CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

2. Bijlage 1. Jaarrekening en jaarverslag 2020

commissie Bestuur 10 juni 2021, gemeente HaarlemBij agendapunt: 17.20-18.00 uur Jaarstukken gemeente Haarlem (MR)39.930 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

Jaarverslag en Jaarrekening 2020

Jaarverslag en jaarrekening 2020 gemeente Haarlem

Jaarverslag en Jaarrekening 2020

1

Uitgave gemeente Haarlem Juni 2021 Informatie T 14 023 www.haarlem.nl, ook voor een digitale versie Stadhuis, Grote Markt 2 Postbus 511 2003 PB Haarlem Foto's: Marisa Beretta (omslag)

Jaarverslag en Jaarrekening 2020

2

Aanbieding aan gemeenteraad Het college van burgemeester en wethouders biedt de raad met het Jaarverslag en de Jaarrekening 2020 de jaarstukken van het coalitieprogramma 'Duurzaam Doen' aan. Het college legt hiermee verantwoording af aan de gemeenteraad over de realisatie van het afgesproken beleid uit de Programmabegroting 2020-2024 en de financiële resultaten over 2020. Met deze aanbiedingsbrief wordt een aantal resultaten over 2020 uitgelicht, waarbij het effect van de coronacrisis en de daaruit voortvloeiende coronamaatregelen in vrijwel het gehele financiële resultaat van 2020 domineert. Zoals gebruikelijk zijn de jaarstukken ook digitaal beschikbaar. Financiële hoofdlijnen De gemeente sloot het jaar 2020 af met een positief saldo van € 5 miljoen op een begroting van ruim € 670 miljoen. Het resultaat pakt € 4,5 miljoen gunstiger uit dan bij de Bestuursrapportage 2020 was voorzien. Een onttrekking aan de algemene reserve van € 8 miljoen als opgenomen in de Voortgangsrapportage 2020 blijkt niet nodig te zijn, waardoor het resultaat ruim € 12 miljoen gunstiger is dan verwerkt bij de Decemberrapportage 2020. De belangrijkste reden hiervoor is dat de coronamaatregelen flinke invloed hebben gehad op zowel de inkomsten als de uitgaven van de gemeente.

Ook speelt mee dat de vergoedingen vanuit het Rijk ter compensatie van de gemaakte kosten door de coronacrisis, nog niet waren ontvangen en in sommige gevallen zelfs nog niet waren gekwantificeerd. Verder dragen ook een meevaller in het btw compensatiefonds van € 920.000 en een voordeel op de legesinkomsten van € 1,1 miljoen door het afgeven van twee grote vergunningen eind 2020 bij aan het positieve rekeningresultaat. Dit jaar zien we voor het eerst in de jaarrekening ook de doorwerking van de klimaatbegroting terug. Financiële gevolgen van de coronacrisis Bij het opstellen van de Programmabegroting 2020 was niet te voorzien dat de wereld in 2020 te maken zou krijgen met een virus met zo’n grote impact op de samenleving. Bij de Voortgangs-, Bestuurs- en Decemberrapportage 2020 zijn de raad voorstellen voorgelegd over hoe om te gaan met de nieuwe werkelijkheid. Er zijn daarbij door de gemeente substantieel middelen uitgetrokken om de gevolgen van de coronacrisis voor ondernemers en instellingen in de basisinfrastructuur op te vangen. Ook zijn de eigen gemeentelijke budgetten waar nodig bijgesteld. Het totale geraamde effect van de coronacrisis op de gemeentebegroting bedroeg een nadeel van € 3,4 miljoen. Bij deze jaarrekening blijkt dat zich bij meerdere posten mee- en tegenvallers voordoen die corona gerelateerd zijn.

Per saldo waren er corona gerelateerde financiële verbeteringen van bijna € 5,5 miljoen en corona gerelateerde financiële verslechteringen van bijna € 2,3 miljoen. Het effect hiervan op de gemeentebudgetten is € 3,2 miljoen (€ 5,5 miljoen -/- € 2,3 miljoen) gunstiger dan was geraamd. Op basis van de realisatiecijfers over 2020 is de conclusie dat de coronacrisis een nadeel voor de algemene middelen betekent van ruim € 0,2 miljoen, dit is inclusief eerste en tweede orde effecten. Duurzaamheid Het klimaat verandert snel. Daarom moeten we anders omgaan met verschillende weersomstandigheden, de manier waarop we onze huizen verwarmen en hoe we ons geld Jaarverslag en Jaarrekening 2020

3

verdienen. Het stadsbestuur van Haarlem heeft de klimaatcrisis uitgeroepen. Er is afgesproken dat duurzaamheid de hoogste prioriteit heeft in de stad. Ook in 2020 zijn daarom serieuze stappen gezet voor verduurzaming en klimaatadaptatie. Met de nota’s betaalbaarheid, warmtebronnen en governance heeft de raad in 2020 de basis voor duurzame warmte in Haarlem gelegd. In het actieplan Schone Energie is voor het eerst inzichtelijk gemaakt wat er nodig is om zoveel mogelijk elektriciteit (750 TJ in 2030) lokaal duurzaam op te wekken. Voor het Warmtenet in Meerwijk zijn grote stappen gezet richting de oprichting van een eerste Haarlems Warmte Netwerkbedrijf. Al deze ambities en plannen zijn meegenomen in de concept Regionale Energiestrategie (RES) waarmee onze regio bijdraagt aan de landelijke klimaat doelen. Bewoners konden aanspraak maken op gratis advies over verduurzaming en een bespaarbon voor energiebesparende producten. Ook in 2020 is intensief gewerkt aan de bewustwording van de noodzaak van duurzaamheid bij Haarlemmers. Er is vanwege de coronacrisis vooral digitaal gecommuniceerd, bijvoorbeeld via de campagnes ‘Haarlem wordt steeds gasvrijer’ en ‘Haarlem doet duurzaam’. Daarnaast inventariseert de gemeente bij verbonden partijen wat zij aan duurzaamheid doen om een zo groot mogelijke positieve impact te kunnen maken.

Haarlem wil in 2050 conform de landelijke doelstellingen klimaatbestendig zijn. In 2020 zijn er stappen gezet om in toekomstig beleid zoals de Omgevingsvisie, klimaatbestendigheid een stevige plek te geven. Ook zijn er fysieke projecten uitgevoerd om de stad voor te bereiden op de klimaatverandering, zoals de aanleg van het Jamaicaplantsoen als eerste stap naar een wijk waar het regenwater apart wordt opgevangen en hergebruikt. Er is een toename van groen en bomen in de openbare ruimte. Er zijn verschillende Steenbreekacties en andere vergroeningsinitiatieven gerealiseerd, waaronder de aanleg van geveltuinen, vergroenen van particuliere daken en het adopteren van boomspiegels. In projecten is in 2020 onderzocht of er extra bomen kunnen worden geplant en met het project Vergroten bomenbestand zijn in een aantal versteende wijken 83 extra bomen geplant Groei van Haarlem De gemeente wil in de periode tot en met 2025 10.000 extra woningen realiseren en die groei evenwichtig laten zijn. In 2020 zijn parallel aan de ontwikkeling van de Omgevingsvisie voorbereidingen getroffen om te komen tot een stedelijke strategie die de ontwikkelingen op verschillende plekken in de stad op elkaar afstemt. Daarnaast is gewerkt aan een drietal aanvragen voor Impulsgelden van het ministerie van BZK, wat een bijdrage van € 7,6 miljoen voor de zone Europaweg heeft opgeleverd.

