CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

06-03 Transcript cie Ontwikkeling

commissie Ontwikkeling 3 juni 2021, gemeente Haarlem55.175 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 6

Ja, er komt een Lightrail in Zuid. Oké, prachtig, dat kan. Maar als mensen vanuit Deventer, Apeldoorn, noem het maar op naar de kust willen en naar Bloemendaal, Zandvoort willen, hoe komen ze daar? Met de Lightrail? Ik denk het niet. Dus hoe gaat u dat doen? De Mariatunnel is verdwenen. We hebben het al in het stuk van de heer Berkhout gehoord: wat hem betreft komt die er niet. Wat ons betreft blijft die wel, want het is een essentieel knooppunt om niet al het verkeer door de stad heen te jagen. De mobility hubs, ik zei het net al: waar komen die dan? Want dat wordt onduidelijk. Hoe gaat u dat realiseren? Het economische profiel van de Waarderpolder, wat is dat economische profiel? We lezen het niet en het gaat wel

52

goed, want er moet meer gewoond en meer gewerkt worden in de stad, maar het autoverkeer mag niet toenemen. Maar hoe wilt u dan het economische profiel van de Waarderpolder versterken, als het autoverkeer mag niet toenemen, maar u wilt wel het profiel versterken? Hoe wilt u dan, als het autoverkeer niet versterkt mag worden en de bedrijven en de bewoning moet groeien, hoe wilt u dan zorgen dat u bedrijven of bewoners niet uitsluit? Dat u wel voor iedereen een stad bent die bereikbaar is? Hoe wilt u dan dat substantieel aantal arbeidsplaatsen toevoegen in de Waarderpolder, zoals u dat hoort, wat ook noodzakelijk is? Want we moeten uiteraard die baanratio omhoog krijgen, want we willen inderdaad dat er meer banen in Haarlem zijn uiteindelijk. Kijk naar Leiden met het Bio Science Park, die hebben echt een profiel. Kijk naar Eindhoven, die hebben echt een profiel. Wat wordt uw profiel, wat wordt het profiel van Haarlem? Circulaire economie? Zou kunnen, maar dan is het nog veel te minimalistisch en zou je het veel groter moeten maken en veel meer zaken erbij moeten pakken. Maar ook wat belangrijk is en wat nog ontbreekt in het stuk: het draagvlak onder Haarlemmers. We hebben het gezien bij de Skaeve Huse, onder andere.

Draagvlak is essentieel om iets verder te brengen, want anders zit hier constant de raad zal vol met mensen die tegen ieder plan zijn en die komen ook niet verder en gaat het tempo ook niet omhoog. Dus iedereen mag een zienswijze indienen, dat mag nu, dus we roepen ook iedereen op: kom inspreken op deze Omgevingsvisie of stuur een stuk op. Maar ik heb het de afgelopen dagen niet in de kranten of in de weekbladen voorbij zien komen om mensen actief uit te nodigen: denk mee over uw stad, denk mee over Haarlem tot 2045, want de Omgevingsvisie gaat nu de inspraak in. U kunt hem hier en hier vinden, op deze locaties ligt het, kom inspreken. Niet alleen digitaal, nee, ook fysiek, want mensen hebben er ook behoefte aan om bijvoorbeeld in bibliotheken het plan door te lezen en daarop te kunnen reageren. Goed, genoeg voor nu, de rest komt inderdaad schriftelijk naar u toe. Nog één laatste opmerking: we vinden het een behoorlijk politiek stuk. Het leest als een verkiezingsprogramma van niet nader te noemen partijen. Maar goed, dat is niet ons verkiezingsprogramma, zoals u begrijpt. Er zitten prima passages in, hoor, die we ook zeker kunnen steunen en waar we ook zeker de stad mee verder kunnen brengen, maar we zullen zeker ook nog bij de raad terugkomen met moties/amendementen om dit stuk aan te passen. En zoals gezegd: we zullen het op schrift aan u geven.

De voorzitter: Mijnheer Van den Doel, GroenLinks. De heer Van den Doel: Ja, ik heb even gewacht met een reactie en een vraag aan u te stellen, om even uw hele verhaal aan te horen. U geeft aan dat de auto te weinig plek krijgt, dus de auto moet leidend zijn in uw ogen. Hoe stelt u zich dat voor? Hoe kan dat gebeuren? Hoe stelt u zich dat voor? Want u zegt: we missen de auto overal. Ja, dat klopt, omdat we echt een visie hebben over hoe we de stad leefbaar houden en met alle auto’s is die stad niet leefbaar te houden. U heeft geen oplossing, u heeft kritiek, maar u brengt geen oplossing. Want wat doet u met de auto, met het teveel aan auto’s wat we nu al hier hebben? De heer Blokpoel: Fijn dat u heeft gewacht, maar u heeft niet goed geluisterd. Dank voor uw vraag. Het stuk ademt: we moeten de auto opofferen, de auto moet weg. Oké, prima, maar een aantal auto’s minder, dat kan, maar kom dan met goede oplossingen. Smart mobility hubs in de bestaande stedelijke structuur, dat kan niet. Er is geen plek om mobility hubs te realiseren. Althans, er is ook geen plan voor en het staat ook niet aan de randen van de stad ingetekend. Dus ja, er moet ruimte komen, ja, er zullen enkele parkeerplaatsen wellicht verdwijnen, maar zoals het nu doordrenkt is van: de straten moeten leeg en er moet groen, water en de auto moet weg. Zo kunnen we hier niet mee verder. De voorzitter: Dank u wel.

Wie mag ik het woord geven? Mijnheer De Groot, D66.

53

De heer De Groot: Dank u, voorzitter. Dat is dus ons toekomstige verkiezingsprogramma, dus dank u wel, mijnheer Blokpoel. Wij zijn er hartstikke blij, want wat leest dit lekker weg, complimenten voor de toegankelijkheid. Ik hoop dat veel Haarlemmers de moeite nemen deze visie te lezen en feedback te geven. Dus wat ons betreft kan deze de inspraak in. Een stad is nooit af, nu niet en in 2045 niet. Politiek gaat dan met name over welke prioriteiten we leggen. D66 zet daarbij in op een beter verblijfsklimaat: meer bomen, minder auto’s, uitstekende fietsverbindingen, aandacht voor voorzieningen. Wethouder, wat heeft het uitstel voor gevolgen voor het proces wat wij hier lopen? En wethouder, de relatie met de SOR, kunt u dat nou nog eens toelichten? De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Van Leeuwen, Actiepartij. De heer Van Leeuwen: Voorzitter, ik sluit me aan in de benaderingswijze van de VVD, zo hebben wij er ook naar gekeken. We herkennen zeer wel de zes integrale Haarlemse opgaven die worden genoemd. We herkennen ook de noodzaak tot het maken van strategische keuzes. We vinden alleen dat de strategische keuzes nu in de huidige projecten in dat licht veel te weinig aan de orde komen, daar kunnen we echt in de projecten nog heel wat over zeggen. Dat gaan we ook wel doen. Laat ik daar één ding uithalen. U zegt: ik bevorder de gezonde leefomgeving.

Dat is één van de strategische keuzes. Die oplossing zoekt u primair in het buitengebied. Voor Actiepartij is de bestaande stad, de binnenstad, de bestaande wijken, dat is het uitgangspunt om na te denken over een gezond leefklimaat. Daarom hebben we ook de motie die u heeft afgedaan, die willen wij volgende week bespreken. We praten de bestaande stad. U maakt een keuze voor de energietransitie, u zegt: daar hebben we ruimte voor nodig, het oostelijk landschap komt daarvoor bij ons in beeld. Nou, daar kijken wij een beetje zorgelijk tegenaan, want hoe gaat u prioriteren? Vergroenen, vernatten, de energietransitie, de woningbouw? Dus we erkennen nogmaals de opgaven, maar de prioritering onderling en het ruimtebeslag wat al die opgaven met zich meebrengt, dat zien we nog onvoldoende terug. Ik laat het nu even hierbij en de rest komt inderdaad schriftelijk, bij gebrek aan goede spreektijd. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Kok, OPH. Mevrouw Kok: Dank u wel, voorzitter. OPHaarlem heeft ook niet echt een inhoudelijke bijdrage. Misschien heb ik nog wel de meest spreektijd van allemaal met twaalf minuten, maar dat is nog veel te weinig tijd voor zo’n enorm stuk. Wij hadden liever gezien een gecombineerde vergadering met de commissie Beheer, zoals we doen voor Domus Plus en Skaeve Huse, dan met Samenleving en in dit geval Beheer.

