CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

04 Bijlage 3 Nota van antwoord Ontwikkelzone Zuid-West

gemeenteraad 28 september 2023, gemeente HaarlemBij agendapunt: Vaststellen masterplan ontwikkelzone Zuid-West24.588 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

44

Vlessing dat het wenselijk is zaken terug te brengen, maar dat betekent niet dat het daadwerkelijk gaat gebeuren. Het pleidooi is om de speelgelegenheid terug te brengen in de wijk. De heer Baas wil met collega’s spreken over de achterliggende reden om zowel de school als speelvoorziening te verplaatsen. In het beleid wordt gesproken over het realiseren van voldoende speelplekken en hoe dat georganiseerd wordt, is niet in detail opgenomen in het masterplan. In het kader van de 10-minutenstad moeten er voldoende speelvoorzieningen voor de kinderen zijn. In het schetsontwerp openbare ruimte moeten de speelvoorzieningen een plek krijgen. In de Nota van Antwoord zal toegelicht worden hoe omgegaan wordt met het plaatsen van speelvoorzieningen in de wijk. De heer Schouten wijst op het feit dat bij Plaza West ook woningen worden bijgebouwd. Omdat dit op particuliere grond is, zullen daar geen speelvoorzieningen worden gerealiseerd en is de gemeente aangewezen op de openbare ruimte. De heer Vlessing geeft aan dat op die locatie sprake is van een bedrijvenstrook. In de Stephensonstraat en Grijpensteinweg is ook sprake van een menging van bedrijven. De daar gevestigde bedrijven zijn afhankelijk van hetgeen de gemeente binnen het bestemmingsplan toestaat. Er zijn wel kansen en mogelijkheden om in gesprek te gaan over het realiseren van speelruimte.

Hier wordt vanuit leefbaarheid naar gekeken. De heer Schouten begrijpt dat er woningen bij moeten komen. Vanuit alle domeinen moet de leefbaarheid goed in de gaten worden gehouden. De heer Vlessing erkent dat met het toevoegen van woningen het voorzieningenaanbod ook op niveau moet zijn. Parkeervoorzieningen De heer Schouten vindt een fietsstraat een goede zaak. Wellicht is het verstandig om ter hoogte van de Jasmijnstraat een splitsing te maken richting de Leidsevaart, omdat veel scholieren deze fietsroute zullen blijven gebruiken. Vervolgens vraagt spreker zich af waarom het aantal parkeerplaats teruggebracht moet worden. De Van Oosten de Bruijnstraat is breed genoeg om aan twee kanten te parkeren. Aan de Noordkant van de Westergracht kan dit namelijk ook en deze is veel smaller. Wat is de afweging ten aanzien van parkeren aan één kant? Over het algemeen geldt dat de gemeente het parkeren in de openbare ruimte wil reduceren, aldus de heer Baas. Gestreefd wordt naar een hoogwaardige kwaliteit van de openbare ruimte. In een fietsstraat past een vermindering van het aantal parkeerplaats. Binnen de nieuwe ontwikkelingen wordt getracht voorzieningen zoveel mogelijk uit het zicht te realiseren, om zo een kwaliteitsslag te maken in de openbare ruimte. De heer Schouten vindt het vreemd dat een parkeerplaats de huidige bewoners wordt ontnomen. Dat ligt gevoelig in de wijk.

De heer Vlessing licht toe dat elders in de wijk parkeerplaatsen worden teruggebracht. Op welke locatie is nog niet bekend, maar dat kan in een hub zijn of een ander soort parkeergelegenheid. Voor de huidige bewoners geldt de parkeernorm van 2013 en nieuwbouw moet het parkeren op eigen terrein oplossen. Doel is om op strategische plekken in de wijk een verzamelplek voor parkeren te hebben. Voorzieningen zoals het zorgcentrum zullen altijd goed bereikbaar moeten zijn. Ouderenhuisvesting wordt bijvoorbeeld toegevoegd rondom voorzieningen zoals supermarkt of bushalte. Op hoofdlijnen is het idee dat parkeerplaatsen aan bewoners worden toegewezen. Het parkeerbeleid van de gemeente wordt ook buiten de ontwikkelzone toegepast en dat brengt het

45

terugdringen van het autobezit in heel Haarlem met zich mee. Ook vanuit duurzaamheidsoverweging wil Haarlem het aantal geparkeerde auto’s in de straat laten afnemen. Dit vergroot het leefbaarheidsklimaat in de bestaande wijken en dat betekent op termijn het verdwijnen van een aantal parkeerplaatsen. Per adres kan een aantal vergunningen worden toegewezen en als er nieuwe bewoners komen, kan dat wijzigen. Doel is op termijn de parkeerdruk verminderen. De heer Schouten heeft gehoord dat er een bijstelling komt van het aantal parkeerplaats dat gaat verdwijnen. In het mobiliteitsplan worden suggesties gedaan, maar in het masterplan is niet onderbouwd waarom daarvan wordt afgeweken. De heer Vlessing licht toe dat gekeken wordt naar de parkeernorm in het masterplan 2022. De parkeerplaatsen die verdwijnen, worden in de wijk teruggebracht. In het mobiliteitsplan worden scenario’s geschetst en opties weergegeven. De heer Vlessing zegt toe uit te zoeken welke afwegingen ten grondslag liggen aan het masterplan en de keuze met betrekking tot mobiliteit/parkeerplaatsen. Stadsbreed wordt gekeken naar hoe om te gaan met mobiliteit en als het autobezit afneemt, dan verbetert de mobiliteit. Belangrijk is alternatieve vervoersmiddelen zoals OV op orde te hebben, zodat mensen de auto laten staan.

