05-20 Transcript Commissie Bestuur
Tekst van het document
Maar … Dus ik zeg niet bij voorbaat dat als iemand zegt, dit is een demonstratie, dat het dan per definitie altijd een demonstratie is. Maar ik denk wel dat de bewijslast dan bij mij ligt, bij de burgemeester ligt, om te bewijzen dat dat dan geen demonstratie is. En dat zal denk ik niet meevallen. Zeker niet omdat er in jurisprudentie wel vastligt dat het de demonstranten zijn die daar in eerste instantie bepalend in zijn. De voorzitter: U heeft een interruptie van mevrouw De Raadt. Ga uw gang. Mevrouw De Raadt: Ja, dat … Dank u wel, voorzitter. Ja, dat demonstranten dat in eerste instantie bepalen, dat ben ik met u eens. Maar u heeft neem ik aan ook de uitspraak van de rechtbank Haarlem gelezen op het bezwaar van Donum Domini. En eigenlijk is het op dat moment is die bufferzone van 25 meter is geaccordeerd door de rechter met de argumentatie dat het aanspreken van bezoeksters niet valt onder het demonstratierecht en dat het daarom ook niet gefaciliteerd mag worden, hoeft te worden. En dat het daarom gerechtvaardigd is om ze verder weg te zetten. Dat ging dan wel over 25 meter. Dus de vraag is of dat ook geldt voor meer dan 25 meter. Maar ja, het is niet … Het is daarbij niet uit te sluiten. Bent u dat met me eens? Burgemeester Wienen: Nou ja, dan kom je ook op die uitspraak van de rechtbank in Midden Nederland, want die ging expliciet juist daarover.
En ik moet eerlijk zeggen, daar hebben we al eerder een discussie over gehad, dat ik op dat punt sowieso me afvraag of het stand houdt. En ook of de rechter dat heeft willen zeggen. Wat de rechter doet is zeggen van, wat ons betreft is dit in ieder geval een maatregel die je mag nemen. Of de
72
rechter daarmee ook gezegd heeft dat het feitelijk geen demonstratie is, dat is volgens mij echt een stap verder. U zegt van … Mevrouw De Raadt: Nee, dat … Correctie. Burgemeester Wienen: Ja. Mevrouw De Raadt: Want zo gaan er misverstanden in de wereld. Dat heeft hij ook niet gezegd. Hij heeft gezegd dat het aanspreken van bezoeksters van de kliniek niet wordt beschermd door het demonstratierecht. De voorzitter: Mevrouw de Raadt, uw spreektijd is ook op, dat wilde ik even melden. Burgemeester Wienen: Goed. Ik kan alleen maar constateren dat dat op zichzelf een interessant punt is. Daar hebben we het eerder over gehad. Maar dat de vraag waar het nu om gaat is van, mag je dit een demonstratie noemen. Dat lijkt me … Maar u zegt zelf al, dat is inderdaad feitelijk een andere vraag. De voorzitter: En u heeft nog een interruptie van de heer Rutten. Ga uw gang. De heer Rutten: Ja, burgemeester, bent u dan niet bang, op het moment dat we zouden vaststellen dat het geen demonstratie is maar ongevraagde hulpverlening op straat, dan hoeft het ook niet meer aangemeld te worden. Dus dan gaan we een … Burgemeester Wienen: Nou, dat was mijn volgende … De heer Rutten: Dan gaan we een hele andere glijbaan op. Burgemeester Wienen: Ja, dat was mijn volgende punt. Want ik denk eerlijk gezegd dat daarmee ook meteen mijn mogelijkheden om iets te doen, vervallen.
Want dan kan ik ook geen aanwijzingen meer geven. Het is geen demonstratie, dus alles wat er rond een demonstratie bepaald kan worden, geldt dan niet meer. De vraag is of er dan andere instrumenten zijn om te reguleren wat wij willen reguleren. Dus ik weet ook niet of het wel een verstandige weg is die we dan op zouden gaan. Dus ik ben het met u eens. Ik denk dat het heel riskant is, omdat je feitelijk dan de grondslag gaat missen om iets te doen. Dan het feit dat er tegendemonstraties en onrust zijn, moet je dat ook niet meenemen in de evaluatie? Volgens mij is dat ook benoemd. Want ik constateer dat ook. Er is echt maatschappelijke onrust. En dat is niet alleen hier zo, maar dat is op het ogenblik in meer plaatsen aan de orde. En het is in de evaluatie wel degelijk benoemd. Dat er geen sprake zou zijn van intimidatie in de zin zoals wat wij geconstateerd hebben, namelijk datgene wat evident kan worden, naar mijn mening, kan worden gereguleerd en beperkt door de beperkingen die aangebracht worden. Namelijk dat volgen, hinderlijk volgen, intimideren, blokkeren, noem maar op. Dat kan niet meer met de maatregelen die genomen zijn, dat is geconstateerd. Dat mensen zich geïntimideerd voelen, dat is een andere kwestie. En dat kan ik ook inderdaad niet uitsluiten. Mensen ervaren het als onaangenaam.
Echt buitengewoon onaangenaam en ook … En dat is een kwestie van, ja, de één zal dat intimiderend noemen, de ander misschien niet. Maar er zullen zeker mensen zijn, ik voel dat als intimiderend. Om die rede, dat heb ik ook besproken met de directeur van de kliniek, want hij vertelde nu dat hij mensen attent maakt op de mogelijkheid de andere ingang te nemen. Dat deed hij nog niet toen ik een gesprek met hem had. Ik heb hem daarom gevraagd. Ik heb gevraagd, laat nou op je website en op communicatie-uitingen en de contacten die je hebt, geef nou gewoon aan dat als ze die andere route nemen, dan worden niet geconfronteerd met de demonstranten. En het lijkt me op zichzelf goed dat die … Of niet alleen goed, maar dat lijkt me een heel
73
wezenlijk punt, dat die mogelijkheid er dus is en dat de kliniek de mensen daar ook van te voren op kan wijzen. Ik vind dat ook een heel relevant punt. Is het niet zo dat dit te veel van handhaving vraagt? Daarvan vind ik, er zijn twee dingen over te zeggen. Het eerste is dat wij handhaving inzetten als het nodig is. En dat betekent als we constateren, het gaat goed en we checken dat met regelmatige controles en mystery guests, dat je ook op een gegeven moment minder intensief de handhaving inzet. Maar als het nodig is, zet je het in. En het feit dat wij er zoveel aandacht aan besteden en dat er hier zo uitvoerig over gesproken wordt, maakt ook duidelijk dat het maatschappelijk belang om dit zorgvuldig te doen en om de bescherming te geven die we willen, dat ik vind dat als het nodig is, dan zetten we dus die handhaving daarvoor in. Net zo goed als bij demonstraties je soms nou één keer politie in moet zetten, omdat het nou één keer een grondrecht is. En als het nodig is, doen we dat. Mijnheer Aynan die zegt van, u doet een doelredenering, want uw hele juridische betoog lijkt wel als het ware gericht op het onderbouwen van een bepaalde stellingname. Maar u laat ook dingen weg, bijvoorbeeld uitspraken uit Limburg. Bijvoorbeeld de complete uitspraak van de rechtbank Midden Nederland. Dat ben ik volstrekt met u oneens.
