verbetering van klantgerichte processen, zowel buiten als binnen. Begin 2023 zijn nieuwe onderhoudscontracten met de Gemeente Haarlem afgesloten voor een periode van maximaal acht jaar; in de contracten zijn de doelstellingen van de gemeente met betrekking tot duurzaamheid opgenomen.

Programmabegroting 2024-2028

59

Bij Spaarnelanden is sprake van vergrijzing van de personele samenstelling. Er wordt aandacht geschonken aan het sociaal (ouderen-) beleid en ze willen iedere kans benutten op het actief en gezond kunnen afmaken van carrières. Tegelijkertijd wil Spaarnelanden de jonge mensen met de juiste opleiding op de (te ontstane) vacatures werven en aan zich binden. Sociaal beleid, arbeidsmarktcampagne en leer/werk constructies krijgen daarom aandacht. De Veiligheidsregio Kennemerland heeft ambities voor de periode 2024-2027 opgesteld in het kader van duurzaam ondernemen. In deze ambitie is aandacht voor het voorkomen van verspilling van grondstoffen en energie. Concrete acties hieromtrent zijn het aanbrengen van zonnepanelen en verdere aanbrenging van Ledverlichting en nachtverlichting. Verder wordt het wagenpark verduurzaamd is er aandacht voor het gebruik van duurzame en verantwoorde materialen. De Veiligheidsregio Kennemerland geeft aan duurzaam inzetbaar personeel en een gevarieerd medewerkersbestand te realiseren, in dit kader is een ambitie voor de periode 2024-2027 opgesteld. Er is al een plan op het gebied van diversiteit en inclusiviteit opgesteld. Verder wordt het generatiepact uitgevoerd, hierdoor worden instroommogelijkheden voor jonge medewerkers gecreëerd. Ook wordt er geïnvesteerd in leiderschap en teamontwikkeling.

Recreatieschap Spaarnwoude zit zich in voor het ontwikkelen van een duurzaam stad - land netwerk met:- goed bereikbare, herkenbaar en vindbare ontvangstgebieden aan de stedelijke randen én in het gebied waar voorzien wordt in alle behoeften van de recreant. Hierbij is aandacht voor duurzame programmering van evenementen. Mysteryland is het eerste duurzame evenement van heel Nederland waarbij in 2023 geheel op groene stroom werd gedraaid. Verder wordt uitvoering gegeven aan het in 2021 opgestelde Plan van Aanpak biodiversiteit, door o.a. vergroten profilering op natuur en biodiversiteit en publiekscommunicatie over het aantal verschillende dieren en planten. Op Schoteroog realiseert NV Afvalzorg in samenwerking met het recreatieschap een zonneweide. Recreatieschap Spaarnwoude begeleid diverse maatschappelijke stages en huur werknemers in vanuit de sociale werkvoorziening Spaarne Werkt en IJmond Werkt. Noord Hollands Archief voldoet sinds 2021 voor beide locaties aan de eisen voor het gouden Green Key-certificaat. Het keurmerk Green Key Gold betekent dat de organisatie op het gebied van twaalf thema’s, waaronder maatschappelijke betrokkenheid, reiniging en afval, voldoet aan de hoogste normen van duurzaam en maatschappelijk ondernemen.

Voorbeelden van maatregelen zijn het separaat afvoeren van papier, karton en plastic, en het uitsluitend serveren van biologische en zo veel mogelijk lokale producten in het archiefcafé. Wat betreft onderling vervoer tussen locaties wordt gebruik gemaakt van een elektrische auto, ook zijn er oplaadpunten voor elektrische fietsen voor medewerkers (en bezoekers) op beide locaties aanwezig. Nagenoeg alle verlichting is verled en er worden bewegingssensoren toegepast om de verlichting automatisch in- en uit te schakelen. Bij circulair Inkopen wordt een inkoopinstrument ingezet om productie en (her)gebruik van producten en diensten te stimuleren en daarmee de transitie naar een circulaire economie te bevorderen. Het Noord Hollands Archief hecht bij de werving en selectie van nieuwe mensen waarde aan vakkennis en kundigheid, aan gedeelde kernwaarden en aan een betere afspiegeling van de diversiteit van de samenleving in onze organisatie. NHA werkt structureel samen met SpaarneWerkt. Cocensus geeft aan dat in april 2021 een nieuwe huisvesting is betrokken. De werkzaamheden worden uitgevoerd in één gezamenlijk pand, waarbij is gekozen voor een optimaal duurzaam concept met een energie-neutrale huishouding. Daarnaast is Cocensus per juni 2023 over op een volledig elektrisch wagenpark. De verwachting is dat door het opladen van het wagenpark de energielasten licht gaan stijgen.

