01-13 transcript commissie Samenleving 13 januari
Tekst van het document
Aanmeldings- en inschrijvingsprocedure brugklas voortgezet onderwijs 2022-2023 8.1. Beantwoording art 38 vragen Trots Haarlem inzake aanmeldings- en inschrijvingsprocedure brugklas voortgezet onderwijs 2022-2023 De voorzitter: Wij gaan naar agendapunt 8. Dat is de aanmeldings- en inschrijvingsprocedure brugklas voortgezet onderwijs 2022 en 2023. Op verzoek van de SP en met instemming natuurlijk van de commissie is het onderwerp aanmeldings- en inschrijvingsprocedure brugklas voortgezet onderwijs 2022 en 2023 ter bespreking geagendeerd. We hebben dus ook zoals aangekondigd een gastspreker. Dat is mevrouw Vaes: voorzitter college van bestuur IRIS Zuid-Kennemerland. Die is op uitnodiging van de heer Botter aanwezig voor dit bespreekpunt. Wij hebben ook zie ik twee insprekers: mevrouw De Haas. Moment, hoor. Dan wil ik eerst even mevrouw De Haas naar voren hebben. In het midden is als het goed is de microfoon beschikbaar om daarin te spreken. Dan gaan we zo eerst naar mevrouw De Haas. U heeft zo meteen drie minuten de tijd om de commissie toe te spreken. U heeft al wat gestuurd, volgens mij. U mag het knopje aan de rechterkant indrukken en dan gaan drie minuten lopen. Aan het einde van de tijd zal ik u herinneren dat u moet afronden en dan kan de commissie eventueel nog zo meteen vragen stellen. Ja? Mevrouw De Haas: Oké. De voorzitter: Gaat uw gang.
Mevrouw De Haas: Dit is mijn zoon … Sorry. Zo staat ie aan? Ja? Oké. Dit is mijn zoon Thomas. Deze foto is genomen toen hij zich ging inschrijven in maart vorig jaar op het Sancta Maria. De mentor die ons inschreef vroeg ons om een foto te maken. Dat zou leuk zijn voor later over vijf of zes jaar om dan terug te kijken. Ik twijfelde en vroeg of het zeker was of hij wel geplaatst zou worden. Ja, bevestigde de mentor. Dat was zeker. Een paar weken later vond een loting plaats en werd hij uitgeloot op nummer 1 van zijn lijst en ook op nummer 2, 3, 4 en 5. We kregen twee dagen na de loting een lijst van drie scholen met nog beschikbare plaatsen in de regio waar we binnen een werkdag een keuze uit moesten maken. Het Coornhert in Haarlem, Ichthus in Driehuis en het Vellesan in IJmuiden. Het Coornhert paste helaas niet bij hem en hij is naar een school buiten Haarlem gegaan. In Haarlem was geen plaats. In een jaar waar geen normale afsluiting van groep 8 was, was dit een nare ervaring. Ik zit hier niet voor mijn eigen kind, maar ik gun niemand de ervaring die wij hebben gehad voor deze procedure en hoop dat het systeem in de toekomst wordt aangepast. Als ouders van uitgelote kinderen hebben we toen gezamenlijk en ook individueel een bezwaar ingediend bij de scholen en de overkoepelende organisatie. Niet omdat wij ons kind per se op de school van onze keuze
18
moesten hebben, maar omdat er veel onduidelijk en ook mis bleek te zijn met de aanmeldingsprocedure. Elke school handhaaft bijvoorbeeld zijn eigen regels met betrekking tot de loting. Sommige scholen geven voorrang op broertjes en zusjes, andere scholen weer niet. Er is geen centrale wachtlijst, maar een wachtlijst per school. Een kind die uitgeloot wordt op alle scholen staat nu niet meteen bovenaan de wachtlijst van zijn eerste keuze, maar sluit aan in de algemene wachtlijst van de school. De loting wordt per school en door een notaris gedaan, maar de notaris overziet alleen dat proces van de loting. Wie er precies meegaat in een loting wordt niet bekeken. Hier zitten gaten in het proces. Bij sommige scholen lijken er verhuisplekken vrij te worden gehouden. Bovenstaande zijn enkele voorbeelden waaruit blijkt dat het proces niet transparant is en uniform. Vanuit die klachten is er daarna door de stichting IRIS een onafhankelijke commissie opgesteld die middels een hoorzitting de verschillende partijen heeft aangehoord. De commissie heeft de aanmeldingsprocedure bekeken en heeft een aantal aanbevelingen gedaan. Met de aanbeveling voor het toen aankomende schooljaar is niets gedaan. Met betrekking tot het schooljaar na ’21-’22 heeft de commissie aanbevolen om een uniforme regeling uit te werken inzake aanmelding en plaatsing.
De commissie geeft aan dat de meest gelijke kansen voor kinderen ontstaan wanneer een regeling een centrale loting opvat. Hier is niets mee gebeurd. Elke school volgt nog steeds hun eigen procedures. De broertjes en zusjesregeling bestaat nog steeds op sommige scholen en er lijken geen aanpassingen te zijn in de loting zelf en het proces is nog steeds niet transparant. Leerlingen worden nu gevraagd om zeven scholen van hun voorkeur op te geven, terwijl er in veel gevallen niet zeven passende scholen zijn. Het uitbreiden van de lijst lijkt vooral in het voordeel van de scholen te zijn zodat er geen ruimte meer is voor een discussie vanuit de kant van leerlingen en ouders. Er is een uniforme regeling nodig die voor alle scholen telt. Er is een regeling nodig die ruimte geeft om de voorkeur van een leerling en in het voordeel is van een leerling. Er is een transparante lotingsprocedure nodig die zo nodig gecheckt kan worden van begin tot eind en van begin tot eind onder toezicht staat van een notaris of een andere onafhankelijke partij. De voorzitter: Mevrouw De Haas, wilt u gaan afronden? Mevrouw De Haas: Dat was hem. Oké. De voorzitter: Prima getimed, zeg. Dank u wel. Nou, dan gaan we gelijk maar even naar de commissie om te kijken of er nog vragen zijn vanuit de commissie. Mevrouw Stroo, Jouw Haarlem. Mevrouw Stroo: Ja. Dank u voor uw verhaal.
Ik heb een vraag … En ik kan ook dat helemaal indenken. Ik heb een vraag over uw zoon. Naar welke school is hij uiteindelijk toen gegaan? En heeft hij de mogelijkheid gehad om weer terug te keren naar bijvoorbeeld het Sancta? Mevrouw De Haas: Hij is uiteindelijk naar het Ichthus gegaan in Driehuis. In plaats van een school die een kilometer weg was, moet hij elke dag 7,5 kilometer compleet de andere kant op fietsen en weer 7,5 kilometer terug. Vanuit de school waar hij vertrok, was hij een van de twee kinderen die naar die school ging, dus alle vriendjes gingen naar andere scholen in Haarlem. Hij heeft niet de kans gehad om terug te gaan. Daar is niks over afgesproken. Voor alle kinderen die uitgeloot werden of kinderen die op lijst nummer 5 staan, zijn er geen afspraken gemaakt. Daar was geen ruimte voor. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van den Raadt, Trots Haarlem. De heer Van den Raadt: Ja. Nou, wel heel treurig nieuws natuurlijk. U zegt: er zijn aanbevelingen gedaan. Daar ziet u dan niks van terug. Vraag een is: is er nog verteld waarom die aanbevelingen dan niet verwerkt zijn? En
19
vraag twee is: zou de teleurstelling iets verzacht worden als we nu afspreken dat die aanbevelingen wel gewoon opgenomen worden in het systeem? Mevrouw De Haas: Ja, het zou heel goed zijn om duidelijk inzicht te hebben in het hele proces eigenlijk. Wat er gebeurt met de aanbevelingen, hoe dat dan het proces van evaluatie heeft plaatsgevonden. Wat is er bekeken? Is het proces van A tot Z helemaal bekeken om te kijken waar de gaten zitten? En wat kan daar gedaan worden? Het zou heel goed zijn om dat ook te delen met mensen hier, met sowieso het publiek zodat mensen weten wat er gebeurt met hun kinderen als ze zich ergens aanmelden. Op het moment is het voornamelijk een strategische keuze die je moet maken. Je moet heel goed uitkijken: waar zet je je eerste keuze op? Als je dan afvalt, dan kan het zijn dat je in Driehuis belandt of IJmuiden. IJmuiden wordt gezien als de regio, terwijl dat voor heel veel kinderen in Haarlem niet in de regio is. Dus dat is best wel zorgwekkend voor heel veel kinderen. De voorzitter: Dank u wel. De heer Smit, OPHaarlem. De heer Smit: Merkte ik dat u zei dat de selectie van zeven scholen eigenlijk te ver gaat en min of meer een legitimiteit biedt voor een niet-functionerend systeem? Mevrouw De Haas: Dat klopt. Voor heel veel kinderen is het gewoon niet eens mogelijk om zeven scholen op de lijst te zetten.