De aanvraag voor de ontwikkelzone Zuid-West is in het najaar (opnieuw) ingediend, inmiddels zijn deze aanvragen toegekend voor € 8,2 miljoen. Tenslotte is de nota Kostenverhaal Bovenwijkse Voorzieningen voorbereid die het mogelijk maakt dat ontwikkelaars (naar rato) meebetalen aan infrastructurele maatregelen die noodzakelijk zijn om de groei van Haarlem op te vangen. In 2020 zijn voor alle ontwikkelzones de visies vastgesteld en is het versnellingsplan woningbouw (2020/485204) vastgesteld. De positie van de corporaties bij de ontwikkelzones is versterkt in lijn met de nota Kaders en instrumenten sociale huur en middensegment en de gemaakte prestatieafspraken. Ter verbetering en versnelling van het planproces is gewerkt met stadstafels. In 2020 zijn 765 woningen toegevoegd aan de woningvoorraad. Het aantal inwoners van Haarlem is in 2020 licht gedaald van 162.891 naar 162.526. Omdat de verwachting is dat Haarlem de komende jaren groeit is het belangrijk dat de Waarderpolder dat ook duurzaam doet. De afspraken in het alweer vierde convenant Waarderpolder richten zich daarom op intensiveren, verduurzamen en innoveren. De komende vier jaar ligt de focus op het creëren van meer werkgelegenheid, duurzaamheid als normaal onderdeel van bedrijfsvoering en de Waarderpolder als proeftuin voor innovatie.

Jaarverslag en Jaarrekening 2020

4

Economie en cultuur De uitbraak van de coronacrisis heeft grote gevolgen gehad voor de economische activiteiten in de stad in 2020. Het aantal banen in Haarlem is licht gedaald. Om de gevolgen van de coronacrisis te beperken zijn diverse noodmaatregelen getroffen, zoals de uitvoering van de Tozo regeling en het treffen van regelingen en kortingen op het gebied van precario en ondernemersbelastingen. Hoge prioriteit is gegeven aan het zoveel mogelijk hulp bieden aan ondernemers, onder andere door het instellen van een telefonisch ondernemersspreekuur en het verruimen van de terrassen. Met de corona impact monitor meet de gemeente hoe de stad er gedurende de pandemie voor staat zodat ingegrepen en geholpen kan worden waar nodig. Het versneld ingevoerde actieplan detailhandel horeca moet winkelgebieden overal in de stad helpen om zich zo goed mogelijk uit de crisis te ontwikkelen. In 2020 is de Economische visie Haarlem vastgesteld. Deze visie vormt het kompas voor het duurzame herstel en behoud van de Haarlemse economie met de nadruk op duurzame banengroei en innovatie. Bij cultuur ging in 2020 alle aandacht uit naar het beperken van de gevolgen van de coronacrisis, goed contact onderhouden met partners in de stad over actuele ontwikkelingen en tegelijkertijd vasthouden aan de lange termijn doelstellingen.

Het beschikbaar stellen van gemeentelijke middelen en het instellen van een noodfonds hebben gezorgd voor het behoud van culturele infrastructuur van Haarlem. De gemeenteraad heeft in het najaar besloten het krediet voor de verbouwing van de bibliotheek vrij te geven, waarbij gekozen is voor verduurzaming van de centrumbibliotheek en vernieuwing van de dienstverlening in de wijkfilialen. Sociale stad De coronacrisis heeft uiteraard grote impact gehad binnen het sociaal domein, wat ook te zien was bij de zorgvraag en het zorggebruik op de verschillende producten. Ook was er een lagere instroom in de BUIG1 waar de Tozo-regeling (Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers) als 'voorliggende voorziening' van grote invloed was. Een ander gevolg is dat de arbeidsmarkt in korte tijd sterk is veranderd en er een groot verlies van werkgelegenheid heeft plaatsgevonden. Haarlem heeft als centrumgemeente het voortouw genomen om met regiogemeenten, UWV, werkgevers, werknemers en onderwijs te werken aan een plan voor het herstel van de arbeidsmarkt. De uitvoering van de Tozo heeft een grote inspanning gevergd van de gemeentelijke organisatie. Door de coronamaatregelen worden bestaande locaties voor nachtopvang sinds maart ingezet als 24uurslocaties.

Ook zijn in 2020 twee nieuwe tijdelijke maatschappelijke opvanglocaties gerealiseerd, in de Beijneshal en op het passagiersschip MS Aurora. Ondanks de beperkende maatregelen wisten gemeente en Haarlemmers elkaar te vinden via het programma Nieuwe Democratie. De gedrevenheid om samen de stad te verbeteren is groot. Zo grepen verschillende inwoners van Schalkwijk hun kans om de buurt te verbeteren met het project Schalkwijk aan Zet. Haarlemmers met een goed idee wisten dat ook online over te brengen via het digitale initiatievencafé en in Haarlem Zuidwest werd een eerste gelote wijkraad gevormd. De wijkraden verdiepten zich in de verschillende rollen die zij innemen tegenover hun wijkbewoners en de gemeente. En wijkraad Bosch & Vaart sloot het eerste wijkcontract af met de gemeente. De weg naar een optimale dienstverlening voor de gemeente Haarlem kende in 2020 het startmoment met het vaststellen van de Dienstverleningsvisie. Kostenbeheersing in het sociaal domein is nog urgenter geworden. Hoewel de raad de budgetten voor jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning heeft verhoogd, bleef in 2020 de vraag naar 1 Gemeenten ontvangen van het Rijk een gebundelde uitkering (BUIG) voor het bekostigen van de uitkeringen in het kader

van de Participatiewet. Jaarverslag en Jaarrekening 2020

5

ondersteuning toenemen en houdt deze geen gelijke tred met de rijksbijdrage. Er is dan ook een pakket aan maatregelen ingevoerd, waaronder het instellen van budgetplafonds jeugdhulp per 1 juli 2020. Om de financiële tekorten op de maatwerkvoorzieningen Jeugd en Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) beter te beheersen, zijn daarnaast grote stappen gezet om de sturing en monitoring verder te verbeteren. Hoewel de coronamaatregelen het lastig maakten, hebben kinderen in verschillende stadsdelen kennis gemaakt met allerlei sporten. De toegankelijkheid en zichtbaarheid van alle sport- en beweegactiviteiten is vergroot door de doorontwikkeling van de JeugdSportPas tot het platform sportindewijk.nl. Met ondersteuning van buurtsportcoaches en het Lokaal Sportakkoord was een aantal verenigingen zelfs tijdens de coronacrisis in staat om nieuwe activiteiten voor (kwetsbare) doelgroepen te starten. Haarlemmers zijn tevreden over de binnen- en buitensportaccommodaties, zo blijkt uit de in 2020 vastgestelde Agenda voor de Sport. Verschillende sportaccommodaties zijn duurzamer geworden door bijvoorbeeld het aanbrengen van ledverlichting. Voor de bouw van de sporthal Sportweg zijn alle vergunningen binnen en de bouw is gestart. Ontwikkeling schuld Met een netto schuldquote van 75% bevindt Haarlem zich in 2020 in het groene vlak.

Dit is een verbetering ten opzichte van de begroting 2020 (oranje). Het is het gevolg van zowel een lagere netto schuld op de balansposten van € 51 miljoen als van € 43 miljoen hogere baten dan verwacht. Belastingen en woonlasten Voor 2020 is voor belastingen een inflatie aangehouden van 1,4 %. Omdat de WOZ-waarden in Haarlem sterker stegen dan het landelijk gemiddelde, ontstond een financieel nadeel van meer dan € 1 miljoen in het gemeentefonds. Daarom is bij de Kadernota 2019 besloten om € 1 miljoen van dat nadeel te compenseren via verhoging van de OZB-tarieven voor woningen. Dit betekent een stijging van het tarief met 6% inclusief correctie voor inflatie. In 2020 zijn de woonlasten van de grote gemeenten gemiddeld met 4,3% tot € 734 per woonruimte gestegen. De woonlasten in Haarlem stegen in 2020 met 1,8% naar € 847. De woonlasten in Haarlem zijn 15% hoger dan het landelijk gemiddelde van de grote steden. Van de 40 grote gemeenten is Haarlem gedaald van plaats vier naar plaats zes van duurste gemeenten. Raadsbehandeling Jaarverslag en Jaarrekening 2020 Tot en met 4 mei 12.00 uur kunnen gemeenteraadsleden technische vragen over de jaarstukken stellen. De ambtelijke antwoorden hierop zijn vrijdag 14 mei beschikbaar. Donderdag 10 juni staan de jaarstukken geagendeerd in de commissie Bestuur. Donderdag 24 juni vindt de raadsbehandeling en vaststelling plaats.