Programmabegroting 2024-2028

60

Cocensus geeft aan dat het belang van vitaliteit binnen organisaties steeds groter wordt. Enerzijds omdat het huidige personeelsbestand duurzaam inzetbaar moet blijven, anderzijds omdat je als werkgever 'aantrekkelijker' bent op de arbeidsmarkt wanneer je een vitaliteitsprogramma hebt. Eind 2022 is opnieuw een vitaliteitsgroep in het leven geroepen. Iedere afdeling heeft één of twee personen naar voren geschoven die de afdeling vertegenwoordigen. Spaarne Werkt heeft met maatschappelijke impact door het werk wat zij uitvoeren, o.a. door het bieden van perspectief op verdere ontwikkeling en werk. Met de duurzame activiteiten gericht op werk, zoals o.a. de kringloopwinkels van ‘De Snuffelmug’ en kledingsorteren, wordt niet alleen een bijdrage geleverd aan de sociale doelstelling, maar ook een bijdrage geleverd aan een duurzame samenleving. Jaarlijks wordt er door het kleding sorteren meer dan 700.000 kilo textiel verwerkt. In het proces wordt een circulaire aanpak gehanteerd. Deze circulaire aanpak wordt ook gehanteerd bij de inzameling van huisraad. Er worden diverse maatregelen in het kader van duurzaamheid uitgevoerd, onder andere afvalscheiding en het ophalen en verwerken van hout, papier en karton. Er wordt gebruik gemaakt van ledverlichting en tijdschakelaars.

Verder is er aandacht voor materiaalverbruik en het verbeteren van de interne inzameling van PET-flessen, ook worden restafvalstromen geoptimaliseerd. Spaarne Werkt zet voor de sociale ontwikkeling van de mensen diverse trajecten in, zoals begeleiding, training en scholing, werken in een beschermde werkomgeving, groep- en individuele detachering of directe plaatsing op een baan bij een reguliere werkgever. Omgevingsdienst IJmond (ODIJ) geeft aan dat van oudsher veel gemeenten uitvoerende taken op het gebied van klimaatbeleid (deels) ondergebracht te hebben bij ODIJ. Het betreft de advisering op het gebied van duurzame ontwikkeling, zoals duurzaam bouwen, projecten op het gebied van energiebesparing bij bedrijven, projecten op het gebied van mobiliteit en ondersteuning en implementatie van beleid en uitvoering van energiebesparing in de bebouwde omgeving. ODIJ geeft aan dat thema’s als duurzame ontwikkeling, energiebesparing, gezondheid, schone en veilige leefomgeving de komende jaren de agenda blijven dicteren. De gemeente zal, waar relevant, duurzaamheid aan de orde stellen in gesprekken met de verbonden partijen. 213a onderzoek Kernindicatoren Milieuactieprogramma Het college heeft besloten om naast deze twee reeds aangekondigde 213a onderzoeken, een extra toepassingsgericht 213a onderzoek uit te voeren in 2023 in het kader van duurzaamheid (2022/1747982).

Dit onderzoek is afgerond in juli 2023. Er is onderzocht in hoeverre de 26 kernindicatoren uit het Milieuactieprogramma, die gebruikt kunnen worden om de vooruitgang van de milieu- en klimaatdoelstellingen uit de Green Deal te meten, toepasbaar zijn op de gemeente Haarlem. De raad zal via een collegebesluit geïnformeerd worden over de resultaten van het onderzoek en de collegereactie hierop. Duurzaamheid begrotingsinstrumenten De duurzaamheidsbegroting is een samenstel van een begrotingsdocument en -instrumenten ten bate van effectief en kostenefficiënt klimaatbeleid. De Gemeente Haarlem gaat met deze begroting zichtbaar verder dan veel andere gemeenten. De gemeente beoogt duurzaamheid te versleutelen in de haarvaten van de beleids-, investerings- en besluitvormingsprocessen van de gemeente, via onder andere het opnemen van de duurzaamheidsparagraaf in bestuurlijke nota’s, door duurzaamheidsinvesteringen te versnellen via het Revolverend Fonds Energiebesparing (RFE) en de stelpost Duurzaamheid, en vooral ook door een objectieve klimaatmonitoring en verantwoording in het voorliggende document. In deze paragraaf wordt kort stilgestaan bij bovengenoemde instrumenten.

