02 Bijllage 1 Stedenbouwkundig plan Waddenbuurt
Tekst van het document
CONCEPT
Stedenbouwkundig Plan Waddenbuurt datum maart 2026 Afdeling Omgevingsbeleid
Colofon Dit Stedenbouwkundig Plan is opgesteld door de gemeente Haarlem. Ontwerpteam gemeente Haarlem: Teake Bouma, stedenbouwkundige Procesmanagers gemeente Haarlem: Karin de Visser In samenwerking met vakdisciplines gemeente Haarlem: landschap, planeconomie, verkeer, ecologie, water en klimaat, wonen, planologie, duurzaamheid, civiele techniek. In samenwerking met Pré Wonen: M3H ARCHITECTEN Machiel Spaan Tobias Bader BUREAU B+B Hannah Schubert Mark Vergeer Procesmanagers Pré Wonen: Micha Alornyo Marcel Buis
2
Gemeente Haarlem
Inhoudsopgave 1
Inleiding
2
Opgave & Ambitie
2.1 2.2 2.3
Locatie en context Wat eraan vooraf ging Stedenbouwkundig Plan; doel en resultaat
3
Ontwerp stedenbouwkundig plan
3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8 3.9 3.10
Stedenbouwkundige uitgangspunten Spelregelkaart Programma: Wonen Programma: Sociale voorzieningen Massa en bouwhoogte Bouwblok en gebouwtypologie Mobiliteit en parkeren Energie- en nutsvoorzieningen Geluid Participatie
4
Inrichting bouwpercelen
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9
Relatie bouwpercelen en de openbare ruimte Overgangszones Toegangspoorten, tuinmuren en toegangstrap Parkeervoorziening auto’s Fietsenstalling Paden en verblijfsplekken Groeninrichting binnenhoven Ecologie en natuurinclusief bouwen Waterberging
5 7 7 7 7
5
Fasering
5.1 5.2 5.3
Fase 1 Fase 2 Fase 3
55 57 61 65
9 9 13 15 17 19 21 23 25 27 29 31 31 33 39 43 47 49 50 51 53
Stedenbouwkundig Plan
3
Overzichtskaart van de te ontwikkelen bouwpercelen 4
Gemeente Haarlem
1
Inleiding
Aanleiding en opgave In Molenwijk Noord – Waddenbuurt gaat Pré Wonen 11 verouderde woningbouwblokken met portiekflats slopen en vervangen door nieuwe (sociale huur en markt) woningen. Dit biedt samen met de ontwikkeling van de Grafische School locatie (Terschellingpad 2) ruimte voor herstructurering van Molenwijk Noord. Het doel van de herstructurering is het verbeteren van de buurt door het woningaanbod en de inrichting van de openbare ruimte beter te laten aansluiten op de huidige en toekomstige behoeften. Hiervoor wordt in de Waddenbuurt ingezet op: • het uitbreiden van de woningvoorraad met 254 woningen tot een totaal van 518; • meer differentiatie in woningtypen en segmenten; het verbeteren van de opzet van de bebouwing en de inrichting van de • buitenruimte; het verbeteren van de leefbaarheid en leefkwaliteit door het toevoegen van • o.a. een nieuw centraal park; • het toekomstbestendig maken van de woningen en de openbare ruimte (bovenen ondergronds). Eerder besluiten Eerder is ten behoeve van deze ontwikkeling de ontwikkelvisie Molenwijk noord (juni 2022) vastgesteld. Hierin is naast de visie voor de ontwikkeling ook de ambitie benoemd, de hoofd-gedachten van waaruit de ontwikkeling uitgewerkt kan worden. Op basis van deze ontwikkelvisie is het Programma van Eisen voor de Leefomgeving (PvEL) vastgesteld (juni 2025).
Deze geeft gedetailleerd aan wat aan randvoorwaarden, eisen en wensen gelden voor een ontwikkeling ten aanzien van bebouwing en landschap.
uitgangspunten worden verwerkt in het Inrichtingsplan Openbare ruimte. En tenslotte worden de welstandelijke uitgangspunten voor toetsing vastgelegd in het Beeldkwaliteitsplan. Leeswijzer Dit Stedenbouwkundig Plan moet altijd worden gelezen in samenhang met het Programma van Eisen voor de Leefomgeving (PvEL). Het PvEL vormt het uitgebreide kader voor de ontwikkeling van het gebied en bevat veel stedenbouwkundige uitgangspunten. Dit Stedenbouwkundig Plan specificeert en concretiseert waar nodig deze uitgangspunten en vertaalt ze naar de concrete planopzet, zoals de positionering van gebouwen, de configuratie van de bouwvolumes en de onderlinge relaties tussen de verschillende bouwvelden. Het SP en het PvEL vullen elkaar aan, waarbij het PvEL het bredere referentiekader vormt. Bij eventuele tegenstrijdigheden prevaleren de uitgangspunten zoals beschreven in dit Stedenbouwkundig Plan. Daarnaast doet het Stedenbouwkundig Plan uitspraken over de inrichting van de binnenterreinen bij de grotere bouwpercelen. Naast dit Stedenbouwkundig Plan is een Beeldkwaliteitsplan opgesteld. Dit plan gaat dieper in op beeldkwalitatieve aspecten, zoals materiaalgebruik, detaillering en gevelvormgeving.
Waar het Stedenbouwkundig Plan de ruimtelijke structuur en stedenbouwkundige uitgangspunten verbeeldt, geeft het Beeldkwaliteitsplan handvatten om de architectonische kwaliteit en de samenhang van het gebied te waarborgen. Het Stedenbouwkundig Plan is bewust compact en overzichtelijk gehouden, met de nadruk op de verbeelding van de stedenbouwkundige keuzes. Samen met het PvEL en het Beeldkwaliteitsplan vormt het een integraal kader voor de ontwikkeling van het gebied, waarin zowel functionele als kwalitatieve aspecten zijn geborgd.
Stedenbouwkundig plan Dit Stedenbouwkundig Plan (SP) is een nadere uitwerking van het PvEL. Het verwoord hoe de randvoorwaarden, eisen en wensen in het project vertaald moeten worden. Tevens wordt het programma voor zowel de bebouwing als het landschap concreter vastgelegd. En daarmee vormt het stedenbouwkundig plan de basis voor het Omgevingplan waar de uitgangspunten voor de bebouwing planologisch worden geborgd. De landschappelijke Stedenbouwkundig Plan
5
• • •
• • •
Bestaand karakter behouden: herinterpretatie van naoorlogse stedenbouw. Gebalanceerde verdichting met mix van sociale huur, middenhuur en betaalbare koop. Buurtgerichte voorzieningen, werkplekken en kleinschalige horeca.
Bestaande boomstructuren behouden en versterken. Prettige verblijfsplekken met hoge ecologische waarde. Openbare ruimte stimuleert bewegen en biedt goede verbindingen met omliggende gebieden.
• • •
• • •
Openbare ruimte en heldere routes stimuleren spontane ontmoetingen. Functies in de plint zorgen voor levendigheid. Mix van woningtypen vergroot sociale diversiteit.
• •
Nieuwe bebouwing met duurzame energievoorzieningen. Ruimte reserveren voor transformatie energienetwerk (openbaar en privaat). Bestaande bebouwing kan ook aansluiten.
• •
Het stedenbouwkundig plan Waddenbuurt in relatie tot de Omgevingsvisie Haarlem 2045 6
Gemeente Haarlem
•
•
Robuuste openbare ruimte met veel groen. Voldoende ruimte voor wateropvang bij hevige regenval. Schaduwrijke plekken bij hittegolven.
Parkeren uit zicht van openbare ruimte. Uitgebreid en versterkt voet- en fietspadennetwerk. Vergrote doorwaadbaar stimuleert lopen en fietsen boven autogebruik.
2
Opgave & Ambitie
2.1
Locatie en context
De Waddenbuurt ligt in het noordoostelijk deel van Molenwijk, in stadsdeel Schalkwijk (Haarlem), en wordt begrensd door de Europaweg, Zwemmerslaan, Groningenlaan en Frieslandlaan. Het betreft een naoorlogse woonwijk uit de jaren ’60 met een rechtlijnige opzet en overwegend sociale portiekflats. De buurt maakt deel uit van de grootschalige vernieuwing van Schalkwijk, waarin het centrumgebied, de openbare ruimte en meerdere woonbuurten worden herontwikkeld. De ligging aan de Groene Zoom en nabij de Europaweg met OV-verbindingen, evenals de nabijheid van het vernieuwde Centrum Schalkwijk, bieden kansen voor betere ruimtelijke, ecologische en sociale verbindingen. De omgeving bestaat uit vergelijkbare woonwijken met sociale en middeldure woningbouw. Binnen deze context biedt de herstructurering van de Waddenbuurt kansen voor verdichting, vergroening, functiemenging en het versterken van de samenhang binnen Schalkwijk als geheel.
