Zienswijzennota verklaring van geen bedenkingen zoutwinning Haaksbergen
Tekst van het document
Daarom willen wij uw ministerie, Nobian en de gemeente Haaksbergen oproepen om dit grotere landelijke en Europees belang in acht te nemen bij het maken van een afweging omtrent de zoutwinning. In het maken van deze afweging is de Provincie Overijssel bereid om op te treden in een ondersteunende rol. Wij zien uw reactie met belangstelling tegemoet. Reactie college Er zijn meerdere zienswijzen ingediend omtrent de in ontwerp geweigerde omgevingsvergunningen. De zienswijzen richten zich voornamelijk op het besluit van de raad d.d. 26 oktober 2022 tot het in ontwerp weigeren van de verklaring van geen bedenkingen. Aan het raadsvoorstel d.d. 5 juli 2023 lag primair de overweging ten grondslag dat de veiligheid van zoutwinning op dat moment niet was geborgd. Om die reden stelden wij voor op geen enkele locatie medewerking aan zoutwinning te verlenen. De raad dient zich bij het al dan niet verlenen van een verklaring van geen bedenkingen te richten op de ruimtelijke aspecten, waarbij de raad overige belangen in zijn oordeel meeweegt. In meerdere zienswijzen komt naar voren dat met zoutwinning tevens sociale en economische belangen spelen. Genoemde zorgen in de zienswijzen zien voornamelijk op sociale en economische belangen zoals, onder meer, het verlies van arbeidsplaatsen, warmtenetten, stabilisatie van de cavernes in Hengelo en Enschede.
Deze belangen zijn meegewogen in het voorliggende raadsvoorstel dat ziet op het verlenen van medewerking aan de verklaring van geen bedenkingen.
19
Zienswijze werkgroep ‘Laat de Hoeve niet zakken’ Naar aanleiding van het ‘Ontwerp weigeringsbesluit inzake aanvraag omgevingsvergunning voor het oprichten van een mijnbouwwerk voor het winnen van zout en transporteren van pekel te Haaksbergen (V-11192)’, dient de werkgroep ‘Laat de Hoeve niet zakken’ namens de Stichting Belangengemeenschap Sint Isidorushoeve hierbij een zienswijze in. Deze zienswijze wordt tevens ingediend door 220 individuele belanghebbenden, waarvoor de werkgroep ‘Laat de Hoeve niet zakken’ optreedt als gemachtigde/belangenbehartiger. Een lijst met indieners maakt onderdeel uit van deze zienswijze en de bijbehorende machtigingen treft u hierbij als bijlagen aan. Inleiding Ondanks het feit dat wij verheugd zijn dat het hier een ontwerp weigeringsbesluit betreft, zijn wij van mening dat dit besluit niet alleen op grond van het (ontwerp) weigeren van het afgeven van een Verklaring van geen bedenkingen door de Gemeenteraad van de gemeente Haaksbergen kan zijn gebaseerd. Naar onze mening zijn er meer gronden waarop de aanvraag dient te worden geweigerd. Vooropgesteld menen wij dat de procedure die is gevolgd volstrekt onvolledig is geweest. Aanleiding hiervan zijn de vele wijzigingen die gedurende de procedure in de aanvraag zijn aangebracht.
Het is zeer opmerkelijk dat de verschillende instanties op basis van onvoldoende informatie en ingrijpende wijzigingen in de aanvraag advies hebben uitgebracht. Het is voor ons onbegrijpelijk dat op het moment dat totaal nog niet inzichtelijk is wat de gevolgen zijn van zoutwinning in deze omvang en de Milieu Effecten Rapportage (hierna: MER) nog in een beginstadium verkeert, de verschillende instanties hun definitieve adviezen hebben gegeven. Dat is volgens ons de omgekeerde volgorde. Na de voltooiing van de aanvraag (inclusief een voltooide MER) hadden alle adviserende instanties in de gelegenheid moeten worden gesteld op basis van hun specialismen (deskundigheid) en verantwoordelijkheden de aanvraag opnieuw te beoordelen en te adviseren. Daarnaast menen wij dat meerdere adviezen, onder meer van Staatstoezicht op de Mijnen (hierna: SodM), zonder deugdelijke motivering, zijn genegeerd. Voorbeelden hiervan zijn: 1. Samenhang van procedures en de wijze van integrale beoordeling van de diverse onderdelen (zie SodM d.d. 25-05-2022); 2. Goede uitwerking en beoordeling van nazorg voorafgaand aan vergunningverlening (zie SodM d.d. 25-05-2022); 3. Voldoende tijd en overzicht op alle aanvragen, zodat advisering integraal en zorgvuldig kan zijn (zie SodM d.d. 25-05-2022); 4. Nobian staat nog steeds onder verscherpt toezicht voor diverse zaken (zie SodM d.d. 11-072022).
Ook vinden wij het vreemd dat tot nu toe nog geen onafhankelijke instantie, zoals de Commissie MER, heeft geoordeeld over de MER. Voor het nemen van een (ontwerp) besluit mag er naar onze mening van worden uitgegaan dat in ieder geval de ingebrachte MER onafhankelijk is getoetst. Het ontwerp weigeringsbesluit is mede gebaseerd op een MER die in opdracht van Nobian is opgesteld en derhalve niet als objectief kan worden beschouwd. Wij hebben het gevoel dat, evenals bij de gasboringen in Groningen, het economische belang (zijnde de geldelijke winsten) doorslaggevend is bij het boren naar zout en niet de belangen van de inwoners van Haaksbergen en Sint Isidorushoeve. De beweringen, die publiekelijk door Nobian worden gemaakt, dat 1.400 gezinnen leven van de vestiging in Hengelo, welk aantal overigens zeer te betwijfelen valt (Nobian heeft in totaal 1.600 werknemers over 9 locaties in Europa; info website Nobian), staat in schril contrast met de meer dan 3.000 inwoners van Sint Isidorushoeve en de Haaksbergse wijken Hassinkbrink, Wissinkbrink en de Els die gedurende minstens 50 jaar zeer grote hinder zullen ondervinden van de zoutwinning in dit gebied. Deze inwoners zullen te maken krijgen met psychische, lichamelijke en financiële ongemakken naar aanleiding van de te verwachten bodemdaling en eventuele andere gevolgen van de zoutwinning.
Het woongenot van de inwoners zal drastisch veranderen.
20
Gezien de enorme hoeveelheid zout die hier uit de bodem wordt gehaald, zijn bodemdalingen en aardbevingen zeker niet uit te sluiten. Ook in Groningen zijn jarenlang de gevolgen met betrekking tot de gasboringen en zoutwinning onderschat en later genegeerd. In eerste instantie werden daar de aardbevingen zelfs niet aan de gasboringen gerelateerd. Dat waren volgens de instanties niet de verwachte gevolgen van gasboringen. We weten nu wel beter. Tevens wordt het woongenot van de bewoners aangetast doordat de verandering van agrarisch/landelijk naar industrie, met de bijbehorende industriële bewegingen en activiteiten, grote overlast geven. Niemand heeft inzicht in de gevolgen van de zoutboringen in deze omvang, aangezien dit nog nimmer in deze mate in bewoond gebied heeft plaatsgevonden. Dat er nog geen inzicht is in de gevolgen is overigens volledig door Nobian bevestigd tijdens de bewonersbijeenkomst van 1 juni 2022 in 't Meüken in Sint Isidorushoeve. Letterlijk is hier aangegeven dat er geen praktische kennis is over boren in deze omvang en er geen vergelijking mogelijk is met andere gebieden. Ook is niet bekend hoe de bodem in het gebied zal reageren op het winnen van dergelijke grote hoeveelheden zout. Wij willen geen proefgebied en proefpersonen hiervoor worden.