Wat ik heb gedaan is reageren op de vraag, denkt u dat het mogelijk is om een veel grotere afstand hier in te zetten. Ik denk dat dat niet zo is. En de hele redenering daarvoor heeft u aangetroffen. Het is niet bedoeld als een soort totaal overzicht van alle relevante uitspraken. Ook niet een zo compleet mogelijk overzicht van alle uitspraken. Maar het is bedoeld om aan te geven van jongens, dit is het krachtenveld waarin we ons bewegen en dit zijn de dingen waar we rekening mee moeten houden. En u heeft al eerder inderdaad verwezen naar Arnhem. En het verbaasd mij toch een beetje, want ik heb daar al eerder ook op gereageerd. Wij hebben de beschikking van Arnhem, die hebben wij gewoon. We weten ook precies wat de situatie is van alle andere plekken in Nederland. Ook die van Amsterdam, ook die van Den Haag. En het punt is dat overal is er een plek in de nabijheid van de kliniek. En dat heeft te maken met de jurisprudentie die wij hier in het stuk uitvoerig hebben weergegeven. En u noemt dan een plek waar dat anders is. En dan vraag je op bij de gemeente Arnhem van, hoe zit dat? En dan zegt de gemeente Arnhem, en dat is exact zoals het hier ook staat, wij hebben gekeken, en als je een plek zoekt die niet direct bij de ingang is, dan is het daar op die plek niet de mogelijkheid om te zeggen, je kan naar de overkant van de straat, want daar is die ruimte gewoon niet beschikbaar.
Dan sta je of op de weg of in het water of op een spoordijk. Nou, dat kan niet. En dus heeft de burgmeester een plek aangewezen, weliswaar op grotere afstand, maar dat kan niet anders, want het gaat precies om die veiligheidseisen die een burgemeester mag meewegen in het aanwijzen van de plek. Dat is in Arnhem aan de orde. Dat is ook in Den haag aan de orde, dat heb ik ook eerder uitgelegd. De heer Aynan: ‘…’ [buiten microfoon]. De voorzitter: Ja, mijnheer Aynan. De heer Aynan: Voorzitter, u geeft nu precies de argumenten waarom je het juist hier ook kunt instellen. Want dat demonstratievak is gewoon aan de overkant, dus in het zicht en op gehoorafstand. Ons verzoek is, kijk nou eens eventjes of dit juridische mogelijk is. Ik ga er niet moeilijk over doen. Volgens mij is hier een meerderheid voor die vraag. Zet hem alstublieft even juridisch uit en laten we het er verder niet over hebben. Burgemeester Wienen: Goed. Ja, ik heb trouwens behoefte aan een slok water, maar … Misschien kan daar wel voor gezorgd worden? Oké. Maar wat ik dus bestrijd is dat er een eenzijdig betoog wordt opgebouwd. Wat we doen, is zo zorgvuldig mogelijk kijken, wat is hier de relevante regelgeving en hoe kan je die toepassen. En als er dan verwezen wordt naar andere plekken, dan denk ik dat wij het op een vergelijkbare manier doen. Amsterdam trouwens is ook genoemd.
In Amsterdam is de afstand niet groter dan bij ons. Alleen de verkeerssituatie is volstrekt anders, waardoor het niet eens beleefd wordt als … Ik bedoel, in de nabijheid
74
van de kliniek. Terwijl het in feite qua afstand niet ander is. Maar als het een veel drukkere weg is, net zo goed als het trouwens aan de Heemsteedse kant ook een drukkere weg is. Daar is het trouwens ook geen 25 meter maar 20 meter. Maar daar wordt het wel ervaren als een grotere afstand, omdat daar een drukke … Bedankt. Ja, ja. De heer …: Rood? Burgemeester Wienen: Nee, is goed. Fijn. De heer …: Blauw mag ook. Burgemeester Wienen: Ik ben hier blij mee. Dank je. De heer …: Alstublieft. Burgemeester Wienen: Dank je wel. De heer …: ‘…’ [buiten microfoon]. De heer …: ‘…’ [buiten microfoon]. Mevrouw …: Nee, het is geen restaurant, dat mag niet. De heer …: Oh nee. Burgemeester Wienen: Goed. Dan … Ik kom zo nog even terug over dat externe advies. Er is ook gevraagd, eens even kijken, hoe zit het met het overleg met Heemstede. Nou ja, dat heeft u aangetroffen in de evaluatienota, en dat is gewoon hoe het overleg geweest is. Wij denken er niet verschillend over. Wij denken dat de maatregel zoals die genomen is, effectief is en goed is. De VVD die zegt van, ja, is dat hinderlijk volgen en intimiderend aanspreken, is dat wel waar het eigenlijk om gaat? Moeten we niet constateren dat ook het schreeuwen van de overkant en het laten zien van die afbeeldingen dat dat eigenlijk ook gewoon niet zou moeten kunnen.
Nou ik heb geprobeerd duidelijk te maken dat die afbeeldingen, dat dat in ieder geval iets is waar we echt geen middelen voor hebben om daar iets aan te doen. Het schreeuwen. Onze handhavers constateren dat er niet sprake is van schreeuwen. Er wordt door anderen dus gezegd van, ja, wij constateren dat. Overigens, die klacht die door één van die demonstranten waar Sterre Marree het over heeft, is ingediend, die is wel in het evaluatierapport benoemd. Want die klacht is inderdaad binnengekomen. En daarvan staat ook dat handhavers die daar aanwezig waren, zeiden, ja, nou ja, oké, maar wij hebben dat niet herkend. En dan zeg ik niet van, het is allemaal niet waar wat mensen zeggen. Ik constateer wel dat wanneer je vanuit een bepaalde invalshoek daarnaar kijkt en luistert, dat je misschien toch eerder het gevoel hebt van, nou ik hoor toch wel wat, dan wanneer je dat vanuit handhaving kijkt van, is dit nou … Is er hier sprake van geschreeuw. Nog afgezien van het feit overigens dat het ook heel erg ingewikkeld wordt, ik denk onmogelijk, moet ik erbij zeggen, om te zeggen dat dat niet zou mogen. Want het is nogal vaak zo dat bij demonstraties spreekkoren en dergelijke aan de orde zijn.
