06-23-transcript-raad-23-juni
Tekst van het document
16
Mevrouw Çimen: Ja. Dank u wel, voorzitter. Ook ik wil als eerste mijn complimenten geven voor al het harde werk dat is geleverd in een wederom ingewikkeld en toch wel zwaar coronajaar. En veel is al gezegd, vanavond en in de eerdere commissiebehandelingen over de jaarstukken 2021. En ik houd het daarom ook kort. Ik heb welgeteld één vraag aan het college over een toch wel cruciaal punt. Ik zou graag een reactie van het college willen op de aanbeveling van de accountant, gehoord ook de toelichting en de suggestie zojuist, om het realiteitsgehalte en die voorspellende waarde van de begroting en ook de tussentijdse informatievoorziening te verbeteren en daar in 2022 onderzoek naar te doen. Zo kunnen we ook als raad beter zicht en grip krijgen en houden op de ontwikkelingen in de begroting en in de stad. Hoe staat het met de opvolging van de aanbevelingen? Tot zover. De voorzitter: Dank u wel. Dan, eens even kijken, de SP. Ik begreep dat u even qua tijd misschien ongelukkig uitkwam? Wilt u dat ik u nu oversla? De heer Kuin: Ik kan het kort houden. Ik moet zo even op de radio, ja. De voorzitter: Oké. De heer Kuin: Ik zal het kort houden, ook omdat ik denk dat veel discussies moeten terugkomen bij de discussie over de kadernota. Allereerst complimenten voor het stuk. Ik veel stukken gezien in de afgelopen drie maanden van de gemeente Haarlem. Ik ben niet altijd even enthousiast.
Vaak heb ik het gevoel dat ik het bos in wordt gestuurd. Dat heb ik met dit stuk niet. In een paar pagina’s kun je redelijk snel de hoofdlijnen vinden. Kun je vinden waar er meevallers zijn, tegenvallers zijn. En als je meer wilt weten kun je erin duiken. Dus echt complimenten voor dit stuk. Afgezien van de smileys, die kunnen van mij wegblijven. Smileys. Iets over de inhoud. De kernvraag is wat mij betreft die net aan de accountant is gesteld, hoe voorkomen we dat we geld overhouden. Politiek gaat over geld. We zijn altijd druk met hoe kunnen we het zo goed mogelijk besteden, hoe kunnen we het zo effectief mogelijk besteden. Aan wie besteden we het wel en aan wie besteden we het niet. En nu blijken we 32 miljoen over te hebben. En ik vind dat des te wranger als we het hebben over de wachtlijsten in de jeugdhulp. Als we het hebben over het versoberen van de huishoudelijke zorg. Die mensen hebben we moeten afwijzen, hebben we met minder moeten toedoen. Terwijl het wellicht niet had gehoeven als we dat scherper hadden gezien. De WSW. 2,2 miljoen is er meer, terwijl ik weet dat de CAO voor de WSW’ers is versoberd. Voor de minima. Mensen die het extra zwaar hadden in de coronatijden konden we moeilijker bereiken. Is er geld over. Ik vind dat … We vinden dat wrang.
En de kernvraag blijft wat ons betreft, hoe voorkomen we dat we geld overhouden en hoe kunnen we dat beter inschatten? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar het CDA. De heer Dreijer. De heer Dreijer: Ja. Dank u wel, voorzitter. Het CDA wil ook het college en de ambtelijke organisatie danken voor dit jaarverslag en de jaarrekening. Het is een mooi stuk. Ook de smileys vinden we ook een beetje wel natuurlijk weer discutabel, zoals altijd. Maar je kunt wel zien dat er heel veel tijd ingestoken is. Dus dank daarvoor. Nou ja, het is al eerder gezegd, 32 miljoen positief zijn we afgesloten vorig jaar. De algemene reserve is toegenomen en de komende jaren gaat die ook nog lichtjes toenemen. De NSQ zeventig procent. Dat is gewoon bijzonder goed. Tenminste, wat je er maar goed aan vindt. En al die positieve zaken willen natuurlijk niet zeggen dat we dan blij moeten zijn, want eigenlijk, nou ja, het is al eerder gezegd, we hebben het natuurlijk niet gerealiseerd. Er zijn geen vacatures ingevuld, et cetera. Dus hopelijk hebben dan volgend jaar misschien een iets slechter resultaat, maar hebben we meer gerealiseerd. Nou, we hebben vorig jaar dus heel wat, en de afgelopen jaren, eigenlijk heel wat beleid vastgesteld. Mobiliteitsbeleid, de woonvisie is … Al die … Zijn vastgesteld. En verkeersveiligheid is vastgesteld, de RES is vastgesteld. Maar er moet heel wat
17
uitgevoerd gaan worden op basis van dat beleid. Het aantal woningen, is al eerder gezegd, is erg matig toegenomen. Maar het CDA vertrouwt er dus op, dankzij de voorbereidingen van de afgelopen jaren, dat het aantal woningen heel snel fors zal toenemen. Een paar kritische dingetjes. Het … Bijvoorbeeld sociaal. Bij beleidsveld 3.1 staat er echt een smiley die we niet begrijpen. En die is donkergroen, terwijl alle effectindicatoren laten zien dat de streefwaarden bij lange na niet gehaald zijn. Het is natuurlijk een terugkerend verhaal dat de raad zich niet kan herkennen aan de kleur van de smileys. En hopelijk kunnen we in dit najaar wat stappen ondernemen om de smileys toch beter te laten aansluiten aan de werkelijke realisatie in relatie tot de streefwaardes. En met het financiële natuurlijk ook hè. Nou, het percentage succesvolle uitstroom van klanten met geldzorgen en schulden die geholpen zijn, is zeven procentpunt beter dan het streefpercentage. Dus dat is weer een positief signaal vind ik. Kom ik bij het puntje duurzaamheid. Dat is echt een puntje natuurlijk ook van het CDA. Het is iedere keer weer jammer dat bepaalde cijfers ontbreken, zoals de maximale CO2-uitstoot en het percentage hernieuwbare energie. En dat zijn toch de zaken waar je eigenlijk al heel snel op wilt gaan sturen. Met name omdat we natuurlijk een behoorlijke achterstand hebben.
En hoe eerder we die cijfers hebben hoe beter we weten welke kant we op moeten gaan, dat we misschien meer moeten investeren. Nou in ieder geval goed om te zien dat de duurzaamheidslening goed benut wordt door de Haarlemmers, en deze zijn dus actief bezig met het verduurzamen van hun eigen woning. Nou ja, de afgelopen jaren stond de duurzaamheid in Haarlem hoog op de agenda en dat vindt het CDA natuurlijk terecht. RES is vastgesteld, is al eerder gezegd. De opgaves zijn bekend. Om die te halen moet er nog wel behoorlijk wat werk worden verzet. Maar gelukkig zijn er nu meer mogelijkheden dankzij het initiatiefvoorstel en aanpassing dat zonnepanelen op beschermd stadsgezicht veel vaker geplaatst kunnen worden. Nou, even een punt, reactie, die ik zo meteen graag van de wethouder wil weten. De rijksoverheid heeft besloten de thermostaat van 21 naar 19 graden te stellen, en roept … De rijksoverheid, de minister van klimaat en energie, heeft aangegeven dat de thermostaat van 21 naar 19 graden teruggezet gaat worden voor de rijksoverheidsgebouwen, en roept ook eigenlijk iedereen op, ook de gemeentelijke organisaties, om ditzelfde te doen. Hiermee worden we minder afhankelijk van Russisch gas en het is goed voor het milieu. In het stadhuis moet ik echter constateren dat deze oproep … Aan deze oproep geen gehoor is gegeven.
Begin van de maand, dan praat ik over juni, waar het buiten 21-22 graden was, waren de kachels nog open. De voorzitter: Mevrouw Van den Broek. Mevrouw Van den Broek: Ja, ik sluit me aan dan bij deze ‘…’, want we hebben daar mondelinge vragen destijds over gesteld. En er is toegezegd door de wethouder dat dat geïmplementeerd zou worden. Dus ik sluit me aan bij uw nieuwsgierigheid. De heer Dreijer: Dank u wel. Nou het was dus 21 graden buiten en de kachels stonden … De voorzitter: U heeft … U krijgt meteen nog een volgende interruptie er achteraan van mevrouw Van Zetten. Mevrouw Van Zetten: Dan als we het over de kachels hebben, dan wil ik ook wel even aanmerken dat lampen hier ook altijd maar branden. Gaan we daar dan ook wat aan doen? Ja, vorige maandag nog een man, weet ik … Die over het klimaat en hoe erg het allemaal was. En dan kom ik een paar uur later hier door de gang en dan staat alles hier nog te branden. En ik dacht, juist die milieubewuste meisjes en jongens van GroenLinks en D66 die dat hadden georganiseerd, heb je het lichtknopje niet kunnen vinden? De heer Dreijer: Dat is geen interruptie op mij, voorzitter. Ik wil graag even door. De voorzitter: De heer Dreijer, gaat u verder.