Twee richtingen in de Pijlslaan wordt als onveilig ervaren, daarom wordt voorgesteld om deze straat en de Westergracht eenrichtingsverkeer te maken. Dit zijn voorbeelden van maatregelen om het verkeer zodanig te reguleren dat de verkeersveiligheid toeneemt. Volgens de heer Schouten was het een verschrijving dat de Westergracht eenrichtingsverkeer zou worden. De heer Vlessing zegt toe dit uit te zoeken. Wat is uw algehele gevoel over het masterplan en waar liggen de grootste pijnpunten? Desgevraagd antwoordt de heer Schouten dat een helikopterview ontbreekt. Hoe kan de gemeente in een zo slecht ontsloten wijk zoveel woningen er bijplaatsen? Onderzoeken wijzen uit dat Haarlem dicht zit en er geen auto meer bij kan. Helemaal niet aan de westkant van het Spaarne. De stad scoort slecht als het gaat om groen en toch worden er woningen bijgebouwd. De heer Vlessing wijst op het feit dat in het masterplan een aantal straten is aangewezen om groen toe te voegen. Er wordt daadwerkelijk gekeken naar vergroening van de wijk, want binnen de openbare ruimte is het mogelijk groen toe te voegen. De heer Schouten meent dat de plaatjes in het plan niet overeenkomen met de huidige situatie. Er lijkt heel erg vergroend te worden, maar dat is door toevoeging van de woningen niet het geval. De heer Baas wijst op de groene gedeelten van Haarlem, met het duingebied en Spaarne.

Vanuit elk punt in de stad is het mogelijk om binnen vijf tot tien minuten in een natuurgebied te zijn. Dat is onder andere een reden waarom binnenstedelijk verdichting wordt toegepast. De gemeente wil de weilanden en oude cultuurlandschap intact laten, door daar niet te bouwen. Volgens de heer Schouten is Schalkwijk ruim en groen opgezet, in vergelijking met de westkant van de stad. De heer Baas wijst op de complexiteit van de opgaves. Het bestuur heeft naast het masterplan keuzes gemaakt en ook vanuit de rijksoverheid moet Haarlem aan binnenstedelijke verdichting werken. De aanwezigen worden bedankt voor hun inbreng en de bijeenkomst wordt om 16.40 uur gesloten.

46

4.3 Gespreksverslag H. van den Bosch Locatie: Gedempte Oude Gracht 2 Haarlem en via Teams Datum: 7 juni 2023 Verslag : Esther Demarteau (Notu-flex Secretariaatsdiensten) Op de plannen voor de ontwikkelzone Zuid-West zijn veel zienswijzen binnengekomen. Sommige zienswijzen waren heel uitgebreid en de gemeente nodigt een aantal indieners uit om de zienswijze mondeling toe te lichten. Van de bijeenkomst wordt een verslag gemaakt. Na akkoord van mevrouw Van den Bosch wordt het verslag toegevoegd aan de Nota van Antwoord. Er wordt een korte voorstelronde gemaakt. Mevrouw Van den Bosch is bewoonster en neemt deel aan de klankbordgroep. Toen zij hoorde over de plannen OZZW, wilde zij goed geïnformeerd zijn en ook gebruikmaken van de mogelijkheid om inspraak te hebben. Zij heeft veel bijeenkomsten bezocht en is ook een jaar lid geweest van de wijkraad. Mevrouw Van den Bosch merkt op dat de berichtgeving over de enquête van de wijkraad in de nieuwsbrief nog niet is opgenomen op de website. De heer Baas zegt toe dat de uitslag van de enquête van de wijkraad Houtvaartkwartier wordt meegenomen in de zienswijze. De heer Huigen legt uit dat de website binnenkort geactualiseerd wordt. Volgens de heer Vlessing is sprake van een goed onderbouwde zienswijzen. Een aantal zaken kan meegenomen worden en andere zijn opgenomen in het masterplan.

