CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

02-02 Transcript commissievergadering Samenleving

commissie Samenleving 23 maart 2023, gemeente HaarlemBij agendapunt: Transcript commissie d.d. 2 februari 2023 (alleen naar aanleiding van)24.598 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Een oplossing kan liggen aan de woningzijde, maar ook bij voorrang bijvoorbeeld voor bepaalde beroepen bij de kinderopvang. Zodat je over de gehele linie wat meer inloopt. Het oorzakelijke probleem moet natuurlijk opgelost worden. Deze maatregelen leiden vooral tot een snellere verbetering. Ook dat heeft een meerwaarde voor de Haarlemmer. Graag horen wij van andere fracties wat hun visie hierop is, wellicht zijn er nog andere goede ideeën die ook binnen onze macht liggen. We hebben hier uiteindelijk een plicht naar de Haarlemmers toe en kunnen niet alleen naar het rijk kijken. Ook vragen wij de wethouder over zijn visie op een tekort in voorzieningen en het toenemend inwonersaantal en hoe we ervoor gaan zorgen dat we voor deze voorzieningen in Haarlem wel voldoende personeel kunnen gaan krijgen.

16

De voorzitter: Mevrouw Hartman, u heeft een interruptie van de heer Trompetter. Als u de microfoon uitzet, dan kan de heer Trompetter zijn interruptie plaatsen. De heer Trompetter: Dank u wel. Mevrouw Hartman, u heeft het over criteria aanleggen om toegang tot bepaalde voorzieningen te reguleren of te verminderen. Kunt dat wat meer specificeren? Of heb ik u dan verkeerd begrepen? Wordt het dan voor kinderenopvang en al dat soort zaken en dat dan gewoon minder te doen of voor groepen minder te doen, of hoe ziet is dat voor zich? Mevrouw Hartman: Ik heb het hier over voorrangsregelingen, ik denk dat ik het zo het beste kan definiëren. Dus op het moment, stel dat je bijvoorbeeld zelf in een kinderopvang werkt dat bijvoorbeeld jouw kind eerder naar de kinderopvang kan komen. Want volgens mij staat er nu een wachtlijst van ongeveer een jaar, anderhalf jaar, zodat je sneller doorschuift in je personeel in dat Sociaal Domein. Is dat duidelijk zo? Mijn twee laatste vragen, zou deze kwestie niet een hele zware prioritering moeten krijgen, en is het college toch bereid om te kijken naar voorrangsregelingen? Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Anders commissieleden die op dit punt graag het woord wil voeren? Mevrouw Klazinga, namens de VVD. Mevrouw Klazinga: Dank u wel, voorzitter. Ja, wat er in de informatienota staat, dat is helaas voor niemand meer een verrassing.

Er is een grote krapte op de arbeidsmarkt en dat raakt ook het Sociaal Domein en daardoor kunnen mensen die hulp nodig hebben dat onvoldoende krijgen. De VVD is van mening dat er onder inwoners van Haarlem nog veel meer arbeidspotentieel aanwezig is, maar dat dat arbeidspotentieel niet benut wordt. En waarom wordt het arbeidspotentieel niet benut? Omdat het voor mensen onvoldoende loont om aan het werk te gaan of meer te gaan werken. Dat wordt veroorzaakt door de zogenaamde armoedeval, een euro meer verdienen levert weinig op en in sommige situaties gaan mensen er zelfs op achteruit. Waarom zou je dan gaan werken? Waarom gaan mensen erop achteruit? Omdat je door een hoger inkomen recht op diverse toeslagen zal missen. Op landelijk niveau is het nu zo dat de toeslagen zo zijn ingericht dat iedere euro die meer verdiend wordt ook netto meer geld voor iemand oplevert. Op gemeentelijk niveau is dat helaas niet het geval. Als een Haarlemmer meer gaat verdienen, raakt hij of zij niet alleen eventuele landelijke toeslagen kwijt, maar ook gemeentelijke minimaregelingen die afgelopen jaar zijn uitgebreid. Dus het heeft betrekking op meer mensen waar dit probleem zich voordoet dan in het verleden. Daardoor zorgt de gemeente Haarlem ervoor dat meer werken voor deze Haarlemmers niet meer loont, doordat de gemeentelijke toeslagen dan verdwijnen gaan mensen erop achteruit.

Feitelijk creëert Haarlem met haar minimabeleid dus eigen krapte op de arbeidsmarkt. Wat is de het college voornemens te doen om deze lokale armoedeval te verhelpen? De voorzitter: Dank u wel. Dan zag ik de hand van mevrouw Hamzad van GroenLinks. Mevrouw Hamzad: Dank u, voorzitter. Het is geen nieuws dat er in de sociale domeinsectoren sprake is van een personeelstekort. Er is momenteel sprake van een landelijk uitzonderlijke krapte op de arbeidsmarkt. Er doen zich vele verschillende factoren mee. Wat GroenLinks zeer zorgelijk vindt, discriminatie in de zorg. Ja, mensen haken af of gaan als zzp’er werken of gaan ze iets anders doen. Ten tweede in de zorg, in het onderwijs, werken het meest vrouwen waarvan één van de vijf in de overgang zitten. Ze vallen af door hormoongerelateerde klachten. Maar helaas in de zorg, daarbij is er ook discriminatie op leeftijd. Hoe verkleint de gemeente discriminatiekansen? Hoe bied je meer mogelijkheden en hou je mensen vast? GroenLinks vindt de kracht van diversiteit komt alleen volledig tot haar kracht, tot haar recht sorry, binnen een inclusieve en gelijkwaardige samenleving waarin iedereen gelijkwaardig wordt behandeld, waarin iedereen

17

zich kan ontwikkelen, gezien en gewaardeerd voelt, ongeacht geslacht, religie, huidskleur, afkomst en leeftijd. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan zag de hand van mevrouw Otten van Hart voor Haarlem. Mevrouw Otten: Dank u wel, voorzitter. Ook Hart voor Haarlem heeft een aantal vragen. Wat doet u namelijk om medewerkers te binden aan uw organisatie? Voert u exitgesprekken als mensen de organisatie verlaten en wat is daar de conclusie van? En wat is de verwachte prognose uitstroom in 2023? Want we zijn er nog niet. En dan de laatste, is er de mogelijkheid dat staf of kantoorpersoneel tijdelijk ook de handen uit de mouwen steekt? De voorzitter: Dank u wel. Dan zag ik de hand van mevrouw Özogul namens de SP. Mevrouw Özogul-Özen: Ja, dank u wel voorzitter. Wij zijn van mening dat ook hier de markt heeft gefaald. En waarom zeg ik dat? Tien jaar geleden hebben we problemen gehad met de thuiszorg. Ik zie thuiszorg in het rijtje staan als zijnde dat we het personeelstekort hebben. Tien jaar geleden hebben organisaties door ons bezuinigingsbeleid, wat ook landelijk was, hebben wij 650 personeel eruit gegooid en later via de achterdeur voor 25 procent, zelfs 35 procent, minder weer binnen willen halen. Daar zijn toen heel veel thuiszorgmedewerkers afgehaakt.

Op dit moment is het zo dat thuiszorgmedewerkers hun eigen administratie moeten bijhouden en zijn er bijna geen planners meer. Van de ene klant naar de andere cliënt fietsen moet in eigen tijd. En de lonen zijn ook niet al te best. En dan zijn we verbaasd dat we niemand vinden die dat werk, wat eigenlijk vaak wat we gezien hebben liefdewerk ook onder andere was, en men wilde zelfs niet staken omdat ze hun cliënten niet alleen wilden laten op dat moment. Dan zijn we verbaasd dat er geen personeel is. Datzelfde hebben we gezien met leerlingenvervoer. Ik zei ik, refereerde al, ik heb in het verleden medewerkers gesproken die bijvoorbeeld geen tijd hadden om naar de wc te gaan of nulurencontracten hadden, zeer slechte arbeidsvoorwaarden hadden, jaarcontracten hadden en eigenlijk weer konden vertrekken en dan de volgende jaarcontract kwam weer eraan. Het gaat niet om mensen aantrekken, maar het gaat er ook om hoe behouden we ze, hoe zorgen we ervoor dat ze tevreden zijn? In andere vormen van zorg hebben we gezien dat we, ja we vragen te veel van mensen. De voorzitter: Mevrouw Özogul, u heeft een interruptie van mevrouw Van der Windt. Mevrouw Van der Windt: Ja, ik weet, ik zeg een heel mooi debat, een heel mooi betoog wat u houdt maar gelijktijdig vraag ik me af, wat kan de gemeente Haarlem nu doen om dat te veranderen? Want anders, ja anders kunnen wij er ook niet zoveel mee.

