CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

2. Bijlage 1. Jaarrekening en jaarverslag 2020

commissie Bestuur 10 juni 2021, gemeente HaarlemBij agendapunt: 17.20-18.00 uur Jaarstukken gemeente Haarlem (MR)39.930 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

Jaarverslag en Jaarrekening 2020

23

8. Duurzaamheidsprogramma € 172.000 In het voorjaar van 2020 werd Nederland getroffen door de coronacrisis, met enorme gevolgen voor de samenleving. Dit heeft doorgewerkt op de voortgang van het Duurzaamheidsprogramma, met name op de activiteiten en projecten die samen met bewoners, instellingen en ondernemers waren gepland. Vanwege de coronacrisis heeft het participatieproces en het voorbereiden van de plannen van de Haarlemse transitievisie warmte vertraging opgelopen. De werkzaamheden kunnen en zullen in 2021 worden uitgevoerd. Het gaat hierbij om het ZonneWarmteNet in het Ramplaankwartier, het warmtenet in Schalkwijk en de Waarderpolder. Voorgesteld wordt om de hiervoor bestemde middelen á €172.000 als resultaatbestemming op te nemen voor 2021.

9. Budgetoverheveling SOR € 237.000 De uitvoering van de Structuurvisie Openbare Ruimte (SOR) kent een onderbesteding van € 237.000 in de exploitatie. Projecten zijn op hoofdlijnen beschreven en concretisering van maatregelen kost meer tijd dan verwacht. Daarnaast vragen sommige maatregelen om een nieuwe uitwerking die wel tot het gewenste effect leidt en is door de coronacrisis het samenwerken minder effectief dan voorheen. Om deze redenen wordt gevraagd om budget van € 237.000 over te hevelen naar 2021 zodat deze ingezet kunnen worden binnen de aangepaste UVP SOR (voor onder andere bereikbare steden en Gedempte Oostersingelgracht). 10. Overheveling fietsgelden € 124.000 In 2020 was voor de verruiming van de openingstijden van de Botermarktstalling een post opgenomen in Actieplan Fiets 2020-2022. Door de coronacrisis en de sluiting van de stalling wegens brandgevaar wordt deze verruiming niet uitgevoerd. Het verzoek is om het resterende bedrag over te hevelen naar 2021 zodat het kan worden ingezet voor intensivering op de fietsprojecten die in actieplan fiets zijn opgenomen, zoals de voortzetting van de pilot Groenplek & Fietsrek in 2021. 11. Budgetoverheveling Omgevingswet € 150.000 Mede door de coronacrisis loopt de planning voor de Omgevingsvisie vertraging op. Hierdoor wordt de Omgevingseffectrapportage pas in het eerste kwartaal 2021 opgeleverd.

Ook de verplichte toets door de commissie MER vindt hierdoor niet eind 2020 maar in het eerste kwartaal van 2021 plaats. De pandemie en het complexe digitaliseringsopgave leiden tot vertraging in de aanschaf van een nieuwe applicatie Omgevingsplan. Inmiddels zijn afspraken met de leverancier gemaakt over deze applicatie. Het voorstel is om de € 150.000 van de onderbesteding op het programmabudget Omgevingswet uit 2020 over te hevelen naar 2021. 12. Dorpshuis Spaarndam € 70.000 De bijdrage aan het Dorpshuis Spaarndam betreft een bestuurlijke toezegging en was voorzien in 2020. Het Dorpshuis komt echter pas gereed in 2021. Voorgesteld wordt het bedrag van € 70.000 via resultaatbestemming over te hevelen naar 2021. 13. Onderzoek Havenkantoor en RI & E maatregelen Havendienst € 73.000 Het onderzoek naar het nieuwe Havenkantoor heeft vertraging opgelopen door onder meer het uitstel van de besluitvorming over bedienvorm van de bruggen. Dit besluit is in februari 2021 door de gemeenteraad genomen. De keuze voor het op afstand bedienen van de bruggen buiten het centrum heeft invloed op vereisten die aan het Havenkantoor worden gesteld. Het onderzoek is inmiddels gestart en zal in 2021 worden afgerond (kosten € 46.000).

Bij de implementatie van de maatregelen uit de risico-inventarisatie & -evaluatie (RI & E maatregelen) is soms meer technisch onderzoek nodig dan vooraf ingeschat kan worden Verder is er ook gezocht naar mogelijkheden om de maatregelen te combineren met het werk aan het groot Jaarverslag en Jaarrekening 2020

24

onderhoud van de betreffende bruggen. Deze fase is nu afgerond, maar hierdoor worden enkele maatregelen gepland waren in 2020 nu in 2021 uitgevoerd (kosten € 27.000). Voorstel is hiervoor in totaal een resultaat bestemming op te nemen voor € 73.000 (€ 46.000 + € 27.000). 14. Informatieveiligheid € 100.000 Voor het veilig uitwisselen van gezondheidsgegevens is de norm NTA7516 ontwikkeld. Onder andere de Wet Verplichte GGZ gaat uit van deze norm. De verwachting is dat deze norm de komende jaren meer en meer het uitgangspunt gaat zijn, waarbij het Sociaal Domein als eerste met verplichtingen (die al zijn begonnen met de WVGGZ) geconfronteerd wordt. Hierbij gaat het ook om massale processen. De norm richt zich niet alleen op techniek, maar ook op de organisatie. Haarlem voldoet op dit moment niet aan deze norm, en de complete implementatie ervan kan een omvangrijk traject betekenen. Vanuit het resterende inhuurbudget van 2020 is het voorstel om door middel van externe inhuur in 2021 de Gap-analyse ten opzichte van de huidige situatie op te gaan leveren en een stappenplan en mogelijke faseringen voor de invoering. Voorgesteld wordt om van het resterende inhuurbudget in 2020 € 100.000 over te hevelen naar 2021 voor de uitvoering van deze werkzaamheden.

15. Extra Middelen Regionale aanpak arbeidsmarkt Zuid-Kennemerland en IJmond 2020-2022 en het Haarlems addendum doe-agenda arbeidsmarkt € 920.000 In de decemberrapportage is er incidenteel geld beschikbaar gesteld voor de uitvoer van het sociaal plan 2020 en is aangekondigd dat er nog extra middelen nodig zijn voor de uitvoer van dit plan in 2021 en verder. Er is toen gewezen op een eventuele extra meevaller op de BUIG in 2020 die zou kunnen dienen ter dekking. De extra meevaller op de BUIG heeft zich voorgedaan, maar daarnaast heeft er ook een incidentele meevaller plaatsgevonden in het beleidsveld werk die logischer is om aan te spreken ter dekking van re-integratie activiteiten in 2021 en verder. Het voordeel is ontstaan n.a.v. een uitspraak van de Hoge Raad over btw-compensatie op re-integratie activiteiten. Hierop is een verzoek ingediend om extra compensatie van BTW bij het btw-compensatiefonds over de jaren 2015 t/m 2019. Dit verzoek is in november gehonoreerd. Dit voordeel van € 920.000 is als negatieve last verwerkt in de exploitatie 2020. Het voorstel is om dit voordeel toe te voegen aan de reserve corona steunmaatregelen en te oormerken ter dekking van de uitvoer aanpak arbeidsmarkt ZuidKennemerland en IJmond 2020-2022 en het Haarlems addendum doe-agenda arbeidsmarkt. 16.

Uitvoer regionale aanpak arbeidsmarkt Zuid-Kennemerland en IJmond 2020-2022 In 2020 is de regionale aanpak arbeidsmarkt Zuid-Kennemerland en IJmond 2020-2022 vastgesteld. Hierin zitten zowel regionale als lokale elementen van coronasteunmaatregelen. De Regionale aanpak arbeidsmarkt Zuid-Kennemerland en IJmond 2020-2022 vormt het kader ten aanzien van de regionale arbeidsmarkt. Vanuit de hieraan gekoppelde regionale doe-agenda ligt de urgentie en focus in de eerste helft van 2021 op de volgende corona steunmaatregelen: • Het inrichten van een regionaal mobiliteitsteam voor aanvullende crisisdienstverlening aan werkenden en werkzoekenden bij het vinden van ander en nieuw werk; • Een om- en bijscholingscurriculum voor werkenden en werkzoekenden in samenwerking met het onderwijs; • Dienstverlening aan zelfstandig ondernemers door ondersteuning in ondernemerschap of reintegratie naar ander werk in loondienst; • De coördinatie van de regionale aanpak van jeugdwerkloosheid; • Het ondersteunen naar werk van kwetsbare schoolverlaters uit het mbo en het ondersteunen naar werk van voortijdig schoolverlaters; • Het opzetten van trajecten naar werk binnen sectoren die ook tijdens de coronacrisis kansrijk zijn; • Blijvende focus op kwetsbare groepen op de arbeidsmarkt. Jaarverslag en Jaarrekening 2020

25

Bovenstaande wordt gedekt vanuit regionale middelen vanuit het landelijke sociaal steunpakket uit de decembercirculaire 2020 en het project Perspectief op Werk. Vanuit de Decembercirculaire 2020 ontvangt Haarlem voor de arbeidsmarktregio voor 2020 € 404.000 extra middelen voor de arbeidsmarktregio. Omdat de middelen bedoeld zijn voor de regio heeft de compensatie geen effect voor de algemene middelen van Haarlem. Voorgesteld wordt om deze middelen uit de Decembercirculaire 2020 (€ 404.000) over te hevelen naar 2021 voor de uitvoering van deze werkzaamheden. Bestemming resterend rekeningresultaat Het resterende rekeningsaldo zal worden toegevoegd aan de reserves. Conform de bestendige gedragslijn wordt de bestemming van het rekeningresultaat besproken bij de kadernota. Het college neemt een voorstel in de kadernota op.

