2. bijlage 1. Jaarverslag OZSG 2023
Tekst van het document
Overige gegevens
Het bestuur heeft zich als doel gesteld als goed werkgever het strategisch personeelsbeleid voortdurend te verbeteren om zo de beste onderwijsomgeving te bieden voor zowel haar medewerkers als leerlingen.
26
Bestuursverslag
3.8
Algemene informatie
Onderwijs
Toetsing en examinering
Om leerlingen en ouders te informeren over de inhoud en organisatie van het school- en eindexamen hebben alle OSZG-scholen een Examenreglement en Programma van Toetsing en Afsluiting (PTA) opgesteld. Ook hebben alle OSZG-scholen een Examencommissie. Deze commissies bestaan uit minimaal drie personen en hebben als taak het borgen van de kwaliteit van de schoolexaminering. De examensecretaris maakt deel uit van de examencommissie en is verantwoordelijk voor de taken zoals opgenomen in het Uitvoeringsbesluit WVO. De OSZG stimuleert kennisdeling tussen de examensecretarissen. Daarom is in september 2023 een bijeenkomst georganiseerd voor alle examensecretarissen van de OSZG. Dit is een jaarlijks terugkerende bijeenkomst waarin o.a. de wettelijke eisen op de agenda staan.
Financiële situatie
School
Informatie per school
Examencommissie
Jaarrekening
Overige gegevens
Examensecretaris
J. de Jong, algemeen lid A. Paauw, algemeen lid Stedelijk Haarlem
J. van der Kwaak, examensecretaris
J. van der Kwaak
J.P. Staats, algemeen lid N. Sol, coördinator bovenbouw M. Hobbes, afdelingsleider Felisenum
S. van Hellenberg Hubar, examensecretaris
M. Bras, plv. examensecretaris
S. van Hellenberg Hubar
R. Cornelisse, docent W. Kraakman, algemeen lid Barlaeus
De samenstelling is als volgt:
F. Lauwers, examensecretaris A. Stoker, examensecretaris
F. Lauwers, A. Stoker
A. Schimmel, conrector bovenbouw M. Schoutsen, algemeen lid Vossius
H. Groenenstein, examensecretaris
H. Groenenstein
S. Stambolova, afdelingsleider jaar 5 en 6 N. van Hoof, examinator/toetsexpert Bernrode
M. Dumont, examensecretaris
M. Dumont
S. Geurts, teamleider E. Hegge, examensecretaris J. Brakkee, algemeen lid Stedelijk Den Bosch
J. Huisman, lalgemeen lid
E. Hegge
M. Leensen, algemeen lid P. Willems, algemeen lid
Jaarverslag - OSZG
27
Bestuursverslag
3.9
Algemene informatie
Onderwijs
Duurzaamheid, maatschappelijke aspecten van het ondernemen en schoolgebouwen
Duurzaamheid wordt een steeds belangrijker thema in doen en laten van de OSZG scholen. Daarbij wordt de individuele scholen ruimte gegeven om duurzaamheid op een passende wijze vorm te geven binnen het schoolbeleid. Daarbij onderscheiden we de volgende dimensies op schoolniveau: •
•
Het scheiden van afval, hergebruik van boeken en bevorderen van digitale informatiedeling in plaats van ‘print’ binnen de schoolorganisatie. Maar ook door studiereizen dichterbij huis te organiseren en vliegreizen zoveel mogelijk te beperken en het reizen met openbaar vervoer en fiets bij het personeel te stimuleren; Het bewustmaken van leerlingen van de noodzaak van duurzaam handelen bijvoorbeeld als onderdeel van het Burgerschap onderwijs. Dat kan binnen lessen, gastlezingen, via multidisciplinaire projecten en schoonmaakacties door leerlingen van bijvoorbeeld stad en strand;
•
Het stimuleren van vergaderingen via Teams om reisbewegingen te beperken;
•
Waar mogelijk schoolgebouwen optimaal te isoleren, te voorzien van zonnepanelen en warmtepompen te gebruiken in plaats van gas. Daarbij wel de kanttekening dat rigoureuze aanpassingen pas kunnen plaatsvinden als onderdeel van een verbouwing.
Jaarverslag - OSZG
Financiële situatie
Informatie per school
Op Stichtingsniveau is ook een aantal duurzaamheid bevorderende stappen genomen: •
Vergaderstukken worden digitaal aangeleverd en opgeslagen in iBabs. Dit systeem ontmoedigt het printen van vergaderstukken;
•
Het aanmoedigen van bestuurs- en commissievergaderingen in Teams waardoor reisbewegingen drastisch kunnen worden beperkt;
•
Het faciliteren van thuiswerken voor medewerkers om het aantal reisbewegingen te beperken.
3.10 Investeringen Onze scholen (in de persoon van de rector-bestuurder) hebben de ruimte om zelfstandig te beslissen over noodzakelijke investeringen tot € 100.000 als deze buiten de begroting om worden geïnitieerd. Dit moet voorgelegd worden aan het bestuur en na instemming van het bestuur wordt het tevens voorgelegd aan de RvT. Voor een aantal scholen was het afgelopen jaar zaak om specifiek in ICT (zoals ook in 2024) voor het onderwijs te investeren. Mede door de noodzakelijke digitalisering in verband met corona is de afgelopen twee jaar veel gebeurd op het gebied van hardware en vooral software, mede voor leermiddelen. Het Stedelijk Gymnasium Haarlem heeft de verbouwing van het hoofdgebouw en de verhuizing van de tijdelijke locatie Tennispad per eind december afgerond. De heropening heeft begin januari 2024 plaatsgevonden.
Jaarrekening
Overige gegevens
Gymnasium Bernrode heeft een aanbesteding voor de langgewenste verbetering van het binnenklimaat wegens de te hoge verwachte kosten stopgezet. Binnenkort wordt nader overleg gevoerd met de gemeente om naar een alternatieve oplossing voor het klimaatprobleem te zoeken. In 2023 hebben wij alle aanloopkosten voor dit project afgeschreven in de exploitatie ten bedrage van €60.000. Er is een ruimte gerealiseerd om leerlingen die (dreigen) uit te vallen, leerlingen die bezig met re-integreren in het reguliere onderwijsproces en om leerlingen die een time-out nodig hebben op te kunnen vangen. Deze ruimte heeft de school kunnen realiseren in samenwerking met het SWV. Gymnasium Felisenum heeft de docentenkamer gerenoveerd zodat de ruimte weer op moderne leest is geoutilleerd. Verder zijn bij alle scholen weer de noodzakelijke onderhoudswerkzaamheden uitgevoerd, zoals schilderwerk. In de begroting 2024 zijn de plannen opgenomen voor nieuwe investeringen, zoals het vervangen van gymzaalvloer, meubilair, diverse inrichting en ICT, plus de noodzakelijke onderhoudsinvesteringen in de gebouwen voortvloeiende uit de MJOP’s.
3.11 Nationaal Programma Onderwijs Het coronavirus had de afgelopen drie jaar en heeft nog steeds een enorme impact op het onderwijs wereldwijd. Ook in Nederland hebben het virus zelf en de maatregelen om besmetting te voorkomen leerlingen, docenten en ondersteunend personeel hard geraakt. Denk bijvoorbeeld
28
Bestuursverslag
Algemene informatie
Onderwijs
aan de (gedeeltelijke) schoolsluitingen, de 1,5 metersamenleving, thuisonderwijs en lessen via het beeldscherm, de examenperikelen en het afgelasten van buitenlandse reizen, excursies, verdiepingslessen, voorstellingen en schoolfeesten. Zowel in fysiek als mentaal opzicht waren de gevolgen groot, bijvoorbeeld voor mensen die te maken kregen met long-covid of stress door gebrek aan sociale contacten. We merken dat nog steeds, zelfs bij de leerlingen die vanuit het primair onderwijs en bij onze scholen inmiddels de 1e en 2e klas bezetten. Om de schade te beperken zijn herstelprogramma’s georganiseerd. Zo is op alle scholen volgens de handreiking van OCW een schoolscan uitgevoerd. Op basis van de uitkomsten volgden allerlei interventies, zoals aanpassing in het jaarritme van het toetsbeleid, inzet van oud-leerlingen in klas 1 t/m 4 in specifieke ondersteuningslokalen, 1 op 1-tutoring, inzet van oud-leerlingen bij diverse secties als assistent, extra blokken auxilia in het formatieplan, aanpassing van de splitsingsnorm, kleinere clustergroepen, zorgondersteuning door (school)psychologen en vervangende excursies. In principe is bij alle stappen het schoolpersoneel betrokken en waar nodig is een beroep gedaan op externe partijen. Ouders zijn zoveel mogelijk op de hoogte gehouden en hun betrokkenheid werd als zeer positief ervaren.