De vraag in dit geval is, wat doet dat dan met de mensen die wij bescherming willen bieden, en biedt dat misschien toch de mogelijkheid om toch de afstand nog wat groter te maken, zodat ook dat geluid nauwelijks meer op te merken is. Daar kom ik zo nog even op terug. GroenLinks vraagt van, hoe zit dat nou met … Nou ja, ook, is dit wel een demonstratie? Nogmaals, ik denk, voor zover ik het kan inzien, we kunnen er best nog een keer naar kijken. Maar ik denk dat om twee redenen. In de eerste
75
plaats omdat ze dat zelf in de eerste plaats bepalen, en ze vinden het een demonstratie. Ze stellen dat ook dat dat een demonstratie is, ze melden het aan als een demonstratie. Het wordt in Nederland ook algemeen als demonstratie behandeld. En als ze het geen demonstratie noemen, dan vervalt mijn vermogen om beperkende maatregelen eraan op te leggen. En ik weet niet of we dan niet juist de verkeerde weg opgaan. U heeft ook nog gevraagd van, hoe zit het nu eigenlijk met de andere burgemeesters. Er zou toch nagevraagd worden van, hoe zit dat nou elders? Nou, ik heb contact gehad met de burgemeester van Utrecht. Ik heb contact gehad met de burgemeester van Groningen. Er zijn contacten geweest in de VNG, waar ook een expertmeeting is geweest. Die expertmeeting dat levert de informatie op ongeveer die u in onze eigen nota terug vindt. Dus dat is niet alleen iets van juristen van de gemeente Haarlem, maar dat is door juristen van diverse gemeenten met experts op dit terrein uitvoerig besproken. En dat leidde ongeveer tot deze benadering en deze opvatting. De discussie zoals die bij ons gevoerd wordt is ook de discussie zoals die in Utrecht gevoerd wordt en zoals die in Groningen gevoerd wordt, waar de burgemeesters dezelfde worstelingen hebben als die ik zelf heb van, hoe zit het met die grondrechten die je probeert in balans te houden.
En we hebben ook geconstateerd dat wij eigenlijk vinden dat één van de vragen die ik weet niet meer precies wie gesteld heeft, namelijk zou je niet, ik geloof dat mijnheer Aynan daar ook naar verwees, moeten zeggen van, nou zoals die rechter in Limburg zegt en ook bij ons uitgangspunt is, je kan hier wel degelijk wat verder gaan, omdat een kliniek, een ziekenhuis, een begraafplaats, et cetera, dat daar wel degelijk bepaalde mogelijkheden zijn. Maar het zou wenselijk zijn dat er dan landelijk op dat punt ook gewoon duidelijkheid komt. Dus ik heb het er ook met collega’s al over gehad om te zeggen, wij willen echt gezamenlijk dat het Rijk hier ook helderheid over geeft en dat wij geholpen worden met een eenduidige interpretatie die nu heel erg beperkt is, maar waar als dat op een goede manier geregeld wordt ook overal meer duidelijkheid over komt. Want het is niet alleen onze worsteling, maar het is ook die van diverse andere plaatsen. Even kijken hoor, ik denk dat ik nu de meeste vragen ook gewoon heb gehad. Ja, mevrouw De Raadt die zegt, de kliniek noemt het werkbaar maar niet optimaal. De demonstranten idem. Dat is ook precies wat ik zelf aan het eind heb weergegeven inderdaad. Dus ik zie zelf ook dat dit is natuurlijk niet de ideale situatie vanuit het oogpunt van de kliniek en ook niet de bezoekers van de kliniek. En het is ook niet de situatie die de demonstranten willen.
Sterker nog, die hebben het gevoel dat hun grondrechten hier onaanvaardbaar worden aangetast. Maar ik zelf heb het idee, u kunt demonstreren, de bezoekers die kunnen naar de kliniek zonder dat ze met de demonstranten worden geconfronteerd. Dat is een buitengewoon belangrijk punt. De demonstranten hebben niet de mogelijkheid om mensen te volgen, kunnen niet op verschillende plaatsen opduiken. Dus vandaar dat ik denk, ik denk dat we hier een goede balans hebben gevonden. Zit er licht tussen het verhaal van mijnheer Benschop en het evaluatieverslag? Ik heb net gezegd wat ik gezegd heb. Het evaluatieverslag heeft hij gelezen en geaccordeerd, dus ik denk dat er geen licht zit. Dat we alleen aanvoelen dat hij met zijn betrokkenheid natuurlijk het liefst het anders wil. Maar toen het hem gevraagd werd, gaf hij het weer zoals het in de verslag staat. De bufferzone, kunnen we dat niet voorleggen aan experts. De voorzitter: Burgemeester, u heeft een interruptie van mevrouw Wisse. Mevrouw Wisse: Dank u wel, voorzitter. Kleine vraag. Heeft mijnheer Benschop nou alleen het gespreksverslag geaccordeerd wat in de totale evaluatie terecht is gekomen? Of heeft hij de hele evaluatie gezien? Burgemeester Wienen: Nee, alleen … Nee, hij heeft het stuk zeg maar waar het gesprek met hem wordt weergegeven. Dus dat stuk heeft hij gelezen en geaccordeerd van te voren, en nog een klein stukje aangepast.
En dan, even kijken hoor. Ja, dan hebben verschillende mensen gevraagd van, moeten we niet toch nog met experts verder kijken? Ik zou zelf zeggen, ik hoorde dat ook en ik zie het ook een beetje als een soort handreiking van, laten we nou proberen hier niet een politiek ding van te maken, want we willen het gewoon
76
zorgvuldig regelen. En ik denk dat het wijs is om met de collega’s, want dat heb ik al eerder gezegd. En ik heb het idee, juist omdat ik weet dat het in die andere plaatsen ook, nou, ervaren wordt als een heel lastig dilemma. Dat wij vragen, en dat kunnen we doen. Ik zal proberen om ook het Rijk daarbij te betrekken, maar desnoods doen we het alleen met een aantal gemeenten. Dat wij nog eens een keer vragen van om in een iets breder kader, zoals ook mevrouw De Raadt aangeeft, de mogelijkheden om beperkingen op te leggen juridisch verder te verkennen, en dat dan ook weer hier aan de orde te stellen. En volgens mij … Ja, ik denk dat dat nu het beste is. En ten slotte nog één opmerking, en dat meen ik echt, verschillende van u hebben het ook gezegd, en het is mijn ervaring ook, het is goed dat wij hier de discussie voeren. Het is ook goed dat u niet zomaar berust in van, nou ja, het zal wel of het is nou één keer zo. Maar er is ook een andere kant, mevrouw Verhoeff heeft daar een paar keer op gewezen. En dat is dat ik denk, dat heeft mijnheer Benschop in ieder geval ook in het gesprek tegen mij gezegd, dat het ook waardevol is als de rust een beetje terugkeert en we niet voortdurend een, nou ja, een sfeer houden waardoor het aantal demonstranten groeit en de maatschappelijke onrust ook groeit. De vraag is of we dat uiteindelijk wel met elkaar willen.