Binnen die zeven scholen wordt zelfs het speciaal onderwijs ook meegenomen, dus dat zijn gewoon zeven scholen. Dat kan alles zijn. Dus er zit gewoon geen ruimte meer in. Dus als je niet op nummer 1 komt, dan kan het ook zijn dat je pech hebt en op nummer 7 komt en dan is er geen ruimte meer voor discussie. De heer Smit: Nee, maar dan constateert u in feite dat misschien nummer 5, 6 en 7 eigenlijk voor de meeste ouders en kinderen dan ook al niet meer relevant zijn. Mevrouw De Haas: Nee, het is niet relevant. Want je moet zeven zijn en soms zijn er zelfs maar zes opties. Dus er zijn maar zeven scholen. Je moet alle scholen eigenlijk heb je gewoon geen ruimte meer. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we even naar mevrouw Özogul, SP. Mevrouw Özogul-Özen: Ja. Dank u wel voor het inspreken. Ik heb een vraag aan u. U had het over een hoorzitting. Waren daar ouders aanwezig? En hebben ze u ook aangegeven wat ze naar aanleiding van de hoorzitting daarmee gingen doen? Mevrouw De Haas: Ja, klopt. Dat rapport dat door die commissie is opgesteld dat is naar aanleiding dus van die hoorzitting gedaan. Dus de ouders die dat wensten zijn individueel gehoord. Er waren 34 kinderen helemaal uitgeloot en volgens mij zijn daar 32 ouders van naar de hoorzitting geweest, of 30. Dus dat waren bijna alle mensen. Daarnaast is nog een gezamenlijke hoorzitting geweest.
Dus er was ontzettend veel aandacht voor. Uit die hoorzitting is toen dat rapport gekomen met die aanbevelingen en dat zijn dus die aanbevelingen van de commissie om een uniforme regel op te stellen. De voorzitter: Ja. Mevrouw Özogul-Özen: Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van Kessel, VVD.
20
De heer Van Kessel: Ja. Dank u wel, voorzitter. Dank u wel voor het inspreken. Als ervaringsdeskundige neem ik aan dat u er ook veel over leest en ook kijkt, nou ja: wat gebeurt er verder in het land? Heeft u misschien nog in andere regio’s gezien waar het veel beter is geregeld dan in Haarlem? En heeft u misschien zo’n voorbeeld? Mevrouw De Haas: Ik kan er zelf niet veel over zeggen, maar Ilse kan er beter … Is daar beter van op de hoogte. Maar wat voornamelijk belangrijk is, is dat het transparant is. Dat er inzicht is en dat er niet allemaal … Dat niet elke school bepaalt, elk bestuur bepaalt wat er gebeurt, maar dat er gewoon één uniforme regel is. Volgens mij is het in Amsterdam en de meeste gemeentes is dat al lang zo doorgevoerd. De voorzitter: Ja, dank u wel. Dan wil ik verzoeken om de microfoon uit te doen. Dank voor uw inspreken. Dan gaan we even wisselen met de volgende inspreker. Dat is mevrouw met de moeilijke naam. Tenminste, geen idee hoe je het uitspreekt. Maar mevrouw Leadbetter of Ledbetter. U mag het zo meteen zelf even in de microfoon zeggen wat het is. Oké. U krijgt ook drie minuten de tijd. Rechterkant zit het knopje van de microfoon. Tegen het einde zal ik even een seintje geven en dan kan de commissie ook weer vragen stellen. Gaat uw gang. Mevrouw Leadbetter: In oktober is de loting voor de middelbare school veranderd ten nadele van de kinderen.
De vragen aan de wethouder daarover heb ik gisteren gedeeld met alle commissieleden. Graag leg ik een aantal gerelateerde zaken voor aan de commissie en de besturen namens mevrouw Vaes. Passend aanbod: in Haarlem past het aanbod van middelbare scholen al jaren niet bij de vraag. Als het aanbod wel zou passen, dan was er immers geen loting nodig en zouden er zeker nooit leerlingen uitgeloot worden. Toch worden al jaren kinderen van 11 en 12 uitgeloot. Het aanbod past gewoon niet bij de vraag. De historie: de gemeente is verantwoordelijk voor de schoolgebouwen. Dat betekent dat de kosten van het opbouwen en afbreken van tijdelijke noodlokalen voor de gemeente zijn. Om die kosten te beperken heeft de gemeente de schoolbesturen gevraagd om de aanmelding onderling te regelen zodat er geen noodlokalen meer nodig waren. Sindsdien bepalen daarom de schoolbesturen welke keuzes leerlingen in groep 8 hebben. Komt het systeem van loting. Tot dit jaar stelde kinderen een lijst van vijf voorkeursscholen op en werd er vervolgens geloot. Het succes van deze loting is hoog. Hoger bijvoorbeeld dan in Amsterdam. Toch worden er elk jaar kinderen uitgeloot. In dat proces zit weinig transparantie. Er wordt zeer slecht en vertraagd gecommuniceerd met uitgelote leerlingen en hun ouders.
De scholen beweren in hun antwoorden dat er goed en tijdig gecommuniceerd wordt, maar ervaringsdeskundigen zoals ik en mevrouw De Haas weten dat dat niet zo is. Aanpassing van de loting: dit jaar wordt verwacht dat ouders en leerlingen een lijst maken van zeven scholen. Daar hebben ouders een aantal bezwaren tegen. Eén: er zijn niet altijd zeven scholen die passen bij je advies. In sommige gevallen moet je een school op een lager niveau op je lijst zetten met het risico daar ook echt een plaats te krijgen. Soms moet je een school ver weg op je lijst zetten met hetzelfde risico. Op Brugweb worden scholen voor speciaal onderwijs meegeteld. Dat is misleidend. Daar kan niet iedereen terecht. Drie: in het geval er maar zeven opties zijn, dan is er feitelijk geen keuzevrijheid meer. Vrijheid van onderwijs staat in de grondwet, maar bestaat eigenlijk niet voor alle kinderen in de regio Haarlem. Ondanks deze langere lijst weigeren de besturen nog steeds een garantie te geven op een plek op een school op je lijst. Laatste bezwaar: dit jaar zijn de open dagen alleen online. Dan is het al lastig om een indruk te krijgen van je toekomstige school, laat staan dat je er zeven moet kiezen op basis van Zoom.
Wat gaan de besturen doen als er nu weer kinderen uitgeloot worden? Waar moeten die kinderen heen? Buiten de regio? Hoe lang wordt de lijst volgend jaar? Mijn verzoek aan de gemeenteraad: het is evident dat het aanbod niet past bij de vraag. Gezien die situatie wordt van leerlingen en ouders verwacht dat ze niet één school kiezen, maar een lijst van voorkeursscholen. Als tegenpresentatie zou het de schoolbesturen sieren als ze een aantal aanpassingen
21
zouden doen. Eén: een lijst van vijf scholen, niet meer. Twee: goed en tijdig communiceren met ouders. Drie: garantie op een plaats op een school op je lijst. Vier: voorrangsregels afschaffen op alle scholen. Vijf: transparantie vooraf, gedurende en na afloop van de procedure. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Oomkes, PvdA. De heer Oomkes: Dank u wel, mevrouw, voor uw bijdrage. U heeft het over transparantie. Dat was de vorige spreekster ook. Kunt u mij uitleggen wat u verstaat onder transparantie in zo’n proces? Mevrouw Leadbetter: Er zijn heel veel aspecten die niet transparant zijn, dus ik kan een paar voorbeelden … Maar ik zal een paar voorbeelden geven. Eentje daarvan is bijvoorbeeld de voorrangsregeling voor broertjes en zusjes. Als er honderd plekken zijn op een school is het onbekend van tevoren hoeveel daarvan al weggegeven worden aan broertjes en zusjes, dus eigenlijk onbekend hoeveel ruimte er is op de school. De wachtlijstprocedure is niet transparant. Het is niet wie er op de wachtlijst komt. Dus dat zijn niet de kinderen die uitgeloot worden, maar dat zijn kinderen die op hun tweede school komen bijvoorbeeld die komen hoger op de wachtlijst dan kinderen die voor alle scholen uitgeloot zijn. Dat is niet transparant. Het is vooraf ook niet bekend. Daar kom je achter als je uitgeloot wordt. Dat zijn een paar voorbeelden, maar er zijn er meer.
