CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

04 Bijlage 3 Nota van antwoord Ontwikkelzone Zuid-West

gemeenteraad 28 september 2023, gemeente HaarlemBij agendapunt: Vaststellen masterplan ontwikkelzone Zuid-West24.588 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Nota van antwoord Ontwikkelzone Zuid-West 29 augustus 2023 Projectteam Ontwikkelzone Zuid-West Programma- en Gebiedsmanagement

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 - Algemeen

3

1.1

De weg naar een masterplan

3

1.2

Beantwoording van de reacties

4

Hoofdstuk 2 - Inspraakverslag

6

2.1

Onderwerpen

6

2.2

Onderwerp: Stedenbouwkundige vragen

8

2.3

Onderwerp: Verkeerskundige vragen

15

2.4

Onderwerp: Groen en openbare ruimte

18

2.5

Onderwerp: Wonen

20

2.6

Onderwerp: Voorzieningen en bedrijven

22

2.7

Onderwerp: Duurzaamheid (milieu en klimaat)

23

Hoofdstuk 3 - Specifieke vragen

25

3.1

Inleiding

25

3.2

Specifieke vragen in tabel

25

Hoofdstuk 4 - Verslagen van gesprekken

38

4.1

Gespreksverslag H. Prins

38

4.2

Gespreksverslag P. Schouten

42

4.3

Gespreksverslag H. van den Bosch

47

4.4

Gespreksverslag E. Alders

51

Hoofdstuk 5 - Bijlagen

56

5.1

Vragenlijst enquête Haarlem

56

5.2

Resultaten enquête Haarlem

56

2

Hoofdstuk 1 - Algemeen 1.1 De weg naar een masterplan Wat voorafging In 2019 heeft de gemeenteraad de ontwikkelvisie voor dit gebied vastgesteld. Hierin staat op hoofdlijnen beschreven wat de gemeente met de transformatie van dit bedrijventerrein wil bereiken en op welke manier zij de transformatie wil aanpakken. Bewoners, omwonenden en belanghebbenden hebben destijds een reactie kunnen geven op deze ontwikkelvisie. Wat is een masterplan ook alweer? Vervolgens is de gemeente begonnen met het maken van een masterplan. Een masterplan geeft de kaders aan voor toekomstige ontwikkelingen in de zone: wat moet, kan en mag? Het beschrijft in grote lijnen de randvoorwaarden, eisen en wensen voor de gebouwen en de openbare ruimte. In het masterplan is bijvoorbeeld vastgelegd wat het totale woningbouwprogramma is. Hoewel het masterplan al meer vertelt over de toekomst van de ontwikkelzone dan de ontwikkelvisie, is ook het masterplan nog niet een uitgewerkt en gedetailleerd plan. Er staat bijvoorbeeld niet in hoe hoog gebouwen exact worden en waar precies groen in de openbare ruimte komt. Thema’s als beeldkwaliteit en duurzaamheid komen in de stedenbouwkundige plannen van de deelgebieden aan de orde. Wat zijn de vervolgstappen? Na vaststelling van het masterplan door de gemeenteraad, breekt een volgende fase aan. Er gaan verschillende deelgebieden in de zone ontstaan.

In deze deelprojecten gaan ontwikkelaars de zogenoemde ontwikkelvelden (grond in eigendom van marktpartijen) een gedetailleerdere invulling geven. Zij maken stedenbouwkundige plannen voor de verschillende ontwikkelingen. De gemeente heeft hierbij een toetsende rol. Daarnaast worden ook de omgevingsplannen opgesteld, vaststelling van een omgevingsplan gebeurt in de gemeenteraad. De gemeente is veelal eigenaar van de openbare ruimte. Zij maakt de plannen voor de inrichting van de openbare ruimte. In fase 2 (het gebied ten noorden van de Pijlslaan) worden nog nadere onderzoeken uitgevoerd en zal ook nog een Programma van Eisen voor de Leefomgeving (PvEL) worden opgesteld die de ruimtelijke kaders schetst voor het noordelijk deel van de zone. Zienswijzen op de omgevingsplannen Ook bij de vervolgstappen vindt de gemeente het belangrijk dat bewoners, omwonenden en belanghebbenden betrokken worden. De gemeente toetst de omgevingsplannen van de ontwikkelaars. Bij deze toetsing biedt de gemeente ook weer zogenaamde zienswijzen: de mogelijkheid om een reactie te geven op de plannen. Aandacht voor communicatie We vinden het belangrijk dat alle betrokkenen goed en volledig op de hoogte kunnen blijven en dat iedereen een reactie kan blijven geven op de plannen. We hebben geleerd van de afgelopen periode en vinden dat de communicatie op een tweetal punten verbeterd kan worden.

Met het versturen van de nieuwsbrieven blijven we belanghebbenden informeren. 1. Betere inzet van de projectpagina op de website van de gemeente

3

De projectpagina op de website van de gemeente is een verzamelplek waar alle informatie over het project te vinden is. Deze projectpagina maken we toegankelijker en breiden we uit. a. Beter toegankelijk: we passen de navigatiestructuur aan en voegen een zoekfunctie toe, zodat het makkelijker wordt om informatie terug te vinden. b. Uitbreiden: we werken de projectenpagina regelmatig bij met het laatste nieuws, mijlpalen en aankondigingen van participatiemomenten. Ook voegen we meer documenten toe, bijvoorbeeld onderzoeksrapporten of eerder gemaakte plannen. 2. Beschikbaar maken van afbeeldingen, plattegronden en sfeerimpressies Hoe de buurt eruit gaat zien is in deze fase nog vaag, de plannen zijn abstract. Om de ontwikkelingen tastbaarder te maken gaan we afbeeldingen, plattegronden en sfeerimpressies van de mogelijke toekomstige situatie delen op de projectpagina. We plaatsen hier artistieke impressies van de gebouwen, plattegronden en foto's van vergelijkbare projecten in andere steden.

1.2 Beantwoording van de reacties Met deze Nota van Antwoord doet de gemeente Haarlem verslag van de zienswijzen die zijn binnengekomen op het ontwerp masterplan voor de ontwikkelzone Zuid-West. 1.2.1 Inspraakmogelijkheden Het ontwerp masterplan ontwikkelzone Zuid-West lag van 5 december 2022 tot en met 22 januari 2023 ter inzage. Tijdens deze periode konden bewoners en betrokkenen op verschillende manieren reageren op het ontwerp masterplan. Dit kon door middel van 1) het invullen van een vragenlijst gemaakt en verstuurd door de gemeente Haarlem en 2) het schrijven een brief. 1.2.2 Ontvangen reacties In totaal zijn er 369 reacties ontvangen die in totaal tot meer dan 800 zienswijzen hebben geleid. Alle reacties op het ontwerp masterplan zijn zorgvuldig bekeken. Daarnaast is er ook een enquête van de wijkraad Houtvaartkwartier aan de gemeente Haarlem toegezonden. Het college heeft beoordeeld of en op welke manier de reacties worden verwerkt in het definitieve masterplan voor de ontwikkelzone Zuid-West. 1.2.3 Op drie manieren een antwoord Er is een groot aantal reacties gegeven. Met deze Nota van antwoord geven we als gemeente een antwoord op vragen die zijn gesteld. We hebben hiervoor vragen gebundeld en geclusterd. We hebben hiervoor gekozen om twee redenen. Het los beantwoorden van alle reacties zou ervoor zorgen dat de beantwoording te lang op zich laat wachten.

Ook lijken veel reacties op elkaar. Ze gaan over hetzelfde onderwerp, bijvoorbeeld over bouwhoogten, parkeren of groen in de buurt. Om alle reacties goed te beantwoorden bestaat deze Nota van Antwoord uit drie onderdelen: • Een inspraakverslag: hierin beantwoorden we de meest gestelde vragen over een thema of onderwerp. • Een overzicht van alle vragen en antwoorden die specifieker zijn en niet binnen een thema of onderwerp vallen. • Verslagen van de gesprekken die gevoerd zijn met personen die een brief hebben gestuurd. Als bijlage is toegevoegd: • De vragenlijst van de gemeente Haarlem. • Een overzicht van de uitkomsten van de vragenlijst, die door de gemeente is gemaakt en verstuurd.