Want er liggen zes strategische keuzes voor en die verdienen eigenlijk allemaal een aparte discussie. Ik herken ook wat de VVD zegt: er moet draagvlak voor zijn. We willen ook dat deze visie gedragen wordt door alle Haarlemmers, dus daar wil ik het nu even bij laten. Wij kijken ook of er nog tijd is voor een voldoende onderbouwde schriftelijke reactie. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Amand, Trots. De heer Amand: Dank u wel, voorzitter. Trots vindt dit stuk eigenlijk helemaal niet handelsrijp. Dan zal ik u zeggen waarom. Er zitten stukken bij – dan ga ik even zeggen wat de ambtenaar zei tegen mij – Parkwijk gaan we vernieuwen, verbouwen. Nou, dat was elf jaar geleden al het plan, maar ja, we hoorden het net al van de insprekers: Hoorne Vastgoed en Dreef Beheer, de supermarktketens die daar een belangrijke rol in spelen. Dat mag er nu wel eens een keer gezegd worden in de openbaarheid, vindt Trots. Want wij vinden dat natuurlijk, de bewoners die worden nergens mee gekend. Dat is ook met de grasvelden, je ziet het nergens, ik heb laatst ook weer een iemand die ging inmeten voor een bepaald bureau in Oost en in Zuid, gronden, maar dat kan je nergens terugvinden. Dus wij gaan toch eens verzoeken aan de wethouder of hij toch eens even met een

54

goede visie komt. Want ik heb dit nu al een paar jaar gehoord, voor de verkiezingen al, een prachtig verhaal, maar daar schieten we eigenlijk helemaal niks meer op. Waarom zijn die Haarlemmers allemaal niet meegenomen in het hele proces? Dus daarom: wij vinden het een visie van niks. De voorzitter: Mijnheer De Groot. De voorzitter: Sorry, ik moet hier elke maand naar luisteren. Mijnheer Amand, dit is een discussie over een stuk wat nu ter inspraak gelegd wordt, waar dus iedere Haarlemmer op kan gaan reageren. Heeft u dat in de gaten? De heer Amand: Mijnheer De Groot, ik ben blij dat ik uw stem eens hoor, want ik heb de afgelopen week, u heeft altijd een heleboel kabaal. Ik weet, u wil wethouder worden, ik weet het, maar het is natuurlijk niet zo dat wij naar u moeten luisteren, want daar zijn wij hier niet voor. Wij zijn hier om u te controleren en uw D66 ook. Dus daar wil ik het even bij laten. De voorzitter: U bent hier samen het bestuur van de stad. Goed, mijnheer Van den Doel, GroenLinks. De heer Van den Doel: Dank u wel, voorzitter. GroenLinks vindt het een goed stuk, er wordt veel geadresseerd, maar er blijven ook veel vragen over. Maar dat is logisch, want het is een visie. Het is een overkoepelende visie die poogt om alle opdrachten die de stad heeft samen te voegen en daar een gedachte over te hebben en een richting aan te geven.

De ene partij wil hem dichtgetimmerd zien als een plan, de andere partij mist dingen. Ja, er missen dingen, maar dat klopt, want het is een overkoepelende visie waaruit we de Omgevingsplannen maken. In die Omgevingsplannen duiken we in de details, gaan we het precies adresseren. Dat is wat dit stuk doet, dat geeft ons een visie voor de toekomst waarop we de plannen kunnen maken. Dus GroenLinks is blij met deze visie. Uiteraard, het leest als ons verkiezingsprogramma, ik zal er geen doekjes om winden, maar het zorgt gewoon, de visie geeft aandacht voor de positie van de mens, voor de positie van de natuur, voor hoe we gaan bouwen en hoe we de wegen gaan aanleggen. Ja, op niet alle vragen is een antwoord, maar dat kan ook nog niet, omdat het pas later wordt geadresseerd. Maar we nemen het wel op, de dingen worden wel al gekenmerkt, zodat we met het maken van de plannen rekening kunnen houden met de overkoepelende visie die nu hier voor ons ligt. Ik hoop dat de Haarlemmers zich er goed in gaan verdiepen en met goede plannen komen of goede aanpassingen komen, zodat het plan, als het uiteindelijk klaar is, ook werkelijk kan voldoen om ons tot 2040 de weg te wijzen in de ontwikkeling van ons mooie Haarlem. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Van Zetten, Hart voor Haarlem.

Mevrouw Van Zetten: Even aan GroenLinks: hoe ziet u de relatie met de Structuurvisie Openbare Ruimte? Hoe combineert u dat? De heer Van den Doel: De Structuurvisie Openbare Ruimte is dus bij uitstek een stuk waarbij je een deel van je ontwikkelingen schetst. Die komen onder de visie. Een deel zit ook van de SOR in de visie, de wethouder heeft het per mail goed uitgelegd, en dat is ongeveer zoals wij ernaar kijken. Dus ik zie die relatie echt heel duidelijk en ik denk ook dat de SOR is vaak eigenlijk deels ook een uitwerking van je visie. De projecten lopen verschillend, we hebben net de SOR goedgekeurd. Dat kan ook niet anders, want we wisten nog niet precies wanneer de visie kwam. Maar nu hebben we de visie en nu kunnen we elk volgend plan daaraan spiegelen en daarop baseren. De voorzitter: Mevrouw Van Zetten.

55

Mevrouw Van Zetten: In de SOR is wel de Mariatunnel of de Kennemertunnel opgenomen en hierin niet. Hoe ziet u dat? De heer Van den Doel: U weet dat wij geen voorstander zijn van de Mariatunnel, dat hebben we nooit onder stoelen of banken geschoven. Maar die hobbel nemen we als die komt en ik vermoed dat die niet komt, deze hobbel. Maar mocht hij komen, dan nemen we hem dan. De voorzitter: Dank u wel. Wie mag ik het woord geven? Mijnheer Bloem, SP. De heer Bloem: Voorzitter, ik ben van nature altijd heel sceptisch van het maken van visies, om het maken van visies, maar dit is ook gewoon wat wettelijk verplicht is, dus we hebben geen keuze om nog meer papier toe te voegen. Dan is het soms wel jammer dat je dan niet meer gebruik maakt van andere papieren projecten die we al hebben gedaan, zoals de Structuurvisie Openbare Ruimte. Die Mariatunnel is inderdaad een goed voorbeeld, goed dat die geschrapt is, maar dat betekent wel dat dit gewoon echt een ander stuk is waar we andere keuzes in maken. Het is gewoon een nieuw stuk en eigenlijk gooien we hiermee de SOR in de prullenbak. Doen alsof dit een soort abstracte vorm ervan is, is gewoon niet waar. Wat bijvoorbeeld ook heel duidelijk in de Structuurvisie staat is waar je nou prioriteit aan geeft. Netjes op volgorde: eerst de voetganger, dan de fiets, dan het openbaar vervoer en dan de auto. Dat is vastgesteld.

Hier komt dat alleen tussen neus en lippen door. De SP vindt dat wel echt, daar hebben we het duidelijk over gehad, laat dat dan ook hier duidelijk en expliciet in het stuk staan. Zo abstract hoeft het toch ook allemaal niet? Nou, er valt veel over te zeggen en ik vind het ook lastig, het lijkt me ook wel lastig om hier burgers makkelijk in te participeren, dus ik ben benieuwd, wethouder, hoe gaat u dat doen, hoe gaat u alle mensen meenemen in plaats van alleen inspraak? Wij sturen het op, dus doet u uw zegje maar. Inhoudelijk viel mij wel één ding op, dat gaat over het mengen wat genoemd wordt, het mengen van wijken. Ik denk dat ik begrijp wat de wethouder daarmee bedoelt, maar dat mag ook wel iets minder abstract. Zeg gewoon dat je meer sociale huurwoningen neer wil zetten in West. Zeg dat, daar hebben we tenminste ook een eerlijke discussie in plaats van dat D66 vindt dat we moeten mengen en ik vind dat we moeten mengen. Nee, daar zijn we het over oneens. Dan is er een meerderheid en dan komt dat in het stuk, zo simpel moet het gewoon ook zijn. Abstractie niet gebruiken om echte goede politieke discussies te verhullen, ook niet in een visie. Wat ik dan ook mis – en dat is een beetje in hetzelfde kader, maar niet inhoudelijk – er staat niet in wat we niet willen. Het is goed, heel goed dat we neerzetten wat we wel willen. Soms moet je ook echt duidelijk zijn wat je niet wil.