2.2
Wat eraan vooraf ging
Ontwikkelvisie Molenwijk-Noord De Ontwikkelvisie Molenwijk-Noord schetst een toekomstbeeld van een groene, diverse en sociaal verbonden wijk, met nadruk op duurzaamheid, ontmoeting en betekenisvol groen. Aanleiding zijn de sloop van elf verouderde portiekflats (264 woningen) en de herontwikkeling van de voormalige Grafische School. Centraal staat het Waddenpark: een langgerekte groenstructuur die buurten verbindt en ruimte biedt voor waterberging, ecologie, recreatie en verblijf. Rond het park ontstaat een bouwblokkenstructuur met variatie in bouwhoogtes: hogere bebouwing langs de Europaweg, middelhoge bouwblokken in de middenzone en kleinere ensembles richting bestaande buurten; plinten worden geactiveerd en de openbare ruimte krijgt een belangrijke rol in ontmoeting en gebruik. De visie speelt in op sociaaleconomische opgaven zoals vergrijzing en eenzijdig woningaanbod door in te zetten op een gedifferentieerd woningprogramma, gecombineerd met voorzieningen, mobiliteitstransitie en aantrekkelijke verblijfsplekken, en vormt het kader voor verdere uitwerking in stedenbouwkundige plannen en beeldkwaliteit.
Programma van Eisen van de Leefomgeving (PvEL) Het Programma van Eisen van de Leefomgeving (PvEL) werkt de Ontwikkelvisie MolenwijkNoord uit en vormt het inhoudelijke en ruimtelijke kader voor de herontwikkeling van de Waddenbuurt. Het PvEL concretiseert de uitgangspunten uit de Ontwikkelvisie in een stedenbouwkundige opzet rond het Waddenpark als verbindende groenstructuur, met aflopende bouwhoogtes richting bestaande buurten en heldere ruimtelijke principes.
Drie kernambities staan centraal: • Herinterpretatie van de naoorlogse stedenbouw: voortbouwen op bestaande verkavelingsprincipes met nadruk op levendige plinten, duidelijke voor- en achterzijden en collectieve binnentuinen. • Robuust en verbonden groen: behoud en versterking van boomstructuren, met het nieuwe Waddenpark als ruggengraat voor klimaatadaptatie, biodiversiteit en verblijfskwaliteit. • Versterking van gemeenschapszin: een openbare ruimte die ontmoeting stimuleert, met levendige plinten en een mix van woningtypen voor sociale diversiteit. Het woningprogramma omvat sociaal, middensegment en vrije sector woningen, aangevuld met buurtgerichte voorzieningen en werkfuncties. Parkeren wordt zoveel mogelijk uit het zicht opgelost en duurzaamheid krijgt vorm via natuurinclusief bouwen, groene daken, circulaire materialen, energie en waterinfiltratie. Samen met de spelregelkaart, de proefverkaveling en het schetsontwerp voor de openbare ruimte vormt het PvEL de basis voor de verdere uitwerking in het Stedenbouwkundig Plan, het Beeldkwaliteitsplan en het Inrichtingsplan Openbare Ruimte.
2.3
Stedenbouwkundig Plan; doel en resultaat
Het Stedenbouwkundig Plan (SP) vertaalt de uitgangspunten en ambities uit het Programma van Eisen van de Leefomgeving (PvEL) naar een samenhangend ruimtelijk raamwerk voor bebouwing met binnenhoven binnen de bouwpercelen en vormt daarmee het toetsingskader voor verdere uitwerkingen.
Stedenbouwkundig Plan
7
Overzichtskaart: De bebouwing vormt een begeleidend kader voor de openbare ruimte 8
Gemeente Haarlem
3
Ontwerp stedenbouwkundig plan
3.1
Stedenbouwkundige uitgangspunten
Het Stedenbouwkundig Plan voor de Waddenbuurt concretiseert de uitgangspunten uit het PvEL in vastgelegde ruimtelijke principes en randvoorwaarden voor bebouwing, verkaveling en de inrichting van binnenhoven en collectieve terreinen. Daarmee stuurt het plan op samenhang, leefkwaliteit en identiteit, en fungeert het als toetsingskader voor architectonische en landschappelijke uitwerkingen. Begeleiding van de openbare ruimte De bebouwing begeleidt en definieert de openbare ruimte. • Langs hoofdstructuren zoals de centrale parkzone ontstaat een heldere, continue bebouwingswand. • Aan het centrale park (Waddenpark) krijgt de bebouwingswand een representatief karakter. De parkwand bestaat uit afwisselende gebouwkoppen en langgerekte bouwdelen (strekken) langs het park, die gezamenlijk de volledige parkzone begrenzen en als één samenhangende compositie worden ontworpen.Alle gebouwen krijgen een actieve plint met entrees, transparantie, voorzieningen en woonfuncties die bijdragen aan levendigheid, sociale veiligheid en interactie met de openbare ruimte. • De bouwvolumes reageren op de maat en schaal van de openbare buitenruimte.
Binnen- en buitenwereld • Tussen de openbare buitenwereld en de collectieve binnenwereld van de hoven ontstaat een duidelijk onderscheid. • De buitenzijde kent een stedelijk, representatief karakter; de binnenzijde van het bouwblok is collectiever en informeler vormgegeven, in architectuur en buiteninrichting. • Overgangen worden versterkt door materiaalkeuze, entrees, poorten en beplanting. • Doorgangen door de bouwpercelen verbinden binnenhoven met het publieke domein en maken deel uit van het netwerk van openbare routes. Woonprogramma en differentiatie • Het woonprogramma wordt evenwichtig verdeeld over het plangebied. • Sociale huur-, middensegment- en marktwoningen worden in afzonderlijke bouwpercelen gerealiseerd, met een eigen identiteit maar vergelijkbare ruimtelijke kwaliteit. • In de plintzones aan het park, Zwemmerslaan en Europaweg-Zuiderzeelaan komen buurtgerichte functies zoals een buurtkamer, ‘ruimte voor werk’ of kleinschalige voorzieningen. • In de collectieve hoven ligt de nadruk op ontmoeting, kindvriendelijkheid en gemeenschapszin.
Heldere configuratie en samenhang • De nieuwe bouwblokken vormen samen een samenhangend geheel dat zorgvuldig aansluit op de te behouden bebouwing. • Overgangen tussen bestaand en nieuw worden subtiel vormgegeven door middel van hoogteopbouw, geleding en materiaalovergangen. De configuratie van de bebouwing binnen de bouwvelden zorgt voor duidelijke • grenzen tussen publiek, collectief en privé. • De schaal van de bebouwing sluit aan bij de bestaande korrel van de Waddenbuurt, maar is meer gedifferentieerd in hoogte en oriëntatie.
Stedenbouwkundig Plan
9
Overzichtskaart: De bebouwing omsluit de binnenhoven, met een directe relatie tussen wonen en binnenhof en een duidelijke verbinding tussen binnenhof en openbare ruimte
10
Gemeente Haarlem
Herinterpretatie van de naoorlogse stedenbouw Het plan bouwt voort op de kwaliteiten van de oorspronkelijke Molenwijk, maar geeft hieraan een eigentijdse invulling: • Het verschil tussen openbaar, collectief en privé wordt duidelijker gemaakt door heldere eigendomsgrenzen. • De gebouwtypologie sluit aan bij herkenbare naoorlogse typologieën, zoals galerijflats, met behoud van maat en schaal. In het Stedenbouwkundig Plan worden deze typologieën echter vrijer ingezet: galerijen en balkons worden situationeel georiënteerd in plaats van uitsluitend op zonligging, waardoor een gevarieerder en minder repetitief straatbeeld ontstaat. • De connectie tussen plint en buitenruimte wordt sterker: functies op de begane grond dragen actief bij aan levendigheid en veiligheid. De architectonische en stedenbouwkundige expressie blijft geworteld in de • seriematige logica van de naoorlogse wijk, maar biedt ruimte voor differentiatie en bijzondere accenten bij markante hoeken en entrees. • De buitenruimte en aangrenzende bebouwing worden in samenhang ontworpen: gebruik, karakter en beleving van de straat sluiten aan op de functies van de gebouwen. Leefkwaliteit en identiteit Het Stedenbouwkundig Plan stuurt op menselijke maat, sociale veiligheid, ecologische kwaliteit en ontmoeting.
Hiermee vormt de wijk een eigentijdse voortzetting van de Schalkwijkse karakteristiek: groene, collectieve woonomgevingen met ruimte voor ontmoeting, rust en identiteit.
Stedenbouwkundig Plan
11
min. 10 m
5. 4-L
13-L
7.