Ik herken een aantal van de problemen die u signaleert, maar ik zie niet zo direct wat de gemeente Haarlem daaraan kan doen. Kunt u daar wat meer op ingaan, alstublieft? Mevrouw Özogul-Özen: Nou indertijd toen deze medewerkers, 650 medewerkers, via de voordeur weg werden gezet, gebonjourd, en via de achterdeur binnen werden gehaald voor goedkoper hebben we toegekeken en hebben we als raad niet ingegrepen en hebben we niet gezegd, dit kan niet, dit is niet acceptabel hier in Haarlem. Dus in die zin denk ik dat we ook van de organisaties bepaalde eisen moeten stellen, sowieso dat ze zich houden aan de cao, maar op het moment dat ze zich niet aan de cao houden, dat we niet moeten toekijken. Dat is het eerste. De voorzitter: Mevrouw Van der Windt.

18

Mevrouw Van der Windt: Maar een heleboel zorg die wordt verleend gaat niet via de gemeente, maar is zorg die door zorgverzekeraars wordt gecontracteerd. Dus ik vind het toch wat lastig wat u nu zegt wat de gemeente daaraan kan doen. Mevrouw Özogul-Özen: Ik had het net over de thuiszorg en dat gaat wel via de gemeente. Ik ga verder. Zo en zo, kijk VanHier gaat van alles doen, dat is hartstikke mooi. Een van de dingen wat mij opviel was, ik kende een aantal studenten hbo en die wilde heel graag starten maar die kregen niet de kans omdat ze geen ervaring hadden. En dat is jammer want ik denk dat daar ook een grote kans zit om ze gewoon ervaringstrajecten aan te bieden en dan vervolgens in dienst te nemen. Ik denk dat er ook wel meer vaste diensten moeten komen en niet een baan voor een jaar waar ze dan na een jaar geen zekerheid hebben en kunnen vertrekken. Mevrouw Hartman noemde net een aantal voorbeelden, wellicht inderdaad dat we ze iets kunnen aanbieden in de vorm van woningen, iets in de kinderzorg en kinderdagverblijven en dergelijke, maar ik denk echt dat het belangrijkste is dat we ze waarderen en dat we moeten beseffen dat de markt het echt niet goed gedaan heeft de afgelopen jaren. De voorzitter: Dank u wel. Ik wil u erop wijzen dat uw tijd op is, maar ik geloof dat u die doorhad. Mevrouw Booms namens de ChristenUnie, gaat uw gang.

Mevrouw Booms- van der Meer: Dank u voorzitter. Dank u wethouders voor de informatienota arbeidskrapte in het Sociaal Domein. Als ik het overzicht bekijk met alle aanbieders in het Sociaal Domein die problemen hebben om geschikte medewerkers te vinden baart ons dat zorgen. Maar er is ook hoop, denken wij. We staan namelijk aan het startpunt van twee grote veranderingen in het Sociaal Domein in Haarlem. Ten eerste is VanHier gestart in samenwerking met het sociaal wijkteam en daarnaast is de aanbesteding Jeugd een feit en zijn de meerdere consortia gestart. Samenwerken is van cruciaal belang om burgers in Haarlem van passende zorg te voorzien. Hierin geloof ik echt dat een en een drie is. Het maakt het op en het afschuiven van zorg een stuk eenvoudiger. Het zal echter nog even duren voordat we deze effecten gaan zien, maar ik ben heel benieuwd. En ik ben ervan overtuigd dat de wethouders deze ontwikkelingen op de voet zullen volgen en ons hiervan op de hoogte zullen houden. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Scholten namens de fractie van Jouw Haarlem. Mevrouw Scholten: Dank u wel voorzitter, ik zie bij alleen de huishoudelijke ondersteuning en jeugdhulp staan het kijken naar de administratieve lasten en of we daar nog in kunnen schrappen.

Wat ik eigenlijk vooral zou zeggen, als je mensen aan je wil binden en wilt zorgen dat ze niet uit het Sociaal Domein weglopen, eens kijken of je inderdaad al die hoepeltjes, al die formulieren, al die protocollen nog, of je daar nog in kunt schrappen want dat helpt echt en dat helpt op de werkvloer ook enorme in de frustratie. De voorzitter: Dank u wel. Dan zag ik de hand van mevrouw Wegman van de PvdA. Mevrouw Wegman: Dank u wel, voorzitter. Nou, arbeidskrapte is een landelijk probleem. Overal hoor je het, ook in Haarlem is dat niet anders. Zo viel vorige week al te lezen in het Haarlems Dagblad dat het Spaarne Gasthuis schreeuwt om verpleegkundigen. In het stuk wat we nu bespreken lees je dat er veel gebeurt om deze tekorten te dichten met acties van de werkgevers. Er zijn nog meer projecten in Haarlem, zoals een project speciaal voor statushouders om deze te helpen naar werk, zoals een project met Nova College waar leertrajecten zijn voor de zorg. Mijn vraag aan de wethouder is of deze over een tijd kunnen terugkomen naar de commissie met een nieuwe stand van zaken, zodat we kunnen monitoren op deze maatregelen enigszins hebben geholpen en wat nu de stand van zaken is. Dan was ik nog benieuwd naar de rol van de gemeente. Kan

19

de gemeente eventueel extra ondersteuning bieden aan werkgevers zoals bijvoorbeeld het organiseren van een overkoepelende banenmarkt, eventueel regionale ondersteuning? Er is immers nog een ton over voor onvoorziene activiteiten uit het actieplan Dichterbij dat je denkt. Dus ik hoor graag van de wethouders of er plannen zijn betreft ondersteuning aan werkgever. Dank je wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer El Aichi namens het CDA. De heer El Aichi: Ja, dat krijg je als je je plek afgeeft. Dank u wel, voorzitter. Zorgen over de arbeidsmarktkrapte zijn terecht. Wij zijn niet de enige gemeente die hiermee kampt. Ik ben het met Forum voor Democratie eens als het gaat om het feit dat de voorzieningen mee moeten groeien met de groei van de stad. Er wordt in Haarlem veel gebouwd, dus de bevolkingsgroei heeft meer voorzieningen nodig. In het Sociaal Domein is het roer omgegooid en VanHier heeft de gunning voor tien jaar gekregen. Ik ben benieuwd hoe dit handen en voeten gaat krijgen. Ik heb hier eerder vraag over gesteld. Ik hoop dat de wethouders ons mee kunnen nemen in waar VanHier op dit moment mee bezig is. Tot zover. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, en dan mag u de microfoon weer proberen uit te zetten. Mevrouw Van der Windt namens D66. Mevrouw Van der Windt: Dank u wel, voorzitter.

Ja, de krapte op de arbeidsmarkt is een groot probleem, niet alleen in het Sociaal Domein en ook niet alleen in Haarlem en gezien onze bevolkingsopbouw is dat eigenlijk nog maar het begin. Aan sommige zaken kunnen we in Haarlem niet al te veel doen, wij gaan niet over de pensioenleeftijd, wij gaan niet over het toelaten van werknemers uit het buitenland, maar we kunnen wel mensen stimuleren die hier wonen om meer te gaan werken. En wij zijn een gulle gemeente, en dat zijn we denk ik ook terecht, met veel voorzieningen voor mensen met een laag inkomen maar moeten we niet veel meer en veel vaker in gesprek gaan met mensen die daar aanspraak op maken? Niet bestraffend, niet vervelend maar ook om mensen, die zin een terechte vraag bij van de VVD, om te kijken wat we kunnen doen om die mensen aan het werk te krijgen. Want het grote probleem is gewoon tekort aan mensen die werken. Laten we in gesprek gaan met mensen die aanspraak maken op regelingen om te kijken wat we kunnen doen, of ze misschien meer uren kunnen werken of überhaupt kunnen gaan werken. Ik spreek mensen die in de bijstand zitten en eigenlijk wel aan de slag willen maar niet weten hoe.