4

1.2.4 Reacties over de precieze uitwerking Er zijn ook reacties binnengekomen die gaan over de precieze uitwerking van deelgebieden. Of over besluiten die in een latere fase genomen worden. Deze reacties worden nu niet beantwoord. In een latere fase worden gedetailleerde omgevingsplannen uitgewerkt. Dit gaat ook weer samen met inspraak. 1.2.5 Samenvatting wijzigingen in masterplan Op basis van de inspraakreacties zijn verschillende wijzigingen doorgevoerd in het definitieve masterplan. Hieronder staat een samenvatting van welke onderwerpen zijn aangepast naar aanleiding van de ontvangen reacties. In het masterplan met wijzigingen zichtbaar (bijlage 2) is direct zichtbaar welke wijzigingen zijn doorgevoerd. Bouwhoogte Het aantal hoogteaccenten is teruggebracht van tien naar acht stuks. Ook zijn de hoogteaccenten op verschillende locaties verlaagd. Denk bijvoorbeeld aan de middelste toren aan de westzijde van de Grijpensteinweg en het meest noordelijke hoekaccent nabij Plaza-West. Voor een aantal hoogteaccenten is een bouwhoogte van 9 lagen toegestaan met een (+3). Deze accenten mogen tot een bouwhoogte van 9 lagen worden gerealiseerd. De toevoeging betekent dat, onder de voorwaarde van een Hoogbouw effect Rapportage in combinatie met aanvullende eisen ten aanzien van onder anderen bezonning en privacy, de mogelijkheid wordt geboden tot maximaal 3 lagen extra te realiseren.

De supervisor en de ARK worden nauw betrokken bij het toekennen van deze extra bouwmogelijkheid. Na aanleiding van de ingebrachte zienswijzen en de wijzigingen in de bouwhoogtes in het masterplan is er een nieuwe bezonningsstudie uitgevoerd. Deze is bijgevoegd als bijlage 4.6. Parkeren Voor de parkeernormen van de nieuwbouw wordt gerekend met de (nieuwe) nota parkeernormen. Vanwege de voorlopige voorziening op de uitvoering van de Nota uitwerking parkeerregulering en het mogelijk houden van een referendum daarop, wordt op dit moment voor de invoering van parkeerregulering aansluiting gezocht op de vastgestelde zonevisie en het “oude” beleid. Parkeerregulering wordt ingevoerd binnen de grenzen van de ontwikkelzone (de nieuwbouw). Indien er als gevolg van de ontwikkelingen behoefte ontstaat aan de invoering van gereguleerd parkeren in de naastgelegen buurten dan kan invoering daarvan plaatshebben op basis van het “oude” beleid, middels het uitvoeren van een draagvlakonderzoek. In het geval dat de Nota uitvoering parkeeregulering op een later moment doorgang vindt dan wordt in de aanliggende buurten conform dit beleid gereguleerd parkeren ingevoerd. Deelmobiliteit wordt gestimuleerd om daarmee het autobezit terug te dringen en toch te kunnen voorzien in de automobiliteit, maar dan op een (ruimtelijk) efficiëntere manier.

Door deelmobiliteit met elektrische voertuigen aan te bieden draagt het ook bij aan het verduurzamen van de mobiliteit. Binnen de zone/het masterplan wordt daarnaast gekeken naar (strategisch) dubbelgebruik. Dit kan mogelijk rond het bestaande winkelcentrum middengebied/Stephensonstraat en bij de nieuw aan te leggen parkeervoorzieningen ronde het sportcomplex van Geel-Wit. Om de kwaliteit van de openbare ruimte zowel binnen de zone als in de aangrenzende wijken te kunnen verhogen (minder geparkeerde auto’s, meer ruimte voor groen) wordt nader onderzocht of parkeerhubs voor zowel nieuwe als voor de bewoners van de bestaande woningen haalbaar zijn.

5

Noordelijk deel van de zone Het noordelijk deel (ten noorden van de Pijlslaan) heeft door verschillende factoren meer bestudering nodig. Dit gebied is in het definitieve masterplan als fase 2 bestempeld, wat dit precies voor nadere uitwerking vraagt is te lezen in het masterplan hoofdstuk 'Hoe nu Verder'. Uitgangspunt is en blijft dat de ambities en randvoorwaarden uit het masterplan gehanteerd blijven en dat de volgende punten extra aandacht verdienen: • Ambitie om drie volledige voetbalvelden te realiseren. • Inpassing van ecologische zone in combinatie met waterberging aan de spoorzijde. • Extra verblijfsgroen aan de Van Oosten de Bruijnstraat. • Onderzoeken van de mogelijkheden voor een locatie van een basisschool. • Gescheiden verkeerssystemenfietslaan en auto-ontsluiting. • Beter verbinden van Plaza-West met de aangrenzende wijk en de nieuwbouw binnen de zone. • Het maken van 350 tot 400 woningen, een basisschool en 5.000m2 voorzieningen in dit gebied.

Hoofdstuk 2 - Inspraakverslag In dit inspraakverslag gaan wij in op veel voorkomende vragen. Veel reacties gaan over dezelfde onderwerpen. Daarom zijn de antwoorden daarop samengevoegd. Een groot aantal reacties vroeg om een precieze toelichting. In dit verslag geven wij die verduidelijking. In sommige gevallen was een reactie heel specifiek. Die reacties worden in hoofdstuk 3 van deze Nota van Antwoord beantwoord.

2.1 Onderwerpen Veelvoorkomende reacties zijn samengevoegd in de volgende onderwerpen 2.2 Stedenbouwkundige vragen. Veel reacties gaan over zorgen over bouwhoogtes en volumes. Deze worden in dit onderwerp beantwoord. Ook geven we hier antwoord op de geplande bebouwing in het van Leeuwenhoekpark. 2.3 Verkeerskundige vragen. Er zijn veel zorgen over de verkeersveiligheid en de toename van het verkeer door de plannen. Nu al wordt de verkeerssituatie vaak als onveilig ervaren: hoe gaan we hier in de toekomst mee om? Ook de vragen over de nieuwe school in het gebied in relatie tot het verkeer worden hier beantwoord. 2.4 Vragen over openbare ruimte en groen. Hoe komen de parkeerplaatsen terug in de plannen? Hoe maken we de openbare ruimte groener? 2.5 Vragen over nieuwe woningen. Wat wordt de verdeling van de nieuwe woningen en wie maakt hier aanspraak op? Wordt er voorrang gegeven aan Haarlemmers?

6

2.6 Vragen over economische functies. Er zijn veel reacties binnen gekomen over wat de plannen betekenen voor de toekomst van de bedrijven die er nu zijn in het gebied. 2.7 Vragen over duurzaamheid. Wat is de huidige situatie rondom wateroverlast? Wat mag, moet en kan er als het gaat over duurzaam bouwen?

7

2.2 Onderwerp: Stedenbouwkundige vragen Veel vragen gaan over stedenbouwkundige onderwerpen. Dat is logisch, er gaat veel veranderen in de bestaande wijk. De strook bedrijven die er nu is zal stapsgewijs veranderen in een gemengd woonwerkgebied met meer woningen en voorzieningen. Deze verandering vraagt om een andere inrichting van de wijk: dat zijn stedenbouwkundige aanpassingen. Op de volgende pagina’s geven wij antwoord op deze stedenbouwkundige onderwerpen. Het gaat over bouwhoogte, dichtheid (hoeveelheid woningen), aanzicht, hoogteaccenten, woongenot, bezonning, geluid, en beeldkwaliteit. 2.2.1

Er komen te veel woningen op een relatief klein stuk van de stad waardoor de leefbaarheid onder druk komt te staan. Waarom wil de gemeente in deze smalle zone zo veel toevoegen?

De gemeente Haarlem kiest voor verdichting van de bestaande stad. Dat betekent slimmer en beter gebruik maken van bestaand stedelijk gebied. Hiermee wordt voorkomen dat er gebouwd wordt in het omliggende groen en de buitengebieden. De gemeenteraad heeft een aantal plekken aangewezen waar plaats is voor extra woningbouw, de zogenaamde ontwikkelzones. Een van deze plekken is dit deel van Houtvaartkwartier in Haarlem Zuid-West. In de ontwikkelvisie (2019) is vastgesteld dat er op deze plek gebouwd mag worden. Dit besluit ligt vast. In het masterplan wordt nu afwogen op welke manier er hier gebouwd mag worden, zodat er een nieuwe plek Haarlem ontstaat waar gewoond kan worden. Nu en in de toekomst. Deze plek is van oorsprong een ‘werkgebied’ dat tussen woonwijken inligt. De woonwijken hebben een tuindorp karakter: het is een stadswijk dat aanvoelt als een dorp. Nu wordt dat onderbroken door een werkgebied, waar verschillende bedrijven gevestigd zijn. Niet alle bedrijvigheid is passend in een woon-werkgebied. Daarom willen we sommige bedrijven verplaatsen naar een andere plek, zodat in de ontwikkelzone ruimte komt voor woningen en voorzieningen. We kiezen ervoor de nieuwe wijk goed aan te laten sluiten bij de omliggende bestaande wijken en hier ook te bouwen volgens de ‘Haarlemse kwaliteit’. Dat betekent dat we compacter gaan bouwen – met hoogteaccenten en gesloten bouwblokken.