Maar mijn … Nou ja, wat ik graag wil doen, dat is zorgen dat er een wat breder verhaal komt met experts over de juridische mogelijkheden. En dat als dat er ligt, dat we dan nog een keer met elkaar spreken. En dan gaat het dus niet meer om die vraag alleen over de afstand, maar dan gaat het om een aantal van die principiële vragen over van, welke mogelijkheden heb je als het om demonstraties gaat. En dan moeten we voorkomen dat het inderdaad te algemeen wordt. Maar het zou wel mooi zijn als het ook wel degelijk breder toepasbaar is. Deze week nog heb ik ook discussies over de beperkingen of de aanwijzingen die je geeft als het gaat om andersoortige demonstraties. Dat zijn demonstraties rond de strijd tussen Palestijnen en Israël. Waar dat kan, hoe dat kan. We weten hoe dat elders soms ook spanningen oplevert. Dus ik denk dat we er gewoon echt met elkaar ook belang bij hebben om dit op een zorgvuldige manier te doen. De voorzitter: Goed. Nee, mijnheer Aynan, ik zie dat u nog wat wilt zeggen, en dat snap ik. Maar uw spreektijd is op. Ik heb al een paar keer coulance betracht, dus ik wil het eigenlijk gewoon dit onderwerp wil ik afronden. Met de constatering dat dit een actief dossier blijft en dat wij een afspraak hebben dat deze kwestie om de drie maanden … Volgens mij is het niet een eenmalige evaluatie, maar wordt deze kwestie om de drie maanden geëvalueerd.
Dus over drie maanden hebben we weer een evaluatie. U gaat intussen verder, dat hebben wij genoteerd, met het onderzoeken van de juridische mogelijkheden en nog het spreken met collega’s in den landen over deze kwestie. Nogmaals, dat bedoel ik met actief dossier. En dan komen we over drie maanden heer weer over te spreken. En uw nadrukkelijke verzoek om deze discussie wat zo min mogelijk te voeren om eens te kijken of dat het gewenste effect heeft op de rust in de tent. Mevrouw Van der Windt. Mevrouw Van der Windt: Ja, dank u wel. Daar wil ik eigenlijk even bij aansluiten. Want ik vind dat argument wat de heer Wienen zojuist geeft en wat eerder ook al door de Partij van de Arbeid werd gezegd, dat in die zin ook de kliniek er belang bij heeft dat er rust komt en dat het niet continue wordt aangejaagd en daardoor ook een soort aanzuigende werking heeft, zou het wat mij betreft ook akkoord zijn als het gewoon … Als we schriftelijk worden geïnformeerd, zowel over de evaluatie als de uitkomst van juristen. En dat we altijd alsnog kunnen besluiten om het te agenderen, in plaats dat we het nu actief agenderen en het daarmee zelf ook in de roering houden. Maar dat is mijn … De voorzitter: Daar gaat deze commissie over. Het lijkt mij een goede suggestie. Dan wordt het ter kennisname aangeboden. En mocht het nodig zijn, dan kan het alsnog actief geagendeerd worden.
Mijnheer Aynan, van de orde?
77
De heer Aynan: Ja, voorzitter, het hoeft echt geen drie maanden te duren. Hoe sneller, hoe beter, want dan kunnen we … Ja, die bufferzone instellen. De voorzitter: Ja, we hebben … Ja, nou ja, daar gaat de commissie … Mevrouw Van Zetten: Ik zeg toch, maanden midden in de zomer, dan zijn we er niet eens. De heer Aynan: Voorzitter, iedere vrouw die minder geïntimideerd wordt is mij er één teveel. Burgemeester Wienen: Even nog, mijnheer Aynan. Want soms luistert het ook wel nauw hè. U heeft het iedere keer over bufferzone. In Arnhem is nadrukkelijk ook geen sprake van een bufferzone. En ik denk echt … Ik, ik … Volgens mij hebben we die discussie nou een paar keer gevoerd. Een bufferzone biedt minder bescherming dan het aanwijzen van een vak. En ik snap niet waarom die discussie nou iedere keer terug komt. Als er een bufferzone is, dan zeg je alleen maar een afstand, en daaromheen kunnen mensen zwerven, op verschillend plekken hun positie innemen. Het is veel beter om te zeggen, je wijst ergens een vak aan. De voorzitter: Ja, ik wil ingrijpen. Ja, mijnheer Aynan. De heer Aynan: Als u dat op een rijtje zet, vind ik het prima. De voorzitter: We gaan deze discussie niet opnieuw voeren. We hebben het gehoord. Ik geloof dat … Ik weet niet hoe deze commissie er in staat, maar ik stel voor om deze evaluatie over drie maanden als ter kennisname stuk in te dienen.
Mochten daar dingen in staan waarvan deze commissie vindt, oei daar moeten we het echt even over hebben, kan dat alsnog gewoon geagendeerd worden. En laten … Zullen we dat zo afspreken dan op die manier? Mevrouw Van Zetten: Voorzitter, drie maanden, dat is augustus? Bedoelt u dat? Want we hebben reces, 8 juli. De voorzitter: Ja, ja. Lijkt mij wel. Mevrouw Van Zetten: Oké, dus dan hebben we in de laatste part van augustus krijgen we een evaluatie te horen schriftelijk. De voorzitter: Ik weet niet … Waar zitten we nu? Ja, dat lijkt mij ongeveer wel kloppen. Mevrouw Van Zetten: Ja, dan is het duidelijk. De voorzitter: Ja, ja. Griffier Spier: De volgende commissie is in september. De voorzitter: De volgende commissie is in september. Dan staat het ter kennisname staat het op de agenda in september. Ja. Mijnheer Trompetter, u heeft geen spreektijd meer. Ik hoop dat het van de orde is. De heer Trompetter: Van de orde. Dat is van de orde. De voorzitter: Ga uw gang.
78
De heer Trompetter: Ik ben van plan om schriftelijk te reageren. Ik heb al een keer gedaan ook op de referendumverordening, dezelfde tekst, want dat is al een keer doorgeschoven. Is al een half jaar geleden van drie maanden terug. Dus ik wilde eigenlijk daar schriftelijk op reageren als dat met uw welnemen. Want ik heb geen spreektijd. De voorzitter: Dus u zegt eigenlijk, het hoeft hier niet … Het gaat hier niet meer behandeld worden, u wilt daar schriftelijk op reageren? De heer Trompetter: Nou, als het hier nog behandeld wordt en niet doorgeschoven wordt, dan wil ik er schriftelijk op reageren. De voorzitter: In plaats van hem hier te behandelen. Want we gaan daar … We zijn daar nu … De heer Trompetter: Ik had nu ‘…’, maar … De voorzitter: Nee, want we zijn eerst aan COVID toegekomen, de COVID-maatregelen. Maar het kan maar zo zijn dat het volgende agendapunt geen … De heer Trompetter: Daar ga ik ook schriftelijk op reageren, want ik heb geen spreektijd meer. Ik ga … De voorzitter: Oh, dat bedoelt u. Aha, oké. Dat linkje … De heer Trompetter: Ik heb morgen om 8:30 uur een overleg met een ambtenaar. De voorzitter: Snap ik, ja. Oké, prima. 15. Coronagerelateerde onderwerpen (JW). 15.a Update maatregelen COVID-19 week 23 april. 15.b Wekelijkse update COVID-19 dd 30 april 2021. 15.c Wekelijkse update COVID-19 dd 7 mei.