En dan vraag ik me af, hoe vaak voeren wij als gemeente nou een gesprek met mensen die in de bijstand zitten om te vragen van wat heb je van ons nodig om aan het werk te gaan? Want werk is natuurlijk niet alleen geen bijstand meer, maar het is ook verbinding, connectie met anderen, een zinvolle daginvulling. Dus de vraag is, wat doen wij nou in Haarlem om het arbeidspotentieel dat we hebben ten volle te benutten? En tot slot, als er natuurlijk echt krapte is, ja dan is de vraag hoe ga je die schaarse middelen verdelen? En ik durf het bijna niet te zeggen, maar dat is natuurlijk iets wat op zich ook eens interessant zou kunnen zijn om aan het burgerberaad voor te leggen. De voorzitter: Goed, u heeft een interruptie van de heer Trompetter. De heer Trompetter: Mevrouw Van der Windt, bent niet met mij eens dat we een heel laag aantal bijstandsgerechtigden dit moment hebben? Dat heel veel van die bijstandsgerechtigden een dusdanige beperkingen of afstand tot de arbeidsmarkt hebben dat die helemaal niet in staat zijn. En dat de participatiewet verplicht aan gemeentes om met iedereen die iets kan en kan werken en kan participeren ook doet of moet doen. Bent u dat met mij eens? Mevrouw Van der Windt: Ik geloof dat we 3.200 mensen in de bijstand hebben en daarnaast hebben we nog een veelvoud van mensen die aanspraak maken op regelingen terwijl ze wel werken, of deels werken. Dat

20

weet ik niet. Natuurlijk is er een groep die niet kan werken, daar moeten we genereus voor zijn en die moeten we op een goede manier een zinvolle dagbesteding geven zodat ze connectie hebben met anderen. Maar er is misschien ook een groep, en ik stel hem open, er is misschien ook een groep, en ik ken een aantal mensen die daartoe behoren, die misschien wel willen werken of wel meer zouden willen werken maar niet weten hoe. En ik heb de indruk dat we die nu af en toe een beetje laten, dat er wat gemakzuchtig over wordt gedacht. Maar het grote probleem van onze samenleving de komende jaren, naast de klimaatcrisis, is echt het arbeidsmarktpotentieel. Dus laten we kijken wat we kunnen doen als gemeente om iedereen die kan werken ook zoveel mogelijk aan het werk te krijgen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Trompetter stak net uw hand op voor uw termijn. Gaat uw gang. De heer Trompetter: Ja, dank u wel voorzitter. Het is al eerder gezegd, de arbeidsmarkt is gewoon een punt, het is het is overal een punt, iedereen zoekt mensen, er zijn geen mensen genoeg. Er is ook nog een vergrijzing aan de gang, dus dat wordt alleen maar erger.

Ik las in het agenderingsverzoek dat de migratie een van de problemen zou zijn voor dat gebrek, want er komen meer mensen wonen, die gaan ook meer voorzieningen gebruiken., Maar is ook andersom ook niet zo, is dat ook misschien niet een deel van de oplossingen? We hebben gewoon echt mensen nodig van buiten omdat, we worden met minder Nederlanders geboren, om voor die groep ouder wordende mensen te zorgen. De voorzitter: Uitstekend. U heeft een interruptie van mevrouw Hartman van Forum voor Democratie. Mevrouw Hartman: Ja, zullen we niet eerst kijken naar het behouden van de Haarlemmers? Zeker jongere mensen die in de stad moeten blijven wonen en hier een huis kunnen krijgen en dat daar de oplossing eerder in te vinden is. De heer Trompetter: Nou ja, ik weet niet of die allemaal in de zorg gaan werken, maar uiteraard moet je ook zorgen voor de jongeren in je stad, daar moet je ook woningen voor bouwen. Maar we ontkomen er niet aan dat we mensen vanuit elders uit de wereld hier naartoe komen en die hebben daar goede redenen voor en als die mogen blijven, dan is dat ook vast vastgesteld. En misschien is het ook wel een deel van de oplossing om mensen sneller aan werkt te helpen, snelheid op de begeleiding. Dat zou een vraag zijn.

Van wat kan de gemeente, is net ook al genoemd, statushouders of andere mensen die in de stad komen wonen helpen om sneller te participeren op de arbeidsmarkt, de plekken waar we dat nodig hebben. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Anders commissieleden die nog het woord willen voeren? Mevrouw Jacobsz namens OPH, gaat uw gang. Mevrouw Jacobsz: Eigenlijk een vraag, want wij hebben namelijk de gebruikelijke aanbieders als Agros, Pasmatch en nog die organisatie die 45-plussers helpt, die heeft ook hier gesproken, die dame. En ik vroeg me af of er ruimte is voor andere aanbieders, anders dan die wij gebruikelijk inzetten. De voorzitter: Dank u wel. Anders nog commissieleden die het woord willen voeren? Ik denk dat we iedereen bijna wel gehad hebben. Welk van de wethouders mag ik al eerste het woord geven? Dames eerst, wethouder Van Loenen. Wethouder Van Loenen: Dank u wel, voorzitter. Ja, een heel belangrijk onderwerp en daarom is het denk ik ook ontzettend goed dat we er hierover praten. Volgens mij zoeken we nog allemaal wel een beetje van wat kunnen we als gemeente echt hierin betekenen en daar zijn wij ook veel mee bezig. En dan hebben we het

21

hier over het Sociaal Domein, maar daaraan aan gelieerd is natuurlijk gewoon de zorg en zoals iedereen ook weet zijn de arbeidstekorten daar ook heel erg groot. En zoals mijn buurvrouw, mevrouw Van der Windt, net als zei, dit is echt nog maar het begin. Het klinkt een beetje als een soort Apocalypse Now, dat is niet helemaal de bedoeling, maar het is echt wel, ik heb daar vandaag nog met alle grote zorgorganisaties, instellingen een overleg over gehad, vandaag in Haarlem. Dit is echt nog maar het begin en dat gaat nog veel lastiger worden. En dat is helemaal niet zo makkelijk op te lossen, want als je kijkt naar de oorzaken, we worden steeds ouder, we blijven langer thuis wonen, er zijn steeds minder werkenden in relatie tot oudere mensen, dus het is iets wat we eigenlijk al jaren zien aankomen, maar waar we nu eigenlijk, het lijkt alsof we nu pas de urgentie ervan zien. Dus dat even terzijde, weinig opbeurend maar goed ik kom zo nog wel op wat mogelijkheden. Het is denk ik wel ook goed om te realiseren dat het niet altijd even makkelijk is, er wordt best wel makkelijk gezegd van misschien kunnen nog wat mensen uit de bijstand in het Sociaal Domein of in de zorg aan de slag of mensen meer werken. Er zijn natuurlijk wel bepaalde eisen aan deze banen en dat maakt het ook soms zo lastig, want er zijn ook allerlei kwalificaties die je nodig hebt.

En daarom denk ik dat bijvoorbeeld ook een heel goede optie is te kijken hoe mensen eigenlijk beginnen aan een soort carrière in ons Sociaal Domein, bijvoorbeeld in de huishoudelijke ondersteuning, en hoe kun je bijvoorbeeld ook weer mensen vanuit huishoudelijke ondersteuning door laten groeien in die zorg of eigenlijk in de zorgketen waarbij ze ook misschien weer betere banen krijgen, maar ook weer meer kwalificaties en zo verder komen. Er zijn ook meerdere partners van gemeente Haarlem zijn daarmee bezig en ik denk zelf ook altijd dat dat een hele goede optie is. Ook dat onbenut arbeidspotentieel, is al meerdere keer genoemd, ik denk dat dat dus niet zozeer zit alleen in onze bijstandsgerechtigden, maar zeker ook bijvoorbeeld de mensen die nu niet werken maar ook geen uitkering krijgen maar die misschien wel iets zouden willen doen. En dat is natuurlijk altijd een lastige groep, daar hebben we het weleens eerder kort over gehad. En we zien natuurlijk ook bijvoorbeeld, als we bijvoorbeeld een koppel hebben in de bijstand, als een van de twee natuurlijk uit de bijstand geraakt, gelukkig met werk, dan verliezen we eigenlijk ook vaak de andere, de partner, uit het oog en daar zit ook heel erg veel potentieel nog in denk ik.

Dus we zijn als arbeidsmarktregio, en Haarlem is daar de voorzitter van, zijn we dus ook echt aan het kijken van hoe krijg je dus meer grip op dat onbenut arbeidspotentieel en dan hebben we dus niet alleen over de mensen met een uitkering, maar ook daarbuiten om, dat we ook met elkaar hebben gezegd in onze regio, zorg, en eigenlijk in brede zin dus ook bijvoorbeeld kinderopvang et cetera, dat zijn eigenlijk zulke belangrijke sectoren, daar moeten we meer mee. Dus het zit ook in die arbeidsmarkt waar we iets mee kunnen. De voorzitter: U heeft een interruptie van mevrouw Klazinga. Mevrouw Klazinga: Ja, ik luister aandachtig naar wat u allemaal vertelt, wat voor mogelijkheden er zouden kunnen zijn. Maar welk van die mogelijkheden benut de gemeenten dan ook? Wethouder Van Loenen: Ja, dus we hebben, die wordt al genoemd, Dichterbij dan je denkt, daar zit ook bijvoorbeeld, het zijn ook allemaal titels maar, Aan de bak bij, dat zijn eigenlijk mensen die gewoon echt de buurten ook ingaan en op plekken gaan staan waar veel mensen komen om juist eigenlijk te kijken van zijn er mensen die willen gaan werken of een switch willen maken en dan zijn natuurlijk dit de belangrijke sectoren, dus daar wordt ook echt meer al aangedaan. Dat kan nog veel meer worden.