Daar waar de werknemers van Nobian nog kunnen zoeken naar ander werk, kunnen de bewoners uit het beoogd wingebied niet zomaar verhuizen, al was het alleen al omdat, vanaf het moment dat de vergunningen zijn verleend, huizen niet meer tegen redelijke prijzen verkocht kunnen worden. Wij willen geen tweede Groningen worden, waar over 25 jaar een Parlementair onderzoek over Haaksbergen/Sint Isidorushoeve gaat plaatsvinden en men tot de conclusie komt dat het achteraf anders had gemoeten. Bovendien is Nobian niet alleen afhankelijk van de zoutwinning in Twente, maar heeft het bedrijf ook zoutwinningslocaties in Groningen, Duitsland en Denemarken. Daarbij moeten we ons afvragen of zoutwinning in bewoond gebied nog wel van deze tijd is. Moet dit kleine gebied de delfput zijn voor de zoutvoorziening in een groot deel van Europa? Wij willen toch graag de footprint neerleggen waar deze geconsumeerd wordt? Er zijn diverse andere locaties in Nederland en Europa aan te wijzen waar ook zout gewonnen kan worden, ook buiten bewoond gebied. De uitkomst van de Parlementaire enquête over de gaswinning in Groningen geeft als belangrijkste punt aan dat het economische belang telkens heeft geprevaleerd en de veiligheid van de inwoners volstrekt onvoldoende is meegewogen. Genoeg redenen dus om nu deze fout niet opnieuw te maken. Niemand weet de daadwerkelijke effecten van zoutwinning in deze omvang.
Neem dan ook geen risico's voor de bewoners van dit gebied. Voorkom problemen in de toekomst door nu verstandige keuzes te maken. Wij hebben onze aanvullende argumenten en gronden hierna per thema op een rijtje gezet. Behandeld worden: 1. Locatiekeuze; 2. Ruimtelijke invloeden; 3. Stikstofuitstoot en omgevingseffecten; 4. Risicomanagement; 5. Good Salt Mining Practice; 6. Garantiefonds; 7. Financiële baten; 8. Procedure; 9. Mens en burgerparticipatie.
1. Locatiekeuze Bij de keuze voor de locatie wordt een parameter voor de afstand tot de fabriek van Nobian genomen van 15 kilometer, dit is vervolgens een beperkende factor geweest voor de selectie van zoekgebieden en dus alternatieven voor locatie Haaksbergen/Sint Isidorushoeve. Uit niets blijkt waarop deze limiet is gebaseerd en waar deze limiet vandaan komt.
21
De keuze voor de locatie Haaksbergen is reeds in 2010 gemaakt. In dat jaar is de startnotitie ‘Zoutwinning Zuid-Oost Twente’ opgesteld en in januari 2010 gepubliceerd. Na 2010 zijn er diverse ruimtelijke ontwikkelingen geweest die niet zijn meegewogen in de locatiekeuze, zoals: Ontwikkeling van de N18; Vergunningen zonneparken N18 Noord, Eeltinkveld en Stegenhoekweg; Uitbreiding van het industrieterrein Stepelo; Partiële herzieningen voor woningbouw aan de Wissinkbrink, Hassinkbrinkweg; Toekomstige woningbouwplannen Wissinkbrink; Toekomstige plannen voor uitbreiding van de kern van Sint Isidorushoeve, zoals Hoeve Noord en Hoeve Oost; Nieuwe uitbreidingsplannen industrieterrein Stepelo. Al deze plannen moeten meegewogen worden. Aangezien deze ruimtelijke ontwikkelingen niet zijn meegewogen bij het bepalen van de locatie achten wij een nieuw onderzoek van de locatiekeuze een absolute noodzaak; de parameters zijn in 2010 vastgesteld en zijn nu bij de huidige aanvraag niet meer van toepassing. Daarnaast is er een overtuigende motivering van de randvoorwaarden voor selectie van zoekgebieden nodig. Er is al eens met EZK gesproken om het gebied langs een soort van “impactladder” te leggen. Wij vinden dat al deze ontwikkelingen met een zeer grote ruimtelijke impact niet in dit kleine gebied kan plaatsvinden. 2.
Ruimtelijke invloeden In de vergunningsaanvraag wordt er gesproken over het oprichten van 8 zoutwinningslocaties. Deze locaties zijn qua afmeting en hoogte in het geheel niet landschappelijk inpasbaar; het zijn meerdere industrieterreinen in agrarisch gebied met landschappelijke waarde. De locaties zijn te groot, het zijn er te veel en ze liggen er te lang qua tijd. Er wordt afstand genomen van het kleinschalige karakter van zoutwinning in Hengelo en Enschede in het verleden. Bij de aanvraag wordt het tijdelijke karakter van de winningslocaties benadrukt. In de Omgevingswet wordt de volgende omschrijving gegeven voor een tijdelijk bouwwerk: “bouwwerk met een instandhoudingstermijn van ten hoogste 15 jaar op dezelfde locatie.” Nobian geeft aan dat de winningsperiode 10 à 12 jaar is. Daarna volgt een afkoelingsfase van 5 jaar. Dit betekent dat de boorstations er langer dan 15 jaar staan. Hierdoor vallen deze niet onder de term 'tijdelijk' en dienen dan ook niet als tijdelijk bouwwerk behandelt te worden. Dit project heeft een industrieel karakter en bijbehorende uitstraling welke in het geheel niet past in de visie van de Gemeenteraad Haaksbergen. Verder zijn de vervolgfases niet in dit vergunningstraject benoemd, maar fase 2 en 3 zijn al meermaals openlijk besproken.
Dit vervolg van winning kan niet los worden gezien van fase 1 en is geconcentreerd in zo'n klein gebied, waardoor het tijdelijke karakter van deze zoutwinning linea recta naar de prullenbak kan. Dit winningsgebied is bij vergunningverlening veroordeeld tot decennia zoutwinning met bijbehorende overlast. Dit alles in een zeer klein gebied waar tevens plannen zijn voor eventuele uitbreiding woningbouw door de gemeente Haaksbergen. Door de plannen van zoutwinning kan het niet anders dan dat woningbouw zal worden tegengewerkt. Wij verwachten dat door de onzekerheden en risico's van de geplande zoutwinning waardevermindering van bouwgrond en bestaand onroerend goed in het gebied zeker aan de orde zal zijn. Wie wil er nu, met de Groningse taferelen in het achterhoofd, een woning gaan bouwen of kopen in een mijnbouwgebied? Er is op dit moment geen planschadeovereenkomst en tevens is onduidelijk wie er verantwoordelijk is voor planschade. Het is tevens totaal onduidelijk hoe eventuele bewijslast van planschade wordt vastgesteld en wie dit beoordeelt en er garant voor staat. Ook de toeristische waarde van het huidige landschap wordt aangedaan door deze plannen, zeker met de uitstraling van industrieterreinen. De terreinen worden volgens de plannen ingepast door het plaatsen van begroeiing (houtwallen) en zo uit het zicht onttrokken.
Een houtwal is echter pas op zijn kracht wanneer deze een jaar of 7 oud is; dan is het terrein uit het zicht. Het gebouw (dat meer dan 5 meter hoog is) zal lang in het zicht blijven, dus een behoorlijk deel van de bestaansperiode van het terrein. De
22
begroeiing (met name bomen) en de habitat van dieren worden verstoord en ook het wijzigen van de grondwaterstand heeft negatieve gevolgen voor het landschap. In de gehele aanvraag wordt de verwachte overlast voor huidige bewoners afgedaan als minimaal ofte verwaarlozen en nergens tegen afgewogen. Diverse transportbewegingen, geluidsoverlast, lichtoverlast, horizonvervuiling en dergelijke zijn onvoldoende meegewogen of als laag risico afgedaan, terwijl deze voor de werkelijke bewoners een wezenlijke negatieve impact zullen hebben. Zeker gedurende de aanlegfase van de nieuwe winlocaties, maar ook tijdens de gebruiksfase; er vindt immers ook periodiek onderhoud plaats en er zijn dagelijks transportbewegingen van en naar de winlocatie. Deze effecten zijn te voorkomen door niet te boren in bewoond gebied. Niet te onderschatten is de impact die dit zal hebben voor de bewoners. Meerdere bewoners hebben aangegeven nu al slapeloze nachten te hebben van de gevolgen die de zoutwinning in hun achtertuin zal hebben. Tijdens de bewonersbijeenkomsten heeft Nobian de angst voor overlast nimmer kunnen wegnemen en zelfs gebagatelliseerd, waardoor de angst alleen maar groter is geworden. Zoals hierboven reeds opgemerkt zal vooral tijdens de bouw van de boorlocaties, maar ook zeker tijdens het boren zelf, de overlast zeer groot zijn voor de bewoners.
