02 Bijlage 1 Masterplan Centrum Definitief
Tekst van het document
24
3.2.2 Veerkrachtig
Een robuuste centrumstructuur
Waarom is dit een uitdaging?
Een goed centrumgebied is prettig op alle momenten van de dag, alle dagen van de week, het hele jaar door. In een monofunctioneel (winkel)gebied is dat vrijwel onmogelijk, omdat het druktebeeld zo verschilt; straten die ontworpen zijn voor grote bezoekersstromen, zijn even later uitgestorven. In het Centrum Schalkwijk van de toekomst waarin veel verschillende functies naast elkaar bestaan, zal het ritme al veel dynamischer zijn. Het ontwerp zal hiervoor geschikt moeten zijn, ook op lange termijn. Het goed organiseren van het winkelprogramma is hierin een opgave op zich. Het is de kunst ook in tijden waarin de detailhandel kwetsbaar is een fijn centrumgebied te behouden waarin de drukte zich concentreert. Als het kernwinkelgebied te groot is, kan bij leegstand de winkelstructuur uit elkaar vallen, waardoor de doorloop wegvalt en een neerwaartse spiraal ontstaat.
Oplossingsrichtingen
In het plan is gekozen voor een relatief compact kernwinkelgebied in T-vorm. Deze gebied is compact genoeg om ook in tijden van laagconjunctuur gevuld en levendig te blijven. In de aanloopstraten mag de invulling verkleuren, ofwel ook naar winkels, ofwel naar andere functies, zoals diensten of kantoren; zo blijft het plan flexibel in de tijd. De sociaal-maatschappelijke, sport- en culturele voorzieningen - de ‘ankers van leven’, worden gegroepeerd rondom het winkelen op prominente en zichtbare locaties tussen de gebiedsentrees en het kernwinkelgebied. Zo werken ze als stapstenen. Elke bezoeker van het centrum komt minimaal langs één of twee van deze plekken en een bezoeker van één van de buurtfuncties ziet altijd de levendigheid in het kernwinkelgebied. Zo stimuleren we combinatiebezoek en ontstaat synergie tussen de verschillende functies.
Ontwerpkeuzes 1. Centrum Schalkwijk wordt een gemengd centrumgebied met verschillende bezoekmotieven. De winkelstructuur is compact en ligt centraal. Sociaal-maatschappelijk, sport- en cultureel programma liggen net buiten het kernwinkelgebied, als een schakel tussen de gebiedsentrees en het winkelen. Deze voorzieningen liggen gegroepeerd, ook met horeca, rond plekken en pleinen die hierdoor kleur en karakter krijgen. 2. Een 'T-vorm met schreef' is de basis van de winkelstructuur. Deze bestaat uit vier straten met een lengte van circa 80m waar op de uiteinden grotere trekkers zoals supermarkten liggen. De huidige Nice-passage is een belangrijke straat die de bestaande Aldi/AH aan de ene zijde met een winkel- en versplein aan de andere zijde zal verbinden. De structuur is groot genoeg om de winkels te huisvesten die ‘in de loop’ moeten liggen en compact genoeg om ook in kwetsbare tijden gevuld te blijven.
De winkelstructuur is compact en opgespannen tussen drie trekkers. Centraal ligt het verscluster aan een horecaplein.
3. Een verscluster geeft lokale verswinkels een impuls. Deze ligt aan een plein in het hart van de winkel-T, zichtbaar vanuit de trekkers, aanlooproutes en parkeergarages. Het is een karaktervolle plek die eigen trekkracht genereert. Bovendien zorgt de kritieke massa van verswinkels in combinatie met de supermarkt voor een situatie waarin je je versaankopen in één keer kunt halen. 4. In de aanloopstraten kan de invulling van de plint verkleuren, ofwel naar detailhandel, of naar diensten, kantoren en andere ondersteunende functies. Deze verkleuring van deze uitlopers maakt flexibiliteit in het programma mogelijk, maar beinvloedt niet hoe de centrumstructuur in de basis functioneert.
Er zijn drie pleinen/plekken waar sociaal-maatschappelijk en cultureelprogramma, werkplekken en horeca zijn gecombineerd in ‘ankers van leven’ (zie paragraaf 2.3).
Centrum Schalkwijk | Masterplan | 3. Masterplanontwerp
25
3.2.3 Vriendelijk
Ruimte voor diverse activiteiten en ontmoetingen
Waarom is dit een uitdaging?
Een centrumgebied kenmerkt zich door het publieke karakter, met een grote mate van openbaarheid. In de winkelstraten en op de centrumpleinen voelt iedereen zich welkom en vrij. Tegelijkertijd wordt er in Centrum Schalkwijk straks gewoond, een functie met behoefte aan meer rust en privacy. In moderne centrumgebieden met een hoge dichtheid zorgt deze combinatie al snel voor een harde overgang tussen het private en publieke domein. Het gevaar is dat wonen naar de binnenzijde van het blok wordt gericht en de straten worden ontworpen voor de drukste winkeldagen van het jaar. Zo ontstaan niet de ruimtes waar spontane activiteiten en ontmoetingen plaatsvinden. Dit gebeurt veel meer in sociale ‘tussendomeinen’, in het park en aan de kade, in een rustig zijstraatje, op een collectieve binnentuin en op de stoep. Deze ongedwongen plekken brengen een centrumgebied tot leven.
Oplossingsrichtingen
In het ontwerp werken we met een breder palet van sociale domeinen tussen publiek en privaat, zoals nader toegelicht in hoofdstuk 4. In Centrum Schalkwijk bevind je je straks in een netwerk van plekken met verschillende sferen en mate van intimiteit, die met elkaar in verbinding staan. In het ontwerp zetten we in op wonen op maaiveld net in de luwte van het drukkere kernwinkelgebied. Vanuit de hoofdstraten kijk je zo als centrumbezoeker af en toe een stiller binnenhofje in. In de inrichting van het park, de kade en de pleinen wordt ingezet op het creëren van ‘parochiale domeinen’. Dit zijn ruimtes waar je vertraagt, rustig om je heen kunt kijken en even gaat zitten; een plek in de openbare ruimte die men zich eigen durft te maken. Dit domein kan doorlopen in de grotere gebouwen; zoals in het verscluster, de foyer van het cultuurpodium en het sportgebouw.
Ontwerpkeuzes 1. Centrum Schalkwijk kent verschillende ruimtes in het spectrum publiek-privaat. Naast de drukkere winkelstraten en het publieke Californiëplein zijn er ook rustigere plekken, ‘parochiale domeinen’, zoals de kade, het park, en de kleinere pleinen. Hier durven mensen zich de ruimte even eigen te maken en is veel meer kans op (spontane) ontmoetingen. Ook in het profiel van de straten zelf wordt ruimte gemaakt voor verblijfskwaliteit. Dat gebeurt dus niet door een bankje in het midden van de loopstroom te plaatsen, maar door met groen en zitelementen een plek met luwte en beschutting te creëeren waarvandaan je uitzicht hebt op de straat en stedelijk programma. 2. In Centrum Schalkwijk wordt ook gewoond op maaiveld. Dit gebeurt rondom rustigere groene hoven net naast en achter de winkelstraten. Deze zijn onderdeel van de publieke ruimte, maar voelen als collectieve domeinen van de bewoners. Ze zijn toegankelijk overdag, maar kunnen na zonsondergang worden afgesloten. De hofjes bieden een doorkijkje op een rustige, groene en persoonlijke plek vanuit een drukke straat, een kwaliteit die je ook veel in de binnenstad van Haarlem ziet. 3. Bewegend door Centrum Schalkwijk kun je op elk kruispunt van straten kiezen tussen plekken met meer rust of meer reuring. Het streven is om op alle momenten van de dag een plek met levendigheid in het zicht te hebben.
Dit wordt bereikt door functies die reuring geven in zichtlijnen te leggen, zowel vanuit het binnengebied als van buitenaf. De ritmes van de verschillende functies zijn hiervoor essentieel; het winkelen, de supermarkten, de school, het sportgebouw, het cultuurpodium en horeca vullen elkaar hierin aan.
Publiek Parochiaal Collectief Semi-privaat
De openbare ruimte kent een spectrum aan verschillende sociale ontmoetingsdomeinen; van publieke gebieden (bijv. winkelstraten) tot meer intieme, collectieve en semi-private ruimtes (bijv. woonhofjes). Zie hoofdstuk 4. Levendigheid overdag
Levendigheid 's avonds
Levendigheid overdag en ‘s avonds. In de avond is dit horeca, de bioscoop, het sportgebouw en het cultuurgebouw. Tot 22:00 zullen ook de supermarkten nog open zijn.
Centrum Schalkwijk | Masterplan | 3. Masterplanontwerp
26
3.2.4 Verrassend
Een interessante ooghoogtebeleving en een gelaagde identiteit
Waarom is dit een uitdaging?