Hierdoor ontstaat ruimte voor een centrale, aantrekkelijke, groene openbare ruimte. Daarmee wordt het voor nieuwe én bestaande bewoners een plek die de buurten met elkaar verbindt en ruimte geeft voor stedelijk leven en ontmoeting. 2.2.2

Er zijn zorgen geuit over de hoogbouw. De wens van de omgeving is om meer laagbouw bij te bouwen.

In Haarlem is vraag naar appartementen: voor jongeren, singles, alleenstaande ouderen en senioren waarvan de kinderen al uit huis zijn. Appartementen passen goed in de verkaveling op deze plek en sluit ook aan op de behoefte van een grote groep woningzoekende. Met alleen laagbouw (of woningtypen vergelijkbaar in de Leidsevaart buurt en Houtvaartkwartier) zou bovendien de ontwikkeling in de zone financieel niet haalbaar zijn. In het masterplan is ervoor gekozen om te werken met ‘aantal bouwlagen’. Het werken met Floor Space Index (FSI) – zoals in de ontwikkelvisie - wordt losgelaten. Hierdoor is het mogelijk een beter beeld te geven van de toekomstige bouwmassa’s (hoe groot en hoog een gebouw wordt). In de hele ontwikkelzone is het uitgangspunt vier tot zes bouwlagen. Als het beter aansluit op de bestaande omgeving, is gekozen voor drie tot vier bouwlagen. Om een prettig straatbeeld, dat past bij de sfeer van Haarlem te krijgen, wordt de bebouwing boven de vierde bouwlaag terugliggend

8

geplaatst. Dit wordt een ‘setback’ genoemd. De diepte van de setback is minimaal 1,5 meter en wordt uitgewerkt in het stedenbouwkundig plan. Op een achttal plekken is gekozen voor een hoogteaccent. Verderop worden vragen beantwoord over de deze hoogteaccenten.

2.2.3

Op verschillende locaties in de zone is gekozen voor een hoogteaccent. Er zijn zorgen over de hoogte van deze accenten, over de locatie ervan. Ook zijn er zorgen over hoe de hoogteaccenten passen in de buurt en over wat de gevolgen zijn voor de huidige bewoners.

De hoogteaccenten hebben een belangrijke stedenbouwkundige functie. Ze staan op plekken waar ze de nieuwe wijk een herkenbaar stedelijk karakter geven. Er omheen ontstaan plekken waar bewoners van de wijk elkaar kunnen ontmoeten. De situering van deze hoogteaccenten zijn onderbouwd door deze te toetsen aan de door de gemeenteraad vastgestelde hoogbouwprincipes. Omdat er tijdens de participatie en in de zienswijzen veel zorgen zijn geuit, is er opnieuw gerekend en getekend. Dit heeft erin geresulteerd dat een aantal hoogteaccenten zijn verlaagd en/of versmald. Daarnaast zijn voor een aantal hoogteaccenten een aantal nadere eisen opgesteld. Het gevolg is dat de invloed op privacy, uitzicht, leefbaarheid, schaduwwerking, windhinder op een aantal plekken verbeterd en blijft de ontwikkeling financieel haalbaar.

Bij het maken van het masterplan is met veel aandacht onderzocht wat de gevolgen van de hoogteaccenten zijn als het gaat om met name bezonning. Uit het nieuw uitgevoerde bezonningsonderzoek blijkt dat de invloed op bestaande (woon)bebouwing aanvaardbaar is. In de per deelgebied op te stellen stedenbouwkundige plannen moet dit nader worden onderzocht en onderbouwd. Hiertoe wordt voor gebouwen vanaf 30 meter verplicht een Hoogbouw Effect Rapportage (HER) uitgevoerd. Een gedetailleerd bezonnings- en windhinderonderzoek maakt onderdeel uit van een HER.

2.2.4

Er zijn zorgen geuit over de bouwhoogte van de bebouwing aan de oostzijde van de Grijpensteinweg. De nieuwe bebouwing is gelegen tegenover de woningen en tuinen van de bewoners aan de Leidsevaart. Er zijn zorgen dat dit van invloed zal zijn op hun woongenot.

De Grijpensteinweg ligt dichtbij intercitystation Heemstede-Aerdenhout. Dat maakt de plek aantrekkelijk voor wonen en werken. De toekomstige bebouwing aan de oostzijde van de Grijpensteinweg grenst direct aan de achtertuinen van de woningen aan de Leidsevaart. Hier bouwen betekent een verandering voor de bestaande bewoners aan de Leidsevaart. In het bepalen van de verkaveling en bouwhoogtes is rekening gehouden met privacy, bezonning en uitzicht van de bestaande bewoners. Ook is bij het maken van het masterplan onderzocht welke invloed de bouwhoogten hebben als het gaat om schaduwwerking, uitzicht en privacy. De ontwikkelzone wordt een stedelijke woonomgeving en krijgt een bouwhoogte tussen de vier en zes lagen. Daarmee sluit het aan op de huidige bebouwing van overwegend drie lagen. De hoogte van de toekomstige bebouwing kan naar beneden of naar boven worden aangepast als dit beter past in de bestaande omgeving. 2.2.5

Door de nieuwbouw zijn er zorgen dat privacy van de bewoners aan de Leidsevaart zal verminderen.

9

Bij de nieuwbouw wordt rekening gehouden met de privacy van de bestaande omgeving. Het zal echter niet altijd mogelijk zijn geen raamopeningen en buitenruimten te maken aan de kant van de bestaande woningbouw. Dat er hierdoor uitkijk gaat ontstaan op bestaande tuinen is onvermijdelijk. Dit kan door afstand en groen (bomen) wel beperkt worden. Het bouwblok Grijpensteinweg - Leidsevaart komt op 25 tot ruim 40 meter afstand van de huidige bedrijfsbebouwing. Deze afstand is zeer ruim en is stedenbouwkundig aanvaardbaar. In overleg met de ontwikkelaar wordt eventuele inkijk zoveel mogelijk beperkt.

2.2.6

De nieuwbouw op de hoek van de Munterslaan – Grijpensteinweg wordt gezien als niet passend in de bestaande omgeving. Het wordt te hoog gevonden en sluit niet aan op de bestaande maat.

Bij het maken van het masterplan is dit hoekaccent onderzocht. Er is gekeken naar wat de invloed is op de bestaande woningbouw. Dit accent (het toekomstige gebouw) laat de overgang van de tuinwijk naar de nieuwe tuinstad met de fietslaan zien. De afstand van het accent tot de bestaande bebouwing aan de Leidsevaart is ongeveer 40 meter of zelfs meer. Deze afstand is zo groot dat de invloed op privacy, uitzicht, schaduwwerking en welbehagen in de tuinen van de woningen aan de Leidsevaart beperkt is. Het accent met een maximale bouwhoogte van zes bouwlagen is daarmee passend binnen de stedenbouwkundige opzet. Aansluitend is ter weerszijde van het accent gekozen voor een geleidelijke overgang naar vier bouwlagen. Het gekozen aantal bouwlagen komt voort uit de opbouw van een standaard Haarlems Bouwblok van 2 lagen met opbouw en een tuin van 10m. Dergelijke bouwblokken hebben, staand tegen de achtergevel, vanaf ooghoogte (1,6 meter) een kijkhoek van ca 20 graden tot de dakrand van het tegenoverliggende gebouw. Een vergelijkbare hoek is uitgezet vanaf de achtergevels van de Leidsevaart. De gekozen bouwlagen vallen binnen de contour die hierdoor wordt gevormd. Tijdens het maken van een stedenbouwkundig plan door de ontwikkelaar kan in overleg nog een aanpassing gedaan worden. 2.2.7

Er zijn zorgen geuit over het aantal bouwlagen van het blok aan de Van Oosten de Bruijnstraat ter hoogte van de Bezastraat.

Bij het bepalen van hoe hoog dit blok kan worden, is rekening gehouden met de maat van de bestaande bebouwing, zowel aan de oost- als aan de westzijde. De breedte van de Van Oosten de Bruinstraat geeft ruimte voor drie bouwlagen. Er is gekozen om het bouwblok een U-vorm te geven. Zo is er meer openheid naar de bestaande woningen aan de Van Oosten de Bruinstraat. De recente nieuwbouw van Plaza-West is de aanleiding om aan de westzijde van dit blok aan te sluiten met 5 bouwlagen. De profielbreedte (ruim 20m) van de tussenliggende straat laat dit toe. Een dergelijke verkaveling, die vergelijkbaar met de maat van bijvoorbeeld de Raaks, is passend bij een stedelijke omgeving. 2.2.8

Er zijn zorgen geuit over het aantal bouwlagen van het blok rondom de speeltuin Floragaarde.

