CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

11-08 Transcript Raad

gemeenteraad 8 november 2021, gemeente Haarlem45.213 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

Maar naast de inhoudelijke resultaten, die de portefeuillehouders ook allemaal zullen toelichten, sta ik hier vooral als wethouder financiën om de financiële resultaten toe te lichten, zoals die hier ook in deze begroting zijn opgenomen. De onzekerheid voor na het jaar is onverminderd groot. Er is nog steeds geen nieuw kabinet. De compensatie voor jeugd is daarmee incidenteel geweest, 1 jaar. De herverdeling van het gemeentefonds is nog onzekerder geworden. Ook het afschaffen van het abonnementstarief, waar volgens mij we langzaam op rekenen en op vertrouwen, is ook nog steeds onzeker. Wel in positieve zin voor de gemeente Haarlem onzeker, want dat zou uiteindelijk bijdragen aan een betere financiële huishouding, maar wel onzeker. Door deze blijvende onzekerheid hebben wij in ieder geval de keuze gemaakt om structurele lasten niet in de begroting op te nemen. Structureel niet in de begroting op te nemen, met uitzondering van een aantal ontwikkelingen. Autonome ontwikkelingen, bij elkaar ook een miljoen en ontwikkelingen waarvan wij vonden dat de besluitvorming niet langer kan worden uitgesteld. Gememoreerd is de 200 duizend euro voor de plaagdierenbestrijding. 3 ton voor het Frans Hals Museum. 193 duizend euro voor de uitvoering van de beleidsvisie voor de armoede en schulden. Dat zijn posten die structureel zijn opgenomen in het kader.

Ook de kapitaalslasten van nog een aanvullend pakket van 100 miljoen aan investeringen zijn in dit financieel kader opgenomen. Hierdoor kunnen we een sluitende meerjarenbegroting aanbieden. Volgens mij, de VVD zei terecht, hij sluit. Er zit nog een taakstelling in die gerealiseerd moet worden. Als je die zou invullen, dan zou hij zelfs positief zijn. Maar als je die niet zou invullen, dan sluit hij mooi. Met een zeer gematigde ontwikkeling van de woonlasten. Een schuld die ruim onder de 100 procent staat. Een weerstandsvermogen met de ratio uitstekend zelfs. Ik denk dat wij in ieder geval als college ontzettend trots zijn dat wij dit als laatste begroting aan u mogen aanbieden. Het huidige begrotingskader, die gaf zelfs ruimte om incidenteel ook nog extra voorstellen toe te kennen voor een totaal van 12 miljoen. Daar hebben we in de vorige raad ook over gesproken. Als sluitstuk van deze coalitieperiode hebben we toch nog een aantal belangrijke wensen uit het coalitieakkoord kunnen inrichten en vormgeven, om uiteindelijk toch die laatste stap te zetten. De versterkers Duurzaam Doen, zo heten ze. Die zijn inmiddels ook door uw raad vastgesteld. Zoals gebruikelijk worden de uitkomsten van de septembercirculaire niet in de begroting verwerkt, maar u wordt wel geïnformeerd over de uitkomst. Ook die zijn, als het goed gaat, positief.

Het structurele beeld verbetert met 6,5 miljoen positief. Maar dit is ook weer een van de onzekerheden waarvan we moeten afwachten of het komend kabinet ook die uitgaven daadwerkelijk gaat doen. Dat kan leiden tot een extra uitgave, als inderdaad de uitgaven van het Rijk op dat niveau blijven. Dat zijn allemaal onzekerheden waarvan in ieder geval wij hopen dat die duidelijk worden bij de volgende kadernota 2022. Waarmee dan ook een volgende coalitie een goede start kan maken. We hebben wel geconstateerd, daar zijn volgens mij al verschillende vragen over gesteld deze avond, dat het aantal IP-uitgaven achterblijft. Dat heeft onze aandacht. Dat bleek ook uit het jaarverslag en het verslag van de accountant uiteindelijk van, hoe gaat het met het IP? Wat gebeurt daar? Halen we onze ambitie wel op het niveau wat we met elkaar zouden willen

48

doen? We hebben daar ook vorige week nog een nota over vastgesteld in het college. Dat heet, onderzoek van het bestedingstempo van de openbare ruimte. Om ook te kijken van, wat zijn dan oplossingsrichtingen waar we naar kunnen kijken? Ik denk dat het goed is om te memoreren dat niet alle investeringen in hetzelfde tempo ook achterblijven op het niveau wat we zouden willen zien. Onderwijshuisvesting gaat een stuk vlotter. Maar we zien met name, denk ik, ook bij de openbare ruimte dat daar toch ook zaken achterblijven. Dat dwingt ons wel na te denken over, hoe gaan we om met die uitgaven in de openbare ruimte? Die IP zit, denk ik, bij elkaar. Programma 5, 300 miljoen naar IP-uitgaven. Dat is ook heel belangrijk dat we met elkaar zorgen dat we dat tempo hooghouden en dat we dat doen. We hebben al maatregelen genomen om te investeren in de organisatie. 16,5 fte heb ik al gezegd. Maar we moeten ook, denk ik, kijken naar andere manieren om dat op niveau te krijgen. Hoe hebben we ons proces ingericht? Hoe ziet het Haarlems Civiel Planproces eruit, met elkaar? Wat zijn de stappen die we daarin kunnen doen? Is het nog nodig om uiteindelijk de organisatie op een verdere stap te versterken? Daar ligt nu een eerste aanzet van, die we graag met u bespreken in de commissie. Bij de kadernota zal er uiteindelijk een plan komen omdat verder te materialiseren in een actieplan.

Dan ga ik even nog naar de rest van uw vragen toe ten aanzien van financiën. Dan probeer ik die even ook nog allemaal door te lopen. De VVD heeft de vraag gesteld net over die opeenstapeling. Welke interne en externe factoren zijn er? Ik denk dat dat onderzoek daar ook wel een eerste goede analyse toe biedt. Het zijn natuurlijk niet alleen maar zaken die we zelf kunnen beïnvloeden. We voelen met zijn allen de krapte van de markt wel, ook op het gebied van het aannemen van mensen. Sommige planningen hebben we niet helemaal zelf in de hand. Zijn we ook afhankelijk van aanleveranciers. Maar ik denk dat we er in ieder geval naar moeten streven om zoveel mogelijk de dingen die we wel kunnen beïnvloeden proberen te beïnvloeden. Daar is het actieplan uiteindelijk ook op geënt. Ik denk niet dat we nu al rekening moeten gaan houden met extra IP-reserveringen voor indexering. Uiteindelijk, volgens mij is dat ook een vraag van OPHaarlem, kun je nooit uitsluiten dat er een project buiten budget loopt en dat je op een andere manier weer dat moet inpassen in het IP. Dat is, denk ik, een continu proces. Maar op voorhand al rekening houden met een overschrijding van het project, dan zijn we volgens mij ook niet goed bezig. Heb je, denk ik, ook het risico dat we uiteindelijk het project alleen maar duurder maken.

De plaatsvervangend voorzitter: Er is een interruptie van de heer Rutten van de VVD. De heer Rutten: Wethouder, even voor de duidelijkheid, het gaat niet om overschrijdingen, het gaat om prijsstijgingen, omdat dingen gewoon simpelweg volgende week duur zijn dan vorige week. De plaatsvervangend voorzitter: De heer Roduner. Wethouder Roduner: Nog een andere interruptie. Dat kan. Maar kijk, je kunt de inflatie niet altijd helemaal ramen. We hebben gewoon ramingen die we, volgens mij, actualiseren. Als het nodig is dan maken we een nieuwe raming, die actualiseren we en nemen we die op in het IP. Maar nu op voorhand te gaan zeggen van, de prijzen gaan zich zo en zo ontwikkelen, dat weten we niet. Ik denk uiteindelijk, hoe dichter je bij de realisatie van een project komt, hoe nauwer je weet hoe duur het precies is. Het zijn, om te beginnen, ook gewoon maar ramingen. Het is niet dat dat de absolute werkelijkheid is die we met elkaar kunnen hebben. Maar uiteindelijk is dat hoe je kijkt naar het project. Uiteindelijk moeten we kijken, hoe duur is het project en past dat in het IP en kunnen we daar een goed krediet voor vrijgegeven? De plaatsvervangend voorzitter: Dat is duidelijk. Er is een interruptie ook van de heer Smit van de OPHaarlem. De heer Smit: Dank u wel. Mijnheer de wethouder, u heeft niet helemaal goed naar mij geluisterd, want dat suggereerde ik ook niet.

