CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

2 Bijlage 1 Financiële verkenning warmteprogramma Haarlem 2027-2030

commissie Beheer 13 mei 2026, gemeente HaarlemBij agendapunt: Informatienota financiën warmteprogramma10.564 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Effecten na 2030 Hoewel deze informatienota focust op de periode tot en met 2030, geldt dat een start in een buurt doorloopt na 2030. Afrondende werkzaamheden, nazorg, monitoring en aanvullende aansluitroutes vragen blijvende inzet van capaciteit. Ook kunnen financiële verplichtingen (zoals subsidies of risicoafdekkingen) zich pas na 2030 materialiseren. Dit betekent dat keuzes in de periode 2027–2030 financiële en organisatorische consequenties hebben die doorwerken in de volgende bestuursperiode.

9. Vervolg Deze financiële verkenning biedt een eerste financieel beeld en dient als basis voor verdere uitwerking in de nieuwe bestuursperiode. De bedragen uit de onderstaande tabel kunnen worden meegenomen in de coalitieonderhandelingen. Saldo ter overweging mee te nemen in de coalitieonderhandelingen: Scenario 1; minimale inzet gemeente Scenario 2; midden variant inzet gemeente (beïnvloedt snelheid) Scenario 3; maximale inzet gemeente (beïnvloedt betaalbaarheid)

11.214

11.214

13.264

13.264

27.764

27.764

Tabel 9: saldo ter overweging mee te nemen in de coalitieonderhandelingen

Een belangrijk vervolg is ook de continue zoektocht naar (co)financiering. Een onderdeel hiervan is dat Haarlem zal blijven inzetten op lobby richting het Rijk. Haarlem werkt als een van de koplopers nauw samen met andere gemeenten hierin.

Zo heeft het College op 14 januari 2025 al het zgn. Warmtebod ondertekend waarin zo’n 50 gemeenten aan het Rijk aanbieden om de komende jaren meer dan 600.000 woningen aan te sluiten om warmtenetten mits het Rijk zorgt voor nu nog ontbrekende gunstige randvoorwaarden. Ook met het stedennetwerk G40 van middelgrote gemeenten wordt nauw samengewerkt om de benodigde wetgeving van advies te voorzien, conceptversies van Algemene maatregelen van bestuur aan te scherpen met praktijkervaringen en bij het Rijk te lobbyen voor structurele ondersteuning van collectieve warmte.

Bijlage 1: overzicht buurten en timing financiën De kosten rondom de warmtetransitie ontstaan op verschillende momenten in het proces. In de vroege fase van planvorming zijn vooral gemeentelijke organisatiekosten aan de orde, omdat capaciteit nodig is om analyses te maken, bewoners te betrekken en Wijkwarmteplannen op te stellen. De grotere financiële verplichtingen – zoals investeringsbijdragen, agiostortingen en risicoafdekkingen – worden pas actueel zodra een project richting een definitief investeringsbesluit (FID) gaat. Subsidies en overige uitvoering gebonden financiering worden juist pas relevant in de fase waarin daadwerkelijk woningen worden aangesloten. Door deze spreiding in tijd schuiven de verschillende kostencategorieën mee met de voortgang van de buurten, en ontstaat een meerjarige financieringsbehoefte die meeloopt met de fasering van planvorming, besluitvorming en uitvoering.

Figuur 1: overzicht timing kosten Buurten en benodigde capaciteit Voor alle buurten geldt dat de gemeentelijke inzet voor het opstellen van Wijkwarmteplannen vroeg in het proces nodig is. Deze organisatiekosten worden gemaakt in de fase van planvorming, wanneer nog geen projectbesluit is genomen maar wel capaciteit nodig is om bewoners te betrekken, analyses uit te voeren en keuzes voor te bereiden. Daarnaast is ook in de uitvoeringsfase gemeentelijke capaciteit nodig, onder andere voor vergunningverlening, projectbegeleiding, communicatie en het monitoren van de aansluiting van bewoners. De organisatiekosten lopen dus door van planvorming tot en met uitvoering. Onderstaande tabel is afkomstig uit het vastgestelde Warmteprogramma en geeft een beeld van wanneer in welke buurt gestart zal worden met het opstellen van een Wijk warmteplan (WWP).