1.3 Gevolgen van de coronacrisis Inleiding Door de uitbraak van de coronacrisis in het eerste kwartaal van 2020 is dit jaar heel anders verlopen dan kon worden voorzien. De gezondheidscrisis leidde tot een veelheid aan maatregelen die de gezondheid van de Haarlemmers moesten beschermen en druk op de zorg beheersbaar moest houden. Dit had grote consequenties voor de Haarlemse samenleving. Sociaal, cultureel, in het onderwijs, economisch, op alle terreinen waren de gevolgen ingrijpend. Ondernemingen werden in hun bestaan bedreigd, Haarlemmers verloren hun werk en inkomen, psychische problematiek en eenzaamheid, namen toe. Het leven van jongeren veranderde ingrijpend. Door de beperkende maatregelen was er voor iedereen veel minder ruimte voor ontspanning, recreatie en cultuur. Er waren ook grote gevolgen voor het bestuur en de organisatie. Het uitvoeren van landelijke en Haarlemse noodmaatregelen legde een heel groot beslag op de organisatie waarbij ook nog gewerkt moest worden vanuit huis. In deze verantwoording op de begroting 2020 komt de coronacrisis op veel plekken terug omdat op vele terreinen dat wat voorzien was anders of in mindere mate is uitgevoerd en bereikt.

Maar gelukkig is ook veel uit de begroting wel uitgevoerd en is ook op onderdelen veel meer gedaan, bijvoorbeeld het steunen van ondernemers, toegankelijk te maken van de openbare ruimte, door veiligheid en handhaving, communicatie, zowel door Haarlem zelf als in regionale samenwerking. Het is goed om te zien dat de Haarlemse samenleving veerkrachtig en flexibel is. Nieuwe initiatieven kwamen van de grond om de beperkingen en de negatieve gevolgen van de coronamaatregelen te verlichten. Bestuur en organisatie hebben de schouders er onder gezet en met veel inzet en met noodsteun ook veel gedaan om de gevolgen van de crisis te beperken en inwoners, ondernemers en organisaties te ondersteunen. Er is ook al een eerste inventarisatie gemaakt van maatregelen die de gemeente kan nemen om de gevolgen op de langere termijn, als de crisis en de noodsteun verminderen, te beperken en economisch herstel te bevorderen (2020/848465). Bij het opstellen van de Programmabegroting 2020 was niet te voorzien dat de wereld in 2020 te maken zou krijgen met een virus met zo’n grote impact op de samenleving. Bij de Voortgangs-, Bestuurs- en Decemberrapportage 2020 zijn de raad voorstellen voorgelegd over hoe om te gaan met de nieuwe werkelijkheid.

Er zijn daarbij door de gemeente substantieel middelen uitgetrokken om de gevolgen van de coronacrisis voor ondernemers en instellingen in de basisinfrastructuur op te vangen. Ook zijn de eigen gemeentelijke budgetten waar nodig bijgesteld. In deze paragraaf komen achtereenvolgens aan de orde de korte termijn effecten van de coronacrisis Jaarverslag en Jaarrekening 2020

26

en de gehanteerde uitgangspunten bij genomen en te nemen maatregelen, de inzet van de ambtelijke organisatie, de financiële effecten van de coronacrisis, de verwachtingen voor 2021 en verder en tot slot de lange termijn effecten van de coronacrisis voor de stad: op weg naar herstel. 1.3.1 De korte termijn effecten van coronacrisis en de gehanteerde uitgangspunten Snel na het uitbreken van de coronacrisis bleek dat de continuïteit en liquiditeit in gevaar kan komen van instellingen en organisaties die deel uitmaken van de basisinfrastructuur van de gemeente op de terreinen van welzijn, sport, cultuur en evenementen zonder aanvullende steunmaatregelen. Bij de Voortgangsrapportage 2020 is een omvangrijk pakket maatregelen aan de gemeenteraad voorgelegd. Gaandeweg zijn in 2020 op basis van actuele informatie bijstellingen in dit maatregelenpakket doorgevoerd. Geconstateerd kan worden dat er eind 2020 geen instellingen uit de basisinfrastructuur zijn omgevallen. De noodsteun heeft dus gewerkt. Ook ondernemers zijn ondersteund door het versoepelen van betaling van lokale lasten en de gemeente heeft energie gestoken in ondersteuning van kleine ondernemers naar regulier werk door herscholing, omscholing of re-integratie van kleine ondernemers.

Daarnaast is het gemeenteloket veelvuldig bezocht door en voor ondernemers die gebruik moeten maken van de steunregelingen van het Rijk als de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandige ondernemers (Tozo). Als overheid dicht op de burgers en bedrijven kreeg de gemeente ook veel concrete vragen te verwerken. De gemeente was vraagbaak maar zorgde er bijvoorbeeld ook voor dat er toiletfaciliteiten in de binnenstad zijn gerealiseerd toen de horeca dicht ging. Er zijn in 2020 veel concrete coronamaatregelen genomen. Bij de Voortgangsrapportage 2020 zijn de uitgangspunten voor de noodsteunmaatregelen geformuleerd. Belangrijk uitgangspunt was dat de gemeente aanvult op maatregelen van het Rijk en provincie en de maatregelen uitvoert waarvoor het Rijk geld beschikbaar stelt. Tevens zijn afspraken gemaakt over hoe er aan de gemeenteraad wordt gerapporteerd en wanneer steun plaatsvindt. De afspraken zijn in lijn met het budgetrecht van de raad doordat onttrekkingen aan de reserve steunmaatregelen expliciet aan de raad worden voorgelegd. Het college heeft met de afspraken echter ook de mogelijkheid gekregen om snel te kunnen handelen als de crisis dit noodzakelijk maakt. De gemeenteraad is middels de P&C documenten geïnformeerd over de steunmaatregelen.

In aanvulling op de informatie uit de P&C documenten is in 2020 een tweetal informatienota’s uitgebracht, specifiek over de situatie en maatregelen voor een aantal beleidsvelden als jeugd en sport (2020/289809) en economie en arbeidsmarkt (2020/511195). 1.3.2 Inzet van de ambtelijke organisatie De coronacrisis heeft de gemeentelijke organisatie voor grote extra uitdagingen gesteld. Om de crisis effectief het hoofd te bieden, is half maart 2020 voor Haarlem (en Zandvoort) een crisisstructuur ingericht met een bestuurlijk kernteam dat snel en wendbaar bestuurlijke besluitvorming voorbereidde richting college en raad en zorgdroeg voor informatie naar inwoners, ondernemers en partners. Het bestuurlijk kernteam werd ondersteund door een ambtelijk centraal kernteam dat op zijn beurt door kernteams werd geadviseerd. Gedurende het jaar bleek de werkwijze met kernteams goed te werken qua wendbaarheid en besluitvaardigheid. Bovendien bleek de knip tussen ‘coronagerelateerde’ en ‘reguliere’ vraagstukken steeds moeilijker te leggen. Besloten is de ambtelijke kernteams om te vormen tot netwerkteams waarin zowel coronagerelateerde vraagstukken als afstemming voor reguliere zaken plaatsvindt. Het centraal ambtelijk kernteam is bij het directieteam belegd. Medio 2020 is het coördinatie- en adviesteam corona (CAT) ingesteld.

