12-10 transcript Commissie Bestuur
Tekst van het document
TRANSCRIPT VAN DE RAADSCIE BESTUUR VAN GEMEENTE HAARLEM d.d. 10 december 2020
1.
Opening en mededelingen voorzitter De voorzitter: Hartelijk welkom bij deze commissie bestuur van 1 oktober. De heren Aynan en Smit die nemen digitaal deel vandaag aan deze vergadering. Zijn er nog berichten van verhindering? Mijnheer Van den Doel. De heer Van den Doel: Mijnheer Gün die komt pas om een uur of 7. De voorzitter: Dank u wel.
2.
Vaststellen van de agenda De voorzitter: Dan gaan we over naar het vaststellen van de agenda. Kan de agenda conform worden vastgesteld? Mijnheer Bloem. De heer Bloem: Ja, dat kan. Maar wel zouden wij graag ook een besloten gedeelte hebben over punt 14, informatiebeveiliging. Omdat daar dingen in die we helaas niet in openbaarheid kunnen bespreken in de bijlage. De voorzitter: Is de commissie daarmee akkoord dat dat in beslotenheid gaat? Dan moet ik nog wel even vragen aan mijnheer Smit, is meneer Smit aanwezig? Die is nog niet aanwezig. In principe akkoord, maar er is nog een klein voorbehoud. Meneer Smit moet ook akkoord gaan, want het kan alleen in beslotenheid fysiek. Dus hij kan dan niet deelnemen aan die beslotenheid, als hij digitaal blijft. Dus dat is nog een puntje, daar houden we u van op de hoogte.
3.
Mededelingen voor leden en collegeleden De voorzitter: Zijn er nog commissieleden met een mededeling? Mevrouw Wisse. Mevrouw Wisse: Dank u wel, meer een vraag. Er staat weer 50 minuten ingeruimd voor de lunchpauze, of voor de dinerpauze, bestaande uit broodjes. Kan dat ook naar 20 minuten of een halfuurtje misschien? Als de rest van de commissie het daarmee eens is. De voorzitter: Ik ben daar groot voorstander van. Als de commissie daarmee akkoord gaat en de wethouder. Ik zal eens even kijken. Nee, dan laten we dat weten aan de wethouder die na de pauze aan de beurt is, dat die dan eventueel als we niet teveel uitlopen wat eerder komt. Dat vindt die vast niet erg. Dus als de commissie akkoord gaat, prima. Dan houden we het op 20 minuten, is dat voldoende? Ja, het is alleen maar brood, dus dat kan. Goed, er zijn twee mededelingen van wethouder, of tenminste, een van wethouder Snoek en een van wethouder Roduner. Gaat uw gang. Wethouder Snoek: Ja, die van mij gaat over het dagelijks bestuur van consensus. Ik informeer u altijd over deze besprekingen. En op 25 november hebben wij binnen het dagelijks bestuur de kadernota 2022 vastgesteld. Die krijgt u ter informatie en de begroting van Consensus 2022 wordt dit voorjaar dan vastgesteld. En daar kunt u dan nu uw zienswijze weer op geven. En de tweede doe ik u namens wethouder Roduner, in zijn rol als aandeelhouder voor Spaarnelande.
Daar wil hij u graag informeren dat twee leden, de voorzitter en
1
een lid van de raad van commissarissen van het Spaarnelande, zullen terugtreden. En daarvoor zullen er dus ook twee nieuwe leden geworven gaan worden. De voorzitter: Dank u wel. 4.
Agenda komende vergadering(en), Jaarplanning en Actielijst De voorzitter: Voor wat betreft de volgende vergadering, we hebben de volgende nota’s ontvangen. Zienswijze deelname werkgeversvereniging VRK. En vaststelling nieuwe algemene subsidieverordening gemeente Haarlem, die stukken komen sowieso op de agenda en zullen in de loop van de komende maand aangevuld worden met andere stukken. Waaronder bijvoorbeeld deze stukken zijn aangekondigd: de verordening van de wijkraden. Zijn er volgens de commissie nog stukken ter kennisname die ook geagendeerd dienen te worden voor de volgende vergadering? Of een vergadering later. Nee? Ja, mevrouw Van der Windt. Ik kan u niet verstaan. Heb ik niet genoemd. Is ons niet bekend, mevrouw Van der Windt. Mag ik u vragen hoe u aan deze informatie komt? Dan kunt u het misschien herleiden? Ik ben nu aan het zoeken, maar ik meende dat dat in de brief stond, dat de burgemeester daarover met ons wilde spreken. Maar wellicht ben ik abuis. We gaan dat nog even na voor u. Voor alsnog staat het niet geagendeerd en ook nog niet in de planning. Dus goed, dan is er nu wat betreft de planning ook nog de mogelijkheid om wat te zeggen over de jaarplanning en de actielijst. Wil iemand daar nog wat over zeggen, wordt er wat gemist, moet er nog wat bij? Mevrouw Wisse. Mevrouw Wisse: Ik ben eigenlijk te laat.
Ik had net Park Oosterspaarne nog willen agenderen voor de volgende vergadering in januari. Als daar steun voor is. De voorzitter: Park Oosterspaarne. En ik ga u toch even vragen om uw motivatie. Mevrouw Wisse: Ja. We wachten hiervoor op de antwoorden op mijn technische vragen. Die zijn er nu en volgens mij kunnen we daarmee nu wel tot een standpunt komen. Dank u wel. De voorzitter: Ja, Oosterspaarne. Staat die op de ingekomen stukken? Nee, dat gaat aan de hand van technische vragen. Het is iets wat naar aanleiding van de inspreker weer ter tafel is gekomen, er zijn technische vragen over gesteld. En op basis daarvan wordt het nu geagendeerd. Dat lijkt mij prima. Oké, en er is ook enige spoed bij geboden, want ik heb begrepen dat in februari wordt aangevangen met de geplande werkzaamheden. Dus we zuilen hem in januari wat mij betreft agenderen. Goed, oké.
5.
Transcript commissie d.d. 12 november 2020 (alleen naar aanleiding van) De voorzitter: Zijn er nog opmerkingen naar aanleiding van het transcript van de commissie van 12 november? Mevrouw Van den Raadt. Mevrouw Van den Raadt: Nee, nog eventjes voor de jaarplanning actielijst. Ik kan hem nu zo snel niet vinden, want ik dacht eigenlijk: ik zeg het wel als we straks de referendumcommissie gaan bespreken. Maar het kan net zo goed nu. Ik ben al een paar jaar bezig om op de agenda te krijgen de vergoeding voor de verschillende commissieleden, waaronder de referendumcommissie, et cetera. Nou, dat. En dat heb ik ook tweemaal al in de raadsvergadering door de portefeuillehouder, de heer Wienen, is mij dat toegezegd. Maar ja, goed, we zijn wel bijna twee jaar verder. Dus ik vroeg me af: wanneer gaat het komen?
2
De voorzitter: We zetten het erop en we gaan het vragen aan meneer Wienen. Daar krijgt u uitsluitsel over. Mevrouw Van den Raadt: Ja, raadt u mij dan aan om het straks dan gewoon nog een keer te vragen bij punt 11? De voorzitter: Dat is best een goed idee, ja. Mevrouw Van den Raadt: Oké, doe ik dat. De voorzitter: Ja, mijnheer Trompetter. De heer Trompetter: Ik heb een mogelijk punt voor de actielijst, maar misschien ontstaat dat pas bij de behandeling van het laatste agendapunt, het handhaven op harddrugs en ondermijning. En het punt dat zou zijn, we hebben ooit eens een raadsmarkt hebben we ooit gehad als commissie bestuur over het algoritme opsporen van misbruik en kindermishandeling. En daar hebben we nooit meer wat van gehoord. En mijn vraag was eigenlijk: wat is de status daar nu van? En gaan we dat nou doen of zijn we dat aan het doen of zijn we dat niet aan het doen? Maar in ieder geval, ik heb er na die raadsmarkt nooit meer iets van vernomen. En ik wil graag dat weten. De voorzitter: Burgemeester Wienen is dat ook, hè? Ja. Over het opsporen van kindermishandeling. En ging het over de ondermijning of ging het over kindermishandeling? De heer Trompetter: Het is een onderdeel van ondermijning, van ondermijnende criminaliteit. We hebben een raadsmarkt gehad van twee heren uit Groningen, die hebben daar mooie software voor ontwikkeld.
