CConstaterende datHaaksbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Vast te stellen BP - De Noor - Oost - 07062024 Toelichting

Gemeenteraad 10 juli 2024, gemeente HaaksbergenBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling grondexploitatie Buurse De Noor Oost en bestemmingsplan ‘Buurse en St. Isidorushoeve, partiële herziening De Noor-Oost’23.216 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

4.5

Geluid

In het kader van de Wet geluidhinder moet er bij de voorbereiding van een bestemmingsplan, c.q. een ontheffing op grond van de Wro, een onderzoek worden gedaan naar de geluidsbelasting op de gevels van geluidsgevoelige objecten, voor zover deze geluidsgevoelige objecten zijn gelegen binnen een zonering van een industrieterrein, wegen en/of spoorwegen. De Wet geluidhinder kent de volgende geluidsgevoelige functies: Woningen. Onderwijsgebouwen (behoudens voorzieningen zoals een gymnastieklokaal). Ziekenhuizen en verpleeghuizen en daarmee gelijk te stellen voorzieningen zoals verzorgingstehuizen, psychiatrische inrichtingen, medische centra, poliklinieken, medische kleuterdagverblijven, etc. Enerzijds betekent dit dat (geluids-)eisen worden gesteld aan de nieuwe milieubelastende functies, anderzijds betekent dit eveneens dat beperkingen worden opgelegd aan de nieuwe milieugevoelige functies. Toets Wegverkeerslawaai Op grond van het artikel 74 van de Wet geluidhinder bevindt zich langs een weg een

bestemmingsplan Bestemmingsplan Buurse en St. Isidorushoeve, partiële herziening De Noor - Oost NL.IMRO.0158.BP1213-0002

26

geluidszone, die aan weerszijde een breedte heeft van: a. in stedelijk gebied: voor een weg, bestaande uit drie of meer rijstroken: 350 meter; voor een weg, bestaande uit een of twee rijstroken: 200 meter; b. in buitenstedelijk gebied: voor een weg, bestaande uit vijf of meer rijstroken: 600 meter; voor een weg, bestaande uit drie of vier rijstroken: 400 meter; voor een weg, bestaande uit een of twee rijstroken: 250 meter. Deze zonering geldt niet: c. voor wegen die zijn gelegen binnen een als woonerf aangeduid gebied; d. voor wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 kilometer per uur geldt; e. wegen waarvan op grond van een door de gemeenteraad vastgestelde geluidsniveau vaststaat dat de geluidsbelasting op 10 meter uit de as van de meest nabij gelegen rijstrook 48 dB (A) of minder bedraagt (art. 74, lid 3 Wgh). Binnen de bebouwde kom van Buurse geldt een maximumsnelheidsregime van 30 km/u voor alle wegen. Gelet op de in artikel 74 sub c van de Wet geluidhinder opgenomen bepaling is bij dergelijke wegen geen sprake van een zonering. Derhalve kan een verdere toetsing aan de Wet geluidhinder achterwege blijven. In het kader van een goede ruimtelijke ordening kan ondanks de afwezigheid van de zonering toch de behoefte bestaan om aan te tonen dat ter plaatse van het plangebied geen sprake is van geluidhinder.

Derhalve is op basis van de geluidkaart in de Atlas Leefomgeving onderzocht wat de geluidbelasting is van het wegverkeer ter plaatse van het plangebied. In figuur 4.2 is een uitsnede opgenomen van de betreffende kaart. Het plangebied is aangegeven met een rode ster. Uit figuur 4.2 blijkt dat ter plaatse van het plangebied de geluidbelasting van het wegverkeer minder dan 45 dB bedraagt. Met een standaardgevelwering van 20 dB op basis van het Bouwbesluit kan eenvoudig worden voldaan aan de maximale binnenniveau van 33 dB. Er zal geen sprake zijn van een geluidhinder ter plaatse van het plangebied.

Figuur 4.2: uitsnede geluidkaart wegverkeer (bron: Atlas Leefomgeving) Railverkeerslawaai Gelet op de afwezigheid van een spoorweg is railverkeerslawaai in onderhavig geval niet relevant. Verdere toetsing aan de Wet geluidhinder wat betreft railverkeerslawaai kan derhalve achterwege blijven. Industrielawaai Gelet op de afwezigheid van een gezoneerd industrieterrein is industrielawaai in onderhavig geval niet relevant. Verdere toetsing aan de Wet geluidhinder wat betreft industrielawaai kan

bestemmingsplan Bestemmingsplan Buurse en St. Isidorushoeve, partiële herziening De Noor - Oost NL.IMRO.0158.BP1213-0002

27

derhalve achterwege blijven. Conclusie Gelet het op vorenstaande wordt geconcludeerd dat er binnen het plangebied geen sprake zal zijn van een geluidhinder als gevolg van wegverkeerslawaai, railverkeerslawaai en/of industrielawaai. Het aspect 'Geluid' vormt voor onderhavige ontwikkeling geen belemmering.

4.6

Luchtkwaliteit

Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. Deze wetgeving staat ook bekend als de Wet luchtkwaliteit. In de Wet luchtkwaliteit staan onder meer de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Onderdeel van de Wet luchtkwaliteit zijn de volgende Besluiten en Regelingen: Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen); Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen). Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtkwaliteit van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip 'niet in betekenende mate' is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO 2) en fijn stof (PM10 en PM2,5). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet luchtkwaliteit vindt niet plaats. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging.

Enkele voorbeelden zijn: woningen: 1500 met een enkele ontsluitingsweg; woningen: 3000 met twee ontsluitingswegen; kantoren: 100.000 m² bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg. Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIBM kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO 2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden. Besluit gevoelige bestemmingen Dit besluit is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze 'gevoelige bestemmingen' zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen/ klinieken zijn geen gevoelige bestemmingen. De grootste bron van luchtverontreiniging in Nederland is het wegverkeer. Het Besluit legt aan weerszijden van rijkswegen en provinciale wegen zones vast. Bij rijkswegen is deze zone 300 meter, bij provinciale wegen 50 meter. Bij realisatie van 'gevoelige bestemmingen' binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet luchtkwaliteit nodig. Toets Er worden middels onderhavig bestemmingsplan 5 woningen mogelijk gemaakt. Volgens de Regeling NIBM zal de realisatie van 5 woningen niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging.

Dit is namelijk pas aan de orde bij 1.500 woningen met een enkele ontsluitingsweg of bij 3.000 woningen met twee ontsluitingswegen. Nader onderzoek kan daarom achterwege worden gelaten. Uit de jaarlijkse rapportage van de luchtkwaliteit blijkt bovendien dat er,in de omgeving van het plangebied, langs wegen geen overschrijdingen van de grenswaarden aan de orde zijn. Een overschrijding van de grenswaarden is ook in de toekomst niet te verwachten. Aanvullend onderzoek naar de luchtkwaliteit is derhalve niet nodig. Daarnaast wordt middels onderhavig bestemmingsplan geen gevoelige bestemmingen gerealiseerd in de zin van het Besluit gevoelige bestemmingen. En er zijn geen rijks- en provinciale wegen in de nabije omgeving. Er hoeft daarom niet aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet luchtkwaliteit ten aanzien van rijks- en provinciale wegen. Conclusie

bestemmingsplan Bestemmingsplan Buurse en St. Isidorushoeve, partiële herziening De Noor - Oost NL.IMRO.0158.BP1213-0002

28

Het aspect 'Luchtkwaliteit' vormt geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling.

4.7

Externe veiligheid

Externe veiligheid is een beleidsveld dat is gericht op het beheersen van risico's die ontstaan voor de omgeving bij de productie, de opslag, de verlading, het gebruik en het transport van gevaarlijke stoffen. Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid. Concreet gaat het daarbij om risicovolle bedrijven, vervoer gevaarlijke stoffen per weg, spoor en water en transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen. Op de diverse aspecten van externe veiligheid is afzonderlijke wetgeving van toepassing. Voor risicovolle bedrijven gelden onder meer: het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); de Regeling externe veiligheid (Revi); het Registratiebesluit externe veiligheid; het Besluit risico's zware ongevallen 2015 (Brzo 2015); het Vuurwerkbesluit; Voor vervoer gevaarlijke stoffen geldt het Besluit externe veiligheid transportroutes en de Regeling Basisnet. Op transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen zijn het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en de Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb) van toepassing. Naast de bovengenoemde wetgeving zijn tevens de volgende AMvB's, Ministeriële Regelingen en/of circulaires van toepassing op de externe veiligheid: Activiteitenbesluit milieubeheer.

