02-02 Transcript commissievergadering Samenleving
Tekst van het document
Maar we willen een veel duidelijker inzicht hebben in alle voorlichtingsprogramma's en hulpprogramma's die wij gaan bieden binnen dat integraal plan. De voorzitter: Ik denk dat dat een heel duidelijk en uitgebreid antwoord was. Commissieleden, ja mijnheer Trompetter, gaat uw gang. De heer Trompetter: Ja, mijn fractie kan dit van harte ondersteunen en dat is ook ongeveer het enige wat ik erover kan zeggen, gezien mijn spreektijd. De voorzitter: Ja inderdaad, dat doet u keurig, heel fijn. Anders commissieleden die nog wat willen zeggen? Mevrouw Oosterbroek, gaat uw gang. Mevrouw Oosterbroek: Ja, over het algemeen is ook, oh ik ben Palwasha, kan ook. De voorzitter: Dat kan ook. Mevrouw Oosterbroek: Over het algemeen, ja de projecten die zijn omschreven, die lezen positief weg. Maar wat wij heel erg belangrijk vinden is dat ze ook de jongeren bereiken en het idee van D66 om dat verder uit te diepen met het onderwijs, dat kan ik me goed voorstellen dat dat een manier is om die jongeren te bereiken. Maar goed, dus dat vinden wij heel erg belangrijk dat we niet projecten doen vanwege het aanbod omdat het
32
landelijk ergens is ontwikkeld en dat we niet zeker weten of dat is bewezen maar omdat het leuk is om te doen of om projecten te ontwikkelen vanwege het maken van die evenementen. Maar we willen echt gewoon die mensen goed bereiken. Ik denk dat dat eigenlijk wat wij heel erg belangrijk vinden, wat ik in zo'n structureel integraal jeugdbeleid zou willen zien is meer die koppeling met onze doelstellingen van waar gaan we met elkaar dan op afrekenen, of in ieder geval weet welke parameters houden wij in de gaten om ervoor te zorgen dat het ook een effectief beleid wordt. Dus als we als op deze evenementen bijvoorbeeld geen mensen komen of weinig mensen of we bereiken net ook te weinig mensen, dan is dat waarschijnlijk geen effectief beleid. Dus dat dat zou ik in ieder geval in die integrale jeugdbeleid willen zien, hoe we dat goed gaan managen. En ja dit, het ziet eruit alsof mooie projecten, maar het moet wel ook landen. De voorzitter: Dank u wel. Anders commissieleden? Ja, mevrouw Hartman gaat uw gang. Mevrouw Hartman: Ja, dank u wel voorzitter. Ja, ik vraag me allereerst even een beetje af waarom hier wordt gesproken van preventie. Als ik kijk naar de plannen die nu voorliggen dan is dat in mijn ogen pure symptoombestrijding.
Dat is nu ook hard nodig, begrijp me niet verkeerd, maar wat houden we op deze manier exact tegen? Zoals mevrouw Klazinga al terecht benoemd, denken wij ook dat de cijfers waar we het nu over hebben vrij conservatief zijn. Dit is, zoals velen hier aan tafel zeggen, een gigantisch probleem waar we echt wat aan moeten doen. Er is een situatie geweest met gekozen beleid wat flinke gevolgen heeft gehad voor onder andere de mentale gezondheid van onze jeugd. De cijfers zijn simpelweg schrikbarend en we moeten er veel aan doen om deze jongeren te helpen zodat ze wat beter in hun vel zitten. We steunen daarom deze plannen van harte, maar laten we vooral niet doen dat dit preventief is, het is een noodoplossing. De voorzitter: Dank u wel. Anders commissieleden die nog het woord voeren? Mevrouw Jacobsz. Mevrouw Jacobsz: Nou OPHaarlem wil ondersteunen inderdaad het kopje Schalkwijk en Haarlem-Oost, wordt weer genoemd en we investeren al jaren in Schalkwijk en Haarlem-Oost en ik kan me zo voorstellen dat mensen die daar in de wijken wonen daar, op een gegeven moment is dat ook niet meer leuk om steeds te genoemd te worden ben bij problemen, bij het oplossen van problemen dus. En ik vind ook dat dan, dat het voor jeugd voor heel Haarlem geldt, of je nou in de Koninginnebuurt woont of in de Bosch en Vaartbuurt, want die hebben ook problemen.