18
De heer Dreijer: Ik ben het overigens wel met u eens hoor. Maar als het goed is gaat de omgevingsdienst daar nog dit jaar behoorlijk streng op controleren, dus dan gaan er ook wat dingen veranderen denk ik. Ik heb een paar vragen aan de wethouder. Kent de wethouder de campagne van de rijksoverheid? En bent u op de hoogte dat de houtkachel in juni nog aan stond? In hoeverre gaat de gemeente gehoor geven aan de oproep van de minister van klimaat en energie? En de volgende vraag is aansluitend op vastgoed. In hoeverre zijn de kantoren van de gemeente, het gemeentelijk vastgoed, per 1 januari minimaal label C? De voorzitter: Maar mag ik toch even vragen, want u stelt nu een heel aantal vragen op beleidsmatig terrein. Maar het gaat hier over de jaarrekening. De heer Dreijer: Oh, jaaa. Maar ik had toch nog wel even een haakje nodig om dit toch nog even nog een keer te memoreren. Nou goed, ik zal … Ik ga bijna afronden, voorzitter. Dus … Ik zou toch graag wel willen weten als … Met name is dat voor ons belangrijk voor de kadernota om dit antwoord nu te krijgen. In hoeverre zijn de kantoren per 1 januari label C? Want dat is verplicht. Het groene oppervlak is inderdaad iets afgenomen in Haarlem. Maar het groene oppervlak wijk in buurtgroen is toegenomen. Dus dat is positief. Oppervlak ecologisch groen is met tien hectare toegenomen. Dat is ook positief.
Bomensaldo is weliswaar afgenomen, maar het aantal nieuwe plekken … Er zijn toch wel nieuwe bomen ook geplant. En het is alleen jammer dat het aantal mensen dat de fiets neemt nog steeds op 81 procent blijft hangen en het aantal extra auto’s is verdubbeld. En dan ga ik nu afronden. Voorzitter, dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar Jouw Haarlem. De heer Aynan. De heer Aynan: Ja. Dank u wel, voorzitter. Dank aan iedereen die meegewerkt heeft aan het jaarverslag. Ook dank aan de no… Ik wilde zeggen, notaris. Maar … Mevrouw …: De accountant. De heer Aynan: De accountant. Voorzitter, 2021, jaarrekening en jaarverslag. Inderdaad, daar hebben we het vandaag over. 2021 was een bijzonder jaar. Corona, lockdowns, avondklok. Ik hoop dat we dat eerlijk gezegd nooit meer terugkrijgen. Dus persoonlijk sluit ik ook dit jaar heel graag af. En daarom ook het liefst vooruit kijken. En dat zullen we volgende week doen bij het coalitieakkoord en over een paar weken de kadernota, en dan komen we met een inhoudelijke bijdrage. Voor nu akkoord met het jaarverslag en de jaarrekening. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Van Zetten, Hart voor Haarlem. Mevrouw Van Zetten: Ja, voorzitter, op het eerste gezicht is er weinig op aan te merken. Prachtig is weer verricht door iedereen hier in het stadhuis. Hartelijk dank.
Veel voordelen die direct of indirect door corona veroorzaakt zijn, lagere kosten, hogere inkomsten dan verwacht. En daardoor is er een flink positief resultaat, een lagere schuld en hogere reserves. Investeringen wederom op het normale lage peil, circa veertig miljoen per jaar. Dus weer lager dan gepland. Jammer. Het college is de hele periode niet in staat geweest het geplande investeringsvolume weg te zetten. En dat is wel zorgelijk, gezien de uitzinnige groeiambities overal ook in het land. Hart voor Haarlem voorziet dat publieke voorzieningen de komende jaren achter gaan blijven bij de groei van de bevolking, aangezien alle uitvoeringskosten enorm gaan stijgen. Nou daar hoef ik het niet over te hebben op dit moment. Zorgelijk is verder dat de onderbesteding regulier is en door het gebrek aan investering …
19
De voorzitter: Mevrouw Oosterbroek heeft een interruptie. Mevrouw Oosterbroek: Vraag voor mevrouw Van Zetten. Want u geeft aan dat het college het investeringsvolume niet heeft kunnen wegzetten. Wat gaat u doen om dat investeringsvolume vanuit onze rol als raad, ja, eigenlijk te kunnen versnellen? Ziet u daar ook een rol voor de raad in? Mevrouw Van Zetten: Ik dacht, ik bied me aan als wethouder om dat voor elkaar te krijgen. Maar ik geloof niet dat dat de bedoeling is, mevrouw … De heer …: ‘…’ (buiten microfoon). Mevrouw Van Zetten: Ja. Of als het aan ligt zeker. Dank u wel. Ja, eerlijk gezegd, die onderbesteding is natuurlijk een groot probleem. En verder denk ik dat terugkijken op dit moment helemaal geen zin heeft, aangezien de wereld helemaal veranderd is sinds 24 februari. En dat wij in een geheel nieuwe werkelijkheid leven. En daar gaan we het dan volgende week misschien een beetje over hebben. En tot zover dan de bijdrage voor Hart voor Haarlem voor dit moment. Eerlijk gezegd ben ik wel te blij met D66, wat is nou de realiteitswaarde? Waar we zitten we nu elke keer over te praten? Want die verschillen zijn natuurlijk verschrikkelijk. En toch ben ik maar even vergeten te zeggen, in 2019 moesten men in paniek vanwege de tekorten de OZB boven de afspraken verhogen. Kijk ik D66 ook op aan. Die zijn daar maar mooi in meegegaan.
En ja, dat blijkt gewoon eigenlijk gewoon onzin te zijn geweest. Dat hadden we helemaal niet hoven te doen, want we de mensen krijgen het al moeilijk genoeg. En eerlijk gezegd, maak ik me ook zorgen over de verwarming die van iedereen hier heel erg laag moet worden gedraaid. Want dit is toch de enige plaats in de stad waar je gewoon dan lekker warm in je kamer kan zitten. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. En we gaan naar de Actiepartij. De heer Van Leeuwen. De heer Van Leeuwen: Ja, dank u wel. Even dat ding goed zetten. Vorig jaar bespraken wij natuurlijk het jaarverslag over 2020, het eerste coronajaar. En ik heb dat nog eens teruggekeken hoe dat gesprek in de raad is gegaan. En wij spraken breed uit dat we ons zorgen maakten over de onderrealisatie, over de achterstanden in de jeugd, de kuilen en gaten in het wegdek die we niet tijdig dicht kregen. En nu zijn we een jaar verder en die onzekerheid om die achterstanden in te halen, die is natuurlijk er niet beter op geworden. Mensen genieten op dit moment, ja, van de terugkeer van het oude normaal. We gaan terrassen op, we kunnen naar festivals. Dat is goed voor onze jongeren. Het is ook heel goed voor onze lokale economie. Maar tegelijkertijd, de prijzen schieten de pan uit in de horeca, de bouw. Personeelstekorten. Dus ga er maar aan staan. Hoe lang is dit allemaal betaalbaar.