Wat voor industrie willen wij nog bijvoorbeeld in de Waarderpolder? Zeggen we echt heel duidelijk: wij willen daar meer stimuleren dat er minder vervuilende industrie komt. Dat we daar duidelijker in zijn: wij willen een bepaald soort fabrieken hier niet. Het is maar een voorbeeld, maar zeggen wat je niet wil maakt dit minder abstract en meer werkbaar, zeker als we hier een concreet plan van moeten maken. De voorzitter: De heer Amand. De heer Amand: Voorzitter, ik had wel een vraag aan de SP. Bent u het met Trots Haarlem eens: meer wonen in de Waarderpolder? De heer Bloem: Ja. De voorzitter: Dank u wel. Wie nog meer? Mijnheer Klaver, CDA. De heer Klaver: Voorzitter, de ontwerp-Omgevingsvisie wordt door het CDA goed ontvangen. De strategische keuzes zijn mooi, kwaliteit is leidend en niet kwantiteit. De waardevolle karakteristieken van Haarlem en

56

Spaarndam worden gekoesterd, de woon-werkbalans blijft minimaal gelijk en groen wordt verbeterd. Het CDA heeft de Haarlemse maat hoog in het vaandel staan en erkent de Haarlemse maat in deze visie. Werkgelegenheid en arbeid in de Omgevingseffectrapportage zijn slecht en vertonen bovendien negatieve trend. Voor een stad in balans is het dus buitengewoon belangrijk dat we voor deze aspecten goed aandacht houden en in evenwicht laten ontwikkelen met het groeiend aantal woningen. Ruimte voor werkgelegenheid is essentieel. Dit bevestigt het belang om zuinig te zijn op de mogelijkheden van onze bedrijvenlocaties. In de definitieve versie willen we niet alleen terugzien hoe we ruimte voor werkgelegenheid behouden, maar ook duidelijk terugzien hoe we de negatieve trend keren. In de Omgevingsvisie geven we de auto een kleinere rol. Dat is mooi, maar is het ook reëel? Het is lastig inschatten hoe mobiliteit zich gaat ontwikkelen. Dat we de ruimte voor de auto willen beperken is te begrijpen. Het is dan wel nodig dat we vol inzetten op ondergronds parkeren en iedere kans aangrijpen om dat te realiseren. In dat opzicht is het jammer dat in de Omgevingsvisie ondergronds parkeren niet voorkomt. Het CDA vindt dat dit wel zou moeten en wil het belang van ondergronds parkeren terugzien in de definitieve versie.

Bij de strategische keuze voor het bevorderen van een gezonde leefomgeving missen wij de sport. We weten hoe belangrijk sport is voor gezondheid. Een gezonde leefstijl wordt als één van de problemen en knelpunten gezien. Wij vinden te weinig terug om hiermee verder aan de slag te gaan, om ook de stad in dit opzicht zich in balans te laten ontwikkelen. Concreet willen wij dus dat in de definitieve versie sport een belangrijke plaats krijgt bij de strategische keuze ‘Bevorderen gezonde leefomgeving’ en we willen sport terugzien bij de speerpunten en dan vooral in Schalkwijk, waar we zoveel woningen toevoegen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan hebben we nog mijnheer Slik van de ChristenUnie. De heer Slik: Dank u, voorzitter. De voorzitter: Ja, daar bent u. De heer Slik: Ik ben er. Ja, fijn dat de inbreng ook schriftelijk gedaan mag worden want anders had ik krediet aan moeten vragen op de komende drie vergaderingen want er zijn heel veel punten. Het stuk kan volgens de ChristenUnie wel de inspraak in, maar we vragen wel de toezegging van de wethouder dat de SOR en de omgevingsvisie alsnog zullen worden geïntegreerd, dat de kaarten worden verduidelijkt, en ten derde dat de structuur van de omgevingsvisie wordt vereenvoudigd.

We vinden het een sterke keuze om te werken vanuit die zes integrale opgaven, met die zes strategische keuzes die eruit voortvloeien, maar daarna wordt het een stukje van onnodig veel beleidsproza met speerpunten eronder en verdiepende uitspraken. En we zullen toch vooral in niet-koppeling met de SOR, daar is heel veel onderling over heen en weer vergaderd vandaag, de openbare ruimte maakt toch ongeveer de helft van de ruimte van de gemeente uit, dus de SOR kan gewoon niet ondergeschikt zijn of zoals de SP het zelfs stelt, de SOR gaat in de prullenbak, dus dat vinden wij gewoon echt een zeer slecht idee. We hebben nog een aantal detailopmerkingen. De ChristenUnie mist een visie op de spoorcorridor Haarlem-Amsterdam, waar de raad wel via moties uitspraken over heeft gedaan. We zouden graag niet alleen op stadsdeelniveau hubs zien maar ook op buurtniveau, hopelijk komt dat een beetje tegemoet aan de vraagtekens die de VVD daarbij had. En ja, zo kan je volgens ons het beste deelmobiliteit stimuleren. En de ChristenUnie mist nog een visie per stadsdeel, en daarin zijn we het eens met de stadsbouwmeester dat het eigenaarschap van bewoners en gebruikers van buurten dat kan vergroten. En daar kunnen we bijvoorbeeld leren van Amsterdam die ook in de omgevingsvisie een visie per stadsdeel heeft gevoegd. Dank u wel. De voorzitter: Dan mevrouw Otten, Liberaal Haarlem.

57

Mevrouw Otten: Dank u wel, voorzitter. De visie had duidelijker en korter moeten worden, begrijpelijker voor de Haarlemmer. Wat kan de Haarlemmer verwachten in de toekomst? Er zijn geen antwoorden nog op vragen die zullen ontstaan over bijvoorbeeld kwaliteit en type woningen. De visie vind ik ook doorspekt van sprookjes van water en van groen, maar ik zie geen ruimte daarvoor in Haarlem. Het is ook goed om na te denken over andere vervoersmiddelen dan de auto, maar de realiteit is dat er veel soorten nieuwe vervoersmiddelen zijn, maar de auto moet worden meegenomen in de plannen, dat kan niet anders. En de ontsluiting van het verkeer rond Haarlem blijft zorgelijk en ernstig, en een toenemend probleem als er meer gewoond gaat worden. Ik mis elke vorm van visie hierin. De suggestie van het CDA om parkeren ondergronds op te nemen in de visie ondersteun ik. En ook de suggestie van het CDA om sportmogelijkheden op te nemen in de visie onderschrijf ik van harte, sport draagt immers bij aan de vitaliteit van de stad. Mijn laatste vraag is: is er voldoende draagvlak? Weet de Haarlemmer dat hij invloed kan gaan uitoefenen? Hoe gaat u dat meer aandacht geven? En ik hoop op een heel concreet antwoord hierop van de wethouder, want uiteindelijk gaat het om de stad van de Haarlemmers. De voorzitter: Dank u wel.

Ja, en een half handje is dat? Mevrouw Van Zetten? Nou, Partij van de Arbeid dan eerst, mevrouw Verhoeff. Mevrouw Verhoeff: Dank u wel. Wat ik nu hoor van mijn collega’s in de raad zijn voor een groot gedeelte ook zaken die dadelijk in het omgevingsplan zullen kunnen worden uitgewerkt. Wij vinden het nog net niet goed genoeg voor het verkiezingsprogramma, wethouder, en aangezien u van dezelfde partij bent, want ik mis nog wel even de inclusieve stad in de teksten. En de volgorde van woningbouw beginnen we echt wel met sociale woningbouw, daar zijn we het met de SP eens. Verder goed stuk, kan sowieso de inspraak in.

Wij hebben er ook even bij nagedacht van waar gaat het eigenlijk over, het gaat niet alleen over Haarlem, het gaat ook over dat wat al in de nationale omgevingsvisie is opgenomen, een aantal zaken die in de provinciale omgevingsvisies staan, volgens mij lopen we redelijk in lijn en daarmee lopen we in ieder geval één risico als je kijkt naar het landelijke, want die gaan ook over duurzame energie, extra woningen, klimaatverandering, circulaire economie en kringlooplandbouw, maar daar wordt wel de initiatiefnemer ongeveer de goeroe van de participatie gevonden, en ik denk dat in deze visie niet een participatieplan hoort, want dat komt later, maar wel de uitspraak dat in de relatie met onze bewoners en ondernemers die hier actief zijn wij als gemeente de coördinatie op ons nemen, daar vragen wij om. Daarnaast, en dat vind ik wel heel jammer dat de meeste mensen hier duidelijk nog niet naar de hogere overheid hebben gekeken, of naar hoger, een andere overheid, kijk ook naar de provincie, daarin staat de toekomstvisie over hoe de mobiliteit zich gaat ontwikkelen. Het is voor ons en ook de insprekers dadelijk het meest eenvoudig om naar de komende tien jaar te kijken, al moeilijk genoeg.