OPHaarlem zegt, kunt u toezeggen dat als een project, als een investering hoger

49

uitvalt dan hij in het investeringsplan staat, dat u dan niet leentjebuur gaat spelen bij een andere investeringspost. Maar ik zie ook meer creativiteit in de opbouw van het MIP. Zorgt u ervoor dat u het geld dan op een manier vindt, zodat u niet zoals bijvoorbeeld in 2020, ’21 geld moet gaan lenen bij de Prins Bernhardlaan om in Schalkwijk weer iets te realiseren. Toch? Dat was de vraag. De plaatsvervangend voorzitter: Ik denk dat uw opmerking helder is. Wethouder. Wethouder Roduner: Kijk, op het moment dat zich een overschrijding of een hoge … Dat er een overschrijding voordoet bij een project, dan moet je daar denk ik gewoon in de volle breedte naar kijken. Het kan zo zijn dat we met elkaar constateren van, dit project is zodanig van belang dat wij … Ik bedoel, je hebt uiteindelijk niet zo heel veel manieren. Je kunt natuurlijk kijken naar binnen het project, kan het efficiënter, of kun je versoberen? Maar het kan ook zo zijn dat je zegt, dit is zo’n belangrijk project voor de gemeente Haarlem, volgens mij, de raad heeft dat bijvoorbeeld bij de Prins Bernhardlaan ook zelf gezegd, het is zo’n belangrijk project voor de gemeente Haarlem, we doen het liever goed en op het niveau wat we willen, dan dat we met een sobere variant aan de slag gaan.

Ik denk dat we die afwegingen met elkaar dan moeten om te kijken hoe je met zulk soort zaken … De plaatsvervangend voorzitter: Ik denk dat uw antwoord ook wel helder is. Mijnheer Smit heeft nog een vervolgopmerking? De heer Smit: Mevrouw de voorzitter, het antwoord is niet helder, want er is juist geld weggehaald bij de Prins Bernhardlaan. Wat ik bedoel te zeggen is, wat u zegt is helemaal waar. U bepaalt als college hoe die begrotingspost eruit moet zien, de investeringspost. Maar als daarvoor niet voldoende middelen in het MIP zijn geraamd, gaat u dan niet leentjebuur spelen bij een andere post, maar zorgt u voor autonome financiering van die overschrijding? Dat is de enige vraag. De plaatsvervangend voorzitter: Dat was wat uiteindelijk wat u de wethouder nog even wil meegeven? Want het was duidelijk zat. Wethouder Roduner: Dat nemen we dan mee. Maar ik probeerde aan te geven dat we dat nooit helemaal kunnen uitsluiten. De VVD heeft ook gevraagd naar de Grex. Die heeft u gezegd van, moet dat niet een structurele dotering naar beheer en onderhoud zijn? Ik denk dat we met elkaar moeten constateren dat ook de … Het gaat niet alleen maar over het huidige areaal, maar het gaat ook om dat we toekomstig areaal op een niveau willen brengen wat we met elkaar willen. Bij een gebiedsontwikkeling, daar komen we nu de afgelopen jaren in ieder geval achter, is dat dat ook geld kost.

Geld wat we in eerste instantie niet in de begroting hadden staan, bijvoorbeeld voor de impulsaanvraag voor Oostpoort, maar denk ook aan de impulsaanvraag voor Zuidwest. Hebben we uiteindelijk extra geld ook van het Rijk voor bijgekregen. Het is niet voor niets dat we in deze begroting een PM-post hebben opgenomen voor gebiedsontwikkeling, omdat we met elkaar zeggen, gebiedsontwikkeling op een goede manier doen, rekening houden met ook de kwaliteit van de openbare ruimte, de kwaliteit van de parkeervoorzieningen, kost geld. Daar hebben we geld voor nodig. Ik denk niet dat er onmiddellijk geld ook beschikbaar is bij de reserve Grex. Integendeel, ik denk dat we misschien met elkaar nog wel een gesprek gaan hebben of er meer geld voor dat stuk nodig is. Dat is een andere discussie, die zal de wethouder van openbare ruimte wat meer toelichten, over hoeveel geld hebben we nodig voor de openbare ruimte in deze stad en hoe komen we tot een goede raming daarvan? Maar om een beetje een voorbeeld te geven voor mezelf. We hebben nu in het IP 50 miljoen staan voor IVORIM. De vernieuwing van de openbare ruimte in Meerwijk. Ik heb voor een woningbouwproject wat eigenlijk gaat over een groot deel van de openbare ruimte in Molenwijk 2,5 miljoen. Dat is 1/10 e. de rest zal uit die

50

gebiedsontwikkeling moeten komen bij de Waddenbuurt. Daar gaan we goed mee aan de slag. Dat gaat, denk ik, ook wel lukken. Maar dat geeft wel een beetje de orde van grootte aan hoe we daarmee omgaan. Dat je ook moet kijken dat als je die koppelkans hebt, dat daar ook voldoende geld voor is. De plaatsvervangend voorzitter: Ik denk dat dat voldoende uitleg is. Gaat u verder. Wethouder Roduner: Dat is heel fijn. Ik kan u geen toezegging geven op dat reserveoverzicht waarop je vraagt. Kijk, technisch is dat mogelijk, maar de ‘…’ vraagt ons niet. De begroting heeft op dit moment ook een andere opzet over hoe we met die reserve omgaan. In principe, alles staat erin. Maar om dat apart nog weer te gaan doen, dan maken we de begroting ook weer dikker, terwijl me met zijn allen ook juist vooral die dun wilden houden. U heeft een vraag over de weerstandscapaciteit. U maakt een rekensom van, als we dat niet doen, zou hij op 1,6 staan. Wat overigens nog steeds een ontzettend mooie ratio is. Maar ik wil u wel meenemen in een aantal van de risico’s die zijn weggenomen. Kijk, een aantal van de risico’s die we hadden, zaten bijvoorbeeld op de herverdeling van het gemeentefonds, of die voor de gemeente nadelig zou uitpakken. We gaan er in ieder geval nog vanuit dat die nog steeds voorlopig voor ons uitpakt. Het risico zelf is, denk ik, wel aanzienlijk verminderd.

Hetzelfde geldt denk ik bij de compensatie voor de jeugdzorg. Ik denk dat het afgelopen rapport een eerste bijdrage van dit demissionaire kabinet heeft laten zien dat er weldegelijk geld van het Rijk komt. Dat dat uiteindelijk ook de lusten, of de lasten van de gemeente zal verlichten. Ik denk ook terecht dat we een aantal van die risico’s nog een keer kritisch hebben bekeken of die zich wel voordoen. Uiteindelijk hebben we herberekend wat hun kansen en omvang daarvan is. Dat leidt tot die ratio die iets lager is, maar nog steeds ontzettend hoog. De SP had het over een structureel overschot, maar dat is er inderdaad niet. Ik ga nog even … Ik zal nog een aantal andere dingen zeggen over de rest van mijn begroting, mijn inhoudelijke portefeuille, ruimtelijke ontwikkeling, sociale zaken. We zijn enorm aan de slag gegaan met de versnelling van de woningbouw. Daarbij houden we vast aan het ideaal van die ongedeelde stad, waar arm en rijk, laag- en hoogopgeleid, jong en oud samenwonen in de wijk. Ik heb al gememoreerd, de toekenning van de woningbouwimpulsen van de ontwikkelzones Europaweg, Zuidwest kunnen we een aantal zaken versneld realiseren. Voor het einde van het jaar horen we ook of Oostpoort een subsidie wordt toegekend. Daarnaast hebben we nog een traject lopen van bereikbare steden.

Eigenlijk een overzicht van 300 miljoen aan investeringen die wij als een soort van claim hebben ingediend bij het Rijk, samen met een aantal andere steden. Totaalpakket van 1,7 miljard, uit mijn hoofd. Waarvan wij tegen het Rijk, via de MRA, zeggen van, dit zijn middelen, dit zijn investeringen die we willen doen om uiteindelijk die woningbouwopgave in deze stad op een goede manier te laten landen. Daar zullen we zelf ook een deel van moeten bijdragen. Dat doen we ook al. Een aantal van de projecten die daarin zitten, staan al in ons IP. Maar ik weet zeker dat op het moment dat wij, die discussie hebben we gehad, voor een nieuw OV-station in Haarlem-Zuid naar het Rijk gaan, dan zal er ook worden gekeken naar cofinanciering van de gemeente Haarlem. Zo zal dat op verschillende plekken zijn. Van die 300 miljoen hebben wij in ieder geval gedacht, dan is het nu verstandig om daar alvast 3 keer 15 op te nemen om op een gegeven moment ook snel te kunnen schakelen als het nodig is. Er was een interruptie. Is helder. D66 had ook nog een vraag over de 6 miljoen voor jeugd. Dat debat hebben we natuurlijk, denk ik, bij de versnellers ook al wel op een bepaalde manier gevoerd. Kijk, we hebben het gegeven van al die middelen van jeugd zorgvuldig proberen te kijken, waar gaat dat heen? Bleek 6 miljoen uiteindelijk een soort vrij te besteden.