In dit besluit zijn veiligheidsafstanden en risiconormen ten opzichte van (beperkt) kwetsbare objecten opgenomen. Veiligheidsafstanden zijn vastgesteld voor onder andere opslagtanks met propaan/propeen, aardgastankstations, en gasdrukmeet- en regelstations. Voor windturbines geldt het plaatsgebonden risico als risiconorm. Circulaire effectafstanden externe veiligheid LPG-tankstations. De circulaire is van toepassing bij een besluit ten aanzien van een LPG-tankstation onder werking van het Bevi, dat het mogelijk maakt dat er (meer) personen in de omgeving van een LPG-tankstation aanwezig kunnen zijn. De effecten van bepaalde ongevalsscenario's staan centraal. Circulaire opslag ontplofbare stoffen voor civiel gebruik. In deze circulaire zijn veiligheidszones (A-, B- of C-zone) vastgesteld voor de opslag van ontplofbare stoffen voor civiel gebruik. Binnen deze veiligheidszones worden de aanwezigheid van activiteiten en/ of objecten uitgesloten. Beleidsregels EV-beoordeling tracébesluiten. Deze beleidsregels geven een overzicht van de over de weg vervoerde gevaarlijke stoffen. Het doel van wetgeving op het gebied van externe veiligheid is risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen en activiteiten tot een aanvaardbaar minimum te beperken.

Het is noodzakelijk inzicht te hebben in de kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en het plaatsgebonden en het groepsrisico. Plaatsgebonden risico (PR): Risico op een plaats buiten een inrichting, uitgedrukt als een kans per jaar dat een persoon onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen een inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. Groepsrisico (GR): Cumulatieve kansen per jaar dat ten minste 10, 100 of 1000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een inrichting en een ongewoon voorval binnen de inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. In het BEVI zijn de risiconormen wettelijk vastgelegd. Deze normen zijn niet effectgericht maar gebaseerd op een kansberekening. Tevens geven de risiconormen alleen de kans weer om als direct gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen te overlijden. Gezondheidsschade en de kans op verwonding of materiële schade zijn daarin niet meegenomen. Er is in het BEVI geen harde norm voor het groepsrisico vastgesteld. Voor het groepsrisico geldt geen norm maar slechts een oriënterende waarde. Er is sprake van een verantwoordingsplicht in geval van een toename van het groepsrisico. Risicokaart Aan hand van de Risicokaart is een inventarisatie verricht van risicobronnen in en rond het plangebied.

Op de Risicokaart staan meerdere soorten risico's, zoals ongevallen met brandbare, explosieve en giftige stoffen, grote branden of verstoring van de openbare orde.

bestemmingsplan Bestemmingsplan Buurse en St. Isidorushoeve, partiële herziening De Noor - Oost NL.IMRO.0158.BP1213-0002

29

In totaal worden op de Risicokaart dertien soorten rampen weergegeven. Toets

Figuur 4.3: uitsnede risicokaart (bron: Atlas Leefomgeving) Uit de inventarisatie van de Risicokaart die in figuur 4.3 is opgenomen, blijkt dat binnen een straal van circa 600 meter van het plangebied (rode ster) geen risicobronnen op basis van de externe veiligheid zijn gelegen. De dichtstbijzijnde risicobron ligt aan de Reinksweg 10 Z met diverse risico contouren (PR10-6, brandaandachtsgebied, explosieaandachtsgebied), maar het plangebied ligt ver buiten deze contouren. Derhalve geldt dat het plangebied: zich niet bevindt binnen de risicocontour van Bevi- en Brzo-inrichtingen, danwel inrichtingen die vallen onder het Vuurwerkbesluit (plaatsgebonden risico); zich niet bevindt binnen een gebied waarbinnen een verantwoording van het groepsrisico nodig is; niet is gelegen binnen de veiligheidsafstanden van het vervoer gevaarlijke stoffen; niet is gelegen binnen de veiligheidsafstanden van buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Conclusie De nieuwe woningen zullen geen gevaarlijke situaties ondervinden van risicobronnen. Het aspect 'Externe veiligheid' vormt voor onderhavige ontwikkeling geen belemmering.

4.8

Water

Een belangrijk instrument om waterbelangen in ruimtelijke plannen te waarborgen is de watertoets, die sinds 1 november 2003 wettelijk is verankerd. Initiatiefnemers zijn verplicht in ruimtelijke plannen een beschrijving op te nemen van de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. Het doel van de wettelijk verplichte watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater). Waterbeleid De Europese Kaderrichtlijn Water is richtinggevend voor de bescherming van de oppervlaktewaterkwaliteit in de landen in de Europese Unie. Aan alle oppervlaktewateren in een stroomgebied worden kwaliteitsdoelen gesteld. Ruimtelijk relevant rijksbeleid is verwoord in de Nationale Omgevingsvisie en het Nationaal Waterplan (inclusief de stroomgebiedbeheerplannen).

bestemmingsplan Bestemmingsplan Buurse en St. Isidorushoeve, partiële herziening De Noor - Oost NL.IMRO.0158.BP1213-0002

30

Op verschillende bestuursniveaus zijn de afgelopen jaren beleidsnota's verschenen aangaande de waterhuishouding, allen met als doel een duurzaam waterbeheer (kwalitatief en kwantitatief). Deze paragraaf geeft een overzicht van de relevante nota's. Europa Kaderrichtlijn Water (KRW). Nationaal Nationaal Water Programma 2022-2027 (NW); Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW); Deltaprogramma; Waterwet. Provinciaal Omgevingsvisie Gelderland; Omgevingsverordening Gelderland. Regionaal / lokaal Waterbeheerprogramma 2022-2027 Rijn en IJssel Het waterschap Rijn en IJssel zorgt voor het water in de omgeving. Vanuit het leidend principe ‘Water en mens in hun element’ draagt het waterschap bij aan ruimtelijke kwaliteit en een duurzame leefomgeving. De zorg voor waterveiligheid, schoon water en voldoende water vraagt structureel aandacht en is continu in beweging. Dat doet het waterschap door het (grond)waterpeil te beheren, rioolwater te zuiveren en te zorgen voor schoon water in beken, sloten en rivieren en stevige dijken. Dit wordt gedaan met diepgewortelde vak- en gebiedskennis en door het verbinden van beleid én uitvoering. Het waterschap werkt met een ondernemende houding, gericht op maatschappelijk toegevoegde waarde, in samenwerking met haar partners en inwoners in de Achterhoek, de Liemers en Overijssel, wendbaar en gebied-nabij.

Ondanks dat er veel verandert in en rond het water, blijven de kerntaken van het waterschap in ieder geval: het peilbeheer van grond- en oppervlaktewater het onderhouden en beheren van de waterkeringen en watergangen het transporteren en zuiveren van afvalwater het verbeteren van de waterkwaliteit de vergunningverlening, toezicht en handhaving. Daarbovenop ziet het waterschap voor de periode 2022-2027 als belangrijkste speerpunt de opgave om haar gebied veerkrachtiger te maken tegen klimaatverandering. Hiervoor wordt naar een andere belans van vasthouden-bergen-afvoeren (vooraadbeheer) toegewerkt, rekening houdend met de meest recente inzichten over de snelheid van klimaatverandering. Wij investeren gebiedsbreed in een toename van de veerkracht, anticiperend op de nieuwe inzichten over de snelheid van klimaatverandering richting 2050. Het waterschap Rijn en IJssel is dus primair verantwoordelijk voor de waterhuishouding in het plangebied. Onder de verantwoordelijkheden vallen onder andere beveiliging tegen hoog water, peilbeheer en aan- en afvoer van water. Daarnaast wordt geadviseerd hoe om te gaan met hemelwater. De gemeente heeft een zorgplicht voor de inzameling, transport en verwerking van stedelijk afvalwater en regenwater en voor de aanpak van grondwaterproblemen.