Tevens bestaat er de angst voor hergebruik van cavernes voor de opslag van waterstof, perslucht of andere stoffen. Er wordt zelfs gesproken over de opslag van kernafval. Wij willen hier geen angst voor hebben. Wij als bewoners hebben het recht om te weten wat ons in de toekomst te wachten staat. Niemand kan ons garanderen dat cavernes een andere functie gaan krijgen in de toekomst. Voorkom deze onzekerheden door geen cavernes in bewoond gebied te creëren. 3. Stikstof uitstoot en omgevingseffecten Onderdeel van de MER is de berekening van de stikstofuitstoot die gevolgen kan hebben voor Natura 2000 gebieden. Volgens het bestreden besluit dient Nobian hier een nieuwe berekening van te maken. Van groot belang is de uitspraak van de Raad van State (ECLI:NL:RVS:2022:3159) met betrekking tot de stikstofemissie, die onvoldoende is berekend. Daar waar Nobian zich beroept op het kunnen boren en verder uitvoeren van het project zonder significante gevolgen voor Natura 2000 gebieden, wordt dat niet aannemelijk geacht. In voornoemde uitspraak van de Raad van State wordt onder meer in overweging 38.5 gesteld: '.... Verder is in de TNO-notitie onder meer gewezen op de mogelijkheid dat de emissies van nieuwe machines (die voldoen aan Stage V eisen) in de praktijk tegenvallen.
Daarnaast is erop gewezen dat de overstap naar nul-emissie werktuigen op korte termijn mogelijk is voor klein, en beperkt voor middelgroot, materieel. Voor groter materieel zijn nul-emissie machines nog in ontwikkeling. Ook de ontwikkeling van laadinfrastructuur op de bouwplaats is nog een belangrijk ontwikkelpunt rondom nulemissie werktuigen, aldus de TNO-notitie'. Door TNO wordt derhalve zeer in twijfel getrokken of nul-emissie voertuigen en machines, zeker voor groot materieel wel de nodige resultaten zal opleveren. Dit zal naar onze mening echter niet op de waarde komen, die volgens de Raad van State dient te worden aangehouden: 1. Elektrisch boren wordt uitgevoerd met opgewekte stroom uit dieselgeneratoren; 2. Van een tijdelijk karakter is geen sprake; 3. Stikstofemissie in de aanlegfase moet meegenomen worden. Onze conclusie is dat weliswaar door Nobian uitstoot beperkende maatregelen worden getroffen, maar boren zonder uitstoot is niet mogelijk. De zoutwinning gaat de ruimte voor stikstofemissie van huidige agrariërs in het gebied innemen en daarmee deze bedrijven beperken in hun bedrijfsvoering en toekomstplannen.
23
4. Risicomanagement Er is weinig zicht op de ondergrondse lekkages van afdekvloeistof. In het verleden Is in Groningen al eens 150.000 m3 afdekvloeistof bij een boorlocatie van Nobian in Winschoten weggelopen en kwijtgeraakt. Er zijn naar onze mening onvoldoende maatregelen genomen om dit in Haaksbergen/Sint Isidorushoeve te voorkomen. Een overtreding van de Flora- en Faunawet is dan ook niet uitgesloten. Er wordt in onze ogen onnodig en te veel risico genomen zonder concreet en gevalideerd mitigatieplan. Door de grootte van de cavernes en de geringe onderlinge afstand treedt er naar verwachting een veelvoud aan bodemdaling op. Waarom zoveel risico's in bewoond gebied? In Friesland wordt in de Waddenzee nota bene in een natuurgebied naar zout geboord, omdat er op het land te grote verzakkingen zouden optreden. EZK en provincie Friesland hebben dit samen besloten omdat de risico's op het land te groot zouden zijn. Risico's van bodemdaling zijn in Friesland kennelijk wel aanleiding om de boringen te verplaatsen en in Sint Isidorushoeve/Haaksbergen niet. Voor ons is het uiteraard van groot belang te weten welke kaders hebben geleid tot wijziging in Friesland en waarom deze niet voor ons gelden. Naar onze mening zijn deze gelijk aan elkaar. In dit kader vinden wij dat er voldoende aanleiding is de keuze voor de locatie te heroverwegen.
De inschattingen van de risico's worden in het MER en achterliggende rapporten gedaan op basis van 'inschattingen vanuit expert judgement door aanname', ook 'risico's met een realistische kans' worden aangekaart en mitigatie acties voorgesteld op basis van aannames en expert judgement zonder bronvermelding. Onduidelijk is echter wie deze expert is en wat zijn haar/zijn credentials zijn. Het wekt weinig vertrouwen dat hier geen grondige bronvermeldingen en aanvullende data wordt gepresenteerd. Wij zijn er niet van overtuigd dat er een onderbouwde en gedegen strategie mogelijk is voor de risicomitigatie bij de afsluiting/abandoneringsfase. Het nadeel van aflaten is een grotere bodemdaling in een kortere periode; terwijl het nadeel van cavernes op druk houden de kans heeft op scheurvorming in het dak (NEDMAG 20 april 2018 Veendam). Wij willen geen experiment worden van het bedrijf Nobian in het afsluiten/buiten gebruik stellen van cavernes. Onderdeel van risicomanagement is monitoring. De monitoring tijdens het boren gebeurt door de zoutwinner zelf. Het is als de slager die zijn eigen vlees keurt. Uit het verleden is al bekend dat Nobian meer zout wint dan is toegestaan en dat meldingen niet of te laat zijn gedaan. Ook de controle op het schuin naar andere zoutlagen boren geschiedt door Nobian zelf.
Wij zijn er niet gerust op dat er een transparante, eerlijke, volledige en tijdige monitoring en actieplan wordt uitgevoerd. Tot slotte over risicomanagement; wij missen een heldere uitleg, mitigatiestrategie en actieplan met betrekking tot de verwachte bodemdaling. 1. Bodemdaling in dit gebied, die zoveel malen hoger is dan in de Good Salt Mining Practice met Gemeente Enschede is afgesproken, wordt toegestaan; 2. Er zijn voldoende aanvullende risico’s dat nader onderzoek nodig maakt; 3. Het is onduidelijk wanneer, welke actie, door wie wordt ondernomen mochten deze bodemdalingen afwijken van de verwachte patronen; 4. Er is geen onafhankelijk orgaan die hierover beslist. Wij stellen dat het beter en verstandiger is deze onbekende risico’s te vermijden. 5. Good Salt Mining Practice. De MER is niet te toetsen omdat de vermelde formulering van de Good Salt Mine Practice (hierna: GSMP) en de MER niet overeen komen. Voor het uitlogen van cavernes en de productie van ruwe pekel – uit enkelvoudige boringen en uit series- wordt sinds medio 2005 een aantal regels gehanteerd die op hoofdlijnen onze omgang met cavernes en onze relatie met de omgeving beschrijven. Zij zijn zowel op enkelvoudige boringen als op boringseries voor zover mogelijk van toepassing. Deze regels zijn samengevat in de “Good Salt Mining Practice” richtlijn. Voorbeelden van tegenstellingen tussen de MER en GSMP:
24
1. In de MER wordt verwezen naar bodemdaling over een periode van 50 jaar. Dit komt niet overeen met de eis uit de GSMP. Deze zou een periode van 100 jaar moeten bestrijken. MERonderdeel 4.10 heeft het over dat de snelheid van bodemdaling snel afneemt na het stoppen van de extractie (pagina 31). Hier is niets van te zien in de modellen die worden getoond in figuur 5-7 op pagina 43. 2. In de MER wordt gesproken over een maximale bodemdaling van 35 cm in 50 jaar (figuur 5.6 en 5.7). het is onduidelijk waar de maximale toegestane bodemdaling op is gebaseerd of hoe dit bepaald is. De maximale bodemdaling heeft bovengrondse effecten; dus moeten alle belanghebbende partijen, ook gemeente Haaksbergen, hierop kunnen reageren. 3. De wettelijke kaders zijn niet duidelijk. Bij GSMP is de maximale bodemdaling in samenspraak met de Gemeente Enschede gesteld op 50 mm in 100 jaar. Onduidelijk is of dit kader per gemeente vastgesteld kan worden en dus ook voor gemeente Haaksbergen geldt. 4. Volgende de GSMP wordt het ontwerp voorafgaand aan de winning doorgerekend met het oog op een veilige afsluiting en nazorg voor de lange (lifecycle benadering). Er wordt echter maar 1 jaar na abandonnering gemonitord. Deze periode is veel te kort. 5. Het is voor ons van wezenlijk belang hoe de extractie van de dekenvloeistof plaatsvindt. Dit staat niet duidelijk in de MER. 6.