7-L
min. 9 m
min. 14 m
4-L
min. 8 m
5-L
O P E N B A R E
6b.
5-L
min. 18,5 %
4.
4-L
5-L
3a.
5-L
2.
6a. min. 13,5 %
5-L
3-L
4-L
4-L
3b.
5-L
5-L
3-L
min. 8 m
max. 15 m
min. 8 m
min. 20 %
min. 8 m
max. 15 m
R U I M T E
4-L
min. 8 m
min. 8 m
min. 8 m
1.
5-L
5-L
6-L
6-L
LEGENDA
1.
Bouwperceel + nummer
Min. percentage groen binnen bouwvlak
Rooilijn, hard min. 80% bebouwd
Parkeervoorziening
Sociale woningen Marktwoningen Middensegment woningen Kleinschalige Horeca
Rooilijn, flexibel Indicatieve positie publieke doorgang tussen gebouwen
Gemeente Haarlem
Overgangszone, Type 2
Indicatieve positie toegang tot parkeervoorziening
Overgangszone, Type 4
Overgangszone, Type 3
Principe verkaveling
Indicatieve positie publieke doorgang (+ route)
Oriëntatie
Overgangszone, Type 5 Indicatieve positie haag rondom parkeervoorziening
Overgangszone, Type 6
Uitbouw mogelijkheid (bv erker)
Tuinmuur
4-L
Aantal lagen + platdak
Buurtkamer (indicatieve positie)
Hekwerk / Poort (positie indicatief)
4-L
Aantal lagen + zadeldak
Daktuin
'Ruimte voor Werk'
Bijgebouw
4-L
Aantal lagen + lessenaarsdak (hoge zijde aan openbare ruimte)
Publiek trap
De spelregelkaart is in dit document op klein formaat opgenomen; een grotere, beter leesbare afdruk is los bijgevoegd. 12
Parkeren compact en (gedeeltelijk) overdekt
Kinderdagopvang (indicatief opgenomen)
Richtingevende positie Trafo Overgangszone, Type 1
Bouwlagen in hoogte meters: 13 7 6 5 4 3
lagen = lagen = lagen = lagen = lagen = lagen =
40,0 m 22,5 m 19,5 m 16,5 m 13,5 m 10,5 m
Lessenaarsdak: 4L = max. goothoogte 9 m 3L = max. goothoogte 6 m Dakhelling hellende daken 25 - 30 graden
3.2
Spelregelkaart
De spelregelkaart vormt het ruimtelijk kader voor de verdere uitwerking van de bouwvelden. De kaart legt de belangrijkste uitgangspunten vast om te komen tot een samenhangend geheel, zowel binnen de nieuwe bebouwing als in relatie tot de bestaande bebouwing en de openbare ruimte. Op de spelregelkaart zijn de bouwpercelen en de positionering van de bebouwing vastgelegd door middel van rooilijnen. Er wordt onderscheid gemaakt tussen harde en flexibele rooilijnen. Harde rooilijnen dienen voor minimaal 80% te worden bebouwd en vormen een duidelijke begrenzing en begeleiding van de openbare ruimte, waarbij terugliggende gevels op verdiepingen niet zijn toegestaan. Flexibele rooilijnen geven de indicatieve diepte van de bouwmassa aan en bieden ruimte voor variatie binnen het bouwveld. Uitgangspunt is dat bebouwing langs de straat wordt gerealiseerd als begeleidende bouwmassa van de openbare ruimte. Per bouwperceel is het maximaal aantal bouwlagen aangegeven. De minimale bouwhoogte mag daarbij niet meer dan één bouwlaag lager zijn dan de maximale bouwhoogte. Voor de hoogteaccenten in de Europawegzone (Blok 5 en 7) geldt dat deze minimaal 80% van de maximale bouwhoogte moeten bedragen. Daarnaast is per bouwperceel het type kap vastgelegd.
De kapvorm draagt bij aan de samenhang tussen de bebouwing in de verschillende bouwvelden en fungeert tevens als ruimtelijk accent binnen het stedenbouwkundig plan. Ook de positie en het type parkeervoorzieningen zijn op de spelregelkaart aangegeven. Er wordt onderscheid gemaakt tussen parkeerkoffers en compact parkeren, al dan niet gedeeltelijk overdekt. Gedeeltelijk overdekt parkeren komt met name voor in Blok 3a, waar parkeerplaatsen worden overkluisd door een dakterras of balkon. Parkeerkoffers
worden rondom voorzien van een haag met een minimale dikte van 1 meter. De toegangen tot de parkeervoorzieningen zijn indicatief aangegeven. De spelregelkaart maakt onderscheid tussen drie typen overgangszones tussen privé en openbaar. Type 1 heeft een diepte van 3,5 meter, type 2 een diepte van 2 meter en type 3 een diepte van 1,8 meter. De inrichting verschilt per type en wordt verder toegelicht in dit document. Blok 2, Blok 4, Blok 6b en Blok 7 beschikken over een overmaat en zijn voorzien van een collectieve binnentuin. De toegangen tot deze binnentuinen zijn indicatief aangegeven op de spelregelkaart. Daarnaast is per bouwperceel het minimale percentage groen vastgelegd. Verder zijn op de spelregelkaart de positie van tuinmuren aangegeven als afscheiding tussen parkeervoorzieningen en de openbare ruimte. Ook de locaties van benodigde transformatorruimten (trafo’s) zijn indicatief opgenomen. Uitgangspunt is dat deze voorzieningen integraal worden opgenomen in de bebouwing, bijvoorbeeld binnen het gebouw of in combinatie met een tuinmuur. Hoewel het grootste deel van het programma uit wonen bestaat, worden binnen het plangebied ook andere functies mogelijk gemaakt, zoals een buurtkamer, kleinschalige horeca of andere maatschappelijke voorzieningen. De richtinggevende positionering van deze functies is eveneens opgenomen op de spelregelkaart.
Het aspect oriëntatie geeft richting aan de positionering van gebouwen en gebouwprogramma’s. Aan deze zijde bevinden zich de hoofdentrees van woningen, voorzieningen en centrale ontsluitingen. Hiermee wordt beoogd een duidelijke en directe relatie te leggen tussen het programma binnen de woonblokken en de aangrenzende openbare ruimte.
Stedenbouwkundig Plan
13
Overzichtskaart van het woonprogramma verdeeld over de percelen en de Waddenbuurt
14
Gemeente Haarlem
3.3
Programma: Wonen
In het PvEL zijn voor Molenwijk Noord diverse woningtypen en prijssegmenten opgenomen. In de verdere uitwerking van het PvEL naar het Stedenbouwkundig Plan is de situering van sociale huurwoningen en marktwoningen in het middengebied van Molenwijk Noord heroverwogen en aangepast. Deze aanpassing vindt plaats met behoud van het oorspronkelijke aantal woningen per prijssegment. De middensegmentwoningen blijven daarbij geprogrammeerd op de locatie van de voormalige Grafische School (Blok7). Door marktwoningen meer te clusteren en sociale huurwoningen onderling sterker te groeperen, ontstaan buurten met een duidelijker ruimtelijke en programmatische samenhang. Deze clustering sluit beter aan op de structuur en het karakter van de bestaande bebouwing en versterkt de herkenbaarheid en eenheid binnen de verschillende buurtdelen. De aangepaste situering maakt het mogelijk de ontwikkeling per buurt gefaseerd te realiseren, in plaats van per afzonderlijk bouwblok verspreid over het plangebied. Dit draagt bij aan een efficiënter bouwproces, een kortere bouwstroom en een beperking van overlast voor de omgeving. Daarnaast wordt de aansluiting tussen nieuwe en bestaande bewoners bevorderd doordat nieuwe bebouwing directer aansluit op de bestaande woonstructuur en woningtypologie. Ook ruimtelijk biedt de aangepaste situering voordelen.
Het parkeren wordt efficiënter georganiseerd, waardoor de parkeeroplossing binnen het plan beter functioneert. Deze ruimtelijke, programmatische en uitvoeringsgerichte overwegingen vormen gezamenlijk de aanleiding om in het Stedenbouwkundig Plan uit te gaan van de aangepaste programmatische invulling van de woningbouwblokken.
Stedenbouwkundig Plan
15
Overzichtskaart van de ligging van de voorzieningen
16
Gemeente Haarlem
3.4
Programma: Sociale voorzieningen
Omschrijving Sociale voorzieningen vormen een belangrijk onderdeel van de ruimtelijke en sociale structuur van de Waddenbuurt. Ze zijn buurtgericht en kleinschalig en dragen bij aan ontmoeting, levendigheid en sociale samenhang. De ruimtelijke inpassing staat centraal, in lijn met het PvEL.