Water in het plangebied/waterparagraaf Ruimtelijke ordening en water zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden en worden sterk beïnvloed door de klimaatverandering. Er is meer ruimte nodig voor water, omdat klimaatverandering zorgt voor hoge piekafvoeren in de zomer en een gemiddeld hogere waterafvoer in de winter. Het gaat ook om langduriger periodes van droogte en om extreem warm weer, waar vooral stedelijk gebied last van kan hebben. Ook veranderingen in ruimtegebruik hebben gevolgen voor het waterbeheer. Het waterschap wil vroegtijdig meedenken over plannen en ontwikkelingen om samen met de gemeente en andere partners te zoeken naar de bijdrage die water kan leveren aan de verbetering van de leefomgeving. Waterschap Rijn en IJssel werkt hierbij vanuit het Waterbeheerprogramma 2022-2027 waarin het taakgebied, de doelen en de maatregelen die het waterschap tot en met 2027 voor ogen heeft, staan beschreven. Een kompas voor de langere termijn biedt de Watervisie 2030. Beide documenten bieden een samenwerkingsagenda voor ieder die op het gebied van water een belang of betrokkenheid heeft.

bestemmingsplan Bestemmingsplan Buurse en St. Isidorushoeve, partiële herziening De Noor - Oost NL.IMRO.0158.BP1213-0002

31

Het waterschap laat in het waterbeheerprogramma zien welke ontwikkelingen voor het waterbeheer van belang zijn en welke accenten in de samenwerking met de partners belangrijk zijn. Het waterschap heeft de werkzaamheden voor het waterbeheerprogramma weergegeven in vier thema's: klimaatrobuust gebied; Veilig gebied; Circulaire Economie en Energietransitie; Gezone leefomgeving. Het waterschap werkt met de gemeente samen aan een goede ruimtelijke ordening via het proces van de Watertoets. Wateradvies Op 5 december 2023 is de Digitale Watertoets (www.dewatertoets.nl) verricht, zie Bijlage 4. De aanvraag is gestart. Er is nog geen reactie verkregen van het waterschap.

4.9

Ecologie

Bij een ruimtelijk plan moeten de gevolgen van de voorgenomen ontwikkeling met betrekking tot aanwezige natuurwaarden in beeld worden gebracht. Daarbij wordt ingegaan op de relatie van het plan met beschermde gebieden, beschermde soorten, en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). De wettelijke kaders hiervoor worden gevormd door Europese richtlijnen (Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn), nationale regelgeving (Wet natuurbescherming) en provinciale regelgeving (NNN in provinciale verordening). Toetsing Natuurnetwerk Nederland In figuur 4.4 wordt de globale ligging van het plangebied (rode ster) ten opzichte van dichtstbijzijnde gronden binnen het NNN weergegeven. Het plangebied ligt niet in het NNN. Dichtstbijzijnde gronden die tot het NNN behoren, liggen op circa 430 meter afstand van het plangebied. Omdat het plangebied buiten het NNN ligt, hoeft voorgenomen initiatief niet getoetst te worden aan provinciaal beleid t.a.v. NNN. Bovendien kent het NNN geen externe werking.

Figuur 4.4: ligging plangebied t.o.v. gronden binnen het NNN (bron: Atlas Leefomgeving)

bestemmingsplan Bestemmingsplan Buurse en St. Isidorushoeve, partiële herziening De Noor - Oost NL.IMRO.0158.BP1213-0002

32

Natura 2000-gebied In figuur 4.5 wordt de globale ligging van het plangebied (rode ster) ten opzichte van het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied 'Buurserzand & Haaksbergerveen' en dichtstbijzijnde stikstofgevoelige gronden binnen het betreffende Natura 2000-gebied weergegeven. Het plangebied behoort niet tot Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied 'Buurserzand & Haaksbergerveen' ligt op circa 995 meter afstand. Echter ligt de dichtstbijzijnde stikstofgevoelige natuur op grotere afstand, namelijk op circa 1430 meter van het plangebied. Het plangebied is niet zichtbaar vanuit Natura 2000-gebied. Negatieve effecten, zoals geluid, licht en optische verstoring zijn daarom niet aan de orde. Ook zijn in het Natura 2000-gebied geen negatieve effecten, zoals trillingen waarneembaar. Negatieve effecten op Natura 2000-gebied kunnen uitgesloten worden. Ten behoeve van de totale ontwikkeling wordt materieel met een verbrandingsmotor ingezet en vindt er een tijdelijke toename plaats van verkeersbewegingen als gevolg van de afvoer van sloopafval, de aanvoer van bouwmateriaal en vervoer van materieel en personeel. Gelet op de afstand tussen het plangebied en het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied, kan een negatief effect op Natura 2000-gebied, als gevolg van de depositie van stikstofoxiden in Natura 2000-gebied, op voorhand uitgesloten worden.

Daarom hoeft voor de ontwikkelfase geen stikstofberekening uitgevoerd te worden. Het aantal verkeersbewegingen neemt door het bewonen van nieuwe woningen op het perceel mogelijk toe ten opzichte van de huidige situatie. Gelet op de afstand tot het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied kan een negatief effect op Natura 2000-gebied, als gevolg van de emissie van stikstofoxiden tijdens de gebruiksfase, op voorhand uitgesloten worden. Daarom hoeft er voor de gebruiksfase geen stikstofberekening uitgevoerd te worden.

Figuur 4.5: ligging plangebied t.o.v. gronden binnen Natura 2000-gebied (bron: AERIUS calculator 2023) Soortenbescherming Het plangebied behoort tot functioneel leefgebied van verschillende vogelsoorten. Vogels benutten het plangebied als foerageergebied en er nestelen mogelijk vogels in de beplanting op het terrein. Als gevolg van het rooien van de beplanting wordt mogelijk een bezet vogelnest verstoord, beschadigd of vernield. Voor de vogels die in het plangebied nestelen geldt dat uitsluitend het bezette nest beschermd is, niet het oude nest of de nestplaats.

bestemmingsplan Bestemmingsplan Buurse en St. Isidorushoeve, partiële herziening De Noor - Oost NL.IMRO.0158.BP1213-0002

33

Bezette vogelnesten zijn beschermd en mogen niet beschadigd of vernield worden. Voor het beschadigen of vernielen van een bezet nest (eieren) of het doden van een vogel kan geen Omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit verkregen worden omdat de voorgenomen activiteiten niet als een in de wet genoemd belang worden beschouwd. Het verwijderen van beplanting dient buiten de voortplantingsperiode van vogels uitgevoerd te worden. De meest geschikte periode om de voorgenomen activiteiten uit te voeren is augustus-februari. Mogelijk wordt een beschermd grondgebonden zoogdier gedood en wordt een vaste rusts- of voortplantingsplaats beschadigd of vernield, als gevolg van uitvoering van de voorgenomen activiteiten. Voor de grondgebonden zoogdieren, die een vaste rust- en/of voortplantingsplaats in het plangebied bezetten, geldt een vrijstelling van de verbodsbepaling ‘beschadigen/vernielen van vaste rust- of voortplantingsplaatsen’. Voor het doden van beschermde grondgebonden zoogdieren geldt geen vrijstelling. Om te voorkomen dat beschermde grondgebonden zoogdieren opzettelijk gedood worden, dienen ze weggevangen te worden, of dient het werkterrein natuurvrij gemaakt te worden, zodat de dieren op eigen beweging vertrekken. Voor het natuurvrij maken van het werkterrein is geen Omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit vereist.

Indien er zorgvuldig gehandeld wordt, worden er geen beschermde grondgebonden zoogdieren gedood. Conclusie Het aspect 'Ecologie' vormt geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling, mits de werkzaamheden worden afgestemd op de voortplantingsperiode van vogels (of broedvogelscan uitvoeren) en geen beschermde grondgebonden zoogdieren worden gedood door zorgvuldig te werken, dieren weg te vangen of het werkterrein natuurvrij te maken.