De heer Oomkes: Om het te begrijpen: u zegt als kinderen op een school komen waar hun broertjes of zusjes al op zitten, en dat wordt niet duidelijk aangegeven, dan is er geen sprake van transparantie. Maar hoe zou die transparantie dan moeten worden gegeven? Mevrouw Leadbetter: Nou ja, ik … De heer Oomkes: Dat is toch onmogelijk. Mevrouw Leadbetter: Dat die voorrangsregels zouden, vind ik, afgeschaft moeten worden, want die hebben … De scholen hadden afgesproken die voorrangsregels af te schaffen, maar in de praktijk heeft maar een aantal scholen die regel afgeschaft en een aantal heeft die voorrangsregels behouden, waardoor het niet voor iedereen een gelijk speelveld is. Sommige kinderen hebben gegarandeerd een plek op een school, hoeven niet mee te loten, andere kinderen moeten wel mee loten. De heer Oomkes: Dank u wel. De voorzitter: De heer Van Kessel, VVD. De heer Van Kessel: Ja. Dank u wel, voorzitter. Dank u wel voor het inspreken. Als gemeenteraad moeten we denk ik ook goed kijken naar wat wij kunnen doen, want deze manier van loten dat is natuurlijk iets wat aan de schoolbesturen is. Dus wij kunnen wel … Mevrouw Leadbetter: Ja. De heer Van Kessel: Natuurlijk het gesprek erover voeren. Dat doen we vanavond. Ook fijn dat u eraan meedoet. Maar in uw bijdrage hoorde ik op een gegeven ook iets waar de gemeente inderdaad wel wat aan kan doen.
Want u zei een paar keer: het aanbod past niet bij de vraag. Mevrouw Leadbetter: Ja.
22
De heer Van Kessel: Nou ja, goed. De vraag gaan we niet omlaag brengen, het aanbod zouden we dan omhoog moeten brengen. Mevrouw Leadbetter: Ja, of … Nou, anders moeten zijn. Dus ja. De heer Van Kessel: Nu zie ik vaak in de begroting terug dat de gemeente Haarlem echt miljoenen achterstand heeft op het gebied van schoolhuisvesting, op het gebied van onderhoud, nieuwbouw. Mijn punt is: op het moment dat die achterstand er niet geweest was, denkt u dan dat dat aanbod dan groter geweest zou zijn, dan dit probleem dan ook weg zou zijn? Mevrouw Leadbetter: Het aanbod staat los van de huisvesting. Het probleem met het aanbod is bijvoorbeeld in de variatie aan scholen die er is. Er zijn veel categorale vmbo-scholen waar je alleen vmbo kunt doen. Er zijn te weinig plekken op scholengemeenschappen, dus scholen met alle niveaus waar kinderen liever naartoe gaan die hopen dat ze door kunnen stromen naar een hoger niveau na de brugklas bijvoorbeeld. In die zin past het aanbod … Dus het heeft niet te maken met de huisvesting of accommodatie, het heeft te maken met de verdeling van de beschikbare plekken. Die past niet bij de vraag. De voorzitter: Vervolgvraag, de heer Van Kessel.
De heer Van Kessel: Ja, dat begrijp ik dan toch niet helemaal, want je zou toch zeggen dat op het moment dat één school vol zit, om het maar zo te zeggen, maar die school zou er een lokaal en een leraar bij krijgen dat je dertig extra leerlingen kan plaatsen. Ik … Mevrouw Leadbetter: Ja, dat was de … De heer Van Kessel: Wat … Mevrouw Leadbetter: Oude manier. Dat was de … Ja. De heer Van Kessel: Wat gaat er mis in mijn beredenering? Mevrouw Leadbetter: Ja. Nee, dat was inderdaad de oude manier en het gevolg dan dat is ook niet ideaal en dat begrijp ik ook, is dat er … Dat kost geld voor de gemeente en alle belastingbetalers. Op andere scholen is er dan weer ruimte over en leerkrachten die wellicht wiens contract wordt opgezegd of die weer maar een tijdelijk contract krijgen. Dat is ook niet ideaal. Dus een betere verdeling … Het lotingssysteem zorgt voor een betere verdeling, maar je kan niet eindeloos draaien aan dat lotingssysteem in de hoop maar dat je dan de vraag kunt op… De mismatch tussen vraag en aanbod kunt oplossen. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Leadbetter: Een passender aanbod zou een betere oplossing zijn dan een langere lijst met zeven scholen. De voorzitter: Dank u wel. De heer Slik, ChristenUnie. De heer Linder: Ja. Bedankt voor de inspreker. Ik zit even te denken nog over dat aanbod. Dat passende aanbod.
Heb ik dat goed dat het er eigenlijk om gaat dat er te weinig plekken zijn voor vmbo-t en gl-leerlingen
23
in combinatie met havoleerlingen? Omdat daar vaak of je een vmbo-school hebt of je hebt een havo/vwo school. Gaat het voornamelijk om deze plekken of? Mevrouw Leadbetter: Nee. De mismatch verandert elk jaar. Er is sowieso een mismatch op vmbo, omdat meerdere vmbo-leerlingen, meer vmbo-leerlingen naar een scholengemeenschap willen dan er vmbo-plekken zijn op scholengemeenschappen. Dus die worden vaak uitgeloot en moeten naar een categorale vmbo. Sommige jaren zijn er problemen op de havo. Vorig jaar was het probleem juist op vwo. De vraag … De voorkeuren van de leerlingen verandert elk jaar. Dat is soms te voorspellen en soms niet. Maar vaak als je je oor te luisteren legt kan je een beetje voorspellen welke scholen elk jaar weer populair zullen zijn en waar overaanvragen … Nee, te veel aanvraag is en welke scholen een slechte reputatie hebben. Of dat wel of niet gegrond is laat ik effen hierbuiten. Die hebben dan minder belangstelling onder de leerlingen. De voorzitter: Dank u wel. Waar ik net de heer Slik zei, bedoel ik de heer Linder. Dat was even een verspreking. Mijnheer Smit, OPHaarlem. De heer Smit: Dank u wel, voorzitter. Mevrouw, ik heb één vraag, omdat ik u ook niet helemaal snapte. U zegt: als je op de school van je tweede keuze geplaatst werd, dan kun je op de wachtlijst komen voor de eerste school.
Maar zegt u: als je helemaal uitgeloot bent, dan sta je nergens meer op een wachtlijst. Mevrouw Leadbetter: Nee, je komt niet automatisch op een wachtlijst. De heer Smit: Wanneer dan? Mevrouw Leadbetter: Als je dan … Als je een plek vraagt op de … Als je je school van eerste voorkeur vraagt om op de wachtlijst gezet te worden, kan het zijn dat iemand die die school als die op zijn tweede school is gekomen daar al staat. Dus er is geen compensatie of geen … Er wordt niet extra rekening gehouden met kinderen die uitgeloot zijn. De heer Smit: Nee, dus er wordt niet … Die kinderen worden niet in feite krijgen een stukje toekomstige bescherming door op andere scholen dan hoger op de wachtlijst te komen. Die kunnen in feite dubbel pech hebben? Mevrouw Leadbetter: Ja. De heer Smit: Terwijl dat je op een tweede of derde school hoger kan staan op de wachtlijst voor school 1 of 2. Mevrouw Leadbetter: Ja. En werd net gevraagd hoe het in andere gemeenten geregeld is. Dit stuk is bijvoorbeeld in Amsterdam beter geregeld. Hoe lager je belandt op je lijst, hoe meer voorrang je hebt op de wachtlijst die hoger op je lijst … Dus dan heb je kans dat je … De heer Smit: Juist. Mevrouw Leadbetter: Dat het gecompenseerd wordt. De heer Smit: Dat klinkt logisch. Mevrouw Leadbetter: Ja.