De MR op elke school dacht mee over en heeft ingestemd met het schoolprogramma. Er zijn geen middelen bovenschools ingezet. Op bovenschools niveau was uiteraard wel veel overleg over hoe de gymnasia deze uitdaging konden aangaan. De verantwoordelijkheid voor de uitvoering lag bij de scholen zelf.
Jaarverslag - OSZG
Financiële situatie
Informatie per school
Jaarrekening
Overige gegevens
De inzet van extra middelen heeft zonder twijfel geleid tot betere resultaten alleen is dat moeilijk meetbaar omdat er immers geen controlegroep is om een vergelijking mee te maken. Het is te hopen dat we de leerlingen die de pech hadden in deze belangrijke fase in hun leven de crisis mee te maken voldoende ondersteuning en goed onderwijs hebben kunnen bieden voor hun ontwikkeling. Op onze scholen is in verhouding tot de pre-coronajaren veel personeel langdurig uitgevallen vanwege ziekte of besmetting met corona en in een later stadium vanwege long-covid en mentale problemen. De vervangingskosten vielen daardoor in sommige gevallen hoger uit dan verwacht. Al moet gezegd worden dat we een daling zien in relatie met 2 voorgaande jaren. Op allerlei manieren is ervoor gezorgd dat (de kwaliteit van) het onderwijs zo goed mogelijk is ingevuld. Ten behoeve hiervan is geïnvesteerd in de extra inhuur van docenten en medewerkers. De inhuur van extra personeel verschilde per regio in verband met het (beperkte) aanbod. Per school is daarom de externe inhuur hoger of lager in relatie tot het aanbod. In totaal is er in 2023 € 1.846.000 besteed, waarvan € 300.000 uit externe bronnen. De versnelde digitalisering voor thuiswerken vergde veel van het ICT-personeel en van de taskforces op de scholen. De scholen hebben daar waar nodig extra investeringen gedaan om dit mogelijk te maken.
Op dit moment is binnen ons bestuur van de in totaal € 7.8 miljoen ontvangen NPO-middelen nog € 1.8 miljoen beschikbaar. Deze zijn begroot voor de jaren 2024 en 2025.
29
Bestuursverslag
Algemene informatie
Nieuwkomers Drie van de zes scholen maakten in 2023 gebruik van de extra middelen die OCW beschikbaar stelde voor nieuwkomers. Het in totaal ontvangen bedrag van € 11.350 is per school verschillend en besteed aan: •
extra ondersteuning van mentoren en de begeleiding van docenten in de vakken waar de betreffende leerling vanuit zijn achtergrond minder bagage inbracht.
•
extra ondersteuning aangeboden in de vorm van hulplessen en de daarvoor bestemde programma’s en wordt er specifieke Nederlandse taal ondersteuning aangeboden via Numo en door middel van lessen speciaal gericht op Nederlandse taal voor hoogopgeleide anderstaligen.
•
de leerlingen worden opgevangen door de schoolopleider, hebben een begeleider/coach vanuit de school en vanuit de sectie waarin ze opereren. De schoolopleider organiseert sessies en intervisiemomenten waarin nieuwkomers hun ervaringen delen en aangeven waartegen ze aanlopen. Coaches, begeleiders uit de sectie en leden van de schoolleiding bezoeken regelmatig lessen. De observaties uit die lesbezoeken worden met de nieuwkomers gedeeld. Vanuit de secties wordt de schoolleiding geadviseerd over het al dan niet verlengen van het contract met nieuwkomers.
Onderwijs
•
Financiële situatie
Informatie per school
De leerlingen krijgen een buddy in de klas, extra ondersteuning indien nodig i.v.m. mogelijke problemen met de Nederlandse taal, docenten krijgen ondersteuning indien zij aangeven dat er ondersteuning nodig is (bijvoorbeeld omdat het niveau van de leerling niet aansluit bij het niveau van de tijdens de les behandelde stof).
3.12 Werkdrukmiddelen In het najaar 2022 is de regeling werkdrukmiddelen ingegaan met als doel de werkdruk in het onderwijs te verminderen conform de cao VO. Hiervoor dienen per school middelen beschikbaar te worden gesteld ter dekking van extra ruimte in het persoonlijk Budget en het organiseren voor verlaging van de werkdruk middels collectieve oplossingen. Bij het vaststellen van de programma’s bepaalt de schoolleiding met de MR van de school op welke manier de middelen worden ingezet en zij spreken af hoe dat wordt uitgevoerd en verantwoord met elkaar. Omdat deze regeling pas intrad nadat de gehele formatie voor het schooljaar was ingevoerd, kon het merendeel van de ontvangen middelen pas in latere schooljaren opgemaakt worden. Daarom zijn we verplicht om een bestemmingsreserve in te voeren voor de niet verbruikte middelen. Omdat er jaarlijks nieuwe middelen worden verstrekt en de oude middelen nog niet zijn verbruikt wordt de
Jaarrekening
Overige gegevens
bestemmingsreserve voor collectieve werkdrukmiddelen per einde kalenderjaar afgeroomd met het verschil tussen vrijval van oude middelen en de nieuw ontvangen middelen. Wij stimuleren onze schoolleidingen om met de PMR door middel van inhaalacties toch binnen 4 jaar de bestemmingsreserve op te maken. Het is de bedoeling om na deze inhaalactie de jaarlijkse structurele middelen ook in hetzelfde jaar te gebruiken. Bij onze scholen is een uitgebreid pakket aan maatregelen afgesproken tussen schoolleidingen en PMR van de betreffende school. Dat heeft in 2023 geresulteerd in een totaal aan bestedingen van € 517.000. Bekostigd was € 691.000, wat inhoudt dat de bestemmingsreserve in 2023 is toegenomen met € 174.000. De reserve is daarmee opgelopen tot € 852.000. Per school zijn de bestedingen als volgt: bedrag x € 1.000 Stedelijk Gymnasium Haarlem
102.000
Gymnasium Felisenum
72.000
Barlaeus Gymnasium
77.000
Vossius Gymnasium
82.000
Gymnasium Bernrode
47.000
Stedelijk Gymnasium Den Bosch
137.000 517.000
Jaarverslag - OSZG
30
Bestuursverslag
Algemene informatie
Onderwijs
Financiële situatie
Informatie per school
3.13 Passend Onderwijs De middelen zijn besteed als volgt, maar verschillend per school: •
extra ondersteuning fte leraren
•
ondersteuning voor surveillance
•
aanvullen persoonlijk budget
•
extra werkdrukverlichting startend leraren
•
compensatie voor klassen groter dan de splitsingsnorm
•
vergoeding voor opvanguren
•
teambuilding secties en OOP
•
uitbreiding taakuren mentoraat
•
uitbreiding uren voor- en nazorg
Onze 6 scholen liggen verspreid in het westen en zuiden van Nederland. Daarmee zijn wij veroordeeld tot regionale aansluiting bij 4 verschillende samenwerkingsverbanden voor passend onderwijs. Dat betekent tevens dat de bekostiging vanuit de samenwerkingsverbanden voor onze scholen divers uitvalt. Wij ontvingen in 2023 de volgende bedragen per school: bedrag x € 1.000 Stedelijk Gymnasium Haarlem
201.000
Gymnasium Felisenum
231.000
Barlaeus Gymnasium
172.000
Vossius Gymnasium
166.000
Gymnasium Bernrode
325.000
Stedelijk Gymnasium Den Bosch
78.000 1.173.000
Jaarverslag - OSZG
Jaarrekening
Overige gegevens
Er zijn scholen die per leerling 4x zo veel ontvangen als de school met de laagste bijdrage. Dat betekent dat de middelen voor ondersteuning vanuit zowel de samenwerkingsverbanden als de reguliere lumpsum meer dan nodig zijn om naast de basisondersteuning de gestelde doelen voor de leerlingen te kunnen uitvoeren. Alle middelen gaan rechtstreeks naar onze scholen. Er wordt gebruik gemaakt van schoolondersteuners, schoolpsychologen en leerlingbegeleiders. Daarnaast wordt ook intern veel tijd besteed aan zorg en ondersteuning met eigen personeel. Mede veroorzaakt door de pandemie is de druk op onze zorgteams nog immer erg hoog. Het betreft zowel leerlingen met een beschreven zorgprofiel en bijbehorend OPP als leerlingen die tijdelijk extra ondersteuning nodig hebben maar niet vallen binnen de formele zorgstructuur. Verder wordt er veel aandacht besteed aan huiswerkklassen, coaching voor docenten, innovatieprojecten, inclusief onderwijs en talentontwikkeling (o.a. hoogbegaafden). De betrokkenheid met de samenwerkingsverbanden is goed. We zijn in besturen van samenwerkingsverbanden vertegenwoordigd en zijn betrokken bij de overlegstructuren, waaraan schoolleiding of zorgcoördinatoren van de scholen deelnemen. Tijdens het directieoverleg worden de besteding van de gelden en de voortgang van de arrangementen besproken.