Een centrumgebied wordt traag beleefd, men ervaart hier de stad met alle zintuigen. Het ontwerp wordt interessant wanneer de nieuwsgierigheid van de bezoeker wordt geprikkeld; de ervaring op ooghoogte is dan een serie van allerlei verschillende ‘momenten’. In historische binnensteden zijn dit soort ruimtelijke kwaliteiten vaak over de jaren ontstaan door een opeenstapeling van interventies en toevalligheden. In nieuw te bouwen centrumgebieden moet zo'n rijkdom nog vanuit het niets ontstaan. In een planmatig centrumgebied is het lastig dit te ‘ontwerpen’. Toch is het de uitdaging om een structuur op te zetten waarin de beleving van de straat niet te lineair is. Zo heeft de bezoeker zicht op gevels onder verschillende hoeken en valt er steeds iets te beleven. Ook heeft de beeldkwaliteit van de architectuur een zekere gelaagdheid nodig, open voor veranderingen en verschillende invullingen.
Oplossingsrichtingen
Het van ‘plek naar plek’ bewegen via nietlineaire ooghoogteperspectieven is in het ontwerp ondervangen door het bestaande orthogonale stratenpatroon en de hoekverdraaiing van de Europaweg te laten botsen. Verder is ervoor gekozen om ook straten te maken met smallere profielen, waarover de bezoeker heen-en-weer kan bewegen. Op zichtbare plekken in het gebied wordt gestuurd op bijzondere gebouwen, met een verrassende architectuur en een publieke functie. Ontwerpers worden uitgedaagd om te spelen met de ‘tijd’, door bijvoorbeeld te kijken naar hergebruik en/of juist futuristische materialen in te zetten. Zo wordt teveel synchroniciteit in het plangebied voorkomen. Het zijn juist de onverwachte momenten die een bezoek aan Centrum Schalkwijk steeds weer de moeite waard maken.
Ontwerpkeuzes 1. Centrum Schalkwijk is een gebied dat uitnodigt om doorheen te bewegen. Het doorzetten van de al aanwezige richting van de Europaweg in het in aanzet orthogonale stratenpatroon biedt een structuur waarmee drie in het oogspringende ruimtes, het plein bij het verscluster, de plek voor de broedplaatsen en het sport- en cultuurplein, net een hoekverdraaiing maken die een unieke stedelijke ruimte oplevert. 2. Het centrum kent een afwisseling in straatbreedtes. Straten zijn nooit langer dan 70m zonder onderbreking, verbreding of zijstraat. De straten worden kris-kras ervaren; je loopt gemakkelijk van etalage naar etalage. Plinten zijn zoveel mogelijk met levendige functies en veel ingangen gevuld. Waar dat niet kan, is er altijd een levendige functie aan de overkant van de straat. In de inrichting van de straten worden lineaire structuren vermeden en wordt de blik van de bezoeker gestuurd naar alle functies. 3. Op bepaalde plekken wordt de beeldtaal van het centrum bewust doorbroken. De gebouwen behorend tot 'de experimentele stad' (zie ook hoofdstuk 6) mogen afwijken met een vrijere vormgeving. Architecten en ontwerpers worden uitgenodigd tot experimenteren en het gebruik van onverwachte materialisering en detaillering.
Het zichtbaar hergebruiken van het bestaande wordt hier toegejuicht; zo ontstaat een tijdslaag in het ontwerp die verrassend (en humoristisch) is en een uniek karakter geeft aan Centrum Schalkwijk. De gebouwen van de experimentele stad staan constructief los van hun buren, waardoor ook de levensduur kan verschillen: van meer tijdelijk naar juist monumentaal eeuwig. Zo ontstaat over de komende tientallen of honderden jaren toch een historische gelaagdheid.
Door lagere bebouwing toe te passen in het midden en de pleinen noord-zuid te oriënteren komt de zon in de smallere straten. 6m 23m 10m
12m 13,5m
6m 9m
6m
10m
12m
11m 16m
12m
16m 9m
Straatbreedtes verschillen en geven dynamiek in het gebied. Verschillende straatbreedtes geven ruimte voor verschillende soorten inrichtingen.
Centrum Schalkwijk | Masterplan | 3. Masterplanontwerp
27
3.3 Stedenbouwkundige opbouw Het masterplan gaat uit van samengestelde bouwblokken waarin verschillende bebouwingstypologieën te onderscheiden zijn; in de basis zijn dit panden en torens. Het ontwerp gaat uit van een menselijke maat van de bebouwing en een connectie met de straat. De panden zijn daarom maximaal zes lagen hoog tegen de rooilijn, daarboven wordt gewerkt met nog maximaal een éénlaagse setback. Ook de torens hebben aan minimaal twee en maximaal drie zijden een setback. In het ontwerp wordt van buiten naar binnen een schaalsprong gemaakt. Aan de randen van het gebied, aan de Europaweg en Aziëweg, zijn de torens en panden het hoogst en breedst. In het binnengebied worden deze middelgroot. Met een maximale hoogte van vijf lagen op de rooilijn, afgewisseld met drie of vier lagen, passen deze panden goed in de maat en schaal van de straten en wordt er nog voldoende licht en zon doorgelaten. In de nog kleinschaligere tussenruimtes van het woonhof zijn de panden verfijnd tot grondgebonden woningen van drie lagen, de bovenste met setback.
Randen
grote korrel
torens
Middengebied
Woonhoven
Experimentele stad
torens
stadswoningen
divers
middelgrote korrel
panden
panden
kleine korrel
uitzonderingen
max. 76m ca 50m
ca 20m (buitenrand) of ca 17m (binnengebied) ca 4,5m (3,9 bij won.)
Contact met de straat en woning is tot 5 á 6 lagen nog mogelijk.
Schematisch volumeopbouw aan de randen (grootste korrel).
Centrum Schalkwijk | Masterplan | 3. Masterplanontwerp
Schematisch volumeopbouw in het middengebied (middelgrote korrel).
28
3.4 Volumes en hoogtes
23 lagen max 76m
17 lagen max 57m 4
6 ca 22m
ca 20m
Het sportgebouw, cultuurpodium, de circulaire hub en het verscluster hebben afwijkende verdiepingshoogtes met mogelijke tussenverdiepingen. De gebouwhoogte is hier bij benadering aangegeven (ca).
5
ca 18m
7
Gerekend met 5m plinthoogte, 3,2m verdiepingshoogte en 1m dakrand.
16 lagen max 54m
13 lagen max 44m 6
Maximaal aantal bouwlagen en maximale hoogte torens
5
16 lagen max 54m
6 22 lagen max 73m
4 6 13 lagen max 44m
4
4 3
5
5 4
3 ca 14m
5
6
5
6
7
12 lagen max 41m
5 14 lagen max 48m
ca 10m 5 20 lagen max 67m 3
6
4 3
5
8
7
De maximale hoogte van de hoogbouw incl. dakopbouwen is 76m (hoogte St. Bavokerk).
