CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

02 Bijlage 1 Definitief Masterplan ontwikkelzone Zuid-West

gemeenteraad 28 september 2023, gemeente HaarlemBij agendapunt: Vaststellen masterplan ontwikkelzone Zuid-West30.377 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

en dranken­kartons) en GFT (groente-, fruit- en tuinafval). Dit geldt zowel voor particulieren als voor bedrijfsafval. Om de ambities te verwezenlijken gelden de volgende randvoorwaarden met bijbehorende eisen en wensen.

5.2.1 Sociaal veilige openbare ruimte Eisen • ’s Avonds en ‘s nachts worden de openbare ruimte en collectieve ruimten voldoende verlicht. Dit wordt aangetoond met een verlichtingsplan en lichtberekening. Zie voor specifieke richtlijnen beleidsplan openbare verlichting. • Alle plekken in de openbare ruimte, waaronder de plekken tussen de gebouwen zijn goed zichtbaar vanaf de openbare ruimte en vanuit de omliggende bebouwing (voldoende zichtrelaties). • Collectieve ruimten zijn goed toegankelijk voor de beoogde gebruikers en ontoegankelijk voor ongewenste bezoekers.

5.2.2 Watercompensatie Randvoorwaarden Er moet worden voldaan aan de regels van de Keur van het Hoogheemraadschap van Rijnland ten aanzien van Doorstroming, Waterkwaliteit, Beheerbaarheid, Duikers.

Ontwikkelzone Zuid-West | Masterplan | 5. Randvoorwaarden, eisen en wensen

93

5.2.3 Nieuw water Randvoorwaarden • 8.000 m² extra oppervlaktewater in de Ontwikkel­zone is noodzakelijk omdat: – In de toekomst het hemelwater dat via de daken en openbare verharding tot afstroming komt in de Veenpolder wordt afgekoppeld van de gemengde riolering. De afstand van de Ontwikkelzone tot de boezem is groot. De vergrootte watergang in de ontwikkelzone geeft een extra mogelijkheid om het water van de ontwikkelzone te lozen. – Het oppervlaktewater in de Veenpolder heeft, na aanleg van het oppervlaktewater in de ontwikkelzone, voldoende bergingscapaciteit om de ontwikkelzone af te koppelen en de bergingseis van 70 mm te halen. • Watersysteem optimaliseren om de bergings­ capaciteit te vergroten en het laagste punt in het systeem te ontlasten. • Een bui van 70 mm/uur wordt vastgehouden en geborgen op eigen perceel of gebouw. Deze voorzieningen voeren de eerste 24 uur vertraagd af (niet extra naar riolering of watersysteem) en zijn in maximaal 60 uur weer beschikbaar. • Het realiseren van een inundatiegebied bij de ’s Gravensandeweg. • Het totaaloppervlak van water (en groen) vermindert niet. Eisen • Voldaan moet worden aan strategisch plan klimaatadaptatie.

• Maak openbare, goed bereikbare verblijfsplekken aan het water.

• Een Boom Effect Rapportage wijst uit welke bestaande bomen behouden blijven.

5.2.4 Bestaand water en kwaliteit

5.2.6 Groenkwaliteit en ecologie

Eisen

Groenkwaliteit

• Aanpassen, versterken en creëren van ecologische verbindingen gebeurt volgens het Ecologisch Beleidsplan en NatuurNetwerk Haarlem. • Evenwicht en variatie van verschillende dier- en plantsoorten volgens Ecologisch Beleidsplan. • Er moet worden voldaan aan de regels van de Keur van het Hoogheemraadschap van Rijnland ten aanzien van Doorstroming, Waterkwaliteit, Beheerbaarheid, Duikers.

5.2.5 Bestaande bomen Randvoorwaarden • Randvoorwaarden en eisen met betrekking tot bestaande (monumentale en waardevolle) bomen staan beschreven in de bomenverordening. Eisen • Bij planvorming een ruimtereservering in acht nemen voor het behouden en versterken van bestaande waardevolle en monumentale bomen, boomstructuren, groengebieden met (ecologische) waarde. Te behouden bomen: Bestaande wortelruimte conform kroonprojectie blijft onaangetast.