24
De heer Smit: Maar nu niet hier. Mevrouw Leadbetter: Nee. De heer Smit: Dank u wel. Mevrouw Leadbetter: Nu hier niet, nee. De heer Smit: Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van den Raadt, Trots Haarlem. De heer Van den Raadt: Ja. Dank u wel, mevrouw Leadbetter. U had het over eigenlijk dat tekort bij vmbo en dat doorstromen, dat dat niet goed gaat. Is dan de conclusie eigenlijk dat dit betekent dat een deel van de Haarlemse jeugd die nu op school zit onder zijn niveau eigenlijk straks klaar is of eigenlijk nu wordt opgeleid? Dat is vraag één. Mevrouw Leadbetter: Dat risico is er. Als je bijvoorbeeld vmbo/havoadvies hebt en er niet op een van de scholen terecht kunt met een vmbo/havo brugklas en een havo tweede klas, dan begin je op een vmbo/havo klas, sorry, op een vmbo-school. Die heeft dan geen havo bovenbouw, dus je moet dan weer van school veranderen. Dat is sowieso natuurlijk niet wat je wil. Je wil een school voorgoed kiezen. Het risico op afstromen is dan wel groter. De heer Van den Raadt: En dan nog een andere vraag, want u had het over die zeven plekken. Nu moet je dus in sommige gevallen gewoon alles aankruisen zeg maar. Mevrouw Leadbetter: Ja. De heer Van den Raadt: Ook dingen die je eigenlijk helemaal niet erbij horen. Wat is daar nu precies het grote bezwaar? Mevrouw Leadbetter: Nou, dan heb je dus geen keuze.
Dan is het aan het proces waar je dan … Dan kruis je inderdaad alles aan. Het is bijvoorbeeld het is net als er een restaurant is en je hebt een menu met zeven dingen, je gaat naar binnen en je ziet het menu met zeven zaken, maar je kunt niet kiezen en je krijgt er eentje van. Misschien lust je dat niet of misschien ben je allergisch, maar je krijgt wel een van de dingen die op de lijst staat en het is wel eten. De voorzitter: Dank u wel. De heer Linder. De heer Linder: U zegt net van dat op een vmbo-school iemand die een dubbel advies school en die op een vmbo-tl doen dat die kans groter is om af te stromen. Kunt u dat toelichten? Mevrouw Leadbetter: Ja, dat is wat ik zie van kinderen bij mij in de omgeving. Omdat de focus van zo’n school is vmbo-tl. Dus de vmbo/havo dat is een minderheid op die school, dat is maar één klas. Dan zijn er misschien vier of vijf klassen in de brugklas die zijn vmbo-tl niveau. Dus het niveau waarop de massa … De kinderen trekken naar elkaar toe en er wordt minder uitdaging geboden dan op een school waar hogere niveaus ook aanwezig zijn.
25
De voorzitter: Ja, dank u wel. Wij gaan het punt verder bespreken zo meteen. Ik mag u verzoeken om de microfoon weer uit te doen en ook op de tribune weer plaats te nemen. Het rechterknopje indrukken. Dank u wel. Moment, hoor. Ja. Ja, oké. Dan gaan we het stuk behandelen. Mevrouw Özogul heeft dit stuk geagendeerd en die zou ik dan als eerste het woord willen geven. Mevrouw Özogul. Mevrouw Özogul-Özen: Ja. Dank u wel, voorzitter. Ik heb het geagendeerd, omdat we wederom problemen hebben gehad afgelopen keer bij de loting. Het systeem is jaren geleden in het leven geroepen en ik ben een van de raadsleden die daar ook voor gestemd heeft. Toen ik voor stemde, had ik dit niet voor ogen. Ik wilde een eerlijk systeem waarbij kinderen tegelijk konden inschrijven en waar ze dan ook in ieder geval bij de eerste drie van hun keuze terecht zouden komen. In de praktijk blijkt nu wederom dat er, wat ik nu hoor, 34 kinderen uitgeloot zijn. Ik kan me heel goed voorstellen dat je als groep 8 leerling heel enthousiast bent, naar een school gaat kijken, met je klasgenoot, vriend of vriendin naar de school wil en hoe teleurgesteld je bent op het moment dat je op alle vijf in dit geval uitgeloot wordt.
Als ik nu de insprekers hoor dat er geen duidelijk systeem is met betrekking tot broer en zus regeling, dat de bedoeling was om het af te schaffen, maar dat het niet gebeurt, dus dat dat eigenlijk niet transparant is, dan is dat wat ons betreft kwalijk. Wat ook erg is, is natuurlijk, en dat is ook de reden dat ik het geagendeerd heb, je moet nu zeven keuzes opgeven. Kunnen we dan nog van een keuze spreken? En wat wordt het dan de volgende keer? Gaan we dan over tien keuzes hebben? Maar hebben we dan zo veel scholen in Haarlem? Dan denk ik ook, net sprak mevrouw Vaes in: dan moet haar zoon naar IJmuiden. We hebben ook minima in Haarlem die dan de kosten naar IJmuiden niet kunnen betalen bijvoorbeeld met het openbaar vervoer. Dan wordt er geroepen dat wij als gemeente niet gaan over dit systeem, maar ik vind wel dat we in gesprek kunnen met het bestuur, vooral als er een hoorzitting komt waarbij ouders input kunnen leveren, waarbij er aanbevelingen worden gedaan. En naar wat ik nu hoor als er dan niks mee wordt gedaan, dan vraag ik mij af: waarvoor is al die moeite dan gedaan? Waarvoor is zo’n hoorzitting opgetuigd? Daar zou ik heel graag antwoord willen.
Waarom zouden wij niet naar en systeem kunnen à la Amsterdam? Dat als je uitgeloot wordt en op keuze 5 komt of in dit geval keuze 7, waarom zou je dan niet net als in Amsterdam hoger op een lijst kunnen komen? En waarom kunnen wij niet een transparante loting regelen in Haarlem? We zijn al jaren verder en het lukt ons nog steeds niet. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van den Raadt, Trots Haarlem. De heer Van den Raadt: Ja, voorzitter. Het is natuurlijk een hele mooie dag, want de SP die agendeert artikel 38 vragen van Trots Haarlem. We hebben het college die mevrouw Vaes, ja, aanstelt als woordvoerder en beantwoorder van de vragen, want de vragen zijn door de schoolbesturen beantwoord. Dit is bijna het moment dat mijn volgende droom uitkomt en dat is dat ik altijd gepleit heb voor burgerraadsleden. Dus ik zou eigenlijk willen vragen of het mogelijk is of mevrouw Leadbetter namens Trots Haarlem spreektijd, maar namens ons allemaal hier ook aanwezig kan zijn zodat dan mevrouw Vaes en mevrouw Leadbetter hier op het hoogste niveau dit kunnen uit bediscussiëren en als wij goede vragen hebben, dan kunnen we natuurlijk altijd tussendoor. De voorzitter: Dank u wel. Dat gaan we vandaag niet doen, denk ik. De heer Van den Raadt: Nou, dan wil ik daar even een stemming over.
Dat lijkt mij wel handig, want … De voorzitter: Nee, maar … De heer Van den Raadt: Het college die komt met een deskundige.
26
De voorzitter: Dat zijn niet de regels. Dat weet u net als ik. De heer Van den Raadt: Nou, we gaan toch over onze eigen agenda? De voorzitter: Er zit ook een beëdiging. Dat werkt gewoon zo niet. De heer Van den Raadt: Op welke argumenten van de verordening mag dat niet? De voorzitter: Nee, echt van de … Mijnheer Van den Raadt, gaan we niet doen. De heer Van Kessel, VVD. De heer Van Kessel: Ja. Dank u wel, voorzitter. Meeste vragen zijn denk ik al gesteld, maar eventjes voor de VVD belangrijk eigenlijk in ieder geval de vraag: hoe werkt het toewijzingssysteem nu eigenlijk? Want ik heb heel veel gehoord, maar eigenlijk hoe het echt werkt heb ik nog niet langs zien komen in de stukken en heb ik eigenlijk ook nog nooit zo meegekregen. Dus graag een toelichting: hoe vindt die loting plaats? Ik lees in de stukken dat het aanmeldingssysteem niet gedigitaliseerd is en ik vraag, maar goed dat las ik, maar in ieder geval mijn vraag is: hoe kun je een optimalisatie uitvoeren van honderden kinderen met vijf of zeven voorkeuren zonder computer? Leek mij dus in ieder geval … Misschien heb ik het mis, zie ik aan de reacties. Zijn er voorrangregels en welke zijn dat? En graag ook uw in de zin van oplossing het aanbod past niet bij de vraag, wordt er gezegd. Deelt u die opvatting? Verder wilde ik u eigenlijk nog bedanken dat u hier zit.