Maar we weten allemaal dat het scheidsvlak als je verder gaat kijken tussen, zeker als je die stukken gelezen hebt, tussen de mobiliteit, de individuele mobiliteit van de auto, het openbaar vervoer, dat dat steeds onduidelijker en verwevener gaat worden. Dat betekent dat ook aannames die wij nu doen over bijvoorbeeld ondergronds parkeren heel prima is voor de plannen die we nu ontwikkelen, maar denk wel na want die parkeergarages moeten over tien, twintig jaar, nou, zeker over twintig jaar andere functies gaan krijgen omdat je andere vormen van mobiliteit kent dan wij nu kennen, en gezien de tijd laat ik het daarbij, dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Van Zetten, Hart voor Haarlem. Mevrouw Van Zetten: Nou, ik wil beginnen te zeggen dat ik de lay-out van het plan wat voor ons lag bijzonder ontoegankelijk en slecht vond, ik vond het heel moeilijk leesbaar, zeker met al die kleurtjes en die plaatjes. En ik vind als je de stad wil meenemen in zo’n visie, dat dat gewoon veel zakelijker en duidelijker moet zijn, en

58

ook dat het de mogelijkheid heeft om gedeeltes uit te printen zodat je het beter kan lezen, en dan gaat het zeker voor oudere mensen, waarvan we er toch ook redelijk wat hebben in deze stad. Dan kom ik op de bewoners, en je leest al dat de applicatie van de digitale versie, die is er nog niet. Nu is de ICT natuurlijk op allerlei gebied een groot probleem, en wij kunnen tegelijkertijd constateren dat 30 procent van onze Haarlemmers niet digitaal vaardig is, een heel groot gedeelte slechtgeletterd, en wat dat betreft is zo’n visie natuurlijk, ja, eigenlijk voor de hoopopgeleide Haarlemmers en zeker de politiek geëngageerde waarvoor dit plan dan, ja, aantrekkelijk zal zijn, en die zullen heus wel hun meninkje kunnen geven, dat zullen er niet al te veel zijn naar verhouding de mensen die hier wonen. Maar oké, dan heb je een begin, maar ik vind dat zeker zo’n college als we nu hebben daar ook veel alerter op kan zijn van hoe bereiken wij die mensen die dan niet zo hoogopgeleid en slim zijn als, ja, als wij, zal ik dan maar zeggen. Ja, nou ja, dat is natuurlijk ook zo. Ik vind ook, ja, wat mij betreft had het … Het is natuurlijk een heel erg politiek verhaal, en dat vind ik ook de zwakte van het punt wat dat betekent dat het eigenlijk toch altijd maar iets tijdelijks en modieus kan zijn.

Het begint natuurlijk eigenlijk al met de hete zomers die we afgelopen twee jaar hebben gehad terwijl we een ijskoud voorjaar hebben gehad, ja, dan denk je van ja, dan valt die hele redenatie valt natuurlijk gelijk alweer in duigen, het heeft zelfs in mei gesneeuwd. Maar ja, dat mogen we dan allemaal niet weten. De voorzitter: Mijnheer Bloem die wil wat zeggen. De heer Bloem: Ja voorzitter, hoor ik nou echt van mevrouw Van Zetten dat zij niet denkt dat het klimaat aan het opwarmen is? Dat er gewoon een paar warme zomers waren en dat we gewoon vooral … Mevrouw Van Zetten: Je denkt natuurlijk in honderden jaren, en natuurlijk is het klimaat aan het opwarmen maar de hele tekst begint al over die paar hete zomers en dat het de rest van het leven zo zou zijn, terwijl het dit jaar eigenlijk alweer anders is. Dus wat dat betreft bedoel ik: het zou wat zakelijker kunnen. En dit is een beetje gedaan, die tekst is een beetje gemaakt om urgentie te creëren, te doen hoe erg alles is en hoe belangrijk het is dat we gelijk morgen beginnen. En zo zit het meestal toch niet in het leven. De voorzitter: Mijnheer Van den Doel, GroenLinks. De heer Van den Doel: Ja, u zegt nou precies waar het over gaat, namelijk dat we ons niet zo druk over hoeven te maken en dat is nou precies wat we wel moeten doen, we moeten ons wel druk maken. U bent wetenschapper.

Er ligt zo veel wetenschappelijke rapporten dat we aan het opwarmen zijn en dat we daar iets tegen moeten doen. Dus niet: laat maar lopen want ach, die twee jaar dat is een anomalie, kan het niet eens uitspreken zeg, maar … De voorzitter: Maar ik wil voorstellen dat we hier niet het klimaatdebat gaan voeren. De heer Van den Doel: Nee, maar goed, ik wil … Het gaat erover dat het staat vol maatregelen over de klimaatcrisis en dat we die buitengewoon serieus moeten nemen. Maar dat bent u toch met me eens, dat er veel rapporten dat ondersteunen? Mevrouw Van Zetten: Ik begrijp heus wel uw GroenLinksverhaal, en ik snap een deel van uw zorgen, maar des te belangrijker is om iedereen hierin mee te nemen en het niet een exclusief GroenLinks hoogopgeleid feestje te maken, en dat bedoel ik met die … De voorzitter: Dank u wel. Gaat u verder met de omgevingsvisie.

59

Mevrouw Van Zetten: Dan heb ik natuurlijk ook een opmerking over, ja, de manier waarop er over de auto wordt geschreven in deze plannen. Ja, de automobilist is de lul, daar komt het eigenlijk wel op neer, en dat vind ik eerlijk gezegd … Er is nog geen begin van een alternatief voor het openbaar vervoer. Ik vind ook werkelijk als je het hebt over de stad en hoe ga je ermee om, dat je natuurlijk uit moet gaan van dubbel grondgebruik, ik vind het de afgelopen jaren ook echt heel slecht dat dit college daar niet beter op heeft gelet. Ik ben het natuurlijk zeker eens met het CDA dat dat natuurlijk onderdeel moet zijn van dit hele plan. Ik vind ook dat de zomer uit die SOR, waar ik niet voor heb gestemd, maar daar staat wel die tunnel in en dat is, kan je zeggen ja, daar kan je eindelijk eens over de… Maar het is wel een manier om het verkeer te overkluizen met woningen die we hard nodig hebben om de stad aantrekkelijker te maken, dus het is gewoon, je hoeft het niet te doen maar om het gelijk maar te schrappen als politiek statement vind ik gewoon heel erg slecht. En daar laat ik het maar bij anders heb ik straks geen tijd voor het Stationsplein, wat ook een waardeloos voorstel is. De voorzitter: Dank u wel. Nou, dan heeft u dat alvast gedaan. Wie nog meer? Niemand meer? Dan is het woord aan wethouder Roduner. Wethouder Roduner: Nou, dank u wel voor al uw inbreng.

Ik had het hartstikke leuk gevonden om hier twee avonden met u uitgebreid van gedachten te wisselen, want het gaat over de ontwikkeling van onze stad, hoe wij nu denken dat het is, en wij weten inderdaad ook met zijn allen dat het anders gaat zijn dan dat we nu ons voorzien. We zien wel dat er een hele hoop ontwikkelingen of opgaves op de stad opkomen die ruimte vragen. Dat gaat dus over de woningbouw, de werkgelegenheid die daarbij hoort, de mobiliteit die daarbij hoort, maar ook andere opgaven zoals toch inderdaad het veranderende klimaat en alles wat dat nodig is voor klimaatadaptatie, infiltratie in de bodem, het versterken van de groenstructuur om het ook in de zomers leefbaar te houden en te zorgen dat die bomen ook wat hitte voor ons wegvangen. En ook zorgen dat die energietransitie, die ook heel veel ruimte gaat vragen, en die energieopwek ook op een goede manier in de stad wordt ingepast. En dat betekent in ieder geval dat we heel efficiënt met onze ruimte moeten omgaan en moeten streven naar zo veel mogelijk combineren van functies. De voorzitter: Mijnheer Blokpoel. De heer Blokpoel: Ja, inderdaad over schaduwen gesproken, op pagina 104 schrijft u: we zorgen voor schaduw over routes en woningen.

