CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

02 Bijllage 1 Stedenbouwkundig plan Waddenbuurt

commissie Ontwikkeling 16 april 2026, gemeente HaarlemBij agendapunt: 20:55 uur Molenwijk Noord Waddenbuurt -Stedenbouwkundig plan, Beeldkwaliteitplan, Inrichtingsplan, Anterieure Overeenkomst, Omgevingsplan (FR)14.050 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Niet gevonden in dit document.

Referentievoorbeeld: De trafo is geïntegreerd in een tuinmuur tussen de gebouwen. Project: Boerhaavelaan, Leiden, Geurst & Schulze architecten

Referentievoorbeeld tuinmuur tussen gebouwen Project: Poortgebouw Noord, Landgoed Wickevoort, Haarlemmermeer, M3H architecten

40

Gemeente Haarlem

Toegangstrap Blok 7 beschikt over een binnenterrein dat is ingericht als een verhoogde, groene collectieve daktuin boven de parkeergarage. De daktuin is publiek toegankelijk via een landschappelijke trap die als uitnodigende verbinding vanuit het park fungeert. Om rust en veiligheid te waarborgen kan de daktuin, indien nodig, tijdens de avond- en nachturen worden afgesloten. •

•

•

De trap dient te voldoen aan de algemene richtlijnen voor trappen in de openbare ruimte, zoals opgenomen in het Bouwbesluit, zodat hoogte, aantrede, hellingshoek, leuningen en antislipvoorzieningen aansluiten bij de gebruiksnormen en veiligheidsvoorschriften. Naast deze functionele rol krijgt de trap een functie als extra verblijfsplek in het park: door een overmaat in afmetingen kunnen treden ook dienen als zitplaatsen, en kan de trap worden versterkt met landschappelijke elementen, zoals groen, om een aangename en uitnodigende plek te creëren. Bij het ontwerp wordt rekening gehouden met een eventuele afsluiting van het hof; het hekwerk moet logisch geïntegreerd en transparant zijn, zonder afbreuk te doen aan de esthetiek van de trap.

Referentievoorbeeld van een groene trap tussen niveaus in het binnenhof, met plantenbakken en zitmogelijkheden voor verhoogde verblijfskwaliteit. rechts: project: Kooiplein, Leiden, Geurst & Schulze architecten

Stedenbouwkundig Plan

41

Overzichtskaart positie parkeerkoffers en gebouwde parkeervoorzieningen

42

Gemeente Haarlem

4.4

Parkeervoorziening auto’s

Parkeerkoffers • Parkeerkoffers zijn uitsluitend toegestaan op de grotere bouwpercelen (bouwpercelen 1, 2, 4 en 6b). Het betreft een maaiveldparkeeroplossing die wordt gesitueerd tussen of achter de gebouwen, op het binnenterrein en achter de rooilijn. • Parkeerkoffers maken deel uit van de groene binnenwereld van de collectieve binnenhoven en mogen de woon- en leefkwaliteit hiervan niet domineren. Indien in de toekomst minder parkeerplaatsen nodig zijn, kunnen parkeerkoffers geheel of gedeeltelijk worden geïntegreerd in de groene inrichting van het bouwperceel. De inrichting anticipeert op deze mogelijke verandering. De parkeerkoffers hebben een compact ontwerp: één rechte rijbaan met • haaksparkeerplaatsen aan beide zijden. De korte zijde ligt aan de straat, met de rijbaan haaks op de aanvoerende openbare weg, conform de spelregelkaart waar positie en indicatieve grootte zijn vastgelegd. • Auto’s worden zoveel mogelijk aan het zicht onttrokken door een robuuste, groene omzoming met gemengde hagen van minimaal 1 meter breed en 1 meter hoog, gecombineerd met bomen in de haag. Waar ruimte aanwezig is tussen de parkeervakken, worden bomen toegepast om het groene karakter te versterken. De verharding bestaat bij voorkeur uit open verharding, ter ondersteuning van het groene beeld.

• Voor bouwpercelen 2, 4 en 6b wordt bij de entree, om zicht op geparkeerde auto’s vanuit de openbare ruimte te beperken, een bakstenen tuinmuur toegepast met openingen of andere architectonische verbijzonderingen, passend binnen de bebouwingsarchitectuur.

Referentiebeeld van een compacte parkeerkoffer, omsloten door hagen. Project: De Bras, Ypenburg, Den Haag

Stedenbouwkundig Plan

43

Een semi-gebouwde parkeeroplossing, waarbij de parkeerplaatsen zijn overbouwd met terrassen en aan de zijde van de openbare ruimte met een muur afgeschermd. (architect Dick van Gameren, Talmalaan Utrecht)

Berging

Berging

Berging

Berging

Woningen

Rijbaan

Principetekening: Woninggebonden parkeerplaatsen en bergingen.

44

Gemeente Haarlem

Semi-gebouwde parkeervoorziening Blok 3a Blok 3a kent gedeeltelijk overdekt parkeren, waarbij parkeerplaatsen • worden overkluisd door dakterrassen en/of balkons. Het blok combineert stadswoningen aan het Waddenpark met een semi-gebouwde parkeervoorziening aan de achterzijde. De parkeervoorziening is geheel of gedeeltelijk overkluisd, waarbij de • buitenruimte (balkon) van de stadswoningen op de verdieping op het zuiden ligt. Woninggebonden parkeerplaatsen en bergingen bevinden zich op de begane grond. • De parkeervoorziening heeft toegangen aan beide korte zijden en is tevens bereikbaar via de tussensteeg tussen Blok 3b en de bestaande gezinswoningen. Parkeren wordt volledig omsloten door een gemetselde muur van minimaal 2 meter, passend bij de architectuur, zodat auto’s uit het straatbeeld verdwijnen. De parkeervoorziening bestaat uit één rechte rijbaan met haaksparkeerplaatsen • aan beide zijden. Parkeerplaatsen aan de woningzijde zijn gekoppeld aan de betreffende woningen en gecombineerd met een berging. De faciliteit biedt het benodigde aantal parkeerplaatsen voor bewoners en bezoekers van Blok 3a en 3b. Indien nodig kan de voorziening worden afgesloten met een hekwerk (speedgate), maar in principe blijft het onderdeel van de totale parkeeroplossing van de Waddenbuurt.