Het college van burgemeester & wethouders, 30 maart 2021

Jaarverslag en Jaarrekening 2020

6

Inhoudsopgave Aanbieding aan gemeenteraad ................................................................................................................2 Inhoudsopgave .........................................................................................................................................7 Leeswijzer .................................................................................................................................................9 1 Algemeen............................................................................................................................................ 10 1.1 Beleidsmatige resultaten op hoofdlijnen .................................................................................... 11 1.2 Financiële resultaten op hoofdlijnen........................................................................................... 14 1.3 Gevolgen van de coronacrisis ...................................................................................................... 26 1.4 Algemene dekkingsmiddelen ...................................................................................................... 34 1.5 Taakstellingen ..............................................................................................................................

35 1.6 Investeringen ............................................................................................................................... 36 1.7 Onderzoeken vanuit verordening artikel 213a ........................................................................... 37 1.8 Interbestuurlijk toezicht .............................................................................................................. 37 2 Programmaverantwoording ............................................................................................................... 40 2.1 Cluster Sociaal ............................................................................................................................. 41 Programma 1 Maatschappelijke participatie ................................................................................ 48 Programma 2 Ondersteuning en zorg ........................................................................................... 66 Programma 3 Werk, inkomen en schulden ................................................................................... 80 2.2 Cluster Fysiek ............................................................................................................................... 93 Programma 4 Duurzame stedelijke vernieuwing ........................................................................

100 Programma 5 Beheer en onderhoud........................................................................................... 112 2.3 Cluster Burger en bestuur ......................................................................................................... 121 Programma 6 Burger, bestuur en veiligheid ............................................................................... 125 Programma 7 Algemene dekkingsmiddelen ............................................................................... 134 2.4 Duurzaamheid ........................................................................................................................... 140 2.5 Gebiedsgerichte vertaling ......................................................................................................... 141 3 Paragrafen ........................................................................................................................................ 142 3.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing ............................................................................... 143 3.2 Lokale heffingen ........................................................................................................................ 154 3.3 Onderhoud kapitaalgoederen ...................................................................................................

169 3.4 Financiering ............................................................................................................................... 176 3.5 Bedrijfsvoering .......................................................................................................................... 182 Jaarverslag en Jaarrekening 2020

7

3.6 Verbonden partijen en subsidies............................................................................................... 186 3.7 Grondbeleid ............................................................................................................................... 214 4 Jaarrekening ..................................................................................................................................... 223 4.1 Balans ........................................................................................................................................ 224 4.2 Overzicht baten en lasten.......................................................................................................... 226 4.3 Toelichting op de jaarrekening .................................................................................................. 230 4.4 Incidentele baten en lasten ....................................................................................................... 253 4.5 Reserves en voorzieningen ........................................................................................................ 257 4.6 Kadernota rechtmatigheid ........................................................................................................

263 4.7 Single informatie/single audit ................................................................................................... 268 4.8 Taakvelden ................................................................................................................................ 276 4.9 Controleverklaring van de onafhankelijke accountant ............................................................. 277 5 Besluit ............................................................................................................................................... 278 5.1 Besluit ........................................................................................................................................ 279 6 Bijlagen ............................................................................................................................................. 280 6.1 Kerngegevens ............................................................................................................................ 281 6.2 Benchmarkindicatoren BZK ....................................................................................................... 284 6.3 Samenstelling bestuur ...............................................................................................................

298 6.4 Overzicht personeel................................................................................................................... 300 6.5 Analyse en toelichting per beleidsveld...................................................................................... 302 6.6 Investeringskredieten ................................................................................................................ 322 6.7 Overzicht verworven subsidies.................................................................................................. 327 6.8 Overzicht WOB verzoeken en ingediende bezwaren ................................................................ 328 6.9 Productenrealisatie ................................................................................................................... 331 6.10 Financiële risico's > € 50.000 ................................................................................................... 350 6.11 Lijst van aan- en verkopen gemeente ..................................................................................... 351

Jaarverslag en Jaarrekening 2020

8

Leeswijzer Het jaarverslag en de jaarrekening volgen de opzet van de programmabegroting van het jaar waar deze betrekking op hebben. Het Jaarverslag en Jaarrekening 2020 ziet er anders uit dan voorgaande jaren. De uitkomsten van de raadsconferentie 'de begroting ont(k)leed' (2019/204237) zijn vanaf de Programmabegroting 2020 verwerkt en dus ook in deze jaarstukken. De uitkomsten van de werkconferentie over indicatoren (2020/1186527) worden opgenomen in de Programmabegroting 2022 en zijn dus nog niet meegenomen. Het Jaarverslag en Jaarrekening 2020 is als volgt opgebouwd. In deel 1 wordt ingegaan op het resultaat op hoofdlijnen. Deel 2 is de programmaverantwoording. Dit is onderverdeeld in drie clusters: Sociaal, Fysiek en Burger en bestuur. In de overkoepelende teksten wordt het hoofdresultaat van het cluster beschreven. In de onderliggende zeven programma’s wordt daar dieper op ingegaan. In deel 3 zijn de wettelijk voorgeschreven paragrafen opgenomen. Dit geeft een dwarsdoorsnede van de jaarrekening vanuit een bepaald perspectief, zoals risico’s, financiering, kapitaalgoederen, bedrijfsvoering en grondbeleid. Deel 4 bevat de jaarrekening, balans en toelichting hierop. Deel 5 bevat het besluit tot vaststellen van het Jaarverslag en Jaarrekening 2020. Deel 6 bevat de bijlagen. Deze zijn alleen digitaal te raadplegen.

De bijlagen bestaan onder andere uit kerngegevens, samenstelling bestuur en personele informatie. Alle in de financiële tabellen vermelden bedragen zijn maal € 1.000, tenzij anders vermeld. Naast de papieren versie is er een digitale versie (pdf) van het Jaarverslag en Jaarrekening 2020 beschikbaar op de website. De begrippenlijst en afkortingenlijst is opgenomen in een online Lexicon.

Jaarverslag en Jaarrekening 2020

9

1 Algemeen

Jaarverslag en Jaarrekening 2020

10

1.1 Beleidsmatige resultaten op hoofdlijnen 1.1.1 Inleiding De gemeenteraad heeft zeven programma's (resultaatgebieden) vastgesteld om op hoofdlijnen te sturen, kaders te stellen en verantwoording af te leggen. Bij elk programma staat aangegeven welk maatschappelijk effect wordt nagestreefd met het programma. De programma's zijn onderverdeeld in meerdere beleidsvelden, waarbinnen de doelstellingen en prestaties zijn benoemd. Jaarverslag en Jaarrekening 2020 is een verantwoording wat de gemeente gerealiseerd heeft van wat zij in de Programmabegroting 2020 heeft aangekondigd. De begroting is opgesteld vanuit het coalitieprogramma Duurzaam Doen! 2018-2022. Dit coalitieprogramma vormde dus de basis voor de prestaties en doelstellingen die in dit jaarverslag worden verantwoord. Belangrijke onderdelen per programma zijn: 1. In de inleidende tekst wordt de programmadoelstelling (missie) benoemd en aangegeven in hoeverre de programmadoelstelling is bereikt. Daarbij wordt ook aandacht besteed aan de samenhang tussen de programmadoelstelling, de bereikte doelen en de verrichte prestaties. 2. Een systematische verantwoording over de drie zogenaamde W-vragen: - Wat hebben we bereikt in 2020 (doelen)? - Wat hebben we gedaan in 2020 (prestaties)? - Wat heeft het gekost in 2020? De beantwoording van de eerste twee W-vragen wordt vormgegeven via vier in plaats van drie categorieën.

