CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

12 Bijlage 8 (Bijlagen bij anterieure overeenkomst) TPvE Sonneborn

commissie Ontwikkeling 11 januari 2024, gemeente HaarlemBij agendapunt: Anterieure overeenkomst Sonneborn (FR)27.945 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

De hulpdienstmelding leidt tot een absolute prioriteitsrealisatie, op een gehele aansluiting. Alle richtingen voor gemotoriseerd verkeer op die aansluiting dienen versnelt naar groen te worden gestuurd. Alle overige richtingen worden naar rood gestuurd en in rood gehouden. 3079

Bus prioritering bij wachttijdvoorspeller

Hardware en software De bus prioriteit vervalt bij een minder dan een instelbaar aantal ledjes (default 5) van een conflicterende wachttijdvoorspeller, indien de prioriteits-ingreep nog niet actief is. 3080

Peletonkoppeling

3081

Groene golf

3082

Toestaan deelconflicten

3083

Signaalgroepen voor verkeerslantaarns

Hardware en software Verkeersregeltoestellen worden indien verkeerskundig noodzakelijk gekoppeld door middel van pelotonkoppelingen. Hardware en software Een regelapplicatie is voorzien van een halfstarre applicatie (VAS+ met openbaar vervoerprioritering), wanneer op de route sprake is van een groene golf. Hardware en software Het toepassen van deelconflicten is per situatie afhankelijk van zicht, complexiteit en percentage afslaand verkeer. Opdrachtnemer legt ter toetsing een voorstel voor aan de opdrachtgever. Hardware en software Het verkeersregeltoestel wordt voorzien van signaalgroepen, om de op de VRI-ontwerptekening opgegeven verkeerslantaarns aan te sturen. Per opgegeven richting wordt een signaalgroep toegepast. Signaalgroepen worden toegepast voor de volgende verkeerssoorten: auto, fiets, voetganger en/of openbaar vervoer. Per verkeersregeltoestel worden 2 reserve signaalgroepen opgenomen. 3084

Uitgangssignalen overige Hardware en verkeerslantaarns software Het verkeersregeltoestel wordt voorzien van uitgangssignalen, om de op de VRI-ontwerptekening opgegeven overige verkeerslantaarns aan te sturen. Deze uitgangssignalen worden toegepast voor aansturing van onder andere: brugwaarschuwingslantaarns, rechtsaf vrij lantaarns en deelconflict lantaarns. 3085

Uitgangssignalen wachttijdvoorspellers

Hardware en software Het verkeersregeltoestel wordt voorzien van (parallelle) uitgangssignalen voor het aansturen van de wachttijdvoorspellers. Per aanwezige wachttijdvoorspeller op de VRI-ontwerptekeningen zijn 6 uitgangssignalen opgenomen en het totaal is verhoogd met 6 reserve uitgangen. De aansturing is potentiaal vrij, inclusief de voeding voor de wachttijdvoorspellers.

3086

Vrije contacten roodlichtnegatie camera's

Hardware en software Het verkeersregeltoestel wordt voorzien van potentiaal vrije contacten bij de toepassing van roodlichtnegatie camera's. Over de verdere invullingen en specifieke eisen treedt opdrachtnemer met opdrachtgever in overleg. 3087

Lusdetector ingangen

3088

Drukknop ingangen

Hardware en software Het verkeersregeltoestel wordt voorzien van lusdetector ingangssignalen. Het aantal lusdetectoringangen komt overeen met het aantal lusdetectoren op de VRI-ontwerptekening, verhoogd met 8 reserve ingangen. Hardware en software Het verkeersregeltoestel wordt voorzien van drukknopingangen overeenkomstig in naamgeving en aantal met de VRI ontwerp- en bestekstekeningen, verhoogd met 4 reserve ingangen. Elke drukknopingang wordt voorzien van een terugmeldsignaal, behalve als op de signaalgroep waar de drukknop toebehoort een wachttijdvoorspeller aanwezig is. 3089 Fundatie verkeersregeltoestel Het verkeersregeltoestel wordt op een RVS fundatie geplaatst.

Buitenkast

3090 Behuizing verkeersregeltoestel De behuizing van het verkeersregeltoestel is uitgevoerd in RVS.

Buitenkast

3091 Kleur verkeersregeltoestel Buitenkast Zowel in- als uitwendig is het verkeersregeltoestel uitgevoerd in de kleur RAL 7016. 3092 Deuren verkeersregeltoestel Buitenkast Deuren van het verkeersregeltoestel zijn degelijk en voorzien van windhaken en spanjoletsluitingen 3093 Sloten verkeersregeltoestel Buitenkast Specificatie cilindrische sloten voor verkeersregeltoestel, te weten: EVVA 86R392A voor wegbeheerdersdeel, EVVA 86R392B voor het bedieningspaneel en EVVA 86R392C voor de laagspanningsdeur. 3094 Levensduur verkeersregeltoestel Verkeersregeltoestel Het bij vervanging te leveren verkeersregeltoestel dient een levensduur te hebben van minimaal 17 jaar. 3095 Afvullen verkeersregeltoestel Verkeersregeltoestel Het verkeersregeltoestel wordt tot het maaiveld afgevuld met fundatiekorrels van het fabricaat EBG of gelijkwaardig.

3096 Registratie via V-Log Verkeersregeltoestel Het verkeersregeltoestel wordt voorzien van zowel file-based als streaming V-Log, waarbij alle monitoring buffers worden ingevuld (MON1 tot en met MON5). Ten behoeve van KAR monitoring, wordt het DSI-buffer toegepast. 3097 Aanvraag energievoorziening Verkeersregeltoestel De aanvraag voor een nieuwe of over te nemen energievoorziening, inclusief de energiemeter, wordt door de opdrachtnemer verzorgd. 3098 Inkomende netspanning Verkeersregeltoestel Het verkeersregeltoestel wordt aangesloten op de netspanning, inclusief aarding. 3099 Uitgaande spanning verkeerslantaarns Verkeersregeltoestel De uitgaande spanning voor het aansturen van verkeerslantaarns is gelijk aan 42 Volt wisselspanning, waardoor sprake is van een laagspanningsautomaat. 3100 Dimmen verkeerslantaarns Verkeersregeltoestel De lantaarns van de installatie dimmen volgens de IVERA-astronomische klok: - Een halfuur voor zonsopgang stoppen met dimmen - Een halfuur na zonsondergang starten met dimmen 3101 Kruispuntplaatje bp Verkeersregeltoestel Het verkeersregeltoestel is voorzien van een bedieningspaneel met een (schematisch) kruispuntplaatje, met daarin de verklikking van de actuele lichtuitsturing van de signaalgroepen, status van de detectoren en overige eisen vanuit de functionele specificatie.

Het voorstel hiervoor moet ter goedkeuring worden ingediend bij de opdrachtgever. Pas na goedkeuring kan dit plaatje worden toegepast. 3102

Interne fasecyclus kleuren Verkeersregeltoestel kruispuntplaatje Naast de actuele lichtuitsturing per fasecyclus dient op het kruispuntplaatje ook de actuele interne fasecyclus status vanuit de CCOL-software zichtbaar te zijn. Op het paneel kan geselecteerd of de actuele lichtuitsturing of de interne status moet worden weergegeven. De kleurcodering is conform de CCOL-documentatie (tabel-4). 3103 Weergave kruispuntplaatje bp Verkeersregeltoestel Het (schematische) kruispuntplaatje op het bedieningspaneel is zo gedraaid dat deze overeenkomt met de kijkrichting naar het kruispunt vanaf de positie van het verkeersregeltoestel. 3104 Fysieke knoppen bp Verkeersregeltoestel Ten behoeve van de regelfuncties doven, geelknipperen, alles rood, regelen en fixeren dienen fysieke schakelaars/knoppen aanwezig te zijn in de ruimte van of op het bedieningspaneel.

3105 Fixatie bij sluiten bp Verkeersregeltoestel Het sluiten van het luik voor het bedieningspaneel schakelt de fixatie-functionaliteit uit. 3106 Voorzieningen voor KAR Communicatiesysteem Het verkeersregeltoestel is voorzien van een KAR modem en antenne. Het KAR modem wordt correct aangesloten op de antenne. 3107 Ontvangst KAR-berichten Communicatiesysteem Op de buitenkast wordt een dakantenne aangebracht die binnen een straal van minimaal 500 meter rond het kruispunt KAR-berichten kan ontvangen. 3108 KAR-ID Communicatiesysteem Het KAR-ID voor bussen en huldiensten is gelijk aan het kruispuntnummer. 3109 Verbinding met beheerscentrale Communicatiesysteem De door de opdrachtnemer te leveren router in het verkeersregeltoestel dient te communiceren via een glasvezel (single-mode) of een vaste ethernet-koperverbinding met de beheerscentrale. 3110 Type communicatie poort Communicatiesysteem Het verkeersregeltoestel wordt ten minste voorzien van één TCP-IP communicatie poort ten behoeve van de communicatie met een beheerscentrale. 3111 Soort communicatieprotocol Communicatiesysteem De communicatie met de beheerscentrale vindt plaats door middel van het IVERA-protocol. De opdrachtnemer vraagt na bij de opdrachtgever welke IVERA-versie toegepast dient te worden. 3112 Licentie communicatieprotocol De IVERA-licentie en certicificaat maken onderdeel uit van de levering.