Bij het komen tot een arrangement vindt afstemming plaats met de betrokken ouders en begeleiders (adviseur, arts e.d.).
31
4. FINANCIËLE SITUATIE OP DE BALANSDATUM
Jaarverslag - OSZG
32
Bestuursverslag
Algemene informatie
Onderwijs
4 Financiële situatie op de balansdatum 4.1
Exploitatie en kengetallen
De financiële positie van de OSZG heeft enigszins te lijden gehad door de te verwachten hogere kosten van de verbouwing bij Stedelijk Gymnasium Haarlem. Tevens blijkt dat de effecten van de corona-periode nog immer een aanslag doen op het welzijn van docenten en leerlingen en deze hebben daarmee een weerslag op de financiële resultaten. De door de overheid verstrekte middelen voor inhaalprogramma’s en het Nationaal Programma Onderwijs blijken noodzakelijk te zijn geweest. De kengetallen zijn redelijk stabiel gebleven maar de liquide positie (de stand bij de bank) is bij sommige scholen onder druk komen te staan.
Liquiditeit Dit kengetal geeft aan in hoeverre de OSZG op korte termijn aan haar verplichtingen kan voldoen. Het wordt berekend door de vlottende activa te delen door de kortlopende schulden.
Jaarverslag - OSZG
Financiële situatie
Informatie per school
2023
2022
Vlottende activa (A)
€
13.705.307
19.975.324
Kortlopende schulden (B)
€
7.517.549
11.547.636
Liquiditeit (=A/B)
1.82
1.73
Norm VO grootste besturen
> 0.5
> 0.5
De liquiditeit op de balansdatum is iets hoger dan vorig jaar. Dit terwijl in geld de vlottende activa met 6 miljoen zijn gedaald en de kortlopende schulden met 4 miljoen zijn gedaald. Een nadelig verschil in liquide middelen van 2 miljoen. Vooral de extra middelen die bij de renovatie van het Stedelijk Gymnasium Haarlem zijn aangewend zijn hier debet aan.
Solvabiliteit 2 Dit kengetal geeft aan in hoeverre de OSZG in staat is op lange termijn alle schulden te voldoen. Het wordt berekend door het eigen vermogen en de voorzieningen te delen door het totaal van de passiva. 2023
2022
Eigen vermogen (A)
€
16.454.953
16.733.687
Voorzieningen (B)
€
1.579.156
1.739.362
Totaal passiva (C)
€
25.551.658
30.020.683
Solvabiliteit (=(A+B)/C)
0,71
0,62
Norm VO
> 0,3
> 0,3
Jaarrekening
Overige gegevens
De solvabiliteit op de balansdatum is iets hoger dan vorig jaar en ligt ruim boven de minimumnorm voor het voortgezet onderwijs. Reden van deze toenam is de afname van de kortlopende schulden, waaraan de vrijval van de bekostiging voor basisvaardigheden en investeringssubsidies debet zijn.
Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen geeft het verband aan tussen het aanwezige eigen vermogen en de totale baten van de stichting. Hiermee wordt inzichtelijk welke middelen de OSZG beschikbaar heeft om eventuele tegenvallers op te vangen. 2023
2022
Eigen vermogen (A)
€
16.454.953
16.733.687
Totale baten incl. rentebaten (B)
€
47.715.883
45.422.695
34.5%
36.8%
25%
25%
Weerstandsvermogen (=A/B*100%) Norm OSZG
Het weerstandsvermogen ligt ruim boven de norm van 25% die de OSZG daarvoor heeft gesteld en is gedaald doordat de lasten, vooral door de cao VO zijn toegenomen en het vermogen iets is afgenomen. De norm is als volgt tot stand gekomen: de OSZG schat de risico’s op gemiddeld 2,5% van de jaaromzet van een school gedurende 10 jaar. Dat komt neer op een weerstandsvermogen van 2,5*10 = 25% van de jaaromzet van de OSZG.
33
Bestuursverslag
Algemene informatie
Financiële situatie
Onderwijs
Informatie per school
Signaleringswaarde bovenmatig Eigen Vermogen
Overige kengetallen
Deze door OCW geïntroduceerde signaleringswaarde is ingesteld in verband met bovenmatige reserves bij een aantal onderwijsbesturen. Deze reserves zijn veelal opgebouwd vanwege onzekerheid over de OCW-bekostiging. Bij het opstellen van de jaarlijkse begroting weet een schoolbestuur namelijk nog niet hoe hoog de inkomsten vanuit OCW worden. Op het moment dat die duidelijkheid er komt, is de formatie voor het nieuwe schooljaar al afgerond. Hierdoor worden onder normale omstandigheden niet alle middelen in het betreffende schooljaar besteed.
Het aandeel personeelskosten bedraagt precies 80% van de totale lasten. Het aandeel huisvesting (incl. afschrijving) komt op 5.7% van de totale lasten.
De signaleringswaarde is een instrument van het ministerie om besturen te wijzen op ongebruikte gelden en hen te dwingen deze in te zetten voor het onderwijs. Op de lange termijn moeten alle besturen binnen de marges van deze signaleringswaarde opereren. De formule is ingewikkeld, maar geeft een relatie aan tussen het gebouwencomplex + de totale baten en het eigen publieke vermogen. De signaleringswaarde voor de OSZG is in 2023 voor het eerst onder de norm uitgekomen. De factor voor 2023 komt uit op 0.92 en ligt iets onder de signaleringswaarde van 1.0. Voor de komende drie jaar moeten nog volop NPO-middelen worden besteed om de gevolgen van de coronacrisis te bestrijden. Dit betekent dat het gemiddeld te verwachten resultaat over die jaren negatief zal zijn. Hierdoor zullen we onder normale omstandigheden onder de signaleringswaarde blijven.
Overige gegevens
De toename van dit percentage is o.a. te wijten aan de verhoogde energielasten. De absolute omvang van de liquide middelen bedraagt € 12 miljoen en is ruim boven de minimum grens voor het VO van € 100.000.
EXPLOITATIE 2023 Exploitatie Baten
Realisatie 2023
Begroot 2023
Realisatie 2022
€
€
€
44.306.900
40.588.400
42.094.680
302.862
276.600
469.352
0
0
0
3.1
Rijksbijdragen
3.2
Overige overheidsbijdragen
3.4
Baten werk i.o.v. derden
3.5
Overige baten
2.697.570
2.481.200
2.791.690
Totaal baten
47.307.331
43.346.200
45.355.722
38.395.237
36.754.000
36.337.946
Lasten 4.1
Personeelslasten
4.2
Afschrijvingen
1.116.604
1.511.800
1.815.226
4.3
Huisvestingslasten
2.184.167
2.162.500
1.829.856
4.4
Overige lasten
6.298.608
5.464.000
6.227.453
Totaal lasten
47.994.618
45.892.300
46.260.480
Saldo baten en lasten
-687.286
-2.546.100
-904.758
Financiële baten
408.552
12.000
66.973
Resultaat
-278.734
-2.534.100
-837.785
5
Jaarverslag - OSZG
Jaarrekening
34
Bestuursverslag
Algemene informatie
Onderwijs
Volgens de begroting zou de exploitatierekening een resultaat hebben van € -2.534.100. In werkelijkheid is er een negatief resultaat van € -278.734. Bij het opmaken va de begroting 2023 ging men er nog vanuit dat de 2 tranches NPO-middelen 2022-2023 geheel in de jaarrekening 2022 moesten worden opgenomen. Dit bleek echter toch 5/12e deel in 2022 en 7/12e deel in 2023 te zijn, waardoor er direct een onbalans was van € 2.138.000. Daarnaast werd er ter dekking van de werkdrukmiddelen in de cao VO een nieuwe bekostiging in het leven geroepen voor een bedrag van € 691.000
4.2 •
•
•
Analyse exploitatie De rijksbijdragen waren ruim € 3,2 miljoen hoger dan begroot. Het grootste verschil komt voor rekening zoals hierboven aangegeven € 2.138.000 en € 691.000 voor resp. verschuiving van NPO-middelen en de Werkdrukmiddelen. Daarnaast is de lumpsum verhoogd ter gedeeltelijke dekking van inflatie en cao. De overige overheidsbijdragen waren € 26.000 hoger dan begroot en betreft subsidies lerarenbeurs voor individuele docenten. De overige baten zijn € 216.000 hoger dan begroot. Dit heeft te maken met meer opbrengst uit de activiteiten, zoals buitenlandse reizen en excursies (waar ook gelijke kosten voor worden gemaakt). Daarnaast is er meer personeel uitgeleend aan andere instanties.