De aan deze categorieën gekoppelde kleuren hebben de volgende betekenis: : doel of prestatie is volledig gerealiseerd; : doel of prestatie is grotendeels gerealiseerd. Het kan ook zijn dat een doel of prestatie volledig is gerealiseerd, maar dat het meer heeft gekost, het niet binnen de tijd is gebeurd of dat gerelateerde doelen of prestaties niet zijn gerealiseerd, waardoor volledige realisatie te stellig is; : doel of prestatie is gedeeltelijk gerealiseerd; : doel of prestatie is niet gerealiseerd. Externe factoren Door externe effecten hebben we als gemeente niet altijd de volledige invloed of de beoogde maatschappelijke effecten worden behaald. De maatschappelijke effecten worden vaak mede beïnvloed door verschillende andere factoren, zowel in positieve als in negatieve zin. Regionale, landelijke en zelfs mondiale ontwikkelingen, die buiten de invloed van de gemeente liggen, spelen daarbij een rol. Het is lastig aan te geven hoe groot de invloed van die maatschappelijke ontwikkelingen is. Als externe factoren van invloed zijn geweest op het bereiken van de beoogde maatschappelijke effecten, wordt dat in de programmateksten vermeld. Invloed coronacrisis De coronacrisis en de maatregelen die genomen worden om het virus in te dammen zorgen voor een complexe situatie. De coronacrisis heeft economische, sociaal-maatschappelijke en financiële impact op gemeenten.

Ook op de effect- en prestatie-indicatoren in dit jaarverslag zal mogelijk de coronacrisis een rol hebben gespeeld. Wanneer er een vermoedelijk effect is van de coronacrisis wordt hier melding van worden gedaan. De gemeente Haarlem houdt in een separaat stuk de impact van de coronacrisis op de Haarlemse samenleving bij (Corona Impact Monitor). Jaarverslag en Jaarrekening 2020

11

Samen met de stad Veel van de prestaties die bijdragen aan de beleidsdoelen van de gemeente Haarlem worden niet door de gemeente zelf verricht, maar door partners in de stad, zoals woningcorporaties en gesubsidieerde instellingen. De gemeente heeft in dat geval meer een regisserende taak en voorwaardenstellende rol en levert de prestaties niet zelf. Als de gemeente samenwerkt met partners in de stad voor het bereiken van doelen en prestaties, wordt dat in de programmateksten vermeld, zoals in de overzichten van verbonden partijen en gesubsidieerde instellingen. Indicatoren Er wordt systematisch verantwoording afgelegd over de effect- en prestatie-indicatoren (inclusief streefwaarden) die waren opgenomen in de Programmabegroting 2020. Het streven is om indicatoren zo veel mogelijk te voorzien van de meest recente realisatiewaarden. In een aantal gevallen is dit niet haalbaar, omdat realisatiecijfers (voor 2020) bij het opstellen van het jaarverslag nog niet beschikbaar zijn. Dit is vooral van toepassing op indicatoren waarbij gebruik gemaakt wordt van een externe, niet gemeentelijke, bron. Een aantal van deze indicatoren is bijvoorbeeld afkomstig van partners van de gemeente. De gemeente werkt immers steeds meer samen met externe partners. Zij hebben vaak een eigen informatie- en verantwoordingscyclus waarbij de onderbouwing met indicatoren een afwijkende planning heeft.

Dit jaar heeft de coronacrisis er ook voor gezorgd dat sommige realisaties pas later dit jaar opgeleverd kunnen worden. Voor andere indicatoren geldt dat waarden afkomstig zijn uit een ‘landelijk’ onderzoek, registratie of statistiek waarbij bij het opstellen van het jaarverslag (nog) geen cijfer voor 2020 is gepubliceerd. Dit geldt met name ook voor de 34 vanuit de BBV (Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten) verplichte indicatoren. Deze worden vanaf 2017 opgenomen in de programma's daar waar zij het meest aansluiten bij de Haarlemse doelen en prestaties. Aan de markering 'BZK' (naar het ministerie dat de set BBV indicatoren heeft opgesteld) is te herkennen dat het een verplichte indicator is van het ministerie. Naast de originele bron waar het cijfer uit voortkomt, is een digitale link opgenomen naar het platform 'waar staat je gemeente' van de VNG. Hier zijn alle landelijk verplichte indicatoren te raadplegen. Via het dashboard BBV en de onderliggende database kunnen online allerlei vergelijkingen worden gemaakt met andere gemeenten of landelijke cijfers. De belangrijkste vergelijkingen zijn daarnaast ook opgenomen in bijlage 6.2 Benchmarkindicatoren BZK.

Voor vijf verplichte indicatoren geldt dat ze niet vergeleken kunnen worden met andere gemeenten omdat deze gegevens uit eigenlijk gemeentelijke registraties afkomstig zijn en niet op het dashboard worden gepubliceerd. Daarom hebben deze indicatoren geen link. De BZK indicatoren worden met regelmaat geactualiseerd, aangevuld, aangepast of met terugwerkende kracht gecorrigeerd. Het is dus mogelijk dat deze indicatoren in dit jaarverslag afwijken van de actuele situatie op het dashboard. In dit jaarverslag zijn de indicatoren opgenomen, zoals deze op 25 mei 2021 op het dashboard zijn gepubliceerd. In dit jaarverslag zijn alleen jaarcijfers opgenomen, terwijl op het dashboard soms ook halfjaarcijfers worden gepubliceerd. Doordat in het jaarverslag links worden opgenomen naar waarstaatjegemeente.nl kan ook na publicatie van het definitieve jaarverslag langs deze weg altijd de meest recente, beschikbare cijfers worden opgezocht. Derde W-vraag over kosten Bij de beantwoording van de derde W-vraag (Wat heeft het gekost?) worden de financiële afwijkingen tussen de begroting na wijziging en de werkelijke uitkomsten geanalyseerd. Omdat de totale omvang van de gemeentebegroting ruim € 500 miljoen bedraagt, is afgesproken in de Financiële verordening 212 (2016/593253) dat alleen afwijkingen van meer dan € 100.000 op beleidsvelden kort worden toegelicht.

Per programma worden de toevoegingen en onttrekkingen aan reserves vermeld. Naast de aan de raad aangeboden papieren versie van het jaarverslag en de jaarrekening is deze als Jaarverslag en Jaarrekening 2020

12

pdf-bestand ook beschikbaar via de website van de gemeente. Vanuit de pdf kan via een link de achterliggende informatie (beleidsnota's, visie documenten, websites, etc.) worden geraadpleegd.

1.1.2 Realisatie doelen en prestaties In de Programmabegroting 2020-2024 zijn 44 doelen geformuleerd en 65 prestaties om deze doelen te bereiken. Onderstaande grafiek geeft een overzicht van de realisatie van alle doelen en prestaties van de gemeente.

Onderstaande twee grafieken geven een beeld van de realisatie van doelen per programma en de prestaties per programma. In deel 2 vindt u per programma een gedetailleerde uitleg per doel en per prestatie terug.

Jaarverslag en Jaarrekening 2020

13

1.2 Financiële resultaten op hoofdlijnen Algemeen In dit hoofdstuk staan de uitkomsten van de jaarrekening op hoofdlijnen. Het hoofdstuk gaat in op de belangrijkste afwijkingen op de Programmabegroting 2020-2024. Ook staat in dit hoofdstuk een toelichting op de ontwikkeling van de algemene reserves. Een uitgebreide opsomming van afwijkingen van de vastgestelde begroting staat vermeld bij de verantwoording van de programma’s bij het onderdeel 'Wat heeft het gekost?' en bij de Analyse en toelichting per beleidsveld in bijlage 6.5. Het budgetbeheer en de rechtmatigheid van de bestede middelen wordt uitgelegd in paragraaf 4.6 Kadernota rechtmatigheid.

