12-16 Inspreekbijdrage J Catau St. Haarlem Ateliers toelichting incl rapport Rapport BMC Verbeteren Ondersteuningsstructuur Amateurkunst
Tekst van het document
Koepelorganisaties kunnen als sector-/disciplinenetwerk een programma/project schrijven; wat gaat de sector zelf doen met budget voor formatie en activiteiten en producten om een en ander te realiseren. Koepels zouden dat niet alleen doen,
10 Nota ' naar vore!' plannen voor een gezonde popsector, Tweede Kamer initiatiefnota 35813, lid Kwint
| 27 | Revitalisering van de amateurkunst
maar met hun bonden, netwerkleden en overige relevante organisaties. Daartoe is professionele menskracht noodzakelijk die nu ontbreekt.
5.5 Revitalisering van de amateurkunst vraagt een integrale aanpak Amateurkunstgroepen hebben het zwaar en door de coronacrisis zijn de problemen verergerd. De behoefte aan ondersteuning is groot, maar van de goed ontwikkelde ondersteuningsstructuur waarvan zo’n twintig jaar geleden nog sprake was, is door opeenvolgende bezuinigingen weinig overgebleven. Tegelijkertijd heeft de sector Amateurkunst in al zijn verscheidenheid en met een veelheid aan amateurkunstgroepen en beoefenaars veel te bieden; niet alleen aan persoonlijke ontwikkeling en kunstbeleving, maar ook aan gemeenschapszin, zinvolle vrijetijdsbesteding en aan preventieve en curatieve zorg. Om de potenties van de amateurkunst te benutten zal de sector gerevitaliseerd moeten worden. Revitalisering van de amateurkunst vraagt om een integrale aanpak en versterking van de ondersteuningsstructuur is daarbij van cruciaal belang waarbij de gearticuleerde behoeften van de amateurkunstgroepen centraal staan. Een integrale aanpak betekent dat de drie overheidslagen de handen ineen moeten slaan. Tegelijkertijd realiseren wij ons dat dit procedureel 'anders' is en niet langs de gebaande paden van BIS-instellingen et cetera. Echter kan de integraliteit van ons advies een stevige oplossingsrichting bieden.
Te overwegen valt dit te doen in de vorm van een convenant/bestuurlijk akkoord tussen de overheidslagen, een Investeringsprogramma of Beleidsprogramma Amateurkunst, in lijn met eerdere beleidsprogramma’s Cultuureducatie met Kwaliteit, Cultuur en School, Cultuureducatie met Kwaliteit en Cultuurparticipatie. Maar dan expliciet gericht op de amateurkunst. Een zelfstandig programma om de amateurkunst te revitaliseren heeft de voorkeur, maar denkbaar is ook dat dit deel uitmaakt van een volgende editie van het Programma Cultuurparticipatie. Ook is denkbaar dat een investerings-/beleidsprogramma deel gaat uitmaken van Cultuurakkoorden, in analogie met de Sportakkoorden die in de sportsector zijn opgesteld op lokaal of regionaal (stedelijke cultuurregio's) niveau. In een Cultuurakkoord kunnen zowel afspraken over (bevordering van) cultuurparticipatie als (ondersteuning van) amateurkunst(groepen) worden gemaakt. In hoofdstuk 6 werken we de aanbeveling op hoofdlijnen uit om te komen tot een investerings-/beleidsprogramma amateurkunst. We hanteren daarbij de meer neutrale werktitel Programma Amateurkunst. Een Programma Amateurkunst zal pas vanaf de volgende beleidsperiode ingevoerd kunnen worden (cultuurstelsel 2025-2028), dat wil zeggen vanaf 2025. Zolang kan de sector niet wachten.
Voor de korte termijn zijn tijdelijke maatregelen nodig om de sector te revitaliseren en amateurkunstgroepen te ondersteunen. In hoofdstuk 7 doen wij een voorstel voor maatregelen voor de korte termijn.
| 28 | Revitalisering van de amateurkunst
H6 | Verbetering ondersteuningsstructuur lange termijn 6.1 Programma Amateurkunst Met het oog op de eerstvolgende beleidsperiode (2025-2028) stellen we voor te komen tot een meerjarig Programma Amateurkunst. Afspraken over de bekostiging en uitvoering van een Programma Amateurkunst moeten bij voorkeur worden vastgelegd in convenanten tussen de drie overheden en in het verlengde hiervan tussen de drie overheden en hun respectievelijke uitvoeringsorganisaties. Mogelijk kunnen de convenanten op lokaal/regionaal niveau de vorm krijgen van een Cultuurakkoord, in analogie met de sportsector waar lokale/regionale sportakkoorden zijn gesloten. Op rijksniveau Op het niveau van het Rijk geven wij in overweging een Nationaal Programma Amateurkunst vast te stellen, dat voorziet in nieuwe afspraken tussen OCW, IPO en VNG over versterking van de amateurkunst en verdeling van rollen en verantwoordelijkheden, mogelijk als onderdeel van cultuurconvenanten in het kader van het nieuwe cultuurstelsel 2025-2028. Op rijksniveau is structurele uitbreiding van middelen nodig voor de beoogde revitalisering van de amateurkunst, zoals ook de Raad voor Cultuur bepleit. Deze budgetverruiming kan worden ingezet voor: ● Meer budget vanuit OCW voor de Brede Regeling Combinatiefuncties, geoormerkt voor aanstelling van cultuurcoaches die zich richten op de ondersteuning van amateurkunstgroepen.
