Warmtevisie Haaksbergen
Tekst van het document
Z/20/018355 Warmtevisie Haaksbergen
24
5.5.2. Wat is het plan in buurten C,F, L, N? In deze clusters zal worden verkend of er mogelijkheden zijn om op korte termijn over te stappen op warmtepompen voor de warmtevoorziening. De overstap naar duurzame warmte in deze gebieden vergt relatief weinig investeringen. Hier staan voornamelijk nieuwe woningen met een label A of soms B. Isoleren is daar niet of nauwelijks meer nodig. Voor de woningen gebouwd tussen 2000 en 2009 komt er bovendien een natuurlijk moment nabij om de cv-ketel te vervangen. Er zal dus sowieso geïnvesteerd moeten worden. Door een vermeden investering in een nieuwe CV-ketel is de extra investering in een (hybride-) warmtepomp op dat moment relatief klein. We willen als gemeente de komende jaren gericht inwoners uit deze buurten informeren over de mogelijkheden van alternatieven voor aardgas. Door hen te informeren over de (on)mogelijkheden en kosten, hopen we een natuurlijk moment voor de inwoners ook optimaal te benutten.
‘25% van de inwoners wil het liefst zo snel mogelijk van het aardgas af. 30% weet het nog niet en 18% wil dat in 2030’ – enquête november 2021– 5.6.
Betaalbaarheid
Betaalbaarheid is één van de belangrijke uitgangspunten in de warmtetransitie. Uiteindelijk moet het voor iedereen mogelijk zijn om de overstap naar aardgasvrij te maken. Inwoners geven via de enquête ook duidelijk aan dat ze zich zorgen maken over de betaalbaarheid en financierbaarheid van de warmtetransitie. In deze Warmtevisie hebben we hier steeds rekening mee gehouden. Bij het bepalen welk alternatief voor aardgas op welke plek in de gemeente past, is betaalbaarheid één van de belangrijkste factoren. Ook bij het bepalen van verkenningsbuurten is betaalbaarheid essentieel. Tijdens de verkenningen in de buurt zal betaalbaarheid per buurt of per woning worden doorgerekend.
Z/20/018355 Warmtevisie Haaksbergen
In deze Warmtevisie kan dit detailniveau nog niet worden gegeven omdat het vaak maatwerk is per woning om dit helder te krijgen. De Warmtevisie geeft al een heel goed beeld van de best passende oplossing. We hebben de kaart in Figuur 5 die is gemaakt op basis van een analyse van adviesbureau de WarmteTransitieMakers,, getoetst met de analyse tool van Enexis (Enexis buurttool) en de analyse tool van het PBL (Startanalyse, Leidraad) . In deze verschillende analyse methodieken is betaalbaarheid als belangrijke voorwaarde meegenomen. De eindbeelden van de analyses komen redelijk goed overéén maar wijken op enkele punten ook, verklaarbaar, van elkaar af. -Voor een deel van de buitengebieden en randen van dorpen is groen gas als meest betaalbare optie weergegeven in de Startanalyse Leidraad. In deze buiten gebieden staan relatief veel oudere woningen. In de analyse voor de WarmteTransitieMakers staan deze gebieden als kansrijk voor individuele oplossingen. Voor oudere gebouwen vullen ze dit in door bijvoorbeeld te werken met gastanks of hoge temperatuur warmtepompen. Een deel van de woningen in deze CBS buurten is voldoende tot goed te isoleren en kan het beste met behulp van warmtepompen worden verwarmd. Omdat de Startanalyse Leidraad alleen het eindresultaat per CBS buurt laat zien, vallen deze nuances weg.
-Alleen in het centrum van dorpskern Haaksbergen komt een warmtenet als meest betaalbaar naar voren in de Startanalyse Leidraad. Ook dit is met name te verklaren doordat alleen het eindbeeld voor een totale CBS buurt wordt weergegeven. Daarnaast zijn een aantal potentiële lokale warmtebronnen niet meegewogen in de analyse van de Startanalyse Leidraad. De Enexis Buurttool laat zien dat het gebied Hassenbrink in dorpskern Haaksbergen op redelijk korte termijn een nieuwe transformator nodig heeft. Namelijk wanneer de situatie ontstaat dat de helft van de inwoners van dit gebied hun woning met warmtepompen verwarmen. In de rest van de gemeente worden geen problemen verwacht. In onze gemeente is de impact van de warmtetransitie voor gebouwen op het elektriciteitsnet dus relatief klein. Er zijn op dat vlak dus geen grote kosten te verwachten
25
Bijlage A Varianten individuele warmtepomp
Bijlage B Om inzicht te krijgen in de technische opgave in onze gemeente, hebben we een aantal analyses gedaan. We beschrijven hoeveel warmte er in Haaksbergen door woningen en bedrijven wordt gebruikt, nu en in de toekomst. Daarbij kijken we naar de hoeveelheid warmte die in een gebied nodig is en de temperatuur van de warmte die wordt gevraagd. Daarna geven we een opsomming van het potentiële aanbod van duurzame warmtebronnen in Haaksbergen. Ook benoemen we de benodigde energie infrastructuur. In dit hoofdstuk worden een aantal analyses gedaan en kentallen genoemd. Ze vormen de basiskennis die we nodig hebben om in te schatten welke alternatieven voor aardgas in welke delen van de gemeente kunnen worden ingezet. Het eindbeeld wat we baseren op deze analyses staat beschreven in hoofdstuk 3.