Centrum Schalkwijk | Masterplan | 3. Masterplanontwerp
29
3.5 Programma 3.5.1 Indeling voorzieningen
Cultuurpodium en muziekschool
Intramuraal wonen
Sporthal en zwembad
legenda Detailhandel
Kantoren Zorg onder één dak
Detailhandel circulair
Kinderopvang
Supermarkt Horeca Diensten
mogelijkheid IKC
Cultuur Bedrijfsruimte / kantoren Bedrijfsruimte circulair
Jongerenwerk Kringloopcentrum
Onderwijs en opvang Sport
Circulaire bedrijvigheid
Jongerenwerk Intramurale zorg Gezondheidszorg Hotel
Hotel Bedrijfsruimten en kantoren
Parkeergebouw
Centrum Schalkwijk | Masterplan | 3. Masterplanontwerp
30
Ingang ondergrondse fietsenstalling
3.5.2 Overzicht programma-indeling Kantoren en Hotel wonen Combinatie horeca en werk/ flexplekken Openbare fietsenstalling
* legenda
*
Detailhandel
10.850 m2
Kringloopwinkels
1.300 m2
Doelgroepensupers (max 3)
950 m2
FASE 1 Horeca
Maakindustrie
Retail
Horeca
wonen
Kringloop centrum
stadswoningen Retail
Stadswoningen en appartementen
stadswoningen
*
stadswoningen
Sporthal en zwembad
mogelijkheid voor IKC
Maakindustrie
Horeca
stadswoningen
P
Diensten
Diensten
Diensten
Retail
Stadswoningen en appartementen
Entree + Sportcafé
Stadswoningen en appartementen
Cultuurpodium muziekschool + Cultuurcafé
*
Retail
Retail
Retail
Kantoren
Logistiek en parkeren
P
Horeca
Supermarkt
2.000 m2
Horeca
1.600 m2
Diensten
1.650 m2
Cultuur
2.500 m2
Bedrijfsruimte / kantoren
5.850 m2
Horeca
P
Retail
Verscluster
Diensten
Entree P
Retail
Retail
Horeca
Openbare fietsenstalling Diensten
Supermarkt
Retail Boven: parkeergarage
Bedrijfsruimte circulair
800 m2
Onderwijs en opvang
3.100 m2
Retail
Sport
11.500 m2
Horeca
Jongerenwerk
1.200 m2 3.750 m2
Gezondheidszorg
2.100 m2
Hotel
4.400 m2
P
Zorg
Retail
FASE 1 Albert Heijn
Retail
Retail
Dienst
Bioscoop
P
Intramurale zorg
ALDI
Horeca en retail
Horeca
Retail
Horeca
Retail
Horeca Foodhal
Bibliotheek
FASE 2
Sportschool
Intramuraal
Wonen
126.400 m2
Grens plangebied fase 3 en verder
Centrum Schalkwijk | Masterplan | 3. Masterplanontwerp
31
3.5.3 Programma per bouwblok
(bruto vloer oppervlak - afgerond op 50m2)
Voorzieningen
Totaal
Blok 1
Blok 2
Detailhandel
11.800m2
1.400m2
750m2
Blok 3a
Kringloopwinkels
1.300m2
Supermarkt
2.000m2
Horeca
1.600m2
200m2
Diensten
1.650m2
250m2
Cultuur
2.500m2
Bedrijfsruimte / kantoren
5.850m2
Bedrijfsruimte circulair
800m2
Onderwijs en opvang
3.100m2
Sport
11.500m2
11.500m2
Jongerenwerk
1.200m2
1.200m2
Intramurale zorg
3.750m2
Gezondheidszorg
2.100m2
Hotel
4.400m2
Totaal voorzieningen
53.550m2
Blok 3b
Blok 4a
Blok 4b
Blok 4c
Blok 5
Blok 6a
Blok 6b
800m2
3.300m2 *
800m2 *
300m2
350m2 *
1.250m2
2.850m2
800m2
Blok 7
500m2
2.000m2
5 550m2 300m2
250m2
400m2
200m2
500m2
6a
600m2 2.500m2
750m2
4b
4a
6b 350m2
500m2
4.000m2
750m2
400m2
400m2
1
2.600m2
3.750m2 2.100m2
4c
3a 3b
2
7
4.400m2 3.950m2
3.250m2
13.000m2
2.050m2
6.350m2
950m2
100m2
1.950m2
3.150m2
9.550m2
3.100m2
3.450m2
300m2
50m2
150m2
3.750m2
Ruimtereserveringen begane grond Expeditie
1.650m2
100m2
Technische ruimtes
750m2
100m2
50m2
100m2
150m2
50m2
126.400m2
9.050m2
10.750m2
22.250m2
10.500m2
17.350m2
Waarvan zorgwoningen
108
36
Waarvan atelierwoningen
15
100m2
100m2
12.000m2
14.450m2
100m2
Woonprogramma Wonen
2.850m2
15.600m2
36
11.600m2
36 7
8
Aantal sociaal
569
41
49
100
47
78
13
54
65
70
52
Aantal middenduur
569
41
49
100
47
78
13
54
65
70
52
Aantal duur
285
20
24
51
24
39
6
27
33
35
26
Totaal
1.423
102
122
251
118
195
32
135
163
175
130
Aantal privaat
4.697
326
388
802
379
626
102
433
521
563
419
138
Aantal publiek
1.953
533
Totaal
6.650
859
563
419
138
26.950m2
9.100m2
10.000m2
7.850m2
1.012
340
376
296
* In de blokken 4a, 4b en 5 is ruimte voor maximaal 3 doelgroepensupermarkten met een totaal oppervlak van 950m2.
Fietsparkeren
Autoparkeren Bvo in masterplan Aantal
1.172 388
1.974
248 379
626
102
433
769
Centrum Schalkwijk | Masterplan | 3. Masterplanontwerp
NB blok 7 betreft de kavel van het politiebureau aan de Costa del Sol. Deze komt pas vrij voor herontwikkeling als er een geschikte nieuwe locatie voor de politie in Centrum Schalkwijk is gevonden.
32
3.6 Themakaarten 3.6.1 Eigendomssituatie en bouwblokken
3.6.2 Bereikbaarheid openbaar vervoer
nieuw busstation
5 3a 4c
4b
6a
4a
6b
3b
2
1
indicatief
7
Huidige eigendomssituatie Privaat CVvE Gemeente Totaal fase 3 e.v. Nieuwe situatie 1 Bouwblokken
23.300m2 10.350m2 28.310m2 61.960m2
36.600m2
Bij de herontwikkeling van Centrum Schalkwijk is zo veel mogelijk rekening gehouden met de eigendomssituatie en gefaseerde ontwikkelbaarheid. In nieuwe situatie heeft de CVvE geen gronden meer en blijft de openbare ruimte beperkt tot straten, pleinen, het nieuwe busstation en de kade langs de Amerikavaart.
Buslijnen Bushaltes
Rondom Centrum Schalkwijk vindt een herziening plaats van het OVsysteem. De aanpassing van de routing van de locale lijnen 3, 4 en 73 wordt nader toegelicht in bijlage 10. De positie van de nieuwe halte aan de Briandlaan is indicatief. Aan de noordkant van Centrum Schalkwijk komt een nieuw busstation waar de locale bussen bij de regionale gaan halteren, zie paragraaf 4.2.8.
Centrum Schalkwijk | Masterplan | 3. Masterplanontwerp
33
3.6.3 Fietsroutes en fietsparkeren bezoekers
240 pp in stalling + ca 60 pp in OR
3.6.4 Fietsparkeren bewoners
5
ondergrondse stalling
1000 pp in stalling + ca 110 pp in OR
4c
6a
3a
4b
4a
6b
3b
710 pp in stalling + ca 110 pp in OR
1
2
7
Route fietsers Inpandige publieke fietsenstalling Gebieden met fietsparkeren in de openbare ruimte Openbare ruimte zonder fietsparkeren (uitzondering bij entrees supermarkten) maximale loopafstanden vanaf entrees stallingen
Een bezoek aan Centrum Schalkwijk met de fiets wordt aangemoedigd en gefaciliteerd. Stallingsruimtes worden aangeboden voordat men het winkelgebied betreedt; hier is fietsen niet gewenst tijdens openingstijden van winkels.
Indicatie reservering fietsparkeren bewoners op begane grond (rest in kelder)
Er zijn twee gebouwde publieke fietsenstallingen: één in blok 1 en één in blok 3a. Voor blok 5 is er een reservering voor een publieke fietsenstalling als het fietsparkeren niet in de openbare ruimte opgelost kan worden. In de openbare ruimte wordt fietsparkeren voor bezoekers gefaciliteerd zowel met fietsnietjes als in open vakken. Dit wordt verder uitgewerkt in het ontwerp openbare ruimte.
Centrum Schalkwijk | Masterplan | 3. Masterplanontwerp
Bewonersfietsparkeren wordt gebouwd opgelost bij de entreepartijen van de woningen. Buitenformaatfietsen dienen op de begane grond te worden gestald, dit betreft 5% van de totale fietsparkeerbehoefte. De overige fietsparkeerbehoefte mag ondergronds of op de verdieping worden opgelost, mits voldaan wordt aan de eisen in paragraaf 5.7.4. Voor de eisen m.b.t. stallen van scootmobiels bij entreepartijen van woningen, zie paragraaf 5.9.3.
34
3.6.5 Autoverkeer en autoparkeren
3.6.6 Calamiteitenroute
135m 5 lagen 5/6 lagen
5/6 lagen
Route auto Garage fase 3 e.v. Garage fase 1 en 2 In/uitgangen voetgangers Minimale afstand uitrit garage tot kruising
Centrum Schalkwijk is een autovrij gebied. De parkeerfaciliteiten in Centrum Schalkwijk worden uitgebreid met drie parkeergebouwen, bereikbaar vanaf de Briandlaan en de Europaweg. Aan de oostzijde wordt de bestaande Californiëgarage uitgebreid, gebruikmakend van bestaande entree en hellingbanen. Aan de Europaweg worden twee parkeergebouwen toegevoegd. In de drie gebouwen is ruimte gereserveerd voor zowel bewoners- als bezoekersparkeren. In totaal levert dit een uitbreiding op van ruim 1.000 plekken.
Route hulpdiensten, obstakelvrij
Hulpdiensten kunnen Centrum Schalkwijk betreden over een obstakelvrije zone van 4m breed in de openbare ruimte.
Centrum Schalkwijk | Masterplan | 3. Masterplanontwerp
35
3.6.7 Logistiek
Route laden en lossen Logistieke gang voor karren (ca 2m breed) L&L-havens Logistiek via voorzijde op venstertijden
3.6.8 Afval en route ophaaldiensten
Logistieke bewegingen worden in het binnengebied zoveel mogelijk vermeden. Aan de Europaweg en Aziëweg liggen havens voor laad- en losbewegingen, aansluitend aan de ingang van logistieke gangen. Via deze gangen van circa 2m breed, kan met karren de achterkanten van winkels en horeca bereikt worden. Ook voorzieningen tegenover een gang worden via de voorkant met karren bediend. Het bestaande logistieke hof in de Floridastraat wordt overbouwd waardoor deze inpandig wordt. Overige voorzieningen zoals het cultuurpodium mogen via de straat worden bevoorraad.