En als je in de beleidsstukken van de gemeente leest dan zie je dat we de pandemie uit zijn, of uit lijken te geraken. En hebben we dan niet te vroeg gejuicht? Want wat dat betreft zien we nu de cijfers weer hoog oplopen. En de zorg die Actiepartij wel heeft is, hoe zit dat straks met de rijksfinanciën? Is er straks weer hulp vanuit het Rijk om noden … Om hulp te geven, financiële hulp te geven voor een eventuele lockdown. Je weet niet waar je in terecht kunt gaan komen. Dus de financiële zorgen blijven natuurlijk wel. En dan is het fijn, en daar is het bruggetje naar het jaarverslag, dat we lezen dat de gelden die we hebben overgehouden voor het niet besteden in cultuur, maar ook de gelden die we niet hebben uitgegeven aan TONK, dat die in een doelbestemming terechtkomen. Dat we die dus overeind houden voor de komende periode, waardoor we dus in elk geval voorsorteren op het moment dat dat misschien de komende tijd toch niet zo goed gaat als we met elkaar hopen. Over de programma’s en de verslaglegging, daarover een aantal dingen. Wij lezen dat minder dan vijftien procent van de mantelzorgers een te hoge werkdruk ervaren, en dat stemt het college positief. Ja. Wij denken, wat heeft de individuele mantelzorger natuurlijk uiteindelijk te maken met de statistieken. En moeten wij niet met elkaar gewoon streven dat dat naar nul gaat? Dat lijkt ons
20
wat dat betreft een hele goede ambitie voor de komende periode om daar met elkaar naar te kijken. Alleen met het mantelzorgcompliment van mijn buurman, de heer Visser, komen we er natuurlijk niet. Dus er is misschien wel meer nodig. Dan programma twee, ondersteuning en zorg. Ja, we zien natuurlijk dat de coronatijd voor de jongeren, de jeugd, geen makkelijke periode is geweest. We zien dat het echt alle hens aan dek is, omdat de komende jaren de veilige thuisomgeving te blijven … Om daaraan te blijven werken. En ik zie dat jaarverslag daarom ook als een waarschuwing voor ons allemaal voor de komende tijd, dat we onze jongeren niet verliezen en dat we daar werk van blijven maken. Wat betreft werk en inkomen en schulden. Nou goed, goed op zich dat er blijvend aandacht is om mensen aan een zinvolle dagbesteding te krijgen. En laten we hopen dat we volgend jaar meer mensen betrokken hebben bij die samenleving en aan een zinvolle dagbesteding oftewel ook aan werk. De duurzame stedelijke ontwikkeling, programma vier, kan ik kort over zijn. We hebben de afgelopen jaren ongelofelijk veel beleid gemaakt. Dat staat eigenlijk klaar om nu in uitvoering te gaan de komende periode. Wat betreft beheer en onderhoud zien we eigenlijk de afgelopen twee jaar door corona ook een herwaardering van onze Haarlemmers op de eigen openbare ruimte.
We hebben vorig jaar gezien dat we totaal andere fietsroutes fietsten, omdat we, nou ja, meer op de fiets stapten in 2020. Je ziet nu ook dat mensen alleen de kwaliteit van die openbare ruimte minder waarderen dan voorheen. En het college lijkt te zoeken hoe dat komt. Geeft aan dat dat misschien zou komen door het maaibeleid. Ja, dat weet je niet. Dat is gissen. Daar zou je kunnen onderzoeken. Maar om dat hier te stellen in het jaarverslag vinden we wat voorbarig. Ga maar na, we hebben nog niet eens een indicator voor de hoeveelheid zwerfafval in onze stad. En als je zo’n indicator hebt, dan kun je misschien beter kijken naar wat zegt dat dan over de waardering van inwoners over de openbare ruimte. Nou goed, burger, bestuur en veiligheid. Ja, het blijft voor ons wel een zorg dat we de vaste formatie en de inhuur, dat we dat toch moeilijk met elkaar in het wat ons gewenste verhouding krijgen. We moeten gewoon veel inhuren. Nou dat is ook de arbeidsmarkt. Dat heb ik de wethouder in het verleden ook vaak genoeg horen zeggen. Maar dat blijft een zorgpunt. Nou ja, wat betreft Duisenberg. Ja, daar komen we zo direct op hè. Daar hoeven we nu nog niet iets over te vinden misschien. Ja, dit is het even in de eerste termijn. Nee, ik heb toch nog een slotwoord. Namelijk dit, we hebben vaak gehoord dat dit ook wel een soort van glazen stolp is en of de buitenwereld niet bestaat.
En wat mij opvalt is, volgens mij hebben wij als Haarlem ook de zeventien global goals omarmd. En zou het niet zinvol zijn om de komende jaren dat ook eens in het jaarverslag op te gaan nemen. Hoe staan wij op die weg naar 2030 met de global goals? Want uiteindelijk zijn we een plek in de wereld. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Het woord is aan de heer Visser, ChristenUnie. De heer Visser: Dank u wel, voorzitter. Ik kan me eigenlijk niet herinneren dat we een jaarverslag hebben gehad met zoveel voordelen aan het eind. Maar ik herkende wel het verhaal van de accountant, dat het steeds vaker gebeurt dat we aan het eind nog wat geld van het Rijk krijgen en dan, ja, dan kan je er weinig meer mee. Maar toch waren er opvallend veel meevallers. Maar misschien meer geluk dan ongeluk, zullen we maar zeggen. Ik wil toch twee posten eruit halen. Allereerst het voordeel van de afvalinzameling. Het is heel mooi om te zien dat gescheiden afvalinzameling dat dat loont omdat het gewoon meer waard wordt. Het papier leverde gewoon meer op. Als we dan naar de resultaten kijken van het gescheiden afvalinzameling, dan is er nog wel heel wat te bereiken. Want we wilden 55 procent en we zijn tot een schamele 51 procent gekomen. En het college gebruikt nu nog corona als excuus. Maar dat kan komend jaar echt niet meer. En ik vrees dat we nog steeds achterblijven.
Dat er echt meer nodig is en dat we echt naar Diftar toe moeten. Maar die discussie gaat binnenkort ongetwijfeld weer komen. Ja, en dan de personeelslasten. Daar hebben we eigenlijk ook een voordeeltje op, omdat we personeel moeilijk kunnen vinden. Vervolgens gaan we wel heel veel geld vrijmaken om personeel te vinden en dan vooral via trainingships. Ik zou het college willen oproepen, ga ook kijken hoe je je eigen personeel kunt vasthouden en hoe je misschien je eigen personeel kunt belonen als zij nieuwe
21
collega’s werven. Wilt het college die handschoen oppakken? Dan de woningbouw. Ja, die gaat echt nog niet goed. Volgens mij, als ik het goed zie, hebben we het minste aantal woningen gebouwd van de hele collegeperiode. Je zou toch een stijgende lijn verwachten. Het is een dalende lijn. Ik hoop dat het een stilte voor de bouwstorm is. En het positieve is natuurlijk dat we veel geld hebben binnengehaald dit jaar voor Zuidwest en Oostpoort. Maar hopelijk gaat die schop nu echt snel de grond in. Dan de parkeerdruk. Ja, dan kom ik toch even op de smileys. De fietsparkeerplekken in de binnenstad. Daar is een parkeerdruk van 157 procent. Dat is gigantisch. Daar hebben we een enorme opgave nog. Gelukkig zijn we met plannen voor het oude V&D-pand bezig. Dus hopelijk gaat het percentage snel omlaag. Maar ik verbaas me over die smiley. Want zo’n hoge parkeerdruk en het college is bescheiden, die zegt een gele smiley. Dan zou je verwachten een rode smiley. Toen dacht ik van, dan ga ik eens naar de smileys bij het autoparkeren kijken. Ja, en daar vind ik echt verbazend. 37 procent van de Haarlemmers ervaart parkeeroverlast. Nou ja, mensen klagen al snel over parkeren. Dus ik kan me wel voorstellen, als je even een parkeerplek moet zoeken, dat je al gaat klagen. Dus 37 procent verbaast me niks. Wat zegt het college, vuurrood. Dan denk ik van, hoe kan ik die twee nou met elkaar matchen.
Het was eerlijker geweest, hadden we gezegd, hoeveel Haarlemmers wonen in een straat waar honderd procent of meer parkeerdruk is? En ik denk, als we dat afzetten tegen die fietsparkeerdruk in de binnenstad, dat die twee smileys precies andersom hadden moeten zijn. Een rode smiley voor het fietsparkeren en een gele smiley voor het autoparkeren. Ik wil het college uitdagen om nog eens een keer te kijken van, hoe kunnen we ook indicatoren dus onderling vergelijkbaar maken. Want ik vind deze waardering bijzonder vreemd. Dan het goede nieuws. Dat vond ik echt misschien wel één van de beste nieuws uit het jaarverslag, de daling van het aantal bijstandsgerechtigden. Maar dat kan ook weer deels door corona komen door alle regelingen die er zijn geweest. Maar ik ben eens verder in dat cijfer gedoken en dan gebeurt er iets grappigs. Even kijken. Want het college gaat namelijk heel creatief met die cijfers om. Want vervolgens staat er namelijk dat het aantal werkzoekenden zonder of met een overbrugbare afstand tot de arbeidsmarkt dat passend werk gevonden heeft nagenoeg gelijk gebleven is aan het aantal in 2020. Nou nagenoeg gelijk denk ik neutraal, neutraal resultaat. Maar het college maakt er iets positiefs van. Die zegt, ja, omdat het aantal bijstandsaanvragen nou eenmaal is gedaald, ja, hebben we verhoudingsgewijs beter gepresenteerd met zijn allen. Wat doen we? Donkergroene smiley.