Het stoppen met aardgas is daarom cruciaal in de energietransitie. Huishoudens gebruiken het aardgas hoofdzakelijk voor verwarming (75%), een kleiner deel wordt gebruikt voor warm water (20%) en om te koken (5%). Daarnaast zijn er in Haaksbergen ook woningen die deels verwarmd worden met houtkachels, de huidige totale huidige warmtevraag is daardoor 41 TJ hoger; 801 TJ.
Energiegebruik Haaksbergen (TJ/jaar) Woningen
Aardgas Commerciële dienstverlening Publieke dienstverlening
Elektriciteit
Landbouw, Bosbouw en Visserij
B1 Warmtevraag 0
B1.1.Huidige situatie In Haaksbergen zijn in totaal 10.374 woningen en 1566 bedrijfspanden5. Woningbouwcorporatie Domijn heeft zo’n 22% van de woningen in de gemeente in bezit6. Het totale aardgasverbruik in Haaksbergen in 2018 was 760 TJ7. Twee derde van het gasgebruik (503 TJ) werd gebruikt voor de woningen, de rest (256 TJ) ging naar bedrijven en industrie (zie Figuur 9). Huishoudens verbruiken aanzienlijk meer energie uit aardgas dan uit elektriciteit (zie Figuur 9).
TJ of terajoule is een eenheid voor de hoeveelheid energie. 1 TJ = 1.000.000.000.000 joule. 1 TJ komt overeen met; het gebruik van ongeveer 31.600 m3 aardgas of de jaarlijkse hoeveelheid warmte-energie voor 21 gemiddelde Nederlandse woningen.
200
400
600
800
Industrie, Energie, Afval en Water
Figuur 9. Totaal energieverbruik in Haaksbergen onderverdeeld in aardgasverbruik en elektriciteitsverbruik. Bij bedrijven hangt het aardgasverbruik sterk af van het type bedrijf. Sommige bedrijven gebruiken aardgas namelijk niet alleen voor verwarming, maar ook in het bedrijfsproces. In Haaksbergen is een aanzienlijk deel van het gasverbruik van bedrijven toe te wijzen aan de sector industrie, zie Figuur 9. De Warmtevisie richt zich op het duurzaam verwarmen van huizen, kantoren en andere (bedrijfs)gebouwen. Een oplossing vinden voor het aardgasgebruik in industriële processen valt buiten de scope van dit stuk8, maar voor een compleet beeld zijn de cijfers wel in beeld gebracht.
5 Bron: BAG
7 Bron: Klimaatmonitor, 2018
6 Bron: https://allecijfers.nl/gemeente/Haaksbergen/
8 Hiervoor zijn in het klimaatakkoord aparte afspraken gemaakt aan de klimaattafel Industrie.
B1.2 Energiebesparing Veel van de huizen en utiliteitsgebouwen in gemeente Haaksbergen gebruiken aardgas voor verwarming, warm water en koken. Voor het verwarmen van gebouwen staat een cv ketel daarbij vaak ingesteld op een temperatuur van 80 ͦC9. Door woningen te isoleren kan de benodigde temperatuur van de warmte naar beneden worden bijgesteld. Ook gaat er na isolatie minder warmte verloren door dak en muren. Hierdoor wordt minder aardgas verbruikt. Ook betekent dit dat we een warmtebron met een temperatuur lager dan 80 ͦC kunnen inzetten om de huizen te verwarmen. Isolatie is daarom een belangrijke eerste stap voor alle woningen in onze gemeente. De mogelijkheden voor energiebesparing en voor een nieuwe warmtevoorziening, hangen sterk af van het bouwjaar en het energielabel van het gebouw. Het merendeel van de woningen in Haaksbergen is gebouwd in de periode 1941-1974.
Voor woningeigenaren zijn er verschillende redenen om energie te gaan besparen. Zo kan hiermee de energierekening aanzienlijk verlaagd worden. Een goed geïsoleerde woning is bovendien comfortabel en heeft een prettig binnenklimaat. De mogelijkheden voor isolatie verschillen per bouwperiode en type gebouw.