Buurt

Toegedachte voorziening

Wanneer starten met WWP

Archimedesbuurt & Erasmusbuurt (Meerwijk)

Midden-temperatuur warmtenet

0–3 jaar

Geleerdenbuurt, Geneesherenbuurt, Professorenbuurt (Boerhaavewijk)

Midden-temperatuur warmtenet

0–3 jaar

Rozenprieel Noord & Zuid

Midden-temperatuur warmtenet

0–3 jaar

Ramplaankwartier

Individuele of kleinschalige collectieve warmtevoorzieningen

0–3 jaar

Waarderpolder

Midden-temperatuur warmtenet

0–3 jaar

Zuiderpolder Noord & Zuid

Midden-temperatuur warmtenet

0–3 jaar

Delen van Molenwijk (Ellertsveld, HondsbosDever, De Burgen, Saeftinge-Nemelaar, Waddenbuurt)

Midden-temperatuur warmtenet (m.u.v. delen na 1995)

0–3 jaar

De Krim (Te Zaanenkwartier)

Individuele of kleinschalige collectieve warmtevoorzieningen

0–3 jaar

Schoterveenpolder (Ter Kleefkwartier)

Individuele of kleinschalige collectieve warmtevoorzieningen

0–3 jaar

Kweektuinbuurt (Ter Kleefkwartier)

Individuele of kleinschalige collectieve warmtevoorzieningen

0–3 jaar

Bloemenbuurt (Duinwijk)

Individuele of kleinschalige collectieve warmtevoorzieningen

0–3 jaar

Veldzigt (Duinwijk)

Individuele of kleinschalige collectieve warmtevoorzieningen

0–3 jaar

Nelson Mandelabuurt & De Goede Hoop (Transvaalwijk)

Midden-temperatuur warmtenet

3–5 jaar

Nieuw-Guineabuurt (Indische wijk)

Midden-temperatuur warmtenet (m.u.v. delen na 1995)

3–5 jaar

Koninginnebuurt

Midden-temperatuur warmtenet

3–5 jaar

Zeeheldenbuurt (Houtvaartkwartier)

Individuele of kleinschalige collectieve warmtevoorzieningen

3–5 jaar

Natuurkundigenbuurt-West (Houtvaartkwartier)

Individuele of kleinschalige collectieve warmtevoorzieningen

3–5 jaar

Oosterduin (Houtvaartkwartier)

Individuele of kleinschalige collectieve warmtevoorzieningen

3–5 jaar

Burgemeesterskwartier (Te Zaanenkwartier)

Individuele of kleinschalige collectieve warmtevoorzieningen

3–5 jaar

Tabel 1: Buurten waar de gemeente de komende 5 jaar gaat starten met het maken van Wijkwarmteplannen

Van planvorming naar FID Na de fase van planvorming volgt het moment waarop een definitief besluit wordt genomen om daadwerkelijk te investeren in een warmtenet: het Final Investment Decision (FID). Pas op dit punt worden de grote financiële verplichtingen relevant, zoals investeringen, agiostorting en eventuele risicoafdekkingen. De timing hiervan verschilt dus wezenlijk van de planvormingsfase, waarin vooral gemeentelijke capaciteit en voorbereidingskosten nodig zijn. Op basis van de huidige programmering verwachten we dat in de komende jaren in drie buurten tot een FID kan worden gekomen, goed voor in totaal circa 5.000 woningequivalenten (WEQ). Daarmee zijn dit de eerste gebieden waar de warmtetransitie ook financieel de stap naar uitvoering vraagt. Buurt Zuiderpolder noord en zuid Rozenprieel noord en zuid Geleerdenbuurt Totaal

Aantal WEQ 1499 2184 1309

Wanneer FID verwacht 2030 2030 2029

4992

Tabel 2: Buurten waar tot FID wordt gekomen voor een MT-warmtenet

Bijlage 2: begrippenlijst ACM (Autoriteit Consument & Markt): de nationale toezichthouder die o.a. maximale warmtetarieven vaststelt voor warmtenetten. ACM‑max‑tarieven: de maximale tarieven voor warmtelevering die door de ACM jaarlijks worden vastgesteld. In de informatienota wordt gerekend met deze maximale waarden omdat het toekomstige lokale tarievenstelsel nog in ontwikkeling is. Aandeelhoudersrol (gemeente): de rol waarin de gemeente als 50% eigenaar van WBHa kapitaal inbrengt, mede risicodrager is en investeringsbeslissingen beoordeelt. Aansluitpercentage: het aandeel woningen dat daadwerkelijk wordt aangesloten op een warmtenet. Een hoog aansluitpercentage is essentieel voor een sluitende businesscase. Aanwijsbevoegdheid (onder de WGIW): de bevoegdheid van gemeenten om een gebied formeel aan te wijzen voor een duurzame warmteoplossing en de afbouw en uiteindelijk afsluiting van gas. De inzet van de aanwijsbevoegdheid doet naar verwachting de aansluitpercentages stijgen. Agiostorting: een storting van eigen vermogen in het warmtebedrijf door de aandeelhouders, zonder dat nieuwe aandelen worden uitgegeven — bedoeld voor financiering van investeringen. BAK (Bijdrage Aansluit Kosten): eenmalige bijdrage van de gebouweigenaar voor de aansluiting op een warmtenet.