We hebben het beter gepresenteerd, maar we hebben nog steeds hetzelfde gedaan als vorig jaar. Maar wat was ons doel nou? Ons doel was vijfhonderd mensen helpen. Hoeveel mensen hebben we geholpen? Iets meer dan 250. We hebben dus maar de helft van ons doel gehaald. En toch geeft het college een donkergroene smiley door ineens relatief met cijfers om te gaan. Voorzitter, zo gaan we toch niet met elkaar om? We stellen een doel, een streefwaarde, vijfhonderd. We halen maar de helft. Dan kan het volgens mij nooit en dan ook nooit een donkergroene smiley zijn, dan had het een gele smiley moeten zijn. Graag een reactie van het college. Voorzitter, ten slotte, een nieuwe taak hebben we afgelopen jaar gekregen. Vroegsignalering, vroegsignalering van schulden. Mensen die in de financiële problemen terechtkomen. En daar staat een mooie ambtelijke volzin, de gemeente heeft huishoudens actief benaderd voor de hulp bij geldzorgen, en hierdoor zijn veel huishoudens met geldzorgen geholpen. Vervolgens komen er allemaal mooie cijfertjes over mensen in de schuldhulptrajecten en zo. Maar dat veel. Hoeveel mensen zijn er daadwerkelijk geholpen? Kan ik niet zien. En dan denk ik van, jongens, het is een nieuwe taak en een hele belangrijke taak voor de gemeente en juist dat kwantificeren we niet.
Ik zou het college willen uitdagen vanaf dit jaar, die vroegsignaleringstaak actief te gaan kwantificeren en te gaan rapporteren aan de raad. Graag een toezegging. En ten slotte sluit ik me aan bij de opmerkingen over het kwantificeren van ambtelijke capaciteit bij voorstellen. Dat blijft altijd een uitdaging. Wij zijn als raad heel ambitieus, maar wil het college inderdaad die handschoen oppakken, wat ik een goed voorstel vind van de accountant. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar BV Nederland.
22
De heer Rademaker: Ja, dank u wel. Allereerst bedankt voor het verslag. 2021 was een jaar waar diverse sectoren hard zijn geraakt door de coronamaatregelen. Tot nu toe is het aantal faillissementen gelukkig nog beperkt gebleven. En laten we hopen dat dat zo blijft. De bouw van nieuwe woningen valt erg tegen. Ik hoop dat de komende jaren dit ook flink gaat verbeteren. De vragen die ik had, zijn eigenlijk allemaal al gesteld. Dus ik wil het hier voorlopig even bij laten. De voorzitter: Dank u wel. Dan mevrouw Hartman, Forum voor Democratie. Nee? Goed. Dan zijn we aan het eind van de eerste termijn van de raad gekomen. En ik denk dat het een mooi moment is om even een kop koffie te drinken, of iets anders. Ik schors de vergadering. Schorsing Eerste termijn college De voorzitter: Ik heropen de vergadering. En vanuit het college wil ik graag als eerste het woord geven aan mevrouw De Raadt, wethouder financiën. Wethouder De Raadt: Ja. Dank u wel, voorzitter. De heer …: Stilte. De voorzitter: Dank voor de assistentie, want het was erg onrustig. Wethouder De Raadt: Dank u wel, voorzitter. Ja, dit was de eerste keer dat we de jaarstukken ook in alle commissies hebben behandeld. En daarom zal ik niet alles herhalen wat al de afgelopen weken voorbij is gekomen. Maar ik zal me vooral richten op de hoofdpunten. Het jaar 2021 is afgesloten met een positief resultaat.
Een resultaat dat vergeleken met de afgelopen jaren fors hoger uitvalt. Iets dat niet alleen onopgemerkt is gebleven in deze raad, maar ook in het accountantsverslag aan de orde is gesteld. En daarom maak ik als wethouder financiën graag van de gelegenheid gebruik om dit resultaat nog wat nader toe te lichten. Het positieve saldo van 32 miljoen was voor een deel al bekend vanuit de bestuursrapportage 2021. Die sloot af met een positief saldo van 4,8. Bovendien is dit jaar geen decemberrapportage uitgebracht, waardoor ook de extra middelen vanuit de septembercirculaire en de decembercirculaire, totaal 10,9 miljoen, niet meer zijn verwerkt in het rekeningresultaat. Bovendien bestaat het resultaat voor een deel uit middelen die naar de reserves moeten vloeien, zoals de middelen voor kinderopvangtoeslagaffaire en de verkoop van het slachthuisterrein. Doordat dit niet eerder expliciet door de raad is besloten, vallen deze middelen nu vrij in het resultaat. Een administratieve omweg, omdat de raad gaat over de stortingen en de onttrekkingen aan de reserves. Samen maakt dit al 21 miljoen. Wat overblijft aan het te verklaren resultaat is dan nog elf miljoen, waar corona natuurlijk ook een hele belangrijke rol in heeft gespeeld. Zo compenseert het Rijk ruimhartig voor de gevolgen van deze crisis.
En daarnaast mocht de inkomensderving die we hebben gehad van 5,4 miljoen over 2021 nog niet worden ingerekend. Bijkomend zijn door corona dat diverse projecten die zijn doorgegaan en was er op verschillende gebieden sprake van vertraging. De krapte op de arbeidsmarkt speelt daarbij ook een rol. Vandaar dat we ook 2,7 miljoen overhouden op de personeelskosten. Al met al ben ik als wethouder, wethouder financiën, dus tevreden met deze jaarrekening. Het positieve resultaat zorgt ervoor dat onze financiële kengetallen, zoals de netto schudquote en de solvabiliteitsratio zijn verbeterd. En daarbij ook onze financiële positie en het weerstandsratio. Blijft wel van belang om dit resultaat te bekijken met de toegelichte nuances. Een groot deel van het resultaat bestaat immers uit incidentele meevallers en toevoegingen aan de reserves. Daarnaast ben ik tevreden over de bevindingen van de accountant en de bereikte voortgang op de
23
aanbevelingen. Het is goed te lezen dat er wordt voorgesteld om veruit de meeste aanbevelingen van de Duisenberg onderzoeken af te doen. Al moet er natuurlijk altijd ruimte blijven om zaken verder te verbeteren samen met de stad. De voorzitter: Een interruptie van mevrouw Çimen. Mevrouw Çimen: Ja. Dank u wel, voorzitter. Dank aan de wethouder voor het afpellen van die 32 miljoen euro. Tegelijkertijd, de accountant die heeft dit natuurlijk ook voor een groot deel mee kunnen krijgen, en die heeft ook een suggestie gedaan in zijn toelichting. Van hoe kun je een aantal zaken naar voren halen in het jaar, waardoor je aan het eind van het jaar minder verrast wordt. Is het afpellen van waar die 32 miljoen uit bestaat, is dat nu eigenlijk hoe het college opvolging heeft gegeven aan die aanbeveling? Of vindt er nog nader onderzoek plaats, zodat we dit in 2022 niet weer herhalen? Wethouder De Raadt: Nou ja, het afpellen is ook om aan te geven dat dit in 2022 niet zal worden herhaald, omdat hier hele specifieke oorzaken aan ten grondslag liggen. Onder andere dus bijvoorbeeld dat we geen decembercirculaire of decemberrapportage hebben uitgebracht. Nou dat zullen we dit jaar dan wel doen, en dat zal ook het jaarresultaat al fors verkleinen.
Ja, dan ga ik direct door, want ik was bijna aan het einde van inderdaad mijn inleiding, dat er natuurlijk altijd ruimte moet blijven om zaken verder te verbeteren. En dat gaan we doen samen met u en met de stad. En afsluitend ga ik dus nog een aantal antwoorden geven op de gestelde vragen. Als eerste GroenLinks. Die vraagt naar de volgende stap in de indicatie van de klimaatrisico’s. Nou in 2023 worden nieuwe scenario’s van het KNMI verwacht, en dat zal leiden tot een herberekening van ons klimaatrisico. En dat zal ook in de begroting van 2023 verder worden toegelicht. Daarnaast staat de nota risicomanagement op de planning om herijkt te worden. En bij deze actualisering zal dat omgaan met langetermijnrisico’s, zoals de klimaatrisico’s, ook een plek moeten krijgen. Maar zoals de accountant ook net heeft aangegeven, het is wel echt nog onontgonnen terrein. En in het najaar wordt er door Primo voor gemeenten, provincie en waterschappen een congres georganiseerd over hoe de klimaatrisico’s te integreren in de klimaatparagraaf. Nou en die input van het KNMI, van de PBL en Primo zullen ons weer verder helpen om de volgende stappen te zetten in de kwantificering. Dan de VVD. De VVD vraagt of er bij de nieuwe plannen ook rekening gehouden kan worden met capaciteit.