4.10

Archeologie en Cultuurhistorie

Nederland heeft in 1992 het verdrag van Malta ondertekend. Het verdrag van Malta heeft als doel het archeologisch erfgoed in de bodem beter te beschermen. Voor gebieden waar archeologische waarden voorkomen of waar een reële verwachting bestaat dat er archeologische waarden aanwezig zijn dient er een archeologisch onderzoek uit te worden gevoerd, voordat er bodemingrepen plaatsvinden. Op 1 juli 2016 is de Erfgoedwet in werking getreden ter vervanging van de Monumentenwet 1988. Een deel van de monumentenwet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze in werking treedt. Tot die tijd blijven deze onderdelen van de Monumentenwet 1988 gelden als overgangsrecht binnen de Erfgoedwet. Gemeenten hebben een archeologische zorgplicht en initiatiefnemers van projecten waarbij de bodem wordt verstoord zijn verplicht rekening te houden met de archeologische relicten die in het plangebied aanwezig (kunnen) zijn. Hiervoor is onderzoek noodzakelijk: het archeologisch vooronderzoek. Als blijkt dat in het plangebied behoudenswaardige archeologische vindplaatsen aanwezig zijn, dan kan de initiatiefnemer verplicht worden hiermee rekening te houden.

Dit kan leiden tot een aanpassing van de plannen, waardoor de vindplaatsen behouden blijven, of tot een archeologische opgraving en publicatie van de resultaten. Archeologie Voor het plangebied geldt op basis van het vigerende bestemmingsplan de dubbelbestemming 'Waarde - Hoge archeologische verwachting'. Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren over een oppervlakte groter dan 2.500 m² en dieper dan 0,4 meter. Toets Het gebied waarbinnen grondroerende werkzaamheden uitgevoerd zullen worden, is kleiner dan 2.500 m². Formeel gezien is een omgevingsvergunning en het uitvoeren van een archeologisch onderzoek niet noodzakelijk. Desondanks is er toch een archeologisch onderzoek uitgevoerd om de archeologische waarden van de gronden binnen het plangbied vast te stellen. Het onderzoek is als Bijlage 6 opgenomen bij deze toelichting. In de volgende alinea's worden de conclusies beschreven. Voor de concrete inhoud wordt verwezen naar Bijlage 6. Het plangebied is in het archeologische onderzoek aangemerkt als deelgebied 2. Ter plaatse zijn geen intacte bodems aangetroffen (m.u.v. de slootvulling), waardoor geen relevante archeologische niveaus of oude cultuurlagen (bodemverstoring) meer aanwezig zijn. Een nader onderzoek is derhalve niet noodzakelijk.

bestemmingsplan Bestemmingsplan Buurse en St. Isidorushoeve, partiële herziening De Noor - Oost NL.IMRO.0158.BP1213-0002

34

Cultuurhistorie Onder cultuurhistorische waarden worden alle structuren, elementen en gebieden bedoeld die cultuurhistorisch van belang zijn. Zij vertellen iets over de ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap. Vaak is er een sterke relatie tussen aardkundige aspecten en cultuurhistorische aspecten. De bescherming van cultuurhistorische elementen is vastgelegd in de Monumentenwet 1988 (die nog geldt als overgangsrecht binnen de Erfgoedwet). Deze wet is vooral gericht op het behouden van historische elementen voor latere generaties. Toets De cultuurhistorische waarden van Buurse zijn beschreven in paragraaf 2.1 bij deze toelichting. Voorts is in paragraaf 3.2.3 beschreven dat het plangebied in de bebouwde kom ligt, waardoor de kenmerkende structuren van het essenlandschap niet (meer) zichtbaar zijn. Er zal worden gebouwd met respect voor en bijdragend aan de aanwezige bebouwingsstructuren in de omgeving. Daarnaast zijn er binnen het plangebied geen historische panden aanwezig die als gemeentelijk of rijks monument zijn aangewezen. Een aantasting van monumenten of cultuurhistorische waarden door de voorgenomen activiteiten is daarom niet aan de orde. Conclusie Binnen het plangebied worden geen archeologische of cultuurhistorische waarden geschaad. De aspecten 'Archeologie en Cultuurhistorie' vormen voor onderhavige ontwikkeling geen belemmering.

4.11

Verkeer / parkeren

Verkeer Het plangebied wordt ontsloten via een ontsluitingspad met keermogelijkheid binnen het plangebied dat verbonden is met De Noor, een doodlopende weg. Gelet op dat De Noor een doodlopende weg is, wordt deze weg enkel gebruikt voor bestemmingverkeer. Door de wijziging van het plangebied wordt dit niet anders. De Noor zal nog steeds enkel voor bestemmingverkeer gebruikt worden. Een beperkte toename van verkeersbewegingen door gebruik van de woningen, waarbij het gaat om dagelijks maximaal 39 verkeersbewegingen (uitgaande van CROW uitgave 381, niet stedelijk, rest bebouwde kom, koop huis tussen/hoek), kan via de huidige infrastructuur worden afgewikkeld. De Brandweer Twente die onderdeel is van de Veiligheidsregio Twente heeft aangegeven dat het plan kan voldoen. Een aanvullend onderzoek wordt derhalve niet noodzakelijk geacht. Parkeren Ten aanzien van de parkeerbehoefte wordt opgemerkt dat voor rijwoningen in de gemeente Haaksbergen een parkeerbehoefte van 1,8 parkeerplaatsen per woning wordt gehanteerd. Met een totaal van vijf rijwoningen, dient het plan te voorzien in 9 parkeerplaatsen. Zoals in figuur 2.3 te zien is, is er in het stedenbouwkundige ontwerp ruimte opgenomen voor het parkeren van minimaal 9 auto's. Een aanvullend onderzoek wordt derhalve niet noodzakelijk geacht.

Conclusie Gelet op het vorenstaande wordt vanuit de aspecten belemmeringen verwacht voor de onderhavige ontwikkeling.

'Verkeer' en 'Parkeren' geen

bestemmingsplan Bestemmingsplan Buurse en St. Isidorushoeve, partiële herziening De Noor - Oost NL.IMRO.0158.BP1213-0002

35

Hoofdstuk 5 5.1

Juridische toelichting

Planopzet en systematiek

De in Hoofdstuk 2 beschreven planopzet is juridisch-planologisch vertaald in een bestemmingsregeling, die bindend is voor overheid, bedrijven en burgers. Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding (plankaart) en regels en is voorzien van een toelichting. De regels en verbeelding (plankaart) vormen het juridisch bindende deel. Op de verbeelding worden de toegekende bestemmingen en aanduidingen visueel weergegeven. De regels bevatten het juridische instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De toelichting heeft zelf geen juridische bindende werking, maar moet worden beschouwd als handvat voor de uitleg en de onderbouwing van de opgenomen bestemmingen.

5.2

Toelichting op de regels

5.2.1

Opbouw

In deze paragraaf wordt de systematiek van de regels en de wijze waarop de regels gehanteerd dienen te worden, uiteengezet. De regels van het plan bestaan uit vier hoofdstukken, waarin achtereenvolgens de inleidende regels, de bestemmingsregels, de algemene regels en de overgangs- en slotregels aan de orde komen. Voor de systematiek is aangesloten op de SVBP2012, zoals verplicht is sinds 1 juli 2013. Dit houdt onder meer in dat het plan IMRO-gecodeerd wordt opgeleverd. Tevens is aangesloten op het moederplan 'Bestemmingsplan Buurse en St. Isidorushoeve'. Navolgend wordt de opbouw, indeling en systematiek van de regels kort toegelicht. Inleidende regels Begrippen In deze bepaling zijn omschrijvingen gegeven van de in het bestemmingsplan gebruikte begrippen. Deze worden opgenomen om interpretatieverschillen te voorkomen. Begripsbepalingen zijn alleen nodig voor begrippen die gebruikt worden in de regels en die tot verwarring kunnen leiden of voor meerdere uitleg vatbaar zijn. Wijze van meten Om op een eenduidige manier afstanden, oppervlakten en inhoud van gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde, te bepalen wordt in de wijze van meten uitleg gegeven wat onder de diverse begrippen wordt verstaan. Ten aanzien van de wijze van meten op de verbeelding (plankaart) geldt steeds dat het hart van een lijn moet worden aangehouden.

