CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

10-06 Transcript commissie Bestuur 6 oktober 2022

commissie Bestuur 6 oktober 2022, gemeente Haarlem34.628 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Het is zien jullie het belang van structurele opvangplekken en erkennen jullie hoe tijdelijke opvang bijdraagt aan de asielcrisis? Welke stappen zijn jullie bereid hierin te zetten en als de verschillende locaties blijven, willen jullie er dan voor zorgen dat vluchtelingen een vast contactpersoon krijgen in plaats van om de paar weken allemaal andere medewerkers om zich heen? Dat was hem. De voorzitter: Dank u wel mevrouw Ermakov. U bent helemaal keurig binnen de tijd gebleven en u heeft drie vragen ook gesteld, dus ik wil even nu aan de commissie vragen of zij hierop wil reageren, of zij vragen heeft voor deze inspreker. De heer Van Kessel, VVD. De heer Van Kessel: Ja dank u wel voorzitter. Sorry, ik praat even in de microfoon, maar ik wil je eigenlijk aankijken, maar … Mevrouw Ermakov: Nee is goed. De heer Van Kessel: Dan kunnen ze het thuis ook verstaan. Dank voor het inspreken. Het verhaal over, jouw verhaal gaat vooral over de opvang en daar, nou dat staat ook in de brief die we vandaag op de agenda hadden staan, daar is de gemeente goed op weg, alleen de hele asielcrisis bevat ook zal ik maar zeggen nog zaken zoals de instroom van vluchtelingen en de doorstroom van vluchtelingen vanuit de opvang naar woningen en dat zijn ook twee bottlenecks waar wat kan gebeuren. Heeft u daar ook een opvatting over wat daar zou kunnen gebeuren? Mevrouw Ermakov: Ja hele goede vraag.

De uitstroom van statushouders, die gebeurt dus door genoeg sociale huurwoningen en jouw partij verantwoordelijk voor de sloop van de sociale huursector, dus ik, nou ja daar zijn wel dingen in te vinden en wat jij noemt van de instroom beperken, dat is een soort van de illusie dat pull factors zoals een verzorgingsstaat sterker werken dan het feit dat mensen in een oorlogssituatie leven en dat hele zeg maar beleid is ingesteld afgelopen jaren op het afbreken van zeg maar een niet … wacht. Niet op het maken van een soort van gestroomlijnde manier om die asielprocedures te verwerken, maar op het juist de asielzoekers zo moeilijk mogelijk maken met het idee dat ze dan misschien lekker in een land waar het gevaarlijk voor ze is of waar ze gediscrimineerd worden blijven. Dat is gewoon geen enkel onderzoek heeft dat uitgeduid dus. De voorzitter: Dank u wel. En dan nog mevrouw Cimen. Mevrouw Cimen: Ja top, dank je wel. Ja dank je wel voor het inspreken. Ik denk dat je terecht een prangende discussie aankaart in deze commissie, dus dank daarvoor. Kijk ik ben het deels met je eens hè, dat

38

harmonicamodel van het opschalen van de IND en het afschalen en dergelijke, daar zit ook een hele hoop landelijke problematiek achter, dus in dat opzicht, ik herken wat je zegt en tegelijkertijd is het ook een beetje lastig om vanuit de gemeenteraad daar op te sturen natuurlijk. Ja en wat betreft nou ja het opvangen van statushouders, ja die moeten wij natuurlijk nu gewoon huisvesten naar echte woningen en niet per se opvangplekken ja en wat betreft je vragen aan ons van wat vind je van permanente opvangplekken. Ja ik vind dat wel lastig. In die zin, hoeveel moet je er dan hebben, wat is dan je basispakket zeg maar voor in deze stad, dus dat is op zich wel een goede discussie om met elkaar hier te hebben, alleen ja de ene keer vang je vijfhonderd mensen op en de andere keer maar honderd, dus het is best complex, maar ik hoor in ieder geval je enthousiasme over het onderwerp en terecht ook, dus dank je wel daarvoor in ieder geval. De voorzitter: Dank u wel. De heer Linder van de ChristenUnie. De heer Linder: Dank u wel … De voorzitter: Mag ik even één. De heer Linder: Dank u wel voor het inspreken. De voorzitter: Sorry, mag ik even één ding zeggen, gewoon even over hoe we elkaar spreken, dat is over het algemeen met u, dus misschien kunt u elkaar met u aanspraken, ja? Dank u wel. De heer Linder: Dank u wel voor het inspreken en vooral over dit heel belangrijke onderwerp.

Ik was even benieuwd van wat, hoeveel locaties had u op ogen en over wat voor aantallen had u daar voor Haarlem in gedachten van opvangplekken en heeft u inderdaad ideeën van, want er zullen eens zullen er meer zijn, dan zal er iets minder zijn, hoe men daar dan zou kunnen zorgen dat toch die ruimte dan efficiënt gebruikt wordt, gezien we hier veel tekort hebben aan ruimte? Mevrouw Ermakov: Ja er zijn heel veel mensen die veel slimmer zijn dan ik, die hier ook veel meer mee bezig zijn, waar wel het idee van een soort van basiscapaciteit, dat kan heel veel vormen aannemen toch? Want er zijn altijd wel mensen die opgevangen moeten worden en Haarlem heeft nu alleen maar tijdelijk opvangplekken. Sommigen wel voor meerdere jaren, maar dat kan, ja zeg maar, je kan daar alsnog een soort van echt iets mee doen en dat er dan soms meer zijn of soms iets minder, nou ja dat kan, dat is een soort van jullie werk om te onderzoeken denk ik. Uw dan. De voorzitter: Heel goed, dank u wel. Nog anderen die vragen hebben aan onze inspreker? Nee. Dan wil ik het onderwerp hiermee afronden en dan wil ik u heel hartelijk danken voor de moeite die u genomen heeft om hier te komen inspreken. Dank u wel.

En dan gaan we naar onze volgende inspreker en dat is de heer Pos, voorzitter van de Wijkraad De Krim, hebben we hier eerder ook al gezien en toen hebben ook afgesproken geen namen te noemen, maar in het algemeen te spreken, maar ik neem aan dat u dat ter harte heeft genomen. En dan gaan, als we de spreektijd kunnen instellen, dan heeft u ook weer drie minuten en kunnen daarna vragen gesteld worden en dan geef ik u nu het woord. U kunt inschakelen. De heer Pos: Geachte voorzitter en leden van de commissie Bestuur. Deze week sprak de burgemeester zijn mening uit richting onze burgers in het radioprogramma Spraakmakers. Het kwam neer op ik ben ongerust over het grote aantal Woo-verzoeken. Ik ben een lastige inspreker. U kent mij. Die steeds meer Wooverzoeken in gaat dienen. Niet voor de lol, voorzitter, maar om deze mooie stad leefbaarder en duurzamer te maken en te weerhouden van onbezonnen en ook foutieve, vaak op foutieve informatie gebaseerde stukken

39

die de gemeente aanreikt, als onbetrouwbare basis voor beleid. Afgelopen maand sprak ik in in deze commissie naar aanleiding van een Woo-verzoek over de verkeerd vastgestelde bebouwde komgrens in onze wijk, of dus eigenlijk van de gemeente Haarlem. U zult blij zijn met kundige en betrokken burgers, die de vinger op de zere plek durven te leggen. Dit is aan u, commissie, de wethouder te verzoeken het betreffende raadsstuk te actualiseren. Vandaag vraag ik uw aandacht voor de doorfietsroute over de Lodewijk van Deyssellaan. Een provinciaal, gedateerd plan waar de gemeente aan blijft hangen. Waarom, vragen wij ons af. Alleen omdat er vanwege het woord doorfietsroute een ruime, provinciale subsidie aan is te tikken. Uw commissie gaat ook over de gemeentefinanciën. Sinds de start van het project, zo’n vijf jaar geleden, heeft het de belastingbetaler veel geld gekost en staat zelfs de participatie nog in de kinderschoenen. Dit project levert ons bewoners niets op dan onveiligheid. Het gaat om veel belastinggeld, ondanks mogelijk subsidies. We verzoeken u de verantwoordelijke wethouders, en het zijn er meer dan één, te vragen om een tussentijdse evaluatie en daaraan gekoppeld de vraag of de doelen nog gehaald kunnen worden. Mocht je dat van plan zijn, dan horen we dat graag en heeft u onze volledige steun.