Programmabegroting 2024-2028

61

Duurzaamheid in bestuurlijke besluitvorming. Om de CO₂-uitstoot van de gemeente Haarlem verder terug te dringen, is het noodzakelijk om in elk project waar van toepassing en bij nieuw beleid de impact op de duurzaamheidsdoelstellingen van Haarlem inzichtelijk te maken. Vanaf 1 maart 2022 wordt om deze reden een duurzaamheidsargument opgenomen in bestuurlijke nota’s. In deze paragraaf wordt de impact op de duurzaamheidsdoelstellingen Aardgasvrij 2040, Circulaire stad 2040 en Klimaatbestendig 2050, zowel negatief als positief, van het nieuwe beleid, voorstel of project beschreven. De opsteller dient minimaal beschrijvend en waar mogelijk cijfermatig te onderbouwen wat de impact op de duurzaamheidsdoelstellingen is. Net zoals vorig jaar is er een kleine evaluatie uitgevoerd om na te gaan hoe men invulling geeft aan het duurzaamheidsargument. Om een beeld te kunnen vormen hierover zijn twaalf bestuurlijke nota’s bekeken waar dit argument in was opgenomen, opgesteld in de maanden mei en juni 2023, circa een jaar na de invoering van de duurzaamheidsparagraaf. In het duurzaamheidsargument wordt verwacht een onderbouwing op te nemen van wat de impact is van het beleid/voorstel/project op duurzaamheid, dit moet minimaal beschrijvend en waar mogelijk cijfermatig.

De evaluatie laat zien dat de duurzaamheidsparagraaf vooralsnog voornamelijk beschrijvend is ingevuld, in mindere mate werd de impact gekwantificeerd. Over het algemeen worden er voorbeelden gegeven over hoe er wordt bijgedragen aan één of meer Haarlemse duurzaamheidsdoelstellingen (aardgasvrij, circulair, klimaatbestendig), bijvoorbeeld door het benoemen van het plaatsen van zonnepanelen, het hergebruik van materialen en het voornemen om een vegetatiedak te plaatsen. De impact van deze maatregelen wordt nog niet gekwantificeerd in bijvoorbeeld CO₂. In het komende jaar is het voornemen de organisatie te begeleiden in het kwantificeren van de duurzaamheidsmaatregelen om op deze manier de impact op de duurzaamheidsdoelstellingen inzichtelijk te maken. Duurzaamheid meewegen in investeringen. Voor een goede integrale afweging en om te kunnen sturen op kostenefficiëntie van maatregelen is het nodig om te weten waar een euro de grootste bijdrage aan het behalen van de beleidsdoelen biedt. Duurzaamheid dient verweven te zijn in o.a. (nieuwe) investeringsvoorstellen middels inzicht in CO₂-reductie. Dit kan bijvoorbeeld gedaan worden door het opnemen van een duurzaamheidsratio (CO₂/€). De impact die Haarlem op het klimaat heeft door het realiseren van investeringen en projecten is echter breder dan alleen CO₂ uitstoot.

Daarom wordt er gekeken naar mogelijkheden om alle relevante milieu-effecten inzichtelijk te maken, hiervoor zijn reeds enkele bestaande methodieken, afhankelijk van het type project/investering. Haarlem is voornemens de score op het gebied van duurzaamheid van de gerealiseerde investeringen/projecten in de gebouwde omgeving en openbare ruimte inzichtelijk te maken en dit te registreren. Binnen de eigen grond, weg en waterbouwprojecten in de openbare ruimte wordt er sinds dit jaar vaker gebruik gemaakt van de Milieu Kosten Indicator (MKI). Samen met de partners wordt er een inspanning verricht om een dashboard in te richten om de resultaten en de impact zichtbaar te maken. Voor de gebouwde omgeving zullen de Milieu Prestatie Gebouwen (MPG), de Gemeentelijke Praktijk Richtlijn (GPR) en/of de Energie Prestatie Coëfficiënt (EPC) worden gebruikt. De raad zal door middel van het jaarverslag geïnformeerd worden over de gerealiseerde duurzaamheidscores van projecten in de gebouwde omgeving en openbare ruimte. Materialenhub Een circulaire grondstoffenhub is een fysieke locatie waar materialen en grondstoffen die uit de openbare ruimte van Haarlem en Zandvoort komen tijdelijk worden opgeslagen.