15.d Afstand houden en drukte vermijden in de stad na versoepeling coronamaatregelen. De voorzitter: Zijn wij aangekomen bij agendapunt 15, de coronagerelateerde onderwerpen. Terugkerend onderwerp op deze agenda. De ene keer wat urgenter dan de andere keer. Hoe is dat deze maand? Zijn er mensen die iets willen zeggen over de coronagerelateerde onderwerpen? Ja, wij hebben er een paar. Mijnheer Van den Raadt, ga uw gang. De heer Van den Raadt: Geeft u eens een evaluatie van Koningsdag. De voorzitter: Mijnheer Rutten. De heer Rutten: Nou ik heb één vraag aan de burgemeester, of de burgemeester met de VVD de zorgen deelt over de soms wel grote drukte in de winkelstraten in de binnenstad, en of dat ‘…’ en de aanpak ‘…’ daarbij. De voorzitter: Mevrouw Van der Windt.
79
Mevrouw Van der Windt: Ja. Dank u wel, voorzitter. Ik had eigenlijk twee vragen. Allereerst of u iets meer kunt vertellen over hoe het hier in Haarlem gaat met het vaccineren van dak- en thuislozen en ook illegale inwoners. En verder … Ja, ik weet dat ik een hele beperkte doelgroep heb waarop ik me baseer. Maar mijn eigen twee thuis wonende jongeren, die hebben in elk geval nog niets gemerkt van de motie a little less conversation. En wanneer kunnen zij, en nou, ik vermoed alle andere jongeren van Haarlem, daar wat meer over horen? Dank u wel. De voorzitter: Duidelijk. We hebben ook een inspreker digitaal, en dat is mijnheer Slik. Mijnheer Slik, kom er maar in. De heer Slik: Ja. Dank u, voorzitter. De ChristenUnie wil over punt 15.4 alleen even kort zeggen dat we het een goed weloverwogen en adaptief voorstel vinden om uitvoering te geven aan de maatregelen A tot en met L zolang de 1,5 meter geldig is. Goed over nagedacht. Dank u zeer. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Slik. Mevrouw Van Zetten, ga uw gang. Mevrouw Van Zetten: Ook nog even over het vaccineren, daar maakt mijn fractie zich toch ook wel zorgen over. We hebben al in het vragenuurtje daar aandacht voor gevraagd. Als u ziet over de voortgang hier. De VVD heeft dan in een week 3000 mensen gevaccineerd. Dat is natuurlijk uiteindelijk niet heel erg veel.
In hoor in mijn omgeving dat mensen zelfs helemaal naar Noordwijkerhout moeten, richting Almaar worden gestuurd om een vaccin te krijgen, hier vanuit Haarlem en Heemstede. Dus ik weet niet eens of die mensen allemaal meegeteld zijn. We hebben natuurlijk geen overzicht wat er bij de huisartsen gebeurd. Het zou toch wel heel goed zijn als we ook in de gaten krijgen hoe het zit met de achterstandsgroepen in onze samenleving. De laaggeletterden, de digibeten, de religieuze gemeenschappen. Hoe staat het daar met de voortgang? Of we daar toch op één of andere manier aandacht voor … Of een soort actie voor kunnen opstarten. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Van Zetten. Verder geen vragen? Burgemeester. Burgemeester Wienen: Ja. Ik denk dat het in de eerste plaats als het gaat om Koningsdag, was het druk. Is op enig moment besloten een doorgang op de Damstraat te blokkeren. Vervolgens geconstateerd dat het te druk is, is het schenken van alcohol en vervolgens überhaupt uitgifte is beëindigd op ons verzoek. Winkels zijn ook gestopt met het verkopen van alcohol. En ten slotte heeft de politie in een gezamenlijke actie met handhaving de Spaarneoever, hoe moet ik dat zeggen, ontruimd, ontruimd. Dat is denk ik op zich goed verlopen.
Als ik zie hoe het in andere steden is verlopen, dan vind ik dat we er in Haarlem in ieder geval in geslaagd zijn om op een de-escalerende manier toch de mensen duidelijk te maken van, dit kan echt niet en in te grijpen. Daarna is afgesproken dat we dat bij volgende gelegenheden waarbij het zo druk is de maatregelen sneller op elkaar laten volgen en dat ook goed voorbereiden. Alleen daarna hebben we dat niet meer meegemaakt in dezelfde mate. Ja? De voorzitter: Oh, u heeft allemaal interrupties zie ik nu. Mevrouw Van Zetten. Mevrouw Van Zetten: Ja, over die Koningsdag. Daar in viel het ons ook op dat juist op dat stuk bij de verfroller, het Spaarne kerkencomplex, die trappen, dat het daar een enorme puinhoop was. Dat er al wekenlang de mensen die daar wonen behoorlijk onder lijden. Vandaar stond er ook een stuk in de krant. Want dat is natuurlijk niet alleen maar beperkend geweest met Koningsdag, het gaat nog steeds voort. En de vraag is natuurlijk, wat kunt u daaraan doen?
80
Burgemeester Wienen: Ja, dat was net ook in het vragenuur van de raad aan de orde. Toen is die vraag ook gesteld, en dat is absoluut een feit dat daar sprake is van een grote druk die voor de omwonenden echt belastend is. Nog afgezien van het punt dat het ook de coronaregels daar niet altijd worden nageleefd. Dus wij kijken ook wat de mogelijkheden zijn om daar vaker actiever de mensen aan te spreken en weg te sturen. En ook te verbaliseren, en dat gebeurt ook. Toevallig weet ik, omdat ik er met de politie contact over had, dat er vandaag nog mensen zijn geverbaliseerd wegens wildplassen. Dan de … De voorzitter: U heeft ook nog een interruptie van de heer Van den Raadt. Burgemeester Wienen: Ja. De heer Van den Raadt: Ja, want dat schoonvegen bij de parkeergarage De Appelaar. U constateert dat daar iets niet gaat en wanneer veegt u dan schoon? Hoeveel tijd zat daartussen? Volgens mij vijf, zes uur. Burgemeester Wienen: Nee. Ik weet niet of we er nou hier in deze vergadering als het ware heel gedetailleerd moeten kijken van nou, toen dit, toen dat. Maar wat je ziet dat is dat er … Eerst is het gedaan met de inzet van stewards en handhavers. Mensen aanspreken. Gewoon geconstateerd dat het op een gegeven moment echt te druk wordt en dat mensen ook niet goed meer aan te spreken zijn. Daarna is de doorgang geblokkeerd en daarna kwamen de andere maatregelen.
