02 Bijlage A Concept Volkshuisvestingsprogramma 2026-2030 Samen voor een fijn (t)huis
Tekst van het document
Volkshuisvestingsprogramma 2026-2030 | 2 Aandachtsgroepen en ouderen
24
0% Gemeente Haarlem
onderzoek van het NJI en in gesprekken met Haarlemse woningzoekende jongeren komt naar voren dat jongeren de informatievoorziening matig vinden. Het aantal eenzame jongeren neemt toe, Uit onderzoek van Kences blijkt dat studenten op kamers met gedeelde voorzieningen aanmerkelijk gelukkiger zijn dan in een studio. Onzelfstandig wonen wordt vooral door jongeren tussen 18 en 23 jaar als een aantrekkelijke woonvorm gezien2. De bestaande Haarlemse woningvoorraad kan meer mensen woonruimte bieden (zie bijlage 5). Binnen Figuur 2 (Bron: Landelijke Monitor Studentenhuisvesting de plancapaciteit zien we dat er de komende jaren 2024) in de nieuwbouw ruim 1.800 grotendeels zelfstandige woningen zijn opgenomen die geschikt zijn voor jongeren die een huurwoning zoeken. Een deel hiervan is gelabeld voor studenten en jongeren, de rest heeft een grootte en huurprijs die voor jongeren aantrekkelijk is (zie bijlage 1).
4%
8%
12%
16%
20%
provincie Noord-Holland
LIGHTBULB-GEAR Wat weten we? Type woonruimte Huidige woningtype
62%
Gewenste woningtype (onder huidige huurtoeslag situatie Gewenste woningtype (bij huursubsidie van €200 op kamers gv)
26%
48%
42% 0%
27%
20%
11% 25%
38% 40%
60%
20% 80%
100%
Kamers met gedeelde voorzieningen Eénkamerwoning Meerkamerwoning Figuur 2 Huidige en gewenste type woonruimte in % (Bron: Landelijke Monitor Studentenhuisvesting 2024).
Voor kwetsbare jongeren is een onzelfstandige woonvorm met enige begeleiding een goede oplossing op weg naar zelfstandigheid. De inschatting (zie bijlage 1) is dat er naast het huidige aanbod van 25 plekken behoefte is aan 20 extra kamers.
Foto: gemeente Haarlem 2
Zie onderzoek woonwensen Amsterdam
Volkshuisvestingsprogramma 2026-2030 | 2 Aandachtsgroepen en ouderen
25
bullseye-arrow
Wat willen we bereiken?
2A
Uitbreiden aantal (flexibele) studentenwoningen
We willen het aantal studentenwoningen tot 2035 uitbreiden met 300 woningen en het flexibele aanbod (met name via hospitaverhuur) voor studenten vergroten. We vinden het belangrijk dat studenten die in Haarlem studeren ook in Haarlem kunnen wonen. We willen samen met de woningcorporaties onderzoeken hoe we daarvoor beleid kunnen ontwikkelen. De ontwikkelingen voor studenten bij de Koepel en in ontwikkelzone Zijlweg-West zullen het aanbod voor deze doelgroep verruimen. Hierbij is het delen van voorzieningen het uitgangspunt. Ook gaan we het flexibele aanbod voor studenten en jongeren vergroten door hospitaverhuur stimuleren en faciliteren (zie ook Hoofdstuk 1.1).
2B
Extra woningen voor jongeren
We willen het woningaanbod voor jongeren vergroten met ruim 1.800 nieuwe woningen die gericht zijn op een jongere doelgroep en het aanbod voor specifieke jongerenwoningen vergroten met 200 woningen tot 2035. Studenten en jongeren doen voor een deel een beroep op hetzelfde woningaanbod. We willen het aanbod voor deze groep vergroten door nieuwe woningen toe te voegen. Voor een groot deel gebeurt dit door het opleveren van bestaande plancapaciteit in de (private) sociale huur en middenhuur, ook al is die niet nadrukkelijk voor jongeren gelabeld. Omdat onzelfstandige woonvormen en wonen met gedeelde voorzieningen een positieve bijdrage leveren voor een deel van de groep jongeren, willen we via gemengd wonen of gedeeld wonen aanvullend aanbod voor deze groep creëren.
2.3 Woonwagenbewoners
magnifying-glass-location Wat zien we? Haarlem telt 95 standplaatsen, verdeeld over 11 woonwagenlocaties. In verband met het besluit om de locatie aan de Waarderveldweg af te bouwen, krijgen bewoners van deze locatie voorrang bij het vrijkomen van standplaatsen elders. De locatie aan de Waarderveldweg wordt momenteel afgebouwd en volgens de huisvestingsverordening worden bewoners van deze locatie als eerste een nieuwe standplaats aangeboden om de uitstroom van deze locatie te faciliteren. De vraag naar nieuwe woonwagenstandplaatsen in Haarlem is groter dan het aanbod. Op basis van een in 2019 uitgevoerd behoefteonderzoek wordt de actuele vraag ingeschat op ongeveer 45 stand plaatsen. Deze actuele vraag is opgedeeld in drie categorieën, namelijk: inwonende gezinnen, inwonende 25-plussers en voormalige woonwagen bewoners die wonen in stenen woningen (spijtoptanten). Sinds 2021 werkt de gemeente met de drie Haarlemse woningcorporaties (Woonwagenstandplaatsen Kennemerland B.V.) en woonwagen bewoners (verenigd in Woonwagenbelangen Haarlem) aan de uitvoering van de doelstellingen uit het Actieplan 2021-2022 en uitvoeringsprogramma Woonwagens 2023-2026. De gemeentelijke uitvoering is gericht op het realiseren van nieuwe woonwagenlocaties én de verbetering van bestaande woonwagenlocaties (met mogelijk het toevoegen van standplaatsen op de locaties).
Daarbij maken we gebruik van de kennis en kunde van de woonwagenbewoners. Vooralsnog blijkt uit de haalbaarheidsstudies dat er op de korte- tot middellange termijn enkele locaties geschikt zijn voor het ontwikkelen van extra woonwagenstandplaatsen. Te beginnen met het toevoegen van 3-4 plaatsen bij de Schwannstraat. Ook de Amelandstraat lijkt een geschikte locatie om standplaatsen toe te voegen. In totaal zijn er dan mogelijkheden voor 12 tot 16 extra plaatsen, wat een goede stap vooruit is. De verbetering van bestaande woonwagenlocaties draait om brandveiligheid, beheer en leefbaarheid. De locatie aan de Basilicumstraat is de eerste locatie waarmee wordt gestart, de geleerde lessen zullen worden toegepast bij overige locaties.
Volkshuisvestingsprogramma 2026-2030 | 2 Aandachtsgroepen en ouderen
26
LIGHTBULB-GEAR
Wat weten we?
Woonwagens
2D
Veilige, leefbare woonwagenlocaties
We streven naar veilige, toegankelijke en leefbare woonwagenlocaties, waarbij we met de bewoners investeren in verbeteringen van brandveiligheid, beheer en fysieke kwaliteit.
Figuur 3 11 woonwagencentra, gelegen in de gemeente Haarlem (Bron: gemeente Haarlem).
Door te investeren in het verbeteren van bestaande woonwagenlocaties, met aandacht voor (groen) beheer en veiligheid, wordt de positie van de Haarlemse woonwagenbewoner zo veel mogelijk net als die van iedere andere Haarlemmer. We zetten in om het beheer van de openbare ruimte op de woonwagenlocaties gelijkwaardig te zijn aan het beheer ervan buiten de locaties. We onderzoeken hoe de huisvesting van woonwagenbewoners een vast onderdeel kan worden van de gemeentelijke organisatie en planning. Daarnaast is er gestart met een overleg tussen de gemeente, de Haarlemse woonwagenbewoners en Kennemerland B.V. Daarbij gaat het niet alleen om meer en betere standplaatsen, maar ook om het verstevigen en normaliseren van de onderlinge relatie.
bullseye-arrow Wat willen we bereiken?
