2 Bijlage 1 Een Vaardige Basis-Regionaal Beleid Lage Basisvaardigheden 2025-2028 ZKIJ
Tekst van het document
Een Vaardige Basis
Regionaal Programma Lage Basisvaardigheden Zuid-Kennemerland en IJmond 2025-2028
1
Voorwoord wethouder(s) ''Samen leren is samenwerken. Iedereen telt mee in de samenleving. Dus moeten we iedereen helpen de basisvaardigheden te verbeteren''. - Nevin Özütok, wethouder Beverwijk "Investeren in basisvaardigheden betekent investeren in mensen. Door samen te werken, versterken we niet alleen individuen, maar de hele regio." - A ya Gamri, wethouder Bloemendaal
''Ontwikkeling staat nooit s l. De een leert op school, de ander leert op straat. Dit plan laat goed zien hoe het leren en ontwikkelen van basisvaardigheden het leven van onze inwoners direct verbetert'' Bas van Leeuwen, wethouder Haarlem
''In mijn vorige func e heb ik veel gewerkt met mensen met lage basisvaardigheden. Deze doelgroep wil direct resultaat zien van wat ze leren. Prak sch leren is goed.'' - Piet Burgering, wethouder Heemskerk
''Het hebben van goede basisvaardigheden maakt niet alleen het leven makkelijker voor mensen, het zorgt ook voor meer onderling begrip.'' - Sam Meerhoff, wethouder Heemstede
''Het leven is al ingewikkeld genoeg en wordt moeilijker als je niet goed kunt lezen. We moeten daarom laaggele erdheid echt goed aanpakken. We willen immers dat iedereen in Velsen mee kan doen. De maatregelen die we daarvoor nemen, moeten wel doelma g en doeltreffend zijn.'' - Gideon Nijeman ng, wethouder Velsen
''Door te werken aan basisvaardigheden, werken Zandvoorters ook aan hun gezondheid, hun carrière en de toekomst van hun kinderen.'' - Lars Carree, wethouder Zandvoort
2
Samenva ng Dit is het programma voor de aanpak lage basisvaardigheden voor de regio Zuid-Kennemerland en IJmond. Het programma duurt 4 jaar. Startdatum: 1 januari 2025. Einddatum: 31 december 2028. In dit programma staan de doelen die regio Zuid-Kennemerland en IJmond over 4 jaar wil halen in de aanpak van lage basisvaardigheden bij volwassenen. En hoe gemeenten, Taalhuizen en de samenwerkingspartners deze doelen willen bereiken. De doelgroep van dit programma zijn mensen die: - 18 jaar of ouder zijn. - Inwoner zijn van één van de zeven gemeenten in de regio. - Niet inburgeringsplich g zijn. - Moeite hebben met taal, rekenen en/of digitale vaardigheden. Feiten en cijfers In de regio Zuid-Kennemerland en IJmond wonen ongeveer 381.000 mensen. Hiervan hebben 30.747 mensen moeite met lezen en schrijven. Dit is ongeveer 8% van de inwoners. Landelijk s jgt het percentage mensen die moeite hebben met lezen en schrijven. Deze s jging wordt ook voor de regio Zuid-Kennemerland en IJmond verwacht. Basisopzet De basisopzet van de uitvoering van dit regionale programma zijn de twee Taalhuizen: Taalhuis IJmond en Taalhuis Zuid-Kennemerland. In de Taalhuizen werken gemeenten, bibliotheken, taalscholen, welzijn en anderen samen. Hoofddoel binnen de basisopzet De regionale samenwerking, de gezamenlijke inkoop van het formele taalonderwijs en de twee Taalhuizen behouden en versterken.
Thema's De doelen van dit plan zijn verdeeld over 4 thema's: - Werk en Zelfredzaamheid (hoofdstuk 3) - Omgaan met geld (hoofdstuk 4) - Gezondheid (hoofdstuk 5) - Opvoeden en school (hoofdstuk 6) Elk thema hee een eigen hoofddoel en subdoelen. De hoofddoelen per thema zijn: - Vergroten van de zelfredzaamheid en kansen op de arbeidsmarkt van mensen door verbeterde basisvaardigheden. - Zorgen dat mensen met lage basisvaardigheden hun rekenvaardigheden en getalbegrip beter beheersen, zodat ze meer grip krijgen op hun financiën. - Vergroten van de gezondheidsvaardigheden van mensen door verbeterde basisvaardigheden. - Creëren van een taalrijke omgeving om kinderen heen, zodat ouders en kinderen elkaar beter begrijpen en taalachterstanden bij kinderen worden verkleind. Voorwaarden programma Het we elijke kader van dit programma is de Wet Educa e Beroepsonderwijs (WEB). Gemeente Haarlem ontvangt geld van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) om de doelen te bereiken. Het kabinet Schoof wil de subsidies aan gemeenten veranderen. De gemeenten
3
wachten op de plannen van het kabinet. Wanneer duidelijk is wat er verandert, maken de gemeenten nieuwe afspraken over de subsidie. Terugblik 2020-2024 en begrippenlijst Veel doelen uit het vorige programma zijn behaald. De doelen die niet behaald zijn, komen in dit plan terug. Ook staat er een begrippenlijst in dit document.
4
Inhoudsopgave Inhoudsopgave ........................................................................................................................................ 5 Inleiding ................................................................................................................................................... 7 Regionaal programma ......................................................................................................................... 7 Financiering ......................................................................................................................................... 9 Waarom regionaal programma? ......................................................................................................... 9 Doelen en hoofdthema’s (opbouw regionaal plan)........................................................................... 10 Hoofdstuk 1 Feiten en cijfers ................................................................................................................. 12 Wat zijn lage basisvaardigheden?...................................................................................................... 12 Taal.....................................................................................................................................................
12 Rekenen ............................................................................................................................................. 13 Omgaan met de computer ................................................................................................................ 13 Bereik mensen met lage basisvaardigheden ..................................................................................... 13 Communica e in de duidelijke taal ................................................................................................... 14 Hoofdstuk 2 Basisopzet (Taalhuizen) ..................................................................................................... 15 Inleiding ............................................................................................................................................. 15 Doelen ............................................................................................................................................... 15 Doelgroepen ...................................................................................................................................... 16 Regionale Samenwerking ..................................................................................................................
16 Beschikbare middelen ....................................................................................................................... 16 Externe posi onering ........................................................................................................................ 17 Monitoring en resultaatme ng ......................................................................................................... 17 Hoofdstuk 3 Werk en Zelfredzaamheid ................................................................................................. 19 Inleiding ............................................................................................................................................. 19 Doelen ............................................................................................................................................... 20 Doelgroepen ...................................................................................................................................... 21 Regionale Samenwerking .................................................................................................................. 21 Beschikbare middelen .......................................................................................................................
22 Hoofdstuk 4: Omgaan met geld ............................................................................................................. 23 Inleiding ............................................................................................................................................. 23 Doelen ............................................................................................................................................... 23 Doelgroepen ...................................................................................................................................... 24 Regionale Samenwerking .................................................................................................................. 24 Beschikbare middelen ....................................................................................................................... 25 Hoofdstuk 5: Gezondheid ...................................................................................................................... 26 Inleiding ............................................................................................................................................. 26 5
Doelen ............................................................................................................................................... 26 Doelgroepen ...................................................................................................................................... 27 Regionale Samenwerking .................................................................................................................. 27 Beschikbare middelen ....................................................................................................................... 28 Hoofdstuk 6: Opvoeden en school ........................................................................................................ 29 Inleiding ............................................................................................................................................. 29 Doelen ............................................................................................................................................... 30 Doelgroepen ...................................................................................................................................... 30 Regionale Samenwerking ..................................................................................................................
31 Beschikbare middelen ....................................................................................................................... 31 Hoofdstuk 7: Terugblik 2021-2024 ........................................................................................................ 32 Taalhuizen/samenwerking ................................................................................................................. 32 Het aanbod ........................................................................................................................................ 32 Aandacht voor lage basisvaardigheden ............................................................................................. 33 Maar niet alles is gelukt..................................................................................................................... 33 Woordenlijst .......................................................................................................................................... 34 Literatuurlijst ......................................................................................................................................... 36 Bijlage 1: Plan van Aanpak vernieuwen regionaal programma (april, 2024) ........................................