Randvoorwaarde • Het totaaloppervlak van groen (en water) vermindert niet. Eisen • Beplantingseisen conform Handboek Inrichting Openbare Ruimte HIOR. • Voldaan moet worden aan Strategisch plan klimaatadaptatie. • Inrichting openbare ruimte volgens het ‘groen, tenzij’-principe (ruimte is groen, tenzij dit niet mogelijk is). • Opstellen concept beplantingsplan. • Er komt een continu profiel langs het spoor met doorgaande boomstructuur. Overmaat richting spoor wordt groen/ blauw ingericht met een maat die ruimte biedt voor een gevarieerde beplanting en een aaneengesloten groene route voor wandelaars. • Toon aan of voldaan wordt aan de 3-30-300 vuistregel. Dat wil zeggen: – vanuit elke woning zijn drie bomen te zien, – 30 procent van het totale oppervlak van de wijk bestaat uit openbaar groen – in de nabijheid van 300 meter van een woning is een groen park of plantsoen

Ontwikkelzone Zuid-West | Masterplan | 5. Randvoorwaarden, eisen en wensen

94

toegankelijk. – Een groter park is op niet verder dan 750 meter van de woning te bereiken, wanneer binnen 300 meter alleen een plantsoen aanwezig is. Wensen • 15% van de geveloppervlakte (levend) groen maken. • Volkstuinengebied ecologische en fysiek verbinden met het van Leeuwenhoekpark. • Toevoegen van verblijfsgroen en ecologische waarden aan het Geel-Wit complex. • Aaneengesloten groene route voor wandelaars, fietsers en andere recreatie. • Een natuurspeeltuin. • Ruimte laten voor eigen initiatief.

•

•

• •

Ecologie Randvoorwaarden • Er wordt gewerkt conform de Wet Natuur­ bescherming. Bij werkzaamheden die van invloed zijn op flora en fauna wordt gewerkt volgens de Gedragscode soortbescherming van Stadswerk. • Elke ruimtelijke ontwikkeling moet met een natuurtoets* (ecologisch onderzoek) beoordeeld worden op ecologische effecten, inclusief quick-scan ecologie, en eventuele invasieve exoteninventarisatie. Eisen • Aanpassen, versterken en creëren van ecologische verbindingen gebeurt volgens

•

•

•

• • •

het Ecologisch Be­leidsplan en NatuurNetwerk Haarlem. De maatregelen besproken in het Soort­ management­­plan (zie bijlage 4.7). voor Zuidwest worden opgevolgd. Wilgenbosje, het Van Leeuwenhoekpark, het Einsteinplantsoen zijn onderdeel van NNH(alle drie ecologische hotspots). Ook het groen langs de spoorbaan, langs de Munterslaan, langs de Westergracht en langs de Faradaystraat vormen ecologische verbindingen. De ecologische structuur is aangegeven in de masterplankaart. Het is van belang dat in de ontwikkeling de ecologische waarden behouden blijven en versterkt worden. Verbeteren ecologische verbinding door toe­ voegen groenzone tussen Eysinkweg en spoor. De blauw-groene structuur fungeert als een nieuwe noord-zuid ecologische verbinding (bypass) in de zone tussen het Einsteinplantsoen en de Westergracht. Soortendiversiteit: inheems en oorspronkelijk genoom voor bomen en struiken. Het stedelijk gebied bevat ten minste 50% inheemse soorten (met oorspronkelijk genoom). Optimaliseren van bestaande verbindingen d.m.v. faunapassages conform het vastgestelde ecologisch beleidsplan. Ecologisch Beleidsplan 2019. (potenties van Hotspots en verbindingen aangewezen in de zone worden benut. Bloemrijke (kleurrijke) beplantingen: bloeiende heesters, vaste planten en kruiden (inheems). CO2-bindende soorten als wilg en els.