2.4 Statushouders
2C
Meer standplaatsen voor woonwagens
We streven naar een evenwichtigere verhouding tussen vraag en aanbod van standplaatsen, met oog voor culturele binding, uitvoerbaarheid en gelijke kansen op passend wonen.Net als aan woningen is er in Haarlem ook een structureel tekort aan woonwagenstandplaatsen. De ambitie is en blijft om de verhouding tussen vraag en aanbod voor woonwagenbewoners te verbeteren. Daarom gaan we verkennen hoe we de wachttijd voor een standplaats meer in lijn kunnen brengen met die voor een sociale huurwoning. Daarbij kijken we ook welke impact dit heeft op beleid, planning en uitvoerbaarheid van de realisatie van woonwagenstandplaatsen. De extra standplaatsen – deels via inbreiding op bestaande locaties en deels op nieuwe locaties – vormen een realistische en uitvoerbare stap vooruit binnen de beschikbare ruimte, regelgeving en financiële kaders. We willen verkennen of en hoe we binnen de regio meer ruimte kunnen scheppen. Het draait daarbij om kwaliteit: de standplaatsen moeten veilig zijn, passen in de omgeving en bijdragen aan duurzame leefbaarheid voor bewoners en omgeving.
magnifying-glass-location Wat zien we? In Haarlem wonen volgens de monitor aandachtsgroepen in 2022 ruim 1.200 statushouders. Het aantal te huisvesten statushouders wisselt en hangt af van situatie in de herkomstlanden. Afgelopen jaren hebben we het tekort aan huisvesting voor statushouders beperkt of voorkomen door intensieve samenwerking met de woningcorporaties. Statushouders krijgen op basis van een urgentie en hun gezinsgrootte een passende woning toegewezen. Jaarlijks wordt vijf tot tien procent van de vrijgekomen sociale huurwoningen toegewezen aan statushouders. Naast reguliere woonruimte gebruiken we een (tijdelijke) tussenvoorziening bij de Laan van Decima, plaatsten we tijdelijke woningen aan het Delftplein en treffen we kleinschalige woonvoorzieningen voor minderjarige (< 18 jaar) alleenstaande vluchtelingen (AMV’ers). Haarlem heeft een taskforce opgezet om in samenhang in de opvang van vluchtelingen te voorzien. We zien dat besluiten over gezinshereniging langer duren, waardoor statushouders langer op een woning moeten wachten. We zien ook dat AMV’ers die uitstromen uit een kleinschalige woonvoorziening opnieuw een beroep op voorrang voor woonruimte
Volkshuisvestingsprogramma 2026-2030 | 2 Aandachtsgroepen en ouderen
27
Foto: gemeente Haarlem.
moeten doen (waarbij deels sprake is van gezinshereniging). De tussenvoorziening blijkt een goede oplossing voor statushouders die in Haarlem nog niet direct aan een woning gekoppeld kunnen worden. De huidige tussenvoorziening is tijdelijk, maar voorzien in een structurele behoefte, we willen daarom komende jaren een toewerken naar een permanente voorziening. Als het (in lijn met concept-wetgeving) niet meer mogelijk is om voorrang aan statushouders te verlenen, dan voorzien we dat statushouders gemiddeld zeven tot acht jaar moeten wachten op een woning. Vanuit het Rijk wordt gedacht dat gemeenten voor deze periode (onzelfstandige) woonruimte neerzetten, zogenoemde opstart woningen. De kans is groot dat statushouders nog meer dan nu in woningen terechtkomen waarvoor de wachttijden het kortst zijn. En die bevinden zich vaak in kwetsbare delen van de stad of regio.
bullseye-arrow Wat willen we bereiken? 2E
Passende woonruimte voor statushouders
We zorgen voor goede, passende en zo veel mogelijk structurele/stabiele woonruimte voor statushouders, verspreid over de stad. We willen ervoor zorgen dat statushouders een goede start kunnen maken in de Haarlemse samenleving, tussen en met de andere Haarlemse inwoners. Statushouders wonen niet geconcentreerd in buurten en complexen, maar tussen andere Haarlemmers in de stad. We zorgen daarom voor meer sociale huurwoningen (voor huishoudens met recht op huurtoeslag) verspreid over de stad. We willen statushouders woonruimte bieden die vergelijkbaar is met die van andere urgente woningzoekenden in eenzelfde gezins samenstelling, leeftijd en levensfase.
LIGHTBULB-GEAR Wat weten we? Type huishouden Haarlem Nederland Vergunninghouders Totale populatie Vergunninghouders Totale populatie Alleenstaand
42,5%
43,9%
43,7%
39,4%
Paar zonder kinderen
8,8%
23,8%
9,4%
28,0%
Paar met kinderen
37,2%
23,9%
33,7%
24,6%
Eenoudergezin
11,5%
7,8%
11,7%
7,4%
%
0,6%
1,5%
0,7%
Overig huishouden
Figuur 4 Type huishouden in % (Bron: Monitor Aandachtsgroepen 2022).
Volkshuisvestingsprogramma 2026-2030 | 2 Aandachtsgroepen en ouderen
28
Laan van Decima, woonunits Oekrainese vluchtelingen. Foto: gemeente Haarlem
2.4a Oekraïense vluchtelingen
magnifying-glass-location Wat zien we? Sinds de start van de oorlog in 2022 vangt Haarlem Oekraïense vluchtelingen op, verspreid over diverse locaties (zoals een cruiseschip, hotels, tijdelijke woonunits en bij particulieren). Er wordt gewerkt aan langdurige opvang aan de Kruisstraat.
LIGHTBULB-GEAR Wat weten we? Het aantal Oekraïense vluchtelingen in Haarlem bestaat uit ongeveer 1.000 mensen. Op basis van eerdere ervaringen met oorlogsvluchtelingen (Bosnië, Kosovo) is de verwachting dat een groot deel (circa 80%) in Nederland zal blijven en een beroep zal doen op de Haarlemse woningvoorraad.
bullseye-arrow Wat willen we bereiken? 2F
Passende opvanglocaties voor Oekraïense vluchtelingen
Voorzien in passende opvanglocaties voor Oekraïense vluchtelingen en voorzien in informatie over mogelijkheden voor permanente huisvesting.
We blijven zorgen voor goede en flexibele opvang locaties en breiden deze uit met de verbouwing van een pand aan de Kruisstraat 30-32. Daarmee willen we voorkomen dat Oekraïense vluchtelingen die hier blijven, aangewezen zijn op noodopvang of voorrang op de sociale huurmarkt.
2.5 Arbeidsmigranten
magnifying-glass-location Wat zien we? In de regio Zuid-Kennemerland/IJmond verblijven naar schatting ruim 10.000 arbeidsmigranten, van wie 60% in Haarlem woont (zie bijlage 7) De jaarlijkse groei van het aantal arbeidsmigranten in de regio is naar verwachting 4-9%. Voor Haarlem betekent dit een groei van 2.600-7.000 mensen voor de periode 2022-2030. De helft van de arbeidsmigranten blijft langdurig (meer dan 3 jaar) in de stad en 20% minder dan een jaar. De mensen die langdurig hier verblijven, doen een beroep op reguliere woonruimte en tellen mee in de woningbehoefteraming. De aanvullende opgave ligt bij de groep die kort in Haarlem of de regio verblijft (mid-stay (1-3 jaar) en short-stay (0-1 jaar). Dit betekent een groei in behoefte van 1.4602.810 plekken in de periode 2022-2030 voor de gemeenten in Zuid-Kennemerland.
Volkshuisvestingsprogramma 2026-2030 | 2 Aandachtsgroepen en ouderen
29
Veel arbeidsmigranten die in Haarlem wonen, werken elders in de regio, met name in Amsterdam. In de regio zijn vooral in de zorg en de bouw de personeelstekorten groot. We zien ook dat in Haarlem arbeidsmigranten soms in illegale situaties wonen/verblijven (bedrijfsruimte, illegale splitsing/kamergewijze verhuur) en/of de leefbaarheid in het geding is (bijvoorbeeld Zijlweg 245). Werkgevers en uitzendbureaus hebben ons de afgelopen jaren gevraagd om tijdelijke verblijfsmogelijkheden voor arbeidsmigranten. Hiervoor zagen we echter geen mogelijkheden. In het centrum van Haarlem hebben veel woningen ook een ‘short-stay’-bestemming (met name vanaf de 1e verdieping). In hoeverre arbeidsmigranten gebruik (kunnen) maken van deze mogelijkheid is onbekend. De omvang en inzet van de short-stay bestemming in het centrum wordt onderzocht omdat er strijdigheid kan zijn met andere beleidsdoelstellingen en regelgeving (waaronder parkeernormen, geluid, behoud van woonruimte, hotelbeleid). Daarnaast is er ook bij andere groepen, zoals mensen in scheiding, behoefte aan tijdelijke huurcontracten, waar huidige doelgroepcontracten niet voldoende in voorzien.
bullseye-arrow Wat willen we bereiken? 2G
Aanpak huisvesting arbeidsmigranten
We willen illegale en ongewenste huisvestings situaties van arbeidsmigranten tegengaan en onderzoeken of we meer of betere ruimte kunnen bieden aan woonoplossingen voor deze groep. We willen (in overleg met de regiogemeenten in Zuid-Kennemerland/IJmond, werkgevers en arbeidsmigranten) onderzoeken hoe we deze groep werknemers kunnen helpen bij het vinden van tijdelijk onderdak en tegelijk ongewenste situaties (zoals overbewoning of ander illegaal gebruik) zoveel mogelijk kunnen voorkomen. We willen hier in regionaal verband kaders en afspraken over maken.
De Wet goed verhuurderschap biedt de mogelijkheid om regels voor de verhuur van woonruimte aan arbeidsmigranten te formuleren en biedt gemeenten de mogelijkheid om een verhuurverordening op te stellen. De inzet van dit instrumentarium vraagt veel extra capaciteit. We onderzoeken wat hierin mogelijk en wenselijk is.
LIGHTBULB-GEAR Wat weten we? Type eigendom EU-arb. (BRP) EU-arb. (BRP) <1 jaar verblijf 1 tot 2,5 jaar verblijf
EU-arb. (BRP) EU-arb. (BRP) EU-arbeids2,5 tot 5 jaar 5+ jaar verblijf migranten verblijf (BRP): totaal
Totale populatie
Koopwoning
11,5%
18,9%
37,1%
60,6%
41,9%
52,6%
Corporatiewoning
2,3%
%
3,3%
8,9%
5,7%
29,4%
Private huurwoning
85,1%
77,9%
57,6%
29,8%
51,3%
17,2%
%
%
1,3%
%
0,9%
0,8%
Niet-woning
Figuur 5 Type eigendom van de woning, Haarlem in % (Bron: monitor huisvesting aandachtsgroepen 2022).