Bestemmingsregels De opbouw van de bestemmingen ziet er als volgt uit: Bestemmingsomschrijving: De omschrijving van de doeleinden. Hierbij gaat het in beginsel om een beschrijving van de aan de grond toegekende functies; Bouwregels: In de bouwregels worden voor alle bouwwerken de van toepassing zijnde bebouwingsregels geregeld. Waar en met welke maatvoering mag worden gebouwd, wordt hier vastgelegd. Indien mogelijk wordt verwezen naar bouwvlakken en aanduidingen op de verbeelding (plankaart); Nadere eisen: Regels voor het bevoegd gezag waarmee nadere eisen aan de plaats en afmetingen van de bebouwing gesteld kunnen worden; Afwijken van de bouwregels: Bij een omgevingsvergunning kan onder voorwaarden worden afgeweken van de bouwregels ten aanzien van het oppervlak en de vorm van bijbehorende bouwwerken; Specifieke gebruiksregels:

bestemmingsplan Bestemmingsplan Buurse en St. Isidorushoeve, partiële herziening De Noor - Oost NL.IMRO.0158.BP1213-0002

36

In dit onderdeel is aangegeven welke vormen van gebruik in ieder geval zijn toegestaan dan wel strijdig zijn met de bestemming. Daarbij zijn niet alle mogelijke toegestane en strijdige gebruiksvormen genoemd, maar alleen die functies, waarvan het niet op voorhand duidelijk is. Het gaat hierbij in feite om een aanvulling/verduidelijking op de in de bestemmingsomschrijving genoemde functies; Afwijken van de gebruiksregels: Bij een omgevingsvergunning kan onder voorwaarden worden afgeweken van het in de bestemmingsomschrijving beschreven gebruik van hoofdgebouwen. Algemene regels Anti-dubbeltelregel: Deze bepaling is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld; Algemene bouwregels: In dit artikel worden de algemene bouwregels voor het bouwen beschreven, onverminderd het bepaalde in de overige artikelen; Algemene gebruiksregels: Deze bepaling bevat een opsomming van strijdig gebruik van gronden en bouwwerken in algemene zin; Algemene afwijkingsregels: In deze bepaling is aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven om af te wijken van bepaalde, in het bestemmingsplan geregelde, onderwerpen.

De criteria, die bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven; Algemene procedureregels Deze bepaling bevat regels omtrent de voorbereidingsprocedure voor het nemen van een besluit tot het stellen van een nadere eis; Overige regels: Hier staan regels geformuleerd ten aanzien van bijvoorbeeld welstand en wegverkeerslawaai en er wordt de mogelijkheid geboden om nadere eisen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing. Overgangs- en slotregels Overgangsrecht: Bouwwerken welke op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan bestaan (of waarvoor een bouwvergunning is aangevraagd) mogen blijven bestaan, ook al is er strijd met de bebouwingsregels. De overgangsbepaling houdt niet in dat het bestaand, illegaal opgerichte, bouwwerk legaal wordt, noch brengt het met zich mee dat voor een dergelijk bouwwerk alsnog een bouwvergunning kan worden verleend. Burgemeester en wethouders kunnen in beginsel dus nog gewoon gebruik maken van hun handhavingsbevoegdheid. Het overgangsrecht is opgenomen zoals opgenomen in artikel 3.2.1 Bro. Het gebruik van de grond en opstallen, dat afwijkt van de regels op het moment van inwerkingtreding van het plan mag eveneens worden voortgezet; Slotregel: Deze bepaling geeft aan op welke manier de regels kunnen worden aangehaald. 5.2.2

Bestemmingen

Naast de inleidende regels (begrippen en wijze van meten), algemene regels (zoals bouwregels, gebruiksregels en proceduregels) en de overgangs- en slotregels, zijn de volgende bestemmingen in dit plan opgenomen: Bestemmingen Groen (Artikel 3) De bestemming 'Groen' is opgenomen in het voorliggende bestemmingsplan voor de diverse groenvoorzieningen, parkeervoorzieningen, de wadi en voor de ontsluiting binnen het plangebied. Er mogen op de voor 'Groen' aangewezen gronden uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten dienste van de bestemming worden gebouwd, mits in overeenstemming

bestemmingsplan Bestemmingsplan Buurse en St. Isidorushoeve, partiële herziening De Noor - Oost NL.IMRO.0158.BP1213-0002

37

met de daarvoor geldende regels. Voor het overige en voor zover relevant, gelden de regels uit het moederplan. Tuin (Artikel 4) De bestemming 'Tuin' is opgenomen in het voorliggende bestemmingsplan ten behoeve van de tuin van de woningen voor de voorgevel, zoals dat ook het geval is bij de omliggende woningen in Buurse. Op de voor 'Tuin' aangewezen gronden mag een erker worden gebouwd voor bij de woning, mits in overeenstemming met de daarvoor geldende regels. Ook is mogelijk om bouwwerken, geen gebouwen zijnde, te bouwen, mits in overeenstemming met de daarvoor geldende regels. Het bevoegd gezag heeft de bevoegdheid om een nadere eis te stellen ten aanzien van de plaats en afmetingen van de bebouwing. Hiervoor geldt de voorbereidingsprocedure als opgenomen in Artikel 12 bij de regels van dit bestemmingsplan. Voor het overige en voor zover relevant, gelden de regels uit het moederplan. Verkeer - Openbaar erf (Artikel 5) De bestemming 'Verkeer - Openbaar erf' is opgenomen in het voorliggende bestemmingsplan ten behoeve van het ontsluitingspad binnen het plangebied, waar onder andere ook parkeer-, groen-, speel- en waterhuishoudkundige voorzieningen zijn toegestaan. Tevens zijn uitingen van beeldende kunst toegestaan. Het bevoegd gezag heeft de bevoegdheid om een nadere eis te stellen ten aanzien van de plaats en afmetingen van de bebouwing.

Hiervoor geldt de voorbereidingsprocedure als opgenomen in Artikel 12 bij de regels van dit bestemmingsplan. Voor het overige en voor zover relevant, gelden de regels uit het moederplan. Wonen - Woonhuizen (Artikel 6) De bestemming 'Woon - Woonhuizen' is opgenomen in het voorliggende bestemmingsplan ten behoeve van de vijf woningen. Op de voor 'Wonen - Woonhuizen' aangewezen gronden mogen zowel gebouwen als bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten dienste van de bestemming worden gebouwd. Er mogen maximaal vijf woningen gebouwd worden. Opgemerkt dient te worden dat de goothoogte maximaal 4 meter mag bedragen en de bouwhoogte maximaal 12 meter mag bedragen. Tevens moet worden opgemerkt dat ter plaatse van de aanduiding 'gevellijn' een hoofdgebouw in de naar de gevellijn gekeerde bouwgrens een dove gevel moet hebben. Hiervan kan met een omgevingsvergunning worden afgeweken, indien is aangetoond dat de maximale toelaatbare binnenniveau in de woning 33 dB bedraagt. Voor het overige en voor zover relevant, gelden de regels uit het moederplan. Dubbelbestemming Waarde - Hoge archeologische verwachting (Artikel 7) De voor 'Waarde - Hoge archeologische verwachting' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming van de aan de grond eigen zijnde archeologische waarden.

bestemmingsplan Bestemmingsplan Buurse en St. Isidorushoeve, partiële herziening De Noor - Oost NL.IMRO.0158.BP1213-0002