Inheemse soorten (soortecht, autochtoon en ongecultiveerd, afkomstig uit biologische kweek),

m.n. soorten die van nature thuishoren in Haarlem, met op geschikte locaties een fruitboom. • Aanplanten van meerdere (boom)soorten op locatie/straat in plaats van één boomsoort per straat. • Assortiment dat klimaatbestendig is (warmte­ minnende soorten) en bestand tegen zeeklimaat. Van belang is het behoud van gebiedseigen soorten. Zo kunnen ze zich beter aanpassen aan de nieuwe omstandigheden en het veranderende klimaat. • Verantwoorde gazonmengsels, zonder woekerende exotische grassoorten (zoals Engels raaigras en Bermudagras).

5.2.7 Nieuwe bomen Eisen • De minimale plantafstand voor nieuwe bomen ten opzichte van een watergang is in verband met het onderhoud van de oever in beginsel 4 meter. Dit is afhankelijk van de situatie, zoals taludbreedte. • Voldoende maat in het profiel voor nieuwe boomstructuren voor doorgaande boomstructuur van Westergracht tot Einsteinplantsoen. Alle straten hebben 2 rijen bomen, minimaal 2e grootte. Hiervoor moet voldoende maat worden gereserveerd in de profielen zowel boven- als ondergronds. • Bovengrondse standplaatseisen voor bomen conform beleid.

Ontwikkelzone Zuid-West | Masterplan | 5. Randvoorwaarden, eisen en wensen

95

5.2.8 Maaiveldinrichting

5.2.9 Ondergrond

Eisen • Eisen ondergrondse vuilcontainer (OGVC) boven­gronds: zie”5.2.10 Afvalinzameling” • Alle materialen, formaten, standaarddetails, objecten, meubilair en armaturen, kleuren en verbanden zijn eenduidig voor het gehele gebied. Handboek Inrichting Openbare Ruimte (HIOR) • Boomspiegels en plantvakken liggen verlaagd/ a-niveau. In overleg met de gemeente kan hiervan eventueel worden afgeweken waar het een situatie betreft met bomen op een parkeergarage die omwille van voldoende wortelruimte in boombakken worden geplaatst. • Fietsparkeren in de openbare ruimte conform Nota Parkeernormen. • Laden en lossen in de openbare ruimte vindt plaats op 1 dubbele plek per blok - eventueel binnen venstertijden - met de mogelijkheid voor dubbelgebruik als reguliere parkeerplek. • Trafo’s en andere nutsvoorzieningen (waaronder eventuele WKO-installatie, m.u.v. wko putten), worden niet in de openbare ruimte geplaatst. • Lichtmasten moeten minstens drie meter vanaf de stam van de boom staan. • Toegankelijkheidsmaatregelen, zie “5.5.2 toegankelijkheid voetgangers en minder validen”

Eisen Eisen ondergrondse ruimte reserveringen conform de Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuur (AVOI) volgt bij vaststelling.

betekent dit dat deze een inpandige opslagruimte voor bedrijfsafval hebben. Alleen de toegangen tot deze ruimten zijn zichtbaar vanaf de openbare ruimte.

5.2.10 Afvalinzameling Eisen particulier afval • Eisen ondergrondse vuilcontainer (OGVC) boven­gronds conform Richtlijnen inzamelmiddelen en -voorzieningen Afval. • Het inrichten van aanbiedplaatsen voor particulier afval gebeurt volgens de richtlijnen uit de structuurvisie openbare ruimte (SOR) om de ruimtelijke impact van deze containers te beperken: – Containers zijn niet zichtbaar vanaf ‘lange lijnen’; – Containers zijn minimaal zichtbaar vanaf straat- of pleinzijde; – Containers worden centraal geclusterd in lijn- of blokopstelling; – Clustering vindt plaats met overig meubilair; – Groenstroken blijven vrij van containers. Eisen bedrijfsafval • Bedrijfsafval wordt op eigen terrein en niet zichtbaar vanaf de openbare ruimte, gestald. Voor de commerciële en maatschappelijke voorzieningen in de plinten van de blokken