Communicatiesysteem

3113

Communicatiesysteem

Verplichte objecten communicatieprotocol Alle verplichte IVERA-objecten dienen te worden geïmplementeerd.

3114 Gebeurtennissen communicatieprotocol Communicatiesysteem De IVERA events / triggers conform het IVERA formulier worden default opgenomen. 3115 Automaatklok synchronisatie Communicatiesysteem Vanuit de beheerscentrale moet de automaatklok eenmaal per dag worden gesynchroniseerd. 3116 C-ITS toepassingen Communicatiesysteem De communicatiemiddelen in het verkeersregeltoestel moeten hardwarematig voorbereid zijn op C-ITS toepassingen.

3117 Verbindingseisen observatiecamera Communicatiesysteem De communicatiemiddelen in het verkeersregeltoestel moeten voorbereid zijn op het aanbregen van een observatiecamera ten behoeve van monitoringsdoeleinden op afstand. Ieder nieuw verkeersregeltoestel wordt hiervoor voorzien van een eigen ADSL-lijn. 3118

Levensduur masten en portalen

Masten en portalen

De masten en portalen dienen een levensduur te hebben van minimaal 40 jaar. 3119

Conservering van wegmeubilair

Masten en portalen De conservering van wegmeubilair dient gepoedercoated te worden uitgevoerd en de kwaliteit van de conservering dient gelijk te zijn aan de eisen in de Algemene Specificaties Ondersteuningsconstructies voor Verkeersregelinstallaties (ASOV), vigerende versie. 3120

Standaard universeel mast

3121

Staander met uitlegger

3122

Staanders met portaal

3123

Combineren VRI met OV-NBd

3124

Staanders gecombineerd met OV-NBd

Masten en portalen Elke universeel mast wordt volledig geconserveerd op het werk geleverd. Tot 2,20 meter boven het maaiveld is de universeel mast zwart-wit geblokt. Boven 2,20 meter wordt de mast uitgevoerd in de kleur RAL 9016. De mast is van staal en thermisch verzinkt met grondstukbescherming. Drukknopgaten worden van fabriekswege aangebracht. Masten en portalen Elke uitlegger met staander wordt volledig geconserveerd op het werk geleverd. Tot 2,20 meter boven het maaiveld is de staander zwart-wit geblokt. Boven 2,20 meter worden de staander en de ligger uitgevoerd in de kleur RAL 9016. De staander en de ligger zijn van staal en thermisch verzinkt met grondstukbescherming. Drukknopgaten worden in het werk aangebracht. Masten en portalen Elk portaal wordt volledig geconserveerd op het werk geleverd. Tot 2,20 meter boven het maaiveld is de staander zwart-wit geblokt. Boven 2,20 meter worden de staanders en de ligger uitgevoerd in de kleur RAL 9016. De staanders en de ligger zijn van staal en thermisch verzinkt met grondstukbescherming. Drukknopgaten worden van fabriekswege aangebracht. De verjonging van de twee staanders wordt op gelijke hoogte aangebracht. Masten en portalen Masten, staanders en portalen worden zoveel als mogelijk gecombineerd met openbare verlichting en NBd-bewegwijzering.

Een combinatie dient te zijn gemaakt als masten met installatieonderdelen minder dan 5 meter in het ontwerp van elkaar zijn verwijderd. Masten en portalen

Indien de staanders of masten gecombineerd gebruikt worden met openbare verlichting en/of NBd-bewegwijzering, dienen de staanders uit één stuk te zijn. Rondom wordt de mast voor alle rijrichtingen voorzien van "NBd-nokken". Per mast zijn er 5 niveaus van NBd-nokken aanwezig. Tevens dient het maststuk bij gebruik van een uitlegger of portaal: - Direct boven de ligger verjongt te worden naar een NBd-diameter buis; - Direct onder de ligger rond de gehele mast verloopstukken te bevatten indien daar NBd-vlaggen worden toegepast. Deze verloopstukken dienen gelast te zijn, aangezien beugelconstructies niet zijn toegestaan. 3125

Montageluiken masten

Masten en portalen De staander dient te zijn voorzien van een montageluik en klemmenstrook. (In geval van een combinatie met OV-NBd dubbele montageluiken en dubbele klemmenstroken: één t.b.v. VRI lantaarns en één t.b.v. OV en/of NBd). 3126

Lengte uitlegger

3127

Toepassing portaal

3128

Klemmenstroken in mast

3129

Drukknopstickers

Masten en portalen Uitleggers mogen niet langer zijn, dan functioneel noodzakelijk. De maximale lengte wordt tevens bepaald door middel van een sterkteberekening. Masten en portalen Bij een rijbaanbreedte groter dan 9 meter dient de uitlegger een portaal te zijn. Masten en portalen Het wegmeubilair dient te zijn voorzien van klemmenstroken, die met een kleurcodering worden uitgevoerd. Masten en portalen Op elke mast met een drukknop, wordt onder de drukknop een aanduidingssticker aangebracht. 3130 Type opzetstukken unimast De opzetstukken voor unimasten zijn van het type "op"-mast.

Opzetstukken

3131 Meervoudige opzetstukken Opzetstukken Opzetstukken zijn maximaal geschikt voor het aanbrengen van 4 verkeerslantaarns. 3132 Type drievoudig opzetstuk Opzetstukken Een drievoudig opzetstuk dient van het type 6 te zijn. Bij onduidelijkheid of twijfel wordt het drievoudige opzetstuk ter toetsing aangeboden aan de opdrachtgever. 3133

Knie opzetstukken

Opzetstukken

Montage aan een mast of staander vindt plaats door middel van een klembeugel constructie, bevestigd met RVS bouten. De kleur van de beugel dient in de kleur RAL 9016 te worden uitgevoerd. De bouten dienen niet langer te zijn dan functioneel noodzakelijk. 3134 Kleur opzetstukken Alle opzetstukken worden uitgevoerd in de kleur RAL 9016.

Opzetstukken

3135 Levensduur verkeerslantaarns Lantaarns De verkeerslantaarns dienen een levensduur te hebben van minimaal 20 jaar. 3136 Lantaarntype Lantaarns De verkeerslantaarns zijn van aluminium en van het type "op"-mast. Het lantaarntype is gelijk aan de Vialis "Classic" of soortgelijk qua vorm en afmetingen, aan te tonen door de opdrachtnemer en goed te keuren door de opdrachtgever. Het lichttype wordt uitgevoerd als 42 Volt, LED-klasse ll. 3137 LED-aspecten Lantaarns De LED-aspecten dienen te voldoen aan de "Richtlijnen voor de toepassing van nieuwe lamptypen in verkeersregelinstallaties - Grensvlakdefinities, uitgave 3.2 - januari 2004". 3138 Diameter aspect De diameter van het aspect van een verkeerslantaarn is gelijk aan 20 cm.

Lantaarns

3139 Uniformiteit verkeerslantaarns Lantaarns Alle verkeerslantaarns en onderlichten op een kruispunt zijn van een gelijk type en fabricaat. 3140 Kleur verkeerslantaarn Lantaarns Elke achterzijde van een verkeerslantaarn en zijn achtergrondschild wordt uitgevoerd in de kleur RAL 9017. 3141 Secundaire verkeerslantaarn Lantaarns Onder de fietslantaarn wordt standaard een LED-onderlicht met 3x80 mm aspecten (4x80 mm bij wachttijdvoorspellers) aangebracht. De aspecten van het onderlicht dienen dezelfde sjablonen te hebben als de bijbehorende hoofdlantaarn en worden apart naar het verkeersregeltoestel bekabeld. 3142 Secundaire lantaarn met WTV Lantaarns Het LED-onderlicht met wachttijdvoorspeller wordt uitgevoerd met in totaal 4x80 mm aspecten, waarvan het bovenste aspect de wachttijdvoorspeller omvat. Deze wachttijdvoorspeller wordt uitgevoerd met 31 witte leds en met de tekst "BUS" in het rood weergegeven. De aansturing van de leds en het "BUS-sjabloon" (vanuit de regelapplicatie) vindt plaats door middel van parallelle aansturing vanuit één uitgangsmodule in het verkeersregeltoestel. 3143 Kleur secundaire verkeerslantaarn De kleur van een secundaire verkeerslantaarn wordt uitgevoerd in RAL 9017.