Daar zat niet vijf of zes uur tussen, maar ik denk dat dat ongeveer met een uur tussentijd iedere keer plaatsgevonden heeft. En we hebben gezegd, dat moet de volgende keer nog sneller. Maar tegelijkertijd, en dat ligt ook aan de locatie, dat je daar nog weer extra voorzichtig mee bent, moet je ook goed nadenken over, welke instrumenten zet je in? Kijk, theoretisch kan je daar natuurlijk ook schoon spuiten zullen we maar zeggen, inzetten van waterkanon. Maar je zit wel met een open oever, mensen kunnen te water raken. Je wilt wel dat het op een verantwoorde en veilige manier gebeurt. En ik denk dat dat gebeurd is. En we zitten er bovenop om dat zo goed mogelijk te reguleren. In … Ik ben het met de VVD eens, het is zo nu en dan heel druk in de binnenstad, dat merk je wel dat de verlichting van de maatregelen in ieder geval de aanzuigende werking van het centrum heeft versterkt. Dus het is gewoon echt drukker geworden, en dat merk je. We proberen daar door te waarschuwen, door met handhaving aanwezig te zijn, door met ondernemers afspraken te maken zo goed mogelijk mee om te gaan. Maar het is onmiskenbaar dat overal in Nederland het drukker wordt en lastiger wordt. Dat geldt ook voor ons. Des te belangrijker dat het vaccineren zo snel mogelijk doorgaat, want daar zit denk ik de oplossing om te voorkomen dat de ziekte weer om zich heen gaat grijpen.
Ik ben het met mevrouw Van Zetten eens dat het buitengewoon vervelend is dat je eigenlijk met de cijfers die wij geven … En in die zin vraag ik me ook af of we daar op deze manier wel mee door moeten gaan, want dat zijn maar zeer beperkte cijfers als het gaat om inzicht. Wij kunnen ook niet meer geven. Niet iedereen die gevaccineerd wordt kiest ervoor om dat in Haarlem te doen. Dat kun je ook op andere plekken doen, dat kun je zelf aangeven wat je voorkeur heeft. En soms kiezen mensen ervoor, omdat het dan net wat sneller kan, om het elders te doen. Net zo goed als er mensen van elders zich in Haarlem laten vaccineren. De cijfers die u krijgt zijn de door de GGD gezette vaccinaties. Ook buiten Haarlem, maar wel door de GGD, dus bij Haarlemmers. Maar er zijn er steeds meer die ook via de huisartsen gevaccineerd zijn, en die cijfers die hebben wij gewoonweg niet en kunnen wij ook niet krijgen. Zelfs landelijk weet men dat niet precies. Ze weten wel exact hoeveel vaccins er gezet zijn, maar niet exact bij wie. Omdat er wordt aan mensen die bijvoorbeeld bij de huisarts gevaccineerd worden, gevraagd of hun gegevens kunnen worden doorgegeven, en dat bepalen ze zelf. Dus als ze zeggen, nee, niet doorgeven, dan worden ze ook verder niet geregistreerd. Dan is wel de vaccinatie gezet, maar er wordt niet precies bijgehouden wie dat dan wel en wie dat niet gehad hebben.
Het gaat wel in een heel hoog tempo. Het wordt steeds sneller opgevoerd, omdat er gewoon steeds meer vaccins beschikbaar zijn. En dat is de enige beperkende factor. Omdat als er meer vaccins
81
beschikbaar komen, zorgen wij ook dat er meer plekken komen waar ze kunnen worden gezet. En ja, wat dat betreft hoop ik, hoe sneller, hoe beter. Want dan komen we eindelijk in een wat veiliger situatie terecht. Ik maak mij ook zorgen over, dat hebben we ook al in het vragenuur aan de orde gehad, over die laaggeletterden, over migrantengemeenschappen die minder makkelijk bereikt worden. Ik heb u al gezegd, wij zijn aan het kijken van, kunnen wij aanvullend op wat er landelijk gebeurt ook nog wat doen? Nou, we zoeken contact met vertegenwoordigers uit die gemeenschap om te kijken van, zien jullie mogelijkheden? Voor de rest denk ik dat onze mogelijkheden als gemeente ook beperkt zijn. Maar daar waar we het kunnen, zullen we het zeker doen en dat doen we dan in regionaal verband. Dus dat doen we in Kennemerland. Mevrouw Van Zetten: Mag ik even iets vragen dan? Burgemeester Wienen: Ja. Mevrouw Van Zetten: Want kijk, we hebben natuurlijk allemaal van die zelforganisaties, ik weet niet hoe het allemaal heet. Ik meen dat er allemaal contacten ook zijn. Of daar dan ook gebruik van wordt gemaakt om die mensen te informeren en te stimuleren om een vaccin te nemen? Burgemeester Wienen: Ja, ja. Daar wordt over … Mevrouw Van Zetten: Dat wordt actief gedaan? Burgemeester Wienen: Ja, daar wordt over gesproken ook. Ik had u nog een mededeling willen doen. Dat doe ik dan nu even tussendoor.
Namelijk dat met de Islamitische raad er een gesprek gevoerd is over de begraafplaatsen. Dat willen ze graag, en daar werd hier een keer naar gevraagd. En dan wil ik even melden dat dat gesprek inderdaad gevoerd is. Was een goed gesprek en daar kom ik te zijner tijd ook wel op terug. Maar wij gebruiken die contacten ook om te kijken van, wat kunnen jullie doen om in je eigen gemeenschap het naleven van coronamaatregelen en de vaccinatiemogelijkheden zo goed mogelijk onder de aandacht te brengen? Ik heb nog een vraag voor u. Ik stuur nu elke week een brief. En ik merk dat ik dat in toenemende mate het gevoel krijg van, we lopen ook een beetje achter de feiten aan. Want daarin worden dan maatregelen benoemd die u ook via de pers al hebt gezien. En u krijgt die vaccinatiecijfers die maar een beperkt beeld geven, omdat dat lang niet alle gevaccineerden betreft. Ik wil graag even weten, als u zegt, wij stellen het toch op prijs dat we wekelijks dat overzicht krijgen, dan blijven we de brief op deze manier sturen. Als u zegt van, nou dat is wat ons betreft ook niet nodig, dan denk ik, dan kunnen we dat stoppen en alleen nog doen op momenten dat er echt specifieks Haarlems te melden is waarvan ik denk van, dat wil ik gewoon graag met de raad delen. En niet meer een overzicht van allerlei maatregelen die u ook elders aantreft. De voorzitter: Zeg het maar, commissie.