Mochten zulke signalen ons niet bereiken, dan zijn we genoodzaakt en uitgebreide Woo, W, O, O, procedure te starten. Nogmaals, niet voor onze lol, maar in het belang van de burgers van Haarlem. Dank u voor de geboden inspreektijd en ik sta open voor de vragen. De voorzitter: Dank u wel. U bent ook keurig binnen de tijd gebleven volgens mij en nou ik wel even de commissieleden vragen of zij vragen hebben aan onze inspreker? Ik zie geen handen met vragen. Dan denk ik dat we u gaan bedanken voor uw inspreekbijdrage. Het is ter harte genomen en er is naar geluisterd. Ja? De heer Pos: Ik dank u wel. De voorzitter: Oké dank u wel. Goed. Het is nu tien voor half negen en we gaan vlot door de agenda. We kunnen koffiepauze eventjes nemen of we kunnen gelijk doorgaan. Ik kijk even. Ja? Wat zegt u? Nog één agendapunt. Nou dan gaan we gewoon … ik stel het, ik leg het even aan u voor. 13. Evaluatie pilot korte wapenstok (JW). 13a. Pilot korte wapenstok, evaluatie. De voorzitter: We gaan even verder met agendapunt dertien is dat dan. Even kijken hoor. De evaluatie van de korte wapenstok, pilot korte wapenstok. De pilot korte wapenstok is geëvalueerd. Er is veel discussie geweest over deelname. Uiteindelijk is Haarlem een controlegemeente geweest in de pilot en heeft Zandvoort deelgenomen.

Ook Haarlem zou een aanvraag kunnen doen indien, kunnen indienen om boa’s uit te rusten met een korte wapenstok. Waarom bespreken we dit. Het stuk is geagendeerd op verzoek van het CDA. Als doel van de bespreking heeft het CDA aangegeven zich te willen, zicht te willen krijgen op dan wel het bespreken van de voor- en nadelen van het gebruik van de korte wapenstok om daarna te bepalen of we een aanvraag willen doen voor het gebruik. Ik geef het woord aan de heer Klaver, die het heeft voorgesteld. De heer Klaver: Ja dank u wel voorzitter voor de inleiding. Er is destijds inderdaad gewikt en gewogen moeten wij meedoen aan die pilot. Uiteindelijk is daarvan af gezien. Er ligt nu een uitgebreid rapport met een evaluatie en ik vond het meer dan de moeite waard om met elkaar daarover van gedachten te wisselen om te kijken hoe nu verder, dus ik heb dat ook geagendeerd op moment dat ik daar nog niet een heel uitgesproken standpunt over heb en er ook helemaal niet geharnast, past denk ik goed in deze, geharnast in zit en dat geldt denk ik ook van onze fractie, maar als ik nu naar het evaluatierapport, als ik dat lees, dan zie ik daar wel wat zaken die wat mij betreft van belang zijn. Ik zie dat de boa’s positief zijn over de wapenstok. Zij voelen zich veiliger. De boa’s zijn zelfverzekerder in hun optreden en de boa’s zijn terughoudend in het gebruik in de pilot en zijn

40

gericht op de-escalatie en conflictbeheersing. Terughoudend en passend gebruik van de korte wapenstok door boa’s is uiteraard een voorwaarde. De pilot laat zien dat dit mogelijk is. De pilot laat ook zien dat het goed is om een korte wapenstok te combineren met een bodycam. In een samenleving die verhard moeten we onze handhavers goed op pad sturen. Dat zijn we aan hun verplicht. Zij moeten zich voldoende veilig voelen. De korte wapenstok draagt daaraan bij. Het CDA staat dus niet afwijzend tegenover de inzet van de korte wapenstok. Ik formuleer het voorzichtig. De pilot laat ook zien dat invoering uiterst zorgvuldig moet plaatsvinden. Bij invoering moeten de lessen vanuit de pilot natuurlijk ter harte worden genomen. De andere fracties vraag ik hoe zij aankijken tegen de uitkomsten van de evaluatie. Ook aan de burgemeester stel ik die vraag. Verder stel ik de vraag aan de burgemeester of het werkbaar is dat dezelfde boa’s in Zandvoort de korte wapenstok wel dragen en in Haarlem niet. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk even rond wie er wil reageren. Als eerst de heer Trompetter. De heer Trompetter: Dank u wel. Dank u wel ook voor het agenderen. Wij hebben het uitgebreid hebben we het hierover gehad. Dat kon dat u hier nog niet was.

Het is een overweldigende raadsmeerderheid tegen de inzet van de korte wapenstok, ook omdat er geen geweldsmonopolie is en die ook tegen de persoon gebruikt kan worden. In de evaluatie staat dat niet is vast te stellen of er minder incidenten zijn geweest door het dragen van een wapenstok. Er staat ook in dat de opleiding voor die mensen om het te gebruiken wel nog best wel wat voeten in aarde zou hebben. Het is werkbaar, want het bleek werkbaar te zijn om Zandvoort wel te doen en hier niet te doen. Het verbaast me dat u dat nu voorstelt, omdat het al een genomen raadsbesluit is. Misschien omdat u denkt omdat de samenstelling van de raad veranderd is dat dan daardoor misschien een andere stemverhouding zou zijn, maar wat beoogt u precies en wat is het probleem dan eigenlijk, althans wij zien hier dat probleem dus niet en wat wij dus wel zien en dat was ook de kop van het artikel toen we het erover hebben gehad, de boa’s hebben geen geweldsmonopolie. Deze boa’s niet. Je hebt heel veel verschillende soorten boa’s. Deze boa’s hebben dat niet, die hebben dat geweldsmonopolie niet en dan is de vraag hoe je dan aankijkt tegen mogelijke schade die aan burgers toebrengt en wat dat dan voor de gemeente betekent. Tot zover even. De voorzitter: Dank u wel. De heer Alberts. De heer Kuin: Mag ik reageren, want er wordt iets … De voorzitter: Interruptie van de heer Kuin, SP.

De heer Kuin: Volgens mij is het onjuist dat boa’s geen geweldsmonopolie hebben en je bedoelt denk ik te zeggen dat het geweldsmonopolie bij de politie ligt. Ook dat is onjuist. Het geweldsmonopolie ligt bij de overheid en die heeft het toebedeeld aan de politie, aan defensie, ook aan de boa’s. Kijk de beleidsregels boa’s erop na. Daar is al de mogelijkheid om boa’s middelen toe te kennen, dus dat monopolie is helemaal geen discussie, die is allang beslecht. Ik vind het goed dat, dan ga ik even door, dat het op de agenda is gezet, omdat … De voorzitter: Nou ja, als ik u even mag onderbreken, want het is een interruptie en misschien kunt u dat straks in uw termijn noemen, ja? De heer Kuin: Nou ik wou je corrigeren. De voorzitter: Oké.

41

De heer Trompetter: Even op reageren. Korte reactie. Ik ben het niet met u eens, omdat het, het is nergens vastgelegd en geregeld. Je hebt 48 soorten boa’s in Nederland en deze boa’s die wij hier hebben, de handhaving zeg maar van de ‘…’ hebben niet de geweldsmonopolie, hebben dezelfde rechten als wij allemaal als burger, maar daar kunnen wij over van mening verschillen. Anders moet u mij mailen waar het staat. De heer Kuin: Het gaat niet om van mening verschillen, het is gewoon onjuist. De heer Trompetter: ‘…’ waar het staat. (Buiten de microfoon) De heer Kuin: Nee maar als je het argument gebruikt dat het geweldsmonopolie niet bij de boa’s ligt, dat is onjuist. Dat is echt onjuist. Nee maar dat is wel belangrijk in de discussie die ik goed ken. De voorzitter: Oké. U gaat straks verder in uw nieuwe termijn. Ik geef het woord aan de heer Alberts. De heer Alberts: Dank u wel voorzitter. Graag ga ik in op de vraag van het CDA in de agendering. In een andere vergadering werd mijn inbreng als wat wollig ervaren en niet op Haarlem afgestemd, dus laat ik gelijk even de structuur van mijn inbreng verduidelijken voor u allen. Ik zal eerst wat zeggen over de aanleiding van deze pilot en de evaluatie die gewoon op pagina zes onder de conclusie staat.