Lantaarns

3144 Montage dode hoek spiegel Lantaarns De dode hoek spiegel wordt aangebracht onder het groene aspect van de betreffende verkeerslantaarn. De dode hoek spiegel wordt aangebracht op een richting, zonder gescheiden fietsstrook, met meer dan 10% afslaand gemotoriseerd auto- of vrachtverkeer. 3145 Achtergrondschild verkeerslantaarn Lantaarns Elke lantaarn van een autorichting wordt uitgevoerd met een achtergrondschild mits er voldoende vrije ruimte is tussen de lantaarn en de rijbaan. Elke achtergrondschild is aan de buitenrand voorzien van retro-reflecterende rand. 3146 Achtergrondschild bij negenoog Lantaarns Een negenoog verkeerslantaarn wordt met achtergrondschild uitgevoerd in geval van een hoge opstelling. In geval van een lage opstelling is een achtergrondschild niet van toepassing. 3147 Zonnekappen voetgangerslaan Lantaarns Voetgangerslantaarns dienen te worden voorzien van korte zonnekappen met een kaplengte van 10 cm. 3148 Toepassing wachttijdvoorspellers Lantaarns De wachttijdvoorspeller wordt alleen toegepast op signaalgroepen van doorgaande fietsroutes. De opdrachtnemer maakt hiervoor een voorstel en biedt deze ter toetsing aan de opdrachtgever.

3149 Fietsers rechtsaf vrij lantaarn Lantaarns Indien voor de fietser is toegestaan rechtsaf te rijden terwijl het verkeerslicht rood toont, dient een een-lichtsverkeerslantaarn met een diameter van 20 cm te worden toegepast. Het sjabloon bevat de tekst "fietsers rechtsaf vrij". 3150 Brugwaarschuwingslicht Lantaarns Een brugwaarschuwingslantaarn wordt uitgevoerd als een een-lichts verkeerslantaarn, 42 Volt, LED klasse II. De diameter van het aspect is gelijk aan 30 cm bij hoge lantaarns en 20 cm bij lage lantaarns. Het aspect straalt de kleur geel uit en wordt knipperend aangestuurd vanuit de regelapplicatie. Een brugwaarschuwingslantaarn wordt voorzien van een onderbord, type RVV J15. 3151 Nummering verkeerslantaarns Lantaarns De nummering op de verkeerslantaarns is aaneengesloten. Op de lage lantaarn wordt de nummering aan de bovenzijde van het achtergrondschild aangebracht. Op de hoge lantaarn wordt de nummering aan de onderzijde van het achtergrondschild aangebracht. Bij het ontbreken van een achtergrondschild wordt de nummering rechtsvoor op de onderzijde van de verkeerslantaarn aangebracht, conform de gestelde hoogte. 3152

Type rateltikkers

Akoestische signalering De akoestische signalering is van type "ACCROSS" of gelijkwaardig, aangetoond door de opdrachtnemer.

3153

Werking rateltikkers

Akoestische signalering

De akoestische signalering dient: - Geluid te maken op basis van de lichtstand van de lantaarn aan de overzijde van de betreffende oversteek; - Hetzelfde nummer te krijgen als de lantaarn aan de overzijde van de betreffende oversteek; - Per signaalgroep via het verkeersregeltoestel een instelbaar geluidsniveau te hebben; - Te voldoen aan de NEN-3384; - Bij falen af te schakelen en hiervan een melding te maken; 3154

Bewaking rateltikkers

Akoestische signalering Het verkeersregeltoestel is voorzien van een parallel ingangssignaal om de akoestische signalering op storing te bewaken. Een in storing geraakte unit meldt zich via het parallelle contact aan het verkeersregeltoestel. 3155

Aansturing rateltikkers

3156

Dimmen rateltikkers

Akoestische signalering De akoestische signalering wordt aangestuurd op basis van ten minste 3 vanuit de verkeersregelapplicatie instelbare klokperioden. Akoestische signalering

De akoestische signalering wordt gedimd op basis van ten minste 3 vanuit de verkeersregelapplicatie instelbare klokperioden. 3157 Voorwaarschuwingsseinen Wegmeubilair Voorwaarschuwingsseinen dienen geplaatst te zijn op 300 meter voor de stopstreep op hoofdwegen waar de maximum snelheid hoger is dan 50 km/u, met uitzondering van twee verkeersregelinstallaties die op zichtafstand (maximaal 600 meter) van elkaar verwijderd zijn. 3158 Aantal voorwaarschuwingsseinen Wegmeubilair Wanneer het aantal rijstroken meer dan een rijstrook bedraagt, worden aan weerszijden voorwaarschuwingseinen geplaatst. 3159 Levensduur grondkabel Aansluitsysteem Een toe te passen grondkabel dient een levensduur te hebben van minimaal 40 jaar 3160 Functie kabels Aansluitsysteem Kabels mogen alleen voor die functie gebruikt worden waarvoor zij zijn ontworpen. 3161 Maximaal aantal aders in grondkabels Aansluitsysteem Het maximaal toe te passen aders in een grondkabel voor verkeerslantaarns bedraagt 16 aders.

3162 Aantal verkeerslantaarns per kabel Aansluitsysteem Iedere verkeerslantaarn wordt met een aparte aderset bekabeld naar het verkeersregeltoestel en correct aangesloten op de klemmenstrook. 3163

Gekleurde aders van Aansluitsysteem aansluitkabels/snoeren Kabels en snoeren ten behoeve van de verkeerslantaarns hebben gekleurde aders gelijk aan de verkeerslantaarn en zijn per ader en set genummerd. 3164 Halogeenvrije kabels Kabels en snoeren zijn halogeen vrij.

Aansluitsysteem

3165 Buitenmantel kabels Aansluitsysteem De buitenmantel heeft een herkenbare kleurstelling, conform de kleurstelling welke wordt toegepast in deze branche. Deze kleurstelling is kleurvast. 3166 Dikte van de aders Aansluitsysteem De aderdikte van de kabels naar detectoren wordt bepaald door de lengte van de grondkabel. De opdrachtnemer maakt hiervoor een voorstel en legt dit ter toetsing voor aan de opdrachtgever. 3167 Uitzuigen sleuven voor grondkabels Aansluitsysteem Proefsleuven dienen met een zuigwagen uitgezogen te worden. Indien er onvoldoende ruimte voor de zuigwagen aanwezig is, treedt de opdrachtnemer in overleg met de opdrachtgever voor het toestaan van graafwerkzaamheden. 3168 Aanbrengen grondkabels Aansluitsysteem Grondkabels worden op een diepte van 60 cm gebundeld aangebracht en afgedekt met een beschermband met de tekst "Verkeerslichten". 3169 Overlengte grondkabel Aansluitsysteem Voor iedere grondkabel wordt nabij de verkeersregelautomaat een overlengte van 5 meter opgenomen. 3170 Toepassing mantelbuizen Aansluitsysteem Waar grondkabels verhardingen kruisen, dienen deze te zijn aangebracht in mantelbuizen, inclusief de benodigde trekput(ten), met een minimale doorsnede vanaf 110 mm.

3171 Mantelbuizen nabij printbeton Aansluitsysteem Nabij printbeton of een andere vaste verharding zijn kabels in mantelbuizen aangebracht, inclusief de benodigde trekput(ten) en aansluitputten voor detectiemoffen. 3172 Herstellen bestrating en begroeiing Aansluitsysteem Direct na afronding van graafwerkzaamheden dient de definitieve bestrating en begroeiing te worden hersteld, tenzij anders aangegeven door de opdrachtgever.

3173 Codering kabels Aansluitsysteem Om de 3 meter dient een kunst-stofbandje (slaglabel) om de grondkabel te worden aangebracht, waarbij de aan te brengen codering slijtvast dient te zijn. 3174 Aantal aders drukknoppen Aansluitsysteem De grondkabel voor de verbinding tussen het verkeersregeltoestel en de drukknop dient 4x1,5² mm te zijn. 3175 Aanbrengen detectielussen Een detectielus dient te zijn aangebracht conform de CROW publicatie 269.

Detectiesysteem

3176 Toepassen detectielussen Detectiesysteem Daar waar het toepassen van detectielussen niet mogelijk blijkt om een goede werking te garanderen is radar of video detectie toegestaan. Hiervoor legt de opdrachtnemer een voorstel ter toetsing bij de opdrachtgever. 3177 Toepassing filelus Detectiesysteem Filelussen dienen te worden toegepast waar relatief veel kans is op file. (fileobstakels: dicht op een volgend kruispunt, brug, spoorwegovergang, weefvak of ander obstakel). 3178 Hergebruik detectielussen Detectiesysteem Bij hergebruik van bestaande detectielussen dienen deze op aardlek te worden gecontroleerd. De aardspreidingsweerstand dient ten minste 200 Mega Ohm te bedragen. 3179 Detectielussen in nieuw asfalt Detectiesysteem Detectielussen dienen bij nieuw asfalt in de tussenlaag (onderlaag) aangebracht te worden. De belijning dient op de onderlaag te worden uitgezet, voordat de detectielussen worden aangebracht. 3180 Detectielussen in bestaand asfalt Detectiesysteem Detectielussen worden aangebracht in de toplaag van de bestaande asfalt- of beton verharding. Het afvullen van de detectielussen in asfalt met bitumen moet overeenkomstig zijn met de kleur van het asfalt. 3181 Detectielussen onder bestrating Detectiesysteem Detectielussen worden bij de toepassing van klinkers direct onder de bestrating aangebracht.