Bij de uitwerking van het plan komen aandachtspunten uit de zienswijze van mevrouw Van den Bosch aan de orde. Belangrijk is te melden dat verkeersveiligheid terugkomt in het inspraakverslag bij de Nota van Antwoord. Ter verbetering van de verkeersveiligheid in de Pijlslaan worden verschillende mogelijkheden onderzocht. Mevrouw Van den Bosch denkt dat een aantal (verkeers)situaties zo prangend is dat deze direct om actie vragen. De verkeerssituatie moet helder in het masterplan worden opgenomen en hiervoor is afstemming tussen de gemeentelijke diensten nodig. De heer Vlessing verduidelijkt dat een en ander bij elkaar komt in de omgevingsvisie. Ingezet wordt op deelmobiliteit en vervoersvoorzieningen in de nabije omgeving. Dat zorgt voor het terugdringen van het autogebruik en vergroting van de leefbaarheid in de wijk. Parkeren in de nieuwbouw geschied op eigen terrein. Doel is de 10-minutenstad waarbij bewoners minder afhankelijk zijn van de auto en meer de fiets pakken. Mevrouw Van den Bosch meent dat een aantal zaken speelt, waaronder het nieuwe parkeerbeleid in combinatie met de parkeernormen voor nieuwe bewoners. Inpandig parkeren is de nieuwe norm voor de nieuwbouw, echter bestaande bewoners hebben ook een auto.

Wellicht is de realisatie van een mobiele hub een optie voor deze bewoners? Ze vraagt de gemeente haar rol te pakken om te investeren in een parkeerhub / mobiele hub, zodat de bestaande bewoners daar ook een parkeeroptie hebben. Mevrouw verwijst naar een nieuw gebouwd mobiele hub in Schalkwijk op het oude Fluor-terrein.

47

De heer Vlessing legt uit dat een oplossing voor het parkeervraagstuk wordt gezocht, daarnaast is het realiseren van groen belangrijk. Parkeren voor de huidige bewoners in een parkeerhub is een mogelijkheid die wordt onderzocht. Het is echter een complexe opgave, omdat de gemeente geen eigenaar is van grond. Een parkeerhub moet nog nader gedefinieerd worden; is dat een parkeergarage of een plek waar vervoersstromen bij elkaar komen? Een parkeerhub is wel meegenomen in de planvorming. Mevrouw Van den Bosch wil de ontwikkelingen op de voet volgen. Zij is enthousiast over een parkeerhub. “In Den Haag en Amsterdam heeft men ervaren dat de (deel)scooters veel overlast veroorzaken. Deze vorm van vervoer hoort ook bij de deelmobiliteit, zeker als bewoners worden gevraagd de auto minder te gebruiken. In Bloemendaal loopt een pilot met het placeren van scooters. Gaat de gemeente Haarlem fietsenrekken plaatsen en ook plaatsen aanwijzen waar scooters mogen staan? Kortom: placeer het parkeren van vervoer bewust.” De heer Vlessing geeft aan dat het concept deelmobiliteit wordt bekeken. Er komt een schets van de openbare ruimte, welke op de projectpagina gepubliceerd wordt. Na het masterplan wordt de schets openbare ruimte vertaald naar een Programma van Eisen. De verdeling van mobiliteiten; fiets, auto, groen en ook deelmobiliteit wordt dan nader uitgewerkt.

De heer Baas vult aan dat de bebouwde omgeving veel ruimte vraagt, naast de claim voor groen en openbare ruimte. Ook parkeren van fietsen en scooters geschiedt in de openbare ruimte. Momenteel worden de kaders voor bijvoorbeeld parkeren geschetst. Hoe de deelmobiliteit in het plan meegenomen kan worden, is een volgende stap. De nieuwe bewoners ontvangen geen parkeervergunning en moeten op eigen terrein parkeren of hebben geen auto of een deelauto. Mevrouw Van den Bosch hoorde van projectmanager Bas Boeker dat je met het project tien tot twintig jaar vooruit moet kijken. Ze betoogt dat als mensen uit hun auto moeten komen, het OV een goed alternatief moet zijn. De bus moet ook in de wijk komen, zodat mensen naar het station kunnen reizen. Treed in overleg met de vervoerders en houd in de gaten wanneer contracten aflopen. In de ontwikkelzone is een aantal zaken waar het project geen invloed op heeft, maar kijk ook naar de zaken waar dat wel mogelijk is. Kijk goed naar deelmobiliteit. Belangrijk is een goed vervoersalternatief te bieden. Komt er een busverbinding richting de hub Nieuw-Zuid? Neem ook de bestaande wijken mee in het verbeteren van de OV-verbindingen. In het masterplan is genoemd dat de vervoersverbindingen op orde moeten zijn, aldus de heer Vlessing. De vervoerders geven aan dat er niet genoeg passagiers zijn om een lijn op te zetten.