En het voordeel daarvan zou zijn dat je niet blind gaat handhaven, maar dat je veel gerichter de problematiek kan aanpakken met de beperkte capaciteit die wij hebben. En mijn vraag is wat de status daarvan is. De voorzitter: Was dat het wat betreft de jaarplanning en de actielijst? En er zijn opmerkingen over het transcript van 12 november? 6.
Decemberrapportage 2020 (MS) De voorzitter: Dan gaan we door met agendapunt 6, de decemberrapportage. Mijnheer Aynan. De heer Van den Raadt: Hallo, voorzitter, Sanne? De voorzitter: Ik hoor een stem, maar ik weet niet van wie. De heer Van den Raadt: Meneer Van den Raadt. Jawel. Nog voor de jaarplanning. Is het een idee om het vragenhalfuurtje eens te evalueren? Ik kom er net achter dat als er heel slecht en kort geantwoord wordt, dat er dan 18 vragen gesteld kunnen worden in totaal bij 13 partijen. Dus dat betekent 1.38 vragen die beantwoordt worden per week. Dat vind ik zelf nogal weinig, dus misschien kunnen we het eens evalueren. De voorzitter: Mijnheer Van den Raadt, hartelijk welkom. Ik denk dat dat meer iets is voor het presidium om het te bespreken dan plenair in de raad of in de commissie. Met uw welnemen zal ik hem meenemen naar het presidium, dat is morgen al, dus dan maak ik daar een punt van bij het presidium. Akkoord? Akkoord. Decemberrapportage. Meneer Aynan, die is digitaal aanwezig. Mijnheer Smit, is de heer Smit ook digitaal aanwezig inmiddels? Nog niet. O, die komt daarna pas. Oké. Aan de raad wordt gevraagd een besluit te nemen
3
over de genoemde punten. De decemberrapportage 2020 vast te stellen, financieel technisch te verwerken volgens de begrotingswijzigingen 2020 in paragraaf 4.9, op basis van de genoemde besluitpunten in het raadstuk. Nu zijn dat enorm veel besluitpunten, ik ga ze niet allemaal voorlezen. Jammer, maar ik neem aan dat u ze allemaal heeft gelezen. Dus dan komt het allemaal goed. Wie mag ik als eerste het woord geven? Mijnheer IJsbrandy. De heer IJsbrandy: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, we hebben toch wel wat vragen naar aanleiding van deze decemberrapportage. Dat zijn er wat kleinere punten en eigenlijk een heel groot punt. Ik begin met de kleinere punten, ik bewaar het lekkerste voor het laatst. Er vindt opnieuw een prijsindexatie plaats op de kosten van Spaarnelande. Nu heeft Spaarnelande al extra middelen gekregen in het kader van fysieke leefbaarheid, onder de COVID-maatregelen, hoezo dan nu opnieuw compensatie. Inmiddels gaat het om een bedrag van 1,6 miljoen in 2020. Dat zit straks weer allemaal in onze afvalstoffenheffing, dus graag een toelichting wat hier gebeurt. Tweede vraag is een vraag op de afkoop waterberging van 1 miljoen. Vraag wat daar de toelichting bij is. Derde vraag is dat een bedrag voor sport overblijft in het noodfonds voor 2021.
We zouden graag een toezegging zien dat dit geld volgend jaar ook gebruikt kan worden om Haarlemmers weer te mobiliseren richting de sport. Als alle COVID ellende achter de rug is en daar nog wat van over is. Vierde vraag is een algemene vraag, namelijk of de extra Rijksbijdrage, die onder COVID verstrekt zijn, of die met of zonder nacalculatie zijn van de zijde van het Rijk. Dus met andere woorden, als we er wat van overhouden, moeten we dat teruggeven of niet? En de laatste vraag, ik neem aan dat de wethouder zich bewust is van het feit dat de stand van de totale begroting 2020 volgens de decemberrapportage op dit moment een positief saldo vertoont van 5,3 miljoen. Dat staat op bladzijde 38, waar alle cijfertjes per domein keurig op een rij worden gezet. 5,3 miljoen zonder reserve mutaties, dus zonder ook de 8 miljoen die eerder dit jaar al uit de virtuele reserves gehaald is. Je zou kunnen zeggen dat die 8 miljoen, die er dus uit is gehaald, dat dat ook voorbarig is geweest. En de conclusie is ook dat Haarlem op dit moment eigenlijk verdient aan corona en de extra Rijksbijdrage die wij op basis hiervan ontvangen. We denken ook dat rond de kadernota we nog op een verwacht verlies voor dit jaar stonden van bijna 10 miljoen. En ook in de voortgangsrapportage, zoals die ook in die tabel 38 te zien is, had als laatste stand een verlies van 6,4 miljoen.
Nu dus opeens een overschot van 5,3 miljoen. Dat is een 11 miljoen verschil in een paar maanden tijd. Dat is dan voortschrijdend inzicht waarschijnlijk, maar ik vind wel dat we in dat kader natuurlijk naar een aantal maatregelen kunnen kijken die voor volgend jaar op de rol staan. Zoals onder andere, ik geef alvast maar een voorschotje, de verhoging van de OZB. Die straks in de belastingvoorstellen staat, die natuurlijk op deze manier op geen enkele manier te rechtvaardigen valt. Als we op dit moment gewoon 5,3 miljoen over houden. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer IJsbrandy. Mijnheer Rutten. De heer Rutten: Voorzitter, dank u wel. interessante punten die meneer IJsbrandy aanbrengt. De VVD is ook erg benieuwd naar de reactie van de wethouder daarop. Mijnheer IJsbrandy stipte ook even aan de waterberging. Wij waren toch wel wat verrast door dit bedrag ineens hier terug te zien komen. Technische vraag leverde wat dat betreft een antwoord op, ja, het was dan wel ergens bekend. Maar wij vragen ons dan af waarom dit niet in de risicoparagraaf is meegenomen. Want als dit zo’n belangrijk en omvangrijk bedrag is, waarvan we eigenlijk wisten dat het zich aan kon gaan dienen, had het in de begroting bij de risico’s moeten staan met de kans op 1, waardoor er een miljoen toegevoegd had moeten worden aan de risicoparagraaf.
Dus die waterberging en die miljoen, daar willen we toch wel eens even wat achtergrondinformatie en het fijne van weten waarom dat nu ineens opkomt. Want wij vinden het een moeizaam te begrijpen verhaal. De voorzitter: Dank u wel, meneer Rutten. Mijnheer Trompetter.
4
De heer Trompetter: Dank u wel, voorzitter. Deze rapportage is wederom beleidsrijk. Dan ga ik maar even over de beslispunten verder. Het budget, immers punt 2 moet wat onze fractie betreft terug naar cultuur. Bijvoorbeeld voor de kleine culturele instellingen en kleine festivals, bijvoorbeeld het Haarlem Houtfestival. En wat ons betreft dient de keuze voorgelegd te worden aan de commissie ontwikkeling. Is de wethouder het daarmee eens? Dan punt 4, over een onderzoek naar grasveld. Wij stoppen al een decennium geld in dat grasveld. En nu is weer 690 duizend euro. En weer een onderzoek en geen schop in de grond. Daarna komt er een strategie, valt het opnemen van de GREX onder de beoogde te ontwikkelen strategie? En dan punt 5 van de beslispunten, het pand waar deze investering van 726 duizend euro in wordt gedaan is geen gemeentelijk bezit. De gemeente betaalt hier ook nog anderhalve ton huur voor per jaar. Is de wethouder van mening dat dit een rendabele investering is, gezien de duur van het huurcontract? Dat is voor nu even voor de eerste termijn. Dank u. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Trompetter. Mijnheer Van den Doel. De heer Van den Doel: Dank u wel, voorzitter. Ja, nieuwe vraag nog, of liever gezegd, ik wil het benadrukken dat de sport, even opzoeken hoeveel dat was.
Voor sport wordt gezegd van: dat moeten we in de steunmaatregelen corona stoppen, maar het is bijna 6 ton, maar het moet wel geoormerkt blijven. Maar cultuur, de 195k, die hoeft niet geoormerkt te blijven. En dat vinden we een rare zaak. Dus daar zouden we graag wat duidelijkheid over willen hebben. En ook even een wat technische vraag, maar de 153 duizend euro voor hulpmiddelen, die al aangeschaft zijn en die vervolgens weer als vordering worden opgenomen in een failliete inboedel. Is dat wel handig? Of is dat een verplichting? Want ik zou het liever afgeschreven zien. Want het bedrijf wat daarvoor is, is failliet gegaan, het hulpmiddelencentrum. En dan gaan we nu dus de kosten die we gemaakt hebben aan de ene kant opladen bij een failliete boedel. En de vraag is of dat nodig is of niet. En ook nog een vraag, er is 200 duizend euro niet gebruikt van het werk met werk budget. Daar is de komende jaren zwaar op bezuinigd. En is het niet handig om dat door te schuiven, in plaats van bij de algemene middelen te rekenen? Dat was het voor nu, dank u. De voorzitter: Dank u wel, meneer Van den Doel. Mevrouw De Raadt. Mevrouw De Raadt: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, twee korte vragen van het CDA. Ik hoor mijn collega aan mijn rechterzijde net zeggen van: het bedrag voor sport is geoormerkt. Die bijna 6 ton die nog over is. En het bedrag van cultuur niet.