De voorzitter: U heeft een interruptie van de heer Visser. De heer Visser: Ja, ik ben ik ben eigenlijk wel benieuwd, want ik voel mij als Schalkwijker eigenlijk zelden aangesproken dat ik in een probleemwijk woon. Dus hoe zo ervaart u dat, dat u zegt van mensen in Schalkwijk zullen wel moe worden dat ze, want wij hebben gewoon echt ook te maken met sociale en maatschappelijke problematiek. Denkt u dat het beter is om het dan niet te benoemen of hoe ziet u dan de oplossing? Mevrouw Jacobsz: Misschien, nou ik denk dat het juist wel goed is om aan te geven dat het juist niet alleen om Schalkwijk en Haarlem-Oost gaat. Want we hebben zomerzongelden gehad, we hebben Boerhavegelden gehad, we hebben ruimte voor contactgelden gehad, we hebben zoveel projecten gedraaid de laatste twintig jaar en werd altijd, Haarlem-Oost en Schalkwijk werd daarbij altijd benoemd. En dat dus goed is om juist dat misschien eens een keer te gaan los te laten, omdat we zien dat daar verbeteringen optreden, want het gaat hartstikke goed vind ik op sommige gebieden, maar, ja precies, maar aan de andere kant de Koninginnebuurt, de Bosch en Vaartbuurt, daar zijn ook problemen, daar zijn ook jongeren met verslavingsproblematiek, die hebben ook last van pesten, die we hebben ook last van alcohol en ze hebben meer geld, die hebben andere
33
verslavingen. Dus in die zin vind ik het heel goed dat dit genoemd wordt dat we het over alle kinderen, over alle jeugd, alle jongeren en dat het preventiebeleid voor alle jongeren geldt, niet alleen voor Schalwijk en Haarlem-Oost, dus dat is … De voorzitter: Uitstekend, mevrouw Jacobsz, dat was al u tijd qua spreektijd die u had. Ja, zeker weten. Anders commissieleden die nog het woord willen voeren die nog wel spreektijd hebben? Nee. Wethouder. Wethouder Van Leeuwen: Ja voorzitter, dank u wel. U zag mij even denken want ik zat te denken hoe ga ik op al deze vragen en al deze suggesties kort en bondig antwoord geven. Ik denk dat het meest helpt als ik begin met een algemene inleiding. Kijk deze notitie, wat het is eigenlijk niet meer dan een notitie, hij gaat over drie ton aan extra middelen die wij uitgeven bij preventief jeugdbeleid. En tegelijkertijd is sinds 2015, sinds de decentralisatie in het Sociaal Domein, is de helft van de gemeentebegroting gaat over het Sociaal Domein en heel veel van die middelen daarbinnen zijn bedoeld om mensen gelijke kansen te geven om hun talenten te ontplooien, jongeren, volwassenen en alles daartussenin. Dus heel veel zaken die u vraagt, die staan niet in deze notitie.