Ik geef daar een zo kort mogelijke algemene politieke duiding over, waarin wij ons standpunt ten aanzien van dit plan volstrekt helder maken en vervolgens ga ik in op twee technische aspecten in het stuk en zal van daaruit vragen stellen aan de burgemeester. Allereerst op pagina zes staat in de conclusie de aanleiding die de gemeentes hebben gegeven om boa’s mogelijk te gaan bewapenen met een korte wapenstok als volgt beschreven, ik ga ze even snel langs met een korte duiding van onze zijde en met één vraag alvast aan de burgemeester. Allereerste de verharding van de samenleving. Voorzitter, wij vinden het woord verharding niet gepast. Dit is een symptoom van een dieper probleem. Er is een destabilisering van de samenleving gaande volgens ons. Dit is economisch, wetenschappelijk in alle literatuur van onder andere de Lorenzcurve en het Gini-coëfficiënt met een gevolg van diens verschillen en trends te verklaren. Dat het politiek beleid hier debet aan is, is evident. Dat mensen vervolgens verharden is zeker niet wenselijk, maar wel te verklaren. Wij vinden die verklaring als uitgangspunt nemen om een veiliger land te verkrijgen ook voor de boa’s een gepastere houding. Vervolgens de veranderingen in het takenpakket van de boa’s.

Dit is onzes inziens een verscholen manier om te duiden … Burgemeester Wienen: Even, even, want u zei dat er ook een vraag was bij dit punt? De heer Alberts: Ja nee bij … Burgemeester Wienen: Oh die komt later. De heer Alberts: Van deze … Burgemeester Wienen: Komt later, oké. De voorzitter: De heer Alberts. De heer Alberts: Geen zorgen, ik zal ik me … De voorzitter: U gaat uw vragen duidelijk stellen. Gaat u verder.

42

De heer Alberts: Vervolgens, de veranderingen in het takenpakket van boa’s. Dit is onzes inziens een verscholen manier om te duiden dat er te veel op het politieapparaat is bezuinigd ten opzichte van de zojuist benoemde situatie in de samenleving, waardoor minder gekwalificeerde mensen nu steeds meer het werk moeten gaan proberen te doen van volwaardige agenten. Dit vinden wij ook zeker een slechte ontwikkeling waar wij graag ander beleid zien. Ten derde, specifieke lokale problematiek. Ik hoor graag van de burgemeester hoe hij dit duidt namens de gemeente Haarlem. Dit zal straks een van mijn vragen zijn. Hier kom ik op terug. Als vierde handhaving coronamaatregelen. Ja, wij begrijpen niet helemaal waarom de maatregelen op veel verzet stuiten. De maatregelen waren juridisch solide en de A-status van corona op basis waarvan grondrechten geschonden kunnen worden lijkt ons zeer goed uitlegbaar, dus goed dat boa’s hier beter door kunnen handhaven met dit plan. De vijfde aanleiding, lange aanrijtijden van de politie bij incidenten. Dit sluit ons betreft naadloos aan op het beleidsprobleem dat ik zojuist benoemde bij de veranderingen in het takenpakket van boa’s, want dit is daar natuurlijk een direct gevolg uit. Dan nu onze technisch opmerkingen en vragen.

Op bladzijde 24 bij boa in domein wordt er ook bij de bevoegdheid van boa’s gesproken over tot slot mag er geen sprake zijn van een te verwachten gevaarlijke of gewelddadige setting. Mijn vraag aan de burgemeester, indien dit het domein is waarbinnen boa’s opereren, kunt u mij uitleggen waarom een wapenstok in die situaties nodig zijn? Bij niet meewerken, wat dus feitelijk een te verwachten gevaarlijke of geweldige setting wordt, moet er dan toch sowieso een agent bij worden gehaald? Verder staat ook op bladzijde 24 bij boa in domein het volgende, om tot heldere taakverdeling en inhoudelijke samenwerking te komen, geldt het leefbaarheidscriterium om het werkgebied waar boa’s op handhaven te onderscheiden. Op grond hiervan richt de boa zich dus op handhaving van zaken die de leefbaarheid aantasten. Nou mijn volgende vraag aan de burgemeester, kunt u hier concrete situaties van geven waarbij dus dergelijke gevallen voorkomen dat zo’n wapenstok nodig zou zijn? Ja. En dus tot slot, welke specifieke lokale problemen in de gemeente Haarlem geeft ons de overweging om boa’s te gaan voorzien, mogelijk, van deze korte wapenstokken? Dank u wel voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. De vragen zijn helder hoop ik. Dan krijgen we de heer Kuin van de ... sorry. Mevrouw Cimen. Commissiegriffier Van der Mede: Was het niet een interruptie? De voorzitter: Nee? Oh, oké. De heer Kuin, SP.

De heer Kuin: Maakt me niet uit. Dank en goed dat het op de agenda is gezet. Er zijn denk ik twee aanleiding voor. Dat is de evaluatie en de tweede aanleiding is waar ik aandacht voor zou willen vragen is de wijziging in de beleidsregels voor de boa’s 1 juli 2022 en ik zou ook dit debat wat willen loskoppelen van die ideologieën die hier vaak bij komen, ben je voor geweld of ben je voor minder geweld. Het is heel simpel, tot 1 juli was … De heer Trompetter: Voorzitter. De voorzitter: De heer Trompetter. De heer Trompetter: Mijnheer Kuin, kunt u uitleggen wat u bedoelt met als u geweld een ideologie noemt? De voorzitter: Even uit. De heer Kuin: Het is misschien niet het goede woord. Ik zou het los willen koppelen van de politieke ideologieën of waar politieke partij staan. Het is vaak een beetje links/rechts-tegenstelling. Links is traditioneel

43

wat tegen geweld, rechts is wat meer van law and order. Ik zie dat in alle gemeenten die discussies. Wat ik zou willen benadrukken en dat is de wijziging in de beleidsregels die over boa’s gaan. Tot 1 juli gold de regel dat er sprake moest zijn van een toename van fysiek geweld, dus er was geen geweldsmonopolie bij de politie. Ook bij boa’s, die konden worden uitgerust met geweldsmiddelen, maar daar moest sprake zijn van een toename van fysiek geweld. Dat is een belangrijk criterium en in mijn woorden, en boa moest eerst op zijn bek geslagen worden, voordat je in aanmerking kwam voor een middel om jezelf te verdedigen, om je werk fatsoenlijk te doen. De wijziging die heeft plaatsgevonden op 1 juli is dat het criterium dat je … De voorzitter: U heeft een interruptie van de heer Van den Doel. De heer Van den Doel: Ja u zegt eerst op zijn bek geslagen moet worden voordat hij verdedigingsmiddelen krijgt. Dat is natuurlijk een fuik waar je in zwemt, want dan eindigt de boa met pistolen en geweren, want er is elke keer weer een verhaal dat omhoog gaat. Ik zou het graag willen terugbrengen naar de korte wapenstok en wat die doet en wat die niet doet en wat het rapport erover zegt en dat zou ik graag van u horen.

U bent als voorzitter van de boa’s natuurlijk zeer betrokken en dat is heel fijn, want u informeert ons ook, maar laten we het wel houden bij wat het is, dat is de korte wapenstok en wat die voor rol speelt of niet voor de boa’s, voor de maatschappij en voor de visie die we politiek hierop hebben. De voorzitter: De heer Kuin. De heer Kuin: Ja dank u wel. Ik ben aan het toelichten wat de aanleiding is om het opnieuw te bezien. Per 1 juli heeft er een wijziging plaatsgevonden, dat heeft niks met vuurwapens te maken of wat dan ook. Het was een belangrijk criterium dat er sprake moest zijn van een toename van fysiek geweld en dat criterium is vervallen en de criteria die overblijven, A tot en met C en dat … De voorzitter: Mijnheer Kuin, u heeft een interruptie van de heer Abbasi. De heer Abbasi: Ja dank u wel voorzitter. Ja het klopt volgens mij wat u zegt. Het klopt namelijk dat boa’s ook bevoegd zijn om geweld te gebruiken, maar staat dat voor u dan gelijk aan het dragen van een wapen? De voorzitter: De heer Kuin. De heer Kuin: Nee ik wil het graag afmaken. Ik vind het van belang dat je kijkt naar wat de taken zijn en dat bedoel ik met laten we het minder politiek bekijken. De beleidsregels, eigenlijk de enige wetgeving die er is voor boa’s, die zeggen wat zijn de taken, stap één. Wat zijn de risico’s die mensen lopen bij die taak en stap drie is zijn die risico’s te beperken.