Dat heb ik eigenlijk zelf niet zo teruggelezen. Hoe het op mij overkwam was dat beide bedragen niet geoormerkt zouden zijn en gewoon worden toegevoegd aan de nieuwe reserve of de buffer, zoals die ook wel genoemd wordt. Dus daar had ik een vraag over van: hoe gaan we daar dan in de toekomst mee om? En omdat de raad heeft toch ingestemd met twee gelijkblijvende bedragen, een voor cultuur en een voor sport. Dus hoe bewaken we dan die 50/50 verdeling zeg maar? Want net zo goed als dat het CDA wil dat het geld wat nodig is voor sport naar sport gaat, begrijp ik het ook wanneer andere partijen zeggen: het bedrag wat de raad voor cultuur heeft bestemd moet ook naar cultuur gaan. Ja, en dan de tweede vraag, dat gaat even over Zandvoort. Ja, ik heb begrepen dat in Zandvoort alweer op hun achterste benen stonden, dat er misschien een paar honderd euro moeten gaan bijdragen aan de bonus voor de boa’s. nu zie ik dat wij de TOZO-regeling moeten gaan uitvoeren voor Zandvoort, daar krijgen we 500 duizend euro voor van het Rijk. Alleen het college die waarschuwt zelf al van: ja, hier gaan we waarschijnlijk jaren mee bezig zijn. Dus nou ja, u voelt hem al aankomen. Is die vijf ton dan genoeg? En is het misschien handig om hier vooraf afspraken met Zandvoort over te maken, in plaats van elke keer achteraf? Ja, tot zover, dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw De Raadt. Mevrouw Wisse.
5
Mevrouw Wisse: Dank u wel, voorzitter. Mooi dat er ruim 3 miljoen in de reserve steunmaatregelen corona zit. Die zullen we nog nodig hebben. De budgetplafonds ben ik blij om te lezen dat er meteen gesprekken worden gevoerd als die plafond in het zicht komen. Goed als we daar bovenop blijven zitten natuurlijk. En ik heb ook een Zandvoort vraag, zijdelings. In het rapport Berenschot stond dat de gemeentesecretaris die er toen was, dat was volgens mij de oude van Heemstede, dat die niet vervangen zou worden. Maar nu komt er toch een nieuwe gemeentesecretaris, ik geloof per 1 januari, in Zandvoort. Heeft dat financiële gevolgen voor ons? En die heeft geen ambtenaren om aan te sturen, want die zitten allemaal hier. En we willen natuurlijk ook niet twee kapiteins op een schip. Zou de wethouder daar iets meer over kunnen vertellen, ook al is het misschien wethouder Botter die daar antwoord op zou moeten geven. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Wisse. Mijnheer Bloem. De heer Bloem: Ja, voorzitter, ik kan me zeker aansluiten bij de vragen van het CDA. En ook alle vragen als het gaat om de waterberging. Ja, ik maak me toch wel een beetje zorgen over wat daar gebeurt. Want wij verkopen een stuk grond, halleluja we hebben weer geld en dat stoppen we in de reserve vastgoed. Daar kunnen we zorg voor kopen, daar moet je groen voor kopen.
En dan achteraf komt er toch nog een rekening. Nou, ik denk dat de opvolger heel erg blij is dat dit lijk nu al uit de kast is gehaald. Maar kunnen wij nog meer hiervan verwachten? Want er zijn wel meer bouwplannen. Is hier al goed rekening mee gehouden en is het meer dan een incident en gaat dit vaker voorkomen? Of zijn er nu wel echt goede maatregelen getroffen, zodat we echt alleen geld binnen harken in de kassa als dat echt zo is. De voorzitter: Dank u wel, meneer Bloem. Mevrouw Van der Windt. Mevrouw Van der Windt: Ja, dank u wel, voorzitter. Even kort, ja, D66 is op zich blij met het onverwachte positieve resultaat over 2020. Dat is heel mooi nieuws. We hebben drie vragen, waarvan er eigenlijk twee al zijn gesteld. Allereerst: hoe kijkt u met deze decemberrapportageblik naar de begroting voor 2021? Ook wij hadden een vraag over de uitvoeringskosten TOZO en of hierover nou goede afspraken zijn gemaakt met Zandvoort of dat dit op termijn voor een probleem voor Haarlem kan leiden. En dan is er een reserve voor steunmaatregelen corona. En dat is mooi, dat is ook mooi dat dat goed gevuld is. En u verwijst er naar dat dit geld kan worden aangewend voor uitgaven passend binnen de kaders. En kunt u ons vertellen wat die kaders precies zijn? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Van der Windt. Dat waren de bijdragen. Dan is het woord aan de wethouder, gaat uw gang.
De heer Aynan: Ho, ho, voorzitter. De voorzitter: Hé, daar hebben we meneer Aynan. Onmiskenbaar. Mijnheer Aynan, ik zou u bijna vergeten. Gaat uw gang. De heer Aynan: Ja, voorzitter. U hoort mij, gelukkig. Voorzitter, ik wil me ook even kort aansluiten bij de kritische vragen van de overige fracties. Maar ik wil ook heel duidelijk opgemerkt hebben dat er zo veel beslispunten zijn en zo veel nieuw beleid. Voorzitter, dit lijkt meer op een begroting dan op een rapportage. En dit moet echt anders. Waarom is bijvoorbeeld de kredietaanvraag voor Oostpoort niet vorige week in ontwikkeling behandeld? Waarom moet dat zo tussen de rapportages doorgeschoven worden? Waarom? De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Aynan. Meneer Van den Raadt, wil u ook nog wat zeggen?
6
De heer Van den Raadt: Ja, voorzitter, graag, Ja, voorzitter, wij zien vele grote verschuivingen naar het corona noodfonds. Trots Haarlem had bij de behandeling van het corona noodfonds al opgemerkt dat wethouder Snoek, en dan straks de opvolger, het totaal cart blanche krijgt met hoe die daar dan mee omgaat. En de raad eigenlijk het budgetrecht uit handen geeft. Dus daar gaan wij niet mee akkoord. Wij vinden het wel erg leuk, er gaat iets niet goed. Ik laat het hier maar bij. De voorzitter: We kunnen u wel verstaan hoor, mijnheer Van den Raadt. Als u nog wat wil zeggen. De heer Van den Raadt: Oké. Nou ja, ik vond het gewoon een grappig detail dat sport dan wel geoormerkt blijft en cultuur niet, daar kan Trots Haarlem zich helemaal in vinden. Wij zouden het geld wat overblijft voor cultuur graag in de sociale basis storten, omdat wij de sociale basis ook cultuur vinden. Dank u. De voorzitter: Dank u wel, meneer Van den Raadt. Wethouder, gaat uw gang. Wethouder Snoek: Ja, dank u wel. En dank voor uw vragen. Er zitten een aantal vragen tussen die wat meer technisch van aard zijn en soms ook binnen de portefeuilles van mijn collega’s vallen. Dat wat ik als parate kennis heb ga ik u antwoorden, en andere dingen zal ik u schuldig moeten blijven.
