CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

2. Bijlage 1 Kadernota 2023 en Voortgangsrapportage 2022

gemeenteraad 14 juli 2022, gemeente HaarlemBij agendapunt: voorzitter: J. Wienen Stemming over moties, amendementen en (geamendeerd) besluit Kadernota 2023 en Voortgangsrapportage 202240.381 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 5

91

De coronacrisis is afgevlakt, maar de economische situatie is onzeker. De situatie in Oekraïne vormt een nieuw risico en leidt op dit moment tot hogere brandstofprijzen en daarmee tot hogere prijzen voor materiaal en producten. De sancties tegen Rusland en de oorlog in Oekraïne leiden tot schaarste van producten, zoals olie en gas. Stijgende prijzen voor brandstof zullen zich vertalen in een stijging van de bouwkosten maar ook de civieltechnische kosten (bouw- en woonrijp maken). Daarnaast neemt de bestedingsruimte per huishouden af als gevolg van de hoge inflatie. Wat het effect hiervan zal zijn op de woningmarkt is nog onduidelijk. Door de grote toestroom van vluchtelingen uit Oekraïne stijgt de vraag naar woonruimte. De verwachting is dat de woningprijzen eerder zullen stabiliseren dan afnemen. Voor 2022 zal nog sprake zijn van stijging van de bouwkosten als gevolg van stijgende brandstofprijzen, de stikstofproblematiek en de schaarste aan producten als gevolg van de situatie in Rusland en Oekraïne. De verwachting is dat de bouwkosten op de langere termijn zullen stabiliseren. Op basis daarvan is de verwachting dat de grondprijzen zullen stabiliseren en niet zullen afnemen. Financiële stand van zaken 2021 Kerncijfers grondexploitatie (negatief = opbrengst)

1-1-2021

1-1-2022

2.582 -25.512

314 -29.074

-22.930

-28.760

weerstandsvermogen neemt toe verliesvoorziening

-12.945

-12.139

reserve

-18.742

-20.589

weerstandsvermogen

-31.687

-32.729

weerstandspositie is verbeterd weerstandsvermogen

-31.687

-32.729

Saldo

verwachte en gerealiseerde winst gestegen winstverwachting winstneming

-5.830

-1.041

boekwaarde

15.037

11.680

weerstandspositie

-16.650

-21.049

-4.399

reserve marktrisico's

-18.742 9.546

-20.589 1.425

-8.121

projectrisico's vpb risico

1.928 2.800

598 2.800

-1.330

surplus

-4.469

-15.767

-11.298

surplus neemt toe

meer baten dan lasten gerealiseerd lasten baten excl. winstneming

2020

2021

5.291 -20.431

6.437 -12.541

-15.140

-6.104

Kerncijfers grondexploitaties: verliesvoorziening, boekwaarde en surplus nemen toe Het weerstandsvermogen is toegenomen en de boekwaarde is gedaald. Daardoor is de weerstandspositie flink verbeterd. Door de dalende boekwaarde daalt ook het risicoprofiel. Er is voldoende verliesvoorziening opgebouwd om verliesgevende grondexploitaties te kunnen afsluiten Kadernota 2023

92

zonder verdere consequenties. De reserve is met ongeveer € 1,9 miljoen toegenomen, met name door de toevoeging van tussentijdse winstneming en minder onttrekkingen. De reserve is nog steeds voldoende gevuld, om de risico’s die er nog zijn het hoofd te bieden (dit wordt in hoofdstuk 4 nader toegelicht). Ook voor de komende jaren wordt een toename van de reserve verwacht, mede als gevolg van het afsluiten van een aantal winstgevende grondexploitaties. De prognose is positief. Dit neemt niet weg dat er nog steeds risico’s zijn. De komende twee jaar dient bijna € 25,8 miljoen grondopbrengsten gerealiseerd te worden. Zo lang deze opbrengsten nog niet zijn gerealiseerd, blijft er sprake van een substantieel risico. Om deze risico’s af te dekken, dient hiervoor een buffer aangehouden te worden. Om te bepalen of er voldoende buffer aanwezig is, wordt de benodigde weerstandscapaciteit afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. Als blijkt dat de beschikbare weerstandscapaciteit groter is dan de benodigde weerstandscapaciteit, dan ontstaat een zogenaamd surplus. Het surplus per januari 2021 is € 15,8 miljoen. Daarmee is het surplus fors hoger dan het voorgaande jaar. Dit wordt door de groei van de reserve en de fors lagere risico’s verklaard.

