CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

12-02 Transcript cie Ontwikkeling

commissie Ontwikkeling 2 december 2021, gemeente Haarlem53.860 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 6

17

beter OV en het verbeteren van de fietsinfrastructuur. Ook pleit OPHaarlem voor een gemeente die thuiswerken blijft stimuleren. Er moet blijvend iets veranderd zijn na deze coronaperiode. Een ander punt: serieus gaan nadenken over tunnels en wellicht nog eerder over het verdiepen van wegen. Dat laatste gebeurt al vaker in Nederland en het komt de kwaliteit van een stad ten goede. Het laatste punt: een infrastructuur voor Schalkwijk, Parkwijk en Zuiderpolder verder vormgeven, met onder meer volledig voortgezet onderwijs en alle benodigde sport- en wijkvoorzieningen. Dat vermindert ook het verkeer in de stad. Drie vragen aan wethouder Roduner. Waarom hebben andere gemeenten een gedegen hoogbouwvisie en Haarlem niet? Herkent het college een achterstand in OV-verbindingen vanuit Zuid-Kennemerland met veel delen van de MRA? En welke inzet gaat de gemeente concreet plegen om het OV-net te verbeteren, inclusief aansluitingen aan toekomstige railverbindingen die de westkant van de MRA moeten gaan ontsluiten? De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Van den Doel, GroenLinks. De heer Van den Doel: Dank u wel voorzitter. Ook wij hebben de visie gelezen en we zijn onder de indruk van het stuk. We vinden het een goed stuk, maar ook wij wilden graag nog wat nadruk leggen op een aantal punten. Dat is al twee keer genoemd.

De toegankelijkheid, het VN voor de handicap, daar zouden we graag echt nog meer aandacht voor willen zien. Participatie, daar doen we altijd ons best, maar de bewoners denken er altijd anders over, dus ik denk dat het van ongelooflijk belang is dat we daar heel scherp op zijn en blijven, dus daar ondersteun ik mijnheer Aynan in. En tot slot over het groen. Ja we zijn GroenLinks en niet voor niets. Voorzitter ... De voorzitter: Mijnheer Aynan. De heer Aynan: Ja, ik ben natuurlijk hartstikke blij met de steun van de grootste fractie, maar u bent het ook met me eens dat we dus participatie als een strategische keuze kunnen toevoegen? De heer Van den Doel: Ik denk dat het er al met zoveel woorden wel staat in tegenstelling tot u. Maar ik denk zeker dat het van belang is om dat nog een keer te benadrukken dat participatie als een van de belangrijkste instrumenten voor de ontwikkelingen beschouwen, waarbij we de bewoners willen betrekken. Tot slot het groen. We zijn GroenLinks zei ik net al en we vinden groen dus uiterst belangrijk en ik denk van levensbelang. In de visie komt het vaak terug, groen. Er worden wat ik net al zei als reactie op een van de insprekers: er worden een aantal dingen genoemd en toch komt het er nog te weinig in voor. Ik denk dat het van belang is dat we daar echt een grote nadruk op leggen.

Er is, daar wil ik de wethouder graag over horen, er is een regel die zegt 3-30-300, vanuit je woning drie bomen, vanuit de wijk dertig vierkante meter schaduw van bomen en op driehonderd meter afstand een klein parkje of een plek om te verblijven waar het groen is. En dat zeker binnen de nieuwe ontwikkelingen lijkt het ons van belang. Met dat horen we graag van de wethouder, hoe die ertegenover staat. En tot slot inderdaad ... Het is best wel leuk groen, maar de praktijk is inderdaad soms wat weerbarstig en merken we dat het groen vaak moet afleggen. Terwijl, zei de wethouder ook, de verdichting ook een kans kan zijn. We kunnen groen toevoegen op daken, we kunnen groen toevoegen op verticale wanden. De daken hebben de beleving op het maaiveld voegen niets toe, maar zijn uiterst belangrijk om te doen. Het verticale groen daar kunnen we met zijn allen van genieten zolang het goed uitgevoerd wordt, dus niet dat je binnen een maand bruine bladeren hebt, maar dat het ook blijvend groen is. Maar daar komt die 330-300 weer om de hoek. We vinden het ook van belangrijk dat er op het maaiveld ruimte is en groen is en dat dat, zoals wij altijd zeggen en zoals altijd aangegeven is, meer wordt dan dat we eventueel noodzakelijkerwijs moeten weghalen. Dat was het voor nu. Dank u wel.

18

De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Klaver, CDA. De heer Klaver: Ja voorzitter, bij de behandeling van het ontwerp heeft het CDA aangegeven dat de visie door het CDA goed wordt ontvangen. De strategische keuzes zijn mooi. Kwaliteit is leidend en niet kwantiteit. De waardevolle karakteristieken van Haarlem en Spaarndam worden gekoesterd. De woonwerkbalans blijft minimaal gelijk en het groen wordt verbeterd. Het CDA heeft de Haarlemse maat hoog in het vaandel staan en herkent de Haarlemse maat in deze visie. College, complimenten voor de wijze waarop u bent omgegaan met de zienswijzen van de indieners. Toen ik kennisnam van de stukken dacht ik: college, wat heeft u met de punten gedaan die in de behandeling van de commissie op 3 juni van dit jaar aan de orde zijn gesteld. Gelukkig is nu het overzicht overgenomen met wat u met de opmerkingen van de politieke partijen heeft gedaan. Dat geeft goed inzicht. Het CDA wil de drie zaken terugzien ten opzichte van het ontwerp. Hoe de negatieve trend voor wat betreft werkgelegenheid en arbeid wordt gekeerd. Wat dit betreft zijn we akkoord met de reactie. Het tweede: de inzet op ondergronds parkeren. U kiest in de visie voor P&R-terreinen en mobiliteitshubs in plaats van ondergronds parkeren.

Wij vinden dat ondergronds parkeren juist extra mogelijkheden biedt voor de kwaliteit van de openbare ruimte en het doeltreffend gebruik van onze schaarse ruimte. Ik herinner het college nog maar eens aan ons coalitieprogramma Duurzaam Doen, waarin staat: bij nieuwbouw moet worden voorzien in parkeerruimte in principe ondergronds. Hoe kan het dan dat we dit uitgangspunt niet in de visie tegengekomen? Tegen alle mensen die de openbare ruimte en het groen aan het hart gaat zeg ik: steun ons in ons pleidooi voor ondergronds parkeren. We zijn dus niet akkoord met de reactie op onze inbreng wat dat betreft. En het derde: sport een plek geven ... De voorzitter: Mijnheer Blokpoel. De heer Blokpoel: Ja dank u wel. Mijnheer Klaver, we ondersteunen natuurlijk uw pleidooi voor ondergronds parkeren. Maar kunnen we dan een amendement van u verwachten, of wilt u samen een amendement schrijven hiervoor? De heer Klaver: Dat zou zomaar kunnen, maar ik wacht nog even de reactie van de wethouder af. Het derde punt die we graag terug wilden zien in de definitieve versie van de visie is om sport een plek te geven bij de strategische keuze bevorderen van de gezonde leefomgeving en het opnemen bij de speerpunten en dan vooral in Schalkwijk, waar zoveel huizen worden gebouwd. We zien de aandacht die nu het Spaarnepark als icoonproject heeft gekregen in de visie.

We zien dat het versterken van de sportparken een plek heeft gekregen in de uitwerking van de gezonde stad voor mens en dier. En we zijn hier tevreden mee. Tenslotte voorzitter, wij hebben deze dagen van diverse kanten en vanavond ook de zorgen gehoord over het buurtgroen. Het buurtgroen lijkt er bekaaid af te komen in de visie en lijkt in het schema op bladzijde 142 onder te sneeuwen zoals door Platform Groen is aangegeven. Hoe ziet de wethouder dit? En acht de wethouder het nodig dat wij de visie hierop amenderen zodat het buurtgroen versterkt en beschermd wordt. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Verhoeff, PvdA. Mevrouw Verhoeff: Ja dank u wel voorzitter. Een aantal andere mensen hebben het hier ook al gezegd: de PvdA is blij met deze integrale uitwerking van de woonvisie. Het is gewoon een gebalanceerde visie en je ziet dat werkelijk alle hoofdstromen die van belang zijn om te wegen tegen elkaar zijn afgezet en een aantal conclusies getrokken. Natuurlijk blijven er altijd nog vragen over, maar we zien ook heel duidelijk dat er een schaalprobleem is. Dit is een visie die nog op een heel hoog niveau is en logischerwijs gaan insprekers, wij ook