Daar had ik eigenlijk mee moeten beginnen, want normaliter controleert de gemeenteraad het college en ik ben ontzettend blij dat u deze vragen ook gewoon dat u hier bent en dat u die vragen wilt beantwoorden. Dus dat is gewoon dat hoeft natuurlijk allemaal niet en ik, nou, ben heel erg blij dat u ons wil informeren. Dank u wel, voorzitter De voorzitter: Dank. U had een interruptie, de heer Van den Raadt? De heer Van den Raadt: Ja, dan doe ik even een interruptie op de heer Van Kessel. Kessel. Nou raak ik even in de war. Maar de beste van de VVD, laten we het zo noemen. Vindt u het ook niet interessant als we hoorden net dat ook de inspreker, mevrouw De Haas, die zegt dan: er zijn allemaal aanbevelingen gedaan, maar die komen allemaal niet terug. Wilt u daar ook het antwoord op weten? De heer Van Kessel: Ja. Nou, u heeft die vraag nu dan gesteld, dus dat is dan heel goed. Dus dat is, nou, de eerste van Trots op Haarlem heeft dat weer netjes geregeld. De voorzitter: Dank u wel. De heer Smit, OPHaarlem. De heer Smit: Ik maak misschien een herhaling, maar dat heeft te maken met een goed systeem. Ik vraag me af of voor de ouders het systeem transparant genoeg is om de gevolgtrekking uit het systeem te kunnen herkennen.
Is het, ook een vraag van ons, van OPHaarlem, is het niet een beetje onlogisch om het speciaal onderwijs bij de selectie van zeven scholen te doen als daar totaal geen behoefte of vraag naar is? En is het inderdaad waar dat de kans aanwezig is dat als je uitgeloot bent dan wel, dat zijn er maar een paar, ergens op school 5 of 6 staat dat je het risico hebt, wellicht niet zichtbaar, dat je op een lagere … Dat je bij een schoolkeuze 1, 2 of 3 op een lagere plaats staat dan kinderen die op school 2 zitten en naar school 1 willen? Dus zit je inderdaad kun je twee keer pech hebben? En een belangrijke vraag: 34 leerlingen zijn uitgeloot afgelopen jaar. Wat was het aantal leerlingen dat zich aangemeld heeft voor het voortgezet onderwijs? Dan wil ik graag naar aanleiding daarvan en het percentage van de leerlingen dat uitgeloot is nog even een vervolgvraag aan u stellen. Dank u wel, voorzitter. Dank u wel, mevrouw Vaes, alvast.
27
De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Stroo, Jouw Haarlem. Mevrouw Stroo: Dank u, voorzitter. Van een top vijf naar een top zeven. Voor havo en vwo zijn er met moeite maar zeven passende scholen, dus dan is het altijd raak. Naar aanleiding van de informatiebrief en de informatie van beide inspreeksters heeft Jouw Haarlem de volgende vragen: wordt er bij de schoolkeuze rekening gehouden met het postcodegebied waar de aangemelde leerling woont? Is de kans voor een kind uit Schalkwijk om in Velzen-Driehuis geplaatst te worden kleiner dan voor een aangemelde leerling in HaarlemNoord? En de daaruit voortvloeiende vraag: wordt er bij plaatsing rekening gehouden met de fietstijd? Ik ben het met de inspreekster eens dat het belangrijk is voor de sociale ontwikkeling van een leerling dat een kind in de buurt van de school woont zodat ze makkelijker kunnen afspreken met vrienden en vriendinnen. Is de volgorde van de keuze van belang? Een vraag eigenlijk namens de ouders. We hebben in de straat heel veel aankomende bruggers: komen er nog fysieke open dagen als de regels dat toelaten? En kan de inschrijfdatum dan eventueel later ingepland worden? Een vraag die ik nu heb na de insprekers: bent u het er mee eens dat de loting transparanter moet? De voorzitter: Dank u wel. De heer Linder, ChristenUnie. De heer Linder: Ja.
Ik vind het een heel lastige kwestie, want ik kan me voorstellen als ouder van een kind dat uitgeloot werd en voor het kind sowieso niet blij van wordt, maar toch is gewoon het hele toewijzen van plekken op een school, ja, niet altijd hetzelfde, want die ene school is één jaar super geliefd en het andere jaar wil er niemand op die school gaan zitten. Plus we hebben op zich wel veel aanbod hier in de regio, maar … En ook de vraag: wat is een fietsafstand die aanvaardbaar is? Ik heb toevallig op mijn school, ik ben docent, heb ik een leerling die fietst twee keer anderhalf uur, omdat hij graag naar de school wil van zijn keuze. Hij is op en top, is er blij mee en zo heb ik er nog meerdere op mijn school, maar niet elk kind is hetzelfde. Dus waarbij ik wel gehoord heb: transparantie. Dat lijkt mij heel belangrijk. Dat ouders weten 1) hoe komt het dat het op die manier gaat? En ook dat het op de manier hoe gecommuniceerd wordt, dat die duidelijk is en ook begrijpend is het woord gecommuniceerd. De voorzitter: U heeft een interruptie van de heer Van den Raadt, Trots Haarlem. De heer Van den Raadt: Ja, want u geeft het voorbeeld van anderhalf uur. Ik denk: nou, dat is wel een hele gezonde leerling in ieder geval, als je drie uur per dag aan het fietsen. Maar dat is dan nog een leerling die naar de school van zijn keuze gaat.
Moet je nou eens voorstellen als je dus naar een school gaat waar je dus helemaal dat is je allerlaatste keuze en je zou daar anderhalf uur per dag naar toe moeten fietsen. Anderhalf uur aan het denken: ik ga nu naar een school waar ik helemaal geen zin in heb. Elke dag. Hoe vindt u dat? De heer Linder: Nou ja, dat is … Kijk, hij gaat in die zin heeft ervoor gekozen om langer te fietsen, dus dat is een keuze. Maar het is … Kijk, daarom zeg ik: voor de ene is anderhalf uur is dat niet geen probleem, voor de ander is een halfuur een probleem. Dus dat is niet kan ik niet zeggen dat dat voor iedereen hetzelfde is. Dat is ook het lastige hier. Daarom denk ik ook dat er meer kan gekeken worden naar maatwerk. Als er uiteindelijk 34 over blijven, dan zou ook vind ik dat er best wel daarmee in gesprek kan gegaan worden wat er mogelijk is. Bijvoorbeeld ook dat iemand uitgeloot is dan ook meer prioriteit krijgt voor een volgende keuze. Als laatste was ik eigenlijk echt benieuwd naar het verslag van die hoorzitting. Misschien heb ik die gewoon gemist, is die wel gedeeld. Die had ik op zich wel graag willen zien wat daar in principe uitgekomen is en, ja, met de vraag of het inderdaad transparanter kan om zo’n uitloting te organiseren. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Çimen, D66.
28
Mevrouw Çimen: Ja. Dank u wel, voorzitter. Laten we vooropstellen dat in 97 procent van de gevallen kinderen op een school in hun top drie terechtkomen. Daar zijn we natuurlijk heel blij mee. Ik snap dat het ieder jaar weer complex is met populaire scholen, meer aanmeldingen dan het jaar ervoor, et cetera. Daar heeft een van de insprekers ook aan gerefereerd. Maar vorig jaar steeg het aantal uitgelote leerlingen. Ook D66 had vragen gesteld over de uitgelote leerlingen en daarna naar aanleiding van de aangepaste aanmeldings- en inschrijvingsprocedure. Eén vraag van ons was hoe er is omgegaan met de inbreng van ouders bij het aanpassen van deze procedure. Die vraag was niet beantwoord in de raadsinformatiebrief. Het is mij nog steeds niet helder, en die vraag is ook al een paar keer gesteld, waaronder door de inspreker zelf, op welke wijze aanbevelingen van die commissie waar nagenoeg alle ouders zijn gehoord is meegenomen in het uiteindelijke resultaat van die procedure. Hoe is er gecommuniceerd met deze ouders? Wat verwachten de besturen precies van de maatregel inschrijven in één regio? Hoeveel, nou ja tussen haakjes, vervuiling op de lijst voorkom je daar nou precies mee? Klopt de opmerking van mevrouw Leadbetter over die wachtlijsten? Dus dat een kind die dan op zijn tweede school terechtkomt hoger op de lijst terechtkomt dan die uitgelote leerlingen.