Met actieve benadering van circa 80 gemeenten die nog geen cultuurcoach hebben. ● Een matchingsregeling die stimuleert dat gemeenten en provincies (meer) projectsubsidies voor amateurkunst beschikbaar stellen voor projecten die bijdragen aan de zichtbaarheid, toegankelijkheid en diversiteit van amateurkunst en/of projecten die de verbinding van amateurkunst met de professionele kunsten, met het sociaal domein en met de zorg bevorderen. Opgezet als matchingsregeling, waarbij met rijksmiddelen de budgetten voor een lokaal of provinciaal op te zetten regeling of fonds ‘Projecten Amateurkunst’ worden gematcht. In het geval er al een subsidieregeling/fonds ‘Projecten Amateurkunst’ is, kan de matching betrekking hebben op uitbreiding van het subsidiebudget voor die regeling. Uitvoering van de matchingsregeling kan worden belegd bij het Fonds Cultuurparticipatie (FCP). ● Een subsidieregeling bij het FCP voor vernieuwende, voorbeeldstellende projecten amateurkunst van bovenregionaal/landelijk belang, die de zichtbaarheid en de toegankelijkheid van amateurkunst vergroten en/of projecten die de verbinding van amateurkunst met de professionele kunsten, met het sociaal domein en met de zorg bevorderen.
Van belang is op te merken dat deze subsidieregeling afwijkt van de FCP-regeling Samen cultuurmaken, omdat het hier om voorbeeldstellende en grootschalige projecten gaat en ook omdat de door ons voorgestelde regeling expliciet focust op amateurkunst en amateurgroepen. ● Budget voor uitbreiding van formatie bij de amateurkunstkoepels voor disciplinespecifieke ondersteuning aan amateurkunstgroepen. Op te zetten in de vorm
| 29 | Revitalisering van de amateurkunst
●
van een programma, waarvan de uitvoering bij FCP wordt belegd. Met deze formatie-uitbreiding kunnen de koepels voorzien in maatwerkondersteuning van bij hun aangesloten amateurkunstgroepen. Aanscherping van de opdracht van OCW aan LKCA om de ondersteuning van amateurkunstgroepen te verbinden en te versterken door: ○ het samenbrengen/netwerkvorming van landelijke, provinciale en lokale ondersteuners en kennisdeling; ○ samen met de amateurkoepels de verbinding met het kunstvakonderwijs en cultuurbeleid- en managementopleidingen te leggen; ○ op landelijk niveau de verbinding te leggen met kennisinstituten en koepelorganisaties in het sociaal domein en de zorg, om amateurkunstgroepen (formeel en informeel) een plek te geven in het Nationaal Preventieakkoord.
Op provinciaal niveau Net als bij het Rijk (en de gemeenten) zou bij de provincies een Provinciaal Programma Amateurkunst gelanceerd kunnen worden, in dit geval via het IPO. Met de oproep om dit Provinciaal Programma Amateurkunst op te nemen in en uit te voeren als integraal onderdeel van het provinciaal cultuurbeleid. In het Provinciaal Programma Amateurkunst leggen de provincies vast welke inspanningsverplichting zij aangaan in het sluiten van cultuurakkoorden met gemeenten en culturele en maatschappelijke partijen, gericht op de ondersteuning van de amateurkunstgroepen. Dit zou ook langs de regeling van de stedelijke cultuurregio's kunnen, daar waar van toepassing. In de cultuurakkoorden worden afspraken gemaakt over doelstellingen en cofinanciering van Gemeentelijke Programma’s Amateurkunst. In de cultuurakkoorden wordt aangegeven welke inspanning de provincie middels de eigen steunfunctie-instelling zal leveren ter versterking van de amateurkunst: ● Ambassadeur te zijn voor de amateurkunst in de provincie. ● Een actief netwerk op te zetten dan wel te onderhouden van lokale ondersteuners met onder andere inspiratiebijeenkomsten, kennisdeling en regionale zichtbaarheid.