Nou het is de ambitie van het nieuwe college, dat weet ik toevallig, om het IP opnieuw tegen het licht te gaan houden, waar onder meer ook rekening zal worden gehouden met capaciteit. En ik wijs in dit kader ook op de paragraaf uit de kadernota over het meer realistisch maken van het IP. OPH. OPH vraagt om een verlaging van de belastingen. Ja, dit is tijdens het bespreken van de jaarstukken ook al in de commissie bestuur aan de orde gekomen. En ik wil nogmaals benadrukken dat het incidentele hoge jaarrekeningenresultaat van 2021 zich niet leent voor een incidentele verlaging van de structurele belastingen. De voorzitter: U heeft een interruptie van de heer Smit. De heer Smit: Mevrouw de wethouder, dank voor uw reactie, maar dat vroeg ik niet. Ik gaf alleen aan dat wij bij de behandeling van de kadernota, gegeven de resultaten ’21, te verwachten ’22 en de begroting ’23 daarop terug zullen komen. Maar ik heb het niet gevraagd ten aanzien van ’21. Wethouder De Raadt: Oké, helder. Dan onder andere D66, SP en Hart voor Haarlem. Die vragen allen naar de voorspellende waarde van de begroting. Nou ja, dat heb ik net eigenlijk ook al in mijn antwoord richting D66 gegeven. Ik heb net de belangrijkste getallen ook op een rij gezet.
Nou we gaan wel een decemberrapportage uitbrengen en, ja, daarnaast denk ik ook, en daar hebben we het in december hebben we het daar in de commissie beheer ook over gehad, en in de komende kadernota zullen weer meerdere maatregelen worden
24
genoemd die echt die realisatiekracht ook gaan vergroten. En dat maakt natuurlijk ook weer het resultaat kleiner. En ik denk als laatste, zoals … De voorzitter: U heeft een interruptie van de heer Kuin. De heer Kuin: Ik hoorde u net zeggen in het begin van dat er 22 miljoen, als ik het goed onthouden heb, te maken heeft met corona en dat het later alsnog besteed wordt? Klopt dat? Heb ik dat goed gehoord of niet? Dat zou de grote verklaring zijn voor de 32 miljoen. Wethouder De Raadt: Nee, dat heeft u niet goed gehoord. De heer Kuin: Dat klopt niet. Wethouder De Raadt: Nee, dat klopt niet. De heer Kuin: Ik heb het verkeerd gehoord. Wethouder De Raadt: U heeft het verkeerd gehoord. De heer Kuin: Oké. Wat was het bedrag dan? Want u had het over 22 miljoen. Wethouder De Raadt: Ja, moet ik weer helemaal opnieuw gaan afpellen? Volgens mij ben ik vrij helder geweest. Ik heb het ook al in de commissie bestuur heb ik hem helemaal afgepeld en ik heb het net nog een keer gedaan. En u kunt altijd nog technische vragen schriftelijk stellen als er iets onduidelijk was. Voor nu ga ik … De heer Kuin: Nou ja, voorzitter, dit is toch … Wat is dit voor een idioot gedoe? En als … Ik stel gewoon een vraag. Wethouder De Raadt: Nou, ik moet eerlijk zeggen, ik neem wel enige aanstoot aan uw taalgebruik. Maar ik … De heer Kuin: Ik neem aanstoot aan het feit dat u niet wist te antwoorden.
Wethouder De Raadt: U stelde mij de vraag of u het verkeerd gehoord had. En daarop heb ik bevestigend geantwoord. De heer Kuin: En vervolgens wilt u niet zeggen hoeveel er vervolgens van die 32 miljoen met corona te maken heeft. Dat was mijn vraag. En als u dat niet kan beantwoorden, dat hoeft niet, maar dan wil ik het graag schriftelijk. Wethouder De Raadt: Nou ja, dan zal ik u aanraden om die vraag ook schriftelijk te stellen. Maar ik heb net ongeveer afgepeld dat er elf miljoen te maken heeft met corona. Maar ik neem aan dat u ook begrijpt dat de effecten van corona niet altijd één op één terug te berekenen zijn, omdat ze op zoveel verschillende facetten van invloed zijn geweest en zoveel verschillende factoren hebben meegespeeld. Goed. Actiepartij over de global goals. Ja, inmiddels … Oh, de Actiepartij is er niet meer. Nou ja, voor de band. De global goals. Inmiddels gaan we wel al meer richting de SDG’s en de brede welvaart, en dat gaat dus ook over inclusiviteit en diversiteit, maar ook over duurzaamheid. En Haarlem heeft hier ook meerdere indicatoren voor opgenomen. Alleen we linken ze niet heel direct aan de SDG’s, en dan komt omdat wij, nou ja, inzetten op vooral sturen op
25
resultaat. Dan heb ik ook nog een aantal vragen vanuit mijn portefeuille openbare ruimte. Ja, het aantal bomen. De voorzitter: Interruptie van de heer Van Kessel. De heer Van Kessel: Ja. Dank u wel, voorzitter. Ja, dan graag toch nog even de wethouder financiën waar ik de vraag aan stel. Ik hoor de wethouder financiën uitleggen waar het geld heengegaan is. Zo goed mogelijk probeerde te begrijpen ook waar dat heen gaat. Nou dat vind ik heel knap, want dat is inderdaad gewoon een complex geheel en u legt dat goed uit. Alleen het blijft bij financiën. En één van de grote … Met een positief resultaat financieel. Alleen er zijn ook hele grote, heel veel zaken die wij hebben genoemd in onze bijdrage die niet gerealiseerd zijn. En een wethouder financiën, en dan kom ik tot mijn vraag, zou niet alleen de financiën in de gaten moeten houden, maar zorgen dat er waar dat geld is. Dus hoe kijkt deze wethouder er nou tegenaan dat op al die beleidsterreinen doelen niet gehaald zijn? Daar hoor ik de wethouder weinig over. En ook haar rol daarin als aanjager van dat college om die financiën goed besteed te krijgen. Hoe blikt u terug op het jaar en het werk wat u daarvoor heeft gedaan? Wethouder De Raadt: Ja. Dank u wel voor het compliment en dank u wel voor de vraag. Ja, in de kadernota gaan we daar ook … Is onder andere een paragraaf opgenomen ook over het meer realistisch maken van het IP.
Nou ja, en dat hangt natuurlijk direct samen met die realisatiekracht. Even kijken. De global goals heb ik gehad. Nou dan ga ik direct ook naar uw motie. Ja, u roept op tot een extra indicator. De Partij voor de Dieren die vraagt ook om een extra indicator. En ik denk dat u beiden hetzelfde antwoord ga geven. Want in het najaar wordt een nieuwe indicatorenconferentie gehouden. En daar zal ook een nieuwe set aan indicatoren worden gepresenteerd. Dus het college adviseert u beiden om hierop te wachten. Dan nog even, oh ja, over dat aantal bomen daar kwam ik op. Daar hebben ook de VVD en de Partij voor de Dieren. U … Ja? De voorzitter: Ja, de heer Aerssens. De heer Aerssens: Ja. Dank u, voorzitter. Ja, wat mij betreft. Wat ik de wethouder hoor zeggen is … Of eigenlijk hoor vragen, is of we dan de motie willen aanhouden tot de indicatoren. Maar als zij het toezegt of kan toezeggen dat we het dan gewoon mee kunnen nemen deze, dan hoeven we hem ook helemaal niet eens in te dienen als die daar al ter sprake komt en dan op de agenda komt. Wethouder De raadt: Ja. Nee, dat ga ik helaas niet toezeggen. Ik denk dat het echt zaak is dat jullie deze indicator tijdens de indicatorenreferentie bespreken, want hij is ook niet heel eenduidig te lezen. Dus ik denk dat dat wel van belang is. En datzelfde geldt eigenlijk voor de indicator die de partij voor de Dieren voorstelt.
