CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

2 Bijlage 1-1 Archeologische Beleidskaart Haarlem BAAC Rapport (onderdeel van bijlage 4 van de beleidsnota)

commissie Ontwikkeling 4 april 2024, gemeente HaarlemBij agendapunt: 21.30 uur Vaststellen Erfgoednota, Haarlems Erfgoed, Verbindende kracht in de stad (FR)38.589 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 5

In de praktijk wordt bij veel archeologische verwachtingsmodellen gebruik gemaakt van een hybride-model. Zo ook het model waarop de verwachtingskaart voor de gemeente Haarlem is gebaseerd. In dit hoofdstuk zullen de verschillende archeolandschappelijke eenheden worden besproken. Tevens zal het gebruikte model worden behandeld. Tot slot zal het eindresultaat, namelijk de verwachtingskaart, kort worden besproken. Ook zullen de beperkingen van een archeologische verwachtingskaart worden besproken.

6.2 De Archeolandschappelijke eenhedenkaart Het landschap was vroeger in veel grotere mate van invloed op het bewoningspatroon van de mens dan tegenwoordig. Het vormde een belangrijke factor in de keuze voor een vestigingsplaats. De ligging van archeologische vindplaatsen correleert dan ook in hoge mate met het (paleo)landschap. Om uitspraken te kunnen doen over de archeologische verwachting in een bepaald gebied is het dan ook noodzakelijk een goed beeld te hebben van het ontstaan van het landschap. Het gebruikte model is hier dan ook op gebaseerd. De basis van de kaart is een landschapsanalyse op schaal 1:10.000. In de hier volgende paragrafen zullen eerst de gebruikte bronnen kort worden besproken waarna de verschillende eenheden op de kaart aan bod zullen komen.

215

97

Wheatley & Gillings 2002.

Archeologische beleidskaart Gemeente Haarlem

6.2.1 Bodemkaarten Zoals in hoofdstuk 2 al uiteen is gezet wordt bij de vervaardiging van archeologische verwachtingskaarten over het algemeen gebruik gemaakt van (gedetailleerde) bodemkaarten. Dit vanwege de sterke relatie tussen landschappelijke ligging van archeologische sites en het aanwezige bodemtype. In het verleden is gebleken dat bepaalde bodemtypen een goede indicatie zijn voor het voorspellen van de aanwezige (tot nu toe niet ontdekte) archeologische waarden. In het geval van de gemeente Haarlem is het gebruik van de bodemkaart echter veel minder relevant. De reden hiervoor is tweeledig. Vanwege de relatief geringe ouderdom van grote delen van het landschap en het relatief grote aandeel van veengebieden bestaat het grondgebied van Haarlem voor een groot deel uit veen- en vaaggronden. De vaaggronden hebben zich gevormd in het jonge kleidek dat grote delen van het oostelijke deel van de gemeente Haarlem bedekt, waarbij oude strandwallen met duinen zijn afgedekt. Vaaggronden zijn bodems met een zeer beperkte bodemontwikkeling, wat onder andere het gevolg is van de korte tijd waarin de bodem is blootgesteld aan bodemvormende processen. Dergelijke bodems zijn vanwege de geringe vruchtbaarheid over het algemeen minder geschikt voor bewoning. Veengronden zijn vanwege de zeer slechte waterhuishouding ook minder geschikt voor bewoning.