Gebouwde parkeervoorziening met daktuin, Blok 7 Blok 7 krijgt een parkeergarage voor bezoekers en bewoners, met circa 80 parkeerplaatsen. Het uitgangspunt is maaiveld- of gedeeltelijk verdiept parkeren, met ontsluiting via de Zwemmerslaan. De positie van de garage is indicatief weergegeven op de spelregelkaart.

Parkeerdek en daktuin • Het parkeerdek wordt ingericht als collectieve daktuin met een brede variatie aan beplanting, waaronder struiken, heesters en bomen. • Bij maaiveldparkeren is het uitgangspunt voor het parkeerdek een bruto hoogte van 4 meter, inclusief constructie en technische voorzieningen, zodat voldoende ruimte is voor zowel parkeren als de opbouw van de daktuin. Bij een verdiepte garage geldt hetzelfde principe, maar wordt de hoogte gemeten vanaf de parkeervloer. • De daktuin heeft minimaal 1 meter substraat- en waterbufferlaag om een brede variatie aan beplanting, waaronder struiken, heesters en bomen te kunnen realiseren.

Referentievoorbeeld toegang tot parkeergarage binnen het bouwvolume Project: Bethelpark Delft, Powerhouse Company

Oriëntatie en inpassing • Aan de noordzijde (Europaweg) mogen parkeerplaatsen gedeeltelijk aan de perceelrand worden gesitueerd over maximaal 50% van de lengte van de perceelrand, mits de auto’s uit het zicht worden weggewerkt met een architectonisch hoogwaardige (geperforeerde) muur. • Aan de overige zijden wordt de parkeervoorziening omsloten door het woonprogramma, voorzieningen of andere publieke functies. De plint van het gebouwcomplex wordt zo vormgegeven dat deze actief bijdraagt aan de kwaliteit van de openbare ruimte. • Bij een verdiepte garage valt de autohellingbaan binnen de rooilijnen van de bebouwing. Toegangshekken • Toegangshekken (speedgates) worden logisch gepositioneerd, geïntegreerd en transparant uitgevoerd, zonder afbreuk te doen aan de architectuur van de bebouwing.

Referentievoorbeeld daktuin op gebouwde parkeervoorziening Project: Bethelpark Delft, Powerhouse Company

Stedenbouwkundig Plan

45

Impressietekening waarin de positionering van fietsenstalling en hal/trappenhuis nabij de toegangspoort zorgt voor sociale interactie en een levendig overgangsgebied.

46

Gemeente Haarlem

4.5

Fietsenstalling

•

Fietsparkeren wordt in de Waddenbuurt opgepakt als een integrale stedenbouwkundige opgave, waarbij het ontwerp van stallingen onderdeel is van het volledige bouwblok en niet slechts van individuele gebouwen. Dit sluit aan bij de doelstellingen van het Programma van Eisen en Leefomgeving (PvEL), zoals gebruiksvriendelijkheid, veiligheid, sociale interactie en een aantrekkelijk stedelijk beeld. De positie van de stallingen is zorgvuldig gekozen om gebruik te stimuleren en wild parkeren in de openbare ruimte of binnenhoven te voorkomen. Stallingen maken deel uit van de dagelijkse circulatie van bewoners en dragen zo ook bij aan sociale interactie. In de spelregeltekening is de positie indicatief weergegeven. Voor appartementen met collectieve voorzieningen is het stallen van fietsen essentieel. Gezinswoningen, waaronder marktwoningen, beschikken over individuele bergingen waarin fietsen gestald kunnen worden, waardoor aparte collectieve stallingen niet nodig zijn. De ontwerpcriteria voor stallingen (positie, entree, routing en inrichting) zijn gericht op gebruiksvriendelijkheid, veiligheid en toegankelijkheid. In Blokken 2, 4, 6b en 7 zijn de stallingen bijvoorbeeld nabij publieke doorgangen en trappenhuizen gesitueerd, zodat dagelijkse verplaatsingen vlot en veilig kunnen verlopen.

De architectuur van stallingen en toegangen is zorgvuldig geïntegreerd, zodat de beeldkwaliteit van de begane grondgevel behouden blijft. Stallingen worden uitnodigend en overzichtelijk vormgegeven. De plint van appartementsgebouwen heeft een minimale bruto hoogte van 3,5 meter, waardoor compacte stallingen met tweelaags fietsenrekken mogelijk zijn. Transparante gevels zijn toegestaan, mits zij architectonisch zorgvuldig zijn uitgewerkt, geen rommelig beeld opleveren en bijdragen aan een levendige plint, en integraal onderdeel vormen van het gevelontwerp.

•

•

•

•

Er gelden twee specifieke situaties: 1. Stallingen mogen niet volledig gesloten zijn en moeten zoveel mogelijk openheid bieden om sociaal onveilige plekken te voorkomen, mits zij architectonisch verantwoord zijn vormgegeven, geen afbreuk doen aan het gevelbeeld en integraal zijn ontworpen in samenhang met de rest van de gevel. Voorzijde: Stallingen mogen de levendige plint niet hinderen; wonen aan de 2. straat heeft prioriteit en minimaal 70% van de gevel bestaat uit woningen. In alle gevallen blijven stallingen een geïntegreerd en ondersteunend onderdeel van het woongebouw en mogen zij de plint van de voorgevel niet domineren. Dit draagt bij aan een veilige, toegankelijke en levendige woonomgeving, conform de doelstellingen van het PvEL.