Deze worden getoetst op geschiktheid (kwaliteit en herbruikbaarheid), geregistreerd en zichtbaar gemaakt aan alle partners die werken binnen de Openbare Ruimte en kunnen worden opgehaald en ingezet in Haarlem en Zandvoort voor hergebruik.

Programmabegroting 2024-2028

62

Om kennis en ervaring op te doen voor het realiseren van de gemeentelijke circulaire grondstoffenhub, worden kennis en ervaringen uitgewisseld met de vaste partners. Deze vaste partners zijn betrokken bij circulaire grondstoffenhubs die landelijk gerealiseerd en operationeel zijn. Er zijn regionaal voorbeelden van al gerealiseerde en operationele circulaire grondstoffenhubs, zoals die van de gemeente Amsterdam en de gemeente Haarlemmermeer. Er wordt contact gelegd met Gemeente Haarlemmermeer om ervaring en kennis in te winnen. Daarnaast is een van de vaste partners, namelijk Dura Vermeer, in 2021 een startup gestart van de Urban Miner in de regio Rotterdam. Ook deze ervaring zal worden meegenomen. Stelpost Duurzaamheid. In de Programmabegroting 2022-2026 is invulling gegeven aan de wens om hogere kosten voor duurzaamheid in investering te faciliteren met de Stelpost Duurzaamheid. De ratio hierachter is dat in de praktijk is gebleken dat investeringen, wanneer deze worden aangedragen voor het Investeringsplan, vaak nog niet zo ver zijn uitgewerkt om al een duurzaamheidseffect te kunnen doorrekenen. Dit terwijl duurzaamheidsmaatregelen vaak wel een aanvankelijk hogere investering vragen, die op langere termijn wordt terug verdiend door directe besparingen, milieuvoordeel, een langere levensduur en/of een restwaarde hebben aan het eind van de levensduur.

Wanneer in een later stadium in de uitwerking van de plannen deze kosten wel in beeld zijn, komt het voor dat hier geen ruimte (meer) voor is. Voor dergelijke situaties is de Stelpost Duurzaamheid.

Stelpost Duurzaamheid

2023

2024

2025

2026

2027

0

493

750

1.000

2.000

In de Programmabegroting 2023-2027 heeft de raad besloten middelen te reserveren voor de aanleg van markt- en evenementenkasten. Deze reservering komt ten laste van de stelpost Duurzaamheid. Uitgangspunt is het verduurzamen van de energievoorzieningen die nodig zijn om festivals en evenementen te voorzien van stroom. Haarlem zet in op het reduceren van CO₂ uitstoot door het vervangen van de dieselgeneratoren door vaste stroompunten. De status van het project is dat er een duidelijke wens/stip op de horizon geuit is (tevens openomen in het coalitieakkoord op pagina 8). Op dit moment is echter nog geen onderzoek gedaan naar de technische- en financiële haalbaarheid per evenementenlocatie. De eerste stap die nu gezet wordt is het in kaart brengen van de benodigde stroomcapaciteit per park en ook de exacte locatie van de stroompunten. Op basis van deze informatie wordt een extern onderzoek gestart naar de technische haalbaarheid per locatie. Op basis van het onderzoek zal een geactualiseerde kostenraming opgesteld worden. Revolverend Fonds Energiebesparing. Er is een revolverend fonds energiebesparing (RFE) ingesteld om tegemoet te komen aan het langetermijnperspectief en belemmeringen weg te nemen om renderende investeringen in duurzaamheid te doen.