37 Bijlage 2: Grafische samenva ng regionaal WEB-congres 3 juli 2024.................................................. 39 Bijlage 3: Terugkoppeling data Landelijk Beeld Volwasseneneduca e verslagjaar 2023 ...................... 40
6
Inleiding Dit is het programma voor de aanpak lage basisvaardigheden voor de regio Zuid-Kennemerland en IJmond. Het programmaplan duurt 4 jaar. Startdatum: 1 januari 2025. Einddatum: 31 december 2028.
Regionaal programma In dit programma staan de doelen die regio Zuid-Kennemerland en IJmond over 4 jaar wil halen in de aanpak van lage basisvaardigheden bij volwassenen. En hoe gemeenten, Taalhuizen en de samenwerkingspartners deze doelen willen bereiken. De 7 gemeenten uit de regio Zuid-Kennemerland en IJmond zijn: - Beverwijk - Bloemendaal - Haarlem - Heemskerk - Heemstede - Velsen - Zandvoort Met basisvaardigheden bedoelen wij in dit programma: - Taal - Rekenen - Digitale vaardigheden Samenwerking Taalhuizen De gemeenten zorgen voor lesaanbod voor inwoners die moeite hebben met basisvaardigheden. In onze regio werken de gemeenten samen in het Taalhuis IJmond en het Taalhuis ZuidKennemerland. Type aanbod Het taalaanbod in de regio bestaat uit: - Formeel taalaanbod: - Diploma-gericht en gegeven door professionals - Regionaal ingekocht - Non-formeel en informeel aanbod: - Door professionals en vrijwilligers en leidt niet tot een diploma - Lokaal per gemeente gesubsidieerd Het regionaal ingekochte taalaanbod, de samenwerking in de Taalhuizen en de samenwerkingsafspraken met S ch ng Lezen en Schrijven zijn de basisopzet van onze regio. De doelgroep van dit programma zijn mensen die: - 18 jaar of ouder zijn. - Inwoner zijn van één van de zeven gemeenten in de regio. - Niet inburgeringsplich g zijn. - Moeite hebben met taal, rekenen en/of digitale vaardigheden.
Deze doelgroep staat in de Wet Educa e en Beroepsonderwijs (hierna de WEB). De WEB is de juridische en financiële basis van dit programma.
7
NT1/NT2 Dit programma maakt een onderscheid NT1’ers en NT2’ers. - NT1’er: Iemand met Nederlands als 1e taal. - NT2’er: Iemand met Nederlands als 2e taal. Dit is vooral handig om te weten voor de lessen. Mensen die al goed Nederlands spreken, maar niet goed kunnen lezen en schrijven hebben ander onderwijs nodig dan mensen die de taal nog moeten leren. Ook vraagt het bereiken van deze doelgroep een andere aanpak. Uit ervaring blijkt dat het moeilijk is om de NT1-doelgroep te bereiken (exper sepunt basisvaardigheden, 2021). Terwijl de verwach ng is dat dit de grootste groep mensen met lage basisvaardigheden in onze regio is. Daarom ze en de gemeenten de komende 4 jaar vooral in op het bereiken van NT1’ers. Hier is landelijk nog geen succesformule voor gevonden. Expats Dit programma is gericht op het helpen van mensen met lage basisvaardigheden. Alleen is niet al jd duidelijk wie dat zijn. Bijvoorbeeld de doelgroep expats. Wat is het verschil tussen een expat en een arbeidsmigrant? Is dit verschil belangrijk? En hoe zit het met de partners van deze ‘voor werk naar Nederland verhuisde’ mensen? Het maakt in dit programma niet uit waarom iemand naar Nederland is verhuisd. Het maakt wel uit hoe goed iemands basisvaardigheden zijn en hoelang iemand in Nederland blij . Mensen die zelf hun taallessen kunnen regelen, worden aangemoedigd dat zelfstandig te doen.
Licht verstandelijke beperkten (LVB) In Nederland hebben ongeveer 1,1 miljoen mensen een licht verstandelijke beperking (Exper sepunt LVB, 2025). Veel van deze mensen hebben ook moeite met basisvaardigheden. Mensen met een LVB leren anders dan mensen zonder een LVB. Daarom is het belangrijk om les te geven op een manier die past bij de LVB-doelgroep. Op dit moment is nog niet bekend welke lesmethode het beste werkt voor de LVB-doelgroep. Bij IJmond Werkt! geven twee docenten van het Taalhuis IJmond les aan onder andere LVB’ers. Dit is een proef. Kennis over deze doelgroep is belangrijk om deze groep te begeleiden. Veel docenten hebben deze kennis (nog) niet. Daarom kijken de twee docenten in de IJmond samen met de werkbegeleiders wat er nodig is om de kennis over LVB’ers te vergroten binnen beide taalhuizen. Selec e Het is niet de bedoeling dat de cursussen volstromen met mensen die hun basisvaardigheden wel beheersen, maar alleen geen Nederlands spreken. Daarom stellen medewerkers van de taalspreekuren de volgende vragen bij intakes: 1. 2. 3. 4. 5.
Kan de persoon goed lezen in zijn eigen taal? Kan de persoon het La jnse alfabet (abc)? Hoe goed kan de persoon leren? Zijn er andere, eigen, mogelijkheden om Nederlands te leren? Is deze persoon voor een langere jd in Nederland?
Is het antwoord ‘nee’ op één van de eerste vier vragen? Dan hee deze persoon waarschijnlijk lage basisvaardigheden. Vraag 5 helpt besluiten of het nut hee om iemand te helpen. Als iemand snel Nederland weer verlaat, hee het dan wel zin om de taal te leren? 8
Een intake is een gesprek op basis van vertrouwen. De vragen zijn een rich ng en geen harde regel om iemand uit te sluiten van taallessen. Engels is niet opgenomen als basisvaardigheid in de wet. Daarom kijken we niet naar hoe goed iemand Engels kan.
Financiering
Het geld om de lessen te betalen krijgt de contactgemeente (gemeente Haarlem) van de rijksoverheid. Er zijn strenge regels over hoe dit geld uitgegeven wordt. Deze regels staan in de WEB. Zo mag het geld alleen uitgegeven worden aan lessen taal, rekenen en/of digitale vaardigheden voor inwoners van 18 jaar en ouder, die niet inburgeringsplich g zijn en inwoner van deze regio zijn. Inwoners die wel inburgeringsplich g zijn, kunnen een inburgeringstraject volgen. Daarvoor is een ander budget. De WEB bestaat uit twee budge en. Een specifieke uitkering (SPUK) en een decentrale uitkering (DU). Hieronder staat een overzicht met de WEB-gelden van de afgelopen jaren. Jaar 2021 2022 2023 2024
SPUK €1.312.151,€1.252.588,€1.659.075,€1.645.683,-
DU €140.000,€150.000,€165.000,€181.000,-
Totaal €1.452.151,€1.402.588,€1.824.075,€1.826.683,-
Sinds 2024 zijn er veel landelijke ontwikkelingen over het Tel mee met Taal-programma en het budget van de WEB. Zowel het kabinet Ru e IV als het kabinet Schoof hebben plannen die voor grote veranderingen zorgen. Het is nog niet duidelijk welke kant het op gaat. Wel is duidelijk dat vanaf 2026 de DU wordt afgescha en dat de SPUK met 10% wordt verlaagd. Waarschijnlijk gaat de SPUK in 2028 over in een Bijzondere Fonds Uitkering (BFU). De rijksoverheid stuurt aan op het behouden van regionaal geld. Wanneer er veranderingen zijn, gaan de 7 gemeenten met elkaar in overleg. Jaar 2025 2026* 2027* 2028*
SPUK/BFU €1.956.525,€1.760.873,€1.760.873,€1.760.873,-
DU €120.000,-* -
Totaal €2.076.525,€1.760.873,€1.760.873,€1.760.873,-
*Verwach e budge en. Deze kunnen flink afwijken.