Blok 7: ‘Ruimte voor Werk’. Zo kan je hier een plek bieden aan kleine ondernemers, creatieve starters en buurtbewoners die een werkplek zoeken. Een goed voorbeeld is een makelaardij, die een lokale functie bezit.
Uitgangspunten • Voorzieningen (sociaal) worden op strategische plekken binnen de wijk gepositioneerd, in relatie tot het Waddenpark en langs hoofdlooproutes. De ligging bevordert zichtbaarheid, toegankelijkheid en gebruik en versterkt de • sociale interactie verspreid door de wijk. Voorzieningen maken integraal onderdeel uit van het stedenbouwkundig en • architectonisch ensemble. De plint is de aangewezen laag voor sociale voorzieningen en draagt bij aan een • actieve en levendige uitstraling. • Buitenruimtes, zoals terrassen bij kleinschalige daghoreca, worden bij voorkeur op de zon georiënteerd en in directe relatie gebracht met het Waddenpark. Spelregels De architectonische uitstraling is terughoudend en passend binnen de woonomgeving; uithangborden en reclame-uitingen zijn beperkt en ondergeschikt aan de architectuur. De inrichting van buitenruimtes sluit aan bij de principes van de overgangszones; erfgrenzen worden gemarkeerd door hagen. Laden, lossen en bijbehorende logistiek (met name bij daghoreca) worden zorgvuldig ingepast en mogen geen negatieve invloed hebben op kwaliteit, veiligheid en gebruik van de openbare ruimte. Richtinggevende positionering Blok 2: Buurtkamer aan het Waddenpark (hoek Gaasterlandstraat – Waddenpark).
Blok 5: Kleinschalige daghoreca met terras aan het Waddenpark; daarnaast wordt onderzocht of hier een maatschappelijke functie in de vorm van een kinderdagopvang kan worden ingepast. Stedenbouwkundig Plan
17
Overzichtskaart van de bouwmassa’s en de positie van de verschillende daktypen
18
Gemeente Haarlem
3.5
Massa en bouwhoogte
De bouwhoogtes binnen het plangebied worden afgestemd op de specifieke kenmerken van de verschillende delen van de buurt. Hoofdprincipe is dat de bebouwing in de middenzone bemiddelt tussen de lagere bouwhoogtes van de zuidelijker gelegen delen van Molenwijk en de hoogbouw langs de Europaweg. De bouwhoogtes variëren daarom op hoofdlijnen van drie tot zes bouwlagen in de middenzone, terwijl langs de Europaweg hogere gebouwen mogelijk zijn, met een toren op de hoek van de Zwemmerslaan om de entree van Schalkwijk te markeren en herkenbaar te maken vanaf grotere afstanden. Aanpassingen ten opzichte van het PvEL • Blok 1: de bouwhoogte is aangepast van vijf naar zes bouwlagen met kap. Daarnaast wordt uitgegaan van één eenduidige bouwmassa in plaats van een combinatie van strokenbouw met een compacte toren. Ook de zuidelijkste gebouw van blok 2 is verhoogd naar zes bouwlagen met kap, zodat beide bouwvolumes een samenhangend geheel vormen. Blok 3a, oorspronkelijk gepland als vierlaags appartementengebouw, is • gewijzigd naar een rij vierlaagse stadswoningen met lessenaarskap, waarbij de kap onderdeel vormt van de vierde bouwlaag en met de hoge zijde is georiënteerd op de openbare ruimte. • Voor Blok 3a, 3b en 6a geldt dat de woningen zijn uitgevoerd met een lessenaarskap met een dakhelling van 25 tot 30 graden.
Hoogteaccenten en bouwzones • Aan de zuidkant van bouwpercelen 4 en 6b met een binnentuin is de bouwhoogte beperkt tot vier lagen om schaduwvorming binnen het bouwveld te beperken. • Langs de Europaweg geldt een maximale hoogte van 7 bouwlagen bij de hoek Zuiderzeelaan en 13 bouwlagen bij de hoek Zwemmerslaan. • Hoogteaccenten in de Europawegzone moeten minimaal 80% van de maximale hoogte bedragen. • Voor de overige nieuwbouw in de Europawegzone en middenzone geldt dat de minimale bouwhoogte niet meer dan één bouwlaag lager mag zijn dan de maximale hoogte. • De op de spelregelkaart aangegeven bouwlagen en hoogten zijn exclusief dakranden en eventuele installaties op het dak.
Kapvormen • Voor hellende daken, waaronder zadeldaken en lessenaarsdaken, geldt een dakhelling van 25 tot 30 graden. • Daken worden ontworpen met oog voor esthetische waarde, als een ‘vijfde gevel’, omdat ze zichtbaar zijn vanuit andere gebouwen. • Technische installaties dienen uit het zicht te worden geplaatst. Op platte daken worden deze afgeschermd door een dakopstand van minimaal 0,6 meter boven het dakvlak. Bij hellende daken worden installaties onder het dakvlak gesitueerd. Zonnepanelen worden geïntegreerd in het dakontwerp. Dakdoorvoeren worden zoveel mogelijk geclusterd in één dakdoorvoer. Alle platte daken die geen energiedak zijn, worden ingericht als groene daken • met een leeflaag die ten minste geschikt is voor kruiden. Bouwmassa en plinthoogtes Het uitgangspunt voor appartementsgebouwen is een ondiepe, smalle • en langgerekte bouwmassa met een uniforme bouwhoogte en zonder hoogteaccenten. Torens vormen hierop een uitzondering, maar kennen in principe eveneens een eenduidige en heldere vorm. De plint betreft de begane-grondlaag van het gebouw, waarin onder • meer entrees, collectieve voorzieningen en ondersteunende functies zijn opgenomen. Deze laag vormt de overgang tussen gebouw en buitenruimte en is hoger dan de bovenliggende verdiepingen. De minimale bruto plinthoogte bedraagt 3,5 meter. Bouwlagen in hoogte (in meters) Aantal Bouwlagen
Max. Hoogte (m)
3
10,5
4
13,5
5
16,5
6
19,5
7
22,5
13
40
* Bij houtbouw is een hoogteafwijking tot 10% toegestaan.
Stedenbouwkundig Plan
19
Impressie van Blok 3a en 3b, gezien vanaf het Waddenpark
Referentie gezinswoningen met lessenaarskap Tiengemetenbuurt, Rotterdam, A3 architecten
Referentie woontoren, vierspanner Leo Vroman toren, Gouda, Eentien Architecten
20
Gemeente Haarlem
Referentie middelhoge strokenbebouwing Middelweg, Zwolle, BDG Architecten
Referentie kop middelhoge strokenbebouwing Jacob Geelbuurt Oost, Amsterdam, Geurst & Schulze
3.6
Bouwblok en gebouwtypologie
Het plangebied bestaat uit een samenhangend stelsel van (half)gesloten bouwblokken met collectieve binnenhoven en een fijnmazig netwerk van openbare en semi-openbare paden. Alle gebouwen krijgen een actieve plint, waarbij de begane grond grotendeels wordt ingevuld met wonen, maatschappelijke functies en woonvoorzieningen. De impact van stalling-, nuts- en parkeervoorzieningen op de openbare ruimte wordt zoveel mogelijk beperkt. Bouwblokken met collectief binnenterrein Blokken 1, 4, 6b en 7 zijn opgezet als (half)gesloten bouwblokken met een collectieve binnentuin. In deze blokken worden parkeervoorzieningen gerealiseerd in de vorm van parkeerkoffers, met uitzondering van Blok 7. In Blok 7 wordt een gebouwde parkeervoorziening gerealiseerd met daarboven een collectieve daktuin, die via een publieke, landschappelijke trap toegankelijk is vanuit de openbare ruimte. Door de bouwblokken lopen publieke paden die aansluiten op het padenstelsel van de openbare ruimte en deels afsluitbaar zijn. Sociale woningbouw – galerijflats Binnen Blok 1, 2, 4, 5 en 6b, ontwikkeld door Pré Wonen, wordt het sociale woonprogramma gerealiseerd in de vorm van galerijflats met een hoogte van vier tot zeven bouwlagen. De gebouwen hebben een eenduidige verschijningsvorm zonder hoogteaccenten; individuele gebouwen kunnen onderling worden verbonden met doorlopende galerijen (loopbruggen).
Blok 1 is een vrijstaande galerijflat met een compacte, intensieve parkeervoorziening aan de oostzijde (achterzijde). Met zes bouwlagen en een kap vormt dit gebouw een ensemble met de zuidelijke galerijflat in Blok 2, die dezelfde hoogteopbouw heeft.