Hebben we gezegd, dat stoppen we in de algemene reserve. Niet met een specifiek hek eromheen. Maar de wethouder jeugd weet dat hij bij zijn collega’s kan aankloppen, ook bij de raad volgens mij, als daar tekorten ontstaan of dat we zeggen, het is toch nodig om een aantal investeringen te doen die uiteindelijk bijdragen aan een structureel beter functionerend jeugdstelsel. Het is niet specifiek bestemd voor jeugd. Het is gewoon opgenomen in de algemene reserve, maar we weten wel met elkaar waar het vandaan komt en dat het uiteindelijk ook die kant nog een keertje op kan. Jouw Haarlem had een vraag over Akendam. Volgens mij

51

ChristenUnie vroeg daar ook naar. Via het recreatieschap heeft de wethouder Berkhout ook eigenlijk aandacht gevraagd voor de staat van het eigendom van het recreatieschap. Er is sprake van dat we misschien mogelijk kunnen gebruikmaken van een Rijksregeling. Dat zal ook cofinanciering vragen. Voor die cofinanciering hebben wij in ieder geval als gemeente ook gezegd, als het echt nodig is, zullen we daar zelf ook een beetje aan bijdragen. Met de gedachte van, als wij een beetje doen, het recreatieschap doet dat een beetje en het Rijk. Uiteindelijk krijgen we misschien Akendam weer zelf wel en het Skaeve Huse, de discussie. Dan kunnen we er maar beter voor zo zijn dat die er goed bijstaat. Ook binnen sociale zaken gaat het volgens mij de goede kant op. Veel aandacht voor het bestrijden en voorkomen van armoede, ook in deze begroting, met het geld voor schulden en minima. Dat is, denk ik, inderdaad ook belangrijk gebleven, juist in deze tijd van corona, waar we hebben gezien dat mensen die al kwetsbaar waren het nog extra zwaar hebben gekregen. De TONKregeling is afgelopen … Twee weken geleden is die uiteindelijk ook weer met drie maanden verlengd. We zetten aanvullende en brede ondersteuning in voor ondernemers en zzp’ers die getroffen zijn door corona.

We benaderen ze daarop proactief en proberen ook zoveel mogelijk in samenwerking met de regio en partners op zoek te gaan om mensen aan het werk te houden en ook nieuw werk te vinden. Dat op zich is misschien wel leuk om te vertellen, we hebben eerder … De heer Visser had het over de brandbrief die ik als wethouder had gekregen. Die kreeg ik in eerste instantie als vader, van kinderen die bij een Op Stoom-locatie zitten. Is volgens mij precies dezelfde brandbrief. Kijk, wij hebben die discussie al een tijdje geleden eerder gevoerd met de kinderopvangorganisaties die met groot personeelstekort kampten. Daar is in samenwerking met het Werkgeversservicepunt ook een soort van actie op geweest om te zorgen van, met speeddates mensen zoeken om uiteindelijk ook voor de kinderopvang te matchen. Dat heeft in ieder geval met twee andere organisaties, daar zat Op Stoom niet bij, maar in ieder geval met Hero en de ander weet ik even niet uit mijn hoofd, heeft het in ieder geval iets van elf nieuwe matches opgeleverd. Dat is denk ik ontzettend mooi. Dat is echt een mooi resultaat. In november is daar ook weer een tweede ronde van. Gaan we kijken of het lukt om uiteindelijk nieuwe mensen weer beschikbaar te krijgen voor de kinderopvang. Daarvoor is Op Stoom ook uitgenodigd om daaraan mee te doen. Kijken we of we samen dat kunnen oplossen.

Ik denk dat de burgemeester nog wat wil zeggen over, hoe ga je om met handhaving voor de gastoudergezinnen. Want dat was volgens mij uw vraag. U had ook een opmerking over de hoeveelheid mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. We hebben ongeveer 3,5 duizend Haarlemmers in de bijstand. Die hebben we onderverdeeld in verschillende categorieën. Mensen die direct bemiddelbaar zijn. Die gaan heel snel naar het uitzendbureau, om uiteindelijk snel aan het werk te gaan. Daar is inmiddels … Daar zijn er heel weinig van. Die sociale minima mensen zijn er al een beetje uit. Maar we hebben ook mensen die wat meer ondersteuning nodig hebben. Die hebben een overbrugbare afstand tot de arbeidsmarkt. Dat is de groep waarmee we actief aan de slag gaan, samen met onze partners. Bijvoorbeeld, het Participatiebedrijf, Pasmatch. We hebben ook een groep mensen waarvan we zeggen, het is gewoon nu even niet … O, het lukt even niet om die afstand te overbruggen, of tijdelijk of definitief. Ik denk juist een van de successen van wat we hebben gedaan de afgelopen vier jaar met Ik doe mee, is dat we in staat zijn geweest om alle mensen weer … Doordat we weer met alle mensen zijn gaan praten, ook mensen weten te hebben activeren die juist echt een wat grotere afstand hadden tot de arbeidsmarkt.

Waar we in eerste instantie dachten, ik weet de getallen niet precies uit mijn hoofd, dat 60 procent van de Haarlemmers, van onze bijstandsklanten, echt een onoverbrugbare afstand tot de arbeidsmarkt hebben, zie je dat door aandacht te geven, door gesprekken, door contacten houden dat langzamerhand terugzakt. Dat is, denk ik, ook een heel mooi resultaat. De plaatsvervangend voorzitter: Er is een interruptie van de heer Aynan, Jouw Haarlem.

52

De heer Aynan: Over mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt gesproken. Ik geloof dat vorige week de Hartekamp Groep heeft ingesproken. Die deed volgens mij ook een aanbod naar u toe. Heeft u daar ook een reactie op? Wethouder Roduner: Nee, daar heb ik nog geen reactie op. De plaatsvervangend voorzitter: Tot slot. Wethouder Roduner: Nee, dat was hem, voorzitter. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel, de heer … O, er is nog een interruptie van de heer Van den Raadt, Trots. De heer Van den Raadt: Want u had het in het begin over het Frans Hals Museum. Kunt u schetsen wat er voor nodig is om een Frans Hals depot Museum ergens anders te maken, bijvoorbeeld in Noord of Schalkwijk? Als het te lang wordt, mag u het ook schriftelijk sturen. Wethouder Roduner: Ik denk dat we dat in reactie wel op de motie gaan doen. Anders kan de wethouder cultuur daar nog wel wat over zeggen. De plaatsvervangend voorzitter: Lijkt me op de geëigende wethouder. Mijnheer Aynan, Jouw Haarlem. De heer Aynan: In mijn termijn had ik ook even gerefereerd aan het vereenvoudigen van de aanvraag voor bijzondere bijstand. Daar heb ik u niet over gehoord. De plaatsvervangend voorzitter: Kunt u daar nog wat over zeggen, of komt u terug in uw tweede termijn? Dat kan ook. Wethouder Roduner: Daar had ik geen vraag genoteerd, in ieder geval. U had er wel aan gerefereerd.

Kijk, we zijn ontzettend druk bezig geweest met de Tozo 4, of 5 zitten we inmiddels in. We zitten ook weer met de verlenging van de TONK. Kijk, ik heb me laten vertellen dat aan de voorkant alles is gedaan, maar dat we gewoon zitten met een gebrek aan ICT-capaciteit. Het gaat over de interne dienstverlening van de ICTcapaciteit, waar juist heel veel ICT-capaciteit is gaan zitten in het opstellen en opnieuw maken van die Tozoen TONK-formulieren. Daarom heeft het wat vertraging opgelopen. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel. Tot slot, heeft u daar nog een andere … En daarna de heer Drost van GroenLinks. De heer Aynan: Is dit de wethouder Tozo dan? Bent u wethouder Tozo, mijnheer Roduner? Ja, daar had ik wel een specifieke vraag over gesteld, over de afgewezen … Of de mensen die terug moeten betalen, 184 gevallen. Of u daar bereid bent om onderzoek te doen of daar mensen tussen zitten die alsnog recht hebben op de Tozo. De plaatsvervangend voorzitter: Wethouder. Wethouder Roduner: Ik vind het lastig om daar nu heel specifiek op in te gaan, want ik heb het bezwaarschrift gelezen. Het is ook wel weer een aparte casus. Ik heb ook geen behoefte om hier op een specifieke casus in te gaan. Ik denk dat wij moeten kijken of het überhaupt kan dat je zegt, we gaan daar actief nog weer achteraan.