Toen moesten we toch echt denken: gaat u een dome over de stad heen bouwen, of wat is uw ambitie? Wethouder Roduner: Nou, de ambitie is om uiteindelijk wandelroutes te creëren die ook schaduwrijk zijn, dus dat zou … Ik weet niet precies, de quote ken ik niet precies met woningen, maar denkt u bijvoorbeeld aan wandelroutes naar het winkelcentrum waar dan ook bomen zijn om ook uiteindelijk schaduw te geven. Of misschien geeft een gebouw wel schaduw op de juiste plek van de dag, dus dat ook in die hete zomers uiteindelijk ook plekken zijn waar mensen verkoeling kunnen vinden als dat nodig is. Ik denk dat dat ook past bij een veranderend klimaat. Dus het ‘…’. De voorzitter: Mevrouw Van Zetten. Mevrouw Van Zetten: Val toch wel over nu uw opmerking over het combineren van functies en het hoe we omgaan met de ruimte, terwijl u al die jaren heeft u dat ondergronds parkeren heeft u dat ondergronds parkeren gewoon laten lopen, in onderhandelingen heeft u dat gewoon opgegeven. En dat vond ik eigenlijk, dacht van ja, nou, je gaat wel heel erg makkelijk om met de grond hier in Haarlem. Ik dacht: nou, u heeft dan

60

blijkbaar daar een heel ander beeld bij, en nu krijgen we ineens van dat het heel belangrijk is. Dus heeft u het gewoon drie jaar lang helemaal laten lopen, ik neem dat dan echt wel kwalijk. Vind het echt geen manier van doen. De voorzitter: Mevrouw Otten. Mevrouw Otten: Ja wethouder, ik wil echt wel mijn verbazing uitspreken over het veranderende klimaat en hele hete zomers, heeft u het over. Dat is toch nog helemaal lang niet bewezen, je gaat dan toch niet hier bouwen zoals in Zuid-Europa of … Ja, ik vind het gewoon echt flauwekul. De voorzitter: We gaan hier weer het klimaatdebat voeren, en dan gaan wij onze agenda zeker niet redden vanavond. Mijnheer Roduner. Wethouder Roduner: Nou ja, het is wel, sommigen zeiden, het is wel een politiek stuk, en dat is natuurlijk ook wel een deel van de politieke discussie. Kijk, we kunnen een eindeloos debat hebben over ondergronds parkeren maar het gaat erom dat we efficiënt met onze ruimte omgaan. En ik denk niet dat u van mij veel programma’s heeft gezien waarin we niet efficiënt met parkeren omgaan in de zin van dat we bijvoorbeeld op maaiveld doen. Als je kijkt naar Schalkwijk Midden, vind ik een mooi voorbeeld, dan kijk je naar hoe dat programma tot stand kan komen, is een heel compact programma maar waar wel veel ruimte is voor groen, voor bomen.

Nou, dat betekent dat je daar niet altijd een parkeerbak onder kan leggen, want bomen die wortelen niet zo goed op parkeerbakken. Maar dat kun je wel op een andere manier goed oplossen door met parkeergarages deels maar ook parkeergarages die de hoogte ingaan, en die je uiteindelijk ook misschien in de toekomst als de mobiliteit verandert ook op een andere manier kan inzetten. Ik denk dat dat hele efficiënte en ook hele toekomstbestendige manieren zijn om met zo’n opgave om te gaan. Alleen maar denken dat de parkeeropgave kan worden opgelost met een parkeerbak is echt denk ik wel heel erg klassiek denken en ook wel erg inefficiënt en ineffectief. Mevrouw Van Zetten: U heeft het zelf over dubbel grondgebruik. De voorzitter: Mijnheer Klaver. De heer Klaver: Ja, dit betoog over ondergronds parkeren dat houdt u niet voor de eerste keer, wethouder. En is dat nou de reden dat we ondergronds parkeren in dit stuk niet tegenkomen? De voorzitter: Mijnheer Roduner. Wethouder Roduner: Nou, u doet alsof we iets hebben weggelaten, dus of we bewust hebben gekozen om het niet te doen, maar ik denk dat we op een bredere blik moeten kijken naar hoe we met parkeren omgaan, en we moeten volgens mij niet het middel tot doel verheffen. En dat is volgens mij wat ik uiteindelijk betoog.

Het kan een oplossing zijn, het kan ook een hele goede oplossing zijn, maar voor sommige varianten is het ook weer veel minder geschikt en veel minder toekomstbestendig, en ook veel minder efficiënt en effectief. En ik denk dat het gewoon iets is wat we met elkaar moeten afwegen. Ik geef u een voorbeeld van een gebied waarvan ik denk: nou, dat is een mooie mix van verschillende manieren hoe je toch heel effectief die parkeerbehoefte kan opvangen. De voorzitter: Mijnheer Klaver.

61

Mevrouw Otten: Ja, ik schrik eigenlijk van de woorden van … De voorzitter: Mijnheer Klaver. Mevrouw Otten: O, o. De heer Klaver: Ja, ik maak me toch wel wat zorgen, want die auto die is natuurlijk nog lang niet weg te denken. En als we die een beperktere plek willen geven in de openbare ruimte, zal het toch echt nodig zijn om ondergronds parkeren een prominente plek te geven en te houden in onze visie op ruimte. Dus ik maak mij als CDA toch wel heel erg sterk om het ondergronds parkeren een prominente plek te geven in deze visie, en ik herhaal dat ik dat graag terug wil zien in de definitieve versie. De voorzitter: Mevrouw Otten. Mevrouw Otten: Ja, ik schrik eigenlijk van de woorden van de wethouder dat hij zegt: u denkt toch niet dat we dit bewust hebben weggelaten? Ik mag toch hopen dat alles wat in het stuk staat wel bewust en bij vol verstand geschreven is. Wethouder Roduner: Nou, u trekt het een beetje in het absurde. Voorzitter, we hebben vaak ondergronds parkeren hebben we het over nieuwbouw hè, maar dit stuk gaat niet alleen maar over nieuwbouw. Ik denk dat we parkeren, ‘…’ maar even dat toch blijkbaar een belangrijk thema, op zich is het in lijn met de conceptmobiliteitsvisie die hier ook uiteindelijk nu in inspraak ligt in de stad, waarin we hebben gezegd dat er niet meer, ondanks de groei van de stad, niet meer auto’s bij moeten komen.

Dat betekent dus dat we, ook als die nieuwe woningen wel iets van een auto krijgen, ook vooral moeten kijken naar de bestaande woningbouw en de bestaande stad. Zijn sommige wijken, Leidsebuurt is denk ik een goed voorbeeld, waarin er heel veel auto’s staan maar we met zijn allen ook weten dat er een behoorlijke opgave aankomt op het gebied van klimaatadaptatie. Als het daar gewoon regent dan zal er in de toekomst gewoon het water de huizen instromen. Dat is een wijk, hè, dat zou best kunnen. En dat is ook nog een wijk waarin ook nog weleens wat problemen zijn met funderingen. Dus dat zijn wel denk ik elementen waar je dan over moet nadenken, je kunt dat oplossen door te zeggen: nou ja, alle auto’s de wijk uit, niemand die in de Leidsebuurt woont mag in de toekomst een auto hebben omdat we ruimte willen bieden aan klimaatadaptie. Maar ik denk dat je ook efficiënter zou kunnen kijken naar andere oplossingen. Misschien is een buurtparkeergarage daar een hele goede oplossing. Maar dat gaat dus ook veel meer over het oplossen van de bestaande parkeren, dat nu op maaiveld is, en ja, we weten ook met elkaar dat we daar niet nog een ondergrondse parkeergarage onder die auto’s gaan kunnen krijgen. Dus volgens mij, het gaat ook echt veel meer over de bestaande stad waar de opgaves neerlanden.