B1.3 Inschatting van de toekomstige warmtevraag Om een inschatting te maken van de verwachte energiebesparing van woningen tot 2050 is een analyse gemaakt van de woningvoorraad in Haaksbergen (bouwjaar, energielabel, oppervlakte van de woningen). In Tabel 1 is te zien wat landelijk gezien de verwachte energiebesparing is voor een huis uit een bepaalde bouwperiode. We gaan hierbij uit van de isolatie die economisch rendabel is. Huizen van voor 1920 bijvoorbeeld, hebben vaak een energielabel G en zijn tot een energielabel C of D te isoleren. Deze isolatiestap betekent een energiebesparing van 18%. Voor de verschillende bouwperiodes gelden verschillende besparingspotenties. Tabel 1Voorspelde energiebesparing en verbetering van het energielabel door isolatie. We gaan uit van de isolatie die economisch rendabel is. De mogelijke besparing is berekend door via kentallen de warmtevraag van huidige en toekomstige energielabel te vergelijken.
Figuur 10. Energielabels woningen in de gemeente Haaksbergen Ongeveer 15% van de woningen zijn vooroorlogse panden. Deze laatste zijn vaak lastig te isoleren en maken het zoeken naar een warmtealternatief extra uitdagend. In Figuur 11 staat een kaart met de bouwjaren. In Figuur 10 is de verdeling van energielabels van de woningen in gemeente Haaksbergen te zien. Voor woningcorporaties en eigenaren van kantoorpanden gelden strenge isolatieeisen: deze panden zullen, waar nodig, in de komende jaren grondig aangepakt worden. De verwachting is daarnaast dat in de komende decennia veel particuliere woningeigenaren met isolatie aan de slag gaan.
9 Bron: Milieu Centraal
Z/20/018355 Warmtevisie Haaksbergen
28
Figuur 11Bouwjaren van de verschillende panden in gemeente Haaksbergen
Z/20/018355 Warmtevisie Haaksbergen
29
Voor Haaksbergen leidt dit model tot een besparingspotentie van circa 22% van de warmtevraag in bestaande woningen. Het besparingspotentieel van bedrijven is ca. 30% (een inschatting op basis van de landelijke trend). Omdat de warmtevraag van bedrijven divers is in vergelijking met huizen (een kledingwinkel en opslagloods zijn heel anders qua comforteisen en bouwstijl), heeft het besparingspotentieel hiervan een grotere onzekerheid.
Op dit moment gebruiken bijna alle huizen10 een cv-ketel met een hoge afgiftetemperatuur: alle huizen zou je daarom een rood warmteprofiel kunnen geven op een gemeenteplattegrond. Wanneer alle huizen in gemeente Haaksbergen de besparingsstap zetten die past bij hun huis, verbetert hun warmteprofiel. Deze verbeterde warmteprofielen zijn per cluster van huizen op de kaart gezet Figuur 12.
Tot slot worden er ook woningen gebouwd. Tot en met 2030 zijn dat er naar verwachting ongeveer 250. Deze woningen zullen energiezuinig en aardgasvrij gebouwd worden, maar dragen wel bij aan de totale warmtevraag. Door de toename van het aantal woningen neemt de totale warmtevraag binnen de gemeente naar verwachting toe met 4,5 TJ.
Woningen Bedrijven en industrie Totaal
Huidige warmtevraag (TJ)
Toekomstige warmtevraag (TJ)
544 256 801
426 179 606
De gecombineerde warmtevraag van bedrijven en woningen in Haaksbergen zal circa 606 TJ/jaar zijn in 2050. Dit is dan ook de warmtevraag waarvoor we passende warmtebronnen moeten zoeken.
B1.4 Hoge, midden- of lage temperatuur Naast de vraag hoevéel warmte er nodig is per buurt of woning, is ook van belang op welke temperatuur deze warmte beschikbaar moet zijn. Dit noemen we het warmteprofiel. De duurzame alternatieven voor aardgas zijn namelijk niet allemaal in staat om dezelfde hoge temperatuur warmte te leveren als aardgas. De temperatuur waarop de warmte in de woning verspreid wordt via de radiatoren of vloerverwarming (de zogeheten afgifte-temperatuur) moet passen bij de isolatiegraad van de woningen en het type radiator (en andere installaties). Hoe beter de woning geïsoleerd is, hoe lager de afgifte-temperatuur kan zijn. In Tabel 1 zijn de warmteprofielen gedefinieerd die de gewenste afgiftetemperatuur aangeven om woningen comfortabel en efficiënt te verwarmen. 10 Nieuwbouw huizen die na 1 juli 2018 zijn vergund en gebouwd, zijn al aardgasvrij.