Geen informatie wordt verkregen over het achterlaten van het gebied als Nobian vertrekt, laat staan dat er garanties zijn voor wat betreft opruimen en schoon achterlaten van het winningsgebied. 6. Garantiefonds Nobian geeft aan bereid te zijn een garantiefonds in het leven te roepen, nadat hier tijdens een uitzending van de Hofbar om werd gevraagd. Een dergelijk fonds heeft echter pas zin als daar meer dan voldoende geld in wordt gedeponeerd. Wij verwachten dat het gestelde bedrag niet gaat voldoen wanneer er werkelijk uitgekeerd moet gaan worden en hebben daardoor onvoldoende vertrouwen in een goede afwikkeling van potentiële schade door Nobian. Het garantiefonds lijkt te zijn ingezet om huidige bewoners een verzekering te stellen. Een garantiefonds neemt echter de verantwoordelijkheid van Nobian bij eventuele schades niet weg. Als het garantiefonds de schade niet dekt, zal Nobian aansprakelijk zijn. Echter is Nobian geen Nederlands bedrijf; indien het zover komt verwachten wij dat de buitenlandse investeerders hun handen van Nobian aftrekken, daardoor zal Nobian failliet gaan en zullen de schades door de Nederlandse overheid (in casu de Nederlandse belastingbetaler) moeten worden opgebracht. Mocht dit gebeuren dan hebben wij geen vertrouwen in een spoedige, volledige, makkelijke en menselijke afhandeling.
We zien daarvoor voorbeelden in wat er gebeurt in Groningen, het kanaaldrama (de Haandrik Almelo) en waterwinning (Vitens in Den Ham). Een garantiefonds maakt het gebied niet veilig; een garantiefonds kan alleen fungeren als de veiligheid al is overschreden. Wij vragen om veiligheid en niet om een garantiefonds. 7. Financiële baten: De winning van zout dient geen nationaal belang; het dient alleen de commerciële belangen van een multinational in handen van buitenlandse aandeelhouders. In dit geval wordt het financiële gewin van een buitenlandse multinational gesteld boven de nadelige gevolgen voor de omgeving en het milieu. Daar waar bij de gaswinning in Groningen nog door de overheid inkomsten werden gegenereerd, zal dat bij de zoutwinning in Haaksbergen/Sint Isidorushoeve niet het geval zijn. De daadwerkelijke inkomsten van de zoutwinning uit 'onze' gronden, gaan naar buitenlandse investeerders terwijl hier de risico's landen. Wij vinden dit een onwenselijke voortzetting van mijnbouwactiviteiten. 8. Procedure Er is hier sprake van een versnipperde aanvraag; voor de leek is het niet meer te volgen. Adviezen van SodM op dit onderwerp worden volledig in de wind geslagen. SodM heeft aangedrongen op een overzichtelijke en integrale aanvraag. Nobian blijft echter maar doorgaan met het aanvragen voor diverse onderdelen en vergunningen.
EZK fluit Nobian op geen enkele manier hierop zichtbaar terug. Er dient te worden geluisterd naar de kritische adviezen van SodM. Hierbij verwijzen wij naar het Rapport
25
over de gaswinning in Groningen en het feit dat in het verleden adviezen van SodM ten onrechte in de wind zijn geslagen. Het ontwerpbesluit is genomen terwijl er nog diverse adviezen/rapporten binnen moeten komen: 1. Winningsplan is nog niet openbaar. Naar wij begrijpen ligt er nu een versie bij de diverse overheden ter beoordeling. Voor burgers is dit nog niet openbaar en krijgen waarschijnlijk een zeer korte periode om er op te kunnen reageren. Diverse experts krijgen ruim de tijd om positie te nemen terwijl burgers (leken) dit in een veel kortere tijd moeten realiseren. 2. (onafhankelijke) Commissie MER heeft nog geen advies op de MER gegeven. 3. Gemeente, provincie en waterschap hebben alleen advies uitgebracht op 1 e MER versie, niet de geupdate versie van 14 oktober 2022. 4. In het MER moet ingegaan worden op de 4 fasen van zoutwinning. Er wordt onvoldoende ingegaan op fase 4 (buitengebruikstellingsfase); dit is nu nog met een open einde. Maar dit zou vooraf bekend moeten zijn; op andere plekken in het land is namelijk de discussie over het "aflaten" enerzijds of het op druk houden van de cavernes anderzijds. In onze omgeving nieuwe cavernes aanleggen, zonder te weten hoe ze precies worden afgesloten, is (bevestigd door SodM) absoluut niet meer van deze tijd; dit moet vooraf worden vastgelegd.
Telkens worden wij er op gewezen dat het hier 'slechts' om een aanvraag gaat van 8 boorlocaties; wij mogen niet verder vooruit kijken. Wij menen echter dat ook deze aanvraag niet los kàn worden gezien van de verdere ontwikkelingen die op de planning staan voor dit gebied. Uiteindelijk wil Nobian op 25 locaties rondom Sint Isidorushoeve gaan boren en miljoenen ton zout uit de bodem halen. Niet te onderschatten zijn de gevolgen voor de bewoners die dit geheel met zich mee zal brengen. Door in verschillende stappen de vergunningen aan te vragen, zal het seriematige ervan ondergesneeuwd raken en onvoldoende rekening worden gehouden met het totale effect van de zoutwinning voor de bewoners. Er is al diverse keren gesproken over buffering van hernieuwbare gewonnen energie in zoutcavernes, bijvoorbeeld in de vorm van perslucht of waterstof. Zelfs staatssecretaris Vijlbrief heeft zich hierover al eens openlijk uitgelaten. In het MER wordt aangegeven dat het Zechstein zout pakket bij Haaksbergen mogelijk geschikt is voor buffering/opslag van gassen als waterstof of perslucht. In het MER wordt ook aangegeven dat het een optie is die mogelijk in de toekomst (meer dan 15 tot 20 jaar van nu) benut gaat worden. Aangegeven wordt dat besluitvorming dan pas aan de orde is. Wij vinden dat dit aspect nu in het huidige MER al meegenomen en bekeken moet worden.
Dit omdat de effecten voor de bewoners, die boven de cavernes wonen groot zullen zijn. Het gevoel van onveiligheid en angst wordt aangewakkerd doordat in de toekomst dit wordt vorm gegeven. 9. Mens en burgerparticipatie Nobian geeft aan een 'goede buur' te willen zijn. Echter, burgerparticipatie is onvoldoende uitgevoerd en onjuist weergegeven in het MER. Er is in de omgeving nauwelijks, of zeg maar gerust geen, vertrouwen en draagvlak voor de plannen. Dit komt onder andere door de vele onverklaarde wijzigingen in de plannen en de -zeker in verhouding tot andere winlocaties- enorme verwachte bodemdaling die niet wordt uitgelegd. De gevolgen hiervan zijn onduidelijk. Daarnaast is er veel onduidelijkheid en wantrouwen ontstaan, doordat wordt gesproken over gemiddelde verwachte bodemdalingen; voor ons is echter veel meer van belang, onder andere wat de maximale -toelaatbare- bodemdaling is in het gebied en wat het risicomitigatie en actieplan is, mochten deze bodemdalingen afwijken van de verwachte patronen. Er is hier geen duidelijkheid over. Ook de versnipperde aanvragen leiden tot onrust onder de bewoners. Niet alleen de huidige versnipperde aanvraag voor de 8 boorlocaties, maar ook het (nog) achterwege laten van de volgende fases.