Als een boa de taak heeft om alleen toezicht te houden op wat er in de stad gebeurt en op afstand kan blijven en de politie inschakelt als hij iets ziet wat misgaat, hoeft hij van mij geen wapen te hebben, maar als wij van de boa’s, van onze mensen, verwachten dat ze handhaven, staat groot op hun rug, dus de burger verwacht het ook, dan verwachten we dat ze optreden, dat ze mensen aanspreken, mensen corrigeren, mensen verbaliseren en mensen soms oppakken. Dan is het naïef vind ik om te denken dat dat kan alleen met je mond en met je handen en de handboeien die ze hebben en het is dan nog verleidelijk ook om met handboeien te gaan slaan waar ze niet voor zijn gebruikt, maar mijn punt is, de criteria die er nu zijn die gelden vanaf 1 juli. Die houden in dat wij moeten kijken en ik vind dat we dat opnieuw moeten bezien, wat voor taken geven we onze boa’s, welke risico’s lopen ze daarbij en die risico-inschatting, wordt dat met de politie gedeeld, moeten we inventariseren en nog belangrijker, zijn die te beperken en bij het oordeel of die te beperken zijn moet je ook kijken naar de tijdslimieten die daarbij gelden. De risico’s zijn natuurlijk te beperken als de politie back-up geeft, maar als die back-up minimaal vijf minuten duurt en dat is het heel vaak, dat is al

44

snel, ja in één minuut kun je helemaal in elkaar geslagen zijn, dus dat moeten we daar overwegen en volgens mij maken we het daarmee minder politiek-ideologisch en is het gewoon ja, ook dat je werknemers die je bepaalde klussen laat doen op een goede manier uitrust om dat werk te kunnen doen, dus mijn pleidooi is, laten we daar wat zakelijker naar kijken, welke taken geef je ze mee, welke risico’s zijn er bij en zijn die te beperken en ik zou het college en de burgemeester willen vragen om die drie stappen te doorlopen en ons daarover informeren en dat we aan de hand van die inventarisatie tot een nieuwe discussie komen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u. Dan de heer … De heer Abbasi: Ja dank u wel voorzitter. Op zich een helder verhaal, maar toch ben ik benieuwd waar u dan de grens trekt, want je hebt bijvoorbeeld ook een buschauffeur die als er geweld plaatsvindt in de bus daar ook moet optreden.

Moeten we die dan ook volgens u dan een wapenstok geven? Waar ligt voor u dan de grens? De heer Kuin: Mijn grens ligt bij de taak die we ze geven en een buschauffeur heeft volgens mij niet de taak om te handhaven, die heeft de taak om de bus van A naar B te brengen en bijvoorbeeld iemand die boa is maar slechts de rol heeft om toezicht te houden en in verschillende steden is dat het geval, hoeven ze van mij niet bewapend te worden en de grens ligt in principe, ja dat kan wapenstok zijn, het kan pepperspray zijn, dat is misschien soms wel geschikter, maar dat is wat denk ik genoeg is om je de eerste minuten te redden tot er back-up is. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Cimen en dat is uw termijn denk ik? Mevrouw Cimen: Zeker. De voorzitter: Ja. Mevrouw Cimen: Ja dank u wel voorzitter.

Ik vind het een lastig vraagstuk, want ik zie de verharding in de samenleving, excuus voor het woord, maar ik houd toch verharding aan, bijvoorbeeld ook de problemen die boa’s hebben gehad bij de handhaving van de coronamaatregelen, bij handhaving van horecamaatregelen, bij handhaving bij hangjongeren, maar ik zie ook de personeelstekorten bij de politie, ook de komende jaren nog zullen die er zijn en de langere aanrijtijden van de politie, collega Kuin die verwijst daar ook naar en we zien daardoor ook een aanpassing van dat takenpakket van boa’s in verschillende steden en het duurt in sommige gevallen veel langer voordat de politie er is, maar de boa’s die zijn er al wel, dus wat is dan wijsheid. Voorzitter, D66 zit op de lijn we hebben de politie om politietaken uit te voeren en we moeten niet een nieuwe gemeentepolitie gaan creëren door het almaar beter uitrusten van boa’s.

Tegelijkertijd wil ik boa’s niet met gevaar voor eigen leven of voor eigen veiligheid, excuus, de straat op sturen en de evaluatie van de pilot in de tien gemeenten is op zichzelf positief, maar ik zie ook in de evaluatie dat taken waar boa’s voor worden ingezet verschillen in gemeentes, de problematiek in gemeentes anders is en dat het handhavingsarrangement ook verschild, dat wil zeggen de afspraken en het samenspel tussen boa’s en politie en ik heb daardoor ook een paar vragen aan de burgemeester naar aanleiding van die evaluatie. Ik ben ook wel benieuwd naar de waardering van de burgemeester zelf wat betreft de evaluatie en kan de burgemeester daarbij ook ingaan, het is ook gevraagd door collega Klaver, op het verzoek van zijn collega in Zandvoort om de boa’s in Zandvoort wel uit te rusten met een korte wapenstok. Hoe ziet de burgemeester dat voor zich aangezien wij een ambtenarenapparaat en dus ook onze boa’s delen? En ik zou de burgemeester eigenlijk willen vragen om deze commissie meer duidelijkheid te geven over het handhavingsarrangement in Haarlem

45

middels een brief, een technische sessie, een werkbezoek, you name it, want ik zit nu eigenlijk naar aanleiding van deze evaluatie gewoon met vragen als hoe is die samenwerking tussen die boa’s en die politie? Zetten wij onze boa’s in voor taken die het dragen van een korte wapenstok rechtvaardigen, eigenlijk ook waar de heer Kuin aan refereert of zetten wij onze boa’s dan juist niet in op die bepaalde problematiek in de stad? Ik wil graag meer duiding bij de Haarlemse situatie. En tot slot, voorzitter, zie ik dat de boa’s in Amsterdam bijvoorbeeld expliciet erom vragen om hen uit te rusten met een korte wapenstok voor hun eigen gevoel van veiligheid en ook omdat er volgens de evaluatie een preventieve werking vanuit gaat op straat en ik ben dan ook wel benieuwd of de evaluatie is besproken met de eigen boa’s in Haarlem en wat de uitkomst … De voorzitter: Mevrouw Cimen. Mevrouw Cimen: Van dat gesprek is. Eén moment. De voorzitter: Ja. Mevrouw Cimen: Graag een toelichting van de burgemeester. Dank u wel. De voorzitter: Oké. U heeft een interruptie van de heer Alberts. De heer Alberts: Ik heb een vraag. Dat, ik denk dat wij het eens kunnen worden dat boa’s zich in situaties onveilig kunnen voelen.

Het verschil tussen hen en de op andere manier opgeleide agenten, is dat verschil in die zin op dat moment, als u me begrijpt, te overbruggen met een korte wapenstok bijvoorbeeld? Want is dat niet ook een … Een agent zit ook in die situatie en die is dan wel bewapend. Ligt de problematiek van het veilig voelen van handhavers volgens u niet iets complexer dan dit? Begrijpt u mijn vraag? Mevrouw Cimen: Ja ik denk dat ik de vraag begrijp. Kijk, politieagenten krijgen natuurlijk een hele andere training dan boa’s. Boa’s die voeren, die krijg uiteraard ook gewoon een training als ze met een wapenstok of iets anders worden uitgerust, dus dat wil ik ook toch nog maar heel even gezegd hebben. Kijk ik denk dat wij het eens zijn met elkaar dat er onderscheid tussen moet zijn, maar dan moet je wel goed gaan kijken voor nou ja, problematiek in de stad waar je dan de agenten gewoon op blijft afsturen en waar je dan de boa’s op afstuurt en dat zit dan ook in dat, nou ja het samenspel tussen politie en de boa’s, maar ook gewoon een hele duidelijke keuze in deze stad van we zetten ze alleen maar in op bepaalde taken en niet zozeer op het handhaven van uit de hand lopende situaties in de horeca bijvoorbeeld, ik zeg maar wat. De voorzitter: Nog een interpretatie. Interpretatie, interruptie van de heer Alberts.

De heer Alberts: Ja dan toch nog een opvolgende vraag die iets meer aan de oppervlakte is. Wij zijn het eens dat er een andere bevoegdheid dan dus moet blijven desondanks voor de handhavers. Hebben zij dan ook niet de mogelijkheid om in te schatten wanneer zij in een onveilige situatie komen om uit de situatie te blijven, totdat de politie er is? De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Cimen. Mevrouw Cimen: In veel gevallen zal hun training hen daarbij helpen. Tegelijkertijd, ik werk in het dagelijks leven ook bij Justitie en Veiligheid, ik kom ook best veel in aanraking met agenten en ook met boa’s. Ik weet niet of je je heel snel kunt terugtrekken uit een situatie als je wordt belaagd door mensen op straat, dus om dat soort situaties kan het ook gewoon gaan.