Z/20/018355 Warmtevisie Haaksbergen
30
Figuur 12. Warmteprofielen voor gemeente Haaksbergen. De afbeelding laat zien wat de afgifte-temperatuur is (temperatuur door de radiatoren of vloerverwarming) die in de toekomst nodig is nadat alle rendabele isolatiemaatregelen zijn gedaan. Woningen en bedrijven met eenzelfde warmteprofiel zijn geclusterd.
Z/20/018355 Warmtevisie Haaksbergen
31
B1.5 Concentratie van de warmtevraag Hoe de warmtevraag over de gemeente verdeeld is, is van belang voor de mogelijke alternatieven voor aardgas. Gebieden waar veel panden bij elkaar in de buurt staan, (geconcentreerde warmtevraag) zijn eerder geschikt voor de aanleg van een warmtenet: dit is dan vaak de goedkoopste oplossing. Bij een lage warmtedichtheid liggen individuele oplossingen, zoals een warmtepomp, meer voor de hand. Voor Haaksbergen is de verdeling van de toekomstige warmtevraag van woningen en bedrijven zichtbaar gemaakt in Figuur 13. In de huidige markt is vanaf 1.000 GJ/ha en een minimumaantal woningen van ongeveer 200 (afhankelijk van de warmtebron) de kans op een rendabele business case voor een warmtenet relatief groot. Onder de 500 GJ/ha is een warmtenet bijna nooit een realistische oplossing. Tussen 500 en 1.000 GJ/ha hangt de financiële haalbaarheid af van de omstandigheden: het type warmtebron, de afstand tussen de woningen en de warmtebron en de gewenste afgiftetemperatuur zijn allemaal factoren die invloed hebben. In de kern van Haaksbergen is de warmtevraag hoog genoeg zodat een kleinschalig warmtenet (zie Figuur 13) overwogen kan worden. In het buitengebied en in de kleinere kernen, zoals Buurse en Sint Isidorushoeve is de bebouwingsdichtheid laag, en zijn individuele oplossingen of duurzaam gas aantrekkelijker.
Of een warmtenet echt kansrijk is, hangt ook af van de aanwezige warmtebronnen (zie volgende paragraaf).
Z/20/018355 Warmtevisie Haaksbergen
32
.
Figuur 13. De verwachte toekomstige warmtevraagdichtheid in gemeente Haaksbergen. Op plekken waar woningen en bedrijven dicht bij elkaar staan en/of waar panden een hoge warmtevraag hebben (grote bedrijven, flats, etc) is de warmtevraagdichtheid hoog (dieppaarse kleur). De warmtedichtheid is gebaseerd op de warmtevraag die over blijft na besparingsmaatregelen. Onder utiliteit vallen alle panden die geen woningen zijn.
Z/20/018355 Warmtevisie Haaksbergen
33
B2 Warmtebronnen en technieken Hieronder staat een overzicht van de warmtebronnen en technieken die in Haaksbergen beschikbaar zijn om in 2050 in de overgebleven warmtevraag te voorzien. Warmtebronnen die weinig kansrijk zijn in Haaksbergen, zijn toegelicht in bijlage D. Ter vergelijking: de totale warmtevraag die we verwachten in 2050 is ongeveer 606 TJ (zie paragraaf 4.1). Warmtebronnen voor individuele oplossingen De volgende warmtebronnen zijn per woning, per gebouw, of per rijtje huizen in te zetten. Techniek: Warmtepompen Bron: elektriciteit en buitenlucht Luchtwarmtepompen halen warmte uit de buitenlucht om de woning te verwarmen, en gebruiken hiervoor elektriciteit. Het is een individuele oplossing, die per woning of per appartementencomplex toegepast kan worden. De standaard luchtwarmtepomp geeft warmte op lage temperatuur. Een woning moet dan – net als voor andere lage temperatuur-oplossingen – goed geïsoleerd zijn en er is een passend warmteafgiftesysteem nodig, zoals vloerverwarming of lage temperatuur-radiatoren. Er zijn ook midden- en hoge temperatuur warmtepompen op de markt, waarvoor vaak minder aanpassingen in de woning nodig zijn. Deze hebben wel een hoger elektriciteitsverbruik. Luchtwarmtepompen zijn op grote schaal inzetbaar in de gehele gemeente.