Maar u heeft ook altijd de mogelijkheid om dit soort vragen even vooraf bij ons neer te leggen, want dan weet u zeker dat ik de goede informatie bij me heb. Dat gezegd hebbende ga ik mijn best doen. Hart voor Haarlem vraagt over de prijsindexatie van Spaarnelande. U heeft kunnen lezen, dat is een afspraak die binnen DDO gemaakt is. En vaak later aan het eind van het jaar ook nog gecorrigeerd kan worden. Als u heel specifiek wil weten waarom dat we dan nu bij deze decemberrapportage het doen en niet bijvoorbeeld een keer eerder hebben gedaan. Dan moet ik u dat antwoord daarvoor verschuldigd blijven op dit moment. De waterberging, laat ik die nu meteen bij de kop pakken. Want ook de VVD en andere partijen vroegen daarnaar. Hoe werkt dat? Als wij ergens een stuk grond ontwikkelen voor ons zelf of voor een ander, dan hebben we de opgave vanuit neutraliteit, klimaatneutraal dat weet ik niet. Ik zit hier ook een beetje buiten mijn expertise. Om te zorgen dat die waterberging gecompenseerd wordt. Bij voorkeur doe je dat gewoon binnen de kavel zelf, binnen het project zelf. Als je ergens verhard en je ziet dat bijvoorbeeld ook in onze plannen voor de ontwikkelzones. Dan wil je ook ergens weer watercompensatie organiseren. Dat is altijd onze eerste insteek. Dus de VVD vroeg ook van: waarom komt dat dan nu naar boven? We gaan binnen zo’n project aan de slag en proberen dat daar te doen.
Als dat niet lukt, ja, dan kan je het een soort van, de woordkeuze is even voor mijzelf, een soort van laten afkopen. En dan moet je daar geld voor neerleggen. Soms gebeurt dat direct. En in deze gevallen is dat dus achteraf gekomen. Voor een deel kan je dat ook wel direct doen, als je de grond bijvoorbeeld dan verkoopt. En soms kan dat ook. U ziet hier dat een deel wil ook dekken vanuit reservevastgoed, maar een ander deel waarbij we juist huuropbrengsten van die grond hebben doen we dat nu uit deze middelen. De SP vraagt: zijn er dan nog meer in de pijplijn? Dat is eigenlijk ook in het verlengde van de VVD, wanneer krijgen wij het dan te horen dat dit speelt? En zou je dat dan in een risicoparagraaf moeten opnemen? Dat weet ik niet, maar ik denk dat dat dan een toezegging is die je kunt doet, dat ik navraag ga doen, zitten er nog meer dossiers inzake waterberging? Wat is daar de stand van zaken? Verwachten we die binnen het domein op te lossen of verwachten we dat die mogelijk ook elders opgelost moeten worden? Kunnen die dan binnen vastgoed opgevangen worden? Passen die daarbinnen of zou ook wel eens een deel hiervan daarbuiten moeten komen? En dan kom ik daar bij u op terug. Ik denk niet dat dat voor volgende week donderdag gaat lukken, dus dat krijgt u dan op een later moment van ons.
Maar ik denk, ik snap uw vraag, ik denk dat we dat even zorgvuldig voor u op een rijtje moeten zetten. De sportnoodfonds, ook door meerdere, sport en cultuur. Laat ik even het noodfonds als geheel pakken. Als eerst ook een antwoord op Trots. Trots zei: u geeft het college een carte blanche. Wij moesten snel handelen en u heeft het college ruimte gegeven met een
7
noodfonds om daar waar de nood het hoogst was, bij de cultuur, bij de sport, op andere plekken, ook snel die middelen te krijgen. Want als nu iedereen op de deur zou bonzen en zou zeggen: waarom geeft deze gemeente geen geld? Dan was u ook niet tevreden geweest met uw college. Maar ik heb u daarbij toegezegd: de kaders zijn helder, het is helder waar het geld waar naartoe mag van u. En ik ga u daar steeds zorgvuldig over rapporteren. Nou, dat heeft u ook steeds gezien, dat ziet u hier bij deze decemberrapportage ook weer. Volgens mij uitvoerig en zorgvuldig informeren we wat er al wel is uitgegeven, wat is niet uitgegeven. Wat nog niet is uitgegeven stellen we voor om in een reserve te stoppen, zodat we ook volgend jaar nog opnieuw kunnen uitgeven waar het voor bedoeld is. In principe gaat dat on-geoormerkt, dus eigenlijk zowel voor cultuur als voor sport. Want volgend jaar kan de nood bij cultuur hoger zijn dan bij sport of bij sport hoger zijn dan bij cultuur. Afhankelijk ook van welke Rijksregeling er bijvoorbeeld wel voor handen zijn voor het ene en niet voor het ander. Maar waarom ziet u nou toch een soort van astrixje bij dat sport staan? Omdat een deel, en daar bent u ook over geïnformeerd, gaat over de afrekening van SRO.
Een deel van de tekorten bij sport, het kwijtschelden van de schulden, de mindere opbrengsten bijvoorbeeld van zaalverhuur, maar bijvoorbeeld ook de zwembaden. Dat loopt over de jaarrekening van SRO. De voorzitter: Wethouder, u heeft een interruptie van mijnheer Van den Raadt. De heer Van den Raadt: Ja, voorzitter. De wethouder geeft een goede uitleg. Maar als letterlijk wordt teruggekeken wat toen gezegd wordt en wat het probleem van Trots Haarlem was, was dat de wethouder zei: dan kunt u na afloop mij op het matje roepen als u het ergens niet mee eens bent. Maar dat wordt natuurlijk technisch een beetje lastig, als die wethouder weg is. Wethouder Snoek: Daarvoor hebben we nou continuïteit van bestuur. Dus u mag dit hele college daarna ook nog op het matje roepen. En meneer Van den Raadt mag mij altijd bellen als die wil. Maar volgens mij ziet u dat we hier zorgvuldig rapporteren. En als u nu vindt dat er iets niet goed gaat, dan moet u het ook gewoon gelijk tegen mij zeggen. Maar volgens mij gebeurt dat zorgvuldig, gebeurt het binnen de kaders die u aan de voorkant heeft meegegeven. En ik was aan het vertellen van: waarom staat er dan toch zo’n astrixje bij de sport? Omdat die tekorten op sport voor een deel over de jaarrekening van SRO lopen. Die jaarrekening moet nog opgemaakt worden, ik weet niet precies wat daar het resultaat van gaat zijn.
En ik wilde voorkomen dat we nu dat geld laten vrijvallen in die reserve, daar in komt en dan volgend jaar weer bij u terug komen en zeggen: ja, op de jaarrekening van SRO hebben we nog een tekort voor sport uit 2020, weet u nog van corona, en daarom moeten we daar alsnog weer geld uit halen. Dan zegt u van: ja, maar dat had u toch kunnen voorzien, had dat dan aan de voorkant verteld. Nou, daarom vertellen we u dat aan de voorkant. En als we dan in de loop van volgend jaar, bij de jaarrekening van SRO alsnog een deel hiervan daarvoor moeten gebruiken, dan zegt u: dat snappen wij, want dat heeft u ons aan de voorkant verteld. Als dat geld niet dan daarvoor nodig is, dan gelden voor deze middelen dezelfde spelregels als voor de cultuurmiddelen. Die gaan we inzetten daar waar ze het hardst nodig zijn, daar waar het bijvoorbeeld weer aanvullend is op een Rijksregeling. De voorzitter: U heeft een interruptie van mijnheer Van den Doel. De heer Van den Doel: Dank u wel, voorzitter. Ja, wethouder, ik vind uw uitleg bijzonder plausibel, dus daar heb ik weinig moeite mee. Alleen de vraag die is natuurlijk, we oormerken het als sport. Dus als u zegt: ik weet zeker dat het 596 duizend euro is wat ze tekort gaan komen, dan hebben we geen discussie verder. Maar als er geld overblijft, dan is het nog steeds geoormerkt als sport. En dan gaat het scheef lopen.
Dus ik begrijp wat u hiermee doet, maar ik zou het wel fijn vinden als het nader beschreven is dat mocht het bedrag niet in zijn geheel nodig zijn, dat het dan gewoon vrij valt. Of dat u zegt: ik oormerk cultuur.
8
De voorzitter: Wethouder. Wethouder Snoek: Nee, hij is bedoeld door het college zoals in uw eerste lijn. Dus als dit geld wat dan niet nodig blijkt te zijn voor een tekort van de jaarrekening van SRO als gevolg van coronaeffecten op sport, dan zijn de middelen niet langer meer uitsluitend bedoeld voor sport. Misschien dat het CDA dat dan weer jammer vindt, maar dat is wel de generieke afspraak zoals we die in het college hebben gemaakt. Daar staat een sterretje bij, omdat we hoogstwaarschijnlijk of mogelijk nodig zijn om dat tekort bij SRO op te vangen. En als dat niet is , dan worden de cultuurgelden en de sportgelden op een zelfde manier ingezet, daar waar ze nodig zijn. De voorzitter: U heeft een interruptie van mevrouw De Raadt. Mevrouw De Raadt: Nou ja, dan van mij uit de vraag: waarom dan niet gewoon beide bedragen oormerken? Want dan doet u ook recht gewoon aan het besluit van de raad. De raad heeft gezegd: 50% voor sport, 50% voor cultuur. En onze angst is natuurlijk weer dat u dat geld niet allemaal nodig heeft voor SRO, dat het vervolgens vrij valt. Alleen sportverenigingen, zoals u natuurlijk heel goed weet, worden geleid door vrijwilligers. Dus het kan best wel dat hun nood pas op een later moment dan boven tafel komt, terwijl natuurlijk de grotere culturele instellingen gewoon met full time medewerkers aan de slag gaan.