De gemeente heeft op basis van de huidige verwachting ruim voldoende buffer om risico’s, bijvoorbeeld als gevolg van wijzigende economische omstandigheden en de gevolgen van de situatie in Oekraïne, op te vangen. Er is met een gevoeligheids- en scenario-analyse een inschatting gemaakt van de mogelijke effecten van een recessie of worst case als gevolg van de Oekraïne-crisis. In de gevoeligheidsanalyse is per parameter aangegeven wat de impact van bepaalde afwijkingen is. In werkelijkheid zal zich een combinatie van verschillende parameters voordoen. Een samenstelling van verschillende parameters is in feite een vertaling van een scenario. Er kunnen verschillende scenario’s opgesteld worden, waaruit naar voren komt wat de impact op het resultaat van de grondexploitaties zal zijn. Met betrekking tot bepaling van de benodigde weerstandscapaciteit zijn met name de “negatieve” scenario’s interessant. Er dient voldoende weerstand te zijn om de effecten van een dergelijk scenario op te vangen. Daarom is er een scenario opgesteld dat rekening houdt met een economische recessie. Ook is er een zogenaamde worst case scenario berekend. Deze beide scenario’s vormen input voor het bepalen van de benodigde weerstandscapaciteit.

In totaal gaat het om een marktrisico van € 1,43 miljoen De scenarioanalyse is ook goed bruikbaar voor het inschatten van de risico’s van de Oekraïne-crisis en het anticiperen op die risico’s. Als de Oekraïne-crisis lang gaat duren, prijzen blijven stijgen, rente stijgt en de opbrengsten onder druk staan, dan wordt de kans op het worst-case scenario hoger en daarmee de marktrisico’s. Ook dan is er nog voldoende weerstandspositie om mogelijke verliezen af te dekken, maar neemt het surplus wel significant af. Daarmee wordt ook de mogelijkheid om te investeren in nieuwe gebiedsontwikkelingen beperkt. In 2022 worden de ontwikkelingen nauwgezet gevolgd en wordt de raad geïnformeerd als bijsturing van de grondexploitaties en/of inzet van de reserve noodzakelijk is.

Kadernota 2023

93

5 Belastingen en woonlasten 5.1 Uitgangspunten en landelijke ontwikkelingen Het belastingbeleid in Haarlem is gebaseerd op twee uitgangspunten: kostendekkende tarieven voor afval- en rioolheffing en inflatieaanpassing voor belastingen en overige rechten. Het inflatiepercentage voor belastingen is geraamd op 2,2%, zoals toegelicht en vastgesteld in de Richtlijnen begroting Haarlem 2022-2026 (2021/202788). Echter, in de kadernota wordt door de ontwikkeling van de inflatie gekozen voor een indexatie van 4,5%. Voor diensten die de gemeente via heffingen aan de gebruiker in rekening brengt, geldt dat de rekening nooit hoger dan 100% van de kosten mag zijn. Voor heffingen is inflatiecorrectie pas mogelijk als die binnen de grenzen van kostendekkendheid blijft. Op basis van de besluiten die bij de Kadernota 2023 zijn genomen worden in de begroting 2023 de baten en lasten geraamd. Op basis van die ramingen worden de tarieven in december 2022, voorafgaand aan het begrotingsjaar 2023, door middel van de Haarlemse belastingvoorstellen 2023 vastgesteld.