Dus als ik bijvoorbeeld denk dat, ik hoorde bijvoorbeeld mevrouw Klazinga zeggen, ja mijn kinderen hebben nooit iets gemerkt, als het goed is, maar als het niet zo is dan hoor ik dat heel graag, is op alle voortgezet onderwijsscholen in Haarlem is daar de Stichting KiKiD, die met theatervoorstellingen met groepen leerlingen onderwerpen, moeilijke onderwerpen zoals neerslachtigheid, maar ook sexting en discriminatie bespreekbaar maakt. Nou die hebben we, samen met Amsterdam volgens mij zijn wij de enige gemeente in Nederland die dit op alle vo-scholen heeft en ook die zijn nu weer een extra programma aan het maken over mentale weerbaarheid en neerslachtigheid. Daarover ben ik samen met collega Van Loenen in gesprek hoe we dat met Stichting KiKiD ook weer naar die scholen naar binnen krijgen. Juist ook, en dan geef ik gelijk antwoord op de vragen van mevrouw Scholten, om die scholen te ontzorgen. Want die bieden inderdaad gewoon een pre-les aan, de theatervoorstellingen en de afterles. En ik heb ook de gelegenheid gehad om een paar maanden geleden dat bij te wonen en dat doen zij echt heel goed, met respect voor de leerling, om echt die kinderen aan het praten te krijgen en ook in het nagesprek daarna met mentor dit soort dingen naar boven te halen. Nou, dat is dus één zo'n voorbeeld van iets wat niet in deze nota staat wat wel gebeurt.
En dat is ook, ja ook KiKiD staat er wel, excuus. Buiten de microfoon om gaat dat KiKiD er wel in zit maar dat dat vinden ze al ‘…’ en tegelijkertijd deel ik uw zorg. Want ook ik ken in mijn omgeving kinderen die inderdaad met wie het niet goed gaat, met wie het lang ‘…’ De voorzitter: Nee, ik denk dat u alleen eventjes opnieuw moet inloggen. Wethouder Van Leeuwen: Waarschijnlijk was dit het teken dat ik toch echt veel te lang van stof ben. De voorzitter: Zeker. Wethouder Van Leeuwen: Maar dat is een onderwerp wat mij aan het hart gaat en dat u ook aan het hart gaat volgens mij, want iedereen kent in zijn of haar omgeving wel kinderen met wie het tijdens corona of daarvoor ook al, want als je naar de cijfers kijkt van de GGD die heeft u ook langs gehad, daarvoor ging het ook niet goed. Dus soms denken we dat het door corona komt, maar eigenlijk het was een trend die al gaande was. Dus het is ook niet ineens nu opgelost. Dus dat is, het maakt de ene kant, maakt het misschien nog wat minder prettig. Dus dat vereist vereende krachten vanuit alle hoeken, dus dat gaat van sport tot armoedebeleid en dat gaat van onderwijs tot jeugdzorg. Ik ga wat specifieke vragen aflopen want er komt inderdaad nog een uitvoeringsprogramma en de zorg is van hoe bereik je iedereen. Die deel ik dus met u.
Ik heb het hier ook al vaker over gehad, want dat het complex is dat, ik zou eigenlijk behoefte hebben gewoon aan een lijstje met wat doen we waar ongeveer en wat ik dan terugkrijg, ook in dialoog met de sector, maar die kinderen die
34
horen het toch gewoon via via en dat is veel waardevoller, die gaan niet op een saaiige website van de gemeente kijken, want die hebben we ooit gehad, alleen die werd vervolgens dan weer niet meer geüpdatet omdat de instellingen, die hadden daar maling want de zeiden, we bereiken onze doelgroepen het beste via mond op mond, via de straathoekwerk of via de school. Dus dat even een dilemma, ga ik dan iets bestellen waar wij met elkaar behoefte aan hebben, maar waarvan eigenlijk de adviseurs op straat tegen mij zeggen van, ja dan heb je die website, gaan wij hem niet vullen en is die per overmorgen alweer verouderd. Dus daar, wat ik zeg, daar heb ik oprechte een dilemma want ik denk ook voor de ouders dat zo'n website wel degelijk van waarde kan zijn. Maar die moet worden, door heel het domein, door heel de sector, gedragen worden. Want anders ga ik iets bestellen waar veel tijd en energie in gaat zitten en waarvan het effect misschien minimaal is. Dus ik vind ook het belangrijkste, meerderen van u heeft het gezegd, zorg nou dat de decanen het weten, dat de mentoren het weten, dat die groep 7-/groep 8-docent het weet wat er speelt.