Volkshuisvestingsprogramma 2026-2030 | 2 Aandachtsgroepen en ouderen
30
Samenvatting totale opgave aandachtsgroepen en ouderen
Bestaand aanbod 2021/2022
Aanvullende opgave 2022-2031
Aanvullende opgave 2022-2040
Opgenomen in plannen
Ouderen nultredenwoning
22.700
2030
4.720
14.256
geclusterd
1.570
508
873
413
intramuraal/zorggeschikt
1.378
234
520
520
Beschermd Wonen Intramuraal
170
0
ntb
Beschermd Thuis geclusterd
37
28
ntb
20
Beschermd Thuis gespikkeld
25
ntb
nvt
BW WLZ
ntb
24
Wonen Eerst onzelfstandige woningen met begeleiding < 23 jaar 25
20
ntb
onzelfstandig wonen 23+
32
ntb
geclusterd zelfstandig (gemengd wonen)
0
50
ntb
geclusterd zelfstandig met zorg nabij
25-40
ntb
6
ntb
Skaeve Huze
0
7 6
Verstandelijke beperking woonplekken
590
30
70
Lichamelijke beperking intramuraal
50
0
5
geclusterd (focus)
16
rolstoelwoningen
pm
Jongeren zelfstandig
474
onzelfstandig
100
ntb
117
100
ntb
96
Studenten zelfstandig
479
onzelfstandig
230
300
ntb
95
16
30
Woonwagenstandplaatsen
200-300 12
Statushouders AMV in KWV
0
42
ntb
33
120
120
ntb
0
Onzelfstandige woningen voor jonge alleenstaade statushouders
20
ntb
0
Tussenvoorziening
Arbeidsmigranten short- en midstay regio ZKL
ntb
1460-2810
ntb
0
Figuur 6 Overzicht bestaand aanbod, opgave en plancapaciteit voor ouderen en aandachtsgroepen (Bron: gemeente Haarlem).
Doorkijk 2030-2035 Een groot deel van de realisatie van het woonaanbod voor aandachtsgroepen (waarbinnen
ouderen de grootste groep zijn) zal worden opgeleverd in de periode na 2030. Dat is in lijn met de verwachte vraag.
Volkshuisvestingsprogramma 2026-2030 | 2 Aandachtsgroepen en ouderen
31
Wat gaan we doen?
2.1
Ouderen en mensen met een zorgbehoefte
ARROW-RIGHT-FROM-BRACKET 1 Realisatie van het uitvoeringsprogramma van het actieprogramma Wonen en Zorg ‘Gewoon Samen Thuis’ 2025-2031 (zoals opgenomen in bijlage 4 van het actie programma) ARROW-RIGHT-FROM-BRACKET 2 Samenwerken met partners in de regio Zuid-Kennemerland/IJmond en de MRA in de realisatie van de huisvestingsopgave aandachtsgroepen.
2.2
Studenten en jongeren
ARROW-RIGHT-FROM-BRACKET 1 Tot realisatie brengen van 1.800 geplande nieuwe woningen die geschikt zijn voor jongere doelgroepen (waarvan 200 gelabeld voor jongeren en 300 voor studenten). ARROW-RIGHT-FROM-BRACKET 2 Hospitaverhuur stimuleren.
STAR-CHRISTMAS 4 Zorgen voor betere informatievoorziening over wonen voor jongeren en studenten (inschrijving, aanbod, huurrecht etc.). STAR-CHRISTMAS 5 Afspraken maken met woningcorporaties over aanvullend aanbod kamer voor jongeren met onder steuningsbehoefte.
Woonwagenbewoners
ARROW-RIGHT-FROM-BRACKET 1 Uitvoering geven aan het Uitvoeringsprogramma Woonwagens 2023-2026, dat bijdraagt aan de ambities om de leefbaarheid op bestaande locaties te verbeteren en extra standplaatsen te creëren. ARROW-RIGHT-FROM-BRACKET 2 Uitvoeren van het eerste verbeterplan op de locatie Basilicumstraat.
ARROW-RIGHT-FROM-BRACKET 3 Werken aan de voorbereiding van nieuwe standplaatsen op de locatie Schwannstraat. ARROW-RIGHT-FROM-BRACKET 4 In lijn met de motie van de CU, PvdA, Trots, AP en CDA doorlopend verkennen van locaties, zoals de Amelandstraat. STAR-CHRISTMAS 5 UItbreiding van de uitvoering van de verbeterplannen uit naar andere locaties, te beginnen met de Amelandstraat en Louis Pasteurstraat. Hierbij worden ook inbreidingsmogelijkheden verder onderzocht.
Woningcorporaties, 2025-2031 Buurtz, zorgaanbieders, huurders- en client organisaties
⬤⬤⬤⬤ ⬤⬤⬤
Regiogemeenten Zuid-Kennemerland/ IJmond, woningcorporaties
⬤⬤
Ontwikkelende partijen, 2026-2030 beleggers, woningcorporaties
2A
2B
2C
2E
2F
2G
2A
2B
⬤⬤⬤ ⬤
2D
2025-2031
Hospi-housing, Regenbooggroep.
2025
Pré Wonen, Ymere, DUWO, huurders organisaties, evt. onderwijsinstellingen
2026
DUWO, afdeling communicatie, onderwijsinstellingen
2026-2027
Woningcorporaties
2025-2026
⬤⬤
Kennemerland B.V., Woonservice
2026-2030
⬤
Bewoners, omwonenden, lokale stakeholders
Gestart in 2025 en loopt door in 2026
Kennemerland B.V. en Woonwagenbelangen Haarlem
2026
Kennemerland B.V.
2026-2030
Bewoners, Woon wagenbelangen Haarlem en Kennemerland B.V.
De uitvoering start in 2025 en loopt door tot 2030
2A
STAR-CHRISTMAS 3 Prestatieafspraken maken over en realiseren van het aanbod gelabelde studentenwoningen.
2.3
Zie actieprogramma Wonen en Zorg
2B
1I
2A
⬤⬤ ⬤⬤⬤ 2A
2B
2A
2B
2C
2D
2C
⬤ ⬤ ⬤⬤ 2C
2C
2C
2D
1H
ARROW-RIGHT-FROM-BRACKET = Continuering van bestaande inzet STAR-CHRISTMAS = Nieuwe activiteit
Volkshuisvestingsprogramma 2026-2030 | 2 Aandachtsgroepen en ouderen
32
STAR-CHRISTMAS 6 Verkenning van wachttijdgelijkheid met sociale huur.
STAR-CHRISTMAS 7 Werken aan structurele inbedding in de organisatie voor de uitvoering van de opgaven woonwagenstandplaatsen.
2.4
Statushouders
ARROW-RIGHT-FROM-BRACKET 1 In samenwerking met woningcorporaties wordt gewerkt om passende woonruimte (grootte, huurprijs) te koppelken aan statushouders, waarbij zo goed mogelijk gekeken wordt naar de samenstelling van het huishouden/ gezin (na gezinshereniging). ARROW-RIGHT-FROM-BRACKET 2 Faciliteren van een tussenoplossing voor 120 statushouders aan de Laan van Decima 3 zodat mensen uit het AZC kunnen starten met inburgering vooruitlopend op het besluit op gezinshereniging (en de bij hun gezin passende woning). Deze tussenvoorziening blijft in ieder geval tot eind 2026. ARROW-RIGHT-FROM-BRACKET 3 Realisatie van een aantal voorzieningen voor huisvesting van AMV’ers (Asterstraat (13) en Kleverparkweg (24)). STAR-CHRISTMAS 4 Onderzoek naar mogelijkheden voor een permanente tussenvoorziening voor statushouders. STAR-CHRISTMAS 5 Onderzoek naar de mogelijkheden van gedeeld wonen voor alleenstaande statushouders (18-27 jaar), inclusief de groep AMV’ers die uitstromen uit de Kleinschalige Woonvoorziening.
STAR-CHRISTMAS 6 Faciliteren en ondersteuning van de realisatie van gemengde wooncomplexen ook voor de doelgroep statushouders.
2.4a Oekraïense vluchtelingen ARROW-RIGHT-FROM-BRACKET 1 Realisatie van 42 woonunits voor O ekraïense vluchtelingen (Kruisstraat 30-32). STAR-CHRISTMAS 2 Versterken informatievoorziening aan Oekraïners over de Haarlemse woningmarkt.
2.5
Arbeidsmigranten
ARROW-RIGHT-FROM-BRACKET 1 In opdracht van de gemeenten in de regio Zuid-Kennemerland/IJmond wordt in 2025 in beeld gebracht op welke wijze werkgevers invulling geven aan de huisvestingsvraag van hun werknemers naar woonruimte voor korter verblijf, en welke knelpunten hier al of niet bij optreden.