Het is wel natuurlijk altijd een discussie, in hoeverre zet je publieke middelen in, ook voor de mensen die geen uitkering hebben, om die wel naar werk toe te geleiden. Dus dat kan een voordeel zijn vanuit economisch perspectief om het even zo te zeggen, het arbeidsmarktperspectief. Maar tot op heden hebben we natuurlijk echt wel de focus gelegd op mensen zoveel mogelijk uit een bijstandsuitkering richting werk geleiden. Maar er zitten zeker mogelijkheden. Ja, wordt dus wel al iets gedaan maar kan denk ik nog wel meer.

22

De voorzitter: U heeft een vervolginterruptie van mevrouw Klazinga en vervolgens zie ik er ook nog een van de fractie-OPHaarlem. Maar gaat uw gang. Mevrouw Klazinga: Dank u wel. In hoeverre richten zich dat soort initiatieven zich ook op mensen die gedeeltelijk al werken? Want u heeft het nu over mensen die nog helemaal geen uitkering hebben, gedeeltelijk werken en daarnaast dus daardoor wel vaak wel in aanmerking komen voor allerlei minimaregelingen. En hoe enthousiasmeert u die mensen dan om aan het werk te gaan voor, nou ja op dit moment soms zelfs een negatief financieel resultaat? Wethouder Van Loenen: Ja, ik ben met u eens dat werken moet lonen en ik denk dat we misschien dat nog soms te weinig zien, maar dat ligt niet aan de gemeentelijke minimaregelingen. Als je kijkt naar, daar is ook een paar jaar geleden uitgebreid onderzoek naar gedaan, als je kijkt naar die uitbreiding van die 120 naar die 130 procent bijvoorbeeld, dan zie je dus dat mensen die bijvoorbeeld van een bijstandsuitkering gaan werken die gaan eigenlijk zelden boven die 130 procent uit. Daarvoor had je nog wel dat mensen dus boven de 120 procent dreigden te komen en dan is het eigenlijk inderdaad misschien demotiverend. Maar hoe hoger je eigenlijk de minimaregelingen maakt, hoe minder groot die kans is dat mensen dus daar uitvallen.

En ja, ik kan dat rapport, maar volgens mij is het al eens eerder ook opgevraagd door een collega, partijgenoot, kan altijd nog een keer gedeeld worden. Maar daar hebben we toen ook nog een uitgebreide discussie over gehad. De voorzitter: Dan heeft u ook nog een interruptie van mevrouw Jacobsz van OPHaarlem. Mevrouw Jacobsz: Het is meer een opmerking naar aanleiding van mensen die geen uitkering hebben maar wel aan het werk willen, de niet uitkeringsgerechtigden, vanwege de publieke gelden. Die hadden wij wel altijd volgens mij. De voorzitter: Dat is inderdaad een opmerking en geen vraag, daar doen we natuurlijk niet aan. Wethouder Van Loenen: Ja, er zijn er zijn natuurlijk allerlei opties maar de focus heeft wel veel gelegen op het sociale aspect, dus eigenlijk in de zin van mensen van geen werk, met een bijstandsuitkering, geleiden naar werk. Op zich is dat denk ik ook logisch. Er is altijd wel al inzet geweest op arbeidsmarkt, maar ik denk wel dat we nu eigenlijk in een soort transitie zitten om meer te kijken, ook met de regio, gaan we daar toch meer op inzetten ook om dit arbeidspotentieel, met name dus omdat we zoveel mensen missen in een aantal cruciale sectoren. Ook, het werd net ook even gezegd door de ChristenUnie, het vertrouwen dat wij hier heel erg veel mee bezig zijn, dat klopt. Dus we hebben hier vaak gesprekken ook over met VanHier.

Ik heb ook op korte termijn, een dezer weken, een gesprek met alle aanbieders van huishoudelijke ondersteuning. Daar zal ik ook nog een keer onder de aandacht brengen de goede baan, zoals de SP volgens mij ook terecht zegt, dat is mij ook wel soms een beetje een doorn in het oog moet ik heel eerlijk zeggen. Ik denk ook weleens, dit is de tijd om ook echt mensen in een goede baan te krijgen, wat echte bestaanszekerheid vergroot waardoor we ook weer aan de provinciekant meer eigenlijk doen, want het is een beetje een vicieuze cirkel, dus wat wij zien … De voorzitter: U heeft een interruptie. Wethouder Van Loenen: Mag ik? De voorzitter: Ja, u mag even zin afmaken.

23

Wethouder Van Loenen: Wat wij zien is dat je bijvoorbeeld bestaanszekerheid, dat zijn bijvoorbeeld factoren die nu veel meer een rol gaan spelen om ook de instroom eigenlijk, de mensen die gebruik maken van zorg in brede zin, om die proberen wat te dempen. Bij wie was? De voorzitter: Mevrouw Scholten, gaat uw gang. Mevrouw Scholten: We hebben het heel erg over mensen nu uit de bijstand halen, maar een heel groot gedeelte van de banen waar we een zwaar tekort op hebben zijn hoogopgeleide banen waar je niet meteen klaar voor bent. Dus kunnen we misschien ook iets doen met het stimuleren van scholing, zodat mensen ook daadwerkelijk een bevoegdheid halen en niet onbevoegd in een baan terechtkomen waar ze uiteindelijk dan na een paar jaar weer uit moeten. En het andere wat ik me afvroeg, Van Ooijen heeft een wetsvoorstel in de maak voor nog meer het gemeentebestuur verantwoordelijk maken voor één gezin, één plan enzovoorts, de coördinerende functie van het gemeentebestuur. Zien we daar dan nog mogelijkheden in, dat we daardoor meer gezinnen kunnen helpen met die ene coördinator waardoor we meer mensen kunnen helpen en de krapte zich op die manier misschien oplost? Enigszins. Of is dat een druppel op de gloeiende plaat? De voorzitter: Wel een hele lange interruptie. Dus als u hem de volgende keer ietsje korter maakt dan is het, ja precies, inderdaad, twee zelfs. Wethouder.

Wethouder Van Loenen: Ja, die omscholing daar zijn natuurlijk ook veel van de partners mee bezig en ik denk ook wel dat zij zoeken die hoogopgeleiden wellicht ook. Het zit hem trouwens wel in alle lagen, dus volgens mij iedereen die zou willen werken in de zorg zou daar gewoon terecht moeten kunnen. Dat plan van Van Ooijen, ja dat is net nieuw, vorige week is het uitgekomen. Ik moet er zelf ook nog even goed naar kijken. Het is wel zo dat dat iets is waar wij zelf ook naar aan het kijken zijn, om dat meer wijkgericht doen waarbij je zou kunnen kijken van kun je niet inderdaad een soort accounthouder per huishouden hebben waarbij je wat meer het aantal zorgverleners doorbreekt, wat nu gemiddeld 16, 17 mensen, landelijk, voor een huishouden is in bepaalde gevallen. Dus dat is ook heel erg veel, dus dat zou mooi zijn als dat erbij helpt. Ik moet wel eerlijk, even een kanttekening bij het rijksbeleid, er komen hele mooie plannen vanuit Den Haag maar uit uiteindelijk wordt het altijd wel bij de gemeente neergelegd en het helpt niet altijd dat er dan incidentele middelen bijvoorbeeld bijzitten of mooie ambities waar ze zelf eigenlijk niet alles aan kunnen doen. Dus ik ben, nou ja we gaan het met aandacht lezen. Ik heb vandaag heb ik het ook voorbij zien komen.