Techniek: Warmte-koudeopslag (WKO) en bodemwarmtepompen Bron: elektriciteit en bodem Omdat de bodem een vrij constante temperatuur heeft, kan in de zomer koude en in de winter warmte gewonnen worden uit de bodem. Er bestaan individuele en collectieve vormen van bodemenergie, in zowel open als gesloten systemen. Ze benutten de bovenste laag van de bodem, tussen de 20 en 300m diep. Op deze diepte kan warmte op lage temperatuur gewonnen worden (< 20 °C). In de zomer wordt warmte ondergronds opgeslagen, in de winter wordt die weer gebruikt. WKO of een bodemwarmtepomp geven daarom niet alleen warmte in de winter, maar ook koeling in de zomer. Om de
bodem in balans te houden, moet de vraag naar warmte en koude in balans zijn, of er moet warmte uit een andere warmtebron worden toegevoegd. Dit heet regeneratie van de bron. WKO is daarom in te zetten in combinatie met andere warmtebronnen, zoals zonnewarmte, extra koeling van gebouwen of thermische energie uit oppervlaktewater (TEO). De inzet van warmteopslag in de bodem is beperkt in Haaksbergen doordat de ondergrond niet of in mindere mate geschikt hiervoor is. Een eerste inschatting van de totale capaciteit van de bodem in Haaksbergen is 340 TJ per jaar voor gesloten systemen. Open bodem systemen lijken grotendeels niet mogelijk te zijn11. Het is te verwachten dat de daadwerkelijke potentie van gesloten bodemsystemen lager ligt, omdat bodemenergie op sommige plaatsen (bijvoorbeeld in oude kernen) lastig in te passen is of omdat de afstand tot de gebouwen te groot is. Techniek: Zon-thermische panelen op daken Bron: Zonlicht en buitenlucht De warmte wordt gewonnen met zonnecollectoren op het dak. Er bestaan gecombineerde panelen die zowel elektriciteit als warmte leveren, die worden PVT-panelen genoemd (photovoltaïsch-thermisch). Deze worden dan gecombineerd met een warmtepomp. De techniek is nog niet op grote schaal ingezet voor het verwarmen van de gebouwde omgeving, maar heeft een groot potentieel.
In principe is elke goed geïsoleerde woning met voldoende ruimte op het dak geschikt Techniek: Infraroodpanelen Bron: Elektriciteit Infraroodpanelen maken stralingswarmte. In tegenstelling tot wat we gewend zijn, wordt niet alle lucht in de ruimte verwarmd, maar alleen die plekken waar mensen zijn. Ze gebruiken aanzienlijk meer elektriciteit dan een warmtepomp, maar doordat de warmte heel gericht wordt ingezet, kan het toch voordelig zijn. Infraroodpanelen zijn vooral geschikt voor ruimtes die maar af en toe gebruikt worden, zoals een zolder. Warmtebronnen voor een warmtenet
11 Bron: Warmteatlas
Z/20/018355 Warmtevisie Haaksbergen
34
Thermische energie uit oppervlaktewater Uit oppervlaktewater is warmte te winnen met een warmtewisselaar. Deze warmte kan in de bodem worden opgeslagen en in de winter worden gebruikt. Met een (vaak lage temperatuur) warmtenet komt de warmte bij de gebruikers. In Haaksbergen zijn een aantal wateren waar warmte uit te winnen is. De belangrijkste wateren met warmtepotentie in Haaksbergen zijn de Buurserbeek (115 TJ) en de Bergingsvijver (36 TJ)12. Zonnewarmte Warmte uit zonnecollectoren kan ook collectief worden ingezet, zowel grootschalige als kleinschalige. Zonnecollectoren of PVT-panelen (die warmte en elektriciteit opwekken) worden in veldopstelling of op een groot dak geplaatst en de warmte wordt via een warmtenet verspreid. Het maximaal potentieel voor zonnewarmte is ongeveer 10 TJ per hectare in een veldopstelling en ongeveer 2 GJ per vierkante meter in een dak opstelling.13 De techniek is nog niet op grote schaal ingezet voor het verwarmen van de gebouwde omgeving, maar gezien het grote potentieel interessant om te onderzoeken. Het heeft daarbij de voorkeur systemen op daken te plaatsen en niet op velden. Zie de ‘zonneladder’ uit de Regionale Energiestrategie. Restwarmte bedrijven Bij industriële processen blijft soms warmte over, die niet binnen het bedrijf gebruikt kan worden.