Dus die hebben waarschijnlijk dat gewoon eerder die cijfers paraat. En onze angst is dan dat het dus juist vervolgens dus allemaal richting cultuur gaat. Sport komt dan een jaartje later met: wij hadden ook al heel veel schade. En dan zegt u: ja, maar het noodfonds is leeg. Dus vandaag de vraag: waarom dan niet gewoon, want dan zijn we volgens mij allemaal tevreden, oormerk die beide bedragen. En mocht het nou zo zijn dat cultuur gewoon toch meer nodig heeft of sport heeft toch meer nodig, dan komt u gewoon weer bij ons terug en dan onderbouwt u dat. En dan gaan we ongetwijfeld gewoon met u mee. De voorzitter: Wethouder. Wethouder Snoek: Ja, dat is een andere richting dan het college toe heeft besloten, dus dat kunnen wij niet even hier met elkaar afspreken. En sterker nog, ik vind ook, kijk, er zijn vele plekken in de stad die geraakt worden door corona. En het geld moet ingezet worden daar waar dat het hardste nodig is. En we weten ook niet, hoe ziet de lockdown er in het begin van 2021 uit? Er kan op dit moment gesport worden, maar de kantines zijn dicht. Het is wel een andere situatie dan we in maart van dit jaar hadden. De voorstellingen mogen met 30 mensen door, maar dat is natuurlijk ook een business case van niks. Met het ene moment mogen de musea wel open en het andere moment niet. En iedere keer proberen we dat geld zo goed mogelijk in te zetten.
Cultuur moet ondersteund worden. Als er kansen zijn om cofinanciering binnen te halen, dan wil je dat geld ervoor inzetten. En voor sport geld hetzelfde. Ik denk dat we het afgelopen jaar hebben laten zien dat we oog hebben gehad, ook bij de noden voor sport, in de zwaarste lockdown was er de Rijkscompensatie. Toen die er niet was, hebben we zelf ook nog een deel compensatie op de huur van de velden kunnen zetten. En zo zullen we dat volgend jaar ook weer naar bevinden ook op moeten acteren, denk ik. Maar ik kan niet met u hier nu even iets anders afspreken dan wat we in het college hebben besproken. De vraag werd ook gesteld: die Rijksbijdrage, is dat nou met of zonder nacalculatie? Dat is op dit moment nog steeds onzeker. We volgen de signalen vanuit het Rijk, we proberen daar scherpte op te krijgen. We hoopten misschien in de decembercirculaire dat er meer duidelijkheid komt, maar het zou ook zo kunnen zijn dat die decembercirculaire die helderheid ook nog niet geeft. En dan wat mijnheer IJsbrandy eigenlijk zei, dat is mijn belangrijkste punt. Ú maakte een sommetje die ik niet meteen volgde. Maar uw conclusie is, daar zegt u: het valt eigenlijk mee en we hoeven dus misschien minder doen, bijvoorbeeld zoals die OZB niet verhogen. Nou, stel al zou 2020 meevallen en we een positief resultaat hebben, we zien nu een kleine plus van 5 ton in de
9
decemberrapportage. We weten allemaal dat dat richting de jaarrekening dan altijd nog kan afwijken. Dus die zou ik al zeker niet op voorhand weggeven. Maar ook al zou dat eenmalig meevallen, dan nog zitten we met een structureel probleem naar de toekomst. Een probleem wat niet alleen door corona komt, maar met name vooral ook door onze zorguitgaven. Die verhoging van de OZB is ook om die structurele lasten te dekken. Ik denk uiteindelijk als je in 2020 een positief resultaat hebt, dat je met de bestemming van dat resultaat, bijvoorbeeld je algemene reserve eerder op niveau weer kunt brengen, dat soort zaken. Dat moet je dus ook … De voorzitter: Wethouder, u heeft een interruptie van meneer IJsbrandy. Gaat uw gang, mijnheer IJsbrandy. De heer IJsbrandy: In eerste plaats, het gaat niet over 5 ton, het gaat over 5,3 miljoen. Dat staat in uw eigen tabel 38, bladzijde 38. Dus daar is niet op dit moment een positief resultaat zonder enige mutaties en reserves van 5,3 miljoen, volgens de opgaves zoals die daar staan. Dus die 8 miljoen die in de loop van dit jaar uit de reserve gehaald is om een verwacht verlies, wat er halverwege het jaar was, te compenseren. Dat blijkt dus helemaal niet nodig te zijn, want er is gewoon een overschot van 5,3 miljoen.
Dus vergeet even het hele reserve verhaal, dus er is ook geen sprake van compensatie of dat dat weer aangevuld moet worden, want er is helemaal niks uitgehaald. Er hoeft helemaal niks uitgehaald te worden, want we hebben gewoon 5,3 miljoen over dit jaar. En dat is gewoon wat daar staat, dat kan ik ook niet helpen, ik stel de cijfers niet op. Dat is gewoon wat die tabel mij zegt. En of dat incidenteel of structureel is. Kijk, er zijn natuurlijk allerlei maatregelen die ook in de begroting zijn opgenomen die taakstellend zijn of bepaalde opgaven met zich meebrengen. Maar we weten uit ervaring dat het apparaat zeer goed in staat is om zodra het meevalt die taakstellingen naar beneden bij te stellen. Alleen met OZB kun je dat niet doen. Want een OZB die is voor eeuwig, dus die stel je vast, die wordt geïnd en die is daarmee is dat gewoon een lastenverzwaring voor je burgers, die inderdaad structureel is. Omdat je die naar de toekomst toe ook meeneemt. Maar daar moet je wel een goed verhaal bij hebben. En het OZB is toch een van de weinige discretionaire posten die een gemeente heeft om bij zijn burger een rekening te brengen. En als het echt moet, dan moet het. Maar als het niet moet, dan kan je het ook niet zomaar doen. Dat is dus gewoon iets waar we ons fel tegen zullen verzetten.
En desnoods ook volgende week een motie voor willen inbrengen, dat we gewoon niet akkoord gaan met een verhoging van de OZB als daar gewoon vanuit de resultaten van de gemeente op dit moment geen aanleiding voor is. Is het volgend jaar anders, dan is het anders. Maar op dit moment is er in onze optiek geen aanleiding voor. De voorzitter: Wethouder? Wethouder Snoek: Ja, de verleiding is groot om te zeggen: daar klopt helemaal niks van. Maar volgens mij is de betere formulering: wij verschillen op elementen van inzicht. Kijk, in mijn beeld is de prognose van deze decemberrapportage 599 duizend voordeel. En dat wat u ziet op pagina 3. U maakt een andere som op basis van pagina 38, en dat is nou een van die elementen waarvan ik zeg: u helpt de discussie hier. Als wij van elkaar de lever vooraf kunnen proeven op dit soort zaken, dat we goed kunnen begrijpen welke som u maakt en welke som ik maak. En dan kunnen we de rest ook meenemen op die discussie. Maar als we daaroverheen stappen en u zegt: ik kom tot de conclusie op basis van deze decemberrapportage dat die maatregelen niet nodig zijn. Dan blijft denk ik mijn stelling wel staan, ja, u kunt geen structurele dekking laten wegvallen omdat het incidentele resultaat meevalt. Die financiële spelregels, daar verschillen we volgens mij niet van mening van. Ja, en dan kan ik alleen maar zeggen: dan zie ik uw motie tegemoet.