Jaarverslag - OSZG
Financiële situatie
Informatie per school
De kosten van het personeel waren € 1.641.000 hoger dan begroot. De cao is per 1 juli verhoogd met 10%, terwijl we voor het gehele jaar 4% verwachtten. Wij delen het vermoeden met andere schoolbesturen dat de dekking voor deze CAO-verhoging wellicht te kort heeft geschoten. Dat kan ook te maken hebben met het feit dat de doelsubsidies (NPO) niet zijn geïndexeerd. Er is verder voor projecten en interim-functies extra uitgegeven aan externen. De toename van de lasten voor werkdrukverlichting zijn daar mede oorzaak van en de jarenlang gehanteerde manier van begroten van personeelskosten is verre van optimaal.
•
De afschrijvingen zijn € 395.000 lager dan begroot.
•
In de begroting is een post afschrijving op de renovatie bij Stedelijk Haarlem meegenomen. De renovatie is per einde 2023 afgerond en de eerste afschrijvingen vinden plaats in 2024.
•
•
De huisvestingslasten zijn € 22.000 hoger dan begroot. De energiekosten vielen tegen vooral bij Gymnasium Bernrode, die hun energie via de gemeente krijgen en niet kunnen profiteren van het contract met Energie voor Scholen.
Jaarrekening
•
Overige gegevens
De financiële (rente)baten waren bijna 4 ton hoger dan begroot. De rente via het Schatkistbankieren bij het Ministerie van Financiën bracht een mooie opbrengst. Wij begroten zeer matig op rente-inkomsten omdat we dit zien als een incidenteel extraatje.
De recapitulatie van de saldi (rekening-/-begroting) (x € 1.000) ziet er als volgt uit: a.
Rijksbijdragen
b.
Overige overheidsbijdragen
26
c.
Opbrengst werk voor derden
0
d.
Overige baten
216
e.
Personele lasten
-1.641
f.
Afschrijvingen
395
g.
Huisvestingslasten
-22
h.
Overige lasten
-834
i.
Financiële baten en lasten
396
Totaal verschil
€ 3.719
€ 2.256
De overige lasten zijn € 834.000 hoger dan begroot, voornamelijk door kostentoename (inflatie) over de gehele linie en individueel gezien door de georganiseerde reizen en activiteiten via de ouderbijdrage en de kosten voor de leermiddelen.
35
Bestuursverslag
4.3
Algemene informatie
Onderwijs
Financiële situatie
Informatie per school
Balans per 31 december 2023 en 2022
4.4
2023 Vaste activa
Jaarrekening
€
1.2
Materiële vaste activa
11.846.351
9.745.358
1.3
Financiële vaste activa
0
300.000
Materiële vaste activa: deze activa zijn toegenomen doordat bij Stedelijk Gymnasium Haarlem de eigen middelen die besteed zijn aan de renovatie van het gebouw Prinsenhof 3 per eind 2023 zijn geactiveerd.
•
Financiële vaste activa: alle lopende deposito’s lopen korter dan 1 jaar conform de afspraken met bestuur en RvT. De laatste 10-jaar deposito’s lopen af in 2024.
•
Vorderingen: een toename van € 442.000 omdat kosten vooruitbetaald zijn voor o.a. over het kalenderjaar lopende investeringen.
•
Liquide middelen: vorig jaar was er sprake van een toename van € 5.1 miljoen, veroorzaakt door de vooruit ontvangen subsidies (en de laat gefactureerde termijnen) voor de renovatie en de ontvangen subsidie voor basisvaardigheden. Per eind 2023 is de afname € 6.7 miljoen. Voor de renovatie is er meer betaald dan wat er aan subsidie is ontvangen. De subsidie basisvaardigheden ontvangen in 2022 is voor meer dan 50% gebruikt in 2023. En het exploitatieresultaat noteert een verlies. Voor een groot deel wordt de afname van de liquide middelen gecompenseerd door de afname bij de kortlopende schulden.
•
Eigen Vermogen en Voorzieningen wordt in het volgende hoofdstuk nader uitgewerkt.
•
Kortlopende schulden: een afname van € 4 miljoen is veroorzaakt door de afloop van de investeringssubsidies voor de renovatie en de besteding van de subsidie basisvaardigheden.
Vlottende activa 1.4
Voorraden
1.5
Vorderingen
1.7
Liquide middelen
0
0
1.607.274
1.165.548
12.098.032
18.809.776
25.551.658
30.020.683
2.1
Eigen vermogen
16.454.953
16.733.687
2.2
Voorzieningen
1.579.156
1.739.362
2.3
Langlopende schulden
-
-
2.4
Kortlopende schulden
7.517.549
11.547.636
25.551.658
30.020.683
Jaarverslag - OSZG
Analyse balansposten
•
2022 €
Overige gegevens
36
Bestuursverslag
4.5
Algemene informatie
Reserves en voorzieningen
Algemene reserve De algemene reserve van de OSZG bedraagt € 9.760.371. Dat is € 755.000 lager dan vorig jaar. Het negatieve resultaat van de exploitatie, exclusief het resultaat dat is aangemerkt als bestemmingsreserve NPO en Collectieve werkdrukmiddelen en het resultaat op ZiZo, is in mindering gebracht op de algemene reserve.
Bestemmingsreserves De OSZG beschikt over de volgende publieke bestemmingsreserves:
Financiële situatie
Onderwijs
Informatie per school
ZiZo-fonds De scholen van de OSZG vereffenen onderling hun ziektekostenvervanging. Het verschil tussen premies en uitkeringen komt in het ZiZo-fonds terecht. Het fonds heeft in 2023 een negatief resultaat laten zien van € 24.273, doordat de vergoedingen vanuit het Zizo-fonds in totaal hoger zijn uitgevallen dan de premie-inleg. Het saldo per einde 2023 is € 649.704.
Jaarverslag - OSZG
Overige gegevens
Effect NPO + schoolprogramma op bestemmingsreserve (bedragen x € 1.000
2021
2022
2023
2024
2025
Totaal
NPO ontvangen
4.122
1.526
2.138
0
0
7.786
Schoolprogramma besteed/gepland
1.995
2.123
1.846
1.185
637
7.786
Bestemmingsreserve einde jaar
2.127
1.530
1.822
637
0
0
NPO - Nationaal Programma Onderwijs 2021-2025 Deze bestemmingsreserve betreft de aanvullende lumpsumbekostiging in het kader van het Nationaal Programma Onderwijs. Deze lumpsum is ingesteld om de leerachterstanden die zijn ontstaan door de coronapandemie in te halen gedurende de periode 2021 t/m 2025. Het bedrag dat na 2023 nog resteert is € 1.822.000. In Februari 2023 is inmiddels de laatste tranche ontvangen van OCW.
Sociaal plan Volgens afspraak met de vakbonden bij de oprichting van de OSZG wordt € 455.000 bestemd voor de gevolgen van reorganisaties. Tot nu toe is het niet nodig geweest deze reserve aan te spreken.
Jaarrekening
Collectieve werkdrukmiddelen Deze bestemmingsreserve betreft de aanvullende lumpsumbekostiging in het kader van de collectieve werkdrukmiddelen. Deze middelen zijn pas in het najaar 2022 uitbetaald en konden onmogelijk op een verantwoorde manier aan het personeel beschikbaar worden gesteld in het schooljaar 2022-2023. Vandaar dat de reserve na de introductie in 2022 zelfs in 2023 nog is toegenomen.
Het totale bedrag van de publieke bestemmingsreserves komt daarmee op € 3.778.704. De private middelen van de OSZG zijn terug te vinden in de bestemmingsreserve Eigen Middelen. Deze is in 2008 ontstaan door het private deel van de algemene reserve over te hevelen en daar het exploitatieoverschot van de eigen middelen aan toe te voegen. Het gaat hierbij om bijdragen van ouders, opbrengsten uit leerlingactiviteiten of lustrumfestiviteiten en rente over het private deel van liquide middelen minus de kosten die hier tegenover staan. Tevens is een bedrag aan eigen middelen van € 90.000 in 2021 uitbetaald door Stichting Architraaf ten behoeve van besteding bij het Stedelijk Gymnasium Haarlem nadat de renovatie afgerond is. Hiervan is in 2023 ruim € 26.000 besteed. De totale omvang van de private middelen is per einde verslagjaar € 2.915.877. Het exploitatieoverschot op de private middelen bedroeg in 2023 € 35.061.