De rijksoverheid bepaalt de hoogte van het totaalbedrag aan de hand van het inwoneraantal en het percentage mensen met lage basisvaardigheden per gemeente. De bedragen van alle gemeenten worden bij elkaar opgeteld en overgemaakt aan de gemeente Haarlem als contactgemeente. De gemeente Haarlem betaalt daarmee het regionaal ingekochte formele taalonderwijs. Het bedrag dat overblij wordt ingezet als subsidie voor non-formele en informele trajecten in de hele regio. Wanneer het budget niet wordt uitgegeven, betaalt de contactgemeente het restant terug aan de rijksoverheid.
Waarom regionaal programma? Inwoners met lage basisvaardigheden komen moeilijk mee in de samenleving. De gemeenten willen deze mensen helpen met lessen, trajecten en programma’s op maat. Er zijn steeds meer inwoners in onze regio met lage basisvaardigheden. Dit komt door: - De komst van nieuwe Nederlanders die de taal niet beheersen. 9
-
De steeds grotere groep Nederlandse scholieren die het onderwijs verlaat met te lage basisvaardigheden.
Daarnaast was er al grote groep inwoners met lage basisvaardigheden die gemeenten moeilijk bereiken. In Nederland leven 2,5 miljoen mensen met lage basisvaardigheden. Dat is ongeveer 12% van de bevolking. Binnen onze regio verschilt het percentage inwoners met lage basisvaardigheden sterk. Gemiddeld hee 8% van de inwoners lage basisvaardigheden (Gele erdheid in zicht, 2024). Landelijk s jgt het percentage mensen die moeite hebben met lezen en schrijven. Deze s jging wordt ook voor de regio Zuid-Kennemerland en IJmond verwacht. Preven e De Taalhuizen houden zich niet direct bezig met het voorkomen van lage basisvaardigheden. Dat is de verantwoordelijkheid van ouders, onderwijs, onderwijskansenbeleid van de gemeenten, leerplein en de inburgering. Waar mogelijk helpen de Taalhuizen wel bij het voorkomen van lage basisvaardigheden, in samenwerking met de mensen die daarover gaan. Regionale samenwerking is heel belangrijk Door samenwerken kunnen de 7 gemeenten formeel taalonderwijs (onderwijs dat leidt tot een diploma) samen inkopen. Het samen inkopen van onderwijs zorgt ervoor dat: - Alle inwoners van de 7 gemeenten toegang krijgen tot hetzelfde onderwijs van goede kwaliteit - De kwaliteit van het onderwijs beter wordt. Door samenwerking kunnen gemeenten grotere en betere onderwijsaanbieders kiezen. - Gemeenten jd en geld besparen door samen in te kopen.
Samen inkopen vermindert de het werk per gemeente. Door samen te werken kunnen gemeenten betere voorwaarden en prijzen voor elkaar krijgen. Zonder de regionale samenwerking zou elke gemeente zelf verantwoordelijk zijn voor het opze en en onderhouden van al het lesaanbod en samenwerkingsverbanden. En hebben inwoners niet de keuze om aanbod in een andere gemeente te volgen. Door de regionale samenwerking werken ook de Taalhuizen beter samen.
Doelen en hoofdthema’s (opbouw regionaal plan) Het hoofddoel van dit programma is: Het bereiken en helpen van inwoners met lage basisvaardigheden om hun taal-, reken- en digitale vaardigheden te verbeteren. Dit is makkelijker gezegd dan gedaan: - Sommige mensen met lage basisvaardigheden schamen zich, waardoor zij niet laten zien of vertellen dat zij dit probleem hebben. - Sommige mensen merken niet aan zichzelf dat zij lage basisvaardigheden hebben. Door het slim inze en van andere vaardigheden verbergen ze het probleem. - Veel mensen met lage basisvaardigheden hebben slechte schoolervaringen. Dit zorgt voor minder vertrouwen in docenten, ouders, klasgenoten en lesmethoden. - Veel mensen met lage basisvaardigheden hebben moeite met verandering. - Sommige mensen vertrouwen de overheid minder. Dit komt bijvoorbeeld door de toeslagenaffaire. Of omdat zij uit landen komen waar vertrouwen in de overheid minder aanwezig is. (Feiten en cijfers laaggele erdheid, 2018)
10
Winnen van vertrouwen Om vertrouwen te winnen is een goede samenwerking tussen gemeenten, onderwijsinstellingen en Taalhuizen nodig. Alleen een aanpak van lage basisvaardigheden is niet genoeg. Ook op andere terreinen moet de overheid werken aan vertrouwen. De menselijke maat is hierbij belangrijk. Om vanuit basisvaardigheden te werken aan vertrouwen, zijn in principe alle cursussen gra s voor inwoners. Soms moeten zij een kleine bijdrage betalen, maar als dat niet lukt wordt een oplossing gezocht. Inwoners worden warm doorverwezen naar lessen die bij ze passen waarbij rekening wordt gehouden met hun zorgen en ervaringen. Soms is een klaslokaal niet de beste plek om les te krijgen. Een buurthuis kan bijvoorbeeld fijner voelen. Er wordt zoveel mogelijk gekeken naar wat iemand nodig hee en maatwerk geleverd. Ook is er veel verschillend aanbod. Inwoners moeten hun nieuwe geleerde vaardigheden meteen kunnen gebruiken Het aanbod moet prak sch zijn. En aansluiten bij wat mensen zelf belangrijk vinden om te leren. Op die manier kunnen zij direct meedoen in de maatschappij. Uit onderzoek blijkt dat inwoners met lage basisvaardigheden minder makkelijk werk vinden en vaker onder niveau werken. Daarnaast hebben zij een hogere kans op schulden en een slechte gezondheid.
Ook is de kans driemaal hoger dat een kind lage basisvaardigheden krijgt als het kind opgroeit in een gezin met lage basisvaardigheden (Ouders en laaggele erdheid, 2012). Dit programma gaat in op 5 thema's: - De basisopzet (hoofdstuk 2) - Werk en Zelfredzaamheid (hoofdstuk 3) - Omgaan met geld (hoofdstuk 4) - Gezondheid (hoofdstuk 5) - Opvoeden en school (hoofdstuk 6) Elk thema behandelt de doelen, doelgroepen, regionale samenwerking en beschikbare (aanvullende) middelen. De inhoud van deze hoofdstukken is in samenwerking met professionals in het werkveld gemaakt. De doelgroep is niet direct betrokken bij het opstellen van dit programma omdat er nog te weinig taalambassadeurs zijn opgeleid in deze regio. Het opleiden van taalambassadeurs is een doel voor de komende 4 jaar. Dit doel is verder uitgewerkt in hoofdstuk 2. Daarna gaat het plan in op: - Voorwaarden voor succesvol programma (hoofdstuk 7) - Terugblik afgelopen 4 jaar (hoofdstuk 8) - Begrippenlijst - Literatuurlijst
11
Hoofdstuk 1 Feiten en cijfers Wat zijn lage basisvaardigheden? Wanneer iemand lage basisvaardigheden hee , hee iemand moeite hee met lezen, schrijven, rekenen en/of werken met de computer. Er zijn 3 soorten lage basisvaardigheden: - Laaggele erdheid moeite met taal, lezen en schrijven - Laaggecijferdheid moeite met getallen, rekenen en klokkijken - Laag digitaal vaardig moeite met de computer en de smartphone
Taal Het percentage mensen die moeite hee met lezen en schrijven wordt elke 10 jaar interna onaal onderzocht in het ‘Programme for the Interna onal Assessment of Adult Competencies’ (PIAAC). Het laatste onderzoek is gedaan in 2023 en gepubliceerd in november 2024. Dit onderzoek gaat alleen in op landelijke cijfers. Het is nog onbekend wanneer de lokale cijfers bekend worden. Iemand is laaggele erd wanneer hij of zij taalniveau A2 of lager hee . Iemand met Nederlands als moedertaal is laaggele erd wanneer hij of zij taalniveau F2 of lager hee . Hieronder staat een schema hoe de taalniveaus zijn opgebouwd. Framework Laaggele erd/Laaggecijferd Europees A1 A2 referen ekader voor talen (NT2) Referen ekader taal Instroom 1F en rekenen volwasseneneduca e (NT1)
Gele erd/Gecijferd B1 B2
C1
2F
4F
3F
C2
In Nederland In de laatste 10 jaar is het percentage laaggele erden in Nederland gestegen van 12% naar 18%. Totaal: ongeveer 3 miljoen mensen. Percentage: Ongeveer 18% van de volwassenen (16-65 jaar) (S ch ng Lezen en Schrijven, 2024 en Gele erdheid in Zicht, 2019)
In Zuid-Kennemerland en IJmond 12
In deze regio wonen ongeveer 381.000 mensen. Hiervan hebben 30.747 mensen moeite met lezen en schrijven. Dit is ongeveer 8% van de inwoners. (Gele erdheid in Zicht, 2019). Gemeente Beverwijk Bloemendaal Haarlem Heemskerk Heemstede Velsen Zandvoort Regio Zuid-Kennemerland en IJmond
Aantal inwoners* 42.077 23.701 162.914 39.143 27.563 68.507 17.142 381.047
Aantal laaggele erden 3.366 948 14.662 3.131 1.103 6.851 686 30.747
Percentage 8% 4%** 9% 8% 4%** 10% 4%** 8%
*Peildatum 2019 (Gele erdheid in zicht, 2019) **De gemeenten Bloemendaal, Heemstede en Zandvoort worden samen gemeten. Daarom is het percentage voor deze gemeenten hetzelfde. De verwach ng is dat in Zandvoort het percentage laaggele erden hoger ligt en in Heemstede en Bloemendaal lager.