Ontwikkelzone Zuid-West | Masterplan | 5. Randvoorwaarden, eisen en wensen

96

5.3 Gebouwen, de Haarlemse stijl Deze paragraaf geeft de stedenbouwkundige kaders waar de gebouwontwerpen aan moeten voldoen. De kaders zijn onderverdeeld in de volgende thema’s:

•

1. Sociaal veilige gebouwen 2. Rooilijnen 3. Gebouwhoogten, setbacks, balkons & loggia’s 4. Plinten: levendig en privacy 5. Hoofdentrees appartementen 6. Parkeergarages, laden & lossen en bijbehorende entrees 7. Fietsenstallingen, bergingen en bijbehorende entrees 8. Nutsvoorzieningen en andere installaties in de gebouwen en op het dak 9. Beeldkwaliteit gebouwen 10. Duurzaamheid gebouwen 11. Special, landmarks & hoogteaccenten

•

Ten aanzien van de bebouwing in de ontwikkelzone Zuid-West gelden de volgende ambities:

•

• De realisatie van een sociaal veilige en levendige buurt. Overgangen tussen openbaar en privé dragen bij aan de sociale veiligheid. • Rooilijnen liggen vast als er sprake is van een overgang naar bestaande bebouwing of waardevolle openbare ruimte. • De keuzes met betrekking tot gebouwhoogten, setbacks, balkons en loggia’s zijn passend

•

• •

binnen het Haarlemse, wat betreft de identiteit en de menselijke maat. Moet leiden tot goed functionerende buitenruimtes. Het creëren van levendige, actieve en flexibele plinten die bijdragen aan een prettige openbare ruimte, die zowel overdag als ’s avonds sociaal veilig is. Een goede toegankelijkheid voor iedereen en het vergroten van de sociale veiligheid ter plaatse van de entrees, o.a. door zichtbare hoofdentrees aan de straat, met royale afmetingen zonder hoogteverschillen. De autoparkeervoorzieningen voor bewoners en bezoekers inpandig en uit het zicht oplossen. De toegangen tot de parkeergarages mogen de gebouwplinten en de openbare ruimte waaraan ze gelegen zijn niet domineren. Fietsparkeren voor bewoners inpandig en uit het zicht oplossen bij de hoofdentrees. Nutsvoorzieningen en andere installaties inpandig en uit het zicht oplossen. Streven naar een prettige en gezonde woonen leefomgeving, zodat de zone in staat is om op maatschappelijke trends te reageren en zichzelf waar nodig te vernieuwen, en daarmee toekomstbestendig te zijn.

Om de ambities te verwezenlijken gelden de volgende randvoorwaarden met bijbehorende eisen en wensen.

5.3.1 Sociaal veilige en toegankelijke gebouwen Randvoorwaarde • Gebouwen en onderdelen daarvan, waaronder de garages, stallingen en verbindingstunnels, voldoen aan het Politiekeurmerk. Eisen • Eisen ten aanzien van de sociale veiligheid van plinten, hoofdentrees, parkeergarages, fietsenstallingen en bergingen zijn verwerkt in de eisen genoemd onder de desbetreffende subparagrafen. • Toegankelijkheid. Gebouwen en openbare buitenruimten moeten toegankelijk zijn voor personen met een handicap. Voor bouwwerken staan hiervoor eisen in het Bouwbesluit per 1 januari 2023 in het Besluit bouwwerken leefomgeving.

5.3.2 Rooilijnen Eisen • De masterplankaart geeft aan waar de rooilijnen liggen. • De rooilijn kent een minimale marge, zodat door inspringingen in de voorgevelrooilijn een pandsgewijze opbouw (verkaveling) ontstaat, dat het karakter individueel en afwisselend maakt.