3182 Aantal windingen detectielussen Per type detectielus wordt het volgende aantal windingen aangebracht: - Koplus en verweglus gemotoriseerd verkeer: 5 - Koplus en verweglus fietsers: 6 - Lange lus gemotoriseerd verkeer: 2

Detectiesysteem

3183 Reinigen asfalt na slijpen detectielussen Detectiesysteem Het wegdek dient na aanbrengen detectielussen te worden schoongemaakt met veeg/zuigmachine of ZOAB-cleaner. 3184 Markeren passief Detectiesysteem Elk passief dient (indien mogelijk) te worden gemarkeerd door middel van een zaagsnede in de band. Deze markering slijt niet door weersinvloeden. 3185 Inregelen detectielussen Detectiesysteem Iedere detectielus wordt correct aangesloten en voorafgaand aan de inbedrijfname ingeregeld met een controle op de gevoeligheid en drempelwaarde. Het inregelen van de detectoren gebeurt door de servicemonteur van de VRA-leverancier. 3186 Meetrapport detectielussen Detectiesysteem Van iedere detectielus dient een meetrapport te zijn opgesteld conform de CROW publicatie 269. 3187 Aantal rijstroken passief Detectiesysteem Een passief van een detectielus mag maximaal twee rijstroken doorsnijden. (Ofwel, de passief van de lus op de derde rijstrook geteld vanaf de berm mag door twee andere rijstroken heen.) 3188 Moffen detectielussen Detectiesysteem Detectielussen worden door middel van spuit-wikkelmoffen vochtdicht aangesloten op de feederkabel. 3189 Garantie moffen De garantie op Spuit/wikkelmoffen bedraagt ten minste 5 jaar.

Detectiesysteem

3190 Aantal lussen op mof Op één aansluitmof mogen maximaal 2 lussen worden aangesloten.

Detectiesysteem

3191 Rangeersnoeren detectie Detectiesysteem Rangeersnoeren voor detectielussen dienen in het verkeersregeltoestel zodanig getwist te worden, dat overspraak wordt vermeden. 3192 Afstand koplus autoverkeer Detectiesysteem Elke koplus voor autoverkeer wordt 0,5 meter voor de stopstreep aangebracht. 3193 Afmeting koplus autoverkeer Detectiesysteem Elke koplus voor autoverkeer heeft een lengte van 1,0 meter, wordt 0,1 meter vanaf de (trottoir)band aangebracht en 0,4 meter vanaf de as-belijning aangebracht. 3194

Draaihoek koplus autoverkeer

Detectiesysteem

Elke koplus voor rechtsaf- en/of recht doorgaand autoverkeer wordt onder een hoek van 30 graden ten opzichte van de stopstreep aangebracht. Hierbij ligt de rechterbovenhoek van de koplus (gezien in de rijrichting) 0,5 meter voor de stopstreep 3195 Spiegelen koplus autoverkeer linksaf Detectiesysteem Elke koplus voor links afslaand autoverkeer wordt gespiegeld aangebracht ten opzichte van het midden van de rijbaan, gezien in de rijrichting. 3196 Afstand lange lus Detectiesysteem De lange lus wordt per signaalgroep op: - 20 meter voor de stopstreep aangebracht bij alleen recht doorgaande bewegingen; - 10 meter voor de stopstreep aangebracht bij minimaal 1 afslaande beweging. 3197 Afmeting lange lus Detectiesysteem Elke lange lus heeft een standaard lengte van 20 meter en een breedte van 1,0 meter en wordt in het midden van de rijstrook aangebracht. Indien de gewenste lengte van 20 meter niet inpasbaar is, wordt achtereenvolgens een lengte van 15, 10 of 5 meter toegepast. 3198 Afstand verweglus Detectiesysteem Elke verweglus voor autoverkeer op doorgaande wegen wordt 60 meter voor de stopstreep aangebracht. 3199 Afmeting verweglus Detectiesysteem Elke verweglus heeft een lengte van 1,0 meter en een breedte van 2,0 meter en wordt in het midden van de rijstrook aangebracht. 3200 Afstand koplus fietsers Elke koplus voor fietsers wordt 0,5 meter voor de stopstreep aangebracht.

Detectiesysteem

3201 Afmeting koplus fietsers Detectiesysteem Elke koplus voor fietsers heeft een lengte van 1,0 meter en wordt 0,1 meter vanaf de (trottoir)band en/of as-belijning aangebracht. 3202 Draaihoek koplus fietsers Detectiesysteem Elke koplus voor fietsers wordt onder een hoek van 30 graden ten opzichte van de stopstreep aangebracht. Hierbij ligt de rechterbovenhoek van de koplus (gezien in de rijrichting) 0,5 meter voor de stopstreep 3203 Afstand verweglus fietsers Detectiesysteem Elke verweglus voor fietsers wordt 25 meter voor de stopstreep aangebracht. 3204 Afmeting verweglus fietsers Detectiesysteem Elke verweglus voor fietsers heeft een lengte van 1,0 meter en wordt 0,1 meter vanaf de (trottoir)band aangebracht.

3205 Draaihoek verweglus fietsers Detectiesysteem Elke verweglus voor fietsers wordt onder een hoek van 30 graden ten opzichte van de stopstreep aangebracht. 3206 Richtinggevoelige verweglus fietsers Detectiesysteem Bij een in twee richtingen bereden fietspad worden de verweglussen voor fietsers met een tussenafstand van 0,5 meter richtinggevoelig en over de gehele breedte van het fietspad aangebracht. 3207 Afstand filelus Detectiesysteem De filelus wordt standaard op: - 300 meter voor de stopstreep aangebracht bij filemeting voor het kruispunt; - 65 meter na het kruisingsvlak aangebracht bij filemeting na het kruispunt. 3208 Afmeting filelus Detectiesysteem Elke filelus heeft een lengte van 5,0 meter en een breedte van 1,0 meter en wordt in het midden van de rijstrook aangebracht. 3209 Afstand lussen openbaar vervoer Detectiesysteem Per busbaanrijstrook is een set van twee lussen aanwezig: - Elke koplus voor het openbaar vervoer dient op 2,0 meter voor de stopstreep te worden aangebracht. - De tweede lus wordt op 11 meter ten opzichte van de stopstreep aangebracht, waardoor de afstand tussen de lussen 8,0 meter bedraagt. 3210 Afmeting lussen openbaar vervoer Detectiesysteem Elke detectielus voor het openbaar vervoer heeft een lengte van 1,0 meter en een breedte van 1,0 meter en wordt in het midden van de rijstrook aangebracht.

3211 Drukknop terugsignalering Detectiesysteem Drukknoppen worden met een terugsignalering uitgevoerd, BEHALVE wanneer er op de betreffende signaalgroep sprake is van een wachttijdvoorspeller. 3212 Positie drukknop buitenzijde Detectiesysteem De voetgangers drukknop op een mast aan de buitenzijde dient in de looprichting te worden aangebracht. 3213 Positie drukknop bij 1 drukknop Detectiesysteem De voetgangers drukknop op de mast in de middenberm dient bij 1 aanwezige middenbermdrukknop naar de breedste zijde van de oversteek te worden gericht. 3214

Positie drukknop bij 2 drukknoppen

Detectiesysteem

De voetgangers drukknoppen op de mast(en) in de middenberm dient bij 2 aanwezige middenbermdrukknoppen in de looprichting te worden aangebracht. 4000 Afvalinzameling Afval en Reiniging Afval en Reiniging Afvalinzameling in de openbare ruimte en van woningen en bedrijven dient ten minste te voldoen aan de geldende afvalstoffenverordening en bijbehorende uitvoeringsbesluit(en), nadere regels en aanwijsbesluiten behorende bij de afvalstoffenverordening van de gemeente Haarlem of van Gemeente Zandvoort. 4001 Ontwerp Afvalinzameling Afval en Reiniging Afval en Reiniging Het ontwerp van de afvalinzameling wordt opgesteld door Spaarnelanden NV. en moet voldoen aan het vigerende gemeentelijke afvalbeleid. Minimaal moet rekening worden gehouden met ruimte voor inzameling van huishoudelijk afval (ondergrondse container) en grondstoffen. In de ontwerpfase dient rekening te worden gehouden met voldoende locaties voor (meerdere) ondergrondse en/ of bovengrondse containers, bereikbaarheid van de containers, maatvoering en vastgesteld beleid van de gemeente Haarlem of gemeente Zandvoort. Opdrachtnemer dient daarvoor tijdig de uitvoerder Spaarnelanden N.V. te contacten. 4002 Levering en Plaatsing Afval en Reiniging Afval en Reiniging De levering en plaatsing geschied door Spaarnelanden. De kosten t.b.v. de voorbereiding en plaatsing van de inzamelmiddelen zijn voor de Ontwikkelaar/aannemer.