Een interdisciplinair team zorgt voor strategisch advies aan directie en overige onderdelen van de organisatie. Het CAT inventariseert Jaarverslag en Jaarrekening 2020

27

de korte en lange termijn effecten van de crisis en gaat daar waar nodig actief mee aan de slag of adviseert over de aanpak. Het team heeft voorbereidingen getroffen op de strategische uitwerking van een herstelpakket tot 2025. Op regionaal niveau wordt door adviseurs, gemeentesecretarissen en burgemeesters samengewerkt in een programmastructuur gericht op afstemming over crisisaanpak en toepassing van coronamaatregelen, als ook op de verkenning van mogelijkheden voor samenwerking tussen gemeenten voor herstel op economisch, sociaal en maatschappelijk vlak. Voor diverse gemeentelijke afdelingen betekende de coronacrisis veel extra werk. Hierdoor nam de werkdruk van de organisatie zichtbaar toe tot soms onacceptabele niveaus. Door creatief met personele inzet te schuiven, was het mogelijk te doen wat nodig was voor de stad met de coronamaatregelen, zonder dat de reguliere werkzaamheden voor stad en bestuur teveel onder druk kwamen. Met creativiteit alleen vielen de extra werkzaamheden niet volledig op te vangen. Daarom zijn er bij de Decemberrapportage 2020 middelen ter beschikking gesteld om ervoor te zorgen dat de organisatie de vraag aan zou blijven kunnen. Al met al is de conclusie dat ondanks de coronacrisis veel gerealiseerd is en dat zowel in het fysiek domein als in het sociaal domein is ingespeeld op de nieuwe werkelijkheid.

Niettemin is een aantal in de Programmabegroting 2020 geformuleerde doelstellingen, prestaties en effectindicatoren vanwege de coronacrisis niet gerealiseerd. Ter illustratie: logischerwijs konden vele fysieke activiteiten geen doorgang vinden. Hiervoor zijn in sommige gevallen digitale oplossingen gevonden en in andere situaties heeft dit tot uitstel geleid. Door de coronacrisis hebben sommige investeringen vertraging opgelopen. Zo is de uitvoeringsfase van projecten fietsparkeren doorgeschoven naar 2021. Ook sommige indicatoren zijn door de coronacrisis niet gehaald. Zo is de indicator die de spreiding van het toerisme aangeeft lager uitgevallen omdat verschillende hotels tijdelijk gesloten waren en er minder toeristen Haarlem bezochten. Voor specifieke informatie per beleidsveld over de realisatie van doelstellingen en prestaties: zie deel 2 Programmaverantwoording. In juli 2020 is gestart met de Regionale Corona Impact Monitor die een beeld geeft van de coronacrisis in Haarlem en de regiogemeenten. In de loop van 2020 is deze monitor aangevuld door een monitor waarbij de focus op de gemeente Haarlem ligt in plaats van de regio. Daarnaast is het een verdieping op de regionale monitor en is een aantal nieuwe indicatoren toegevoegd. Hierbij gaat het onder andere om indicatoren op het gebied van cultuur, toerisme en vastgoed.

De inzichten van de monitor kunnen houvast bieden om focus aan te brengen in het gemeentelijk beleid. Door de periodieke analyses houdt de gemeente Haarlem steeds de vinger aan de pols bij de maatschappelijke ontwikkelingen en is het mogelijk om hier adequaat op in te springen. 1.3.3 Financiële effecten van de coronacrisis: begroot versus realisatie Inleiding In de Voortgangsrapportage 2020 en de Bestuurs- en Decemberrapportage 2020 zijn begrotingsaanpassingen in verband met de coronacrisis aan de orde geweest. In deze paragraaf wordt op een rij gezet hoe de werkelijke uitgaven en inkomsten naar aanleiding van de coronacrisis zich verhouden tot de daarvoor begrote uitgaven en inkomsten. Vergelijking werkelijke uitgaven en inkomsten coronacrisis met ramingen In de Voortgangs-, Bestuurs- en Decemberrapportage 2020 is de begroting aangepast voor coronaeffecten. Daarbij zijn hogere uitgaven of lagere inkomsten gepresenteerd als budgettaire verslechteringen en hogere inkomsten of lagere uitgaven als verbeteringen. Er zijn extra uitgaven geprognotiseerd voor steunmaatregelen aan ondernemers en instellingen en is er voor een aantal inkomstenposten van de gemeente rekening gehouden met minder baten. In een aantal gevallen zijn ook budgetten van de eigen organisatie aangepast vanwege de coronacrisis.

De kosten van de coronamaatregelen 2020 worden nagenoeg geheel gecompenseerd door het Rijk. Jaarverslag en Jaarrekening 2020

28

De volgende begrotingsaanpassingen zijn als gevolg van de coronacrisis verwerkt: Verslechteringen / verbeteringen

Totaal

Voortgangsrapportage Bestuursrapportage Decemberrapportage Verwachte extra coronacompensatie Rijk

10.139

n

-4.917

v

-9.793

v

4.876

n

1.936

n

-822

v

1.114

n

-2.916

v

2.916

v

3.420

n

Totaal begroot effect coronacrisis (incl. steunmaatregelen)

Het totale geraamde effect van de coronacrisis op de gemeentebegroting bedroeg dus een nadeel van € 3,4 miljoen. Bij deze jaarrekening blijkt dat zich bij meerdere posten mee- en tegenvallers voordoen die coronagerelateerd zijn. In bijlage 6.5 van deze jaarstukken worden de belangrijkste verschillen tussen begroting en realisatie toegelicht. Per saldo was er sprake van corona gerelateerde financiële verbeteringen (minder lasten of hogere baten) van bijna € 5,5 miljoen en corona gerelateerde financiële verslechteringen (hogere lasten of lagere baten) van bijna € 2,3 miljoen. Per saldo blijkt het effect van de coronacrisis op de gemeentebudgetten € 3,2 miljoen (€ 5,5 miljoen -/€ 2,3 miljoen) gunstiger dan was geraamd. Op basis van de realisatiecijfers over 2020 is te concluderen dat de coronacrisis per saldo een nadeel voor de algemene middelen betekent van ruim € 0,2 miljoen, dit is inclusief eerste en tweede orde effecten. Samengevat: Verslechteringen / verbeteringen Totaal begroot effect coronacrisis t/m decemberrapportage Verschil begroting versus Jaarrekening 2020 Totaal effect coronacrisis 2020 jaarrekening

Totaal 3.420 -3.208 212

n v n

Bij de aanpassingen die in 2020 zijn gedaan vanwege de coronacrisis was de focus op steunmaatregelen en budgetten uit de gemeentebegroting die direct door de coronacrisis werden geraakt. De steunmaatregelen zoals die zijn verwoord in de Voortgangs-, Bestuurs- en Decemberrapportage zijn in grote lijnen volgens planning uitgevoerd. Waar er verschillen zijn bij de realisatie worden die in deze paragraaf toegelicht. Bij het opmaken van deze jaarrekening bleek dat zich met name bij de budgetten in het sociaal domein grote voordelen voordoen die met de coronacrisis te maken hebben, maar daaraan niet een op een te linken zijn (programma 2 en 3 voor per saldo € 2,8 miljoen). Met andere woorden: de coronacrisis speelt zeker mee, maar er kunnen ook andere verklaringen zijn waarom de jaarrekeningcijfers afwijken van de ramingen. Deze zogenaamde tweede orde effecten waren bij het opstellen van de notities over de steunmaatregelen niet (te) voorzien maar zijn voor het volledige inzicht wel in deze paragraaf benoemd. De tweede orde effecten spelen niet alleen in het sociaal domein maar ook bij bijvoorbeeld bij de parkeerinkomsten. Hoewel we weten dat er een verband is, kan achteraf niet één op één worden vastgesteld of het verschil tussen jaarrekeningcijfer en ramingen veroorzaakt wordt door de coronacrisis of door andere effecten.

Met name in het sociaal domein doen zich substantiële voordelen voor (programma 2 en 3). Voor 2020 is voor Wmo en Jeugd uitgegaan van beperkte groei, doordat gerekend werd op vraaguitval als gevolg van het coronacrisis. Voor de Bestuursrapportage 2020 is een nieuwe prognose voor de uitgaven 2020 gemaakt. Op dat moment werd duidelijk dat er vrijwel geen sprake was van vraaguitval en uitgestelde zorg. In de jaarrekening bleken er voordelen bij de producten binnen het Jaarverslag en Jaarrekening 2020

29

sociaal domein. Voor de Wmo geldt dat de tweede golf en lockdown daar onmiskenbaar een belangrijk aandeel in hebben. Voor verdere toelichting en verklaring zie de paragraaf Ontwikkelingen sociaal domein, Financiële verantwoording 2020. Voor wat betreft de voordelen in het sociaal domein moet worden bedacht dat alle zorgaanbieders tot 5 jaar na dato met een rekening kunnen komen. Dit is een financieel risico en kan het uiteindelijke beeld beïnvloeden en is een groter risico dan normaal vanwege effecten coronacrisis in de zorgsector. Naast voordelen in het sociaal domein doen zich ook voordelen voor op programma 5 (ruim € 0,5 miljoen) en op programma 7 is sprake van lagere uitgaven door onder andere een coronagerelateerd belastingvoordeel en minder uitgaven voor kwijtscheldingen dan verwacht. Er is op programma 7 ook sprake van een substantieel nadeel van € 2,3 miljoen, omdat de coronacompensatie die van het Rijk over 2020 werd verwacht nog niet kan worden opgenomen in de Jaarrekening 2020. Omdat het exacte bedrag nog niet bekend is, mag de rijksbijdrage van de commissie BBV (stellige uitspraak) niet in de jaarrekening 2020 worden verwerkt. De verwachting is echter wel dat het coronacrisisnadeel, zoals dat in deze jaarrekening wordt gepresenteerd, van € 0,2 miljoen nadeel dan wordt gecompenseerd door de nog te ontvangen rijksbijdrage in 2021.