5.2 Woonlasten Woonlasten in Haarlem vergeleken met andere grote gemeenten Sinds 2002 publiceert het COELO (Rijksuniversiteit Groningen) jaarlijks de ontwikkeling van de woonlasten in de 40 grote Nederlandse gemeenten. Deze publicatie is vanaf 14 januari 2022 beschikbaar. Het landelijke beeld is: 1. Huishoudens in een koopwoning gaan gemiddeld 2,9% meer betalen ten opzichte van 2021. 2. Huishoudens in een huurwoning gaan gemiddeld 1,5% meer betalen ten opzichte van 2021. Het Haarlemse beeld is: 1. Huishoudens in een koopwoning gaan gemiddeld 0,5% meer betalen ten opzichte van 2021. 2. Huishoudens in een huurwoning blijven hetzelfde betalen als in 2021. De stijging is 0,0% ten opzichte van 2021. Het beeld van de ontwikkeling van de woonlasten in Haarlem is dus gunstiger dan het landelijke beeld. De positie van Haarlem op de lijst van duurste gemeenten voor huishoudens in een koopwoning is qua ontwikkeling: • 2020: plaats 7 • 2021: plaats 6 • 2022: plaats 9 De positie van Haarlem op de lijst van duurste gemeenten voor huishoudens in een huurwoning is qua ontwikkeling: Kadernota 2023

94

• • •

2020: plaats 15 2021: plaats 15 2022: plaats 16

Dit betekent dat Haarlem op de lijst van duurste (grote) gemeenten voor huishoudens in koopwoningen is gedaald. Dit betekent dat Haarlem op de lijst van duurste (grote) gemeenten voor huishoudens in huurwoningen iets is gedaald. Ontwikkeling inflatie Gezien de huidige ontwikkelingen van de inflatie wordt afgeweken van de richtlijn Programmabegroting 2023-2027. In de richtlijn is een indexatie van 2,2% opgenomen, conform de inschattingen van het CPB. Door de ontwikkelingen op de inflatie en het belang van prudent ramen, wordt in de kadernota een indexatie van 4,5% gehanteerd. Het percentage voor personeelslasten wijzigt niet (3,5%). Bij de Programmabegroting wordt de indexatie opnieuw geijkt. Onderstaand wordt het effect op de woonlasten door de aangepaste indexatie weergeven. In de berekeningen is alleen rekening gehouden met het effect van indexatie. Eventuele andere verschillen m.b.t. kwijtscheldingen, overhead toerekening, areaaluitbreidingen, autonome ontwikkelingen en/of beleidskeuzes zijn niet meegenomen. Ontwikkelingen op een van deze categorieën kunnen tot wijzigingen in de tarieven leiden. Het gepresenteerde verschil is dan ook alleen het indexatie effect. Daarnaast zijn met Spaarnelanden afzonderlijke afspraken gemaakt over een indexatie voor 2023. In beide varianten is deze indexatie gelijk. Eventuele wijzigingen in die afspraken zijn niet opgenomen in de varianten.

De verhoging van de indexatie naar 4,5% zorgt voor circa € 1 miljoen aan extra OZB opbrengsten ten opzichte van de variant met 2,2%. Dit resulteert in gemiddeld € 7,64 hogere tariefsverhoging voor OZB eigenaren woningen ten opzichte van een indexatie met 2,2%. De rioolheffing bestaat grotendeels uit kapitaallasten. Het effect van een verhoogde indexatie voor materiele lasten leidt tot circa € 24.000 aan hogere lasten voor riool. Om kostendekkend te zijn resulteert dit in een gemiddelde verhoging van de rioolheffing met € 0,29. Voor de afvalstoffenheffing leidt de verhoging tot circa € 22.000 extralasten. Om kostendekkend te zijn leidt dit tot een tariefverhoging van € 0,34 ten opzichte van een indexatie met 2,2%. In totaal stijgen de woonlasten met € 8,27 (€ 929,91 – €921,64) met toepassing van 4,5% indexatie in plaats van 2,2%. Daarmee komt de stijging van de gemiddelde woonlasten op € 30,91, in plaats van € 22,64 bij een indexatie met 2,2%. Woonlasten