19

hier in de raad denk ik zomaar, of in de commissie in dit geval, al gauw kijken wat betekent dat dan voor bepaalde onderwerpen die ons nauw aan het hart gaan. Ik heb veel mensen ... Ik heb veel dingen gelezen, maar ook hier weer gehoord dat een aantal mensen de invulling geven ... En wij zijn eigenlijk heel erg benieuwd naar wat de wethouder ons misschien net iets meer duidelijk kan geven: wat vinden wij nou terug van een aantal zaken die hier besproken zijn in de gebiedsplannen? Want dit is de eerste stap. Daaronder ligt gewoon een nieuwe laag heb ik in de stukken gelezen en zo hebben we dat ook geïnterpreteerd, waar bijvoorbeeld het buurtgroen wel een plek in gaat krijgen. En het voorstel van wat GroenLinks deed over als ik het goed zeg de 3-30-300-norm, dat klinkt hartstikke sympathiek, maar wij zouden eigenlijk wel willen weten – en dat kan de wethouder vast niet nu zeggen, want dat wordt nu voor het eerst door GroenLinks vertelt en als hij dat wel kan top – wij zouden wel graag willen weten: is dat dan een norm waar we in elk gebiedsplan dadelijk mee kunnen werken? Of is er misschien wel een gebied waar je naar meer kan, omdat er al vrij veel groen in de buurt zit. Midden in de binnenstad kan het misschien niet. Gaat het alleen voor ontwikkelingsplannen of gaat het voor de rest ...

Heel interessant, maar we willen wel graag meer weten voordat we hierop durven zeggen: dit is ons plan, hier gaan wij achter staan. Datzelfde geldt voor een aantal mooie zaken die in de verbindingen staan. Wij denken wethouder, en ik hoop dat u ons dat geloof laat behouden want dan worden we daar blij van, dat een aantal met name fiets- en OV-verbindingen dadelijk in gebiedsplannen en vooral de fiets denk ik verder uitgewerkt zullen zijn, want dat hebben we ook wel gezien bij de verschillende ontwikkelvisies die in de stad liggen. En ik mag toch aannemen dat deze niet al nu herzien worden nu we een jaartje verder zijn. Ik noem bijvoorbeeld de verbinding Orionzone die met Bloemendaal gaat, want wij als versteende stad hebben natuurlijk ook nog buren waar we ook graag het groen van willen bezoeken, maar ook verder naar de kust willen kunnen, bij voorkeur op de fiets of het OV pakkend. En daarom zouden we ook nog wel een pleidooi houden: alstublieft wethouder, probeer medestanders te vinden om ook de passage van het station bij de Oostpoort, station Spaarnwoude, de verbinding Zuiderpolder en de Waarderpolder, maar vooral de woningbouw in Oostpoort ook te optimaliseren. Moet ik stoppen? Nou dan ga ik vrolijk verder. De voorzitter: Kijk ik zo indringend? Mevrouw Verhoeff: Ik dacht dat u klaar zat om mij als ik ademhaalde ... Ja wij horen graag de antwoorden.

En dan hebben we misschien nog wel wat vragen, maar wij hebben echt het gevoel dat het buurtgroen er prima in kan komen, maar wethouder help ons daarin om ook dat geloof te houden. Want wij vinden het wel heel belangrijk en volgens mij is het ook precies wat in het coalitieprogramma staat. Zorg dat de leefomgeving overal verbetert en met de uitgangspunten die hier staan om de ecologie klimaatadaptief, natuurinclusief een dergelijke gaat bouwen. Die vraagt en schreeuwt daarom en wij willen dat graag dan ook terugzien in de stukken. Het fietsen en ja de participatie. Misschien kunt u nog wel iets meer toelichten hoe u dat ziet bij de gebiedsplannen, want ook wat we vanavond hier hoorden kan hier wat meer bossen in een bepaald stuk, of bomen die een beetje een bosfunctie hebben, of zijn het juist de weilanden? Wij denken dat heel veel groen waardevol is en in het ene plan zal de bomen zijn, in het andere plan een mix en misschien soms ja gaat dat niet lukken en moet je misschien kiezen voor mos en groen en struiken. Wij horen het graag. Dat was het even voor dit moment. De voorzitter: Dank u wel. Even kijken, allemaal vingers. Beginnen we aan die kant. Mijnheer Blokpoel, VVD. De heer Blokpoel: Dank u wel voorzitter. Ja we maken een stap richting de omgevingsvisie. Wederom, er is breed ingesprongen, weinig overgenomen. De vasthoudendheid van het college zit wel erg in dit stuk.

En dat lijkt wel een trend te worden bij grotere stukken eerlijk gezegd. We zien grote stukken die komen richting de

20

raad, richting de commissie en dan zijn de kaders eigenlijk vast. We kunnen inspreken wat we willen, bewoners kunnen inspreken wat ze willen, maar wijzigen doen ze niet. Spelfouten mogen we wijzigen, maar de overige zaken niet. De lijnen staan vast. Dat zagen we nu ook weer. Dus wethouder, waarom altijd ... We kunnen bij wijze van net zoals bij grote stukken, ik hoop dat het anders gaat, maar dat gaan we zien bijvoorbeeld bij het Stadionplein. Hoe kunnen we nou eens met elkaar dat gesprek aangaan dat er nog wel over hoogte, diepte, breedte, groen wordt gesproken en dat het dan ook daadwerkelijk gewijzigd wordt? Wij weten het even niet meer. Maar goed, we zeiden het ook al in een eerdere behandeling: het leest als een verkiezingsprogramma, niet zoals altijd ons programma. Het groene gesprek over het schrappen van auto's uit het straatbeeld zonder hiervoor alternatieven te bieden, ja dat steekt ons. Het gaat ons niet om de auto, want wij willen ook groene lanen. Ik benoemde het net al in mijn vraag aan één van de insprekers: wij willen ook dolgraag die groene lanen, groene straten met veel bomen. Goed onderhouden straten willen wij ook flaneren, fietsen. Maar we willen ook met de auto de stad uit richting de andere kant van het land, of met vakantie, omdat dat duurzamer is dan vliegen. We willen ook af en toe die auto kunnen benutten en die moeten we wel dan kunnen bereiken.

We willen niet een kilometer moeten fietsen om vervolgens daar een auto in te stappen. Dus we ondersteunen de oproep ‘maak de straten groener’, maar tegelijkertijd: er zijn gewoon heel veel auto's. In een van de reacties op onze inspraak van de eerste keer staat veertig procent van Haarlem staat vol met auto's. Nou ja, a) valt dat te betwijfelen, maar goed, laten we het voor waar aannemen. Prima, waar gaat u dan die veertig procent opvullen waar mensen kunnen parkeren? Zodat we dat groen daadwerkelijk die stad in krijgen? De voorzitter: Mijnheer De Groot. De heer De Groot: Ja dank u voorzitter. En allereerst dank aan de VVD voor de uitgebreide terugkoppeling op deze visie en het is goed dat die ook uitgebreid beantwoord is en het is echt te zien dat u de tijd genomen heeft om die opmerkingen mee te geven. Er zijn inderdaad wel een aantal dingen wel overgenomen, maar ook een heel aantal dingen niet. Waar ik toch met u en eigenlijk ook op uw verzoek even de discussie over aan wil gaan is dat u inderdaad aangeeft van nou goed, er zijn zoveel auto's, dus wat gaan we daarmee doen? Maar bent u niet met mij eens dat onderdeel van een mobiliteitstransitie is dat we dat aantal auto's ook terug proberen te brengen? De heer Blokpoel: Ja, uiteraard zijn we dat met u eens. Ja, er zullen iets minder auto's zijn. Maar dat zal nog heel heel erg lang duren.