⬤ ⬤ 2C
2D
⬤ 2E
⬤ 2E
⬤ ⬤ ⬤ 2E
Woonservice, woningcorporaties, woon wagenbelangen
2026-2027
Woonwagenbelangen Haarlem en Kennemerland B.V. en andere externe partners
Voorbereiding in 2025 en 2026
Woningcorporaties, Woonservice, COA
2025-2030
Rode Kruis, COA
2025-2026
Pré Wonen, Nidos
2025
2026
2E
2E
⬤ 2E
⬤ ⬤
Woningcorporaties, COA
2026
Woningcorporaties
2027
2025
2F
2F
⬤ 2G
Oekraïense gemeenschap
2026
Regiogemeenten Zuid-Kennemerland/ IJmond, werkgevers, uitzendbureaus
2025
ARROW-RIGHT-FROM-BRACKET = Continuering van bestaande inzet STAR-CHRISTMAS = Nieuwe activiteit
Volkshuisvestingsprogramma 2026-2030 | 2 Aandachtsgroepen en ouderen
33
STAR-CHRISTMAS 2 Op basis van het onderzoek uit 2025 willen we vervolgafspraken maken met regiogemeenten in ZuidKennemerland/IJmond en de MRA over uitgangspunten en beleidskader voor woonvoorzieningen voor tijdelijke arbeidsmigranten. STAR-CHRISTMAS 3 Onderzoek naar de voor- en nadelen van inzet van een verhuurverordening op grond van de Wet goed verhuurderschap. STAR-CHRISTMAS 4 Onderzoek naar het gebruik en de (on)wenselijkheid van short-stay-bestemming (al of niet als dubbele bestemming) in het omgevingsplan.
⬤ 2G
⬤ ⬤ 2G
Regiogemeenten Zuid-Kennemerland/ IJmond, MRA
2027
Verhuurders
2026
2027
2G
ARROW-RIGHT-FROM-BRACKET = Continuering van bestaande inzet STAR-CHRISTMAS = Nieuwe activiteit
Foto: gemeente Haarlem
Volkshuisvestingsprogramma 2026-2030 | 2 Aandachtsgroepen en ouderen
34
Tuin van Jonker, Haarlem Zuidwest. Foto: Jurriaan Hoefsmit
Inleiding Een stad waar iedereen prettig en veilig kan wonen, begint bij een goede woning in een prettige wijk. De algemene vereisten voor een bestaande woning liggen vast in wetgeving zoals het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Rond woningkwaliteit zijn er de komende jaren twee zaken die extra aandacht vragen: fundering en gezondheid. Vooral voor huurders kan het lastig zijn om – wanneer er gebreken aan de woning zijn, of omdat de huur te hoog is in relatie tot de kwaliteit – met de verhuurder tot overeenstemming te komen. Daarom besteden we in dit hoofdstuk aandacht aan de ondersteuning van huurders. Ook gaan we in op leefbaarheid en veerkracht van wijken, omdat mensen naast een goede woning, ook een leefbare en veilige woon omgeving nodig hebben.
3. 1 Funderingen
magnifying-glass-location Wat zien we? Haarlem kent funderingsproblematiek, vooral bij woningen gefundeerd op grenenhouten palen. Door bacteriële aantasting neemt de draagkracht van deze houten palen geleidelijk af, wat de stabiliteit van woningen in gevaar kan brengen. Klimaatverandering (droogte en natte perioden) kan deze problematiek vergroten3. Ook dreigen ondiep gefundeerde woningen (fundering op staal) door klimaatverandering een probleem te worden. Geschat wordt dat de fundering van ongeveer 7.000 panden die op grenen houtpalen staan hersteld moet worden. Ter ondersteuning van pandeigenaren heeft de gemeente het Haarlemse Funderingsloket ingericht. Dit loket biedt informatie over funderingsonderzoek, funderingsherstel en subsidiemogelijkheden. Sinds 3
Zie ook Uitvoeringsprogramma grondwater 2024-2033
Volkshuisvestingsprogramma 2026-2030 | 3 Woningkwaliteit en leefbaarheid
35
de oprichting in 2018 neemt het aantal contactaanvragen jaarlijks toe en zijn honderden funderingsonderzoeken uitgevoerd en woningen hersteld. Ook is er een openbare digitale funderingskaart. De investeringen zijn doorgaans fors en woning eigenaren met onvoldoende financiën, kunnen een lening aanvragen via het fonds Duurzaam Funderingsherstel. Funderingsherstel biedt kansen om woningen meteen toekomstbestendig te maken door het aanbrengen van goede isolatie, ventilatie, en het nemen van hittebeperkende maatregelen.
bullseye-arrow 3A
Wat willen we bereiken? Beter inzicht in funderingsopgave
De komende jaren streven we naar een beter (onder andere gedetailleerder) inzicht in de kwantitatieve en kwalitatieve opgave van funderingsherstel in Haarlem. Elke vijf jaar brengen we de omvang en aard van de herstelopgave in kaart en adviseren we waar de funderingsproblematiek als eerste aangepakt kan worden. Zo kunnen we het herstel koppelen aan andere gemeentelijke doelen, zoals duurzaamheid en ondergrondverbetering. Tegelijk onderzoeken we de gevolgen voor bewoners, wat betreft kosten, woongenot en mentale gezondheid. Dit gaat ons helpen de ondersteuning en communicatie te verbeteren.
3B
Funderingsopgave beter gekoppeld
We streven naar een (betere) koppeling van de funderingsopgave aan andere opgaven in de stad. Bij de start van het funderingsloket hadden vooral pandeigenaren behoefte aan informatie. Intussen hebben ook gemeentelijke diensten en ondernemingen steeds meer behoefte aan (technische) kennis over de fundering situaties, bijvoorbeeld als ze betrokken zijn bij de duurzaamheidsopgave of het vervangen van rioleringen. De komende jaren willen we de kennis en kunde van het funderingsloket beter ontsluiten voor deze partijen.
3C
Betere ondersteuning woningeigenaren
We zetten in op een betere ondersteuning van woningeigenaren door betere samenwerking met partners. Haarlem staat niet als enige gemeente voor een herstelopgave. Mede door klimaatverandering krijgen steeds meer gemeenten te maken met funderingsproblematiek, maar er wordt nog maar op bescheiden schaal samengewerkt. De opgaven
zijn bovendien dusdanig groot dat bredere ondersteuning (kennis, financieel) door het Rijk gewenst is. Daarom willen we de komende jaren blijven investeren in samenwerking met het Rijk en andere gemeenten.
3.2 Gezondheid en bestaande bouw
magnifying-glass-location Wat zien we? Veel naoorlogse woningen kampen met vocht, tocht en gebrekkige ventilatie. Dat leidt tot schimmelgroei en een hogere kans op luchtwegaandoeningen. We zien dat schimmel- en vochtproblematiek weliswaar de belangrijkste klachten zijn vanuit Haarlem bij het meldpunt leefomgeving van de GGD Kennemerland, maar dat het in 2024 ging om slechts 25 meldingen. En dat is opmerkelijk, want uit menig onderzoek (huurcommissie, media, landelijk Woon-onderzoek) blijkt dat het voor veel bewoners nog een probleem is. In alle Haarlemse buurten geven huurders hun corporatiewoning een voldoende4. Toch worden in sommige buurten op deelonderwerpen onvoldoendes uitgedeeld. Het gaat dan met name over onderhoud, isolatie en gehorigheid. Vooral de Leidsebuurt, Molenwijk, Meerwijk en Europawijk scoren op deze punten onder het Haarlemse gemiddelde. In het algemeen ervaren vooral bewoners van bovenste verdiepingen in dichtbebouwde wijken regelmatig hittestress. Daarnaast kan geluidsoverlast van verkeer of installaties de nachtrust verstoren en het welzijn schaden. Landelijk is ongeveer 25% van de binnenlandse fijnstofemissies toe te schrijven aan houtstook in open haarden en kachels; naar schatting 14% van het totale levensduurverlies door luchtvervuiling hangt hiermee samen en 17% van de inwoners ervaart geur‑ of rookhinder.
De problematiek manifesteert zich vooral in dichtbebouwde wijken. In Haarlem zal dat niet veel anders zijn. Tegelijkertijd blijkt steeds duidelijker dat een groene, koele en stille woonomgeving zorgt voor minder sterfte tijdens hittegolven, minder depressieve klachten en minder obesitas bij kinderen.
4
Onderzoek Huurders in de Regio Amsterdam - AFWC
Volkshuisvestingsprogramma 2026-2030 | 3 Woningkwaliteit en leefbaarheid
36
LIGHTBULB-GEAR Wat weten we? Meldingen uit Haarlem bij het meldpunt leefomgeving van de GGD
Figuur 1 Meldingen uit Haarlem bij het meldpunt leefomgeving van de GGD (Bron: factsheet GGD) (zie ook bijlage 1, H3).
bullseye-arrow Wat willen we bereiken?
3.3 Goed verhuurderschap
3D
magnifying-glass-location Wat zien we?
Verbetering van het binnenklimaat
Haarlemmers moeten weten wat een gezond binnenklimaat inhoudt en welke rol schimmel vorming, ventilatie en daglicht daarbij spelen. We willen ook dat huurders bij hun verhuurders gehoor vinden bij het voorkomen en bestrijden van schimmel en bij andere zaken die bijdragen aan een beter binnenklimaat.
3E
Bestrijding overlast houtstook
We willen dat de fijnstofconcentratie in woonwijken in 2030 voldoet aan de strengere EU-wetgeving die dat jaar ingaat. Ook de overlast door houtstook zal dan aanmerkelijk zijn afgenomen.