Spaarnelanden brengt hiervoor € 350,= per nieuwe aansluiting in rekening (indexeerbaar). De plaatsing van de inzamelmiddelen is ter goedkeuring van de gemeente. 4003 Tijdelijke inzamelvoorzieningen Afval en Reiniging Afval en Reiniging De ontwikkelaar dient gedurende uitvoering tijdelijke inzamelmiddelen voor huishoudelijk afval te laten plaatsen via de door gemeente Haarlem aangewezen inzamelaar (Spaarnelanden N.V.), vanaf het eerste moment dat bewoners of gebruikers woningen kunnen betreden tot het moment dat de definitieve inzamelmiddelen operationeel zijn. De kosten zijn voor rekening van de aanemmer en/of de ontwikkelaar. 4004

Aannemer/ontwikkelaar communiceert Afval en Reiniging Afval en Reiniging met de Spaarnelanden De aannemer en/of ontwikkelaar moet tijdig contact opnemen met de inzamelaar, hierna te noemen Spaarnelanden N.V. over: - de plaatsing van ondergrondse containers voor restafval en grondstoffen in de openbare ruimte; - het plaatsen van bovengrondse inzamelvoorzieningen voor grondstoffen in de openbare ruimte; - het plaatsen van inzamelvoorzieningen voor huishoudelijk restafval die perceelgebonden zijn bij de oplevering van nieuwbouwwoningen; - de hiermee gemoeide kosten zijn voor rekening en risico van de aannemer en/of ontwikkelaar. 4005

Aannemer/ontwikkelaar communiceert Afval en Reiniging Afvalinzamelsysteem met de Spaarnelanden De aannemer en/of ontwikkelaar moet tijdig contact opnemen met de inzamelaar, hierna te noemen Spaarnelanden N.V. over: - de plaatsing van ondergrondse containers voor restafval en grondstoffen in de openbare ruimte; - het plaatsen van bovengrondse inzamelvoorzieningen voor grondstoffen in de openbare ruimte; - het plaatsen van inzamelvoorzieningen voor huishoudelijk restafval die perceelgebonden zijn bij de oplevering van nieuwbouwwoningen; - de hiermee

gemoeide kosten zijn voor rekening en risico van de aannemer en/of ontwikkelaar. De kosten per nieuwe aansluiting worden jaarlijks vastgesteld en zijn indexeerbaar. 4006 Bereikbaarhied bewoners Afval & Reiniging Inzamelpunten dienen altijd bereikbaar te zijn voor bewoners

Afval en Reiniging

4007 Bereikbaarhied bewoners Afval & Reiniging Inzamelpunten dienen altijd bereikbaar te zijn voor bewoners

Afvalinzamelsysteem

4008 Bereikbaarheid inzamelaar Afval & Reiniging Afval en Reiniging Inzamelmiddelen dienen ten alle tijden bereikbaar te zijn voor voertuigen van de inzamelaar 4009 Bereikbaarheid inzamelaar Afval & Reiniging Afvalinzamelsysteem Inzamelmiddelen dienen ten alle tijden bereikbaar te zijn voor voertuigen van de inzamelaar 4010 Huisaansluitingen Afval & Reiniging Afval en Reiniging Het aantal huisaansluitingen per ondergrondse container volgt uit de verdeling van de containers over de wijk. Hiervoor dient contact opgenomen te worden met de uitvoerder Spaarnelanden N.V. 4011 Huisaansluitingen Afval & Reiniging Afvalinzamelsysteem Het aantal huisaansluitingen per ondergrondse container volgt uit de verdeling van de containers over de wijk. Hiervoor dient contact opgenomen te worden met de uitvoerder Spaarnelanden N.V. 4012

Huisaansluitingen

Afval & Reiniging

Ondergrondse afvalinzameling Het aantal huisaansluitingen per ondergrondse container volgt uit de verdeling van de containers over de wijk. Hiervoor dient contact opgenomen te worden met de uitvoerder Spaarnelanden N.V. 4013

Huisaansluitingen

Afval & Reiniging

Bovengrondse afvalinzameling Het aantal huisaansluitingen per ondergrondse container volgt uit de verdeling van de containers over de wijk. Hiervoor dient contact opgenomen te worden met de uitvoerder Spaarnelanden N.V. 4014 Maximale loopafstand Afval & Reiniging Afval en Reiniging De inzamelvoorzieningen voor restafval moeten als uitgangspunt zodanig gesitueerd worden dat de loopafstand van de daadwerkelijk te lopen route; dus niet hemelsbreed, gemeten -tussen de grens van een op de locatie aan te sluiten perceel en de tot een verzamelcontainer voor restafvalmaximaal 250 meter bedraagt (maximale loopafstand moet altijd conform het vaststestelde uitvoeringsbesluit van de locale afvalstoffenverordening zijn). Loopafstand verzamelcontainer voor grondstoffen Wat betreft de loopafstand naar een grondstoffencontainer, deze moet zo klein mogelijk zijn, wel met inachtneming van het aantal percelen dat moet worden aangesloten op die container. Als uitgangspunt gelden de volgende richtlijnen: • Hoogbouw: grondstofstraatjes voor gft, PBD, papier en restafval nabij de flat;

• Centrum: grondstofstraatjes voor gft, PBD, papier en restafval max 250 meter; • Bovenwoningen en appartementen: grondstofstraatjes voor gft, PBD, papier en restafval zo dichtbij mogelijk. De ligging en het aantal woningen kan om maatwerk vragen.

4015 Maximale loopafstand Afval & Reiniging Afval en Reiniging De inzamelvoorzieningen voor restafval moeten als uitgangspunt zodanig gesitueerd worden dat de loopafstand van de daadwerkelijk te lopen route; dus niet hemelsbreed, gemeten -tussen de grens van een op de locatie aan te sluiten perceel en de tot een verzamelcontainer voor restafvalmaximaal 250 meter bedraagt (maximale loopafstand moet altijd conform het vaststestelde uitvoeringsbesluit van de locale afvalstoffenverordening zijn). Loopafstand verzamelcontainer voor grondstoffen Wat betreft de loopafstand naar een grondstoffencontainer, deze moet zo klein mogelijk zijn, wel met inachtneming van het aantal percelen dat moet worden aangesloten op die container. Als uitgangspunt gelden de volgende richtlijnen: • Hoogbouw: grondstofstraatjes voor gft, PBD, papier en restafval nabij de flat; • Centrum: grondstofstraatjes voor gft, PBD, papier en restafval max 250 meter; • Bovenwoningen en appartementen: grondstofstraatjes voor gft, PBD, papier en restafval zo dichtbij mogelijk. De ligging en het aantal woningen kan om maatwerk vragen.

4016 Plaatsing ondergrondse containers Afval & Reiniging Afval en Reiniging Plaatsen ondergrondse container wanneer mogelijk buiten de kroonprojectie van een boom en op minimaal 2 meter (voor de container) en 4 meter (achter de container) van een lichtmast. 4017 Plaatsing ondergrondse containers Afval & Reiniging Afvalinzamelsysteem Plaatsen ondergrondse container wanneer mogelijk buiten de kroonprojectie van een boom en op minimaal 2 meter (voor de container) en 4 meter (achter de container) van een lichtmast. 4018

Plaatsing ondergrondse containers

Afval & Reiniging

Ondergrondse afvalinzameling Plaatsen ondergrondse container wanneer mogelijk buiten de kroonprojectie van een boom en op minimaal 2 meter (voor de container) en 4 meter (achter de container) van een lichtmast. 4019 Onkruidvrije en schone oplevering Afval & Reiniging Afval en Reiniging Opdrachtnemer is verantwoordelijk voor het schoon en onkruidvrij opleveren van het werkterrein. 4020 Onkruidbestrijding Afval & Reiniging Onkruidbestrijding dient zonder chemicaliën te gebeuren.