46

De voorzitter: Interruptie van de heer Klaver. De heer Klaver: Ja ik ben wel benieuwd wat u vindt van het betoog van de heer Kuin en dan met name het punt van ja als we de boa’s een handhavende taak geven dan moeten we ze ook uitrusten op een manier die daarbij past en dat er voldoende tijd is voor de back-up. Hoe kijkt u daar tegenaan? Mevrouw Cimen: Nou wat ik ook in mijn betoog zei, kijk ik kan die lijn volgen en ik leg hem ook neer in mijn eigen betoog, maar ik mis eigenlijk wat er nu in Haarlem concreet is afgesproken. Dat is mij ook niet gebleken uit de evaluatie. Dat is ook gebruikelijk, want wij delen niet mee aan de pilot natuurlijk. Wij waren alleen controlegemeente, dus ik heb nou ja toch daarom ook dat verzoek bij de burgemeester neergelegd, kunnen we het hier alsjeblieft wat uitgebreider met elkaar over hebben. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Trompetter, u heeft geen tijd meer. De heer Trompetter: Helemaal niks meer? De voorzitter: Nee. De heer Linder. Mevrouw Cimen: Nee, nee ik ben klaar. De voorzitter: Oké. De heer Linder: Nou ja ik ben het er helemaal mee eens dat het gewoon een heel moeilijke kwestie is. Aan de een kant kan ik me heel goed voorstellen wat u hier graag wil verdedigen.

Aan de andere kant weten we ook waar wapens aanwezig zijn, wordt gevochten en ik denk dat, ook mijn gevoel is daar ook bij dat we eigenlijk een probleem zitten oplossen wat ergens anders speelt, namelijk dat we gewoon te weinig politie hebben en omdat we te weinig hebben willen we dan moeten op een gegeven moment handhavers op plekken komen waar ze eigenlijk niet horen te zijn of moeten ze lang wachten tot een back-up komt waar dan het onveilige gevoel ontstaat van ja toch maar gewoon de wapenstok erbij te hebben. Erbij is ook nog dat, politie heeft natuurlijk sowieso een heel andere training die zij volgen plus ook dat er nu al ook bekend is, de politie soms tegen zijn grenzen aan komt omdat de belagers vaak zelfs vechttechnieken hebben waar zelfs de politie het moeilijk heeft. De voorzitter: Interruptie van de heer Kuin. Sorry, ik zat even naar de spreektijd te kijken. De heer Kuin: Nou ik weet niet of ik er vraag van moet maken of ik het gewoon … Ik hoor een paar keer dat er een enorm verschil is tussen de opleiding van politie en boa. Waar baseert u dat op? En kunt u iets vertellen over de opleiding van boa’s? De heer Linder: Nou … De voorzitter: De heer Linder.

De heer Linder: In die zin neem ik aan, laten we zo zeggen, de politie die gaat naar de politieschool en krijgt daar een andere opleiding dan dat ‘ie de opleiding voor handhaving volgt bijvoorbeeld bij hier in het Nova college.

47

De heer Kuin: De politieacademie is twee jaar. Die was drie jaar. Is teruggebracht naar twee jaar. De politiesurveillant gaat anderhalf jaar, wordt opleiden en de boa’s gaan gemiddeld twee jaar naar school. De heer Linder: Het ene is een MBO drie opleiding, het ander een MBO vier, maar ik wil eigenlijk de discussie gewoon niet aan, dus bedankt voor de interruptie, maar ik denk dat dat, daar gaat het niet om, want ik denk gewoon als er op een gegeven moment als jij iemand een wapen geeft, dan is de kans ook veel groter, dus we zien ook dat wie een aanvallend wapen heeft en mijn vraag is dan waardoor dan ook uiteindelijk ook weer eerder wat makkelijker vechtpartijen uit kunnen ontstaan en ik denk dat onze handhavers dan gewoon eruit moeten blijven en dat we er, maar mijn vraag is voornamelijk, burgemeester hebben we dan de handhaving … De voorzitter: Mijnheer Linder, u heeft een interruptie van mevrouw Cimen. De heer Linder: Oh sorry, ik zag u niet. Mevrouw Cimen: Nee, maakt niet uit. Ja nog één vraag hoor voorzitter, dank u wel, want u zegt dus van er ontstaan dan direct onveiligere situaties door boa’s te bewapenen. Uit de pilot blijkt dat er juiste preventieve werking vanuit gaat. Hoe rijmt u dat met elkaar? De voorzitter: De heer Linder.

De heer Linder: Nou volgens mij heb ik dat niet gelezen op die manier in het … Het is meer dat diegene die dus, wat ik gelezen heb dus dat diegene … In het rapport staat dat diegene met een wapenstok dat die eerder bereid zijn om dus die situatie op te zoeken of langer te blijven dan diegenen die het niet hebben, maar goed, dat staat op pagina 84 of zoiets geloof ik, maar goed. Goed, dan in ieder geval wat er, dus de vraag eigenlijk aan de burgemeester is van hebben we de handhaving niet ook gewoon bij wijze van spreken pepperspray of iets dergelijks waar zij zich wel op een defensieve manier kunnen gaan verdedigen? Bij wijze van spreken zorgen dat ze in ieder geval wegkomen en volgens mij zijn er ook bodycams en zijn er ook mogelijkheden om ze te beschermen zonder dat het een aanvalswapen is wat weer agressie zelf ook weer kan oproepen en als een wapen moet gebruikt worden, zit dan de handhaver niet gewoon op de verkeerde plek op dat moment? De voorzitter: U heeft een interruptie van de heer Van Kessel, VVD. De heer Van Kessel: Ja dank u wel voorzitter. Ik wilde graag weten van de heer Linder of hij zelf wel eens de orde heeft gehandhaafd op straat? De voorzitter: De heer Linder. De heer Linder: Nee dat heb ik niet, gezien ik docent ben en niet handhaver, dus maar ik neem aan u dat wel waarschijnlijk.

De heer Van Kessel: Mijn tweede vraag is heeft hij dan wel eens iemand zoals een boa gesproken die dagelijks zal ik maar zeggen de orde aan het handhaven was op straat? De heer Linder: Nee. De voorzitter: De heer Van Kessel nogmaals.

48

De heer Van Kessel: Dan mijn laatste vraag afrondend, vindt u het een goed idee om voordat we beslissingen nemen over het wel of niet invoeren van een korte wapenstok dat we eens een keer met de commissie of met de gemeenteraad in gesprek gaan met die boa’s en met de politie om te praten over hun takenpakket en over wat zij dagelijks op straat meemaken, zodat we hun ervaringen kunnen meenemen bij onze politieke beslissing uiteraard om wel of niet zo’n wapenstok in te voeren? De heer Linder: Ben ik mee eens. Lijkt me een goed idee. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van den Doel. Termijn, ja? De heer Van den Doel: Dank u wel voorzitter. De voorzitter: Geen interruptie, maar uw termijn, heel duidelijk. De heer Van den Doel: Nee we gaan gewoon opnieuw een discussie aan in mijn termijn. Nee ons belang van GroenLinks is zijn de boa’s, om voor de boa’s zo’n goed mogelijke omgeving te creëren dat zij hun werk kunnen doen wat ze van ons opgedragen krijgen. Echter, wij vinden ook dat het geweldsmonopolie moet liggen bij zo min mogelijk partijen en we hebben de politie al als belangrijkste uitvoerder daarvan. Het rapport neigt voorzichtig naar positief. Het rapport geeft ook aan dat een aantal besluiten niet genomen kan worden op het aantal, hoe heet het, geweldsproblemen die er waren, dat het allemaal te dun en te zwak is, dus dat vind ik moeilijk om daar een conclusie uit te trekken.