Dus eigenlijk is dat wat minder business to consumer, om even lelijke termen te gebruiken, en wat meer business to business dat die eerste lijn, dus dat is inderdaad die voetbaltrainer, dat is die mentor, dat is die decaan, dat is die groep 6-docent, dat die weet wat er voor dit kind het beste is. En dat kan ook een scoutinggroep zijn, misschien ook die net die ene stevige of juist wat knuffelige voetbaltrainer en soms is dat inderdaad at ease. Bruggetje daarnaartoe, als we daar meer plekken voor willen dan moeten we daar ook meer geld aan besteden, dan moeten we iets anders een beetje minder doen, want een nieuwe plek kost weer extra geld, kreeg ik mee. Maar daar kunnen we naar kijken, dus als u wilt dat ik dat in kaart brengt dan kunt u dat natuurlijk aangeven en dan gaan wij dat doen. De socialmediacampagnes, denk ik niet goed overgekomen, die is al breder dan Oost en Schalkwijk. Wel wordt die uitgevoerd door Triple Threat, die zitten natuurlijk prominent in Oost, Schalkwijk, maar die werken ook op andere plekken, maar die kan dus nog breder dus daar zullen we nog aandacht voor vragen. Ik herken ook niet het beeld, en dat zijn mevrouw Scholten ook al die op een school werkt volgens mij, dat NPO alleen voor cognitieve zaken zou worden ingezet.
Dus ik heb meerdere rectoren gesproken die juist ook bijvoorbeeld een plek hebben gemaakt waar kinderen relaxed hun huiswerk kunnen doen, waar ze ook in gesprek kunnen gaan met de zorgmedewerker om uiteindelijk in dat ook daarvoor open te staan. Dus dat beeld deel ik niet. Wel weer wat ik heel zonde daarin vind, en dat heb ik ook met de ministeries besproken, dit zijn weer tijdelijke gelden. En dat zijn ook weer OCW-gelden, geen WVS-gelden, het zou ons volgens mij hier met elkaar een lief ding waard zijn dat we wat langjarig, zie ook arbeidsmarktproblemen, dat een langjarig mensen aan kunnen nemen om dit blijvend in scholen te doen. Want dit probleem was dus al voor corona, dus het is ook, ja misschien een beetje te optimistisch om te denken dat het nu ineens verdwenen is. Dat denk ik dus niet. Dus allebei gebruiken, ja daar zetten we ons dus voor in vanuit die breedte. Voorlichting over, ja die trainingen voor zelfmoordpreventie die wordt inderdaad gegeven aan zoveel mogelijk zorgmedewerkers, uiteindelijk ligt daar natuurlijk wel ook een verplichting voor zo'n zorginstelling of zorgorganisatie zelf dat ze die mensen op die cursus sturen, maar die is beschikbaar en daar wordt aan gewerkt.
Op alle scholen is ook, net zoals de stichting KiKiD, is ook ‘…’ en Blauwe plekken, die programma's worden ook op alle scholen toegepast, aangereikt, gedraaid zou ik zeggen, maar is ook een heel lelijk woord. En wat ik ook nog even wilde zeggen, voorzitter, ik hoop dat u mij toestaat, wat fijn mevrouw Booms dat u het college bedankt voor de nota zo netjes. Vond ik een heel fris en een heerlijk begin van uw betoog. Ik ga nog even kijken wat ik nog heb gemist. Ja mevrouw Hartman zegt preventie, ja dat is een beetje jargon inderdaad. Kijk preventie is natuurlijk eigenlijk, en volgens mij in een eerdere nota die ik u heb gestuurd stond een prachtige tekening van it takes a whole village to raise a child waarbij eerst de ouders, de buren, oom en tante, de onderwijzer omheen staan. En dit zit, alleen dit zit dus nog niet bij jeugdzorg en jeugdhulp maar nog ergens daarvoor, dus daarom heet het preventie. Maar dat is inderdaad wat jargon, want eigenlijk wil je natuurlijk gewoon dat het al in die huiselijke sfeer van een gezin, dat daar het meeste wordt opgelost. En dan denk ik, terwijl de voorzitter al begint te kuchen dat ik veel te lang van stof ben, dat ik wel veel van de vragen heb behandeld. Tenzij nu mensen heel heftig gaan ageren.