Marktwoningen Blok 3a en 3b vormen samen met de bestaande bebouwing een gezinswoningencluster. • Blok 3a krijgt een gecombineerd gebouwtype met stadswoningen boven een gebouwde parkeervoorziening. De woningen beschikken over een balkon boven de parkeervoorziening en hebben op de begane grond een eigen parkeerplaats en berging. Aan de parkzijde is een ondiepe woonruimte voorzien, geschikt als werkruimte of keuken. • Blok 3b bestaat uit grondgebonden marktwoningen met een voor- en achtertuin. Blok 6a en 6b vormen samen één geheel. Het woonpad aan de voorzijde van Blok 6a is openbaar. De marktwoningen in Blok 6a bestaan uit grondgebonden gezinswoningen van drie lagen met een lessenaarskap en spiegelen zich in opzet en verkaveling aan de naastgelegen bestaande gezinswoningen. Tussen de bestaande en nieuwe woningen wordt een parkeervoorziening aangelegd met een achterpad en eenzijdig haaksparkeren. Middensegmentwoningen Blok 7 bestaat uit middensegmentwoningen en een ‘Ruimte voor Werk’ voorziening en vormt een samenhangend cluster van appartementengebouwen met een woontoren als stedenbouwkundig accent. De toren is slank en rank vormgegeven, waarbij een opzet met vier woningen per bouwlaag (vier-spanner) als uitgangspunt geldt. Afwijking hiervan is mogelijk, mits het slanke en ranke karakter van de toren behouden blijft.
Samen omsluiten de toren en de appartementengebouwen een binnenterrein, ingericht als een hoger gelegen, groene collectieve daktuin boven de parkeergarage. Deze daktuin is publiek toegankelijk via een landschappelijke trap als uitnodigende verbinding vanuit het park. Om rust en veiligheid te waarborgen kan de daktuin, indien nodig, in de avond- en nachturen worden afgesloten.
Blok 5 maakt eveneens deel uit van het sociale woonprogramma en vormt een accent op het kruispunt Europaweg – Zuiderzeelaan. In de plint en eerste verdieping is ruimte voor een kleinschalige daghorecavoorziening of een andere maatschappelijke functie, zoals een kinderopvang.
Stedenbouwkundig Plan
21
Overzichtskaart deelgebieden parkeren
22
Gemeente Haarlem
3.7
Mobiliteit en parkeren
Uitgangspunten Momenteel is er sprake van een overmaat aan parkeerplaatsen. Dit te veel wordt ingezet voor verdichting van de woningen en het verbeteren van de leefbaarheid en leefkwaliteit. Tevens kan de nieuwbouw niet voldoen aan de parkeereis op eigen terrein, omdat bewust is gekozen om de binnenhoven primair als kwalitatieve verblijfsruimten in te richten. Dubbelgebruik tussen verschillende functies is toegestaan binnen een maximaal acceptabele loopafstand van 200 meter. Om de parkeerbehoefte van de bestaande, te handhaven woningen te bepalen is een gebruikersparkeernorm vastgesteld op basis van het maatgevende moment (werkdagnacht), afgeleid uit parkeertellingen uit 2019 en 2022. Deze worden ondersteund door aanvullende tellingen uit het Trajan Dashboard (2018, 2020, 2022 en 2024). Met deze gebruikersparkeernorm kan per deelgebied de beschikbare overmaat aan parkeercapaciteit worden bepaald. Gebruikersparkeernorm Uit onderzoek van Goudappel blijkt dat het gemiddelde autobezit in de wijk circa 0,8 per woning bedraagt op het maatgevende moment. Het “maatgevend moment” is: het moment waarop de meeste auto’s in de wijk geparkeerd staan. Voor de deelgebieden west, oost en een deel van midden (voornamelijk appartementen) geldt een norm van 0,76, afgerond op 0,8.
Voor de grondgebonden woningen in het deelgebied midden met geldt een gebruikersparkeernorm van 0,91, afgerond op 0,95. Bij toevoeging van andere functies, zoals daghoreca, kinderopvang of maatschappelijke voorzieningen, moet de parkeerbehoefte binnen 200 meter op eigen terrein worden opgelost en worden meegenomen in de parkeerberekening. Daarbij wordt getoetst of het maatgevende piekmoment niet verschuift naar overdag.
aantal oversteekmogelijkheden en de benodigde omrijbewegingen kan deelgebied west niet functioneren als overloopgebied voor deelgebied midden. Uitgangspunt is dat op het maatgevende moment (werkdagnacht) uitsluitend bewoners parkeren. Dit sluit aan bij de aanwezigheidspercentages uit de Nota parkeernormen 2025 en de CROW-kencijfers; op momenten met bezoekers zijn juist minder bewoners aanwezig, waardoor de parkeerdruk lager is. Aanvullende uitgangspunten parkeercapaciteit openbare ruimte Parkeren op het terrein van de Jumbo kan worden ingezet via dubbelgebruik. Op basis van tellingen zijn op het maatgevende moment 52 parkeerplaatsen beschikbaar; rekening houdend met frictie kunnen hiervan 43 parkeerplaatsen worden benut binnen de maximale loopafstand van 200 meter. Frictie is een percentage van 85% wat aan wordt gehouden om hinderlijk zoekverkeer te voorkomen. Daarnaast is bij tellingen uit 2022 vastgesteld dat twee parkeerkoffers ten zuiden van de Amelandstraat een overmaat aan parkeerplaatsen hebben. Rekening houdend met frictie kunnen hiervan 15 parkeerplaatsen worden ingezet (12 in de linker koffer en 3 in de rechter koffer). Aandachtspunten In de toekomst kan gereguleerd parkeren worden ingevoerd. In de verdere planontwikkeling moet worden onderbouwd of en onder welke voorwaarden bewoners aanspraak kunnen maken op een parkeervergunning in de openbare ruimte.
Toelichting gebruikersparkeernorm Parkeren is uitwisselbaar tussen de deelgebieden midden en oost, met inachtneming van de maximaal acceptabele loopafstand van 200 meter. Deelgebieden west en midden zijn niet uitwisselbaar vanwege de barrièrewerking van de Zuiderzeelaan (GOW50), waar oversteken alleen mogelijk is via aangewezen oversteekplaatsen. Door het beperkte
Stedenbouwkundig Plan
23
Referentiebeeld van een transformatorstation tussen gebouwen, architectonisch geïntegreerd in een tuinmuur (project Boerhaave, Geurst & Schulze Architecten).
24
Gemeente Haarlem
Overzichtskaart richtinggevende positie Trafo’s in de Waddenbuurt
3.8
Energie- en nutsvoorzieningen
Beschrijving Voor de herstructurering van de Waddenbuurt is uitbreiding en aanpassing van de technische energie-infrastructuur nodig. Bestaande transformatorstations blijven behouden en binnen het plangebied worden nieuwe trafo’s toegevoegd. Bij bouwpercelen met sociale woningbouw (Pré Wonen) wordt ruimte gereserveerd voor Warmte-Koude Opslag (WKO) als onderdeel van de duurzame energievoorziening (Blok 1, 2, 4, 5 en 6b). De Waddenbuurt is aangewezen als toekomstig gebied voor een zeer-lage-temperatuur warmtenet. Bij de herinrichting van openbare ruimte hiermee rekening gehouden, zodat nieuwe en bestaande gebouwen hierop kunnen aansluiten. Op de kaart zijn bestaande en nieuwe transformatorstations richtinggevend gepositioneerd. De locaties sluiten aan op bestaande en nieuwe ondergrondse infrastructuur en vormen samen een logisch wijknetwerk. De positionering is afgestemd op technische randvoorwaarden (bereikbaarheid, veiligheid en onderhoud) en op een zorgvuldige stedenbouwkundige inpassing. De exacte locaties van WKO-installaties worden in een later stadium bepaald, in samenhang met de verdere uitwerking van de bouwvolumes. Stedenbouwkundige uitgangspunten Technische voorzieningen maken integraal onderdeel uit van de stedenbouwkundige opzet en mogen het ruimtelijk beeld van de wijk niet domineren.
Zij worden zorgvuldig ingepast binnen bouwvolumes of, waar dit stedenbouwkundig logisch is, tussen gebouwen in combinatie met architectonische bouwelementen, zonder negatieve impact op samenhang en beeldkwaliteit. Techniek is functioneel aanwezig, maar ondergeschikt aan het architectonische, landschappelijke en stedenbouwkundige totaalbeeld.