Rekenen Precieze cijfers over rekenvaardigheden per gemeente in de regio Zuid-Kennemerland en IJmond zijn niet beschikbaar. In Nederland hebben 1,3 miljoen mensen moeite met rekenen (Movisie, 2021).
Omgaan met de computer In juni 2023 publiceerde het CBS-cijfers over digitale vaardigheden (omgaan met de computer, internet en smartphone). Landelijk hee 53% van de Nederlanders (boven) gemiddelde digitale vaardigheden. 29% van de Nederlanders hee gemiddelde digitale vaardigheden en 18% van de Nederlanders hee geringe of geen digitale vaardigheden. Helaas zijn er geen precieze cijfers per gemeente binnen de regio Zuid-Kennemerland en IJmond. Deze regio ligt in de provincie Noord-Holland. In deze provincie is het aantal mensen met lage digitale vaardigheden toegenomen. In 2023 had 21% van de Noord-Hollanders moeite met omgaan met de computer, internet en smartphone. (CBS, 2023)
Bereik mensen met lage basisvaardigheden Ieder jaar vindt een monitoring plaats over het aantal deelnemers in de trajecten. Deze worden gedeeld met het Centraal Bureau voor de Sta s ek (CBS). De minst oude cijfers komen uit 2023. Om juist naar een cursus te worden verwezen kunnen inwoners langsgaan bij de spreekuren van de Taalhuizen. In 2023 zijn de (digi)taalspreekuren in de regio 1018 keer bezocht. In dat jaar hebben in totaal 1213 mensen uit de regio Zuid-Kennemerland en IJmond meegedaan aan een cursus taal, rekenen en/of digitale vaardigheden (zie bijlage 3). Dit ligt iets onder het landelijk gemiddelde. In Nederland worden van elke 100.000 inwoners 440 inwoners met lage basisvaardigheden bereikt. In de regio Zuid-Kennemerland en IJmond worden van elke 100.000 inwoners 380 inwoners met lage basisvaardigheden bereikt. Hierbij is het belangrijk om te weten dat het landelijk percentage laaggele erden 12% is en in de regio Zuid-Kennemerland en IJmond 8% (CBS, 2023).
13
Tabel aantal deelnemers per traject in 2023, gesplitst per gemeente Gemeente Beverwijk Bloemendaal Haarlem Heemskerk Heemstede Velsen Zandvoort Overig/verhuisd
Deelnemers traject 201 17 626 99 25 157 67 21
Communica e in de duidelijke taal In Nederland zijn er zes taalniveaus, van A1 (het laagste) tot C2 (het hoogste). De overheid schrij vaak op C1-niveau. Dat vinden veel mensen te moeilijk. Dit is een probleem, want iedereen moet informa e van de overheid goed kunnen begrijpen. B1 is het gemiddelde taalniveau. De meeste mensen begrijpen teksten op dit niveau. Niet alleen mensen met een lagere opleiding, maar ook hoger opgeleiden lezen liever B1-teksten. B1-teksten lezen sneller en makkelijker, vooral op een smartphone. Daarom is het belangrijk dat de overheid haar teksten op B1-niveau schrij . Waarom is B1 belangrijk? -
Overheidsinforma e moet voor iedereen duidelijk zijn. Mensen moeten belangrijke regels en we en kunnen begrijpen. Moeilijke taal kan zorgen voor verwarring en fouten.
14
Hoofdstuk 2 Basisopzet (Taalhuizen) Inleiding In de regio Zuid-Kennemerland en IJmond werken verschillende organisa es samen om mensen met lage basisvaardigheden te helpen. Dit zijn bijvoorbeeld de gemeenten, bibliotheek, welzijn, scholen en vrijwilligers. Zij vormen samen Taalhuis IJmond en Taalhuis Zuid-Kennemerland. De samenwerking bestaat al. De Taalhuizen zijn de basisopzet van de hulp aan mensen met lage basisvaardigheden. In dit hoofdstuk staat hoe de basisopzet beter kan. En hoe de basisopzet wordt uitgebreid.
Doelen Het hoofddoel binnen het thema basisopzet is: De regionale samenwerking, de gezamenlijke inkoop van het formele taalonderwijs en de twee Taalhuizen behouden en versterken. Subdoelen. Over 4 jaar: - Is het mogelijk voor inwoners van de 7 gemeenten om formeel taalonderwijs te volgen. Eind 2025 stopt het huidige contract met de formele taalaanbieder. Voor januari 2026 moet er een nieuw (regionaal) contract afgesloten worden. Dit kan leiden tot een aanbestedingsprocedure voor regionale inkoop. Of tot losse inkoop van formeel onderwijs per gemeente. -
Zijn beide Taalhuizen opnieuw gecer ficeerd. Eind 2027 loopt de cer ficering van beide Taalhuizen af. Om te laten zien dat de kwaliteit goed is, zorgen beide Taalhuizen ervoor dat ze vanaf 2028 weer gecer ficeerd zijn.
-
Zijn de welzijnsorganisa es uit àlle 7 gemeenten betrokken bij de Taalhuizen. Nog niet alle welzijnsorganisa es zijn ac ef binnen de Taalhuizen. Over 4 jaar is het doel dat ze dat wel zijn. En zijn ze een vast onderdeel van het lokale taal, reken en digitaal aanbod.
-
Zijn er meer doorverwijzingen naar cursussen basisvaardigheden ten opzichte van 2024. De weg naar hulp en ondersteuning is zo kort mogelijk. Het maakt niet uit bij welke Taalhuispartner een inwoner binnenkomt. Goede samenwerking tussen partners maakt het mogelijk dat een inwoner warm naar aanbod wordt doorverwezen en zorgt voor een gelijke behandeling van alle inwoners. Hiervoor is het belangrijk dat er duidelijke afspraken zijn over de klantroutes en de samenwerking. En dat er binnen het Taalhuis bekendheid is van elkaars aanbod.
-
Is er een (nieuw) werkend regionaal monitoringssysteem. Dit is de landelijke gegevensregistra e voor het CBS (Centraal Bureau voor de Sta s ek). En een impactmonitor voor het non-formeel en informeel taalaanbod.
-
Hebben Zuid-Kennemerland en IJmond ten minste één taalambassadeur. Geen van de beide Taalhuizen werkt nog samen met een lokale taalambassadeur. Een taalambassadeur kan als ervaringsdeskundige meekijken en meedenken met beleid en communica e van de twee Taalhuizen. Zij helpen de gemeenten ook met het maken van het nieuw beleid na 2028.