Stedenbouwkundig Plan

47

Overzichtskaart waarop de inrichtingsprincipes van de binnenhoven zijn verbeeld.

48

Gemeente Haarlem

4.6

Paden en verblijfsplekken

Paden Het padenstelsel binnen de bouwblokken en binnenhoven is zo ingericht dat duidelijk wordt welke paden publiek zijn en welke een informeler, verblijfsgericht karakter hebben. De routes dragen bij aan de toegankelijkheid, sociale interactie en de overgang tussen collectieve en private buitenruimten.

Algemeen • Hiërarchie in publiekheid: Van formele doorgangsroutes tot informele, avontuurlijke paden. • Voetgangersgericht: Paden zijn primair bedoeld voor voetgangers. Drie verschillende typen paden • Doorgangsroute: een publieke route met een duidelijke verbinding door het hof, uitgevoerd in robuust en herkenbaar bestratingsmateriaal. • Rondgangroute: Gericht op verblijf en ontmoeting. Informeler karakter, aansluitend op (rustige) verblijfsplekken. Verhardingsmateriaal verschilt bewust van de primaire route. • Verbindingspaden naar tuinen en terrassen: Meest informeel vormgegeven. Versterken de relatie tussen private buitenruimten en collectieve ruimte. Ondersteunen een geleidelijke overgang van privé naar collectief gebruik. Verblijfsplekken De binnenhoven zijn ingericht als een gelaagde buitenruimte waarin levendigheid en rust elkaar afwisselen. Verspreid over het hof liggen plekken voor ontmoeting en verblijf, maar ook meer beschutte, rustige zones waar bewoners zich kunnen terugtrekken. Binnen het hof worden natuurlijke speelaanleidingen voor kinderen geïntegreerd, die uitnodigen tot spel zonder het rustige karakter van de ruimte te verstoren. Zitgelegenheden worden zorgvuldig gepositioneerd, zowel op levendige plekken als op meer luw gelegen locaties, zodat verschillende vormen van gebruik mogelijk zijn.

Een centraal herkenbare ontmoetingsplek binnen het hof (bijvoorbeeld een pluktuin of moestuin) draagt bij aan sociale interactie en betrokkenheid tussen bewoners.

Referentievoorbeeld verblijfsplekken in de binnenhoven. Project: Andreashof, Amsterdam, door LandLab

Referentievoorbeeld natuurlijke speelaanleiding.

Stedenbouwkundig Plan

49

4.7

Groeninrichting binnenhoven

Een belangrijk uitgangspunt bij de inrichting van de binnenhoven is het tuinachtige en natuurlijke karakter, in tegenstelling tot de meer formele inrichting van de openbare ruimte. De doelen van de groeninrichting zijn het verbeteren van de leefkwaliteit, bevorderen van sociale interactie, stimuleren van biodiversiteit en verhogen van het welzijn van bewoners. Deze uitgangspunten sluiten aan bij het Programma van Eisen en Leefomgeving (PvEL).

Referentievoorbeeld waarin het tuinachtige en natuurlijke karakter van de binnenhoven centraal staat.

50

Gemeente Haarlem

Concreet betekent dit: • Specifieke identiteit per hof: Binnenhoven krijgen een eigen karakter, waarbij groen centraal staat. • Ecologie en biodiversiteit: Door een diverse mix van vaste planten, struiken, hagen en bomen ontstaan kleine beschermde biotopen voor verschillende soorten flora en fauna, wat bijdraagt aan de biodiversiteitsdoelen van het PvEL. • Sociale interactie: Het groen biedt ruimte voor bewonersparticipatie, zoals gezamenlijke fruitbomen of een collectieve moestuin. • Privacy en beschutting: Dichtbegroeide randen onttrekken zicht op achtertuinen en terrassen, terwijl het midden open blijft met lagere beplanting zoals bloeiende vaste planten en kruidenmengsels. Dit creëert een afwisseling van rust en reuring, en natuurlijke ontmoetingsplekken voor bewoners en bezoekers. • Onderhoud en maatwerk: Binnenhoven worden onderhouden door de woningcorporatie of de Vereniging van Eigenaren (bij blok 7), waardoor er ruimte is voor maatwerk en bijzondere beplanting. • Gezondheid en welzijn: Het groen draagt bij aan mentale en fysieke gezondheid van bewoners, een doel dat expliciet in het PvEL is genoemd. • Informeel karakter: Het tuinachtige, informele karakter onderscheidt de binnenhoven van de formelere openbare ruimte en versterkt de woonkwaliteit.

4.8

Ecologie en natuurinclusief bouwen

Ecologie en natuurinclusief bouwen vormen een integraal onderdeel van het ontwerp van gebouwen, gevels, daken, muren en inrichtingselementen binnen de bouwpercelen. Alle gebouwen en buitenruimten dragen bij aan de robuuste groenstructuur, de ecologische verbindingen en de leefomgeving van de in het PvEL benoemde doelsoorten. Hiermee wordt invulling gegeven aan de eisen voor toekomstbestendige woningbouw (niveau zilver, grootschalig project).