Transformatorstations (trafo’s) • Op de kaart zijn zowel bestaande als nieuwe transformatorstations richtinggevend gepositioneerd. • De locaties sluiten aan op bestaande en nieuwe ondergrondse infrastructuur. • Trafo’s worden in principe binnen bouwvolumes opgenomen. • Wanneer plaatsing binnen een bouwvolume niet mogelijk is, kunnen trafo’s
tussen gebouwen worden gerealiseerd, mits zij worden gecombineerd met tuinmuren en daardoor visueel een eenheid vormen met de bebouwing. • In alle gevallen wordt gestreefd naar een zorgvuldige stedenbouwkundige inpassing. • Trafo’s zijn goed bereikbaar voor beheer en onderhoud, zonder afbreuk te doen aan de kwaliteit van de openbare ruimte. WKO-installaties • De exacte locaties van WKO-installaties zijn nog niet bepaald. • WKO-installaties worden uitsluitend binnen bouwvolumes gerealiseerd. • Bovengrondse onderdelen zijn niet zichtbaar in de openbare of collectieve buitenruimte. • De positionering wordt afgestemd op technische eisen, ondergrondse infrastructuur en de architectonische en stedenbouwkundige uitwerking van de bouwblokken. Toegankelijkheid en beheer – algemeen Bij de positionering van technische installaties wordt rekening gehouden met eisen voor beheer, onderhoud en veiligheid. Dit betekent onder meer: • goede en directe bereikbaarheid voor onderhoudsvoertuigen; • voldoende werkruimte rondom de installatie; • logische situering ten opzichte van openbare ruimte of interne ontsluitingsroutes; • minimale hinder voor woon- en verblijfsfuncties. Deze eisen worden vanaf het begin meegenomen in de stedenbouwkundige uitwerking.
Algemene bepaling technische voorzieningen De hierboven beschreven uitgangspunten en spelregels gelden in principe voor alle gebouwde technische voorzieningen die noodzakelijk zijn voor het functioneren van de wijk, zoals transformatorstations, WKO-installaties, telecomvoorzieningen en vergelijkbare infrastructuur. Ongeacht type of schaal worden deze voorzieningen beschouwd als integraal onderdeel van het ruimtelijk en architectonisch ontwerp en zorgvuldig geïntegreerd in bouwvolumes of tuinmuren, ondergeschikt aan de stedenbouwkundige, landschappelijke en architectonische kwaliteit van de Waddenbuurt.
Stedenbouwkundig Plan
25
5
Rekenresultaten
5.1
Verkeersgeluid Akoestisch onderzoek, door M+P Raadgevende Ingenieurs B.V. 5 2025)Rekenresultaten (december
tabel IV
Balkonafscherming: ▪ Gesloten borstwering, 1,2 m hoogte. ▪ Absorberende plafond.
De rekenresultaten van het geluid ten gevolge van de lokale wegen is opgenomen in tabel VI van Bijlage C. In Bijlage B zijn de gevels 5.1 Verkeersgeluid kleurgecodeerd weergeven en is tevens de nummering van de waarneempunten weergegeven. De rekenresultaten van het geluid ten gevolge van de lokale wegen is opgenomen in tabel VI van Bijlage C. In Bijlage B zijn de gevels In onderstaande tabel zijn de kleurcoderingen toegelicht. kleurgecodeerd weergeven en is tevens de nummering van de waarneempunten weergegeven. Legenda kleurcodering Bijlage B kleur
In onderstaande tabel zijn de kleurcoderingen toegelicht.
geluidniveau
tabel IV groen
eis
globale maatregelen
kleurcodering Bijlage B ≤ Legenda 53 dB geen
geel
54 t/m 58 dB kleur
geluidsluwe gevel geluidniveau als geel en ≤ 53 dB slaapkamer hieraan
oranje
59 t/m 70 dB groen
rood
geel > 70 dB
54 t/m 58 dB als oranje
oranje
59 t/m 70 dB
geen balkonafscherming eis globale maatregelen
gesloten geen balkonbeglazing
geen
geluidsluwe gevel balkonafscherming gesloten balkonbeglazing niet-geluidgevoelige gevel als geel en gesloten balkonbeglazing slaapkamer hieraan
Bovenstaande eisen zijn de voorwaarden die het beleid stelt. gesloten De balkonbeglazing rood > 70 dB als oranje appartementen maatregelen betreffen de situatie indien het éénzijdige niet-geluidgevoelige gevel betreft. De geluidsluwe zijde kan eventueel ook een andere gevel met buitenruimte betreffen. Voor flats met een centrale ontsluiting is dit Bovenstaande eisen zijn de voorwaarden die het beleid stelt. De meestal niet realiseerbaar. maatregelen betreffen de situatie indien het éénzijdige appartementen betreft. De geluidsluwe zijde kan eventueel ook een andere gevel met De maatregelen komen globaal op de volgende voorzieningen neer: buitenruimte betreffen. Voor flats met een centrale ontsluiting is dit meestal niet realiseerbaar.
Balkonafscherming: Gesloten balkonbeglazing: ▪ Gesloten borstwering, 1,2 m hoogte. ▪ Geheel afsluitbare balkonbeglazing. ▪ Absorberende plafond. ▪ Geluidsreducerende ventilatievoorziening met voldoende capaciteit voldoende om achterliggende slaapkamer(s) te spuien Gesloten balkonbeglazing: ▪ Absorberend plafond. ▪ Geheel afsluitbare balkonbeglazing. ▪ Geluidsreducerende ventilatievoorziening met voldoende capaciteit Samengevat zijn de onderstaande blokken geluidbelast vanwege voldoende om achterliggende slaapkamer(s) te spuien wegverkeer. ▪ Absorberend plafond. Blok 4 west noordgevel zuidgevel westgevel
Samengevat zijn de onderstaande blokken geluidbelast vanwege 54-55 dB geel wegverkeer. 55-56 dB geel 59-60 dB oranje Blok 4 west noordgevel 54-55 dB geel Blok 4 noord zuidgevel 55-56 dB geel noordgevel 54 dB geel westgevel 59-60 dB oranje Blok 5 noordgevel oostgevel westgevel Blok 7 toren noordgevel oostgevel westgevel
Blok 4 noord 60-61 dB noordgevel 54-56 dB 57-59 dB Blok 5 noordgevel oostgevel 59-61 dB westgevel 54-56 dB 55-57 dB Blok 7 toren noordgevel oostgevel westgevel
oranje 54 dB geel oranje
geel
60-61 dB 54-56 dB oranje 57-59 dB geel geel
oranje geel oranje
59-61 dB 54-56 dB 55-57 dB
oranje geel geel 12
M+P.MEES-25452.1 | 16 december 2025 De maatregelen komen globaal op de volgende voorzieningen neer:
M+P.MEES-25452.1 | 16 december 2025
12
5.
7. 2. 3a. 6a.
6b.
3b.
24 Waarnemingspunten bij blokken, Akoestisch onderzoek, door M+P Raadgevende Ingenieurs B.V. (december 2025)
P.MEES-25452.1 | 16 december 2025
26
Gemeente Haarlem
1.
4.
M+P.MEES-25452.1 | 16 december 2025
M+P.MEES-25452.1 | 16 december 232025
3.9
Geluid
Voor de Waddenbuurt is een akoestisch onderzoek uitgevoerd door M+P Raadgevende Ingenieurs B.V. (december 2025), waarin de geluidbelasting door weg- en railverkeer en door omliggende activiteiten is onderzocht. De uitkomsten van dit onderzoek vormen een belangrijke randvoorwaarde voor de stedenbouwkundige en architectonische uitwerking van het plan. Door deze aspecten expliciet te benoemen in het Stedenbouwkundig Plan kan in een vroeg stadium worden gestuurd op een haalbare en kwalitatief hoogwaardige invulling van de bouwblokken. Uit het onderzoek blijkt dat de geluidbelasting bij bouwblokken 1 t/m 3 en blok 6 onder de standaardwaarden blijft, waardoor geen aanvullende maatregelen noodzakelijk zijn. Bij de bouwblokken 4, 5 en 7 is sprake van verhoogde geluidbelastingen aan specifieke gevels, met name als gevolg van wegverkeer. Voor deze bouwblokken zijn maatregelen noodzakelijk om te voldoen aan het gemeentelijk beleid en de wettelijke eisen, zoals het realiseren van geluidsluwe gevels en het toepassen van bouwkundige voorzieningen aan buitenruimten (zoals gesloten borstweringen, absorberende plafonds of afsluitbare balkonbeglazing). Overdrachtsmaatregelen in de openbare ruimte zijn in deze stedelijke context niet realistisch; eventuele bronmaatregelen, zoals de toepassing van stil asfalt, worden afzonderlijk beoordeeld.
Daarnaast is onderzoek gedaan naar geluid door bestaande en geplande activiteiten, waaronder kinderopvang, een kerk, een tandartspraktijk en kleinschalige horeca. Hiervoor zijn de richtafstanden uit de VNG-handreiking Bedrijven en Milieuzonering toegepast. Uit het onderzoek blijkt dat deze activiteiten niet leiden tot onaanvaardbare geluidniveaus voor de nieuwe woningen. Voor woningen nabij buitenspeelplaatsen wordt geadviseerd aanvullende bouwkundige maatregelen toe te passen om geluidhinder te beperken. Voor het geplande kinderdagverblijf in blok 5 is aanvullend onderzoek nodig zodra de inrichting definitief is.