Huidig

Indexatie 2,2%; 3,5%

Indexatie 4,5%; 3,5%

OZB eigenaren woningen Rioolheffing Afvalstoffenheffing

€ 332 € 155 € 413

€ 339,30 € 156,69 € 425,65

346,94 156,98 425,99

Totaal Woonlasten verhoging Percentuele verhoging

€ 899

€ 921,64 € 22,64 2,5%

€ 929.91 € 30.91 3,4%

Kadernota 2023

95

5.3 Overige belastingen en heffingen OZB Op basis van de richtlijnen Programmabegroting 2022-2026 worden de belastingen i.i.g. met 2,2% verhoogd vanwege inflatie. In de Kadernota is, gezien de inflatie ontwikkelingen, 4,5% indexatie verwerkt. Rioolheffing Uitgangspunt is dat de rioolheffing 100% kostendekkend is. Het tarief vloeit derhalve uit de lasten van de riolering voort. De lasten van de riolering bestaan in hoofdzaak uit kapitaallasten die uit de investeringen t.b.v. de riolering voortvloeien en vastgelegd zijn in het Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan (2017/361078). Afvalstoffenheffing Uitgangspunt is dat de afvalstoffenheffing 100% kostendekkend is. Het tarief vloeit derhalve uit de lasten van afvalinzameling en -verwerking voort. In de afgelopen jaren is gesproken over verdere differentiatie van tarieven. Dit heeft (nog) niet geleid tot aanpassing van de differentiatie. Naar verwachting wordt dit weer onderwerp van gesprek en afweging in de nieuwe raadsperiode 2022-2026. Naar aanleiding van de informatienota Onderzoeksvoorstel kostenstructuur Afvalstoffenheffing (Ash) (2022/50768) speelt de vraag over btw-verrekening in relatie tot de afvalstoffenheffing. In grote lijnen is de Haarlemse situatie als volgt. Spaarnelanden brengt 21% btw aan Haarlem in rekening over de activiteiten m.b.t. afvalinzameling en reiniging.

Haarlem neemt deze kosten enerzijds mee in de kostprijs van de Ash en declareert deze kosten anderzijds bij het Btw-compensatiefonds (BCF). Deze declaratie is toegestaan en compenseert de uitname uit de Algemene Uitkering Gemeentefonds bij de start van het BCF. Echter medio 2020 heeft het ministerie van Financiën besloten dat de btw op kosten van gescheiden inzamelen etc. van hout, papier, glas, metaal, kunststof en karton een btw-belaste ondernemersactiviteit is en dus niet via het BCF mag worden gecompenseerd. Dat heeft ook gevolgen voor de Ash aangezien ondernemers-btw niet als last in de Ash mag worden opgenomen. Dit moet nog verder worden uitgezocht, waarna de consequenties voor de Ash kunnen worden bepaald. Met oog op bovenstaande zou het dus kunnen zijn dat de Ash voor 2023 iets te hoog is vastgesteld.

Besluit: 1. De tarieven OZB voor 2023 en volgende jaren in ieder geval te corrigeren voor inflatie. 2. De tarieven voor afval- en rioolheffing voor 100% kostendekkend vast te stellen.

Kadernota 2023

96

6 Bedrijfsvoering De gemeente Haarlem levert dagelijks producten en diensten voor de stad. De bedrijfsvoeringsfuncties zorgen ervoor dat het primaire proces van deze taken zo optimaal mogelijk wordt uitgevoerd. De omvang van de bedrijfsvoeringsfunctie beweegt in algemene zin mee met de groei of krimp van de organisatie. In deze paragraaf worden de ambities van de gemeente Haarlem beschreven voor een aantal specifieke thema’s.