Het afschalen van die informatievoorziening. Mijnheer Drost. De heer Drost: Ja, lijkt mij op zich prima. Maar inderdaad, als er iets echt specifiek lokaals is, als er lokaal ruimte is, dan horen we dat wel graag zo spoedig mogelijk. En als we daarvoor input kunnen leveren, ook graag. Burgemeester Wienen: Ja. De voorzitter: Is de commissie het daarover eens? Mevrouw …: Wat mij betreft ook.
82
Mevrouw Van Zetten: Ik heb nog wel een paar vragen die ik vergeten was. De voorzitter: Maar ik wil graag eerst even uitspraak van de commissie, of wat er nog van over is, wat dit voorstel … Hoe dat wordt ontvangen. Het afschalen van de informatievoorziening. Is men het daarmee eens? Alleen in het geval dat er lokaal een afwijking is van de landelijke regel, of als er iets aan de hand is, dat de burgemeester ons daar zo snel mogelijk van op de hoogte stelt? Ja, mevrouw Wisse. Mevrouw Wisse: Ja, daar was ik het inderdaad op zich wel mee eens. Maar ik vind het onderscheid zo moeilijk. Dus als het over Haarlem gaat, dan wel. En als het in de persconferentie landelijk is geweest, dan niet. Zo ongeveer. Burgemeester Wienen: Ja, plus dat overzicht van vaccinaties, omdat ik het gevoel heb van, ja, het is natuurlijk wel leuk om het te melden, maar het is alleen maar het GGD-cijfers. Terwijl in toenemende mate er ook echt grote aantallen door huisartsen worden gevaccineerd. En de toegevoegde waarde van dat elke week dan toesturen, weet ik niet of dat wel echt nodig is. Mevrouw Van Zetten: Misschien dan toch wel eens in de maand. Dat we voor de zomer toch wel een beetje weten hoe het ermee staat. Burgemeester Wienen: Dat je het nog enigszins kan volgen. Dat lijkt me goed.
Mevrouw Van Zetten: Omdat er vanuit het ministerie wordt gezegd dat voor de zomer moet iedereen toch wel gevaccineerd zijn. Burgemeester Wienen: Ja. Dan kunnen we het ook een klein beetje volgen in de Haarlemse context. Dat lijkt me goed. Dus de frequentie kan dan wat naar beneden, maar ik blijf het in de gaten houden. En ik heb zo meteen trouwens wel een punt, dat is specifiek over Haarlem. En daarover krijgt u binnenkort ook een brief, omdat tot 1 juli er in principe geen sprake is van demonstraties. Of, sorry, demonstraties, dat is het vorige onderwerp. Van evenementen. En daarna laat het zich aanzien … Dat weten we nog niet zeker, want de regels op dit moment laten het nog niet toe. Maar de kans is groot dat het dan weer mogelijk wordt. Organisaties zijn zich daarop aan het voorbereiden. En wij zijn voortdurend in gesprek om te kijken van, nou waar denken wij dat er mogelijkheden zijn binnen de regels zoals ze nu gelden. Dat is soms met testen vooraf, soms met de manier waarop dingen worden opgezet. Is dit verantwoord ja of nee? Maar dan weet u in ieder geval, er wordt op dit moment echt door organisaties voorbereid dat ze weer evenementen willen laten plaatsvinden. De eerste is het Veerplas Festival. Dat is … Mevrouw Van Zetten: Kunnen we niet beginnen met de Haringparty, dat gewoon buiten is? De heer …: ‘…’ [buiten microfoon].
Mevrouw Van Zetten: Het lijkt me … Daar kunt u natuurlijk wel eventjes achteraan gaan, dat dat doorgaat. Burgemeester Wienen: Voorlopig denk ik dat het nu even vooral gaat om wat evenementenorganisatoren met elkaar … En daar waar zij mee komen, daar moeten wij beoordelen of het kan of niet. En wij zijn bezig om te kijken van, binnen welke randvoorwaarden kan dat? Veerplas Festival, dat heeft u ook kunnen lezen. Maar dat is één van degenen die gezegd hebben van, nou wij willen echt en wij gaan het ook voorbereiden, we gaan kaartjes verkopen. Of het echt door kan gaan, dat weten ze nog niet. De vergunningverlening loopt nog. Maar
83
in ieder geval weet u dan dat dat echt weer begint op te komen. Hetzelfde geldt voor Haarlem jazz, hetzelfde geldt voor Haarlem culinair. En dat is ook nog voor u denk ik van belang dat in ieder geval de opvatting van het college is dat wij geen veranderingen van het regime dat we normaal gesproken hebben op de Grote Markt doen. Dus evenementen hebben gezegd, mogen wij nu wat langer de evenementen laten duren. Daarvan hebben we gezegd, nou dat lijkt ons niet goed. Want het gaat hier om twee belangen. Aan de ene kant de terrassen. De ondernemers aan de Grote Markt vinden het heel belangrijk dat ze de terrassen weer uit kunnen zetten, daar zijn ze ontzettend blij mee. Die balen ervan dat er weer evenementen komen waardoor ze de terrassen weer moeten weghalen. En naar ons idee is het het meest … Doet het meest recht aan de situatie als we de evenementen wel de gelegenheid geven om plaats te vinden als het verantwoord kan. Maar niet langer, omdat ook anderen hun belang, terecht, ook aandacht verdient. Dus dat is hoe wij er op het ogenblik tegenover staan. En u krijgt daar binnenkort krijgt u daar een uitgebreide brief over, want dat geeft een overzicht van onze kennis en de stand van zaken rond de voorbereide evenementen in Haarlem. Dus dat is een heel specifiek Haarlems onderwerp. De voorzitter: Goed. Zijn de vragen … Ja, mevrouw Van Zetten en mevrouw Wisse.
Maar eerst mevrouw Van Zetten. Mevrouw Van Zetten: Nou ja, we gaan over naar versoepeling. Dan is mijn vraag, wanneer gaat de kinderboerderij dan weer open, met het speeltuintje, dat kinderen ook weer … Is die al open? De heer …: Ja, ik ben er geweest. Mevrouw Van Zetten: Jezus, je bent er geweest. Ja, het pondje. Vaart dat al? De heer …: ‘…’ [buiten microfoon]. Mevrouw Van Zetten: Pondje vaart ook. Pondje vaart … Hè? De heer …: De dieren moeten hier weg en ‘…’ [buiten microfoon]. Mevrouw Van Zetten: Nee, dat was niet hier, dat was in Heemstede. Die … Wij zijn allemaal aardig tegen die dieren, dat gebeurt bij ons niet. De heer …: Oké, duidelijk. Mevrouw Van Zetten: Ja. Ik ben dol op die beestjes. De voorzitter: Mevrouw Van Zetten, u verwacht nu van de burgemeester dat hij met data komt wanneer de kinderboerderij en het pondje weer … Mevrouw Van Zetten: Ik vind dat er wel even aandacht voor moet zijn. Want je kan eigenlijk heel erg weinig met kinderen. Sinds ik een kleinkind heb weet ik dat, en dat is echt verschrikkelijk. De heer …: ‘…’ [buiten microfoon]. Mevrouw: Ja, de gezondheid. De voorzitter: Oké, goed. Waarvan akte, mevrouw Van Zetten. En mevrouw Wisse?