Afval en Reiniging

4021 Gladheidbestrijding Afval & Reiniging Afval en Reiniging Opdrachtnemer is verantwoordelijk voor gladheidsbestrijding binnen het werkgebied daar waar openbare doorgang vereist is . 4022

Overige bevindingen

Afval & Reiniging

Afval en Reiniging

Opdrachtnemer doet melding van afwijkende zaken/bevindingen tijdens een project. Ook neemt hij contact op bij veranderingen tijdens een project met Spaarnelanden N.V (die overigens communicatie verzorgt richting bewoners). 4023 Ontwerp bereikbaarheid Afval & Reiniging Afval en Reiniging Het ontwerp waarborgt de bereikbaarheid van de te vegen oppervlakte openbare weg en van de parkeerplaatsen. Een voorbeeld is het toepassen van ronde hoeken en een slimme plaatsing van straatkolken bij het ontwerp van parkeerplaatsen en palen. 4024 Ontwerp bereikbaarheid Afval & Reiniging Afvalinzamelsysteem Het ontwerp waarborgt de bereikbaarheid van de te vegen oppervlakte openbare weg en van de parkeerplaatsen. Een voorbeeld is het toepassen van ronde hoeken en een slimme plaatsing van straatkolken bij het ontwerp van parkeerplaatsen en palen. 4025 Afvalstoffenverordening Afval & Reiniging Afval en Reiniging De geldende afvalstoffenverordening van de Gemeente Haarlem of Gemeente Zandvoort en het bijbehorende uitvoeringsbesluit zijn van kracht. 4026 Afvalstoffenverordening Afval & Reiniging Afvalinzamelsysteem De geldende afvalstoffenverordening van de Gemeente Haarlem of Gemeente Zandvoort en het bijbehorende uitvoeringsbesluit zijn van kracht. 5000

Standaard belastingklasse

Kunstwerken & Kunstwerken en Oevers Oevers De belastingklasse dient per kunstwerk specifiek bepaald te worden op basis van de meest recente eisen (bijvoorbeeld constructieve veiligheid, bouwbesluit, enz.….) 5001

Constructies binnen beschermd stadsgezicht Voor alle kunstwerken die liggen binnen het gebied van het beschermde stadsgezicht dienen de specifieke eisen bepaald te worden op basis van de meest recente eisen t.a.v. het beschermd stadsgezicht in overleg met afdeling OMB 5002 MKI profiel betonproducten Voor alle toe te passen betonproducten moet een MKI profiel aangeleverd worden volgens de BRL K 11002. 5003 Duurzaamheid betonproducten Voor alle toe te passen betonproducten dient een zo laag mogelijke MKI te worden nagestreefd in relatie tot de constructieve eisen. 5004

Betonkwaliteit funderingspalen, prefab Kunstwerken & Kunstwerken en beton Oevers Oevers Funderingspalen dienen te zijn vervaardigd van prefab beton met klasse C45/55, XC4 of XF4.

5005

Betonkwaliteit prefab beton elementen

Kunstwerken & Kunstwerken en Oevers Oevers Beton elementen dienen te zijn vervaardigd van prefab beton met klasse C45/55, XC4 of XF4. 5006

Betonkwaliteit dekstenen, prefab beton

5007

Staal in aanraking met oppervlaktewater

Kunstwerken & Kunstwerken en Oevers Oevers Betonnen dekstenen dienen te zijn vervaardigd van prefab beton met klasse C45/55, XC4 of F4. Kunstwerken & Kunstwerken en Oevers Oevers Staal dat in aanraking komt met oppervlaktewater dient te worden voorzien van een coating (tot 1 m onder de waterlijn) of van roestvast staal 316 te zijn. (bijvoorbeeld remmingswerken, steigerwerken, damwanden). 5008

Staal niet in aanraking met Kunstwerken & Kunstwerken en oppervlaktewater Oevers Oevers Staal dat niet in aanraking komt met oppervlaktewater dient thermisch verzinkt en gecoat te zijn (brugleuningen, hekwerken, kopschotten, liggers, e.d.) 5009

Corrosie bescherming staal

Kunstwerken & Kunstwerken en Oevers Oevers Behalve wapeningsstaal al het staal (inclusief bevestigingsmiddelen) afdoende tegen corrosie beschermen. Thermisch verzinkt staal dient te worden gecoat. 5010

Oppervlaktebehandeling Kunstwerken & Kunstwerken en bevestigingsmiddelen Oevers Oevers Bevestigingsmiddelen (bouten, moeren en ringen etc.) dienen corrosiebestendig of van roestvast staal A4 te zijn. 5011

Staal afgeslepen draadeinden/beschadigingen Beschadigingen en afgeslepen draadeinden moeten worden voorzien van een zinklaag en eventueel een coating 5012 Potentiaalverschillen staalsoorten Potentiaalverschillen tussen de verschillende staalsoorten dienen te worden voorkomen, 5013

Controle gebruikte verflagen op Chroom Kunstwerken & Kunstwerken en 6 Oevers Oevers Voorafgaand aan verwijderen of schuren van conserveringen op staal moet de bestaande coating gecontroleerd worden op aangebrachte Chroom 6 - houdende verflagen. 5014

Coatings met Chroom 6

Als er chroom 6 - houdende verflagen worden geconstateerd, dan dient dit bij onderhoudswerkzaamheden aan conserveringen verwijderd te worden 5015

Eigenschappen, staalonderdelen

Kunstwerken & Kunstwerken en Oevers Oevers Stalen onderdelen dienen te zijn uitgevoerd in S235JR (Fe360B), thermisch verzinkt. 5016

Eigenschappen bolders op kades (grote)

Kunstwerken & Kunstwerken en Oevers Oevers Bolders op kades dienen te zijn uitgevoerd in S235JR (Fe360B), thermisch verzinkt. 5017

Eigenschappen bolders op steigers (kleine) Bolders op steigers dienen te zijn uitgevoerd in roestvast staal 316. Kunststof en RVS kikkers zijn niet toegestaan. Kikkers mogen wel uitgevoerd worden in verzinkt staal 5018

Eigenschappen haalkommen

Kunstwerken & Kunstwerken en Oevers Oevers Haalkommen dienen te zijn uitgevoerd in roestvast staal, met de afmetingen 100x200 diep 100 5019 Eigenschappen coatings Coating van stalen onderdelen dient te worden uitgevoerd in een natlaksysteem 5020

Eigenschappen metselstenen

Kunstwerken & Kunstwerken en Oevers Oevers Metselstenen die gehanteerd dienen te worden zijn: waalformaat, vorstklasse F2/D, IW-klasse 1, conform BRL 1007. 5021

Eigenschappen rollaag

5022

Eigenschappen deuvels t.b.v. dekstenen

5023

Eigenschappen metselspecie

Kunstwerken & Kunstwerken en Oevers Oevers De rollaag dient te zijn uitgevoerd in waalformaat, vorstklasse F2/D, IW-klasse 1, conform BRL 1007. Kunstwerken & Kunstwerken en Oevers Oevers Deuvels t.b.v. dekstenen minimaal M16, lang 250mm, met staalkwaliteit S235JR (Fe360B), thermisch verzinkt. Kunstwerken & Kunstwerken en Oevers Oevers De metselspecie die toegepast dient te worden is Type 1, M17,5, milieuklasse MX3.2, portlandcement. Deze eis komt te vervallen als er een kalkrijke metselspecie wordt toegepast voor het vergroten van de biodiversiteit op kademuren.

5024

Eigenschappen kalkrijke metselspecie t.b.v. vergroten biodiversiteit kademuren Een kalkrijke specie van de kademuur dient vanaf 20 cm boven het gemiddelde waterpeil naar boven natuurvriendelijk te zijn te behoeve van de groei van muurplanten, tenzij dit bouwtechnisch en constructie technisch niet verantwoord is. Twee mogelijkheden: 1) 16 delen zand : 8 delen schelpkalk : deel tras of portlandcement 2) kalk : cement : zand = 1 : 1 : 6. (Dijkstra 2016) 5025

Mortel dekstenen

Kunstwerken & Kunstwerken en Oevers Oevers De mortel onder de dekstenen dient krimparm te zijn. Deze eis komt te vervallen als er een kalkrijke metselspecie wordt toegepast voor het vergroten van de biodiversiteit op kademuren. De dekstenen moeten dan vastgezet worden met een hoekstaal of doken 5026

Eigenschappen voegspecie

Kunstwerken & Kunstwerken en Oevers Oevers De voegspecie die toegepast dient te worden is V.H. 45, CUR rapport 61. Deze eis geldt tot een niveau van 20 cm boven het gemiddelde waterpeil, als er een kalkrijke metselspecie wordt toegepast wordt voor het vergroten van de biodiversiteit op kademuren. 5027

Eigenschappen voegspecie bij muurplantjes Voegspecie voorzien van voegzand of metselzand (net hoe grof de bestaande voeg is) met Tubag Traskalk. De verhouding is 3 delen zand 1 deel Tubag. 5028 Vochttoevoer metselwerk Deze eis is van toepassing als er een kalkrijke metselspecie wordt toegepast voor het vergroten biodiversiteit op kademuren: het metselwerk van de kademuur dient aan landzijde voor minimaal 50 % in contact te staan met het grondwater. 5029 Voegafwerking bij kalkrijke metselspecie Deze eis is van toepassing als er een kalkrijke metselspecie wordt toegepast voor het vergroten biodiversiteit op kademuren: de voegen dienen terug liggend (5 mm) aangebracht te worden en nadat ze zijn afgestreken, afgeborsteld te worden met een kwast om meer hechting te kunnen geven aan de wortels van de muurplanten 5030 Voeg bij kalkrijke metselspecie Deze eis is van toepassing als er een kalkrijke metselspecie wordt toegepast voor het vergroten biodiversiteit op kademuren: de voegen dienen 'hol' en ruw te worden gemetseld 5031 Open voeg bij kalkrijke metselspecie Deze eis is van toepassing als er een kalkrijke metselspecie wordt toegepast voor het vergroten biodiversiteit op kademuren:

een open voeg dient toegepast te worden tussen de rollaag of deksteen en het verticale gedeelte van de gemetselde muur 5032

Keurmerk hout

Kunstwerken & Oevers Hout dient de keurmerken FSC, PEFC en/of Keurhout-duurzaam te dragen.