Gevels en muren • Gevels en muren worden ingezet voor het realiseren van nest- en verblijfplaatsen voor gebouwbewonende soorten, waaronder gierzwaluw, huismus, spreeuw, huiszwaluw en vleermuizen. • Nestvoorzieningen worden structureel en gelijkmatig in het gevelontwerp geïntegreerd en maken integraal onderdeel uit van de architectuur. • Noord- en oostgevels worden bij voorkeur benut voor deze voorzieningen, met inachtneming van oriëntatie, beschutting en verstoring. • Insectenstenen worden opgenomen waar functioneel passend, als vast onderdeel van het gevelontwerp en in samenhang met omliggend groen. • Klimplanten worden toegepast aan de binnenzijde van bouwblokken (zoals bij poorten, galerijen en muren), ter versterking van ecologische verbindingen, schuilgelegenheid en het tuinachtige karakter van de hoven. • Materiaalgebruik ondersteunt ecologische waarden: waar mogelijk worden poreuze en/of hergebruikte materialen toegepast. Daken • •

Inrichtingselementen binnenhoven en collectieve ruimtes • Binnenhoven en collectieve buitenruimten worden natuurinclusief ingericht en maken deel uit van het fijnmazige groene netwerk van de wijk. • Beplanting bestaat uit bomen, struiken, hagen en (kruidenrijk) gras, passend bij de doelsoorten en met aandacht voor schuil-, foerageer- en voortplantingsmogelijkheden. • Water- en bodemelementen (zoals ondiep water, open zand en natuurlijke borders) worden waar mogelijk toegepast, ter ondersteuning van vogels, insecten en kleine zoogdieren. • Inrichtingselementen maken waar mogelijk gebruik van poreuze en/of hergebruikte materialen, ter versterking van ecologische en duurzame kwaliteiten.

leefgebied

nestkast

Platte daken die geen energiedak zijn worden voorzien van intensieve beplanting met een gevarieerde mix van inheemse kruiden en bloemen. Hellende daken met dakpannen krijgen op kansrijke plekken nestvoorzieningen voor vogels en vleermuizen.

Diagram van kansrijke diersoorten in relatie tot het leefgebied binnen de bouwpercelen en natuurinclusief bouwen.

Stedenbouwkundig Plan

51

Overzichtskaart die de ruimtelijke mogelijkheden voor waterberging en -opvang binnen de bouwpercelen inzichtelijk maakt.

52

Gemeente Haarlem

4.9

Waterberging

De inrichting van waterbergingen in binnenhoven en op daken moet in eerste instantie voldoen aan de kaders en eisen zoals vastgelegd in het Programma van Eisen en Leefomgeving (PvEL). Hierbij worden zowel de functionele waterafvoer als de ecologische en verblijfswaarde gewaarborgd.

Oplossingsrichtingen: • Waterberging en ecologie: Waterbergingen vormen kansrijke biotopen en versterken de biodiversiteit in de binnenhoven. • Water en spel: Waterbergingen worden gecombineerd met speelaanleidingen en natuurlijke speelruimtes, zodat kinderen en jongeren veilig en aantrekkelijk kunnen spelen. • Parkeerkoffers dragen bij aan de opvang en buffering van regenwater. • Daken: Platte groendaken verhogen waterberging, isolatie en ecologische waarde; regenwater van daken wordt zoveel mogelijk direct afgevoerd naar wadi’s (afkoppeling). • Blok 7: De collectieve binnentuin boven de parkeergarage functioneert multifunctioneel: wateropvang, ecologie en verblijfsruimte in één.

Referentievoorbeeld waterberging gecombineerd met spelen in binnenhoven. Project: Mellemrummet, Kopenhagen, door BOGL

Referentievoorbeeld waterberging in binnenhof. Project: Bolderburen, Utrecht, door buro Kettinghuls

Stedenbouwkundig Plan

53

Plattegrond van het plangebied met daarop de verschillende bouwfases aangegeven.

54

Gemeente Haarlem

5

Fasering

Richtinggevende uitwerking per fase

De ontwikkeling van de Waddenbuurt vindt plaats in drie samenhangende fasen die gezamenlijk één stedenbouwkundig ensemble vormen. Elke fase bestaat uit meerdere bouwblokken met een eigen ruimtelijke rol, programmatische invulling en relatie tot de openbare ruimte. De herontwikkeling van de Waddenbuurt is opgezet als een gefaseerde gebiedsontwikkeling van oost naar west, verdeeld over drie fasen. Deze fasering maakt een zorgvuldige uitvoering mogelijk en biedt ruimte voor een geleidelijke vernieuwing van de wijk. Vanaf de tweede fase wordt bestaande bewoners de mogelijkheid geboden om direct door te verhuizen binnen het plangebied, waardoor de sociale structuur van de wijk zoveel mogelijk behouden blijft. De sloop- en nieuwbouwactiviteiten starten in het oostelijke deel van het gebied in 2026 en worden naar verwachting afgerond in het westelijke deel in 2032. De locatie Terschellingpad 2 (voormalige Grafische School) kent een eigen planning die start na vaststelling van het omgevingsplan en kan zelfstandig worden ontwikkeld, los van de overige fasen.

Impressie van Fase 3

Impressie van Fase 2

De stedenbouwkundige uitgangspunten per fase en per bouwblok zijn vastgelegd in de vorm van richtinggevende spelregels. Deze spelregels geven richting aan de gewenste ruimtelijke structuur, bebouwingsopzet, programmatische invulling en de relatie met de openbare ruimte. De spelregels vormen principe-uitwerkingen voor de verdere planontwikkeling per bouwblok en waarborgen samenhang, ruimtelijke kwaliteit en herkenbaarheid binnen de gefaseerde ontwikkeling van de Waddenbuurt. Per fase zijn de bouwblokken afzonderlijk uitgewerkt, met aandacht voor zowel de onderlinge samenhang als de specifieke rol van elk bouwblok binnen het totaal. De spelregels zijn richtinggevend voor de stedenbouwkundige opzet, de architectonische uitwerking en de inrichting van de openbare en collectieve ruimte, en dienen als basis en inspiratie voor de verdere uitwerking van de plannen.

Impressie van Fase 1

Stedenbouwkundig Plan

55

Legenda:

2.

buurt kamer

Erfscheidingshek

Centrale hal / trap- lifthuis Vluchttrappenhuis binnen collectieve hof Vluchttrappenhuis aan openbare ruimte, bijzonder architectonisch element Trafo

tuinen

wonen

P

P

tuinen

wonen

wonen

tuinen

tuinen

wonen

wonen

Principeplattegrond begane grond van Blok 1 en 2.

