CConstaterende datHaaksbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Zienswijzennota bestemmingsplan Enschedesestraat 76.ANONIEM

Gemeenteraad 25 mei 2022, gemeente HaaksbergenBij agendapunt: Vaststellen van het bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Enschedesestraat 76”12.429 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Dit plan bevat duidelijke criteria waaraan bouwplannen dienen te

15

voldoen. Ditzelfde geldt ook voor de wijze waarop erfafscheidingen moeten worden vormgegeven. Indien hieraan niet wordt voldaan dan kan de gemeente hierop handhavend optreden. In het bestemmingsplan is zelfs een voorwaardelijke verplichting opgenomen om ervoor te zorgen dat ook daadwerkelijk een plan wordt gerealiseerd overeenkomstig de stedenbouwkundige uitgangspunten. Ad d. Verwezen wordt naar de beoordeling van de zienswijze van reclamant 3, onder b. Ad e. Verwezen wordt naar de beoordeling van de zienswijze van reclamant 3, onder c. Ad f. Door reclamant is puntsgewijs gereageerd op de toelichting van het ontwerp van het bestemmingsplan. Voor de leesbaarheid van deze notitie wordt hieronder de puntsgewijze reactie die reclamant heeft gegeven cursief herhaald en voorzien van een reactie. • 2.2.3: harde overgang van het buitengebied kan worden voorkomen door zuidelijk plandeel niet te bebouwen, groen is speerpunt. Reactie: Het plan is gericht op realisatie van het noordelijk deel en het zuidelijk deel en is wat ons betreft voldoende onderbouwd. Zie ook onze reactie op de beoordeling van de zienswijze van reclamant 3, onder b. • 2.2.4: de gronden aan de zuidzijde zijn met een oppervlakte van 2.700 m² met puin verhard en dus niet volledig onverhard. Reactie: Wij hebben in de plantoelichting opgenomen dat er in het onbebouwde deel sprake is van puinverharding.

• 2.3.2: herkenbaarheid vijfsprong verbeteren is geen onderdeel van deze planontwikkeling, maar is een taak van de gemeente omdat het gemeentegrond betreft. Reactie: Wij zijn van mening dat er wel degelijk sprake is van een integrale gebiedsverbetering waarbij plannen afwaardering oude N18 en voorliggende herontwikkelingsplan op elkaar worden afgestemd. • 2.3.2: herkenbaarheid beekloop verbeteren in het landschap is niet relevant, het betreft slechts 10 meter beekloop. Reactie: Een gebiedsanalyse zoals beschreven in de plantoelichting is nodig om te weten waar de kansen liggen voor versterking van het landschap. Vanuit die analyse duidelijk dat sprake is van een beekloop van slechts 10 meter. • 2.3.4: afbeelding 2.10 laat zien dat sprake is van voortuinen aan de Leemdijk en er zouden geen woningen aan de Leemdijk meer komen vanwege verhoogde druk op natuurgebied, ook door de provincie in het verleden gezegd. Reactie: Er is geen sprake van voortuinen aan de Leemdijk. In afbeelding 2.10 van de plantoelichting staat inderdaad dat dit het profiel aan de Leemdijk betreft. Dit is onjuist, het betreft hier de Oude Enschedeseweg. De plantoelichting is hierop aangepast. • 2.3.5: doorzichten behouden geldt alleen voor bewoners aan de Leemdijk 3 in de wintermaanden en voor reclamant met de woning aan de Leemdijk 6 en de geplande kampeerplaatsen aan de Leemdijk 6A geen doorzicht, c.q.

het is niet duidelijk wat het uitzicht zal worden vanuit woning van reclamant. Reactie: Het betreft het behouden van doorzichten vanaf de oude N18 naar buitengebied met es en open percelen. Deze kwaliteit blijft in het gebied gehandhaafd. Dit neemt niet weg dat door de beoogde woningbouw het uitzicht van reclamant wel gedeeltelijk zal veranderen. • 2.3.5: reclamant vraagt zich af wie de wildakker gaat onderhouden en is het niet eens met het inzaaien als wildakker omdat hier muizen en ratten gaan nesten en dit brengt schade aan de akker van reclamant. Reactie: Het inzaaien als wildakker levert veel voedsel op voor allerlei zaadetende vogels en soorten als fazant en patrijs. Met het inzaaien als wildakker blijft het beeld behouden van het open zicht naar de es. De initiatiefnemer van het plan is ervoor verantwoordelijk dat de wildakker voor nu en naar de toekomst toe wordt onderhouden.