Stedenbouwkundig Plan
27
Waddenbuurt informatieavond
Impressie van de noord-oost hoek aan het Waddenpark en de Waddenstraat, gemaakt door Tobias Bader, M3H architecten
Ansichtkaart als uitnodiging voor bewonersavonden van de Waddenbuurt 28
Gemeente Haarlem
Maandag 15 december Basisschool Pantarijn, Frieslandlaan 2-4
3.10
Participatie
Vanaf het begin van het project is meermaals geparticipeerd in de buurt. De buurt en belanghebbenden worden met ansichtkaarten die huis-aan-huis worden bezorgd en per email geïnformeerd over de bijeenkomsten. Bij elke stap zijn ook organisaties als de AOK en Platform Groen geïnformeerd en om advies gevraagd. Waar mogelijk werden fysieke bijeenkomsten georganiseerd, maar ook zijn er ten tijden van Corona online bijeenkomsten gehouden, zoals tijdens de inspraakperiode van de ontwikkelvisie in februari/maart 2022.
Tenslotte heeft in december 2025 een participatiebijeenkomst plaatsgevonden om bewoners en belanghebbenden te informeren over het concept Stedenbouwkundig plan en concept inrichtingsplan Molenwijk Noord Waddenbuurt. Tevens is aangekondigd dat een ontwerpbestemmingsplan en beeldkwaliteitsplan worden voorbereid. Belangrijkste aandachtspunten zijn de afstand naar de bestaande entrees voor minder-validen, het aantal parkeerplaatsen, de positie en vormgeving van ontmoetingsplekken. Positieve reacties hebben wij ontvangen op de opzet van de wijk en de toekomstige woningen en de aanwezigheid van de (speel)wadi’s. Op basis van deze informatie heeft een controle plaatsgevonden van het aantal parkeerplaatsen en is het inrichtingsplan openbare ruimte aangepast en aangevuld.
Direct na het vaststellen van de Ontwikkelvisie zijn bijeenkomsten in juni/juli 2022 georganiseerd waarbij de buurt gevraagd is naar wat zij belangrijke onderwerpen vinden om uit te werken in het PvEL en in welke vorm. Tevens heeft de gemeente bij deze bijeenkomsten aan de hand van stellingen de mening gevraagd van bewoners en belanghebbenden. Als belangrijkste onderwerpen zijn genoemd mobiliteit, ontmoeten/ sociaal contact/sociale veiligheid, sport en spel/verblijf/recreatie, groen en openbare ruimte en gebouwen/voorzieningen. Deze informatie is meegenomen bij de uitwerking van het PvEL. Een concept PvEL is in november 2023 gepresenteerd. Uit deze bijeenkomst is met name de zorg over het aantal parkeerplaatsen en de parkeeroplossing genoemd samen met de zorg over voldoende speelvoorziening. Deze onderwerpen zijn in de navolgende periode uitgebreid onderzocht en aangepast waar nodig. In december 2024 heeft een participatiebijeenkomst plaatsgevonden tbv de inspraak van het PvEL. Na de inspraakperiode is het PvEL aangepast door fouten uit de kaart te verwijderen, routing voor langzaam verkeer door de wijk te verbeteren en parkeren te actualiseren. Tevens is op verzoek van de gemeenteraad voor een naastgelegen perceel een ontwikkelambitie toegevoegd.
Stedenbouwkundig Plan
29
Binnenhof Blok 2
Frieslandlaan
Zuiderzeelaan Meerwijkplas
Waddenpark Molenplas
De Waddenbuurt
Heem-Romolenpark
Engelandpark Zuider Buiten Spaarne
Molenwijk: gezien vanuit het noordwesten
Samenhang tussen landschap, park en binnenhoven in de Waddenbuurt, tekening Bureau B+B 2
30
Gemeente Haarlem
4
Inrichting bouwpercelen
4.1
Relatie bouwpercelen en de openbare ruimte
De herstructurering van de Waddenbuurt resulteert in een samenhangend netwerk van diverse publieke ruimten. Door de combinatie van doorwaadbare nieuwe bouwblokken en bestaande bebouwing ontstaat een heldere structuur die de openbare ruimte definieert en de oriëntatie in de wijk versterkt. Het Waddenpark vormt de ruggengraat van de wijk en verbindt het oostelijke en westelijke deel. Het park fungeert als ontmoetingsplek én klimaatpark, met ruimte voor waterberging, ecologie en recreatie. Langs de parkzone zijn nieuwe bouwblokken zo gepositioneerd dat de voor- en achterzijden van woningen duidelijk herkenbaar zijn. Hierdoor veranderen voorheen anonieme straten in levendige, groene woonstraten met voordeuren, brede trottoirs en ontmoetingsplekken. Binnen de (half)gesloten bouwblokken Blok 2, 4, 6b en 7 liggen verschillende binnenhoven. Deze hoven zijn semi-openbaar en doorwaadbaar; ze zijn geen volledig afgesloten privégebieden, maar vormen open, uitnodigende ruimten waar bewoners en bezoekers zich vrij kunnen bewegen. Een fijnmazig netwerk van paden verbindt de binnenhoven met de straten en het Waddenpark, waardoor een samenhangend en toegankelijk publiek netwerk ontstaat.
Algemene uitgangspunten voor de binnenhoven • Het binnenhof biedt een balans tussen rust en reuring: plekken om te ontspannen, te spelen of elkaar te ontmoeten. • De binnenhoven zijn semi-openbaar en doorwaadbaar, met de mogelijkheid om afgesloten te worden wanneer dat nodig is. • Binnen het hof liggen private achtertuinen en terrassen van de woningen. • Aan de randen van het binnenhof komt een dichte beplantingsrand die zicht op de privétuinen en terrassen tegen de woningen aan blokkeert en privacy waarborgt. • Centraal in het binnenhof ligt een open plek, geschikt voor ontmoeting, spelen en waterberging. • Het binnenhof combineert groene structuren met een duidelijke ruimtelijke hiërarchie: dichtbegroeide randen, open plekken en functionele zones voor spelen en ontmoeting.
REURING
RUST
doorgangsroute
rondgang
dichte rand open plek
buurtplein
natuurlijke speelplekken banken doorgangsroute
achtertuinen en terrassen
banken in tuin
Principeopbouw van een binnenhof (Blok 2) van rust en reuring, tekening Bureau B+B
Stedenbouwkundig Plan
31
32
Gemeente Haarlem
4.2
Overgangszones
Overgangszones tussen openbare ruimte en gebouwen Overgangszones vormen een essentieel onderdeel van het Stedenbouwkundig Plan. Ze functioneren als buffer tussen gebouw en openbare ruimte en zorgen voor een zachte overgang, versterken de stedenbouwkundige samenhang, bevorderen sociale interactie en dragen bij aan de veiligheid. Groene elementen, zoals hagen, spelen hierbij een belangrijke rol: naast hun esthetische functie hebben ze ook ecologische waarde, bieden privacy en structuur, en worden in gemengde soorten toegepast zonder variatie in hoogte of dichtheid. In dit Stedenbouwkundig Plan worden zes typen overgangszones onderscheiden, afhankelijk van de context, architectuur, zonligging, functies in de plint en de positionering van het gebouw ten opzichte van de openbare ruimte.
Algemene uitgangspunten voor alle overgangszones • Positionering: de locaties van de verschillende typen overgangszones zijn weergegeven op de spelregelkaart. • Privacy: bewoners ervaren afscherming; het gevelontwerp van de begane grond (plint) sluit aan op het type overgangszone. Ondiepe zones (<2 m) vragen om extra privacymaatregelen, zoals hogere borstweringen, plantenbakken of aanvullende afscheidingen. • Functionaliteit: overgangszones zijn herkenbaar als private ruimte en sluiten aan op de woningplattegrond; leefruimtes hebben directe toegang tot de zone. • Groene afscheidingen: hagen zijn gemengd in soorten, maar uniform in hoogte en dichtheid. Ze markeren eigendomsgrenzen, bieden privacy en dragen bij aan ecologische waarde. Bij sociale woningbouw is de haag onderdeel van collectief onderhoud. • Rommel: Het ontwerp van de overgangszones anticipeert op ongewenste situaties, zoals het stallen van rommel • Balkons hangen, met uitzondering van Blok 1, boven de overgangszones.
Stedenbouwkundig Plan
33
34
Impressie overgangszone type 1
Impressie overgangszone type 2
Impressie overgangszone type 3
Haag tussen woningen draagt bij aan privacy.