Route ophaaldiensten Indicatie plaatsing containers
Afval wordt verzameld in ondergrondse containers gesitueerd aan de randen van het gebied en in enkele straten in het binnengebied. De winkel-T blijft vrij van containers, evenals de woonhoven. De afstand van een woonentree naar de container mag niet meer zijn dan 250m. Centrum Schalkwijk is een hoogstedelijk gebied. Het aantal containers volgens de norm legt een zeer groot beslag op de openbare ruimte. Om de verblijfskwaliteit en het groene karakter van de openbare ruimte te garanderen zal er geoptimaliseerd moeten worden, door bijvoorbeeld twee keer vaker restafval op te halen.
Centrum Schalkwijk | Masterplan | 3. Masterplanontwerp
36
3.6.9 Technische ruimtes
Indicatie reservering technische ruimte
3.6.10 Ecologische kansenkaart
In het plan is 1500m2 gereserveerd voor technische ruimtes, waarvan 750m2 op de begane grond. Alle trafo’s, WKO’s, etc. worden inpandig en zoveel mogelijk uit het zicht opgelost. De toegangen tot de technische ruimtes liggen niet in lange zichtlijnen, minimaal vijf meter uit de hoeken van het gebouw en worden meeontworpen met de plint. Op drie plekken is ook de toegang inpandig op te lossen; in het inpandige logistieke hof (blok 3b), bij de logistieke ingang naast de bioscoop (blok 2) en bij de entree naar de parkeergarage van de Ceylonpoort (blok 5). Hier worden de nutsvoorzieningen van de blokken zoveel mogelijk gecombineerd.
Natuurvriendelijke oever
Soortencategorieën
Faunapassage
boomgebonden
Park (hotspot NNH)
heestergebonden
Potentie NNH
bloemrijk grasland
Openbare ruimte centrum
watergebonden
Bouwblokken fase 3 e.v.
gebouwgebonden
Centrum Schalkwijk | Masterplan | 3. Masterplanontwerp
In en rond Centrum Schalkwijk liggen er kansen om de natuur te helpen door de aanleg van faunapassages, vergroenen van de openbare ruimte met inheemse soorten en door natuurdaken en nestkasten aan de gevels, zie bijlage 6.
37
3.7 Bezonning en windklimaat De bebouwing van het masterplan Centrum Schalkwijk is onderzocht op bezonning en windklimaat. De volledige onderzoeksrapporten zijn te vinden in bijlagen 17 en 18.
3.7.1 Conclusie bezonning
In het bezonningsonderzoek is getoetst of er voldoende zon op de gevels in het plangebied en de omgeving valt, en of de nieuwbouw niet teveel schaduw veroorzaakt in de openbare ruimte. Dit is onderzocht door te kijken naar de bezonning van de bouwblokken, de openbare ruimte en de omliggende, bestaande bebouwing. Voor het masterplan Centrum Schalkwijk wordt voor de bezonning van gevels van woningen de 'lichte' TNO norm gehanteerd. Deze stelt dat er ten minste twee mogelijke bezonningsuren per dag in de periode van 19 februari – 21 oktober op de gevel dienen te zijn in het midden van de vensterbank aan de binnenkant van het raam. Voor de nieuwbouw, waar de plaatsing van de ramen nog niet is uitgedacht, is gekeken of er een raam per woning te plaatsen is zodat er aan de eis wordt voldaan. Deze normen worden alleen toegepast op gevels die zon kunnen ontvangen. Noordgevels ontvangen immers - hoogbouw of niet nooit direct zonlicht. Voor de bezonning van de gevels van bestaande omliggende gebouwen heeft het masterplan relatief weinig impact. Op twee plekken, een hoek van de Ceylonpoort en een hoek van de Factory/Elements, ontstaat een gedeelte dat door de nieuwbouw net onder de twee-uursgrens komt te liggen. Omdat het hier om hoekappartementen gaat met ook een zuidgevel, kan nog steeds aan de TNO-norm worden voldaan.
In het masterplan zelf is het onvermijdelijk dat een aantal woningen onder de grens komen te liggen.
Het gaat daarbij voornamelijk om de woningen die in oost-west georiënteerde straten op de lagere verdiepingen gelegen zijn. Omdat oost-west-straten niet te vermijden zijn in het plangebied en woningen voor de levendigheid en sociale veiligheid erg gewenst zijn vanaf de eerste verdieping, stellen we voor hier een uitzondering te maken op de norm. Dit op voorwaarde dat al deze woningen meerzijdig georiënteerd zijn, dus ontworpen als galerijwoning of als hoekappartement. Dit is in het massamodel meegenomen. De bezonning van de openbare ruimte en de daken is in het masterplan integraal meegenomen in de ontwerpstudie. Hoewel hier geen normering voor is, is er veel aandacht besteed aan de zoninval op pleinen en bij plekken geschikt voor horeca met terrassen.
Bezonning gevels omgeving in nieuwe situatie (NO - 19-02)
3.7.2 Conclusie windhinder
Voor de windstudie is de NEN8100 'Windhinder en windgevaar in de gebouwde omgeving' als uitgangspunt genomen, waarbij de kans op overschrijding van referentiesnelheden wordt gerelateerd aan een comfortklasse. In het plangebied bestaat geen risico op windgevaar. Wat betreft windhinder, wordt in het plangebied bijna overal kwaliteitsklasse A behaald, goed voor langdurig zitten en verblijven.
Bezonning gevels masterplan (ZW - 19-02)
Bij de straten dwars op de Europaweg zijn kleine gebieden met kwaliteitsklasse C en D. De zuidwestelijke wind heeft invloed op het begin van deze straten. In de laatste versie van het ontwerp zijn hier meer setbacks toegepast. Verder worden in het rapport aanbevelingen gedaan ten aanzien van de positionering van gebouwentrees om windhinder op deze posities te voorkomen.
Windklimaat masterplan - op basis van eerder ontwerp (ZW)
Centrum Schalkwijk | Masterplan | 3. Masterplanontwerp
38
4. Openbare ruimte 4.1 Inleiding De openbare ruimte is de plek waar het stedelijk leven van Centrum Schalkwijk zich zal afspelen. De publieke ruimte ontsluit de functies in het gebied met de omliggende wijken en brengt ze met elkaar in relatie. Hier vindt ontmoeting plaats tussen mensen met allerlei verschillende bezoekmotieven. Tegelijk wordt Centrum Schalkwijk ook een woongebied met appartementen en woningen aan het maaiveld. De openbare ruimte zal dus een gevarieerd druktebeeld met verschillende activiteiten moeten ondersteunen en een diverse groep gebruikers willen aanspreken.
Een diversiteit aan stedelijke ruimtes
In fase 3 en verder is gekozen voor een ruimtelijke opzet die een openbare ruimte oplevert met veel diversiteit in karakter. De Europaweg en Aziëweg, evenals de grotere aanlandpleinen hebben een grootstedelijke opzet, terwijl in het binnengebied en de woonhoven de openbare ruimte veel intiemer aanvoelt. Zo ontstaat een hiërarchie tussen ruimtes die verbinden op een hoger en lager schaalniveau, gekoppeld aan hoe men zich hier gedraagt. Grootstedelijke ruimtes voelen vrijer en anoniemer, de plekken in de luwte hiervan vertrouwder en vriendelijker. De openbare ruimte is zo ontworpen voor verschillende vormen van ongedwongen ontmoeting. Dit wordt verder uitgelegd in het kader hiernaast. Omdat Centrum Schalkwijk een gebied is met een hoge dichtheid en veel voorzieningen, doen ook logistiek, fietsparkeren en afvalinzameling een beslag op de schaarse openbare ruimte. Daarbij is juist in een hoogstelijk gebied als deze een grote behoefte aan groen om het centrum aangenaam en leefbaar te maken, en klimaatadaptief en natuurinclusief. Voor de verschillende type straten, pleinen en plekken wordt hierin een andere balans gevonden. Zo blijft het winkelgebied zo veel mogelijk vrij van fietsen, afvalinzameling en logistiek verkeer. Aanloopstraten en aanlandplekken hebben juist een meer utilitair karakter waar ruimtereserveringen hiervoor zijn ingepakt in het groen.
In dit hoofdstuk zullen deze keuzes verder worden toegelicht.
Sociale domeinen - ontwerpen voor ontmoeting Eén van de belangrijkste doelstellingen voor dit masterplan is het faciliteren in een rijkdom aan sociale ontmoetingen. Deze variëren van alleen de ander zien, het herkennen van 'bekende vreemden', het gebruiken van een gemeenschappelijke ruimte tot elkaar kennen en helpen. Centrum Schalkwijk voorziet in een gradiënt van ruimtes tussen publiek en privaat om deze ontmoetingen zo natuurlijk en ongedwongen mogelijk plaats te laten vinden. Op basis van de theorie van o.a. sociologe Lyn Lofland in The Public Realm (1998), zijn dat: publieke ruimtes, parochiale ruimtes, collectieve ruimtes en semiprivate (of 'encroachment') zones.