Ja, daar is ook de vraag of er niet te veel externe factoren van invloed zullen zijn om die zo één op één te kunnen overnemen. Maar daar is dus die indicatorenconferentie in het najaar voor bedoeld. En dan kunnen jullie ook alle vragen daaromtrent kwijt. Dan kom ik toch op het aantal openbare bomen. De VVD en de Partij voor de Dieren die stellen daar vragen over. Ja, dit is natuurlijk ook even aan de orde geweest ook in de commissie beheer. En het aantal bomen is niet afgenomen, maar de wijze van registratie is veranderd. Dus het aantal bomen op scholen en sportvelden, die zit nu niet meer in die indicator. Maar ik denk inderdaad dat het goed is dat we die voor volgend jaar wel opnemen, dus dat we daarnaast nog een indicator opnemen voor het aantal bomen bij onderwijs en sport, zodat we het totaalplaatje kunnen hebben. Dan ben … De voorzitter: De heer Van Kessel.
26
De heer Van Kessel: Ja, dank u wel. Zeer bedankt ook voor de toezegging, waar mijn collega Aerssens al eerder om had gevraagd. Om het toch even goed te begrijpen. Ik hoor de wethouder zeggen dat het aantal bomen is toegenomen. Dus als ze bijvoorbeeld vanaf peildatum 2019 pakken, dan is het aantal bomen in Haarlem toegenomen, vraagteken? Wethouder De Raadt: Ja, ik heb die tabel nu niet zo één-twee-drie paraat, maar dat is wel mijn vermoeden inderdaad. De voorzitter: De heer Van Kessel. De heer Van Kessel: Ja, dan zou ik willen vragen of u dat technisch zou kunnen beantwoorden vanaf 2019 of het aantal bomen is toegenomen of afgenomen. Dank u wel. Wethouder De Raadt: Ja, en dan neem ik aan dat u dus bedoeld inclusief de bomen op de stop en onderwijs die nu niet in de indicators zijn opgenomen in dit huidige jaarverslag? Ja, dat kan ik u toezeggen. Geen probleem. Voorzitter, volgens mij heb ik alle vragen zo beantwoord. Dus ik sluit af met een woord van dank aan de accountant, de auditcommissie en de hele organisatie. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Ik zal als portefeuillehouder heel kort de twee dingen die mij regarderen op reageren. Hoe kijk ik aan tegen bezuinigingen op veiligheid en Boa’s nu het aantal weer stijgt. Volgens mij is dat bij de discussie indertijd ook gezegd, natuurlijk heb ik dat betreurd.
Maar ik zag ook dat het noodzakelijk was dat over het geheel van de begroting gezien dat we keken van, hoe kunnen we de noodzakelijke bezuinigingen doorvoeren. En ik ben ontzettend blij dat in een aantal stappen, eerst in het college en ook door de raad, extra middelen zijn vrijgemaakt om het aantal Boa’s toch weer terug te brengen op het niveau wat we oorspronkelijk aan het begin van de periode ook hadden bedoeld. En ten aanzien van de global goals. Ik denk inderdaad dat het goed is dat we daar ook expliciete aandacht aan besteden. En volgens mij is het ook de bedoeling dat dat in de duurzaamheidsbegroting gaat komen. En dat betekent dat we er dan met elkaar bij de jaarrekening op terug kunnen komen. Dat was het wat mij betreft. Dan gaan we naar, eens even kijken, wethouder Botter. Wethouder Botter: Ja. Dank u wel, mijnheer de voorzitter. Er zijn verschillende vragen gesteld over het personeelsbeleid, het HRM-beleid en de personeelstekorten en wat we daar allemaal aan gaan doen. We hebben natuurlijk de afgelopen periode een jaar of wat geleden een strategisch personeelsbeleid aangenomen. Het is misschien goed voor een ieder om daar nog eens kennis van te nemen, omdat daar de hoofdlijnen in gezet zijn van wat we van plan zijn ook om te gaan doen om aantrekkelijke werkgever te worden. Ook als het gaat om interculturalisatie en dergelijke.
Maar we hebben toen ook afgesproken met elkaar dat het een situatie gaat worden dat er met een soort kapstok is waar we vervolgens een aantal kledingstukken aan gaan hangen. En die kledingstukken die krijgen steeds meer vorm op dit moment. Zo wordt er op dit moment hard gewerkt aan het wervings- en selectie instrumentarium. De procedures worden vergemakkelijkt. De vacatures zullen zichtbaarder zijn op … Makkelijker te vinden zijn op de websites. In het kader van de kadernota wordt ook iemand aangenomen die ook heel specifiek met het arbeidsmarktbeleid aan de slag gaat. En er wordt gewerkt aan de doorstroom en de ontwikkeling van de eigen medewerkers. Dat betekent dus ook dat je naar een goed werkgeverschap gaat kijken. En er werd ook gerefereerd aan het organisatierapport van Berenschot van medio vorig jaar. Nou ja, in Berenschot staan natuurlijk ook een aantal suggesties van hoe je ook dat werkgeverschap op een betere manier in kunt vullen. Daar zijn vervolgens een missie en een visie uit naar voren gekomen en die zullen daar ook toe bijdragen. En als je kijkt naar de vraag van wanneer kunnen we daarover rapporten? Dat was met name de vraag ook van OPHaarlem. Dan is dat bij
27
de programmabegroting. Dan kunnen wij het één en ander daar verder over melden. En over een aantal andere zaken hebben we al toegezegd, rondom het personeelsbeleid, dat we daar in december over u zullen informeren. Want dat hebben we als jaarlijkse cyclus met elkaar afgesproken. Als het gaat over de vijf … De voorzitter: De heer Van Kessel. De heer Van Kessel: Ja. Dank u wel, voorzitter, en dank u wel wethouder voor deze reactie. Als we naar het jaarverslag kijken is gewoon het gebrek aan arbeidskrachten één van de grote problemen geweest voor de onderrealisatie. U noemt nu een aantal verbeterpunten die in gang gezet zijn. Veel dank daarvoor. Maar mijn vraag is ook, vindt u dat dit voldoende is en denkt u ook dat die problematiek van onderrealisatie door arbeids… Te weinig arbeidskrachten door dit pakket zich in de toekomst niet meer voordoet? Wethouder Botter: Nee, dat heb ik ook in de commissie bestuur gezegd. We hebben op dit moment tussen de veertig en zestig vacatures. Daarin zijn we niet de enige organisatie in Nederland. Zoals u weet is er heel vaak om ons heen hoor je de laatste tijd dat er te weinig mensen beschikbaar zijn. Het is ook een concurrerende markt. We zitten natuurlijk allemaal met kleine gemeenten en dat betekent dus ook dat we om ons heen die ook mensen nodig hebben. Daarom is het zaak dat we ook goed met elkaar samenwerken.
Dat we kijken naar werkverdeling en differentiatie. En dat zijn ook allemaal instrumenten om daar in de toekomst met elkaar over van gedachten te wisselen. En een andere vraag namelijk die u had, en daar kom ik dan nu op, is de vraag van, in hoeverre zijn alle doelen die worden geformuleerd realistisch ten opzichte van het arbeidspotentieel wat je in huis hebt. En daarbij zult u in de kadernota merken dat daar ook suggesties worden gedaan om ieder geval te kijken hoe je ervoor zorgt dat het werk wat er is in relatie tot het personeel wat we beschikbaar hebben en denken te kunnen verwerven, dat dat in evenwicht is en dat daar ook de realisatie op wordt aangepast. Dus het is niet zo dat ik hoop heb dat het … Nou ja, hoop heb je natuurlijk altijd. Maar ik heb wel de hoop dat we flinke stappen zullen zetten. Maar of wij erin slagen om dit jaar alle vacatures in te kunnen vullen en alles te kunnen realiseren wat we van plan zijn, ja, dat zullen we bij een volgende jaarrekening moeten gaan constateren met elkaar. Als we dan vervolgens nog kijken naar de vraag over de problematiek rondom de verwarming. Nou ja, ik kan mij in ieder geval herinneren dat we er drie keer met elkaar in de staf facilitair over hebben gesproken en dat we wel degelijk naar aanleiding van de opmerkingen vanuit de rijksoverheid en naar het voorbeeld van de rijksoverheid daarmee aan de slag zijn gegaan.