6.1 Ontwikkeling formatie Formatie-uitbreiding is noodzakelijk om de toenemende werkzaamheden van de gemeente uit te kunnen voeren en in te kunnen spelen op diverse maatschappelijke ontwikkelingen, rijksopgaven en ambities van het bestuur. Voor het fysiek domein geldt dat er uitdagingen liggen op het gebied van vergroenen en vernatten, beleidsambities voor onderhoud van de openbare ruimte, versterken van strategisch vermogen en ontwikkelcapaciteit en energie en duurzaamheid. Ook binnen het sociaal domein is uitbreiding nodig om ambities op het gebied van o.a. wonen, groei van de stad, jeugd, mobiliteit en het RIEC waar te kunnen maken. Tot slot vragen de opgaven en ambities binnen bedrijfsvoering ook om extra capaciteit. Zo staat bedrijfsvoering voor de uitdaging om de basis op orde te brengen, betrouwbaarheid te waarborgen, achterstallig onderhoud weg te werken, informatiemanagement en data gedreven werken verder te versterken en uit te bouwen, en de strategische advisering te verstevigen. Dit met het doel om effectief en efficiënt te sturen, te voldoen aan wet- en regelgeving, verwachtingen van de in- en externe klant te realiseren en om het integrale aanbod van diensten en basisvoorzieningen beter af te stemmen op de (strategische) doelstellingen van de domeinen.

6.2 Ontwikkeling inhuur Externe inhuur In de recentelijk door het college vastgestelde nota Strategisch Personeelsbeleid (2022/56077) is het beleid met betrekking tot inhuur beschreven en deels herijkt. Een belangrijk onderdeel hiervan is een nadere uitwerking van de beoogde doorontwikkeling van externe inhuur en de bijbehorende (her)inrichting van de informatiesystemen. Deze doorontwikkeling sluit aan op de bestuurlijke reactie op het RKC Rapport Inzicht in inhuur - Onderzoek naar externe inhuur (2021/479781). De gemeentelijke organisatie kent veel (externe inhuur) ambities en daarnaast staan medio maart 2022 circa 60 vacatures open. Dit betekent een grote uitdaging, mede gezien de huidige arbeidsmarkt, waar de organisatie mee aan de slag gaat. De ambities op het gebied van externe inhuur voor de komende jaren zijn: • • •

externe inhuur is een vaste component van het personeelsbestand van Haarlem om de organisatie duurzaam te versterken en vereist goed opdrachtgeverschap; goed werkgeverschap richt zich zowel op het ‘eigen’ personeel als externe inhuur; we huren in volgens de regels (rechtmatig), doeltreffend en economisch slim (doelmatig);

Kadernota 2023

97

• • •

we kunnen ons maatschappelijk verantwoorden, dus als we inhuren wegen we de verschillende genoemde perspectieven tegen elkaar af; we houden grip op inhuur en de kosten die daarmee zijn gemoeid; de streefwaarde met een bandbreedte om mee te bewegen met de conjuncturele ontwikkelingen en maatschappelijke opgaven.

Om de bestuurlijke ambities te bereiken is flexibele inzet van personeel niet meer weg te denken. Externe inhuur, als onderdeel van de flexibele schil, helpt om efficiënt te kunnen inspelen op een bijzondere of wisselende vraag naar mens- en denkkracht voor het realiseren van de politiekbestuurlijk geformuleerde ambities. Daar waar mogelijk doet het college voorstellen om inhuur om te zetten naar vaste formatie. Bij de inzet van externe inhuur geldt niet alleen het bestuurlijk perspectief van Haarlem, maar ook dat van Zandvoort. Beide gemeenten maken immers gebruik van één ambtelijk apparaat, trekken in de bedrijfsvoering samen op en kunnen hier vervolgens autonome besluiten over nemen.