16

• 2.3.6: vervoersbewegingen per weekdagetmaal niet duidelijk, in de plantoelichting wordt gesproken over pand met oppervlakte van circa 3.000 m² en in de stikstofberekening over een oppervlakte van 2.378 m². Reactie: Wij zijn het met reclamant eens dat dit verwarrend is. Het betreft een fout in de stikstofberekening. De in de plantoelichting genoemde 3.000 m² klopt. De stikstofberekening is hierop aangepast (en eveneens geactualiseerd in verband met de rekenmethodiek die recentelijk is gewijzigd). • 2.3.6: afgevraagd wordt hoe het parkeren ten zuiden van de Oude Enschedeseweg is geregeld en de suggestie wordt gedaan om parkeren volledig op eigen terrein op te lossen en niet op de openbare weg (vrachtverkeer en fietsers). Reactie: Het uitgangspunt is parkeren op eigen terrein. Alleen aan de Enschedesestraat bestaat de mogelijkheid van langsparkeren als onderdeel van herinrichting oude N18. • 3.3.5.1: er kan zuinig en zorgvuldig gebouwd worden in de taartpunt, de bouw van de vijf woningen strookt niet met de opgave de groene omgeving te versterken, de sloop van de bestaande landschap ontsierende gebouwen mag niet worden gecompenseerd in het buitengebied en dient binnen de taartpunt te worden opgelost. Reactie: Verwezen wordt naar de beoordeling van de zienswijze van reclamant 3, onder b.

• 3.3.5.1: milieubelastende situatie als draaiende motoren tijdens de rustpauze is nooit aan de orde geweest. Reactie: Wij zijn van mening dat hier een goede weergave wordt gegeven van de milieubelastende activiteiten die plaatsvinden dan wel plaats kunnen vinden overeenkomstig de huidige planologische mogelijkheden. • 3.3.5.1: dat het niet denkbaar is dat een van beide functies zou kunnen blijven bestaan of verplaatst zou kunnen worden heeft volgens reclamant alleen betrekking op het benzinestation met shop omdat de rest van de bedrijfsactiviteiten al is beëindigd. Reactie: Het betreft een beschrijving van de huidige planologische mogelijkheden en het is niet relevant dat het betreffende perceel thans niet als zodanig in gebruik is. • 3.3.5.2: wonen en werken in een kleinschalig mixlandschap is bedoeld om het buitengebied niet te laten verloederen en niet bedoeld om het vol te bouwen. Reactie: Er wordt in de plantoelichting uitgelegd op welke manier het 'Wonen en werken in het kleinschalig mixlandschap” op voorliggend plan is toegepast. • 3.4.1: afgevraagd wordt hoe het verbeteren van de relatie en verzachten van de overgangen tussen dorp en buitengebied zich verhoudt met het bestaande groen dat straks wordt bebouwd. Reactie: Verwezen wordt naar de beoordeling van de zienswijze van reclamant 3, onder e.

• 3.4.3: er zijn nog genoeg andere locaties voor inbreiding te vinden en dus wordt afgevraagd waarom hier uitbreiding wordt toegestaan. Reactie: Verwezen wordt naar de beoordeling van de zienswijze van reclamant 3, onder d. • 3.4.3: de Aerius Calculator2019A is een algemene benaming voor heel veel soorten aan berekeningen die uitgevoerd kunnen worden en daarom dient aan bronvermelding gedaan te worden zodat gecontroleerd kan worden of de juiste berekening is gedaan, afgevraagd wordt wat de stikstofuitstoot is en wat de effecten daarvan zijn op de naastgelegen percelen. Reactie: Wij hebben geen twijfel aan de uitgevoerde berekening en de bron “Aerius Calculator2019A” is wat ons betreft voldoende concreet benoemd. Wij zien niet in dat reclamant met deze gegevens niet eigenstandig een berekening kan laten maken. • 3.4.3: afgevraagd wordt of de dode bomen blijven staan omdat in de toelichting staat dat er geen bomen worden gekapt. Reactie: Door de initiatiefnemer worden de bestaande groenelementen netjes onderhouden en dode bomen kunnen uiteraard worden verwijderd. • 4.4.2: het waterbeheerplan 2016-2021 wordt aangehaald, maar is dit nog wel actueel en hoe zit het waterbeheerplan eruit na 2021, idem voor het nationale waterplan 2016-2021. Reactie: Hoewel de doorlooptijd van genoemd plan is bereikt is de inhoud daarvan nog altijd actueel (geldend).