In Haarlem is al langere tijd een huurderssteunpunt actief, dat door Stichting !Woon wordt bemand. Huurders kunnen hier terecht voor alle vragen over het huurrecht en kunnen meldingen doen in het kader van de Wet goed verhuurderschap en de Wet betaalbare huur. De meeste meldingen over ongewenst verhuurgedrag gaan over achterstallig onderhoud, de huurprijs of bijkomende kosten, en over huurcontracten of de opzegging daarvan. In een aantal wijken is het aantal meldingen hoger dan gemiddeld, zoals bijvoorbeeld in de Transvaalbuurt in Noord. We registreren verder het aantal en type meldingen per stadsdeel. We zien dat beide wetten de positie van de huurder hebben versterkt en er meer van de gemeente en haar partners wordt verwacht. Het vraagt wat tijd voordat de wetten en processen die hierbij horen zijn geïmplementeerd en uitgewerkt.
Volkshuisvestingsprogramma 2026-2030 | 3 Woningkwaliteit en leefbaarheid
37
LIGHTBULB-GEAR Wat weten we? Overzicht van meldingen naar type melding en wijk Stadsdeel
Onderhoud
Huurprijs of bijkomende kosten
Woning Zoeken
Huurcontract/ opzegging
Energie
Overige vragen huurrecht
43
8
10
Centrum
38
36
2
Noord
44
69
5
87
20
25
Zuidwest
38
29
2
36
8
13
Oost
31
23
4
21
6
8
Schalkwijk
31
30
5
17
7
8
Figuur 2 Meldingen naar wijk en type melding (Bron: IWoon, Haarlem 2024).
bullseye-arrow Wat willen we bereiken? 3F
Grotere bekendheid en betere vindbaarheid van het huurderssteunpunt
Huurders weten het huurderssteunpunt te vinden en meldingen worden adequaat opgevolgd. Huurders van particuliere en corporatiewoningen in Haarlem betalen huur volgens het woningwaarderingsstelsel (WWS) en weten waar zij ondersteuning kunnen krijgen en meldingen kunnen doen bij problemen met de huurprijs en overige problemen met hun verhuurder. De melder kan erop rekenen dat de melding binnen afzienbare tijd wordt opgepakt.
3.4 Leefbare en veerkrachtige wijken
magnifying-glass-location Wat zien we? Haarlem scoort goed op het gebied van leefbaarheid. Op bijna alle punten scoort Haarlem als stad hoger dan de MRA gemiddeld (figuur 3). Toch zijn er een aantal wijken, buurten en complexen in Haarlem waar de leefbaarheid onder druk staat, voornamelijk in Schalkwijk, Haarlem Oost, en Delftwijk in Haarlem Noord. De lagere scores op leefbaarheid hangen samen met lagere scores op veerkracht van wijken (figuur 4 en 5). Uit onderzoek naar Veerkracht komt naar voren dat in buurten waar veel mensen wonen die in een kwetsbare situatie verkeren (zoals mensen met
Foto: gemeente Haarlem
Volkshuisvestingsprogramma 2026-2030 | 3 Woningkwaliteit en leefbaarheid
38
lichte verstandelijke beperking, psychiatrische of lichamelijke problemen, statushouders) de leefbaarheid achteruitgaat (overlast en onveiligheid). De veerkracht geeft aan in hoeverre buurten kwetsbaarheid kunnen opvangen.
Focusgebieden Aedes
Leefbaarheid en veerkracht staan het meest onder druk in wijken met een hoog percentage sociale huurwoningen, maar ook in delen van de particuliere (met name huur-) voorraad. Via spelregels voor nieuwbouw (40-40-20) proberen we eenzijdigheid in segmenten in de woningvoorraad te voorkomen. De afgelopen jaren is met wijkaanpakken ingezet op verbetering van veiligheid en leefbaarheid. In Meerwijk, het Rozenprieel, de Transvaalbuurt en Delftwijk worden zo meerdere opgaven tegelijk opgepakt om het woon- en leefklimaat te verbeteren. De wijkaanpakken worden komende jaren doorgezet. Ook buiten deze specifieke wijkaanpakken om, proberen we de leefbaarheid te verbeteren of op niveau te houden. Dat doen de gebiedsteams samen met woningcorporaties, zorg- en welzijnsorganisaties, politie en handhaving, bewoners en ondernemers en andere organisaties.
LIGHTBULB-GEAR Wat weten we? Leefbaarheidscijfers Haarlem Tevredenheid woning
7,9 8,0
Tevredenheid buurt
7,7 7,7
Ontwikkeling buurt
7,2 7,0 6,6 6,6
Burencontact Overlast buren
7,7 7,6
Veiligheid ’s vonds
7,5 7,4
Openbaar vervoer
7,3 7,2
Winkels dagelijkse boodschappen
7,8 7,5
Haarlem
Weinig problemen, zeer weinig kwetsbaar Weinig probemen, weinig kwetsbaar Weinig problemen, veel kwetsbaar Bovengemiddeld problemen, zeer weinig kwetsbaar Bovengemiddeld probemen, weinig kwetsbaar Bovengemiddeld problemen, veel kwetsbaar Veel problemen, zeer weinig kwetsbaar Veel probemen, weinig kwetsbaar Veel problemen, veel kwetsbaar Zeer veel problemen, zeer veel kwetsbaar Figuur 4 Focusgebieden Aedes, 2022. Deze kaart toont gebieden waarvan uit maatschappelijk of bewoners perspectief meer of minder aandacht naar hoeft te gaan. Deze focusgebieden zijn geselecteerd op basis van overlast- en onveiligheidsmeldingen, en op basis van de aanwezigheid van bewoners met een kwetsbaarheid ten opzichte van het Haarlems gemiddelde. Delen van Schalkwijk, Haarlem Oost en Delftwijk kleuren rood, wat betekent dat deze gebieden meer aandacht nodig hebben (Bron: Aedes, 2022).
MRA
Figuur 3 Leefbaarheidscijfers Haarlem, Wimra 2023. Haarlem scoort op bijna alle punten van leefbaarheid gelijk aan- of hoger dan het gemiddelde van de MRA (Bron: WiMRA 2023).
Spullen en Volkshuisvestingsprogramma 2026-2030 | 3 Woningkwaliteit en leefbaarheid consumentengoederen
39
Veerkracht in Haarlem
bullseye-arrow Wat willen we bereiken? 3G
Veerkracht versterken
We willen de veerkracht in kwetsbare buurten en complexen versterken. In de wijken, buurten en complexen waar sprake is van eenzijdig aanbod van corporatiewoningen, is er een grotere kans op verminderde veerkracht en leefbaarheidsproblemen. Door alternatieve manieren van toewijzing mogelijk te maken, kunnen we bewoners met meer en minder veerkracht samen laten wonen in buurten of complexen. De leefbaarheid verbeteren we ook door samen met corporaties en welzijnsorganisaties gemeenschapsvorming en ontmoetingen in de openbare ruimte stimuleren en faciliteren (zie bijlage 1, H3, figuur 8).
3H Afname kwetsbare bewoners en... ... afname problemen ... geen afname problemen Kwetsbare bewoners ongeveer gelijk Toename kwetsbare bewoners en... ... weinig veerkracht, beperkte problemen ... weinig veerkracht, vrij veel problemen ... weinig veerkracht, veel problemen ... enige veerkracht ... veerkracht Figuur 5 Veerkracht in Haarlem. Deze kaart toont gebieden die op het gebied van veerkracht meer aandacht behoeven. Veerkracht zegt iets over de mate van een gebied om een toename van bewoners in een kwetsbare positie op te vangen, zonder dat problemen toenemen. Wanneer veiligheids- en overlastproblemen toenemen, is dit een teken van een gebrek aan veerkracht. Hier kleuren ook andere gebieden rood dan de kaart met focusgebieden, zoals in het centrum, delen van Haarlem Noord en de Leidsebuurt (Bron: Aedes, 2022).
Leefbaarheid versterken door samenwerking
We willen de leefbaarheid van complexen en buurten versterken door de gebiedsgerichte samenwerking binnen de gemeente en met de partners in de stad voort te zetten en uit te breiden. Zowel fysieke als sociale factoren bepalen de leefbaarheid van wijken, en die verschillen per stadsdeel. De stedelijke opgaven worden uitgewerkt in gebiedsplannen die jaarlijks worden vastgesteld. In bijlage 1, paragraaf 3.4 zijn de opgaven en de accenten per stadsdeel aangegeven. Gebiedsplannen maken we in nauwe samenwerking met bewoners, woningcorporaties en maatschappelijke organisaties. Daarbij kunnen ook leefbaarheidsvraagstukken naar voren komen. De gebiedsplannen vormen de basis voor samenwerking in de stadsdelen.
Doorkijk 2030-2035 Leefbaarheid vraagt onmiddellijke acties, maar ook blijvende aandacht in wijken waar dat nodig is. De funderingsproblematiek zal na 2030-2035 aandacht blijven vragen. Via de wijkaanpakken en gebiedsgerichte samenwerking kiezen we voor een langjarige en integrale werkwijze in wijken met verminderde veerkracht en leefbaarheidsproblemen. De effecten van woningdifferentiatie zullen zichtbaar worden als de ontwikkelzones gerealiseerd zijn en het woning aanbod in Haarlemse wijken en buurten beter in balans is.