35
De voorzitter: Dank u wel wethouder voor uw snelle beantwoording en uiteraard sta ik u altijd toe om commissieleden te bedanken, dat is altijd goed. Zijn er commissieleden die nog een openstaande vraag hebben die de wethouder nog niet heeft behandeld? Gaat uw gang Mevrouw Booms- van der Meer: Ja, toch even een vraag van wat kan u, wat kan de gemeente doen om gewoon de burgers te betrekken? Dat net als vroeger dat, weet ik veel, oma in de voortuin ging zitten en de kinderen gewoon limonade kwamen drinken en weet je gewoon. Dat geldt denk ik ook voor ons allemaal, weet je. Zijn wij bereid om de jongeren om ons heen, de kids in de straat, om die aandacht te geven? Ik ben in Haarlem-Oost gaan wonen, expres met een grote binnentuin, het Hof van Dumont, juist omdat ik altijd eigenlijk om me heen kijk welke kinderen wonen hier nou, welke jongeren wonen er, welke zien er sip uit? Gewoon om te vragen van ja, hoe is het ermee? En goed, wethouder, wat kunnen we doen? Moeten er posters komen in de stad? Hoe kunnen we ervoor zorgen dat de burgers zich weer betrokken voelen? De voorzitter: Dank u wel. Anders commissieleden die nog een openstaande vraag hadden? Mevrouw Van der Windt. Mevrouw Van der Windt: Nou, niet een openstaande vraag maar toch echt een openstaande zorg.
Ik hoor u zeggen van die campagne in Schalkwijk en Oost die is nu verbreed naar de hele stad dacht ik, van Triple Threat. En dan, als ik dan toch naar Triple Threat en naar hun berichten kijk dan zie ik dat richt zich met name op jongens, veel jongens van kleur. Het is niet, het is niet heel naar buiten, niet heel erg naar jonge meiden en vrouwen. Dus ik vraag me toch ook af, ook als ik naar het aantal volgens kijk, bereiken we hier nou echt alle jongeren van Haarlem mee? Ik denk dat het antwoord daarop nee is. Dus ik hoop echt dat het breder wordt getrokken buiten die organisaties om, dat we echt iedereen bereiken. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Anders nog commissieleden in tweede termijn? Nee. Wethouder. Wethouder Van Leeuwen: Ja, ik begin met de laatste vraag. Ik deel niet dat het alleen op jongens zou richten, ik ben er vaak geweest, dan zie ook veel streetdance. Maar zoals elke partner van ons als gemeente, zij bereiken wel een bepaalde doelgroep. Dus Flinty’s heeft een bepaalde doelgroep, Triple Threat heeft een bepaalde doelgroep en dat is ook inderdaad de vraag, hoe zorg je dat al die verschillende instellingen samenwerken om zoveel mogelijk jongeren te bereiken en dat is inderdaad de zorg.