En of dat in 2045 zo is, nou, we weten het niet, voorlopig zijn er prognoses dat het alleen nog maar verder zal stijgen. Ja ze zullen duurzamer worden, maar het aantal auto's zal nog blijven stijgen. Dus dat weten we niet. Voorlopig hebben we daar nog geen beeld op. En ja de transitie zal mensen meer in het openbaar vervoer brengen, maar voorlopig brengt het openbaar vervoer u nog niet altijd even snel en op de meest efficiënte manier. De voorzitter: Mijnheer De Groot. De heer Blokpoel: Ja, heel kort een vervolg. Ik vind dit echt een hele interessante discussie. Ik wil u meegeven dat de VVD in Amsterdam ook behoorlijk wat te zeggen heeft en dat Amsterdam behoorlijk progressief is in het wegbrengen, of de auto uit het straatbeeld halen. En dat progressieve geluid mis ik wel eens bij de VVD Haarlem. Bent u dat met me eens? De heer Blokpoel: Mijnheer De Groot, als u goed had geluisterd naar mijn betoog, dan had ik gezegd: we willen dolgraag die groene lanen, dolgraag willen we de auto uit het straatbeeld, maar dan moeten er

21

alternatieven komen. U refereert naar Amsterdam, Amsterdam heeft diverse parkeergarages waar dat mogelijk is, waar wel de bewoners kunnen parkeren, waar wel aan de randen van de stad duidelijke parkeervoorzieningen zijn en dat bewoners verder kunnen. Dat hebben we hier niet en daar roep ik het college toe op en daar refereert u niet naar. U schrapt ze liever en u geeft bewoners geen alternatief. De voorzitter: U was aan het einde gekomen toch? De heer Bolkpoel Nee, ik was nog lang niet aan het einde voorzitter. Ja, dat is ook een wens. Maar goed, even snel doorgaand. Hoogbouwvisie, ja u brengt het naar kaarten terug. Fantastisch om te zien, maar ook in kaarten waar we zien bijvoorbeeld dat bij de Spaarndamseweg bijvoorbeeld, daar zegt u: nee, het wordt dertig meter hoog maximaal. Tegelijkertijd weten we dat er een aantal bouwplannen zijn van zestig meter en hoger. Dus hoe kunnen we nou de kaart die er nu ligt, hoe kunnen we dat nou vertrouwen, want zo weten bewoners nog steeds niet van ... Mensen gaan ervanuit: prachtig, het wordt hier niet hoger dan dertig meter. En vervolgens ligt er een plan van zestig meter. Het streven om meer Haarlemse huizen te bieden. Ja prachtig, ja we moeten inderdaad die verlichting in gaan, want we kunnen niet alles in het groen kwijt. Dat willen we ook helemaal niet. Maar ook daar moeten we dat groen toevoegen.

Maar wethouder, hoe ziet u dit? Want we moeten en verticaal groen, en groen op het dak, en er moeten zonnepanelen, en het moet maximaal geïsoleerd, en er moet ondergronds parkeren. Het moet ook nog fantastische openbare ruimte zijn. Dat worden wel hele dure huizen. En hoe willen we dat met de sociale woningbouw oplossen? Hoe willen we dat met middeldure woningen oplossen? Want de huizen moeten ook de betaalbaar blijven en de grondprijzen in Haarlem zijn niet even goedkoop. Dus wethouder, hoe gaat u dan die betaalbare huizen bouwen met al die vereisten? Werkgelegenheid komt goed in het stuk voor en tegelijkertijd blijft het spanningsveld van het wegbestemmen van werklocaties en niet bieden van alternatieven ook hier. Dus de mobiliteit ... Ja, we hebben het er net al even in de discussie over gehad, maar tegelijkertijd ook de Velserboog staat er wel in benoemd, Kennemertunnel is geschrapt, want die is geschrapt – D66 was er ook groot voorstander van – zodat we niet al het verkeer door de stad hebben, maar juist onderdoor en daarmee ook de regio bereikbaar houden. Dus daar zullen we nog met een amendement voor komen om die terug te krijgen. En zo zijn er nog wel meer vragen die onbeantwoord blijven met dit stuk. Dus voor dit moment: wethouder we weten gewoon niet wat we met dit stuk moeten, want u zegt van alles, maar u biedt geen alternatieven. De voorzitter: Dank u wel.

Ik ga gewoon van links naar rechts. Ik zie mijnheer Van Leeuwen, Actiepartij. De heer Van Leeuwen: Ja dank u wel. Allereerst complimenten voor het raadsstuk. De redacteur die dat heeft neergezet heeft een leesbaar stuk opgehoest. En wat daar zo goed aan is, is dat we zien dat het belangrijk is dat we een heldere werkbare omgevingsvisie krijgen. En de vraag die wij ons dus hebben gesteld is: ligt hier een heldere, werkzame, werkbare omgevingsvisie? U weet: wij hebben in onze schriftelijke bijdrage op de reactie van het concept aangegeven dat de Actiepartij zich totaal kan vinden in de zes integrale opgaven die worden benoemd. En dat is voor ons een positief uitgangspunt om verder te kijken naar hoe dan. We kijken naar de verdiepende uitspraken. Die zijn eigenlijk, en daar begint het natuurlijk al, net zo lang als dat ze breed zijn. Ze zijn nietszeggend, aangezien ze niets kwantificeren, maar vooral ook onderling geen prioriteiten aangeven. En college, dan komt de vraag: waar kiezen wij als Haarlem voor op het moment dat het er in projecten op aankomt? Complexe opgave. U schrijft op pagina 82 ... De voorzitter: Interruptie, mijnheer Van den Doel. De heer Van den Doel: Ik snap uw punt over de kwantificering, maar dit is een omgevingsvisie. Dit is een

22

abstracte visie en die kwantificering komt volgens mij in de omgevingsplannen, of in ... Dus ik denk dat deze visie daar bewust geen antwoord op geeft, omdat die kwantificering komt terug in onderliggende documenten als we daar zijn. Klopt dat of ziet u dat ook zo? Of heb ik het mis? De heer Van Leeuwen: Volgens mij vertelde ik u dat het gaat om kwantificeren en prioriteren en dat de stukken die daarna volgen daar een antwoord op moeten geven, maar de visie moet daar een richting in geven. Ik geef u het volgende mee: op pagina 82 schrijft het college een pilot te willen gaan doen in het stapelen van complexe opgaven. Een pilot voorzitter ... De voorzitter: De heer Van den Doel wil nog even wat zeggen. De heer Van Leeuwen: Ja, kinderachtig. De heer Van den Doel: Ja, nee, ik ben graag kinderachtig, daar zit ik voor in de raad. Nee, dat kwantificeren, u zegt: u wilt dat in de omgevingsvisie dingen worden gekwantificeerd, maar dat is nog helemaal niet het niveau waarop het gaat. En prioriteren daar hebben we een aantal lijsten voor hoe dat geprioriteerd moet worden, dus daar wordt wel aan voldaan. Of daar bent u misschien niet tevreden mee. Maar dat kwantificeren: ik ben het gewoon echt niet met u eens dat het nu in de omgevingsvisie moet. Dat komt echt in een latere tijd. De voorzitter: Helder. Mijnheer Van Leeuwen.

De heer Van Leeuwen: Het aantal vierkante meters hoogbouw is ook een getal wat u kunt noemen. Op pagina 82 schrijft u een pilot te willen doen in het stapelen van complexe opgaven. Een pilot voorzitter, volgens ons, volgens Actiepartij is Haarlem één grote stapeling van complexe opgaven waar we dagelijks met zorg aan moeten werken. Dus inderdaad mijnheer Van der Doel, dan moeten we een man een man, een paar een paard noemen, dan moeten we getallen gaan noemen. Daarom moet de omgevingsvisie een integrale afweging van ambities en getallen in startnotities van projecten uitlokken. Ik denk dat dat antwoord is. Moeten ontwerpkeuzes in VO en DO scherper zichtbaar maken wat een ruimtelijk plan doet in de verwezenlijking van de ambities en opgaven uit de omgevingsvisie. Wat doe je waar, wat doe je wanneer, wat doe je wel en wat je vooral in een plan ook niet? En waarom doe je dat wel of niet? Dat voorkomt terugkerende discussies met Haarlemmers die zich telkens terecht zorgen maken over het verdwijnen van groen in hun leefomgeving of het verdwijnen van uitzicht door realisatie van hoogbouw die ze niet in die omvang hadden verwacht. Wij zien dus nog ... De voorzitter: Interruptie mevrouw Verhoeff. Mevrouw Verhoeff: Moeilijk vooruitkijken.