De gemeente dringt er wel op aan en er wordt een lijnnetstudie uitgevoerd. Niet alleen in Haarlem, maar ook in relatie tot de provincie en andere gemeenten in Zuid Kennemerland. De ontwikkelzones worden hierbij meegenomen. Verbetering van de OV-verbindingen staat op het netvlies van het project. De urgentie voor goed OV is voelbaar. Getracht wordt van vergelijkbare projecten te leren. Voor de nieuwe bewoners geldt dat zij parkeren op eigen terrein en niet in de bestaande openbare ruimte. Mevrouw Van den Bosch denkt dat er bewoners zijn die een alternatief voor de auto zullen omarmen. Daarnaast stelt mevrouw van den Bosch dat ze hoopt dat er naast woningen voor starters en gezinnen ook voor senioren gebouwd gaat worden. Mevrouw van den Bosch suggereert om ook de doelgroepen nader uit te werken. Elke doelgroep heeft namelijk ook zijn eigen voorzieningenbehoefte. Zij vraagt zich af of er voor van tevoren becijferde doelgroepen gaat worden gebouwd. Elke doelgroep heeft zijn eigen voorzieningenbehoefte. Mevrouw hoopt dat er ook voor senioren, en niet enkel voor starters en gezinnen gebouwd wordt. De heer Baas meent dat het minder makkelijk gemaakt moet worden om de wijk in te gaan met de auto, onder andere

48

door parkeren op afstand. Deelmobiliteit kan daar tegenover staan of andere nieuwe concepten. Dat is het speelveld waar het project zich in begeeft. Mevrouw Van den Bosch suggereert een ‘klaverbladconstructie’ te maken en verwijst naar het verkeerscirculatieplan in Leuven waar dat is gedaan. Bij de Pijlslaan aan één kant inrijden (Randweg). Mogelijk bevordert dit de verkeersveiligheid, de wijk wordt rustiger en de kinderen kunnen weer buitenspelen. Spreekster is ervan overtuigd dat de wijk dan mooier wordt. Bouwhoogte Grootste zorg van mevrouw Van den Bosch is de bouwhoogte van twaalf verdiepingen. Volgens haar is het een aantasting van het stadsbeeld en de wijk. In Schalkwijk is wordt momenteel vrijwel geen gebouw hoger dan zeven bouwlagen gebouwd: zie Vijverpark, Link! en Hof van Leijh bijvoorbeeld. Als men zelfs in Schalkwijk niet zo hoog bouwt, waarom hier dan wel? In de tekeningen van de ontwikkelzone ZW staat: “zes bouwlagen en een hoogte tot twaalf is acceptabel”. Hoe verhoudt de ontwikkeling in OZZW zich tot de hoogtes van gebouwen en de kaders die in 2018 zijn opgesteld? Waarom moet er zo hoog gebouwd worden en staan die twaalf lagen al vast? De heer Vlessing geeft aan dat de bouwhoogtes nog niet definitief zijn vastgelegd. Veel inspraakreacties noemden dit punt ook en misschien is het goed om nogmaals aan te geven waarom er in het gebied gebouwd moet worden.

Op sommige locaties, zoals de Grijpensteinweg of Van Leeuwenhoekpark wordt hoog gebouwd, juist zodat het mogelijk is om op andere locaties laag te bouwen. Er wordt een studie gedaan naar het totaal benodigde bouwprogramma, met de hoogtes er bij. Het antwoord op de vraag of het aantal bouwlagen naar beneden kan worden gebracht, komt in het Nota van Antwoord terug. De heer Baas vult aan dat er geen toezegging is gedaan dat er daadwerkelijk lager gebouwd gaat worden. Er moet een integere afweging worden gemaakt met betrekking tot het aantal woningen en daarmee het exploitatieplan. De ruimtelijke effecten spelen hierbij een rol. Wellicht is het mogelijk op sommige locaties te reduceren, maar het projectteam doet geen toezegging dat dit daadwerkelijk gaat lukken. Mevrouw Van den Bosch wijst op de vooroorlogse Bloemenbuurt en het contrast met de naastgelegen geplande bouwhoogten. Spreekster kan zich voorstellen dat er veel weerstand is tegen hoog bouwen op die plek. “Dit is een keuze waar men spijt van gaat krijgen.” De heer Baas heeft het architectenbureau gesproken en die is er nog niet van overtuigd dat het huidige plan te groot of te veel is. Daar waar in de hoogte gebouwd kan worden, ontstaat meer ruimte voor openbare ruimte. Daarom is het plan opgezet zoals het gepresenteerd is.

De heer Baas is bereid om in gesprek te gaan met de stedenbouwkundige, maar doet geen toezegging over een wijziging qua hoogte. Mevrouw Van den Bosch: Vreest dat de wens voor hoog bouwen komt vanuit de bouwopgave en het commercieel belang van de projectontwikkelaars. Zij moet straks uitkijken op die hoge torens. Stel dat een grondeigenaar niet meedoet met het plan of zijn perceel niet wilt verkopen, blijft de gemeente dan zitten met de bouwopgave vanuit het Rijk en wordt de bouw elders nog hoger, hoe gaat de gemeente met dit soort ontwikkelingen om? De heer Baas is bereid om te kijken of een aantal bezwaren zoals schaalgrootte, schaduwwerking in randvoorwaardelijke zin meer aan bod kunnen komen. Nogmaals noemt hij dat een gesprek over de bouwhoogte mogelijk is. Details, onder andere over bouwhoogte komen in de ontwerpfase aan de orde, naast het SpvE.