De € 0,2 miljoen nadeel moet wel worden gekoppeld aan de storting van € 3,6 miljoen in de reserve steunmaatregelen coronacrisis in 2020. Deze middelen zijn nog niet uitgegeven, maar beschikbaar voor uitgaven na 2020. Dit is deels gerelateerd aan 2020, dus met een na-ijleffect. De storting van € 3,6 miljoen betreft voor € 2,6 miljoen gelabelde gelden voor uitvoeringskosten voor de Tozo regeling. Het vrij besteedbare deel van de reserve steunmaatregelen is, zoals ook vermeld in de Decemberrapportage 2020, derhalve € 1,0 miljoen (€ 3,6 miljoen -/- € 2,6 miljoen). Naast de reserve Steunmaatregelen corona is er in 2020 bij de Bestuursrapportage 2020 ook een reserve van € 3,0 miljoen gevormd in verband met risico op nacalculatie-effecten in 2021 op de bijdragen van het Rijk. In 2021 is uit deze reserve weer € 1,0 miljoen opgenomen voor een sluitende begroting. Dus er is in 2021 € 2,0 miljoen beschikbaar voor opvang van nacalculatie-effecten van de rijksbijdrage 2020 inzake coronacrisis. Tenslotte is van belang te vermelden dat in de cijferopstelling de kosten van ureninzet van ambtelijke capaciteit voor de coronacrisis niet is meegenomen. In bijlage 6.5 van deze jaarrekening is een toelichting opgenomen op de budget voor- en nadelen per beleidsveld.

Hieronder staan ter informatie de belangrijkste verschillen die rechtstreeks worden veroorzaakt door de coronacrisis of coronagerelateerd zijn en die tezamen in grote lijnen het voordelige verschil van € 3,2 miljoen verklaren: Programma 1. Maatschappelijke participatie 2. Ondersteuning en zorg 3. Werk en inkomen 4. Duurzame stedelijke ontwikkeling 5. Beheer en onderhoud 6. Burger, bestuur en veiligheid 7. Algemene dekkingsmiddelen Totaal

Jaarverslag en Jaarrekening 2020

Voordelen -1.205 -2.701 -798 -341 -1.346 -6.391

Nadelen 158 676 2.349 3.183

Totaal -1.047 -2.025 -798 -341 1.003 -3.208

v v v v n v

30

Programma 2 (tweede orde effect): Minder kosten voor Wmo woonvoorzieningen, betreft mogelijk uitstel van zorg als gevolg van de coronacrisis (circa € 400.000 lagere kosten). Verder minder ritten collectief vervoer waardoor circa € 250.000 minder werd besteed en minder kosten voor begeleiding door minder cliënten dagopvang vanwege de coronamaatregelen en door scherpere sturing op de toegang waardoor € 560.000 minder is uitgegeven. De meerkosten van zorgaanbieders bedragen echter € 158.000. Programma 3: Tweede orde effect: minder kosten voor herscholing, omscholing of re-integratie van kleine ondernemers naar regulier werk: in 2020 is gestart met het actief benaderen van kleine ondernemers om hen hulp aan te bieden. Van het in 2020 incidenteel beschikbare budget is in 2020 € 200.000 minder uitgegeven. Een flink deel van de inzet en facturatie volgt nog in 2021 en zal grotendeels dan gefactureerd worden. Tweede orde effect: minder kosten Wmo voor onderzoeken: vanwege de coronamaatregelen is besloten tot 1 januari 2021 geen Wmo onderzoeken te doen. Daarom zijn de inhuurgelden voor signaal- en risicogestuurd rechtmatigheidstoezicht in 2020 niet volledig ingezet, waardoor € 122.000 minder aan kosten is gemaakt.

Tweede orde effect: minder kosten voor bijstand: door de verlenging van de Tozo en andere rijksmaatregelen bleef het aantal bijstandsgerechtigden gelijk, terwijl een stijging was begroot (met € 964.000 minder kosten tot gevolg). Door Tozo steun viel ook de Bijstand voor zelfstandigen (BBZ) € 241.000 lager uit. Tozo: de totale kosten voor levensonderhoud en kapitaalverstrekking in het kader van de Tozo zijn € 509.000 lager uitgevallen dan van te voren ingeschat kon worden. Aangezien het Rijk de kosten Tozo volledig vergoedt vallen de baten evenredig lager uit (nadeel € 509.000). Tozo: het Rijk vergoedt de uitvoeringskosten Tozo door een vast bedrag beschikbaar te stellen per besluit op een aanvraag. Haarlem verzorgt de uitvoering van de Tozo voor Haarlem, Zandvoort en deels Beverwijk. Voor alle drie de gemeenten geldt dat de rijksvergoeding voor de uitvoeringskosten € 665.000 hoger uitvallen dan geraamd omdat het aantal besluiten op Tozo-aanvragen uiteindelijk hoger is uitgevallen dan van te voren precies ingeschat kon worden. Programma 5: Parkeren (tweede orde effect) : doordat er minder is geparkeerd zijn de kosten, zoals de kosten van de belprovider, lager dan het budget. Het uitgavenbudget is tussentijds niet naar beneden bijgesteld zoals dat wel bij raming van de baten is gedaan voor een bedrag van € 194.000. Ook de baten zijn minder gedaald dan gedacht.

Uiteindelijk is er toch meer van de parkeervoorzieningen gebruik gemaakt dan verwacht, waardoor € 169.000 meer inkomsten zijn ontvangen. Voor de parkeerboetes is bij de Bestuursrapportage 2020 een bijstelling gedaan met lagere baten van €220.000. Aan het einde van het jaar 2020 is er een kleinere daling van de boetes dan verwacht. Dit levert een positief resultaat op van € 98.000. Huurkwijtschelding: de begrote huurkwijtschelding voor zwembaden bleek niet nodig omdat hier al een landelijke regeling voor is, waardoor de uitgaven € 143.000 lager zijn. Havendienst: de inkomsten bij pleziervaart zijn vergeleken met 2019 hoger uitgevallen dan de bijgestelde begroting. Het verwachte wegblijven van buitenlandse toeristen is goed gemaakt doordat veel Nederlanders gekozen hebben voor een vakantie in eigen land, waardoor € 194.000 meer inkomsten zijn ontvangen. Programma 6: Leges burgerzaken (tweede orde effect): de baten van leges voor burgeraangelegenheden zijn door de coronacrisis verlaagd met € 260.000. Aan het einde van het jaar blijkt deze bijstelling te groot te zijn geweest en is er een voordeel van € 288.000 te melden op de legesinkomsten. Jaarverslag en Jaarrekening 2020

31

Corona Impact Monitor: voor het opstellen van de Corona Impact Monitor is een bijdrage van € 53.000 ontvangen vanuit de regiogemeenten. Programma 7 Kwijtscheldingen: vanwege de coronacrisis was rekening gehouden met een hoger bedrag aan kwijtscheldingen. In 2020 zijn de uitgaven echter nagenoeg gelijk aan 2019 waardoor de uitgaven € 311.000 lager bleken dan verwacht. Vennootschapsbelasting (tweede orde effect): door de lagere parkeeropbrengsten is er voor 2020 veel minder vennootschapsbelasting verschuldigd, met € 593.000 aan lagere uitgaven als resultaat. Coronacompensatie Rijk: van het Rijk wordt nog € 2,35 miljoen aan coronacompensatie voor 2020 verwacht. De werkelijke compensatie, grotendeels op basis van nacalculatie, wordt pas in 2021 bekend. Omdat de exacte verdeling per gemeente nog niet nauwkeurig berekend kan worden, is het niet toegestaan deze extra compensatie als baten te verantwoorden in de Jaarrekening 2020. Dit bedrag aan lagere baten is € 2.349.000. Scholingskosten: door de coronamaatregelen kon minder scholing worden gevolgd, wat een voordeel oplevert van € 442.000. Paswerk: bij Paswerk was sprake van een negatief resultaat 2020 van € 300.000. Het nadeel kon worden opgevangen uit de reserves van deze verbonden partij en heeft daarmee geen effect op de cijfers van de gemeente Haarlem.