Ja ik heb toch echt vraag aan de Actiepartij, want ik begrijp namelijk niet zo goed: hoe ziet u dan nog de rol van een gebiedsplan? Dat is nog ruim voordat je überhaupt gaat nadenken over programma's van eisen, VO's, DO's. Kortom, wat is de rol dan van een gebiedsplan als we nu al een volstrekte uitwerking onder deze visie zouden moeten hebben? De voorzitter: Mijnheer Van Leeuwen. De heer Van Leeuwen: Ik kom aan mijn laatste zin en die gaat het antwoord geven. Wij zien dus nog onvoldoende hoe de omgevingsvisie een werkbaar strategisch document is dat zich vertaalt op tactisch en operationeel niveau, zodanig dat het tot voorspelbaar en herkenbaar beleid en voorspelbaar en herkenbare

23

projecten voor elke Haarlemmer leidt. Dus, wat is nu het verhaal? Waar staan we nu? We weten het nog onvoldoende en we hopen op meer. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Verhoeff. Mevrouw Verhoeff: Dit is dus precies niet het antwoord op mijn vraag. Mijn vraag was juist: er staat hier in het stuk dat op basis van deze strategische visies er gebiedsplannen, dus net een niveau lager, verder uitgewerkt zullen worden. En dan komt u met zo'n algemeenheid. En dan denk ik: ja, dit is geen antwoord op mijn vraag. Dus ik hoop dat u het antwoord nog gaat geven. De heer Van Leeuwen: De omgevingsvisie zou richting moeten geven aan wat ik net zeg: het hoe en waarom van de keuze die je maakt op het lagere niveau. Dus je moet uitspraken gaan doen wat je waar in de stad wil doen en ten koste van wat dat dan impliciet gaat. Want het is schaarse ruimte. De voorzitter: U verschilt van mening. Mevrouw Van Zetten, Hart voor Haarlem. Mevrouw Van Zetten: Ja dank u wel. Eerlijk gezegd Hart voor Haarlem en ik zelf persoonlijk hou helemaal niet van dit soort visies. Want ik vind het een beetje de zachte hand van de tirannie. Ambtenaren zijn heerlijk bezig geweest met hun plannen en hun kaarten en in feite leidt het toch wel tot depolitisering, want het maakt eigenlijk dan niet meer uit als je naar 2045 gaat welk college er zit.

Inderdaad de wethouder, de heer Roduner, staat op de voorpagina met allemaal gedichten om zich heen en dan denk je: nou, inderdaad, dat zal het verkiezingsprogramma zijn van de Partij van de Arbeid. Let wel, vooral van de heer Roduner zelf, die als wethouder ook lijsttrekker is. Ja, wat er allemaal staat, je merkt het al in deze discussie. Het gaat over details en uiteindelijk gaat het … Ja, ik maak me gewoon zorgen over de grote lijnen. Wat mij ook irriteert is dat je een beetje gaat regeren over de toekomst. Wat we de afgelopen jaren hebben gezien, is juist dat die vaak onvoorspelbaar is. Ook vaak politiek zich bezighoudt met modes, van wat op dit moment dan belangrijk is, maar dat kan over vijf jaar weer anders zijn. Een goed voorbeeld vind ik de SOR, daar stond nog de Mariatunnel in. Die bleek er toch na een paar jaar weer uit te zijn gehaald en komt dan nu ook weer niet terug. Ja, dat zijn politieke keuzes geweest en in die zin is dat weer een geruststelling dat alles wat je hier kan lezen ook weer, hoop ik, veranderd kan worden met een andere coalitie. Daarvoor hebben we ook in maart verkiezingen. Wat Hart voor Haarlem betreft zijn er ook grenzen aan de groei. De stad moet gewoon groen en leefbaar zijn. Je moet ook met de auto de stad uit kunnen.

Wij maken ons niet zo enorme zorgen op dit moment, bijvoorbeeld over of je open haard stookt of niet en hoe erg het allemaal niet is. Maar ja, daar zal ik mij niet verliezen in details. Wat ik wel een groot probleem vindt, inderdaad, dan denk ik: ja, hoe komt dit nu weer in dit plan. Dat is inderdaad die boezemwaterverbinding ten zuiden van Haarlemmerhout. Wie heeft dit nou weer ingebracht? Waarom is dit weer een verrassing? En wat mij betreft gaat dat er ook uit. Ondergronds parkeren, ook zo’n ding. Natuurlijk moet het ondergronds, dat hebben we tien jaar geleden ook afgesproken. Ja, en zo kan je nog wel een heel boeketje geven aan onderwerpen en daar ook mijn mond over. Verder hoor ik wel aan wat jullie meekomen. Ook zeker naar de reactie van de wethouder. De voorzitter: Mijnheer Bloem, SP. De heer Bloem: Voorzitter, ik zou heel eerlijk zeggen, ik vind dit soort visies best wel lastig. Lastig, omdat in de praktijk blijkt dat, als we het echt uit gaan werken, als het concreet gaat worden, dat wij als raad, dat wij als volksvertegenwoordiging, ze heel snel terzijde schuiven. Dat is eigenlijk alleen maar goed. Dan denk ik dat als de prioriteiten zoals ze hier staan, ook niet helemaal juist zijn. Tenminste niet qua volgorde. Dan denk ik in

24

algemene zin: ja, we halen hem ook gelijk wat participatie. We moeten het samen met de Haarlemmers doen. Dat betekent dat buurtgericht ontwikkelen, samen buurtgericht ontwikkelen zou moeten zijn, wat de SP betreft en bovenaan staat. Dat betekent ook … Dat is belangrijk en de hele tijd transities noemen. Ja, transities worden vooral … Bij normale mensen, als je hoort dat je in een transitie zit, dat betekent dat je iets afgepakt gaat worden. Dat betekent in dit geval dat je auto afgepakt gaat worden. Betekent dat de jeugdzorg verslechtert, want dat is ook gebeurd bij een transitie. Dat woord is compleet besmet en terecht. Ook vergroenen gaan we op deze manier besmetten, want vergroenen betekent per definitie dat we de auto’s zo weg gaan halen, zonder dat we het alternatief al hebben. Zonder dat we beter openbaar vervoer hebben. Wordt alleen maar minder tot nog toe. Dat is wat we moeten doen. De voorzitter: Mijnheer De Groot. De heer De Groot: Sorry, voorzitter, ik kan het niet laten. Zegt u nou net echt dat alle transformatie of transitie per definitie slecht is, mijnheer Bloem? De heer Bloem: Voorzitter, noemt u mij een transitie die door de overheid is gedaan waardoor de mensen erop vooruit zijn gegaan? De heer De Groot: De Koepel in Haarlem.

De heer Bloem: Voorzitter, de zogenaamde elite-universiteit? Waar mensen met een grote beurs … De voorzitter: Alstublieft, we gaan hier geen Koepeldebatje doen. Mijnheer De Groot. De heer De Groot: Maar, voorzitter, daar is de commissie toch ook wel weer voor bedoeld? Ik vind het echt heel bijzonder wat de heer Bloem hier zegt. Transformatie van functies is juist een van de grootste kansen die de stad heeft. Kijk naar de zone Zuidwest waarin we bedrijvigheid, die daar niet meer zijn plek vindt en door verdichting kunnen zorgen dat daar Haarlemmers kunnen komen wonen. Ik vind het echt tekort doen om te zeggen dat alle transformatie of transitie per definitie slecht is. De heer Bloem: Nou, kijk, u haalt er nu een ander woord bij, transformatie. Daar is nog wel wat op te zeggen, maar transities zijn bijna altijd … Ik heb nog geen goed voorbeeld gehoord, aangegrepen om verslechteringen door te voeren door de overheid, of versoberingen door te voeren door de overheid. Dat is wel hoe de praktijk is. De praktijk is waar we deze visie gaan toetsen uiteindelijk. De voorzitter: Mijnheer Slik, geen interruptie op een interruptie, hoop ik. Ja, als het echt op de termijn is, ja. De heer Slik: Ik zou aan de SP willen vragen, een transitie van bijvoorbeeld energie, dat lijkt me toch wel een goede transitie? Laat staan, of in ieder geval noodzakelijke transitie.

De heer Bloem: Ja, dat is dus … Dat ben ik helemaal met u eens, maar het probleem is dat al die transities uit het verleden altijd gaan om het afpakken van dingen bij mensen. Dat is dus wat wij moeten omkeren. Dat betekent dat je betere energievoorziening krijgt. Dat betekent niet dat we, als we gaan vernatten per definitie wat af gaan pakken. Dat betekent dat we ook bijvoorbeeld met bergbasins kunnen gaan werken. Dat betekent ook dat we nadenken voordat we ergens een gracht neerleggen. Kijk, we hebben wel een prachtig rapport van een Royal Hasjkoning, die de ware polder ook al vernacheld heeft. Ja, ik noemde het bewust. Maar dan zegt dat dat het geen enkel effect heeft zo’n boezem. Dat het alleen positief kan zijn, maar voordat we de hele

25

Hout leegtrekken qua water, moet daar beter over nagedacht worden. Dat soort zaken, die woorden krijgen pas betekenis als we het concreet gaan maken. Dat is het risico van dit soort visies. Dus daarom op punt één … De voorzitter: Mevrouw Verhoeff. De heer Bloem: Samen met de buurt uitleggen wat je wil doen. Mevrouw Verhoeff: Maar, mijnheer Bloem, kunt u zich ook voorstellen dat juist een kans is om de Hout te redden en omgeving, want wie zegt nou dat het een boezemkanaal wordt. Dat is een hele ouderwetse visie misschien in 1935, uit 2035, sorry. De heer Bloem: Voorzitter, ik kan mij van alles voorstellen, maar ik kan mij niet voorstellen dat ik akkoord ga nu al een of andere grote streep door een monument heen te zetten, terwijl er grote ecologische risico’s zijn. Dat kan ik mij dan weer niet voorstellen. Er staat echt een grote blauwe streep op de kaart. De voorzitter: Mijnheer Bloem, gaat u verder en rondt u af. De heer Bloem: Dus wat dat betreft. Die staat er en daar kunnen we niet mee akkoord gaan totdat het concreet wordt. Dat is dus het grote probleem met deze visie. Dus wat ons betreft, samen met de buurt, participatie. Samen laten zien wat vergroening betekent. Dat dat niet betekent jouw auto moet weg. Nee, dat betekent dat je buurt beter wordt. Dat je een groenere buurt krijgt. Vernatting, dat betekent niet per definitie een of andere enorme gracht ergens.