Met drie bouwlagen aan de straatzijde past de nieuwe bebouwing in de Van Oosten de Bruijnstraat goed bij de omgeving. In een straat met een profielbreedte van ca. 18 m wordt deze overgang als passend gezien.

10

2.2.9

Er zijn zorgen geuit over een mogelijk monotoon beeld van de bebouwing langs het spoor (een wand van gebouwen).

De gemeente wil graag een levendig, stedelijk beeld voor dit deel van de ontwikkelzone. Daarom is bewust gekozen om de bebouwing in hoogte te laten verschillen en gebruik te maken van ‘setbacks’. Ook dragen bouwblokken met zijstraten bij aan dit beeld. Zo wordt een monotoon beeld langs het spoor voorkomen. De supervisor en de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit zullen straks de uitwerking van architecten hieraan toetsen.

2.2.10 Er zijn zorgen over de hoogbouw in het Van Leeuwenhoekpark. Waarom komt hier hoogbouw? Dit is van invloed op groen, uitzicht en bezonning. Met de nieuwbouw willen we het park aantrekkelijker, beter bruikbaar en veiliger maken. Dit doen we door de verharding – bijvoorbeeld wegen - in het park te verminderen. Het hoogteaccent zoals benoemd in het masterplan zorgt er - ten opzichte van de ontwikkelvisie uit 2019 - voor dat er meer ruimte voor groen is en het Van Leeuwenhoekpark een echt park kan worden. De toekomstige hoogbouw komt aan de zuidkant van het park. Deze plek is gekozen omdat hier de minste bomen staan en er de minste inkijk is. Ook hebben de gebouwen op deze plek het minste invloed op het uitzicht vanuit Haarlem Hoog. Tot slot zorgt de hoogte van de zuidelijke toren voor een stedelijke sfeer bij de entree van de stad. 2.2.11 Vanuit Haarlem Hoog zijn er zorgen geuit over de hoogbouw aan de noordzijde van de Grijpensteinweg Het hoogteaccent dat gepland is aan de noordzijde van de Grijpensteinweg is versmald en er zijn indien de wens is hoger te bouwen dan 9 lagen nadere eisen gesteld. De gemeente heeft dit aangepast na het lezen van de reacties. Ook de invloed die het gebouw heeft op de bezonning van de woningen aan de Einsteinstraat heeft ervoor gezorgd dat de ontwerp masterplan op dit punt is aangepast. Het hoogteaccent zal ook na aanpassing zichtbaar zijn.

Door de grote afstand tot Haarlem Hoog , circa 125 meter, wordt dit acceptabel geacht. 2.2.12 Waarom is er gekozen voor hoogteaccenten aan de westzijde van de Grijpensteinweg? In de ontwikkelvisie (2019) was er slechts sprake van één accent in dit gebied, waarom zijn er nu meer hoogteaccenten ingetekend? Het klopt dat er ten opzichte van de ontwikkelvisie (2019) in het ontwerp masterplan op deze plek meer hoogteaccenten ingetekend zijn. Op pagina 51 van het masterplan staat gemotiveerd waarom daarvoor gekozen is. Stedenbouwkundig gezien zijn de plekken en de hoogte van de hoogteaccenten goed te motiveren. Hoogbouw aan de westzijde van de Grijpensteinweg (langs het spoor) zorgt voor een rustig straatbeeld. Er wordt zoveel mogelijk afstand gehouden tussen de hoogteaccenten en de woningen/achtertuinen van de woningen aan de Leidsevaart, Einsteinstraat en Munterslaan. Hierdoor blijft de invloed op de bezonning acceptabel. Ondanks dat nemen we de zorgen van de bewoners hierover serieus en zijn naar aanleiding van de reacties de hoogtes van de accenten op een aantal plekken aangepast.

11

Er is gekozen voor een hoogteaccent op de kop van het Einsteinplantsoen - om het Einsteinplantsoen meer ruimte te geven. Er komt meer groen. De bebouwing en het groen passen goed bij de fietsstraat die we hier willen maken. Naar aanleiding van reacties is dit hoogteaccent versmald en zijn er indien de wens is hoger te bouwen dan 9 lagen nadere eisen gesteld. Het hoogteaccent in het midden is naar aanleiding van reacties verlaagd van 10 naar maximaal 7 lagen. Het hoogteaccent aan de zuidzijde is versmald en meer richting het spoor verplaatst. Stedenbouwkundig is de plek en de hoogte van de hoogteaccenten goed te motiveren. Ondanks dat nemen we de zorgen van de bewoners van de Leidsevaart hierover serieus. We hebben de hoogtes van de accenten naar aanleiding hiervan op een aantal plekken aangepast.

2.2.13 Er zijn zorgen geuit over de hoogbouw aan noordkant van het Einsteinplantsoen. Op de spelregelkaart van de visie (2019) was geen hoogteaccent op de kop van het Einsteinplantsoen opgenomen. Er is nu wel gekozen voor een hoogteaccent op deze plek om meer ruimte te maken voor groen. Het Einsteinplantsoen krijgt hierdoor een ‘groene uitloper’ de fietsstraat in. Zo ontstaat er meer groen tussen de woningen aan de Stephensonstraat en de beoogde nieuwbouw. De beoogde toren wordt als hij hoger wordt steeds smaller. Ook staat hij op zo’n plek en afstand van de bestaande bebouwing dat de hoeveelheid zon- en daglicht toelaatbaar is. Omdat de toren ten opzichte van de straat iets terug ligt, is hij niet overheersend in het straatbeeld. Naar aanleiding van reacties zijn er indien de wens is hoger te bouwen dan 9 lagen nadere eisen gesteld.

2.2.14 Er zijn zorgen geuit over de locatie van de hoogbouw aan het Remiseplantsoen. Er is goed nagedacht bij het maken van het masterplan over waar hoogteaccenten kunnen komen. Dat is ook gebeurd bij de beoogde hoogbouw aan het Remiseplantsoen. Er is gekeken naar wat het betekent voor privacy, uitzicht, zichtlijnen, schaduwwerking en leefbaarheid. De plek waar hij nu staat ingetekend is zo bekeken de beste plek. Verplaatsen we het hoogteaccent naar het noorden heeft gevolgen voor de schaduwwerking en de privacy op de lagere nieuwe bebouwing en de bestaande bebouwing. Hoogteaccenten zijn van toegevoegde waarde in een stadswijk. Ze staan vaak op een belangrijk kruispunt, bij de entree van de wijk, aan belangrijke openbare ruimtes, rondom centra van voorzieningen. Zo passen ze in het programma. Op deze manier zijn we bezig met het mengen en verdichten in de stad. Naar aanleiding van reacties zijn er indien de wens is hoger te bouwen dan 9 lagen nadere eisen gesteld.

2.2.15 Er zijn zorgen geuit over het hoogteaccent ten noorden van de Pijlslaan. In de ontwikkelvisie (2019) is op de spelregelkaart een mogelijk hoogteaccent (ster) ingetekend ter plaatse van de Pijlslaan/Eysinkweg. In het masterplan heeft dit accent een exacte positie en een hoogte gekregen. Het accent op deze plek voldoet aan de in de visie (2019) gestelde eisen en afspraken. Het accent staat op een belangrijk kruispunt bij de entree van de wijk, tegenover de Pelgrimkerk. Daarmee zorgt het voor ‘een nieuw midden’. Het hoogteaccent staat iets terug van de Pijlslaan, op het kruispunt van verschillende zichtlijnen uit de omgeving. Hierdoor ontstaat er meer openbare ruimte. De architectuur is geïnspireerd op de historische baksteenarchitectuur van de tuinwijk en de Bavokerk.

12

Na het lezen van de reacties waarin zorgen zijn geuit over de bouwhoogte en de schaduwwerking, heeft de gemeente besloten om 9 bouwlagen als hoogte mogelijk te maken. Indien de wens is hoger te bouwen dan 9 lagen tot maximaal 12 lagen zijn er nadere eisen opgesteld naast de verplichte HER.

2.2.16 Er zijn zorgen geuit over de hoogte en de plek van het hoogteaccent ten noorden van de sportvelden. Na het lezen van de reacties waarin zorgen zijn geuit over de bouwhoogte en de schaduwwerking, heeft de gemeente nader onderzoek gedaan en besloten om dit hoogteaccent van maximaal 10 lagen te verlagen na maximaal 6 lagen. De profielbreedte (ruim 20m) van de tussenliggende straat laat dit toe. Niet qua bouwhoogte maar door middel van architectuur zal de verbinding tussen het gebied Plaza West en de Leidsevaartbuurt worden geaccentueerd.