Wel kan worden gesteld dat de gemeente hierdoor dividend ter grootte van dit bedrag is misgelopen. Effectuering steunmaatregelen 2020 In de Decemberrapportage 2020 is geschetst welke budgetten de gemeente per sector heeft vrijgemaakt om met steunmaatregelen de effecten van de coronacrisis op te vangen. Daarom wordt in aanvulling op de toelichting van de verschillen per (begrotings-)programma een overzicht opgenomen per categorie. De verschillen groter dan € 100.000 worden daarin kort toegelicht. (bedragen x € 1 miljoen)

Totaal Cultuur

Totaal 2020 begroot 2,24

Totaal Sport

0,42

Totaal Evenementen

-

Totaal Sociaal Maatschappelijk (Programma 2 en 3)

3,77

n

1,64

n -2,13

Totaal Fysieke leefbaarheid

1,15

n

1,15

n -

Totaal Verbonden Partijen

0,54

n

0,54

n -

Maatregel

Jaarverslag en Jaarrekening 2020

n

Totaal 2020 werkelijk 2,20

Verschil begroot werkelijk n -0,04

v

n

0,18

n -0,24

v

-

Toelichting Minder claims overige culturele instellingen (niet C4) Bijdrage Houtvaart van 2020 naar 2021

v

Dit betreft m.n. tweede orde effecten: voordeel Wmo woonvoorzieningen (€ 390.000), voordeel collectief vervoer (€ 252.000), voordeel begeleiding dagbesteding (€ 559.000), geen inhuur rechtmatigheidsonderzoek Wmo agv de coronacrisis (€ 122.000), bijstandsuitkeringen (€ 964.000), doorschuiven vergoeding meerkosten zorgaanbieders (€ 158.000)

32

Totaal 2020 begroot -0,97

v

Totaal 2020 werkelijk -2,08

v

- uitkeringen levensonderhoud Tozo - bedrijfskredieten Tozo

32,96

n

32,69

n

2,28

n

1,89

n

- vergoeding Rijk Tozo (inclusief uitvoeringskosten) - precario

-36,86

v

-37,06

v

0,40

n

0,41

n

- BIZ

0,16

n

0,15

n

- overige

0,10

n

-0,17

n

Totaal Parkeren

5,65

n

5,38

Totaal Dividenden

0,55

n

Totaal Gemeentelijke organisatie

-0,55

Totaal Inkomstenderving

Maatregel Totaal Ondernemers

Verschil begroot werkelijk -1,12

Toelichting v

Dit betreft m.n.: doorschuiven budget herscholing, omscholing of re-integratie naar regulier werk kleine ondernemers naar 2021 (€ 200.000 v, tweede orde effect), verder volumeverschillen op uitvoering Tozo regeling. Ter toelichting: de bedrijfskredieten en uitkeringen levensonderhoud ToZo is de gemeente in financiële zin doorgeefluik dus voor de gemeente budgetneutraal. De gemeente ontvangt een vergoeding voor de uitvoeringskosten.

n -0,27

v

0,46

n -0,09

v

v

-1,16

v

-0,61

v

2.,90

n

1,98

n -0,92

v

Totaal Buffer

0,97

n

0,97

n -

Voordeel inkomsten parkeren (tweede orde effect) BNG heeft een deel van het dividend 2019 uitgekeerd Met name voordeel vennootschapsbelasting (relatie parkeeropbrengsten € 563.000), Voordeel huur gemeentelijk vastgoed (€ 143.000), hogere opleidingskosten (€ 125.000) Voordeel kwijtschelden belastingen (€ 310.000), havengelden (€ 194.000), voordeel op burgeraangelegenheden (€ 288.000), voordeel weekmarkten (€ 125.000) Betreft niet bestede middelen van de stelpost Noodfonds die ultimo 2020 toegevoegd zijn aan de reserve steunmaatregelen corona ten behoeve van 2021

Totaal Compensatie Rijk

-10,12

v

-10,12

v

-

Diversen

-0,2

v

-0,34

v

-0,14

v

Totaal financiële wijzigingen n.a.v. coronacrisis verwachte extra coronacompensatie Rijk (meegenomen in reguliere begroting, niet specifiek als corona gerelateerd)

6,34

n

0,78

n -5,56

v

-2,92

v

-0,57

v

2,35

n

Totaal

3,42

n

0,21

n -3,21

v

waarvan:

1.3.4 Verwachtingen voor 2021 en verder In februari 2021 is in de gemeenteraad het voorstel steunmaatregelen corona eerste halfjaar 2021 (2021/060469) aan de orde geweest. Daarbij wordt in totaal voor afgerond € 20,7 miljoen aan Jaarverslag en Jaarrekening 2020

33

maatregelen benoemd die voor een deel binnen de eigen gemeentebegroting vallen en waarvan minimaal € 16 miljoen wordt gedekt uit bijdragen van met name de Rijksoverheid. In de voortgangsrapportage bij de Kadernota 2022 wordt over de uitvoering gerapporteerd en wordt het maatregelenpakket bepaald voor de rest van 2021. Als de actualiteit daartoe aanleiding geeft, wordt de raad eerder geïnformeerd. 1.3.5 Verwachte lange termijneffecten op de gemeente De directe en indirecte gevolgen van de coronacrisis voor inwoners, ondernemers, maatschappelijke instellingen en gemeenten eindigen niet als er grootschalig gevaccineerd is. De ernst van de economische en maatschappelijke gevolgen en de blijvende schade is moeilijk in te schatten maar de kans is aanwezig dat herstel lang duurt. Dat maakt denken in scenario’s noodzakelijk, waarbij uitgewerkt wordt wat de effecten van ontwikkelingen zijn en het handelingsperspectief van de gemeente om herstel te bevorderen. Met de informatienota Beperken gevolgen van de coronacrisis (2020/848465) is een eerste overzicht gemaakt van mogelijkheden om de gevolgen van de coronacrisis voor de stad te beperken.

Voorbeelden zijn het versnellen van investeringen, ondersteuning van ondernemers en organisaties, werken aan het herstel van de arbeidsmarkt en het bieden van ondersteuning bij het beperken van sociaalmaatschappelijke effecten als meer mensen met schulden en de positie van kwetsbare Haarlemmers. Als hiertoe aanleiding is of ontstaat kunnen de geïnventariseerde mogelijkheden worden uitgewerkt tot concrete maatregelen. Het uitgangspunt is daarbij dat eventuele toekomstige maatregelen kunnen worden afgezet tegen de toekomstige financiële mogelijkheden van de gemeente en haar partners. Hoewel derhalve de uitwerking nog indicatief is, helpt het nadenken over mogelijke toekomstige maatregelen voor herstel om te zijner tijd snel(ler) te kunnen acteren.

1.4 Algemene dekkingsmiddelen Algemene dekkingsmiddelen zijn gelden die de gemeente vrij kan besteden met inachtneming van wet- en regelgeving. Deze gelden zijn voornamelijk afkomstig uit de algemene uitkering en belastingen. In de tabel hieronder zijn de algemene dekkingsmiddelen gespecificeerd.

Jaarverslag en Jaarrekening 2020

34

Overzicht Algemene dekkingsmiddelen

Rekening 2019 Begroting 2020 Rekening 2020 gewijzigd

Precariobelasting overig

671

786

513

Beleidsveld

671

786

513

Naheffing parkeren

1.508

1.163

1.233

Parkeerbelasting

11.009

9.224

9.611

356

279

277

12.873

10.666

11.122

Precariobelasting overig

363

324

475

Beleidsveld

363

324

475

556

569

574

OZB niet woningen eigenaren

11.059

11.467

11.287

OZB niet woningen gebruikers

7.760

7.841

7.745

OZB woningen

21.974

23.244

23.274

Precario kabels en leidingen

5.864

5.865

5.933

Precariobelasting overig

647

318

223

Reclamebelasting Cronjéstraat

62

60

52

Roerende woon- en bedrijfsruimtebelasting

54

61

57

2.491

1.275

1.274

50.466

50.698

50.419

316.625

351.338

353.481

Beleggingen

1.272

414

675

Financieringsfunctie

2.945

2.243

2.034

320.843

353.996

356.190

385.216

416.470

418.719

51

Openbare ruimte en mobiliteit

Parkeeropbrengst Schalkwijk Beleidsveld

52

63

Parkeren

Openbare orde en veiligheid

Hondenbelasting

Toeristenbelasting Beleidsveld

71

Lokale belastingen & heffingen

Algemene uitkering

Beleidsveld

72

Algemene dekkingsmiddelen

Totaal

1.5 Taakstellingen In de Programmabegroting 2020 is een fors pakket aan bezuinigingen verwerkt tot een totaalbedrag van € 5,2 miljoen in 2020, oplopend tot € 10 miljoen in 2024. Alle taakstellingen zijn volgens plan ingevuld door verlaging van budgetten op het desbetreffende programma. Er resteren in 2020 geen taakstellingen meer, afgezien van een efficiency-taakstelling van € 15.000 in 2020 (oplopend tot € 115.000 in 2022 en verder) die bij de Programmabegroting 2019 nog niet concreet was ingevuld. Bij de Kadernota 2022 wordt een voorstel gedaan hoe deze restant-taakstelling wordt ingevuld. Dit gebeurt tegelijk met de taakstellingen voor 2022 en verder (€ 2 miljoen in 2022 oplopend naar € 4 miljoen in 2024) waarvan bij de Programmabegroting 2021-2025 (bladzijde 18) is aangegeven dat deze bij de Kadernota 2022 worden ingevuld.