38

Hoofdstuk 6

Economische uitvoerbaarheid

Bij de voorbereiding van een ontwerpbestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6, eerste lid, sub f van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) onderzoek plaats te vinden naar de uitvoerbaarheid van het plan. Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk bestemmingsplan. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. De gemeente Haaksbergen zal de woningen zelf ontwikkelen, waardoor de kosten voor eigen rekening komen. Een exploitatieplan is daarom niet noodzakelijk.

bestemmingsplan Bestemmingsplan Buurse en St. Isidorushoeve, partiële herziening De Noor - Oost NL.IMRO.0158.BP1213-0002

39

Hoofdstuk 7 7.1

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Vooroverleg

Artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) schrijft voor dat het bestuursorgaan, dat belast is met de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg pleegt met instanties, zoals gemeenten, waterschappen, provinciale diensten en Rijk, die betrokken zijn bij de zorg voor ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Geoordeeld wordt dat dit bestemmingsplan geen nationale belangen schaadt. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk. Provincie Overijssel Conform de door de provincie Overijssel opgestelde uitzonderingslijst op 12 april 2023 is vooroverleg met de provincie tot en met elf woningen met bijbehorende voorzieningen zoals wegen en groen, en in lijn met de regionale Woonagenda's Twente en West-Overijssel 2021-2025 in kernen met een inwoneraantal van meer dan 1.000 inwoners, niet vereist. Aangezien Buurse een inwoneraantal heeft van ongeveer 1.500 inwoners, is vooroverleg met de provincie Overijssel niet noodzakelijk. Waterschap Rijn en IJssel Op 5 december 2023 is het plan via de digitale watertoets kenbaar gemaakt bij het waterschap Rijn en IJssel.

Hiermee is voldaan aan het verplichte vooroverleg. Er is nog geen reactie verkregen.

7.2

Zienswijzen

Het ontwerpbestemmingsplan heeft met ingang van 21 december 2023 voor een periode van zes weken ter inzage gelegen. Binnen deze periode kon een ieder zijn of haar zienswijze ten aanzien van dit bestemmingsplan kenbaar maken. Tijdens de termijn van de terinzagelegging zijn zienswijzen binnengekomen. Naar aanleiding hiervan is besloten om het bestemmingsplan gewijzigd vast te stellen.

bestemmingsplan Bestemmingsplan Buurse en St. Isidorushoeve, partiële herziening De Noor - Oost NL.IMRO.0158.BP1213-0002

40

Bijlagen bij de toelichting

bestemmingsplan Bestemmingsplan Buurse en St. Isidorushoeve, partiële herziening De Noor - Oost NL.IMRO.0158.BP1213-0002

41

Bijlage 1

Akoestisch onderzoek

bestemmingsplan Bestemmingsplan Buurse en St. Isidorushoeve, partiële herziening De Noor - Oost NL.IMRO.0158.BP1213-0002

42

Ad Fontem Ruimtelijk Advies

Aanslagsweg 22

De heer Y Yildirim

7622 LD Borne

Stationsstraat 37 7622 LW BORNE

telefoon e-mail

datum

ons kenmerk

29 april 2024

B02.24.075.RM

Projectnummer

24.075

onderwerp

internet

06-10556500 info@munsterhuisgeluidsadvies.nl www.munsterhuisgeluidsadvies.nl

Sportvelden stemgeluid versus plan De Noor te Buurse

Geachte heer Yildirim, Hierbij zenden wij jullie de resultaten van het uitgevoerde akoestisch onderzoek voor een nieuwbouwplan betreffende 5 woningen gelegen aan De Noor te Buurse.

Inleiding Initiatiefnemer heeft het voornemen om aan De Noor 5 grondgebonden woningen te realiseren. Een situatietekening is onderstaand weergegeven. Ten zuidoosten van het plan zijn de voetbalvelden van Buurse gelegen. Direct naast het plan is een trainingsveld gelegen.

Middels dit onderzoek dient te worden onderzocht of ter plaatse van de nieuwe woningen sprake blijft van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. De geprojecteerde woningen, noordelijk van het bestaande voetbalcomplex, vallen binnen gebied waar de richtafstand 50 meter is. In het akoestisch onderzoek wordt voor de representatieve bedrijfssituatie de nadruk gelegd op: •

menselijk stemgeluid en het geluid van het voetbalspel op de veld 2.

bank

ING-bank 65.20.43.232

k.v.k.

64846148

Projectnummer

24.075

Pagina

2 van 6

Toetsingskader Het akoestisch onderzoek is als input voor een wijziging van het Omgevingsplan. De gemeente heeft op dit moment een tijdelijk Omgevingsplan waarbij een overgangsrecht van toepassing is. Voor onderhavige situatie zijn de grenswaarden voor geluid uit het tijdelijk deel van het omgevingsplan van kracht (Bruidsschat omgevingsplan). In deze Bruidsschat zijn onder andere geluidnormen uit het Activiteitenbesluit opgenomen welke van toepassing zijn.

Omdat de normen in het Activiteitenbesluit mede zijn gebaseerd op uitsluitingen (o.a. stemgeluid) zoals genoemd in artikel 2.18 is dit geen passend toetsingskader voor een ruimtelijke proces. Om te bepalen of ter plaatse van de geplande woningen ten gevolge van het voetbalvelden een acceptabel woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd is in deze rapportage gekozen om aan te sluiten bij de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering. Deze methodiek maakt gebruik van richtafstanden voor verschillende bedrijfscategorieën. De VNG-publicatie kent een richtafstand voor sportparken met verlichting van 50 meter. De methodiek kent de volgende drie stappen.

De nieuwe systematiek is nog niet van toepassing. Nieuwe systematiek voor milieuzonering onderscheid voor geluid een viertal zones met oplopende geluidruimte. De normen zijn afgeleid van de gebiedsgerichte normen uit de Handreiking industrielawaai en vergunningverlening en bijlage 5 van de VNG-publicatie bedrijven en milieuzonering: 45 dB(A) etmaalwaarde voor een rustige woonwijk 50 dB(A) etmaalwaarde voor een woonwijk in de stad/gemengd gebied. Onderstaand is het stappenplan doorlopen die voor onderhavige nieuwe situatie van toepassing is.

De VNG- publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ is een algemeen geaccepteerd hulpmiddel in de ruimtelijke ordening. In de publicatie wordt voor een aantal milieuaspecten per milieucategorie een indicatieve afstand aangegeven die aangehouden voor beoordeling bij ruimtelijke ontwikkelingen. Deze afstanden zijn van belang wanneer in de directe nabijheid van geluidsgevoelige bestemmingen zoals woningen een bedrijf wordt gerealiseerd

In bijlage 5 van ‘Bedrijven en milieuzonering’ wordt een stappenplan omschreven om de geluidhinder te beoordelen. In stap 1 wordt onderzocht of er geluidsgevoelige bestemmingen binnen de richtafstand liggen. Voor sportvelden met verlichting (SBI-code 931, milieucategorie 3.1) wordt voor geluid een indicatieve afstand van 50 meter aangegeven voor het omgevingstype ‘rustige woonwijk’. Voor de locatie van het plangebied kan aangesloten worden bij de gebiedstypering ‘rustige woonwijk’.

Projectnummer

24.075

Pagina

3 van 6

In stap 2 worden de beoordelingsniveaus geformuleerd. Voor het gebiedstype ’rustige woonwijk’ gelden de volgende niveaus: -

45 dB(A) langtijdgemiddelde beoordelingsniveau;

-

65 dB(A) maximale (piekgeluiden) exclusief piekgeluiden door laad en losactiviteiten;

-

50 dB(A) ten gevolge van verkeersaantrekkende werking.

Stap 3 Indien stap 2 niet toereikend is: -

Bij een geluidsbelasting op woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen in gebiedstype rustige woonwijk van maximaal: - 50 dB(A) langtijdgemiddeld beoordelingsniveaus; - 70 dB(A) maximaal (piekgeluiden); - 50 dB(A) ten gevolge van verkeersaantrekkende werking en;

-

Bij een geluidsbelasting op woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen in het gebiedstype gemengd gebied van maximaal: - 55 dB(A) langtijdgemiddeld beoordelingsniveaus; - 70 dB(A) maximaal (piekgeluiden) exclusief piekgeluiden door aan- en afrijdend verkeer; - 65 dB(A) ten gevolge van verkeersaantrekkende werking;

-

Buitenplanse inpassing is mogelijk. Het bevoegd gezag dient echter te motiveren waarom het deze geluidsbelasting in de concrete situatie acceptabel acht, waarbij tevens de cumulatie met eventueel reeds aanwezige geluidsbelasting moet worden betrokken.