53

In principe denk ik, daar hebben mensen zelf dan ook een uitlegplicht en dan moeten zij aangeven waarom ze denken dat ze recht hebben op Tozo. Ik kan nog even een tweede termijn kijken of het mogelijk is om inderdaad daar actief mee aan de slag te gaan, maar ik ben niet … Ik denk dat we een beetje terughoudend moeten zijn, om dat dan nog weer actief te gaan toezeggen. De plaatsvervangend voorzitter: Ik denk dat het antwoord duidelijk genoeg is. De heer Drost van GroenLinks. Laatste vraag. De heer Drost: Ik had nog aandacht gevraagd voor het ontvangen van bijstand en samenwonen. Wethouder Roduner: Volgens mij had u het antwoord al van Sander, mijnheer Van den Raadt, gekregen. Daar gaan we mee aan de slag. Bekijken we dit jaar. Proberen we te kijken wat we dit jaar daaraan kunnen doen. De plaatsvervangend voorzitter: Fijn. Dank u wel, wethouder. Nu is de beurt aan de heer Wienen. Gaat uw gang. De burgemeester: Dank u wel, voorzitter. Een enkeling heeft ook eraan gerefereerd. We hebben ook het afgelopen jaar ontzettend veel last gehad als samenleving, maar ook als organisatie van corona. Dat leverde forse druk op, op de handhaving. Ook discussie over beleid. De heer Van den Raadt ging daar nu ook weer op in. Ik denk dat het gewoon goed is te constateren dat het beleid door de regering in Den Haag gemaakt wordt.

Dat we over het algemeen de zaak niet verder helpen door hier voortdurend twijfels op te roepen over of dat dan allemaal wel goed is. Maar het is ieders goed recht overigens om die discussie te voeren. Alleen ik denk niet verstandig is dat ik daar dan vervolgens in mee ga doen. Wij handhaven het beleid zoals het wordt opgelegd. Overigens doen we dat op een terughoudende manier, want het voorbeeld van de QR-code controleren bij toiletbezoek, daar hebben we met de horeca over gesproken. Dat is typisch een onderwerp waarbij je in de praktijk heel goed kunt zien van, dat het heel goed mogelijk is, als dat een kort bezoek is, om dat te doen. Terwijl als iemand op basis daarvan gewoon naar binnen gaat in de horeca, dat die zich dan wel moest houden aan de identificatie met QR-code. Overigens, door de nieuwe maatregelen is dat natuurlijk een beetje een achterhaalde discussie, want ook op een terras moet de QR-code worden gebruikt. De heer Van den Raadt: Mag je dan nog wel naar de wc? Want je mag niet over het terras, vroeger wel. Maar je kan nu nergens meer naar het toilet? We moeten nu wel openbare toiletten bouwen? De burgemeester: Nee, ik heb gezegd dat we daar met de horeca over gepraat hebben. Dat als het louter om toiletbezoek gaat, dat dat kan. De heer Van den Raadt: Maar dan is dat een beetje strijdig met wat u daarnet zegt.

De plaatsvervangend voorzitter: Dat is de tweede keer datzelfde antwoord. De heer Van den Raadt: Maar dan is het een beetje strijdig met wat u zegt, dat u zegt, we handhaven de landelijke regels. De burgemeester: Zeker. Dat doen we. Daarbij kijken we ook van, hoe geven we ruimte aan een praktische invulling van de handhaving? Dat heb ik u trouwens meermalen ook gezegd. Dat geldt ook voor de nieuwe regels, waarbij we ook met degene die het moeten handhaven, de organisatoren, goed gesproken hebben, afgelopen vrijdag heb ik een overleg gehad, van, hoe kan je zo goed mogelijk die regels handhaven en toch het

54

op een praktische wijze doen? Dan het volgende. Er is door een paar fracties iets gezegd over geheimhouding, transparantie. Waarom heeft het college een aantal keren zaken zolang in beroep gegaan? Was dat nodig? Ik denk dat het voor ons allemaal, in ieder geval, goed is dat er volstrekte helderheid is. Die is ontstaan, ik heb het al diverse keren uitgelegd. Daarom hebben we de zaak tot in hoogste instantie laten bepalen. Het is nu duidelijk. De vraag over Pels Rijcken. Wij hebben periodiek aanbesteding van onze juridische ondersteuning. Dan wordt er gekeken naar kwaliteit en prijs. Dat gebeurt heel zorgvuldig. Daar is de laatste keer Pels Rijcken uitgekomen. Binnenkort zal er weer … Of, na de periode die daarvoor staat, zal er opnieuw een aanbesteding plaatsvinden. Dan zullen we dat opnieuw doen op kwaliteit en prijs. Dat er sprake is van een pijnlijke fraudezaak bij de notariële tak van dit bureau, dat moge duidelijk zijn. Daarom is dit bureau daar ook mee gestopt. De plaatsvervangend voorzitter: Ik heb een interruptie van de heer Smit van OPHaarlem. De heer Smit: Dank u wel, voorzitter. Mijnheer de burgemeester, weet u wanneer die nieuwe aanbesteding dan plaats gaat vinden? De burgemeester: Nee, ik weet het niet precies. Ik denk over twee jaar, maar ik weet het niet zeker. De heer Smit: Mogen we dat van u horen? De burgemeester: Natuurlijk. Dat kunnen we zo nagaan.

Dan als het gaat om de opmerkingen van de heer Visser, over die streefwaarde en de doelen en de onbegrijpelijkheid van sommige van die cijfers. Ik moet eerlijk zeggen dat ik ook vind dat de toelichting soms wel heel erg handig zou zijn. Want u heeft die cijfers bekeken. Dat is op zichzelf heel goed. Dan denk je van, hoe kan dat? Er is een hele simpele verklaring voor, een technische verklaring. Vroeger hadden wij heel veel zaken op parkeergebied, die vielen onder de Mulderovertredingen. Die werden overgedaan door … Die werden aangepakt met een handhavingszaak. Die zaten in die cijfers. Dat is overgezet naar fiscaal regime. Dat zijn nu fiscale naheffingen. Het aantal is niet gedaald. Het aantal is zelfs wat hoger, alleen je ziet ze niet meer terug in die statistiek. Maar ik geef wel toe, als die toelichting er niet bij staat, dan roept het enige verbazing op. Het feit dat de overlastmeldingen stijgen, heeft natuurlijk niet alleen te maken met de vraag hoeveel handhaving wij doen. Die is niet minder geworden. Maar heeft ook te maken met gedrag en met het aantal mensen wat klachten indient. Daar kunnen diverse redenen voor zijn. Het kan zijn dat het erger geworden is, maar het kan ook zijn dat je er meer last van hebt, bijvoorbeeld omdat er meer thuis gewerkt wordt.

Hoe dan ook, het blijft lastig om te bepalen met elkaar van, hoe zit nou precies het verband? Daar heb je eigenlijk nog wat meer informatie voor nodig dan alleen de cijfers zelf. Ik denk dat het goed is dat we daar met elkaar ook nog eens over van gedachten wisselen, welke informatie is er nodig om de raad in staat te stellen om het goed te lezen? Overigens, ik was wel blij met de discussie tussen u en de heer Bloem. Die waarschuwingen, dat is ook met u afgesproken dat u dat belangrijk vond. Dat ziet u in deze cijfers wel terug. Dat wij niet altijd direct met sancties en boetes komen, maar dat wij ook heel nadrukkelijk proberen via waarschuwingen corrigerend te werken. Ten aanzien van de jeugdcriminaliteit. Punt van de Actiepartij. Ik begrijp dat niet helemaal, als ik heel eerlijk ben. Volgens mij is uw conclusie gewoon onjuist, namelijk dat we daar niks aan doen. Dat doen we juist wel. Ik heb samen met wethouder Botter … Een aantal jaren geleden hebben wij iets in gang gezet, waarbij we al heel vroeg, op basis van signalen bij leerlingen in de schoolleeftijd keken van, zijn er signalen dat er mogelijk dingen in de toekomst fout kunnen gaan? Daar gaan we dan gericht op investeren, om te proberen door begeleiding te voorkomen dat mensen afglijden naar criminaliteit. We hebben hier juist uitdrukkelijk wel beleid op.