49

Mevrouw Van den Bosch wenst als burger op de hoogte gehouden te worden van de voortgang. Er komt nog een Nota van Antwoord, maar komen er nog meer fasen? De heer Huigen legt uit dat via diverse media wordt gecommuniceerd. De nieuwsbrief en projectpagina bijvoorbeeld. De klankbordgroep wordt geïnformeerd en het stedenbouwkundigplan komt ook nog langs. Er moet sprake zijn van een duidelijke communicatie richting bewoners. Alle producten waar besluitvorming voor nodig is, komen op de website en bewoners worden op de hoogte gebracht als er een nieuw product is. Wat betreft de openbare ruimte en de concrete bouwplannen, trekt de gemeente samen op met de ontwikkelaars. Mevrouw Van den Bosch suggereert om op de website ook illustraties van de ontwikkelzone toe te voegen. Graag zo vormgeven dat deze kunnen worden aangeklikt en opgeschaald. In de inspraakfolder stond een foutieve kaart. De klankbordgroep en wijkraad hadden veel op te merken op de folder die huis aan huis is verspreid door de gemeente. De kleuren waren niet goed te onderscheiden en de bouwhoogte is niet goed weergegeven. Wanneer bewoners willen inspreken, moeten zij goed geïnformeerd zijn en daar hoort volgens spreekster een kloppende illustratie bij. Zij begrijpt dat het belangrijk is om te vermelden dat de tekeningen niet definitief zijn en er geen rechten aan ontleend kunnen worden.

De heer Vlessing neemt de suggestie van een opschaalbare kaart mee. Volgens mevrouw Van den Bosch is er een nijpend tekort aan praktijkruimte voor bijvoorbeeld huisartsen. Deze kan de gemeente echter nog niet intekenen op de plannen. De voorzieningen worden meegenomen in de planvorming, aldus de heer Vlessing. Vanaf de ontwikkelvisie is reeds genoemd dat bij voorkeur zorg onder één dak wordt aangeboden. Het is belangrijk om voor de senioren in het gebied de voorzieningen te clusteren en op de juiste plek te positioneren. De seniorenwoningen moeten op een goed bereikbare plek gesitueerd worden, vlak bij de voorzieningen. Mevrouw van den Bosch stelt dat ze hoopt dat er naast woningen voor starters en gezinnen ook voor senioren gebouwd gaat worden. Mevrouw van den Bosch suggereert om ook de doelgroepen nader uit te werken. Elke doelgroep heeft namelijk ook zijn eigen voorzieningenbehoefte, bijvoorbeeld een opslagplek voor scootmobielen. Deze zaken worden meegenomen bij de randvoorwaarden voor uitwerking, zo legt de heer Vlessing uit. Binnen het gebied wordt gekeken waar bepaalde doelgroepen gehuisvest kunnen worden. De woonsegmenten worden verspreid door de hele zone; sociaal, vrije sector en midden segment. Dit soort zaken worden in de overeenkomst met de ontwikkelaar opgenomen. Een sociale component is in het plan verweven.

Mevrouw Van den Bosch merkt dat bouwprojecten onder druk staan vanwege de oplopende bouwkosten. Hebben projectontwikkelaars de ruimte om aan de percentages qua woningen te morrelen? Spreekster wil graag dat de gemeente regie houdt. De heer Huigen licht toe dat er sprake is van een bepaald percentage sociale woningen en de rest wordt afgestemd met de ontwikkelaar. Voordat het bestemmingsplan wordt behandeld, moet er een anterieure overeenkomst liggen. Dit betekent dat er al overeenstemming is over het stedenbouwkundig programma en de inrichting van deopenbare ruimte. Dit is voor elke locatie verschillend. Mevrouw Van den Bosch wil een opmerking maken over de leesbaarheid van het masterplan. De burger moet het kunnen lezen, zeker omdat deze ontwikkelzone hun eerste ontmoeting is met

50

bouwplannen van de gemeente. Op de website wordt uitgelegd hoe bezwaar kan worden gemaakt, maar er is geen informatie beschikbaar over de ter inzagelegging. Haarlem streeft een open democratie na en probeert bewoners goed te betrekken. Dat start met een begrijpelijke formulering van de folders, op B1-niveau. De huidige formulering is te ingewikkeld en te droog. Bewoners moeten juist en volledig geïnformeerd worden, zonder te veel vaktaal of afkortingen. Volgens mevrouw Van den Bosch is het masterplan nog niet volledig. Maak deze concreet en consistent. Komt er een verbeterde versie van het masterplan met een betere begrijpbare tekst? De heer Baas legt uit dat het masterplan niet opnieuw ter inzage wordt gelegd. Het commentaar in alle zienswijzen wordt ter harte genomen. Spreker zal kijken of de suggestie van mevrouw Van den Bosch om illustraties op te nemen uitvoerbaar is. Verder kan nagedacht worden over een interactieve kaart waar mensen met hun muis overheen kunnen bewegen. Op die manier kunnen zij een toelichting krijgen op de deelgebieden en de toekomstige ontwikkelingen. De heer Baas raadt aan om de klankbordgroep te gebruiken om eventuele suggesties door te geven. Wat betreft communicatie richting de burger heeft de gemeente een aantal regels en een standaard layout voor de website. Dat beperkt de communicatie over het project enigszins.