Ik denk dat in de ontwikkelzones, dat dat echt wel wijken zijn waar we zeggen: nou, daar kunnen we het in één keer goed doen, dat zijn grote gebieden die we integraal oppakken. Maar we zullen ook aan de slag moeten gaan met andere delen van de stad. En dan komen we ook een beetje op de sleutelgebieden, kijk, het is niet zo dat de sleutelgebieden de enige plekken zijn waar wat gebeurt maar wel de gebieden waarvan we zeggen: daar gebeurt nu wat en dat is heel erg in lijn met hoe wij nu denken dat de stad zich zou moeten ontwikkelen. Dat kunnen een soort voorbeeldgebieden zijn voor hoe de stad zich moet ontwikkelen, en dat gaat bijvoorbeeld over de ontwikkelzones, waar we zeggen: nou, daar kan het grootste gedeelte van de woningbouw landen, dat betekent dus dat je in de rest van de stad terughoudend kan zijn om te gaan met woningvorming. Splitsen bijvoorbeeld. Maar dat gaat ook over het ontwikkelen al van het knooppunt Nieuw Zuid als busstation, als ov-hub, omdat we denken: nou, dat is echt een draaischijf die nodig is om die mobiliteit in de stad op een goede manier te houden. Dat kan namelijk ook op een andere manier, ov, de kust is niet alleen maar bereikbaar met de auto, die kunt u ook prima bereiken met de trein. Een aantal

62

jaar geleden nog flink in geïnvesteerd om die capaciteit te versterken. En ook, VVD heeft het namelijk ook over het economisch profiel alsof dat afhankelijk zou zijn van de auto, ik denk dat wij straks, dat zoiets als een, nou, waar we het straks over gaan hebben, het stationsgebied … De voorzitter: Mijnheer Blokpoel. Wethouder Roduner: Dat dat ontzettend interessant is voor bedrijven om zich te vestigen vanwege de goede ov-verbindingen en dat is echt niet alleen maar de auto die daar bedrijven heen gaat lokken. De voorzitter: Mijnheer Blokpoel. De heer Blokpoel: Ja, toch wel een beetje moeite met dit verhaal van de wethouder dat alles met het openbaar vervoer kan en dat alles met de bus en de trein kan. Als u drie kinderen heeft, jong gezin, hé, herkenbaar zie ik, ja, dan weet u ook dat er heel veel rotzooi mee moet als u naar het strand gaat. En dan woont u ergens op het platteland, ja, hoe wilt u dan naar het strand toe? Hoe gaat u dat doen? Wethouder Roduner: Nou, zelf pak ik vaak de bakfiets. Maar als u op het platteland woont, ja, dan kunt u ook prima met de auto, het is niet dat wij zeggen: we sluiten de Zeeweg af en u kunt er niet meer doorheen. We zeggen wel: wat het nu is aan verkeer, dat vinden wij op goed niveau, zeker als het gaat over de auto’s in de gemeente Haarlem.

Laten we vooral de Haarlemmers als die naar het strand gaan verleiden om, of uitdagen om de fiets te pakken, desnoods de elektrische bakfiets. Laten we dat dan vooral doen, en dan ontstaat er misschien ook wel ruimte voor de gezinnen uit Deventer die hier een dagje Zandvoort willen doen. Maar laten we niet infrastructuur aanleggen voor mensen uit Deventer die hier eens per jaar naar het strand gaan. Dat lijkt me echt onzinnig, om heel eerlijk te zijn. Het uitstel van de Omgevingswet heeft in dat opzicht niet zo veel te maken met de omgevingsvisie, er zijn heel veel gemeentes die al omgevingsvisies hebben vastgesteld. Het heeft wel te maken met wanneer we overgaan van bestemmingsplanprocedures naar omgevingsplanprocedures. Nou, op zich is het fijn dat we iets meer tijd hebben want je merkt wel dat de software landelijk echt wel wat achterloopt, dus het is goed dat daar dan wat meer tijd voor is, maar de omgevingsvisie hadden we ook al een jaar geleden kunnen vaststellen. Het is in ieder geval nodig dat die wordt vastgesteld, en volgens mij dat, uiteindelijk willen wij in ieder geval niet voor de uiterste datum dat het moet hem hebben, dus hoe eerder hoe beter. De relatie met de SOR, ja, de SOR is een hele belangrijke bouwsteen voor dit stuk geweest. De SOR doet natuurlijk richtinggevende uitspraken over hoe wij vooral onze openbare ruimte in moeten richten.

Nou, mijnheer Bloem heeft daar denk ik nog wel goed even dat afwegingskader benoemd, ik kan me goed voorstellen dat we die hier ook weer terug laten komen. Maar de SOR beslaat niet de hele stad, de SOR is ook niet het einde van het denken geweest, zoals ik zei: er is een nieuwe mobiliteitsvisie recentelijk ook weer ontwikkeld, die heeft hier zijn weerslag in gevonden. Daar is die Kennemertunnel ook verdwenen. En die landt uiteindelijk ook in de omgevingsvisie. En ook op basis van de SOR hebben wij ook weer een aantal extra stappen gezet zoals het, nou, er is wat meer aandacht voor watergangen. Dus ook dat is wel een volgende stap in dit stuk, waarbij ik wel moet zeggen dat de SOR over het algemeen wel een detailniveau heeft dat dieper is, dus dat gaat wel één spade dieper. Het lijkt me goed dat we in de volgende versie wel duidelijk aangeven waar wij dan dus afwijken van die SOR, zodat u dat in ieder geval helder inzichtelijk heeft. En ik heb in het telefoongesprek met Frank Visser vanmiddag ook gezegd: nou, er liggen een aantal kaarten hieronder, laten we die zorgen dat we die ook meesturen en bereikbaar houden voor de inspraak. Zal iets langer duren, verlengen we de inspraak ook even zodat mensen ook wat duidelijker van het onderliggende, achterliggende kaartmateriaal gebruik kunnen maken, maar we hebben ook dus eigenlijk overal gebruik gemaakt van de kaarten van de SOR.

63

De voorzitter: De Groot. Wethouder Roduner: Qua participatie, er zijn … O. De heer De Groot: Dank u, voorzitter. Korte aanvullende vraag hierop: wij hebben tot nu toe steeds begrepen dat de SOR op zou gaan in de omgevingsvisie. En dat is toch niet wat ik u eigenlijk hoor zeggen, of tenminste, eigenlijk hoor ik u zeggen: we gaan dat wel doen maar we hebben het op dit moment nog niet gedaan. Heb ik dat nou goed begrepen? Wethouder Roduner: Nee, het is niet zo dat wij … Want het gaat niet alleen over de SOR. Het gaat ook over de ruimtelijke consequenties van onze economische visie, de RES’en, dus de woonvisie, het is niet zo dat we alle beleid hebben gepakt en gezegd: nou, jongens, dit is het en we maken geen sectoraal beleid meer, dat is het niet. We hebben wel gezegd: we willen vooral de ruimtelijke consequenties van al dat beleid meenemen in dit stuk. Maar de SOR, heb ik u vanmiddag ook gemeld, heeft ook een zelfstandige betekenis, die is één detailniveau dieper, die is ook een voor ons belangrijk instrument om uiteindelijk kostenverhaal te kunnen doen.

En dat is dus niet zo dat we de SOR straks weggooien en de omgevingsvisie meenemen, SOR is een belangrijke basis geweest en is hier helemaal integraal in verwerkt, is nog iets extra’s bijgekomen zelfs, maar als u echt het detailniveau wil dan is het toch beter om weer even naar de SOR terug te gaan, specifiek over de openbare ruimte. Er is heel veel geparticipeerd, dus er zijn sessies geweest met experts, Panorama Nederland heeft in de bibliotheek, is in de bibliotheek geweest, er zijn sessies geweest met experts, digitale sessies, maar ook gewoon bewoners die geïnteresseerd waren. Waren denk ik een man of honderd die in drie rondes daar uiteindelijk bij waren. Er is een aparte website voor de omgevingsvisie, dus omgevingsvisie.haarlem.nl geloof ik, dus een aparte site, en daar is ook gecommuniceerd wanneer de inspraak start. En dat zal ook gecommuniceerd worden in kranten, in wijkberichten, nieuwsberichten en ook richting de wijkraden, dus volgens mij op die manier wordt ook echt de stad goed geïnformeerd dat het stuk er is en dat er, ja, dat er ingesproken kan worden. En er is ook een informatieavond, dus volgens mij op het gebied van participatie en inspraak alle kans om mee te praten en doe dat vooral. Omgevingswet@haarlem.nl kunt u al uw dingen opsturen. Sport, CDA heeft daar nog een punt over.

Ik zit daar even mee te worstelen, kijk, de ruimtelijke consequenties van sport zit er denk ik goed in, maar dan zou ik het misschien nog wel interessant vinden om met u te kijken van waar zou dat wat meer scherper moeten. Sport is deels dus gewoon de voorzieningen hebben, dus op zich is de behoefte van sportvoorziening is Haarlem is goed gedekt, zowel buitensport en ook binnensport nu natuurlijk met de turnhal en de sporthal die nu gedekt zijn. Wat ik interessant zou vinden, we gaan het straks hebben over het knooppunt Nieuw Zuid, daar liggen ook sportvelden liggen daarnaast. En dat zou je, nou, daar hebben de bewoners of de clubs zelf ook wel ideeën over hoe je dat wat meer zou kunnen verbinden, die sportvoorzieningen, met ook de wijk. Ik denk dat dat wel een heel interessant gebied is waarin, misschien ook weer zo’n voorbeeldgebied, waar we met elkaar straks gaan zeggen: ja, zo willen we dat. Het moet niet een set sportvelden zijn maar het moet iets zijn van de wijk die openbaar is, die uitnodigt tot sporten, misschien laagdrempelig sporten maar misschien ook juist topsport. Maar dat is meer dus, dat gaat dan meer over de ruimtelijke consequenties daarvan. Dus dat kan ik mij voorstellen, maar verder zit ik dus even te zoeken wat u dan nog verder wilt specifiek op het gebied van sport. Misschien dat u daar nog … De voorzitter: Mijnheer Klaver, CDA.