U vindt ook in die bestuursrapportage, waar u zelf naar verwijst, op pagina 69, volgens mij, helemaal niet de opmerking, daar doen we niks aan. Maar dat die thema’s in diverse samenwerkingsverbanden gezamenlijk worden aangepakt.

55

Daar staat uitdrukkelijk jeugd bij. Maar in ieder geval, de opmerking die u maakte was, wij hebben geconstateerd dat daar niks aan gebeurt. Dat is, denk ik, absoluut onterecht. Als u verder cijfers wilt hebben, dan kunnen we natuurlijk kijken welke cijfers we u op dat punt kunnen aanbieden. De handhaving van de kinderopvang. Als het zo is dat de kinderopvang, als gevolg van de huidige druk, met bepaalde regels extra problemen heeft, dan wil ik daar graag met hen over in gesprek. We gaan niet in zijn algemeenheid zeggen, we letten niet zo op. Maar ik ga graag in gesprek, omdat ik ook vind van, het gaat vooral ook om de belangrijke regels. Er zijn ook echt regels waarvan ook wij zeggen, jongens, daar moeten we ook met gezond verstand mee omgaan. Nogmaals, als die behoefte bestaat, dan ga ik dat gesprek voeren. Ten aanzien van de individuele casus waar mevrouw Verhoeff van de Partij van de Arbeid aandacht voor vroeg van, Amine van der Wijden. Ik denk, hier hebben we iets te … De zaak is me bekend. Ik heb ook met de vader contact gehad. Wij hebben contact gehad met de instanties. Constateren dat je hier een spanning hebt tussen de formele regels en ik denk toch voor de meeste mensen evident dat het toch meer humaan zou zijn om een zoon in de gelegenheid te stellen bij zijn vader te zijn. Wij hebben daar nadrukkelijk aandacht voor gevraagd.

Ik wil dat ook opnieuw doen en u dat toezeggen. Ik denk niet dat het zal helpen om daar op zich nog weer een motie aan te verbinden. Ik zeg u gewoon toe dat ik nog een keer daar mijn best zal doen. Dat was het. De plaatsvervangend voorzitter: Fijn, dank u wel. Ik zie allemaal vingers. Ik zie eerst de vinger van de heer Van den Raadt van Trots. De heer Van den Raadt: Dank u. Had u ook nog een laatste nieuws over het overleg met de woonwagenlocaties? De plaatsvervangend voorzitter: Wat is de vraag van de heer Visser, dan kan het misschien gelijk in één keer. De heer Visser: Meer een opmerking. Dankzij de heldere antwoorden kunnen wij amendement nummer 26 over handhaving intrekken. De plaatsvervangend voorzitter: Dat is hartstikke goed. Mijnheer Hulster van de Actiepartij. De heer Hulster: Dank u, voorzitter. De burgemeester zegt, er is weldegelijk beleid op de jeugdhulp. Kan de burgemeester aangeven welk beleidsstuk daar onderliggend aan is dan? De burgemeester: Ik zal zorgen dat u daar het een en ander aan informatie over krijgt. De plaatsvervangend voorzitter: Woonwagens? De burgemeester: Eerlijk gezegd, er is helemaal geen vraag over gesteld volgens mij. Maar ik heb op dit moment er alleen maar over te melden dat wij het beleid wat we hebben afgesproken met de woonwagenvertegenwoordigers en met uw raad, dat dat op het ogenblik wordt uitgevoerd. Er zijn inspecties.

Er is op dit moment geen tussenstand te melden. De plaatsvervangend voorzitter: Dat is het antwoord. Is er nog verder iemand met een andere vraag? Nee, dan gaan we nu over naar de heer Botter. Gaat uw gang. Wethouder Botter: Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Geachte leden van de raad, na bijna vier jaar wordt onze inzet zichtbaar. Ondanks een wereldwijde crisis zien we in de stad de resultaten van hetgeen we gezamenlijk zijn gestart als raad, college en ambtelijke organisatie. We hebben een heleboel in gang gezet.

56

Daar ga ik graag op in. In de eerste plaats over de nieuwe democratie. In tegenstelling wat door een aantal van u is genoemd, werkt het programma Nieuwe Democratie weldegelijk vruchten af. De digitale … Mevrouw Otten: Voorzitter, kan het iets harder of iets dichter bij de microfoon? De plaatsvervangend voorzitter: Misschien goed in die microfoon … O, jeeminee. Wethouder Botter: Ik kan er niks aan doen, maar zo is het gewoon beter. Die dingen staan op een verkeerde plek. Maar de digitale wijkbegroting begint zijn … Is het weer rustig? De digitale wijkbegroting van Schalkwijk aan zet, laat zien dat er in dit stadsdeel heel veel ideeën zijn. Genoeg om ook weer een tweede keer te beginnen. Mensen staan op dit moment echt te trappelen om ervoor te zorgen om daarmee aan de slag te gaan. Maar ook de gelote wijkraad in Zijlweg-West heeft plannen om de wijk te verbeteren. Dat wordt door de betrokken bewoners ervaren als zeer productief en heeft al veel initiatieven opgeleverd. Dit is toch zeker in tegenstelling tot hetgeen wat OPH werd betoogd. Ook hebben we het Initiatievencafé. Dat geeft jong en oud vleugels in de stad. Het initiatievenbudget is nu al eigenlijk voor de rest van het jaar opgesoupeerd. Dat betekent dat daar ook heel veel belangstelling voor is. De wensen van Trots Haarlem ten aanzien van de wijkraden zijn mij niet bekend.

Dit terwijl we nog eigenlijk vorige week een hele mooie wijkradenconferentie hebben gehad, een brede wijkradenconferentie. Ik hoor uw ideeën over van wat wij als college, of wat we als gemeente verder nog zouden kunnen betekenen voor de wijkraden dan ook graag in uw tweede termijn tegemoet. Op dit moment piept en kraakt het weleens intern. Dat komt dan niet alleen omdat we steigers hebben aan de buitenkant van het stadhuis, maar ook intern. Maar ook omdat we op zoek zijn als gemeentelijke organisatie naar de manier waarop al die ideeën van burgers die tot ons komen op een goede manier kunnen worden ingevuld. Daarnaast is onze organisatie zelf ook toe aan een grote onderhoudsbeurt. Alle ingrediënten om dit tot een succes te maken zijn aanwezig, zoals bijvoorbeeld het Berenschot-onderzoek naar de organisatieontwikkeling. Maar die onderstreept ook nog eens de manier van dat we anders gaan werken. Die interactie van nieuwe democratie, samen met een aantal ontwikkelingen die we intern aan het doorvoeren zijn, heeft ook betrekking op de dienstverleningsvisie die we eind vorig jaar hebben vastgesteld. Die wijst ook een andere manier van werken. Die wijst in de richting van een andere manier van werken. De coronapandemie blijkt daarin een versneller, in dit proces.

Verder moet ik wel tegen u zeggen, ook een waarschuwing afgeven, dat de huidige personeelsmarkt is er een van een uitdaging. Personeel is schaars. We moeten steeds vaker een beroep doen op inhuur, hoewel we dat eigenlijk helemaal niet willen. Daar zal ik in het najaar, in de vergadering van december, ook graag met u uitgebreid over in gesprek gaan wanneer we de strategische personeelsbeleidsnota gaan bespreken. Daarin treft u ook een aantal zaken aan die we in ieder geval met u willen delen, om te kijken hoe we daar het tij kunnen gaan keren. Het decentrale loket in Schalkwijk. Ik vind het jammer dat Trots dat vorige week niet meteen ook heeft opgepikt. Maar in deze zelfde zaal hebben we uitgebreid gesproken over de decentrale dienstverlening in Schalkwijk. We hebben met elkaar geconstateerd dat het eigenlijk op dit moment niet opportuun is om daar een loket te gaan starten. Daar hebben we met elkaar over gesproken. Wat mij betreft is dat voorlopig dan ook afgedaan. Dan de oesterzwammen, waar ook opmerkingen over zijn gemaakt. De plaatsvervangend voorzitter: Ik zie uw vinger wel, maar ik zie ook dat u niet zo heel veel tijd heeft. Kunt u niet op uw tweede termijn erop terugkomen? De heer Van den Raadt: Als ik dan meer tijd heb, dan zou dat logisch zijn, maar voor de rest is dat natuurlijk niet logisch. De plaatsvervangend voorzitter: Helaas ga ik daar dan weer niet over.