Maar dan vraag ik u wel: kijk dan niet naar het jaarresultaat van 2020, maar kijk in de begroting naar hoe we er de komende jaren voorstaan. En volgens mij is uw fractie ook altijd juist kritisch op zuinig aan en proberen het strak aan te trekken. U ziet dat er ook nog taakstellingen in de komende jaren staan, dat weten we ook vanaf 2022. Dus volgens mij hebben we vooral een opgave in de komende jaren om de begroting sluitend te houden en zie ik op dit moment geen
10
enkele aanleiding om eerdere afgesproken of voorgestelde bezuinigingen of lastenverzwaringen op dit moment te laten vervallen op basis van deze decemberrapportage. Dan ga ik verder naar de Actiepartij. U stelde een vraag over de GREX, die kon ik niet duiden. Dus het spijt me, maar die moet u misschien dan nog in tweede termijn even herhalen en dan ga ik proberen daar alsnog goed antwoord op te geven. U stelde een vraag over het gemeentelijk bezit, waarbij we investeren voor huisvesting. Overigens het thema waarvan ik weet dat u ook al jaren hier aandacht voor vraagt. En u vraagt of dat een rendabele investering is. Nou, naar het idee van het college in ieder geval een investering die gegeven het maatschappelijk doel ook wat we willen bereiken verantwoord is. Daarom doen we dit voorstel. Maar als u daar de diepte in wil gaan van: waarom op deze plek en van welke afschrijftermijn? Ja, dan ga ik mijn collega voor de voeten lopen, die natuurlijk ook dit voorstel heeft ingebracht. Maar als u daar meer informatie nog over wil, dan kunt u dat bij me vragen en ook krijgen. De voorzitter: U heeft een interruptie van meneer Trompetter. De heer Trompetter: Ja, dank u wel. Ja, misschien moet ik dat dan maar even doen.
Want kijk, de achtergrond van de vraag is natuurlijk, want het is allemaal gemeentelijk vastgoed wat wij verkopen, wat we dus wel in eigen bezit hebben, waar we wel in zouden kunnen investeren. En wat maakt dan dat het dan perse hier onder deze voorwaarden doen? Onze fractie vindt toch dat de gemeente Haarlem erg veel geld uitgeeft en erg duur koopt zeg maar op een aantal punten. Dus dat is misschien ook een vraag voor de collega. En die GREX, dat gaat over de Oostpoort. Ik zeg natuurlijk niet voor niks dat we al een decennium lang geld pompen in het grasveld. En dan komt er weer een onderzoek en weer geen schop in de grond. En nou, als er een onderzoek komt, dan volgt daar ook een strategie uit, een ontwikkelstrategie als het goed is. En mijn vraag is dan dus heel simpel: valt het openen van de GREX ook onder die ontwikkelstrategie, zodat het in de GREX terecht komt? Want we zijn nu allemaal onderzoeken aan het doen en er gebeurt gewoon niets, althans weinig concreets zullen we maar zeggen. Wethouder Snoek: Oké, dan snap ik uw vraag wel. Zoals u weet hebben we een impuls aan vragen ingediend voor twee zones, de Europaweg en voor Oostpoort in de eerste ronde. Die voor de Europazone is toegekend, voor Oostpoort nog niet. Ik zeg nog niet, omdat we blijven proberen dat wel te doen.
Als u zegt: voorzie ik op dit moment dat er een GREX geopend gaat worden voor Oostpoort? Dat is dan weer het type vraag waarvan ik denk: dat zou ik met meneer Roduner willen bespreken. Maar in de commissie ontwikkeling is natuurlijk de ontwikkelvisie voor Oostpoort uitvoerig besproken. En je voorziet natuurlijk dat dit type kosten uiteindelijk of binnen een GREX of ander onder grondverkoop weer gedekt kan gaan worden. Alleen we moeten nu aan de slag. We hopen ook nog die Rijksmiddelen te krijgen voor de ontwikkeling van Oostpoort. En daar kun je die middelen dan ook uit dekken. Maar om nu verder te gaan hebben we ook middelen nodig vooruitlopend op die impulsgelden of een GREX of een grondverkoop. En vandaar dat we vragen om daar middelen voor beschikbaar te stellen. De heer Trompetter: Ja, mijn vraag blijft dan toch van: is het dan niet verstandiger, nu we toch al die ontwikkelvisie hebben vastgesteld, om dan even te wachten tot zeker is dat die financiering rondkomt, voordat we weer een onderzoek gaan doen waarin we rekening houden met die investering. En mogelijk gebeurt het niet of gaat het niet door, er is immers geen GREX. Wethouder Snoek: Nee, maar volgens mij zie je juist dat je werkzaamheden moet doen, bijvoorbeeld om die impulsgelden binnen te halen, om alles aan de gang te houden. En u zegt juist: ja, er gebeurt maar niks, er gaat geen schop in de grond.
Ik weet, u bent ervoor dat we meer huisvesting daar ook realiseren. Maar dan moet je ook aan de slag blijven. En als wij nu zo gaan zitten en wachten totdat er wat gebeurt, ja, dan gebeurt er ook
11
niks. En dan komen ook die impulsmiddelen niet onze kant uit. Dus vandaag dat we investeren om tot realisatie te komen. GroenLinks stelde ook een vraag over het HMC en of dat dan verstandig is. Dat is niet mijn parate kennis. En ik was heel blij dat ik dan uw derde vraag wel kon beantwoorden. Dat ging over het werk met werk maken budget. We hebben ook gekeken, een beetje in contrast tot het beeld wat meneer IJsbrandy schetste, van: hoe zorg je nou dat 2020 met alle tegenvallers die we al hadden, dat we zo veel mogelijk en zo zuinig mogelijk kunnen zijn. Dit werk met werk budget valt binnen mijn portefeuille, dus daar heb ik wat meer zicht op, dat was in november nog niet uitgegeven. En hebben we toen gezegd: nou, dat moet dan bijdragen aan het resultaat voor 2020, om te voorkomen dat we veel verder de min ingaan. Dan een aantal vragen vanuit het CDA en ook de PvdA over de relatie ook met Zandvoort. U weet dat we in een proces zijn met Zandvoort om nadere afspraken te maken naar aanleiding van het Berenschot rapport. Dus ik wil daar inhoudelijk niet te ver op vooruit lopen, anders dan dat je afspraken maakt met name ook over de toekomst. En hoe zorg je dat je goed voorkomt dat je op een gegeven moment nog rekeningen achteraf met elkaar hebt. Dus dat doet denk ik recht aan de vraag die de PvdA stelde over die TOZO afrekening.
Ik beschouw dat dan als een oproep aan het college van: zorg nou dat je hier vooraf dan ook goede afspraken over maakt, als eventueel die kosten, omdat het zo lang door kan lopen, toch hoger uitvallen dan de middelen die daarvoor beschikbaar zijn. Nu ik denk dat dat ook een antwoord is op de vraag van het CDA. Mevrouw De Raadt: Dat was inderdaad ook mijn vraag. Alleen dan even uw antwoord scherp. U zegt: u gaat dat dus doen. Dus u gaat binnen het college berekeningen maken. Nou, zal die 5 ton zal dat genoeg zijn, we moeten dat enkele jaren doen. Mocht dat nou niet het geval zijn, dan gaat u dan ook daar vooraf afspraken met Zandvoort over maken. Wethouder Snoek: In algemene zin. Wij zijn met elkaar in proces om te zorgen dat we goede afspraken maken voor de samenwerking in de toekomst. En wat als je op een bepaalde plek hoge kosten maakt. En ik denk dat u terecht het college attendeert op deze regeling en wat als daar hoge kosten zijn. Ik proef dat u hengelt naar een toezegging van mij hierop, maar dan denk ik: ja, die is zo lastig aan mij om te maken. En waarom ik deze lastig vind, is omdat je bij zo’n TOZO-regeling op een gegeven moment, daar kan over vijf jaar nog iets oppoppen en dan kan er iemand nog een vraag uit Zandvoort hebben die we moeten afhandelen.
Kun je dat vooraf allemaal voorzien en hoe ga je daar dan mee om? In algemene zin denk ik: ja, daar moet je goede afspraken over maken aan de voorkant. En ik hoor uw oproep aan het college om dat te doen. D66 vraagt: en hoe kijkt u dan vanuit deze decemberrapportage naar 2021? Anders dan Hart voor Haarlem denk ik dus niet dat het allemaal meeviel in 2020. Op dit moment, dat is het beeld wat voor mij uit deze decemberrapportage komt, ik: oké, dat wat we verwachtten, dat hebben we zien gebeuren. We hebben dat natuurlijk tussentijds ook nog wel bijgesteld. En dan probeer je vooruit te kijken en dan is het ook een beetje: waar zitten we nu in? Enerzijds zie je dat TBD zegt: de crisis lijkt minder diep te zijn dan verwacht. We zien een aantal meevallers van dingen die zwaarder tegen leken te vallen. Ik denk dat als ik om mij heen kijk en ik zie de drukte in de stad op dit moment, dan denk ik: dat zijn ook allemaal mensen die ergens hun auto hebben geparkeerd. Dus de wethouder financiën denkt dan: mooi. Maar tegelijkertijd weten we ook dat die lockdown langer doorloopt nu dan dat we gedacht hadden. En het is dan wel niet zo’n zware lockdown als dat we in maart hadden, dus in algemene zin denk ik dat de effecten minder diep zijn dan dat we in maart van dit jaar dachten, maar wel langduriger kunnen zijn.