84
Mevrouw Wisse: Ik wilde alleen even vragen of onze maandelijkse bespreekpunt, dit agendapunt, nog wel blijft tot we klaar zijn met het vaccinatieprogramma? Burgemeester Wienen: Het is wat mij betreft 100% uw zaak. Ik bedoel, als u zegt van, wij zetten dat op de agenda. Ik zal hier altijd zijn om alles toe te lichten wat u wilt. En als u zegt van, voor ons is dat niet meer nodig, dan neem ik aan dat het niet meer op de agenda komt. Maar ik ga daar niet over. Mevrouw Wisse: Ja. Ik had een … De voorzitter: Dan wil ik uw mening daar ook wel over. Ik stel voor dat we het op dezelfde manier behandelen als bijvoorbeeld die evaluatie. We zetten het ter kennisname op de agenda. En mochten er dingen zijn die in het oog springen, kunt u het natuurlijk uiteraard gewoon agenderen. Zullen we dat zo afspreken? De heer …: Goed idee. De voorzitter: Ja? Oké. Het is vijf … Burgemeester Wienen: Nog één vraag stond open van mevrouw Van der Windt. Dat … Ik heb het exacte antwoord helaas niet, want ik weet dat het is opgemaa… Dat er hard me aan het werk gegaan is. Dat er ook een programma is ontwikkeld door wethouder Botter. Althans, met wethouder Botter. Maar de precieze stand van zaken weet ik niet, want dat wordt door hem gedaan. En helaas was hij hier net, maar nu niet meer. Dus ik kan u geen exact antwoord op dit moment geven. De voorzitter: Dank u wel, burgemeester.
Goed, ik zei het al, het is 22:55 uur. Ik ga er niet van uit dat wij agendapunt 16, 17, 18 en 19 … Nou, 19 misschien nog net wel, maar 16, 17, 18 nog kunnen behandelen in een tijdsbestek van vijf minuten. Ik wil het wel even voorleggen aan u. De heer …: ‘…’ [buiten microfoon]. Mevrouw Van der Windt: Ik kan er helemaal voor zijn. De voorzitter: Ja, mevrouw Van der Windt vindt dat een uitstekend plan. Goed, ik stel voor dat we deze agendapunten doorschuiven naar de vergadering van 10 juni. Het wordt ook weer een drukke agenda. Mevrouw Van der Windt wil heel graag iets zeggen. Kom maar. Mevrouw Van der windt: Ja, ik zou eigenlijk willen voorstellen om die referendum verordening, om daar eerst een technische sessie van te maken. Want er ligt nu een voorstel om de referendumcommissie te vragen om advies te geven. En het lijkt me eigenlijk beter als wij eerst een keer met elkaar in de debat gaan van wat wij belangrijk vinden en wat niet, zodat het college een voorstel kan maken en dat ter advisering kan voorleggen. In plaats van dat we het eerst in commissie behandelen en daarna de route laten volgen. De voorzitter: Ik hoor net een driftige, fluisterende, schreeuwende, fluisterende griffier in mijn oor, dat dat door deze commissie eigenlijk die optie van een raadsinformatiemarkt dat die al is komen te vervallen en dat er besloten is om het nu op de agenda te zetten.
Maar ik weet het niet meer. De heer Drost: Ja, klopt. De voorzitter: Ja, mijnheer Drost.
85
De heer Drost: Volgens mij heeft deze commissie aangegeven dat we liever vaker aan de voorkant willen worden meegenomen in plaats van dat ze een stuk krijgen met dit is het. Dus zo zag ik het. En misschien … Ik kan uw punt wel volgen hoor qua proces verder om het richting de referendumcommissie om daar … Ja, dat is misschien een beetje gek dat onderdeel. Maar ik zou hem wel gewoon willen bespreken in het bestuur. Ja. De voorzitter: En ik zou ook willen vragen dan, want de vorige keer is het ook doorgeschoven, om het dan de volgende keer liefst wat vroeg op de agenda te zetten. Want ik vind het een beetje … De heer …: ‘…’ [buiten microfoon]. De heer Van den Raadt: Zie je, burgemeester, we zitten precies op een lijn. Maar dat wilde ik eigenlijk bij het begin zeggen, laten we nou dingen die doorgeschoven zijn voortaan wel als eerste op de agenda zetten. Want dit stond op dezelfde plek al vorige keer. De voorzitter: Ja, dat is … Natuurlijk, natuurlijk klopt dit. Maar als er adviespunten zijn, dan komen die natuurlijk helemaal aan de voorkant. En daarna komen de punten die zijn doorgeschoven wat mij betreft. Ja, mevrouw Wisse? Mevrouw Wisse: Dank u wel. Ja, ik wilde eigenlijk vragen, we hebben nu het initiatief voor het burgerberaad, en dat wordt op zijn minst een werkgroep. Deze referendumverordening, de verordening op het burgerinitiatief.
Kunnen we niet beter eerst even kijken wat we nou willen met burgerparticipatie, voordat we alles in detail gaan uitwerken? Mevrouw Van Zetten: Hè, ja. Gaan we nog een keer … Mevrouw Wisse: Ja, want … Ja … De heer …: ‘…’ [buiten microfoon]. Mevrouw Van Zetten: ‘…’ [buiten microfoon]. De voorzitter: Het is aan u hè. ik heb daar wel een idee over, maar volgens mij heeft mijnheer Rutten het vrij duidelijk verwoord zojuist. Dus ik denk niet dat er heel erg veel steun is voor uw voorstel, mevrouw Wisse. Ja, mijnheer Van den Raadt. Oké. Ja, goed. 19. 23.00 uur Sluiting. De voorzitter: Goed, volgens mij zijn we klaar met deze vergadering en met deze avond. Ik wens u allemaal nog een hele prettige voortzetting. Volgende week als we weer … Of, de volgende keer dat we vergadering hebben, zijn de cafés gewoon nog open tegen de tijd dat we klaar zijn. De heer …: Denkt u dat? De voorzitter: Ja, ja, dat denk ik wel. Dus dan stel ik voor dat we met zijn allen gewoon even wat gaan drinken om het te vieren. Dat is voor de volgende keer. Fijne avond. De heer Van den Raadt: Ja, of dat we om 22:00 uur stoppen.
86