57

De heer Van den Raadt: U zegt, het is niet opportuun, maar het is natuurlijk gewoon een politieke keuze. U wilt het niet. De plaatsvervangend voorzitter: Het is een politieke keuze, lijkt mij. Wethouder Botter: Het is niet alleen een politieke keuze. Ik heb ook partijen met u voorstander waren om dit wel te doen. Die zijn in ieder geval overtuigd geraakt door het onderzoek wat gepresenteerd en besproken is over het feit, we hebben besloten in goed overleg met een meerderheid, dat we hier verder geen energie in gaan steken. Dan de oesterzwammen. Ook dat is misschien voor sommigen een teleurstelling, want we hebben kennisgemaakt met een tweetal heren die aan de start van dit politieke jaar bezig waren met hun oesterzwam. Maar wij schijnen een contract te hebben met een andere partij. Niet zozeer wij als gemeente, maar degene die de koffievoorziening bij ons beheert, de cateraar. Die heeft een afspraak om dat bij een ander bedrijf … Daar worden wel ook bitterballen van gemaakt. Er worden allerlei andere dingen van gemaakt, maar het is niet bij beide heren. De heer Dreijer: Voorzitter. De heer Botter: Dan de jeugdhulp. De plaatsvervangend voorzitter: Mijnheer, u wil iets over die oesterzwammen nog zeggen? De heer Dreijer: Ja, ik wilde … De plaatsvervangend voorzitter: Mijnheer Dreijer, CDA. De heer Dreijer: Zeker.

Er was een toezegging gedaan op die bewuste middag dat de koffieprut naar die heren zouden gaan. Weten de heren inmiddels dat ze dat niet gaan krijgen? Is er eventueel zicht op wanneer ze het wel kunnen krijgen? De plaatsvervangend voorzitter: Heel kort, want het is de begroting waar we het over hebben. Wethouder Botter: Ik heb toegezegd dat ik ernaar zou gaan kijken en dat ik mijn uiterste best zou doen om te kijken of beide heren dat zouden kunnen krijgen. Maar we hebben gewoon een contract met een ander. Wij schijnen niet over de koffiedrab te gaan. De plaatsvervangend voorzitter: Dit standpunt is gewoon duidelijk. Gaat u gewoon verder. Wethouder Botter: Dan de jeugdhulp. Het zorgenkindje uit mijn portefeuille. De ChristenUnie geeft aan dat het niet goed gaat met de jeugdzorg. Dat er inderdaad veel moet gebeuren. Dat deel ik met hen. Maar met het vaststellen van de regiovisie en het verwervingsdocument en dergelijke, hopen we te komen tot een beter georganiseerde en meer betaalbare jeugdhulp. De komende maanden stippelen we de route uit om te komen ook echt tot een aantal activiteiten. Ook wordt er in februari 2022 duidelijk hoe het door de Rijk en de VNG aangekondigde hervormingsagenda op het terrein van de jeugdzorg eruit komt te zien. Tot die tijd blijft het inhoudelijk en financieel een uitdaging.

De extra middelen uit Den Haag helpen zeker, maar we willen toch blijven vasthouden, juist ook omdat een aantal dingen gewoon intern, binnen de jeugdzorgorganisatie, zal moeten verbeteren. Daarom blijven we toch ook, in ieder geval, tot de nieuwe contracten vasthouden aan de budgetplafonds om de kosten te beteugelen. We willen immers ook andere voorzieningen in onze gemeente blijven houden, zoals de onderwijshuisvesting, zwembaden en bibliotheken. Ja, het college heeft besloten, dat

58

heeft u ook net van mijn collega Roduner gehoord, dat mochten er onverhoopt tegenvallers zijn bij jeugd er wordt gekeken naar de algemene reserve, waar we de extra middelen voor een deel ook in hebben gestoken van het jeugdzorgbudget. De plaatsvervangend voorzitter: Er is een interruptie van de heer Bloem van de SP. De heer Bloem: Voorzitter, het verhaal is duidelijk. Het verhaal is hetzelfde. Hoor ik het dan echt wel … Heb ik het goed gehoord? U richt uw pijlen op de toekomst, maar wat gebeurt er nu, proactief, aan de problemen die er zijn, voor de korte termijn? Daar hoor ik u niet over. De plaatsvervangend voorzitter: Kort antwoord, wethouder. Wethouder Botter: Daar gebeurt hetgeen van wat ik hier ook al een paar keer heb gezegd. Op het moment dat zich acute problemen voordoen, wordt er maatwerk geleverd en zullen de kinderen die het betreft direct hulp krijgen. Binnenkort komen wij te spreken, aan de hand van de brief rondom de wachtlijsten die naar u onderweg is. Dan spreken we daarover in de commissie met elkaar, denk ik. De plaatsvervangend voorzitter: In de commissie gaat het verder. Gaat u verder. Wethouder Botter: Dan vastgoed. GroenLinks gaf aan dat het wenselijk is om vaker maatschappelijk vastgoed te willen inzetten.

Dat kan natuurlijk altijd beter, maar ik roep toch graag nog even in herinnering de Oerkap, het slachthuis wat Popcentrum is geworden, de Kampersinger, wat we voor jongerenhuisvesting aan het doen zijn en het Magdalenaklooster wat atelierwoningen zijn geworden. Maar we zullen in ieder geval kijken, daar waar we vastgoed hebben, om dat inderdaad zoveel mogelijk ook voor maatschappelijke doeleinden in te zetten alvorens we het eventueel op de markt brengen. Hoewel u zich moet realiseren dat het aantal panden wat wij beschikbaar hebben om te verkopen steeds kleiner wordt natuurlijk. Extra investering voor verduurzaming van het strategisch vastgoed zullen door de gemeenteraad worden afgewogen in 2023. De kantoren die nog naar een C-label moeten, dat zijn drie kantoren van gemeentelijk vastgoed, die zullen voor 1 januari 2023 opgeknapt worden en zitten ook in de lijst van de 79 objecten. Dan het onderwijs. De oude schoolgebouwen ademen de sfeer van vroeger uit. Ze geven ons een fijn en warm gevoel. Haarlemmers, zo blijkt ook, houden van die oude scholen, maar daar hangt wel een prijskaartje aan. In 2022 komt er een nieuw meerjarig onderwijsprogramma. Voor de komende acht jaar gaan we dat vaststellen.

Ik zit wel met een dilemma, want ik heb de uitdaging 3,5 jaar geleden opgepakt om zowel het vastgoed te inventariseren als het gaat over het achterstallig onderhoud en wat de kosten daarvan zijn, ook de scholen. Dat gaat nu een beetje een eigen leven leiden, want omdat het nu inzichtelijk is, lijkt het net of we eigenlijk veel te weinig vaart maken om dat op te pakken en ook te weinig geld hebben, terwijl we tot 3,5 jaar geleden helemaal niks wisten. Bij het coalitieakkoord is 20 miljoen beschikbaar gesteld voor onderwijshuisvesting. Vorig jaar is nog eens een keer 20 miljoen beschikbaar gesteld voor onderwijshuisvesting. Bij dezen is bij het IP 40 miljoen beschikbaar gesteld voor huisvesting. Dat betekent dus dat we bijna in drie jaar tijd 80 miljoen aan onderwijshuisvesting hebben gegenereerd. In dat meerjarige onderwijsprogramma dat we in 2022 zullen vaststellen voor de komende jaren, zullen we ook heel duidelijk praten met elkaar over het binnenklimaat, maar zoals ik in de Commissie ook al heb aangegeven is het binnenklimaat niet de directe verantwoordelijkheid van – hoe heet het – de gemeente, en heeft het Rijk daarvoor een heleboel extra subsidies beschikbaar om dat verder aan te pakken. De voorzitter: De heer Smit wil hier nog iets over opmerken.