• 4.4.2: gemeentelijk rioleringsplan 2017-2020 wordt aangehaald, graag verwijzen naar het huidig plan. Reactie: Het vorenstaande geldt ook voor het gemeentelijk rioleringsplan.

17

• 4.4.3.3: afgevraagd wordt of de wadi van 244 m³ wordt geplaatst en waar deze terecht komt, wat gebeurt er met de huidige afwatering van de Oude Enschedeseweg. Reactie: zie pagina 28 van het stedenbouwkundig plan voor zoekgebied ten behoeve van wadi en de wijze waarop de afwatering zal worden uitgevoerd. • 5.2: gesteld wordt dat er ook gebouwd moet worden in het zuidelijk plandeel omdat de bodemsaneringskosten te hoog zouden zijn, echter is de bodemkwaliteit geschikt te maken voor de woonfunctie en is dit dus niet meer aan de orde. Reactie: De stelling van reclamant is onjuist. Verwezen wordt naar de beoordeling van de zienswijze van reclamant 3 onder b. • 5.3: wat betreft geluidsbelasting stelt reclamant dat het niet toelaatbaar is dat door dit nieuwbouwproject de toelaatbare geluidbelasting ineens naar 63 dB gaat voor het stukje Oude Enschedeseweg. Reactie: Voor de duidelijkheid wordt opgemerkt dat er geen sprake is van een toename van wegverkeerslawaai. Het betreft wegverkeerslawaai dat nu al aanwezig is. De hogere grenswaarden wordt uitsluitend vastgesteld voor de 20 nieuw te bouwen woningen. • 5.7: wat betreft milieuzonering wordt afgevraagd hoe dit zit met de B&B en de camping Leemdijk 6A. Reactie: De door reclamant genoemde recreatieve functies liggen op een dusdanige afstand van de nieuw te bouwen woningen dat deze ruimschoots binnen de richtafstanden vallen.

Wij hebben de plantoelichting op het onderdeel milieuzonering uitgebreid. • 7.3.1: participatie en input omwonenden wordt belangrijk gevonden, maar er wordt daarmee door de gemeente niets gedaan en geen antwoorden op vragen, brieven, opmerkingen. Reactie: Verwezen wordt naar de beoordeling onder a van deze zienswijze. • 7.5: het is economische uitvoerbaar om alleen de taartpunt te realiseren, geen kosten voor bodemsanering en daarnaast wordt gewezen op de bepalingen in de hypotheekakte. Reactie: Verwezen wordt naar de beoordeling van de zienswijze van reclamant 1, onder a. Ad g. Deze bepaling betreft de afwijkingsmogelijkheid om eventueel andere landschapsmaatregelen toe te passen dan in het stedenbouwkundig plan is beschreven. Ad h. De door reclamant beweerde tegenstrijdigheden zien wij niet en wij zijn van mening dat er goede ruimtelijke argumenten ten grondslag liggen om voorliggend herontwikkelingsplan vanuit een integrale gebiedsontwikkeling te realiseren. Ad i. Verwezen wordt naar de beoordeling van de zienswijze van reclamant 3, onder b. Ad j. Wij verwijzen naar paragraaf 4.2 van de toelichting van het bestemmingsplan en in het bijzonder de natuurtoets die is uitgevoerd en als bijlage aan het bestemmingsplan is toegevoegd. Tevens is ook een vleermuisonderzoek uitgevoerd. Ad k.

Een dergelijke planregel kan niet als voorwaarde worden opgenomen en is vanuit juridisch (publiekrechtelijk) oogpunt ontoelaatbaar. Conclusie De zienswijze geeft aanleiding de plantoelichting aan te vullen met de constatering dat er sprake is van puinverharding in het weiland, tekst onder afbeelding 2.10 is aangepast (Oude Enschedeseweg in plaats van Leemdijk) en de milieuzonering in relatie tot de recreatieve functies op het perceel van reclamant is toegelicht. De stikstofberekening is aangepast met de oppervlakte van het pand van 3.000 m² en eveneens geactualiseerd in overeenstemming met de nieuwe rekenmethodiek. Deze aanpassingen leiden niet tot een gewijzigde vaststelling van het plan (het betreft enkel een aanpassing van de plantoelichting).