Afhankelijk van het type bedrijf is dit lage, middelhoge of hoge temperatuur warmte, die door middel van een warmtenet ingezet kan worden voor verwarming. In Haaksbergen is één industrieel bedrijf geïdentificeerd die mogelijk restwarmte heeft en dat is de Twentsche Kabelfabriek. Of hier daadwerkelijk potentie is die op een rendabele wijze benut kan worden, wordt nog onderzocht. Er zijn een aantal bedrijven in Haaksbergen die in potentie lage temperatuur restwarmte beschikbaar hebben, tussen de 30 en 45°C, als gevolg van koeling van hun gebouw. 12
WarmingUp - Aquathermieviewer
13 Bron: Berenschot position paper: Kansen voor zonnewarmte in het hart van de energietransitie
Dit zijn bijvoorbeeld supermarkten. Het gaat om een vrij kleine potentie (circa 4 TJ per supermarkt), waarvan het onzeker is of die rendabel benut kan worden14. Restwarmte uit rioolwaterzuiveringsinstallaties en rioolgemalen (riothermie) Ten noorden van de kern Haaksbergen bevindt zich een rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI). Het is mogelijk om warmte te winnen uit het water wat daar gezuiverd wordt. Deze RWZI heeft een potentie van 50 TJ per jaar15. Daarnaast zijn er 2 rioolgemalen in Haaksbergen met lage of onbekende potenties. Aardwarmte (ondiep en diep) Aardwarmte of geothermie is het winnen van de warmte van de aarde, vanaf 500 m tot 1 km (ondiep, tot 50 °C) en van 1 tot 7 km diep (diep/ultradiep, tot meer dan 100 °C). In de gemeente Haaksbergen is er nog weinig bekend over de geschiktheid van de bodem maar vooralsnog wordt de potentie voor geothermie laag ingeschat. Daarnaast is voor een rendabel aardwarmteproject een grote afzet nodig, met een geconcentreerde warmtevraag. De bebouwing in Haaksbergen lijkt hiervoor niet geschikt. Biomassa (houtachtig) Biomassa is de verzamelnaam voor diverse soorten organische materiaal, zoals voedselresten, snoeihout, meststromen en productiebossen. Er zijn vele vormen van biomassa, maar de inzet van biomassa voor het verwarmen van woningen zal naar verwachting gering blijven.
Dit heeft te maken met de beperkte beschikbaarheid van duurzaam beschikbare biomassa én de andere toepassingsmogelijkheden die biomassa heeft. Biomassa kan meegestookt worden in grote energiecentrales en op kleinere schaal ingezet worden met pelletkachels (niet toegestaan in corporatiewoningen vanwege fijnstof en luchtkwaliteit en om die redenen ook sterk afgeraden in de bebouwde omgeving). De potentie voor de productie van warmte uit resthout op het grondgebied van Haaksbergen is geschat op 14 TJ per jaar16. Duurzaam gas Tot slot kan er een duurzame vorm van gas worden gebruikt. 15
Bron: Warmteatlas
16 Bron: Warmteatlas
14 Bron: Warmteatlas
Z/20/018355 Warmtevisie Haaksbergen
35
Groen gas Groen gas wordt geproduceerd door organisch materiaal te vergisten (biogas) en dit op te waarderen naar aardgaskwaliteit. Verschillende vormen van biomassa kunnen als grondstof dienen voor het produceren van biogas, waaronder vloeibare mest, GFT-afval en de bio restfractie van akkerbouw en grasland. De beschikbaarheid van deze reststromen op het grondgebied van Haaksbergen is genoeg voor circa 690 TJ per jaar.17 De potentie in Haaksbergen is relatief hoog, vanwege de reststromen van de akkerbouw en gras en groenvoedergewassen. In Nederland als geheel is groen gas uit biogas echter schaars. De verwachting is daarom dat niet al dit groen gas beschikbaar komt voor woningen, maar een deel beter ingezet kan worden in andere sectoren. Voor verduurzaming van verschillende sectoren is groen gas namelijk essentieel, bijvoorbeeld voor de industrie en de vliegtuigsector. Wel is groen gas erg geschikt voor lastig te isoleren woningen, zoals monumenten. De gemeente gaat na of de komende jaren de productie van groen gas vanaf de bodem van Haaksbergen vergroot kan worden. Waterstof zal niet of nauwelijks beschikbaar zijn voor de gebouwde omgeving. Daarom staat deze niet als bron opgenomen in de Warmtevisie. Weinig kansrijke bronnen Pelletkachels In een pelletkachel of pellet-cv worden korrels van houtachtig materiaal verstookt.
Omdat hierbij fijn stof vrij komt, is de techniek niet geschikt om op grote schaal toe te passen in woonwijken. In het buitengebied kan het echter op kleine schaal een optie zijn, als andere mogelijkheden ontbreken. In onze gemeente vinden we dat de voordelen niet opwegen tegen de nadelen.
B3 Infrastructuur voor duurzame warmte In paragraaf 4.2 zijn de duurzame bronnen en technieken die mogelijk zijn in onze gemeente weergegeven. Er zijn bronnen in de categorieën warmtenet, groen gas en individuele oplossing. Bij inzet van duurzame warmtebronnen zijn we afhankelijk van een infrastructuur. In deze paragraaf worden deze infrastructuren kort toegelicht.