2.2.17 Waarom komt er zoveel hoogbouw in het gebied? Als er op een beperkt aantal plekken op een zorgvuldige manier hoogbouw gebouwd kan worden, kan er op andere plekken lager dan 4 tot 6 lagen worden gebouwd. Dit zorgt voor meer variatie in soorten woningen. Ook kunnen we hierdoor meer kwaliteit toevoegen aan de openbare ruimte door deze op een aantal plekken te vergroten en groener in te richten. Tot slot ontstaat zo ook ruimte voor bijvoorbeeld speelvoorzieningen en een omgeving waarin je kunt wandelen en sporten. 2.2.18 Wat is het effect van de nieuwe bebouwing op bezonning en schaduwwerking in het gebied? Naar aanleiding van de reacties zijn mede op basis van een nieuwe bezonningsstudie een aantal hoogteaccenten aangepast en zijn voor een aantal hoogteaccenten extra eisen opgenomen. De gemeente is van mening dat de veranderingen ten opzichte van de huidige situatie acceptabel zijn. 2.2.19 Is het mogelijk dat de nieuwe bebouwing langs het spoor zorgt voor weerkaatsing van het geluid van treinen? Zo ja, wat is hier het effect van? De gemeente is van mening dat de geluidshinder acceptabel is. Bij het maken van het ontwerp masterplan is er onderzoek gedaan naar (de weerkaatsing van) het spoorgeluid. Uit dit onderzoek blijkt dat geluidhinder kan worden opgelost, zonder dat de vorm van de bouwblokken aangepast hoeft te worden.

In een volgende fasen – als er stedenbouwkundige plannen en omgevingsplannen worden gemaakt – zal gedetailleerder onderzoek gedaan worden naar geluidshinder door bebouwing langs het spoor. 2.2.20 Wat is het nut van het toevoegen van extra groen rondom de sportvelden? De verandering in de zone zorgt er ook voor dat er meer groen kan komen. Daarmee wordt de wijk ook klimaatadaptiever. Meer groen komt er rondom de sportvelden van voetbalvereniging. Dit extra groen kan ook door niet-sporters van Geel-Wit gebruikt kan worden.

13

2.2.21 Waarom worden de velden van Geel-Wit gedraaid? Door de sportvelden te draaien is er ruimte voor uitbreiding tot een sportpark dat ook door nietsporters van Geel-Wit gebruikt kan worden. Op deze manier sluit bovendien Plaza-West beter aan op de stedenbouwkundige structuur van de buurt. 2.2.22 Hoe komt de nieuwe bebouwing er uit te zien, en hoe wordt de aansluiting op de bestaande buurten geborgd? In meerdere reacties zijn zorgen geuit over de uitstraling en architectuur van de nieuwbouw. In het ontwerp masterplan zijn hierover eisen opgenomen. In de vervolgfase worden deze eisen verder uitgewerkt tot een zogenoemd beeldkwaliteitsplan. Een supervisor (een expert die is aangesteld door de gemeente) helpt een ontwikkelaar hierbij. In een beeldkwaliteitsplan staat ook aangegeven hoe er moet worden omgegaan met zonnepanelen, warmtepompen, technische ruimten, liftopbouwen etc. De uiteindelijke beeldkwaliteits- en bouwplannen worden getoetst door de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit. 2.2.23 Kan de nieuwe bebouwing natuurinclusief worden gerealiseerd? Het vergroenen van hoven, daken en gevels én natuurinclusief bouwen is benoemd in het masterplan in hoofdstuk 5, maar nog niet verder uitgewerkt. De gemeente wil vergroenen van hoven, daken en gevels onderdeel laten zijn van de nog uit te werken beeldkwaliteitsplannen.

In de eerdere participatie - en ook in de reacties - zijn meerdere ideeën geopperd voor natuurinclusiviteit, onder andere worden moestuinen, pergola’s en gevelgroen genoemd. Deze ideeën worden als wensen meegenomen in inrichtingsplan voor de openbare ruimte dat de gemeente maakt en ook in de stedenbouwkundige plannen die ontwikkelaars gaan maken. 2.2.24 Waarom moeten de garageboxen uit het Van Leeuwenhoekpark verdwijnen? Bij de verder uitwerking van de plannen voor het Van Leeuwenhoekpark wordt onderzocht of de garageboxen in het nieuwe gebouw kunnen worden opgenomen of dat ze op een andere plek kunnen komen. Het is de wens om de huidige garageboxen weg te halen, zodat er meer ruimte komt voor meer (park)groen. De nieuwe bebouwing moet voldoen aan de nieuwe parkeernormen. In het ontwerp masterplan zijn oplossingen opgenomen voor parkeren onder de gebouwen, parkeren binnen de bouwblokken en parkeren als buffer tussen spoor en wonen/werken. 2.2.25 Wat gebeurt er met de garageboxen achter de Grijpensteinweg – Munterslaan? De garageboxen aan de noordoostzijde van de Grijpensteinweg worden meegenomen in het stedenbouwkundig plan dat de ontwikkelaar gaat maken. In dat plan moet een oplossing worden gevonden voor de garageboxen die gaan verdwijnen.

2.2.26 Wat zijn de plannen met het Van Leeuwenhoekpark in relatie tot de nieuwbouwplannen? Bij het maken van het masterplan is in de participatie input opgehaald over het onderwerp groen, voorzieningen en leefbaarheid. Wat vaak is gezegd is dat het Van Leeuwenhoekpark aantrekkelijker, veiliger en beter bruikbaar mag worden. Dit is als uitgangspunt genomen in het ontwerp masterplan. Er is onderzoek gedaan naar hoe het park verbeterd kan worden. Uit dit

14

onderzoek kwam dat het beter is om het bedachte bouwveld te verplaatsen. Door één nieuw gebouw te plaatsen op de plek waar nu relatief weinig bomen staan, krijgt het park de ruimte om een echt park te worden, dat veiliger en gebruiksvriendelijker is. Hoe het park er precies uit komt te zien, wordt uitgewerkt in de stedenbouwkundige plannen die nog volgen. Het verplaatsen van het bouwveld is een verandering ten opzichte van de spelregelkaart in de visie (2019). 2.2.27 Waarom komen er geen grondgebonden seniorenwoningen in het Van Leeuwenhoekpark? De woningbouwopgave voor Haarlem is groot. Er moeten veel nieuwe woningen bijgebouwd worden. In het Van Leeuwenhoekpark is gekozen voor een hoog gebouw op een klein stuk grond. Daar komen soorten woningen in die passen bij de vraag die er is. Grondgebonden woningen vragen te veel ruimte en daardoor kunnen er minder mensen wonen. Hiermee lossen we het woningtekort in Haarlem onvoldoende op. De keuze voor een hoog gebouw op een klein stuk grond zorgt er bovendien ook voor dat er meer ruimte voor het park overblijft en meer bomen behouden kunnen worden. 2.2.28 Waarom wordt bestaande kantoorruimte niet veranderd in woningen? De gemeente is terughoudend met het veranderen van kantoorbebouwing naar woningbouw omdat de gemeente ook in de ontwikkelzone ruimte wil houden voor werkgelegenheid.

2.2.29 Blijft de bouwmarkt Karwei behouden in het gebied? De woningbouwopgave is groot en de beperkte ruimte is klein. Daarom is het belangrijk om zo slim mogelijk om te gaan met de beschikbare ruimte. In het gebied is behoefte aan en ruimte voor een bouwmarkt. We onderzoeken verder hoe en in welke vorm een winkel als karwei ingepast kan worden in het gebied.

2.3 Onderwerp: Verkeerskundige vragen Er zijn veel reacties binnengekomen die gaan over verkeerskundige vragen (ook wel: mobiliteit). In de reacties wordt gesproken over verkeersdrukte, parkeren en veiligheid. In een deel van de reacties wordt gevraagd naar de precieze situatie in de toekomst. Deze reacties kunnen we dit moment niet tot in detail beantwoorden. We maken nu een masterplan, nog geen concreet inrichtingsplan. 2.3.1

Meer woningen betekent meer verkeersbewegingen. Wat doet de gemeente aan de verkeersdrukte in de stad?