18

5. Reclamant 5 De zienswijze is gedateerd op 6 november 2021 en geregistreerd op 9 november 2021. Samenvatting a. Reclamant is het niet eens met de bouw van de vijf woningen in het weiland en vraagt zich af waarom beleid wordt aangepast of niet wordt gehandhaafd, zoals het KGO beleid. b. Door reclamant wordt teruggegaan in het verleden en wijst op de PPC (Planologische Provinciale Commissie) die destijds tegen elke vorm van bebouwing in het weiland was. De landschappelijke kwaliteiten zijn nog altijd hetzelfde gebleven als destijds het geval was. Het behoud en herstel van de bestaande landschappelijke kwaliteiten is uitgangspunt. c. Er is rood voor rood beleid en dit is toegestaan op bepaalde plekken in de gemeente. Afgevraagd wordt waarom telkens van dit beleid wordt afgeweken. Dit beleid zou ook hier moeten worden toegepast en dat betekent dus dat er sloopmeters moeten worden opgekocht. Door reclamant wordt gevraagd om hoeveel sloopmeters dit gaat. d. Het koopcontract wordt aangehaald waarin staat dat de verkopende partij dwingt dat tot de hoogste instantie moet worden gegaan om de bouw van de vijf woningen gerealiseerd te krijgen. Door reclamant wordt afgevraagd waarom de gemeente geen andere locatie aanwijst voor de bouw van de vijf woningen, zoals de Wissinkbrink. e.

De nabetalingsregeling uit de hypotheekakte wordt aangehaald waarin wordt gesproken over de bouw van 5 of meer woningen op de percelen “1d/1e” en waarbij wordt opgemerkt dat het perceel “1e” het overgebleven weiland betreft. Door reclamant wordt geconcludeerd dat er meer dan vijf woningen komen. Er komen nog meer aanvragen van anderen die dan ook niet meer geweigerd kunnen worden vanwege de zogeheten precedentwerking. Als dit dan het beleid van de gemeente is dan stelt reclamant dat het tijd is maar eens de media op te zoeken. f. Door reclamant wordt geëist dat de puinverharding in het weiland wordt opgeruimd wanneer de bouw van de vijf woningen geen doorgang vindt. Dit binnen veertien dagen nadat de hoogste instantie uitspraak heeft gedaan. Beoordeling Ad a. Verwezen wordt naar de beoordeling van de zienswijze van reclamant 3, onder b. Ad b. Verwezen wordt naar de beoordeling van de zienswijze van reclamant 3, onder c. Ad c. Wij verwijzen opnieuw naar de beoordeling van de zienswijze van reclamant 3, onder b. Met voorliggend plan wordt gewerkt aan een integrale gebiedsontwikkeling waarbij aansluiting is gezocht op de ambities van de gemeentelijke structuurvisie. Wij zijn het dan ook niet eens met reclamant dat van bestaand beleid wordt afgeweken. Ad d. Wij verwijzen allereerst naar de beoordeling van de zienswijze van reclamant 1, onder a.

Het betreft een opzichzelfstaande herontwikkeling dat binnen de bestaande gemeentelijke beleidskader past. De gronden in de Wissinkbrink staan los van deze specifieke ontwikkeling. Ad e. Wij verwijzen naar de beoordeling van de zienswijze van reclamant 1, onder b. Ad f. Wij nemen kennis van de eis die door reclamant alvast wordt gedaan in de omstandigheid dat de bouw van de vijf woningen in het weiland geen doorgang vindt.

19

Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding het plan aan te passen.

6. Reclamant 6 De zienswijze is gedateerd op 8 november 2021 en geregistreerd op 11 november 2021. Samenvatting a. Reclamant voelt zich in de kou gezet door initiatiefnemer en de gemeente. Dit omdat reclamant zich verzet tegen de bouw van de vijf woningen en dit blijft onderdeel uitmaken van het plan. Met dit plan voelt reclamant zich bedreigt door de oprukkende bebouwing en aangetast in privacy, veiligheid en geborgenheid. Er komt een woonwijk met een grote groep nieuwe bewoners en sfeer en rust van de leefomgeving dreigt verloren te gaan. b. Het gemeentelijk beleid is gericht op het benutten van inbreidingslocaties en dat de groene buitenruimte gespaard moet blijven. Dat er wat moet gebeuren met de ontsierende bedrijfsgebouwen en dat woningen nodig zijn wordt begrepen. Tegen de bouw van de vijf woningen in het weiland blijft reclamant zich verzetten. c. Door reclamant wordt gewezen op de nabetalingsregeling waaruit blijkt dat het plan ook zonder de bouw van de vijf woningen financieel haalbaar is. Dit terwijl altijd is beweerd dat het gehele plan niet gerealiseerd kan worden zonder de bouw van woningen in het weiland. Er is dus geen reden voor de gemeente om op dit onderdeel in te stemmen. Ook zonder de bouw van deze vijf woningen zal initiatiefnemer de bebouwing van de taartpunt echt wel doorzetten. d.