Analyse uitkomsten jaarrekening Gedurende het begrotingsjaar 2020 is de begroting bijgesteld. De opbouw van het begrotingssaldo kan als volgt worden samengevat:

Jaarverslag en Jaarrekening 2020

14

Opbouw begrotingssaldo 2020 Programmabegroting 2020 (uitkomst meerjarenraming) Aanvullende voorstellen Programmabegroting 2020-2024

4.390 n 230 n

Bestuursrapportage 2019 (structurele doorwerking)

1.899 n

Invulling taakstelling

-5.211 v

Onttrekking reserve Sociaal Domein

-1.308 v

Programmabegroting 2020 inclusief aanvullende voorstellen

0 v

Financiële voortgangsrapportage 2020

8.441 n

Budget Noodfonds

3.500 n

Steunmaatregelen

350 n

Raming compensatie corona Rijk 1e tranche

-4.000 v

Begrotingsuitkomst na Voortgangsrapportage 2020

8.291 n

Mutaties Bestuursrapportage 2020

-550 v

Onttrekking aan algemene reserve (conform Kaderbrief 2021)

-8.000 v

Begrotingsuitkomst na Bestuursrapportage 2020

-260 v

Mutaties Decemberrapportage 2020

-339 v

Begrotingsuitkomst na Decemberrapportage 2020

-599 v

Bij de vaststelling van de Begroting 2020 heeft het college een sluitende begroting aangeboden. Na de verwerking van de Financiële voortgangsrapportage 2020 was sprake van een negatief saldo van € 8,3 miljoen. Het resultaat van de Bestuursrapportage 2020 was € 0,5 miljoen nadelig, in combinatie met de bij de kaderbrief afgesproken onttrekking aan de algemene reserve van € 8 miljoen leidde dit tot een wijziging in het begrotingssaldo naar € 0,3 voordelig. Door de uitkomst van de Decemberrapportage 2020 is de begrotingsuitkomst € 0,6 voordelig. Nr.

Programma (inclusief reserves)

1

Maatschappelijke participatie

63.224

60.464

-2.760

2

Ondersteuning en Zorg

141.760

139.173

-2.587

3

Werk, Inkomen en Schulden

34.790

30.637

-4.152

4

Duurz. Stedelijke Vernieuwing

41.697

40.927

-770

5

Beheer en Onderhoud

31.950

31.708

-242

6

Burger, Bestuur en Veiligheid

33.023

31.319

-1.705

7

Alg. Dekkingsmiddelen&Overhead

-347.044

-340.139

6.905

-599

-5.911

-5.312

Totaal

Saldo begroting Saldo rekening Saldo begroting 2020 na wijz. 2020 vs rekening 2020

Belangrijke financiële afwijkingen Het volgende overzicht laat de belangrijkste financiële afwijkingen zien van de Jaarrekening 2020 ten opzichte van de bijgestelde begroting 2020. Indien een afwijking in lasten gecorrigeerd wordt door een evenredige afwijking in de baten, dan zijn die afwijkingen buiten beschouwing gelaten (budgettair-neutraal). De genoemde afwijkingen zijn divers van aard. De afwijkingen groter dan Jaarverslag en Jaarrekening 2020

15

€ 250.000 worden hieronder toegelicht. De verklaring voor de overige afwijkingen zijn te vinden in bijlage 6.5 Analyse en toelichting per beleidsveld. Analyse definitieve begroting - rekening Begrotingssaldo na wijzigingen 2020

-599 v

Afwijkingen realisatie 2020 Algemene dekkingsmiddelen

Als gevolg van een positief rekening resultaat 2020 is de geraamde onttrekking van de algemene reserve om het verwachte te kort te dekken niet noodzakelijk.

Onderwijs en sport

Voordeel door afgehandelde oudere subsidies die hebben geleid tot een terugvordering op het Peuterspeelzaalbudget. Daarnaast is een deel van de uitgaven verantwoord op het budget van de rijksvergoeding voor onderwijsachterstandenbeleid.

Voorzieningen volwassenen

Voordeel ontstaat door een daling van de vraag op verschillende producten binnen de Wmo. In de tweede helft van 2020 zijn de lasten voor de woonvoorzieningen € 394.000 lager dan begroot, mogelijk als gevolg van uitstel van zorg door de coronacrisis. Ook het collectief vervoer heeft lagere lasten, doordat de vraag naar ritten afgenomen als gevolg van de coronacrisis (€ 252.000). Bij Dagopvang was er al rekening gehouden met een daling van het aantal cliënten, maar door o.a. scherpere sturing op de toegang en coronacrisis is de daling van het aantal gefactureerde cliënten hoger dan verwacht. Het totale voordeel op begeleiding is € 559.000. Door een uitspraak van de curator in het faillissement van het Hulpmiddelencentrum kunnen de kosten aangeschafte hulpmiddelen verrekend worden met de huur. Samen met de verkoop van hulpmiddelen aan overige partijen levert dit een voordeel op van € 304.000.

8.000 n

-261 v

-1.509 v

Voorzieningen Op Beschermd Wonen vallen de lasten van Continuiteitsbrijdragen lager uit en volwassenen op basis van de productieverantwoordingen. Opvang, wonen en herstel Voordeel ontstaat door terugvordering van subsidies uit 2019.

-323

Werk

Btw op re-integratiekosten komt volledig in aanmerking voor compensatie bij het Btw-compensatiefonds. Dit voordeel betreft de extra Btw-compensatie over de jaren 2015 t/m 2019.

-920 v

Inkomen

De verwachte stijging in het aantal bijstandsgerechtigden heeft zich in 2020 niet voorgedaan door de verlenging van de Tozo en andere rijksmaatregelen. Daarnaast valt de rijksvergoeding voor de uitvoerkosten Tozo hoger uit dan geraamd doordat het aantal besluiten op aanvragen Tozo uiteindelijk hoger is uitgevallen dan van te voren was ingeschat (voordeel € 1,6 miljoen). Het resterende voordeel (€ 560.000) betreft een voordeel op de BUIG als gevolg van aanpassingen die het Rijk heeft gemaakt in de hoogte van het macrobudget.

-2.189 v

Duurzame stedelijke ontwikkeling

Doordat de afdeling Omgevingsbeleid vacatures niet heeft ingevuld zijn de totale loonkosten lager. Dit leidt tot lagere doorbelastingen aan de producten Ruimtelijke ontwikkeling, Omgevingskwaliteit en Erfgoed.

-460 v

Openbare ruimte en mobiliteit

Van de projecten voor groot onderhoud van wegen, straten, bruggen, etc. wordt jaarlijks een inschatting gemaakt wel deel ten laste komt van de exploitatie en welk deel als investering moet worden aangemerkt. In 2020 bleek dat het aantal projecten dat ten laste van de exploitatie komt lager dan verwacht waardoor een voordeel ontstaat.

-854 v

Openbare ruimte en mobiliteit

In het kader van de Structuurvisie Openbare Ruimte (SOR) zijn minder maatregelen uitgevoerd dan was geprogrammeerd, omdat concretisering van maatregelen meer tijd kost dan verwacht. Daarnaast vragen sommige maatregelen om een nieuwe uitwerking die wel tot het gewenste effect leidt en is door coronacrisis het samenwerken minder effectief dan voorheen.

-273 v

Jaarverslag en Jaarrekening 2020

v

-283 v

16

Analyse definitieve begroting - rekening Openbare ruimte en mobiliteit

Bij de bestuursrapportage is een revolverend energiefonds ingesteld (project LED-verlichting). Ondanks de storting in het fonds is er een voordeel op uitgaven elektra.

-363 v

Parkeren

De realisatie van de Raaks fietsparkeergarage heeft vertraging opgelopen. Voor 2020 waren al wel kosten geraamd voor de exploitatie van de parkeergarage. Omdat de parkeergarage nog niet open is ontstaat een voordeel. Samen met de uitkering voor brandschade in deze garage levert dat een voordeel van € 469.000 op.

-469 v

Parkeren

Als gevolg van de coronacrisis zijn de baten voor parkeren en parkeerboetes naar beneden aangepast. Eind 2020 bleek de daling minder dan verwacht, samen met de lagere kosten levert dit een voordeel van €461.000 op.