15
-
Is de doelgroep betrokken bij het bedenken en aan het werk gaan met (nieuw) aanbod. Niet alleen via taalambassadeurs, maar ook via inspraak, vragenlijsten en reac es van deelnemers aan de trajecten.
-
Werken de 7 gemeenten aan het duidelijker maken van hun communica e naar B1-taalniveau. Een leuke manier om hier aandacht voor te vragen is het organiseren van de Wedstrijd Duidelijke Taal.
Doelgroepen Mensen met lage basisvaardigheden die: - 18 jaar of ouder zijn - Wonen in een van de 7 gemeenten in onze regio - Niet inburgeringsplich g zijn Moeite hebben met taal, rekenen en/of digitale vaardigheden.
Regionale Samenwerking Bij de basisinfrastructuur zijn de volgende organisa es betrokken: - 7 gemeenten uit de regio Zuid-Kennemerland en IJmond - S ch ng Lezen en Schrijven - Formele taalaanbieder - Bibliotheken Zuid-Kennemerland, Velsen en IJmond-Noord - Welzijnsorganisa es in de regio. Deze par jen vormen de kern van Taalhuis IJmond en Taalhuis Zuid-Kennemerland. De coördinator leidt de overleggen en stuurt de Taalhuizen aan. Deze persoon is in dienst van de gemeente Haarlem en wordt betaald uit de regionale WEB-middelen. In het geval dat deze middelen lokaal worden, gaan de 7 gemeenten met elkaar in gesprek over een nieuwe manier van financieren. De Taalhuizen bestaan uit een stuurgroep en een uitvoerings- of pla ormoverleg. In deze overleggen zi en bovengenoemde par jen. Per thema andere partners worden betrokken.
Beschikbare middelen -
-
De gemeente Haarlem ontvangt als contactgemeente regionale WEB-middelen vanuit de rijksoverheid. Hiervan betaalt gemeente Haarlem het contract met de formele taalaanbieder en de taalhuiscoördinator. De rest is volgens de verdeelsleutel van de rijksoverheid voor de individuele gemeenten om zelf in te ze en voor WEB-trajecten. De andere gemeenten vragen dit bedrag aan bij gemeente Haarlem. Doen ze dit niet? Dan mag een andere gemeente aanspraak maken op (een deel) van dit bedrag. Blij er geld over? Dan kan maximaal 25% van het originele bedrag mee naar volgend jaar. Alles daarboven stort gemeente Haarlem terug aan de rijksoverheid. Par jen in het non- en informeel aanbod kunnen subsidie aanvragen bij de gemeente waar ze de trajecten uitvoeren. Om nieuwe projecten te starten of lopende trajecten voort te ze en zijn personele inzet, (les)materialen en (les)loca es nodig. Kosten hiervoor mogen opgenomen worden in de subsidieaanvragen.
In de inleiding staat beschreven hoe streng de regels van de WEB zijn. Om meer mensen en andere doelgroepen te bereiken worden WEB-middelen per thema aangevuld met andere budge en zoals:
16
externe subsidies, fondsen en budge en vanuit andere beleidsvelden. Zo is meer samenwerking mogelijk en sluiten trajecten beter aan bij de doelgroep. Zolang de gemeente Haarlem de WEB-middelen ontvangt, werken beleidsambtenaren van de 7 gemeenten samen aan een jaarlijkse begro ng. De gemeente Haarlem ontvangt in 2025 een decentrale uitkering om de randvoorwaarden van de trajecten te financieren. Bijvoorbeeld: coördina e Taalhuizen, vrijwilligerstrainingen, communica e van de Taalhuizen en de Wedstrijd Duidelijke Taal. Vanaf 2026 verandert de landelijke financiering. De decentrale middelen worden afgebouwd en de randvoorwaarden mogen vanaf 2026 vanuit de regionale WEB-middelen betaald worden.
Externe posi onering Het aanbod van de beide Taalhuizen is zichtbaar en toegankelijk voor inwoners. De Taalhuizen doen dit door: -
Taalspreekuren. Op loca e, per mail en per telefoon. Mensen kunnen binnenlopen voor advies over welk taaltraject past. Spreekuren moeten al jd dichtbij en makkelijk te bereiken zijn voor inwoners.
-
Digitaal Sterk-centra. Hier kunnen mensen vragen stellen over digitale basisvaardigheden. Ook deze centra moeten al jd dichtbij en makkelijk te bereiken zijn voor de inwoners.
-
Duidelijk communica eplan. Taalhuizen kijken hoe ze inwoners en doorverwijzers bereiken. Voorbeeld voor verwijzers: inze en van website en sociale media. Voorbeeld voor inwoners: inzet folders, posters, infographics en informa ebijeenkomsten. Ook sluiten de Taalhuizen aan bij landelijke campagnes: bijvoorbeeld de Week van Lezen en Schrijven en de Week van het Nederlands.
-
Scholings- en informa ebijeenkomsten voor doorverwijzers en trainingen voor vrijwilligers.
Monitoring en resultaatme ng De rijksoverheid verplicht regio's om mee te werken aan de landelijke monitoring gegevensregistra e van het Centraal Bureau van de Sta s ek (CBS). In dit systeem staan de cijfers over het geslacht, de lee ijd, de woonplaats, de moedertaal van cursisten en het type cursus (taal, rekenen, digitaal, combina e) wat de cursist volgt. Daarmee wordt een profiel gemaakt. De gegevens van alle regio's samen zorgen voor een landelijk beeld. De informa e over deelnemers laat niet zien hoe succesvol een traject is. Om te weten hoe de trajecten gaan, werken de gemeenten nu nog met kwartaalrapportages, jaarrapportages en subsidieverantwoordingen. Dit is veel werk en gee nog niet in één keer overzicht. Daarom is een nieuw monitoringsysteem nodig om te zien hoe goed de trajecten apart en samen zijn. Hiervoor kopen de gemeenten een nieuw monitoringsysteem in. In 2025 onderzoekt de gemeente Haarlem welk systeem het beste is om in te kopen en doet een voorstel aan de stuurgroepen van de Taalhuizen. Vanaf 2026 starten de Taalhuizen met het gebruik van het gekozen systeem. Dit systeem verzamelt gegevens voor het CBS en laat zien wat de trajecten maatschappelijk opleveren.
17
Doel van het systeem: -
Gegevens bijhouden: het verzamelen en doorsturen van informa e volgens de regels. Effect meten: Laten zien wat cursussen doen voor inwoners op basisvaardigheden en sociale zelfstandigheid. Tevredenheid meten: onderzoeken wat cursisten vinden van het aanbod. Samenwerking volgen: kijken wie meedoet, doorverwijst en of er partners missen
18
Hoofdstuk 3 Werk en Zelfredzaamheid Inleiding Meedoen in de maatschappij is belangrijk. Iedereen verdient dezelfde kans om mee te doen. Door het verbeteren van basisvaardigheden vergroot iemand zijn kans op werk. Ook verbetert iemand zijn zelfredzaamheid. Dat betekent dat hij makkelijk zelf formulieren invult, goed voor zijn gezondheid zorgt en hulp vraagt wanneer hij dat nodig hee . Een inwoner die zelfredzaam is, kan zelf de juiste weg kan vinden naar hulp en ondersteuning. Goede basisvaardigheden vergroten de kansen van mensen die werken. Het is makkelijker om: - Vacatures op internet te zoeken - Sollicita ebrieven te schrijven - Uitleg over veiligheid te lezen en te begrijpen - Digitale systemen op het werk te gebruiken De arbeidsmarkt verandert snel. Het krijgen en houden van basisvaardigheden zijn daarbij belangrijk. Er is meer werk dan er mensen zijn om het werk te doen. En er zijn veel mensen die binnen een paar jaar met pensioen gaan. Ook gaat alles vaker op de computer of smartphone. Daarom is het belangrijk dat mensen blijven leren, dat heet ‘een leven lang ontwikkelen'. Zo kunnen zij meegaan in alle veranderingen. Weinig personeel Er werken te weinig mensen in de zorg, het onderwijs, ICT en techniek. Dit zal niet snel veranderen. Mensen met lage basisvaardigheden werken vaak onder hun niveau. Als zij hun basisvaardigheden verbeteren, vinden ze sneller werk.