Kunstwerken en Oevers

5033

Duurzaamheidsklasse hout

Kunstwerken en Oevers

Toe te passen hout dient te voldoen aan Duurzaamheidsklasse 1 5034

Aanbrengen anti-graffiti coating op beton Kunstwerken & Kunstwerken en en metselwerk Oevers Oevers Er moet een anti-graffiti coating aangebracht worden op beton en metselwerk op makkelijk bereikbare plaatsen 5035

Kunstwerk Systeem– Dragen

Kunstwerken & Kunstwerken Oevers Het systeem dient de effecten en/of belastingen voortkomend uit het gebruik te dragen. 5036

Kunstwerk en waterspiegel, Kunstwerken & Kunstwerken dimensionering Oevers Minimale afstand waterspiegel tot binnen bovenkant kunstwerk bedraagt 0,20 m. 5037

Landhoofden kunstwerk

Kunstwerken & Oevers

Kunstwerken

De landhoofden dienen zettingsvrij (onderheid) te zijn. 5038

Hoogte brugleuning

Kunstwerken & Kunstwerken Oevers De hoogte van de brugleuning moet voldoen aan de eisen in het bouwbesluit. 5039

Maximale brughelling

5040

Brugdek afwerkmateriaal

5041

Levensduur antislip-/slijtlaag

Kunstwerken & Kunstwerken Oevers Maximale helling toeritten wordt bepaald door invaliden voertuigen volgens ASVV Voorschriften. Kunstwerken & Kunstwerken Oevers Brugdek altijd voorzien van een antislip laag, slijtlaag of gripstrips. Epoxy of bitumen.

Levensduur antislip-/slijtlaag minimaal 10 jaar

Kunstwerken & Oevers

Kunstwerken

5042

Programma van Eisen brug

Kunstwerken & Bruggen Oevers Vanwege de grote diversiteit aan mogelijke uitvoeringen is een standaarddetaillering niet praktisch. Per brug zal een specifiek Programma van Eisen moeten worden opgesteld. 5043

Bepaling van soort brug

5044

Levensduur betonnen brug

Kunstwerken & Oevers De levensduur van betonnen bruggen dient ten minste 100 jaar te zijn.

Bruggen

5045

Levensduur houten brug

Bruggen

5046

Doorvaarthoogte vaste bruggen

5047

Doorvaartbreedte kunstwerk

Kunstwerken & Bruggen Oevers Aan de hand van de vaarroutekaart dient te worden bepaald of een brug vast of beweegbaar dient te zijn.

Kunstwerken & Oevers De levensduur van houten bruggen dient ten minste 40 jaar te zijn.

Kunstwerken & Bruggen Oevers Uitgangspunt voor Haarlems vaarwater is een minimale doorvaarthoogte van 1,50 m ten opzichte van het hoogste vastgestelde waterpeil (boezem-/polderpeil). Mocht deze hoogte aantoonbaar ruimtelijk niet haalbaar zijn dan is de minimale doorvaarthoogte 1,20 m, gelegen in de as van de vaarweg. Daarnaast mag de doorvaarthoogte niet lager zijn dan de hoogste doorvaart van de aansluitende bruggen. Kunstwerken & Bruggen Oevers Doorvaartbreedte, overspanning versus afstand pijlers minimaal 5,00 m en gelegen in de as van de vaarweg maar niet minder dan de grootste doorvaartbreedte van de aansluitende bruggen. 5048

Aanbrengen waterdicht membraan op Kunstwerken & Bruggen brugdekken van beton en staal-beton Oevers Brugdekken van beton of staal-beton moeten voorzien worden van een waterdicht membraan 5049

Levensduur beweegbare brug

Kunstwerken & Oevers De levensduur van beweegbare bruggen dient ten minste 100 jaar te zijn.

Beweegbare bruggen

5050

Beweegbare bruggen

Levensduur elektromechanische Kunstwerken & onderdelen (aandrijving) Oevers Levensduur elektromechanische onderdelen (aandrijving): 40 jaar.

5051

Levensduur steigers

Kunstwerken & Oevers De levensduur van steigers dient ten minste 30 jaar te zijn.

Steigers

5052

Aanbrengen Glow-in-the-dark strips op Kunstwerken & Steigers steigers Oevers Aanbrengen Glow-in-the-dark strips op uiteinden van steigers op plaatsen waar directe beschijning door openbare verlichting ontbreekt. Strips aanbrengen op hoek- en eindpunten steigers, eventueel integreren in antislip voorzieningen. 5053

Programma van Eisen viaduct

Kunstwerken & Viaduct Oevers Vanwege de grote diversiteit aan mogelijke uitvoeringen is een standaarddetaillering niet praktisch. Per viaduct zal een specifiek Programma van Eisen moeten worden opgesteld. 5054

Levensduur viaduct

5055

Programma van Eisen tunnel

Kunstwerken & Oevers De levensduur van een viaduct dient ten minste 100 jaar te zijn.

Viaduct

Kunstwerken & Tunnels Oevers Vanwege de grote diversiteit aan mogelijke uitvoeringen is een standaarddetaillering niet praktisch. Per tunnel zal een specifiek Programma van Eisen moeten worden opgesteld. 5056 Levensduur tunnel De levensduur van een tunnel dient ten minste 100 jaar te zijn.

Tunnels

5057

Levensduur duiker

Kunstwerken & Oevers De levensduur van de duiker dient ten minste 90 jaar te zijn.

Duikers

5058

As van duiker

Duikers

5059

Duiker hoofdwatergang, dimensionering

5060

Duiker overig, dimensionering

Kunstwerken & Oevers As van de duiker moet in het midden van het oppervlaktewater liggen.

Kunstwerken & Duikers Oevers Duiker hoofdwatergang, over een breedte van minimaal 2,00 m, uitvoeren met minimaal 0,25 m lucht boven hoogste waterpeil i.v.m. onderhoud. Kunstwerken & Duikers Oevers Duiker overig, 0,15-0,20 m lucht boven hoogste waterpeil, bij L>40 m inspectieputten toepassen.

5061

Duiker, dimensionering

Kunstwerken & Oevers Duiker moet zowel horizontaal als verticaal, bochten loos en knik loos zijn. 5062

Inspectieput, dimensionering

5063

Uitstroombak, dimensionering

5064

Faunapassage

Duikers

Kunstwerken & Duikers Oevers Inspectieput, hoekverdraaiing maximaal 135°, bij zwaar verkeer voorzien van zwaar verkeerdeksel. Kunstwerken & Duikers Oevers Uitstroombak toepassen indien duiker niet minimaal 300 mm uit grondkering / talud steekt. Kunstwerken & Oevers

Duikers

Bij hoofdwegen een faunapassage aanbrengen. 5065

Duikers langer dan 8 m

Kunstwerken & Duikers Oevers Bij duikers langer dan 8,00 m dient het gedempte wateroppervlak te worden gecompenseerd; per perceel mag slechts ontheffing worden verleend voor één dam met duiker, tenzij er compensatie wordt geleverd. 5066

Lengte particuliere duikers

Kunstwerken & Oevers

Duikers

Naastgelegen onderdelen, Kunstwerken & dimensionering Oevers Minimale afstand tot naastgelegen dam, brug of stuw bedraagt 5,00 m.

Duikers

5068

Kunstwerken & Oevers

Duikers

Kunstwerken & Oevers

Duikers

Kunstwerken & Oevers

Duikers

Kunstwerken & Oevers

Duikers

Lengte particuliere duikers maximaal 8,00 m. 5067

Materiaal kokerprofiel

Het kokerprofiel dient te zijn vervaardigd uit beton. 5069

Materiaal uitstroombak

De uitstroombak dient te zijn vervaardigd uit beton. 5070

Materiaal inspectieput

De inspectieput dient te zijn vervaardigd uit beton. 5071

Materiaal bodembescherming

Bodembescherming breuksteen, op onderlegger van vlechtmat of geotextiel. 5072

Toepassing bodembescherming

Kunstwerken & Oevers Bodembescherming toepassen bij stroomsnelheid groter dan 0,30 m/s.