Nee, dat betekent dat we beter met water omgaan, zodat, helaas het klimaat verandert, dat we ervoor kunnen zorgen dat, als er grote regenbuien zijn, dat we dat op kunnen vangen en af kunnen voeren. Dat betekent ook dat we moeten verdichten, want ze zijn het niet eens met Jouw Haarlem dat we dat ook aan de randen van de stad kunnen doen. In de groene zoom, daar komt het natuurlijk wel op neer. Zijn we niet met Jouw Haarlem eens. We zullen moeten verdichten, maar wel in die volgorde. Samen met de buurt. Verbetering brengen door vergroening en dan pas kijken hoe we kunnen mengen en verdichten. Dat is het belangrijkste wat wij in deze vorm, met deze prioriteitstelling als problemen hebben met deze visie. Los van het feit dat het natuurlijk uiteindelijk helemaal niks voorstelt, want wij weten allemaal dat bij elk project we alles nog weer helemaal gaan husselen, omdat wij de volksvertegenwoordigers zijn en moeten kijken naar de situatie zoals die is op dat moment. De voorzitter: De heer Aynan. De heer Aynan: Ja, u spreekt mij aan en u zegt: bouw in de groene zoom. Dat is eigenlijk helemaal niet waar. Wij zeggen aan de randen, want er zijn ook … De groene zoom is niet per definitie de rand. Even een andere vraag, want u staat ook achter de ambitie om 15 duizend woningen te realiseren.

Denkt u dat dat haalbaar is door alleen te verdichten? De heer Bloem: Voorzitter, op de eerste plaats, het wordt zoom en rand, voordat we dat zoom gingen gebruiken om allemaal calls te doen, was dat volgens mij een soort synoniem. Dus ja, dat wordt bij de groene rand. Daar willen wij gewoon niet bouwen. Daar verschillen wij van mening in. Gaan we het halen? Nou, met dit tempo en met startnotities, die eigenlijk geen startnotities zijn, wordt het wel heel erg lastig. Dat ben ik wel met de heer Aynan eens. Het schiet natuurlijk niet voor geen meter op, maar we zullen wel meer betaalbare woningen moeten bouwen. Als Haarlem hebben wij, tegenover Haarlemmers en eigenlijk tegenover heel Nederland, daar ook een verantwoordelijkheid voor.

26

De voorzitter: Mijnheer Rijbroek, Trots. De heer Rijbroek: Dank u wel, voorzitter. Ja, een paar opvallende dingen in deze omgevingsvisie, wat door een aantal collega’s ook al is gezegd en herhaald. Dat is het gemis van een visie over de hoogbouw. We hebben natuurlijk allerlei visieplannen. Verdichten dat kan betekenen, kan betekenen, de hoogte in. Ik denk dat als wij dit zo gaan doen, het laat zich nog even wachten tot volgend jaar, ik geloof medio juni. Dat vind ik toch wel een dingetje. Het is net als dat het gaat met de bomenverordening. Eerst rooien en dan mooier. Dat moet natuurlijk eerst anders. Wat mijn collega’s uitstekend hebben geprobeerd, ieder op zijn eigen manier en visie. Dat is eigenlijk aan te geven hoe ze invulling geven op divisie met al zijn punten, maar de reactie van het college, gemeente eventueel zou je kunnen formuleren, is meer nee dan ja. Ik ben voornemens … Als je ook mevrouw Van Zetten hoort. Je moet niet alleen naar nu kijken, maar ook naar de toekomst. Nou ben ik eerder geneigd om te zeggen naar de gemeente: plak die ja-ja-sticker erop. Een paar dingen die ik er als highlight uit wil halen. Dat is dat er wordt gesproken over mobiliteit hubs. Dat is dan niet zeg maar in de wijk, maar dan centraal.

Dan zie ik al die discussies die ik net gehoord heb, mijnheer De Groot op de step vanuit zijn huis naar de Waarderpolder in de regen, met zijn regenpak aan, om zijn auto op te halen, want hij wil die auto weg hebben. Ik denk dat je de mensen alleen zover krijgt als het in hun wijk is. Als je het hebt over groen. Ja, er wordt veel in wijkraden gesproken over doe het voor de allerjongsten, voor allerlei leeftijden van kinderen. Dat ouders daarbij kunnen zijn. Het wordt ons zo vaak gevraagd, maar wat zegt de gemeente als je daar één van onze partijen op naleest, als reactie van de gemeente: nee. Dus ik ben bang dat het er voorlopig niet komt. Dat vind ik bijzonder jammer. Dan hebben we nog zoiets als de Waarderpolder. Ik dacht dat wij ook een visie op hadden, één daarvan hadden. De één ja, de ander nee, aan de randen van de Waarderpolder, maar, als ik het zeg, ten oosten van de Amsterdamse vaart. Dat we daar ook iets van plan zijn om te gaan bouwen. We zullen iets moeten. Dan heb ik nog iets anders als laatste. Ja, dat gaat over de toegankelijkheid van openbare gebouwen. Ik denk dat als wij moeten naleven Europese wetgeving, waarom zijn dan openbare gebouwen, maar je eigenlijk als gehandicapte of oudere terecht moet, waarom is het nog steeds … Mag ik het ongenuanceerd zeggen? En dan is het echt zwart-wit, ja kruik.

Als je het hebt over de openbare toiletten voor een gehandicapte die in een rolstoel zitten. Dat eventjes wat mijn aanmerking en toevoeging is op deze visie. Dank u wel. De voorzitter: Mijnheer Slik. De heer Slik: Dank u, voorzitter. Ja, aan Trots de vraag. U had een leuke metafoor over die ja-ja-sticker, maar kunt u hem nog een keertje uitleggen? De heer Rijbroek: Ja, als je kijkt in wat u bijvoorbeeld als Chris… Zeg ik dat goed, ja, ChristenUnie en alle andere collega’s in hele mooie suggesties die ik heb gezien. Niet door mij bedacht. Dat daar als reactie wel een motivatie wordt opgegeven, maar daarachter wordt gezegd: nee, nee, nee. Het zijn in een aantal, in minderheid van de gevallen, waarop ja wordt gezegd. Ik heb de indruk dat het gemeentelijk beleid voorrang heeft, als dat wij als volksvertegenwoordigers voor de Haarlemmers zijn. Zo probeerde ik inderdaad de metafoor te gebruiken. Het zou meer moeten zijn ten dienste van de stad en niet ten dienste van de gemeente, vandaar mijn metafoor ja-ja-sticker. De voorzitter: Ik zie een hand, maar ik kan gewoon niet zien wie het is. Ja, mevrouw Otten, Liberaal Haarlem. Mevrouw Otten: Ja, dank u wel, voorzitter.

De visie ligt voor ons en weer een document met allemaal vrolijke mensen, maar is dat de realiteit? Is de visie realistisch en toekomstbestendig? Haarlem is een geweldige stad om in te wonen, maar de verstening slaat enorm toe. Met de inspraak lijkt weinig gedaan en dat vind ik heel

27

erg teleurstellend. Haarlemmers die de moeite nemen en ook nog eens een keer enorm veel kennis hebben, worden niet serieus genomen. Het autogebruik moet niet gestimuleerd worden. De auto moet de stad uit en tegelijkertijd ligt er geen duidelijke visie op het ov. Al eerder heb ik aangegeven dat ik mij hele grote zorgen maak over de mobiliteit in Haarlem. We lopen ernstig achter. We moeten vaart maken en niet met dertig kilometer per uur, maar met driehonderd kilometer per uur. Helaas minder auto’s leidt ook niet eens tot meer groen. Concrete en goede plannen als ondertunneling mis ik in de visie. Auto de stad uit is de grote wens van de coalitie, maar zelfs fietspaden in Haarlem zijn in hele slechte staat en zeker niet berekend op de nieuwe fietscultuur. Kortom, grote misère als het gaat om de mobiliteit, die ook niet meer één, twee, drie op te lossen is. Kan de wethouder aangeven wat hij gaat doen en hoe hij gaat versnellen op dit probleem? De voorzitter: Dank u wel. Heeft iedereen nu het woord kunnen voeren? Ja? Dan gaan we naar wethouder Roduner. Wethouder Roduner: Ja, dank u wel, voorzitter. Nou, dank voor de complimenten. Het leest blijkbaar als een verkiezingsprogramma. Volgens mij heel veel partijen behandelen dit ook als een verkiezingsprogramma. Ik heb in ieder geval wat geëikende stokpaardjes langs horen komen afgelopen half, afgelopen uur denk ik bijna.