P

wonen

P

wonen

binnenhof

wonen

Tuinmuur

Dag Horeca

Buurtkamer

Haag Publieke landschappelijke trap

Kinderdagopvang (optie)

Ruimte voor werk Fietsenstalling

Parkeerkoffer Geheel of gedeeltelijk gebouw parkeren

1.

Gemeente Haarlem

Positie toegang tot parkeervoorziening

Entree individuele woningen Entree Fietsenstalling

wonen tuinen

56

Centrale entree appartementen

Woonprogramma Indicatieve route door bouwblok

5.1

Fase 1

Blok 1 – Spelregels • Blok 1 is gesitueerd op een langgerekt en ondiep perceel. Het bouwblok kent een lineaire bebouwingsopzet die de Waddenstraat begeleidt en bijdraagt aan een heldere straatwand. Het gebouw in Blok 1 telt zes woonlagen met kap en vormt samen met het meest zuidelijke appartementengebouw van Blok 2 een herkenbaar ensemble in maat, schaal en architectonische uitstraling. • De bebouwing aan de zijde van de openbare ruimte krijgt een formelere en stedelijkere uitstraling dan de gevels aan de achterzijde. Galerijen aan de straatzijde worden zoveel mogelijk binnen de gebouwschil opgenomen. Het programma bestaat volledig uit sociale woningbouw, met een mix van • twee- tot vierkamerwoningen. Op de begane grond en eerste verdieping worden tweelaagse maisonettewoningen gerealiseerd, deels gesitueerd boven collectieve voorzieningen zoals fietsenstallingen. De bovenliggende verdiepingen worden ingevuld met galerijwoningen. Woningen op de begane grond beschikken niet over voortuinen, vanwege aanwezige ondergrondse infrastructuur. • De overgang tussen openbaar en privé wordt gemarkeerd door een setback van de begane grond, variatie in bestrating en een overstek van de bovenliggende bouwlagen. Het realiseren van voortuinen is hier niet mogelijk. Een eenduidige en doorgaande setback, in plaats van nissen, heeft de voorkeur in relatie tot sociale veiligheid.

• Aan de oostzijde van het bouwblok wordt één parkeerkoffer gerealiseerd, omsloten door hagen aan de korte zijden en langs de grens met de kerk. Deze parkeerkoffer kan deels worden overkluisd, waarbij privé dakterrassen voor de maisonettewoningen worden gerealiseerd. Fietsenstallingen worden opgenomen in de plint en nabij de entrees.

Blok 2 – Spelregels Blok 2 ligt op een ruim perceel en wordt omsloten door de Waddenstraat aan • de oostzijde, het Waddenpark aan de noordzijde, de Gaasterlandstraat aan de westzijde en de Frieslandlaan aan de zuidzijde. Het bouwblok is opgezet als randbebouwing rondom een collectief binnenhof en vormt samen met Blok 1 een samenhangend stedenbouwkundig geheel. • De bebouwing bestaat uit galerijflats met overwegend vijf woonlagen, al dan niet met kap. Het meest zuidelijke gebouw telt zes woonlagen met kap en vormt samen met Blok 1 een ensemble. • De gebouwen zijn op de verdiepingen onderling verbonden door galerijbruggen, die tevens een poortfunctie vervullen naar het collectieve binnenhof. Het programma bestaat volledig uit sociale woningbouw, met twee- tot • vierkamerwoningen. In de plint worden woningen gerealiseerd met een actieve relatie met zowel de openbare ruimte als het collectieve binnenhof. Afhankelijk van de situering betreft dit tweelaagse maisonettewoningen of éénlaagse appartementen. De woningen op de begane grond beschikken over privé vooren/of achtertuinen, georiënteerd op de straat of op het binnenhof. • In het noordwestelijke gebouw, grenzend aan het Waddenpark, wordt een maatschappelijke voorziening gerealiseerd in de vorm van een buurtkamer. De buurtkamer is goed zichtbaar en herkenbaar als sociale voorziening.

De bebouwing aan de openbare ruimte krijgt een formele, stedelijke uitstraling, • met galerijen die binnen de schil van het bouwvolume zijn opgenomen en duidelijk georiënteerde voordeuren en hoofdentrees. Aan de openbare zijde vormen balkons een integraal onderdeel van de architectuur, terwijl de gevels aan het binnenhof een meer informele en levendige uitstraling hebben. • Het collectieve binnenhof vormt het ruimtelijke hart van het bouwblok. Het hof is toegankelijk via drie architectonisch vormgegeven toegangspoorten, gekoppeld aan publieke doorgangsroutes door het bouwblok, die afsluitbaar kunnen zijn. De privétuinen van de beganegrondwoningen grenzen direct aan het • binnenhof. De overgangen tussen privétuin en binnenhof bieden privacy, maar mogen geen gesloten beeld vormen. Interactie tussen privétuinen en binnenhof blijft transparant.

Stedenbouwkundig Plan

57

Vogelvluchtperspectief van Blok 1 en 2.

58

Gemeente Haarlem

•

• •

•

Binnen Blok 2 worden twee parkeerkoffers gerealiseerd, gesitueerd aan de noord- en zuidzijde van het bouwblok. De parkeervoorzieningen worden aan de zijde van de openbare ruimte aan het zicht onttrokken door tuinmuren. Hoofdentrees en fietsenstallingen worden nabij de toegangspoorten gesitueerd om deze plekken te activeren en de sociale veiligheid te bevorderen. Binnen blok 2 worden twee transformatorruimten gerealiseerd: één in het zuidoostelijke deel, geïntegreerd in een losstaand vluchtrappenhuis en een tuinmuur bij de parkeerkoffers, en één aan de noordwestelijke zijde, op het uiteinde van de parkeerkoffer, eveneens geïntegreerd in een tuinmuur. Vluchtrappenhuizen worden aan de openbare ruimte binnen de bebouwingsschil opgelost; buiten de bebouwingsschil zijn zij daar alleen toegestaan als zelfstandig architectonisch element van hoge architectonische kwaliteit. Binnen het collectieve hof mogen vluchtrappenhuizen buiten de bebouwingsschil worden geplaatst, mits onderdeel van de architectuur van de galerijen.