Dat de boa’s het willen kan ik me echt voorstellen. Een wapen geeft ook een gevoel van veiligheid. De vraag is of dat daadwerkelijk ook zo uitwerkt in de praktijk en daar hebben wij nog vragen over en daar laat het rapport niet overduidelijk zien dat het zo is, dus er staat in het rapport dat met name de jonge, om het heel correct te citeren, de jonge boa’s de neiging de stap naar voren te nemen met een wapenstok meer hebben dan zonder wapenstok. Dat geeft aan dat als er wapens in het geding komt, dat ze daar in de opleiding zeker aandacht aan besteed zal moeten worden, dat het juridisch geborgd zal moeten worden, maar u heeft het allemaal gelezen in het rapport. Als GroenLinks zijn we altijd heel voorzichtig in het omgaan met het geweldsmonopolie. We vinden dat dat echt bij heel duidelijk bij een aantal partijen ligt. We zien ook dat de politie tekort komt e de vraag is hoe dat komt, maar om gelijk vol voor de boa en de korte wapenstok te gaan, dat gaat ons echt ver op basis van de gegevens uit dit rapport en ik denk dat D66 en de laatste opmerking van VVD ook onze vragen daarmee goed verwoord hebben, dus dat, ik dien die vragen mee in.

De voorzitter: Om en uw vraag is inderdaad om meer, eventueel een technische sessie om te ervaren wat de boa’s in het dagelijks leven meemaken en … De heer Van den Doel: Ja dat denk ik goed en ik denk dat dan onze reflectie daarop zal moeten zijn, willen we dat en als we dat willen wat hoort erbij en hoe kijken we aan tegen de middelen die ze daarvoor ter beschikking krijgen. Dat zou een goede volgorde zijn die de vraag vanuit de boa’s met name op dit moment natuurlijk goed kunnen beantwoorden en een goede politieke afweging kunnen maken daarover. De voorzitter: Ik had in het begin al een vinger gezien van de heer Zandwijken, maar ik weet niet of u nu uw termijn wilt. Ja? Dan geef ik u die. De heer Zandwijken: Partij voor de Dieren is niet voor het gebruik van een wapenstok door boa’s. Eventuele uitbreiding van de bevoegdheden is om verschillende redenen zorgelijk. Zo zijn boa’s geen politieagenten, agenten krijgen een intensieve opleiding en training voor het inzetten van geweldsmiddelen en we vinden ook

49

niet dat boa’s dezelfde taken moeten hebben als politie. Daarna zien we dat de politie regelmatig meer geweld inzet dan volgens de wet is toegestaan. Ook institutioneel racisme kan hier een rol spelen. Bij dit geweld kunnen ook mensenrechten van slachtoffers worden geschonden. Deelt de burgemeester de mening dat Haarlem een veilige gemeente moet zijn voor alle inwoners en dat het bewapenen van boa’s dit in gevaar brengen en hierdoor onwenselijk kan zijn? De voorzitter: Ik kijk even, is de vraag duidelijk burgemeester, van de Partij voor de Dieren? Fijn, ja. Oké. Dit was uw termijn of u heeft een interruptie? Nee? U bent klaar? Geen interrupties bij de Partij van de Dieren? Nee. Dan geef ik het woord aan mijnheer Abbasi van de PvdA. De heer Abbasi: Ja dank u wel voorzitter. Nou dit is natuurlijk een hele lastige discussie, omdat als je het rapport leest en ook zelf wat op onderzoek uitgaat, dan lees je dat de boa’s, maar ook de boa-bonden een groot voorstander zijn voor het bewapenen van boa’s met een korte wapenstok. Tegelijkertijd, ja is het heel, ja is het vanuit hier heel lastig te bepalen of dat een goed idee is of niet en zoals al eerder in deze zaal is besproken, de geweldsmonopolie ligt inderdaad niet alleen bij de politie, maar ook bij andere instanties en ik zie een interruptie. De voorzitter: U heeft een interruptie van de heer Amand.

De heer Amand: Dank u wel voorzitter. Trots had de vraag eigenlijk aan mijnheer Abbasi eigenlijk. Heeft u dat in Haarlem onderzocht wat u nu zegt of landelijk? De voorzitter: De heer Abbasi. De heer Abbasi: Nee ik heb een rapport gelezen en in het rapport staat dat boa’s graag bewapend willen worden … De heer Amand: Dat is mijn vraag niet … De heer Abbasi: En dat is niet … De heer Amand: Mijn vraag is heeft u het in Haarlem onderzocht? De heer Abbasi: En dat is niet voor Haarlem, want Haarlem heeft niet meegedaan en de andere rapporten die ik kan lezen, want die zijn gewoon openbaar, is vooral landelijke ja. Dus dat klopt. Maar als ik dan verder kan gaan. De geweldsmonopolie ligt inderdaad niet specifiek bij de politie, maar het is breder dan dat. Sterker nog, er zijn boa’s in Nederland en misschien kan mijnheer Kuin dat bevestigen, die vuurwapens mogen dragen, dat zijn volgens het boswachters en dat komt, tenminste ik weet niet of ik het helemaal goed zeg, maar dat zijn boa’s die in gebieden actief zijn waar er veel drugsafval wordt gedumpt.

Nou dan is het natuurlijk ook heel logisch dat die worden bewapend, want die maken bijna dagelijks zeer, zeer gevaarlijke situaties mee, maar ik zou inderdaad misschien de discussie hier in Haarlem meer willen hebben over de taken van de boa’s, want als we inderdaad verwachten van zij dat zij wat meer offensieve taken hebben, dan is het misschien logisch om daar over na te denken over een wapenstok, maar dat willen we, dat wil de PvdA niet. We moeten van de boa’s niet verwachten om politietaken op te nemen en het klopt dat we de afgelopen jaren door allerlei besluiten de politie anders is gaan werken, maar dan moeten we niet het probleem verschuiven naar de boa’s toe en bovendien denk ik dat ja, de willekeur die nu ook ontstaat, zoals bijvoorbeeld dat Zandvoort er wel voor gaat en wij niet en andere gemeenten wel weer en andere gemeenten niet, ja het maakt het ook allemaal niet

50

makkelijker, dus ik zou eigenlijk graag met de burgemeester van gedachten willen wisselen hoe nou de volgende stappen hierin worden genomen en wat hij hierover denkt en dan kom ik later terug op wat wij ervan vinden. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Amand. De heer Amand: Ja. De voorzitter: Uw termijn. De heer Amand: Kort termijn. Ik heb enkel maar een ding voor de burgemeester denk ik. Kijk die sessie is prima, die we moeten houden, dat we kunnen voelen en wat die mensen, die boa’s, zelf willen en dat lijkt ons ook wel. Ik heb boa’s en die kan ik heel goed, die zijn gestopt daarmee, want die zijn mishandeld in Haarlem in de Grote Houtstraat, dus ik bedoel, ik wil gewoon dat die, wij in contact treden met die boa’s hoe die in Haarlem het ervaren en dat wil ik eigenlijk weten. Dank u. De voorzitter: Oké dank u wel. De heer Van Kessel. De heer Van Kessel: Ja dank u wel voorzitter. Ja ik had mijn termijn eigenlijk bijna al in het interruptiedebatje met de ChristenUnie gevoerd. Ik dank in ieder geval het college voor het uitvoeren van de evaluatie of in ieder geval het sturen van de brief erover. Het geeft geen advies aan de gemeente over of we die wapenstok moeten invoeren, maar het geeft wel een aantal lessen voor het geval dat we het invoeren. Dat is hoe, zo heb ik het gelezen.

Ja en dan denk ik dat dat, wij als gemeenteraad extra zorgvuldig zijn ook gelet op het grote aantal vragen wat we hier stellen, is dat wij toch eerst een keer ons gaan verdiepen in dat takenpakket van die boa’s en de politie en hoe die zich tot elkaar verhouden, de samenwerking die ze hebben, de aanrijtijden van de politie, hoe snel zijn zij aanwezig als een boa problemen heeft en graag als wij inderdaad zo’n werkbezoek zouden kunnen doen, dan kunnen we op basis van die ervaringen die ze ook op straat hebben, kunnen we allemaal een politieke beslissing maken welke richting we wenselijk vinden omdat bijvoorbeeld of ze uit te rusten met zo’n korte wapenstok of bijvoorbeeld hun takenpakket aan te passen, zodat ze niet in dergelijke situaties terechtkomen, dus de open vragen in die zin aan de burgemeester is of hij een dergelijk werkbezoek voor ons zou kunnen regelen. Dank u wel voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dan kijk ik nog even rond of er anderen die nog spreektijd hebben. Nee. Dan geef ik het woord aan de burgemeester. Burgemeester Wienen: Dank u wel, ook voor de reacties inderdaad is de brief gestuurd omdat we eerder over dit onderwerp gesproken hebben en wij hebben niet meegedaan aan de evaluatie, maar waren wel referentiegemeenten.