Mevrouw Van den Bosch heeft een tip met betrekking tot communicatie: het boek: De taal van mr. Jip van Harten en dr. Janneke Bavelinck. Het boek geeft een toelichting op hoe communicatie richting de burger begrijpelijk kan worden gemaakt. Spreekster zal aanvullende vragen stellen in de klankbordgroep en mocht er iets dringend zijn, dan zal zij mailen. De heer Vlessing geeft aan dat een aantal goede punten uit de zienswijze van mevrouw Van den Bosch meegenomen worden in de verdere uitwerking. Mevrouw Van den Bosch wordt bedankt voor haar inbreng en de bijeenkomst wordt om 15.00 uur gesloten.

4.4 Gespreksverslag E. Alders Locatie: Datum: Verslag :

Gedempte Oude Gracht 2 Haarlem en via Teams 12 juni 2023 Esther Demarteau (Notu-flex Secretariaatsdiensten)

Er wordt een korte voorstelronde gemaakt. Op de plannen voor de ontwikkelzone Zuid-West zijn veel zienswijzen binnengekomen. Een aantal zienswijzen was heel uitgebreid en de gemeente nodigt een aantal indieners uit om de zienswijze mondeling toe te lichten. Van de bijeenkomst wordt een verslag gemaakt. Na akkoord van de heer Alders wordt het verslag toegevoegd aan de Nota van Antwoord. Doorgaande fietsroute Volgens de heer Alders is een doorgaande fietsroute bedoeld om zo snel mogelijk van punt A naar B te komen. De fietsroute uit het masterplan is kronkelig en lijkt een soort labyrint, met haakse bochten. Spreker ziet geen logica in een fietsroute kris kras door de wijk, met veel kruispunten en chicanes. In het mobiliteitsplan wordt gesproken over kaarsrechte fietsroutes parallel aan het spoor. Waarom wordt daar van afgeweken?

51

De heer Vlessing geeft aan dat de fietsroute twee haakse bochten ter hoogte van geelwit bevat. Die zijn nodig om het voetbalterrein heen te fietsen. De rest van de route richting de Grijpensteinweg en Stephensonstraat wordt als openbare ruimte anders ingedeeld. Er is sprake van een logische route zonder grote obstakels en bochten. De heer Baas legt uit dat met het opstellen van het masterplan een afweging is gemaakt, mede op basis van het bebouwingsplot en de bestaande situatie. Wellicht is snelfietsverbinding niet de juiste benaming. De voorgestelde fietsroute is vooral bedoeld voor fietsers binnen het gebied, doorgaand fietsverkeer gaat vooral over de Leidsevaart. Dat is lastig in een verblijfsgebied waar de auto een grote rol speelt en het straatbeeld overheerst. Naar de toekomst kijkend in de gebiedsvisie, verbindt de langzaamverkeersroute veel verblijfsplekken. Hierdoor wordt gezorgd dat pleinen, voorzieningen en clusters goed bereikbaar zijn. De langzaam verkeersas is gekozen om de buurt te verbinden en de wijken aan weerszijde van de as een goede verbinding te geven binnen de 10-minutenstad. Hierdoor ontstaat bijvoorbeeld ook een doorgaande route richting Haarlem. De visie is echter dat het langzame verkeer meer gericht is op gebruik van de route in de omgeving.

De heer Alders merkt op dat in het ontwerp-plan duidelijk is aangegeven dat de doorgaande fietsroute bedoeld is als onderdeel van een grotere/langere fietsroute. Getuige ook de beoogde onderdoorgang onder de Randweg en de zonderlinge pijl vanuit de Oosten de Bruijnstraat naar de Voorzorgstraat, over de Westergracht. Deze mensen willen richting het station de zo kort mogelijke route kiezen. In het ontwerpplan wordt gesproken over een doorgaande route om mensen te faciliteren richting een OV-knooppunt. Volgens spreker is het dubbelop om een doorgaande route te creëren die meer is voor recreatie dan het verbinden van hotspots. Als er al een goede fietsroute is, waarom moet er dan een brede loper gerealiseerd worden? Als in het definitieve plan, deze route wordt afgewaardeerd van ‘snelle fietsroute’ tot ‘fietsverbindingen voor lokaal verkeer’ zou dat in het definitieve plan duidelijk aangegeven moeten worden, met een motivering daarvan. De lokale fietser kan over de bestaande fietsstructuur rijden en er is dan geen behoefte aan de voorgestelde doorstroomcapaciteit resp. verbreding van de bestaande wegen, opheffen parkeerplekken enz.. Spreker meent dat sprake is van verspilling van openbare ruimte, en een desinvestering om een brede doorgaande route te realiseren. De heer Vlessing wijst op de structuurvisie openbare ruimte waarin is beschreven hoe om te gaan met verkeer.