-461 v

Overige beheertaken

Niet alle onderhoudskosten kunnen worden onttrokken aan de reserve. De kosten van extra maatregelen vanuit huurderswensen wordt verrekend in de huur of servicekosten.

323 n

Overige beheertaken

Vanwege latere oplevering zijn de huurbaten vanuit Kruisweg 18-20 en het Dolhuys lager dan begroot (samen € 103.000). Daarnaast is sprake van diverse kleine verschillen ten opzichte van de begrote huurbaten.

316 n

Dienstverlening

Compensatie zwembaden en ijsbaan door aanvullende kwijtschelding van de huur 2020. Voordeel inzake legesinkomsten. Als gevolg van de coronacrisis zijn de baten van leges inzake burgeraangelegenheden bijgesteld. Aan het einde van het jaar blijkt deze bijstelling te groot te zijn geweest en ontstaat een voordeel van € 288.000. In 2020 is een lichte daling te zien ten opzichte van 2019 in de uitgegeven reisdocumenten, rijbewijzen en huwelijksaktes. Het aantal aanvragen inzake naturalisatie en het aantal parkeervergunningen is gestegen in 2020.

463 n

Dienstverlening

-288 v

Gemeentelijk bestuur

Door een verdere verlaging van de rekenrente moet meer vermogen worden aangehouden in de voorziening wethouderspensioenen. Samen met de wachtgeldverplichting waarvoor extra middelen aan de voorziening zijn toegevoegd leidt dit tot een nadeel van € 683.000.

683 n

Openbare orde en veiligheid

Naast de reeds positief bijgestelde verwachting voor vergunningsinkomsten is het resultaat eind 2020 gunstig beïnvloed door het afgegeven van twee vergunningen voor grote projecten. Dit resulteert in een voordeel van € 1,1 miljoen.

-1.127 v

Lokale belastingen

Als gevolg van de coronacrisis is rekening gehouden met een hoger bedrag aan kwijtscheldingen. In 2020 zijn de uitgaven vrijwel gelijk aan die van 2019 waardoor een voordeel ontstaat.

-311 v

Algemene dekkingsmiddelen

De voorziening dubieuze debiteuren is dit jaar hoger door enerzijds effecten van de coronacrisis, anderzijds vormt een lopend bezwaar op opgelegde bouwleges 2018 en het om deze reden niet betalen van deze vordering een reden voor verhoging van de voorziening.

379 n

Algemene dekkingsmiddelen Algemene dekkingsmiddelen

Als gevolg van de lagere parkeeropbrengsten is er voor 2020 minder VPB verschuldigd. Van het Rijk wordt nog € 2,35 miljoen aan coronacompensatie voor 2020 verwacht. De werkelijke compensatie wordt pas in 2021 bekend. Omdat de exacte verdeling per gemeente nog niet nauwkeurig berekend kan worden, is het niet toegestaan deze extra compensatie als bate te verantwoorden in de jaarrekening 2020.

-593 v

Algemene dekkingsmiddelen

Voordeel op de algemene uitkering door extra baten vanuit de septembercirculaire en decembercirculaire gecombineerd met actualisaties vanuit het Rijk. Een deel van deze extra baten is bestemd voor specifieke beleidsterreinen in 2021 en wordt in de aanvraag voor het bestemmingsresultaat opgenomen.

Algemene dekkingsmiddelen

Hogere dividendopbrengsten

Jaarverslag en Jaarrekening 2020

2.349 n

-1.765 v

-260 v

17

Analyse definitieve begroting - rekening Overhead

Voordeel betreft het niet ingevulde deel van de stelpost overhead.

-442 v

Overhead

Er zijn werkzaamheden verricht voor derde partijen. Deze inkomsten waren niet begroot, maar zijn wel in rekening gebracht bij de derde partij. Het gaat hier onder andere om vergoedingen vanuit de VNG, gemeente Haarlemmermeer en Amsterdam en voor het RIEC.

-470 v

Overige mutaties

Diverse afwijkingen kleiner dan € 250.000.

Rekeningsaldo 2020

-4.204 v -5.911 v

Ontwikkelingen van de algemene reserve in 2020 De algemene reserve dient als buffer voor het opvangen van uitgaven die incidenteel en onvoorzien, maar wel noodzakelijk zijn. In paragraaf 3.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing wordt hier nader op ingegaan.

Algemene reserve De algemene reserve is in 2020 met € 6,5 miljoen afgenomen. De oorzaak hiervan is: • Toevoeging rekeningresultaat 2019 van € 1 miljoen; • Dotaties door genomen besluiten van totaal 16,1 miljoen; Voornaamste dotatie betreft het saldo van de meerjarenbegroting (€ 3,9 miljoen); • Onttrekkingen door genomen besluiten van totaal € 23,6 miljoen. Belangrijkste onttrekkingen vormen de voormalige reserve sociaal domein (netto effect € 6,4 miljoen) en het saldo beschermd wonen (€ 4,4 miljoen). Op basis van wat nu bekend is, is hieronder de verwachte ontwikkeling van de algemene reserve voor de komende jaren weergegeven:

Jaarverslag en Jaarrekening 2020

18

Algemene reserve

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Stand per 1-1

-37.132 v -30.578 v -29.533 v -30.546 v -33.169 v -35.169 v

Saldi meerjarenbegroting

-3.906 v

Voormalig reserve Sociaal domein

-9.204 v

-2.691 v

-1.146 v

-2.000 v

-4.000 v

-2.000 v

-2.000 v

-3.423 v

-6.691 v

-3.146 v

-2.000 v

0 v

50 n

0 n

0 n

-1.303 v

Vrijval urban agenda

-120 v

Dotatie t.b.v. ratio weerstandsvermogen Resultaat Jaarrekening 2019*

-1.892 v

Afboeking MVA via reserve schuldbeheersing

-2.083 v

(Voorgenomen) dotaties

-17.086 v

Uit resultaat Jaarrekening 2019: -Diverse voorstellen

3.008 n

Saldo Beschermd wonen t.g.v. reserve Opvang, wonen en herstel

4.398 n

Bestemming resultaat 2018 (Kadernota 2019)

50 n

521 n

50 n

Saldi meerjarenbegroting

423 n

3.897 n

5.000 n

Versterking inkoopfunctie

60 n

50 n

Voormalig reserve Sociaal domein

15.701 n

(Voorgenomen) onttrekkingen

23.640 n

Stand per 31-12

-30.578 v -29.533 v -30.546 v -33.169 v -35.169 v -35.169 v

4.468 n

627 n

473 n

5.677 n

523 n

* Resultaat 2019 is -2.238 v + 346 n t.g.v. reserve Beheer en onderhoud = -1.892 v Rekeningresultaat 2019 resterend saldo in algemene reserve: -967 v

Ontwikkelingen sociaal domein Financiële verantwoording 2020 De uitgaven in het sociaal domein hebben in 2020 een grote fluctuatie vertoont. De impact van de coronacrisis op de zorgvraag en het zorggebruik op de verschillende producten is daar onmiskenbaar een belangrijke oorzaak van. Zorgaanbieders zijn in de periode maart-juni 2020 gecompenseerd voor omzetverlies als gevolg van de coronacrisis. Dit wel onder de voorwaarde dat zorg zoveel mogelijk op alternatieve wijze doorgeleverd zou worden. Dat is veel aanbieders gelukt, waardoor het (financiële) effect van vraaguitval beperkt is gebleven; tegen de landelijke en eigen verwachtingen in. De trend van toenemende volumes bij zowel Wmo als Jeugd heeft zich in 2020 voortgezet. Die trend is ook in de Voortgangsrapportage 2020 en Kaderbrief 2021 is die trend in een groeiscenario zichtbaar gemaakt. Voor 2020 is uitgegaan van beperkte groei, doordat gerekend werd op vraaguitval als gevolg van het coronacrisis. De raming voor de uitgaven Wmo is met € 3,6 miljoen naar boven bijgesteld, inclusief een taakstelling van € 220.000. De raming Jeugd is met € 272.000 naar boven bijgesteld, inclusief een taakstelling van € 1,6 miljoen, waarvoor budgetplafonds zijn vastgesteld. Voor de Bestuursrapportage 2020 is een nieuwe prognose voor de uitgaven 2020 gemaakt.