Telkens lijkt het dat Nobian tegemoet komt aan de bewoners, door onder meer cavernes te laten vervallen, maar het vervolg naar 25 cavernes hangt als het zwaard van Damocles boven onze hoofden. Het voelt alsof bij Nobian met verschillende agenda's wordt gewerkt om de bewoners om de tuin te leiden.
26
Er heerst een angst onder de bevolking voor Groningse taferelen. Noch Nobian, noch de overheid heeft deze angst weg kunnen nemen. Wij vinden dit geen goede basis voor zoutwinning de komende 30 tot 50 jaar. Er wordt niet genoeg rekening gehouden met de mensen die in het gebied wonen. Nobian praat tegen, niet met de mensen. Van burgerparticipatie op basis van gelijkwaardigheid is geen sprake. Burgerparticipatie is een mooi woord, maar in de praktijk kennelijk lastig om mee om te gaan. Het is geheel onbekend hoe burgerparticipatie wordt getoetst en gewogen; het blijft voor de burgers wazig en schimmig. In ons geval hebben de bewoners zelf het initiatief genomen en van zich laten horen. Bewoners hebben het gevoel dat er niet naar hen geluisterd wordt. Ter illustratie: bij een van de eerste bijeenkomsten met grondeigenaren en omwonenden is aangegeven dat er geen gesprek mogelijk was over zelfs geringe aanpassing van de exacte locaties. Omwonenden waarvan de boorlokatie dicht bij het huis zou komen, en die daarom hebben gepleit voor een herpositionering in een andere stuk van hetzelfde weiland is medegedeeld dat dit niet mogelijk was. Zij hadden pech. In deze bijeenkomst zijn bewoners een keuze geboden uit 3 door Nobian gestelde varianten van de boorstations.
Bewoners hebben aangegeven een authentieke Twentse kapschuur stijl te prefereren boven de voorgestelde boorstations, dit was allemaal niet mogelijk. Er is hier geen sprake geweest van 'participatie', zelfs niet waar het aankomt op de cosmetische aspecten van deze ingrijpende industrialisatie van het buitengebied. Nobian geeft aan in bezit te zijn van alle benodigde gronden voor de boorlocaties. Wij weten echter dat de onderhandelingen nog niet voor alle gronden zijn afgerond. Dat Nobian deze voortijdige beweringen (ruim een jaar van tevoren) doet vermindert het vertrouwen in de informatie die zij verschaft en wakkert het wantrouwen aan. Daar waar Nobian te pas en te onpas melding maakt van het 'in overleg met de bewoners terugbrengen van 12 naar 8 cavernes', kunnen wij met de hand op ons hart stellen dat dit absoluut niet de waarheid is. Nobian heeft naar aanleiding van het bezoek van Staatssecretaris Vijlbrief aan Sint Isidorushoeve op 20 juni 2022 pas voor het eerst een schouw gemaakt van het gebied. De Staatssecretaris kwam tot de conclusie dat enkele cavernes wel erg dicht op het bewoonde gebied kwam. Nobian is toen zelf tot een vermindering naar 8 cavernes gekomen. De bewoners werd dit alleen medegedeeld en hebben daar geen enkele invloed op of inspraak in, gehad.
Waarom heeft EZK deze 'suggestieve' tekst over het laten vervallen van de 4 cavernes niet herschreven? Waarom wordt de mening van de bewoners in deze niet gerespecteerd? De bewoners geven aan geen vertrouwen te hebben met de beoogde plannen voor zoutwinning en ze geven aan in de basis geen zoutwinning te willen. Het veiligheidsaspect wordt zwaar onderschat en de bewoners worden blootgesteld aan de risico's. De bewoners zijn bang dat de bodemdalingen aardbevingen zullen veroorzaken. Gedurende het gehele proces vindt er wekelijks overleg plaats tussen Nobian (aanvrager), EZK (vergunningverlener) en Gemeente Haaksbergen. Wij worden hier niet bij uitgenodigd en voor zover wij weten vindt er van deze gesprekken geen verslaglegging plaats. Er wordt veel over ons gesproken, maar niet met ons. Het niet openbaar maken van het Winningsplan is tevens een voorbeeld waardoor bewoners ongerust worden. Wat staat daarin wat wij niet mogen weten? Waarom wordt hier zo geheimzinnig mee omgegaan? Zelfs de Gemeenteraad van Haaksbergen, onze democratische vertegenwoordigers, heeft hier geen inzage in. Wij kunnen ons niet aan de indruk onttrekken dat hier wederom over de bewoners en niet met de bewoners wordt gesproken. De onafhankelijke Commissie MER brengt een advies uit op de MER. Om meer inzicht te krijgen heeft deze commissie op 16 maart 2023 het plangebied bezocht.
Er waren hiervoor diverse partijen uitgenodigd; Nobian, EZK, Gemeente Haaksbergen. Wederom werden de bewoners hier buiten gehouden. Op het moment dat wij dit vernamen, hebben wij aangegeven dat wij als bewoners ook aanwezig wilden zijn. Na lang aandringen ontvingen wij 15 maart 2023 om 18.15 uur een uitnodiging. Wij hebben een gedeelte van de rondgang mee mogen maken, maar niet echt het gevoel gekregen ook
27
mee te kunnen praten. Deze gebeurtenis is typerend voor het gehele proces. Het lijkt wel of burgerparticipatie van de kant van de burger moet komen. Wij kunnen niet anders dan concluderen dat burgerparticipatie alleen op papier bestaat, maar in de praktijk niet wordt uitgeoefend. Afsluitend Zoals uit het voorgaande mag blijken, zijn wij van mening dat het ontwerp weigeringsbesluit dient te worden omgezet in een definitief weigeringsbesluit. Dit niet alleen op grond van het ontbreken van een Verklaring van geen bedenkingen door de Gemeenteraad van Haaksbergen, maar tevens op andere inhoudelijk gronden. Tenslotte verzoeken wij u ons alle relevante stukken toe te zenden die betrekking hebben op het ontwerp weigeringsbesluit, uiteraard met uitzondering van de stukken die gepubliceerd zijn bij de bekendmaking van het besluit. Tevens verzoeken wij u ons afschriften toe te zenden van overige zienswijzen die zijn of worden ingediend naar aanleiding van het ontwerp weigeringsbesluit alsmede ons de mogelijkheid te bieden hierop te reageren. Wij behouden ons het recht voor nadere (aanvullende) gronden in te dienen en hiervoor in de gelegenheid te worden gesteld.
Reactie college Bestemmingsplannen De beoogde zoutwinningslocaties H-03, H-04, H-05, H-07, H-08 en H-09 zijn gelegen in het bestemmingsplan Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening veegplan 1 (vastgesteld op 1 november 2017). In dit bestemmingsplan is een zogeheten wijzigingsbevoegdheid opgenomen, waarmee zoutwinning kan worden toegestaan indien is voldaan aan de opgenomen kaders in het bestemmingsplan. De aanvrager van de omgevingsvergunningen heeft bij EZK voor de realisatie van de acht zoutwinningslocaties en de aanleg van een distributie- en transportleidingentracé aanvragen ingediend die zien op de activiteit ‘handelen in strijd met bestemmingsplan’. Het bestemmingplan Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening veegplan 1 voorziet in een wijzigingsbevoegdheid ten behoeve van een zoutwinlocatie (art. 43.8). Hoewel het nu gaat om een omgevingsvergunning voor strijdig gebruik, waarvoor een verklaring van geen bedenkingen benodigd is, komt aan dit juridische kader betekenis toe voor de aanvaardbaarheid van de activiteiten. Immers heeft de raad in het bestemmingsplan een kader opgenomen voor de ruimtelijke aanvaardbaarheid van zoutwinning.