Arbeidsmarktcommunicatie Een krappe arbeidsmarkt, moeilijk te vervullen vacatures en schaarse kwaliteiten/ervaringen maken een bredere analyse en verkenning van inzet op arbeidsmarktbenadering en het op peil krijgen en houden van capaciteit noodzakelijk. In onze verantwoordelijkheid voor de hele organisatie en daarmee het tijdig aantrekken van kwantitatief en kwalitatief goed personeel worden actief de kansen en mogelijkheden verkend om de organisatie te versterken en daarmee (ook) voor de komende bestuursperiode een betrouwbare uitvoering te garanderen. Bovendien is geconstateerd dat de organisatie, ten opzichte van andere (semi-)publieke organisaties, achter loopt: het werkgeversmerk van Haarlem en Zandvoort moet verder ontwikkeld worden. Het is de ambitie, in plaats van het uit noodzaak inhuren van externe bureaus, recruitment grotendeels in de eigen organisatie te beleggen. De organisatie heeft goede ervaringen met eigen traineepools, en wil deze lijn doorzetten en uitbreiden, ook met het oog op specifieke vakgebieden zoals duurzaamheid in het fysiek domein en in regionaal verband. Bij de jaarrekening 2021 wordt voorgesteld € 750.000 van het rekeningresultaat te bestemmen voor het vergroten van de instroom van medewerkers. In deze kadernota zijn voorstellen opgenomen om deze middelen in te zetten.

Garantiebanen De gemeente Haarlem heeft in 2015 een ambitie uitgesproken in de realisatie van garantiebanen in de gemeentelijke organisatie (2015/348701). In april 2019 zijn bestuurlijke afspraken hierover bevestigd door middel van de Wet Banen-afspraak. De toentertijd vastgestelde ambitie betreft het realiseren van garantiebanen voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt voor 5% van het totale personeelsbestand. In de afgelopen twee jaren is het aantal medewerkers in de categorie Garantiebanen/Wet Banenafspraak ook in gemeenten Haarlem en Zandvoort afgenomen (zie onderstaande tabel). Deze daling is met name veroorzaakt door de destijds geldende (en verscherpte) coronamaatregelen, waardoor onder andere minder mensen door Spaarne Werkt ingezet konden worden. Daarnaast kent de dalende werkloosheid ook zijn weerslag op de garantiebanen. In 2021 zijn 21 mensen in een garantiebaan werkzaam geweest binnen de Gemeente Haarlem. Een garantiebaan telt mee voor de Banenafspraak als deze 25,5 uur per week beslaat, hierdoor komt het aantal fte in 2021 uit op 24,1.

Kadernota 2023

98

Onderstaande tabel geeft de ontwikkeling weer tot en met 2021: Jaar 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024

Ambitie gemeente Haarlem

19 24 29 34 39 44 49 54

Realisatie banen 4,4 11,4 17,5 20,1 30,2 24,8 24,1

Vanuit het Strategisch personeelsbeleid 2022-2027 (2022/56077) en het hoofddoel om een organisatie met een inclusieve cultuur te zijn, waarin gewerkt wordt aan het divers samenstellen van teams, wordt in de tweede helft van 2022 een voorstel uitgewerkt om de ambitie rondom de banenafspraak te actualiseren en te realiseren.

6.3 Ontwikkeling thuiswerken lange termijn Thuiswerkbeleid In de Programmabegroting 2022-2026 is aangegeven: "Hybride werken staat voor flexibel kiezen van locatie waar het werk plaatsvindt. Niet het gebouw is leidend maar het werk is leidend. De functionaliteit van het kantoor zal daardoor veranderen. Medewerkers gaan deels thuis en deels op kantoor werken en/of komen naar kantoor om elkaar te ontmoeten. Hoe we samenwerken in onze gebouwen is een samenspel tussen ‘Bricks, Bytes en Behaviour’." De eerste stappen zijn gezet om te bepalen hoe we willen gaan werken (visie toekomstbestendig werken), en een routekaart om daar te komen is in ontwikkeling. Hiervoor wordt geëxperimenteerd met hybride werken en zijn onderzoeken gedaan, zoals de coronamonitor en een gebruikersonderzoek. De uitkomsten van de onderzoeken en experimenten, tezamen met bestaande visies en beleid zoals de dienstverleningsvisie, het organisatiekompas en de strategisch personeelsbeleid, vormen input voor de visie toekomstbestendig werken. Hierbij is de verwachting en gemiddelde wens van de organisatie om 50/50 op locatie en elders (bijv. thuis) te werken. De denkrichting is plaats- en tijdonafhankelijk werken, sturen op resultaten en elkaar ontmoeten op inspirerende plekken in de stad en in het dorp.