Warmtenetten Warmtenetten (of collectieve oplossingen) bestaan uit leidingen onder de grond die warm water transporteren van een warmtebron naar de woningen. Warmtenetten bestaan in verschillende soorten, maten en temperaturen. Er zit verschil in de temperatuur van de bron, en de temperatuur van de warmte die in de woning wordt aangeleverd. Zo kan een warmtenet op een temperatuur aangelegd worden die direct in de woning gebruikt kan worden – dat is mogelijk bij een wat hogere temperatuur van de bron. Ook kan een lage brontemperatuur in de woning of per buurt met een warmtepomp verder worden verhoogd. Het bestaande gasnet voor waterstof en groen gas Wanneer wij biogas opwaarderen naar groen gas, kan dit worden ingevoerd in het bestaande gasnet. Het groene gas wordt daar gemengd met het aardgas en via de gasleiding naar woningen toegevoerd. De inzet van groen gas is daarmee voor inwoners het duurzame alternatief wat de minste/geen aanpassingen aan de woning vereist. Ook waterstof, gewonnen uit duurzame elektriciteit, kan via het bestaande gasnet worden getransporteerd. De branders van de CV-ketels in gebouwen moeten wel worden aangepast wanneer met waterstof wordt verwarmd. Ook moet zeker zijn dat gasleidingen in de woningen geschikt zijn voor het waterstof, zodat er geen kans is op gaslekken.
Omdat de verwachting is dat landelijk zo’n 10-20% van de woningen gebruik zal kunnen maken van groen gas, en omdat onduidelijk is of waterstof beschikbaar gaat komen, is de toekomst van het bestaande gasnet onzeker. Netbeheerders geven aan dat in ieder geval de hoofdnetten van het gasnet benut zullen blijven, ook voor de energievoorziening van grote bedrijven en industrie. De toekomstige verwachting voor de zogenaamde ‘secundaire netten’ (de aftakkingen vanaf het hoofdnet naar de verschillen woonwijken) is dat daarvan, gezien de verwachte vraag, zo’n 20% zal blijven liggen. Een net dat niet in gebruik is, kan om veiligheidsredenen niet blijven liggen en moet worden verwijderd. Welke secundaire netten blijven liggen en welke niet, zal in de komende decennia verder worden uitgewerkt op basis van onder andere deze Warmtevisie.
17 Bron: Warmteatlas
Z/20/018355 Warmtevisie Haaksbergen
36
Het bestaande elektriciteitsnet voor de extra elektriciteitsvraag Wanneer inwoners overstappen van koken op aardgas naar elektrisch koken, wordt de elektriciteitsvraag per woning hoger. Wanneer een woning overstapt op duurzame warmte door middel van een warmtepomp, geldt dit nog sterker. Een warmtepomp gebruikt elektriciteit om warmte de woning in te pompen. Naast inzet van elektriciteit voor onze warmtevraag, zijn er ook andere extra elektriciteitsgebruikers te verwachten in de toekomst. Vanuit netbeheerder Enexis is een doorkijkje gemaakt naar de toekomstige vraag naar elektriciteit en de benodigde aanpassingen aan het net daarvoor. In verschillende scenario’s hebben ze gekeken hoeveel elektriciteit er nodig is wanneer steeds meer bewoners zonnepanelen installeren, elektrisch gaan rijden of gaan verwarmen met een warmtepomp. Bij een scenario waarbij 50% van de mensen overstapt op verwarmen met warmtepompen, blijkt geen overbelasting van het net op te treden. Alleen in de buurt Hassenbrink in dorpskern Haaksbergen, zal een extra transformator moeten worden geplaatst in dit scenario. De elektriciteit is nu nog veelal ‘grijs’: geproduceerd door middel van fossiele brandstoffen. Er wordt landelijk hard gewerkt aan het vergroenen van elektriciteit onder andere door het plaatsen van windmolenparken op zee.
Inwoners kunnen ook bijdragen aan de vergroening door zonnepanelen of zonthermische panelen aan te schaffen.
Z/20/018355 Warmtevisie Haaksbergen
37
Bijlage C toelichting op technisch afwegingskader Criteria aardgasvrije technieken Bij de keuze van een aardgasvrije warmtevoorziening wegen allerlei aspecten mee, zoals kosten, duurzaamheid en betrouwbaarheid. We maken de keuze op grond van de onderstaande criteria, die onder de afbeelding verder worden toegelicht.
stappen in de keten, en een positieve bijdrage vanuit omgevingswarmte. Een warmteoplossing met een lage primaire energievraag en goede efficiëntie legt minder beslag op de (veelal schaarse) energie-/warmtebronnen. Voor de berekening wordt aangesloten bij de definities uit de BENG-norm. CO2-uitstoot – De totale uitstoot van CO2-equivalenten in het uiteindelijke warmteconcept. We bekijken alleen de CO2-uitstoot van verwarming, koeling, warm tapwater en ventilatie. Voor de berekening wordt aangesloten bij de aannames en definities uit Startanalyse Leidraad Warmtevisie van het PBL. Omgevingsimpact, ruimtebeslag – Hoeveel ruimte neemt de oplossing in beslag? Is er negatieve impact op het landschap, of op de ruimtelijke kwaliteit in de buurt? Kwaliteit lucht, water en bodem – Heeft de gekozen oplossing een positieve of negatieve impact op de luchtkwaliteit, bodem- of waterkwaliteit? Hieronder vallen: • Luchtkwaliteit: de uitstoot van onder andere fijn stof, roet en stikstofoxiden. • Bodemkwaliteit: risico op verspreiding van bodemverontreinigingen bij toepassing bodemenergie, of juist versnelde afbraak verontreinigde stoffen bij toepassing bodemenergie.