Met het bestaan van de wijzigingsbevoegdheid in een bestemmingsplan mag de aanvaardbaarheid van de nieuwe bestemming in beginsel als een gegeven worden beschouwd, indien is voldaan aan de bij het bestemmingsplan gestelde wijzigingsvoorwaarden. Vaste jurisprudentie van de Afdeling wijst uit dat bij de vaststelling van een wijzigingsplan dient te worden nagegaan of wijziging van de oorspronkelijke bestemming uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening, gelet op de betrokken belangen, gerechtvaardigd is. 5 De aanvraag ziet op de realisatie van 16 zouthuisjes (acht boorhuisjes en acht substations met elektrotechnische installaties). De grootste zouthuisjes betreffen die voor de boringen, met een omvang van 30,5 m² per zouthuisje (6058 x 5038 mm met overhang). De substations zijn 25,5 m². De hoogte van de zouthuisjes bedraagt 5 meter (boringen) en 3,5 meter (substations). De gezamenlijke oppervlakte van de zouthuisjes blijft onder de maximale gezamenlijke oppervlakte van niet meer dan 1.500 m². Gelet op het bovenstaande voldoet de inrichting van de zoutwinningslocaties aan de wijzigingsvoorwaarden, met uitzondering van de beperkte overschrijding van de afzonderlijke oppervlakte van acht zouthuisjes. Mede gelet op het feitelijke verschil met het toegestane aantal zouthuisjes en het feit dat de gezamenlijke oppervlakte aan zouthuisjes ruim binnen de 5
Onder meer ABRvS 1 februari 2017, ECLI:NL:RVS:2017:261.
28
wijzigingsbevoegdheid blijft, is de beperkte overschrijding van het oppervlaktevoorschrift voor acht afzonderlijke zouthuisjes aanvaardbaar. Een andersluidend oordeel zou bovendien afbreuk kunnen doen aan het uitgangspunt dat zoutwinning binnen het bestemmingsplan aanvaardbaar is. De aangehaalde wijzigingsbevoegdheid uit art. 43.8 is een bijzondere wijzigingsbevoegdheid, specifiek bedoeld voor een zoutwinlocatie. In de betreffende voorwaarden is geen afweging ten behoeve van landschappelijke waarden opgenomen. Gelet ook op de plansystematiek 6 constateren wij dan ook dat ingevolge de bijzondere wijzigingsvoorwaarden geen nadere afweging omtrent landschappelijke inpassing behoeft plaats te vinden. Het gaat bij de zoutwinning bovendien om een tijdelijke activiteit. Evenwel merken wij op dat in de ruimtelijke onderbouwing landschappelijke inpassing voor alle zoutwinningslocaties is ondergebracht. De wijze waarop inpassing plaatsvindt, is nader toegelicht in de memo “Landschappelijke inpassing project Haaksbergen” (met daarbij behorende bijlagen). Deze stukken zijn toegevoegd aan de aanvraag. In de Memo Details Landschappelijke Inpassing van Te Kiefte Architecten is per locatie gedetailleerd aangegeven op welke wijze inpassing plaatsvindt.
Voor het ontwerp van een uniform zouthuisje is een begeleidingscommissie ingesteld bestaande uit een vertegenwoordiging van direct omwonenden, die in samenspraak met de architect, een landschapsarchitect en Nobian een ontwerp heeft voorgesteld, dat op verzoek van de gemeente door de Stadsbouwmeester is getoetst en akkoord bevonden. Vervolgens is met direct omwonenden van elke voorziene zoutwinningslocatie een landschappelijke inpassing afgestemd op de wensen van de omwonenden. Bij de inrichting van de zoutwinningslocaties is rekening gehouden met het landschap. Eén van de bezwaren die door de omwonenden en van gemeentewege is ingebracht, betreft de zorg dat de zoutwinningslocaties een te industriële uitstraling krijgen. Nobian heeft ervoor gekozen alle industriële installaties aan het zicht te onttrekken door deze te plaatsen in het zouthuisje boven de zoutwinningsput, in een tweede zouthuisje ten behoeve van de elektrische installaties of in een ondergrondse tunnel (leidingwerk). Het ontwerp van de zouthuisjes en de daarbij horende wellpad is er daarmee op gericht dat alles wat "industrieel" kan ogen, beneden maaiveld (ondergronds) of in een zouthuisje wordt geplaatst. De zoutwinningslocaties worden thans niet meer omsloten door een hekwerk. Daarnaast wordt op het verharde oppervlak kunstgras geplaatst, ten behoeve van een natuurlijke uitstraling van de wellpad.
De beplanting na afloop van de winning en verwijdering van de zoutwinningslocatie blijft staan. Afhankelijk van de wensen van de gemeente en de omwonenden kan hier bij het afsluiten en abandonneren van de tijdelijke zoutwinlocaties rekening mee worden gehouden. Ook door beplanting te behouden, kan een impuls gegeven worden aan de bestaande landschappelijke waarden en zorgen voor blijvende verhoogde landschapswaarde na afloop van de zoutwinning. Dit proces is doorlopen voor de zoutwinningslocaties H-01 t/m H-07 (waarbij het proces voor H-06 wel is doorlopen, maar besloten is af te zien van de aanleg). Voor de locaties H-08 en H-097 zal een identiek proces worden doorlopen. Omwonenden en eigenaren hebben verzocht dit proces aan te houden, totdat duidelijkheid bestaat over de door Nobian aangevraagde omgevingsvergunningen. De beoogde zoutwinningslocaties H-01 en H-02 zijn gelegen in het bestemmingsplan Buitengebied (vastgesteld op 29 november 2000), waarbinnen zoutwinning niet mogelijk is maar gezien de aanvaardbaarheid van de beoogde zoutwinningslocaties H-03, H-04, H-05, H-07, H-08 en H-09, de borging van veilige en verantwoorde zoutwinning en de ligging van de beoogde zoutwinningslocaties H-01 en H-02 is zoutwinning aanvaardbaar. Ter plaatse van de zoutwinningslocaties H-01 en H-02 geldt de bestemming ‘agrarisch cultuurgebied gebied A’.
Het realiseren van deze zoutwinningslocaties en de aanleg van het distributie- en transportleidingtracé past niet binnen het bestemmingsplan Buitengebied.
6
Bij de toepassing van de algemene wijzigingsbevoegdheid uit het bestemmingsplan Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening veegplan 1 (art. 45.1) dient expliciet de aantasting van landschappelijke waarden te worden meegewogen. Deze voorwaarde is bij de toepassing van de bijzondere wijzigingsbevoegdheid voor zoutwinning (art. 43.8) niet aan de orde. 7
Beide gelegen op gronden met aanduiding voor toepassing van de bijzondere wijzigingsbevoegdheid.
29
In het raadsvoorstel van 5 juli 2023 hebben wij het realiseren van de zoutwinningslocaties H-01 en H02 in afwijking van het bestemmingsplan onaanvaardbaar geacht, omdat het gebruik van een zoutwinningslocatie aanzienlijk afwijkt van het bedoelde gebruik in het bestemmingsplan. Hieronder verstaan wij het behoud, de bescherming en/of het herstel van de landschappelijke waarde, zoals deze tot uitdrukking komt in de voorkomende landschapselementen (houtwallen, -singels en bosjes). Wij gaven aan dat realisatie van een zoutwinningslocatie tot een dermate grote impact op de omgeving zou leiden, dat het bedoelde gebruik in het bestemmingsplan onevenredig wordt aangetast. Aan het raadsvoorstel van 5 juli 2023 lag primair de overweging ten grondslag dat de veiligheid van zoutwinning op dat moment niet was geborgd. Om die reden stelden wij voor op geen enkele locatie medewerking aan zoutwinning te verlenen. Met inachtneming van de zorgen omtrent veiligheid, vonden wij dat de realisatie van één of meerdere locaties tot een te grote impact op de omgeving zou leiden. Wij zijn van oordeel dat de zorgen omtrent veiligheid zijn verwerkt in het gewijzigde conceptinstemmingsbesluit van de staatssecretaris d.d. 15 oktober 2023. Bovendien constateren wij dat ingevolge de bijzondere wijzigingsvoorwaarden (art.