De heer Klaver: Ja, ik ben die ruimtelijke consequenties van sport in relatie tot de groei van de stad juist helemaal niet tegengekomen. Dus misschien kunt u me daar nog een keer in meenemen dan.

64

Wethouder Roduner: Nou ja, we zitten goed in onze sportvelden. Dus we zitten op zich goed in de sportvoorzieningen. Zijn ook sportvoorzieningen die niet gebruikt worden hè, dus zelfs dat, dat we wat overcapaciteit hebben, als u bijvoorbeeld denkt aan de tennisvelden bij het Reinaldapark. Dus er is niet zo’n grote ruimtevraag vanuit sport, ik denk wel dat het dus een kans is om juist die verbinding te zoeken van sport, bewegen, misschien ook wat recreatie, groen. Dat daar nog wel een kans ligt om de stad ook nog weer wat mooier te maken en die, ja, het is toch misschien soms een eendimensionale functie, een voetbalveld voor een voetbalclub, maar op het moment dat daar ook gewoon de jeugd uit de omgeving lekker een balletje kan trappen voeg je iets toe en gebruik je dat veld efficiënter en leidt het ook tot een gezondere samenleving, mag ik hopen. De voorzitter: Dank u wel, ik wil u ook verzoeken of u wat bondiger kunt antwoorden want we hebben nog een paar pittige punten op de agenda staan. Mijnheer Amand. De heer Amand: Dank u wel, ik had toch nog even een vraag, voorzitter, een vraag aan de wethouder. Mijnheer hebt het over Reinaldapark, de tennisbanen, maar u weet toch dat het nu een golfbaan is? Wethouder Roduner: Ja, midgetgolf dan hè. De heer Amand: ‘…’ die tennisvelden.

U kan toch Haarlem zo goed? Dus ik vraag aan u … Wethouder Roduner: Ik ben daar al een tijdje niet langs geweest. De heer Amand: Bij het Reinaldapark is nu een golfbaan, ja, dat golfcourt. Wethouder Roduner: Nee, ik weet wel dat er veel ideeën zijn om daar andere dingen, functies aan toe te voegen. De voorzitter: Gaat u verder en rondt u af. Wethouder Roduner: Ja, volgens mij voor de rest een aantal opmerkingen. Er is in ieder geval genoeg voldoende ruimte ook voor werkgelegenheid, die ruimte is gereserveerd, laten we hopen dat het ons lukt om dat op een goede manier te vullen. En over het specifieke profiel kunnen we denk ik ook in de economische visie verder praten. En ik denk inderdaad wel terecht punt van Hart voor Haarlem over de leesbaarheid. Ik begrijp dat die kleurtjes slecht leesbaar zijn voor bepaalde, ik zie mevrouw Verhoeff driftig knikken, daar gaan we naar kijken wat een goede manier is om dat ook op een duidelijkere manier te presenteren. De voorzitter: Dank u wel, is er behoefte aan een tweede termijn? Mevrouw Van Zetten. Mevrouw Van Zetten: Die zorgen over die digitale applicatie, of hoe heet dat ding, dat nog helemaal niet in orde is. Dus ja, dus wat dat betreft had dit stuk ook wel uitgesteld kunnen worden. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Klaver.

De heer Klaver: Ja, ik heb drie punten aangedragen, werkgelegenheid en arbeid, ondergronds parkeren en sport, en eigenlijk heb ik op alle drie punten, ja, geen begrip of tegemoetkoming gekregen van de wethouder. Ja, de wethouder leest het stuk dan toch iets anders dan ik, ik heb mij positief geduid overigens over het stuk, maar dit zijn wat mij betreft serieuze aandachtspunten die ik echt nadrukkelijker in het definitieve stuk wil

65

terugzien. En ik vind dat u er wat makkelijk overheen gaat van het zit erin, en hier en daar, en nou, ik vind dat u er een beetje makkelijk overheen gaat en ik vind dat het meer aandacht verdient. De voorzitter: Dank u wel, wie nog meer voor een tweede termijn? Niemand meer. Mijnheer Roduner. Wethouder Roduner: Nou, ik denk niet dat ik makkelijk daar overheen stap, ik denk niet dat dit een sessie is waarin we uitgebreid het debat met elkaar kunnen voeren, had ik best leuk gevonden. Maar volgens mij heeft u uw opmerking gemaakt, nou, al uw opmerkingen worden meegenomen en gaan we kijken of we daar in de volgende versie recht aan kunnen doen. En volgens mij, nou, wel een aantal punten aangegeven wat ik denk: nou, volgens mij, de ruimtelijke consequenties voor economie zitten er volgens mij goed in. Het heeft in ieder geval veel ruimte beschikbaar voor werkgelegenheid, er is ook nagedacht bijvoorbeeld in het kader van de driehoek, dus vanaf Koepel richting Haarlemmerstroom, dat is ook een bepaalde dynamiek, werkgelegenheidsprofiel wat je daar zo kunt doen, dat zit volgens mij ook bij de Oostpoort wat weer een ander profiel zou kunnen hebben, dus ik … Maar goed, daarmee is nog niet die werkgelegenheid erin gestopt. En dat is volgens mij iets wat ook niet van deze visie u volgens mij niet kunt verlangen.

Uiteindelijk zal er toch ook op andere vlakken, niet ruimtelijke vlakken, zal daar iets moeten gebeuren, misschien met acquisitie of et cetera om dat te doen. En zo kijk ik ook een beetje aan tegen het thema sport, ruimtelijk zit het er volgens mij goed in, alleen ja, een aantal zaken, je kunt niet mensen dwingen te sporten. De voorzitter: Mijnheer Van Leeuwen, een laatste vraag. De heer Van Leeuwen: Ja, van de orde, als dat mag. De voorzitter: De orde, gaat uw gang. De heer Van Leeuwen: Nou ja, ik hoor de wethouder zeggen: ik had best in debat willen gaan, had me wel interessant geleken. Om eerlijk te zijn, de wethouder heeft best een aantal forse agendapunten neergelegd en hij heeft aan de voorbereiding op deze commissie kunnen zien dat een aantal, waaronder Actiepartij, had gezegd van pas nou even op want het is best wel ingrijpend wat er allemaal vanavond besproken gaat worden. Stationsgebieden et cetera. Zijn zelfs nog dingen die niet eens gelezen konden worden. Ik had ook graag een debat gewild, ik heb dankzij de heer Blokpoel die een geweldige ingeving had van wethouder, zegt u het maar, gedacht: ja, laten we het inderdaad maar schriftelijk afdoen. Maar dat is wel met handen op de rug gebonden, begrijpt u dat, want wij hadden er heel graag veel meer over willen zeggen, en ik denk meer partijen. En opbouwend.

Maar we komen gewoon niet aan bod op deze manier, vind ik jammer. De voorzitter: Ja. Goed, helder punt. Mijnheer Roduner, heel kort. Wethouder Roduner: Nou ja, ik ga niet … Kijk, ja, we leveren heel veel stukken af als college, onze stad ontwikkelt zich gewoon heel erg. Nou ja, het is uiteindelijk natuurlijk ook aan u om te kijken van hoeveel avonden gaan we met elkaar vergaderen, en wat stoppen we wel en niet op de agenda, waar besteden we elkaars spreektijd aan. Maar ja, het is niet zo dat we even kunnen zeggen: nou, laten we die stukken maar eens niet doen. Ja, er gebeurt gewoon heel veel in de stad en daar informeren we u graag over. De voorzitter: Ja. Dan wil ik naar een afronding van het punt, want terecht, er zijn nog andere punten op de agenda. Dit stuk komt ter inzage te liggen, de bevindingen vanuit de commissie worden daarin meegenomen. Aan het begin van deze behandeling heb ik ook al aangegeven dat het mogelijk is om uw punten ook schriftelijk aan te geven, het is wel zo aardig als u elkaar daarbij in de CC zet, dan kunnen collega’s dat