59

De heer Smit: Graag. Het Rijk stelt geld ter beschikking en wellicht nog in de toekomst meer geld. U heeft te maken met soms renovaties, nieuwbouw en de schoolbesturen met onderhoud. Wat ik heb begrepen kan – afhankelijk van de status van het pand – het binnenklimaat ook vallen onder renovatie of nieuwbouw. Dus er is niet alleen maar een rol van het schoolbestuur; is ook een rol van de gemeente. Wat ik vraag is: kunt u aangeven voor de kadernota van volgend jaar, hoe de programmering loopt van de aanpassing van het binnenklimaat? En kunt u aangeven dat het een hoge prioriteit heeft? Die twee vragen heeft u niet beantwoord. Wethouder Botter: Nou, die … De voorzitter: Wethouder. Wethouder Botter: Heb ik nog niet beantwoord. Die zal ik nu beantwoorden. Zij zullen onderdeel uitmaken van het meerjarig onderhoudsprogramma. Daarin zeg ik net: daar wordt een hele paragraaf ook gewijd aan het binnenklimaat. Vervolgens wordt gekeken hoe dat dan gefinancierd gaat worden. Of dat allemaal lukt om dat voor de kadernota-bespreking te doen, dat weet ik niet, want het is op overeenstemming gericht overleg, maar we gaan ons best doen. Dan tot slot … De voorzitter: Ga verder. Wethouder Botter: Nog het laatste deel van de portefeuille die ik waarneem: sport. Nou ja, door het CDA werd al aangegeven dat er veel mooie dingen zijn gebeurd op het terrein van de sport afgelopen jaren.

Door onze collega’s is veel in gang gezet. Veel gedaan om bewoners te verleiden om te bewegen, en sport en de kracht van sport in te zetten voor het maatschappelijke doeleinde. Ook is er gekeken hoe dat de komende jaren nog met voldoende kwalitatieve en duurzame sportaccommodaties kan worden gerealiseerd. Dat betekent dus wel dat er ook gekeken wordt naar een nieuwe sporthal in Schalkwijk, en dat richting 2028 een nieuw zwembadarsenaal, areaal, moet komen waar nog de nodige investeringen ook beschikbaar voor moeten zijn. Dan tenslotte hebben we ook recentelijk een hele mooie gymnastiekzaal gerealiseerd in de Phoenixstraat, waarbij een hele mooie combinatie is gemaakt tussen onderwijs en sport. Die wordt ook door de sportclubs gebruikt. Hopelijk wordt de Yvonne van Gennephal in januari gebruik genomen. Nou, dit was een tour langs de verschillende beleidsterreinen. Ik hoop dat u zich net zo trots voelt als ik op hetgeen we met elkaar hebben bereikt. De voorzitter: Dank u wel. Ik word hier ook helemaal blij van. jongens, we geven nu even het woord aan wethouder Meijs. Wethouder Meijs: Dank u wel. Geachte leden van de raad, afgelopen jaren zijn een aantal belangrijke documenten op mijn terrein vastgesteld en met u in gezamenlijkheid vormgegeven op de drie grote terreinen binnen mijn portefeuille. Onder andere de woonvisie.

We hebben … We zijn begonnen ooit met de kaders en instrumenten in 2018, en dit jaar hebben we de woonvisie met elkaar vastgesteld. Hopelijk aan het eind van het jaar zullen wij de nieuwe huisvestingsverordening met elkaar afstemmen voor de definitieve versie. Vanaf 1 januari 2022 de opkoopbescherming zoals GroenLinks al aanhaalde. Dat doen we niet alleen hier. Dat doen we ook in gezamenlijkheid met de regio. We hebben met Haarlem en omstreken een RAP afgesproken, afgestemd met elkaar, waarin we de tekorten voor de betaalbare woonruimte afgesproken hebben. Terugkijkend over de periode van 2016 tot 2022 is er een netto groei van 35 woningen. Met de huidige plannen hopen wij – zeker ten aanzien van de plancapaciteit – nog eens 6.000 woningen toe te voegen tot 2025. Ja, ik herken – zoals velen hier al hebben opgemerkt – dat de druk hoog is op de woningmarkt. Niet

60

alleen op de volkshuisvesting is de druk hoog, maar ook op de schaarse ruimte hier in Haarlem. Zorgvuldig zullen we om moeten gaan met de schaarse ruimte die we hebben voor nieuwbouw. Zoals mijn collega Roduner al zei doen we er alles aan om dat met behulp van extra subsidies toch voor elkaar te krijgen. Zo ook over de toegankelijkheid, sorry. Ik sla een stukje over. De toegankelijkheid van de ChristenUnie. U vroeg mij wat de focus was daarop en wat we daar al in bereikt hebben. Zoals we de afgelopen jaren daarbinnen het sociaal domein al het één en ander over bereikt hebben, zijn we daar nu ook dit jaar met het fysieke domein mee bezig. Bij elk stukje vastgoed – wat mijn collega hier naast mij, Botter – ter hand neemt, verbeteren we ook de toegankelijkheid. Zodra er verbouwd wordt, gaat het op de toegankelijkheid aangepast worden. Mijn collega heeft ervoor zorggedragen dat de bushokjes toegankelijk zijn. Wellicht zijn het allemaal kleine stapjes op een groot dossier, maar we maken iedere keer weer de wereld wat toegankelijker. Op het sociaal domein. Er zijn vele vragen gesteld over het Wmo en de overschotten. Ik zeg het even tussen haakjes, want er zijn geen overschotten. Ik heb dat al een paar keer proberen uit te leggen. Het is een moeilijke materie. Ik ga het u nog een keer toezeggen dat ik het nog een keer zal toelichten.

Wij hebben de begroting bijgesteld omdat we een enorme groei zagen in het aantal Wmo-cliënten. Die groei leek niet zo hoog als we zagen, dus we hebben dat bijgeraamd op de verwachte groei. Daar bleef dus een stukje geld over. Dat ligt niet op de plank. Dat hebben we in de algemene reserve gestopt. Dat gaan we er weer uit halen op het moment dat we dat nodig hebben. Dus er is meer groei geweest, maar minder groei dan we verwachtten. In de Berap zag u dat we die groei hadden. Dat die minder groot was, hebben we daar besproken. Dat zeggen we dan ook weer in de begroting. We stellen daarom de begroting van de Wmo in 2022 ook bij. We zien wel weer groei, maar niet misschien zo veel als we dachten. Dat wordt volgens mij ook weer toegelicht op pagina 52 waar u op doelde vanuit de ChristenUnie. Volgens mij is dat een consistent verhaal, maar ik wil het in mijn tweede termijn nogmaals toelichten als het toch onduidelijk is. over de opmerking van D66 over de oplopende wachtlijsten. Bent u volgens mij recent op de hoogte gesteld door middel van een RIB. In de komende maand zal ik u meenemen in mijn half jaarlijkse rapportage over dezelfde materie over de Wmo. We hebben directe geacteerd. Ik herken dan ook niet dat ik me overvallen voelde.

We hebben direct geacteerd, en de oplossingen zijn inderdaad een mix; een mix van voldoende personeel, goede afspraken maken met organisaties die moeten leveren, zoals het medisch advies, de leveranciers et cetera. Maar alle achterstanden op elk moment helemaal weg kunnen werken, dat kan gewoon niet. Dat is een gossip. We zullen de komende maand met u wederom in discussie gaan om te kijken of het debat dat we dan met elkaar voeren, een voldoende antwoord op uw vragen geven, of we voldoende kunnen acteren. Voor elke suggestie om die Wmo-wachtlijsten te achten … Te minimaliseren, staan we natuurlijk open. Dan over Gewoon in de Wijk; een discussie die we al een paar keer met elkaar in de commissie hebben gevoerd. Hiermee geeft de gemeente een andere invulling van de samenwerkingsafspraken met onze zorgaanbieders en welzijnspartners. Het is een spannend traject wat we met elkaar ingaan, maar we hopen daarmee dichter bij de mensen, dichter bij de wijken en ook effecten te zullen zien. Ook in onze financiën, maar ook in onze sociale stad zoals we dat zijn. OPH maakt zich zorgen over de kleinere organisaties met de vele vrijwilligers. Daarvan hebben we een tussenjaar ingepland tot eind 22 om voor een goede landing van ook die kleinere organisaties in Gewoon in de Wijk. Ik zie … De voorzitter: Mijnheer Smit, u heeft een interruptie. De heer Smit: Aan mevrouw de voorzitter.

Dat betekent, mevrouw de wethouder, dat u het een jaar uitstelt, maar constateert naar ons toe dat u niet van plan bent om die instellingen uit de aanbesteding te halen. Alleen, u neemt er een jaar meer de tijd voor, voor iets. De voorzitter: Wethouder. Nee, dat heb ik u ook al in de Commissie geantwoord. Ik haal het er niet uit, maar ik zorg wel voor een goede overgang en een goede transitie in dat eerste jaar. Dat ze daar ook goed in landen.