Bovendien hebben onze boa’s voor wat betreft hun werk in Zandvoort wel meegedaan met de evalu… of het experiment, dus het leek me ook relevant om u te informeren en ik ben er zelf ook bij betrokken, omdat ik bij de begeleidings-, bestuurlijke begeleidingscommissie zat die dit experiment heeft begeleid. Ik denk misschien goed om eerst even een paar zaken zijn te reageren die gezegd zijn. Er is over geweldsmonopolie het een en ander gezegd. Ik denk dat terecht is om te zeggen het geweldsmonopolie ligt bij de overheid en de overheid rust daartoe bepaalde medewerkers uit om geweldsmiddelen te kunnen gebruiken. De vraag is niet zozeer van ja dat ligt bij de politie, maar de vraag is waar vindt de overheid het gerechtvaardigd dat medewerkers middelen kunnen gebruiken. Ikzelf hecht eraan om niet te spreken over geweldsmiddelen, maar over verdedigingsmiddelen. Ik heb hier al eerder in deze commissie uiteengezet dat mijn voorkeur had om pepperspray beschikbaar te stellen voor onze boa’s, want ik ben zelf en dat is eigenlijk

51

uw belangrijkste bijdrage van verschillende kanten met dit onderwerp geconfronteerd vanwege incidenten met onze eigen boa’s en daar ben ik ook fors van geschrokken, dus boa’s hier in Haarlem die aangevallen werden, heftig aangevallen werden, het ziekenhuis in geslagen zijn, bij het uitoefenen van werk waarvoor wij ze op straat sturen. Wij doen dat. En nou als ik dat tegenkom dan denk ik van ja ik voel mij daarvoor ook verantwoordelijk van hoe onze mensen dat werk doen en dat gebeurt in een samenleving waarin mensen soms geneigd zijn om inderdaad heftig geweld te gebruiken en ik begrijp dat de boa’s zich daardoor bedreigd voelen en vragen van help ons met bescherming. Wij hebben dat gedaan in ieder geval met een aantal middelen die onze boa’s ook standaard beschikbaar hebben. Dat zijn de handboeien die ze bij zich hebben, een steekvrij vest en de camera, maar als er echt agressie is dan zou je nog iets meer willen en mijn voorkeur had het om dan met pepperspray te werken, maar dat wilde de minister op geen enkele manier aan meewerken en die wilde wel een experiment doen met die wapenstok en het resultaat daarvan ligt hier voor. Wij hebben of ik heb nog geen voorstel in ieder geval op dat terrein.

Als dat er is dan is er formeel ook niet een besluit van de gemeenteraad, maar een besluit in de driehoek noodzakelijk, dus de burgemeester en ook de gemeenteraad kunnen dat ook niet zelf besluiten. Dan moet je in de driehoek overleg hebben en op basis daarvan kan er een besluit genomen worden om dat aan te vragen en dan nog wordt er op landelijk nog een keer gekeken van is dat in deze situatie acceptabel, maar het experiment heeft in ieder geval opgeleverd dat waar in het verleden daar met de grootst mogelijke terughoudendheid, zo niet bij voorbaat negatief op gereageerd werd, dat nu op basis van de resultaten van wat er nu gebeurd is gezegd is van nou wij vinden dat die mogelijkheid er wel moet zijn.

Afhankelijk van waar worden ze voor ingezet, dus als in de driehoek zo’n voorstel zou liggen, dan zal ik zeker daarbij betrekken wat er in de gemeenteraad van gevonden wordt, dus ik wil hier nu in ieder geval de toezegging doen dat wij nog een keertje wat explicieter op de situatie in Haarlem ingaan, zodat u zo duidelijk mogelijk uw mening kunt geven en dat kan ik dan meenemen bij de discussie die in de driehoek daarover voert, maar als de driehoek zegt van wij zouden in Haarlem die mogelijkheid willen hebben om onze boa’s in ieder geval bij bepaald werk of op bepaalde plekken of op bepaalde momenten de mogelijkheid van dit verdedigingswapen te geven, want daar gaat het mij om, een verdedigingsmiddel, dan is dat op basis van een analyse, dat volgt ook uit de stukken die u gekregen hebt, want dat kan je niet zomaar aanvragen, dan moet je dus ook beargumenteren van waar wil je de mensen voor inzetten en waarom is daar een wapenstok bij gewenst, dus dat komt er dan sowieso. Toch een paar dingen die door u gevraagd zijn van waar zetten wij onze boa’s nou voor in en ik zeg dat ook tegen de partijen die zeggen van ja dat zou je toch niet moeten willen dat die ingezet worden op plekken waar je eigenlijk liever de politie inzet. Ik constateer met u dat de politie helaas stappen achteruit gezet heeft, echt forse stappen.

De capaciteit van de politie, de getalsmatige capaciteit is dusdanig dat wij voor belangrijk toezichthoudende taken gezegd hebben daar gaan wij zelf mensen voor inzetten en dat zijn er niet een paar, dat zijn er in Haarlem vele tientallen, omdat de politie daar onvoldoende aan toekomt en dan gaat het om werk onder dak- en thuislozen. Is dat dan bij, bijvoorbeeld hè, ik ga gewoon een aantal dingen noemen waar het in de praktijk gebeurt. Is dat dan bij voorbaat gevaarlijk? Nee normaal gesproken niet, maar soms wel, want daar zit juist ook bij deze mensen zo nu en dan heftige agressie. Verslaafden, waar ook een problematiek zit die soms tot agressiviteit leidt. De agressie waar ik het net over had, dus de voorbeelden waar ikzelf … ja? De voorzitter: Sorry. U heeft een interruptie van de heer … oh u heeft geen spreektijd meer. De heer Trompetter: Ja maar ik moet hier echt iets op zeggen. ‘…’ (Buiten de microfoon) De voorzitter: Heel kort. Heel kort.

52

De heer Trompetter: Ja ik wou toch eventjes de vorige discussie inbrengen. Ik werk al dertig jaar met daklozen en met verslaafden. Ik heb het nog nooit nodig gevonden, als je goed het gesprek kan voeren, heb je die wapenstok met die mensen helemaal niet zo nodig, dus ik wil dat echt, binnen het debat … De voorzitter: Dank u wel. De heer Trompetter: Vind ik het een hele rare stijlfiguur. De voorzitter: Dank u wel. Dat is duidelijk. Burgemeester Wienen: Ja nee maar toch. Ik denk hier dat hier twee dingen echt door elkaar heen lopen. Ik heb zelf ook heel veel contacten met die mensen, ook met verslaafden, ook met mensen met psychiatrische problematiek en natuurlijk, het komt niet in mijn hoofd op, ik heb daar ook geen wapenstok bij nodig, maar de aard van de gesprekken die ik heb en de aard van het werk wat ik doe is anders en wat u doet is anders dan wat wij verwachten van onze boa’s, want die spreken mensen aan, die zeggen je mag hier niet zijn, je moet daar naartoe en op dat moment kan er een agressie opstaan waar wij niet mee te maken hebben, maar waar zij wel mee te maken en het is hoe dan ook is het gewoon een praktijkgegeven en ik vind dat ook terecht, want als ik het vertel, nou ja dan is dat omdat ik daarvan rapportages krijg, maar het is beter dat u het hoort van onze medewerkers zelf, dus wat mij betreft gaan we dat ook doen.

Ik heb begrepen dat de boa’s ook aanwezig hadden willen zijn, een aantal, bij deze discussie in de commissie, maar omdat we een uur eerder zijn, ja waren ze er niet. Maar goed, dat is dan zo. Dan de medewerkers, de boa’s zijn ook actief tijdens horecanachten. Ze zijn aanwezig bij controles in de horeca. Ze spreken mensen aan, want dronken mensen zitten niet alleen op de meest de hotspot, maar ook op andere plekken en juist daar gaat het zo nu en dan fout. Er is handhaving bij evenementen, waar ook drank, geweld helaas een rol speelt. Daar zetten wij ook boa’s voor in en dan kunnen we zeggen dat moeten we niet meer doen, maar dan hebben we echt een heel groot probleem. Wij vragen heel veel van organisatoren, dus die moeten heel veel mensen inhuren, beveiligers, de politie zet zoveel mogelijk mensen in en dan nog hebben wij gewoon extra toezicht nodig en daar gebruiken we boa’s voor en als we daarmee zouden willen stoppen, ja dan heeft dat nogal forse consequenties. Ik denk echt dat dat onverantwoord zou zijn, maar de vraag is dan wel als we ze inzetten, hoe zorgen we er dan voor dat ze hun werk zo veilig mogelijk kunnen doen. Ik verwijs naar het rapport om te zeggen van wat is nou het effect van het hebben van die wapenstok. Ik heb daar zelf een aantal keren voorbeelden van gehoord.