Uitgangspunt bij de ontwikkeling van Haarlem Zuid-West is het Mobiliteitsbeleid dat de gemeente Haarlem heeft vastgesteld. Samengevat betekent dit voor de ontwikkelzone dat erop wordt ingezet dat zoveel mogelijk dagelijkse voorzieningen op loop-/ fietsafstand zijn en dat lopen, fietsen en OV vanzelfsprekende wijzen van verplaatsen zijn. Haarlem wil een aantrekkelijke, gezonde en goed bereikbare stad zijn. Maar Haarlem groeit ook. Het aantal woningen stijgt naar verwachting met 10.000 en dat heeft gevolgen voor het verkeer

15

binnen en buiten de stad. Het bereikbaar houden van de groeiende stad vormt een grote uitdaging, waarop oude oplossingen als het verbreden of toevoegen van wegen en parkeerplaatsen niet voldoende zijn. Haarlem staat bovenaan in jaarlijkse lijsten van moeilijk bereikbare steden met de auto. Het autoverkeer vormt daarnaast een belangrijke bron van CO2 uitstoot in een stad waar de klimaatcrisis is uitgeroepen. Als we niet wezenlijk iets veranderen aan de manier waarop we ons voortbewegen, groeien deze problemen alleen maar met ons mee. We staan voor de uitdaging om een steeds gezondere en groenere stad te worden, die wel goed bereikbaar is, zowel voor wonen, werken als recreëren. Om dit te kunnen bereiken is een transitie nodig waarin we voorrang geven aan schone manieren van vervoer, die zo min mogelijk ruimte innemen. Wij noemen dit de mobiliteitstransitie. De basisprincipes voor de mobiliteitstransitie zijn: binnen de stad reizen we zoveel mogelijk te voet of met de fiets, de reizen van en naar de stad doen we zoveel mogelijk met een steeds schoner OV en we gebruiken de (elektrische) auto alleen als het niet anders kan. Onze distributie organiseren we steeds schoner, en door voorzieningen dichtbij huis beperken we de noodzaak tot lange(re) reisafstanden.

Met deze maatregel kunnen we als stad groeien zonder dat het aantal voertuigen en voertuigkilometers meegroeit én de leefbaarheid in de openbare ruimte verbetert. 2.3.2

De doorstroming van het verkeer kan onder druk komen te staan omdat er meer woningen worden bijgebouwd. Hoe gaat Haarlem om met bereikbaarheid?

In de ontwikkelzone nemen we verschillende maatregelen om het autogebruik en -bezit te beperken. Dit sluit aan bij het Mobiliteitsbeleid van de gemeente Haarlem. De voetgangers en fietsers zijn het uitgangspunt bij het ontwerpen en inrichten van de verkeerssituatie en openbare ruimte. Ook moedigen we het gebruik van het OV en deelmobiliteit aan door deze makkelijk bereikbaar te maken. Tot slot bieden we ruimte voor de (eigen) auto. Dit is straks zichtbaar en voelbaar in de wijk doordat de fietser een prominente plek krijgt in de straat en de auto veelal op de tweede plaats komt. Geparkeerde auto’s staan zoveel mogelijk uit het zicht, bijvoorbeeld in binnenhoven of parkeerplaatsen. De doorstroming van het autoverkeer staat in Haarlem onder druk. Dat is vooral merkbaar in de spits wanneer veel mensen de weg op gaan. Haarlem wil groeien maar wil niet dat het aantal auto’s en autobewegingen meegroeit. Nieuwe ontwikkelingen mogen slechts een beperkt aantal autobewegingen toevoegen en in bestaande gebieden moet de automobiliteit krimpen, zodat per saldo het aantal auto’s en autobewegingen gelijk blijft. Tegelijkertijd wordt hiermee aangegeven dat de bestaande bereikbaarheid en doorstroming voor heel Haarlem acceptabel is.

Om dit te bereiken, worden verschillende maatregelen genomen, waaronder het bevorderen van alternatieve vervoerswijzen, zoals fietsen, deelmobiliteit en openbaar vervoer. Tegelijkertijd wordt ingezet op een mobiliteitstransitie.

2.3.3

De bestaande situatie wordt door meerdere bewoners op dit moment al als onveilig ervaren. Wat wordt er in het masterplan met de verkeersveiligheid gedaan?

De mate van (het ervaren van) verkeersveiligheid beïnvloed in belangrijke mate de leefbaarheid en de aantrekkelijkheid van de openbare buitenruimte. De verkeersveiligheid wordt vervolgens beïnvloed door de conflicten op de route tussen vervoerswijze met grote verschillen in massa, snelheid en rijrichting.

16

De ontwikkelzone willen we zo veilig mogelijk maken. Er wordt aangestuurd op zo veilig mogelijke vervoerswijzen, eerst te voet, fiets en OV, en dan (eigen) auto. De openbare ruimte is daar ook op geprioriteerd. Deze prioritering is in beleid vastgelegd in de Structuurvisie Openbare Ruimte. Getracht is om verschillende dagelijkse bestemmingen in de zone zo te situeren dat de routes naar deze bestemmingen kort zijn en deze te voet of met de fiets kunnen worden gedaan. Brede trottoirs en fietsparkeervoorzieningen ‘bij de voordeur’ vergroot het comfort en gemak voor deze doelgroep. Ten slotte worden (vracht)auto- en fietsroutes zoveel mogelijk ontvlochten in het gebied. Ze komen elkaar zo min mogelijk tegen. Fietsers rijden veelal aan de ‘voorkant’ over de fietsstraat en (vracht)auto’s rijden veelal aan de ‘achterkant’ langs het spoor, waar ook de ingangen zijn naar de parkeervoorzieningen. De Pijlslaan wordt vaak genoemd als een onveilige weg, vooral voor (jonge) fietsers. De Pijlslaan is een belangrijke toegangsweg tot het gebied. We willen graag dat meer mensen gaan en blijven fietsen. Daarom is er gekeken hoe we op termijn de verkeersveiligheid kunnen verbeteren. Dit kan door de Pijlslaan tussen de Leidsevaart en Stephensonstraat (in westelijke richting) éénrichtingverkeer te maken. Hierdoor komt er minder verkeer op de Pijlslaan.

Ook worden kruispunten overzichtelijker en krijgt de fiets meer ruimte ten opzichte van de auto. In 2021 is ook het verkeersveiligheidsbeleid “Veilig op weg in Haarlem” vastgesteld. In dit beleid zijn onder andere risicolocaties benoemd. In de directe omgeving van de ontwikkelzone wordt in dit beleid de Leidsevaart als risicolocatie benoemd. Hier wordt vaak harder gereden dan is toegestaan. In het vastgestelde uitvoeringsprogramma verkeersveiligheid staat dat in 2024 naar deze situatie onderzoek wordt gedaan. 2.3.4

Waar gaat iedereen parkeren als er veel parkeerplaatsen gaan verdwijnen?

De veranderingen in de zone hebben effect op de parkeerbehoefte en parkeercapaciteit. Er komen meer woningen, minder bedrijven en meer winkels en voorzieningen. Er worden verschillende maatregelen getroffen om te zorgen dat fietsen en auto’s geparkeerd kunnen worden (parkeerbehoefte). Een overzicht van de maatregelen: • Bij iedere nieuwbouwontwikkeling moeten fietsen – van bewoners en bezoekers – op eigen terrein gestald kunnen worden (zoals staat in de vastgestelde Nota Parkeernormen). Deze fietsparkeervoorzieningen moeten op zo’n plek gemaakt worden dat het aantrekkelijk en eenvoudig is om te gebruiken. • Bij iedere nieuwbouwontwikkeling moeten auto’s – van bewoners en bezoekers – op eigen terrein geparkeerd kunnen worden (zoals staat in het parkeerbeleid). Zo staan er minder geparkeerde auto’s op straat. • De raad heeft de nota Parkeernormen vastgesteld die voor alle (nieuw)bouwontwikkelingen in heel Haarlem gelden. Dit zal invloed hebben op het autobezit. Met minder auto’s zal de parkeerbehoefte eveneens lager zijn en het aantal verkeersbewegingen minder. • Aanbieden deelmobiliteit. Auto’s staan over het algemeen meer dan 20 uur per dag geparkeerd en gebruiken veel (openbare) ruimte. Door deelmobiliteit aan te bieden kan voorzien worden in een mobiliteitsbehoefte en wordt minder beslag gelegd op de openbare (parkeer)ruimte.