Even kijken, we kunnen inderdaad, lijkt me ook een goed idee om op een later moment ook nog op terug te komen, vraag van de Partij van de Arbeid, op hoe het gaat met deze trajecten. Wij hebben ook deze brief gezamenlijk gestuurd om juist eigenlijk u mee te nemen in wat betekent dit nou eigenlijk. Want dit is dus inderdaad nog maar het begin, we doen wat we kunnen denk ik en ik heb, ik hoor ook nog wel wat suggesties hier waar we misschien wat mee kunnen, maar het is denk ik zeker goed om dat in de gaten te houden en er komt ook binnenkort komt het plan van het WSP, van het Werkgevers Service Punt, komt naar u toe. Daar staat ook bijvoorbeeld weer het een en ander van hoe de werkgevers uiteindelijk mensen vinden. Dus dat zijn ook mooie aanknopingspunten denk ik en dan kunnen we ook wat verder in ook bijvoorbeeld op de voortgang van de anderstaligen in de zorg. Misschien laat ik het even hierbij en want anders … De voorzitter: Dat lijkt me goed. Maar voordat we naar wethouder Van Leeuwen gaan luisteren, gaan we eerst nog eventjes naar mevrouw Otten luisteren die een interruptie nog heeft voor wethouder Van Loenen. Mevrouw Otten: Ik heb geen antwoorden gehoord op mijn vragen.

24

Wethouder Van Loenen: Heel kort, staf en kantoorpersoneel, we hebben ook gewoon te weinig mensen hier op het stadhuis, dus ik vind dat een beetje, altijd ook een klein beetje denigrerend moet ik heel eerlijk zeggen alsof die mensen dus niks aan doen zijn en dan opeens wel iets gaan doen als ze buiten het stadhuis zijn, maar. We hebben, over de hele linie hebben we een tekort, ook aan ambtenaren bijvoorbeeld, maar ook het is natuurlijk hartstikke goed om de mensen die dus echt aan het werk zijn om daar de administratieve lasten voor te verlagen, daar zijn we dus inderdaad mee bezig gegaan met huishoudelijke ondersteuning bijvoorbeeld, hoop ik zeker verder te kunnen brengen, ook met VanHier. Maar het is niet zo simpel als van, kunnen de mensen van de staf en kantoorpersoneel ook eens wat doen. De voorzitter: Mevrouw Otten, u heeft een vervolginterruptie? Mevrouw Otten: Ik vind het een beetje vervelend dat u het denigrerend noemt. Ik werk zelf bij de NS en daar passen we het op dit moment ook toe. Gaat niet zonder slag of stoot, is lastig, maar het is een optie. Verder heb ik ook gevraagd of u een prognose hebt over de uitstroom en ik heb iets gevraagd over de exitgesprekken en wat u doet om personeel te binden. Wethouder Van Loenen: Prognose uitstroom, bedoelt u uit de zorg? Van waaruit? Kunt u iets specifieker zijn? Mevrouw …: Waar we het over hebben.

U heeft het over personeelstekort. Wethouder Van Loenen: Ja oké, nou dat is wel heel breed maar wat ik in ieder geval weet is dat de uitstroom uit de zorg relatief lager is dan in andere sectoren. Maar ik kan niet per deelgebied dat zeggen. Binden van werknemers, dat is natuurlijk superbelangrijk, dat gaat ook over die waardering waar de SP het natuurlijk over had. En daar wordt van alles ook voor gedaan, maar ik moet wel zeggen het is natuurlijk ook cruciaal. Want hoe minder mensen er zijn, hoe zwaarder de mensen die er wel zijn het krijgen, dus het verzuim loopt helaas op. Die binding zit natuurlijk wel bij de aanbieders vooral en volgens mij heeft iedereen wel door dat het goedkoper is om een werknemer zoveel mogelijk te houden dan nieuwe mensen te moeten zoeken. Dus ik denk ook dat bijvoorbeeld de ontwikkeling van VanHier ook positief kan zijn, in de zin van dat je dan met zo'n grote organisatie ook wat meer mogelijkheden hebt om iets anders te doen als je wel in die sector of in dat in die organisatie wil blijven werken en dan kan je wat makkelijker ergens anders aan de slag. De voorzitter: Uitgebreid antwoord. Mevrouw Hamzad heeft ook een interruptie? Mevrouw Hamzad: Dank u wel.

Ik heb ook nog niet gehoord het antwoord op mijn vraag, hoe verkleinen we de discriminatie bij ons op de werkvloer? De voorzitter: We hebben ook nog een andere wethouder die ook nog antwoorden geeft, dus ik denk dat dat even een dossierdingetje is, maar laten we nu naar wethouder Van Leeuwen gaan luisteren, dan hoop ik dat uw antwoord ertussen zit. Wethouder Van Leeuwen: Ja, dat hoop ik ook voorzitter. Ik ga ook even breed beginnen. Wat we nu zien en wethouder Van Loenen zei ook al en ik hoorde het ook in verschillende betogen, het is natuurlijk maatschappijbreed. Dus als u hier in de commissie Ontwikkeling had gezeten met de wethouder Economie dan was het wellicht ook gegaan over een baan in de horeca waardoor mensen geen biertjes meer kunt drinken. Ik denk dat wij, in deze commissie zien wij dat zorg en onderwijs en kinderopvang, dat vinden we misschien maatschappelijk iets relevanter en dat is ook eigenlijk mijn eerste die ik ook vaak zeg, ook in privékringen, volgens mij zei de SIRE ooit, de maatschappij dat ben jij. Ik zou hier ook in deze zaal willen

25

zeggen dat de maatschappij dat zijn wij. Eén ding wat wij in ieder geval proberen, wij als college, dat ook deze medewerkers in deze sectoren ook in het zonnetje zetten. Door ze te bezoeken, door ze te waarderen, door actief over bij te dragen wat voor een prachtig vak dat is. Dat gaat ook heel klein, ik heb ik weleens gezegd, ik ben veertig dus ik heb veel van die mensen die allemaal in zo’n midlifecrisis, die denken van word ik nou vrolijk als boekhouder en dan heb ik best wat vrienden die zeggen, nou ik heb altijd wel, ik heb wel overwogen ooit de pabo te gaan doen, maar ja toen niet want toch. Maar ook onze onderwijsbestuurder, dan ga ik al naar één antwoord toe, die hebben prachtige trajecten, dat je deel bekostigd, al dan niet met een terugbetalingsregeling of deels in de baas zijn tijd ook kan beginnen en daarnaast een opleiding kan doen. Dus je ziet dat die zijinstromers, dat aanjagen, daar zit energie op. Maar ik zou ook u uit willen nodigen, zeg het voort, zeg het voort, zeg het voort, doe mooie werkbezoeken en laat zien hoe mooi jeugdzorginstellingen zijn, hoe mooi het is om bij een onderwijsinstelling te werken en hoe mooi het is om in de kinderopvang te werken. Dat dat is even een oproep hier, gewoon wat bij kunnen doen met elkaar als gemeenteraad en college denk ik.

Daarnaast hebben wij natuurlijk heel veel overleggen, zowel van de arbeidsmarkt als onderwijs en dan zie je ook dat we bezig zijn, bijvoorbeeld er is een sterke doorstroom van kinderopvang naar assistenten in het basisonderwijs en dan van praktijkassistenten weer naar docent toe die de pabo gaan doen en dan zie je dus dat bij de kinderopvang stokt het. Daar heb ik bijvoorbeeld recent met het Nova College gesproken, dat in de huidige rijksregelgeving is met niveau 2 mbo-opleiding heel moeilijk om aan de slag te gaan. Dat zijn ook weer van die overleggen waarbij wij vanuit de politiek en dan Nova College vanuit hun rol en de branchevereniging in gesprek gaan met het rijk, kunnen toch iets, met zo'n opleiding zijn misschien niet zelfstandig op een groep, maar hoe kan je toch weer iets daarin betekenen. Dus hoe kan je ook met een ander diploma waarbij je nu nog niet gelijk aan de slag kan, hoe kunnen we dat weer verruimen? Want het is gewoon nodig, we moeten gewoon in die kinderopvang bijscholen en ook in de jeugdhulp en jeugdzorg moeten we alles op alles zetten.

Een ander die ik daarbij noem, en die heb ik volgens mij ook al eens genoemd toen we het over jeugdzorg en jeugdhulp hebben, wat we daar ook zien, ik kreeg vandaag een mooie mededeling over de gecertificeerde instelling dat de bestuurlijke toezicht is opgeheven, dat ze daar ook zien een gezinsvoogd aantrekken is echt heel lastig en dan heb je ook weer zo'n registratie nodig, dus dat is ook een vijver waar al die 13 GI’s in Nederland in dezelfde vijver vissen en die is gewoon beperkt. Maar wat kunnen we nou doen qua administratieve ondersteuning, dat die administratieve lasten, en dat werd ook al genoemd, dat die in ieder geval door andere mensen gedaan worden. Dus daar zie je dat wij ook kijken als gemeente wat kunnen, wat is onze rol. Moet wij vooral alleen aanmoedigen, waarmee het begon? Kunnen wij in onze regelgeving nog iets doen dat het allemaal weer een beetje simpeler wordt? Dus dat zei mevrouw Scholten van Jouw Haarlem zei dat ook al. Kunnen we nog ergens bureaucratie schrappen? En ja, dat is vereende krachten en dat zie ik ons als college doen, dat zie ik de instellingen doen, want we hebben hier echt een gedeelde verantwoordelijkheid om dat uiteindelijk aantrekkelijk te houden. Dan nog een reactie, want mevrouw Hamzad vroeg, u had het over discriminatie en ook leeftijdsdiscriminatie.