• Waterkwaliteit: invloed (positief of negatief) op de waterkwaliteit en de biodiversiteit in het water Duurzaamheid in de keten – Leidt de oplossing tot negatieve milieu-impact elders, bijvoorbeeld ontbossing, of uitputting van schaarse grondstoffen? Sociaal Draagvlak – Is er draagvlak/acceptatie onder de bewoners en lokale ondernemers in de buurt voor de gekozen oplossing? Inpasbaarheid & wenselijkheid in de woning – Hoe goed is de oplossing inpasbaar in de woning? Neemt de oplossing veel ruimte in de woning in beslag? Is er een ingrijpende verbouwing nodig?
Duurzaamheid, milieu Benodigde hoeveelheid primaire energie – Primaire energie wordt gedefinieerd als de energie die nodig is aan de bron om het uiteindelijke warmtevraag te dekken. Er wordt dus rekening gehouden met de energie die verloren gaat tijdens transport, opslag en
Gezondheid, welzijn, leefbaarheid – Heeft de gekozen oplossing een positieve of negatieve impact op de directe leefomgeving? Is er een effect op gezondheid of leefbaarheid? Hieronder vallen: • Geluidhinder: geeft de gekozen techniek geluidhinder binnen de woning of op de omgeving? • Binnenklimaat: leidt de oplossing tot (on)gezondere lucht binnenshuis? • Comfort: verandert het comfort van de woning? (negatief dan wel positief) Overlast - Kunnen we de overlast beperkt houden? Economisch Nationale kosten - De totale kosten van alle maatregelen die nodig zijn om een warmteoplossing uit te voeren, ongeacht wie die kosten betaalt, inclusief de baten van energiebesparing, maar exclusief belastingen, heffingen en subsidies. Voor de berekening wordt aangesloten bij de Startanalyse Leidraad Warmtevisie van het PBL. Kosten voor de eindgebruiker – Alle kosten die een eindgebruiker betaalt voor de omschakeling op aardgasvrij verwarmen. Dat zijn zowel de maandelijkse energielasten als kosten voor (het gebruik van) installaties en isolatie. Alle subsidies en belastingen zijn hierin verwerkt. Eindgebruikers zijn huurders en eigenaargebruikers van gebouwen (bewoners en ondernemers). Kwaliteit business case – Een gezonde robuuste business case voor alle partijen zorgt dat investeringen beschikbaar komen en vermindert het risico dat projecten niet van de grond komen of stil komen te liggen.
Technologisch Beschikbaarheid bronnen – Is de bron in voldoende mate aanwezig? Is de bron nu en in de toekomst rendabel te exploiteren? Het optimaal benutten van de lokaal beschikbare (warmte)bronnen heeft de voorkeur boven het importeren van energie van buiten de gemeente. Onzekerheid in performance – Is het een bewezen techniek? Als het een nieuwe techniek is, wat kan er gezegd worden over de performance? Veiligheid – Zijn er risico’s voor de (externe) veiligheid verbonden met de techniek? In hoeverre kunnen deze risico’s worden beheerst? Robuustheid, continuïteit – Leveringszekerheid van de warmtevoorziening is cruciaal. Brengt de gekozen techniek een groter risico op uitval of storingen met zich mee, dan we van het huidige energiesysteem gewend zijn? Als er iets uitvalt, is er dan een vervanging (back-up)? Meekoppelkansen - Hoe goed sluit de oplossing aan bij andere ontwikkelingen in de buurt? Zijn er qua timing meekoppelkansen, bijvoorbeeld met groot onderhoud, vervanging van riolering of asfalt of aanleg van glasvezel? Maar ook: hoe goed past de oplossing bij de gebiedsontwikkeling?
.
Onzekerheid in prijsstelling – Grote financiële risico’s worden zoveel mogelijk vermeden. Voor bewoners moet duidelijk zijn wat hun lasten zullen worden. Kan gegarandeerd worden dat zij niet voor verrassingen komen te staan, bijvoorbeeld door een elektriciteitsverbruik dat veel hoger blijkt dan voorspeld? Juridisch kader – Moet er juridisch nog veel geregeld worden om deze oplossing mogelijk te maken? Is de wet- en regelgeving al passend?
Z/20/018355 Warmtevisie Haaksbergen
39