Het publieke domein: bijvoorbeeld lanen, pleinen, stadsstraten, winkelstraten. De meest open en vrije van de sociale domeinen; hier komt iedereen. Ontmoetingen zijn veelal vluchtig en op afstand, maar er geldt wel een grote tolerantie voor diversiteit en grote mate van vrijheid. Stadsbewoners die weinig met elkaar gemeen hebben, komen elkaar hier tegen. Het parochiale domein: bijvoorbeeld kleinere pleinen, parken, trappartijen. In het parochiale domein durft men zich de ruimte tijdelijk toe te eigenen, door even te gaan zitten, te eten, een kleedje uit te leggen. Men beweegt hier trager en kijkt beter om zich heen. Hier staat men meer open voor ontmoetingen, vrijblijvend en ongedwongen. Het collectieve domein: bijvoorbeeld een hofje of daktuin. Een collectief domein kenmerkt zich door een ruimte waar een gemeenschappelijke activiteit, permanent (bijv. een moestuin) of tijdelijk (bijv. een schaatsbaantje) georganiseerd kan worden. Gemeenschapsgevoel ontstaat hier door het meer besloten karakter van de collectieve ruimte. Een praatje maken en elkaar helpen is rondom een activiteit laagdrempelig. De semi-private zone: bijvoorbeeld een Delftse stoep, een voortuin. Een semi-private zone fungeert als privacybuffer tussen privaat en publiek. Hier zet de bewoner een bankje en plantenbakken neer.
Deze zone geeft karakter aan de straat door de identiteit van de bewoners zichtbaar te maken. Een praatje maken is laagdrempelig.
Centrum Schalkwijk | Masterplan | 4. Openbare ruimte
39
4.2 Structuur van de openbare ruimte
De openbare ruimte van Centrum Schalkwijk is te omschrijven als een hiërarchische structuur waarin verschillende typologieën te herkennen zijn. Aan de randen van het gebied liggen ruimtes passend bij het stedelijke schaalniveau en de grootste korrel van het plan, zoals de stadslanen Europa- en Aziëweg en de kade langs de Amerikavaart. Deze leggen verbindingen voor verschillende modaliteiten op een hoger schaalniveau, en hebben ook betekenis als ecologische verbinding. Het binnengebied kent een middelgrote korrel, waar typologieën bij horen zoals de winkelstraat en -plein. Op het allerkleinste schaalniveau liggen de ruimtes van betekenis voor het grondgebonden woonmilieu.
Behorend bij de grote korrel 1
2
3
1. Stadslanen
2. Kade- en oeverparken
3. Aanlandpleinen
In het plangebied ligt een zone van 6m tussen het fietspad en de bebouwing. Deze zone hoort bij de stadslaan en is onderdeel van de lange stedelijke lijn.
Een brede 'ecologische zone' rond het centrum. Deze bestaat uit oevers, park en een kade, die op grotere schaal verschillende groengebieden met elkaar verbindt.
Ontvangstruimtes van het centrumgebied die de schaalsprong maken van de brede stadslanen en hogere centrumranden naar de kleinere korrel van het binnengebied.
Publiek
Parochiaal
Centrum Schalkwijk | Masterplan | 4. Openbare ruimte
Publiek / Parochiaal
40
Behorend bij de middelgrote korrel 4
Behorend bij de kleine korrel 5
6
4. Winkelstraten
5. Verbindingsstraten
Het winkelhart wordt gevormd door T-structuur met trekkers op de koppen en uitlopers voor groei en krimp. Dit is het centrale gedeelte van het centrum.
Publiek
7
Publiek
6. Centrumplekken en -pleinen
Parochiaal / Collectief bij evenementen
7. Woonhoven en -straten
Straten met diverse voorzieningen en woonentrees vormen de verbindingen tussen het winkelhart, de entreegebieden en de omliggende wijken.
Verblijfsplekken in het binnengebied met een eigen sfeer, horeca en bijzonder (centrum)programma. Plekken waar van tijd tot tijd kleinere evenementen kunnen worden georganiseerd.
Collectieve woonhoven aan de rand van de winkel-T, tussen verbindingsstraat en stadslaan. Overdag toegankelijk, 's avonds afgesloten.
Centrum Schalkwijk | Masterplan | 4. Openbare ruimte
Collectief
41
3
Parochiaal
2.1 Kade 2.2 Oeverpockets 2.3 Park
1
1
3
1. Stadslanen 2. Kades, oevers en parken
P/P
Grote korrel
Publ
4.3 Publieke en collectieve ruimten 7.4
3 5 1
7.1
6
7.4 7.2
6
7.1
3. Aanlandpleinen
7.3
7.3
7.4
7.4
7.2
Publ Publ Par
Middelgrote korrel
5. Verbiningsstraten 6. Centrumplekken en -pleinen
1
6
Collectief
Kleine korrel
4
5 4 4
7.1 Woonhoven 7.2 Woonstraten 7.3 Steegjes 7.4 Daktuinen
7.4
7.4
7.4
7. Collectieve woongebieden
5
4
7.4
4. Winkelstraten
2.1
6
5
7.2 4
7.4
5
7.4
7.4
2.1
1
5
6 5
3
7.4
Ontmoetingsdomeinen
3
7.4 2.1
Publiek Parochiaal Collectief Semi-privaat
5 2.2
5
5 2.2
2.2
2.2
2.3
Centrum Schalkwijk | Masterplan | 4. Openbare ruimte
42
4.3.1 Stadslanen
Het gedeelte van de stadslanen behorend tot het plangebied is een zone van (minimaal) 6m gemeten vanaf de rand van het fietspad tot de bebouwing. Deze strook biedt ruimte aan voetgangers, groen en fietsparkeren.
4
De stadslaan is een groene, herkenbare en uitnodigende rand van het centrumgebied. Aan de stadslanen zijn voornamelijk stedelijke diensten gevestigd, entrees van woongebouwen en (afhaal) horeca.
3 2
3 1
1
Hoofdprincipes De zone van 6m wordt verdeeld in een stoepzone van 4m tegen de gevel, en een groenzone van 2m aan de zijde van de weg. In stoepzone is maximaal 1m gereserveerd voor een eventuele uitstalruimte, gevelterras en -groen. 2. Het groen aan beide zijden van het fietspad hoort bij elkaar; als één groter groenvlak waar het fietspad doorheen loopt. 3. In de groenvakken wordt fietsparkeren, afvalinzameling en plaatsen voor laden-
Het groen loopt door aan beide zijden van het (fiets)pad.
Incidenteel kan een zit- of ontmoetingsplek gemaakt worden.
Aan de noordgevel en bij dichte plinten klapt het principe om. Hier ligt groen tegen het gebouw. Groenvakken scheiden stoep en straat.
Centrum Schalkwijk | Masterplan | 4. Openbare ruimte
en lossen opgelost - aan beide zijden van het fietspad. De plaatsing van deze uitsparingen is zo klein mogelijk om snippergroen te voorkomen. 4. Waar de plinten geslotener en/of noordgeörienteerd zijn, klapt het 4m stoep, 2m groen-principe om. Hier liggen het groen juist tegen de gevel.
projectgrens
1.
K&L 2m 3m 1m
43
4.3.2 Kade en oever
De Amerikavaart is onderdeel van de groenblauwe structuur die door Schalkwijk loopt en het Romolenheempark via het Wil Merkiespark met het Aziëpark verbindt. Samen met de kade vormt het een herkenbare groene ruimte in de luwte van het centrum met plekken voor recreatief gebruik. De zone kenmerkt zich door een inrichting met grotere bomen en oeverbeplanting, waarin beide zijden van het water en de aanliggende parken herkenbaar bij elkaar horen. De kade is hierin een strak lijnelement.
4
3 2
2
5
1
Hoofdprincipes 1.
De maatvoering, hoogte, materialisering, kleur en verbanden van de kade in fase 1 en 2 wordt doorgezet. 2. De groenvakken liggen op een helling richting de hoger gelegen woningen. Deze wordt ingericht met diverse en kleurrijke beplanting, zowel bomen als heesters. 3. De groenvakken spelen met het hoogteverschil. Zo ontstaan zitranden aan de openbare kade. In het ontwerp ook plekken voor sporten en spelen creëren
4. De woningen aan de kade worden van binnenuit ontsloten. Aan de kadezijde ligt een terras van maximaal 3m diep in het groen. Een paadje met een helling verbindt per twee woningen de terrassen met de kade. zodat deze ook direct geactiveerd wordt door de bewoners. 5. Aan de noordkant is een hellingbaan aanwezig. Aan de zijdkant wordt het hoogteverschil overbrugd met een trap.
De kade uit fase 1 wordt doorgetrokken naar het noorden.