Jaarverslag en Jaarrekening 2020

35

1.6 Investeringen In dit jaarverslag wordt verantwoording afgelegd over de realisatie van investeringen in 2020 in relatie tot de jaarschijf en de beschikbare kredieten. Jaarschijf 2020 De jaarschijf 2020 is voor het laatst geactualiseerd bij het vaststellen van de Programmabegroting 2021. Bij deze actualisatie is de jaarschijf vastgesteld op € 50,8 miljoen. Hiervan is € 38,6 miljoen gerealiseerd. De € 38,6 miljoen aan netto uitgaven is het saldo van € 42,2 miljoen aan uitgaven waar € 3,6 miljoen aan inkomsten of bijdragen van derden tegenover staan. Een netto besteding van € 38,6 miljoen is iets lager dan de netto besteding over 2018 en 2019 (respectievelijk € 39,8 en € 39,3 miljoen). De lagere netto besteding wordt volledig veroorzaakt door de hogere bijdragen van derden in dit jaar. Deze bedroegen € 3,6 miljoen tegenover € 2,1 miljoen in 2019. De bruto uitgaven liggen met € 42,2 miljoen hoger dan de € 41,4 miljoen van 2019. Over 2020 is met de investeringen ten opzichte van de laatst vastgestelde jaarsnede een realisatiepercentage van 76% behaald. Realisatiepercentage investeringen per programma Programma

IP 2020

Realisatie Percentage 2020

1. Maatschappelijke participatie

16.922

12.455

74%

4. Duurzame Stedelijke Vernieuwing

2.046

1.165

57%

5. Beheer en onderhoud

28.406

22.936

81%

6. Burger, bestuur en veiligheid

165

143

87%

7. Algemene dekkingsmiddelen

3.231

1.937

60%

Eindtotaal

50.770

38.636

76%

Beschikbare kredieten Ultimo 2020 is er nog voor € 53,4 miljoen aan restant kredieten. Van de op dat moment vrijgegeven kredieten van € 163,1 miljoen is € 109,7 miljoen tot en met 2020 uitgegeven. Een aantal investeringen is in 2020 afgerond, de bijbehorende kredieten worden per eind 2020 afgesloten. Een overzicht van afgesloten kredieten is opgenomen in bijlage 6.6. Programma

Krediet

Realisatie t/m 2019

Realisatie 2020

Restant krediet

1

Maatschappelijke participatie

52.751

22.496

12.455

17.800

4

Duurzame stedelijke ontwikkeling

6.308

373

1.165

4.770

5

Beheer en onderhoud

95.955

42.719

22.936

30.300

6

Burger, bestuur en veiligheid

815

578

143

94

7

Algemene dekkingsmiddelen

7.315

4.886

1.937

492

163.144

71.052

38.636

53.456

Prog nr

Totaal Jaarverslag en Jaarrekening 2020

36

De beschikbare kredieten betreffen de kredieten exclusief de geraamde inkomsten die, afhankelijk van hun status, zijn vrijgegeven door college of raad. In bijlage 6.6 van deze jaarrekening is een nadere specificatie hiervan opgenomen. In paragraaf 4.6 Kadernota rechtmatigheid van deze jaarrekening worden eventuele overschrijdingen van kredieten nader toegelicht.

1.7 Onderzoeken vanuit verordening artikel 213a Zoals door de raad is vastgesteld in de Verordening Gemeentewet art.213a voert het college jaarlijks 213a-onderzoeken uit. Dit zijn onderzoeken naar de doeltreffendheid en doelmatigheid van het door het college gevoerde beleid. Het onderzoek naar digitalisering van de dienstverlening is in de tweede helft van 2020 gestart. Het plan van aanpak (2020/774726) was eind 2020 beschikbaar voor de raad. Het onderzoek is in het laatste kwartaal van 2020 gestart en wordt in het eerste kwartaal van 2021 afgerond. Na afronding wordende onderzoekresultaten aan de raad aangeboden. Het onderzoek naar de werking van de 'three lines of defence' (3LOD) binnen de gemeentelijke organisatie is medio 2020 gestart. Het onderzoek wordt uitgevoerd door een externe partij. Door de beperkingen van de coronamaatregelen, met name het ontbreken van aanwezigheid op de werkplek en groepsvorming, is de wijze waarop het onderzoek is uitgevoerd aangepast. Hierbij is meer nadruk komen te liggen op casuïstiek waarbij de samenwerking van de lijnen tot uiting komt. Hierdoor was afronding in 2020 niet meer mogelijk. De commissie Bestuur en de RKC zijn geïnformeerd (2020/791952) over het plan van aanpak voor dit onderzoek. Eind 2019 is de onderzoeksopzet van het 213a onderzoek naar combinatiefunctionarissen (2019/926873) vastgesteld.

Het onderzoek is in de eerste helft van 2020 uitgevoerd en in september is het rapport (2020/774230) met een verbeterplan aan de raad aangeboden. Medio 2020 is het 213a onderzoek naar de verzakelijking van de subsidiesystematiek vastgesteld (2018/703295) en aangeboden aan de raad en RKC. Bij het vaststellen van het onderzoek heeft het college aangegeven hoe opvolging gegeven gaat worden aan de aanbevelingen van het onderzoek. Het 213a onderzoek naar SROI is in 2018 aangekondigd maar nog niet gestart. Door extra inzet rondom de coronacrisis is capaciteitsgebrek ontstaan, zodat de uitvoering van het onderzoek in de tijd is opgeschoven.

1.8 Interbestuurlijk toezicht Kader De Wet revitalisering generiek toezicht (zie ook de informatienota Interbestuurlijk toezicht 2013/393816) is de basis voor het door het kabinet gewenste interbestuurlijk toezicht (IBT): het toezicht van de ene overheid op de andere. Het uitgangspunt van de wet is het vertrouwen in een goede taakuitoefening door de gemeente. Daarbij hoort dat de horizontale verantwoording (college aan raad) en het horizontale toezicht (raad op college) in orde zijn. Het toezicht op de uitvoering van al deze medebewindstaken door het college ligt primair bij de raad. Jaarverslag en Jaarrekening 2020

37

Invulling interbestuurlijk toezicht door provincie Ook in 2020 hield de provincie Noord-Holland op de volgende medebewindstaken in dit kader voor Haarlem expliciet toezicht op: 1. Ruimtelijke ordening; 2. Omgevingsrecht; 3. Archiefbeheer (vastgelegd in de provinciale informatieverordening). Hier moet het college jaarlijks verantwoording over afleggen. Daarnaast heeft het interbestuurlijk toezicht ook betrekking op incidentele onderdelen. De provincie heeft daarin een reactieve houding en treedt alleen op als daar aanleiding voor is, zoals bij een klacht of media-aandacht. Het stelsel van financieel toezicht wijzigt daardoor overigens niet. Toezichtsgebieden In 2020 heeft de gemeente Haarlem voldaan aan de specifieke informatieplicht van de provincie over dat jaar. Ad 1. Ruimtelijke ordening De beoordeling van de medebewindstaak Ruimtelijke Ordening (RO) is adequaat door de aanwezigheid en actualiteit van bestemmingsplannen en structuurvisies. Ad 2. Omgevingsrecht De provincie heeft de processen op toezicht- en handhaving omgevingsrecht over het jaar 2020 bestempeld als adequaat. Dat is een verbetering ten opzichte van 2019 (redelijk adequaat) en is tevens het hoogste predicaat. Ad 3. Archiefwet De bestuurlijk toezichthouder beoordeelt de uitvoering van het archief- en informatiebeheer van de gemeente Haarlem over 2020 als adequaat, het hoogste predicaat.