• Conform het vastgestelde mobiliteitsbeleid en ontwikkelvisie komt er parkeerregulering in de ontwikkelzone (vergunning parkeren). De bewoners van de nieuwe ontwikkelingen komen niet in aanmerking voor een parkeervergunning, deze moeten op "eigen erf" parkeren. In de aangrenzende buurten wordt, vooralsnog, geen parkeerregulering ingevoerd. Indien er als gevolg van de ontwikkelingen binnen de zone behoefte ontstaat aan de invoering van gereguleerd parkeren in de naastgelegen buurten dan kan invoering daarvan plaats hebben op

17

basis van het huidige beleid middels het uitvoeren van een draagvlak onderzoek. In het geval dat de invoering van gereguleerd parkeren voor heel Haarlem op een later moment doorgang vindt dan wordt in de aanliggende buurten gereguleerd parkeren zonder meer ingevoerd. • De nieuwe ontwikkelingen moeten ook parkeergelegenheid maken voor bezoekers. De daarvoor geldende norm, 0,1 per woning, is gebaseerd op de praktijk en vastgesteld in nota Parkeernormen. • De parkeerbehoefte van de bestaande woningen die gesitueerd zijn aan de wegen in de ontwikkelzone worden opgenomen in de ontwikkelzone. De exacte locatie en oplossing zal per deelgebied verschillen maar zal binnen de maximale loopafstanden, zoals verwoord in de Nota Parkeernormen, bevinden binnen de geldende normen (voor wonen maximaal 300m). [Deze situatie doet zich voor: Einsteinweg t.h.v. plantsoen, Stephensonstraat-zuid, Resedastraat, Jasmijnstraat en v Oosten de Bruijnstraat-noord.]. • Voor de parkeerbehoefte van woningen die niet gesitueerd zijn in of aan de ontwikkelzone worden in de ontwikkelzone geen parkeervoorzieningen gerealiseerd. Met de invoering van parkeerregulering binnen de zone (separate besluitvorming) wordt toegewerkt naar een situatie waarbij het aantal uit te geven vergunningen in verhouding is met de parkeercapaciteit.

• Mensen met een beperking of mensen in de hulpverlening is beschikbaarheid van een parkeerplaats in de “directe” omgeving gewenst. Voor deze doelgroepen wordt het al geldende beleid gevolgd. Kort samengevat komen hulpverleners in aanmerking voor een parkeervergunning en wordt mensen met een beperking die woonachtig zijn in het gebied onder voorwaarden een gereserveerde parkeerplaats aangeboden. Voor bezoekers met een gehandicapte-parkeerkaart worden algemene gehandicapte-parkeerplaatsen aangeboden. 2.3.5 Hoe en waar worden mogelijk verkeers-/parkeerhubs geplaatst? Verkeer- en parkeerhubs zijn in het masterplan niet gedefinieerd. De hubs zijn maatregelen om efficiënt met je parkeeropgave om te gaan. Deze maatregelen worden gestimuleerd omdat het bijdraagt aan de mobiliteitstransitie en ruimte besparend is. De stimulans is verwerkt in de nota parkeernormen. In gesprekken met de ontwikkelaars moet dit verder uitgewerkt worden en kan pas bepaald worden waar en hoe deze te plaatsen. Wij sturen daarbij aan op gebundelde voorzieningen op centrale plaatsen. Maar ook hier zijn er vele smaken met hetzelfde resultaat/ doel.

2.4 Onderwerp: Groen en openbare ruimte

2.4.1

Op welke manier wordt ervoor gezorgd dat het groen in de openbare ruimte in verhouding blijft ten opzichte van het aantal nieuwe woningen? En wat betekend de 330-300 regel daarbij?

Met de plannen willen we ervoor zorgen dat de kwaliteit van de openbare ruimte in de ontwikkelzone verbetert. Dit doen we onder andere door meer ruimte te maken voor voetgangers en fietsers en door het maken van meer groene plekken van goede kwaliteit. Dit zijn plekken waar je elkaar ‘in het groen’ kan ontmoeten, die goed zijn voor de biodiversiteit en die bijdragen aan klimaatadaptatie. We willen deze groene plekken toegankelijk en veilig maken. Zodat ze aantrekkelijk zijn om te gebruiken en zodat ze de wijk een fijn groen gezicht geven. De toekomstige omgevingsplannen zullen op deze punten getoetst worden.

18

Ook zal het ontwerp voor de openbare ruimte getoetst worden aan de 3-30-300 regel uit het Groenbeleidsplan. Dit betekent dat iedereen vanuit huis minstens drie bomen moet kunnen zien, dat 30% van een wijk in de schaduw van een boom valt en dat er vanuit elke woning op 300 meter afstand een groene ontmoetingsplek moet zijn. Hierbij geldt ook de eis dat het oppervlak water en groen niet vermindert in de wijk ((Motie 19.03 Groen en Water in Zuid-West (2019/961103)). 2.4.2

Er is behoefte aan meer groen in het gebied, bijvoorbeeld in de vorm van een nieuw park. Kan dit worden gerealiseerd?

Het masterplan zet in op het vergroenen van het gebied. We willen graag meer bomen planten in de wijk. Er komen ook twee (kleine) plantsoentjes bij. Het groen dat al in de wijk aanwezig is, gaan we verbeteren. Er zullen geen grote nieuwe groengebieden bijkomen. We zetten vooral in op groen van goede kwaliteit: dit betekent dat het groen toegankelijk en veilig moet zijn en dat bijdraagt aan biodiversiteit, klimaatadaptatie en natuurwaarden. 2.4.3

Hoe wordt ervoor gezorgd dat de buurt echt iets heeft aan het nieuwe en/of het verbeterde groen?

Uitgangspunt in het masterplan is dat we een plek willen maken waar het fijn is om te wonen en om elkaar te ontmoeten. We willen graag groene plekken maken om te spelen en elkaar te ontmoeten. In de ontwerpfase van de ontwikkelzone zal dit in het Schetsontwerp Openbare Ruimte verder worden uitgewerkt. We organiseren bij het maken van het schetsontwerp ook weer informatiebijeenkomsten en zullen middels de nieuwsbrief informeren. Bij een voorlopig ontwerp en bij de stedenbouwkundige plannen worden participatie- en inspraakmogelijkheden georganiseerd. Daarin kunnen bewoners hun ideeën – zoals de ‘Community Gardens’ die al in de reacties werd genoemd – met de gemeente delen. 2.4.4

Komt nieuw groen in de plaats van bestaande parkeerplaatsen?

In het masterplan is minder ruimte voor de auto in de openbare ruimte. Hierdoor ontstaat er in de openbare ruimte meer ruimte voor groen. De inrichting van de openbare ruimte wordt verder uitgewerkt in het Schetsontwerp Openbare Ruimte. 2.4.5

Waarom wordt er gebouwd in het Van Leeuwenhoekpark? Er blijft hierdoor minder park over, terwijl grote groene plekken belangrijk zijn voor de leefbaarheid. Bovendien is het Van Leeuwenhoekpark in potentie een plek die veel ecologische waarde heeft.

Het klopt dat er bomen en een stuk park verdwijnen voor de bouw van nieuwe woningen. Er zal een groot nieuw gebouw komen te staan. Dit verandert het aangezicht van het park. We zien hierin ook een kans. We willen het park sociaal veiliger maken en beter inrichten zodat het meer en beter gebruikt kan worden om te spelen en elkaar te ontmoeten. Het groen dat hier verloren gaat, maken we goed op een andere plek in het gebied. We hebben de keuze om te bouwen in het Van Leeuwenhoek park zorgvuldig gemaakt. Bij het ontwerpen en bouwen van het nieuwe gebouw moeten we ervoor zorgen dat er zo min mogelijk schade aan de bestaande bomen en het groen wordt aangebracht. Het gebouw zelf zullen we ook zo natuurinclusief mogelijk gaan bouwen.

19

Ook de gemeente ziet dat het belangrijk is om grote aaneengesloten groene gebieden te hebben in dit gebied. We willen niet lukraak kleine groene grasveldjes maken. We willen de bestaande lange doorgaande groenstructuren, bijvoorbeeld langs het spoor, verbeteren. Grotere groene plekken zoals het Einsteinplantsoen en de sportvelden van Geel-Wit willen we toegankelijker, bruikbaarder en ecologisch sterker te maken. 2.4.6

De groenstrook langs het spoor kan niet als volwaardig groen worden gezien.

Wij zien kansen om de strook langs het spoor te vergroenen en/of de bestaande ecologische waarden hiervan te versterken. Deze zone kan voor de buurt bereikbaar en (be)leefbaar gemaakt worden door hier routes in het groen aan te leggen. Bovendien is de groenstrook langs het spoor een zogenoemde ecologische verbindingszone. Dit groen mag bij de ontwikkelingen niet verloren gaan. Daar waar mogelijk, moet het ecologisch netwerk versterkt worden. Dat kan door hier routes door aan te leggen. De toekomstige plannen worden hierop getoetst. 2.4.7

Hoe komt de (snel)fietsroute er uit te zien?