+ 1,2 + 0,2 -0,47 waterpeil -0,6
+ 0,7
Groenvakken dienen als privacybuffer tussen woning en kade waarbij ook gebruik gemaakt wordt van het hoogteverschil. Het groenvak heeft een zitrand aan de kade.
K&L 1,5
2m
Centrum Schalkwijk | Masterplan | 4. Openbare ruimte
6m
4m
44
4.3.3 Aanlandpleinen
Vanaf vier zijden is Centrum Schalkwijk te betreden via grotere stedelijke ruimtes - het aanlandplein in de noordwesthoek, het Evert Haverkortplein en in fase 1 en 2 het Californiëplein en het plein rond het Febo-paviljoen. Het zijn ontvangstruimtes die de schaalsprong maken tussen de stadslanen en het kleinschaliger binnengebied. De ruimtes hebben een publiek karakter met daarbinnen luwere 'parochiale' plekken. Door de groene inrichting rondom verschillende activiteiten wordt de signatuur van de afzonderlijke plekken benadrukt.
2
3
3
4
1
4
1
Hoofdprincipes 1.
Verblijfsplekken (zowel terrassen als openbaar) maken de schaalsprong van stedelijke rand naar binnengebied.
Aanlandpleinen zijn ruimtes waar de bezoeker ontvangen wordt en begeleid richting de bestemming. Het plein is overzichtelijk, open en kent een duidelijke routing. 2. De aanlandpleinen maken met hun inrichting een schaalsprong van de grootstedelijke stadslanen naar het intiemere centrumgebied. Er is ruimte voor groter groen passend bij de schaal van de bebouwing. Ook is er ruimte voor
verblijfsplekken, zowel in de vorm openbare plekken als terrassen die de menselijke maat benadrukken. 3. Op de aanlandpleinen van fase 3 en verder wordt de kans benut flink te vergroenen met grotere groenvakken en bomen van de eerste orde in de volle grond. De inrichting volgt het ‘groen tenzij’-principe. 4. In het groen zijn fietsparkeren en afvalinzameling opgelost op logische plekken maar buiten directe zichtlijnen.
Voorbeelduitwerking Evert Haverkortplein
Voorbeelduitwerking Europaweg/ Azieweg
Een landingsplaats tussen grotere infrastructuur en de centrumstedelijke functies.
Aanlandpleinen volgen het 'groen tenzij'-principe. De routing is duidelijk en overzichtelijk.
Centrum Schalkwijk | Masterplan | 4. Openbare ruimte
45
4.3.4 Winkelstraten
Het hart van Centrum Schalkwijk is een voetgangersgebied in een T-structuur. Winkelen wordt hier afgewisseld met horeca, terrassen en woonentrees. De openbare ruimte in dit kernwinkelgebied heeft een maat die ruim genoeg is voor groen en verblijfsplekken, maar intiem genoeg om de straten als één ruimte met twee benaderbare zijdes aan te laten voelen. De winkel-T is ontworpen als verblijfsgebied en is zo veel mogelijk vrij van utilitaire ruimteclaims als afvalinzameling en fietsparkeren.
5 2 3
4
1
6
Hoofdprincipes 1.
De winkelstraten kennen in de basis een gevel-tot-gevelbestrating. De straat voelt als één uitnodigende voetgangersruimte. 2. In de straat zijn de plinten/etalages aan beide zijden goed zichtbaar en loop je gemakkelijk dwars over. Om zichtlijnen te bewaken worden er geen heesters tussen de 0,8 en 2,2m geplant. 3. Het begin van de straat is zo ingericht dat fietsen wordt ontmoedigd, bijvoorbeeld met een breder groenvak en een zichtbaar verschil in straatinrichting. 4. Lineaire structuren of 'baanvorming' in de
straat wordt vermeden. Dit gebeurt onder andere door het 4m brede obstakelvrije gedeelte voor hulpdiensten decentraal te leggen en minimaal één maal per straat van kant te laten wisselen. 5. Tegen de gevel is er een uitstalzone van 1m met ook ruimte voor gevelgroen. 6. In de winkelstraat wordt ruimte gemaakt voor (deels) verhoogde groenvakken met zitranden en op plekken waar veel loopruimte nodig is, losse bomen in het maaiveld met mee-ontworpen boomrooster.
Als er te weinig ruimte is voor groenvakken staan de bomen in de bestrating. Vergroening van de winkelstraat.
Groen biedt beschutting en verblijfsplekken.
Vergroening, maar ook voldoende loopruimte.
Centrum Schalkwijk | Masterplan | 4. Openbare ruimte
K&L 1m
3,5m
K&L 6m
1,5 1m
46
4.3.5 Verbindingsstraten
Verbindingsstraten zijn straten buiten de stadslanen, kade, winkelstraten en woonhofjes, en hebben een meer utilitaire uitstraling. Ze vormen de basislaag van het centrum; de aanlandpleinen en winkel-T zijn de uitzonderingen. Functies aan deze straten zijn divers, maar wonen is er zeker één van. Met een inrichting waarbij functies als afvalinzameling en fietsparkeren worden ingepakt in groen worden de verschillende eisen die aan verbindingsstraten gesteld worden op een prettige manier opgelost.
1 1
2
3 4
Hoofdprincipes 1.
Aan de verbindingsstraten liggen voorzieningen, horeca, diensten, kantooren woonentrees. Deze functies kunnen over tijd verkleuren. Een zone van 1m tegen de gevel kleurt mee. Bij plinten zonder entrees is deze groen, anders is het voetgangers-, terras- of uitstalruimte. 2. De 4m brede obstakelvrije zone voor hulpdiensten ligt decentraal, zodat aan één zijde van de straat een strook vrijkomt voor grotere groenvakken.
3. Tussen de groenvakken wordt o.a. fietsparkeren en afvalinzameling opgelost. Door te spelen met de hoogte van de opsluitrand en beplanting wordt dit deels aan het zicht onttrokken. 4. Overdwars richting de entrees lopen - óók door de strook met groen en fietsen, blijft uitnodigend en gemakkelijk. Er is voldoende loopruimte. Een gevoel van verdeling van de straat in separate banen wordt hierdoor vermeden.
Duidelijke zichtlijnen tussen groen en wandelruimte. Verbindingstraten zijn toegankelijk voor fietsers.
Verhoogde groenplekken beperken zicht op o.a. afval en fietsen.
Opsluitband rond plantvak oplopend van maaiveld- tot zithoogte.
Centrum Schalkwijk | Masterplan | 4. Openbare ruimte
K&L 1m 2m
3,5m
4,5m
1m
47
4.3.6 Centrumpleinen en -plekken
Op enkele plekken in het centrum liggen bijzondere culturele, commerciële en sociaalmaatschappelijke voorzieningen bij elkaar. De ruimtes hiertussen zijn de plekken bij uitstek waar Schalkwijkers met verschillende bezoekmotieven elkaar zullen tegenkomen en ontmoeting kan ontstaan. Het zijn ook geschikte plekken voor kleine evenementen. Deze centrumpleinen zijn in gebruik en vormgeving gekoppeld aan de gebouwen binnen het beeldkwaliteitskader 'experimentele stad', zie hoofdstuk 6. Het ontwerp is vrij en verrassend.
4
1 3
6
3
5
2
Hoofdprincipes
Opvallend 'interieur' straatmeubilair: binnen lijkt naar buiten te komen.
1.
Centrumpleinen zijn plekken waar je gemakkelijk doorheen en overheen loopt. Er is een doorlopende vloer van gevel tot gevel die hier in principe niet wordt onderbroken. 2. De pleintjes worden gedefinieerd door een inrichting en inrichtingselementen met afwijkende vormgeving. Deze is specifiek en van afstand zichtbaar. 3. Een los en creatief ontwerp biedt vrijheid en stimuleert tot ongedwongen ontmoeting. 4. De pleinen krijgen identiteit door de directe relatie met de bijzondere functie waar ze aan liggen zoals het verscluster, het cultuurpodium, de sporthal of de
kringloopwinkels met werkplaatsen. De vloer mag doorlopen in het foyer of de hal. Het interieur en de activiteiten in het gebouw komen ook naar buiten. 5. Horeca en terrassen worden ingepast en versterken de sfeer en vormgeving van het plein. 6. Bijzondere beplanting geeft identiteit. Bijvoorbeeld één grote boom, een grid van bomen, bloesem of beplanting in een afwijkende kleur. 7. De pleinen bieden plek aan kleine evenementen.
Voorbeelduitwerking centraal plein.
Voorbeelduitwerking sport- & cultuurplein.
Een intieme en ontspannen sfeer.
Pleintjes voelen als onderdeel van het centrumen winkelgebied: je loopt er gemakkelijk door.
Directe relatie met bijzonder en/of sociaalmaatschappelijk programma.