Zo ja, als dat klopt, is het dan niet een idee om juist daaraan te sleutelen in plaats van het aantal scholen waar je op moet inschrijven uit te breiden? Zou ik daar een reactie op kunnen krijgen? Want het betoog van de insprekers dat je bij sommige adviezen bij een top zeven gewoon moet inschrijven op echt alle scholen of dat er bij weer een ander schooladvies niet eens voldoende scholen zijn om op in te schrijven, ja dat klopt natuurlijk, of dat weten we. Dus graag een reactie. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Timmer-Aukes, GroenLinks. Mevrouw Timmer-Aukes: Dank u wel, voorzitter. Het blijft gewoon een lastig gesprek. Aan de ene kant omdat wij er als raad niet helemaal over gaan en daardoor vooral in gesprek moeten met de schoolbesturen. Ik ben ook blij dat die aanwezig zijn. Voor de rest kunnen wij ons aansluiten bij eigenlijk alles wat er vooral gezegd is, vooral de transparantie benadrukken. Eigenlijk gaat bij mij dan ook het belletje rinkelen: als er niet genoeg aanbod is, we hebben hier al een aantal keer het gesprek gehad over een eventuele extra school in Haarlem en steeds krijgen we terug dat er niet genoeg leerlingen voor zouden zijn met leerlingenprognoses.
Ik denk nu alleen maar: maar als het aanbod niet past, moet er dan niet toch een extra school bij? Is dat dan niet deze hele discussie die we dan eigenlijk weer opnieuw moeten gaan voeren? Daar wil ik ook graag een reactie op. De voorzitter: Dank u wel. De heer Oomkes, PvdA. De heer Oomkes: Dank u wel, voorzitter. Willem Elschot schreef ooit: tussen droom en daad staat wet in de weg en praktische bezwaren. Dat was een jongen die zelf straalde op school en evengoed tot een behoorlijke naam is gekomen. Ik ben zelf ervaringsdeskundige. Twee van mijn kinderen zijn niet terecht gekomen op de scholen van hun eerste keuzes. Sterker nog, die moesten buiten de stad naar een andere school. En het gaat inmiddels goed met ze, dus niets is uitgesloten. Wethouder Botter heeft in overleg met de VO-raad strakkere regels ingevoerd voor wat betreft loting. Voortaan moet digitale aanmelding voorkomen dat leerlingen twee keer of vaker worden aangemeld bij verschillende scholen, staat in de stukken te lezen. Vooraf wordt er eerder een inventarisatie opgemaakt voor het beschikbare aantal plaatsen en kan eerder op trends worden gereageerd, zo wordt ons beloofd. Uit de bijdragen van de insprekers is te lezen dat dat nog niet transparant genoeg is. Die vraag om een centrale loting die transparant is en ze vragen over een proces waarin niet ten nadele van de leerling wordt geopereerd.
Dus als ik het mag vertalen: iemand die de eerste school is afgewezen, zou niet naar de vijfde school moeten worden verwezen, maar naar de tweede school met redenen omkleed. De aanscherping van aanmeldregels zoals de wethouder die heeft doorgevoerd en die tot de monitoring en uitwerking ervan zijn een goede zaak. Prima dat de wethouder deze zaak met de afdeling en
29
de onderwijskoepel voortvarend heeft aangepakt. Kijk, hier achter steekt de vraag, en daarom verwees ik naar Elschot, dat een leerling toch op de school van zijn keuze moet kunnen rekenen. Nou, dat is bijna een platitude. Een schoolgebouw is niet eindeloos uit te breiden en de capaciteit ervan op te rekken, terwijl andere misschien wel tijdelijk mindere populaire scholen over capaciteit beschikken. Bovendien kleven er praktische bezwaren aan het realiseren van een zo’n groot mogelijk aantal onderwijsplekken. Even in de toekomst kijkend denken we dat de groei van het aantal leerlingen, dat stond voor wat onze bevolking afgelopen jaar al stil, mogelijkerwijs zo tegen 2030 afneemt. Dus we kunne niet eindeloos schoolgebouwen gaan bouwen. Bovendien breng ik de collega’s in gedachten dat een bouw van een school daar is zes jaar op zijn minst mee gemoeid, dus op moment dat je nu gaat beginnen plannen ontwikkelen, dan ben je daar in 2028 mee klaar. De voorzitter: U heeft een interruptie van de heer Van den Raadt, Trots Haarlem. De heer Van den Raadt: Ja, ik krijg toch een beetje het idee dat er nou een karikatuur van gemaakt wordt. We kunnen niet eindeloos schoolgebouwen blijven bijbouwen.
Nou, zullen we gewoon beginnen met één? Dat zou toch wel moeten kunnen vanuit de PvdA, of niet? De heer Oomkes: Nou, wij pleiten hier al jaren voor een school voor middelbaar onderwijs in Schalkwijk, in Haarlem-Oost en dat staat zelfs in het coalitieprogramma van deze club en daar heeft de raad ook daadkracht gevraagd via een motie die is aangenomen, dus de voorbereidingen daarvoor liggen er. Het toont alweer aan hoelang het duurt voordat we praktische bezwaren kunnen omzeilen. Elschot had gelijk. Wat vind ik nou nog veel belangrijker in de kwaliteit van ons onderwerp? We zitten in een andere commissie te praten over luchtverversingsmaatregelen. Verhoging van de kwaliteit van bestaande schoolgebouwen. Er zijn verregaande plannen tot 2028, maar zelfs dan is het niet klaar. Dan praten we over het verbeteren van de kwaliteit onderwijs algemeen in Haarlem. Heel hard nodig. Het actief aantrekken van onderwijspersoneel. Dat zijn zaken die ons tot hier zitten en die snel moeten worden doorgevoerd. Met de bestaande plannen voor wat betreft de plaatsing komen we een heel eind, al steun ik de oproep van de insprekers en vraag de wethouder om een grotere transparantie op dit gebied. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Hulster, Actiepartij. De heer Hulster: Dank u wel, voorzitter.
Ja, een lotingssysteem dat is aan de ene kant heel eerlijk, maar aan de andere kant op het moment dat je uitgeloot wordt, is het ineens oneerlijk. Dus ja, dat is een gevoelige kwestie. Wij zijn het eens met de door verschillende collega’s opmerkingen dat het heel lastig is om van een capaciteit in alle verschillende stromingen die we willen hebben en dan ook nog een vrije school natuurlijk en ook nog misschien ander bijzonder onderwijs om dat allemaal aan te bieden in ruime mate. Dat is niet realistisch en dus zal er altijd wel schaarste blijven en blijven er altijd mensen uitgeloot. Nu is er één klas, maar ja, dat is dus ook waarschijnlijk weer in diverse klassen, is er uitgeloot. Dat is flink en dat is ook een serieus probleem. Ik denk dus dat de opmerkingen die gemaakt zijn in hoe we omgaan met die mensen die uitgeloot worden en hoe die mensen zeg maar, ja, toch daar mee in gesprek gegaan kan worden en die mensen het gevoel moeten hebben dat ze op een redelijke wijze ook weer op een plek kunnen wachten dat dat heel belangrijk is. De voorzitter: U heeft een interruptie van de heer Van Kessel, VVD. De heer Van Kessel: Ja. Dank u wel, voorzitter. De heer Hulster die zegt: nou ja, er is één klas, heel divers dan wel, maar uitgeloot.
Maar vindt ie niet dat ie daar het probleem eigenlijk wat kleiner maakt dan dat het is? Want ik kan me zo voorstellen dat als je op de school wordt ingeloot die op plek 4 staat van je voorkeuren dat
30
je gewoon ook niet blij bent als leerling, laat staan 5, 6 of 7. Dus is die groep die ongelukkig is niet eigenlijk veel groter en zou dan dus ook de oplossing wat dat betreft zou daar niet veel harder aan gewerkt moeten worden? De heer Hulster: Ik zei al: dat is flink. Inderdaad, het probleem onder de motorkop zal gerust wel ietsje groter zijn, maar tegelijkertijd leven wij in de veronderstelling dat het niet zo is als sommige liberalen denken dat we elke wens van elke burger daarin kunnen voorzien. Dat is ook gewoon reëel, denk ik. Er zit ook een teleurstellingsmarge in. Dat is natuurlijk voor elk geval dat dat optreedt, is dat heel treurig. Ik zou het ook heel vervelend vinden als mijn kind uitgeloot zou worden of op een school komen die niet mijn voorkeur heeft. Natuurlijk, dat is heel pijnlijk. Tegelijkertijd als je loot, dan heb je ook de kans dat je wat meer menging krijgt in je scholen en zodat we de kansengelijkheid van leerlingen verbeteren. Dus er zit ook wel een klein voordeeltje kunnen we hiermee behalen. Maar goed, misschien vindt u dat niet zo belangrijk. De voorzitter: U heeft nog een interruptie van de heer Smit, OPHaarlem.