● Tijdelijk aanvullende ondersteuning te bieden voor amateurkunstgroepen in gemeenten/gebieden waar de versterking van de amateurkunst dan wel de ondersteuning van amateurkunstgroepen nog onvoldoende van de grond komt, dan wel een duwtje in de rug hard nodig heeft. ● Instelling en bekostiging (of uitbreiding van budgetten in geval reeds zo’n regeling/fonds bestaat) van een regeling/fonds voor de ondersteuning van regionale of bovenlokale projecten die bijdragen aan de zichtbaarheid, toegankelijkheid en diversiteit van amateurkunst en/of projecten die de verbinding van amateurkunst met de professionele kunsten met het sociaal domein en met de zorg bevorderen. Te matchen met rijksmiddelen vanuit het FCP.
| 30 | Revitalisering van de amateurkunst
Op gemeentelijk niveau Via de VNG zou een Gemeentelijk Programma Amateurkunst gelanceerd kunnen worden bij alle gemeenten in ons land. Met de oproep om dit Programma Amateurkunst op te nemen en uit te voeren als integraal onderdeel van het gemeentelijk cultuurbeleid. Het Gemeentelijk Programma Amateurkunst bevat de volgende elementen: ● Gemeentelijk commitment creëren door middel van bestuurlijke afspraken tussen Rijk, VNG en IPO om te investeren in het lokale bestel van de amateurkunst, zodat er voldoende goede faciliteiten en materialen zijn en zodat het voor iedereen toegankelijk is: ○ Gemeenten dragen zorg voor passende en betaalbare ruimten voor amateurkunstgroepen. Om te oefenen maar ook om zichtbaar te zijn. Dat kan door publieke locaties zoals scholen en podia open te stellen, of te stimuleren om ruimtes beschikbaar te stellen. Dat is voor het opstarten na de coronaperiode extra belangrijk. ○ Gemeenten maken het mogelijk dat inwoners die minder te besteden hebben, toegang krijgen tot amateurkunstgroepen. Mogelijk via het Jeugdfonds en Volwassenenfonds Sport en Cultuur of een stadspas. ○ Gemeenten of stedelijke cultuurregio's sluiten lokale of bovenlokale cultuurconvenanten/-akkoorden met culturele en maatschappelijke partijen, waaronder amateurkunstgroepen.
Op die manier wordt de samenwerking tussen overheid, het culturele veld en maatschappelijke partijen vastgelegd en wordt er een kader gecreëerd voor concrete afspraken om amateurkunstgroepen en daarmee vrijwilligers in hun kracht te zetten en die kracht te benutten. ● Gemeenten creëren commitment voor het optimaliseren van de brede combinatieregeling en breiden het aantal cultuurcoaches via de Brede Regeling Combinatiefuncties uit. De cultuurcoach krijgt als opdracht om: ○ een lokaal netwerk van amateurkunstgroepen te ontwikkelen, die onder andere als gesprekspartner voor de amateurkunst in een gemeente kan fungeren; ○ verbinding te leggen tussen zorg- en welzijnsorganisaties en amateurkunstgroepen; ○ verbinding te leggen met de professionele kunst lokaal. Bijvoorbeeld door op te kunnen treden in een (voor)programma en gebruik te maken van artistieke expertise van professionele organisaties in bijvoorbeeld masterclasses, productie et cetera; ○ samen met amateurkunstgroepen één of meerdere projecten te initiëren waarbij werk gemaakt wordt van het wegnemen van drempels om deel te nemen aan cultuur, bijvoorbeeld met cofinanciering vanuit het FCP en/of de provinciale regeling.
● Gemeenten (al dan niet in samenwerkingsverband) roepen wij op om een divers aanbod van amateurkunstgroepen te ondersteunen, zodat iedere inwoner als amateurkunstvrijwilliger kan deelnemen, en daartoe de volgende maatregelen te nemen: ○ Instelling en bekostiging (of uitbreiding van budgetten in geval reeds zo’n regeling/fonds bestaat) van een regeling/fonds voor de ondersteuning van lokale projecten die bijdragen aan de zichtbaarheid, toegankelijkheid en diversiteit van
| 31 | Revitalisering van de amateurkunst
○
amateurkunst en/of projecten die de verbinding van amateurkunst met de professionele kunsten met het sociaal domein en met de zorg bevorderen. Te matchen met rijksmiddelen vanuit het FCP. Initiëren van een gezamenlijke presentatie van het lokale amateurveld in al zijn diversiteit, bijvoorbeeld bij de opening van het culturele seizoen of een lokale Dag van de Amateurkunst.