In ieder geval wat ik meekrijg, als ik dus ook in overleg ben met deze instelling die dit prachtige werk voor ons doen, dan is dat die huidige arbeidsmarktkrapte maakt juist dat men weer ruimer kijkt. Dus dat maakt dat men weer ruimer kijkt naar mensen van andere leeftijd, maakt dat men anders kijkt naar mensen die een beperking hebben, dat zegt van hoe kunnen we die mensen wel inzetten. Dus wat ik in ieder geval zie, en dat zijn dus even geen statistieken maar gewoon de werkbezoeken die ik afleg als wethouder, dat juist door de arbeidsmarktkrapte dat werkgevers bereid zijn om wat ruimer te kijken van wat kan deze mijnheer, mevrouw misschien niet helemaal passend qua opleiding of qua achtergrond, wat zou die kunnen doen. Dus ik zie in ieder geval daar juist ruimere kansen ontstaan, maar daar heb ik dus niet direct cijfers bij. En dan nog een vrouw Otten van Hart voor Haarlem, die had het inderdaad over medewerkers binden en exitgesprekken. Voor mij was het ook even onduidelijk of dat ging over de gemeentelijke organisatie hier, want daar doen we dat soort dingen, of dat ging over schoolbesturen waar die natuurlijk een eigen verantwoordelijkheid hebben, en die doen het ook. Dus ik heb het hier ook weleens over

26

waarom gaan mensen nou weg? Nou dan zie je nog steeds, en dat is dat een maatschappelijk probleem, werd ook aangehaald door meerdere mensen, dat er nog steeds mensen zeggen van ja ik vind het inderdaad fijn om zzp’er te worden, dan kan ik ook buitenschools op vakanties, verdien ik misschien in het hier nu nog iets meer, later als pensioen niet, zeg ik altijd gelijk even als ‘…’ reclame. Dus ook daar stromen nog steeds mensen uit die dan kiezen voor de focus van het zzp-erschap, waarvan ze denken ik krijg nu per maand ietsje meer, maar uiteindelijk is dat ook een maatschappelijk probleem denk ik, want als op een gegeven moment, en dan spreek ik de portefeuille aan van mijn collega, als uiteindelijk in elke operatiekamer of op elke kinderdagverblijf, op elke school alleen maar zzp’ers staan, dan zijn de maatschappelijke kosten natuurlijk vele malen hoger. Dus hoe we daar uitkomen, daar zie ik nog niet direct een Haarlemse oplossing. Wat ik wel zie is dat in ieder geval bijvoorbeeld schoolbesturen maar ook jeugdzorginstellingen, dat die kijken naar een scholingsaanbod, dat die kijken, dus we hebben ook en traject lopen bij de jeugdzorg over arbeidsvreugde, hoe zorgen we dat het hier leuk blijft? En daar zie ik dus al dat men daarmee bezig is. Is dat gelijk de heilige graal? Nee, zeker niet.

Moet je dat wel blijven doen? Jazeker wel, want mensen moeten gewoon met plezier naar het werk gaan, ook als het soms wat zwaarder is. Ik denk tot zover. De voorzitter: Ja, dat was een heel uitgebreid antwoord. Dank u wel. Zijn er commissieleden die toch nog na dit hele uitgebreide antwoord een vraag hebben? Ja, mevrouw Jacobsz, u heeft toch nog iets te zeggen? Gaat uw gang. Mevrouw Jacobsz: Ik had een vraag gesteld over de aanbieders, dus naast Pasmatch, of het heet nu anders, Spaarne Werkt. In ieder geval, die vraag. De voorzitter: Oké. Anders nog commissieleden die nog een vraag hebben? Was dat het enige? Mevrouw Hartman, gaat uw gang. Mevrouw Hartman: Ja, ik miste een beetje een reactie op de samenhang van de toename aan bevolking en de link met het arbeidstekort, zeker met een nieuwbouw. Kunnen we dat ook inzetten als onderdeel van de oplossing? Hoe kijkt u daarnaar? De voorzitter: Helemaal goed. Anders commissieleden die nog wat willen zeggen? Mevrouw Hamzad ook nog. Mevrouw Hamzad: Dank u wel. Ja, even teruggekomen op discriminatie. Want wij als GroenLinks krijgen signalen van bijvoorbeeld van verzorgsters, bepaalde cliënten willen niet geholpen worden door bepaalde verzorgsters in verband met uiterlijke kenmerk.

En wat ik ook wil nog zeggen, ik ben het eens met mevrouw Scholten wat ze daarvoor zei, dat we moeten buiten de bijstand, mensen die in het bezit zijn van een hbodiploma, maar dan ze kunnen niet een baan vinden waar ze bevoegden zijn, te kunnen stimuleren zodat ze kunnen instromen als zijinstromer in het onderwijs bijvoorbeeld. Dank u wel. De voorzitter: Mevrouw Jacobsz heeft een interruptie voor u, mevrouw Hamzad. Nee? Oké dan niet. Mijnheer Trompetter, gaat uw gang. De heer Trompetter: Ja ik had nog een tweedetermijnopmerking, als dat nu ook kan, daar zijn we mee bezig. Ja, je hebt ook zorgruilsystemen, urenruilsystemen op basis van wederkerigheid. Daar zou je in de toekomst denk ook naar kunnen of moeten kijken als het gaat om dingen organiseren op het snijvlak van welzijn en zorg. Die niet per se zorg zijn, maar waarin wel met onderlinge hulp en steun de mensen geholpen kunnen worden.

27

De voorzitter: Dank u wel. Anders nog commissieleden die nog het woord willen voeren? De voorzitter: Nog wat vragen. Ja, gaat uw gang. Mevrouw Jacobsz: Ja. Mijn vraag is of er ook gewerkt wordt met, in het kader van een leven lang leren, dat ook vanuit het rijk is dat geïnitieerd, dus dat is de slimbudgetten, de STAP-budgetten, en we hadden ook een ‘…’ fonds volgens mij ooit een keertje gestart. En nog iets, maar dan ben ik nu kwijt. Dat is even een vraag. Oh, loonkostensubsidies. De voorzitter: Oké, helemaal goed. We gaan eens kijken of de wethouders er zo een antwoord op hebben. Dat is wel heel erg, ja. Ik hoor het hier ook, dat zijn wel hele technische zaken die u vraagt. Wethouder Van Loenen: Misschien even … De voorzitter: Misschien in het algemeen dat er een antwoord op komt maar als u hele specifieke dingen hebt, dan is het handiger om dat vooraf dit soort vergaderingen toch eventjes schriftelijk te stellen. Wethouder Van Loenen, als eerste aan u? Wethouder Van Loenen: Nou ja, misschien wel nog even daarover, zeker dat we al die instrumenten inzetten. Ik heb vorige keer ook al aangegeven, we zijn wel aan het kijken of we loonkostensubsidie nog wat meer in kunnen zetten, komt hier denk ik ook nog wel meerdere keren terug, ook leven lang doorontwikkelen, is ook een onderdeel van de nieuwe arbeidsmarktagenda, dus die komt ook nog jullie kant op.

Dus er komt nog genoeg ruimte er is, kijk we werken met bepaalde organisaties voor de verschillende groepen dus met Agros en Spaarne Werkt et cetera, dus daar zit eigenlijk wel, is elke groep daar wel dan in afgedekt, om het even zo te zeggen. Dus het is niet dat ze in een vacuüm zitten of iets dergelijks, dus dat kan ik nog even zeggen. En even kijken, we zeggen ook nog, dat moet ik ook even checken, signalen over het weigeren van de thuiszorgmedewerkers door onze inwoners dus, die hebben ons ook bereikt. Ja, ik denk dat we ook even in gesprek moeten daarover met de aanbieders ook om te kijken wat gebeurt er nou precies. Maar dat wil natuurlijk niet zeggen dat zij geen werk hebben, dus volgens mij is dit eigenlijk even een beetje een zijpaadje. Wel een belangrijk punt. Dus we kijken ernaar maar het heeft dan weer minder te maken met arbeidsmarkttekort. De voorzitter: Daar wordt naar gekeken. Dat is heel fijn. Wethouder Van Leeuwen, kort, want het college is ook al heel ruim al door zijn tijd heen. Wethouder Van Leeuwen: Het is ook een heel breed en heel maatschappelijk onderwerp en volgens mij ook bijzonder relevant en ik las laatst ook een column, ga ik nog toch nog even een dwarsstraatje doen, voorzitter met uw goedvinden. De voorzitter: Nee, laten we het gewoon even kort op het antwoord houden. Wethouder Van Leeuwen: Jammer.