Door reclamant wordt beweerd dat de zichtlijnen vanaf de woning Leemdijk 3 niet correct in het beeldkwaliteitsplan zijn weergegeven. Zowel in de wintermaanden als in de zomermaanden wil reclamant doorzichten blijven behouden. e. Reclamant is van mening dat de woningen in de taartpunt alleen mogen worden ontsloten via de Enschedesestraat en niet via de Oude Enschedeseweg. De gestelde verkeersbewegingen in de bestaande situatie vonden in het verleden, met name in de laatste jaren, plaats aan de zijde van de Enschedesestraat. De uitritten aan de Oude Enschedeseweg geeft onnodige en verstorende toename van verkeersbewegingen richting het buitengebied. De omliggende wegen als Leemdijk en Wottelweg zijn niet berekend op vlotte en veilige verkeersbewegingen, zeker niet vanwege vrachtverkeer vanuit Buurse en het landbouwverkeer. In het beeldkwaliteitsplan staat terecht dat donkerte een kwaliteit is in het gebied en daarom ook reden de woningen alleen te ontsluiten via de Enschedesestraat om licht- en luchtvervuiling richting het buitengebied te voorkomen. f. Door reclamant worden allerlei gemeentelijke beleidsdocumenten aangehaald waaruit blijkt dat de gemeente een groene gemeente wil zijn. Deze verstening van het buitengebied draagt daar niet aan bij. g. Het geven van toestemming aan dit plan zal leiden tot meer initiatieven van bouwen in het buitengebied, dus precedentwerking.

Afgevraagd wordt waarom de gemeente zo stellig durft te zijn dat precedentwerking niet aan de orde is, het gaat om gelijkheid. De manier waarop KGO is toegepast, door enkel een financiële bijdrage en zonder rood voor rood en VAB, zal leiden tot verstening van het buitengebied dat niet meer is tegen te houden. Beoordeling Ad a. Het herontwikkelingsplan heeft betrekking op zowel realisatie van woningen in het noordelijk als in het zuidelijk deel. Zowel door de initiatiefnemer als door de gemeente is van begin af aan toegelicht dat het gaat om de realisatie van het gehele plan. Door reclamant is daarentegen van begin af aan duidelijk gemaakt tegen bebouwing van het weiland te zijn met de vijf woningen. Wij verwijzen naar de beoordeling van de zienswijze van reclamant 3, onder b en e, waarin wij toelichten waarom wij van mening zijn dat sprake is van een herontwikkelingsplan dat ziet op een kwalitatieve gebiedsverbetering. Door initiatiefnemer is ook veelvuldig met reclamant gesproken om

20

zo goed mogelijk rekening te houden met de wensen van reclamant. Dit neemt niet weg dat met de realisatie van dit plan er nieuwe bewoners komen in het gebied en hebben er begrip voor dat dit voor reclamant onzekerheid met zich meebrengt. Ad b. Verwezen wordt naar de beoordeling van de zienswijze van reclamant 3, onder d. Ad c. Verwezen wordt naar de beoordeling van de zienswijze van reclamant 1, onder a. Ad d. De zichtlijnen die worden beschreven geven de doorzichten vanaf de oude N18 naar buitengebied met es en open percelen weer. Dit vanuit de opgave om deze kwaliteit in het gebied te handhaven. In het plan wordt ook uitgegaan van toevoeging van landschapselementen die inderdaad bepalend zijn in het “openhouden” van zichtlijnen vanwege het verschil in zomer- en wintermaanden. De wijze waarop dit in de praktijk vorm krijgt kan tussen de initiatiefnemer in onderlinge afstemming met reclamant plaatsvinden. Het bestemmingsplan is dusdanig ingericht dat hier op een flexibele manier mee omgegaan kan worden. Het vorenstaande neemt niet weg dat door de beoogde woningbouw het uitzicht van reclamant wel gedeeltelijk zal veranderen. Ad e. Wij verwijzen naar de beoordeling van de zienswijze van reclamant 3, onder e. Ad f. Verwezen wordt naar de beoordeling van de zienswijze van reclamant 3, onder b. Ad g. Wij verwijzen naar de beoordeling van de zienswijze van reclamant 1, onder b.

Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding het plan aan te passen.

21

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11331430/1