6.2 Financieel We stellen voor het advies van de Raad voor Cultuur te volgen en uit te gaan van een structurele verruiming van de middelen in cultuurbegroting van het Rijk van jaarlijks € 25 miljoen voor versterking van de amateurkunst (Programma Amateurkunst). We stellen voor dit bedrag als volgt te verdelen over de voorgestelde maatregelen: 1. Verruiming van het budget voor de Brede Regeling Combinatiefuncties (BRC), geoormerkt voor uitbreiding van het aantal cultuurcoaches. Op dit moment wordt van het totaal aantal fte voor buurtsport- en cultuurcoaches (3.400 fte) 577 fte ingezet voor cultuurcoaches. We stellen voor het aantal cultuurcoaches met 50% (290 fte) uit te breiden. Daarmee kunnen niet alleen de witte-vlek-gemeenten worden bediend, maar is er ook ruimte voor uitbreiding bij andere gemeenten. Een groei van 290 fte, waarvan het Rijk 40% van de personeelskosten bekostigt (honorarium + werkgeverslasten van 1 fte bedragen circa € 90.000,—). Dit betekent in totaal afgerond € 10,5 miljoen aan budgetverruiming vanuit OCW voor de BRC. 2. Als onderdeel van het Nationaal Programma Amateurkunst kan een matchingsregeling opgenomen worden voor in te stellen regelingen/fondsen amateurkunst op provinciaal en lokaal niveau. Uitvoering en administratie van deze matchingsregeling kan bij het FCP worden belegd.
Uitgaande van een matchingsbijdrage van € 0,50 per inwoner, bedragen de kosten van deze matchingsregeling € 8,5 miljoen (inclusief administratiekosten FCP). In totaal komt met deze matchingsregeling dus € 17 miljoen (€ 1,— per hoofd van de bevolking) beschikbaar, waarvan provincies en gemeenten de helft bekostigen en het Rijk de andere helft matcht. 3. Subsidieregeling bij FCP voor bovenregionale amateurkunstprojecten die een voorbeeldfunctie hebben onder andere in de verbinding met de professionele kunsten, het sociaal domein, de zorg en/of het bevorderen van diversiteit en toegankelijkheid. Jaarlijks budget € 4,5 miljoen. 4. Formatie-uitbreiding landelijke koepels. Uitgaande van 12 fte en administratiekosten bedragen de kosten hiervan afgerond € 1 miljoen. 5. Uitbreiding capaciteit LKCA om kennisdeling, netwerkvorming voor amateurkunstgroepen op te pakken: € 0,25 miljoen. 6. Voor bureau- en administratiekosten voor de uitvoering van de matchingsregeling, de subsidieregeling ‘Voorbeeldige, bovenregionale amateurkunstprojecten’ en het programma ‘Ondersteuningsstructuur Amateurkunstkoepels’ nemen we ook € 0,25 miljoen op.
| 32 | Revitalisering van de amateurkunst
In schema: 1. Uitbreiding BRC 290 fte cultuurcoaches
€ 10,5
miljoen
2. Matchingsregeling FCP lokale en provinciale subsidieregelingen AK
€
8,5
miljoen
3. Subsidieregeling FCP amateurkunstprojecten
€
4,5
miljoen
4. Realiseren formatie koepelorganisaties
€
1,0 miljoen
5. Opdracht LKCA kennisdeling, netwerkvorming, ontwikkelfunctie
€
0,25 miljoen
6. Bureaukosten FCP Programma Amateurkunst (netto budget)
€
0,25 miljoen
Totaal
€
25 miljoen
Wij merken op dat de voorgestelde maatregelen en de hier gepresenteerde financiële consequenties schaalbaar zijn; wanneer blijkt dat er meer of minder budgetverruiming voor de amateurkunst beschikbaar komt, dan kunnen de maatregelen/budgetten naar rato worden aangepast.
| 33 | Revitalisering van de amateurkunst
H7 | Versterking ondersteuningsstructuur korte termijn In onderstaande zijn wij uitgegaan van de bedragen als genoemd door de Raad voor Cultuur. De voorgestelde maatregelen en de hier gepresenteerde financiële consequenties zijn schaalbaar en daardoor niet absoluut. Uiteraard zal, in de uitvoering van deze maatregelen in praktische zin, OCW hier een belangrijke procedurele rol spelen richting uitvoerende organisaties. Voor de periode tussen nu en 2025 stellen we een compact pakket met onderstaande maatregelen voor. Continuering en uitbreiding steunpakket Nu het openbare leven weer op gang komt en ook samenkomsten van amateurkunstgroepen mogelijk zijn, wordt duidelijk hoe groot de opgelopen schade in de amateurkunstsector is en welke herstelactiviteiten nodig zijn. Vanuit het huidige tijdelijke ondersteuningspakket waarmee een aantal professionals de negen grote amateurkoepels hebben kunnen ondersteunen, worden bijeenkomsten georganiseerd om verenigingen te helpen bij de opstart en om op te halen welke ondersteuning daarbij nodig is. De amateurkunstsector toont veel veerkracht, maar er zijn ook zorgen, onder andere over de teruggelopen deelname van ouderen en jeugd. Duidelijk is dat het veel tijd en energie zal kosten om amateurkunstgroepen weer full swing te laten functioneren en om onderliggende problemen aan te pakken. Daar is professionele ondersteuning bij nodig.