En met het hele land hoop ik zo snel mogelijk dat iedereen gevaccineerd is en dat we in deze zomer gewoon weer ons normale leven op kunnen pakken. En ik verwacht dat onze economie veerkrachtig zal zijn. Maar met name dat eerste halfjaar en hoe diep dat effect is, dat is even kijken wat ik niet beter kan dan het CPB, wat op hoofdlijn al heeft gezegd: minder diep dan verwacht, maar wel langduriger. Jouw Haarlem stelde ook een vraag over de kritiek aan Oostpoort. Ik denk eigenlijk dat ik in mijn een twee met meneer Trompetter daar ook antwoord op gegeven heb. Nee, want die ging ook nog specifiek, waarom zit dat
12
dan hier nu in een keer in? Dat is ook om die snelheid erin te houden, om niet de voortgang op die ontwikkeling van Oostpoort, we willen mee in die tweede impulsvraag, dus we hebben inzet daarop nodig. En om dat snel ook te kunnen regelen leggen we dat aan u voor. En u gaat daarover als raad, u gaat daar nu ook over. Dus het is niet dat u gepasseerd wordt, maar ik begrijp soms ook dat u zegt: daar zou je misschien inhoudelijker langer over door willen spreken. Dan Trots nog de vraag over de blanco cheque. Daar ben ik ook eerder op ingegaan, dus ik denk dat ik daarmee, voor zover ik daartoe in staat was, de vragen beantwoord heb. De voorzitter: Mevrouw Wisse. Mevrouw Wisse: Dank u wel. Ja, de TOZO-vraag was inderdaad van het CDA. Ik had een Zandvoort vraag over de gemeentesecretaris. Maar misschien kan ik hem technisch stellen of is die voor meneer Botter. De voorzitter: Wethouder. Wethouder Snoek: Ja, dat kan ik u ook niet zo beantwoorden. Dus ik ben hier een lijstje aan het maken, daar heb ik opgeschreven de TOZO. Daar heb ik opgeschreven waterberging. En dan schrijf ik nu op gemeentesecretaris. De voorzitter: Het is aan u om daar een heel mooi verhaal van te maken voor de kerst, voor deze drie onderwerpen. Verder zijn alle vragen … Mijnheer Bloem, gaat uw gang. Oh, tweede termijn, gaat uw gang.
De heer Bloem: De SP is natuurlijk blij met de toezegging dat het uitgezocht gaat worden of we nog meer tegenvallers te verwachten hebben, à la een miljoen voor waterberging. Maar ik schrik natuurlijk wel een beetje. Want als een wethouder financiën opeens een tegenvaller krijgt van een miljoen, dan wacht die normaal gesproken niet tot meneer Bloem een vraag stelt van: zijn er nog meer? Dan ga je er toch van uit van: jongens, foutje bedankt, maar nu eens en nooit meer. Gaat dit goed? Zijn we in controle? Want kijk, het verbaast mij dat dit lijstje gewoon, dat u hier niet vol vertrouwen zegt: nee, we hebben alles nagegaan. Dit was een foutje, gebeurt nooit meer. Wethouder Snoek: Zo ken ik meneer Bloem. Ik schrik hier niet meteen van, omdat ik van de afgelopen jaren ook de achtergrond snap. Ik weet hoe het werkt, ik snap dat je eerst gaat kijken binnen het project. En als dat uiteindelijk niet lukt, tot een afrekening proberen te komen. Dus ik vind dat wel vervelend, maar het zijn niet kosten die in een keer ergens vandaan komen, waarvan je denkt: daar heb ik nou nog nooit van gehoord.
Maar op het moment dat u mij op de man af vraagt: zitten nou in andere projecten ook van dit soort zaken? Dan zou mijn eerste reactie zijn: waarschijnlijk speelt dat ook nog wel op een aantal andere projecten, maar verwacht ik dat dat dan ook binnen de GREX of binnen de grondverkoop rekening mee gehouden is. Als dat niet zo is, dan krijg je een ander vraagstuk. Maar het is ook niet dat we dit nu ieder jaar hier op tafel hebben. Dus ik verwacht dat dit een incident is, maar ik denk dat het goed is om daar nog eens een keer navraag op te doen. En dat heb ik u ook toegezegd. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Van den Doel. De heer Van den Doel: Dank u wel, voorzitter. Ik wil toch nog even terugkomen op 5,3 miljoen positief of 500 duizend. Als het klopt wat mijnheer IJsbrandy zegt, ik denk het overigens niet, dan zou er een verschil zijn van 18 miljoen in de decemberrapportage. Nou, dan hadden de vlaggen hier uit gemoeten en dan had iedereen er weet van gehad. Maar u heeft geluk, er zit achter u iemand die er alles van kan weten, meneer Jonker. En ik
13
denk dat die het eenvoudig kan verklaren. En als dat vanavond niet lukt, omdat het heel veel woorden nodig heeft, dan graag op schrift. Maar ik denk dat het heel eenvoudig is uit te leggen waar het verschil van opvattingen zit en waar het daadwerkelijke antwoord zit. Wethouder Snoek: Dat wil ik u wel toekennen, als de voorzitter dat toestaat. Want dan moeten we netjes … De voorzitter: Ik sta alles toe. Wethouder Snoek: Maar dan is mijn voorstel dat we hem afmaken, het rondje, want dan kan ik nog antwoorden, want ik moet eigenlijk alles schoonmaken en zo voordat ik meneer Jonker dan de microfoon geeft. Want hij kan niet vanaf die plek dat doen. De voorzitter: Mijnheer Trompetter. De heer Trompetter: Voorzitter, even voor de orde. Dat vind ik best wel een beetje gek. Want dit is de tweede termijn en dan gaan we na de tweede termijn nog technische informatie inbrengen. Het lijkt me dat we dat dan nu eerst even doen, ondanks de bezwaren van het desinfecteren. Maar dat we dat eerst even doen en dan kunnen we de tweede termijn ordentelijk doen. Want bij mij rijst nog wel de vraag over de behandelrijpheid van dit stuk. De voorzitter: Wat mij betreft is dat akkoord, als de betrokken personen ook akkoord gaan dan kan dat. Nog wel even een vraag aan de wethouder, nu u er toch nog zit. U heeft net een toezegging gedaan aan meneer Bloem over het aanleveren van de informatie.
Toch? Mevrouw Wisse. En deze informatie geeft de wethouder net aan is niet voor de raad van aanstaande donderdag beschikbaar. Hartelijk welkom. U gaat wat uitleg nog geven, gaat uw gang. De heer Jonker: Ja, meneer IJsbrandy verwijst naar pagina 38. En dat is ook wel mooi, want daar komen de getallen ook samen. De 5,3 miljoen is dat als je niet naar reserves zou kijken, dan zou er 5,3 miljoen overblijven. En vervolgens als je ook nog kijkt naar de stortingen in reserves en onttrekkingen, die zijn per saldo 4,7. En dan komen we weer op de 6 ton uit waar onze wethouder net aan refereerde. Dus als je niet kijkt naar reserves, dan klopt het wat mijnheer IJsbrandy zegt. Maar die reserves doen er wel toe. En ik kan daar de grote brokken even uithalen, waarom moet er gestort worden in de reserves. Dat heeft met de rest, de opvang en herstel van 2 miljoen te maken, de brede aanpak van daklozen van 2,8 en de vrouwenopvang van 1,5. Dat staat daar, die 4,7 is daaruit opgebouwd. U als raad vindt dat dat in die reserve moet. En als je dat doet vanuit je exploitatie resteert er dan die 6 ton die ook op pagina 3 staat. Dus tegen meneer IJsbrandy, die reserves mag je niet buiten beschouwing laten. Dus u stopt net een regel te vroeg, het verzoek is om met de wethouder mee te gaan, de reserves in ogenschouw te nemen, en dan zitten we weer op de 6 ton.