Dit helpt om de tekorten te verkleinen. Vooral in de zorg en het onderwijs is dit belangrijk, omdat dit werk veel betekent voor de samenleving. Daarom zijn er trajecten om basisvaardigheden te verbeteren, speciaal voor deze beroepen. Investeren in basisvaardigheden van inwoners levert veel op. Voor werkzoekenden, medewerkers, werkgevers en gemeenten. Werkgeversaanpak S ch ng Lezen en Schrijven hee onderzocht in welke beroepen de meeste mensen met lage basisvaardigheden werken. Aan de hand van deze 'top 10 risico-beroepen' worden werkgevers benaderd vanuit het Taalhuis om mee te doen aan een 'werkgeversaanpak' (S ch ng Lezen en Schrijven, 2019). Opvallend is dat deze beroepen met name voorkomen binnen 5 sectoren. De werkgeversaanpak richt zich daarom met name op de sectoren: - Schoonmaak - Bouw en industrie - Produc e - Landbouw - Horeca
19
Doelen Het hoofddoel binnen dit thema is: Het vergroten van de zelfredzaamheid en kansen op de arbeidsmarkt van mensen door verbeterde basisvaardigheden. Subdoelen. Over 4 jaar: - Is er in beide subregio’s ten minste één aanbieder van cursussen basisvaardigheden specifiek gericht op het vergroten van de zelfredzaamheid van inwoners. Dit kan bijvoorbeeld door het aanbieden van trajecten die passen bij de persoon en de vraag. Bijvoorbeeld door het aanbieden van cursussen die gaan over werk. Ook kunnen sociale werkvoorzieningsbedrijven (hierna te noemen: SW-bedrijven) speciale programma’s maken die aansluiten bij wat iemand nodig hee . -
Ronden meer werkende inwoners een cursus zelfredzaam met basisvaardigheden af ten opzichte van 2024. Taalaanbieders helpen (nog niet) werkende mensen om meer zelf te kunnen doen. Zo staan zij sterker op de arbeidsmarkt. Hiervoor wordt samengewerkt met het Werkcentrum ZuidKennemerland en IJmond, werkgevers en SW-bedrijven.
-
Zorgt een betere samenwerking tussen de Taalhuizen en organisa es binnen het domein werk en zelfredzaamheid voor minder lage basisvaardigheden bij uitkeringsgerech gden en werkenden. De samenwerking tussen Taalhuizen en UWV, afdelingen Werk en Inkomen, Werkcentrum ZuidKennemerland en IJmond wordt versterkt. Medewerkers van deze organisa es kunnen deelnemers direct aanmelden voor spreekuren en krijgen een terugkoppeling als dit nodig is. Ze leren lage basisvaardigheden herkennen, ook bij mensen die Nederlands als moedertaal hebben (NT1). Hiervoor worden Taalmeters gebruikt en kennis over elkaars aanbod gedeeld. Dit wordt gemeten door: Het aantal verwijzingen vanuit UWV, Werk en Inkomen en het Werkcentrum naar de Taalhuizen. Het aantal deelnemers dat via deze verwijzingen deelneemt aan een traject binnen de Taalhuizen. Hoe goed medewerkers van deze organisa es getraind zijn in het herkennen van lage basisvaardigheden en het gebruik van de Taalmeter. De tevredenheid van verwijzers en deelnemers over de samenwerking en ondersteuning.
-
Ondersteunt het Taalhuis de sectoren: zorg, onderwijs, ICT en techniek bij het verbeteren van lage basisvaardigheden van nieuwe en bestaande medewerkers, zodat meer mensen aan het werk kunnen binnen deze beroepen.
-
Is er een samenwerking met organisa es in zorg onderwijs, ICT en techniek. Bijvoorbeeld door trajecten zoals ‘Leren en Werken in de Zorg’ waar samen met het Nova College een voortraject Nederlandse taal en extra taallessen jdens opleidingen worden opgezet.
-
Is er in elke sub-regio een werkgeversaanpak opgezet met een werkgever uit de top-10 beroepen waar lage basisvaardigheden het meeste voorkomen.
20
Doelgroepen De doelgroep is breed. Zelfredzaamheid gaat over welzijn, bibliotheken, onderwijs, gemeenten en werkgevers. Daarom kijken we voor deze doelen naar: - Inwoners die geen taaldiploma kunnen halen. Maar wel zelfredzamer kunnen worden. - Inwoners met een WW- of bijstand-uitkering. - Werkenden met lage basisvaardigheden die zich verder willen ontwikkelen. - Inwoners met een andere taalachtergrond die werkzaam willen en kunnen zijn in beroepen met te weinig personeel. - Mensen die het moeilijk vinden om de weg naar werk, studie en ondersteuning te vinden. - Inwoners die de inburgering al hebben doorlopen en hun basisvaardigheden willen verbeteren. - Werknemers (binnen onze regio) uit de top 10 beroepen waar lage basisvaardigheden het meest voorkomen. Daarnaast richten de doelstellingen rondom werk en zelfredzaamheid zich op het informeren van dienstverleners en werkgevers. - Medewerkers Werk en Inkomen gemeenten - Medewerkers UWV - Medewerkers schuldhulp dienstverlening - Werkgevers van beroepen met te weinig personeel en beroepen met een hoog risico op lage basisvaardigheden
Regionale Samenwerking Om dit doel te behalen is er een samenwerking met de partners van de Taalhuizen en de volgende samenwerkingspartners: - Werkcentrum Zuid-Kennemerland en IJmond Met haar partners, waaronder het UWV. Zij bereiken (nog niet) werkenden die zich verder willen ontwikkelen of (om)scholen. -
Spaarne Werkt en IJmond Werkt. De lokale SW-bedrijven.
-
Nova College Bijvoorbeeld zorgopleidingen, opleidingen voor pedagogisch medewerkers en andere beroepen waar te weinig personeel is.
-
Bedrijven in beroepen waar tekort aan personeel is Voor het opze en van stageplekken en werkervaringsplekken. Zij kunnen hulp krijgen bij het opze en van trajecten voor het verbeteren van basisvaardigheden.
-
Bedrijven die werken met mensen met een hoog risico op medewerkers met lage basisvaardigheden Voor een werkgeversaanpak. Hierbij wordt het hele bedrijf getraind in taal. Van de direc e tot de werknemer op de vloer. Iedereen hee wel iets te leren. Speel in op prak sche lessen en behoe e van de medewerkers.
-
Bedrijven en organisa es voor het opze en van stageplekken en werkervaringsplekken Om inwoners warm over te dragen van inburgering naar de WEB wordt ingezet op een brede samenwerking van het inburgeringsaanbod, de taalspreekuren en de sociale wijkteams van de gemeenten. 21
-
MEE & de Wering MEE & de Wering helpt inwoners van Noord-Holland. Met vragen over geld, wonen, werken, mantelzorg, leven met een beperking en meer.
Beschikbare middelen Naast de beschikbare middelen uit de WEB: - Eigen middelen van organisa es en werkgevers die zich willen inze en voor bestaande en nieuwe werknemers - Middelen vanuit het Leerplein voor het bereiken van jongeren - Middelen vanuit Werkcentrum Zuid-Kennemerland en IJmond; deze kunnen alleen ingezet worden per persoon en niet voor groepen - Middelen vanuit afdeling Werk en Inkomen, deze kunnen alleen ingezet worden per persoon en niet voor groepen - S ch ng Bedrijf en Samenleving - Geld en netwerken vanuit lokale bedrijven - Gemeentelijke achterstandsgelden - Diverse fondsen Belangrijk: aanbod en middelen moeten op elkaar aansluiten. Zodat er ook meer bekendheid ontstaat onderling. Hierdoor kan ook meer voorlich ng plaatsvinden over waar mensen recht op hebben en waar ze hulp kunnen vinden.