Op dat moment werd duidelijk dat er vrijwel geen sprake was van vraaguitval en uitgestelde zorg. Die ontwikkeling had een forse impact op de verwachte uitgaven in 2020. In de Bestuursrapportage 2020 zijn de budgetten Wmo en Jeugd flink naar boven bijgesteld.

Jaarverslag en Jaarrekening 2020

19

Bij de Wmo was voornamelijk sprake van groei bij de voorzieningen Huishoudelijke Ondersteuning, individuele begeleiding en de woonvoorzieningen. In totaal is de begroting met € 3,3 miljoen bijgesteld. Bij Jeugd was is ook geen sprake van een dip in het zorggebruik. Daarnaast is in september, mede op advies van de Jeugdautoriteit, besloten om, onder voorwaarden, lokale steun aan Kenter Jeugdhulp te verlenen. Eind 2020 is Kenter Jeugdhulp gestart met het terugbetalen van de openstaande voorschotten, waarmee invulling is gegeven aan de belangrijkste voorwaarde voor de lokale steun. De lokale steun betekende een eenmalig nadeel in 2020. Tegelijkertijd is gerelateerd aan de steun aan Kenter, een deel van het ambulante aanbod opnieuw aanbesteed. De meerkosten hiervan zijn in de Bestuursrapportage 2020 op € 1,6 miljoen geraamd. Tot slot zijn de opbrengsten van de maatregelen in 2020 met € 675.000 naar beneden bijgesteld op basis van betere inzichten en keuzes die zo min mogelijk schadelijke en kostenverhogende effecten hebben op de middellange- en lange termijn. In totaal een bijstelling met € 2,4 miljoen. Uit de jaarrekening komt het volgende financiële beeld naar voren. Voor de Wmo is er, ten opzichte van de bijgestelde begroting (€ 6,9 miljoen), een voordeel van bijna € 2 miljoen.

Op alle producten Wmo is sprake van onderbesteding (wel ten opzichte van de flink bijgestelde begroting). De tweede golf en lockdown hebben daar onmiskenbaar een belangrijk aandeel in. Ook vallen de lasten voor de omzetgaranties in de periode maart-juni mee, juist omdat veel zorg in die periode is doorgeleverd. En tenslotte lijkt er in de laatste maanden van 2020 sprake te zijn van een lichte afvlakking van de instroom, dat zou ook verband kunnen houden met de coronamaatregelen in dezelfde periode. De uitgaven Jeugd zijn vrijwel binnen de bijstelde begroting gebleven. Per saldo is er een voordeel van € 50.000. Het instellen van de budgetplafonds heeft effect gehad op de financiële uitkomst 2020. Na de bijstellingen in de Bestuursrapportage 2020 was de verwachting € 600.000 te besparen. Door het instellen van de plafonds is in directe zin ongeveer € 350.000 bespaard. De plafonds hadden ook indirecte effecten: de uitgaven voor de producten die medio 2020 opnieuw zijn aanbesteed zijn lager dan begroot en is er ook minder uitgegeven aan de lightcontracten. Tussen de aanbieders zijn overigens behoorlijke verschillen in het behalen van de plafonds. Een aantal aanbieders zat al snel aan het plafond. Dit waren met name aanbieders die ten opzichte van 2019 (de peildatum voor het plafond) in het eerste en tweede kwartaal 2020 al een flinke groei hadden.

Andere aanbieders zijn ruim binnen de plafonds gebleven. Daar waar overschrijding dreigde zijn gesprekken met de aanbieder gevoerd en waar nodig is toegestaan dat het plafond werd overschreden, met name om zorgcontinuïteit voor cliënten te garanderen. Na een half jaar kan geconstateerd worden dat er naast de inhoudelijke beoordeling (is er zorg nodig?) meer aandacht voor de financiële beoordeling (is er financiële ruimte?) is gekomen bij de belangrijke verwijzers en aanbieders. Die aanpassing in de werkwijze heeft wel de nodige inzet van alle partijen gevraagd. Datzelfde geldt ook voor alle inspanningen om de uitgaven per aanbieder ten opzichte van het plafond te volgen en hierover in gesprek te gaan. Deze inzichten worden gebruikt om in 2021 meer scherpte in het toepassen van de plafonds aan te brengen. De uitgaven binnen het domein Opvang, wonen en herstel zijn nagenoeg binnen de begroting gebleven. De begroting Beschermd wonen is in 2020 naar beneden bijgesteld, de voordelen zijn conform afspraken aan de reserve Opvang, wonen en herstel gedoteerd. Uit die reserve zijn middelen onttrokken om het tekort op de Maatschappelijke opvang te dekken. Door alle aanvullende rijksmiddelen voor coronacrisis opvang daklozen zijn de uitgaven uiteindelijk binnen de begroting

Jaarverslag en Jaarrekening 2020

20

gebleven. Per saldo is er in 2020 sprake van een toename van de reserve Opvang, wonen en herstel. De stand ultimo 2020 bedraagt € 13,2 miljoen. Voldoende buffer die ook het mogelijk maakt om de voorgenomen onttrekking van € 3,0 miljoen, zoals opgenomen in de Begroting 2021 te effectueren. Een voorstel hiervoor zal onderdeel zijn van de Kadernota 2022/Voortgangsrapportage 2021. Het saldo op de BUIG is € 1,7 miljoen voordelig. In de Decemberrapportage 2020 werd een voordeel van € 1,1 miljoen verwacht. Het grotere voordeel wordt vrijwel volledig veroorzaakt door een lagere instroom in de BUIG. De Tozo regeling als 'voorliggende voorziening' is daarop van grote invloed (geweest). De GR Paswerk heeft met alle (landelijke) steunmaatregelen de nadelen in 2020 beperkt kunnen houden. Binnen de bestaande afspraken zal de GR Paswerk het financiële tekort zelf dekken, een aanvullende gemeentelijke bijdrage is dus niet nodig. Eind december 2020 heeft de Belastingdienst een uitspraak gedaan over de BTW op inkoop van re-integratie. De gemeente is niet BTW-plichtig, de teveel betaalde BTW is ook terugbetaald, een incidentele meevaller van € 0,9 miljoen. Analyse incidentele en structurele baten en lasten Het overzicht van incidentele lasten en baten wordt opgesteld om te kunnen bepalen of er een structureel evenwicht is.

Als structurele lasten gedekt zijn door structurele baten, is sprake van structureel evenwicht. Hiervoor is het van belang dat eenduidig en duidelijk uit de jaarrekening blijkt welke baten en lasten structureel van aard zijn en welke incidenteel. Het structureel exploitatiesaldo wordt bepaald door het exploitatiesaldo te zuiveren van incidentele baten en lasten. Het overzicht van de incidentele baten en lasten en van de structurele toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves zijn hierbij belangrijke documenten. Op verzoek van zowel de provincie Noord-Holland als toezichthouder als de rekenkamercommissie is een overzicht opgesteld waarin in één oogopslag de structurele lasten en baten per programma en per jaar zijn af te lezen. De basis wordt gevormd door de totale lasten en baten per programma. Vervolgens worden de incidentele lasten en baten, waaronder toevoegingen en onttrekkingen aan reserves, hierop in mindering gebracht, waardoor de structurele lasten en baten resteren. De incidentele baten en lasten worden volgens een deugdelijk en consequente gedragslijn bepaald met in acht name van de voorschriften voor een aantal specifieke posten en voorbeelden vanuit het BBV. Daarnaast vindt de bepaling plaats op basis van cijferbeoordelingen, analyses op de verschillen ten opzichte van begroting en voorgaande jaren en begrotingswijzigingen.