Dus ik weet niet dat de kachel nog veel te hoog staat. Ik neem aan dat de thermostaat met dit weer gewoon überhaupt afslaat, dus dat de kachel überhaupt niet brandt deze zomer. Maar ik zal er nog een keer goed naar laten kijken en dat afstemmen met de facilitair. Als het dan gaat over de gebouwen die het C-label hebben. Wij hebben als gemeente Haarlem hebben we nog drie gebouwen … Het gaat overigens over gebouwen, kantoorgebouwen, die groter zijn dan honderd vierkante meter. Daar hebben we er dus nog drie van. En ja, volgens mij heb ik al een keer in de commissie ontwikkeling aangegeven dat we daar voortvarend mee aan de slag gaan. Dat zijn ook de kantoren die op de lijst staan van de zeventig gebouwen die als eerste binnen de negen miljoen van verduurzamingsmiddelen worden aangepakt. Dus nou ja, ik hoop u hiermee een misschien globaal maar toch wel een antwoord te hebben gegeven op de vragen die u heeft gesteld. De voorzitter: De heer Dreijer. De heer Dreijer: Ja. Dank u wel, wethouder, voor het antwoord. Ja, mijn vraag was echt, gaat u het redden voor 1 januari? Want volgens mij ben je dan wettelijk verplicht om gewoon de deur dicht te doen als het niet geregeld is.
28
Wethouder Botter: Ja, daar zijn we ons van bewust dat dat zo is. En ook daarbij zeg ik, we doen ons uiterste best, zeg maar ons stinkende best, om dat te gaan realiseren. Maar dat betekent dus ook dat je en bedrijven moet hebben die daartoe in staat zijn om dat te realiseren en uit intern mensen die dat ook kunnen begeleiden. Maar we doen ons stinkende best en meer kan ik daarover niet toezeggen. En volgens mij heb ik daarmee ook voldoende … Nee, dat is aan u of ik voldoende antwoord heb gegeven. De voorzitter: Dat horen we straks. Wethouder Botter: Dat hoor ik graag terug in de … Maar volgens mij heb ik op alle vragen die zijn gesteld een antwoord gegeven. De voorzitter: Wethouder Meijs. Wethouder Meijs: Dank u wel. VVD is begonnen met een vraag over de woningopbrengsten, en dat is aangesloten met Jouw Haarlem en nog een andere partij. We hebben inderdaad het afgelopen jaar weinig tot geen opbrengsten van nieuwe extra sociale huurwoningen geleverd. Maar zoals u wel heeft kunnen zien in de monitoring, zijn er ontzettend veel huizen verduurzaamd en gerenoveerd. We zullen de komende jaren, mede dankzij de stimuleringsgelden van 14,7 miljoen die van het Rijk toegekend zijn aan de ontwikkelgebieden van Zuidwest en Oostpoort, inderdaad versnellen en verdichten daar waar het nodig is.
En de ontwikkelzones zullen zeker de komende jaren met een positief saldo komen voor de sociale huurwoningen. VVD heeft ook de vraag gesteld over het huishoudelijke ondersteuning. Dat klopt, daar is een personeelstekort. Krapte op de arbeidsmarkt. Nou mijn collega heeft het zojuist ook al aangegeven dat het ook binnen onze eigen ambtenarenapparaat is. Maar dat kennen we binnen de zorg, we kennen het binnen de horeca, we kennen het op vele gebieden in het onderwijs. Noemt u maar op. Wat we wel doen is dat we korte lijnen hebben met de aanbieders die de huishoudelijke ondersteuning bieden. We schuiven door, we verwijzen naar elkaar en we leveren in ieder geval aan de meest kwetsbare mensen de zorg. Dat doen we sowieso natuurlijk altijd al bij de urgenten. Maar ook nu kijken we heel erg goed, is er nog een klein netwerk van de familie? Is er nog een zorgnetwerk in de buurt? Dan zullen die niet als eerste bediend worden. Maar de echt kwetsbare en de alleenstaanden die zullen zeker geholpen worden. U heeft een vraag gesteld toen straks aan de accountant over de PGB. Ik kan verwijzen naar een nota die begin mei naar de raad is gestuurd om die prestatielevering te verbeteren. En daarin vindt u een overzicht van alle behaalde of niet behaalde, we te hopen behalen verbeterpunten op het PGB, zoals de accountant dat ook al aangaf. Actiepartij, ik kan u alleen maar uw observatie delen.
Het was verder geen vraag over de mantelzorg. Ja, het zou een nobel streven zijn om het tot nul te reduceren, maar dat is natuurlijk godsonmogelijk. Maar inderdaad moeten we constateren dat het een zwaar beroep is, weliswaar vrijwillig, maar mantelzorgen verdient altijd onze aandacht. En dat waren volgens mij de drie vragen die aan mij gesteld waren. De voorzitter: Dank u wel. Wethouder Roduner. Wethouder Roduner: Dank u wel, voorzitter. Ik had twee vragen. Eén was eigenlijk dezelfde vraag van het CDA en de ChristenUnie over de donkergroene smiley bij 3.1, beleidsveld werk, waar het doel is om werkzoekenden met een overbrugbare afstand tot de arbeidsmarkt aan het werk te helpen. Nou ik denk dat dat doel ontzettend goed gelukt is. Als u kijkt op pagina 301 ziet u dat Haarlem ten opzichte van vergelijkbare steden één van de laagste bijstandsbestanden heeft. Dat is denk ik … en ook financieel zie je dat inmiddels terug in de jaarrekening. We houden dit jaar weer ruim vijf miljoen over doordat we eigenlijk uitkeringslasten besparen, omdat onze Haarlemmers gewoon aan het werk zijn. Resultaten van volgens mij succesvol beleid, maar ook het geluk van een krappe arbeidsmarkt in deze regio. Daar moeten we dan altijd eerlijk over zijn.
29
Dus wat mij betreft is die donkergroene smiley helemaal terecht. Maar ik snap wel dat u zegt … Of ja, u zegt beiden, die effectindicatoren die daar inmiddels bij horen, ja, kloppen die dan eigenlijk nog wel? Als je met een klein bijstandsbestand te maken hebt en ook met minder instroom vanwege de coronamaatregelen, dan is het lastiger om mensen aan het werk te bemiddelen. Dan heb je gewoon een kleinere groep mensen. En wij weten ook dat er nog steeds toch een hele grote groep, stabiele groep, echt een onoverbrugbare afstand tot de arbeidsmarkt heeft. Nou we hebben daar vaker in de commissie gesprekken over gevoerd dat ook die groep langzamerhand in beweging komt. Maar dat maakt het gewoon lastig om uiteindelijk heel veel trajecten te gaan doen, voor ja, als onze Haarlemmers nog niet toe zijn aan een traject. Dus laten we inderdaad gewoon voor de volgende begroting kijken of die, wat is het, de streefwaarden of het nog wel klopt. Of die dan ook wel matcht met de omvang van het bijstandsbestand. Want ik denk dat dat dan wel de relevante factor is. Dus het lijkt me goed om bij de komende begroting daar nog een keer naar te kijken of die op het juiste niveau staat. Maar goed, dat is dus even wat we met elkaar daar constateren. ChristenUnie heeft ook nog gevraagd naar de vroegsignalering. Dus u zegt eigenlijk, daar mis ik een effectindicator.
Nou dat kan ik u niet toezeggen dat ik die nu ga opnemen. Ga ik ook niet over. Daar gaat uiteindelijk gaat de raad daar zelf over. En daar is ook een … En er komt dadelijk in het najaar weer een nieuwe conferentie. Wat ik daar nu over kan zeggen is dat we dit jaar ongeveer gemiddeld tweehonderd signalen krijgen waar ook actie op wordt ondernomen. Tweehonderd signalen per maand moet ik zeggen waar actie op wordt ondernemen. Niet alles leidt tot iets, want sommige mensen hebben ook geen behoefte aan hulp of zijn daar nog niet aan toe. Maar we zien in ieder geval dat dat een behoorlijk stevige groep is. Dus dat verklaard het veel. Dus die indicator ga ik u niet toezeggen, maar laat ik u als vertrekkend wethouder wel een nota toezeggen. Dat is lekker makkelijk. Dus in de tweede helft van dit jaar zullen we richting de commissie en raad met een nota komen om ook even de eerste ervaringen op papier te zetten van hoe gaat het met deze nieuwe wettelijke taak? Wat zijn onze ervaringen, wat zien? Nou, wat gaat goed, wat kan beter. Dat u in ieder geval via de commissie ook goed geïnformeerd bent over deze nieuwe taak. De voorzitter: Dank u wel. En ten slotte wethouder Berkhout. Wethouder Berkhout: Ja. Dank u wel, voorzitter. Ik ga een paar vragen af. De Partij voor de Dieren vroeg om een reflectie als het gaat om de duurzaamheidslening of het aantal verstrekte leningen.