bedrag x €1.000 Dotatie
Coll. beleid 2022 + 2023
bestemmingsreserve
1.410
558
852
37
Bestuursverslag
Algemene informatie
Functies van de algemene reserve De algemene reserve heeft drie functies: de financieringsfunctie, de bufferfunctie en de inkomensfunctie: 1. Financieringsfunctie De in het verleden behaalde exploitatieoverschotten staan op de balans als algemene reserve bij de passiva en als liquide middelen bij de activa. De investeringen in gebouwen en inventaris moeten betaald worden met deze liquide middelen. De OSZG heeft per 31 december 2023 € 7.038.907 geïnvesteerd in gebouwen en € 4.807.444 in inventaris en apparatuur. Verhoudingsgewijs zijn dit zeer hoge bedragen. De oorzaak is dat de vergoedingen van gemeenten tekortschieten om de noden van de lokale gymnasia bij renovaties en verbouwingen te dekken. De materiële vaste activa vormen hierdoor een groot deel van de algemene reserve. De conclusie is dat de algemene reserve van de OSZG vastzit in (vooral) stenen, inventaris en apparatuur. 2. Bufferfunctie De reserves dienen ook om risico’s op te vangen. De OSZG loopt financiële, strategische, schade- en operationele risico’s. Voorbeelden zijn: wijzigingen en onzekerheden in de rijksbijdragen, nieuwe wet- en regelgeving, aansprakelijkheid, daling of (extreme) stijging van het aantal leerlingen, personeel dat ouder is dan gemiddeld, risico van uitval personeel, het tekort
Jaarverslag - OSZG
Financiële situatie
Onderwijs
Informatie per school
aan docenten, OOP-vacatures die moeilijk te vervullen zijn, langdurig zieken en het onderhoud-renovatie van gebouwen. De omvang van deze risico’s valt moeilijk in te schatten. De OSZG heeft besloten dit te stellen op gemiddeld 2,5% van de jaaromzet van een school gedurende 10 jaar (zie financieel statuut). Dat komt neer op een weerstandsvermogen van 2,5*10 = 25% van de jaaromzet van de OSZG, wat per eind 2023 neerkomt op zo’n € 12 miljoen. De OSZG zit hier zo’n € 4 miljoen boven.
Personeelsvoorzieningen Indien sprake is van een beloning met opbouw van rechten dienen de verwachte lasten gedurende het dienstverband in aanmerking genomen te worden. te nemen. Hiervoor dient per balansdatum een verplichting te worden opgenomen conform de regelgeving.
De personeelsvoorziening bestaat uit 4 componenten: a. jubileumgratificaties; b. ADV/LFB-spaarverlof; c. WW-uitkeringen ex-personeel; d. langdurig zieken. De omvang van component a. wordt berekend aan de hand van een onderzoek van VOS/ABB uit 2007. Het vastgestelde
Jaarrekening
Overige gegevens
bedrag van destijds € 550 is inmiddels geïndexeerd tot € 1.000 per fte. Het totale bedrag van deze voorziening is per 31 december 2023 verhoogd met € 96.400 tot € 379.700. De salarisverhogingen van de laatste 2 jaar zijn hierin verdisconteerd. Voor component b. is per deelnemer bepaald welk bedrag nodig is voor de vervanging tijdens het verlof aan de hand van de vastgestelde cao-bedragen (adv) of van het salaris ten tijde van het sparen (gefixeerd na 4 jaar conform eigen beleid). Na 2023 is het sparen niet meer opgenomen in het keuzemenu van het PB90 beleid. Als gevolg hiervan is de voorziening per 31 december 2023 gestegen met € 47.596 naar € 796.684. Voor component c. is op basis van de huidige uitkeringen onderzocht wat de aanspraaktermijn is en een schatting gemaakt van mogelijkheden tot herintreding. De voorziening bedraagt per 31 december 2023 € 86.939. De medewerkers die zijn ontslagen zijn veelal niet meer geschikt om hun oorspronkelijke functie uit te voeren. Wij stimuleren hen via een opleidingsvergoeding in de transitievergoeding een andere passende baan te vinden. Voor component d. is op basis van de verwachte ziekteperiode tot de start van een uitkering of ontslag een inschattingskans gemaakt op basis van het individuele salaris van de zieke medewerker. De voorziening bedraagt per 31 december 2023 € 315.833, een afname van € 283.747.
Deze voorziening is aan grote fluctuaties onderhevig, vooral omdat het om enkele individuele personen gaat.
38
Bestuursverslag
Algemene informatie
Onderwijs
De mutaties op de voorzieningen hebben dit jaar een negatief effect op het resultaat van boekjaar 2023. Ze zijn echter nodig om te voorkomen dat toekomstige risico’s niet financieel zijn afgedekt.
4.6
Kasstromen
Het kasstroomoverzicht is opgesteld volgens de indirecte methode en geeft inzicht in de herkomst van de liquide middelen die in het verslagjaar beschikbaar zijn gekomen, en waarvoor ze zijn ingezet. De mutaties in afschrijvingen, schulden minus de toename in de vorderingen bepalen de operationele kasstroom. De investeringen minus de verlaging van de financiële vaste activa bepalen de kasstroom uit investeringsactiviteiten. De mutaties rondom de investeringen, extra eigen middelen, de late facturering van bouwtermijnen en de hoge rentebaten zijn van invloed op de negatieve kasstroom.
4.7
Treasurymanagement
Het treasurybeleid van de OSZG is primair gericht op het beheersen van financiële risico’s om de financiële continuïteit van de organisatie te waarborgen en secundair op het reduceren van financieringskosten. Ook wordt beoogd overtollige liquide middelen tegen een zo hoog en veilig mogelijk rendement uit te zetten. Dat is in 2022 voor het eerst in jaren weer gelukt en dat heeft zich in 2023 doorgezet. Doordat we de subsidies van de gemeente in een vroeg stadium ontvingen en de facturering van de bouwtermijnen laat op gang kwam is er tussentijds een hoge liquide positie geweest.
Jaarverslag - OSZG
Financiële situatie
Informatie per school
De OSZG voert een actief kasgeldbeheer. Daarbij maakt de OSZG gebruik van integraal Schatkistbankieren bij het ministerie van Financiën. De liquide middelen van de scholen staan grotendeels op een rekening-courant bij de Staat der Nederlanden. De Staat vergoedt over het gehele saldo een rente die gelijk is aan het EONIA-tarief. Daarnaast is het mogelijk deposito’s tegen het geldende EURIBOR-tarief te plaatsen. Besluiten tot beleggen en belenen van middelen worden genomen in lijn met het financieel statuut. Conform de afspraken met het bestuur en de RvT plaatsen we alleen kortlopende deposito’s. Omdat het dagtarief de depositorente overstijgt beperken we ons tot 1-jaarsdeposito’s van € 5 ton per maand. De financiële vaste activa zijn inmiddels 0, waaruit blijkt dat er geen langjarige deposito’s worden uitgezet. Er wordt geen gebruik gemaakt van afgeleide financiële instrumenten en derivaten.
4.8
Begroting 2024
In de begroting 2024 zijn, voor zover mogelijk, de laatste ontwikkelingen rond de bekostiging van het ministerie van OCW meegenomen. Eventuele salarisverhogingen vanuit een nog overeen te komen cao 2024-2025 zijn niet meegenomen omdat we niet verwachten dat een nieuwe cao VO per 1 oktober gesloten wordt dan wel onverwacht grote verhogingen oplevert. De compensatie vanuit het ministerie ter dekking van een deel van de cao VO 2023-2024 is gesteld op 3.7%, dit is inclusief de verwachte loonruimte.
Jaarrekening
Overige gegevens
Begroting voor 2024 Bijdragen OCW lumpsum Overige rijksbijdragen
€ 40.085.829 2.154.064
Samenwerkingsverbanden
872.401
Overige overheidsbijdragen
275.900
Contractactiviteiten
0
Uitkering UWV
120.000
Vergoeding ZiZo-fonds
570.000
Overige baten
2.343.311
Som der baten
€ 46.421.505
Personele lasten
€ 38.732.944
Afschrijvingen
1.300.590
Huisvestingslasten
2.173.350
Overige materiële lasten
5.762.801
Som der lasten
Saldo baten en lasten
€ 47.969.685
€ -1.548.180
Resultaat ZiZo
0
Renteresultaat
270.000
Begroot resultaat
€ -1.278.180
39
Bestuursverslag
Algemene informatie
Onderwijs
Dit begrote resultaat is exclusief de mutaties van bestemmingsreserves NPO, Collectieve werkdrukmiddelen en Architraaf. Met de in de aanhef van dit hoofdstuk ingeplande mutaties resp. € 1.184.550 en € 163.000 zou het begrote netto resultaat voor 2024 uitkomen op € 69.370 positief.