Verder wordt gezorgd dat dat past bij de individuele medewerker, het type werk en de mensen met wie en waarvoor het werk wordt gedaan (activiteitgericht werken). Ook zijn er stappen gezet om de benodigde investeringen in beeld te brengen voor de veranderde behoefte t.a.v. de werkplek op kantoor en thuis. Op basis van de in ontwikkeling zijnde visie op toekomstbestendig werken kan dan de volgende stap worden gemaakt voor de inrichting van de kantoorruimte en IV faciliteiten, en de vertaling daarvan naar investeringen. Deze vertaling is nu nog niet precies te maken maar de verwachting is dat voor het vaststellen van het Investeringsplan bij de Programmabegroting 2023-2027 duidelijk is welke investeringen op basis van de visie toekomstig werken nodig zijn om de kantoren toekomstbestendig in te richten passend bij de gewenste nieuwe functionaliteit van de gebouwen. Kadernota 2023

99

Het college en de raad worden via de gebruikelijke informatie- en besluitvormingsroutes meegenomen in de verdere ontwikkelingen.

6.4 Dienstverleningshandvest ambtelijke samenwerking Zandvoort Afspraken ambtelijke samenwerking Haarlem en Zandvoort Per 1 januari 2017 is de ambtelijke samenwerking gestart tussen Haarlem en Zandvoort. Formele afspraken zijn medio 2017 in overeenkomsten vastgelegd evenals een Sociaal Plan. De samenwerking heeft formeel de vorm van een gemeenschappelijke regeling en is feitelijk uitgewerkt in een dienstverleningshandvest. Het feit dat er twee gemeenten zijn die worden bediend door één gemeentelijke organisatie maakt goede samenwerking tussen directie en beide gemeentebesturen noodzakelijk. Afdelingsmanagement, directie en beide besturen werken samen vanuit elkaar vroegtijdig informeren en gezamenlijk de koers van de organisatie vaststellen voor de bedrijfsvoering. Dat betekent concreet dat beleidskaders vooraf worden afgestemd. De gezamenlijk door de beide gemeentebesturen te maken strategische keuzes op het vlak van bedrijfsvoering worden periodiek en tijdig in goed overleg besproken. Een mate van gemeenschappelijkheid is daarbij logisch en nodig omwille van de synergie en vanwege het feit dat ambtelijke capaciteit schaars is. Als de afspraken die tussen beide gemeenten worden gemaakt financiële consequenties hebben, worden deze verwerkt in de P&C documenten. Hiermee is transparant wat de kosten en revenuen zijn van de dienstverlening voor beide gemeenten.

Bij deze kadernota is een overzicht van de voorlopige vergoeding opgenomen (bijlage 5 Financiële vergoeding ambtelijke samenwerking) In de Programmabegroting 2023-2027 zal een overzicht worden opgenomen van de definitieve financiële vergoeding Zandvoort-Haarlem inzake de ambtelijke samenwerking.

6.5 Informatieveiligheid ICT (de infrastructuur), Informatievoorziening en gegevenshuishouding (de data) stelt de gemeentelijke organisatie in staat om taken beter en sneller uit te voeren. De organisatie staat daarbij voor de volgende opgaven: -

Toegenomen verwachtingen van de medewerkers & inwoners; Er is geen (college)opgave zonder digitaliserings- of gegevensvraag; Versneld faciliteren van hybride werken: thuis en op kantoor; Verhoogd risico op cybercrime; Eisen vanuit wet- en regelgeving.

De gemeentelijke organisatie zal de komende tijd veel werk moet verzetten, zowel in de techniek (applicaties, data-infrastructuur en ICT-infrastructuur) als de organisatie (kennis, vaardigheden) om de gemeentelijke (wettelijke) taken en de nieuwe bestuurlijke doelstellingen op een transparante, veilige en moderne manier te realiseren. Onderwerpen die in het bijzonder aandacht verdienen:

Kadernota 2023

100

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12265787/1