Ondiepe voortuin biedt ruimte voor zitbankje
Diepere voortuin biedt ruimte voor zitje met stoelen en tafel
Gemeente Haarlem
Laag hek Laag hek
Eigendomsgrens Eigendomsgrens
Woning
Haag
Haag Gebruikszone bewoner
Woning
Gebruikszone bewoner
Eigendomsgrens Eigendomsgrens
Principe doorsnede: haag met een hek aan de binnenzijde.
Balkon over openbare ruimte Balkon over openbare ruimte
Openbare ruimte
Openbare ruimte
Setback
Setback
Haag
Woning
Haag
Woning
ander ander materiaal materiaal
Type 1: Park- en noordzijde • Locatie: hoofdzakelijk langs het Waddenpark en de noordzijde van bebouwing. • Diepte: 1,5 tot 2 meter. • Kenmerken: het onderscheid tussen openbaar en privé wordt gemaakt via bestratingsmaterialen, bijvoorbeeld een Delftse stoep. Groene afscheiding: blokhagen, haaks gepositioneerd ten opzichte van de • gevels, minimale dikte 1,5 meter en 0,8 - 1 meter hoogte. Hagen zijn gemengd in soorten, maar uniform in hoogte en dichtheid, en markeren de scheiding tussen woningen. Type 2: Ondiepe voortuin • Locatie: oost- en westzijde van Blok 1. • Diepte: 2 tot 3 meter. • Kenmerken: beperkte ruimte voor bijvoorbeeld een zitbankje of groen. • Afscheiding: haag van 0,8 - 1 meter hoogte en 1 meter dikte, gecombineerd met een hek aan de binnenzijde. Haag en hek zijn onderdeel van collectief onderhoud. Hagen zijn gemengd in soorten, uniform in hoogte en dichtheid. Type 3: Diepere voortuin • Locatie: middenzone en andere plekken waar een bredere buffer gewenst is. • Diepte: 3 tot 4 meter. • Kenmerken: biedt ruimte voor een zitje. • Afscheiding: haag van 0,8 - 1 meter hoogte en 1 meter dikte, gecombineerd met een hek aan de binnenzijde, vergelijkbaar met Type 2. Hagen zijn gemengd in soorten, uniform in hoogte en dichtheid. De afscheiding is afsluitbaar wanneer het de enige buitenruimte betreft.
Type 4: Setback begane grond • De begane grond heeft een setback van circa 1,5 meter ten opzichte van de rooilijn. • Het bestratingsmateriaal markeert de overgang tussen openbaar gebied en de private zone. • De zone wordt bij voorkeur als één eenduidige strook vormgegeven, waarbij de ruimtelijke samenhang van de gevelwand behouden blijft. • Een stoepterras is mogelijk, mits geen onoverzichtelijke hoeken ontstaan en de inrichting bijdraagt aan sociale veiligheid en levendigheid van de straat.
Principe doorsnede: Type 4, setback van 1,5 meter op de begane grond
Stedenbouwkundig Plan
35
Type 5: Overgang openbaar gebied – collectief binnenhof Overgangszone type 5 betreft de overgang waar de openbare ruimte direct grenst aan een collectief binnenhof. Uitgangspunt is een geleidelijke en goed leesbare overgang, waarbij openbaar en collectief niet abrupt van elkaar worden gescheiden, maar op natuurlijke wijze in elkaar overlopen. •
• •
•
Voorbeelduitwerking (plattegrond) van de overgang tussen openbaar gebied en collectief binnenhof met een geleidelijk verloop in inrichting en gebruik (Bureau B+B).
• • • •
De inrichting en het materiaalgebruik van het trottoir van de openbare ruimte worden doorgezet tot aan de centrale entrees (trappenhuizen) en de toegangspoorten van het binnenhof. Ter plaatse van de toegangspoorten markeert een verandering in materiaalgebruik de overgang van openbaar naar collectief terrein. De doorgangsroute door het binnenhof is herkenbaar als afzonderlijke route, uitgevoerd in een ander materiaalgebruik dan het trottoir, en start vanaf de toegangspoort. Groen uit het binnenhof loopt door tot aan de grens van het bouwperceel en spoelt visueel door de toegangspoorten richting de openbare ruimte. De overgang wordt vormgegeven met zachte, landschappelijke elementen. De overgangszone is duidelijk herkenbaar als toegang tot het collectieve binnenhof, zonder dat sprake is van een harde scheiding. Open zichtlijnen en transparantie dragen bij aan sociale veiligheid en oriëntatie. Er wordt nadrukkelijk aandacht besteed aan verlichting rondom de entrees.
Type 6: Terrasruimte en/of speelplaats Overgangszone 6 betreft een strook van 4–5 meter breed, geschikt voor een horecaterras en/of speelruimte voor een kinderdagverblijf. De overgang wordt gevormd door een haag met een hoogte van 0,8–1,0 meter en een dikte van circa 1 meter, gecombineerd met een hek aan de binnenzijde, vergelijkbaar met type 2. De hagen bestaan uit een mix van soorten en zijn uniform in hoogte en dichtheid. De afscheiding is afsluitbaar.
Referentievoorbeeld waarin openbaar en collectief gebied op natuurlijke wijze in elkaar overlopen door samenhang in materiaal, groen en routing. Project Lieven, Amsterdam, Bureau B+B
36
Gemeente Haarlem
Overgangszones binnenhof Achtertuinen en terrassen die grenzen aan het binnenhof zijn essentieel voor het gebruik en de levendigheid van deze collectieve ruimte. Ze creëren een directe relatie tussen individuele woningen en het gemeenschappelijke gebruik van het hof, waardoor bewoners betrokken raken bij de activiteiten en functies binnen de binnentuin. Tegelijkertijd moet de overgang tussen privéruimte en collectieve ruimte zorgvuldig worden vormgegeven. Het ontwerp moet interactie en sociale verbinding stimuleren, zonder dat de privacy van individuele bewoners wordt aangetast. Deze overgangen vormen een integraal onderdeel van het gelaagde ontwerp van het binnenhof, waarin collectief gebruik en persoonlijke leefruimte in balans zijn.
Uitgangspunten voor erfafscheidingen • Natuurlijke erfafscheidingen in de vorm van gemengde hagen vormen de primaire scheiding. • De overgang tussen tuin/terras en collectieve binnentuin blijft transparant en open; er is geen volledig gesloten afscheiding. • Tussen directe buren zorgen aanvullende afscheidingen of hagen voor voldoende privacy, zodat bewoners zich comfortabel kunnen terugtrekken.
Referentievoorbeeld overgangszone tussen privetuin en binnenhof. Project Terrazzo Paleiskwartier, ’s-Hertogenbosch, Bureau B+B
Impressie overganszone tussen achtertuin en binnenhof.
Impressie overganszone tussen achtertuin en parkeerkoffer.
Stedenbouwkundig Plan
37
Overzichtskaart positie toegangspoorten, tuinmuren en toegangstrap
38
Gemeente Haarlem
4.3
Toegangspoorten, tuinmuren en toegangstrap
Toegangspoorten De binnenhoven zijn waar nodig afsluitbaar om ongewenste bezoekers te weren en een gevoel van veiligheid voor bewoners te bieden. De toegangspoorten zijn architectonisch ontworpen hekwerken die integraal deel uitmaken van de bebouwing. In samenhang met de galerijbruggen op de verdiepingen, of daarmee geïntegreerd, vormen zij herkenbare entrees tot de binnenhoven, zowel voor bewoners als voor bezoekers. • • • •
De routes door de bouwblokken staan aangegeven op de spelregelkaart; de toegangspoorten zijn hierop afgestemd. De doorgangen zijn transparant en maken deel uit van de landschappelijke inrichting van het binnenhof; beplanting kan aan beide zijden doorlopen. Het ontwerp is robuust maar niet defensief, speels en esthetisch aantrekkelijk, met voldoende hoogte om zowel uitnodigend als beschermend te zijn. Er is een beperkt aantal goed controleerbare toegangen, die ’s avonds afgesloten kunnen worden.
Referentievoorbeeld uitnodigende poort naar binnentuin. Project Lieven, Amsterdam, Bureau B+B
Stedenbouwkundig Plan
39
Tuinmuren Tuinmuren worden gebruikt om functies binnen de bouwblokken af te schermen, zoals parkeerkoffers, zodat auto’s minder zichtbaar zijn vanuit de openbare ruimte. Daarnaast kunnen tuinmuren informele doorgangen en verbindingen tussen gebouwen ondersteunen of bijvoorbeeld transformatorruimten (trafo’s) integreren in de architectuur. • Tuinmuren worden integraal ontworpen met de bebouwing en passen bij de architectuur van de gebouwen. • De hoogte is situationeel bepaald; bij afscherming van parkeerkoffers geldt een minimale hoogte van 2 meter. • Tuinmuren zijn niet volledig gesloten maar transparant, bijvoorbeeld met openingen of speelse structuren, en behouden altijd een afscheidend karakter.