De visie gaat natuurlijk over … Haarlem is, door velen gememoreerd, Haarlem is een prachtige stad op dit moment, waar mensen heel graag wonen en ook hele vrolijke mensen wonen in ieder geval. De uitdaging is om Haarlem over 25 jaar bij het volgende lustrum nog steeds zo mooi te laten zijn. Nog steeds de Haarlemmers hier vrolijk en gelukkig te laten wonen. Daarbij is gegeven alles wat op ons afkomt en of we dat nou transitie noemen of niet, is denk ik stilstand wel achteruitgang. Komen een aantal ontzettend grote opgaven, maatschappelijke opgaven op Haarlem af, denk aan de woningbouwopgave. Er moeten 14 duizend woningen in Haarlem bij. Denk aan de energietransitie. Er moet voor 750 terajoule energie worden opgewekt hier in Haarlem. Er moet meer water bij. Er moeten 1700 bomen bij alleen in al in deze coalitieperiode. Er moet ook wel, die mensen moeten ook mobiel zijn, dus we moeten ook investeren in een aantal extra ovknooppunten. Dus dat is een enorme verdichting van de stad. Dat gaat dus niet alleen maar over woningen en over stenen. Het gaat ook over het verdichten of intensiveren van bijvoorbeeld je natuurwaarden. Kan dat ook beter? Kun je je natuur beter versterken? Dat moet allemaal in deze stad worden gepropt en dan ook nog integraal afgewogen. Deze visie is juist bedoeld om ook richting te geven. Richting te geven wat, welke opgave waar zouden moeten landen.

Hoe we moeten omgaan met die opgave, waar misschien ook wel iets niet kan en waar we bepaalde voorrang geven aan bepaalde zaken. Dat is bedoeld met deze visie. Niet op het grootste detailniveau. U zult de projecten terug zien komen, maar wel op hoofdlijnen geven we richting aan de stad en vertellen we waar al die ruimteclaims een plekje zouden moeten krijgen. Het stuk is dus ook in samenhang bekeken en ook alles is dus ook integraal bekeken om te kijken of dat ook past. Het idee is dat dat zou passen. Dus dat is op zich goed nieuws. Als je dan, misschien nog even een voorbeeld geven van hoe dat dan gaat in de stad en hoe ik daar dan zelf tegenaan kijk. Kijk, de woningbouwopgave is een hele dominante opgave hier in deze stad, die ook inderdaad veel ruimte vraagt, maar als je dan kijkt naar het gebied rond de Europawegzone. Een gebied met eigenlijk veel asfalt, leegstaande kantoren, maaiveld parkeren, een brede autoweg. Als je daar ziet dat het ons lukt als stad om bijvoorbeeld Schalkwijk Midden. Meer dan duizend woningen toe te voegen in een groene omgeving, waar ondergronds parkeren een rol speelt, maar waar er ook ruimte is gewoon voor bomen in de volle grond, om uiteindelijk een groene omgeving te creëren. Ik denk dat dat in combinatie met bijvoorbeeld het afwaarderen van de Europaweg, voor groen, voor water, voor het volmaken van de hoge bomenstructuur.

Ik denk dat dat wel heel mooi voorbeeld is van hoe ik denk dat deze stad zich zou kunnen ontwikkelen en hoe je deze opgave op een goede en zorgvuldige manier in zou kunnen passen. In ieder geval, als je kijkt naar waar de visie op richting opgeeft, is in ieder geval voor die woningbouwopgave gezegd: dat willen we graag doen in grote ontwikkelingen, maar we denken dat er koppelkansen zijn, waar we denken dat

28

we efficiënt met die ruimte kunnen omgaan. Denk aan de ontwikkelzones, de grote ontwikkelvlekken. Dat is nadrukkelijk niet in de groene zoom. We hebben gezegd de woningbouwopgave moet binnenstedelijk plaatsvinden. Niet in de groene zoom. In grotere ontwikkelprojecten en dus ook terughoudendheid om de bestaande wijken heel erg te verdichten, omdat we ook belangrijk vinden dat zeker in bestaande oudere wijken ook de leefbaarheid gewoon hoog zou moeten blijven en het buurtgroen, veel genoemd, ook gewoon echt een waardevolle plek heeft. De voorzitter: De heer Aynan. De heer Aynan: Ja, maar denkt u nou, want u heeft het zelf over 14 duizend woningen, denkt u nou dat ze echt die 14 duizend woningen haalbaar zijn door alleen te verdichten? Want ook in de visie staat dat de prioriteit niet ligt bij het aantal woningen, maar bij … Nou, hoe wordt dat omschreven? Bij het zorgvuldig verder bouwen aan een toekomstbestendige stad. Wethouder Roduner: Ja, dat kan zeker. Kijk, als je kijkt naar de Europawegzone, daar worden denk ik zo bij elkaar al zesduizend woningen toegevoegd. Als je kijkt naar het knooppunt Nieuw Zuid, dus een aantal kantoorcomplexen die toch redelijk versteend waren en niet … Nou, ook leeg staan en wat niet veel toevoegen aan de stad.

Als het lukt om dat kleine stukje stad al zo’n kleine tweeduizend woningen te doen, rond een OV-knooppunt, waarbij we dan ook kijken naar het park eromheen. Dus de bestaande sportvelden, om die ook een kwaliteitsimpuls te geven. Dan denk ik dat je daar als stad heel erg trots op mag zijn. Dat dat ook wel een voorbeeld mag strekken. Nou, we hebben het dan ook icoonprojecten genoemd, maar over hoe je als stad die woningbouw gaven kan inpassen en ook de kwaliteit van leven kan laten groeien. De heer Aynan: Nou, dat is allemaal prachtig. U noemt nu het getal van zesduizend woningen. Dat is dan misschien een klein beetje concreet. Hoewel we moeten dat natuurlijk zien in de toekomst, want de afgelopen vijf jaar heeft u slechts 74 sociale huurwoningen kunnen realiseren, maar waar blijft de overige achtduizend woningen dan? Wethouder Roduner: Nou, als u de woningbouwrapportage leest, dan kun je zien dat die woningen gewoon gerealiseerd gaan worden. Ik denk dat het best wel bijzonder is dat we aan het begin van de coalitieperiode het nog hadden over zevenenhalfduizend woningen en dat we inmiddels op stoom liggen om op te gaan naar die tienduizend woningen. Dat zie je gewoon concreet terug in een gebied als Schalkwijk midden, waar grote gebouwen worden gerealiseerd. Maar goed, het zal ook maar even tijd vergen voordat al die andere woningen er zijn.

U weet, net zo goed als ik, dat een woningbouwproject, nou zeker acht jaar duurt, hè. Dus we zijn niet zo snel als we willen dat het gaat, gaat het helaas niet, maar de machine is op stoom. We kunnen dan halen en we kunnen dat, in mijn beleving, op een goede verantwoorde manier doen binnenstedelijk. Ik zou dus ook niet willen pleiten om nou nog maar weer weilanden vol te gaan gooien, want iemand zei, ik weet niet wie, maar eenmaal groen en je krijgt niet zomaar meer terug. Ik denk dat we daar wel zorgvuldig mee moeten omgaan. De voorzitter: Ja, mijnheer Aynan. De heer Aynan: Ja, eenmaal bebouwd en krijgt het niet terug. Dat geldt natuurlijk ook binnenstedelijk. Dan hoef ik alleen maar hier het boerenlandje te noemen, waar we eindelijk een beetje stadslandbouw hadden. Dat is nu helemaal volgebouwd. Met, trouwens, onbetaalbare woningen, maar dat is een hele andere discussie. De voorzitter: Uw vraag is?