Ontwikkelzone Zuid-West | Masterplan | 5. Randvoorwaarden, eisen en wensen

97

5.3.3 Gebouwhoogten, setbacks, balkons & loggia’s Randvoorwaarden • De ontwikkeling voldoet aan de in de masterplankaart opgenomen bouwregels. Eisen • De masterplankaart geeft de rooilijnen, bouwhoogten en de setbacks. zie ook “3.4 Beeldkwaliteit” • Buitenruimtes zoals balkons maken integraal onderdeel van het gevel ontwerp en zijn in balans met de wens om de verblijfsruimtes in de woningen tot uitdrukking te brengen • De bebouwingshoogte van vier à zes bouwlagen aan de straat is dominant. Na de vierde laag wordt een setback of dak ingezet. De setback heeft een minimale diepte van 1,5 meter aan elke zijde die grenst aan openbaar toegankelijk gebied. • Hoogteaccenten staan terug van de rooilijn zodat hun dominantie in het straatbeeld wordt verzacht. • In verband met privacy van bestaande woningbouw balkons/buitenruimten boven maaiveldhoogte aan zijde(n) bestaande woningbouw beperken. • Bij nieuwbouw grenzend aan bestaande woningbouw dient voldaan te worden aan het Standaard haarlems Bouwblok (=2 lagen met opbouw en een tuin van 10 meter). Dergelijke bouwblokken hebben, staand tegen de achtergevel, vanaf ooghoogte

(1,6 meter tov maaiveld) een kijkhoek van minimaal 20 graden tot de dakrand van het tegenoverliggende gebouw.

5.3.4 Hoogteaccenten 9 (+3) Onder voorwaarde van een HER en onderstaande eisen wordt bij deze hoogteaccenten de mogelijkheid geboden tot maximaal 3 lagen extra te realiseren: Eisen • De toename van de schaduw op bestaande woningbouw mag indien hoger gebouwd wordt dan 9 lagen niet meer dan 30 minuten bedragen. (Hierbij mag het effect van bestaande en nieuwe bomen worden meegenomen). De meetdatum is 31 maart (begin zomertijd). • Naast de verplichte setback (laag 5) dient het accent verjongd (getrapt) te worden met als doel aan te sluiten bij de maat en schaal van de straat. • Op bestaande daken met zonnepanelen mag extra schaduwwerking ten gevolge van deze bebouwing niet leiden tot een onevenredig grote afname van het rendement. • Het hoogteaccent is indien hoger bouwen mogelijk is als volgt opgebouwd: plint (laag 1), onderbouw (laag 2 tm 4), bovenbouw (laag 5 tm 9), beëindiging (laag 10 tm 12). • Hoger bouwen dan 9 lagen mag niet leiden tot toename van windhinder in de omgeving. • Voorstel wordt ter goedkeuring voorgelegd aan

de supervisor en de ARK. Eisen • De masterplankaart geeft de rooilijnen, bouwhoogten en de setbacks. Zie ook “3.4 Beeldkwaliteit”. • Buitenruimtes zoals balkons maken inte

5.3.5 Plinten: levendigheid en privacy Eisen voorzieningenplinten • De masterplankaart Programma & functies geeft aan waar de commerciële en maatschappelijke voorzieningen dienen te komen. Zie voor kaders programma “5.4.3 Voorzieningenprogramma” • Directe ontsluiting aan de straat zodat de openbare ruimte direct geactiveerd wordt. • Blinde onderkanten van gebouwen ten gevolge van bergingen, parkeeroplossingen, magazijnen etc zijn uit den boze. • Alle voorzieningen hebben een begane grond met een vrije hoogte van minimaal 4,5 meter van vloer tot plafond zodat flexibele invulling mogelijk is. • Raampartijen die vanwege achterliggende functies door de gebruiker afgedekt gaan worden met folie of lamellen worden niet als transparante gevels beschouwd . • Plinten, arcades en overstekken worden zorgvuldig ontworpen met als doel het creëren van een sterke relatie en interactie tussen gebouw en openbare ruimte. Arcades en overstekken zijn in de avonduren goed verlicht