Centrum Schalkwijk | Masterplan | 4. Openbare ruimte
48
4.3.7 Woonhoven en woonstraten
In Centrum Schalkwijk wordt op een aantal plekken gewoond op maaiveld. Dit gebeurt aan de kade, in woonstraten en hofjes, net als in de Haarlemse binnenstad. Overdag zijn deze onderdeel van het stedelijk weefsel en vormen ze looproutes van en naar het winkelhart. 's Nachts kunnen ze door de bewoners worden afgesloten. De woongebieden voelen aan als collectief domein waar bezoekers welkom zijn, maar wel te gast. Voor bewoners is het een veilige, eigen plek om kinderen te laten spelen en planten en meubels buiten te laten staan.
4
3 5
6
Hoofdprincipes 1.
Terras met brede heesterstrook in de hofjes en aan de Amerikavaart.
De woonhoven en woonstraten mogen aanvoelen als collectief domein van de bewoners. Overdag zijn deze openbaar toegankelijk. Tussen zonsondergang en zonsopgang kunnen de straten worden afgesloten met een hekje. 2. De woonstraten en -hofjes zijn autovrij. 3. Het hek oogt vriendelijk en is transparant; ook 's avonds is het hofje zichtbaar. Het overdag geopende deel is minimaal 5m breed; de straat voelt als onderdeel van het stedelijk weefsel. 4. Het hofje is groen ingericht en heeft grotere bomen en heesters in de volle grond. Er zijn zowel gedeeltes met gras om op te
Semi-private zone in de woonstraatjes.
Flexibele looproutes door de hoven.
Lage beplanting om in te spelen of te liggen, heesterstroken met bomen voor privacy.
K&L 2,5m
17m
Centrum Schalkwijk | Masterplan | 4. Openbare ruimte
K&L 2,5m
5. 6.
7.
8. 9.
zitten en spelen, als gedeeltes met hogere beplanting. Woningen aan de woonstraatjes krijgen een semi-private zone van 1m (een zogenaamde ‘Delftse stoep’). Woningen aan de hofjes en de Amerikavaart krijgen een terras van minimaal 2m met een brede heesterstrook als erfafscheiding. Over het hof lopen paadjes richting het winkelhart. Deze zijn altijd ondergeschikt aan het groen en verdelen het hof niet in meerdere losse groenvakken. De hofjes worden akoestisch geoptimaliseerd (geluidluw). De inrichting van het hof kan worden afgestemd met en aangevuld door de bewoners.
1m
4,5m
1m
49
4.3.8 Busstation
Aan de noordzijde van Centrum Schalkwijk komt een compact nieuw busstation waar regionale en lokale buslijnen halteren. Directe wandelroutes vanuit het centrum worden via het Evert Haverkortplein en de kade doorgetrokken tot op de perrons. Deze worden zo vormgegeven dat er een herkenbaar station ontstaat, bijvoorbeeld door de overkapping te integreren met bomen. Het busstation mag een markante verblijfsplek worden; een waardige entree van Centrum Schalkwijk.
Busstation als prettige verblijfsplek.
Grote bomen steken door de overkapping en definiëren het dak van het busstation.
7m
Lichte & transparante overkapping.
Twee perrons vormen één ruimtelijk geheel.
7,3m
6,4m
1
6m
3m
4,5m
3m
3m
Principeplattegrond en -profiel waarbij de regionale lijn 300 op de busbaan halteert. De lokale lijnen 3, 4 en 73 halteren in de haltekommen.
Centrum Schalkwijk | Masterplan | 4. Openbare ruimte
50
4.3.9 Wil Merkiespark
Met het slopen van de Spaarnehal - waarvan de functies verplaatst worden naar het nieuwe sportgebouw, komt ruimte vrij om het Wil Merkiespark uit te breiden. Het moet een park worden dat voorziet in intensiever en diverser gebruik door verschillende leeftijden en bevolkingsgroepen. De bestaande bomen worden zoveel mogelijk behouden, maar in een herschikking kunnen mooiere groepen ontstaan en plekken beter worden omzoomd. Het park dient een recreatieve functie inclusief het inpassen van sport. De randen langs de Europavaart worden ecologisch ingericht, zie paragraaf 3.6.10.
Europavaart
beoogde locatie Cruyff Court
Spaarnehal
schoolplein
oude bibliotheek
Situatie voor sloop Spaarnehal (NB inpassing Cruyff Court is een apart project en geen onderdeel van dit masterplan).
Europavaart wandelpad naar Romolenheempark
beoogde locatie Cruyff Court
multifunctioneel veld: sport, spelen, ligweide
schoolplein
Wil Merkiespark: een park voor iedereen, voor elk jaargetijde, voor alle vormen van gebruik.
ecologische zone langs het water
broedplaats in oude bibliotheek
Ambitie na sloop Spaarnehal: een inclusieve parkstrook met ecologische waarde.
Centrum Schalkwijk | Masterplan | 4. Openbare ruimte
51
4.4 Visie op groen In Centrum Schalkwijk wordt gestreefd naar een hoge mate van vergroening, die de belevingswaarde, de ecologische- en klimaatadaptieve waarde vergroot. De beplanting in de openbare ruimte in fase 3 en verder, bouwt in basis voort op het concept van fase 1 en 2. Wel betreft fase 3 en verder een ander milieu; een zeer dicht winkel- en voorzieningengebied gecombineerd met wonen op maaiveld. Het daarom van toegevoegde waarde als de beplanting deze unieke sferen en ontmoetingsdomeinen versterkt.
4.4.1 Bloeiend en biodivers
Het concept 'bloeiend en biodivers' (fase 1 en 2) wordt in fase 3 e.v. overgenomen. Een mix van diverse beplanting met overal minimaal 50% inheemse soorten (minimaal 80% langs de kade) zorgt voor ecologische waarde. Een deel van de bomen is bloeiend. Bomen en planten die op verschillende momenten in bloei staan geven niet alleen een kleurrijk en dynamisch beeld, maar verzekeren ook dat insecten gedurende het jaar voedselaanbod hebben.
4.4.2 Versterking van sfeer en activiteit
In fase 3 e.v. wordt het groen direct gekoppeld aan de verblijfskwaliteit, bijvoorbeeld door het te combineren met zitplaatsen. Binnen een herkenbare beplantingsmix wordt per deelgebied gevarieerd in de opbouw van lage, middelhoge en hogere beplanting om verschillende gebieden en de activiteiten die hierbij horen te faciliteren en accentueren. Op bijzondere plekken, zoals de centrumpleinen en in de woonhoven, wordt specifieke beplanting ingezet voor het creëren van een unieke sfeer.
4.4.3 Beplanting per ruimte-categorie
1. Stadslanen Aan de stadslanen zijn parallelle bomenrijen als lijnelement te herkennen. Tussen de rijen kunnen soort
en uitstraling verschillen, binnen de rij wordt met verschillende cultivars afgewisseld voor diversiteit en bestendigheid. De gekozen bomen zijn inheems en bestendig tegen zon en wind. De beplanting aan de Europaweg wordt afgestemd op het beplantingsplan Stadsstraat Europaweg-Noord (Felixx/Sweco) zodat het er een geheel mee gaat vormen. 2. Kade De beplanting langs de kade vervolgt de principes van fase 1 en 2 met minimaal 80% inheemse soorten. Rondom de kadewoningen helpt beplanting de privacy van de woningen te beschermen zonder teveel zon en uitzicht weg te nemen. Dit kan bijvoorbeeld met heesters met fijne bladeren op ooghoogte van de passant. Het groen maakt een zichtbare connectie met de overzijde van het water, onder andere door de bomenkeuze. 3. Aanlandpleinen Op de aanlandpleinen is het groen grootschaliger, met grotere bomen in royale groenvakken. Bomen helpen het windklimaat te verbeteren. Het groen is verwelkomend en definieert het plein als 'plek'. Door te spelen met routing en zichtlijnen, leidt het de bezoeker op een natuurlijke manier het centrum in.
onttrokken door het in te pakken met opgaand groen. Het ontwerp van de groenvakken, soms verlaagd en soms verhoogd, draagt hier ook aan bij. Beplanting is deels groenblijvend en gedijt bij schaduw of halfschaduw. 6. Centrumplekken en -pleinen Ontmoeting en verblijfskwaliteit staat op deze plekken centraal. Het groenconcept mag hier afwijkend zijn om de specifieke sfeer van de plek te versterken. 7. Woonhoven De beplanting versterkt het omsloten karakter en de eigen sfeer van de woonhoven. Ze zijn in basis zo groen mogelijk met grote bomen. Op de delen met gras kan worden gespeeld en gepicknickt, delen met opgaande beplanting beschermen de privacy van de terassen voor de woningen. 8. Collectieve daktuinen De daktuinen zijn 'woonhoven op hoogte'. Ook deze volgen het principe 'groen tenzij', waarin verharding ondergeschikt is aan het groen. Gras, met kruidenrijke gras/plantenmixen bedekken de daken. Op delen met een hoger grondpakket staan meerstammige heesters en kleine bomen. Zie ook paragraaf 6.3.8.