Het RFE kan ingezet worden indien het een 'verduurzamingscomponent' van de investering betreft in het kader van energiebesparing, waarbij alle energiebronnen in aanmerking komen. Het RFE kan faciliterend optreden om de verduurzamingsopgave te versnellen. Door het vormen van een reserve voor duurzaamheidsinvesteringen wordt ervoor gezorgd dat er dekking is voor investeringen waarbij de financiële voordelen op een later moment in de tijd zitten of waarbij eventuele financiële nadelen naar voren treden. Verduurzaming gemeentelijk vastgoed 1e tranche: De gemeenteraad heeft een krediet van € 9 miljoen ter beschikking gesteld ten behoeve van de verduurzaming van het gemeentelijke vastgoed (2021/570677). De besparingen op energiekosten worden aan het Revolverend Fonds Energiebesparing (RFE) toegevoegd om zo verdere verduurzaming in de toekomst mogelijk te maken. De kapitaalasten behorende bij de 1e tranche Programmabegroting 2024-2028

63

worden niet onttrokken uit het RFE omdat deze bij het vastgestelde kredietbesluit al in de begroting zijn opgenomen. 2e tranche: In de Programmabegroting 2023-2027 zijn in navolging van het coalitieakkoord middelen in het Investeringsplan opgenomen voor de verdere verduurzaming van het gemeentelijke vastgoed. Dit betreft € 14 miljoen aan duurzaamheidsinvesteringen, uit te voeren in 2026 en 2027. De kapitaallasten die voortkomen uit deze investeringen worden (waar mogelijk) gedekt door een verhoging van de kostprijs dekkende huur. Waar de kapitaallasten niet kunnen worden gedekt door de kostpijsdekkende huur, worden deze gedekt uit het RFE. De duurzaamheidsinvesteringen kunnen leiden tot hogere huren voor subsidierelaties of hogere huisvestingskosten voor de gemeente. Voor de hogere huren worden de subsidierelaties gecompenseerd, gesaldeerd met 80% van de verwachte besparing op energiekosten. De hogere subsidielasten, alsmede de hogere huisvestingslasten, worden gedekt uit het RFE. Voor huurders zonder subsidierelatie worden de kapitaallasten volgend uit de investeringen verdisconteerd in de kostprijsdekkende huur. De besparingen op energiekosten komen ten gunste van de huurders. De raming van de energiebesparing van de 2e tranche is naar verhouding gebaseerd op de besparing uit de 1e tranche.

De 2e tranche is naar verwachting minder rendabel dan de 1e tranche, omdat de meest rendabele panden zijn opgenomen in de 1e tranche. De aanname is dat de 2e tranche ongeveer de helft minder rendabel is. De onttrekking aan het RFE voor de 2e tranche is berekend op basis van de totale kapitaallasten voor de duurzaamheidsinvesteringen, inclusief de kapitaallasten van panden waar verrekening met de kostprijs dekkende huur plaats zal vinden. Wanneer er gestart wordt met de 2e tranche zal inzichtelijk gemaakt worden welk deel van de kapitaallasten dit betreft. Wanneer de kapitaallasten niet (volledig) worden verrekend met de huur worden deze gedekt uit het RFE. In de onderstaande tabel wordt de verwachte dotaties en onttrekkingen aan het RFE zichtbaar gemaakt. Reserve Energiebesparing

2023

2024

2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032

Beginstand 01/01

546

728

1.030 1.611 2.387 2.912 3.144 3.377 3.610 3.843

Energiebesparing straatverlichting

182

182

182

182

182

182

182

182

182

182

Verwachte dotatie aan RFE uit 1e tranche

80

359

554

554

554

554

554

554

554

Verwachte dotatie energiebesparing Bibliotheek

40

40

40

40 431

431

431

431

431

Verwachte dotatie 2e tranche

215

Verhoging huursubsidies/huisvestingslasten

-467 -934 -934 -934 -934 -934

Saldo 2e tranche

-252 -503 -503 -503 -503 -503

Stand per 31/12

728

1.030

1.611 2.387 2.912 3.144 3.377 3.610 3.843 4.076

Doorontwikkeling van de duurzaamheidsbegroting Er zijn al veel stappen zijn gezet op verschillende niveaus op het gebied van duurzaamheid, zoals in beleid en in processen, hierdoor ligt er een goede basis. Voor de komende tijd ligt er nog een opgave om de overige thema’s van duurzaamheid uit te werken. De duurzaamheidsbegroting zal dan ook constant in ontwikkeling blijven. Onderstaand raamwerk presenteert de opgaven voor de komende periode, verdeeld over de strategische fasen van de begrotingscyclus.