Ontwikkelzone Zuid-West | Masterplan | 5. Randvoorwaarden, eisen en wensen

98

en belicht ivm sociale veiligheid. Eisen woonplinten • Directe ontsluiting van woning aan de straat zodat de openbare ruimte direct geactiveerd wordt. • De woonplinten krijgen een begane grondlaag met een vrije hoogte van minimaal 3,7 meter (van vloer tot plafond). • Woningen op de begane grond krijgen aan de kant van de openbare ruimte alleen levendige functies zoals een keuken, kantoor of woonkamer. Slaapkamers zijn geen levendige functies. • Woningen op de begane grond krijgen een eigen voordeur aan de openbare ruimte. • De overgang openbaar/privé dient zorgvuldig ontworpen te worden zodat het de bewoners voldoende privacy biedt en tegelijkertijd bijdraagt aan de levendigheid , het groene karakter en de sociale veiligheid van de openbare ruimte zie “3.4 Beeldkwaliteit”

5.3.6 Hoofdentrees appartementen Eisen • Entreepartijen zijn integraal onderdeel van de architectuur verfijnd en een lust voor het oog. • Extra aandacht aan entree partijen bij clusters van voorzieningen en bedrijven. • Hoofdentrees van appartementengebouwen krijgen royale afmetingen in breedte en hoogte, passend bij het aantal appartementen dat vanuit de entree wordt ontsloten.

• Hoofdentrees zijn niet gelegen op plekken met te veel windhinder. Dient te voldoen aan slentergebieden klasse B. • Hoofdentrees aan pleinen of in zichtassen domineren de plint van het gebouw niet. • Brievenbussen bij entrees waarop veel woningen ontsloten zijn, worden niet aan de buitenzijde, maar in de entreehal geplaatst, grotendeels uit het zicht vanaf de openbare ruimte. • Alle gebouwen voldoen aan de eisen en regelgeving omtrent toegankelijkheid

5.3.7 Parkeergarages, laden & lossen en bijbehorende entrees Randvoorwaarde • Er worden voldoende parkeerplaatsen gerealiseerd. Conform Nota Parkeernormen. Voor meer informatie zie 5.5 Mobiliteit, bereikbarheid op orde.

• Toegangen tot parkeergarages (en eventuele inpandige loading docks) worden niet aan de centrale as (fietslaan) ontsloten, m.u.v. Stephensonstraat 38. • Toegangen tot parkeergarages (en eventuele inpandige loading docks) worden uit het zicht geplaatst en dus niet aan pleinen of in zichtlijnen van straten of langzaam verkeerroutes. • Toegangen tot parkeergarages worden zodanig geïntegreerd in de gebouwontwerpen dat ze de kwaliteit van de begane grondgevel zo min mogelijk verstoren. • Eventueel benodigde hellingbanen vallen binnen de rooilijnen van het parkeergebouw. • Bij elke ontwikkeling wordt aangegeven hoe de logistieke diensten (opvangen bezoek (auto en fiets), ontvangen pakketjes / thuisbezorgdiensten, ophalen afval etc.) worden georganiseerd, zonder afwenteling op de openbare ruimte.

Eisen • In de openbare ruimte wordt ingezet op kwaliteit en vergroening. De bezoekersparkeerplekken die niet in de openbare ruimte kunnen worden gerealiseerd moeten uit het zicht worden opgelost. • Autoparkeervoorzieningen voor bewoners en deels bezoekers dienen inpandig en uit het zicht opgelost te worden. • Eventueel noodzakelijke loading docks en containers voor bedrijfsafval worden inpandig en uit het zicht opgelost.