De heer Smit: Die laatste opmerking van u over die variëteit op school die kan ontstaan door de loting: dat klinkt me heel positief, maar dan zouden we met z’n allen moeten weten dat de loting daar ook in feite op let en zelfs dat aanmoedigt. Want dan kun je inderdaad constateren dat er een betere spreiding van leerlingen op scholen zit. Maar dat bewijs hebben wij in ieder geval niet gekregen dat dat zo is. Dat bent u met mij eens? De heer Hulster: Ja, dat is een beetje het ingewikkelde. Ik bedoel dat is ook de valkuil waar ik zelf een beetje intrapte toen ik hierover ging nadenken. Toen dacht: je zou eigenlijk natuurlijk een toewijzingssysteem willen maken waarbij je iedereen gelukkig maakt. Dat zou … Je zou het willen optimaliseren. Maar goed, ik ken mensen die daar wat verder in zijn dan ik en die zeiden: nou, als je mensen gewoon allemaal hun eerste keuze probeert te laten halen, zo veel mogelijk, dat is eigenlijk het ideale model om zo veel mogelijk mensen gelukkig te maken. Dus daar vertrouw ik dan op.
Maar ik wil die vraag best stellen: zijn er ook andere modellen bekeken met misschien andere uitgangspunten en zou dat betere resultaten opleveren dan het model waar hiervoor gekozen? Maar goed, ik denk dat het vooral dus belangrijk is om heel zorgvuldig om te gaan met de mensen die echt teleurgesteld raken om daar transparantie voor te bieden en om ook die mensen ervoor te zorgen dat die op een goede plek op een wachtlijst komen zodat ze kunnen wachten tot er wel een plek beschikbaar komt. De voorzitter: Dank u wel. Had u nog een interruptie, de heer Van den Raadt, of niet? De heer Van den Raadt: Nou, ja. De voorzitter: Maar hoeft niet, hoor. De heer Van den Raadt: Ja, maar ik heb nog wel spreektijd, dus het kan wel. Ik had dezelfde interruptie als de VVD, dus die is al beantwoord. De reactie erop van de heer Hulster, toen had ik wel meteen een tweede interruptie. Want u zegt dan … Maar u praat het nu eigenlijk bij de heer Smit weer goed, dus. Maar u zegt dan: ja, er is … Je kan niet op je school terechtkomen. Ja, dat is zo is het leven een beetje lijkt het of u dat zegt, maar dan zou u ook als u dat soort argumentatie gaat doorvoeren, dan vindt u dus ook een wachtlijst van tien jaar voor een sociale huurwoning vindt u ook wel in orde, want je kan niet altijd daar wonen waar je zou willen wonen. Hoeven we ook niet bij te bouwen.
Is dat dan een beetje de rest van de argumentatie?
31
De heer Hulster: Ja, het is misschien een beetje ingewikkeld om in dit onderwerp de hele wereldproblematiek op te lossen. Maar de realiteit is natuurlijk dat ook niet iedereen die hier zou willen kunnen wonen, hier kan wonen. Ja, dat is waar, maar … De voorzitter: Dat moet u ook zeker niet doen, de heer Hulster. De heer Hulster: Maar een wachtlijst van tien jaar is natuurlijk absurd. De heer Van den Raadt: Nee, oké. Maar dan bent u dus niet voor bijbouwen, want dat is gewoon de realiteit in het leven dus. De heer Hulster: Wij hebben de vorige periode een amendement aangenomen waarbij we voor de bijbouw van 4000 sociale woningen hebben gezorgd en daar staan we nog steeds achter. De voorzitter: Laten we bij het onderwerp blijven. De heer El Aichi, CDA. De heer El Aichi: Ja. Dank u wel, voorzitter. De inspreekster gaf aan dat het systeem niet werkt. Ik wil graag een reactie hierover. En in hoeverre is het systeem voldoende transparant? Daar wil ik ook een reactie over. Ik hoor ook: het systeem van Amsterdam is veel beter dan die van Haarlem. Wat weerhoudt ons om niet het systeem van Amsterdam te gebruiken? Ik weet zelf weinig over het lotingssysteem. Ik weet het fijne ervan niet, maar ik zou graag daar meer over willen weten. Is het mogelijk om een raadsmarkt hierover te organiseren? Deze vraag die stel ik ook aan collega’s. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel.
Volgens mij hebben we iedereen wel gehad zo’n beetje. Of niet? De heer Van den Raadt heeft een interruptie? De heer Van den Raadt: Ja. Een vraag eigenlijk, want bij de stukken die … Zijn die stukken overal bekend van die vragen van … De wethouder heeft antwoord gegeven op onze vragen artikel 38 en daar hebben dus de standpunten van ouders staat daar ook bij. Is dat algemeen bekend of heb ik alleen dat? Want als die bekend zijn, dan zou ik graag ook meteen even daar de reactie van de wethouder of toekomstig wethouder Vaes willen hebben. De voorzitter: Ja. Ja. We gaan volgens mij even naar mevrouw Vaes. Of even. Ja. Mevrouw Vaes, gaat uw gang. Mevrouw Vaes: Ja, waar ga ik beginnen? Ik wist niet toen ik zei: stelt u maar vragen, dat ik in dit circus terecht zou komen. Maar ik ga mijn best doen om een aantal van uw vragen te beantwoorden. Misschien is het idee van een van de leden om een keer een soort masterclass te organiseren over loting nog helemaal niet zo gek, omdat het een aantal vragen oproept op dit moment waarvan ik me afvraag of ik die allemaal beantwoord kan krijgen binnen dit tijdsbestek. Dus ik bied mij aan om dat een keer te organiseren. Dat bij voorbaat.
Als het gaat om het systeem, dat is misschien wel het eerste: wat zijn nou de feiten? Dan … Ja, ik loop ook al enige tijd mee in dit systeem, maar ook in het vorige systeem zo’n acht jaar geleden met de heer Snoek als wethouder hadden wij te maken met de vraag: kunnen wij het systeem van toen optimaliseren? Want we hadden toen te maken met een loting en als een kind werd uitgeloot, dan moest ie zelf gaan fietsen langs de scholen waar nog plek was. Ik zeg maar letterlijk dat beeld hoe het is geweest. Dat was een onwenselijke situatie voor alle betrokkenen. Laat één ding duidelijk zijn: voor schoolbesturen is loting geen hobby. Het is een noodzakelijke manier om leerlingenstroom te reguleren, maar als we het anders zouden kunnen doen, zouden we het niet nalaten. Want wij snappen heel goed dat de teleurstelling bij ouders en leerlingen die in die situatie komen
32
dat ze uitgeloot worden of niet ingeloot worden op hun eerste keuze, laat staan niet ingeloot worden op hun eerste tot en met vijfde keus, dat dat vreselijk is. Voor scholen is dat ook een periode die niet de topperiode van een school is, laat dat ook duidelijk zijn. Want we zijn er voor kinderen en we zijn er om ervoor te zorgen dat kinderen op een zo goed mogelijke manier terechtkomen in hun school van voorkeur. Dus daar zijn we het allemaal over eens. Het systeem wat we toen hadden dat we kinderen moesten laten fietsen naar nieuwe scholen waar ze nog nooit naar gekeken hadden, leidde toen tot een model, dat is het model wat we nu hebben, en dat model is geënt op het idee dat alle kinderen, of ze nou ingeloot worden op hun eerste keuze of op een andere keuze, op dezelfde middag te horen krijgen: waar kom ik terecht? Om de ellende bij leerlingen en bij ouders zo klein mogelijk te laten zijn, ook voor die kinderen die niet op die eerste keuze terechtkomen. Dat heeft ertoe geleid dat we een systeem van vijf keuzes hebben geïntroduceerd voor mavo, havo en vwo, en voor vmbo basis/kader twee keuzes, omdat we daar twee scholen hebben. Dat heeft, nou ja, zo’n zes jaar gewerkt en ieder jaar hebben we dat geëvalueerd.