Principedoorsnede Blok 2, Parkzijde

Principedoorsnede Blok 1

Principedoorsnede Blok 2, zijde Frieslandlaan

Stedenbouwkundig Plan

59

5.

Kinderopvang

P

HoReCa

Principedoorsnede Blok 3a, Parkzijde

3a.

4.

tuinen

tuinen

bestaande bergingen

bestaande gezinswoningen

Gemeente Haarlem

achterpad

Principeplattegrond begane grond van Blok 3a, 3b, 4 en 5.

3b.

wonen

tuinen wonen

60

wonen

P

achterpad

tuinen

wonen

binnenhof

wonen

wonen

tuinen

tuinen

wonen

wonen

1. wonen

Voor de legenda zie pagina 56

5.2

Fase 2

Blok 3a en 3b – Spelregels • Blok 3a bestaat uit veertien vierlaagse stadswoningen, georiënteerd op het Waddenpark, en blok 3b uit negen drielaagse grondgebonden gezinswoningen, georiënteerd op de Waddenstraat; samen met de bestaande gezinswoningen vormen zij één samenhangend wooncluster. • Beide bouwblokken worden uitgevoerd met een lessenaarskap, waarbij de hoge zijde van de kap is georiënteerd op de openbare ruimte. Blok 3a en blok 3b vormen samen één herkenbare architectonische familie, passend bij de schaal en korrel van de bestaande gezinswoningen. De woningen in blok 3a hebben een woonprogramma over meerdere • lagen, met op de begane grond woonruimten (zoals werkruimte of keuken) georiënteerd op het park aan de noordzijde en aan de zuidzijde bergingen en privéparkeerplaatsen binnen de collectieve parkeervoorziening. Op de verdiepingen beschikken de woningen in blok 3a over op het zuiden • georiënteerde dakterrassen boven de parkeervoorziening, die zich over de volledige lengte van het bouwblok en geheel of gedeeltelijk over de breedte van de parkeervoorziening uitstrekken. • In blok 3b beschikken de woningen over een voor- en achtertuin; bergingen zijn gesitueerd in de achtertuinen en ontsloten via een gezamenlijk achterpad met de bestaande gezinswoningen. De laatste tuinen van het rijtje worden aan de lange zijde afgeschermd met een tuinmuur.

• De voordeuren van de woningen zijn georiënteerd op de openbare ruimte; de hoekwoningen van blok 3a hebben een entree in de kopgevel. • Voortuinen en stoepen vormen de overgang tussen openbaar en privé en worden ingericht conform de uitgangspunten van de spelregelkaart. Ten zuiden van blok 3a wordt een compacte parkeervoorziening gerealiseerd • met haaks parkeren langs een oost-west georiënteerde rijbaan, bestemd voor de aangrenzende stadswoningen en de gezinswoningen van blok 3b, met resterende capaciteit voor de buurt. • De parkeervoorziening wordt volledig omkaderd door een tuinmuur met een minimale hoogte van 2,0 meter, afsluitbaar met een hoogwaardig hekwerk (speedgate), waarin een transformatorruimte wordt geïntegreerd.

Blok 4 – Spelregels Blok 4 is gesitueerd in het middendeel van het plangebied en wordt omsloten • door de Waddenstraat aan de oost- en zuidzijde, de Zuiderzeelaan aan de westzijde en het Waddenpark aan de noordzijde. Het bouwblok is opgezet als randbebouwing rondom een collectief binnenhof. De bebouwing bestaat uit appartementengebouwen met een bouwhoogte • van vier tot vijf woonlagen, met of zonder kap. De gekozen bouwhoogten en rooilijnen zijn een direct gevolg van de stedenbouwkundige opzet en dragen bij aan het vormen van duidelijke straatwanden langs de openbare ruimte. • Het programma bestaat volledig uit sociale woningbouw, uitgevoerd in de vorm van galerijflats. In de plint worden woningen gerealiseerd met een actieve relatie met de openbare ruimte en het collectieve binnenhof. Afhankelijk van de situering betreft dit tweelaagse maisonettewoningen of éénlaagse appartementen. • De bebouwing aan de zijde van de openbare ruimte krijgt een formelere en stedelijkere uitstraling dan de gevels aan de binnenzijde van het bouwblok. Galerijen aan de straatzijde worden zoveel mogelijk binnen de gebouwschil opgenomen. Galerijen mogen op de verdiepingen onderling worden verbonden door bruggen. • Het collectieve binnenhof vormt het ruimtelijke hart van het bouwblok en is gericht op verblijf, ontmoeting en sociale interactie.

Het binnenhof is toegankelijk via twee architectonisch vormgegeven toegangspoorten, die afsluitbaar kunnen zijn. • Binnen het bouwblok wordt één parkeerkoffer gerealiseerd, gesitueerd aan de zuidwestzijde. De parkeervoorziening wordt aan de zijde van de openbare ruimte aan het zicht onttrokken door tuinmuren. • Hoofdentrees en fietsenstallingen worden gesitueerd nabij de toegangspoorten tot het binnenhof, zodat deze plekken worden geactiveerd en de sociale veiligheid wordt bevorderd. In blok 3a wordt in de zuidwestelijke hoek van de parkeervoorziening een • transformatorruimte gerealiseerd, geïntegreerd in de tuinmuur die rondom de parkeervoorziening loopt.

Stedenbouwkundig Plan

61

Vogelvluchtperspectief van Blok 3a, 3b, 4 en 5.