De incidentele lasten en baten worden afzonderlijk per programma vermeld, hierbij is een materialiteitsgrens gehanteerd van € 250.000. Conclusie: uit het overzicht Incidentele baten en lasten in hoofdstuk 4.4 blijkt dat in 2020 de structurele baten hoger zijn dan de structurele lasten (een minteken in het overzicht betekent meer baten dan lasten). Voor 2020 zijn de gerealiseerde structurele baten € 7,4 miljoen hoger dan de gerealiseerde lasten. Er is dus sprake van structureel evenwicht in 2020.

Bestemming rekening resultaat Het rekeningresultaat 2020 bedraagt € 6 miljoen positief.

Jaarverslag en Jaarrekening 2020

21

Bestemmingsvoorstel Jaarrekening 2020 Resultaat

-5.911 v

Wet Educatie en Beroepsonderwijs, Laaggeletterdheid

78 n

Leerwerktrajecten Perspectief

153 n

Transformatieplan Jeugd Zuid-Kennemerland € 203.000

203 n

Regionale aanpak arbeidsmarkt en Haarlems addendum doe-agenda arbeidsmarkt

198 n

Regio Aanpak Huiselijk Geweld

199 n

Maatschappelijke en Sociale Participatie

108 n

Programma Transformatie Sociaal Domein

90 n

Duurzaamheidsprogramma

172 n

Budgetoverheveling SOR

237 n

Overheveling fietsgelden

124 n

Budgetoverheveling Omgevingswet

150 n

Dorpshuis Spaarndam

70 n

RI&E-budget

73 n

Informatieveiligheid en privacy

100 n

Extra Middelen Regionale aanpak arbeidsmarkt Zuid-Kennemerland en IJmond 2020-2022 en het Haarlems addendum doe-agenda arbeidsmarkt

920 n

Uitvoer regionale aanpak arbeidsmarkt Zuid-Kennemerland en IJmond 2020-2022

404 n 3.279 n

Resterend saldo

-2.632 v

Bestemming rekeningresultaat: 1. Wet Educatie en Beroepsonderwijs, Laaggeletterdheid € 78.000 De gemeente Haarlem coördineert voor de regio taken en activiteiten voor de Wet Educatie en beroepsonderwijs (WEB). Voor de uitvoering van deze taken wordt gewerkt met een regulier WEBbudget. Naast dit reguliere budget is medio 2020 eenmalig extra budget van € 129.000 beschikbaar gesteld door het Rijk, voor het onderdeel laaggeletterdheid. Een deel van het budget is benut maar er resteert nog € 78.000. Om de regionale taken in 2021 voort te kunnen zetten, wordt daarom voorgesteld het restant budget van € 78.000 over te hevelen naar 2021. 2. Leerwerktrajecten Perspectief € 153.000 Het voorstel om het resterende budget op Perspectief van € 153.000 in totaal naar 2021 door te schuiven is gebaseerd op het volgende: voor 2021 - 2027 wordt zo spoedig mogelijk door de contactgemeente (i.s.m. Perspectief) in 2021 een ESF-subsidie aanvraag ingediend voor de aanvullende financiering leerwerktrajecten Perspectief. Aangezien vooraf niet zeker is of het gevraagde bedrag (van € 300.000) aan ESF geheel wordt toegekend en het Leerplein vooraf deels moet financieren aan Perspectief, loopt het Leerplein een risico in 2021. Bovendien zijn de liquide middelen niet vooraf beschikbaar bij het Leerplein, terwijl Perspectief wel over dit budget voor de uitvoering moet kunnen beschikken.

Achteraf kan blijken dat ESF volledig wordt toegekend, ofwel dat de regiogemeenten volgens afspraak het hogere bedrag per traject moeten betalen, indien ESF niet of niet geheel wordt toegekend. Deze overheveling dient daarom ter dekking van dit risico. Jaarverslag en Jaarrekening 2020

22

3. Transformatieplan Jeugd Zuid-Kennemerland € 203.000 Het budget voor het Transformatieplan Jeugd Zuid-Kennemerland (TPJ) is € 471.000 per jaar voor de periode 2019-2021. De gemeente Haarlem regisseert en coördineert de regionale activiteiten voor de deelnemende gemeenten. Na regionale en interne verrekeningen is een bedrag van € 203.000 niet besteed. De activiteiten die reeds in 2020 zijn gestart lopen door in 2021 en zijn middelen nodig voor de ondersteuning verwerving, de Ontwikkeling Regionaal Expertteam (RET), complexe scheidingen, toekomstplan en pleegzorg, een huis voor Noordje, impuls voor de afbouw jeugdzorg en wensen ten behoeve van de kostenbeheersmaatregelen jeugdzorg. Het voorstel is om het in 2020 niet bestede bedrag van € 203.000 over te hevelen naar 2021. 4. Incidentele middelen Regionale aanpak arbeidsmarkt Zuid-Kennemerland en IJmond 2020-2022 en het Haarlems addendum doe-agenda arbeidsmarkt € 198.000 Bij de decemberrapportage is er incidenteel € 215.000 beschikbaar gesteld voor 2020 ter dekking van acties uit het sociaal plan. Het in 2020 incidenteel beschikbare budget is niet volledig uitgegeven maar is in lijn met het sociaal plan wel volgend jaar nog nodig. Eind 2020 is gestart met het actief benaderen van kleine ondernemers en hen indien gewenst te helpen bij herscholing, omscholing of re-integratie naar regulier werk.

Een flink deel van de inzet en facturatie volgt echter nog in 2021 en zal grotendeels dan gefactureerd worden. Kortom, de prestaties vindt grotendeels volgend jaar plaats. Voorstel om resterend bedrag van € 198.000 te bestemmen voor 2021. 5. Regio Aanpak Huiselijk Geweld € 199.000 In de Decembercirculaire 2020 is € 199.000 aan extra middelen voor vrouwenopvang 2020 binnengekomen. Deze middelen waren te laat beschikbaar om nog in 2020 te besteden, maar zullen in 2021 aangewend worden voor Het Centrum seksueel Geweld Noord-Holland (CSG) dat te kampen heeft met een flink aantal stijgende meldingen en adviezen en aan (de actie- agenda) Schadelijke Praktijken om schadelijke praktijken (als eer-gerelateerd geweld, gedwongen huwelijken en vrouwelijke genitale verminking) in de regio eerder en beter in beeld te krijgen en (duurzaam) op te lossen. Deze doelen passen binnen de bestedingsrichtlijnen van de extra middelen en daarom wordt er een resultaatbestemming voor deze middelen aangevraagd. 6. Maatschappelijke en Sociale Participatie € 107.500 Het Rijk heeft in 2020 financiële middelen ter beschikking gesteld aan de gemeente Haarlem voor het project Koplopergemeente Cliëntondersteuning. Het totale bedrag van € 161.500 is door Haarlem als subsidie verstrekt aan de maatschappelijke organisatie MEE-de Wering voor de uitvoering van dit project.

Het project heeft inmiddels een planning met activiteiten tot en met eind 2021. Van het totale bedrag van € 161.500 is € 107.500 nodig voor 2021 en daarom wordt hier een resultaatbestemming voor aangevraagd. 7. Programma Transformatie Sociaal Domein € 89.500 Een deel van geplande personele inzet voor het Programma Transformatie Sociaal Domein is door de uitbraak van coronacrisis tijdelijk ingezet op andere projecten zoals het Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers ('TOZO') project. Hierdoor hebben niet alle projecten voor het Programma Transformatie Sociaal Domein volgens planning plaats kunnen vinden en zijn de kosten incidenteel lager uitgevallen. Voor zowel Jeugd als Wmo is in 2020 het inkooptraject gestart gericht op contractering in 2022. Het betreft hier een omvangrijk en complex inkoopproces, voor jeugd is deze bovendien regionaal wat veel ambtelijke en bestuurlijke afstemming vraagt. De voorbereidingen voor deze inkoop lopen door in 2021 en brengen kosten met zich mee die niet zijn voorzien. Voor het resterende saldo 2020 van € 89.500 wordt daarom resultaatbestemming aangevraagd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12290918/1