Beleidsrol (gemeente): de gemeentelijke rol waarin ambities worden vastgesteld en randvoorwaarden worden gecreëerd, inclusief planvorming, participatie, communicatie en beleidsinstrumenten voor betaalbaarheid. Bestaande bouw: gebouwen die niet nieuw zijn ontwikkeld en daardoor vaker aangewezen zijn op middentemperatuur‑warmtenetten (MT) of individuele oplossingen. Infraprojecten in bestaande bouw zijn vaak financieel uitdagender. CAPEX: investeringskosten voor infrastructuur, bronnen en aansluitingen van het warmtenet. CDOKE-middelen: Rijksmiddelen om gemeentelijke capaciteit voor klimaat- en energiebeleid te financieren. Bestaan uit basisfinanciering en planfinanciering. Collectieve buurten: buurten waar wordt ingezet op een warmtenet DEVEX: voorbereidings- en ontwikkelkosten vóór de daadwerkelijke aanleg van een warmtenet (ontwerp, studies, haalbaarheid). Final Investment Decision (FID): het formele besluit van het warmtebedrijf om te investeren in een warmtenetproject, op basis van een sluitende technische en financiële businesscase. Individuele buurten: buurten waar individuele of kleinschalig collectieve oplossingen worden voorzien, zoals warmtepompen of een kleinschalig (ZLT) net. ISDE‑subsidie: Rijkssubsidie voor particuliere woningeigenaren voor o.a. warmtepompen, isolatiemaatregelen en aansluiting op een warmtenet (onderdeel van de € 3.800 per WEQ in de nota).

MT‑warmtenet (Midden‑Temperatuur): warmtenet met een aanvoertemperatuur van 70 graden, geschikt voor bestaande bouw. Vergt soms isolatie en inpandige aanpassingen bij gebouwen. Onrendabele top: het verschil tussen de kostprijs van het warmtenet en de inkomsten uit tarieven, BAK, etc. Deze moet gedicht worden door subsidies of financiële instrumenten. SAH‑subsidie: Rijksregeling die verhuurders (woningcorporatie, particuliere verhuurders, gemengde VvEs) ondersteunt bij het aardgasvrij maken van bestaande huurwoningen door aansluiting op een warmtenet. De subsidie vergoedt zowel aansluitkosten op het warmtenet als inpandige kosten die nodig zijn om woningen aardgasvrij te maken. In de nota verondersteld als onderdeel van de € 3.800 subsidie per WEQ (maximaal aan te vragen bedrag). Volloop: het percentage woningen dat aansluit op het warmtenet. Vollooprisico: het risico dat minder mensen aansluiten dan nodig voor een sluitende businesscase (bijv. minder dan 70%). Vollooprisicodekking: het financiële instrument waarbij de gemeente het risico afdekt tussen bijvoorbeeld 55% en 70% aansluitingen, waardoor het warmtebedrijf kan rekenen met een hoger aansluitpercentage. WBHa (Warmtebedrijf Haarlem): het gemeentelijke warmtebedrijf dat warmtenetten ontwikkelt, aanlegt en exploiteert. De gemeente Haarlem is 50% aandeelhouder.

WCW (Wet Collectieve Warmte — nieuwe warmtewetgeving): de op handen zijnde landelijke wetgeving die het nieuwe warmtemarktsysteem gaat bepalen — inclusief tarieven, toewijzing van warmtebedrijven en voorwaarden voor aansluitingen. De verwachting is dat deze wet op 1 januari 2027 volledig in werking treedt. WEQ (Woningequivalent): een rekenkundige eenheid die wordt gebruikt om aansluitingen te standaardiseren en investeringskosten uit te drukken (bijv. 5.000 WEQ voor FID‑gebieden). WGIW (Wet Gemeentelijke Instrumenten Warmtetransitie): nieuwe wetgeving die gemeenteninstrumenten geeft om de warmtetransitie te sturen, waaronder de aanwijsbevoegdheid, voorwaarden voor betaalbaarheid en gebiedsgerichte planning. De verwachting is dat deze wet op 1 januari 2027 volledig in werking treedt. Wijkwarmteplan (WWP): het plan per wijk waarin staat welke warmteoplossing wordt toegepast en hoe deze wordt gerealiseerd, inclusief participatie en financiële doorwerking. Een WWP bevat de verplichte informatie die nodig is om de aanwijsbevoegdheid in te zetten (WGIW).

Dit is een interne uitgave van gemeente Haarlem en gemeente Zandvoort, 30 maart 2026 Tekst: Malou van Kempen Fotografie: Aerovista Luchtfotografie

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16871813/1