Volkshuisvestingsprogramma 2026-2030 | 3 Woningkwaliteit en leefbaarheid
40
Wat gaan we doen?
3.1
Funderingen
ARROW-RIGHT-FROM-BRACKET 1 Het voortzetten van de werkzaamheden van het funderingsloket. ARROW-RIGHT-FROM-BRACKET 2 Voorzetting participeren en samenwerking in landelijk netwerk over funderingsproblematief. STAR-CHRISTMAS 3 In kaart brengen van de kwalitatieve en kwantitatieve funderingsopgave. STAR-CHRISTMAS 4 Onderzoeken waar de koppelkansen in de eigen organisatie liggen en hoe we die kunnen benutten.
3.2
Gezondheid en bestaande bouw
STAR-CHRISTMAS 1 Verkennen mogelijkheid voor een campagne ‘goed ventileren, daglicht en onderhoud’. Met woningcorporaties maken we prestatieafspraken over bestrijding hittestress, intaketermijnen klachten, expertonderzoek schimmel en samenwerking met GGD en huurdersorganisaties. STAR-CHRISTMAS 2 Uitvoeren van publiekcampagne voor stimuleren van gebruik van Stookalert, opstellen aanpak om overlast terug te dringen. onderzoek naar invoering stookverbod bij code oranje en rood, volgens stookwijzer en verbieden rookgasafvoer in nieuwbouw.
3.3
Goed verhuurderschap
ARROW-RIGHT-FROM-BRACKET 1 Het voortzetten van de uitvoering van het huurderssteunpunt in samenwerking met Stichting !Woon. STAR-CHRISTMAS 2 In samenwerking met het huurderssteunpunt onderzoeken of het steunpunt (na evaluatie) ook preventief kan worden ingezet voor het bestrijden van slecht verhuurgedrag.
3.4
Leefbare en veerkrachtige wijken
ARROW-RIGHT-FROM-BRACKET 1 Sturen op een evenwichtiger verdeling over de stad van het sociale segment, het middensegment en vrije sector in de nieuwbouwprogrammering volgens de spelregels. ARROW-RIGHT-FROM-BRACKET 2 Stimuleren en ondersteunen van ontmoeting ter bevordering van sociale cohesie.
ARROW-RIGHT-FROM-BRACKET 3 Het verwezenlijken van harmonieus en eenduidig beleid voor Wonen Boven Winkels in het centrum (onder andere afstemming omgevingsplan, parkeren en huis vesting). ARROW-RIGHT-FROM-BRACKET 4 Advisering bij (het voortzetten en/of verdiepen van) wijkaanpakken. De huidige wijkaanpakken zijn: Wijkaanpak Transvaal (Noord), Wijkaanpak Delftwijk (Noord), Wijkaanpak Rozenprieel (Zuidwest) en Wijkaanpak Meerwijk (Schalkwijk).
⬤ ⬤ ⬤ ⬤
2025-2030
3C 3C
3A
Provincie, gemeenten Zuid-Kennemerland/ IJmond
2025-2030
Onderzoeksbureau
2025-2026
2025-2026
3B
⬤⬤ 3D
3E
⬤⬤ 3D
3E
⬤ ⬤ 3F 3F
⬤ ⬤⬤ 1C
1D
3H
⬤⬤ 3G
⬤ ⬤⬤⬤ 3G
2026-2029
GGD
2026-2029
Huurderssteunpunt en woningcorporaties
2026-2035
Huurderssteunpunt
nader te bepalen
Woningcorporaties
2026-2030
Zorgpartijen en zie Actieoverige maatschappe- programma lijke partners Wonen en Zorg
3H
3H
3F
GGD, woning corporaties en huurdersorganisaties
3H
VVE Binnenstad Haarlem
2025-2030
Diverse samen werkingspartners
2026-2030
ARROW-RIGHT-FROM-BRACKET = Continuering van bestaande inzet STAR-CHRISTMAS = Nieuwe activiteit
Volkshuisvestingsprogramma 2026-2030 | 3 Woningkwaliteit en leefbaarheid
41
ARROW-RIGHT-FROM-BRACKET 5 Evalueren pilot toewijzen op motivatie en onderzoeken mogelijkheid verbreden naar kwetsbare buurten en complexen in Noord, Oost en Schalkwijk. ARROW-RIGHT-FROM-BRACKET 6 Uitvoering van de pilot(s) voor Gemengd Wonen (o.a. aan de Athenestraat) die bijdragen aan leefbaarheid en veerkracht in de wijk, en onderzoeken of verbreding naar andere complexen mogelijk is. STAR-CHRISTMAS 7 In overleg met corporaties en bewoners onderzoeken welke mogelijkheden (en welke instrumenten) (aanvullend) ingezet kunnen worden voor het versterken van veerkracht in buurten en complexen (bijvoorbeeld middels huurdifferentiatie, andere manieren van toewijzen, inzet van intensiever sociaal beheer (zie bijlage 1, H3, figuur 7 en 8)).
⬤ ⬤ 3G
Woningcorporaties en Woonservice
2025-2026
3G
Pré Wonen, Buurts en het Leger des Heils
2025-2028
⬤
Woningcorporaties en bewoners
2026-2028
3G
ARROW-RIGHT-FROM-BRACKET = Continuering van bestaande inzet STAR-CHRISTMAS = Nieuwe activiteit
Volkshuisvestingsprogramma 2026-2030 | 3 Woningkwaliteit en leefbaarheid
42
Sedum-dak. Foto: gemeente Haarlem
Inleiding Woningen bieden bescherming, comfort en een thuis. Klimaatverandering, sociale ongelijkheid, schaarse grondstoffen en veranderende leefwensen kunnen daaraan afbreuk doen. Daarom moeten we nu keuzes maken die bijdragen aan een toekomstbestendige woningvoorraad. Toekomstbestendig wonen betekent meer dan energiezuinigheid en aardgasvrij. Het vraagt integrale oplossingen: woningen die bestand zijn tegen hitte, droogte en wateroverlast, gebouwd en gerenoveerd met oog voor circulariteit en natuur, en ingericht op gezondheid en sociale verbondenheid. Tegelijk moeten woningen betaalbaar en toegankelijk blijven, ook voor mensen in een kwetsbare positie.
en het realiseren van toekomstbestendige nieuwbouw. Toekomstbestendige nieuwbouw behandelen we in 1 paragraaf. Bestaande bouw werken we verder uit in zes centrale thema’s (waarvan de eerste 5 ook terugkomen bij nieuwbouw): Energie, Circulair, Klimaatadaptatie, Biodiversiteit, Gezondheid en Funderingen.
In dit hoofdstuk geven we globaal aan hoe we die toekomstbestendige woningvoorraad willen aanleggen. Zo sluiten we technologische en sociaal maatschappelijke ontwikkelingen niet uit en kunnen we onze planrichting zo nodig aanscherpen. We onderscheiden daarbij twee hoofdopgaven: het toekomstbestendig maken van de bestaande bouw
Volkshuisvestingsprogramma 2026-2030 | 4 Duurzaam en toekomstbestendig
43
6,6
4.1 Toekomstbestendige nieuwbouw
magnifying-glass-location Wat zien we? Nieuwbouw is hét moment om duurzaamheid in één keer goed te regelen. Energiezuinige woningen belasten het elektriciteitsnet minder, geven meer wooncomfort en houden de energielasten laag. Met de juiste maatregelen, zoals netbewust bouwen, is een bouwstop door beperkte netcapaciteit niet nodig. Daarbij zijn de huidige BENG‑eisen eenvoudig te halen en is aanscherping ervan nodig.
Overlast buren
7,7 7,6
Veiligheid ’s vonds
7,5 7,4
LIGHTBULB-GEAR
De Europese richtlijn voor energieprestatie gebouwen EPBD IV (Energy Performance of Buildings Directive) is inmiddels vastgesteld en wordt de komende jaren vertaald in Nederlandse wetgeving, wat tot verdere aanscherping van de duurzaamheidsnormen zal leiden, waaronder emissievrije nieuwbouw per 2030. Haarlem anti cipeert daarop door nu al bovenwettelijke eisen te stimuleren via het Convenant Toekomst bestendig Bouwen (hierna CTB) van de MRA: één toetsingskader met een brons–zilver–goud‑ladder voor energie, circulariteit, klimaatadaptatie, biodiversiteit, mobiliteit en gezonde leefomgeving.
7,3 7,8 7,5
Winkels dagelijkse boodschappen
In onderstaande figuur is te zien dat de bouw (en Haarlem MRA gebouwen) verantwoordelijk is (zijn) voor een groot deel van de CO2-uitstoot.
Nederlandse broeikasgasvoetafdruk Spullen en consumentengoederen Bouw- en gebouwgerealateerd (energie + materialen)
Huidige nieuwbouw is meestal nog niet Paris-proof, wat betekent dat een nieuw gebouw tijdens de bouw meer CO2 uitstoot dan volgens het Klimaatakkoord van Parijs is toegestaan. Door meer biobased en hergebruikte materialen te gebruiken, kan nieuwbouw wel voldoen aan het Klimaatakkoord. Groen‑blauwe maatregelen zoals geveltuinen, groene daken en tijdelijke waterberging komen steeds vaker voor. Zij beperken hittestress en wateroverlast en dragen aantoonbaar bij aan de gezondheid: meer stedelijk groen verlaagt hittestresssterfte met 10%, verkleint de kans op depressie bij bewoners tot 20% en vermindert obesitas bij kinderen met 25%. Klimaatadaptatie is al verankerd via de watertoets en de waterverordening van Haarlem, maar dreigende droogte en schaarste maken ook drinkwaterbesparing en ruimte‑efficiënt ontwerpen urgent.