43.8) geen nadere afweging omtrent landschappelijke inpassing behoeft plaats te vinden omtrent de zoutwinningslocaties H-03, H-04, H05, H-07, H-08 en H-09, hoewel daar wel invulling aan is gegeven. Zoals reeds beargumenteerd achten wij het realiseren van die locaties aanvaardbaar. Daarmee blijft uitsluitend de afweging overeind of andere belangen dan veiligheid, zich tegen de realisatie van H-01 en H-02 verzetten. Wij zijn van oordeel dat onder deze omstandigheden (waarbij zes locaties in ieder geval worden gerealiseerd) de ontwikkeling van H-01 en H-02 niet tot een onaanvaardbare inbreuk op de omgeving leiden. Structuurvisie De zoutwinningslocaties passen binnen de ‘Structuurvisie 2030, Haaksbergen: groenste dorp van Twente’, vastgesteld op 5 maart 2014. In het raadsbesluit d.d. 26 oktober 2023 beargumenteert de raad dat de plannen in strijd zijn met de structuurvisie en de geplande woningbouw in de Wissinkbink in de weg staan. In de structuurvisie zijn een deel van de betrokken gronden (“Wissinkbrink”) als mogelijke toekomstige bouwlocatie opgenomen, maar blijven deze ingevolge de visie voorlopig agrarisch. Sinds de vaststelling van de structuurvisie hebben zich (planologische) ontwikkelingen voorgedaan.
De raad heeft op 25 november 2020 het bestemmingsplan ‘Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening deelgebied Wissinkbrink vastgesteld voor de realisatie van vijf woningbouwkavels aan de noordwestrand van Haaksbergen. Oorspronkelijk waren er 500 woningen gepland. Door - onder meer - de crisis is deze grootschalige woningbouwontwikkeling niet doorgegaan en zijn de gronden afgewaardeerd. De raad heeft op 23 september 2015 ingestemd met de strategische beleidsnotitie Wissinkbrink. Een groot deel van de gronden is met instemming van de raad verkocht aan de provincie als compensatiegronden voor Natura 2000- ontwikkelingen. Een beperkt deel van gronden dat in bezit is van de gemeente, is nog voor eventuele verdere woningbouw voorzien. Wij merken evenwel op dat in de toelichting op het bestemmingsplan Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening veegplan 1 is opgenomen dat er vanuit de structuurvisie geen belemmeringen zijn voor het veegplan. De structuurvisie is meegenomen bij de vaststelling van het veegplan. Het veegplan is opgesteld naar aanleiding van de uitspraak van de Afdeling. De structuurvisie laat bovendien de in het bestemmingsplan voorziene wijzigingsbevoegdheid onverlet. De zoutwinningslocaties H-01 en H-02 zijn gelegen in het zogenoemde ontginningenlandschap, bestaande uit essen en kampen.
In het ontginningenlandschap is het belangrijk om de aanwezige landschapselementen (houtwallen, houtsingels, geriefbosjes, solitaire bomen, hagen, zandpaden) en erfbeplantingen te behouden en aan te vullen. De open ruimtes van de essen en kampen moeten gevrijwaard blijven van bebouwing. De herkenbaarheid van de essen en kampen kan worden versterkt door ze, net als vroeger, af te zoomen met houtwallen. Bebouwing moet zich op een vanzelfsprekende manier voegen in het patroon van losliggende erven en clusters van erven met hun typische wegen, beplantingspatronen en erfbeplanting.
30
In de structuurvisie is het streven dat Stepelerveld een groene overgang krijgt naar het omringende landschap door de realisatie van nieuwe landschapselementen die de overgang tussen grote schaal van de bedrijven en het landschap en de wegen in de omgeving verzachten. De structuurvisie spreekt over ‘zachte’ overgangen tussen stedelijk en landelijk gebied. Om ‘zachte’ overgangen naar het landschap te krijgen, wordt ingevolge de structuurvisie groen ingezet om de schaal sprong te maken tussen grote bedrijfsgebouwen en het kleinschalige landschap. Hierdoor dragen de dorpsranden bij aan het groene karakter van Haaksbergen. De twee zoutwinningslocaties zijn omsloten door de N18, de Hengelosestraat en het bedrijventerrein Stepelerveld. De zouthuisjes en het pompgebouw worden volgens het ontwerp voorzien van een agrarische uitstraling en landschappelijk ingepast. De zoutwinningslocaties H-01 en H-02 vormen op deze wijze een zachte overgang van het bedrijventerrein Stepelerveld (met een industriële uitstraling) naar het buitengebied (met een landschappelijke uitstraling). De raad heeft de gebiedsvisie "Stepelerveld, het duurzaamste bedrijventerrein van Twente" vastgesteld in november 2014. Deze gebiedsvisie is een uitwerking van de structuurvisie voor de gefaseerde ontwikkeling van bedrijventerrein Stepelerveld.
De gebiedsvisie wijst de zoutwinningslocaties H-01 en H-02 aan als plangebied voor de ontwikkeling van het bedrijventerrein Stepelerveld. De bedoeling is dat dit gebied uiteindelijk wordt ontwikkeld van agrarisch gebied tot bedrijventerrein. Milieu In de gebruiksfase is er geen sprake van een onaanvaardbare toename van stikstofdepositie op nabijgelegen Natura 2000-gebieden. De beoordeling van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden tijdens de gebruiksfase is toegespitst op een situatie, waarbij alle putten in hetzelfde jaar een groot onderhoudsprogramma doorlopen. Dit is een worst case benadering. Er wordt vanuit gegaan dat vanaf 2026 alle acht putten in gebruik zijn inclusief het gehele distributienet (pompgebouw en transportleidingen). Onderzocht is of onderhoud aan alle zoutwinningslocaties in één kalenderjaar leidt tot een bijdrage. Uit de berekening blijkt dat er in de gebruiksfase geen toename aan stikstofdepositie boven 0,00 mol/ha/jr in omliggende Natura 2000-gebieden wordt berekend. Voor de gebruiksfase zijn negatieve gevolgen uitgesloten en een ecologische beoordeling is daarom niet aan de orde. De stikstofdepositie in de aanlegfase is voorwerp van een Ecologische Effecttoets.
Wij zijn door EZK verzekerd dat omgevingsvergunningen niet worden verleend, totdat is gebleken dat de stikstofdepositie niet leidt tot negatieve effecten op de natuurwaarden en/of het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) hiertoe een vvgb of een positief afwijkingsbesluit heeft verleend. Op 1 juli 2021 is de Wet stikstofreductie en natuurverbetering in werking getreden. Op grond van deze aanpassing is tijdelijk sprake geweest van een vrijstelling in de bouwfase (partiële werktuigvrijstelling). Hierop volgde in november 2022 de tussenuitspraak van de Afdeling, waarin zij concludeerde dat deze vrijstelling niet rechtsgeldig is. Met de einduitspraak in juli 2023 kwam er duidelijkheid ten aanzien van de kaders voor de effectbeoordeling. Op basis van een project specifieke effectbeoordeling, waaraan een AERIUS-berekening ten grondslag ligt, kan de significantie van de depositie worden vastgesteld. Indien de depositie kleiner is dan 0,00 mol/ha/jaar is op voorhand enige significantie uit te sluiten. Bij hogere deposities dient de effectbeoordeling dat aan te tonen. Uit berekeningen volgt dat in de aanlegfase zonder verdere maatregelen sprake is van een depositie boven 0,00 mol/ha/jaar. Het zwaarst belaste Natura 2000-gebied is Buurserzand en Haakbergerveen met een depositie van ten hoogste 0,1 mol/ha/jaar in het jaar van aanleg.