Ontwikkelzone Zuid-West | Masterplan | 5. Randvoorwaarden, eisen en wensen

99

5.3.8 Fietsenstallingen, bergingen en bijbehorende entrees Eisen • Voldaan wordt aan de fietsparkeernormen, zoals verwoord in de Nota Parkeernormen. • Fietsparkeren voor bewoners dient inpandig en zoveel mogelijk uit het zicht vanaf de openbare ruimte opgelost te worden. Uitgangspunt voor het toepassen van collectieve fietsenstallingen is de Haarlemse beleidsregel bergingen bij nieuwe woongebouwen. Elk appartementengebouw krijgt hierbij een goed toegankelijke, collectieve fietsenstalling dicht bij de hoofdentree zie “5.5 Mobiliteit, bereikbaarheid op orde” • De entree tot het inpandig fietsparkeren intern koppelen aan de hoofdentree van de woningen. • Het fietsparkeren in de openbare ruimte ligt nabij de hoofdentree: – Voor bewoners op een maximale afstand van 20 meter. – Voor bezoekers op een maximale afstand van 50 meter. • Indien de openbare ruimte maar een deel van het fietsparkeren voor bezoekers van de voorzieningen en de woningen kan herbergen, dan dient het resterende deel in inpandige, openbare fietsenstallingen opgelost te worden zie “5.5.5 Fietsparkeren bezoekers” • Inpandige fietsenstallingen (en eventueel individuele bergingen) worden zodanig gepositioneerd en ontworpen dat deze zo min

mogelijk zichtbaar zijn vanuit de openbare ruimte. • De plint van een gebouw wordt nooit gedomineerd door inpandige fietsenstallingen, tenzij het een gevel aan een (af te sluiten) binnenterrein betreft. • Toegangen tot de fietsenstallingen worden zodanig geïntegreerd in de gebouwontwerpen dat ze de kwaliteit van de begane grondgevel zo min mogelijk verstoren. • Waar mogelijk wordt de entree van de fietsparkeergarage gekoppeld aan de geplande fietslaan.

5.3.9 Nutsvoorzieningen en andere installaties in de gebouwen en op het dak Randvoorwaarden • Traforuimten dienen zodanig ontworpen en gepositioneerd te worden dat het jaargemiddelde magnetische veld bij de omliggende woningen en de brandwerendheid van de traforuimten binnen de richtlijnen blijft. Eisen • De ontwikkelende partijen inventariseren bij de verschillende nuts- en telecombedrijven de behoefte aan nutsvoorzieningen zoals trafostations en andere kasten (waaronder eventuele WKO-installaties) en bijbehorende technische randvoorwaarden waaronder toegankelijkheid. • Nutsvoorzieningen zoals trafostations en

•

•

•

•

•

andere installaties (waaronder eventuele WKO-installatie), worden (met uitzondering van de bron(put)) niet in de openbare ruimte en niet op maaiveld geplaatst, maar worden inpandig opgelost. Toegangen tot technische ruimten zijn maximaal 2 meter breed en liggen minimaal 5 meter uit de hoek van het gebouw. Dit geldt niet voor een gevel aan een (af te sluiten) binnenterrein. Toegangen tot technische ruimten voldoen aan de toegankelijkheidseisen van de verschillende nutsbedrijven (let hierbij op dat dit de eisen betreffen, niet de wensen). Toegangen tot technische ruimten veroorzaken geen onveilige situaties of overlast van onderhoudsvoertuigen op fiets- en wandelpaden. Toegangen tot technische ruimten worden zodanig geïntegreerd in de gebouwontwerpen dat ze de kwaliteit van de begane grondgevel zo min mogelijk verstoren. Technische voorzieningen die boven op de gebouwen geplaatst moeten worden (zoals lift­opbouwen, klimaatinstallaties en duurzame energie­opwekking) zijn niet zichtbaar vanaf de openbare ruimte, worden niet in het verlengde van zichtlijnen geplaatst en worden verwerkt in de architectuur van het gebouw.

Ontwikkelzone Zuid-West | Masterplan | 5. Randvoorwaarden, eisen en wensen

100

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13197878/2