Wat weten we?7,2
Openbaar vervoer
30%
Voeding en dranken
20%
15%
Mobiliteit en vervoer
15%
Diensten (publiek en zakelijk)
20%
Figuur 1 Nederlandse broeikasgasvoetafdruk (Bron: CLO, indicator NL060305 ‘Broekasgasvoetadrukken Nederland 2010-2021’).
bullseye-arrow Wat willen we bereiken? 4A
Energie neutrale en netvriendelijke nieuwbouw
Nieuwbouw is minimaal energieneutraal en wordt netbewust gebouwd Nieuwe woningen wekken hun eigen energie op en hebben een lage energievraag, zodat de druk op het elektriciteitsnet minimaal is. Ontwerp en installaties beperken piekbelasting (≤ 1 kW/woning), benutten lokale opslag en slimme sturing en stemmen aansluitingstijdstippen af, zodat het bouwen van woningen en utiliteit mogelijk blijft.
Volkshuisvestingsprogramma 2026-2030 | 4 Duurzaam en toekomstbestendig
44
4B
Een zo laag mogelijke materiaal-impact
CO2- en milieu-impact van materiaal is zo laag mogelijk. We leggen de lat hoger voor materiaalgebruik, zodat nieuwbouw steeds minder milieubelasting veroorzaakt en circulair wordt. We werken samen met bouwpartijen en woningcorporaties om de lagere impact van materiaal haalbaar en breed toepasbaar te maken.
4C
Nieuwbouw die voor 20% houtbouw is
Gemiddeld is jaarlijks 20% van woningbouw houtbouw volgens Houtbouw Pact MRA 2025-2030. Houtbouw verlaagt de CO2- en stikstofuitstoot drastisch (tot 80 % minder stikstof), en helpt bij het halen van klimaat- en circulariteitsdoelen. Industrieel-modulaire houtbouw versnelt de woningproductie met minder arbeid, afval en overlast, terwijl de kosten inmiddels concurrerend zijn met traditionele bouw.
4D
Klimaatbestendige en natuurvriendelijke nieuwbouw
Nieuwbouwwoningen zijn aantoonbaar klimaatbestendig, leveren een netto positieve bijdrage aan stadsnatuur (biodiversiteit) en bieden een gezonde leefomgeving. Nieuwbouw wordt zo ontworpen dat water, hitte en droogte lokaal worden opgevangen en geen overlast veroorzaken. Projecten tonen dit aan via het CTB-toetsingskader of gelijkwaardig. Ook stimuleren we dat drinkwatergebruik in nieuwbouw lager is dan 100 liter per persoon per dag. Biodiversiteit en natuurinclusiviteit wordt concreet ingevuld met nestvoorzieningen, groene gevels en groen-blauwe structuren, waarbij elk project een netto-natuurwinst oplevert volgens de CTB-indicator natuurinclusiviteit. Gebouwen en buitenruimte garanderen een gezond binnenklimaat, beperken geluid en stimuleren beweging; dit wordt onderbouwd met de CTB- indicator gezonde leefomgeving.
Warmtepomp. Foto: gemeente Haarlem
Volkshuisvestingsprogramma 2026-2030 | 4 Duurzaam en toekomstbestendig
45
4.2 Energie bestaande bouw
magnifying-glass-location Wat zien we?
bullseye-arrow Wat willen we bereiken? 4E
De energietransitie is ingezet via het Warmte programma en wordt behalve een stadsbrede aanpak steeds meer ook een wijkgerichte aanpak. De grote hoeveelheid woningen van vóór 2020 vormt zowel een uitdaging als een kans om te isoleren en te verduurzamen. De beperkte capaciteit op het elektriciteitsnet blijft daarbij een knelpunt.
Aardgasvrije en energiezuinige woningen in 2040
In 2040 zijn alle bestaande woningen aardgasvrij en energiezuinig (zie Warmteprogramma5). We willen dat alle woningen zonder aardgas functioneren en een gerecyclede laag energieverbruik hebben, zodat ze bijdragen aan de klimaatdoelen en betaalbaar blijven in gebruik.
Bewoners tonen vooral belangstelling voor maat regelen die financieel aantrekkelijk zijn, direct meer comfort opleveren of noodzakelijk zijn vanwege onderhoud. De herziene Europese richtlijn EPBD IV stelt maximumdrempels voor de energievraag (kWh/m²) in bestaande gebouwen. Deze grenswaarden zullen naar verwachting via aanpassingen in het Bouwbesluit en de Omgevingswet worden verankerd, waardoor eigenaren bij ingrijpende renovaties vanaf ongeveer 2028 verplicht zijn dit niveau te halen.
4F
Van energiearmoede is sprake van als een huishouden meer dan 8% van de woonlasten kwijt is aan energie. Energiearmoede wordt steeds meer structureel teruggedrongen. Woningcorporaties verbeteren hun energetisch slechtste woningvoorraad (E, F en G energie labels) voor eind 2028 en vanuit de gemeente ondersteunen we Haarlempashouders met zowel kleine als grote energiebesparende maatregelen.
Draagvlak bij bewoners door hen actief te betrekken bij verduurzaming en inrichting van hun buurt (zie Warmteprogramma).
LIGHTBULB-GEAR Wat weten we?
Structureel minder energiearmoede
Energiearmoede wordt structureel teruggedrongen via gerichte ondersteuning (zie Warmteprogramma). We ondersteunen kwetsbare huishoudens met kleine en grote maatregelen en advies en maken afspraken met woningcorporaties over structurele verbeteringen van het energielabel.
4G
Draagvlak bij bewoners voor verduurzaming
Samen met bewoners werken we aan uitvoeringsplannen, zodat oplossingen draagvlak krijgen en aansluiten bij hun wensen. 5 Het Warmte programma wordt volgens planning in dezelfde periode vastgesteld als het Volkshuisvestingsprogramma. Inhoudelijk is het Warmteprogramma leidend indien er (ook als gevolg van toekomstige updates) tegenstrijdigheden zouden ontstaan in beleidsdoelstellingen op Duurzaamheidsgebied.
CO2-uitstoot in basisjaar 2017 in kiloton (kt) en in percentage van totaal Wonen Aardgasverbruik
Werken Aardgasverbruik
Mobiliteit Fossiele brandstoffen
Elektriciteit Elektriciteitsverbruik
In Kiloton CO2-uitstoot
163
87
109
249
In percentage van totaal
27%
14%
18%
41% (waarvan 13% door wonen)
Figuur 2 In bovenstaande figuur is te zien dat het aardgasverbruik door wonen 27% van de totale uitstoot in Haarlem veroorzaakt. Daarnaast is in basisjaar 2017 de uitstoot van CO2 door elektriciteitsverbruik van wonen 13% (Bron: Haarlemse routekaart Duurzaamheid).
Volkshuisvestingsprogramma 2026-2030 | 4 Duurzaam en toekomstbestendig
46
4.3 Circulaire bestaande bouw
magnifying-glass-location Wat zien we? Circulaire principes worden in de bestaande bouw vooral toegepast bij herinrichting van de openbare ruimte, maar zijn nog geen vast onderdeel van renovatieprocessen van woningen en gebouwen. Er is groeiende aandacht voor materialenpaspoorten en biobased bouwen, maar het blijft vaak bij pilots. De bouwsector is verantwoordelijk voor ongeveer 38% van de nationale broeikasgasemissies; vooral beton, staal en baksteen hebben een grote CO2‑footprint. Het Rijk heeft als tussendoel om in 2030 50% minder primaire grondstoffen te verbruiken op weg naar een volledig circulaire bouweconomie in 2050.
LIGHTBULB-GEAR Wat weten we? Zie Figuur 1: Broeikasgasvoetafdruk
De ‘materiaal-piramide’ Lage milieu-impact (biobased, hernieuwbaar) Hout, stro, hennep-isolatie, mycelium Matige milieu-impact (gerecyclede-, geoptimaliseerde materialen) Hergebruikt baksteen, kalkhennep, geopolymeerbeton Hoge milieu-impact (traditionele minerale materialen) Beton, traditioneel baksteen, gips, glas
bullseye-arrow Wat willen we bereiken? 4H
Zoveel mogelijk circulaire renovatie
We stimuleren circulaire renovatie, met aandacht voor biobased, hergebruik en losmaakbaarheid. We bevorderen het gebruik van standaardmaterialen die herbruikbaar en duurzaam zijn, zodat er minder grondstoffen verspild worden en de CO2-uitstoot wordt beperkt. We maken prestatieafspraken met woningcorporaties, delen kennis en stimuleren via diverse instrumenten het gebruik van circulaire en biobased materialen.