Wat voordeliger is dan verwacht was bij de bestuur rapportage. Nou, daar geldt dan inderdaad voor, je had ook kunnen zeggen: ik ga nu 8 miljoen uit de algemene reserve, maar die 8 min die 6 ton, dan zit je op 7,4. Dat hebben we niet in deze decemberrapportage gedaan, omdat er onzekerheid is. Dat wordt pas definitief bepaalt bij de jaarrekening. De voorzitter: U heeft een vraag neem ik aan van mijnheer Trompetter. De heer Trompetter: Een vraag, dat klopt ja. Nu hoor ik onder andere de reserves als onderdeel van het sociaal domein. Zitten er dan ook de reserves, onder andere bijvoorbeeld de doeluitkering beschermd wonen en zo in? Want daar hebben we nu net met de behandeling van de begroting, of moet ik zeggen met de reserves is
14
daar een miljoen uitgehaald. Zijn de integratie-uitkering voor de decentralisatie beschermd wonen. Dus gaat die dan nu weer terug dat bedrag? En ook van de randgemeentes of niet in die reserve? Of begrijp ik dat dan helemaal verkeerd? De heer Jonker: Kijk, het antwoord ging eerst over: hoe kom je nu van die 5,3 naar die 6 ton toe. En dat is omdat er reserves toe in zitten. U vraagt nu specifiek: zit daar dan wel goed in zoals we hebben afgesproken? En het antwoord is ja, want die eerste gaat over opvang en herstel. Dat is voorheen beschermd wonen, dus ja, dat gaat op de manier zoals bij de bestuursrapportage ook is meegegeven door de raad. De voorzitter: Mijnheer Trompetter. De heer Trompetter: Ja, maar toen is dus juist een miljoen uit die reserve gehaald, de integratie uitkering, de doeluitkering, dat moet je geoormerkt houden, die is uit de reserve opvang en herstel gehaald en naar de algemene middelen verhuisd met die zelfde rapportage. Zeg maar met de BURAP die met de begroting vastgesteld hebben. Dus mijn vraag is: keert dat nu om? Want dat geld is nu in principe gewoon uit, dat zit nu gewoon in de algemene middelen. De heer Jonker: Nee, wij keren niets om. Het enige wat ik wil zeggen, wij voeren uit zoals besloten is door de raad bij de bestuursrapportage. En ik weet dat u een eigen opvatting daarover heeft, maar er wordt uitgevoerd zoals de raad besloten heeft.
De voorzitter: En dat roept gelijk meerdere vragen op. Mevrouw De Raadt. Mevrouw De Raadt: Nou, verhelderende vraag hoor, dat we allemaal weten waar we het over hebben. Want als meneer IJsbrandy dus zegt van: nou ja, die 5,3 miljoen, die kunnen we ook gewoon gaan uitgeven. Of inderdaad dan de OZB niet verhogen. Dan zou dat wel kunnen, als ik het goed begrijp, maar dan moeten we een aantal besluiten van de raad, zoals dus de daklozenopvang, niet uitvoeren. Alleen dan zou dat kunnen. De heer Jonker: Nu komen we op de grens van technisch en bestuurlijk en dan verwijs ik weer terug naar wat de wethouder heeft gezegd: reserve is incidenteel, OZB heeft met structureel te doen. Dus die mogen niet een op een gekoppeld worden. Maar dan zit ik echt op het snijvlak ook, technisch mag het niet en bestuurlijk is het net ook geduid. Mevrouw De Raadt: Daar heeft u natuurlijk helemaal gelijk in. Laat ik de vraag anders formuleren. Die 5,3 miljoen, waarvan meneer IJsbrandy zegt: die hebben we over. Die hebben we niet over, die is gewoon al bestemd voor een heel aantal dingen wat u net opnoemde. Oké. De voorzitter: Mijnheer IJsbrandy. De heer IJsbrandy: Ja, ik zou er nog aan toe willen voegen. Kijk, wij hebben natuurlijk dit jaar is extra anders dan andere jaren, omdat er natuurlijk veel onverwachte posten zijn waarvan we ook de effecten in de loop van het jaar pas zien ontstaan.
Als we dan, en dat doen we natuurlijk op basis van al die tussenrapportages, allerlei beleidsbeslissingen nemen over reserve wel, reserve niet, verhogen, verlagen, et cetera. Eigenlijk op basis van onvolledig inzicht op dat moment. We presenteren dat nu dan als een verdrongen feit, ja, dan ontnemen we onszelf eigenlijk vrijheid om over bepaalde middelen te beslissen. En als deze decemberrapportage de jaarrekening zou zijn, dan heeft Haarlem gewoon een operationeel positief resultaat van 5,3 miljoen. Exclusief mutaties reserves. En vervolgens zou je dan in de jaarrekening eigenlijk pas de
15
behandeling daarvan over de bestemming daarvan moeten praten en moeten kijken: wat doe je dan vervolgens met je reserves en je balansposten? Om dat gedurende het jaar al te doen en daarmee dus allerlei piketpaaltjes te slaan waar je dus later misschien spijt van krijgt. Ja, het is behoorlijk vertroebelend voor het totale beeld en het ontneemt ons ook beleidsruimte die nu ten laste gaat van de burger van Haarlem, omdat de OZB verhoogt wordt. Want ik ben het toch niet eens met het verhaal van structureel en incidenteel. Kijk, OZB is echt een sluitpost. De voorzitter: Mijnheer IJsbrandy, ik ga u even onderbreken. Ik zit ook te kijken: is het nou bestuurlijk of is het technisch. U gaat richting bestuurlijk, dus vandaar dat de wethouder weer plaatsneemt. Gaat uw gang, mijnheer IJsbrandy. Was u klaar? De heer IJsbrandy: Nee, het laatste wat ik zei is dat het dus nu ten koste gaat, dit boekhoudkundig gestuntel wordt afgewenteld op de burger van Haarlem. Wethouder Snoek: Voorzitter, hier maak ik echt bezwaar tegen. De term boekhoudkundig gestuntel doet geen enkele recht. U heeft net een hele gedegen toelichting gekregen op wat hier precies gebeurt. Het gaat over bestemmingen en reserves, waar u eerder toe besloten heeft, gaat soms ook over regionale middelen waar we niet eens zelf over kunnen beslissen.
En als u anders wil besluiten, dan kan dat, dan doet u dat, dan dient u daar een motie over in of een amendement en dan komt er een ander besluit. Maar dit is gewoon ook allemaal wat u als raad besloten heeft. En ik wil ook weer even terug naar wat ik aan de voorkant meegaf, want dit hebben we met elkaar natuurlijk wel eens vaker meegemaakt. Ik ben heel blij met hoe gedegen de analyses die u maakt. Ik herinner me nog uw tegenbegroting en ik denk dat u een aanwinst ben voor de raad hiervoor. Maar soms maakt u andere optellingen dan dat wij doen. En het komt het debat echt ten goede als we elkaar daar vooraf even over proeven, dat we van elkaar begrijpen: o ja, wacht, u zit daar, dan kan ik u toelichten waarom dat naar mijn oordeel anders zit. Dan hoeven we voorkomen dat hier niet de minste, maar wel onze concern controle daar een technische toelichting hoeft te geven. Want dat hadden we vooraf met elkaar kunnen doen. En uiteindelijk blijft er dan gewoon een politiek discussiepunt over. En dat vind ik het leukste van het werk hier, daar kunnen we het dan over hebben. Vindt u dat de OZB wel of niet verhoogd moet worden, gezien de financiële positie waarin we zitten. En daar kan dan uiteindelijk het debat over gaan, daar zou het debat ook over moeten gaan. De voorzitter: Dank u wel, wethouder.
Zijn hier verder nog opmerkingen? Dan wil ik u vragen: hoe kan dit naar de raad uiteindelijk? Mijnheer Trompetter. De heer Trompetter: Ik wil het graag even meenemen terug naar de fractie. Dus zeker geen hamerstuk. Het is minimaal een hamerstuk met stemverklaring, maar er komt misschien nog een amendement of een motie. De voorzitter: Ik begrijp zojuist dat meneer Van den Raadt ook nog een vraag heeft of een opmerking voor de tweede termijn. Mijnheer Van den Raadt, gaat uw gang. De heer Van den Raadt: Ja, voorzitter, ik wou eerst de complimenten geven aan de wethouder Snoek. Hij is wel ontzetten open en eerlijk, misschien omdat de finish streep in zicht is. Dus dat vind ik erg mooi. We hoorden daarnet ook dat er reserves zijn, onder andere over de opvang van daklozen. En dan kom ik met de politieke vraag, maar ik hoor daar niet genoemd de stijging van het aantal statushouders wat enorme kosten met zich mee gaat brengen. Wethouder Meijs kon ons vorige week nog vertellen dat dat gaat van 50 naar 125 in het eerste halfjaar. Dus zien we dat ook nog terug in die reserves? Of gaat u dat nog in deze