In deze situatie wordt gebruik gemaakt van de normstelling voor een rustige woonwijk uit stap 3.

Representatieve situatie en uitgangspunten Situatie Het blijkt de er twee velden aanwezig zijn en een klein veld. Voor het onderzoek is alleen het (trainings-)veld van toepassing dat direct naast het plangebied is gelegen.

Uitgangspunten Opgemerkt dient te worden dat het betreffende (trainings-)veld zeer incidenteel gebruikt wordt. In het onderhavig onderzoek gaat het om een hypothetische veronderstelling van 2 trainingen per avond (maximale planinvulling). Ik zou hiervoor een mix aanhouden van trainingen. In het onderhavig onderzoek is uitgegaan van gebruik van het trainingsveld in de dagperiode 4 uur en in de avondperiode gedurende 3 uur (van 19.00 uur tot 22.00 uur).

Projectnummer

24.075

Pagina

4 van 6

Het akoestisch onderzoek is uitgevoerd volgens Handleiding meten en rekenen industrielawaai van 1999 (HMRI 1999). De berekeningen zijn uitgevoerd met behulp van het softwareprogramma Geomilieu versie 2023.3 van DGMR.

Ten aanzien van de geluidemissie van voornoemde activiteiten is gebruik gemaakt van de VDI Richtlijn nr. 3770 ‘Emissionskennwerte technischer Schallquellen Sport- und Freizeitanlagen’ van september 2012 (de VDI). In de VDI zijn karakteristieke geluidsvermogens opgenomen per activiteit. Deze geluidsvermogens zijn bepaald uit de resultaten van meerdere geluidsmetingen in de praktijk. De VDI geeft voor deze activiteiten de volgende equivalente geluidsvermogens (LWr,eq) per veld:

De optredende piekniveaus voor de verschillende sporten worden voornamelijk veroorzaakt door het schreeuwen van een sporter. In dit onderzoek is uitgegaan van de volgende piekgeluidsvermogens: - speler op het veld: LWr,max = 110 dB(A).

Rekenresultaten en toetsing Door middel van een overdrachtsberekening zijn de langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus en maximale geluidniveaus ter plaatse van de beoordelingspunten bepaald. De overdrachtsberekeningen zijn uitgevoerd overeenkomstig methode II.8 uit de ‘Handleiding meten en rekenen industrielawaai 1999’. Hiertoe zijn gebouwen, bodemgebieden, geluidbronnen met bijbehorende bedrijfstijden en beoordelingspunten als coördinaten in een rekenmodel ingevoerd. De invoergegevens die zijn gebruikt bij de geluidoverdrachtsberekening zijn gegeven in bijlage 2. De bijbehorende schematische ligging van objecten, bronnen en beoordelingspunten zijn weergegeven in bijlage 2, figuur 2 tot en met 6.

De beoordelingspunten zijn gelegen ter plaatse van woningen van derden en liggen op een hoogte van 1,5 meter voor de onderhavige nieuw te bouwen woning met één bouwlaag met kap, waarin van een slaapkamer op de begane grond wordt uitgegaan. De geluidniveaus zijn invallend berekend. Bij de berekening van de overdracht van geluid is uitgegaan van een afname van het geluidniveau door geometrische uitbreiding, door luchtabsorptie en door bodemabsorptie. De bodemfactor welke is gehanteerd in het model is 1 (akoestisch zacht). De bedrijfstijden van de verschillende immissierelevante geluidbronnen zijn in de berekening verdisconteerd.

Projectnummer

24.075

Pagina

5 van 6

Voor de bepaling van de maximale geluidniveaus is onderscheid gemaakt in de volgende bronnen: -

bronnen 02 - 05, LAmax= Li, maatgevende bron – Cm 110 dB(A).

In bijlage 3 en tabel 2 zijn de berekende langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus en maximale geluidniveaus op de beoordelingspunten samengevat.

Tabel 2 Geluidbelasting Beoordelingspunt

Langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus (LAr,LT) en LAmax [dB(A)] * Dag (07-19)

Avond (19-23)

Nacht (23-07)

LAr,LT

LAmax

LAr,LT

LAmax

LAr,LT

LAmax

01 Woning oostgevel

39

71

43

71

-

-

02 Woningen zuidgevel

34

68

38

68

-

-

03 Woningen westgevel

26

54

29

54

-

-

04 Woningen noordgevel

17

45

21

45

-

-

05 Woningen noordoostgevel

33

66

37

66

-

-

06 Woningen oostgevel

33

68

36

68

-

-

Uit de berekeningsresultaten blijkt dat ter plaatse van een de dichtstbijzijnde toekomstige woning van derden het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau maximaal 39 en 43 dB(A) in respectievelijk de dag en avondperiode bedraagt.

Er wordt voldaan aan de normstelling voor de langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus (50 en 45 dB(A) in de dag en avondperiode uit het Activiteitenbesluit. Uit berekeningen blijkt dat de langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus in de dag en avondperiode tijdens trainingen niet boven de normstelling uit stap 3 van de VNG-publicatie uitkomen.

Het maximale geluidniveau bedraagt maximaal 71 en 71 dB(A) in respectievelijk de dag en avondperiode. Omdat het stemgeluid buiten beschouwing gelaten mag worden, wordt er voldaan aan de geluidvoorschriften voor het maximale geluiniveau die zijn opgenomen in het activiteitenbesluit.

Uit berekeningen blijkt dat het maximale geluidniveau in de dagperiode tijdens trainingen niet boven de normstelling uit stap 3 van de VNG-publicatie uitkomen. Uit berekeningen blijkt dat het maximale geluidniveau in de avondperiode tijdens trainingen boven de normstelling uit stap 3 van de VNG-publicatie uitkomen.

Projectnummer

24.075

Pagina

6 van 6

Voor een uitgebreider overzicht van de immissieniveaus op basis waarvan de maximale geluidniveaus zijn bepaald wordt verwezen naar bijlage 3.2.

Door het toepassen van dove gevel voor de betreffende kopse woning (oostgevel) wordt er voldaan aan de normen. Immers een dove gevel kan buiten de beoordeling worden gelaten. Men zou ook kunnen overwegen geluidschermen te plaatsen langs het veld. Maar de kosten wegen niet op tegen de baten. Immers een immens scherm zou nodig zijn om in de avondperiode te kunnen voldoen.

Opgemerkt dient te worden dat het betreffende (trainings-)veld in werkelijkheid zeer incidenteel gebruikt wordt.

In onderliggend rapport zijn de geluidniveaus tijdens de representatieve bedrijfssituaties berekend, inzichtelijk gemaakt en getoetst aan de gestelde geluideisen. Het bevoegd gezag dient te beoordelen of enkele ontheffingen mogelijk zijn van de geldende geluideisen voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau en het maximale geluidniveau.

Ik verwacht u hiermee van dienst te zijn geweest.