29

De heer Aynan: Ja, mijn vraag is, denkt u dat we in prognoses kunnen wonen? Want nogmaals, sociaal heeft u de afgelopen vijf jaar, terwijl u aan het stuur zat, 74 sociale huurwoningen netto toegevoegd. Wethouder Roduner: Kijk, u weet net als ik dat we vier jaar geleden de verwachting was dat er veel minder sociale woningen zouden worden toegevoegd. Als je kijkt welke enorme zwaai daarin hebben gemaakt, dat we weer zien dat we verwachten dat ook de corporatievoorraden gaan groeien, dan denk ik dat we daar ontzettend goed op bezig zijn. Als u het hier over naast heeft. Kijk, ik herinner me hier nog dat hier een garage de Camp stond. Bovengronds, groot blok asfalt, midden in de stad, eigenlijk op een hele belangrijke plek in de stad. Ook die plek laat zien dat je anders kunt omgaan met de stad. Een mooie ondergrondse parkeergarage met functies daarboven. Natuurlijk, daar wordt ook verandering bij. We denken allemaal wel eens terug aan de oude HBS, maar dat zijn wel dingen die goed zijn voor de stad. De voorzitter: Ik wil toch een … Dit debatje gaan afronden. Uw laatste vraag. De heer Aynan: De Camp, inderdaad, heel goed voorbeeld. Nul sociaal. De voorzitter: Ik wil u attenderen op uw spreektijd, mijnheer Aynan. Mijnheer Klaver. De heer Klaver: Ja, ik wordt getriggerd, omdat de wethouder nu tot twee keer toe voorbeelden noemt van ondergronds parkeren.

Dus de wethouder lijkt toch wel gecharmeerd te zijn van ondergronds parkeren, in tegenstelling tot eerdere uitspraken in deze commissie. Hoe moet ik dat dan nou zien ten opzichte van de visie die er ligt, waarin eigenlijk helemaal geen ruimte is voor ondergronds parkeren en dat we verzamelplekken op asfalt, of verzamelplekken in de stad gaan organiseren, waar we auto’s gaan parkeren. Hoe moet ik dat nou zien? Wethouder Roduner: Nou, we moeten vooral niet denken in dogma’s. Dus volgens mij moeten we opletten dat we niet alleen maar zeggen: ondergronds parkeren is de heilige graal. Kijk, boven een ondergrondse parkeerbak groeit niet met enig fatsoen een normale boom. Dus je moet denk ik echt wel kijken per gebied, hoe ga je daarmee om? Waar zou je inderdaad efficiënt ruimtegebruik kunnen doen door een ondergrondse parkeergarage? En in Schalkwijk midden, bijvoorbeeld wat ik noem, dan combineren we het ook weleens. Dan begin je met een ondergrondse of half verdiept en daarboven wordt omhoog gestapeld. Op die manier ga je ook heel efficiënt om met de ruimte. Dus ik denk echt, je moet kijken wat op welke plek haalbaar is, maar je moet ook wel opletten dat je te veel in normen, structuren en doel op zich met elkaar gaat praten. Ik denk niet dat dat verstandig is. De voorzitter: Mijnheer Klaver.

De heer Klaver: En dit evenwichtige betoog, waarom heeft u dat geen plek gegeven in de visie? Wethouder Roduner: Ik heb het idee dat de visie een en al evenwicht is. Dus een en al balans en ook zoekt naar juist die intensivering in de ruimtevraag. De voorzitter: Mijnheer Klaver. De heer Klaver: Ja, het ondergronds komt alleen maar voor in relatie tot energie. Niet ten aanzien van andere vormen van ruimteclaims, zoals parkeren en hoe dat dan ten goede kan komen aan de openbare ruimte en aan het groen. Waarom staat dat er niet in?

30

Wethouder Roduner: Nogmaals, omdat volgens mij ondergronds parkeren tot doel benoemen, dat lijkt mij niet verstandig. Het is een middel om efficiënt ruimtegebruik te doen. Ik denk dat het hoofddoel voor ons, of de hoofdopgave die we met elkaar hebben, is om efficiënt met onze ruimte om te gaan. Dat kan ten aanzien van parkeren op een aantal verschillende manieren. Ik denk dat maaiveld parkeren, ik denk dat we bij nieuwe ontwikkelingen daar wel langzaam afstand van gaan nemen, afscheid van gaan nemen, bij nieuwe ontwikkelingen. Maar goed, maaiveld parkeren heeft in heel veel van onze bestaande straten ook een enorme belangrijke functie. Dus je kunt het ook niet in één klap wegschrijven, zeggen: dat willen we niet meer, dat mag er niet meer zijn in deze stad. Ontwikkelvisie gaat ook niet alleen maar over nieuwe ontwikkelingen. Misschien ook wel belangrijk om met elkaar te realiseren … De voorzitter: Op dit debatje wil ik nu gaan afronden. Heeft u … Laatste, mijnheer Klaver. De heer Klaver: Ja, u zegt: we nemen afscheid van maaiveld parkeren, maar juist in die visie, of ik lees het niet goed, komen er verzamelplekken in wijken waar we een soort parkeervelden van gaan maken van auto’s.

Dat kan toch niet de bedoeling zijn? Wethouder Roduner: Nou, ik denk dat bestaande … Dus bestaande wijken kijken of je daar mobiliteitshubs kan van maken, om te kijken van hé, kan je daarmee ook gewoon in de wijken zelf meer vergroening brengen. Ik denk dat dat wel een hele fijne manier is. Kijk, parkeren clusteren, combineren, dubbel gebruik stimuleren, dat is denk ik altijd heel wenselijk. Nou, we gaan straks Stadionplein bespreken, daar zit een grote ondergrondse parkeergarage in, die dan ook heel erg gericht kan zijn op dat dubbel gebruik. Dus dat is op zich een hele efficiënte manier, maar we moeten ook kijken hoe we toch in die bestaande wijken ook daar wat efficiency proberen aan te brengen. Nou, en dat kun je met een kleine mobiliteitshub in de buurt doen. De voorzitter: Mijnheer Aynan. De heer Aynan: U heeft het erover dat we niet in dogma’s moeten denken. Helemaal mee eens, maar vindt u de verdichtingsdoctrine geen dogma? Want u bent helemaal niet bereid om iets verder te kijken dan verdichten alleen. Wethouder Roduner: Nou, ik denk wel dat de woningnood moeten oplossen, bijvoorbeeld. Ik denk dat we aan de slag moeten met de energietransitie. Dat we dat ook niet kunnen laten wachten. Ik denk dat we aan de slag moeten met meer bomen in deze stad. Ik weet niet of dat dogma’s zijn of dat dat een opgave is die ook in dit coalitieakkoord is meegegeven.

Volgens mij moeten we daar wel efficiënt mee omgaan. Verdichten, en u maakt het heel negatief, maar volgens mij, verdichten, dat gaat op alle vlakken is denk ik eigenlijk wel de belangrijkste opgave die we hebben. De voorzitter: Mevrouw Kok, OPH. Mevrouw Kok: Ja, dank u wel, voorzitter. Nog … Ja, ik haakte eigenlijk al aan op de vragen van mijnheer Klaver, over het ondergrondse parkeren, want dat was toch, dat is toch een uitgangspunt van de gemeente Haarlem en van dit college? Dat staat toch ook op de website? Gaat dat dan veranderen in de toekomst? Wethouder Roduner: Kijk, deze omgevingsvisie gaat niet alleen maar over nieuwbouwprojecten. Dus het gaat niet alleen maar over de nieuwbouwprojecten, maar het gaat over de herontwikkeling van de hele stad. Dus je moet niet alleen kijken naar nieuwbouwontwikkelingen waar je makkelijk een ondergrondse parkeergarage kan maken, maar je moet ook kijken naar bestaande wijken. Hoe ga je om met nou, de Leidse buurt, waar de

31

parkeerdruk ook hoog is en waar een aantal grote opgaven liggen. Dus je moet dat echt wel breder bekijken. Dan kunnen misschien oplossingen mogelijk zijn. De voorzitter: Maakt u uw betoog af. Wethouder Roduner: Nou ja, wat ik nog wilde zeggen. Ja, er zijn veel ambities volgens mij neergelegd en dat gaat natuurlijk geld kosten. Dat is eigenlijk wat de VVD volgens mij ook constateert. Dus ik denk dat dat ook wel voor een volgende coalitieperiode in de uitwerking van de visie ook wel een ding gaat zijn van hoe krijgen we die stapeling van opgaves, hoe krijgen we dat op een goede manier gefinancierd? Dat kan soms deels door woningbouwproductie. Dat levert ook geld op. Maar goed, bij Stadionplein hebben we het vanavond ook over een tekort. Dus dat zal uiteindelijk ook wat vragen van de gemeente om, ja, als we al die ambities hoog houden en dat willen, dan zal het uiteindelijk ook toch betekenen dat we met elkaar op punten moeten bereid zijn of de portemonnee te trekken of een aantal ambities naar beneden bij te stellen. Ja, nou ik ga gewoon nu de vragen langs. Dat is denk ik … Per fractie. De erfgoed zit erin gebakken via de cultuurhistorische hoofdstructurenkaart. Dus die zit op die manier vrij … Dat was een van de eerste kaarten die af was, die ze daar goed in. De voorzitter: Ik wil even een voorstel doen aan de commissie, want we lopen inmiddels veertig minuten uit.