Het voorstel is de tijdelijke maatregel niet alleen te continueren tot en met 2024, maar ook uit te breiden. Er is behoefte aan extra ondersteuning; wij gaan uit van een verdubbeling van de inzet. Het voorstel is circa 12 fte beschikbaar te krijgen voor de grote koepels. Bij deze maatregel past ook dat er inzet wordt gepleegd om de ontwikkelde inzichten en instrumenten, waaronder de Toolkit Branding, veel breder uit te rollen dan alleen bij de negen koepels en hun respectievelijke achterbannen. Het voorstel is om LKCA en Fonds Cultuurparticipatie opdracht te geven hier in overleg met het platform van de provinciale steunfunctie-instellingen (Raad van Twaalf) een concreet plan voor te laten ontwikkelen en uit te rollen. Kwartiermakersteam per provincie In aanvulling op de 12 fte ondersteuners bij de negen koepelorganisaties, stellen we voor ook tijdelijk capaciteit beschikbaar te stellen om in elke provincie een kwartiermakersteam aan de slag te laten gaan met het uitrollen van ontwikkelde ondersteuningsdiensten, met het bijstaan van lokale cultuurcoaches en het opbouwen van regionale netwerken van cultuurcoaches. Overwogen kan worden per provincie gemiddeld twee kwartiermakers/ondersteuners in te zetten, mogelijk aangevuld met provinciaal budget.
Hier is per provincie, vanwege de verschillende structuren en soorten ondersteuningsorganisaties per provincie, maatwerk aan te raden.
| 34 | Revitalisering van de amateurkunst
Pilots zichtbaarheid Naast directe ondersteuning van amateurkunstgroepen heeft het de hoogste prioriteit om op zo kort mogelijke termijn initiatieven te ontplooien om de zichtbaarheid en het imago van de amateurkunst in het algemeen en amateurkunstgroepen in het bijzonder, te verbeteren. Gedacht kan worden aan: ● ●
●
een reeks landelijke en provinciale festivals, mogelijk als doorontwikkeling van het initiatief Ik-Toon; landelijke en regionale radio- en tv-campagnes om amateurkunstbeoefening in groepsverband aan te moedigen. Hierbij kan gedacht worden aan het interesseren van omroepen om een reeks uitzendingen over de bijzonderheden van amateurkunst en amateurkunstgroepen, als een van de belangrijkste vormen van vrijetijdsbesteding die onze bevolking kent; een landelijke streamingsdienst met aantrekkelijke amateurprojecten.
Denkbaar is om deze punten te beleggen bij een coalitie van de landelijke koepelorganisaties, de Raad van Twaalf en onder regie van het LKCA en Fonds Cultuurparticipatie. ● ●
De uitvoering van concrete zichtbaarheid activiteiten wordt uitbesteed aan gespecialiseerde producenten. FCP kan worden ingezet om budgetten te beheren en te administreren.
Samen Slim Deelnemers Werven Uit veldonderzoek is geconstateerd dat amateurkunstgroepen de oorzaken van hun problemen vaak buiten zichzelf zoeken (pré-corona) en als gevolg hiervan niet naar hun eigen functioneren wilden kijken of durfden te kijken. Tegelijkertijd is als gevolg van de coronacrisis het besef dat er anders naar de traditionele vereniging gekeken kan worden en ook informele groepen in onder andere de urban en popscene ook ondersteuning nodig hebben en waarbij beïnvloeding over en weer kansrijk is voor de ontwikkeling van de amateurkunstsector. Tegen deze achtergrond is een inzet van de cursus Samen Slim Deelnemers Werven een goed instrument om het eigen functioneren te verbeteren en op zoek te gaan naar verbinding met nieuwe ontwikkelingen, nieuwe vormen van (eigentijdse) amateurkunstbeoefening en daardoor mogelijk ook nieuwe leden. Een en ander onder het motto: 'Blijf niet doen wat je deed, maar verander mee'. Voorbereiding Programma Amateurkunst 2025-2028 Om in 2025 een goed uitgewerkt meerjaren Programma Amateurkunst uit te kunnen rollen, moet nu gestart worden met de voorbereiding daarvan.