62

Gemeente Haarlem

Blok 5 – Spelregels Blok 5 is gesitueerd op de hoek van de Zuiderzeelaan en de Europaweg en • vormt een stedenbouwkundig hoogteaccent en markeert de entree van de Waddenbuurt. Het gebouw fungeert als herkenbaar oriëntatiepunt en visitekaartje van de wijk. De maximale bouwhoogte bedraagt zeven woonlagen. Het gebouw is • vrijstaand, maar maakt onderdeel uit van het totale stedenbouwkundige ensemble langs de Europawegzone. In het geval van houtbouw mag een afwijking van maximaal 10% worden toegepast ten opzichte van de hoogtes zoals opgenomen in de tabel op pagina 19. • Het woonprogramma bestaat uit sociale woningbouw. In de plint wordt daghoreca mogelijk gemaakt, georiënteerd op het • Waddenpark. Daarnaast wordt onderzocht of een maatschappelijke voorziening in de vorm van een kinderdagopvang kan worden gerealiseerd, gedeeltelijk in de plint en gedeeltelijk op de eerste verdieping. • Indien wordt gekozen voor houtbouw, sluit de architectonische uitwerking aan bij het grotere geheel van de nieuwe ontwikkeling van de Waddenbuurt en wijkt deze in kleur, gevelmateriaalgebruik en vormgeving niet wezenlijk af van de overige nieuwe bebouwing binnen het plangebied. Tegelijkertijd is er ruimte om het houtbouwkarakter op subtiele wijze zichtbaar te maken, in relatie tot een herinterpretatie van de naoorlogse architectuur.

• Het terras van de daghoreca en de buitenruimte ten behoeve van de kinderdagopvang sluiten aan op de landschappelijke inrichting van het Waddenpark en de uitgangspunten van de overgangszones. • Het gebouw heeft een alzijdig karakter en vraagt om een zorgvuldige uitwerking van de relatie tussen plint en openbare ruimte, met rondom duidelijke overgangszones: aan de zuidzijde een horecaterras aansluitend op het Waddenpark, aan de westzijde een buitenruimte voor de kinderdagopvang, aan de noordzijde een duidelijke entree voor de kinderdagopvang aan de Europaweg en aan de oostzijde een beperktere, meer functionele overgangszone met onder meer de ontsluiting van de fietsenstalling en de hoofdentree van de woonfuncties, waarbij wordt ingezet op een actieve en levendige plint, eventueel aangevuld met een entree voor de horeca.

• • •

Geluid vormt een aandachtspunt bij de verdere uitwerking (zie hoofdstuk Geluid). Het gebouw krijgt een representatieve uitstraling passend bij de prominente ligging aan de Europaweg en de Zuiderzeelaan. Het parkeren ten behoeve van Blok 5 wordt opgelost in combinatie met het bestaande parkeerterrein van de Ymere-flats ten oosten van het bouwblok. Dit parkeerterrein wordt vergroot en landschappelijk ingepast als onderdeel van de herinrichting van de openbare ruimte.

Principedoorsnede Blok 4

Stedenbouwkundig Plan

63

7.

min. 10 m

wonen

Ruimte voor werk

Circa 80 pp

min. 9 m

min. 14 m

wonen Strook toevoegen aan perceel

Voorpleintje + Trap Eén landschappelijke opgave

Bestaande bomen

Gemeente Haarlem

1.

wonen

wonen

tuinen

tuinen binnenhof

P

tuinen

wonen

wonen

64

tuinen

wonen

Principeplattegrond begane grond van Blok 6a, 6b en 7.

6a.

6b.

5.3

Fase 3

Blok 6a – Spelregels • Blok 6a is gesitueerd in het westelijke deel van het plangebied en vormt samen met de bestaande grondgebonden woningen een samenhangend wooncluster. Het bouwblok sluit in verkaveling, schaal en oriëntatie aan op de bestaande gezinswoningen. • Blok 6a bestaat uit tien grondgebonden gezinswoningen van drie woonlagen met een lessenaarskap. De architectonische uitwerking sluit aan bij die van Blok 3b, waardoor een herkenbare architectonische familie ontstaat binnen de grondgebonden woningtypen. De woningen beschikken over een voortuin aan de westzijde en een achtertuin • aan de oostzijde. De voortuinen vormen de overgangszone tussen het openbare woonpad en de woningen. • De voordeuren van de woningen zijn georiënteerd op het openbare woonpad aan de westzijde. De entrees van de kopwoningen zijn gesitueerd in de kopgevels. • Aan de achterzijde van de woningen, tussen de bestaande en nieuwe percelen, wordt een parkeervoorziening gerealiseerd. Deze parkeervoorziening bestaat uit een rijbaan die wordt ontsloten via de Amelandstraat, met aan de westzijde haaks parkeren. • De laatste tuinen van het rijtje worden aan de lange zijde afgeschermd met een tuinmuur.

Aan de zijde van het park wordt deze tuinmuur ter plaatse van de bestaande gezinswoningen doorgetrokken in combinatie met een vergroting van de tuinen, waardoor een meer passende en rustige rand ontstaat richting het Waddenpark.

Legenda: Centrale entree appartementen

Positie toegang tot parkeervoorziening

Entree individuele woningen

Erfscheidingshek

Entree Fietsenstalling Centrale hal / trap- lifthuis Vluchttrappenhuis binnen collectieve hof Vluchttrappenhuis aan openbare ruimte, bijzonder architectonisch element Trafo

P

Tuinmuur

Buurtkamer

Haag Publieke landschappelijke trap

Kinderdagopvang (optie)