De wethouder begint nu aan ronde vragen beantwoorden. We kunnen ook nu gaan eten en dan straks weer terug. Ja? Dan schors ik nu de vergadering tot half acht. Commissie Ontwikkeling. We hebben toch het gewone half uur gewoon nodig. Daar is niks aan te doen. We waren bij de bean… Dames en heren achterin, ik wil jullie verzoeken naar voren te komen. Hebben ze het wel gehoord? Ik hoor ze nog praten daar. Horen ze überhaupt wel dat de vergadering weer begint? Peter? Wil jij ze even attenderen? ‘…’ Ja, dan beginnen we met de termijn van de wethouder. Die was begonnen aan het beantwoorden van de vragen. Mijnheer Roduner. Wethouder Roduner: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik was bij de ChristenUnie. Het is niet een risico dat overkoepelende beleid. Dus het is een kanttekening en hiermee is ook aangegeven volgens mij verzoek van deze commissie ook van welke punten dus het beleid ook overschreden wordt. U heeft een terecht punt over een aantal fietsverbindingen. Dus daar gaan we een correctie op doen nog richting de raad, want er is inderdaad een nieuwe mobiliteitsvisie vastgesteld, met een aantal amendementen ook nog. Die amendementen zijn volgens mij ook niet op, volgens mij inderdaad ook over de Gierstraat, die zijn nog niet goed hierin verwerkt. Dus dat gaan we corrigeren voor de raadsbehandeling. Inderdaad, we hebben geen rekening gehouden met de spoorreservering Haarlem-Heemstede.

Ja, omdat die volgens mij niet in ieder geval ook niet een enig toekomstbeeld op de agenda staat. Over de toegankelijkheid, daar hadden meerdere partijen een vraag van. Kijk, we hebben natuurlijk dat verdrag getekend. Dat zit vooral ook de concreetheid daarvan zit vaak ook gewoon in de hior, dus de handboek inrichting openbare ruimte, maar op pagina 104 van de visie ziet u volgens mij ook wel over hoe dat tien minutennetwerk kan bijdragen aan bereikbaarheid van de steden, van de stad voor verschillende groepen die misschien ook wat minder ter been zijn, maar uiteindelijk zit dus de toegankelijkheid zit ook gewoon concreet in: maak je het stoepje net even lager bij de hoek. Dus op dat niveau zit het. Het zit over het aanpassen van de bushaltes. Hebben we een tijdje geleden daar nog op hoogte gebracht met de bussen. Dat zijn ingrepen die we doen om de toegankelijkheid te waarborgen. Nou ja, en het tien minutennetwerk is ook aangegeven dat dat netwerk dus goed gebruikt moet kunnen worden door kwetsbare doelgroepen. De voorzitter: Mijnheer Aynan. De heer Aynan: Ja, dank u wel. U vindt, zoals het er nu staat, dat dat concreet genoeg is?

32

De voorzitter: Nou, het gaat denk ik over … We hebben al met elkaar afgesproken dat we een toegankelijke stad willen zijn. Toegankelijkheid zelf is denk ik niet per se een ruimteclaim. Dus, ik bedoel, het is meer een uitvoering van hoe je de ruimte ingericht en daarom komt het dan ook terug in die handboek inrichting openbare ruimte met name, maar toegankelijkheid als een ruimteclaim of hoe je functies moet verdelen over de stad. Nou, daar is denk ik dat stuk over het tien minutennetwerk belangrijk van, waarbij je zegt we moeten werken aan een fijnmazige stad. De voorzitter: De heer Aynan. De heer Aynan: Sociale cohesie is ook geen ruimtelijke claim en die staat er fel, en terecht trouwens, fel expliciet erin. Dus dat zouden we dan ook qua toegankelijkheid er in kunnen zetten? Wethouder Roduner: Ja, maar ik denk, nou ja goed. Kijk, alles kan, maar volgens mij bij die tien minutenstad gaat dus over toegankelijkheid in de vorm van zijn voorzieningen voor Haarlemmers toegankelijk op een korte afstand, per fiets of lopen, de tien minutenstad. Daarin is volgens mij ook wel aandacht gevraagd voor inderdaad meer kwetsbare doelgroepen, dus mensen die slecht ter been zijn, wat ouder zijn. Er is in het verleden ook wel eens gesproken over bijvoorbeeld verzorgingstehuizen in de buurt van meer OVknooppunten.

Dat zijn dan dingen waar je meer concreet aan kan denken en ik heb het idee dat daar op zich in dit stuk ook wel gewoon aandacht aan is besteed. De voorzitter: De heer Aynan. De heer Aynan: Ik vind het jammer dat we niet nader tot elkaar komen. Dus op dit punt gaan we dan ook een amendement indienen. De voorzitter: Dank u wel. Wethouder Roduner: Oké, dat is prima. Ja, ik zie toegankelijkheid meer als een randvoorwaarde in de uitvoering, maar ik weet niet of dat toegevoegde waarde dat hier nog expliciet uitgebreid toe te voegen. Ten aanzien van participatie. Kijk, dat is geen strategische keuze. Ook participatie is geen keuze waarin, over het wat. Dus wat doe je waar. Het gaat wel heel erg nadrukkelijk over het hoe. Dus hoe ga je dan uiteindelijk uitvoering geven aan divisie. Nou, op pagina 143 volgens mij is aandacht gegeven over hoe gaat deze visie tot uitvoering leiden. Daarin hebben we ook duidelijk beschreven dat we dat samen met inwoners willen doen, in dialoog. Dus dat gaat heel erg over de uitvoering daarvan. Maar goed, dat is natuurlijk weer eigenlijk de vervolgstap. Dus eerst hebben we gesprekken over van hoe zij de stad zich moeten ontwikkelen en dan stap twee is hoe ga je dat dan doen. D66 heeft een vraag over de lokale voorzieningen die onder druk staan, dus de maatschappelijke voorzieningen.

Een van de dingen die we dan dus zeggen is dat bijvoorbeeld kerken, er komen kerken leeg, dat we zeggen: nou, dat willen we dus graag maatschappelijk houden. Maatschappelijk vastgoed dat leeg komt dat willen we minder dan in het verleden gaan bestemmen voor andere functies dan maatschappelijk. Dus niet zomaar een kerk naar woningbouw, maar nee, juist een kerk maatschappelijk houden, omdat dat vaak ook hele logische punten in een wijk zijn waar je ook maatschappelijke functies zou verwachten. Dat betekent ook, nou, daar hebben we natuurlijk uiteindelijk ook geldt voor gevraagd bij de begroting, om te zeggen: nou, dan moeten we plannen gaan maken hoe je kerken kan transformeren naar huisartsenpraktijken, crèches en andere vormen van maatschappelijke behoeftes. De hoogbouwvisie is dus … De voorzitter: De heer De Groot.

33

De heer De Groot: Bedankt, voorzitter. Ter verduidelijking. Dit is al een heel goed initiatief hoor, wethouder. Daar zijn we blij mee, maar het zou in een aantal gevallen ook nodig zijn om juist particuliere eigenaren te verleiden om een deel van het vastgoed maatschappelijk in te richten. Bent u dat met mij eens? Wethouder Roduner: Ja, maar dat zal lastiger worden als er een andere bestemming op zit. Kijk, we hebben natuurlijk in de ontwikkelzonevisies hebben we gezegd, even uit mijn hoofd, vijftien procent niet commercieel en dan 25 procent stuwende economie. Dus verzorgende economie vijftien procent, stuwende economie meer. Dus proberen ook juist in die nieuwe gebiedsontwikkeling ruimte voor maatschappelijk vastgoed te creëren. Soms is het ook nodig om inderdaad ook bestaande vastgoed wat nog niet maatschappelijk is om te zetten naar maatschappelijke bestemming, maar dan zie je wel vaak dat daar toch ook wel de portemonnee voor getrokken moet worden. Op het moment dat je iets van een woonbestemming naar een maatschappelijke bestemming maakt dan is er vaak toch ook sprake van een waardeverlies. Nou ja goed, daar staan ook de rol van de gemeenteraad kan daarin zijn om daarin ook bij te springen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12289277/1