4.4 Klimaatadaptatie bestaande bouw
magnifying-glass-location Wat zien we? Klimaatadaptatie wordt bij herinrichtingen steeds vaker meegenomen, met maatregelen als groene daken, geveltuinen en waterberging – voorbeelden zijn de wadi’s in de Landenbuurt, tegelwip-acties en de subsidieregeling Groene Daken Haarlem. Toch kent Haarlem nog 40 water- en hittestress-knelpunten die versneld aangepakt moeten worden (Uitvoeringsprogramme Klimaatadaptie). In opkomst zijn buurtinitiatieven voor geveltuinen en vergroening. Hitte, piekbuien en droogte nemen merkbaar toe; het KNMI registreert al +1,6 °C sinds 1950 en intensere buien, wat de kwetsbaarheid van bestaande wijken vergroot.
LIGHTBULB-GEAR Wat weten we? Zie Figuur 1: Broekasgasvoetafdruk
Zeer hoge milieu-impact (energieintensieve of fossiele materialen) Staal, aluminium, koper, PVC, XPX, bitumen Figuur 3 De ‘materiaal-piramide’: welke bouwmaterialen verdienen vanuit milieuperspectief de voorkeur en welke zeker niet? (Bron: www.materialepyramiden.dk).
Volkshuisvestingsprogramma 2026-2030 | 4 Duurzaam en toekomstbestendig
47
Het stedelijk hitte-eiland effect
cohesie te versterken, bijvoorbeeld door groene ontmoetingsplekken.
4.5 Biodiversiteit bestaande bouw
magnifying-glass-location Wat zien we? In bestaande bouw groeit de aandacht voor vergroening en biodiversiteit. Groene gevels, nestkasten en ecologische verbindingen worden lokaal toegepast, vaak op initiatief van bewoners of in samenwerking met woningcorporaties. Groen is goed voor mens én dier: onderzoek laat zien dat extra stedelijk groen de hittestresssterfte met ongeveer 10%, de kans op depressie met 20% en kinderobesitas met 25 %vermindert, terwijl het tegelijk habitat creëert voor insecten, vogels en vleermuizen. Structurele aanpak in Haarlem: de stad heeft de ‘natuurnoodtoestand’ uitgeroepen en investeert via het Meerjarenuitvoeringsplan Groen in een fijnmazig groen- en ecologisch netwerk (faunapassages, groene pilotwijken, ecologisch maaibeheer).
LIGHTBULB-GEAR Wat weten we? 0,0 – 0,2 °C 0,2 – 0,4 °C 0,4 – 0,6 °C 0,6 – 0,8 °C
0,8 – 1,0 °C 1,0 – 1,2 °C 1,2 – 1,4 °C 1,4 – 1,6 °C
1,6 – 1,8 °C 1,8 – 2,0 °C > 2,0 °C
Figuur 4 Het stedelijk hitte-eiland effect (Urban Heat Island, UHI) is het verschijnsel dat de temperatuur in dichtbebouwde stedelijke gebieden merkbaar (typisch 1 – 7 °C, soms meer) hoger ligt dan in het omliggende landelijke gebied, vooral tijdens windstille, heldere nachten in de zomer. In het rode gebied op de kaart zijn extra klimaatadaptieve maatregelen nodig om hittestress te verminderen (Bron: gemeente Haarlem).
bullseye-arrow Wat willen we bereiken? 4I
Positieve invloed van groen
Koelt & filtert de lucht Minder hittestress, fijnstof ↓
Beweegt & verbindt Ruimte om te spelen, bewegen
Dempt waterpieken Minder wateroverlast
Verbetert mentaal welzijn Stress ↓, sociaal contact ↑
Klimaatadaptatie onderdeel van wijkrenovaties
Klimaatadaptatie is standaard onderdeel van wijkrenovaties, ook bij de uitvoering van het Warmteprogramma waarin het thema Koelte een vast onderwerp is. We zorgen dat wijken beter bestand zijn tegen hitte, droogte en wateroverlast, bijvoorbeeld met groene daken, wateropvang en schaduwrijke plekken. We benutten klimaatmaatregelen ook om sociale
Figuur 5 Positieve invloed van groen.
Volkshuisvestingsprogramma 2026-2030 | 4 Duurzaam en toekomstbestendig
48
bullseye-arrow Wat willen we bereiken? 4J
Meer biodiversiteit in woonwijken
Verhogen biodiversiteit in woonwijken door natuur inclusieve ingrepen. Door groene gevels, nestkasten en biodivers groen versterkt de natuur in de stad en verbetert de leefomgeving voor mens en dier. We stimuleren groene gevels, nestkasten, biodivers groen en ecologische structuren bij renovatie door afspraken met woningcorporaties, kennis delen en mogelijk financiële instrumenten voor particuliere woningeigenaren.
Doorkijk 2030-2035 Tussen 2030-2035 verschuift de focus nog meer van plannen naar grootschalige uitvoering en borging en zal er op verschillende duurzaamheidsthema’s extra en/of aangescherpte landelijke wetgeving komen. Emissievrije nieuwbouw wordt verplicht, renovaties worden ‘netbewust’ en energie wordt vaker lokaal opgeslagen. We hebben geleerd van de uitvoering in de warmtetransitie en kunnen opschalen. In het warmteprogramma 2030-2035 zal het gaan om substantieel meer en grotere gebieden. Koelte is daarbij een belangrijk onderwerp. Circulaire nieuwbouw en renovatie wordt steeds meer een gewoonte. Het aandeel houtbouw bij nieuwbouw stijgt verder. Klimaatadaptieve maatregelen worden mogelijk wettelijk verplicht, net als het vergroten van biodiversiteit. Er komen strengere normen voor fijnstof, hitte en geluid. Ook is het streven om op korte afstand van de woning koele, sociale plekken te kunnen bereiken, de zogenaamde 10-minuten netwerk. Jaarlijks helpt de gemeente bij het preventief herstel van een paar honderd funderingen.
Foto: gemeente Haarlem
Volkshuisvestingsprogramma 2026-2030 | 4 Duurzaam en toekomstbestendig
49
Wat gaan we doen?
4.1
Toekomstbestendige nieuwbouw
ARROW-RIGHT-FROM-BRACKET 1 Gebruik maken van het toetsingskader uit het Convenant Toekomstbestendig Bouwen (of vergelijkbaar instrument) voor alle duurzaamheidsthema’s bij ontwikkelprojecten voor gebouwen, en bij alle nieuwe uitvragen een netimpact-paragraaf verplicht maken.
4A
4B
4C
4D
Woningcorporaties, projectontwikkelaars
doorlopend vanaf 2025
STAR-CHRISTMAS 2 Met bouwende partijen vrijwillige afspraken maken over het toepassen van het Convenant Toekomstbestendig Bouwen of vergelijkbaar instrument.
4A
4B
4C
4D
Woningcorporaties, projectontwikkelaars
2026 en 2027
STAR-CHRISTMAS 3 Versnellen toepassing circulaire nieuwbouw principes (MPG, houtbouw).
4B
4C
Ontwikkelaars, bouwbedrijven, woning corporaties
2026-2030
4E
4F
Interne en externe stakeholders
2025-2040
Woningcorporaties, bouwende partijen
2025-2030
4.2
Energie bestaande bouw
ARROW-RIGHT-FROM-BRACKET 1 Gebiedsgerichte aanpak energietransitie (Warmteprogramma).
4.3
4G
Circulaire bestaande bouw
STAR-CHRISTMAS 1 Stimuleren circulaire renovaties (biobased, her gebruik, losmaakbaar).
4H
4.4
Biodiversiteit bestaande bouw
Klimaatadaptatie bestaande bouw en 4.5
ARROW-RIGHT-FROM-BRACKET 1 Stimuleren toepassing klimaatadaptieve maat regelen bij renovatie.
4I
4J
2025-2050
ARROW-RIGHT-FROM-BRACKET = Continuering van bestaande inzet STAR-CHRISTMAS = Nieuwe activiteit
Volkshuisvestingsprogramma 2026-2030 | 4 Duurzaam en toekomstbestendig
50
Begrippenlijst Additionele woningbehoefte Aantal woningen dat erbij moet komen voor de verwachte toename van het aantal huishoudens. Anti-speculatiebeding Clausule in een koopcontract van een woning, die de koper verplicht om de woning gedurende een bepaalde periode zelf te bewonen. BENG-eisen/ normen Bijna Energieneutraal Gebouw. Norm die energieprestatie van nieuwbouw regelt. Doel is gebouwen energiezuiniger te maken en overgang naar duurzame energie te bevorderen. Bestaand stedelijk gebied Stedenbouwkundig samenstel van bebouwing t.b.v. wonen, dienstverlening, detailhandel of horeca, inclusief de openbare of sociaal-culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur.
bedoeling is dat deze bewoners elkaar ondersteunen en van elkaar leren. Groen-blauwe oplossing Een benadering waarbij natuurlijke groene en blauwe elementen geïntegreerd worden in het landschap. Denk bij groene elementen bijvoorbeeld aan bomen of heggen en bij blauwe elementen bijvoorbeeld aan beken of sloten. Huisvestingsverordening Deze verordening geeft aan hoe de gemeente de beschikbare woningen wil verdelen en wat de regels zijn van de wijzigingen in de woningvoorraad (zoals onttrekking, omzetting, woonvormen). Kamergewijze verhuur (verkameren) Het omzetten van een zelfstandige woonruimte in meerdere kleinere onzelfstandige wooneenheden.