4.9
Continuïteitsparagraaf
Voor het eind 2023 opgestelde meerjarenperspectief 2024–2027 zijn voor de inkomsten de aannames gehanteerd zoals beschreven in de door het bestuur vastgestelde Begroting 2024. In deze begroting is ruimte opgenomen om beleidsrijk te begroten, rekening houdend met toenemende personeelslasten die gedekt worden door de te verwachten hogere personele lumpsum. Het Nationaal Programma Onderwijs maakt het nog deels mogelijk uitbreiding van (extra) personeel te organiseren voor inhaal- en ondersteuningsprogramma’s bij de ontstane achterstanden in het onderwijs. Dit heeft gevolgen voor het financiële beleid t/m 2025. We verwachten wel dat de behoefte aan extra personeel in de loop van de tijd verder afneemt.
Financiële situatie
Personeelsleden OSZG fte per einde kalenderjaar +prognose
Informatie per school
Overige gegevens
2022
2023
2024
2025
2026
2027
12
12
13
13
13
13
Docenten (OP)
253
250
250
250
250
250
Ondersteunend personeel
95
97
95
95
95
95
Totaal
359
359
358
358
358
358
Directie
N.B. bovenste aantallen zijn afgerond en zijn excl. tijdelijke uitbreidingen en vervangingen Leerlingaantallen
2022
2023
2024
2025
2026
2027
DUO + prognose
4475
4335
4346
4385
4404
4427
*excl. VAVO-leerlingen
We verwachten voor de leerlingprognose een verder herstel richting 4.400 in het jaar 2026. Bekijken we deze ontwikkelingen per school dan zien we behoorlijke onderlinge verschillen. In Amsterdam blijft het lotingsysteem voor een stabiele bezetting zorgen, voor Stedelijk Gymnasium Haarlem en Den Bosch zijn de aanmeldingen naar verwachting hoog. En bij 2 kleinere gymnasia zijn we afhankelijk van het aanbod uit het PO en de demografische ontwikkelingen. Bij alle scholen is sprake van een uitmuntende inzet van het personeel tijdens de Open dagen. De aanmeldingen zijn in 2024 conform onze verwachtingen en hoger dan de uitstroom Voor het aantal fte trachten we te stabiliseren en zullen we afhankelijk van het aanbod van leerlingen, de profielkeuzes in de bovenbouw en de ontwikkeling van de bekostiging per geval beoordelen waar aanpassingen in het personeelsbestand gewenst zijn.
Jaarverslag - OSZG
Jaarrekening
Balansontwikkelingen In het onderstaande schema zijn de bedragen voor de verwachtingen 2024-2027 vastgesteld aan de hand van de Realiteit 2023, de Begroting 2024, de Meerjarenverwachtingen 2025-2027. Er is tevens rekening gehouden met de besteding van NPO-middelen en collectieve werkdrukmiddelen vanuit de bestemmingsreserves voor de komende 4 jaar. De bedragen zijn x €1.000. De veronderstelde resultaten van de afzonderlijke jaren zijn meegenomen als verandering in het eigen vermogen. Er zijn op dit moment geen noemenswaardige investeringen te verwachten i.v.m. onderhoud en aanpassingen aan schoolgebouwen, behalve dat in 2024 aanpassingen zijn ingepland in de algemene ruimten.
40
Bestuursverslag
Algemene informatie
Financiële situatie
Onderwijs
De voorzieningen zijn sterk afhankelijk van incidentele gebeurtenissen zoals langdurig zieken of WW-verplichtingen t.a.v. ex-personeel. We nemen voor de meerjarenplanning aan dat ze stabiel blijven, want incidenten hebben we niet in de hand. Voor de vorderingen, liquide middelen en kortlopende schulden geldt dat na de verbouwingen en de afloop van de ondersteuningssubsidies de stand uit de jaren vóór 2021 weer normaal zal worden. Met de te verwachten resultaten op termijn zullen we onder de signaleringswaarde blijven.
Informatie per school
Jaarrekening
Overige gegevens
Realiteit 2023
Verwachting 2023
Verwachting 2024
Verwachting 2025
Verwachting 2026
Materiele vaste activa
11.846
11.600
11.600
12.100
12.100
Financiële vaste activa
0
0
0
0
0
Totaal vaste activa
11.846
11.600
11.600
12.100
12.100
Vorderingen
1.607
1.600
1.600
1.600
1.600
Liquide middelen
12.098
10.900
10.900
9.700
9.600
Totale vlottende activa
13.705
12.500
12.500
11.300
11.200
Totaal Activa
25.552
24.100
24.100
23.400
23.300
Algemene reserve
9.760
9.869
9.669
9.099
9.066
Bestemmingsreserves
6.695
5.231
4.431
4.301
4.234
Eigen Fondsen
2.853
2.800
2.800
2.800
2.800
Architraaf
63
0
0
0
0
Sociaal plan
455
455
455
455
455
Zizo
650
650
650
650
650
Coll. Werkdrukmiddelen
852
689
526
396
329
NPO
1.822
637
0
0
0
Eigen Vermogen
16.455
15.100
14.100
13.400
13.300
Voorzieningen
1.579
1.500
1.500
1.500
1.500
Kortlopende schulden
7.518
7.500
8.500
8.500
8.500
25.552
24.100
24.100
23.400
23.300
Overige ontwikkelingen m.b.t. de balans Wij verwachten de komende jaren geen veranderingen in de financieringsstructuur. Voor het huisvestingsbeleid blijven we groot onderhoud activeren en afschrijven (componentenmethode). Activa waarop een subsidie rust worden alleen voor het meerdere in de activastaat opgenomen. Verdere veranderingen in reserve en voorzieningen worden niet verwacht. De bestemmingsreserves voor NPO en Collectieve werkdrukmiddelen zullen resp. geheel en gedeeltelijk aflopen. De kengetallen voor liquiditeit en solvabiliteit zullen de komende jaren enigszins dalen, maar ze blijven ruim boven de normwaarden. Ook het weerstandsvermogen zal voor de jaren 2023-2026 afnemen volgens bovenstaande verwachte balanswaarden.
Totaal passiva Bedragen x €1000
Jaarverslag - OSZG
41
Bestuursverslag
Algemene informatie
Onderwijs
Financiële situatie
Informatie per school
Jaarrekening
Overige gegevens
Ontwikkelingen baten en lasten Het opgestelde meerjarenperspectief 2025-2027 laat zien dat de OSZG financieel de komende jaren te maken kan krijgen met negatieve resultaten. Dat heeft enerzijds te maken met dalende leerlingenaantallen. Anderzijds heeft het bestuur in 2019 besloten beleidsrijker te begroten en de looncompensatie – die vaak aan het einde van het jaar wordt toegekend – al te verwerken in de begroting middels een percentage van 3%. Verder zijn de middelen die ontvangen zijn op projectbasis reeds in de exploitatie verwerkt en daarom kunnen we door de bestemmingsreserves op te nemen vermoedelijk netto resultaten verwachten die net onder of gelijk aan 0 zijn. Daar ligt wel een opdracht aan vast. We zullen goed in kaart moeten brengen dat we met de uitgaven niet meer uitgeven dan wat echt nodig is en alle leuke dingen even vergeten. Het huidige kalenderjaar zal ons in de loop van dit jaar wijzer maken. De formatie voor het nieuwe schooljaar moet strak worden ingezet, ondanks dat projecten als basisvaardigheden en ondersteuningsprogramma’s aandacht verdienen. Voor de meerjarenbegroting hebben we de jaarlijkse loonsverhogingen en de lumpsum percentueel aan elkaar gelijk gehouden. Bij de personeelskosten is met de uitstroom en instroom van personeel rekening gehouden, zoals ook met de normale periodieke tredeverhogingen binnen de schaal en de functiemix.
De overige lasten blijven naar verwachting redelijk stabiel en bevatten naast de inflatie ook bezuinigingen op schoolniveau.