De voorzitter: Ja, dat is een goede suggestie die ik hier links hoor. Als u nou die column even doorstuurt dan zorgen wij er weer voor dat die bij alle commissieleden komen, dan kunt u het nu gewoon puntig op het antwoord houden.

28

Wethouder Van Leeuwen: Dat zal ik doen, voorzitter, heel fijn, dan ga ik gewoon heel rustig praten nu. Forum voor Democratie vroeg aan mij, zijn meer mensen ook niet een zegen? Als ik hem even in mijn woorden vertaal, want een glas halfvol. Jazeker. Dus we zien inderdaad ook mensen ook instromen die inderdaad gewoon, nou die een mooie woningen in Haarlem vinden omdat wij er gelukkig woningen bijbouwen en dan zeggen, verrek ik vind toch ook wel fijn om dichter bij huis te werken. Want dat is natuurlijk ook een van de lessen van corona, dat dicht bij huis werken meer tijd voor privé-werkbalans, dat dat het heel gunstig is. Dus dat is inderdaad ook voor onze gemeentelijke organisatie, maar ook voor aanpalende instellingen, zien we dus inderdaad dat mensen die ergens anders vandaan verhuizen en hier gaan wonen dat ze gelukkig hier ook willen werken. Dus dat is niet alleen de zorg, dat die mensen ook weer meer mensen nodig hebben en scholen en ga zo maar door, maar gelukkig willen ze ook in onze mooie stad werken. Voorrangsregelingen, ja er wordt gewerkt, en dat is natuurlijk wat meer vanuit de portefeuille Wonen, maar er wordt gewerkt aan een voorrangsregeling, een pilot inderdaad en die heeft ook al gelopen voor jongeren volgens mij in het onderwijs en de zorg, maar dat heb ik dus niet helemaal precies. Dus daar wordt naar gekeken, hoe we daar met voorrang op kunnen gaan.

En zei mevrouw Jacobsz nog iets over leven lang leren en STAP, ja wellicht heeft u ook, ziet u ons als minister of als staatssecretaris, dit is echt een rijksaangelegenheid. Wat wij wel zien is dat wat we men beoogde, dat men een leven lang kan blijven leren, dat dat mislukt is. Want iedereen deed gewoon cursussen als bartender, dus hier heb ik ook met het STAP-budget, dus de meest gekke cursussen werden erop, zijn ook mooie voorbeelden Follow the Money-artikelen over verschenen. Dus ik heb toevallig recent hier met Nova College hierover geschreven en Nova College en ons onderwijsveld maakt zich daar ook zorgen over want, ook onze mbo’s die zeggen eigenlijk wij zijn voor een leven lang leren, dus dit had ook ons moeten helpen. Maar eigenlijk wil je natuurlijk naar een soort van leerbudget toe voor een leven lang leren, dus daar gaat eigenlijk via de branchevereniging, vanuit het onderwijs gaan zij ook naar de staatssecretaris, de minister toe. Want dit gaat niet goed en het kan beter. Helaas gaan wij hier niet over, zal ik er gelijk maar bij zeggen. De voorzitter: Zijn wel ook heel veel vacatures voor bartenders, maar inderdaad. Goed, dan denk ik dat we dit punt zo voldoende hebben besproken. Exact ja, inderdaad, maar dat gaan we verder niet adverteren nu. Dan denk ik dat we agendapunt 8 zo voldoende hebben besproken. 9.

Informatienota Preventief Jeugdbeleid (BL) De voorzitter: Gaan we door naar agendapunt 9, de informatienota Preventief Jeugdbeleid. Ik dank overigens wethouder Van Loenen voor haar aanwezigheid bij het vorige onderwerp. Op verzoek van de fractie van D66 en met instemming van deze commissie is het stuk de informatienota Preventief Jeugdbeleid geagendeerd voor deze vergadering. Mevrouw Van der Windt zit hier namens D66, dus die geef ik graag als eerste het woord. Mevrouw Van der Windt: Dank u wel, voorzitter. Ja, we hebben dat, zoals we vorige keer ook al hebben gezegd, geagendeerd omdat we de indruk hebben dat er eigenlijk heel veel dingen gebeuren op preventief, aan preventieve acties waar we ons echt wel zorgen maken of die daadwerkelijk alle jongeren van Haarlem bereiken. En we zien dat er heel veel dingen via de usual suspects lopen en wij vragen ons af of die usual suspects echt wel iedereen bereiken en met name zorg van als je dingen via scholen doet, dan weet je dat elke jongere, op een heel kleine uitzondering na, maar elke jongeren gaat naar school en is daar bezig en wordt daar gezien en is het niet veel beter om veel meer samen te werken met scholen om, zowel primair, voortgezet als middelbaar en hoger beroepsonderwijs, om ervoor te zorgen dat we ook echt in beeld krijgen welke jongeren, op welke manier we jongeren kunnen helpen.

En de reden dat ik dat zeg is dat ik twee jaar

29

geleden de motie A little less conversation heb geschreven, dat was in coronatijd en toen waren er ook heel veel zorgen over hoe het met onze jongeren ging en heel veel raadsleden, waaronder ikzelf, hadden ook kinderen waarover we ons zorgen maakten en het grappige was dat ik op dat moment, ik heb een enorme kennis van welke problemen raadsleden met hun eigen kinderen hadden, dat was ook niet misselijk. Bijna elk raadslid met kinderen heeft mij toen gebeld met de dingen van, ja hele goede motie, mijn fractie gaat zeker steunen, ik heb het ook zelf met mijn eigen kind, met dat, met dat. En bijna iedereen zei, of eigenlijk iedereen zei, het bijzonder is, ja, er gebeurt wel wat, maar dat bereikt mijn kind niet. En met die gedachte vraag ik me echt af, wat kunnen we nou doen om ervoor te zorgen dat alle kinderen bereikt worden. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Trompetter heeft een interruptie voor u. De heer Trompetter: Dank u wel, voorzitter. Ja, ik zag in het agenderingsverzoek dat het ook ging over, dat D66 vindt dat in de kansarme wijken wel meer wordt geleverd dan in de beter gesitueerde wijken. Nou, het lijkt de Actiepartij een utopie om te denken dat alle jongeren met een ‘…’ worden bereikt. Is dan niet het antwoord meer geld voor jeugdzorg in de hele stad.

Of hoe kijkt u er dan tegenaan als het over dat soort dingen gaan? Mevrouw Van der Windt: Nee het is, en dat was ook mijn conclusie toen, dat waar raadsleden ook wonen, waar mensen ook wonen, iedereen dezelfde zorg had van er is aanbod maar dat aanbod bereikt mijn kind niet. En daarom is mijn gedachte van, doen we nou echt voldoende om ervoor te zorgen dat wat wij hebben alle kinderen bereiken en moeten we dat niet veel meer met scholen samen gaan doen, omdat dat het enige is wat we zeker weten is dat vrijwel alle jongeren naar school gaan. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Booms, gaat uw gang. Mevrouw Booms- van der Meer: Dank u, voorzitter. Dank u wethouder, voor de informatienota Preventief Jeugdbeleid. De ChristenUnie is blij dat er jaarlijks 300.000 euro uitgetrokken wordt om onze jeugd die in de knel is aandacht te geven en te ondersteunen. Eenzaamheid, depressie en gedachten over de dood zijn toegenomen en we maken ons zorgen over de gezinnen. Het zijn zware jaren geweest en we zijn er nog niet. Laagdrempelige bereikbare hulp en aandacht voor jongeren maakt een groot verschil. De maatregelen in deze nota zijn zeer divers, wat een goede zaak is. Ik heb drie vragen.