Alleen al het hebben van die wapenstok zorgt ervoor dat bepaalde groepen dat die afzien van geweld. Nou heb ik van u heel goed gehoord dat u zegt ja maar er is ook een ander effect. Het kan ook zijn dat een boa omdat hij een wapenstok heeft misschien net even wat eerder ergens op afgaat en agressie oproept. Ik ben het niet eens met diegene die zegt als je een wapen hebt dan leidt dat vanzelf tot agressie. Als dat waar was dan zouden wij ook de politie geen wapens meer moeten geven. We zouden misschien zelfs ons leger geen wapens meer moeten geven. Ik vind dat eerlijk gezegd toch te makkelijk. De werkelijkheid van deze samenleving is dat we helaas te maken hebben regelmatig met vormen van agressie en een gewone burger willen wij daarvoor niet laten bewapenen. Dat gebeurt in andere landen en dat leidt tot een heleboel ellende, maar dat degenen die in opdracht van de overheid toezicht uitoefent dat die zich moeten kunnen verweren, dat vind ik in ieder geval wel een reële discussie.

Niet automatisch, want wat dat betreft ben ik het eens met ieder van u die gezegd heeft van nou ja je moet er heel terughoudend mee zijn, maar andersom, ik zou het ook heel jammer vinden als je categorisch zegt van wij willen deze verdedigingsmiddelen ontzeggen aan onze medewerkers, ook als we ze in situaties laten optreden waarin regelmatig sprake is van geweld en om ook nog een voorbeeld te noemen waar je het niet zou verwachten, ook onze parkeercontroleurs hebben regelmatig te maken met mensen die helemaal uit hun vel springen en

53

dan heel agressief kunnen worden, vanuit het niets en dan kan je zeggen ja maar de politie moet dan erbij gehaald worden. Dat is ook zo. Daarom is het ook echt, het is een verdedigingsmiddel. Het is om mensen op een afstand te houden, om niet overgeleverd te zijn aan soms heel goedgetrainde mensen. Er werd terecht naar gewezen. Het gaat erom dat je mensen in ieder geval op afstand kunt houden in de periode dat de politie is opgeroepen, want uiteindelijk verwacht je dat de politie dan daadwerkelijk verder gaat optreden. De voorzitter: Burgemeester, ik wil eigenlijk gaan proberen … Burgemeester Wienen: Ja. De voorzitter: U heeft ongeveer nog een minuut. Burgemeester Wienen: Oké. De voorzitter: Om tot een soort, dit was meningsvormend om te horen van wat leeft er in deze commissie bij de invoering en na de evaluatie. Als ik het probeer samen te vatten, de raad kan adviseren, het wordt in de driehoek besloten, maar u wil wel graag of u doet eigenlijk ook de toezegging om de situatie in Haarlem te onderzoeken en de VVD en dat wordt ondersteund door een paar andere partijen, doet het voorstel om een werkbezoek te doen bij de boa’s om in gesprek te gaan. Burgemeester Wienen: Ja, dat … De voorzitter: En ik denk dat we dat even moeten kijken of we dat in ieder geval kunnen afspreken en u kunt daarop reageren.

Burgemeester Wienen: Nou ik wil één ding wat nog wel heel veel gezegd is wil ik toch nog even op ingaan. Dat gaat over die feit van de politie is veel beter toegerust en opgeleid om een wapenstok gebruiken. Als de wapenstok ingezet kan worden, dan is daaraan annex dat de betreffende boa’s die die mogelijkheid krijgen, die moeten exact dezelfde opleiding daarvoor hebben als politiemedewerkers, dus het is niet zo dat politiemedewerkers met het omgaan met de wapenstok beter getraind zijn dan de boa’s die hem mogen gebruiken. Als ze hem mogen gebruiken, dan moeten ze daar ook een training voor volgen die gelijk is aan wat de politie daarmee moet doen en voor de rest inderdaad sluit me graag aan. Mijn voorstel is dat ik bij u terugkomt. Dat ik wat meer informatie geeft over de situatie in Haarlem en dat wij ook een gesprek met de Haarlemse boa’s organiseren, zodat we op basis daarvan nog een keer met elkaar een discussie kunnen voeren die ik meeneem bij de discussie in de driehoek. De voorzitter: Dat is een duidelijke toezegging. Ik zie een vraag van de heer Abbasi en een … ja, gaat u uw gang. De heer Abbasi: Ja dank u wel voorzitter. Ik proef bij de burgemeester een beetje dat hij zelf een voorstander is. Nou dat is natuurlijk prima, maar mijn vraag aan hem ook is, is er wel een bepaalde grens, want ja ik gaf zelf net een voorbeeld van een buschauffeur.

Nou die maken ook wel geweld, die hebben ook wel met geweld te maken, maar bijvoorbeeld ook beveiligers op een evenement of voor een horecazaak. Trekken we daar dan wel de grens dat die het niet zouden krijgen of kan die steeds worden opgerekt? Burgemeester Wienen: Nee wat mij betreft is het wat dat betreft het woord geweldsmonopolie, dat ligt bij de overheid en ik denk dat wij zo’n verdedigingsmiddel wat mij betreft alleen inzetten bij mensen die in dienst

54

van de overheid hun werk doen en daar ook de benodigde training voor gehad hebben en die bij werkzaamheden ingezet worden waarbij dat zelfbeschermingsmiddel ook daadwerkelijk wenselijk is. De voorzitter: Dank u wel. De heer Linder van ChristenUnie. De heer Linder: Ik vroeg me af of, we hebben het eigenlijk altijd over de wapenstok. Ik bedoel er zijn toch meer dingen die waarop een defensieve manier je kan verdedigen zoals een taser en nou ja dus in hoeverre is dat bijvoorbeeld een optie, want dan … De voorzitter: Ik heb net al gehoord de pepperspray en de bodycam. Burgemeester Wienen: Ja nee maar er is geen andere optie. Het ware mij lief geweest. Ikzelf ben een voorstander van pepperspray, omdat ik denkt dat dat element van agressie wat u inderdaad aan die wapenstok verbindt en dat kan ik me wel voorstellen, dat is niet de bedoeling, daar worden mensen ook absoluut duidelijk gemaakt dat dat niet kan en niet mag, maar ik snap het punt en pepperspray zou mijn voorkeur hebben, maar dat is geen optie. De enige optie die we hebben is de korte wapenstok. De voorzitter: Mevrouw Cimen, D66. Mevrouw Cimen: Ja dank u wel voorzitter. Ik had nog één openstaande vraag over het contact met de collega in Zandvoort over dat gesprek, want ik neem aan dat dat ook een factor is in het gesprek met de driehoek die u ook gaat hebben. De voorzitter: Mijnheer Wienen.

Burgemeester Wienen: Ja ik weet dat in ieder geval in Zandvoort de ervaring is dat hoewel Zandvoord dus in principe, niet altijd overigens, maar vaak wat rustiger is dan Haarlem, dat men daar het heeft ervaren als buitengewoon goed en dat Zandvoort ook van plan is om een aanvraag te gaan doen. De voorzitter: Dank u wel. De heer Amand. De heer Amand: Ja ik wil hier even op ingaan, maar u kan toch niet Zandvoort vergelijken met Haarlem, want Zandvoort heeft natuurlijk toch een beetje nou laat ik zeggen losse handjes publiek, vooral in de zomermaanden, dus je kan dat toch niet vergelijken met het Haarlemse publiek. Burgemeester Wienen: Ik denk dat sommige aspecten Zandvoort inderdaad ook echt een gevaarsetting heeft, dus dat snap ik ook heel goed en in andere opzichten denk ik, ik denk dat bijvoorbeeld het uitgaansleven in Haarlem toch wat meer risico’s met zich meebrengt en ook de hoeveelheid mensen met specifieke problematiek in Haarlem groter is. De voorzitter: Oké dank u wel. De heer Klaver van het CDA. De heer Klaver: Microfoon, ja dank je wel Peter. Voorzitter, ik ben blij dat ik het geagendeerd heb. Ik ben blij dat we dit gesprek hier voeren. Actiepartij zegt joh we hebben toch al de discussie gehad, waarvoor doen we het eigenlijk. Ik denk dat het heel goed is dat we dit doen op basis van de evaluatie die er ligt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12282540/2