Dus ja, die die zorg deel ik en daar werken we aan en dat is ook met dat algehele programma, wat ik zei dat is ook veel verder dan deze kleine notitie over de drie ton extra. Hoe zorgen we nou dat we zoveel mogen Haarlemse kinderen die het nodig hebben, die niet zelf dat sociaal kapitaal om hun heen hebben, in die eerste cirkel, dat we die bereiken. Want ook dat is, nu is het in inmiddels, dan ga ik eigenlijk gewoon naar mevrouw Booms toe. Ja, de oproep van wat kunnen wij met elkaar doen, ja dat is echt een hartenkreet die ik ook heb en daar zoek ik ook naar hoe wij met elkaar, en daar kom ik wellicht nog bij u op terug ook, misschien informeel, wat kunnen doen om de maatschappelijk debat aan te zwengelen? Dat is ook zo eentje die ik merk, stel nou dat je ziet dat jouw oom en tante, of mensen in de straat, dat die ouders altijd ruzie hebben en je ziet de kinderen lijden. Zijn we dan mondig genoeg om daar aan te bellen, gaat wel goed hier, kan ik misschien een keertje iets doen? We hebben verschillende initiatieven die wij steunen, bijvoorbeeld de Stichting Buurtgezinnen. Dat is, ik weet niet of jullie die al hebben gelezen, daar geven wij ook een kleine subsidie aan als gemeente.
Dat is zo eentje die inderdaad kijkt als een kind een keertje gewoon een vaste dag in de week bij een ander gezin gaat eten om daar even in die huiselijke kring te zitten om daar, het is geen pleegzorg, om dan even de ouders te ontlasten en ook een kind een andere omgeving te laten ervaren. Dat is zo'n initiatief dat helpt om eigenlijk dat burgerschap, die saamhorigheid weer wat aan te moedigen. En hoe mooi zou het zijn als we dat weer wat beter doen. Dus ook allemaal, meld je aan bij de Stichting Buurtgezinnen en maak er reclame voor zou ik zeggen. Maar inderdaad,
36
hoe we dingen met elkaar als maatschappij doen, dat moeten we echt doen, want als overheid kunnen we inderdaad echt niet alles via programma's doen. Daarom, nog eentje, ik had net iets foute informatie gegeven, die website waarvan ik zei dat hij verouderd is, dat is die niet. Dus dat is een Trello-board, dus Trello in zo'n samenwerkingsding die was primair bedoeld voor de professionals dus dat die konden zien welke programma's er waren, die kunt u ook inzien dus ik zal die link laten doorsturen. Dus die link heb ik gehad en dan kunt u gewoon zien wat er allemaal op staat, want daar staan al die verschillende programma's in. Dus dat was die nog. En we hebben natuurlijk ook, om het hierover te hebben, we hebben ook de kinderraad, de jongerenraad, er zijn een tal van initiatieven die hier allemaal niet instaan, maar daar kom ik later nog bij u op terug. Maar ik wil mij van harte aansluiten bij de prachtige woorden van mevrouw Booms, laten we nou met elkaar kijken wat we als gemeente kunnen doen en gelukkig hebben wij inderdaad middelen om tijdelijk of permanent in te zetten in het domein, maar ook kijken welk maatschappelijk debat moeten wij als bestuurders in deze stad met de stad aangaan om te kijken hoe we dit kunnen normaliseren.
Dat het inderdaad normaal is om inderdaad even tegen een kindje wat je altijd nog veel te laat op straat ziet lummelen ’s avonds, hoe doe je dat nou als buurt? Hoe ga je daar nou als buren mee om. En ik zie zelf dan weer in mijn eigen buurtje zie ik dat weer meer en meer ontstaan, dus heel veel jonge ouders die zich daar ook om bekommeren. Maar er zijn ook buurten waar het sociaal kapitaal minder is. Hoe doen we dat dan? En dat is inderdaad volgens mij een gesprek wat wij hier vaak met elkaar kunnen en moeten voeren. 10. Sluiting De voorzitter: Ik denk dat het een mooie afsluiter is van de avond zo. Dames heren, ik dank u hartelijk voor uw aanwezigheid, een mooie bespreking die we samen hebben gehad over belangrijke onderwerpen. En ik zie u heel graag volgende maand weer terug bij de volgende vergadering van commissie Samenleving.
37