Daarnaast spelen duurzaamheids- en vergroeningsvraagstukken een rol. Die komen samen in een straat, naast de verblijfsplekken. Door de straten te verbinden, kunnen bewoners makkelijk naar verblijfplekken toe rijden. De heer Alders vindt de capaciteit zwaar overtrokken. Hij is niet overtuigd van de noodzaak van de fietsstraat. De heer Baas constateert dat indiener meent dat sprake is van een desinvestering. De route door de wijk zou ook ruimtelijke nadelen hebben. Het project wil de langzame verkeersmobiliteiten stimuleren. Door mensen de auto uit te halen, moet het fietsen nog gemakkelijker worden gemaakt. Dat rechtvaardigt een investering als een fietsstraat. Wanneer er geen goede fietsroutes zijn, dan komen mensen hun auto niet uit. De heer Alders meent dat de fietsroute door een zeer smalle straat loopt, waar een grote stroom fietsers doorheen moet. Waar blijven die 1500 fietsers per uur? De route rechtsaf de ventweg op, richting de kruising met de Leidsevaart is heel erg druk. De Leidsevaart is een gevaarlijke weg en dat zou dan de doorgaande fietsroute moeten worden? Voor de heer Baas is het standpunt van inspreker ten aanzien van de drukke fietsroute helder.

52

Verdwijnen parkeerplaatsen Het verdwijnen van parkeerplaatsen is een gevoelig punt in de stad, aldus de heer Alders. Veel mensen kunnen niet zonder de auto en dan is het niet verstandig om parkeerplaatsen weg te halen. Het is wel gewenst mensen te bewegen om de auto minder te gebruiken door bijvoorbeeld beter OV, maar het is niet gewenst om mensen te dwingen de auto weg te doen, omdat de politiek meent dat het maatschappelijk ongewenst is dat mensen een auto hebben. De heer Baas geeft aan dat het project het beleid van het college volgt en daaruit komt naar voren de wens om het autogebruik terug te dringen. Dit gebeurt door het invoeren van betaald parkeren en weghalen van parkeerplaatsen. Voor de nieuwe bewoners geldt dat zij parkeren op eigen terrein moeten realiseren. Daar is de heer Alders het geheel mee eens: dat is een eerlijke deal die je als mogelijke bewoner tevoren weet en anders kom je hier maar niet wonen. Maar voor bestaande bewoners gaat dat niet op. Vreemd is ook dat uit het plan niet duidelijk wordt hoeveel plaatsen verdwijnen en waarop dat is gebaseerd. De heer Vlessing legt uit dat parkeren soms aan een kant van de straat wordt weggehaald en het project gaat kijken hoe deze elders gecompenseerd kunnen worden. Bijvoorbeeld in hubs.

De parkeerbehoefte van de bestaande woningen die direct gelegen zijn aan of in de ontwikkelzone, worden meegenomen in de ontwikkelzone en de nieuwbouw moet parkeren op eigen terrein realiseren. De heer Alders merkt op dat die passage niet te vinden was in het ontwerp, hij ziet dat graag opgenomen in het definitieve masterplan. Hij hecht aan de parkeerplek bij zijn huis maar zou zijn auto ook wel in een parkeergarage in de nabije omgeving willen zetten. Echter het domweg schrappen van parkeerplaatsen, omdat er in Haarlem te veel auto’s zijn, daar is spreker het niet mee eens. Hij heeft moeite met de arrogante wijze waarop dit gebeurt. Autogebruik versus autobezit. De heer Alders gebruikt vaak binnen Haarlem de fiets, maar heeft soms de auto wel nodig om dingen te vervoeren. Voor hem is de auto onmisbaar en dat geldt ook voor andere bewoners. De heer Vlessing wijst op de politieke ambitie om het autobezit terug te dringen. De auto staat 90% van de tijd stil op een plek en neemt daarbij ruimte in. Emmaplein en omgeving De heer Alders constateert dat het Emmaplein buiten het projectgebied valt. Het wordt dus ten onrechte in het masterplan genoemd. Daar zit een lange historie achter, het zogeheten stadspark. Er waren plannen om dit plein een groene oase te maken. De meningen over de bestemming van het plein verschilden in de buurt.

De mensen van het Emmaplein hebben het idee dat hun plannen zijn gedwarsboomd. Nadat bewonersgroepen (Emmaplein versus Westergracht) jaren elkaars tegenstanders waren is er een samenwerking gekomen en hebben beide groepen afgesproken elkaar te steunen op de punten waar ze het wel mee eens zijn. Concreet is dat bij de vergroening van het Bisschop Bottemanneplein en een mogelijke bushalte op de Westergracht, die niemand wil. Dit is een apart project (trekker: Edwin Koenen) en ligt buiten het plangebied OZWZ.