22
Hoofdstuk 4: Omgaan met geld Inleiding In Nederland werken veel diensten digitaal. Vooral financieel. Mensen betalen steeds minder vaak met contant geld. Betalingen zijn steeds vaker digitaal. Ook bankzaken gaan veel via internet of via een app. Voor mensen met lage taal-, reken- en/of digitale vaardigheden is dit heel moeilijk. Uit onderzoek van S ch ng Lezen en Schrijven (2016) blijkt dat mensen met lage basisvaardigheden vaker schulden hebben of vaker moeite hebben met rondkomen. Er is veel schaamte rondom het hebben van lage basisvaardigheden, net zoals bij schulden. Dit gee veel stress. Wanneer mensen nog bezig zijn met het aflossen van schulden, hebben ze vaak geen rust om aan hun basisvaardigheden te werken. Daarom is het doel om voor- en na de (schuld)hulpverlening te werken aan het verbeteren van basisvaardigheden. Steeds minder mensen vertrouwen de overheid. De overheid hee grote fouten gemaakt met toeslagen. De belas ngdienst hee hele strenge regels. Ook vindt er veel discrimina e plaats. De overheid kan vertrouwen terugkrijgen door te communiceren in duidelijke taal (B1 taalniveau). Ook helpt het hebben van hulploke en als de formulierenbrigade, het Digitaal Sterk! Centrum en het Informa epunt Digitale Overheid bij een betere dienstverlening en meer vertrouwen.
Doelen Het hoofddoel binnen dit thema is: Het zorgen dat mensen met lage basisvaardigheden hun rekenvaardigheden en getalbegrip beter beheersen, zodat ze meer grip krijgen op hun financiën. Subdoelen. Over 4 jaar: - Is er passend aanbod op het gebied van lage basisvaardigheden voor mensen met (dreigende) schulden. Het kan zijn dat iemand schulden krijgt doordat iemand moeite hee met basisvaardigdeheden. Als iemand schulden hee , is het vaak niet het juiste moment om meteen te werken aan de oorzaak. Eerst is hulp bij de schulden nodig. Na goede hulp kunnen mensen klaar zijn voor lessen of steun om hun basisvaardigheden beter te maken. Dit helpt om later geen nieuwe schulden te krijgen. -
Is er in elke sub-regio minimaal één cursus over omgaan met geld in combina e met de verbetering van lage basisvaardigheden. De afdelingen Schuldhulpverlening hebben al veel cursussen op het gebied van omgaan met geld. Alleen zijn deze cursussen vaak niet gericht op mensen met lage basisvaardigheden. Door samen te werken kunnen bestaande cursussen worden aangepast. Ook kunnen nieuwe cursussen worden bedacht die beter passen in het leven van een inwoner met lage basisvaardigheden.
-
Zijn schuldhulpverleners, consulent WMO, par cipa e en inburgering, budgetcoaches en gemeenten, getraind op het herkennen en doorverwijzen van inwoners met lage basisvaardigheden. En is de training geborgd binnen inwerktrajecten. Op die manier worden mensen eerder herkend en eerder doorverwezen naar passend aanbod.
-
Denkt de doelgroep ac ef mee in het (nieuwe) aanbod voor taal-, reken- en digitaal in rela e tot het omgaan met geld. 23
De doelgroep bestaat uit mensen die gebruik maken van de minimaregelingen en lage basisvaardigheden hebben. Op deze manier wordt het aanbod getoetst bij de doelgroep en ontstaat een aanbod wat beter aansluit bij de behoe e van de mensen die de cursussen volgen.
Doelgroepen -
Inwoners met lage basisvaardigheden die in de schulden zi en of dreigen te raken. Dit zijn ook de mensen met geldzorgen. Risicogroepen: Mensen in de bijstand, lage inkomensgroepen en anderstaligen Jongeren. Vanaf 18 jaar moeten zij veel zaken zelf regelen. Dit weten jongeren onvoldoende. Daarnaast gaan de basisvaardigheden van jongeren steeds verder achteruit. Toegankelijke informa e en hulppunten in duidelijke taal zijn daarom extra belangrijk voor jongeren.
Regionale Samenwerking Om dit doel te behalen is er een samenwerking met de partners van de taalhuizen en de volgende samenwerkingspartners: - Afdelingen schuldhulpverlening van de 7 gemeenten Voor het afstemmen van beleid, waaronder ‘de aanpak verbeteren lage basisvaardigheden’ en het beleid over het aanpakken en voorkomen van schulden. Ook zijn deze afdelingen betrokken bij de vroeg-signalering schulden vanuit het Convenant Lokale Overheid. -
Schuldhulpverleners Dit zijn professionals die mensen met schulden helpen. Zij kunnen ook zien of mensen lage basisvaardigheden hebben en doorverwijzen naar trajecten. Schuldhulpverleners kunnen ook meedenken over een passend aanbod.
-
Schuldhulpmaatjes Komen als vrijwilligers bij de mensen thuis en kunnen inscha en of mensen naast hun schulden ook moeite hebben met lage basisvaardigheden. Zij kunnen doorverwijzen naar de Taalspreekuren.
-
MEE & de Wering MEE & de Wering helpt inwoners van Noord-Holland met vragen over geld, wonen, werken, mantelzorg, leven met een beperking en meer.
-
Sociaal Raadslieden Zij signaleren bij mensen lage basisvaardigheden.
-
ROC en Hogeschool Voor de voorlich ng aan jongeren die 18 worden over wat ze allemaal moeten regelen.
-
Kamer van Koophandel Voor goede voorlich ng in duidelijke taal over wat er komt kijken bij het starten van een onderneming.
-
Banken en financieel adviseurs Voor goede voorlich ng in duidelijke taal over online bankieren, leningen en cyberveiligheid.
-
Basisscholen Basisscholen kunnen armoede opmerken. Dit kan onder meer door het inze en van brugfunc onarissen en andere medewerkers van scholen. 24
-
HATKA (Haarlemse Allian e tegen Kinderarmoede) Is een netwerk in Haarlem waarin veel genoemde partners zi en en waar het Taalhuis ZuidKennemerland bij kan helpen met het verbeteren van lage basisvaardigheden van de ouders.
Beschikbare middelen Naast het geld uit de WEB wordt samengewerkt met het gemeentelijk armoedefonds, Fonds Urgente Noden, Haarlempas, Velsenpas etc. en externe fondsen als de Rotary of Lions Club en de voedselbanken. Het is belangrijk dat aanbod en middelen op elkaar aansluiten. Ook is het belangrijk dat aanbieders goed weten van elkaars aanbod. Dit voorkomt dat trajecten dubbel worden uitgevoerd. En dit zorgt voor meer bekendheid bij elkaar. Hierdoor kan ook meer voorlich ng plaatsvinden over waar mensen recht op hebben en waar ze hulp kunnen vinden. Het is belangrijk dat aanbod en middelen op elkaar aansluiten. Ook is het belangrijk dat aanbieders goed weten van elkaars aanbod. Dit voorkomt dat trajecten dubbel worden uitgevoerd. En dit zorgt voor meer bekendheid bij elkaar. Hierdoor kan ook meer voorlich ng plaatsvinden over waar mensen recht op hebben en waar ze hulp kunnen vinden. Er zijn al verschillende cursussen voor mensen met lage basisvaardigheden beschikbaar: - Voor hetzelfde geld (S ch ng Lezen en Schrijven) - Verschillende rekencursussen (materiaal van Boom NT1) - Goed met Geld (bibliotheken) - Grip op je knip (uitgevoerd door onder meer MET Heemskerk en MEE & de Wering) En aanbod zoals: - Reiscursus: hoe ga je met de bus en hoe werkt dat financieel.
- Verkopen op Marktplaats: leren verkoopteksten schrijven, cha en, prijzen en kor ngen te berekenen en omgaan met de website.