66

meenemen. En dan gaat het college haar best doen om die zo goed mogelijk mee te nemen, dan komt dit gewoon weer terug als dat in oktober wordt aangeboden ter vaststelling. Dan zijn we zo ver gekomen dat in ieder geval uw voorzitter even behoefte heeft aan een korte pauze. Mijnheer Amand. De heer Amand: Voorzitter, ik maak bezwaar tegen uw opmerking. De voorzitter: Welke opmerking? De heer Amand: Ja, nou, ik vind, of wij, denken wel meerdere partijen, wij hadden toch graag nog meer willen praten in de commissie met de wethouder hierover. Want we krijgen het voor een kiezen zo meteen en dan krijgen we misschien later spijt van. Dus gaarne een overweging voor de wethouder en voor het college, neem het even mee terug, dat we natuurlijk weleens even met iedereen kunnen praten hierover. De voorzitter: Ja, dat gaat dus nu ter inzage voor de stad en het komt terug bij de commissie, hoe lang u er dan over wil praten of dat u er niet over wil praten, dat bepaalt u dan zelf. Ik wil nu … Ja, dit duurt te lang. Er is ook nog een inspraakavond. Dank u wel, ik schors de vergadering voor 5, nou, wat zullen we zeggen, 10 minuten? Tot kwart voor 10. 10. 21.30 uur Vaststellen Stedenbouwkundig Programma van Eisen knooppunt Haarlem Nieuw-Zuid (FR) De voorzitter: We gaan naar agendapunt 12. Vaststellen Stedenbouwkundig Programma van Eisen knooppunt Haarlem Nieuw Zuid.

De heer …: Voorzitter, zouden we heel even kunnen wachten? De voorzitter: Ja, ik lees nog een stukje tekst voor en dat doe ik een beetje langzaam en dan druppelt iedereen binnen. Drie particuliere initiatiefnemers maken plannen voor nieuwbouw met circa 1.600 woningen, voorzieningen en arbeidsplaatsen bij de kruising van de Schipholweg en de Europaweg. Voor deze particuliere ontwikkelingen is een Stedenbouwkundig Programma van Eisen voor knooppunt Haarlem Nieuw Zuid gemaakt. In dit SPvE staan de randvoorwaarden voor verdere ontwikkeling van de nieuwbouw en wordt de ambitie meegegeven voor het hele gebied. De concept-SPvE heeft zes weken ter inzage gelegen tot en met 21 maart. Heel veel betrokken Haarlemmers en andere belanghebbenden hebben hun zienswijzen kenbaar gemaakt, en met deze nota wordt het definitieve SPvE en de nota van beantwoording door de raad vastgesteld. Wie mag ik hierover het woord geven? Mijnheer Wiedemeijer, PvdA. De heer Wiedemeijer: Voorzitter, ik heb weinig tijd dus ik ga het vrij snel doen. De PvdA is positief over het SPvE wat voorligt en zal met veel plezier ermee instemmen. De gebiedsontwikkeling is een goede impuls voor Oost en Schalkwijk, en biedt kansen op werkgelegenheid, ov-mobiliteit en nieuwe werkgelegenheid. Dat is dubbel, maar misschien is er ook wel dubbel werk.

Wel een aantal vragen: uit vragen van de PvdA blijkt dat nader onderzoek naar de invulling van de noordflank van de sportgebieden volgt in het eerste kwartaal van 2022, terwijl in de planning staat dat de omgevingsvergunningen worden verstrekt door het college in Q4 2021. Is het niet noodzakelijk om dit onderzoek mee te nemen in het eindproduct zodat helder is welk verblijfsruimten er in de openbare ruimte zijn in dit projectgebied? Hetzelfde geldt eigenlijk voor de herinrichting van de Europaweg, waarvan in het najaar een eerste ontwerp wordt verwacht. Tweede vraag: hoe kan het college ervoor zorgen dat de raad ook in de eindfase, voordat de omgevingsvergunningen mogelijk worden verstrekt, haar controlerende rol kan vervullen? Valt er bijvoorbeeld een verklaring van geen bedenkingen of een Waboprocedure te verwachten waar de raad mee kan instemmen en de eindfase kan

67

toetsen? 3, de PvdA acht deze gebiedsontwikkeling zeer kansrijk maar heeft wel veel impact. Zodoende wil de PvdA dat de bewoners in Oost en Schalkwijk goed mee worden genomen in de verdere ontwikkeling. Kan het college uiteenzetten hoe dit zou plaatsvinden? Dank u. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Krouwels, D66. De heer Krouwels: Dank u wel, voorzitter, wethouder en commissieleden. Hoe kan het zijn dat een raadsstuk met het woord knooppunt in de naam de mobiliteit zo slecht laat terugkomen? D66 heeft gezien dat heel veel Haarlemmers bij de zienswijze terecht beginnen over de invulling van het ov-knooppunt wat naast deze ontwikkeling moet landen. Maar dit programma laat ons nog behoorlijk in het duister tasten, en dat geldt eigenlijk niet alleen voor mobiliteit, ook voor groen, waar het gebruiksgroen moet komen, bomen, de sportvelden, en eigenlijk elke voorziening die hoort bij een woningbouwprogramma van 1.600 woningen. En een veelgelezen antwoord in de stukken die legt het probleem wel een beetje bloot. Wij beslissen eerst over deze bebouwing. De ruimtevraag voor het ov blijft alleen bij wat vage zoekvelden, en we hadden eigenlijk stiekem wel gehoopt dat, zeker met de bespreking van dit ov-knooppunt waar we al een stuk langer mee bezig zijn, iets concreter in de stukken zou vallen.

Ja, wij hebben de indruk dat deze woningbouw van het college in ieder geval een behoorlijke voorrang krijgt. En dit programma blokkeert voorgelegde optie om ruimte bij de Schipholweg 1 te creëren ten behoeve van ov. En zo’n optie zou geen schande zijn bij zo veel woonlagen. Daar kunnen wij nog weleens spijt van krijgen als dit gebied ter handen is genomen. Ook de uitgesproken wens om asfalt te bezuinigen in dit gebied kan nog weleens tegenvallen. Tussen de bouwpercelen en de openbare ruimte nu, voorzitter, daar zit niks meer tussen. En let wel: dit blijft een van de belangrijkste verkeersaders van onze stad. Maar de ruimte is bijzonder krap. Het moet allemaal eerst nog worden uitgezocht. Iets wat nog anders uit de fractie kwam, sinds 2016 geldt het VN-verdrag Handicap in Nederland, bij perrons en haltes moet toegankelijk zijn voor mensen met een beperking. D66 vreest dat hier niet genoeg ruimte voor te reserveren, want het moet nog allemaal worden uitgezocht. En ook het broodnodige groen in de buurt blijft veel onduidelijk. Wat is gebruiksgroen, wat niet? Het Platform Groen heeft dit ook uitstekend verwoord. En ons advies bij de vorige behandeling om de Noord Schalkwijkerweg mee te nemen in het zoekgebied om daar asfalt weg te halen en het initiatief Relaxen aan het Spaarne van Schalkwijk aan Zet een boost te geven is niet genoemd, niet overgenomen.

Maar het groen, het moet nog allemaal worden uitgezocht. Er komt een onderzoek, de PvdA noemde het al, om de sportvelden efficiënter in te richten. Maar we laten gewoon de optie open om deze in de toekomst te slachtofferen, en als we de ruimtevraag zien van het ov-knooppunt wat we vaker nog hebben besproken, verhogen we die kans gewoon. En dit blijft gewoon voor D66 ontzettend belangrijke keuzes. Maar het moet nog allemaal worden uitgezocht. Groen en voorzieningen moeten meegroeien in de stad, het is een van de mooiste afspraken binnen het coalitieakkoord. D66 Haarlem vindt het gewoon ontzettend riskant om dit plan goed te keuren zonder echt te weten wat voor impact het knooppunt gaat hebben op de mobiliteit en hoe zich dat ontwikkelt. Wethouder, ziet u een mogelijkheid om grip te krijgen? Volgens D66 als we dit nu goedkeuren komt dit niet meer terug naar de raad, kan de bebouwing beginnen en hebben we nog geen antwoorden op de voorzieningen. Wel positief, want D66 is wel blij met het woningbouwprogramma. Veel jonge Haarlemmers gaan hier hun plekje vinden. Maar ook veel Haarlemmers hebben zich laten horen en begrijpen net als D66: we kunnen de ruimte in Haarlem maar één keer bebouwen. Voorzieningen zijn een must, geen vraagteken. De voorzitter: Interruptie mijnheer Amand. De heer Amand: Dank u wel voorzitter.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12290393/1