De Karwei De heer Alders wijst op de buurtfunctie die de Karwei vervult, die belangrijk is voor alle bewoners. Hij erkent dat de winkel ook een verkeersaantrekkende functie heeft. Volgens de heer Huigen wordt in het masterplan onderscheid gemaakt tussen de zwaar aantrekkende verkeersfuncties en de functies die minder verkeer aantrekken. De Karwei heeft een aantrekkende werking en wil zelf blijven in de buurt, mede gezien de buurtfunctie die het heeft

53

voor de wijk. Deze winkel heeft een groot verzorgingsgebied. Het signaal van de bewoners wordt meegenomen en het project zal nader kijken naar de buurtfuncties en het terugkeren van verschillende functies in de wijk. Een Karwei is een winkel die veel oppervlak vraagt, maar weinig arbeidsplaatsen biedt. De gemeente wil meer inzetten op bedrijven die arbeid opleveren voor de wijk. Een autohandelaar past bijvoorbeeld niet in dit deel van de stad. De heer Alders vraagt zich af waarom de velden van geel/wit herschikt moeten worden, waardoor de Karwei moet verdwijnen. De heer Vlessing geeft aan dat de club uitbreiding van de velden wenst, omdat zij een groeiende club zijn. Het project studeert op de mogelijkheid een veld toe te voegen of anderszins de faciliteiten van de club te laten groeien, met daarnaast een groenstrook. Het is een ingewikkelde puzzel met Karwei en de autohandelaar in de wijk. Daarnaast speelt het eigendom van de grond. De visie richt zich op de komende 15/20 jaar en indien nodig wordt het plan aangepast aan actuele ontwikkelingen. Verblijfsplek hoek Leidsevaart/Randweg De heer Alders informeert naar de beoogde verblijfplek nabij de Volvo garage op de Grijpensteinweg. Hoe kan er een aangename plek ontstaan om te verpozen bij de randweg en aan de andere kant de Leidsevaart? De heer Baas heeft de locatie niet helder voor ogen.

Het zuidelijke deel is in de visie benoemd als entree tot het gebied. Daar kunnen functies geplaatst worden die het begin van de wijk aanduiden en deze kunnen versterken. Dat maakt het een levendiger plek dan het nu is. Dit kan op verschillende manieren bereikt worden. De heer Alders kan zich geen parasolletjes en bistrotafels voorstellen, terwijl sprake is van een enorm hoge verkeersintensiteit. Het verkeer raast voorbij. Verderop in de wijk is een meer aangename plek om op te waarderen tot recreatiegebied. Wellicht is het niet de meest uitnodigende plek van het gebied, aldus de heer Vlessing. Maar de voorzieningen brengen een bepaalde kwaliteit met zich mee. Wat voor voorzieningen er komen, komt in de uitwerking aan de orde. Het masterplan geeft geen gedetailleerde invulling van het gebied. Dit moet in de uitwerking verder tot leven komen. In de volgende fase gaat het project over voorzieningen en functies in het gebied nadenken. Ook de kruising Leidsevaart met de randweg komt aan de orde. Aan het einde van de zienswijze vraagt de heer Aalders of een gewijzigd masterplan weer ter inzage wordt gelegd. Dat gebeurt echter niet. Op 28 september 2023 wordt de raad gevraagd om het masterplan vast te stellen, inclusief de zienswijzen. Het masterplan wordt maar eenmaal ter inzage gelegd.

De heer Alders hoopt in gesprek te blijven met elkaar, om met elkaar te kunnen blijven sparren over het plan. Door vaker met elkaar in gesprek te gaan, kweekt men begrip voor elkaar en kunnen argumenten uitgewisseld worden. De heer Baas informeert of er een participatieproces voor de ter inzagelegging van het ontwerpmasterplan is doorlopen. Heeft dit niet gefunctioneerd? Volgens de heer Alders heeft de inspraak over het ontwerp-masterplan qua inhoud niet gefunctioneerd. De klankbordgroep was er alleen voor het proces en de bewoners hebben niet genoeg input kunnen leveren. De participatie heeft dus niet echt gefunctioneerd, informatieavonden waren alleen gericht op ‘zenden’. De wijkraad en bewoners hebben verschillende keren gevraagd om ontwerpen van het masterplan en om daarover inhoudelijke

54

discussies aan te gaan, maar die verzoeken werden steeds afgehouden. De heer Baas is verbaasd dit te horen, ook omdat er informatieavonden zijn georganiseerd. De aanwezigen worden bedankt voor hun inbreng en de bijeenkomst wordt om 16.30 uur gesloten.

55

Hoofdstuk 5 - Bijlagen 5.1 Vragenlijst enquête Haarlem 5.2 Resultaten enquête Haarlem

56

Dit is een uitgave van gemeente Haarlem, 29 augustus 2023

Tekst: G. Huigen; J. Baas; L. Vlessing, ________________________________ Postbus 511 2003 PB Haarlem Tel. 14 023 haarlem.nl 57

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13197860/1