25
Hoofdstuk 5: Gezondheid Inleiding 25% van de volwassen Nederlanders hee moeite met het begrijpen van informa e over gezondheid. Zij vinden het moeilijk om informa e te vinden, te begrijpen, te beoordelen en te gebruiken bij het nemen van beslissingen over zorg. Vaak vinden deze mensen hun eigen gezondheid slecht. En vinden zij het moeilijker een afspraak te maken bij de (huis)arts. Daarnaast begrijpen mensen met lage basisvaardigheden minder goed recepten en e ke en. Steeds vaker is zorg en ondersteuning alleen digitaal toegankelijk. Bijvoorbeeld online afsprakensystemen, digitale zorgdossiers en digitaal aanmelden in wachtkamers. Zorgverleners zoals (huis)artsen, prak jkondersteuners, verpleegkundigen, dië sten en apothekers herkennen in veel gevallen niet dat een pa ënt moeite hee met de basisvaardigheden. Dit kan gevaarlijke situa es veroorzaken: - het gebruik van de verkeerde medicijnen - het te veel of te weinig innemen van medicijnen - het verkeerd opvolgen van adviezen - het mislopen afspraken met artsen - het ervaren van problemen met digitale formulieren en pa ëntsystemen. Digitale vaardigheden vergroten leidt tot een makkelijkere toegang tot zorg en ondersteuning. Een goed ervaren gezondheid en een gezonde leefs jl dragen bij tot meer zelfvertrouwen en levert een bijdrage aan de mentale gezondheid van inwoners.
Doelen Het hoofddoel binnen dit thema is: Het vergroten van gezondheidsvaardigheden van mensen door verbeterde basisvaardigheden. Onze subdoelen. Over 4 jaar: - Is in elke sub-regio minimaal één lopend programma voor mensen met lage basisvaardigheden die willen werken aan gezondheid. Bijvoorbeeld: Het programma Voel je Goed! Van S ch ng Lezen en Schrijven. Mensen leren over gezondheid en werken ook aan basisvaardigheden zoals lezen en rekenen. Bijvoorbeeld: Samen koken en recepten uitwisselen is ook een goede manier om mensen met lage basisvaardigheden te bereiken. -
Is in elke gemeente een aanbod dat taalvaardigheid combineert met beweging en/of een gezonde leefs jl. Bijvoorbeeld: Taalwandelingen, taal in beweging, taal en yoga en andere varianten. Dit is in huizen van de buurt, wijkcentra, dorpshuizen en bibliotheken. Er wordt samengewerkt met Taalhuis, sport en bewegen en buurtsportcoaches.
-
Is in elke gemeente een plek waar mensen met vragen over zorgsystemen terecht kunnen. Bijvoorbeeld: Digitaal Sterk! Centrum en Formulierenbrigade/werkplaats. Bibliotheken.
26
-
Is in elke gemeente de mogelijkheid een cursus Digivitaler te volgen.
-
Starten trajecten die gezondheid combineren met lage basisvaardigheden in wijken waar mensen hun gezondheid slecht vinden volgens de wijkscan van Probiblio (2022). Hierbij worden ook zorgverleners getraind op het herkennen en doorverwijzen van mensen met lage basisvaardigheden. De Taalhuizen organiseren deze trainingen.
-
Is er in elke gemeente een samenwerking binnen programma’s zoals Posi eve Gezondheid, Gezond en Ac ef Leven Akkoord (GALA) en Integraal Zorgakkoord (IZA) en lage basisvaardigheden. Zo wordt het onderwerp 'lage basisvaardigheden' meegenomen in de programma's van IZA en GALA. Daarnaast kijken uitvoerders van IZA en GALA samen of het aanbod ook past bij mensen met lage basisvaardigheden. Wanneer iemand lage basisvaardigheden hee wordt hij bijvoorbeeld doorverwezen naar Voel je Goed.
Doelgroepen De doelgroep is heel breed. Iedereen hee te maken met gezondheid. Dit programma kijkt speciaal naar: - Mensen die vaak bij de huisarts komen - Jonge ouders met lage basisvaardigheden bij het consulta ebureau - Bezoekers van wijkcentra die zeggen aan hun gezondheid te willen werken - Mensen die zeggen moeite te hebben de digitale apps en toepassingen in de zorg - Mensen die zorg mijden omdat ze hun weg in de zorg niet kunnen vinden - Inwoners in wijken met veel gezondheidsachterstanden Daarnaast richten de doelstellingen zich op het informeren van zorgverleners: - Huisartsen - Apothekers - Medewerkers consulta ebureau - Medewerkers thuiszorg - Medewerkers ziekenhuizen - Gemeentelijke Gezondheidsdienst (GGD)
Regionale Samenwerking Om dit doel te behalen is er een samenwerking met de partners van de taalhuizen en de volgende samenwerkingspartners: - De afdelingen gezondheid (maatschappelijke ondersteuning) van de 7 gemeenten Voor het afstemmen van beleid en programma's, waaronder ‘de aanpak verbeteren lage basisvaardigheden’ en het beleid over gezondheid. Ook beheren deze afdelingen de IZA en GALA middelen. -
GGD en CJG Gemeentelijke Gezondheidsdienst (GGD) en het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) zijn vindplaatsen voor inwoners en ouders met lage basisvaardigheden.
-
Consulta ebureaus Binnen ‘Kansrijke Start’ signaleren consulta ebureaus welke gezinnen mogelijk laaggele erd zijn en verwijzen door naar passende trajecten. 27
-
Nova College Opleiden van zorgmedewerkers. Extra aandacht voor mensen met lage taalvaardigheid via Buddytraject en Leren en Werken in de Zorg.
-
Koepels van zorgorganisa es, ziekenhuizen, huisartsen en apotheken Zijn zowel vindplaatsen voor inwoners met lage basisvaardigheden. Als werkgevers van personeel met mogelijke lage basisvaardigheden.
-
Pharos en Sigra Organisa es die helpen bij het verkleinen van verschillen in gezondheid. Zij geven steun en advies aan mensen en organisa es die werken met kwetsbare groepen.
-
MEE & de Wering Helpt inwoners van Noordwest-Holland door het beantwoorden van vragen over geld, wonen, werken, mantelzorg, leven met een beperking en meer.
-
Allian e Gezondheidsvaardigheden Aansluiten bij het landelijke programma.
Beschikbare middelen Naast de beschikbare middelen uit de WEB zijn samenwerkingen mogelijk binnen regionale IZA en GALA middelen en Regioplan Kennemerland. Belangrijk: aanbod en middelen moeten op elkaar aansluiten. Zodat er ook meer bekendheid ontstaat onderling. Hierdoor kan ook meer voorlich ng plaatsvinden over waar mensen recht op hebben en waar ze hulp kunnen vinden. Er zijn al verschillende cursussen, websites en apps beschikbaar: - Voel je Goed! (S ch ng Lezen en Schrijven) - Steffie - Digivitaler - Pharos - Aanbod als taalwandelingen, taal en yoga en andere varianten (Sportsupport, Sportservice en de bibliotheken). Belangrijk hierbij is, net als bij andere thema’s, dat de vrijwilligers goed getraind worden en blijven.
28
Hoofdstuk 6: Opvoeden en school Inleiding Taalontwikkeling begint al in de buik van de moeder. En gaat al jd door. Taal-, reken- en digitale vaardigheden leer je op school. Ook na de school jd moet je blijven werken aan taal-, reken en digitale vaardigheden. Anders is er een kans dat je het verleert. In dit hoofdstuk gaan we in op een stukje preven e van lage basisvaardigheden. We zoeken naar samenwerking met scholen, maar blijven binnen de regels van de WEB. De doelgroep van dit hoofdstuk zijn de ouders van de kinderen. Het onderwijsachterstandenbeleid (OAB) helpt de kinderen. De ouders werken aan hun basisvaardigheden. Zo kunnen zij hun kinderen beter helpen met hun basisvaardigheden. Taalachterstand Wanneer een kind opgroeit in een gezin met laag taalvaardige ouders, is de kans 3 keer zo groot dat het kind zelf ook laag taalvaardig wordt (CPB, 2020). Dit heet 'de cirkel van laaggele erdheid'. Dit moet stoppen. Daarnaast blijkt dat de leesvaardigheid van 15-jarigen steeds verder achteruitgaat. Dit komt bijvoorbeeld door een taalarme thuisomgeving. Dit als er thuis niet veel wordt gepraat, voorgelezen en dat er weinig leesvoer aanwezig is. Ook als ouders zelf moeite hebben met lezen en schrijven, kan de taalontwikkeling van een kind minder goed gaan.