Bovendien bedekt het veen met name in het oostelijke deel van de gemeente onderliggende strandwallen. Bij de totstandkoming van de meest recente bodemkaart (1992) is slechts de bovenste 1,20 m gekarteerd. Op deze wijze wordt voorbij gegaan aan het feit dat zich onder het veen en de klei nog oude strandwallen en duinen bevinden waarin nog begraven bodems aanwezig (kunnen) zijn. Zeker de bodems in de top van het Oude Duinzand zijn archeologisch zeer relevant omdat hier bewoning uit de periode vanaf het neolithicum aanwezig kan zijn. Afgaande op de bodemkaart uit 1992 zou een groot deel van de gemeente Haarlem derhalve onterecht als minder geschikt voor bewoning moeten worden beschouwd. Voor het oostelijke deel van de gemeente Haarlem bestaat echter ook een oudere bodemkaart.216 Hierop is een deel van de onder het veen en klei begraven oude strandwallen en duinen wel gekarteerd. Bij vergelijking van de ligging van de oude strandwallen en duinen op deze oude bodemkaart met de ligging van de oude strandwallen en duinen op de Vereenvoudigde geologische kaart van Haarlem en Omgeving (zie paragraaf 6.2.3) blijkt dat de bodemkaart uit 1952 geen aanvullende informatie oplevert.

De tweede reden waarom beide beschikbare bodemkaarten niet geschikt zijn als basis voor de archeologische verwachtingskaart is dat in beide gevallen grote delen van het grondgebied van de gemeente Haarlem niet zijn gekarteerd. Voor de bodemkaart uit 1992 geldt dat ruim 84% van het grondgebied van de gemeente niet is gekarteerd vanwege het feit dat de gemeente nagenoeg geheel is bebouwd. Voor de bodemkaart uit 1952 is alleen het oostelijke deel van de gemeente gekarteerd. Circa 64 % van het grondgebied van de gemeente Haarlem is op deze kaart niet gekarteerd. Het gebruik van bodemkaarten is om bovenstaande redenen in het geval van de gemeente Haarlem niet toepasbaar bij het vervaardigen van de archeolandschappelijke eenhedenkaart. 6.2.2 Geomorfologische kaart Voor de gemeente Haarlem is één geomorfologische kaart beschikbaar. Het betreft de geomorfologische kaart van Nederland 1:50.000. 217 De geomorfologische kaart geeft de landschapsvormen weer die aan het maaiveld zichtbaar zijn. Daarmee gaat ook deze kaart voorbij aan het feit dat binnen het oostelijke deel van de gemeente Haarlem een areaal aan begraven landschappen aanwezig is, namelijk oudere strandwallen met Oude Duinen, welke zijn afgedekt met een pakket veen en klei. Echter, ook in dit geval is 80 % van de gemeente op de kaart niet gekarteerd 216 217

Stichting voor Bodemkartering 1952. DLO-Staring Centrum/RGD 1993.

Project V-19.0130A

98

vanwege de aanwezigheid van bebouwing. Derhalve is ook dit kaartmateriaal minder geschikt om te komen tot een archeolandschappelijke eenhedenkaart. 6.2.3 Geologische kaart Voor de gemeente Haarlem is een geologische kaart beschikbaar. Het betreft de 218 Vereenvoudigde geologische kaart van Haarlem en Omgeving 1:50.000. Deze geologische kaart geeft landschapsvormen weer die aan het maaiveld zichtbaar zijn, maar geeft ook informatie over de diepere ondergrond. Zo zijn gebieden in kaart gebracht waar zich veen op strandwalzandafzettingen bevind. Ook zijn op deze kaart tal van begraven strandwaleilandjes met daarop Oud Duinzand weergegeven in het oostelijke deel van de gemeente.

Figuur 6.1. Uitsnede van de vereenvoudigde geologische kaart van Haarlem en omgeving (RGD 1995).

Deze komen zoals in paragraaf 6.2.2 uiteen is gezet grotendeels overeen met de begraven strandwaleilandjes zoals weergegeven op de bodemkaart uit 1952. Op de 218

99

RGD 1995.