Ruimte voor werk Fietsenstalling

Parkeerkoffer Geheel of gedeeltelijk gebouw parkeren

Dag Horeca

Woonprogramma Indicatieve route door bouwblok

Stedenbouwkundig Plan

65

Principedoorsnede Blok 6a en 6b

66

Gemeente Haarlem

Blok 6b – Spelregels Blok 6b is gesitueerd ten westen van Blok 6a en vormt daarmee één • samenhangend geheel. • Het bouwblok is opgezet als randbebouwing rondom een collectief binnenhof. Het binnenhof is aan de oostzijde open en georiënteerd op het woonpad langs de gezinswoningen van Blok 6a. • De bebouwing bestaat uit een appartementengebouw van vier tot vijf woonlagen, uitgevoerd met een plat dak of kap. • Het programma bestaat volledig uit sociale woningbouw, uitgevoerd in de vorm van galerijflats. In de plint worden woningen gerealiseerd met een actieve relatie met de openbare ruimte en het collectieve binnenhof. Afhankelijk van de situering betreft dit tweelaagse maisonettewoningen of éénlaagse appartementen. • De bebouwing aan de zijde van de openbare ruimte krijgt een formelere en stedelijkere uitstraling dan de gevels aan de binnenzijde van het bouwblok. Galerijen aan de straatzijde worden zoveel mogelijk binnen de gebouwschil opgenomen. Galerijen mogen op de verdiepingen onderling worden verbonden door bruggen. • Het collectieve binnenhof vormt het ruimtelijke hart van het bouwblok en is gericht op verblijf, ontmoeting en sociale interactie. Het binnenhof is toegankelijk via het openbare woonpad tussen Blok 6a en Blok 6b.

De open zijde van het hof is aan deze zijde afsluitbaar met een landschappelijk ingepast hek of poort, gecombineerd met een haag, waarbij het zicht op het binnenhof vanuit de aangrenzende woningen van Blok 6a open en transparant blijft. • Binnen het bouwblok wordt één parkeerkoffer gerealiseerd, gesitueerd aan de zuidwestzijde. Deze parkeervoorziening wordt ontsloten via de Amelandstraat en aan de zijde van de openbare ruimte aan het zicht onttrokken door middel van tuinmuren. Hoofdentrees en fietsenstallingen worden gesitueerd nabij de toegang tot het • binnenhof, zodat deze plekken worden geactiveerd en de sociale veiligheid wordt bevorderd.

Stedenbouwkundig Plan

67

68

Gemeente Haarlem

•

min. 10 m

Europaweg

galerij

balkons

tuinen galerij

Terschellingpad

•

Zwemmerslaan

•

overgang tussen het Waddenpark en de daktuin. Langs de zuidzijde, parallel aan het Waddenpark, wordt een appartementengebouw gerealiseerd. In de plint worden maisonettewoningen gerealiseerd die gedeeltelijk de parkeergarage overkluizen. De woningen beschikken over voortuinen die aansluiten op het pad richting de Zwemmerslaan. Dit pad vormt een belangrijke langzaamverkeersverbinding tussen het ontwikkelgebied Cajanus aan de Zwemmerslaan en de Waddenbuurt. Naast het woonprogramma wordt ruimte geboden voor een ‘Ruimte voor Werk’-voorziening, zoals een fysiotherapiepraktijk of makelaarskantoor, met een oppervlakte van circa 100 m² tot maximaal 200 m². De toegang kan worden gekoppeld aan de centrale entree van de woontoren. Vergroting van het oppervlak door situering over twee bouwlagen is mogelijk. Nabij het bouwperceel bevindt zich een bestaande transformatorruimte. Deze wordt verplaatst en geïntegreerd in blok 7, in het (noord)oostelijke deel van het bouwblok.

Binnentuin

tuinen

min. 9 m

min. 14 m

tuinen galerij

balkons

Principeplattegrond 1e verdieping van Blok 7.

wonen

Blok 7 – Spelregels Blok 7 markeert de entree van Schalkwijk langs de Europaweg en de • Zwemmerslaan. Het bouwblok maakt onderdeel uit van het ensemble van de Europawegzone en heeft een uitgesproken stedelijk karakter. Het bouwblok bestaat uit een parkeergarage op maaiveld met circa 80 • parkeerplaatsen. De parkeergarage is bestemd voor bewoners, bezoekers en werknemers/bezoekers van de maatschappelijke voorziening. Boven de parkeergarage wordt een collectieve daktuin gerealiseerd. Het woningprogramma in Blok 7 bestaat uit middensegment woningen, laag en • hoog segment. • De parkeergarage wordt omsloten door appartementengebouwen. In de noordwestelijke hoek wordt een slanke toren gerealiseerd van dertien woonlagen met kap. De toren heeft een ranke uitstraling en fungeert als landmark bij de entree van de wijk. Uitgangspunt voor de toren is een vier-spanner met vier woningen per laag • en één centrale ontsluitingskern. Afwijking naar een groter aantal woningen per verdieping (bijvoorbeeld vijf of zes) is mogelijk, mits het ontsluitings- en organisatieprincipe van één kern en de ranke uitstraling behouden blijft. Buitenruimten worden uitgevoerd als loggia’s binnen de bebouwingsschil. De centrale entree van de toren wordt gesitueerd nabij de hoek van de • Zwemmerslaan en de Europaweg.

Bij de positionering en uitwerking van de entree(s) wordt rekening gehouden met mogelijke windhinder. Daarbij wordt aangesloten bij de uitkomsten van het windonderzoek dat is uitgevoerd in het kader van het omgevingsplan. In de noordoostelijke hoek van het bouwblok wordt een haakvormig • appartementengebouw van vier woonlagen gerealiseerd. Dit gebouw vormt een duidelijke beëindiging van het Waddenpark (‘stop op de fles’). De centrale entree is gesitueerd aan het Terschellingpad. Aan de oostzijde van de haak worden maisonettewoningen gerealiseerd in de eerste twee bouwlagen, deels gesitueerd boven een fietsenstalling. Woningentrees en woonruimtes dragen bij aan de levendigheid en sociale veiligheid van het Terschellingpad. • In de zuidoostelijke hoek wordt een landschappelijke trap gerealiseerd die toegang geeft tot de collectieve daktuin. Het voorplein, bestaande bomen en de landschappelijke trap vormen samen één landschappelijke opgave als

Stedenbouwkundig Plan

69

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16788219/1