4. Winkelstraten In winkelstraten is de beplanting dienend aan de functie. Deels verhoogde groenvakken zijn zo geplaatst dat ze de straat zichtbaar vergroenen en een prettig microklimaat ondersteunen. Het groen biedt ook ruimte aan prettige verblijfsplekken. Om goede zichtlijnen te waarborgen wordt beplanting op ooghoogte vermeden. Waar geen ruimte is voor groenvakken staan bomen in de bestrating. Beplanting is deels groenblijvend en gedijt bij schaduw of halfschaduw. 5. Verbindingsstraten In de verbindingsstraten wordt beplanting gelaagd toegepast; laag, middelhoog en hoog. Fietsparkeren en afvalcontainers worden (deels) aan het zich
Centrum Schalkwijk | Masterplan | 4. Openbare ruimte
52
4.4.4 Opbouw en gelaagdheid van de beplanting
1. Stadslanen • •
Laag groenvak. Lage onderbeplanting, 1e- en 2e-orde bomen.
2. Kade • •
5. Verbindingsstraten • •
Groenvakken zowel in de grond als verhoogd. Lage onderbeplanting, middelhoge beplanting en 2e-orde bomen.
3. Aanlandpleinen
Groenvak op helling (verschillende mogelijkheden hoogte). Lage onderbeplanting, middelhoge beplanting en 2e-orde bomen.
• •
6. Centrumpleinen en -plekken • •
Groenvakken op maaiveld en verhoogd, ook bomen in de bestrating mogelijk. Lage onderbeplanting, 1e- en 2e-orde bomen.
Groenvakken zowel in de grond als verhoogd. Gras, lage onderbeplanting, en 1een 2e-orde bomen.
4. Winkelstraten • •
7. Woonhoven en woonstraten • •
Zo volledig mogelijk groen, geen losse vakken. Gras, middelhoge beplanting en 1een 2e- orde bomen.
Centrum Schalkwijk | Masterplan | 4. Openbare ruimte
Verhoogde groenvakken en bomen in de bestrating met een boomrooster. Lage beplanting en 2e- en 3e-orde bomen.
8. Collectieve daken •
Kruidenrijke grassen- en plantenmix met meerstammige heesters en/of 3e- orde bomen.
53
4.5 Kunst & speelelementen in de openbare ruimte Kunst draagt op een positieve manier bij aan onze waarneming en beleving. Daarom kan kunst in de openbare ruimte goed ingezet worden om de identiteit van Centrum Schalkwijk te versterken. Kunst kan hierbij geïntegreerd worden met andere functies zoals spelen & ontmoeten of met objecten als gebouwen, bruggen, zitelementen etc. Speel- en sportelementen zorgen voor levendigheid in het centrum. Een waterplein is bijvoorbeeld erg in trek bij kinderen en kan in het voorjaar en de zomer een extra trekker zijn om met het gezin naar het centrum te gaan. Kunst en speelelementen geven betekenis aan de openbare ruimte, maar zijn ook kwetsbaar. Daardoor is het belangrijk dat er goed wordt nagedacht over aspecten als locatie, materialisatie, robuustheid en weers- en vandalisme-bestendigheid. In de begroting van het masterplan is ruimte gereserveerd voor kunst en speelelementen in de openbare ruimte. De selectie van kunstenaars en kunstwerken geschiedt door het Q-team (zie paragraaf 1.6) in samenspraak met het landschapsbureau verantwoordelijk voor het ontwerp van de openbare ruimte (zie paragraaf 7.5).
Kunstbrug als herkenbaar element (foto Peter Cuypers).
Een beeld geeft betekenis aan een plek.
Waterplein met bedriegertjes zorgt voor levendigheid en zet aan tot spelen.
Centrum Schalkwijk | Masterplan | 4. Openbare ruimte
54
5. Randvoorwaarden, eisen en wensen 5.1 Inleiding In dit hoofdstuk zijn de beleidskaders uit hoofdstuk 2 en de ontwerpuitgangspunten uit hoofdstuk 3 en 4 vertaald naar randvoorwaarden, eisen en wensen, die gelden voor alle fysieke ontwikkelingen in Centrum Schalkwijk fase 3 en verder. Conform de geest van de Omgevingswet worden deze kaders integraal en vooraf voorgelegd aan de initiatiefnemer, zodat duidelijk is waar de gemeente plannen in Centrum Schalkwijk aan toetst.
5.1.1 Leeswijzer
De kaders in dit hoofdstuk zijn onderverdeeld in de volgende thema’s: • Omgevingswet, -visie en ontwikkelstrategie • Stedenbouwkundige opzet • Programma • Natuur-, klimaat- en duurzaamheidsaspecten • Milieu- en omgevingsaspecten • Mobiliteit • Openbare ruimte • Gebouwen • Slotbepalingen Op allerlei vlakken zit er overlap in bovenstaande thema’s. Een onderwerp als duurzaamheid heeft bijvoorbeeld betrekking op de inrichting van de openbare ruimte, maar ook op de gebouwontwerpen en op mobiliteit. Daarom moet dit hoofdstuk altijd helemaal doorgenomen worden, ook als de informatievraag betrekking heeft op één onderwerp. Aanvullend op deze overkoepelende kaders kunnen er per ontwikkeling ook nog specifieke randvoorwaarden, eisen en wensen opgesteld worden in een Programma van eisen voor de
fysieke leefomgeving (PvEL) voor de betreffende ontwikkeling. Dit zal met name het geval zijn bij deelontwikkelingen met een specifiek of complex programma (bijvoorbeeld het sportgebouw en het nieuwe busstation). Voor de openbare ruimte worden de kaders door de gemeente uitgewerkt In het ontwerp van de openbare ruimte. De gefaseerde uitvoering ervan wordt afgestemd op de gefaseerde ontwikkeling van de bouwblokken. Paragraaf 7.5 geeft het overzicht van de ontwerpproducten en onderzoeken die per fase van het Haarlems ruimtelijk planproces (HRPP) aangeleverd moeten worden. Dit om efficiënt tot een goedgekeurd ontwerp en omgevingsplan/vergunning te komen.
Let op: dit hoofdstuk behandelt alleen de hoofdlijnen van wet- en regelgeving die van invloed (kunnen) zijn op het plan voor een bouwlocatie. Bij de vergunningsaanvraag dient de ontwikkelende partij altijd te controleren of er ook voldaan wordt aan de kaders die niet in dit hoofdstuk benoemd worden. Ook dient de ontwikkelende partij altijd te controleren of de documenten waarnaar verwezen wordt nog actueel zijn als de vergunningsaanvraag wordt ingediend. Een vergunningsaanvraag wordt altijd getoetst aan de dan geldende wet- en regelgeving. Zie ook paragraaf 5.10 Slotbepalingen.
5.1.2 Uitleg randvoorwaarden, eisen en wensen
In dit hoofdstuk wordt onderscheid gemaakt tussen randvoorwaarden, eisen en wensen. Randvoorwaarden betreffen landelijke wetgeving (bijvoorbeeld de Omgevingswet) of regelgeving van andere instanties (bijvoorbeeld de Waterschapsverordening van Rijnland), waaraan de gemeente zich moet houden. Een project moet altijd voldoen aan deze randvoorwaarden. Eisen stellen kaders aan een project die voortkomen uit gemeentelijk beleid (bijvoorbeeld de Nota parkeernormen) en het masterplanontwerp (o.a. kwaliteitseisen aan maaiveld- en gebouwontwerpen). Afwijken van een eis kan alleen als er een gelijkwaardige oplossing voor gevonden wordt of wanneer het om goed onderbouwde redenen niet mogelijk is om aan de eis te voldoen. Wensen zijn ambities van de gemeente waar het project bij voorkeur aan voldoet, maar die niet afdwingbaar zijn. De gemeente zal de ontwikkelende partijen vragen invulling te geven aan deze wensen en uitleg te geven als er niet aan voldaan kan worden.
5.2 Omgevingswet, -visie en ontwikkelstrategie Fysieke ontwikkelingen in Centrum Schalkwijk moeten voldoen aan de Omgevingswet en invulling geven aan de zes strategische keuzes uit de Omgevingsvisie. Ook moeten ontwikkelingen voldoen aan de spelregels zoals vastgelegd in de Ontwikkelstrategie.
Centrum Schalkwijk | Masterplan | 5. Randvoorwaarden, eisen en wensen
55
5.2.1 Omgevingswet
De rijksoverheid wil dat de Omgevingswet bijdraagt aan duurzame ontwikkeling, de bewoonbaarheid van het land en de bescherming en verbetering van het leefmilieu. Gemeenten moeten ervoor zorgen dat de regels in het omgevingsplan leiden tot een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL). Randvoorwaarden 1. Een fysieke ontwikkeling draagt bij aan het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit. 2. Een fysieke ontwikkeling draagt bij aan het doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de leefomgeving om er maatschappelijke behoeften mee te vervullen. 3. Een fysieke ontwikkeling heeft geen aanzienlijke nadelige gevolgen voor de leefomgeving. De leefomgeving van een fysieke ontwikkeling omvat de locatie waarop deze ontwikkeling plaatsvindt en de omgeving waarop de ontwikkeling van invloed kan zijn.