Hoe kan de wethouders stimuleren dat ook burgers in alle wijken, misschien in samenwerking met VanHier, activiteiten organiseren voor de jongeren uit hun buurt? En hoe gaat de wethouder ervoor zorgen dat de voorlichting Kindermishandeling en vechtscheiding aan alle kinderen in Haarlem getoond gaat worden? En de laatste vraag, hoe gaat de wethouder ervoor zorgen dat niet alleen medewerkers in de sociale basis, maar ook de nieuwe aanbestede jeugdzorgmedewerkers getraind gaan worden in verband met zelfmoordpreventie jeugd? Ik hoor graag uw antwoorden. De voorzitter: Dank u wel. Dan zag ik de hand van mevrouw Klazinga van de VVD. Mevrouw Klazinga: Ja, dank u wel voorzitter. Mevrouw Van der Windt die, het lijkt wel alsof datgene wat ik hier op mijn computer heb staan, alsof dat ook op uw computer stond. Dus ik ben het van harte eens met wat u zegt, ik zou daar graag nog even kort wel wat aan willen toevoegen ook. In de informatienota hebben gezien dat er allerlei maatregelen worden getroffen om kinderen te bereiken, maar dan zie ik toch vooral dat er heel veel wordt geleund op de inzet van VanHier. En dan ondanks het feit dat ik VanHier van harte zou ondersteun en dat die natuurlijk heel goed werk leveren, is het wel zo dat VanHier zich richt op bepaalde doelgroepen, bekende doelgroepen. En precies wat mevrouw Van der Windt hier ook zegt, dit gaat niet om, dit probleem is

30

niet beperkt tot die doelgroepen, dit strekt zich uit tot de hele jeugd van Haarlem. En wat dat betreft heb ik zelf inderdaad ook even navraag gedaan bij mijn eigen middelbareschoolgaande kinderen om te vragen van wat hebben jullie er nou van gemerkt aan aanbod wat er is gedaan. Of dat nou via social media ze bereikt heeft of via school bereikt heeft of anderszins bereikt. Niets, nul. En ik heb ook aan mijn eigen kinderen gevraagd, was dat welkom geweest? Ja dat was buitengewoon welkom geweest. En zij schatten de cijfers van 33 procent zelfs nog heel conservatief in, ze zegt ik denk dat ongeveer driekwart van mijn vrienden en vriendinnen te kampen hebben gehad met neerslachtigheid, laat ik het dan even zo samenvatten. Gelukkig gaat het met een deel van die kinderen nu dat er weer wat meer vrijheden zijn en dat er weer, dat ze weer wat normaler kunnen leven, weer wat beter. Maar dat is lang niet met iedereen zo. En de na-ijlende effecten, dat moeten we natuurlijk ook nog maar zien.

Wat betreft de scholen, daar hoor ik vaak dat er dan gezegd wordt, ja maar scholen die hebben hun eigen dingen om daarmee aan de slag te gaan in de vorm van de NPOmiddelen, maar wat je ziet is dat scholen die NPO-middelen alleen maar benutten voor het cognitieve, om leerachterstanden in te lopen en niet die middelen gebruiken om de psychische gevolgen of de psychische gesteldheid van de jeugd het hoofd te bieden. Dus mijn vraag is ook inderdaad aan de wethouder, bent u al in gesprek met scholen geweest en heeft u daar dan ook in betrokken, niet zozeer wat scholen zelf gaan doen, want het is niet mijn bedoeling om scholen nog meer aan het werk te zetten, maar in hoeverre er dus eventueel derden de scholen in kunnen komen om inderdaad die brede jeugd te bereiken? De voorzitter: U heeft een interruptie van mevrouw Scholten, gaat uw gang. De voorzitter: Dan krijgt alleen geen antwoord. Dus dat is maar net wat u zelf wil. Eerste termijn? Uitstekend. Mevrouw Scholten: Het is niet zozeer zo dat scholen alleen maar met cognitieve aspecten bezig zijn met de NPO-middelen, dat wil ik vooral even opmerken. Ik heb een paar vragen voor de wethouder, maar het ik vind het ook lastig om te zeggen scholen moeten meer samenwerken met gemeentes. Scholen hebben ook een eigen lesrooster, eigen mentorlessen enzovoorts.

Dus hoe moet dat dan concreet? De verscherpte samenwerking tussen gemeenten en scholen, dat zie ik niet helemaal voor me. Misschien heeft de wethouder daar ideeën over. Heel specifiek, @ease krijgt een standplaats bij Flinty’s maar bij, prachtig mooi project Flinty’s, supergoede plek, maar dat komt maar best een beperkte groep leerlingen, leerlingen beroepsdeformatie, een beperkte groep jongeren. Zou er ook niet op andere locaties in de stad iemand van @ease kunnen gaan zitten. Want ik denk dat zij best wel laagdrempelig en makkelijk toegankelijk zijn. Dan de socialmediacampagne, die wordt specifiek gericht op jongeren van Oost en Schalkwijk. Ik vraag me af waarom, want ik deel absoluut de analyses die hier door D66 en VVD gezegd zijn, ik zie het ook bij mijn eigen leerlingen, dat de problematiek veel breder ligt, eetproblematiek, depressie, neerslachtigheid, het gewoon stil zijn blijven staan twee jaar lang en ik zie in al mijn lessen dagelijks hoe moeilijk leerlingen het daarmee hebben gehad en hoe moeilijk het nu is om weer aan te gaan. Kunnen we kijken of we die socialmediacampagne niet breed over de stad uit kunnen rollen? Want volgens mij moet dat binnen het budget wel passen, zou ik zeggen. En dan gaat het bij handhavings- en veiligheidsbeleid ook heel vaak over jongeren en jeugdoverlast, ook daar kan het belang van preventie eigenlijk niet worden overschat.

Zouden we met de interventies die bijvoorbeeld het Nederlands Jeugdinstituut aanraadt, dus Positive Behavior Support in de wijk, of een van de andere interventies die zij aanraden die bewezen zijn, kunnen we niet het preventie- in het handhavingsbeleid daarmee combineren? Zodat je daarmee ook meer jongeren helpt. Dat zijn mijn concrete drie vragen. De voorzitter: Uitstekend. Dan bent u ruim door uw tijd heen. Nee, ik liet u mooi even uitpraten. Mijnheer Visser namens de Partij van de Arbeid, gaat uw gang.

31

De heer Visser: Ja, dank u wel voorzitter. Ja we hebben het afgelopen jaar in de GGD-coronamonitoren kunnen lezen dat eenzaamheid onder jongeren verdubbeld is ten opzichte van 2019 en depressieve klachten anderhalf keer zo hoog liggen, dat baart ons grote zorgen, net is iedereen hier aan tafel. De Partij van de Arbeid vindt het daarom een goede zaak dat er nu extra geld specifiek wordt besteed aan preventiemiddelen op het vlak van mentale gezondheid en daarnaast wordt het ook besteed om hulp te bieden aan kinderen met ouders die kampen met psychische klachten en verslavingsproblemen. Nog niet genoemd, maar wel ontzettend belangrijk als het gaat om de vorming van jongeren die met dat soort problemen kampen thuis. Wat lastig is hieraan is met, de Partij van de Arbeid heeft natuurlijk ook wel wat vragen, maar tegelijkertijd wij zien dit ook als een soort voorschot op het integraal programma preventief jeugdbeleid 2023-2026 dat ook dit jaar naar de raad komt waar waarschijnlijk een heleboel structurele zaken in staan, veel structureler dan deze, waardoor we ook veel meer inzicht kunnen krijgen op wat het beleid is, welke koers we opgaan in de breedte met al deze punten die mijn collega's hier aan tafel net ook hebben genoemd.

En daarom willen wij in ieder geval ook nog graag wachten omdat we eventueel structureel beleid graag zouden willen aanscherpen als dat nodig is, maar daarvoor moeten wij wel eerst echt het integraal preventief jeugdbeleid zien in plaats van alleen de informatienota over de extra drie ton die we naast dit integraal plan hebben geïnvesteerd. De voorzitter: Goed. Mevrouw Oosterbroek namens de GroenLinks-fractie, een interruptie? Mevrouw Oosterbroek: Ja, een vraag over, waar ga jij dan op letten met het integraal jeugdbeleid? De heer Visser: Ja, een hele saaie vraag misschien, maar op het integraal jeugdbeleid, we gaan daar echt preventief inzetten op een heleboel dingen die spelen onder jongeren, waaronder ook dit soort problemen, en dat is echt voor de lange termijn dat is voor een periode van drie jaar. Dit zijn extra investeringen die we doen van drie ton, bovenop ons normale budget en daar kunnen we natuurlijk ook een heleboel vragen over stellen en een aantal opmerkingen zijn gemaakt en die zijn terecht, zoals bijvoorbeeld over waarom doen we dit alleen in Schalkwijk en Haarlem-Oost als het gaat over preventie van depressieve psychische klachten, want dat gaat door alle lagen van de bevolking heen. Dus dat zou net zo goed op andere delen van Haarlem moeten gelden. Zouden alle leerlingen van gebruik moeten kunnen maken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12542625/2