Archeologische beleidskaart Gemeente Haarlem

Vereenvoudigde geologische kaart van Haarlem en Omgeving zijn vergeleken met de oude bodemkaart echter nog enkele ‘extra’ begraven strandwaleilandjes met Oud Duinzand onderscheiden. Daarnaast wordt middels enkele dwarsprofielen inzicht gegeven in de bodemopbouw, waarbij ook de afgedekte Oude Duinen zijn weergegeven. De top van de Oude Duinen, gelegen op (oudere)strandwallen is, in ieder geval voor de prehistorie, het relevante archeologische niveau. Vandaar dat de vorming van het landschap op basis van deze kaart beter is te reconstrueren dan middels de geomorfologische kaart. Daarbij is tevens gebruik gemaakt van de vele geologische boringen die binnen de gemeente Haarlem zijn geplaatst. Dergelijke boringen zijn via het Dinoloket te raadplegen.219 Met behulp van deze boringen, maar ook met behulp van de onderzoeksgegevens van verscheidene uitgevoerde archeologische onderzoeken, zijn de grenzen van de verschillende landschappelijke eenheden zoals weergegeven op de geologische kaart aangepast. Ook zijn in het oostelijke deel van de gemeente enkele ‘extra’ strandwaleilandjes achterhaald.220 Op basis van de landschapsanalyse kan achterhaald worden welke locaties in welke perioden geschikt waren voor bewoning. De landschapsbenamingen van zowel de geomorfologische als de geologische kaart zijn gebruikt als basis voor de benaming van de landschapseenheden binnen de gemeente Haarlem.

De Vereenvoudigde geologische kaart van Haarlem en Omgeving is voor het maken van een landschaps- en archeologische verwachtingskaart te grootschalig. Eenheden die voor de archeologie zeer belangrijk zijn, zoals begraven Oude Duinen op strandwaleilandjes, zijn vanwege de grotere schaal niet allemaal aangegeven. Vandaar dat voor de vervaardiging van de archeolandschappelijke eenhedenkaart op een schaalniveau van circa 1:10.000 is gewerkt door gebruik te maken van de combinatie van alle landschappelijke bronnen (waaronder verscheidene archeologische onderzoeken en boringen van het Dinoloket) en waar mogelijk het AHN. 6.2.4 Actueel Hoogtebestand Nederland Het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) kan een belangrijke bron vormen voor de landschapsanalyse. Het kan ook zeer geschikt zijn om bepaalde historische dan wel archeologische sporen in het landschap mee te traceren. Het Actueel Hoogtebestand is een rasterkaart met rasters van 5 bij 5 m die de hoogte van het maaiveld met een nauwkeurigheid van ± 5 cm weergeeft. Op het 221 AHN is hellingcompensatie uitgevoerd. Hierdoor worden lokale reliëfverschillen 222 duidelijker zichtbaar. De hoogte kan in GIS relatief worden ingesteld, waardoor per gebied de hoogteverschillen zeer nauwkeurig te zien zijn (zie figuur 6.2).

Sinds 2015 is een verbeterede versie van het AHN beschikbaar (AHN-3), waarmee microreliëf nog beter zichtbaar kan worden gemaakt. Deze verbeterde versie is bij het vervaardigen van de kaart gebruikt. De landschappelijke eenheden zijn in de basis bepaald aan de hand van de 223 bestaande geologische kaart. In het buitengebied zouden met behulp van het AHN eventueel nog niet gekarteerde strandwaleilandjes kunnen worden achterhaald. Zo is de oudste strandwal binnen de gemeente, de strandwal van die Heemstede richting Spaarnwoude loopt (zie hoofdstuk 3) goed zichtbaar op het 219

www.dinoloket.nl. Conradi & den Hartog 2018, Coppens 2016, De Jong 1991, De Jong 1997, De Jong 2003, de León Subías et al. 2018, De Moor en Nales, 2017, Huizer 2011, Jacobs 1999, Mol & Wullink 2015, Nales 2017, Nater et al. 2018, Nater en Dasselaar 2018, Smit et al. 2013, Van der Zee 2011, Verschoof 2013, Visser et al. 2016, Warning 2011, Wilbers 2016, Wilbers en Blekemolen 2018. 221 Waldus en van der Velde 2006. 222 Geografisch Informatie Systeem. 223 RGD 1995. 220

Project V-19.0130A

100

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13966703/1