Met vriendelijke groet,

Ing. R.P.M. Munsterhuis Munsterhuis Geluidsadvies

Bijlagen: 1 tot en met 3

Bijlage 1

Situatie en 3D

Plan woningen De Noor te Buurse

Situatie

24.075 Bijlage 1

Plan woningen De Noor te Buurse

3D

24.075 Bijlage 1

Bijlage 2

Invoergegevens

Plan woningen De Noor te Buurse

Munsterhuis Geluidsadvies

Invoergegevens, voetbalveld en beoordelingspunten

24.075 Bijlage 2 Oppervlakte bronpunten Oppervlaktebronnen Toetspunten Bodemgebieden Gebouwen Hulplijnen

463200

0m

40 m schaal = 1 : 1020

04 05 03 06

463150

02

01

463100

Voetbalspelers

463050

463000

253850 253900 HMRI, industrie, [versie 17-4-2024 - eerste model] , Geomilieu V2023.3 Licentiehouder: Munsterhuis Geluidsadvies

figuur 2

253950

254000

Plan woningen De Noor te Buurse

Munsterhuis Geluidsadvies

Beoordelingspunten

24.075 Bijlage 2 Oppervlakte bronpunten Oppervlaktebronnen Toetspunten Bodemgebieden Gebouwen Hulplijnen

0m

10 m schaal = 1 : 340

04

05

03

06

463150

02 01

253900 HMRI, industrie, [versie 17-4-2024 - eerste model] , Geomilieu V2023.3 Licentiehouder: Munsterhuis Geluidsadvies

figuur 3

Plan woningen De Noor te Buurse

Munsterhuis Geluidsadvies

Invoergegevens, beoordelingspunten en voetbalveld

24.075 Bijlage 2 Oppervlakte bronpunten Oppervlaktebronnen Toetspunten Bodemgebieden Gebouwen Hulplijnen

463200

0m

40 m schaal = 1 : 969

04 05 03 06

463150

02

01

463100

Voetbalspelers

463050

463000 253850 253900 HMRI, industrie, [versie 17-4-2024 - eerste model] , Geomilieu V2023.3 Licentiehouder: Munsterhuis Geluidsadvies

figuur 3a

253950

254000

Plan woningen De Noor te Buurse Invoergegevens, voetbalveld Model: Groep: Naam 01

eerste model (hoofdgroep) Lijst van Oppervlaktebronnen, voor rekenmethode Industrielawaai - HMRI, industrie Omschr. Hoogte Vormpunten Oppervlak Tb(u)(D) Tb(u)(A) Voetbalspelers 1,60 4 6249,82 4,0011 2,9996

Geomilieu V2023.3 Licentiehouder: Munsterhuis Geluidsadvies

23.075 Bijlage 2

Tb(u)(N) --

LwM2 31 --

LwM2 63 -37,96

LwM2 125 42,64

LwM2 250 48,14

LwM2 500 53,24

LwM2 1k 48,64

LwM2 2k 44,14

29-4-2024 15:34:36

Plan woningen De Noor te Buurse Invoergegevens, voetbalveld Model: Groep: Naam 01

eerste model (hoofdgroep) Lijst van Oppervlaktebronnen, voor rekenmethode Industrielawaai - HMRI, industrie LwM2 4k LwM2 8k LwM2 Totaal Lw Totaal Red 31 Red 63 Red 125 Red 250 40,04 -56,06 94,02 0,00 0,00 0,00 0,00

Geomilieu V2023.3 Licentiehouder: Munsterhuis Geluidsadvies

23.075 Bijlage 2

Red 500 0,00

Red 1k 0,00

Red 2k 0,00

Red 4k 0,00

Red 8k 0,00

Lwr Totaal 94,02

29-4-2024 15:34:36

Plan woningen De Noor te Buurse Invoergegevens, beoordelingspunten Model: Groep:

23.075 Bijlage 2

Naam 01 02 03 04 05

eerste model (hoofdgroep) Lijst van Toetspunten, voor rekenmethode Industrielawaai - HMRI, industrie Omschr. Maaiveld Hdef. Hoogte A Nieuwbouw plan oostgevel 0,00 Relatief 1,50 Nieuwbouw plan zuidgevel beg gr 0,00 Relatief 1,50 Nieuwbouw plan westgevel beg gr 0,00 Relatief 1,50 Nieuwbouw plan noordgevel 0,00 Relatief 1,50 Nieuwbouw plan noordoostgevel beg gr 0,00 Relatief 1,50

06

Nieuwbouw plan oostgevel beg gr

Geomilieu V2023.3 Licentiehouder: Munsterhuis Geluidsadvies

0,00

Relatief

1,50

Hoogte B ------

Hoogte C ------

Hoogte D ------

Hoogte E ------

Hoogte F ------

Gevel Ja Ja Ja Ja Ja

--

--

--

--

--

Ja

29-4-2024 15:35:23

Plan woningen De Noor te Buurse

Munsterhuis Geluidsadvies

Invoergegevens, gebouwen en bodem

24.075 Bijlage 2 Oppervlakte bronpunten Oppervlaktebronnen Toetspunten Bodemgebieden Gebouwen Hulplijnen

01

0m

463150

29 26 27 28

02 01

schaal = 1 : 677

25 23 24 20 21 22 19

17

463100

18

16 14 15

09

13 12

11 10

463050

08 05 04 06

253850 HMRI, industrie, [versie 17-4-2024 - eerste model] , Geomilieu V2023.3 Licentiehouder: Munsterhuis Geluidsadvies

figuur 4

20 m

253900

07

Plan woningen De Noor te Buurse Invoergegevens, gebouwen Model: Groep:

23.075 Bijlage 2

Naam 01 02 04 05 06

eerste model (hoofdgroep) Lijst van Gebouwen, voor rekenmethode Industrielawaai - HMRI, industrie Omschr. Hoogte Maaiveld Nieuwbouw plan 3,00 0,00 Nieuwbouw plan 5,00 0,00 School 3,00 0,00 School 5,50 0,00 School 5,50 0,00

07 08 09 10 11

School School De Noor 63-65 De Noor 63-65 De Noor 63-65

5,50 5,50 3,00 5,50 7,50

0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

12 13 14 15 16

De Noor 63-65 De Noor 63-65 De Noor 59-61 De Noor 59-61 De Noor 59 uitbouw

5,50 7,50 5,50 8,00 3,00

0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

17 18 19 20 21

De Noor 55-57 De Noor 55-57 De Noor 55-57 De Noor 53 De Noor 53

5,50 2,50 2,50 2,50 5,50

0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

22 23 24 25 26

De Noor 53 De Noor 51 De Noor 51 De Noor 51, uitbouw De Noor 47-49

8,00 5,50 8,00 2,50 2,50

0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

27 28 29

De Noor 47-49 De Noor 47-49 De Noor 47-49

5,50 8,00 8,00

0,00 0,00 0,00

Geomilieu V2023.3 Licentiehouder: Munsterhuis Geluidsadvies

29-4-2024 15:35:48

Plan woningen De Noor te Buurse Invoergegevens, bodem Model: Groep: Naam 01

23.075 Bijlage 2

eerste model (hoofdgroep) Lijst van Bodemgebieden, voor rekenmethode Industrielawaai - HMRI, industrie Omschr. Bf verhard terrein 0,00

Geomilieu V2023.3 Licentiehouder: Munsterhuis Geluidsadvies

29-4-2024 15:36:11

Plan woningen De Noor te Buurse

Munsterhuis Geluidsadvies

Invoergegevens, Lamax bronnen

24.075 Bijlage 2.1 Oppervlakte bronpunten Oppervlaktebronnen Puntbronnen Toetspunten Bodemgebieden Gebouwen Hulplijnen

463200

0m

20 m schaal = 1 : 526

463150

05

02

03

04

463100

253850 HMRI, industrie, [versie 17-4-2024 - Lamax model] , Geomilieu V2023.3 Licentiehouder: Munsterhuis Geluidsadvies

figuur 5

253900

Plan woningen De Noor te Buurse Invoergegevens, Lamax bronnen Model: Groep: Naam 02 03 04 05

Lamax model (hoofdgroep) Lijst van Puntbronnen, voor rekenmethode Industrielawaai - HMRI, industrie Omschr. Hoogte Cb(D) Cb(A) Cb(N) Tb(u)(D) Tb(u)(A) piekgeluid speler 1,50 0,00 0,00 -12,0000 4,0000 piekgeluid speler 1,50 0,00 0,00 -12,0000 4,0000 piekgeluid speler 1,50 0,00 0,00 -12,0000 4,0000 piekgeluid speler 1,50 0,00 0,00 -12,0000 4,0000

Geomilieu V2023.3 Licentiehouder: Munsterhuis Geluidsadvies

23.075 Bijlage 2.1

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14269856/1