Jaarverslag - OSZG
Realisatie 2023
Begroting 2024
Perspectief 2025
Perspectief 2026
Perspectief 2027
€
€
€
€
€
44.306.900
43.112.294
45.280.855
46.673.019
48.094.977
Ov. overheidsbijdragen
302.862
275.900
300.000
300.000
300.000
Overige baten
2.697.570
3.033.311
2.400.000
2.430.000
2.490.000
Totaal baten
47.307.331
46.421.505
47.980.855
49.403.019
50.884.977
38.395.237
38.732.944
39.674.262
40.911.796
41.839.979
Afschrijvingen
1.116.604
1.300.590
1.310.546
1.272.798
1.219.873
Huisvestingslasten
2.184.167
2.173.350
2.178.250
2.180.150
2.184.350
Overige lasten
6.298.608
5.762.801
5.729.541
5.732.651
5.795.001
Totaal lasten
48.162.776
47.969.685
48.892.600
50.097.395
51.039.203
Saldo resultaat
-687.286
-1.548.180
-911.745
-694.376
-154.226
Financiële baten
408.552
270.000
0
0
0
Resultaat
-278.734
-1.278.180
-911.745
-694.376
-154.226
Mutatie best.res. NPO/CW/Arch
-438.686
1.347.550
800.450
129.000
67.000
Netto Resultaat
-717.420
69.370
-111.295
-565.376
-87.226
Baten Rijksbijdragen*
Lasten Personeelslasten
• P.M. In dit overzicht is het resultaat ZiZo opgenomen in de personele lasten
42
Bestuursverslag
Algemene informatie
4.10 Risicoanalyse De interne risicobeheersing- en controlesystemen zijn erop gericht te waarborgen dat de belangrijkste risico’s worden geïdentificeerd en dat passende beheersmaatregelen worden getroffen. Wij hanteren diverse tussentijdse
Onderwijs
Financiële situatie
Informatie per school
rapportages. Iedere maand wordt gerapporteerd over het verloop van de personeelskosten (= 80% van de exploitatie), ziektegevallen en de personele bezetting. Na vier maanden worden de personeelskosten in zijn geheel in het bestuur en de auditcommissie gerapporteerd. Daarnaast wordt in
Jaarrekening
Overige gegevens
september een 7-maandsrapportage van de exploitatie, met een extrapolatie voor het hele kalenderjaar, gepresenteerd aan bestuur en RvT. Jaarlijks wordt de meerjarenverwachting bijgesteld. Daarnaast hebben alle scholen enkele jaren geleden een risico-inventarisatie gedaan aan de hand van een voorbeeld van de VO-raad. De uitkomsten zijn in de opvolgende begrotingen en meerjarenverwachtingen verwerkt evenals in onderstaande opsomming van mogelijke risico’s. Hieruit voortvloeiende maatregelen worden bezien in het licht van het vigerende personeelsbeleid. De afgelopen jaren heeft dit geleid tot aanpassingen in het functioneringsbeleid, het mobiliteitsbeleid en de formatie.
De belangrijkste risico’s voor onze onderwijsstichting zijn: A.
Leerlingenaantal (daling, concurrentiepositie, PR-strategie) Dit risico wordt voor 2 van onze scholen als laag, voor 2 gemiddeld ingeschat en voor 2 van onze scholen als hoog. Onze scholen behouden een grote aantrekkingskracht; het gymnasium is een sterk merk evenals het categorale karakter van onze scholen. Van loting kan een negatief effect uitgaan. Voor de 2 scholen in de krimpgebieden is het zaak om zeer alert te zijn. De schooldichtheid is in sommige steden/regio’s groot en de concurrerende collega-scholen willen ook volle klassen. Een sterke PR-functie zien wij als een noodzaak om instroom zo goed mogelijk te bewaken.
Jaarverslag - OSZG
43
Bestuursverslag
B.
Algemene informatie
Onderwijs
Kwaliteit onderwijs (inspectieoordeel, vernieuwing, diversiteit) De Inspectie heeft naar aanleiding van onderzoeksresultaten tijdens inspectiebezoeken geconcludeerd dat het bestuursbeleid rond onderwijsresultaten en tevredenheidsmetingen zichtbaar is op de scholen, maar dat het bestuur meer zicht moet hebben op het gerealiseerde onderwijsproces op de scholen. Dit conform het wettelijk vastgestelde toezichtskader waarbij de verantwoordelijkheid ligt bij het bestuur. Het bestuur heeft met het aantrekken van een stafmedewerker onderwijs en externe ondersteuning de processen op het gebied van kwaliteit en kwaliteitszorg geanalyseerd en implementeert deze volop in de organisatie. Dit heeft inmiddels geleid tot verbetering in de zichtbaarheid op de onderwijsresultaten. Op basis van de bevindingen van de Inspectie, en ondanks de gerealiseerde vorderingen, wordt dit risico toch als gemiddeld ingeschat.
C.
Personeel (cao, leeftijdsopbouw, ziekteverzuim, wachtgeld, WIA, kwaliteit, verloop) Dit risico wordt ingeschat als gemiddeld/hoog. Een nieuwe cao wordt in de regel gecompenseerd door OCW, evenals de werkgeverslasten. Verder is de leeftijdsopbouw van de OSZG-scholen op stichtingsniveau evenwichtig en was er sprake van een relatief laag ziekteverzuim. De coronaperiode leidde ook bij ons tot negatieve effecten, maar is inmiddels
Jaarverslag - OSZG
Financiële situatie
Informatie per school
Jaarrekening
weer op het oude niveau. Het personeelsverloop is klein en de aantrekkelijkheid van de gymnasia voor goede leraren groot. Wel wordt bij sommige vakken druk gevoeld om deskundige, ervaren leraren te werven ter vervanging van uittreders om de secties op sterkte te houden. Onze afspraken over de functiemix (loopbaanbeleid) hebben geleid en blijven leiden tot relatief hoge personele kosten, mede omdat docenten relatief jong in LD kunnen komen en zodra de functiemix het maximum heeft bereikt opvolgende kandidaten voor LD blokkeren in hun ontwikkeling. Ondanks de lichte onzekerheid over de leerlingaantallen streven we naar baanzekerheid voor nieuwe leraren, maar dat is geen vanzelfsprekendheid. Mobiliteit tussen de nabije scholen kan plaatsvinden op termijn. D.
De formatie voor HRM en het bestuurssecretariaat is naar wens ingericht. Voor de administratieve en financiële functie zijn ontwikkelingen gaande zowel organisatorisch (managementrapportages) als op het gebied van personeel (vervanging pensionado’s). De governance-afspraken tussen het bestuur en de RvT, en de adviezen van de accountant, hebben grote meerwaarde voor de organisatie. De cyberrisico’s voor onze organisatie zijn beoordeeld en worden gemiddeld ingeschat. Wij laten ons momenteel adviseren welke stappen we moeten nemen binnen onze organisatie om hierin de benodigde stappen te maken. Voor AVG-privacyregels is continu samenwerking met de functionaris Gegevensbescherming om zowel centraal als bij de scholen de vastgestelde projectplannen te toetsen en van aanvullend advies te voorzien.
Organisatie (bestuur en management, planning & control, beleidsplannen, governance, administratieve organisatie en interne controle) Dit risico wordt ingeschat als gemiddeld. De OSZG is een kleinschalige organisatie met relatief weinig overhead, een strakke administratieve organisatie en een planning- & controlcyclus die naar behoren werkt. Vanwege de lage overhead is het wel zaak de administratieve functie binnen de scholen goed op orde te hebben. Doorontwikkeling heeft plaatsgevonden op centraal niveau om de balans tussen de kwaliteitseisen van de Inspectie en de realisatie daarvan op de scholen te waarborgen.
Overige gegevens
E.
Huisvesting (onderhoud, vandalisme) Dit risico wordt ingeschat als gemiddeld/hoog. Sommige scholen zitten in nieuwe of gerenoveerde gebouwen; er is een flinke renovatie afgerond bij het hoofdgebouw van Stedelijk Gymnasium Haarlem en bij Gymnasium Bernrode is de wens en verplichting om de klimaatproblematiek aan te pakken wegens een steeds oplopend begrotingstekort op een laag pitje gezet. Nader overleg met de gemeente (de hoofdgebruiker van het gebouw) is gepland. Bij de scholen leeft
44
Bestuursverslag
Algemene informatie
Onderwijs
sterk het besef van kostenbeheersing – ook in het licht van opwaartse druk in de marktprijzen en het achterwege blijven van compensatie in de bekostiging. Ondanks de renovaties blijven de gebouwen oud en onderhoudsintensief. Het is niet vanzelfsprekend dat de rijksoverheid het gebouwencomplex van de benodigde financiële middelen voorziet. Ongetwijfeld heeft dat de maken met decentralisering, waardoor de aansturing ontbreekt, voorvloeiend uit eerdere overheidskeuzes. De meerjarenonderhoudsplanning is verder in detail in kaart gebracht, maar de vorming van een bestemmingsreserve is praktisch onmogelijk wegens de voorwaarden om van systeem te veranderen. De scholen beoordelen doorlopend het MJOP beoordeeld en nemen het geplande onderhoud op hun begrotingen en meerjarenperspectieven. De veiligheid van de panden wordt geborgd door adequate beveiliging. F.
Inventaris en apparatuur (ouderdom, prijsstijgingen, achterblijvende bekostiging) Dit risico wordt ingeschat als laag/gemiddeld. Een mogelijk achterblijvende bekostiging is een risico op alle VO-scholen. Verder is er een adequaat systeem van activering en zijn er voldoende middelen aanwezig om prijsstijgingen op te vangen. Of dat in de nabije toekomst zo blijft hebben we niet in de hand. De inflatie is extreem en of we voldoende worden gecompenseerd in de lumpsum is de vraag. Daarnaast is sprake van groei in de uitgaven voor digitale apparatuur en leermiddelen.
Jaarverslag - OSZG
G.