Wij adviseren een meerjarenprogramma, waarbij LKCA en FCP samen met koepelorganisaties, Raad van Twaalf en in afstemming met OCW, IPO en VNG het Programma Amateurkunst 2025-2028 dienen uit te werken en voor te bereiden, zo mogelijk in de vorm van een Landelijk Cultuurakkoord dat ook een provinciale en lokale uitwerking gaat krijgen. In het kader van deze voorbereiding zullen verschillende sporen moeten worden verkend, onder andere: ●
Nadere verkenning van de betekenis die amateurkunst en amateurkunstgroepen kunnen hebben voor het sociale domein en welke maatregelen en instrumenten daarvoor nodig zijn om (verder) ontwikkeld te worden, waaronder een monitor
| 35 | Revitalisering van de amateurkunst
● ●
● ● ● ●
Impactmeting. Daarbij ook te verkennen of amateurkunst onderdeel kan zijn van het Nationaal Preventieakkoord. Idem voor de zorgsector. Daarbij ook te verkennen of het lidmaatschap van amateurkunstgroepen vergoed kan worden uit zorgbudgetten. Nadere verkenning van mogelijke maatregelen om amateurkunst en amateurkunstgroepen beter in verbinding te laten staan met de professionele kunsten. Daarin ook mee te nemen de relatie met kunstvakonderwijs en cultuurbeleid- en managementopleidingen, zodat ook in de toekomst beschikt kan worden over goed geëquipeerd artistiek kader en competente ondersteuners. Voorbereiden uitbreiding aantal fte cultuurcoaches BRC en promotie BRC. Onderzoek naar concrete behoeften aan ondersteuning binnen een provincie en onderzoek naar welke 'witte vlekken' er zijn. Een jaarlijkse landelijke conferentie Voorbereiding Programma Amateurkunst 2025-2028. De wenselijkheid om afspraken voor een Programma Amateurkunst 2025-2028 te vertalen in een Nationaal Cultuurakkoord.
Het is wenselijk dat er een onderzoeks- en voorbereidingsbudget beschikbaar komt, waarbij gerichte opdrachten kunnen worden verstrekt om potentiële programmaonderdelen nader te laten onderzoeken en uit te werken. Doe dit via bestaande organisaties.
7.1 Financieel Het voorstel ten behoeve van bovengenoemde maatregelen is, om voor de komende drie jaar een eenmalig budget beschikbaar te stellen in de vorm van een impuls. Uitzondering hierop is de cursus Samen Slim Deelnemers Werven. Wij adviseren om dit eenmalig in te zetten. Het jaarlijkse bedrag van € 5,5 miljoen kan als volgt worden verdeeld over de vijf maatregelen: Ondersteuners koepelorganisaties
€ 1,0 miljoen
Per provincie team kwartiermakers/ondersteuners
€ 2,0 miljoen
Pilots zichtbaarheid
€ 1,5 miljoen
Samen Slim Deelnemers Werven een incidentele regeling voor 1 jaar
€ 0,5 miljoen
Voorbereidingsbudget Programma Amateurkunst 2025-2028
€ 0,5 miljoen
Totaal
€ 5,5 miljoen
| 36 | Revitalisering van de amateurkunst
Bijlage 1 | Uitkomsten behoeftepeiling De enquête is uitgezet in het voorjaar van 2021. In de enquête hebben we naast behoefte aan ondersteuning, ook gekeken naar het feitelijk gebruik van ondersteuning.
Wie hebben we bevraagd? (respondenten) De respondenten in het onderzoek zijn ad random aangedragen door de leden van de klankbordgroep van dit onderzoek. De enquête is uitgezet in mei 2021 onder 56 respondenten. Uiteindelijk hebben 34 respondenten de enquête ingevuld. Hiermee is het responspercentage 61%. De verdeling van respondenten naar (globale) functie is als volgt:
Uit de toelichting blijkt dat de respondenten een divers palet aan kunstbeoefeningen representeren. Het gaat van kunstbeoefening op het gebied van volksdans tot streetdance, van modeltekenen tot theater voor jongeren en van textielbewerking tot zang.
Feitelijk gebruik van ondersteuning: tijdens en voor corona Gebruik voor corona Aan respondenten is gevraagd of de respondent voor de coronapandemie ondersteuning gevraagd heeft en in hoeverre dit aan de behoeften voldeed. Deze resultaten staan hieronder weergegeven.