Los van het feit dat we altijd te maken hebben ieder jaar met kinderen die niet ingeloot worden op hun eerste keuze en dus ingeloot worden op hun tweede, derde, vierde of vijfde keuze wat teleurstelling met zich meebrengt, hebben we wel ieder jaar geconstateerd dat het systeem op zich naar tevredenheid werkt. Los nog van die teleurstellingen, want die zijn er. Voor het eerst dit jaar kwamen we in de situatie terecht dat het aantal leerlingen dat niet op keuze 1 tot en met 5 … Een van die 1 tot en met 5 geplaatst konden worden, dat dat heel groot was: 34. Dat is in eerdere jaren ook voorgekomen, maar het aantal was veel kleiner. Het jaar daarvoor waren het er acht, soms zijn het er drie, soms zijn het er nul. Vaak zijn het er nul. Dus we lossen eigenlijk best veel op met het systeem van vijf keuzes. Dat was de conclusie. Toch heeft de situatie van het afgelopen jaar ons wel geleerd dat we iets moesten. We zeiden: dit is niet wenselijk. Het is niet wenselijk voor ouders en leerlingen die het meemaken, het is niet wenselijk voor de scholen. Hoe kunnen we dat optimaliseren? De voorzitter: Mevrouw Vaes? U heeft even een vraag van Trots Haarlem. De heer Van den Raadt. De heer Van den Raadt: Ja. U mag natuurlijk namens Trots Haarlem wethouder, hoor. Het was goed bedoeld. Maar u zegt dus die oplopende trend, het is nu 34.
Nou, we weten dat bijvoorbeeld alleen al stadsdeel Schalkwijk van 33 naar 39.000 inwoners gaat. Ziet u ook al naar de toekomst toe dat die trend volgend jaar 150 is? Daarna 225? Is dat evenredig met gewoon de opbouw van de bevolking in de stad? Mevrouw Vaes: Nou, als we kijken naar het aantal leerlingen dat zich aanmeldt, want daar werd ook een vraag over gesteld, dat is rondom de 3500. Soms zijn er dat 3400, soms zijn het er 3600. Een paar jaar geleden waar het er ineens 3600, het jaar daarvoor waren het er 3500. Daar rond ligt het een beetje. Dan nemen we Haarlem en de directe regio daaromheen en Velzen mee. Dus het aantal leerlingen wat wij per jaar te bedienen hebben en het aantal plekken wat we hebben dat is voldoende. Het is waar wat mevrouw Leadbetter zegt: je weet eigenlijk nooit precies waar de loting zich zal voltrekken. We hebben altijd wel scholen die heel populair zijn. Ik heb zelf zo’n school, maar ik heb die school ook gehad een paar jaar dat ze ineens wel plek hadden. Dat was dit jaar ook zichtbaar, dat we ineens … We hebben de analyse gemaakt: waar ligt het nou aan dat ineens die 34 ontstaan? Want we hebben maximaal genoeg plekken. Nou, één veronderstelling was: het heeft te maken met kansrijk adviseren. Maar dat hebben we kunnen constateren aan de hand van de getallen dat het niet zo was. Dus dat hebben we af kunnen vinden.
De voorzitter: Mevrouw Vaes, u heeft nog even een interruptie van de heer Smit, OPHaarlem. De heer Smit: Ik vind een interruptie een vervelend woord bij u, want u bent heel goed aan het uitleggen. Maar ik vroeg u net over dat getal. Die 34 uitgelote kinderen, dus niet geplaatst op de scholen 1 tot en met 5. U zei: 3500 kinderen per jaar instromen. Dat is inclusief Velzen, begrijp ik?
33
Mevrouw Vaes: Ja, en als we Velzen meetellen komen we dit jaar op 3600. De heer Smit: Ja. En die 34 geldt ook voor inderdaad de hele regio inclusief Velzen en Huizen? Mevrouw Vaes: Ja. In Velzen wordt niet geloot. De heer Smit: Nee. Dat betekent eigenlijk dat je een 1 procent van de kinderen niet kunt plaatsen. Mevrouw Vaes: Klopt. De heer Smit: Dan denk ik: dan ben je met z’n allen aan het einde van dat lotingstraject zit je als schooldirecties bij elkaar, heb je 34 kinderen over die niet bij die school 1 tot en met 5 geplaatst zijn. Dan heb ik het gevoel dat als je nog een keer een stevige kop koffie neemt plus een appelpunt dat je dan toch die 34 kinderen inderdaad op hun 1 tot en met 5 school krijgt? Ik neem aan dat het toch ook gebeurd is? Want ze zijn niet naar huis gestuurd. Mevrouw Vaes: Ja, misschien moet ik dan uitleggen hoe het werkt in de praktijk. Wat we in eerste instantie doen is dat we kijken als de aanmeldingen binnen zijn: hebben we voldoende plekken voor alle niveaus? Nou, dat was een feit. Dat was een feit. Vervolgens zien we dat het niet matcht, dat er scheve instroom is in vergelijking met een maximum van het aantal plekken. Dan is het eerste wat wij doen is kijken: zijn er scholen die klassen bij kunnen maken? Want de aantallen klassen die men geeft zijn de aantallen die gebaseerd zijn op een soortgelijke instroom per jaar.
Dat is ook wat een school altijd nodig heeft. Je moet niet uiteindelijk een soort champignon krijgen in de bovenbouw van enorm veel groepen tegenover het jaar daarvoor weer minder. Dus de ideale situatie wordt aangegeven, maar op het moment dat een school heel veel leerlingen moet uitloten, is het eerste wat die school gevraagd wordt, en dat doen ze zelf al voordat ze in de vergadering komen: kunnen wij klassen bijmaken? Dat is in een aantal gevallen allemaal gebeurd. Dus er zijn veel meer klassen bijgemaakt dan oorspronkelijk de bedoeling was. Dus dat is de check die je al bij voorbaat doet. Nou, dat is gebeurd. Anders was het aantal leerlingen wat we hadden moeten uitloten veel meer geweest. Dus de ellende probeer je te reduceren tot het moment dat het niet meer kan. Want wij gaan ook tot het uiterste, dat mag u van me aannemen. De heer Smit: Ja, dat uiterste. Kan dat bijvoorbeeld betekenen dat je in een klas die je maximaal hebt op 23 toch die 24e nog bij zet? Mevrouw Vaes: Nou ja, de maxima die wij gemiddeld hebben afgesproken is 28. De heer Smit: Maar zet je dan ook soms die 29e er toch bij, omdat … Mevrouw Vaes: Nou, dat is niet wenselijk. Het is niet wenselijk vanuit het gegeven dat we brugklassers eigenlijk ook een omstandigheid willen bieden dat je je klassen niet helemaal volpropt. Dus dat is eigenlijk een uitgangspunt wat we niet hanteren.
In een enkel geval kan dat wel eens gebeuren dat je zegt: nou, oké, dan houden we geen plek open voor verhuizers, maar dan zetten we hem helemaal vol. Maar wij gaan geen klassen van 31 maken in de brugklas. Dat is ook beleid wat we inhoudelijk gezien niet verantwoord vinden. Dat is altijd een discussiepunt, ook met ouders die teleurgesteld zijn. Die zeggen: ja, dan zet je er toch een paar stoeltjes bij? Ja, dat kan tot zekere hoogte kun je dat doen. Dus wij rekken het op tot het aantal maxima van klassen die wij kunnen hebben en dan heb je een aantal leerlingen wat uitgeloot … Niet ingeloot wordt, zeg ik altijd, op de eerste keuze. Dat aantal wordt centraal met elkaar besproken: bij welke school hoeveel? Wat
34
kunnen we nog doen? Kunnen we nog iets doen met dat we zeggen: ja, een mavo/havo/vwo afdeling, jullie hadden de balans in zoveel klassen. Voor die afdeling zoveel klassen, zoveel voor die. Daar wordt allemaal naar gekeken om maar zo veel mogelijk die ellende te voorkomen. Nou, dan kom je uiteindelijk met het systeem dat je moet loten. De enige manier waar op je niet loten voorkomt, is gewoon een marge van 10 procent extra bouw. In dit land en ook in deze stad hebben wij met elkaar afgesproken dat dat bouwen voor leegstand betekent en dat we dat met elkaar met de publieke middelen die er zijn niet willen. Dat is de verantwoordelijkheid van de gemeente, maar wij als schoolbesturen ondersteunen die gedachte. Dus je zit met een bepaalde marge, dus loten. Niet fijn voor niemand die het betreft, maar wel een feit. De heer Smit: En dan van ons toch misschien toch de vraag: die 34 … Als het mag, voorzitter. Want ik … De voorzitter: Ja. De heer Smit: Om het af te maken. Die 34 die hebben een eigen … Een eigen leven zijn die gaan leiden, maar die zijn natuurlijk allemaal ergens geplaatst. Hoe is dat uiteindelijk gebeurd? Mevrouw Vaes: Ja. Nou ja, ik ga even door. De heer Smit: Ja. Mevrouw Vaes: Want u heeft heel veel vragen gesteld. De voorzitter: Mevrouw Vaes, even ogenblik. Mijnheer Smit, ik vind het een beetje onbehoorlijk.