Financiële situatie
Informatie per school
Politiek bestuurlijke risico’s (niet complementaire regelgeving) Dit risico wordt ingeschat als gemiddeld/hoog. De gymnasia onderscheiden zich hierin niet van andere VO-scholen. De roep om meer geld voor onderwijs, zorg en andere overheidsorganen wordt steeds sterker. De wens van een betere bekostiging van het onderwijs blijft actueel. De afgelopen jaren werd de prioriteit gelegd bij het terugbrengen van leerachterstanden vanwege de coronapandemie en de nasleep daarvan. Momenteel is de hele wereld onrustig en zijn na iedere schokbeweging (oorlog, klimaat, pandemie, vluchtelingen) in ons dagelijks leven extreme maatregelen nodig (= miljarden bijdragen van de rijksoverheid). De maatschappelijke druk op categorale gymnasia is groot, er is steeds vaker sprake van negatieve berichtgeving als het gaat om categorale gymnasia en het realiseren van toegankelijkheid, kansengelijkheid en modern onderwijs, de vrijwillige ouderbijdrage en het effect op reizen en excursies op onze scholen, het nog altijd groeiende aantal bijzondere scholen, burgerschapsvorming, digitale vaardigheden en de druk van o.a. vakbonden op de lumpsumbekostiging. Terugkerend thema is onduidelijkheid over de bereidheid van de overheid om kostenstijgingen door inflatie, hogere energieprijzen en cao’s te compenseren en de korte termijn visie die vanuit de politiek de kwaliteit op het ministerie drukt.
Jaarrekening
H.
Overige gegevens
Beoordelingsinstrumentarium Bij de beoordeling van de financiële kengetallen voor de jaarrekening 2023 en de verwachtingen per heden, voldoen deze allemaal aan de daarvoor gestelde VOnormen.
I.
Het afdekken van de risico’s De OSZG dekt op twee manieren risico’s af: we reageren snel op mogelijke calamiteiten en er zijn voldoende reserves om eventuele risico’s tijdig op te vangen. Incidentele tegenvallers moeten worden gefinancierd uit incidentele meevallers. Daarnaast ontwikkelen we waar nodig tijdig nieuw beleid om de laatste ontwikkelingen op onderwijs- en personeelsgebied te implementeren.
4.11 Gebeurtenis na balansdatum Het Stedelijk Gymnasium ’s-Hertogenbosch huurt sinds februari 2024 een extra locatie grenzend aan de huidige 3 locaties voor een bedrag van € 35.574 per jaar.
45
5. RESULTATEN PER SCHOOL
Jaarverslag - OSZG
46
Bestuursverslag
Algemene informatie
Onderwijs
Financiële situatie
Informatie per school
Jaarrekening
Overige gegevens
www.sghaarlem.nl
Jaarverslag - OSZG
47
Bestuursverslag
5.1
Algemene informatie
Financiële situatie
Onderwijs
Informatie per school
Stedelijk Gymnasium Haarlem
Exploitatie 2023 Baten
1. Werkelijk 2023
Begroot 2023
Werkelijk 2022
€
€
€
8.831.010
7.709.800
7.981.652
33.883
35.000
52.620
3.1
Rijksbijdragen
3.2
Overige overheidsbijdragen
3.4
Baten werk i.o.v derden
3.5
Overige baten
450.114
639.200
467.356
Totaal baten
9.315.007
8.384.000
8.501.628
Lasten 4.1
Personele lasten
7.481.725
6.985.100
6.828.421
4.2
Afschrijvingen
204.410
437.100
849.535
4.3
Huisvestingslasten
412.831
376.100
288.256
4.4
Overige lasten
1.177.339
1.032.100
1.124.201
Totaal lasten
9.276.305
8.830.400
9.090.412
Saldo baten en lasten
38.703
-446.400
-588.784
5. Financiële baten en lasten
126.121
2.000
15.683
Resultaat
164.823
-444.400
-573.101
Jaarverslag - OSZG
Jaarrekening
Overige gegevens
Analyse Resultaat 2023
Het Stedelijk Gymnasium Haarlem sluit 2023 af met een positief resultaat van € 164.823. Deze budgetoverschrijding is vooral te danken aan een vrijval in de voorzieningen van ruim € 100.000 in verband met de terugloop van langdurig zieken. De personele lasten zijn hoger dan begroot i.v.m. de subsidie Basisvaardigheden. Deze waren niet begroot maar er worden wel uitgaven voor gemaakt. Het heeft uiteraard ook invloed op de verhoging van de materiële lasten. De realisatie wijkt op de volgende punten af van de begroting: •
een andere inschatting van de 2e tranche NPO-gelden
•
de verkregen subsidie basisvaardigheden waarvoor ook kosten (zie hierboven) gemaakt zijn
•
de in 2022 versnelde afschrijving van de openstaande activa en de oplevering van het pand na de renovatie per einde 2023, waardoor op de nieuwe activa voor het gebouw en inrichting geen afschrijvingen hebben plaatsgevonden.
Van de in de rijksbijdragen opgenomen middelen (in 2022 en 2023) voor het NPO en de Collectieve werkdrukmiddelen resteren nog middelen om op te nemen in de komende jaren. Hiervoor zijn bestemmingsreserves opgenomen van resp. €522.000 en €260.000. Het verschil tussen de dotatie en de opgenomen middelen is in feite toe te rekenen aan de exploitatie van 2023. Voor Stedelijk Haarlem geldt dat de mutatie in de bestemmingsreserve, zijnde het bedrag van € 44.750 het netto resultaat verlaagt tot een bedrag van € 120.073.
48
Bestuursverslag
2.
Algemene informatie
Activiteiten, projecten en ontwikkelingen t.b.v. leerlingen, onderwijs en docenten
De onderwijsresultaten geven in 2023 enerzijds reden tot tevredenheid en anderzijds wat zorg. De onderbouwsnelheid en het bovenbouwsucces zijn licht gedaald, maar de driejaargemiddelden liggen nog steeds ruim boven de norm. De examenresultaten zijn echter wat minder dan verwacht. De coronajaren zijn daar ongetwijfeld debet aan geweest. Veel aandacht is uitgegaan aan het verder vormgeven van taalbeleid, burgerschapsonderwijs, 21-eeuwse vaardigheden en verder bouwen aan een inclusieve school. Het taalbeleid is afgetrapt met taalposters, taalkaarten en een taalquiz voor de leerlingen van de onderbouw. Vervolgens zijn dia toetsen geïntroduceerd in de eersteklassen om een goed beeld te krijgen van de taalvaardigheid van de instromende leerlingen. Door ervaring was al duidelijk geworden dat er grote verschillen in taalvaardigheid zijn tussen de verschillende leerlingen. Maar dat van 20% van de leerlingen de taalvaardigheid onvoldoende blijkt voor het succesvol volgen van gymnasiaal onderwijs, is toch verrassend te noemen. Via steunlessen wordt getracht de taalachterstanden weg te werken. Ook worden leerlingen bij lesuitval opgevangen en tot lezen aangezet. Een volgende meting moet duidelijk maken of de interventies succesvol zijn. Het burgerschapsonderwijs is verder uitgebouwd.
De leerlingen uit leerjaar drie werken tijdens een aantal van de lessen scheikunde, aardrijkskunde, natuurkunde, economie en vormgeving in teams aan een duurzaamheidsproject. De
Jaarverslag - OSZG
Onderwijs
Financiële situatie
Informatie per school
projecten worden gepresenteerd in de aula of de gymzaal van de school. Voor de leerlingen uit het eerste leerjaar draait de ‘burgerschap carrousel’ , waarbij verschillende docenten een aantal dilemma’s voorleggen via filmpjes en leerlingen vragen stelling te nemen. De mentorlessen in de onderbouw schenken aandacht aan veiligheid, grenzen stellen en seksualiteit. In het kader van de ontwikkeling van 21e -eeuwse vaardigheden worden binnen het vak Media, Informatie en Technologie (MIT) diverse digitale vaardigheden besproken en ontwikkeld bij leerlingen uit de leerjaren 1 en 2. Het verantwoord leren omgaan met sociale media is daarbij een belangrijk thema. Ook programmeren, 3D printen en robotica zijn in het vak MIT opgenomen. In de bovenbouw wordt aandacht geschonken aan artificiële intelligentie en algoritmes en de ethische vraagstukken die daarmee samenhangen. Om de digitale geletterdheid van onze leerlingen verder te versterken wordt een laptop met ingang van volgend schooljaar verplicht gesteld voor de leerlingen. Het is uitdrukkelijk niet de bedoeling de laptop een prominente plaats te geven in de lessen; wel om docenten de kans te bieden hun onderwijs meer te differentiëren en uitdagend te maken en leerlingen via huiswerkopgaven, zoekopdrachten, gebruik van Chat GTP en dergelijke meer ICT-vaardig te maken.