| 37 | Revitalisering van de amateurkunst
Figuur 1: gebruik gemaakt van ondersteuning voor amateurkunstgroep in periode voor 2020 (dus voor coronapandemie)
61% maakte pré-corona gebruik van gemeentelijke ondersteuningsfunctieregelingen, 36% van provinciale ondersteuningsregelingen en 36% vroeg hulp bij een andere amateurkunstgroep. In onderstaande figuur is te zien in hoeverre de ondersteuning pré-corona aan de behoeften voldeed. Figuur 2: mate waarin ondersteuning in periode voor 2020 (dus voor corona-pandemie) voldeed aan behoeften Ja, helemaal
Grotendeels
In mijn gemeente
Regionaal/provinciaal
Landelijke steun
Bonden/brancheverenigingen
| 38 | Revitalisering van de amateurkunst
Een beetje
Nee
Nee, helemaal niet
Pré-corona voldeed de (financiële) ondersteuning vanuit de gemeente (71%) en de provincie (71%) het vaakst aan de behoeften. Landelijke ondersteuning voldeed het minst aan de behoefte. Gebruik ondersteuning tijdens corona Aan respondenten is eveneens gevraagd of zij feitelijk gebruik gemaakt hebben van ondersteuning tijdens de corona-crisis. Figuur 3: mate van gebruik aan ondersteuning door amateurkunstgroep (tijdens corona pandemie)
Op de vraag of men gebruik gemaakt heeft van een vorm van ondersteuning tijdens de pandemie geeft 41% aan gebruik gemaakt te hebben van gemeentelijke regelingen, 29% van rijksregelingen en 29% heeft geen ondersteuning aangevraagd. Het betreft hier voornamelijk financiële ondersteuning. De respondenten die gebruik gemaakt hebben van ondersteuning, is gevraagd in hoeverre dit aan hun behoefte voldaan heeft.
| 39 | Revitalisering van de amateurkunst
Figuur 4: mate waarin ondersteuning van afgelopen jaar (ten tijde van pandemie) voldeed aan behoeften Ja, helemaal
Grotendeels
Een beetje
Nee
Nee, helemaal niet
In mijn gemeente
Regionaal/ provinciaal
Landelijke steun
Bonden/ brancheverenigingen
De steun vanuit de gemeente voldeed het meest (helemaal/grotendeels) aan de behoefte van de amateurkunstvereniging (54%). De ondersteuning vanuit de landelijke overheid voorzag het minst vaak in de behoefte (17% helemaal/grotendeels eens). Respondenten gaven een toelichting bij hun antwoord op bovenstaande vragen. Hieronder staan enkele quotes die illustratief zijn voor de bevindingen: ● ‘Voor ons type gezelschap is het vanwege de gestelde voorwaarden moeilijk om aan rijksregelingen te voldoen. Voor provinciale en gemeentelijke regelingen is dit wel gelukt, maar dit vereist een bestuur met kundige vrijwilligers [...].’ ● ‘Gemeente is nog goed voor de amateurkunst. Wat tegenvalt, zowel voor als tijdens corona, is hoe moeilijk het wordt gemaakt om aan de rijksbijdrage of rijkssteunmaatregelen te komen. ● ‘Subsidieregelingen voor coronaperiode voldoen voor een groot gedeelte, echter ontbreekt daar nog vaak een ondersteuning om aandacht te geven aan kwaliteit op lange termijn. ● ‘[Bij OCW] is met name de communicatie rond de pandemie en de maatregelen echt beneden de maat, ook al weet ik dat er heel hard gewerkt wordt om in elk geval aandacht te blijven hebben voor cultuur in het totale pakket van regels.
Ook geeft één van de respondenten aan reeds voor corona gehinderd te worden door ‘schotten’ die binnen de kunstsector zijn opgetrokken en waardoor het lastig is om financiële ondersteuning te krijgen in een nichebranche.
| 40 | Revitalisering van de amateurkunst
●
‘Woordkunst op het podium willen zien, valt al gauw onder een niche. Hierdoor kan ik met mijn organisatie niet aankloppen bij een branche [...]. Via spoedloketten die geen grenzen trekken in de kunstvorm heb ik evenementen weten te organiseren.’
Hulp uit netwerk In de enquête is gevraagd in hoeverre de respondenten gebruik gemaakt hebben van hulp uit het netwerk om hun ondersteuningsvraag op te lossen. Deze resultaten zijn hieronder zichtbaar. Figuur 5: zelf gedaan om probleem of vraagstuk voor amateurkunstgroep op te lossen
Respondenten is gevraagd wat zij zelf gedaan hebben om hun probleem of vraagstuk op te lossen. 44% van de ondervraagden heeft hulp gevraagd aan vrijwilligers of professionals in het eigen werk. 32% heeft zelf voor de ondersteuning of hulp betaald en eveneens 32% heeft hulp gevraagd aan andere organisaties. In een toelichting merken de respondenten het volgende op: ● ‘Ik heb eerst gezocht naar kennis binnen de vereniging en daarna bij collegaverenigingen.’ ● ‘We zijn een netwerkorganisatie en zetten graag de expertise van onze partners in ter ondersteuning. Hiernaast verbinden we partijen om naar gezamenlijke oplossingen te zoeken (vb. coronaproof repetitieruimte voor amateurkoren, orkesten, en dergelijke).’ ● ‘Omdat we het belangrijk vinden om meer mensen met verschillende expertises mee te laten kijken. Je moet het niet alleen willen doen is mijn mening.’