Programmabegroting 2024-2028

64

Fase

Ambities

1)

Duurzaamheidsbegroting: uitvoering, monitoring en verantwoording

2)

Strategische planning en raamwerk

Duurzaamheid inbedden in de organisatie (en ketenpartners)

De Duurzaamheidsbegroting geeft een objectief beeld van de voortgang richting duurzaamheidsdoelstellingen. Duurzaamheidsbegroting is een vast onderdeel van de Programmabegroting Monitoren en duiden voortgang energietransitie en CO₂ uitstoot (uit de klimaatmonitor) Monitoren middels indicatoren Haarlem in Cijfers ‘Duurzaamheid’ Rapporteren op voortgang MRA roadmap circulair inkopen Monitoren besluitvorming, implementatie van de maatregelen en voortgang Duurzaamheid wordt als belangrijk afwegingscriterium meegenomen in beleids- en investeringsbeslissingen -

Nieuw beleid: Inzichtelijk maken van de bijdrage aan duurzaamheidsdoelstelling om CO₂ te reduceren en hoe dit te monitoren Nieuwe investeringsbeslissingen: Duurzaamheidsratio als kengetal (CO₂/€) Gerealiseerde investeringen/projecten: duurzaamheidsscores berekenen Processen: o.a. door duurzaamheidsargument in bestuurlijke nota’s, en integreren in procesopdrachten P&C cyclus: Integratie doelstellingen en indicatoren Duurzaamheidstoets team adviseert i.h.k.v. duurzaamheidsthema’s

CO₂ prestatieladder: gecertificeerd zijn op trede 5 in 2025 Verbonden partijen: het stimuleren van duurzaamheid bij de verbonden partijen

3)

Begrotingsvoorbereiding, doorontwikkeling van de duurzaamheidsbegroting

Revolverend Fonds Energiebesparing (RFE) en Stelpost Duurzaamheid faciliteren en ondersteunen duurzaamheidsmaatregelen Duurzaamheidsbegroting Circulariteit meetbaar maken en indicatoren definiëren (materiaalstromen inzichtelijk maken) Verkenning Haarlemse ecologische voetafdruk (Motie ‘Onze Haarlemse ecologische voetafdruk zichtbaar maken’) De mate van een klimaatbestendige stad inzichtelijk maken Doorontwikkelen datagedreven werken in het kader van de energietransitie, circulariteit, klimaatadaptatie en Brede Welvaart, met als doel deze te ontsluiten in de Haarlemse datasystemen Brede Welvaart Inzichtelijk maken van de staat van Brede Welvaart Haarlem Regionale samenwerking Volgen en aansluiten bij landelijke en Europese ontwikkelingen

1) Duurzaamheidsbegroting: uitvoering, monitoring en verantwoording. De duurzaamheidsbegroting geeft een objectief beeld van de voortgang van de energietransitie en de CO₂ uitstoot. Er wordt aangesloten bij de RWS Klimaatmonitor en deze data wordt verwerkt in ‘Haarlem in Cijfers’. Het doel is om de implementatie van maatregelen en geboekte voortgang te monitoren. 2) Strategische planning en raamwerk. De intentie is om duurzaamheid(smaatregelen) te verankeren in de strategische planning van het proces, en om duurzaamheid in te bedden in de organisatie. Het doel hiervan is dat duurzaamheid wordt meegenomen als afwegingscriterium in besluitvorming. Dit wordt onder andere beoogd door het een plek te geven in nieuw beleid, in nieuwe investeringsbeslissingen en in processen. Vanaf dit jaar zullen duurzaamheidsscores berekend worden van gerealiseerde projecten, deze zullen in het jaarverslag gepresenteerd worden. Daarnaast worden er stappen gezet om gecertificeerd de volgende trede (trede 4) van de CO₂ prestatieladder te behalen. Verder wordt er gekeken naar de Programmabegroting 2024-2028