Om die reden wordt een Ecologische Effectbeoordeling uitgevoerd. De uitkomsten daarvan liggen ter beoordeling aan LNV voor. Als voor een activiteit naast een omgevingsvergunning strijdig gebruik van de Wabo ook een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) nodig is, kan de aanvrager kiezen of hij deze trajecten afzonderlijk of gecoördineerd wil doorlopen. Alleen als er op het moment van het besluit over de aanvraag om omgevingsvergunning nog geen Wnb-vergunning is aangevraagd of verleend,
31
bestaat de verplichting om tegelijkertijd voor die activiteit een natuurtoestemming als bedoeld in art. 2.1, eerste lid, aanhef en onder i Wabo aan te vragen. De richtafstanden ten opzichte van omliggende woningen zijn groter of gelijk aan 100 meter. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd, waarin richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar zijn opgenomen. Gelet op de bedrijfsactiviteiten geldt, op grond van de VNG-uitgave ‘Bedrijven en Milieuzonering, een richtafstand van 100 meter. De dichtstbijzijnde woningen vanaf de voorgenomen zoutwinningslocaties zijn gesitueerd op een afstand van groter of gelijk aan 100 meter. Op 20 april 2023 heeft de Commissie voor de Milieu Effect Rapportage (Commissie MER) toetsingsadvies uitgebracht. Op 1 september 2023 hebben wij een gewijzigde MER ontvangen. Veiligheid Veiligheid is van belang in het kader van een goede ruimtelijke ordening, zeker in het kader van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. De veiligheid van zoutwinning, waaronder de mogelijke bodemdaling als gevolg van de zoutwinning, is een aspect dat primair in het kader van de Mijnbouwwet moet worden beoordeeld. Op grond van art.
34 Mijnbouwwet dient het winnen van delfstoffen vanuit een voorkomen te geschieden overeenkomstig een winningsplan, dat de instemming van de minister van EZK behoeft. Zo moet het winningsplan informatie bevatten over de bodembeweging ten gevolge van de winning en de maatregelen ter voorkoming van schade door bodembeweging. De Afdeling heeft geoordeeld dat in het kader van een goede ruimtelijke ordening ruimte voor een aanvullende toets kan zijn.8 In ons advies aan EZK op het conceptinstemmingsbesluit op het winningsplan d.d. 12 april 2023 achten wij het niet aannemelijk dat zoutwinning in Haaksbergen op een veilige en verantwoorde manier kan plaatsvinden. Het is uit oogpunt van een goede ruimtelijke ordening van belang dat zoutwinning alleen kan en mag plaatsvinden, indien geborgd is dat zoutwinning op een veilige en verantwoorde wijze in Haaksbergen kan plaatsvinden. Dit geldt zowel voor de inrichtingsfase, de productiefase als voor de nazorgfase wanneer de cavernes zijn afgesloten. Wij zijn van oordeel dat de zorgen omtrent veiligheid, zoals beschreven in ons advies aan EZK d.d. 12 april 2023 op het concept-instemmingsbesluit op het gewijzigd winningsplan en in onze brief d.d. 30 juni 2023 aan de verkenner zoutwinning, zijn verwerkt in het gewijzigde concept-instemmingsbesluit op het gewijzigd winningsplan van de staatssecretaris d.d. 15 oktober 2023.
Wij hebben in ons advies aan EZK op het concept-instemmingsbesluit d.d. 12 april 2023 het standpunt ingenomen dat voorafgaand aan de winning de risico’s van de winning inzichtelijk moeten zijn. SodM heeft beargumenteerd dat wij hierin een onmogelijk standpunt hebben ingenomen. SodM heeft EZK geadviseerd om Nobian binnen 18 maanden een SRB te laten opstellen, waarin inzichtelijk moet zijn gemaakt op welke wijze hard insluiten op de lange termijn op een veilige en verantwoorde wijze mogelijk is. Dit advies is nu als voorwaarde in het gewijzigde concept-instemmingsbesluit op het gewijzigde winningsplan van EZK opgenomen. De termijn voor het SRB is 18 maanden omdat SodM van oordeel is dat na 18 maanden de caverne een volume heeft bereikt, dat vergelijkbaar is met het volume van de huidige cavernes in Twente en met dat volume is het zeker dat hard insluiten op een veilige en verantwoorde wijze mogelijk is. De minister van EZK heeft, mede namens de staatssecretaris van EZK, aan de gemeente een verklaring overgelegd met betrekking tot zoutwinning in Haaksbergen. Deze verklaring is als bijlage bijgevoegd. In de verklaring van de minister wordt als eerste opgemerkt dat de acht cavernes in Haaksbergen niet worden gebruikt voor de opslag van stoffen. Tevens gaat de minister in op de wettelijke bevoegdheden op grond van de Mijnbouwwet.
Op grond van de Mijnbouwwet is het Rijk reeds verantwoordelijk indien mijnbouwbedrijven hun verplichtingen niet (meer) nakomen in geval van bijvoorbeeld faillissement of indien mijnbouwbedrijven al langere tijd Nederland hebben verlaten. De minister heeft expliciet verklaart dat het Rijk de zorgplicht overneemt en, onder meer, verantwoordelijk 8
ABRvS 5 juli 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BX2606.
32
is voor het opruimen van de zoutwinningsputten. Op grond van art. 137 en 140 Mijnbouwwet kan door natuurlijke personen een beroep worden gedaan op het waarborgfonds. Het waarborgfonds betreft een financieel vangnet voor natuurlijke personen. De minister verklaart dat zij micro-ondernemingen9 dezelfde waarborgen wil bieden als natuurlijke personen. Het Rijk is aanspreekbaar voor microondernemingen die een beroep willen doen op schadevergoeding in de gevallen als bedoeld in art. 137 en 140 Mijnbouwwet. Tenslotte verklaart de minister dat eenieder in de gemeente Haaksbergen een beroep kan doen op de inhoud van de verklaring. Nobian heeft aangaande zoutwinning diverse toezeggingen (3 juni 2022, 20 september 2022, 13 juni 2023) gedaan aan de gemeente. Deze toezeggingen zien voornamelijk doch niet uitsluitend op veiligheidsaspecten die aanvullend zijn op de wettelijke vergunningsvereisten voor zoutmijnbouw. Wij merken op dat de gedane toezeggingen en de uitwerking hiervan in de overeenkomst zijn besproken met EZK en SodM. SodM zal eigenstandig zijn bevoegdheden als toezichthouder en handhaver uitoefenen en daartoe de benodigde metingen verrichten. Resultaten van extra metingen zal Nobian kenbaar maken aan SodM. Voornoemde toezeggingen zijn vastgelegd in een overeenkomst tussen Nobian en gemeente.
De zienswijze ziet - onder meer - op de wijze van zoutwinning waarbij verwezen wordt naar Good Salt Mining Practice. De wijze waarop zout wordt gewonnen maakt deel uit van het instemmingsbesluit. Regionale betrokkenheid De verkenner zoutwinning adviseerde dat Nobian uiteen zou zetten hoe Nobian omgaat met ‘regionale betrokkenheid waarbij de focus moet liggen op het betrekken van gemeente Haaksbergen in het vervolgproces. Nobian heeft aangegeven op welke wijze Nobian hierop wil inzetten. Dit document geeft aan dat Nobian in gesprek wenst te blijven met buren en omwonenden van zoutwinningsactiviteiten. Daarnaast geeft Nobian aan op welke wijze zij in de toekomst een zinvolle bijdrage wil leveren aan de regio en maatschappelijke activiteiten in de omgeving waar de zoutwinningsactiviteiten plaatsvinden.
9
onderneming met minder dan tien werknemers en een jaaromzet of een jaarlijks balanstotaal van ten hoogste twee miljoen euro, art. 2, lid 3, bijlage I van Verordening (EU) nr. 651/2014
33