61

We zijn er van afhankelijk. Dat heb ik u ook in de Commissie gezegd. We zullen ook partijen teleurstellen, maar we zorgen ervoor door een extra budget – een transitiebudget – dat we daar zorg voor zullen dragen. Over het beschermd wonen. We hebben voortdurend overleg met onze regio en onze regiogemeentes. Daarin nemen we u als Commissie ook steeds mee. Welke stappen zullen nemen in die hele transitie om op tijd klaar te zijn op 1 januari 2023. Maar er zullen ook een aantal jaren – daar heeft het Rijk ons al in meegenomen – een overgangsperiode zijn, van minimaal zes jaar, waarin we gezamenlijk ook met het Rijk en de regio goede afspraken zullen maken ook juist over dat spannende deel van die financiële verevening. Dat is natuurlijk best spannend. We hebben steeds tekorten bij de maatschappelijke opvang. Daar zijn wij als regio- en centrumgemeente verantwoordelijk voor. Daar vereffenen we dan uit het overschot wat we hebben van het beschermd wonen. Dat zijn onze rijksbijdragen die we daar krijgen. ook voor de komende jaren zullen we daar met de regio goede en heldere afspraken over maken; dat de kwetsbare inwoners daar niet de dupe van zijn, en zullen kijken of we daar goede afspraken met elkaar in de regio, de individuele gemeentes, zullen maken. De voorzitter: Ik zie nog een vraag van mevrouw Çimen, D66. Mevrouw Çimen: Ja, dank u wel, voorzitter.

Ja, wat betekent dat dan? Goede afspraken maken. Want we zien eigenlijk financiële tekorten op ons afkomen. Ik begrijp dat de doordecentralisatie beschermend wonen, dat daar overleg over moet plaatsvinden, en dat er dan een transitieperiode is, maar wat betekent dat concreet dan voor de financiën? De voorzitter: Kunt u daar een kort antwoord op geven? Wethouder Meijs: Ja, daar komen we ook weer op terug. We hebben in november nog weer een technische sessie met u als raad om daarin die verevening en die tekorten die we bij beschermd … Of bij de maatschappelijke opvang zien. Hoe we die kunnen dekken, ook al kunnen we dat niet van te voren al over zes jaar voorzien. Er zal ook een verandering van de cliënten plaatsvinden, dus we zullen zien hoe we daar op een goede manier zorgdragen. Dus daar nemen we in november u ook weer in een technische sessie in mee om dat uit … Dit is duidelijk een technische sessie. In zijn algemeen … De voorzitter: Gaat u verder. Wethouder Meijs: In … Sorry. In zijn algemeenheid – is al een paar keer genoemd – hebben we in het gehele sociale domein veel effecten gezien en gevoeld van de Covid. Zowel materiële as immateriële. Overleggen die niet door konden gaan; kwetsbare ouderen die thuiszaten. Maar desondanks zijn er toch een aantal dingen goed gegaan en ook doorgegaan. Ik wil daarbij speciale aandacht vragen voor de thuiszorg.

De thuiszorgorganisaties hebben vanaf dag 1 specialistische teams in het leven geroepen die de mensen thuis, specialistische coronateams, toch de zorg konden blijven bieden die nodig was. Ik wil daar toch echt een applaus voor, want dat zijn de mensen die zich in het hart bij de mensen thuis hebben begeven, en het kwetsbaarst, en daardoor ook de hoogste risico’s liepen op de besmetting. De thuiszorg is daar echt een parel, vind ik. Daarnaast zijn er ook veel initiatieven in Haarlem geweest die de ondersteuning hebben geboden. Kleinschalig wellicht, als boodschappendienst. Initiatieven op gezonde leefstijl; wandelgroepen; ondersteuning van de meest kwetsbaren. Van triple trare; van sport tot onverwachte initiatieven. Mijn laatste, over de cultuur. Daar is veel over gezegd vanavond over het depot. Daar ga ik inhoudelijk nog niet op in. U zult het advies woensdag schriftelijk krijgen, en dan kunnen we in mijn tweede termijn er nog over praten. Wat ik u mee wil geven is dat we in ieder geval bij deze begroting structureel 3 ton toevoegen aan de exploitatie van het Frans Hals Museum. Een structurele bijdrage die al langere tijd nodig was. Dat daarmee alle problemen

62

nog niet uit de wereld zijn, daar hebben we het al over gehad met de Commissie. Donderdag kom ik verder met u te spreken over het depot. De voorzitter: Dat lijkt me een heel goed voorstel. Wethouder Meijs: Tot zover. De voorzitter: U bent klaar, hè? Dank u wel, voor zover. Mijnheer Berkhout, u bent de laatste. De heer …: Mijnheer Van den Raadt. De voorzitter: Is er nog … Oh, mijnheer Van den Raadt. De heer Van den Raadt: Ik wou nog even aan wethouder Meijs vragen hoe zij het overleg over de woonwagenlocaties vindt gaan tot nu toe. De voorzitter: Misschien kunt u er ook op terugkomen. Wethouder Meijs: Ja. De voorzitter: Oké, mijnheer Berkhout, gaat uw gang. Wethouder Berkhout: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik zal het kort houden, maar ook ik sta toch even stil bij een paar highlights van mijn portefeuille, en ga dan over op de vragen die gesteld zijn. Allereerst, duurzaamheid. Kan iets kort. Heette Duurzaam Doen. Dus we zijn ook voortvarend begonnen. Weet wel dat er nog een enorme weg te gaan is. Soms lijkt het wel: hoe meer we weten; hoe meer we weten wat we moeten doen. Maar ik wil wel nadrukkelijk zeggen dat we echt wel wat in gang gezet hebben de afgelopen jaren. Misschien alleen dit jaar nog de transitievisie warmte waarbij we ook concrete projecten hebben aangewezen waar we warmtenetten in deze stad gaan realiseren. Met bewoners; met ondernemers; met woningcorporaties.

We hebben ook een eigen warmtenet opgericht – warmtenetwerkbedrijf. Om juist die betaalzekerheid, die ook hier vanavond ter sprake kwam. Die leveringszekerheid en die betaalbaarheid, om die daar een regierol in te hebben. We hebben ook recent nog een garantstelling afgegeven als eerste gemeente in Nederland voor een bewonersinitiatief in het Rambla Kwartier als het gaat om het zonnewarmtenet. Dat is uniek, en daar mogen we best trots op zijn. We hebben ook een duurzaamheidsbegroting als eerste gemeente in het land vastgesteld. Ik weet niet of er iets bij de VVD aan de hand is. De voorzitter: Zit ik iets verkeerd te kijken? De heer Boer: Hele reclamepraatjes. Het College heeft ook nog maar een half uurtje spreektijd voor donderdag. Wilt u misschien het College daar ook op wijzen? De voorzitter: Nou, volgens mij zijn we al bij de laatste wethouder en zou die het kort houden, dus … De heer Boer: Nou, fijn. De voorzitter: Het gaat volgens mij prima. Het is half elf. De heer Boer: Het zal wel een oprisping zijn dan van mezelf.

63

De voorzitter: Volgens mij is de heer Boer van de VVD – voor de luisteraars thuis – gewoon een beetje chagrijnig. Maar het College … De heer Boer: Nou, ik ben niet chagrijnig. Ik heb een oprisping. De voorzitter: Oh nou ja. Het College doet zijn uiterste best om zo snel mogelijk dit laatste ding af te ronden. Wethouder Berkhout: Het is duidelijk dat de VVD een beetje schrikt van de successen van deze coalitie. Dat snap ik, helemaal als het om deursmijt gaat, want ergens zit er een partij in Den Haag die daar niet zo veel mee bezig is. De voorzitter: Interruptie. Wethouder Berkhout: Maar kunt u nog even de aandacht vasthouden? Want we gaan nog even door met de successen. De voorzitter: Maar hij krijgt even een terug dinges van de heer Rutten. De heer Rutten: Nou, ik wil daar graag even reageren. De VVD schrikt niet van deze coalitie. De VVD schrikt van deze makke vertoning. Dat we hier gewoon de hele avond zitten. We hebben de eerste termijn, en het College leest gewoon wat voorgekookte warme maaltijden op. We zitten er allemaal bij. We kijken ernaar en we luisteren ernaar. We gaan donderdagavond verder. Daar komt de irritatie vandaan. Daar geef ik de heer Boer van harte gelijk in. Wethouder Berkhout: Ik neem aan dat dat dan voor eigen rekening is, want wij zijn te gast bij de raad en het is aan u om onze vragen te stellen. ‘…’ (buiten microfoon).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12289291/1