Deze inrichting wordt verder uitgewerkt in het Schetsonderwerp Openbare Ruimte. De fietser krijgt in de nieuwe wijk alle ruimte. De snelfietsroute verbindt de zone van noord tot zuid en krijgt zijwegen. Zo ontstaat een autoluwe verbinding die meer ruimte geeft aan voetgangers. Daarmee wordt het aantrekkelijk om je per fiets of te voet door de wijk te gaan verplaatsen.

2.5 Onderwerp: Wonen Veel reacties gingen over de hoeveelheid woningen die in de zone zullen worden bijgebouwd. In de ontwikkelzone wordt ruimte gereserveerd voor 1.500 woningen. Dat is een flink aantal, maar we hebben deze woningen wel nodig om iedereen die in Haarlem wil wonen van een plek te voorzien. De gemeente vindt het heel belangrijk dat deze woningen op een goede manier worden ingepast in de bestaande omgeving. 2.5.1

Hoe is het aantal nieuwe woningen verdeeld over de segmenten?

Voor de ontwikkelzone geldt een woningbouwprogramma waarmee er voor verschillende segmenten gebouwd wordt. 50% van de nieuwe woningen is sociale huur (een huurprijs beneden €808,06). 12,5% van de woningen is middelduur (een huurprijs beneden €1057,80) of is een koopwoning (met een v.o.n. prijs van <€355.000). 37,5% van de woningen mag gebouwd worden in de vrije sector. Daarin mag de ontwikkelaar zelf bepalen voor welk segment hij bouwt. Dit programma sluit aan bij de WBI-subsidiebeschikking (die verstrekt is door het Rijk) en bij de ‘Nota kaders en instrumenten sociale huur en middensegment’. De verschillende woonsegmenten worden verspreid door de gehele zone gebouwd. Er komt geen deel met alle sociale of alleen alle vrijesectorwoningen. Om het beheer van de sociale huurwoningen van de woningcorporatie zo gemakkelijk mogelijk te maken, zullen sociale huurwoningen in kleine plukjes bij elkaar geplaatst worden. 2.5.2

Voor welke doelgroepen wordt er in de ontwikkelzone Zuid-West bijgebouwd?

20

Er worden verschillende nieuwe typen woningen gebouwd. Veel daarvan zullen appartementen zijn omdat hier de meeste vraag naar is. Ook zorgt het bijbouwen van dit type woningen ervoor dat de doorstroom op gang kan komen en mensen in Haarlem kunnen blijven wonen. Haarlem kent een groot aantal gezinswoningen, terwijl het aandeel gezinnen veel lager ligt. In Haarlem zijn al een tijdje nauwelijks betaalbare koopwoningen beschikbaar. Dit heeft vooral te maken met de huidige bouw en woningmarktmarktontwikkelingen en de focus van (institutionele) beleggers op het middeldure huursegment. Bij de start van een project verkennen de gemeente en ontwikkelaar de mogelijkheden en de bereidheid om een deel van het middeldure programma te realiseren als betaalbare (sociale of middeldure) koopwoning. NB: De overheid maakt nieuw beleid voor betaalbare koop en in Haarlem wordt door het college een apart voorstel gemaakt over hoe er meer huizen in het middeldure koopsegment (€<355.000) beschikbaar komen. Dit voorstel wordt eind 2023 aan de raad aangeboden. 2.5.3

Kunnen woningen gericht toegewezen worden aan Haarlemmers?

De verdeling van sociale huurwoningen en andere regels rondom woonruimteverdeling zijn vastgelegd in de ‘Huisvestingsverordening Zuid-Kennemerland/IJmond: Haarlem 2022’. Sinds november 2018 maken gemeenten in de regio Zuid-Kennermerland/IJmond gebruik van een gezamenlijk woonruimteverdeelsysteem, dat wordt beheerd door Mijn Woonservice. Sturing in de woonruimteverdeling zorgt ervoor dat betaalbare woningen behouden blijven voor de doelgroep. Binnen de Huisvestingsverordening zijn regels vastgelegd over voorrang- en urgentieregelingen en het geeft regels voor de rangorde tussen woningzoekenden die op dezelfde woning reageren. Sinds de inwerkingtreding van de verordening op 1 juli 2015 maakt Haarlem geen gebruik van de mogelijkheid van voorrang bij economische of maatschappelijke binding. Het college kan hier op termijn wel toe besluiten. Hierbij wordt gedacht aan een voorrangsregeling voor leerkrachten en zorgpersoneel. Deze voorrangsregeling is nog niet van kracht. De regeling moet eerst verder uitgewerkt worden. In 2023 wordt ook gewerkt aan een strategie voor Haarlem Zuid-West als kansrijke locatie voor ouderenhuisvesting. De woningen die hier onder vallen kunnen wel specifieker worden toegewezen dan nu bij de vrije sector het geval is. Deze ontwikkeling moet echter momenteel nog verder uitgewerkt worden.

2.5.4

Komen er ook meer voorzieningen bij in het gebied, nu er meer woningen bijkomen?

Meer woningen zorgt ook voor een groeiende vraag naar voorzieningen. Onder andere naar onderwijs, zorg, speelvoorzieningen, winkels, horeca en werkplekken. Er wordt rekening gehouden met de groeiende vraag naar dit soort voorzieningen. Ze kunnen een plek krijgen in de nieuwbouw, bijvoorbeeld op de begane grond (in de plint). Of er wordt een nieuw gebouw voor gemaakt, zoals een nieuwe school en Integraal Kindcentrum (IKC). Speelplekken krijgen een plek in de openbare ruimte. Alle nieuwe voorzieningen krijgen in de komende fase – waarin er ontwikkelplannen worden gemaakt – een specifieke locatie. In het masterplan is hier nog geen definitieve plek voor aangewezen, het masterplan beschrijft de mogelijkheden.

21

2.6 Onderwerp: Voorzieningen en bedrijven Op dit moment zijn er veel bedrijven in de zone gevestigd. In de nieuwe plannen is het niet mogelijk dat al deze bedrijven kunnen blijven in het gebied. Dit heeft te maken met de milieucategorie van deze bedrijven. Sommige bedrijven kunnen niet goed samen op een plek staan waar ook gewoond gaat worden. Andere bedrijven nemen veel ruimte in, terwijl ze maar voor een klein aantal mensen een werkplek vormen. Haarlem wil op een betere manier gebruik maken van de beschikbare grond, ook vanuit economisch perspectief. Daarom kunnen niet alle bedrijven blijven in of terugkeren naar het gebied. 2.6.1

Is er binnen de gemeente een contactpersoon voor bedrijven waarmee gesproken kan worden over hun positie in de zone?

Meerdere bedrijven hebben aangegeven zich niet altijd goed gehoord te voelen door de gemeente. Zij vinden dat zij laat geïnformeerd zijn, onvoldoende betrokken zijn bij de planvorming en voelen zich gedwongen te vertrekken. De gemeente heeft een accounthouder aangesteld. Deze persoon houdt zich bezig met huisvestingsvraagstukken van bedrijven in de verschillende ontwikkelzones in Haarlem. Als u als bedrijf of ondernemer contact wilt over toekomstige huisvesting binnen of buiten de zone elders in Haarlem, neem dan contact op met het team Bedrijfshuisvesting. 2.6.2

Kunnen bestaande bedrijven terugkeren in het nieuwe gebied?

We willen graag een ‘gemengd woonwerkgebied’ maken van dit gebied. Het aanbod van voorzieningen groeit mee met het aantal inwoners. Dat betekent dat het aanbod van commerciële en maatschappelijke voorzieningen ook zal toenemen. Zo is er onder andere ruimte voor winkels, horeca, zorg en (maatschappelijke) voorzieningen. Bestaande bedrijven die hieronder vallen kunnen daarom blijven en/of terugkeren. We willen en moeten slim omgaan met de beperkte ruimte die er is. Bestaande bedrijven die nu veel ruimte in beslag nemen en waar maar weinig mensen werken (bijvoorbeeld een keukenshowroom) passen niet goed in het nieuwe gebied. Voor deze bedrijven zoeken we een andere plek. Als meer mensen in Haarlem zelf kunnen blijven werken, beperken we het woon-werkverkeer. Daarom zetten we in op het behouden van arbeidsplaatsen en het maken van nieuwe arbeidsplaatsen. Voor de ontwikkelzone Zuid-West geldt dat de arbeidsplaatsen (het type werk) moet passen bij een wijk waar ook gewoond wordt en dat de ruimte die deze bedrijven innemen passend is bij de plek. 2.6.3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13197860/1