Duikers

5073

Onderhoud duikers

5074

Toepassing natuurlijke oeverconstructies

5075

Levensduur harde oevers

Kunstwerken & Oevers De levensduur van harde oevers dient ten minste 100 jaar te zijn.

Oevers

5076

Levensduur houten damwand

Oevers

Kunstwerken & Duikers Oevers Uiteinde duikers markeren om beschadigingen door mechanisch onderhoud tegen te gaan. Kunstwerken & Oevers Oevers Daar waar mogelijk, zoveel mogelijk natuurlijke oevers toepassen conform het ecologisch beleidsplan 2013-2030

Kunstwerken & Oevers

Levensduur minimaal 25 jaar 5077

Levensduur half zachte oevers Kunstwerken & Oevers (beschoeiingen) Oevers De levensduur van half zachte oevers (beschoeiingen) dient ten minste 15 jaar te zijn. 5078

Levensduur zachte oevers (groene en/of Kunstwerken & Oevers natuurvriendelijke oevers) Oevers De levensduur van zachte oevers (groene en/of natuurvriendelijke oevers) dient ten minste 10 jaar te zijn. 5079

Betonkwaliteit betonnen L-muur, i.h.w.g.

Kunstwerken & Kademuur Oevers Een betonnen in het werk gestorte L-muur dient te zijn uitgevoerd in betonklasse C45/55, XC4 of XF4 5080

Staalkwaliteit wapening, betonnen LKunstwerken & muur Oevers Het wapeningsstaal van een betonnen L-muur dient B500B te zijn.

Kademuur

5081

Kademuur

Grondkering, dimensionering en uitvoering

Kunstwerken & Oevers

Grondkering waarborgen tot minstens 1,00 m onder het niveau van de waterbodem grenzend aan de kade, om uitspoeling van grond achter de kade te voorkomen. De grondwaterstroom onder of door de kadeconstructie moet gegarandeerd blijven om grondwaterstijging achter de kade te voorkomen. 5082

Dilatatievoegen, dimensionering en Kunstwerken & Kademuur uitvoering Oevers Dilatatievoegen: tussenafstand circa 25 m, breed 20 mm. Gronddicht afwerken. Secties onderling verbinden met deuvels. Let op de paalfundering. Ook metselwerk en dekstenen voorzien van voeg. Voeg afkitten. 5083

Metselwerkfront, dimensionering en Kunstwerken & Kademuur uitvoering Oevers Metselwerkfront: afwerking, authentiek uiterlijk. Halfsteens metselwerk, kruisverband. Verankeren aan beton, doorzetten tot minstens 200 mm onder laagste waterpeil, waterzijde direct doorstrijken tot minstens 300 mm boven waterpeil. 5084

Dekstenen / deksloof, dimensionering en Kunstwerken & Kademuur uitvoering Oevers Dekstenen /deksloof: lxbxh: 1490x500x200 mm; voorzien van vellingkanten (waterzijde: 20x20 mm, landzijde: 10x10 mm); verbinden aan constructie middels deuvels (2 per deksteen) in gaten rond 20 mm (150 mm in constructie, 100 mm in deksteen); verlijmen met 2 componenten epoxyhars. 5085

Redding trap, dimensionering

Kunstwerken & Kademuur Oevers Redding trap, tussenafstand circa 100 m. Toepassen bij nieuwe constructies, bij kerende hoogte vanaf 0,30 m boven laagste waterpeil. 5086

Autohekje, dimensionering en uitvoering

5087

Doorvoeringen damwandconstructies

5088

Eigenschappen onderloopsheidscherm

Kunstwerken & Kademuur Oevers Autohekje t.b.v. voorkomen in het water geraken auto’s. Bovenkant 300 mm boven maaiveld. Buispaaltjes lang 500 mm, h.o.h. 1,50 m, in voorgeboord gat ø80 mm diep 200 mm in rollaag of deksteen, aangieten met krimparme mortel. Kunstwerken & Kademuur Oevers Doorvoeringen bij damwandconstructies dienen gronddicht afgewerkt te worden. Kunstwerken & Kademuur Oevers Een onderloopsheidscherm dient te worden uitgevoerd in Europees naaldhout, met ten minste de afmetingen bxd = 200x70 mm.

5089

Drainage kadeconstructie

Kunstwerken & Kademuur Oevers Achter de kadeconstructies dient een drainage aangebracht te worden, zodanig dat de waterstand aan beide zijden van de wand op gelijke hoogte blijft. 5090 Eigenschappen drainage Kademuur Drainage achter de kadeconstructie dient te voldoen aan de eisen zoals deze zijn opgenomen onder het PvE voor riolering en grondwater. 5091

Drainagedoorvoeren in betonnen LKunstwerken & Kademuur wandconstructies Oevers Bij betonnen L-wandconstructies drainage doorvoeren door betonvloer met drainagebuis in PVC Ø 100 mm h.o.h.. circa 5,00 m. 5092

Eigenschappen tempex t.b.v. Kunstwerken & Kademuur dilatatievoegen Oevers De tempex t.b.v. dilatatievoegen dient ten minste 0,15 N/mm2 te kunnen dragen en dient vuur dovend te zijn. 5093

Eigenschappen kit t.b.v. dilatatievoegen

Kunstwerken & Kademuur Oevers De kit t.b.v. dilatatievoegen dient te zijn uitgevoerd met de afmetingen bxd= 20x20 mm, type Polysulfide IIC, met rugvulling. 5094

Eigenschappen deuvels t.p.v. dilatatie

5095

Eigenschappen redding trap

5096

Eigenschappen, stalen autohekje

5097

Voorkomen uitspoeling beschoeiing

Kunstwerken & Kademuur Oevers Deuvels t.p.v. dilatatie dienen te zijn uitgevoerd in S235JR (Fe360B), thermisch verzinkt; minimaal rond 22 mm, lang 600 mm. Kunstwerken & Oevers Redding trap dient te zijn uitgevoerd in S235JR (Fe360B), thermisch verzinkt.

Kademuur

Kunstwerken & Kademuur Oevers Een autohekje dient ten minste de volgende eigenschappen te hebben: buisdiameter 60,3 mm t=3,0 mm, S235JR (Fe360B), thermisch verzinkt. Kunstwerken & Oevers

Beschoeiing

Kunstwerken & Oevers

Beschoeiing

Aanbrengen beschoeiing tot in vaste bodem watergang 5098

Stabiliteit beschoeiing

Aanbrengen plasberm bij beschoeiing 5099

Vlakke strook achter beschoeiingen bij taluds Daar waar mogelijk langs de beschoeiingen een strook met een minimaal breedte van 0,50 m vlak afwerken (1:100) tussen de teen van het talud en de waterkant. 5100 Beplanting achter beschoeiingen Achter de beschoeiingen minimaal een strook van 1,00 m vrij houden van houtachtige beplantingen 5101

Toepassing praktijkrichtlijn Duurzame Kunstwerken & Kunstwerken en GWW Oevers Oevers Waterbouwwerken worden/zijn gerealiseerd volgens de praktijkrichtlijn Duurzame GWW. 5102

Realiseren van fauna-uitstapplaatsen

Kunstwerken & Oevers Oevers Op plaatsen waar een harde beschoeiing wordt toegepast, moeten afhankelijk van de situatie en verkeersintensiteit ter plaatse, fauna-uitstapplaatsen worden gecreëerd met een h.o.h. afstand van ca. 50 m. 5103

Voorkomen van verontreiniging water

Kunstwerken & Oevers Verontreiniging van oppervlakte water wordt/is voorkomen.

Kunstwerken en Oevers

5104 Kunststof materialen Deze moeten worden gemaakt van gerecyclede kunststoffen en dienen na gebruik recyclebaar te zijn (damplanken, brugdelen, beschoeiingen e.d.) 6001

Doel van openbare verlichting

OV & VRI

Openbare verlichting De openbare verlichting heeft tot doel om bij duisternis alles zichtbaar te maken dat voor een veilig en doelmatig gebruik van de openbare ruimte van belang is 6002

Plaatsing openbare verlichting

OV & VRI

6003

Sociaal onveilige routes

OV & VRI

Openbare verlichting Op openbare wegen, straten, pleinen en (achter)paden wordt in de gemeente Haarlem openbare verlichting geplaatst. Openbare verlichting Op sociaal onveilige routes waar géén alternatieve route beschikbaar is wordt in de gemeente Haarlem openbare verlichting geplaatst.

6004

Plaatsing openbare verlichting

OV & VRI

Openbare verlichting Openbare verlichting wordt zoveel mogelijk geplaatst op bij de gemeente Haarlem in beheer zijnde gemeentelijke eigendommen. Indien dit niet mogelijk is dient dit overlegd te worden met directie, bijvoorbeeld in geval van gevelarmaturen. 6005

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13657704/1