Toekomst amateurkunstvereniging Vervolgens is gevraagd welke ondersteuning de respondenten nodig hebben om de vereniging levendig te houden.
| 41 | Revitalisering van de amateurkunst
Figuur 6: benodigde toekomstige ondersteuning voor 'levendig' houden amateurkunstgroep (meerdere antwoorden mogelijk)
Respondenten hebben de meeste behoefte aan ondersteuning op de volgende vlakken: ● Landelijke campagnes voor zichtbaarheid van amateurkunst (47%) ● Vrijwilligersbeleid (47%) ● Facilitaire voorzieningen (47%) Gevolgd door: ● Lokale/regionale netwerkvorming (41%) ● Visie en artistieke beleidsontwikkeling (38%) De behoeften die door respondenten uit de BMC Behoeftepeiling 2021 genoemd worden, sluiten aan bij de bevindingen uit het eerder genoemde LKCA-onderzoek uit 2017. Hierin werd eveneens de behoefte geuit aan meer zichtbaarheid, meer inzicht in vrijwilligersbeleid (sluit aan bij omgaan met vergrijzing en werven actieve leden) en behoefte aan repetitieruimtes en mogelijkheden om de kunstvorm te laten zien (podia, expositieruimten enzovoort). In de toelichting op de vraag wat de verenigingen moeten doen om levendig te blijven, volgen de volgende open antwoorden: ● ‘De toekomst is mede afhankelijk van aanwas van jongeren. Zowel met betrekking tot spelers alsook bestuurders, decorbouwers en andere vrijwilligers.’ (vergelijkbare opmerking is vier keer gemaakt). ● ‘Aantrekken nieuwe (jongere) leden en digitalisering’. ● ‘De verenigingen bestaan grotendeels uit 50-plussers en ook nog voornamelijk vrouwen. Zij hebben voor een belangrijk deel de digitale golf gemist als het gaat om
| 42 | Revitalisering van de amateurkunst
●
maken van online content en weten dus niet goed hoe ze online een community moeten/kunnen vormen.’ (vergelijkbare opmerking is drie keer gemaakt). ‘Betaalbare repetitieruimte: Verder moeten de huidige repetitielocatie en het podium van het theater betaalbaar blijven.’
Een behoefte die niet uit het onderzoek van het LKCA in 2017 naar voren gekomen is en wel genoemd wordt in dit onderzoek is de behoefte aan digitalisering. Vermoedelijk heeft corona deze behoefte versterkt, maar eindigt het digitaliseringsproces niet als organisaties weer fysiek bij elkaar mogen komen. Eén van de respondenten verwoordt dit als volgt: ● ‘Bij ons ligt de behoefte met name op het vlak van digitalisering. Die behoefte is er ook na coronatijd. We hebben een start gemaakt maar er zal nog veel meer moeten gebeuren [...].’ Ook constateren we dat er twijfels zijn over het bestaansrecht en voortbestaan van de eigen organisatie. De twijfel over het bestaansrecht worden extra gevoed door de - in de ogen van sommige respondenten - niet betrokken houding van beleidsbepalers: ● ‘In een globaliserende en individualiserende samenleving ontstaat er in snel tempo andere concurrentie voor het actief participeren in amateurkunst. ‘ ● ‘De levensvatbaarheid van [organistie X] is in gevaar gekomen door terugloop in ledenaantal, door terugloop van financiële inkomsten of annulering van gedane toezeggingen, met alle gevolgen van dien. Daardoor kunnen wij ons doel amper vormgeven. ● ‘De waarde van amateurkunst wordt onvoldoende gezien door beleidsmakers. (zie uitspraak minister H.
de Jonge over het opzetten van een dvd ipv naar het theater kunnen).’ Het feit dat men teleurgesteld is in de regelingen vanuit OCW en uitspraken van bewindvoerders, maakt dat organisaties ook de morele steun en behoefte aan erkenning missen vanuit de politiek. Uit meerdere antwoorden blijkt dat er met enige jaloezie naar de sportsector gekeken wordt waarin meer ondersteuning en erkenning lijkt te zijn. ● ‘Er moet een herwaardering komen voor kunst en cultuur in het algemeen en voor het verenigingsleven in het bijzonder. ‘ ● ‘Voor de belangenbehartiging en lobby moet een veel grotere mankracht komen. Vergelijkbaar zoals de sport georganiseerd is. Zie NOC*NSF en KNVB, waarin de belangenbehartiging professioneel op grote schaal is geborgd.’
| 43 | Revitalisering van de amateurkunst
BMC Databankweg 26D 3821 AL Amersfoort Postbus 490 3800 AL Amersfoort (033) 496 52 00 info@bmc.nl www.bmc.nl KvK BMC Advies 32078667 IBAN NL91ABNA0504035754 BTW NL80.86.63.598 B.01
| 44 | Revitalisering van de amateurkunst