Nou laat duidelijk zijn, daar zit een stijgende lijn in. Ook voor 2022 tot en met mei inmiddels zestig leningen verstrekt. Dat klinkt misschien weinig. Dat is wel voor een bedrag van zes ton inmiddels. En we lopen ook alweer tegen het plafond van een paar jaar geleden verhoogde duurzaamheidslening aan. Dus we zijn goed op weg. En ik denk dat we ook voornemens zijn, dat ziet u ook in het coalitieakkoord, om wederom duurzaamheidslening te verruimen om zo daar mogelijkheden toe te bieden. Tegelijkertijd is dat natuurlijk niet het enige instrument wat we gelukkig hebben. Dus er is een heel instrumentarium. En we hopen ook op zowel middelen van het Rijk om hier de opschaling, de noodzakelijke opschaling te gaan realiseren, als wel wet- en regelgeving om hierin te gaan faciliteren. En dat kan een warmtewet zijn, dat kan een nationale … Het warmtefonds zijn. Daar zit een heel scala, eerder ook met elkaar in de commissie wel besproken. Misschien ook goed om daar ergens na de zomer met de nieuwe, nou vanuit het nieuwe college misschien een keer nader over van gesprek te wisselen. Maar op zich, het aantal duurzaamheidsleningen loopt weer stevig op en dat is op zich een goed instrument, wordt goed gebruikt, goed teken. Maar het is niet het enige. En dan eventjes in reactie op het CDA. Vaak zijn bij de jaarrekening nog niet de actuele duurzaamheidspercentages bekend.
Dus daarom blijft dat soms nog leeg. Tegelijkertijd zijn die er wel bij de begroting. En daar hoort dat ook echt thuis in de duurzaamheidsbegroting. Dus daar kunnen we ook een toelichting geven of een duiding geven op die percentages. Overigens kunt u bij Haarlem in cijfers, de website, wel vaak de actuele cijfers vinden. En dan ook nog eventjes, ook ik was nog eventjes achter de verwarming of de verlaging van de temperatuur van de
30
verwarming aangegaan. En ik kan eigenlijk wethouder Botter bijvallen, de temperatuur is in alle panden waar de ambtenaren huizen verlaagd. Dus Raakspoort, Zijlpoort, maag ook stadhuis. Ware het niet dat we hier radiatoren hebben waar mensen aan knoppen kunnen draaien. En na het betoog van Hart voor Haarlem heb ik een vermoeden waar dat in ieder gebeurt. Maar dat is dus wel hoe het bij ons bekend is. En dan eventjes in reactie op de ChristenUnie. Er is een verklaring voor waarom er de smileys andere kleuren hebben tussen fiets en auto. Dat heeft soms te maken met de ingezette acties bij fiets. Daar wordt goed aan gewerkt. Tegelijkertijd geeft u een heel valide punt. U vergelijkt de parkeerdruk, autoparkeerdruk, fietsparkeerdruk. Volgens mij moeten we dat bij een volgende jaarrekening uniformer doen. Dus werken we hard om die parkeerdruk tegen te gaan? Zijn die acties succesvol of niet succesvol? Niet succesvol hoort daar bij beiden een rode smiley mee. Dus nemen we ter harte. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Het college is door zijn tijd heen, dus we gaan eens even kijken. Tweede termijn raad De voorzitter: Is er nog behoefte aan een tweede termijn? De heer Smit. De heer Smit: In die zin, geachte voorzitter, wij hadden drie vragen gesteld, maar ik heb, of door onduidelijkheid of doordat ze niet behandeld zijn, de antwoorden gemist.
Net was de vraag van, per wanneer kan het college een gedegen rapportage toezeggen over de resultaten van het ingezette traject, verbeteringstraject, inzake de ambtelijke organisatie? Kan het college toezeggen in contact te treden met de jongerenraad over de fietsveiligheid? De jongerenraad heeft er echt aan gewerkt. En de derde vraag is, kan het college toezeggen om de veelheid van fietssoorten op het fietspad nadrukkelijker mee te nemen in het nieuwe beleid? Dank u. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk even verder. De heer Visser, ChristenUnie. De heer Visser: Tweede termijn toch? Nou ik ben blij met de toezegging voor de nota over vroegsignalering. Het gaat natuurlijk niet alleen het aantal signalen wat ik krijg, maar ook wat we ermee doen en wat we ermee bereiken. Maar dat wordt ongetwijfeld voor de nieuwe wethouder een mooie nota, dus daar zien we naar uit. Ik was minder blij met de antwoorden van de wethouder over die bijstandsgerechtigden, het punt waar het CDA ook over begon. Want de wethouder ging nu suggereren, misschien moeten we de streefwaarde aanpassen. Natuurlijk, de groep die overblijft dat is een lastigere groep en dat kost misschien meer inspanning. Maar volgens mij moet het nog steeds de ambitie zijn dat we gewoon meer mensen aan het werk gaan krijgen, ook al is de groep klein. Dus ik zou echt die ambitie niet willen verlagen.
Ik zou echt de wethouder of de nieuwe wethouder op dat onderwerp willen uitdagen om daar creatief in te zijn en meer te bereiken. Dus niet elk jaar maar hetzelfde bereiken, maar volgend jaar iets meer te bereiken dan dit jaar. De voorzitter: Dank u wel. Echt tot op de seconde uw spreektijd gebruikt. Fantastisch. Even kijken, zijn er nog anderen in tweede termijn? Of zeg u van, nou wat ons betreft voldoende? Tweede termijn college De voorzitter: Dan kijk ik nog even naar de collegeleden die toch nog wat vragen nu hebben. De heer Botter. Wethouder Botter: Ja, mijnheer Smit, volgens mij had ik gezegd bij de programmabegroting wordt u op de hoogte gebracht van de voortgang van alle facetten van de organisatieontwikkeling. Maar ik zag nu zelf in mijn
31
aantekeningen dat ik wel een andere vraag van u heb gemist die u niet heeft herhaald. Dat ging … Dat is de vraag over het KCC. De heer Smit: Ja. Wethouder Botter: Of u daarover wordt geïnformeerd. En dat zullen we ook doen bij de programmabegroting. De heer Smit: Dank u wel voor de ‘…’ (buiten microfoon). De voorzitter: Dank u wel. Wethouder Roduner? Geen opmerkingen? Dan … Ja, dat is zo. Wethouder Berkhout. Wethouder Berkhout: Ja, u had een vraag over de jongerenraad en fietsveiligheid. Ik moet wel zeggen, dat is wel heel associatief als we het over de jaarrekening hebben. En ik heb uw vraag gemist in het uitvoeringsprogramma verkeersveiligheid vorige week in de commissie beheer. Dus ik … Het is een beetje zoeken waarom u nu hiermee komt? Maar er is contact geweest tussen de afdeling en de jongerenraad. De voorzitter: Ja. Een interruptie van de heer Smit nog? De heer Smit: Dan hoop ik dat daar nog op één of andere manier kond van wordt gedaan, mijnheer de wethouder. De voorzitter: Dat is nu gebeurd in ieder geval. De heer Smit: Nou, ik heb het over het gesprek. Het gesprek dat gevoerd is, daar heb ik het over.
En de tweede vraag was over, zegt de wethouder toe dat er met nadruk wordt gelet op de veelheid van fietssoorten de komende tijd en nu al op het fietspad? De voorzitter: Wethouder? Wethouder Berkhout: Ja kijk, eerlijk gezegd, we hebben de vorige week in de commissie beheer hier echt anderhalf uur over gesproken. Ik … Ja, excuus, ik ga hier nu geen antwoord op geven. De voorzitter: Goed, dan komen wij toe … Ah, wethouder Botter nog een nabrander? Wethouder Botter: Ja, ik weet niet precies wat u wilt met de jongerenraad. Maar er zijn vier of vijf gemeenteraadsleden aanwezig geweest bij de presentatie van de jongerenraad, ik ben daar zelf ook bij geweest, van hun fietsplannen. Daar is … Zijn aantekeningen gemaakt. Daar is in het college over gesproken en de afdeling die is op het spoor gezet van de jongeren. Dus volgens mij is dat echt heel erg goed geborgd. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Smit. U heeft ook geen spreektijd meer volgens mij, dus houdt u het kort. De heer Smit: Ja, ik … Wacht even, ik dacht nog steeds wel. Nee. Mag ik dan heel kort reageren door te zeggen dat ik de vraag had gesteld, omdat ik het gevoel had dat een aantal knelpunten op dit moment niet herkend zijn door mij in de stukken van vorige week ook in de commissie. Dank u. De voorzitter: Waarvan akte. Dank.