65

mogelijkheden om Verbonden Partijen aan te sporen om een positieve bijdrage te leveren op het gebied van duurzaamheid in Haarlem. Beoogd wordt om duurzaamheidsinvesteringen te versnellen via het Revolverend Fonds Energiebesparing (RFE) en de stelpost Duurzaamheid. 3) Begrotingsvoorbereiding, doorontwikkeling van de duurzaamheidsbegroting. Haarlem heeft met de duurzaamheidsdoelstellingen Aardgasvrij 2040, Circulaire stad 2040 en Klimaatbestendig 2050 een duidelijk doel voor zichzelf gesteld. Om de voortgang op deze doelstellingen te monitoren, wordt de duurzaamheidsbegroting doorontwikkeld. Het behalen van de doelstellingen van Aardgasvrij in 2040 is goed meetbaar, echter zijn de mate van circulariteit in 2040 en klimaatbestendigheid in 2050 vooralsnog lastiger meetbaar. Haarlem zal in de komende periode in samenwerking met (landelijke) partijen zich inzetten om dit meetbaar te maken, hierbij kan gedacht worden aan het inzichtelijk maken van materiaalstromen en het inzichtelijk maken van de mate van een klimaatbestendige stad. Bij de Kadernota 2024 is de motie ‘Onze Haarlemse ecologische voetafdruk zichtbaar maken’ aangenomen. De motie roept op tot het inzichtelijk maken van de Haarlemse Ecologische voetafdruk en om deze te monitoren. In de Kadernota 2025 zal de raad geïnformeerd worden over de voortgang van de Haarlemse ecologische voetafdruk.

Besluitvorming De raad: • Neemt kennis van de grote de ontwikkelopgave en van het opgestelde raamwerk ten behoeve van de duurzaamheidsbegroting, en stemt in met het ondernemen van de hierin opgenomen activiteiten en opgaven in het kader van duurzaamheid.

Programmabegroting 2024-2028

66

Deel 2 Programma's

Programmabegroting 2024-2028

67

2.1 Inleiding programma's In dit deel van de programmabegroting wordt het beleid voor 2024 toegelicht. De opbouw van de programmateksten volgt een vaste structuur die hieronder wordt verklaard. Allereerst zijn de zeven programma’s gegroepeerd in drie clusters: Sociaal, Fysiek en Burger en bestuur. Elk cluster begint met een clustertekst waarin de context van het cluster wordt gegeven, de onderliggende programma’s worden benoemd en de hoofdkoers van het cluster wordt toegelicht. Ook staan hier standaard lopende zaken en belangrijke ontwikkelingen binnen het cluster en de onderliggende programma's. Vervolgens worden de onderliggende programma’s verder uitgediept volgens de volgende indeling: • Een overzicht van de behandelende commissies (raad), portefeuilles (bestuur) en afdelingen (ambtelijk); • De doelenboom. Deze brengt de samenhang in beeld tussen de programmadoelstelling, de beleidsvelden en de hieraan gekoppelde doelen en prestaties en bijbehorende producten; • De programmadoelstelling; • De kaderstellende beleidsnota’s. Deze zijn (vrijwel) allemaal voorzien van de corresponderende nummers uit het Bestuurlijk Informatie Systeem (BIS) en daarmee in het pdf-document via een link te openen; • De beleidsvelden.

Per beleidsveld worden de doelen omschreven (wat willen we bereiken), de prestaties die Haarlem nastreeft (wat gaan we ervoor doen) en de bijbehorende effect- en prestatie-indicatoren; • De financiën van het programma. Doelen, prestaties en bijbehorende indicatoren zijn overzichtelijk in een schema (de doelenboom) gepresenteerd. Effectindicatoren hebben betrekking op doelen. Prestatie-indicatoren hebben betrekking op prestaties. R/S in de tabel staat voor resultaten uit voorgaande realisatiejaren en streefwaarden voor komende jaren. Bij nieuwe indicatoren waarbij nog geen nulmeting voor handen is wordt aangegeven dat nulmeting nog plaats moet vinden en dat de streefwaarden daarom nog een (ruwe) inschatting zijn. Doelen en prestaties zonder indicatoren In navolging van de aanbevelingen van de Duisenberg Light methode op de jaarstukken 2019 zijn in bijlage 5.5 toelichtingen opgenomen waarom voor sommige doelen en prestaties geen indicator geformuleerd is. Hierin is ook opgenomen hoeveel doelen en prestaties geen indicator hebben en een vergelijking met indicatoren uit de begroting 2023, 2022 en 2021. Landelijk verplichte indicatoren (BZK) Naast de door Gemeente Haarlem zelf geformuleerde indicatoren zijn ook de landelijk verplichte indicatoren opgenomen onder de verschillende programma’s, daar waar deze het beste tot hun recht komen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13384280/1