Door deze beoordeling blijft de provincie een lichter toezichtregime voor Haarlem hanteren. Er zijn nog enkele belangrijke aandachtspunten waarvan de Haarlemse organisatie zich bewust is. Samengevat gaat het om: • De mogelijkheid om gestructureerd archiefwaardige informatie te vernietigen is nog niet in alle applicaties ingericht; • Vaststellen van resterende onderdelen van het beleid gericht op duurzame toegankelijkheid van informatie voor gemeente en burgers; • Continueren van de aandacht voor het digitaal werken bij afdelingen, uitbreiden van het kwaliteitsmanagement in de organisatie en compleet maken van het overzicht van alle informatie in de gehele organisatie. Invulling interbestuurlijk financieel toezicht door provincie Op 29 mei 2019 heeft de toezichthouder provincie Noord-Holland in een brief het Gemeenschappelijk Financieel Toezichtkader 2020 (GTK 2020) geschetst. Bij de bespreking in de commissie Bestuur is toegezegd een reflectie daarvan op te nemen in het Jaarverslag 2020. Het GTK is aan een vernieuwing toe. Het bestaande kader dateert uit 2014, nog voor de decentralisaties van het sociaal domein en de wijziging van 2016 van het BBV. Daarnaast is er een zelfstandige behoefte aan modernisering. Dat kader moet echter nog verder worden uitgewerkt. Nu zijn ontwerpprincipes en actielijnen geformuleerd.

In de brief is vermeld dat met dit GTK nog geen stap is gezet naar een gezamenlijk toezichtkader voor het financieel en generiek interbestuurlijk toezicht. Jaarverslag en Jaarrekening 2020

38

Concreet betekent dit voor de gemeente dat verantwoording wordt afgelegd, zoals de afgelopen jaren gebruikelijk is, binnen alle wettelijke voorschriften (compliance) en dat de uitwerking daarvan wordt getoetst door de accountant en toezichthouder. De zichtbare onderdelen van het toezichtkader zijn: • Beoordeling financiële positie In de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing wordt de financiële positie van de gemeente toegelicht. De provincie hanteert als toezichthouder signaleringswaarden (netto schuldquote, solvabiliteitspositie, structurele exploitatieruimte en belastingcapaciteit), die de gemeente, naast de eigen kengetallen geïntegreerd weergeeft. • Structureel begrotingssaldo Er is al jaren een verplichte bijlage incidentele lasten en baten bij de jaarstukken (begroting en rekening) opgenomen. Deze is nu verder uitgewerkt in een overzicht structureel begrotingssaldo en wordt ook nader geduid in deel 1 van de jaarstukken. • Gestructureerde toetspuntenlijst Op basis van de vastgestelde P&C-documenten beoordeelt de toezichthouder of nog nadere informatie nodig is om tot een afgewogen oordeel te komen over het toezichtsregime. Op basis van de toegezonden stukken is ambtelijk aanvullende informatie verstrekt. Tussentijds wordt (ambtelijk) aanvullende informatie verstrekt indien de toezichthouder hier om verzoekt.

• Dialoog Het GTK 2020 heeft onder meer als uitgangspunt geformuleerd dat goed toezicht alleen in dialoog kan worden uitgevoerd. Het gaat om een constructieve dialoog waarin betrokken partijen met behoud van ieders rol en verantwoordelijkheid elkaar aanspreken en kritisch bevragen. In de praktijk betekent dit dat er ambtelijk minimaal twee keer per jaar een overleg plaatsvindt over de financiële positie en de ontwikkeling daarvan. Op bestuurlijk niveau vindt overleg plaats indien een van de betrokken partijen daar aanleiding voor heeft.

Jaarverslag en Jaarrekening 2020

39

2 Programmaverantwoording

Jaarverslag en Jaarrekening 2020

40

2.1 Cluster Sociaal

Jaarverslag en Jaarrekening 2020

41

Inleiding en context Het cluster Sociaal gaat over de brede ondersteuning van kinderen, jeugdigen, volwassenen en ouderen. Deze ondersteuning kan bestaan uit jeugdhulp, maatschappelijke ondersteuning, opvang wonen en herstel, participatie, werk, inkomensondersteuning, armoedebestrijding, schulddienstverlening en toezicht op het juiste gebruik van uitkeringen en regelingen. Haarlem werkt al een aantal jaren met het transformatieprogramma sociaal domein waarbij de leefwereld van inwoners centraal staat en mensen zoveel mogelijk eigenaar van hun probleem en van de oplossing zijn. Het geactualiseerde programma sociaal domein is aangeboden aan de gemeenteraad. Kostenbeheersing in het sociaal domein is nog urgenter geworden. Hoewel de raad de budgetten voor jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning heeft verhoogd, bleef in 2020 de vraag naar ondersteuning toenemen en houdt deze geen gelijke tred met de rijksbijdrage. Er is dan ook een pakket aan maatregelen ingevoerd, waaronder het instellen van budgetplafonds jeugdhulp per 1 juli 2020. Om de financiële tekorten op de maatwerkvoorzieningen Jeugd en Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) beter te beheersen zijn daarnaast grote stappen gezet om de sturing en monitoring verder te verbeteren. De coronacrisis heeft uiteraard grote impact gehad binnen het sociaal domein.

Voor inwoners, partners, maar ook voor de gemeentelijke organisatie. Eén van de gevolgen is dat de arbeidsmarkt in korte tijd sterk is veranderd en er een groot verlies van werkgelegenheid heeft plaatsgevonden. Haarlem heeft als centrumgemeente het voortouw genomen om met regiogemeenten, UWV, werkgevers, werknemers en onderwijs te werken aan een plan voor het herstel van de arbeidsmarkt. De uitvoering van de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) heeft een grote inspanning gevergd van de gemeentelijke organisatie.

Onderliggende programma's Programma 1: Maatschappelijke participatie is gericht op zelfredzaam zijn en regie over het eigen leven hebben, een goede start, gelijke kansen in het onderwijs en het behalen van een startkwalificatie, minder gezondheidsverschillen, sociale samenhang, het hebben van een netwerk en over advies en ondersteuning als iemand zelf minder regie heeft. Programma 2: Ondersteuning en zorg is gericht op maatwerk op het gebied van voorzieningen voor jeugd en volwassenen. Die voorzieningen zorgen dat iedereen zoveel mogelijk mee kan doen in de samenleving vanuit eigen kracht. Waar nodig zijn er voorzieningen met verblijf. Programma 3: Werk, inkomen en schulden is gericht op een tijdelijk financieel vangnet en toeleiding naar werk, scholing of participatie, om vanuit eigen kracht zo veel als mogelijk zelfredzaam te zijn (of weer te worden) in de samenleving. Haarlemmers met een minimum inkomen tot 120% van het bestaansminimum of met schulden en geldzorgen worden ondersteund.

Hoofdkoers Maatschappelijke participatie Met de organisaties in de sociale basis zijn in 2020 subsidieafspraken gemaakt over hun inzet in 2021. Met deze afspraken wordt toegewerkt naar een wijkaanpak waarbij: de wijkopgave centraal staat bij het formuleren van doelen en het evalueren van de effectiviteit van subsidies; welzijnsorganisaties de opdracht krijgen om inwoners te verbinden, initiatieven te ondersteunen en wijknetwerken te organiseren; en er meer strategisch partnerschap van de gemeente met minder partners is.

Jaarverslag en Jaarrekening 2020

42

Het sociaal wijkteam (SWT) is goed geworteld in de wijken en laagdrempelig toegankelijk voor alle, maar met name de meer kwetsbare inwoners met vragen en problemen op alle levensgebieden. In het bieden van informatie, advies en ondersteuning werkt het SWT samen met het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG), ketenpartners uit de zorg en partijen uit de sociale basis in de stad. In 2020 zijn door de coronamaatregelen andere vormen van ondersteuning ontwikkeld zoals afspraken via beeldbellen. De basisvoorzieningen voor jeugd waren op orde, zoals in de terugblik resultaten 2020 van de uitvoeringsnota 'Samen voor Jeugd' (2021/098952) is beschreven. Samen met de partners op het gebied van onderwijs, sport en welzijn zorgde de gemeente zo veel mogelijk dat de jeugd veilig en gezond kan opgroeien en dat de jeugd gelijke kansen heeft om zich te ontwikkelen. De nota 'Samen voor jeugd’ met daarin de zogeheten kansencirkel, is in uitvoering gegaan en meer partners hebben deze aanpak ingevoerd in hun manier van werken. De jeugd participeerde in 2020 met een kinderburgemeester en een kinder- en een jongerenraad. De gemeente heeft de onderwijsvisie in de nota ‘Onderwijskansen 2019-2022' (2019/462550) vastgesteld en samen met het onderwijs en de peuteropvang uitgevoerd.

Ook zijn de afspraken in de Lokale en Regionale Educatieve Agenda’s 2019-2023 (2019/952025) samen met schoolbesturen en voorschoolse partners verder uitgewerkt. De aanpak van schoolverzuim van jongeren van 5 tot 23 jaar is samen met de ketenpartners gecontinueerd, waarbij de aandacht vooral was gericht op het in beeld houden van jongeren tijdens de coronacrisis. In 2020 hebben de gemeente, het onderwijs en andere partners de handen ineen geslagen om de noodopvang voor kinderen van ouders met een vitaal beroep en kinderen in kwetsbare (thuis)situaties te organiseren tijdens de sluiting van het onderwijs en de opvang. Hierdoor werden ook kwetsbare kinderen in beeld gehouden en begeleid naar de noodopvang en aanvullende onderwijsinterventies. Afhankelijk van de verschillende coronamaatregelen hebben betrokken partners in de stad voor jongeren allerlei, vaak online, activiteiten georganiseerd om met hen in contact te blijven en hen een alternatieven te bieden voor vrijetijdsbesteding. De agenda voor de sport (2020/915663) is in 2020 geactualiseerd. Ondanks de beperkingen door de coronamaatregelen hebben kinderen in verschillende stadsdelen kennis gemaakt met allerlei sporten. De toegankelijkheid en zichtbaarheid van alle sport- en beweegactiviteiten is vergroot door de doorontwikkeling van de JeugdSportPas tot het platform sportindewijk.nl.

Met ondersteuning van buurtsportcoaches en het Lokaal Sportakkoord was een aantal verenigingen zelfs tijdens de coronacrisis in staat om nieuwe activiteiten voor (kwetsbare) doelgroepen te starten. Haarlemmers zijn tevreden over de binnen- en buitensportaccommodaties. Verschillende sportaccommodaties zijn duurzamer geworden door bijvoorbeeld het aanbrengen van ledverlichting. De Energie Prestatie Advies Utiliteit (EPAU) is in 2020 voor alle binnen- en buitensportaccommodaties van de gemeente in het meerjarenonderhoudsprogramma van toepassing. Voor de sporthal Sportweg zijn alle vergunningen binnen en wordt de bouw gestart. De gemeente wil ondersteuning en zorg dichtbij huis bieden, in de buurt of wijk. De coaches van de Centra voor Jeugd en Gezin (CJG) ondersteunden ouders, kinderen en jongeren en professionals op die plekken waar ouders met kinderen komen. De verbinding tussen gespecialiseerde zorginstellingen, het CJG en het lokale veld is versterkt. Dit geldt ook voor de samenwerking tussen jeugdhulp, het CJG, huisartsen, leerplicht en passend onderwijs. Daardoor kon in complexe situaties eerder hulp worden gegeven en kon gedwongen hulp worden voorkomen.

Jaarverslag en Jaarrekening 2020

43

De inzet van de praktijkondersteuner GGZ Jeugd bij de huisarts (POH), die vanuit het CJG bij 90% van de huisartsen werd geboden, is door de huisartsen als positief ervaren. Het Informatie- & Adviesteam is het middelpunt van het CJG. Met ingang van het vierde kwartaal van 2020 zijn al deze contacten anoniem geregistreerd via de app Vink om trends en ontwikkelingen bij zorgvragen te kunnen signaleren. Om richting te geven aan de nieuwe inkoop van jeugdhulp per 1 januari 2022, is er in 2020 een start gemaakt met de (boven-)regionale verwervingsstrategie en een oriënterend traject hoe te komen tot een efficiëntere kostenbeheersing jeugdhulp. Samen leren is een centraal thema binnen de werkwijze Samenwerken aan Veiligheid waarin het CJG en de Gecertificeerde Instellingen (GI's) intensief samenwerken om onveiligheid in gezinnen in het vrijwillig kader tegen te gaan. Alle geplande methodische leerbijeenkomsten en workshops voor professionals in het kader van intervisie en lerend ontwikkelen vonden digitaal doorgang. Er is in 2020 uitvoering gegeven aan het actieplan pleegzorg om de ondersteuning aan pleegouder te versterken en er zijn nieuwe pleeggezinnen geworven. In de jeugdbeschermingsketen is gewerkt aan verbetering en vereenvoudiging van deze keten.

Er is een nieuw Regionaal Meerjarenplan Aanpak Verbeteren Basisvaardigheden 2021-2024 opgesteld met een regionale samenwerkingsagenda. Beide documenten zijn in 2020 opgesteld in nauw overleg met de gemeenten van Zuid-Kennemerland en IJmond en hun partners. Ondersteuning en zorg Bij het verstrekken van maatwerkvoorzieningen voor volwassenen en jeugd lag de focus op mee kunnen doen in de samenleving en perspectief op een toekomst met zo veel mogelijk zelfstandigheid en onafhankelijkheid. Door de gevolgen van de coronamaatregelen is er veel flexibiliteit gevraagd van zorgaanbieders en inwoners. De inzet van de gemeente was gericht op de continuïteit van zorg, maar, inwoners kregen een periode op een andere manier of minder ondersteuning dan zij gewend waren. Met name bij de ambulante vormen van ondersteuning, hulp bij het huishouden, dagopvang en ambulante begeleiding waren effecten zichtbaar. In 2020 is gewerkt aan de voorbereidingen om de toegang van de Wmo-voorzieningen begeleiding samen met welzijn- en zorgaanbieders en de sociaal wijkteams per 2021 opnieuw vorm te geven, zodat inwoners met een hulpvraag dichtbij, in de eigen leefomgeving passende en doorlopende ondersteuning kunnen ontvangen.

De vraag naar maatwerkvoorzieningen Wmo is verder gestegen dan op basis van de demografische ontwikkelingen zoals vergrijzing, extramulralisering in de GGZ en het abonnementstarief Wmo verwacht mocht worden. Door duidelijke afwegingskaders op te stellen, de samenwerking met zorgaanbieders verder te verbeteren en een groter beroep te doen op de eigen verantwoordelijkheid en mogelijkheden van inwoners is geprobeerd de kosten te beheersen. Ook zijn kostenbeheersingmaatregelen voorbereid en voor diverse maatwerkvoorzieningen is gestart met de verwervingstrajecten per 2022. Vanaf 2020 is de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) van kracht waarin geregeld is wanneer verplichte zorg opgelegd kan worden aan mensen met een psychiatrische diagnose. Deze wet biedt zorgverleners meer mogelijkheden om zorg op maat te bieden en maakt het mogelijk om verplichte zorg ook buiten een GGZ-instelling op te leggen. De gemeente heeft de Wvggz geïmplementeerd in haar organisatie. Daarnaast is de gemeente samen met ketenpartners betrokken bij de inrichting van de (verplichte) zorg en ondersteuning voor de Wvggz in de regio. Per 2021 wordt de Wet langdurige zorg (Wlz) opengesteld voor de GGZ-doelgroep, die nu onder beschermd wonen valt, maar waarbij 24-uurs zorg nodig is én het herstellend vermogen ontbreekt.

De gemeenten in de regio zijn in 2020 samen bezig geweest om deze ingrijpende veranderingen voor Jaarverslag en Jaarrekening 2020

44

te bereiden met maatschappelijke partners, cliënten, aanbieders, corporaties en welzijnsorganisaties. Voor dak- en thuislozen is het project 'Onder de pannen' gestart, waarbij particuliere woningbezitters gevraagd wordt een kamer te verhuren aan deze kwetsbare groep om dakloosheid te voorkomen. Door de coronamaatregelen worden bestaande locaties voor nachtopvang sinds maart ingezet als 24-uurslocaties. Ook zijn in 2020 twee nieuwe tijdelijke maatschappelijke opvanglocaties gerealiseerd, in de Beijneshal en op het passagiersschip MS Aurora. Het Rijk wil vanaf 2022 de taken beschermd wonen aan de afzonderlijke gemeenten toekennen in plaats van aan Haarlem als centrumgemeente (doordecentraliseren). In deze regio voor beschermd wonen en maatschappelijke opvang zijn in 2020 voorbereidingen daarvoor getroffen. Werk, inkomen en schulden De gemeente wil zoveel mogelijk mensen met een bijstandsuitkering naar vermogen laten participeren in de Haarlemse samenleving. Als Haarlemmers dat onvoldoende op eigen kracht konden, heeft de gemeente ook in 2020 ondersteuning op het gebied van werk, inkomen en schulden aangeboden. De coronacrisis heeft gevolgen gehad voor de wijze en mate van ondersteuning aan inwoners. Zo heeft de dienstverlening op aangepaste wijze moeten plaatsvinden. De klanten zijn vanaf maart bijna alleen telefonisch gesproken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12290918/1